968753 Bijlage B) Bijlage bij brief onder A - regeling van de minister IenW. Toekenning aan SD - zie Blz 33
Tekst van het document
Een specifieke uitkering wordt per woningbouwlocatie verstrekt met een maximum van het bedrag genoemd in de bijlage . De bedragen zijn tot stand gekomen op basis van afspraken die in 2022 bij de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving en de Bestuurlijke Overleggen MIRT zijn gemaakt. Het bedrag van de specifieke uitkering is het bedrag inclusief omzetbelasting (btw) en op basis van het prijspeil 1 juli 2022. De aanvraag geeft aan voor welke infrastructurele voorzieningen bij de woningbouwlocatie de specifieke uitkering w ordt aangevraagd. De woningbouwlocatie wordt bij de aanvraag gespecificeerd, door een bijgevoegde kaart met een geografische afbakening daarvan. Een aanvraag kan tot uiterlijk twee maanden na inwerkingtreding van de regeling bij de minister worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier. Artikel 5 P agina 53 van 56
Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking de kosten voor de realisatie van infrastructurele voorzieningen bij een woningbouwlocatie genoemd in de bijlage. Het gaat hier om de nettokosten: bij mobiliteitshubs is rekening gehouden met het bij oplevering van de mobiliteitshubs en/of parkeergarages geschatte nettobedrag, op basis van een business case, zijnde de investerings - en beheersen exploitatiekosten minus de te verwachten exploitatieopbrengsten.
Kenmerk: I E NW/BSK-2023/147299
De in de bijlage genoemde bedragen zijn inclusief omzetbelasting (btw) en op basis van prijspeil 1 juli 2022. De kosten die gemaakt zijn voor 1 juli 2022 komen niet in aanmerking voor een specifieke uitkering. Deze datum is gekozen omdat in 2022 in de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving afspraken zijn gemaakt over de bekostiging. De regeling is erop gericht om woningbouw op korte termijn te faciliteren. Het mogelijk maken van de (voorbereiding van de) uitvoering van de gemaakte afspraken in de tweede helft van 2022 sluit daarbij aan. Artikel 8 De bestuurlijke afspraken hebben betrekking op de hoogte van de Rijksbijdrage, op basis van het prijspeil 1 juli 2022. De Rijksbijdragen worden jaarlijks op 1 oktober geïndexeerd overeenkomstig de door de minister van Financiën uitgekeerde Index Bruto Overheidsinvesteringen (IBOI), voor zover die bedragen op die datum nog niet als voorschot zijn uitgekeerd. De eerste indexatie van de in de bijlage genoemde bedragen vindt plaats op 1 oktober 2023. De eerste termijn wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2023 uitgekeerd. Het eerste voorschot wordt dus uitgekeerd naar prijspeil 1 oktober 2023. In de termijnen die in december 2024, december 2025 of december 2026 worden uitgekeerd, wordt de indexering die op 1 oktober van die jaren plaatsvindt verdisconteerd.
Artikel 9 Dit artikel beschrijft de verplichtingen van de ontvanger van de specifieke uitkering. De start van de realisatie van de woningen, bedoeld in het derde en het vierde lid, is het moment waarop werkzaamheden aan de fundering van de eerste woningen per woningbouwlocatie wordt begonnen. De start van de realisatie van de infrastructurele voorzieningen is het moment waarop werkzaamheden a an een van de infrastructurele voorzieningen bij een woningbouwlocatie van start gaan. Uiterlijk 31 december 2035 dient de realisatie van alle infrastructurele voorzieningen te zijn afgerond. De woningbouwlocatie is genoemd in de bijlage en wordt in de aanvraag geografisch afgebakend. Het aantal op de woningbouwlocatie gerealiseerde betaalbare woningen is dus het totaal aantal binnen die geografische afbakening gerealiseerde betaalbare woningen. De beleidsinhoudelijke informatie , bedoeld in het achtste lid, wordt jaarlijks bij de betrokken gemeenten uitgevraagd. De minister kan ingevolge het tiende lid nadere voorschriften aan de specifieke uitkering verbinden, waarbij in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van het percentage van 50% betaalbare woningen.
Reden is dat een aantal gemeenten reeds voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling overeenkomsten heeft afgesloten met ontwikkelaars waarin, in afwijking van de omschrijving van betaalbare woningen in deze regeling, de NHG-grens als grens voor betaalbare koopwoningen is aangehouden. Om dezelfde reden is in artikel 7, aanhef en onderdeel c, een uitzondering mogelijk gemaakt op het voorschrift dat de minister afwijzend op
P agina 54 van 56
een aanvraag beslist indien het aantal op de woningbouwlocatie te realiseren betaalbare woningen minder is dan 50% van het totaal.
Kenmerk: I E NW/BSK-2023/147299
Artikel 10 Dit artikel stelt regels over de bevoorschotting. Het voorschot is gelijk aan de volledige specifieke uitkering. Het voorschot wordt in jaarlijkse termijnen uitbetaald. Het aantal termijnen waarin het voorschot wordt uitgekeerd, hangt samen met de hoogte van het voorschot. Indien de specifieke uitkering niet hoger is dan € 15 miljoen wordt het voorschot in één jaarlijkse termijn uitgekeerd. Indien de specifieke uitkering hoger is dan € 15 miljoen en niet hoger dan € 35 miljoen wordt het voorschot in twee opeenvolgende jaarlijkse termijnen in twee gelijke delen betaald. Indien de specifieke uitkering hoger is dan € 35 miljoen en niet hoger dan € 60 miljoen wordt het voorschot in drie opeenvolgende jaarlijkse termijnen in drie gelijke delen betaald. Indien de specifieke uitkering hoger is dan € 60 miljoen wordt het voorschot in vier opeenvolgende jaarlijkse termijnen in vier gelijke delen betaald. De uitkering van het voorschot geschiedt exclusief (compensabele) btw -component. De compensabele btw wordt immers aan het BTW-compensatiefonds afgedragen. Artikel 11 Op aanvraag van een gemeente kan een specifieke uitkering worden gewijzigd.
Een zodanige aanvraag kan betrekking hebben op het feit dat de gemeente niet (langer) aan de verplichtingen kan voldoen of op het feit dat de gemeente bij de woningbouwlocatie een andere infrastructurele voorziening wil realiseren dan eerder beoogd. In dat laatste geval moet de gewijzigde infrastructurele voorziening wel tegemoetkomen aan de vervoersmodaliteit (fiets en voetganger, auto, OV, mobiliteitshub en vaarweg) als eerder voorzien. Een aanvraag kan er niet toe leiden dat het bedrag van de specifieke uitkering per woningbouwlocatie hoger wordt dan eerder vastgesteld. Artikel 13 Dit artikel stelt regels over de wijze van vaststelling van de specifieke uitkering. De vaststelling geschiedt ambtshalve op basis van de informatie die op basis van de SISA-systematiek wordt verstrekt. Overeenkomstig het vijfde lid kan de specifieke uitkering lager worden vastgesteld dan het bedrag dat bij verlening is vastgesteld indien de ontvanger niet heeft voldaan aan de bij of krachtens deze regeling gestelde verplichtingen. De minister zal een beleidsregel vaststellen over de wijze van vaststelling van de hoogte van de specifieke uitkering, indien niet wordt voldaan aan verplichtingen gesteld bij of krachtens deze regeling. Hierbij zal maatwerk worden betracht.
Het Rijk en de medeoverheden dragen ieder een bepaald deel van het resterend tekort op de bovenplanse infrastructuur per woningbouwlocatie. Als de totale investering lager uitvalt en dus o ok het resterend tekort lager is dan voorzien, zal de bijdrage vanuit het Rijk ook evenredig naar beneden worden bijgesteld.
P agina 55 van 56
Artikel 14 Deze regeling wordt tweemaal geëvalueerd. Omdat evaluatie binnen vijf jaar na inwerkingtreding met het oog op het doel van de regeling nog niet zinvol is, wordt van artikel 4:24 Awb afgeweken.
Kenmerk: I E NW/BSK-2023/147299
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Mark Harbers
P agina 56 van 56