986049 Bijlage 7 Oud, model en nieuw financiele verordening
Tekst van het document
Samenvatting Financiële verordening en aanpassingen artikel nr. artikel naam artikel 1 Definities artikel 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken artikel 4 Kaders begroting en meerjarenraming artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten artikel 6 artikel 7 artikel 8 artikel 9 artikel 10 artikel 11 artikel 12 artikel 13 artikel 14 artikel 15 artikel 16 artikel 17 artikel 18 artikel 19
Tussentijdse rapportages Jaarstukken Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen EMU-saldo Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Voorwaardencriterium Begrotingscriterium
conclusie volgen model volgen ‘oude’ verordening (strekking zelfde) volgen model (incl. invullen van model) volgen model (incl. invullen van model) volgen model (toegevoegd grensbedragen + lid 5.7 toegevoegd: nieuw beleid = raadsvoorstel) volgen model (incl. invullen van model) volgen model volgen model (incl. invullen van model)
relatie / verwijst naar aanpalend beleid BBV, artikel 25, tweede lid, onder a BBV, artikelen 20 en 21
volgen model volgen model (incl. invullen van model) volgen model (incl. invullen van model) volgen model (lid 12.4 toegevoegd welke onderschrijdingen regelt) volgen model model beperkt – verwijzen naar nota model beperkt – verwijzen naar nota model beperkt – verwijzen naar nota volgen model en deels ‘oude’ verordening volgen model volgen model (incl. invullen van model)
artikel 20 artikel 21 artikel 22
Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Waardering en afschrijving vaste activa Voorziening voor oninbare vorderingen Reserves en voorzieningen Kostprijsberekening Prijzen economische activiteiten Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Financieringsfunctie Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing
artikel 23
Onderhoud kapitaalgoederen
model beperkt – beperken ons tot BBV model beperkt – verwijzen naar nota
artikel 24 artikel 25
Financiering Bedrijfsvoering
artikel 26 artikel 27
Verbonden partijen Grondbeleid
artikel 28 artikel 29
Administratie Financiële organisatie
model beperkt – beperken ons tot BBV model beperkt – beperken ons tot BBV + rechtmatigheidsverantwoording en Wfdo model beperkt – beperken ons tot BBV model beperkt – beperken ons tot BBV + (incl. invullen van model) volgen model volgen model
model beperkt – verwijzen naar nota model beperkt – beperken ons tot BBV model beperkt – beperken ons tot BBV
Beleid misbruik & oneigenlijk gebruik Nota afschrijvings- en waarderingsbeleid Nota reserves en voorzieningen Nota reserves en voorzieningen Notitie overhead
Treasurystatuut BBV, artikel 10 BBV, artikel 11 Nota risicomanagement en rechtmatigheidsverantwoording BBV, artikel 12 Beleidsnota activeren, waarderen en afschrijven investeringen BBV, artikel 13 BBV, artikel 14 BBV, artikel 15 BBV, artikel 16 Nota grondbeleid Mandaat- en volmachtsbesluit Budgethoudersregeling
Inkoop- aanbestedingsbeleid Algemene Subsidie Verordening Beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude artikel 30 artikel 31 artikel 32
Interne controle Intrekking oude regeling Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 1 - Definities art.nr ‘Oude’ verordening (huidig) 1
begripsbepaling: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente SchouwenDuiveland voor de verantwoording die daarover wordt afgelegd; administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging voor de verantwoordelijke leiding; financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van de rechten van de gemeente; rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten voorzover deze collegebesluiten betrekking hebben op een noodzakelijke uitwerking van Europese-, rijks-, provinciale of door de gemeenteraad vastgestelde regelgeving; doelmatigheid:
volgen model (incl. invullen van model) volgen model (incl. invullen van model) volgen model (incl. invullen van model)
art.nr VNG modelverordening art.nr Nieuwe verordening (voorstel) Paragraaf 1 Algemene bepalingen 1 Definities 1 Definities administratie: <idem model> het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald; overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
<idem model>
<idem model>
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 2 - Vaststelling programma-indeling en paragrafen art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. VNG modelverordening 2 2.1
2.2
Paragraaf 2 Begroting en Verantwoording Programma-indeling 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen De raad stelt op voorstel van het college een 2.1 De raad stelt bij aanvang van iedere programma-indeling vast, met daaronder raadsperiode een programma-indeling voor eventueel een sub-programma-indeling. die raadsperiode vast. De raad stelt op voorstel van het college de taakvelden per (sub)-programma vast.
2.2
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 2 2.1
2.2
Vaststelling programma-indeling en paragrafen De raad stelt op voorstel van het college een programma-indeling (stilzwijgend) vast, met daaronder eventueel een sub-programmaindeling. De raad stelt op voorstel van het college de taakvelden per (sub)-programma (stilzwijgend) vast.
2.3
2.4
De raad stelt op voorstel van het college per 2.2b (sub)-programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2.3 De raad kan vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
2.4
b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. [De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van de programma's vast] De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
2.3
De raad stelt op voorstel van het college per (sub)-programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
2.4
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Toelichting: We hebben een goede praktijk ten aanzien van de vaststelling – op aangeven van het college – van de programma-indeling. Het gelijk houden van de programma-indeling over de tijd bevorderd de herkenbaarheid en Tegelijkertijd biedt dit voorstel de raad in staat om de indeling op basis van het voorstel van het college te amenderen. Het lijkt de raad te ontbreken aan behoefte om iedere raadsperiode de programma-indeling expliciet vast te stellen – zoals het model voorstaat. Zodoende is het voorstel om artikel 2 vrijwel gelijk te houden met de huidige situatie en af te wijken van het model. Artikel 3 - Inrichting begroting en jaarstukken art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 3 Inrichting begroting en jaarstukken 3.1 De begroting en de jaarstukken bevatten: a. een overzicht van baten en lasten per sub-programma, van de algemene dekkingsmiddelen, van de overhead, van de vennootschapsbelasting, van onvoorzien en van de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per sub-programma en het resultaat; b. een overzicht van baten en lasten per taakveld.
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 3 Inrichting begroting en jaarstukken 3 Inrichting begroting en jaarstukken 3.1 Bij de uiteenzetting van de financiële positie 3.1 <idem model> in de begroting wordt: - van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en - in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de
meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 3.2
3.3
3.4
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in gegeven in de ontwikkeling va de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. in de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
3.2
3.3
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf [grensbedrag] afzonderlijk gespecificeerd.
3.2
<idem model>
3.3
In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000, afzonderlijk gespecificeerd.
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – Gemeentewet artikel 190, 191 (begroting), 197, 198 en 200 (jaarrekening) en is generieke regeling die 3.1a en 3.1b van de ‘oude’ verordening dwingend invulling geeft. Het grensbedrag welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. Artikel 4 - Kaders begroting en meerjarenraming art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. VNG modelverordening 4 Planning & Controlcyclus 4 Kaders begroting en meerjarenraming 4.1 Voor de aanvang van een begrotingsjaar stelt het college de planning&controlcyclus vast met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad van de kadernota (voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming), de programmabegroting, de tussentijdse rapportage(s) en de programmarekening.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 4 Kaders begroting en meerjarenraming
4.2
De planning&controlcyclus wordt door het college voor de aanvang van een begrotingsjaar aan de raad aangeboden. 4.1
4.2
Burgemeester en wethouders bieden voor [datum] aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor [datum] vast. In de begroting wordt een post onvoorzien van [[bedrag] OF [percentage van de totale lasten]] opgenomen.
4.1
4.2
Burgemeester en wethouders bieden voor 1 juli aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 1 september vast. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 150.000 opgenomen.
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Het model houdt rekening met wettelijke termijnen ten aanzien van begroting en jaarrekening, dit hoeft niet in de Financiële verordening geregeld te worden zoals dit in de ‘oude’ verordening gebeurd. De data en het grensbedrag welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. De voorgestelde data liggen betrekkelijk laat – normaliter zal voor het zomerreces aanbieding en vaststelling van de kadernota afgerond dienen te zijn. De €150.000, - is staand beleid. Artikel 5 - Autorisatie begroting en investeringskredieten art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. 5 Autorisatie begroting en 5 investeringskredieten 5.1 De raad autoriseert met het vaststellen van 5.1 de begroting de baten en de lasten per programma en waar een programma in subprogramma’s is verdeeld per subprogramma.
5.2
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad desgewenst aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de
VNG modelverordening Autorisatie begroting en investeringskredieten De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per [programma OF programmaonderdeel OF taakveld].
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten 5.1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en waar een programma in subprogramma’s is verdeeld per subprogramma (hierna: (sub-)programma).
5.2
[In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld], als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.]
5.2
In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een (sub)-programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.
5.3
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de
5.3
<idem model>
begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 5.4
Burgemeester en wethouders informeren de 5.4 raad als zij verwachten, dat de lasten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
5.3
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
5.5
5.4
Voor lasten, baten, investeringskredieten, mutaties van reserves en dotaties aan voorzieningen die niet in de programmabegroting zijn opgenomen, legt het college een afzonderlijk voorstel ter autorisatie aan de raad voor.
5.6
5.5
5.6
Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat: - de lasten van een (sub-)programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden met meer dan € 100.000, - of - de baten van een (sub-)programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden met meer dan € 100.000, - of - de investeringen van een (sub-) programma of een prioriteit de geautoriseerde investeringskredieten dreigt te overschrijden met meer dan € 250.000, -. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten of baten van het (sub-)programma of de prioriteit, of voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. <idem model>
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
5.7
5.5
In afwijking van lid 4 geldt dat autorisatie door de raad plaatsvindt via het raadsvoorstel begrotingswijziging voor niet in de programmabegroting opgenomen: - investeringskredieten tot en met € 100.000; - mutaties van eenmalige of structurele baten en lasten tot en met € 25.000; - mutaties van reserves en dotaties aan voorzieningen tot en met € 25.000.
5.6
In afwijking van lid 5 geldt voor mutaties voor de post onvoorzien dat het college bevoegd is besluiten te nemen over begrotingswijzigingen voor eenmalige mutaties tot € 25.000 die de raad achteraf autoriseert via het raadsvoorstel begrotingswijziging.
aan de raad voor. Bij investeringen groter dan [bedrag] informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. [Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan [bedrag] aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening.]
aan de raad voor. Bij investeringen groter dan 500.000, - informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. <lid niet opnemen>
5.7
Voor een uitgaven of (negatieve) ontvangst waarvan het budget (lasten of (negatieve) baten) niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders conform de opgenomen beslisboom in de bijlage van de verordening een voorstel voor het vaststellen van een budget aan de raad voor. Voor lasten groter dan 500.000, informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Toelichting: Vrijwel geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 5.4 verrijkt met grensbedragen om meer transparant te maken wat raad en college daarin van elkaar verwachten. Artikel 5.7 van het model wordt voorgesteld niet op te nemen in het voorstel omdat dit voldoende geborgd is in de artikel 5 lid 3 en 4. Artikel 5.7 van het voorstel toegevoegd – nieuw budget loopt via een raadsvoorstel. De autorisatie via het raadsvoorstel begrotingswijziging die in de huidige verordening is benoemd, komt niet voor in de modelverordening. We willen dit proces vereenvoudigen via de beslisboom welke in de bijlage wordt meegestuurd.
Artikel 6 - Tussentijdse rapportages art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 6 Tussentijdse rapportage 6.1 Het college informeert de raad via minimaal één tussentijdse rapportage over de afwijkingen in de realisatie van de begroting van de gemeente in het lopende boekjaar. De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de (sub-)programma-indeling van de programmabegroting. 6.2 De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per subprogramma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead, de geraamde vennootschapsbelasting en onvoorzien; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per subprogramma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 6.3
In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
art.nr. VNG modelverordening 6 Tussentijdse rapportages 6.1 Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste [aantal (bijvoorbeeld vier)] maanden en de eerste [aantal (bijvoorbeeld negen)] maanden van het lopende boekjaar. 6.2 De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en h. […]. 6.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan [[bedrag] OF [percentage]] toegelicht.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 6 Tussentijdse rapportages 6.1 Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente voor het zomerreces en voor het einde van het jaar van het lopende boekjaar. 6.2
De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per (sub)programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar (sub)programma; c. het overzicht van de overhead; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen per (sub-) programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.
6.3
In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van (sub-) programma’s en prioriteiten in de begroting groter dan € 100.000 of 50% toegelicht. Voor investeringsbudgetten worden afwijkingen van het geautoriseerd investeringsbudget groter dan € 250.000 of 10% (met een ondergrens van € 50.000) toegelicht.
Motivatie: Bij lid 2c is de geraamde vennootschapsbelasting verwijderd, dit is voor onze gemeente een post van beperkte omvang – zodoende niet van belang.
Met het woord ‘oorspronkelijk’ wordt bedoeld de meest actuele raming – dit kan dus de initiële begroting zijn maar ook de aangepaste begroting. In de auditcommissie is in januari 2023 de grenzen van toelichten beoordeeld. Nu is vastgesteld dat afwijkingen bij investeringen worden toegelicht met een ondergrens van € 25.000. Voortschrijdend inzicht toont aan dat de meerwaarde minimaal is, daarnaast gezien de inflatie moeten bedragen regelmatig verhoogd worden voor een zelfde beleid. Het voorstel is om deze ondergrens te verhogen naar € 50.000. Artikel 7 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening 7 Jaarstukken 7.1 Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 7.2 Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. [Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.]
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 7 Jaarstukken 7.1 <idem model>
7.2
<idem model>
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 8 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 8 Wensen en bedenkingen over grote 8 Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen onderwerpen 8.1 In het kader van de actieve informatieplicht 8.1 In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet beslissen burgemeester en wethouders niet over: over: a. de aan- en verkoop van goederen, a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan [bedrag]; werken en diensten groter dan b. het verstrekken van leningen, waarborgen € 1.000.000, -; en garanties groter dan [bedrag], en b. het verstrekken van leningen, waarborgen c. het verstrekken van kapitaal aan en garanties groter dan € 200.000, - en instellingen en ondernemingen, c. het verstrekken van kapitaal aan dan nadat de raad is geïnformeerd over het instellingen en ondernemingen, voornemen en hiertoe in de gelegenheid is
gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. 8.2
[Bij het aangaan van een verplichting groter dan [bedrag] initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad.]
8.2
dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Bij het aangaan van een verplichting groter dan 2.500.000, - initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad.
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – het grensbedrag welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. De bedragen zijn toegevoegd – ‘onderzoekje’ bij andere gemeenten leert dat circa 500.000, - en 100.000, - gangbaar zijn, verordeningen lopen wat achter op de inflatie zodoende bedragen naar ‘boven afgerond’. Artikel 9 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening 9 EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 9 EMU-saldo <idem model>
art.nr. VNG modelverordening Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 10.1 De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf,
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel)
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 10 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 18
Hardheidsclausule
18.1
De raad kan geconstateerde onrechtmatige uitvoeringsaspecten bij financiële beheershandelingen uit de eigen verordeningen en beleidsregels die geen
10 10.1
Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording <idem model>
18.2
directe of indirecte gevolgen hebben voor wetgeving van hogerhand, na afloop van het begrotingsjaar alsnog rechtmatig vaststellen. De raad verklaart deze financiële 10.2 beheershandelingen rechtmatig uiterlijk in de raadsvergadering waarin de jaarrekening over het desbetreffende jaar wordt vastgesteld. 10.3
wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van [percentage tussen 0 en 3%] van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan [bedrag] nader toegelicht.
10.2
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.
10.3
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 100.000, nader toegelicht.
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – het grensbedrag welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. Artikel 18 uit de ‘oude’ verordening sluit nog het meest aan op het eerste artikel uit de paragraaf rechtmatigheidsverantwoording. Op inhoud verschillende artikelen maar in denken het dichtst bij elkaar. Artikel 11 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening 11 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 11.1 Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 11.2 Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op [datum] ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. [Burgemeester en wethouders operationaliseren dit
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 11 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 11.1 <idem model>
11.2
Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op 1 februari ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.]
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – de datum welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. Het facultatieve deel uit artikel 11.2 van het model is niet opgenomen omdat dit een verantwoordelijk van burgemeester en wethouders is – terwijl de Financiële verordening een kaderstellend document van de raad is richting burgemeester en wethouders. Artikel 12 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 12 Begrotingscriterium 12 Begrotingscriterium 12.1 Het begrotingscriterium is een criterium van 12.1 <idem model> rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 12.2 De begrotingsrechtmatigheid wordt <idem model> beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 12.3 Bij investeringsprojecten wordt de <idem model> begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 12.4 Bij een lastenonderschrijding of batenoverschrijding wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op basis van de aanwezigheid van een toelichting in de jaarrekening. De genoemde onder- of overschrijding welke volgens artikel 6 lid 3 toegelicht moet worden, moet voorzien zijn van een toelichting in de jaarrekening en tezamen met de resterende
12.4
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
12.5
12.6
12.5
Begrotingsonrechtmatigheden die passen 12.7 binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
kleinere onder- of overschrijdingen worden deze daarmee als rechtmatig beschouwd. Voorts is het uitgangspunt dat iedere lastenoverschrijding of batenonderschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Voorts wordt een lastenoverschrijding of batenonderschrijding beoordeeld op basis van de tijdigheid waarmee hierover gerapporteerd wordt. De raad wordt op de genoemde onder- of overschrijding in de eerst volgende tussentijdse rapportage (artikel 6) geïnformeerd, met bijbehorend voorstel. Een lastenoverschrijding of batenonderschrijding welke na de laatste tussentijdse rapportage wordt geconstateerd wordt toegelicht in de jaarrekening. <idem model>
Toelichting: Lid 4 en 6 toegevoegd – een lastenonderschrijding of een batenoverschrijding wordt fundamenteel anders gewogen dan een lastenoverschrijding of een batenonderschrijding omdat de middelen beschikbaar blijven aan de raad. Conform Gemeentewet artikel 189 geeft de begroting het mandaat ‘tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht’. Primair staat het behalen van de doelen centraal en dat zo doelmatig mogelijk. Door lid 4 toe te voegen wordt de toelichting van de onderschrijding door de raad politiek gewogen maar de onderschrijding wordt niet betrokken in de rechtmatigheidsverantwoording als onrechtmatigheid. Conform de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV blijkt dat ‘college en raad eenduidige afspraken moeten maken’ en dat deze ‘afspraken worden vastgelegd in de financiële verordening’.
Artikel 13 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 15 Misbruik en oneigenlijk gebruik
15
art.nr. VNG modelverordening 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 13.1 Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Het college draagt zorg voor en legt de 13.2 Burgemeester en wethouders zorgen voor regels vast voor het voorkomen van misbruik en leggen vast de regels voor het en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke voorkomen van misbruik en oneigenlijk regelingen en eigendommen. gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 13.1 <idem model>
13.2
<idem model>
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 14 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 7 7
Waardering en afschrijving vaste activa Uitvoering van beleid voor activering, waardering en afschrijving van activa gebeurt conform de criteria en richtlijnen zoals genoemd in de nota afschrijvings- en waarderingsbeleid.
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) Paragraaf 4. Financieel beleid 14 Waardering en afschrijving vaste activa 14 Waardering en afschrijving vaste activa 14.1 [Immateriële en materiële vaste activa 14 Uitvoering van beleid voor activering, worden afgeschreven volgens de methodiek waardering en afschrijving van activa en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage gebeurt conform de criteria en richtlijnen afschrijvingsbeleid bij deze verordening. zoals genoemd in de nota afschrijvings- en OF waarderingsbeleid. Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota investeringen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; b. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; c. het moment van starten met afschrijven;
14.2
d. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; e. de componentenbenadering; f. restwaarde; g. […].] Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
Toelichting: In separate nota wordt dit onderwerp door de raad voorzien van kaders. Artikel 15 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 8 Reserves en voorzieningen 15 [Voorziening voor oninbare vorderingen 15 Voorziening voor oninbare vorderingen 8 Uitvoering van beleid voor reserves en 15.1 Voor de vorderingen op verbonden partijen 15 Uitvoering van beleid ten aanzien van de voorzieningen gebeurt conform de criteria en en derden wordt een voorziening wegens voorziening voor oninbare vorderingen richtlijnen zoals opgenomen in de nota oninbaarheid gevormd op basis van een gebeurt conform de criteria en richtlijnen reserves en voorzieningen. individuele beoordeling op inbaarheid van de zoals opgenomen in de nota reserves en openstaande vorderingen. voorzieningen. 15.2
Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing, en g. bijstandsverstrekking, h. […] wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan [bedrag], een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.]
Toelichting: In separate nota wordt dit onderwerp door de raad voorzien van kaders.
Artikel 16 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 8 Reserves en voorzieningen 16 Reserves en voorzieningen 16 Reserves en voorzieningen 8 Uitvoering van beleid voor reserves en 16.1 In de beleidsbegroting, de financiële 16 Uitvoering van beleid voor reserves en voorzieningen gebeurt conform de criteria en begroting, het jaarverslag en de jaarrekening voorzieningen gebeurt conform de criteria en richtlijnen zoals opgenomen in de nota vindt [geen] toerekening van rente over de richtlijnen zoals opgenomen in de nota reserves en voorzieningen. reserves en voorzieningen aan de reserves en voorzieningen. taakvelden plaats. 16.2 Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 16.3 Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. het bestedingsplan van de reserve c.
de voeding van de reserve; d. de maximale hoogte van de reserve, en e. de maximale looptijd. 16.4 Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 16.5 [De reserves worden jaarlijks bij zowel de begroting als de jaarrekening getoetst en de onderliggende bestedingsplannen wordt hierbij geactualiseerd.]
Toelichting: In separate nota wordt dit onderwerp door de raad voorzien van kaders. Artikel 17 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) art.nr. VNG modelverordening 9 Kostprijsberekening 17 Kostprijsberekening 9.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs 17.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kostentoerekening worden naast de directe kosten de overheadkosten betrokken. kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 9.2 Bij de directe kosten wordt via de omslagrente de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
9.3 Bij de directe kosten worden betrokken de 17.2 [Voor de rechten en heffingen waarmee bijdragen aan en onttrekkingen van kosten in rekening worden gebracht, worden voorzieningen voor de noodzakelijke daarbij ook de compensabele belasting over vervanging van de betrokken activa en de de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en activa. Voor de rechten en heffingen de kosten voor straatreiniging betrokken.] waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 9.4 Voor de toerekening van de overheadkosten 17.3 Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan de worden toegerekend aan activiteiten welke bouwgrondexploitaties, investeringen en geheel of deels worden bekostigd met een subsidieprojecten aan die betreffende specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakvelden toegerekend en binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en taakveld overhead apart als toegerekende in de desbetreffende verantwoordingen over overhead geadministreerd.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 17 Kostprijsberekening 17.1 Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten ook de overheadkosten betrokken.
17.2
<idem model>
17.3
<idem model>
de besteding toegerekend aan die activiteiten. 9.5
9.6
9.7
Voor de toerekening van de overheadkosten 17.4 worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. Voor de toerekening van de overheadkosten 17.5 aan de kostprijs van rechten en heffingen en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan het aandeel van de kosten overhead in de totale apparaatskosten exclusief direct aan taakvelden toe te rekenen materieel- en externe huisvestingskosten.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het tweede lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende
Voor de toerekening van de overheadkosten 17.4 worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. Voor de toerekening van de overheadkosten 17.5 aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van [een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. OF het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de betreffende heffing maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.]
<idem model>
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde lid betreffen, wordt uitgegaan van het aandeel van de kosten overhead in de totale apparaatskosten exclusief direct aan taakvelden toe te rekenen materieel- en externe huisvestingskosten.
9.8
9.9
leningen, kortlopende leningen en kredieten en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het achtste en negende lid. Het rentepercentage voor de 17.6 rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het zevende lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. In afwijking van het tweede lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen. 17.7
[Het rentepercentage voor de 17.6 rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.]
<idem model>
In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
<idem model>
17.7
Toelichting: Lid 1 en 5 wijken op dit moment af van de modelverordening. Het voorstel is om aan de hand van de komende notitie overhead per 2025 te bezien of we deze methodiek willen handhaven. Artikel 18 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening 18 Prijzen economische activiteiten
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 18 Prijzen economische activiteiten
18.1
18.2
18.3
18.4
18.5
Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
18.1
<idem model>
18.2
<idem model>
18.3
<idem model>
18.4
<idem model>
18.5
<idem model>
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat. Artikel 19 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 10 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 10 Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing en prijzen.
art.nr. VNG modelverordening 19 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 19.1 Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, [… (verdere opsomming van rechten en leges
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 19 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 19.1 Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, etc.
waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen)]. 19.2
19.3
Burgemeester en wethouders bieden de 19.2 raad eens in de [aantal] jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. Burgemeester en wethouders leggen bij een 19.3 tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.
Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de 4 jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de tarieven voor erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. <idem model>
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – de gegevens welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. Artikel 20 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig) 11 Financieringsfunctie
art.nr. VNG modelverordening 20 Financieringsfunctie
11.1
20.1
Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren; b. het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kedietrisico’s; c. het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen; d. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 20 Financieringsfunctie
Burgemeester en wethouders nemen bij het 20.1 uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
<idem model>
11.2
11.3
Verstrekken van leningen en garanties en 20.2 het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het eerste lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 20.3
Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid en legt deze regels en de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.
20.2
[Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden.
Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doen burgemeester en wethouders vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.] OF 20.2 [Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de [aantal] jaar een nota leningen- en garantiebeleid aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.]
Burgemeester en wethouders bieden de raad eens in de 4 jaar een nota Treasurystatuut aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt de werkwijze omtrent het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal.
Toelichting: Geen afwijking van het model, model volstaat – de gegevens welke ingevuld dient te worden in het model is in de kolom nieuwe verordening voorgesteld. We kiezen, conform de keuze in het model, om in een separate nota dit onderwerp door de raad te voorzien van kaders (wij noemen deze het Treasurystatuut). We beperken (tov. de ‘oude’ verordening) ons in het voorstel tot het model ten gunste van de separate nota. Lid 2 en 3 van het model zijn facultatief en de eventuele risico’s worden reeds in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geinventariseerd. Artikel 21 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken 21 Lokale heffingen 21 Lokale heffingen
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid; [c. de berekening van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid;] d. onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing; e. […].
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen van de begroting en de jaarstukken op de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Toelichting: We stellen voor om de begroting en de jaarstukken niet verder uit te breiden, de verplichte onderdelen volstaan. Artikel 22 art.nr. ‘Oude’ verordening (huidig)
art.nr. VNG modelverordening art.nr. Nieuwe verordening (voorstel) 22 Weerstandsvermogen en 22 Weerstandsvermogen en risicobeheersing risicobeheersing 22.1 In dit artikel wordt verstaan onder: 22.1 Uitvoering van beleid voor - netto schuld per inwoner: bruto schuld weerstandsvermogen en risicobeheersing minus de omvang van de geldelijke gebeurt conform de criteria en richtlijnen bezittingen gedeeld door het aantal zoals opgenomen in de nota inwoners op 31 december van het risicomanagement en begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt rechtmatigheidsverantwoording. verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren,
22.2
vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiëleverhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting. Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. het saldo van de baten en lasten voor dotaties en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; c. de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting als percentage van de inkomsten; d. de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan; e. de wijze waarop met project-specifieke risico’s wordt omgegaan bij het bepalen van de tussentijdse winstneming en de omvang van het weerstandsvermogen, en f. […].