CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV Algemene plaatselijke verordening Schouwen-Duiveland 2015 (geconsolideerde versie na wijziging)

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS 13e wijziging van de Algemene plaatselijke verordening SD 2015 (1427063)20.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.

a

een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, ligweide, park of plantsoen;

b

op een voor recreatief gebruik opengesteld gedeelte van de zeedijk, strand, duin, bos, natuurterrein of enig ander voor recreatief gebruik bestemd terrein;

De verplichting als genoemd in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a

die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden, of

b

die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

4.

De verplichting als genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

5.

Degene die zich met een hond op een openbare plaats als genoemd in het eerste of tweede lid begeeft of bevindt, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen van de hond. De eigenaar of de houder van de hond is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

26/52

02-10-2025, 14:09

6.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Het bepaalde in het vijfde lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond als bedoeld in het derde lid.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod, een aanlijn- en muilkorfgebod, of andere passende maatregelen opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond te voorzien te houden van een muilkorf die: a

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b

4.

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen, als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk of hinderlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

2.

Het verbod geldt niet als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

b.

het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

c.

het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren (Vervallen)

Artikel 2:61 Wilde dieren (Vervallen)

Artikel 2:62 Loslopend vee (Vervallen)

Artikel 2:63 Duiven (Vervallen)

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

27/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 2:64 Bijen (Vervallen)

Artikel 2:64a Vliegeren Het is verboden te vliegeren met vliegers, bestuurd door twee of meer lijnen, op door het college aangewezen gedeelten van een voor recreatief gebruik opengesteld gedeelte van de zeedijk, alsmede van gedeelten van strand, duin, bos of andere natuurterreinen, speel- of ligweiden, of andere voor recreatief gebruik bestemde terreinen.

Artikel 2:64b Naaktrecreatie 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 430a Wetboek van Strafrecht is het verboden zich in de gemeente ongekleed te bevinden of ongekleed te recreëren op voor het openbaar verkeer bestemde plaatsen.

2.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het zich ongekleed bevinden of ongekleed recreëren op de met borden aangegeven strandvakken tussen de strandovergangen “Domeinen 4” en “’t Oude Vuur” en de strandovergangen “Duinhoevepad en “Watergat”. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste lid, eveneens niet geldt.

3.

Artikel 2:65 Bedelarij (Vervallen)

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: a

handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht;

b

verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijzen overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1.

2.

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: a

het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b

de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c

een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen – soort, merk en nummer van het goed;

d

de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;

e

de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

De burgemeester kan voor daarbij aangegeven categorieën van goederen vrijstelling verlenen van de verplichting in het eerste lid.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

28/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a

wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis te stellen dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, waarbij hij tevens schriftelijk opgave doet van zijn woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit welke door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik is genomen;

b

de onder a bedoelde ambtenaar onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dragen, schriftelijk in kennis te stellen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;

c

aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben aangebracht waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn vermeld;

d

indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van enig misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a bedoelde ambtenaar; wanneer hij is opgehouden met het opkopen van goederen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van opkoper niet langer uitoefent, de onder a bedoelde ambtenaar hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.

e

Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf werkdagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging niet van invloed is op de herkenbaarheid van het goed.

Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven (Vervallen)

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk Artikel 2:71 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk (Vervallen)

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen (Vervallen)

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (Vervallen)

Afdeling 10a. Carbidschieten Artikel 2:73a Verbod carbidschieten 1.

Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

2.

Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten de bebouwde kom van 31 december 10.00 uur tot 17.00 uur mits men voldoet aan door het college vastgestelde nadere regels.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

29/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

3.

Het college kan nadere regels stellen over het bepaalde in het tweede lid.

4.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 11. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, om middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Artikel 2:74a Openlijk gebruik van drugs Het is verboden op of aan deweg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.

Artikel 2:74b Achterlaten van attributen (Vervallen)

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1 - samenscholing en ongeregeldheden 2:10 - voorwerpen op of aan de weg 2:11 - aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 2:21 - voorzieningen voor verkeer en verlichting 2:48 - verboden drankgebruik 2.48a - vervoer aanvalswapenen 2:49 - verboden gedrag bij of in gebouwen, of 5:34 - verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken van deze verordening groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

30/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op openbare plaatsen.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.

2.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. De burgemeester kan rekening houden met de ernst van de strafbare feiten of de openbare orde verstorende handelingen. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid of met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod als bedoeld in dat lid is gegeven en die binnen zes maanden opnieuw een of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen zich ten hoogste twee weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

3.

De burgemeester beperkt krachtens het eerste en tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4.

Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

5.

Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

6.

De burgemeester kan beleidsregels vaststellen over gebiedsontzeggingen.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1.

Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2.

De burgemeester kan in ieder geval een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom opleggen wegens overtreding van het eerste lid bij ernstige en herhaaldelijke: a.

geluid - of geurhinder;

b.

hinder van dieren;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d.

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30 eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

3.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

4.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

31/52

02-10-2025, 14:09

sluiting van kracht is.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

5.

Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

6.

De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. b.

bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:4; beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

c. 2.

exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.

3.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

4.

De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:

5.

a.

voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;

b.

de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;

c.

het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

d.

het nummer van inschrijving in het Handelsregister;

e.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

f.

voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

g.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

h.

een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a.

als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

b.

als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

c.

als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

d.

als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;

e.

als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

f.

als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

32/52

02-10-2025, 14:09

milieubeheer.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

6.

De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

7.

Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

8.

De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

9.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b.

de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

c.

er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

d.

er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

e.

de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of

f. 10.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

11.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.

12.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

13.

Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven.

14.

De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

15.

In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.

16.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. Afdeling 1. Definities https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

33/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 3:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

b

prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

c

seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

d

e

sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;

f

exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;

g

beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;

h

bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1.

de exploitant;

2.

de beheerder;

3.

de prostituee;

4.

het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;

5.

toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2;

6.

andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

Artikel 3:3 Nadere regels Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.

Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke Artikel 3:4 Seksinrichtingen 1.

Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

2.

In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

34/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

a.

de persoonsgegevens van de exploitant;

b.

de persoonsgegevens van de beheerder; en

c.

de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 1.

De exploitant en de beheerder: a. b.

2.

3.

4.

5.

staan niet onder curatele; zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en

c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet: a.

met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

b.

binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curacao en Sint Maarten dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;

c.

binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1e.

bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;

2e.

de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a (oud), 252, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

3e.

de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;

4e.

de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;

5e.

de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

6e.

de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a.

vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt;

b.

een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.

bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;

b.

bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.

De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.

Artikel 3:6 Sluitingstijden https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

35/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

1.

Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur, onder de beperking dat vanaf 02.30 uur geen bezoekers meer worden toegelaten.

2.

Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

3.

Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

4.

Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1.

2.

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk, kan het bevoegd bestuursorgaan: a.

tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;

b.

van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1.

Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.

2.

De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.

geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en

b.

geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Artikel 3:9 Straatprostitutie 1.

Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken: a.

op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;

b.

gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.

2.

Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

3.

Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

4.

De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.

5.

De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

36/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 3:10 Sekswinkels (Gereserveerd) Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke (Vervallen)

Afdeling 3. Beslistermijn; weigeringsgronden Artikel 3:12 Beslistermijn 1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

2.

Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1.

2.

De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a.

de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;

b.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan;

c.

er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.

Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten in het belang van: a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

c.

de veiligheid van personen of goederen;

d.

de verkeersvrijheid of verkeersveiligheid;

e.

de gezondheid of zedelijkheid;

f.

de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 1.

De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

2.

Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

37/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 3:15 Wijziging beheer 1. 2.

3.

Als de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, als het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: -

activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

-

collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

-

gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

-

gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer;

-

houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

-

incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;

-

inrichting :inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

-

onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.

De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4.5 gelden niet voor collectieve festiviteiten gedurende Koningsdag en de nacht van oud- op nieuwjaar.

2.

De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

3.

In een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.

4.

Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

38/52

02-10-2025, 14:09

5. 6.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Naast de collectieve festiviteiten als bedoeld in het eerste lid kan het college nog andere festiviteiten aanwijzen waarvoor de geluidsnormen als bedoeld in het eerste lid niet gelden. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige objecten of op 50 meter van de grens van de inrichting, op een hoogte van 1,5 meter.

7.

De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag uit de Hmri, vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

8.

Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 24:00 uur beëindigd. In afwijking hiervan dient de festiviteit om 01:00 uur te worden beëindigd als de dag volgend op de festiviteit is gelegen in het weekend of het een algemeen erkende feestdag betreft.

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1.

Het is een inrichting toegestaan ten hoogste 2 incidentele festiviteiten per kalendermaand te houden, zij het met een maximum van 12 per kalenderjaar, waarbij de geluidsnormen, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2,17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

2.

Het is een inrichting toegestaan om tijdens de incidentele festiviteiten als bedoeld in het eerste lid de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.

3.

Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding.

4.

De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

5.

De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

6.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 65 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige objecten of op 50 meter van de grens van de inrichting op een hoogte van 1,5 meter.

7.

Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening - , uiterlijk om 24:00 uur beëindigd. In afwijking hiervan dient de festiviteit om 01:00 uur te worden beëindigd als de dag volgend op de festiviteit is gelegen in het weekend of een algemeen erkende feestdag betreft.

8.

8. De geluidswaarde is exclusief 10 dB(A) aftrek, uit de Hmri, vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

9.

De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

10.

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten (Vervallen)

Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1.

Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2:18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

39/52

02-10-2025, 14:09

a.

b.

2.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze geluidsgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidsgevoelige terreinen op de grens van het terrein;

c.

de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

d.

bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

Tabel

7.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-7.00 uur

LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

3.

Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

3a.

Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het bespelen van een carillon, gedurende de dagperiode vanaf 08.00 uur tot 19.00 uur en avondperiode vanaf 19.00 uur tot 22.00 uur, uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.

4.

Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

5.

Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve festiviteiten als bedoeld in artikelen 4:2 en 4.3.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

40/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 4:5a Geluidhinder door honden (Vervallen)

Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1.

2.

Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

4.

Het verbod in lid 1 geldt niet voor het gebruik van knalapparatuur om vogels te verjagen van bedrijfsmatig in gebruik zijnde gronden, indien wordt voldaan aan de door het college vastgestelde algemene regels en indien het gebruik van de knalapparatuur voor de eerste dag van gebruik bij het college is gemeld.

Artikel 4:6a Mosquito (Vervallen)

Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 Straatvegen (Vervallen)

Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen (Vervallen)

Artikel 4:10 Ballonnen 1.

Het is verboden ballonen, door middel van hete lucht of gas, vrij op te laten stijgen in de open lucht.

2.

Onder een ballon als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: elke onbemande ballon die opstijgt, van ieder materiaal, en waarvan de richting en/of hoogte niet door menselijk ingrijpen wordt bepaald, waaronder een vuurballon en Thaise lampion.

3.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een heteluchtballon, zijnde een luchtvaartuig of een ballon ten behoeve van weerkundig en / of wetenschappelijk onderzoek.

Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden (artikelen 4:10, 4:11 en 4:12 vervallen)

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

41/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. (Vervallen)

Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen (Vervallen)

Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (Vervallen)

Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame in beschermde stads- en dorpsgezichten (Vervallen)

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Definitie In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a.

natuur en landschap; of

b.

een stads- of dorpsgezicht.

Artikel 4:19 Overnachten op een openbare plaats Het is verboden op een openbare plaats in een voertuig – daaronder ook inbegrepen een kampeermiddel als vermeld in artikel 4:17 - te overnachten dan wel een dergelijk voertuig op een openbare plaats te parkeren met het kennelijk doel dit als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.

Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 1.

Het verbod van artikel 4:18, eerste lid en het verbod van artikel 4:19 is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

2.

Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 4:18, derde lid.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

42/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:1 Begripsbepalingen (Vervallen)

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoer van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. vijf of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (Vervallen)

Artikel 5:4 Defecte voertuigen (Vervallen)

Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1.

Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.

Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a.

langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

43/52

02-10-2025, 14:09

b.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen (Vervallen)

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen (Vervallen)

Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen 1.

2.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (Vervallen)

Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 1.

Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting, of het daarin te doen of te laten staan.

2.

Dit verbod is niet van toepassing op:

3.

a.

de weg;

b.

voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;

c.

voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen (Vervallen)

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- en donateurwerving 1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadigheid of ideëel doel is bestemd.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

44/52

02-10-2025, 14:09

2.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Geen vergunning is vereist als aan de volgende criteria wordt voldaan: De inzameling is opgenomen in het rooster van het Centraal Bureau a.

Fondsenwerving (CBF):

b.

De inzameling vindt plaats in de “vrije periode” van het rooster van het CBF;

c.

De inzameling dient een ideëel doel.

3.

Onder een inzameling of werving van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor liefdadig of ideëel doel is bestemd.

4.

Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring wordt gehouden.

Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Venten 1. 2.

Het is verboden te venten. Het verbod is niet van toepassing als aan de volgende criteria wordt voldaan: a.

Voor het venten wordt geen vaste standplaats ingenomen. Er mag niet langer dan een half uur achter elkaar dezelfde locatie worden ingenomen;

b.

Het venten vindt plaats tussen 9:00 en 22:00 uur;

c.

Het venten op zondag vindt plaats op ten minste 200 meter vanaf een gebouw dat ten tijde van het venten voor geloofsbeleving in gebruik is;

d.

Het venten vindt niet plaats op en nabij duinovergangen, de Brouwersdam, het strand, op parkeerplaatsen en op locaties waarvoor een evenementenvergunning van kracht is.

Artikel 5:15 Ventvergunning (Vervallen)

Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting (Vervallen)

Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Definities 1.

In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

2.

Onder standplaats wordt niet verstaan: a.

een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

b.

een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

45/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.

2.

Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:

4.

a.

indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

b.

indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

Het college kan nadere regels stellen over het innemen of hebben van een standplaats.

Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1.

Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

2.

De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht (Vervallen)

Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Begripsbepalingen (Vervallen)

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt (Vervallen)

Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water (Vervallen)

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige schepen (Vervallen)

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats (Vervallen) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

46/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats (Vervallen)

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (Vervallen)

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water (Vervallen)

Artikel 5:30a Bedrijfsmatige recreatie te water (Gereserveerd)

Artikel 5:30b Beoefening niet-gemotoriseerde watersport 1.

Onder beoefening van niet-gemotoriseerde watersport wordt verstaan: kite-, wind- en golfsurfen en andere vormen van plankzeilen alsmede het varen met een niet-gemotoriseerd schip, daaronder begrepen een kano, een kajak, een roeiboot, een rubberboot en een luchtbed.

2.

Het is verboden niet-gemotoriseerde watersport te beoefenen: a.

tussen zonsondergang en zonsopkomst;

b.

binnen het betonde en/of bebakende vaarwater, indien er beroepsvaart nadert;

c.

in de havens en sluizen en in de aanloopgebieden naar de havens en sluizen;

d.

in ten behoeve van de zwemsport afgezette of gemarkeerde watergedeelten.

3.

Onverminderd het bepaalde in lid 2 kan het college bij afzonderlijk besluit gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het beoefenen van nader in dat besluit te noemen vormen van niet-gemotoriseerde watersport is verboden;

4.

Onverminderd het bepaalde in lid 2 kan het college bij afzonderlijk besluit gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het beoefenen van nader in dat besluit te noemen vormen van niet-gemotoriseerde watersport is toegestaan.

5.

Een besluit als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekendgemaakt alsmede door middel van bebording in de directe omgeving van de betreffende gedeelten van het openbaar water.

6.

Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van een beroep of bedrijf nietgemotoriseerde schepen, daaronder begrepen een kano, een kajak, een roeiboot, een rubberboot en een luchtbed, vanaf het strand of het water voor onmiddellijk gebruik in het openbaar water te exploiteren dan wel in de uitoefening van een beroep of bedrijf activiteiten op het gebied van de beoefening van nietgemotoriseerde watersport te organiseren.

Artikel 5:30c Veiligheid zwemmers Het is verboden zich met een schip te bevinden in ten behoeve van de zwemsport afgezette - of gemarkeerde watergedeelten. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR386027

47/52

02-10-2025, 14:09

Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 | Lokale wet- en regelgeving

Artikel 5:30d Motorschepen en schepen op zee 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 5:30c is het verboden zich met een motorschip – daaronder begrepen een snelle motorboot als bedoeld in artikel 1.01, onderdeel A.17 van het Binnenvaartpolitiereglement – te bevinden in het openbaar water, gelegen binnen 100 meter van de laagwaterlijn, behoudens de tijd die redelijkerwijs benodigd is voor het te water laten van het motorschip, het zich vervolgens direct begeven buiten de 100 meter van de laagwaterlijn, aldaar te varen en terug te varen naar de kant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16065426/1