973510 Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Dreef 14 Bruinisse
Tekst van het document
Voor overige soorten is de algemene zorgplicht van toepassing. Hieraan wordt onder meer invulling gegeven door te werken buiten de kwetsbare periode van soorten, waaronder het broedseizoen. Werkzaamheden zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang plaats te laten vinden, danwel het werkterrein en de directe omgeving zo min mogelijk te verlichten. Voorafgaand aan het verwijderen van vegetatie en/ of mogelijke schuilplekken van dieren, dienen deze te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van dieren. Voorkomen moet worden dat aanwezige dieren worden gedood of verdrukt. Tijdens de werkzaamheden dient een vrije vluchtroute behouden te blijven. Waar nodig kan gebruik worden gemaakt van ecologische begeleiding. De rapportage van het verkennend flora- en faunaonderzoek is opgenomen in bijlage 3. De resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen, sperwer en buizerd zullen na afronding van de veldinventarisaties volgens de soortenstandaard van Bij12 worden toegevoegd aan de bijlagen. Het veldonderzoek zal naar verwachting in de loop van september 2023 zijn afgerond. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden. Uit aanvullend onderzoek naar vleermuizen en vogels met een vaste verblijfplaats zal blijken of soortgebonden maatregelen en/ of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn.
3.6
Mobiliteit en parkeren
De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317) op basis van een weinig stedelijk gebied. De meest actuele publicatie betreft momenteel publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’ (2018). De gehanteerde parkeernormen zijn mede afhankelijk van het gebiedstype. Het besluitgebied bevindt zich binnen het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Binnen de gemeente SchouwenRuimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
24
Duiveland is, gebaseerd op de gemiddelde bevolkingsdichtheid, sprake van de stedelijkheidsgraad: ‘weinig stedelijk’. Het autogebruik in deze landelijke gebieden met verspreid liggende kleine kernen en een beperkt aanbod aan openbaar vervoer ligt hoger dan gemiddeld. De te verwachten parkeerbehoefte voor een (vrijstaande) koopwoning in het dure segment bedraagt circa 2,3 plaatsen per woning. Dit is inclusief een aandeel van 0,3 parkeerplaats voor bezoekers. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling aangetoond te worden dat op eigen perceel kan worden voldaan aan het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. Op eigen terrein zullen 2 parkeerplaatsen per woning worden aangelegd. De locatie ligt aan het dorpscentrum met openbare parkeerterreinen. In de omgeving is voldoende parkeerruimte beschikbaar voor het parkeren van in totaal 1 voertuig voor bezoekers. In samenhang met de realisatie van drie grondgebonden woningen wordt tevens een meubelzaak beëindigd. De bezoekers van de meubelzaak parkeren in de uitgangssituatie in de openbare ruimte. Per saldo is sprake van een afname van de vraag naar openbare parkeerplaatsen als gevolg van de ontwikkeling. De te verwachten verkeersgeneratie door drie woningen bedraagt 8,2 motorvoertuig per etmaal per woning. De planlocatie is ontsloten via de Molenstraat en de Dreef.
Deze sluiten via de kern aan op de Rijksweg N59 (Zierikzee- Oude Tonge). De Dreef is tevens ingericht als voetgangersgebied van de dorpskern. Als gevolg van de beëindiging van een publiekstrekkende commerciële functie zullen tevens de bijbehorende verkeersbewegingen vervallen. Op voorhand is duidelijk dat het beoogde gebruik als woonperceel inpasbaar is in het verkeersbeeld ter plaatse. Het besluitgebied is door de aanwezige functies goed ontsloten. De verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn kleinschalig en goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld. Conclusie De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van een detailhandelsfunctie naar een woonfunctie.
3.7
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype
tot rustige
Richtafstand omgevingstype
woonwijk in meters
gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
tot gemengd
25
4.1
200
100
4.2
300
200
Besluitgebied Een woonfunctie is geen milieuhinderlijke activiteit. Een woning kan worden aangemerkt als milieugevoelige functie. Binnen een woonfunctie zijn op basis van de planregels kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige nevenfuncties toegestaan voor zover deze inpasbaar zijn in een gemengde woonomgeving. Met het beëindigen van de meubelzaak ter plaatse vindt een vermindering plaats van de gebruiksintensiteit van het perceel. Dit komt ten goede aan het woonen verblijfklimaat voor de omgeving. De omgeving van het besluitgebied is door de aanwezigheid van centrumfuncties zoals een dorpsplein, zorginstelling, basisschool, kinderopvang, horeca en detailhandel in combinatie met woonfuncties aan te merken als een gemengd gebied. De richtafstanden per milieucategorie kunnen met één stap worden verlaagd zonder dat dit ten kosten gaat van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Dorpscentrum Aan de Molenstraat 61 bevindt zich een kantoorfunctie waar op basis van een afwijkingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan een functiewijziging naar ‘Gemengd’ mogelijk wordt gemaakt. Binnen deze gemengde bestemming zijn activiteiten tot maximaal milieucategorie 2 toegestaan.
Ook omliggende maatschappelijke functies, waaronder de zorginstelling en het kinderdagverblijf aan de Dokter de Kockstraat, het buurthuis en een paramedische functie aan de Molenstraat en de bibliotheek aan de Dreef zijn aan te merken als activiteiten onder maximaal milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand tussen het besluitgebied en deze voorzieningen is voldoende groot. Ten oosten van de besluitlocatie op een afstand van circa 20 meter gemeten tussen de beide perceelgrenzen, wordt op basis van het bestemmingsplan ‘Dreef Bruinisse’ uit 2019 een detailhandelsvoorziening mogelijk gemaakt met een oppervlakte van maximaal 450m2. Bovengenoemd bestemmingsplan maakt ook de uitbreiding van een supermarkt mogelijk. Beide functies worden aangemerkt als milieucategorie 2. De bestemmingsgrens van de supermarkt ligt op een afstand van circa 38 meter van de beoogde woonfunctie. De afstand tussen de detailhandel en de beoogde woonfunctie bedraagt circa 20 meter. Op deze afstand is op voorhand duidelijk dat er voldoende afstand zal zijn tussen de functies om hinder te kunnen voorkomen. Dorpsschool Direct ten zuiden van de besluitlocatie bevindt zich een basisschool op een afstand van 0 meter vanaf de bestemmingsgrens. Een basisschool heeft vanwege de geluiduitstraling vanaf het speelplein invloed op de omgeving.
Een onderwijsfunctie zoals een basisschool is aangemerkt als milieucategorie 2. In gemengd gebied is op een afstand vanaf 10 meter sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie. De naastgelegen basisschool betreft een kleinschalige dorpsschool met circa 100- 120 leerlingen in totaal. Binnen het schoolgebouw wordt tevens buitenschoolse opvang aangeboden waar een deel van de leerlingen gebruik van maakt. Gezien de beperkte schaal van de school en de beperkte tijd dat de kinderen per dag buitenspelen, is de werkelijke geluidsuitstraling van de onderwijsfunctie beperkt. Aangezien de school een lokaal bereik heeft, ligt het niet in de lijn der verwachting dat de schaal van de activiteiten sterk zal toenemen. De woningen worden op minimaal 3 meter afstand van de perceelsgrenzen gesitueerd en worden omgeven door een tuin. Op het speelplein is ter hoogte van de woningen een berghok van circa 4 meter breed aangelegd. Ook met de afstand van minimaal 7 meter van de gevels van de woningen tot het speelplein van de basisschool is sprake van een situatie die inpasbaar is in een gemengde woonomgeving.
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
26
Conclusie Uit de richtafstandentabel voor functiescheiding blijkt dat tussen de nieuwe activiteiten en omliggende functies voldoende afstand bestaat. Er is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de nieuwe bewoners. Omliggende activiteiten worden in de nieuwe situatie niet (verder) belemmerd.
3.8
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Conclusie De beoogde oprichting van een drietal woningen in het dorpscentrum ter vervanging van een meubelzaak leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
3.9
Licht en duisternis
De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via de gemeentelijke Module Licht en Duisternis (2009) streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In de beleidsnota zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: -
Verlichting alleen plaatsen wanneer dit noodzakelijk is;
-
Alleen verlichten wanneer dit noodzakelijk is; Alleen de plaats verlichten waar licht nodig is; Geen onnodig fel licht toepassen;
-
Alle buitenverlichting dynamisch op basis van bewegingssensoren en neerwaarts gericht
-
zodat er buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron; Paardenbakken worden niet verlicht.
Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich binnen de grenzen van de bebouwde kom binnen het dorpscentrum. In de omgeving is reeds verlichting aanwezig in de vorm van openbare straatlantaarns, verlichting van gevels en terrassen en uitstraling vanuit binnenverlichting. Vanuit de woningen en bijbehorende percelen is geen sprake van een intensiteit of type verlichting met een sterke negatieve invloed op de bestaande dorpsomgeving. Vanuit de woningen zal in beperkte mate sprake zijn van lichtuitstraling gedurende een beperkt deel van de dag. De aard van de verlichting is passend in een dorpscentrum. Er is geen sprake van lichthinder.
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
27
Conclusie Door doelmatig gebruik van verlichting passend bij een woonfunctie is sprake van acceptabele verlichtingssituatie.
3.10 Externe veiligheid Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een woning is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. De projectlocatie bevindt zich niet binnen een plaatsgebonden risicocontour van omliggende bedrijfsactiviteiten.
Figuur 6
Uitsnede Nationale risicokaart (www.nederland.risicokaart.nl)
In de directe omgeving van het project zijn geen inrichtingen gevestigd die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied. Op circa 400 meter afstand van de locatie bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Over de Rijksweg vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. De contour van het plaatsgebonden risico (PR 10-6) komt niet buiten de wegbegrenzing. Het invloedsgebied van de weg bedraagt maximaal 880 Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
28
meter. Het project ligt op grote afstand van de weg en bevindt zich buiten de veiligheidszone. De beoogde herontwikkeling van een meubelwinkel naar drie grondgebonden woningen in de dorpskern is een kleinschalige ontwikkeling zonder significant effect op de personendichtheid van het gebied en zonder effect op de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Het Zijpe is een belangrijke binnenvaartroute binnen de corridor Westerschelde- Rijn. Over het Zijpe vindt frequent vervoer van gevaarlijke stoffen plaats tussen onder meer chemische clusters, waaronder brandbare vloeistoffen (stofcategorieën en aantallen: LF1- 7191; LF2- 5612, LTI- 90, GF3- 3735 en GT3- 41 vervoerd. De route is aangeduid als ‘zwarte route’. De bevaarbaarheid over het Zijpe is afgestemd op grote vaartuigen (CEMT-klasse VI). Op basis van Bijlage 3 van de Regeling Basisnet is voor de vaarweg Zijpe een PR- risicocontour van toepassing die niet buiten de watergrens komt. De binnenvaartroute heeft een vrijwaringszone van 50 meter aan weerszijden van de vaarweg. De kern Bruinisse heeft een beperkte bevolkingsdichtheid. Binnen gebieden met een lage bevolkingsdichtheid is zonder aanvullende berekeningen duidelijk dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde zal blijven. De vaarweg van de Zijpe bevindt zich op meer dan 1 kilometer afstand van de besluitlocatie.
De besluitlocatie bevindt zich buiten de vrijwaringszone en buiten het invloedgebied van de vaarweg. Er is geen sprake van een inperking van de gebruiksruimte van de vaarweg. De ontwikkeling is kleinschalig. Wat betreft de verantwoording van het groepsrisico kan worden volstaan met een beperkte verantwoording in de vorm van een beoordeling van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een calamiteit in geval van een toxisch scenario. In geval van een calamiteit kunnen gebruikers via de aanliggende wegen de woning verlaten. De bouwtechnische veiligheidsmaatregelen voldoen aan de wettelijke regelingen van onder meer het Bouwbesluit 2012. In het geval van een toxisch scenario is het aan te bevelen om bouwwerken volledig afsluitbaar te realiseren door middel van de aanleg van een centraal afsluitbare mechanische ventilatie. Nieuwe bewoners kunnen van de risicobron af vluchten richting het aanliggend openbaar gebied van de Dreef en de Molenstraat. De locatie is voor hulpdiensten bereikbaar via de aanliggende openbare wegen. De bereikbaarheid ter hoogte van het project voor hulpdiensten en de bluswatercapaciteit worden aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt in principe geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De veiligheidsparagraaf wordt aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio.
3.11 Water Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Water vormt een steeds belangrijker aspect bij het ontwikkelen van onder meer woningen en bedrijventerreinen. Het plangebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de ‘Visie Waterbeheer 2050’. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
29
vanuit de ‘Europese Kaderrichtlijn water’ (KRW) wat betreft het bereiken van een ‘Goed Ecologisch potentieel’. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; • Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; • Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; • Verduurzaming van het watergebruik; • Onderhoud van waterschapswegen. In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het voorbereiden van het besluit overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art.
9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (vastgesteld 20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de beschermingszone van een waterkering. De beoogde kleinschalige ontwikkeling in de kern heeft geen effect op het functioneren van omliggende waterkeringen of op de mogelijkheden voor toekomstige dijkversterking. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is ter plaatse een meubelwinkel aanwezig met een oppervlakte van circa 515 m2. In de nieuwe situatie worden drie woningen van circa 95m2 per woning gerealiseerd met een tuin. Het netto areaal verhard oppervlak neemt hierbij af. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. Afstromend hemelwater wordt in eerste instantie opgenomen binnen eigen perceel. Overtollig water stroomt af via straatkolkjes. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater In de nieuwe situatie wordt schoon hemelwater gescheiden afgevoerd van het afvalwater. Het overtollige schone hemelwater infiltreert in eerste instantie in de tuin of stroomt af via straatkolkjes.
Het afvalwater wordt zoals in de bestaande situatie het geval is, afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel van Bruinisse. Nieuwe aansluitingen zullen voldoen aan de geldende gemeentelijke richtlijnen. Grondwaterkwaliteit en verdroging Er is geen sprake van grondwateroverlast in de omgeving. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Oppervlaktewaterkwaliteit Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen. Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
30
Volksgezondheid De nieuwe bebouwing heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het project heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Er zijn geen plasdrasgebieden aanwezig in de omgeving. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde nieuwe bebouwing bij een bestaande functie. Tevens zijn er geen mogelijkheden om natte natuur te ontwikkelen. Onderhoud oppervlaktewater Binnen het dorpscentrum bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen watergangen die worden beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op beschermde watergangen. Belangen waterbeheerder De aanliggende wegen van het project zijn niet in beheer bij het waterschap. De nieuwe bebouwing leidt niet tot een significante toename van verkeer. De nieuwe bebouwing heeft geen effect op de werking van objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. Conclusie Het herontwikkelen van een meubelzaak naar een woonfunctie ten behoeve van drie kleinschalige woningen binnen het dorpscentrum van Bruinisse heeft geen invloed op beschermde watergangen of op het onderhoud en beheer van waterkeringen en waterschapswegen. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.
Het vuile water wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. In het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro van de planologische procedure zal de waterparagraaf worden beoordeeld door Waterschap Scheldestromen.
3.12 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een ruimtelijk besluit.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
31
de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Besluitgebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de oprichting van een drietal grondgebonden woningen mogelijk. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarden. Uit de ruimtelijke en milieukundige beoordeling in de overige paragrafen blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een kleinschalige activiteit zonder significante verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar. Alle relevante omgevingsaspecten zijn onderzocht in hoofdstuk 3.
Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
32
4.
UITVOERBAARHEID
4.1
Economische uitvoerbaarheid
Indien een bestemmingsplan of projectafwijkingsbesluit de oprichting van woningen of andere hoofdgebouwen, of omvangrijke verbouwingen of functiewijzigingen mogelijk maakt, dan is op basis van de Wet ruimtelijke ordening tevens het vaststellen van een exploitatieplan noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling maakt de oprichting van een drietal grondgebonden woningen mogelijk. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van de wettelijke overlegpartners Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 4.3.
(Waterschap
Scheldestromen,
Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de oprichting van de woningen geen maatschappelijk draagvlak heeft.
4.3
Procedure
De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
33
BIJLAGEN 1. Verkennend bodemonderzoek MCG Zuidwest BV d.d. Maart 2023 2. Stikstofdepositieberekening S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. Februari 2023 3. A. Verkennend flora- en faunaonderzoek NWC Advies d.d. Maart 2023 B. Nader flora- en faunaonderzoek NWC Advies PM 4. Inrichtingstekening nieuwe situatie Erik van den Bos Architect B.V. d.d. Januari 2023
Ruimtelijke onderbouwing- Dreef 14 - Bruinisse
34