998164 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing
Omgevingsvergunning “Hogezoom 108 te Renesse” Planstatus: Datum: Projectnr.:
concept 2023-12-21 230511
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon
Titel:
Omgevingsvergunning “Hogezoom 108 te Renesse”
Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW Zundert Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:
230511
Rapportnummer
230511.01
Datum:
21 december 2023
Status:
concept
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 2 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding & doel .................................................................................................................................. 4 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2
De huidige situatie ................................................................................................................. 6
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie .............................................................................................................. 7 3.1 Nieuwe situatie ...................................................................................................................................... 7 3.2 Parkeren en verkeer .............................................................................................................................. 7 3.3 Duurzaamheid ....................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Beleidskader......................................................................................................................... 10 4.1 Provinciaal beleid ................................................................................................................................ 10 4.3 Gemeentelijk beleid............................................................................................................................. 14 Hoofdstuk 5 Relevante (milieu)aspecten .................................................................................................. 22 5.1 Geluid ..................................................................................................................................................
22 5.2 Bodem ................................................................................................................................................. 23 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ............................................................................................................ 23 5.4 Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................................ 25 5.5 Externe veiligheid ................................................................................................................................ 27 5.6 Kabels en Leidingen ............................................................................................................................. 29 5.7 Water ................................................................................................................................................... 29 5.8 Ecologie ............................................................................................................................................... 31 5.9 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................................... 33 5.10 M.E.R. Beoordeling .............................................................................................................................. 36
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 3 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding & doel
Op de locatie Hogezoom 108 te Renesse is de eigenaar voornemens om het aantal standplaatsen op de camping uit te breiden. Initiatiefnemer heeft de wens om het totaal aantal standplaatsen uit te breiden met 5 permanente standplaatsen naar een totaal van 40 standplaatsen op camping Sareshof. Ter plaatse van de locatie Hogezoom 108 is het bestemmingsplan “Kop van Schouwen” van toepassing. Op de planlocatie ligt de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. Ter plaatse van de huidige standplaatsen op de camping is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kwaliteitseis - 1’ aanwezig. Tevens kent de camping de maatvoeringen ‘maximum aantal permanente standplaatsen: 35’, ‘maximum totaal aantal standplaatsen: 35’, ‘uitbreiding aantallen variant 1:10’ en ‘uitbreiding aantallen variant 2:20’. De initiatiefnemer is eigenaar van de groenstrook ten noordoosten van de bestaande camping. De eigenaar is voornemens om de camping op deze strook uit te breiden met 5 permanente standplaatsen op deze planlocatie. Door deze uitbreiding ontstaat ook de mogelijkheid tot een ruimere opzet van de bestaande camping. Om de uitbreiding van de camping met 5 standplaatsen juridisch/planologisch mogelijk te kunnen maken wordt artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° van de Wabo toegepast.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De onderhavige ruimtelijke onderbouwing is een onderdeel van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan. 1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente WTS00, sectie H, nummer 326. Het plangebied ligt in het buitengebied van Renesse, in de provincie Zeeland. De planlocatie beperkt zich door het gedeelte waar de uitbreiding plaatsvindt. Het overige gedeelte van de camping wordt in onderhavige ruimtelijke onderbouwing achterwege gelaten. In figuur 1 en 2 wordt het plangebied aangegeven.
Figuur 1: Plangebied aangegeven op een luchtfoto
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 4 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 2: Plangebied aangegeven op topografische kaart
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van de planlocatie Hogezoom 108 vigeert het bestemmingsplan “Kop van Schouwen”. Op de locatie ligt de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’. De gemeente Schouwen-Duivenland heeft het bestemmingsplan op 27 juni 2013 vastgesteld. De uitbreiding van 5 standplaatsen past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch/planologisch mogelijk te kunnen maken wordt artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° van de Wabo toegepast.
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan "Kop van Schouwen"
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 5 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2
De huidige situatie
Op de planlocatie aan Hogezoom 108 zijn momenteel enkele grasvelden gelegen met daaromheen beplanting. De planlocatie is gelegen tegen de bestaande toegangsweg van de camping. De planlocatie heeft een oppervlakte van circa 3.872 m². Onderstaand zijn enkele foto’s weergegeven van de toegangsweg van de camping en de grasvelden.
Figuur 4: Foto's planlocatie
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 6 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1
Toekomstige situatie
Nieuwe situatie
De initiatiefnemer is voornemens om op de camping Sareshof een uitbreiding te realiseren van 5 standplaatsen. Om de camping uit te breiden wordt gebruik gemaakt van het grasveld aan de noordoostzijde van de planlocatie. Deze strook is in eigendom van de initiatiefnemer, de strook maakt echter nog geen onderdeel uit van het huidige kampeerterrein. Deze strook heeft de camping de mogelijkheid om tot een ruimere opzet van de bestaande camping te kunnen komen. Na deze uitbreiding heeft camping Sareshof in totaal 40 permanente standplaatsen. De uitbreiding bestaat uit maximaal 5 standplaatsen bestaande uit 5 chalets. De chalets mogen maximaal 55 m² bedragen. Bij de chalets mag een berging staan van maximaal 13 m². Op de planlocatie hebben de chalets een oppervlakte van 44 m² met een berging van 6 m². De standplaatsen kennen allen een oppervlakte van maximaal 250 m². Initiatiefnemers zijn voornemens om van de camping een groene, duurzame en toekomstbestendige camping te maken. Daarom worden de chalets gasloos gerealiseerd. Tevens wordt er aan de noordzijde van de camping een zonnecarport gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een duurzaamheidsscan uitgevoerd op de planlocatie om te onderbouwen dat voldaan wordt aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Dit rapport is toegevoegd in bijlage 4 van deze ruimtelijke onderbouwing.
Figuur 5: nieuwe situatie indicatief
3.2
Parkeren en verkeer
Verkeer De chalets worden gerealiseerd tegen het bestaande interne toegangsweg aan, er dient geen nieuwe verkeersroute te worden aangelegd. Hiermee verandert de route en ontsluiting van de camping niet.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 7 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Parkeren Op basis van de Nota Recreatiebeleid is het aantal parkeerplaatsen per recreatieve eenheid vastgelegd op 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen. De 5 extra standplaatsen bieden ieder 4 slaapplaatsen. Dit geeft een totaal van 20 extra slaapplaatsen. 20 slaapplaatsen delen door 3 geeft 7 parkeerplaatsen. In figuur 5 is te zien dat elke standplaats één parkeerplaats heeft op de kavel. De overige 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de voorzijde van de camping. 3.3
Duurzaamheid
Duurzaamheid en de transitie naar duurzame energie spelen bij camping Sareshof een belangrijke rol. In het afgelopen jaar hebben eigenaren al veel initiatieven uitgevoerd die hebben geleidt tot een zeer laag energieverbruik en CO²-uitstoot ten opzichte van andere campings. De uitgevoerde initiatieven betreffen: • Slimme meter geplaatst (januari 2023) • Zonnepanelen op het woonhuis geplaatst (maart 2023) • Zonnepanelen op het centrumgebouw geplaatst (maart 2023) • Laadpaal met twee connectoren geplaats, om zo ook de E-rijders te bedienen, inclusief Dynamic Load Balancing (maart 2023) • Het systeem van de camping is uitgerust met Dynamic Load Balancing. Wat maakt dat de camping geen grootverbruikers aansluiting hebben maar slim omgaan met energie en de gasten daarmee ook stimuleren om te laden op zon. • AC Unit (Lucht/Lucht warmtewisselaar) centrumgebouw geplaatst en daarbij de gaskachels verwijderd (mei 2023) • AC Unit (Lucht/Lucht warmtewisselaar) woonhuis geplaatst ten behoeve van gasreductie • Camerasysteem (off grid voedring door middel van micro zonnepanelen) • Slagboom installatie vervangen (juli 2023) De komende jaren zullen daar de benodigde initiatieven aan toegevoegd worden bij de uitbreiding van de camping.
In het kader van duurzaamheid worden de volgende acties uitgevoerd: • De extra chalets worden niet aangesloten om het gas, maar worden voorzien van duurzame energie. • De duurzame energie wordt (deels) zelf opgewekt. Aan de voorzijde van de camping wordt een zonnecarport gerealiseerd. Tevens is initiatiefnemer voornemens om de camping energie neutraler te maken door de bestaande gebouwen te voorzien van zonnepanelen. Daarnaast wordt er in de duurzaamheidsscan geadviseerd om de route naar klimaatneutraal te volgen, welke bestaat uit vier stappen: 1. Besparen van energie 2. Opwekken duurzame energie 3. Inkopen duurzame energie 4. Compenseren CO² Specifiek voor camping Sareshof wordt geadviseerd om deze route te volgen door: • Het energiegebruik van de verschillende gebouwen middels de dit jaar geplaatste slimme meter te blijven registreren en ook een energiebalans op te stellen voor de verschillende gebouwfuncties, zoals die van de centrale ruimte, het woonhuis, de schuren, de chalets, de terreinverlichting, etc. Op die manier kan (nog) meer inzicht worden verkregen in het energieverbruik en in te nemen duurzame maatregelen en/of het effect daarvan. Bovendien kunnen dan meer specifieke kengetallen worden berekend. Het registreren en analyseren van het energieverbruik valt onder stap 1. • Apparaten buiten openingstijden uit zetten.
Dit kan: handmatig, met een tijdschakelklok met weekinstelling, een standby-killer of met spanningsvrije stopcontacten. Deze maatregel is van toepassing op alle apparatuur die s’ avonds en ’s nachts niet op een stand-by stand hoeft te staan: machines, compressor, warmhoudapparatuur, koffieautomaten, waterkoelers, frisdrank automaten, pc’s, printers, kopieerapparaten, kassa’s, televisies, ventilatoren, pompen, et cetera. Denk daarbij ook aan een bewegingsschakelaar voor de ruimteverwarming van de chalets. Indien de vakantiegangers afwezig zijn gaat de ruimtetemperatuur automatisch terug naar 5 °C. En, zoals besproken, de eigenaren van de chalets hierin te informeren en faciliteren. Het uitzetten van apparatuur buiten werktijd valt onder stap 1.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 8 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
•
Aankoersen op all-electric betekent gefaseerd van het aardgas en propaan afgaan op weg naar energieneutrale camping. Het elektrisch verwarmen van de bestaande en beoogde nieuw duurzaam te bouwen chalets is daarbij een belangrijk uitgangspunt omdat daar het zwaartepunt van de CO2uitstoot van Camping Sareshof ligt. Het verder uitbreiden van het aantal zonnepanelen draagt daaraan bij. In de voorbereiding van de duurzaamheidsscan is aangegeven dat er plannen zijn om in 2024 een zonnecarport te plaatsen, voorzien van 15-20 zonnepanelen. Geadviseerd wordt om minimaal 17 zonnepanelen met een vermogen van 400 Wp te plaatsen. Dan is er sprake van een extra jaaropbrengst van circa 6.500 kWh per jaar. Dat is tezamen met de 35 in 2023 geplaatste zonnepanelen met een berekende opbrengst van circa 13.350 kWh meer dan den 2022 ingekochte groene stroom: 17.875 kWh. Het plaatsen van zonnepalen draagt niet alleen bij aan verdere verduurzaming maar maakt Camping Sareshof ook minder of zelfs nauwelijks afhankelijk van de inkoop van (groene) elektriciteit bij energiebedrijven. Geadviseerd wordt om het te plaatsen vermogen en het (toekomstige) piekvermogen door de installateur te laten bepalen. Het uitgangspunt hierbij dient de eigen benodigde (winter) capaciteit te zijn en niet het terug leveren van elektriciteit, dat is geen doel op zich.
Tevens dient rekening gehouden te worden met het successievelijk elektrificeren (elektrisch verwarmen van de chalets: van het propaan af), de beoogde nieuw duurzame: energieneutraal, te bouwen chalets en de uitbreiding van het aantal laadpalen. Betrek hierin ook de bovengenoemde mogelijke opslag van de zelfopgewekte stroom. Het plaatsen van zonnepanelen valt onder stap 2.
De beoogde ontwikkeling betreft het toevoegen van 5 standplaatsen op de planlocatie. Zoals hierboven staat beschreven zijn er in het afgelopen jaar veel initiatieven uitgevoerd die hebben geleid tot een zeer laag energieverbruik. Daarnaast worden er met de beoogde ontwikkeling op de planlocatie nog meer zonnepanelen geplaatst waardoor de energie die benodigd is wordt gecompenseerd gedurende het gebruik. Hiermee wordt er gestreefd naar een energie neutrale camping. De chalets worden duurzaam ingekocht. De chalets worden op een andere locatie gebouwd en worden compleet aangeleverd op de planlocatie. De realisatie van de chalets voldoen aan de eis van de gemeente om circulair te bouwen. De verduurzamingsadviezen voor camping Sareshof worden door initiatiefnemers gezien als een kans om de camping groen, duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 9 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 4.1
Provinciaal beleid
4.1.1
Zeeuwse Omgevingsvisie
Beleidskader
Provinciale Staten van Zeeland hebben in 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de volle breedte van de leefomgeving en alle andere onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Zeeland. De Zeeuwse woonomgeving wordt gewaardeerd, net als de natuur en waardevolle landschappen. Het middenen kleinbedrijf (MKB), de havens, de landbouw en recreatie en toerisme zijn belangrijke pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Om de uitdagingen aan te gaan en tegelijkertijd te werken aan een brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse ambities voor 2050. De Zeeuwse ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven hier een Zeeuwse invulling aan. Deze ambities zijn: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied 3. Een duurzame en innovatieve economie 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland De ambities die in de Zeeuwse omgevingsvisie beschreven worden, zijn strategische ambities met 2050 als horizon. Ze geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn (2030). Het Rijk geeft in de NOVI drie afwegingsprincipes mee. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland. De vier afwegingsfactoren verwijzen naar de Zeeuwse kernkwaliteiten.
De vier afwegingsfactoren zijn: 1. Doe meer met minder grond 2. Werk samen en deel kosten en baten 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld Daarnaast wordt in deel B van de Zeeuwse Omgevingsvisie het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema’s (bouwstenen) uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Het initiatief betreft het realiseren van 5 extra standplaatsen ten behoeve van 5 chalets op de locatie Hogezoom 108. De chalets worden gasloos uitgevoerd. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de Zeeuwse Omgevingsvisie. 4.2.2
Provinciale Omgevingsverordening 2018
Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 (inclusief wijzigingen). De Provinciale Omgevingsverordening 2018 geeft aan welke onderdelen van het provinciale beleid bindende betekenis hebben voor gemeentelijke plannen. Zo worden er regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. De Provinciale Staten heeft de Provinciale Omgevingsverordening op 21 september 2018 vastgesteld. In figuur 6 zijn uitsneden van de kaarten behorende bij de Provinciale Omgevingsverordening weergegeven voor de planlocatie. Uit figuur 6 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het gebied dat aangeduid is als ‘Verblijfsrecreatie (kustzone)’, ‘Verblijfsrecreatie (Groene Zeeuwse topkwaliteit)’ en ‘Landschap en erfgoed’.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 10 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 6: Uitsneden kaarten Provinciale Omgevingsverordening
Verblijfsrecreatie (kustzone) Het plangebied ligt op gronden met de aanduiding Verblijfsrecreatie (kustzone). In artikel 2.10 lid 5 van de verordening is bepaald dat uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein is toegelaten buiten de in bijlage 5 aangegeven badplaatsen, met dien verstande dat: a. In de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 1 opgenomen uitgangspunten. b. Uitbreiding in de in bijlage 5 globaal aangegeven gebieden met de aanduiding Groene Zeeuwse Topkwaliteit en Beschermingsgebieden niet is toegelaten. Ingeval van uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een gebiedsafbakening waarbij, ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, wordt onderbouwd dat de uitbreiding van het verblijfsrecreatieterrein, gezien de situeringskenmerken, niet wordt gerealiseerd binnen de bedoelde gebieden. c. In afwijking van het vijfde lid, onder b, is uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein toegelaten in de in bijlage 5 globaal aangegeven beschermingsgebieden indien in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat de kenmerken en waarden van deze gebieden niet significant worden aangetast.
De kenmerken en waarden van de beschermingsgebieden zijn vermeld in Zeeuwse Kustvisie zoals deze luidt op de datum van vaststelling van deze verordening.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 11 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
In bijlage D is bepaald dat een kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven plaatsvindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Verblijfsrecreatie (Groene Zeeuwse topkwaliteit) Het plangebied ten noorden van de Hogezoom is bij het thema vrijetijdseconomie aangeduid als 'Groene Zeeuwse topkwaliteit'. Uitbreiding van verblijfsrecreatieterrein is op die gronden niet toegestaan tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de kenmerken en waarden van deze gebieden niet significant worden aangetast. De kenmerken en waarden van de beschermingsgebieden zijn vermeld in de Zeeuwse Kustvisie die is vertaald in de Provinciale Omgevingsvisie. Landschap en erfgoed In een bestemmingsplan gelegen in de aanduiding ‘Landschap en erfgoed’ wordt er aandacht besteedt aan het behoud en de bescherming van waardevolle landschappen en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik mogen niet leiden tot een significante aantasting van de waardevolle landschappen en cultuurhistorische elementen. Ook mag dit niet leiden tot een significante vermindering van oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden. Conclusie Voorliggend initiatief omvat een uitbreiding van 5 standplaatsen van een bestaand verblijfsrecreatieterrein.
Deze standplaatsen worden gerealiseerd binnen de bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’ en worden gevestigd op grasvelden tussen de bebossing in. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een significante aantasting van de waardevolle landschappen en cultuurhistorische elementen. Doordat er uitbreiding van standplaatsen plaatvind moet er worden voldaan aan de uitgangspunten die zijn opgenomen in bijlage D onder 1 en worden onderbouwd dat de kenmerken en waarden van de beschermingsgebieden niet significant worden aangetast. Dit wordt verder uitgewerkt in paragraaf 4.2.3 en 4.3.2 van deze ruimtelijke onderbouwing. 4.2.3
Zeeuwse Kustvisie
De Zeeuwse kust herbergt enorme kwaliteiten en een grote diversiteit aan functies. Vanuit de samenleving is de zorg over het beschermen van de natuur- en landschapskwaliteiten uitgesproken. Hiernaast speelt de opgave om de vitaliteit van de verblijfsrecreatie te waarborgen en de waterveiligheid te garanderen. Met het opstellen van de Zeeuwse Kustvisie is invulling gegeven aan de opgaven in de kustzone en wordt tegemoetgekomen aan de afspraken in het Nationale Kustpact. Op basis van de Zeeuwse Kustvisie ligt de planlocatie binnen het ‘Verblijfsrecreatief gebied’
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 12 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 7: Uitsnede Zeeuwse Kustvisie
Verblijfsrecreatief gebied In deze gebieden liggen veel recreatiebedrijven. Deze bedrijven vormen samen met de badplaatsen het hart van de economische motor aan de Zeeuwse Kwaliteitskust. De accommodaties zijn (meer) geïntegreerd met het (deels te creëren) kustlandschap, natuur en met de cultuur en economie van de Zeeuwse badplaatsen. De verblijfsrecreatieve gebieden bieden zowel accommodaties als dagrecreatieve mogelijkheden. Om de potentie van de Zeeuwse kust verder te benutten, wordt ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en differentiatie in de recreatiesector. Ook hiervoor, net zoals bij de Omgevingsverordening, geldt dat de ontwikkeling moet voldoen aan het Ontwikkelingskader. De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan, zie paragraaf 4.3.2. 4.2.4
Regionale energie Strategie-Zeeland
In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2°C moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5°C. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990 (Inmiddels is deze doelstelling verhoogd naar 55%). In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. In de Regionale Energie Strategie (RES) regio Zeeland, die in 2020 door alle Zeeuwse gemeenten in vastgesteld, zijn deze doelstellingen voor het jaar 2030 verder uitgewerkt in de drie thema’s: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De ambitie voor de gebouwde omgeving is om 100 Kton CO2 te reduceren door het verminderen van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. De ambitie voor Elektriciteit is om als regio Zeeland 11 PJ aan opwekking hernieuwde energie te realiseren.
Binnen het thema Mobiliteit is de ambitie om door verduurzaming van personenmobiliteit, de logistieke sector, havens, binnenvaart, kust- en zeevaart, Grond- Weg – en Waterbouw (GWW) en het inkoopbeleid van overheden en het openbaar vervoer in totaal 836 Kton aan CO2 te reduceren. De RES 1.0 zal eind 2023 worden geactualiseerd naar een RES 2.0. Het initiatief betreft het realiseren van 5 extra standplaatsen ten behoeve van 5 chalets op de locatie Hogezoom 108. De chalets worden gasloos uitgevoerd. Hiermee past de beoogde ontwikkeling binnen de Regionale energie Strategie-Zeeland.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 13 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
4.2.5
Klimaatadaptatiestrategie Zeeland
Gemeenten, Rijk, waterschap en de Provincie hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, overlast door water, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van gebouwen, vervangen van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud letten zij daarop. De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021 – 2026 is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. De doelstellingen zijn uitgewerkt in de thema’s: Overstromingen, Vitale functies en infrastructuur, Natuur, Landbouw, Bebouwd gebied en de Recreatiesector. Per thema zijn concrete afspraken gemaakt. Voor bebouwd gebied zijn dat o.a. het klimaatbestendig uitvoeren van alle ingrepen in het bebouwd gebied, aanhaken bij natuurlijke momenten en klimaatchecks bij kleine onderhoudsmaatregelen. 4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Strategische Visie ‘Tij van de Toekomst 2011-2040’
Op 3 oktober 2011 heeft de gemeenteraad de Strategische Visie ‘Tij van de Toekomst’ vastgesteld als richtinggevend kader voor een duurzaam economische en sociaal evenwichtige toekomst van SchouwenDuivenland. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderliggende plan zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Strategische doelen: werken • De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd. • Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. • Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. • Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. • Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantieeiland. Strategische doelen: verblijven • De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland. • Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur.
We benutten de daaraan verbonden potenties. • De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. • Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. De uitbreiding van de camping, waarbij een kwaliteitsverbetering in het verblijfsrecreatieve aanbod wordt gerealiseerd, sluit aan op deze strategische doelen. 4.3.2
Agenda Toerisme 2018-2026
Op 25 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duivenland de ‘Agenda Toerisme 2018-2026’ vastgesteld, inclusief uitvoeringsprogramma en regelgeving. De Agenda Toerisme 2018-2026 geeft de ambities voor Schouwen-Duivenland als toeristische recreatieve bestemming voor de toekomst weer. In de agenda zijn 6 thema’s uitgewerkt met de opgave waar de gemeente voor staat, de (beleids-)keuzes en de randvoorwaarden per thema. Deze thema’s zijn: 1. Uitgekiende marketing van onze ‘Groen Blauwe Oase’ 2. Meer beleving
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 14 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3. 4. 5. 6.
Het hele eiland gastvrij en meer jaarrond bezoekers Voortdurend vernieuwen Het mooiste strand als blijvende trekker Zorgeloos de unieke plekken op het eiland vinden
Voor de ontwikkeling van camping Sareshof is het thema ‘Voortdurend vernieuwen’ van belang. Dit thema staat voor het voortdurend vernieuwen van onze Groen Blauwe Oase in de toekomst. Meer bijzondere en gedifferentieerde vormen van verblijfsrecreatie in een natuurlijke omgeving worden gestimuleerd. Daarnaast wordt innovatie en kwaliteitsverbetering gestimuleerd, evenals de energietransitie en circulaire ontwikkelingen. Om de kwaliteit van onze verblijfsrecreatieterreinen te behouden zijn we terughoudend met tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Een van de keuzes bij dit thema is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven toe te staan. De gemeente stelt een Adviesteam Toerisme in dat toeristisch-recreatieve plannen op kwaliteit beoordeelt. Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaats vindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A t/m D van het ontwikkelkader 'Verblijfsrecreatief gebied', inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie: Ontwikkelkader ‘Verblijfsrecreatief Gebied’ A.
Ruimtelijke kwaliteit: Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: • integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; • en de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betrefende landschap; • en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; • en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale uitbreidingsoppervlakte van 13 % (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); • en maximaal 20 % van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken (deze maximale maat is vanwege het aspect veiligheid niet van toe passing bij kampeerterreinen); • en de openbaar toegankelijke paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: • • •
er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13 % (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); en er maximaal sprake is van 15 % uitbreiding van eenheden die daadwerkelijk op het terrein in exploitatie zijn
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 15 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 8: Uitsnede ontwikkelingskader Agenda Toerisme 2018-2026
Ruimte voor maatwerkoplossingen is mogelijk als een specifieke situatie daarom vraagt. Hierbij geldt als principe dat bovengenoemde uitgangspunten communicerende vaten zijn. Een hoger percentage landschapsontwikkeling kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een hoger percentage uitbreidingsoppervlakte. Het Adviesteam Toerisme adviseert over maatwerk in specifieke situaties. B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie (CBE) conform de ‘Algemene kwaliteitscriteria bij uitponding op kampeerterreinen’. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd Zeeuws product. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving Toetsing A. Ruimtelijke kwaliteit De uitbreiding van het aantal standplaatsen op Camping Sareshof past binnen de genoemde 15% regeling. Er is namelijk sprake van een uitbreiding van de huidige 35 eenheden naar 40 eenheden. Dit betreft een uitbreiding van 15% van het aantal eenheden. Standplaats Permanente standplaats
Type Chalet Chalet
Totaal
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Oppervlakte + berging 50 m² 64 m²
Aantal 30 10 40
Oppervlakte bebouwing m² 1500 640 2140
Pagina 16 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inclusief uitbreiding is het nieuwe terrein van Camping Sareshof ruim 1,7 ha. De oppervlakte invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie zoals opgenomen in tabel 1 bedraagt 11,8% en betreft daarmee niet meer dan 13%. B. Economische haalbaarheid De voorgestelde ontwikkelingen hebben als doel om de camping in de familie te kunnen behouden, continuïteit te kunnen bieden aan de vaste gasten en om de camping duurzaam te ontwikkelen, waardoor deze weer toekomstbestendig is. Door de uitbreiding van maximaal 5 standplaatsen op de naastgelegen strook kunnen initiatiefnemers de kosten die met deze ontwikkelingen gemoeid gaan dragen en een duurzame bedrijfsvoering garanderen. Het businessmodel blijft gelijk aan die van de huidige situatie waarin initiatiefnemers voornamelijk vaste jaargasten ontvangen en beperkt flexibele verhuur organiseren/toestaan. De camping zal net als in de huidige situatie blijven voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Op dit moment gebeurd dat middels een V.O.F met vier firmanten. Er blijft sprake van één vergunninghouder die aansprakelijk is voor de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften, zijnde de initiatiefnemer. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept Het behouden blijven van kleine familiebedrijven staat enorm onder druk. Veelvuldig worden dergelijke bedrijven overgenomen door grote internationale investeerders.
Waarmee het unieke familiare karakter en het product wat dit type campings biedt verdwijnt. Met het behoudt en het kunnen doorzetten van dit familiebedrijf in combinatie met de nodige ontwikkelingen blijft de camping een belangrijke bijdrage leveren aan de diversiteit van het toeristische product op Schouwen Duiveland en met name in Renesse. De vaste jaarplaatsen nemen af en worden dikwijls ingeruild voor relatief goedkope stacaravans ten behoeve van de flexibele verhuur. Camping Sareshof blijft vaste jaarplaatsen aanbieden aan de gasten voor het plaatsen van kwalitatief hoogstaande stacaravans/chalets die zij jaar rond kunnen gebruiken. Tevens wordt ingezet op het creëren van een duurzame en toekomstbestendige camping waarbij de energietransitie wordt nagestreefd door flink te investeren in zonnepanelen, zowel op de daken van de gebouwen als middels de zonnecarport. De camping is recent ook voorzien van laadinfrastructuur om zo ook de E-rijders te bedienen. Het systeem op de camping is uitgerust met Dynamic Load Balancing. Wat maakt dat camping Sareshof geen grootverbruikers aansluiting hebben, maar slim omgaan met de energie en de gasten daarmee ook stimuleren om te laden op zon! D.
Sociaal maatschappelijke bijdrage De algemene doelstellingen voor de boogde ontwikkeling zijn het doorgeven van het familiebedrijf aan een nieuwe generatie en continuïteit van de bedrijfsvoering borgen voor de gasten. Hiervoor wordt er gerefereerd naar een stukje geschiedenis van camping Sareshof. Eerst werd een gedeelte van het woonhuis verhuurd aan toeristen in de zomerperiode. Daarna mochten er wat tentjes, een aantal caravans en 2 houten huisjes geplaatst worden in de fruitgaard. Op het drukste moment in de jaren 80 stonden er ongeveer 80 tentjes met voornamelijk jeugdige toeristen, 10 caravans, 2 houten huisjes en waren in de bijgebouwen 3 appartementjes gerealiseerd. Vanaf die tijd werd er meer gereguleerd door de gemeente. Grootouders van initiatiefnemer kwamen toen voor de keuze te staan. Een nieuwe fruitgaard aanplanten of proberen een vergunning te krijgen voor een camping. Zij hebben ingezet op het laatste. In 1993 werd een vergunning toegekend voor 35 jaarplaatsen voor stacaravans. De tante en oom van de initiatiefnemer hebben toen samen met de grootouders het terrein bouwrijp gemaakt voor het plaatsen van de caravans. In 1997 hebben de grootouders van initiatiefnemer de camping aan de tante en oom van de initiatiefnemer overgedragen.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 17 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Intussen is er een mooie groene rustige camping ontstaan waar de gasten hun vrije tijd op een fijne manier door kunnen brengen. Voor de tante en oom van initiatiefnemer is het een grote wens om de camping binnen de familie te houden en de gasten een duidelijk toekomstbeeld te geven. Zij zijn dan ook erg blij met de interesse van de neef en nicht, initiatiefnemers, om de camping voort te zetten. De uitbreiding van de camping zorgt tevens voor een toename van het aantal gasten. Hierdoor zal het aantal werknemers toenemen. Camping Sareshof levert met de uitbreiding van het aantal standplaatsen direct en indirect een bijdrage aan de werkgelegenheid in de regio. Daarnaast is er sprake van behoud en versterking van het voorzieningenniveau in Renesse en zal de toename van het aantal gasten zorgen voor meer potentiële inkomsten voor andere voorzieningen en bedrijven in Renesse (supermarkt, horeca ed.). De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Agenda Toerisme 2018-2026. 4.3.3
Nota Recreatiebeleid
De gemeente Schouwen-Duiveland beschikte tot en met 2022 over diverse beleidsnota’s voor de verblijfsrecreatieve sector. In november 2021 heeft de gemeenteraad het amendement ‘Productdifferentiatie Recreatie en deregulering Recreatief beleid’ aangenomen. 1 van de opdrachten hierin was al het bestaande recreatiebeleid in 1 nieuwe beleidsnota op te nemen. Het resultaat is deze Nota Recreatiebeleid 2023, welke op 21 juni 2023 is vastgesteld. Aan de Nota Recreatiebeleid 2023 ligt de Agenda Toerisme 2018–2026 ten grondslag. De Agenda Toerisme is de gezamenlijke visie van de gemeente, ondernemers en andere belanghebbenden op de ontwikkeling van het toerisme op Schouwen-Duiveland. Aan de Agenda Toerisme is het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatie uit de Zeeuwse Kustvisie gekoppeld. Beide blijven van kracht. De Nota Recreatiebeleid 2023 is een samenvoeging van alle beleidsregels voor de verblijfsrecreatieve sector. Met de vaststelling van dit nieuwe document vervallen de volgende beleidsnota’s: • Nota kamperen 2013. • Notitie ecolodges. • Nota recreatiewoningen. • Document regelgeving Agenda Toerisme 2018–2026. • Uitvoeringsregeling duurzaamheidsstaffel Agenda Toerisme 2019–2026. • Wijziging document regelgeving Agenda Toerisme 2018–2026: Kengetallen parkeren en verkeer. • Evaluatie en gedeeltelijke aanpassing Nota Kamperen en Agenda Toerisme.
Toetsing Het initiatief wordt getoetst aan de belangrijkste regels die gelden voor reguliere kampeerterreinen. Standplaatsen: Permanent • Een permanente standplaats is minimaal 150 m2 groot. • Gebouwen van maximaal 55 m2 zijn toegestaan op permanente standplaatsen. • Gebouwen van maximaal 75 m2 zijn onder voorwaarden toegestaan op permanente standplaatsen. • Kampeermiddelen en gebouwen mogen gedurende het hele jaar blijven staan en gebruikt worden. De permanente standplaatsen zijn allen maximaal 250 m² groot. De nieuwe chalets worden 44 m². De kampeermiddelen staan er gedurende het gehele jaar en worden dan ook gebruikt. Eenheden: Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55 m² Een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55 m2 wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden: • Naar aard en constructie als 1 geheel verplaatsbaar. • Niet aard- en nagelvast(1) verbonden met de ondergrond. • Geen bouwlaag onder het maaiveld toegestaan. • Geen dakterras toegestaan. Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 18 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
• • • •
•
•
Maximaal 5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld. Maximaal 2 bouwlagen gemeten vanaf het omliggende maaiveld. Maximaal 275 m3 (55 m2 x 5 meter) inhoud. De genoemde maximale oppervlakte van 55 m2 en maximale inhoud van 275 m3 is exclusief een eventueel bijgebouw van maximaal 13 m2, waarbij geldt dat een bijgebouw maximaal 3,5 meter hoog mag zijn en niet uit meerdere bouwlagen mag bestaan. Er is geen omgevingsvergunning nodig. Mogelijk zijn een natuurvergunning en/of watervergunning en/of een toestemming voor het onttrekken van grondwater wel noodzakelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatief nemende ondernemer om deze vergunningen en/of toestemmingen te verkrijgen. Het gebouw mag niet eerder geplaatst worden dan dat alle benodigde vergunningen en toestemmingen verkregen zijn. Overstekken groter dan 50 centimeter moeten worden meegerekend in de maximale oppervlaktemaat.
De chalets zijn als één geheel verplaatsbaar aangezien de gebouwen niet aard- en nagelvast verbonden worden met de ondergrond. Er wordt dan ook geen bouwlaag onder het maaiveld gerealiseerd en de chalets kennen geen dakterras. De chalets bestaan uit 1 bouwlaag en zijn daarmee niet hoger dan 5 meter en de inhoud is lager dan 275 m³. Bij alle gebouwen is een bijgebouw aanwezig van circa 6 m² welke niet hoger is dan 3,5 meter. De chalets worden niet eerder geplaatst dan wanneer alle benodigde vergunningen en toestemming verkregen zijn. Bijgebouwen: bijgebouwen op permanente standplaatsen • Op een permanente standplaats mag 1 bijgebouw worden geplaatst met een maximale oppervlakte van 13 m2 en een totale hoogte van 3,5 meter, gemeten vanaf het maaiveld. • Het bijgebouw mag niet worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. • Een bijgebouw kan als inpandige berging worden gerealiseerd. Het is dan mogelijk om met een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan een inpandige berging te realiseren in een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55 m2. De totale oppervlakte van het gebouw mag dan maximaal 68 m2 bedragen (55 m2 + 13 m2). Dit kan alleen onder de volgende voorwaarden: - Het is uitgesloten dat er een ander bijgebouw op de standplaats gerealiseerd wordt.
- Het ligt uitdrukkelijk vast dat het recreatieve nachtverblijf maximaal 55 m2 mag zijn en het inpandig bijgebouw maximaal 13 m2. Het bijgebouw is en blijft in de praktijk een bijgebouw. • Een bijgebouw is omgevingsvergunningplichtig. Bij de realisatie van alle standplaatsen wordt er maximaal één bijgebouw bij de chalet geplaatst. Deze bijgebouwen zijn allen circa 6 m² en zijn niet hoger dan 3,5 meter. Het bijgebouw op de standplaatsen dient als bijgebouw en wordt niet gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Voor de beoogde ontwikkeling wordt een omgevingsvergunning aangevraagd. Landschappelijke inpassing • Het doel van de landschappelijke inpassing is dat het terrein een natuurlijke uitstraling heeft. Daaraan wordt in ieder geval voldaan als het kampeerterrein rondom is voorzien van een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten. De beplantingsstrook heeft een breedte van ten minste 10 meter, gemeten vanaf het maaiveld. Of van 5 meter, als de beplanting voorzien is van een aarden wal met streekeigen beplanting van minimaal 2 meter hoog. • De totale hoogte van de randbeplanting moet minimaal net zo hoog zijn als de recreatieve eenheden die aan het zicht onttrokken moeten worden.
Als er ook gebouwen voor recreatief nachtverblijf van 5,5 meter hoog op het kampeerterrein staan, dan moet de randbeplanting op termijn in totaal minimaal 5,5 meter hoog zijn. • De minimale hoogte van de randbeplanting is van kracht tijdens de hele beheer- en onderhoudsfase. • Aan de landschappelijke inpassing kan ook op een andere wijze worden voldaan. Voorwaarde is dat dit gebeurt in goed overleg tussen de initiatief nemende ondernemer, eventueel de brancheorganisatie, de natuurpartijen en de gemeente. De op basis van dit overleg gemaakte afspraken leggen we vast in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en initiatief nemende ondernemer voor aanleg, beheer en onderhoud. Het bevoegd gezag ligt bij de gemeente. Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 19 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
•
•
• •
•
Voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en/of de randbeplanting wordt een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatief nemende ondernemer. Deze ondertekende privaatrechtelijke overeenkomst is een voorwaarde voor de medewerking van de gemeente aan de planologische procedure. Deze landschappelijke inpassing/randbeplanting wordt bij nieuwe initiatieven of na het doorlopen van een planologische procedure (bijvoorbeeld ontheffing of wijziging) als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan. Verhuur van de recreatieve eenheden is dus alleen toegestaan als en zolang er voldaan wordt aan deze verplichting. Voor bestaande terreinen gelden de bepalingen van het bestemmingsplan voor de landschappelijke inpassing/de randbeplanting. Randbeplanting tussen kampeerterreinen onderling en kampeerterreinen en recreatiewoningenterreinen worden niet in het bestemmingsplan opgenomen, tenzij deze groenstrook een landschappelijke waarde heeft. Randbeplanting of landschapsontwikkeling moet op eigen terrein worden gerealiseerd.
In de huidige situatie is er al randbeplanting aanwezig rondom de camping. Aan de noordoost- en de zuidoostzijde is de planlocatie voorzien van een beplantingsstrook met afschermende struik- en boomhaag van voornamelijk streekeigen soorten van 10 meter breed. Aan de zuidwestzijde van de planlocatie is de beplantingsstrook met streekeigen beplanting 5 meter breed en minimaal 2 meter hoog. De hoogte van de randbeplanting is even hoog als de recreatieve eenheden op de locatie. Enkel de beplantingsstrook aan de noordoostzijde is opgenomen in het bestemmingsplan. De randbeplanting is gerealiseerd op eigen terrein. Voor de beoogde ontwikkeling is nieuwe randbeplanting of landschapsontwikkeling niet benodigd. Parkeren Voor alle recreatieve eenheden wordt gerekend met 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen en een verkeersgeneratie van 2,2 motorvoertuigen per etmaal per parkeerplaats. Doorloop de onderstaande stappen om het aantal te realiseren parkeerplaatsen te bepalen. 1. Bepaal het aantal slaapplaatsen. 2. Deel het aantal slaapplaatsen door 3 om het aantal parkeerplaatsen te berekenen en rond dit af naar boven op een heel getal. 5 extra standplaatsen welke ieder 4 slaapplaatsen bieden geeft een totaal van 20 slaapplaatsen. 20 slaapplaatsen delen door 3 geeft 7 parkeerplaatsen. Elke standplaats wordt gerealiseerd met één parkeerplaats.
De overige 2 benodigde parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de voorzijde van de camping. 4.3.4
Milieu en duurzaamheidsbeleid
Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit: De algemene doelstelling voor milieukwaliteit is dat de bodem, de lucht en het water blijvend van goede en waar (met draagvlak) haalbaar van boven gemiddelde kwaliteit zijn (boven de wettelijke norm). We voorkomen geluidsoverlast en hinder van trillingen. We gaan zorgvuldig om met de als kwaliteit bestempelde duisternis. Specifieke doelstellingen per milieuthema zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan. Energietransitie De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda. Specifieke doelstellingen zijn vastgelegd in de Energie-Agenda. Eind 2021 heeft de gemeente de Transitievisie Warmte vastgesteld met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de gebouwde omgeving bestaat uit goed
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 20 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. Klimaatadaptatie Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Momenteel wordt de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie uitgewerkt in een lokale klimaatadaptatiestrategie met de thema’s: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Biodiversiteit Hoofddoelstelling is dat Schouwen-Duiveland in 2040 een robuust ecosysteem heeft met een eigen herkenbare landschappelijke identiteit. Specifieke doelstellingen zijn het verbinden van groenstructuren, ontwikkelen van soorten en het beschermen van de natuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan bestaande groen/blauwstructuren, biodiversiteit en landschappelijke identiteit en instandhoudingsdoelstellingen van natura 2000 gebieden en NNN gebieden. Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijk doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn.
Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Op camping Sareshof zijn er in het afgelopen jaar veel initiatieven uitgevoerd die hebben geleid tot een zeer laag energieverbruik. Daarnaast worden er nog meer zonnepanelen geplaatst met de beoogde ontwikkeling op de planlocatie waardoor de energie die benodigd is wordt gecompenseerd gedurende het gebruik. Hiermee wordt er gestreefd naar een energie neutrale camping. Ook worden de chalets duurzaam ingekocht. De chalets worden namelijk op een andere locatie gebouwd en worden compleet aangeleverd op de planlocatie aan de Hogezoom 108. De realisatie van de chalets is een voorbeeld van circulair bouwen. De verduurzamingsadviezen voor camping Sareshof worden door initiatiefnemers gezien als een kans om de camping groen, duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen. Hiermee voldoet het initiatief aan het milieu en duurzaamheidsbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 21 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 5 5.1
Relevante (milieu)aspecten
Geluid
Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en daarnaast in de Wet ruimtelijke ordening, op basis van het voorzien in een goed woon- en leefklimaat. In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is een woning een geluidsgevoelig object. Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven- bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van een binnen- of buitenstedelijke ligging. Het berekenen van de geluidbelasting heeft tot doel te bepalen of de voorkeursgrenswaarde van Lden – 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt overschreden. Is dit het geval dan dient een hogere waarde verleend te worden om realisatie van het bouwplan mogelijk te maken en dienen bouwkundige voorzieningen te worden bepaald om aan de niveaus van de Wet geluidhinder en de geluidweringseisen van het Bouwbesluit te voldoen. Voor verblijfsrecreatie wordt in de gemeente Schouwen-Duiveland hetzelfde beleid gehanteerd als voor reguliere woningen.
De nieuwe standplaatsen zijn gesitueerd op een afstand van circa 13 meter van de as van de Saresweg. Tussen de Saresweg en de nieuwe standplaatsen is een beplantingsstrook met afschermende struik- en boomhaag aanwezig van 10 meter. De Saresweg betreft een onverharde weg in het buitengebied van Renesse. Om een inschatting te kunnen geven van het geluid afkomstig van de omliggende wegen ter plaatse van de planlocatie, wordt gebruik gemaakt van de kaart ‘Geluid in Nederland van wegverkeer (Lden)’ van Atlas van de Leefomgeving. Deze kaart geeft een ruwe inschatting van de geluidkwaliteit rondom alle rijkswegen, provinciale en gemeentelijke wegen in Nederland. Op basis van deze kaart, zie figuur 9, blijkt dat het geluid afkomstig van wegerkeer leidt tot een geluidbelasting van onder de 45 dB en voor een klein gedeelte tussen de 46 – 50 dB ter plaatse van de planlocatie. De geluidkwaliteit is hiermee ‘zeer goed’ tot ‘goed’. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ kan worden geconcludeerd dat hiermee het geluidsniveau aanvaardbaar is. De historisch gegroeide situatie zal niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Gelet op voorgaande is een akoestisch onderzoek niet benodigd.
Figuur 9: Uitsnede kaart Atlas van de Leefomgeving
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 22 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
5.2
Bodem
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling betreft enkel het realiseren van 5 extra standplaatsen op de locatie Hogezoom 108. Op deze standplaatsen komen chalets te staan. Deze gebouwen worden gerealiseerd boven op het maaiveld. Er vinden geen grondwerkzaamheden plaats anders dan werkzaamheden voor de aanleg van de riolering en bekabeling voor de stroom- en sanitair voorzieningen. In dit kader is geen bodemonderzoek nodig. 5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Archeologie In de nota belvedère staat de instandhouding, versterking en verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische identiteit bij ruimtelijke aanpassingen centraal. Hiertoe wordt een ontwikkelingsgerichte benadering voorgestaan, die bestaande kwaliteiten als vertrekpunt hanteert en deze combineert met een beschrijving van de recente cultuurgeschiedenis, dynamiek en ontwikkelingspotenties van een gebied. Het plangebied is niet gelegen in een gebied aangewezen binnen de nota belvedère. Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ genoemd. Het verdrag van Malta heeft als hoofddoel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. In Nederland heeft het rijk dit Verdrag in 2007 verankerd in nationale wet- en regelgeving middels de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is geen zelfstandige wet, maar een wijzigingswet en betreft onder meer een herziening van de Monumentenwet 1988. De belangrijkste wijziging voor gemeenten is het feit dat archeologie sinds de invoering van de wet archeologie moet verankeren in het bestemmingsplan.
De gemeente Schouwen-Duivenland heeft invulling aan de Wamz gegeven door een eigen gemeentelijk archeologiebeleid op te stellen. In het gemeentelijke Beleidsplan Archeologie is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn. Hieraan zijn beleidsadviezen gekoppeld die als basis dienen voor de voorwaarden bij op te stellen bestemmingsplannen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in verschillende gebiedstypen, van archeologische monumenten tot gebieden waar geen enkele archeologische verwachtingswaarde is. Voor ieder gebiedstype gelden eigen uitgangspunten, randvoorwaarden en drempelwaarden. In het plangebied komt het volgende gebiedstype voor: Onderzoeksgebied A. Binnen het vigerende bestemmingsplan Kop van Schouwen is dit beleid opgenomen als de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Binnen deze dubbelbestemming wordt het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden geregeld en is het belang van de aanwezige archeologische waarde binnen het plangebied beschermd.
Ruimtelijke onderbouwing 230511
Pagina 23 van 37
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 10: Uitsnede Archeologiekaart Schouwen-Duivenland
Ter plaatse van de planlocatie blijkt uit de archeologiekaart Schouwen-Duivenland dat Onderzoeksgebied A aanwezig is. In het bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’ is ter plaatse van de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ opgenomen. Dit betekent dat er bij bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper gaan van 0,50 meter onder het maaiveld een archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van 5 extra standplaatsen op de locatie. De chalets die op de standplaatsen komen staan boven de grond. De bouwwerken kennen een oppervlakte van 20 m² en 44 m². De bebouwing kent geen fundering. Er vinden enkel grondwerkzaamheden plaats ten behoeve van de aanleg van stroom- en sanitair voorzieningen. De grondwerkzaamheden gaan niet dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld. Het aspect archeologie staat het voorgenomen initiatief niet in de weg. Het is niet nodig nader archeologisch onderzoek uit te voeren. 5.3.2 Cultuurhistorie Sinds 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg hiervan is het Bro (artikel 3.6.1. lid 2) gewijzigd. Kort gezegd geldt nu voor cultuurhistorie, wat als sinds 2007 voor archeologie geldt.
Ook voor cultuurhistorie moet nu in elk bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het gaat daarbij niet alleen om cultuurhistorische objecten, ook historische geografie hoort hierbij.