CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

991760 Bijlage 12 Omgevingsverordening Zeeland 2018

Commissie Ruimte en Economie 13 mei 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Zuidweg 1a Bruinisse (991760)38.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Artikel 6.21 Vrijstelling ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, bestendig beheer of onderhoud 1.

In afwijking van het bepaalde in artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten, genoemd in bijlage L bij deze verordening, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a.

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

b.

bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

c.

bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

d. 2.

bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.

Het eerste lid van dit artikel is alleen van toepassing voor zover de handeling niet reeds op grond van een door de minister goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de wet, is vrijgesteld.

3.

De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen gelden voor het gehele grondgebied van de provincie Zeeland.

Artikel 6.22 Vrijstelling voor bescherming weidevogels De verboden, bedoeld in artikel 3.1, tweede, derde en vierde lid, en artikel 3.5, tweede, derde en vierde lid, van de wet, gelden niet ten aanzien van weidevogels, behorende tot vogels als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, en artikel 3.5, eerste lid, van de wet, ten behoeve van activiteiten bestemd en geschikt voor de bescherming van weidevogels, hun eieren en hun niet-vliegvlugge jongen tegen landbouwwerkzaamheden en vee.

Omgevingsverordening Zeeland 2018

92

Artikel 6.23 Vrijstelling ter veiligstelling tegen het verkeer 1.

In afwijking van de verboden, bedoeld in de artikelen 3.5, 3.6 en 3.10 van de wet, is het toegestaan beschermde kikkers, padden en salamanders te vangen, onder zich te hebben en te vervoeren indien deze handelingen plaatsvinden ter veiligstelling van deze dieren tegen het verkeer.

2.

De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt slechts voor het vervoer van de dieren over een afstand van ten hoogste 50 meter vanaf de vangplaats en voor zover de dieren na het vervoeren onmiddellijk weer in vrijheid worden gesteld.

Artikel 6.24 Vrijstelling voor onderwijs en onderzoek 1.

In afwijking van de verboden, bedoeld in artikel 3.10 van de wet is het toegestaan eieren van de bastaardkikker (Pelophylax klepton esculenta), meerkikker (Pelophylax ridibundus), bruine kikker (Rana temporaria) en de gewone pad (Bufo bufo) te vangen en deze vervolgens weer uit te zetten, voor zover deze handelingen plaatsvinden met het oog op gebruik van deze dieren bij onderzoek en onderwijs.

2.

De in het eerste lid bedoelde uit het ei voortgekomen dieren moeten, voordat de metamorfose is voltooid, weer uitgezet worden op de oorspronkelijke vangplaats.

AFDELING 6.7 TEGEMOETKOMINGEN FAUNASCHADE

Artikel 6.25 De aanvraag om tegemoetkoming 1.

Een aanvraag om een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1 van de wet, wordt door de aanvrager langs elektronische weg bij BIJ12 ingediend op een daartoe vastgesteld formulier met bijlagen.

2.

De aanvraag wordt ingediend uiterlijk binnen zeven werkdagen, nadat de aanvrager de schade heeft geconstateerd.

3.

Schade welke niet binnen zeven werkdagen na constatering door de aanvrager op het in het eerste lid van dit artikel vermelde formulier met bijlagen bij BIJ12 is ingediend, komt niet voor een tegemoetkoming in aanmerking.

Artikel 6.26 Taxatie van de schade 1.

De aanvrager zal het gewas, de teelt of de producten, waarop de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft, niet eerder oogsten of anderszins van zijn bedrijf afvoeren, dan nadat de schade definitief is getaxeerd door de taxateur.

2.

Indien de aanvrager opmerkingen over het formulier ‘bevestiging taxatie grondgebruiker’ kenbaar wil maken, zendt hij zijn reactie binnen acht werkdagen per e-mail of per post naar BIJ12.

93

Omgevingsverordening Zeeland 2018

AFDELING 6.8 HOUTOPSTANDEN

Artikel 6.27 Melding van een velling 1.

Een melding als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet, voldoet aan de volgende vereisten: a.

een melding wordt niet minder dan vier weken voorafgaand aan de velling gedaan en niet langer dan één jaar voorafgaand aan de velling;

b.

nadat de melding is ingediend, dient de melder vier weken te wachten met de uitvoering van de velling;

c.

een melding wordt gedaan via een daartoe door gedeputeerde staten vastgesteld formulier;

d.

het meldingsformulier is juist en volledig ingevuld en ondertekend en is desgevraagd voorzien van bijlagen.

2.

Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel indien er sprake is van spoedeisende omstandigheden.

Artikel 6.28 Bosbouwkundig verantwoorde wijze van herbeplanting Een bosbouwkundig verantwoorde herbeplanting, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet, voldoet in elk geval aan de volgende vereisten: a.

de oppervlakte van de herbeplanting is ten minste even groot als de gevelde of teniet gegane oppervlakte;

b.

de herbeplante houtopstand kan, gelet op de bodemkwaliteit en de waterhuishouding ter plaatse, uitgroeien tot een volwaardige en duurzame houtopstand;

c.

de herbeplante houtopstand vormt binnen een periode van vijf à tien jaar een gesloten kronendak;

d.

het gebruik van sierheesters, tuinsoorten, en soorten die naar het oordeel van gedeputeerde staten een gevaar vormen voor de natuurlijke biodiversiteit ter plaatse, is niet toegestaan;

e.

herbeplanting binnen Natura 2000-gebieden vindt plaats op een wijze en met soorten die geen schade toebrengen aan de natuurlijke kenmerken en de instandhoudingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de wet;

f.

de herbeplante houtopstand vertegenwoordigt ten minste vergelijkbare ecologische en landschappelijke waarden ten opzichte van de gevelde of teniet gegane houtopstand in kwantiteit en kwaliteit;

g.

een spontane natuurlijke verjonging, die aan de eisen voldoet zoals in dit artikel is beschreven, is een toegestane vorm van bosbouwkundig verantwoorde wijze van herbeplanting.

Artikel 6.29 Herbeplanting op andere grond 1.

Herbeplanting op andere grond als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de wet, voldoet in elk geval aan de volgende vereisten: a.

de andere grond is gelegen in de provincie Zeeland;

b.

de andere grond is onbeplant en vrij van een plicht tot herbeplanting, als bedoeld in artikel 4.3 van de wet;

c.

de andere grond is vrij van een plicht tot natuurcompensatie;

d.

op de andere grond rust niet reeds een verplichting tot mitigatie of compensatie op grond waarvan bomen dienen te worden aangeplant;

Omgevingsverordening Zeeland 2018

94

e.

beplanting van de andere grond gaat niet ten koste van beschermde natuurwaarden en bijzondere landschappelijke waarden in het betreffende gebied;

f.

de gevelde of teniet gegane houtopstand maakt geen onderdeel uit van een boskern die daardoor in oppervlakte afneemt;

g.

de gevelde of teniet gegane houtopstand betreft geen landschapselement of een andere kleine houtopstand met een belangrijke ecologische of landschappelijke functie;

h.

de gevelde of teniet gegane houtopstand draagt niet bij aan de instandhoudingsdoelstellingen, bedoeld in artikel 2.1, vierde lid, van de wet;

i.

de gevelde of teniet gegane houtopstand betreft geen oude bosgroeiplaats waarbij sprake is van een goed ontwikkelde bosbodem;

j.

de aanplant is bosbouwkundig verantwoord als bedoeld in artikel 6.28 van dit hoofdstuk;

k.

de aanvraag voor herbeplanting op andere grond geschiedt uiterlijk twee jaar na de velling;

l.

de aanvraag wordt gedaan middels indiening van een daartoe door gedeputeerde staten vastgesteld formulier;

m. het formulier is juist en volledig ingevuld en ondertekend en is desgevraagd voorzien van bijlagen. 2.

Indien de houtopstand moet wijken om een werk overeenkomstig een goedgekeurd bestemmingsplan mogelijk te maken, zijn de vereisten, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel g tot en met i, niet van toepassing.

Artikel 6.30 Vrijstelling van melding Het verbod, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op het kappen van verjongingsgaten, indien: a.

deze niet groter zijn dan anderhalf maal de boomhoogte;

b.

deze gezamenlijk niet meer oppervlakte beslaan dan 10% van het bosperceel, en;

c.

het kappen maximaal één keer per vier jaar plaatsvindt.

Artikel 6.31 Vrijstelling van plicht tot herbeplanting Het door natuurlijke ontwikkelingen teniet gaan van houtopstanden, indien dit het gevolg is van vernatting door natuurlijke processen of vernatting als onderdeel van anti-verdrogingsmaatregelen, is vrijgesteld van de plicht tot herbeplanting, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de wet.

AFDELING 6.9 BIJZONDERE SITUATIES

Artikel 6.32 Hardheidsclausule Gedeputeerde staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens dit hoofdstuk buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op de betrokken belangen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

95

Omgevingsverordening Zeeland 2018

AFDELING 6.10 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.33 Wijzigen/opschorten 1.

Gedeputeerde staten kunnen de bijlagen bij dit hoofdstuk wijzigen.

2.

Gedeputeerde staten kunnen de werking van bepalingen vastgesteld bij of krachtens dit hoofdstuk voor een bepaalde tijd opschorten, indien en voor zolang bijzondere weersomstandigheden dat naar hun oordeel vergen.

Omgevingsverordening Zeeland 2018

96

HOOFDSTUK 7 DISTELBEHEER

Artikel 7.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.

eigenaar of ander zakelijke gerechtigde: mede degene, die de eigenaar of ander zakelijke gerechtigde bij het beheer vertegenwoordigt.

b.

landbouwgrond: grond als agrarisch bestemd in het vigerende bestemmingsplan, waarop daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend.

Artikel 7.2 De gebruiker, eigenaar of ander zakelijke gerechtigde van gronden is verplicht op eigen gronden, voor zover het betreft landbouwgronden en een strook van 30 meter daaraan grenzend, te voorkomen dat de distelsoorten Cirsium arvense (akkerdistel) en Sonchus arvensis (akkermelkdistel) tot bloei komen.

97

Omgevingsverordening Zeeland 2018

HOOFDSTUK 8 LANDSCHAPSBESCHERMING AFDELING 8.1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 8.1 definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.

bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, bedoeld in artikel 20a Wegenverkeerswet 1994;

b.

bedrijventerrein: een terrein van tenminste een hectare dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie;

c.

bord: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak, object bedoeld voor reclamedoeleinden en/of een combinatie daarvan, op of tegen een bouwwerk aangebracht, dan wel vrijstaand, samen met de bijbehorende vaste of verplaatsbare draag-, bevestigings- en/of steunconstructies;

d.

informatiezuil: opschrift, aankondiging, afbeelding, kleurvlak en/of combinatie daarvan, aangebracht op, dan wel gedragen door een zuilvormige constructie;

e.

inrit: ingang naar gebouw of gesloten erf;

f.

spandoek: opschrift, aankondiging, afbeelding aangebracht op een uitgespannen doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd;

g.

sportterrein: terrein, waar men een sport kan beoefenen en dat als zodanig bestemd is in een bestemmingsplan, hetzij als hoofdbestemming, hetzij als subbestemming, dan wel in de voorschriften als zodanig is aangegeven of waar sprake is van bestendiging van bestaand gebruik of waarop artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingswet is toegepast;

h.

streekproduct: producten die op Zeeuwse grond of in Zeeuwse wateren zijn geteeld en bedoeld voor consumptie;

i.

vlag: opschrift, aankondiging, afbeelding aangebracht op doek, plastic of vergelijkbaar materiaal voor dat doel bestemd, dat aan één of meer zijden bevestigd is.

AFDELING 8.2 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 8.2 Verbodsbepaling 1.

Het is verboden om buiten de bebouwde kom borden, informatiezuilen, vlaggen en spandoeken te plaatsen, te doen plaatsen, aan te brengen, dan wel als eigenaar of andere zakelijk gerechtigde of gebruiker van enige onroerende zaak plaatsing op, aan of tegen die onroerende zaak toe te staan.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als de borden, informatiezuilen, vlaggen en spandoeken niet zichtbaar zijn vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de bedrijventerreinen, genoemd in artikel 8.1, onder b.

Artikel 8.3 Afmetingen De afmetingen van een bord, spandoek, dan wel informatiezuil worden gemeten langs de buitenomtrek. De onder- of achtergrond, die kennelijk tot het bord dan wel spandoek of informatiezuil behoort, wordt hierin begrepen.

Omgevingsverordening Zeeland 2018

98

Artikel 8.4 Staat van onderhoud Borden, vlaggen, spandoeken en informatiezuilen als bedoeld in artikel 8.5 tot en met artikel 8.9 verkeren in goede staat van onderhoud.

AFDELING 8.3 VRIJSTELLINGEN

Artikel 8.5 Permanente borden en spandoeken Het in artikel 8.2 bedoelde verbod geldt niet voor permanente borden en spandoeken: a.

b.

die kennelijk tot de meubilering of stoffering van een gebouw behoren, mits deze: 1°

tegen het gebouw zijn geplaatst,

2°

niet boven het gebouw uitsteken,

3°

een relatie hebben met het feitelijk gebruik van het gebouw, en

die zich in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak bevinden en zichtbaar zijn vanaf de openbare weg;

c.

die moeten worden aangebracht ter voldoening aan een wettelijke verplichting;

d.

die betrekking hebben op enig beroep, enig bedrijf of enige dienst, en dit feitelijk wordt uitgeoefend in een gebouw,: 1°

mits niet meer dan twee borden of spandoeken zijn aangebracht, met een oppervlakte van de afzonderlijke borden of spandoeken van maximaal 2 m2,

2°

en in het geval van twee of drie bedrijven gesitueerd aan één inrit kunnen de afzonderlijke bedrijven ieder twee borden of spandoeken plaatsen met een oppervlakte van de afzonderlijke borden of van 4 m2,

3°

en in het geval van vier of meer bedrijven gesitueerd aan één inrit kunnen de afzonderlijke bedrijven ieder twee borden of spandoeken plaatsen met een oppervlakte van de afzonderlijke borden of spandoeken van 2 m2 of gezamenlijk maximaal twee borden of spandoeken met een maximaal oppervlak van de afzonderlijke borden of spandoeken van 4 m2,

e.

4°

mits deze zijn geplaatst bij de inrit kaar naar toe of bij het gebouw,

5°

mits deze niet zijn verlicht,

6°

mits deze een maximale hoogte hebben van 2,50m boven maaiveld;

die informatie verschaffen over een object, gebied, grensaanduidingen van een gemeente, de provincie dan wel Nederland, aanduidingen met “verboden toegang” of een terrein beherende instantie, mits deze:

f.

1°

geplaatst zijn bij het object of gebied,

2°

feitelijke verdiepende informatie over een object of gebied verschaft,

3°

geen handelsreclame bevatten,

4°

maximaal een oppervlakte hebben van 2 m2,

5°

een maximale hoogte hebben van 2,50m boven maaiveld, en

6°

niet zijn verlicht;

die zijn geplaatst op een sportterrein, mits de zijde met de tekst of de afbeelding is gericht naar het speelveld;

99

Omgevingsverordening Zeeland 2018

g.

die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, mits: 1°

de oppervlakte maximaal 2 m2 bedraagt,

2°

de totale hoogte maximaal 2,50 bedraagt,

3°

deze niet verlicht zijn, en

4°

deze geen handelsreclame bevatten;

Artikel 8.6 Borden gerelateerd aan weggebruik en wegbeheer Het in artikel 8.2 bedoelde verbod geldt niet voor borden: a.

behorend tot de bewegwijzering bedoeld in de geldende richtlijnen van de Minister van Verkeer en Waterstaat (februari 1993), deel I autosnelwegen, deel II niet-autosnelwegen, deel Aanduidingsbeleid dan wel verkeerstekens als bedoeld in het geldende Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 alsmede de borden behorend tot de bewegwijzering bedoeld in hoofdstuk 5 van deze verordening;

b.

behorend tot de verkeerstekens en verkeersaanwijzingen bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten;

c.

die zijn geplaatst voor een campagne ten behoeve van de verkeersveiligheid, mits de borden geen handelsreclame bevatten;

d.

die zijn aangebracht op een wachtruimte bij een halteplaats voor het openbaar vervoer;

e.

die bedoeld zijn om een recreatief of toeristisch object te bewegwijzeren, waarbij 1°

het bord moet voldoen aan de richtlijnen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, de zogenoemde bruine strookborden;

2°

Voor het plaatsen van deze borden langs provinciale wegen een ontheffing is vereist van de wegbeheerder.

f.

die op het terrein van benzinestations en ANWB Wegenwachtstations zijn aangebracht, mits de borden direct betrekking hebben op de aldaar uitgeoefende activiteiten;

g.

die in overleg met de wegbeheerder op rotondes kunnen worden geplaatst om aan te geven dat het onderhoud van de rotonde gesponsord wordt, mits: 1°

deze een maximale lengte hebben van 0,50 meter, een maximale breedte van 0,30 meter en een maximale hoogte van 0,70 meter vanaf het maaiveld,

2°

sprake is van maximaal twee borden per rotonde, en

3°

deze niet verlicht zijn.

Artikel 8.7 Tijdelijke borden en spandoeken 1°

Het in artikel 8.2 bedoelde verbod geldt niet voor tijdelijke borden en spandoeken, a.

die uitsluitend betrekking hebben op de verkiezing van een openbaar bestuur, mits deze: 1°

niet eerder zijn geplaatst dan twee weken voor de verkiezingsdatum en uiterlijk één week na die datum weer zijn verwijderd,

b.

2°

geen handelsreclame bevatten, en

3°

niet verlicht zijn;

die tegen of bij een onroerende zaak zijn aangebracht, waarbij deze onroerende zaak te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden, mits:

Omgevingsverordening Zeeland 2018

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13996684/1