966787 Bijlage 2 Inspraaknotitie ruimtelijk beleid duurzame energie
Tekst van het document
Bijlage 2: Inspraakreacties, beantwoording en aanpassingen in Ruimtelijk beleid Duurzame Energie Datum: 8 augustus 2023 Reactie 1
Stad & Lande onderschrijft het uitgangspunt bij het uitvoeren van de energietransitie zorgvuldig om te gaan met het landschap. Dat is in deze nota goed uitgewerkt wat betreft voorwaarden en ideeën m.b.t. landschappelijke inpassing. WINDENERGIE We zijn blij dat het aantal grote windturbines gelijk blijft en nieuwe grootschalige windparken binnen de gemeentegrenzen niet gewenst zijn. Het is goed dat er duidelijke voorwaarden komen voor kleine windturbines. In een deel van het landelijk gebied is per agrarisch bedrijf 1 turbine toegestaan op het bouwblok. Voorwaarde hierbij is dat er een combinatie is met zon op dak en energie opgewekt wordt voor eigen gebruik. Vragen die dit bij ons oproept, aanbevelingen en aandachtspunten: • Wat is de definitie van een agrarisch bedrijf?
Beantwoording
Aanpassingen in Beleid
•
Voor kennisgeving aangenomen
•
Geen aanpassing
•
•
Geen aanpassing
Voor kennisgeving aangenomen
•
Een definitie van een agrarisch bedrijf is: “Een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en /of het houden van dieren (zie nadere omschrijving het bestemmingsplan). In het bestemmingsplan is het volgende opgenomen”
•
In bijlage 5 is een definitie van agrarisch opgenomen. Verwezen wordt naar de nadere omschrijving in het bestemmingsplan Buitengebied.
“agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en /of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is; 5. paardenfokkerij: het fokken van paarden en het houden van paarden ten behoeve van de vlees- en /of melkproductie;
1
6. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b. niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; c. aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen; d. overige teelten van gewassen of dieren al dan niet in gebouwen” •
Op welk percentage van het dakoppervlak moeten er zonnepanelen geplaatst zijn voordat een turbine toegestaan wordt of wat is de verhouding tussen opwek zonne-energie en windenergie?
•
Met betrekking tot de combinatie wind en zon zal er in de criteria worden toegevoegd dat een substantieel deel via zonnepanelen moet worden opgewekt. Het achterliggende doel is zelfvoorzienend worden daarbij moet per geval bekeken worden wanneer energie nodig is en hoe die opgewekt kan worden.
•
Bij kleine windturbines bij criteria toevoegen dat een substantieel deel door zonnepanelen moet worden opgewekt.
•
Welke agrarische bedrijven hebben zo een grote energiebehoefte dat zon-op-dak onvoldoende oplevert?
•
Energiebehoefte van agrarische bedrijven met bijvoorbeeld koeling en of ventilatie is hoog in de winter terwijl de opwek energie door zonnepanelen met name plaats vindt in de zomer. Vandaar de combinatie met een kleine windturbine zodat ook in de winter voldoende duurzame energie wordt opgewekt”.
•
Motivatie voor combinatie zon en wind voor agrarische bedrijven toevoegen.
•
Aan de hand waarvan wordt vastgesteld wat de eigen energiebehoefte is? Hoe gebeurt dat bij agrarische bedrijven die deels een bestemming hebben als (mini)camping, N.E.D. of ander bedrijf?
•
Aan de hand van de jaarrekening voor energie, c.q. andere rekeningen van verbrandingsproducten (gas, olie e.d.). De aanvrager moet aantonen dat hij een bepaalde hoeveelheid energie verbruikt heeft. Voor agrarische bedrijven die deels een bestemming hebben als (mini) camping: NED of ander bedrijf geldt hetzelfde. Als dit een bedrijf is met (deels) een agrarische functie maar met een hoog energieverbruik kan de combinatie zon en wind.
•
Een definitie “energiebehoefte” zal aan bijlage 5 definities worden toegevoegd en ook de wijze waarop dit gecontroleerd wordt.
•
Door energieopslag kan de energieopwekking voor eigen gebruik jaarrond geoptimaliseerd worden. Misschien een reden dit soort innovatieve ontwikkelingen te stimuleren.
•
Energie opslag wordt gestimuleerd (zie verder innovatie). Op dit moment is een energieopslag nog relatief duur en wordt het daardoor nog weinig toegepast. Daarnaast is ook de vraag hoelang energie moet worden opgeslagen. Tussen dag en nacht is op dit moment haalbaar. Langdurige opslag om bijvoorbeeld zomer naar winterseizoen te overbruggen is nog geen reëel alternatief.
•
Geen aanpassingen
2
•
Om de openheid te bewaren worden in de polder Schouwen kleine windturbines niet toegestaan. Dit heeft tot gevolg dat agrarische bedrijven in een groot deel van het landelijk gebied geen windturbines kunnen gebruiken voor opwek van energie. Wij zijn van mening dat bij zorgvuldige toepassing en handhaving van de inpassingsregels de openheid in de polder Schouwen niet wezenlijk wordt aangetast. Daarnaast is het historisch gezien niet juist dat de hele polder werd gekenmerkt door openheid (zie kanttekening bij HISTORISCHE ONTWIKKELING landschappelijke structuur).
ZONNE-ENERGIE Stad & Lande onderschrijft het toepassen van de gemeentelijke zonneladder. Wat betreft de prioritering en de situering van zonnepanelen een aantal aanbevelingen, vragen en opmerkingen: • Bij trede 5 Zon-op-water wordt aangegeven dat zonnepanelen onder voorwaarden op waterbassins mogen worden geplaatst. Dan is het vreemd dat deze optie in geen enkel gebiedsprofiel is opgenomen als mogelijkheid voor opwek van duurzame energie. Op Schouwen-Duiveland bevinden waterbassins zich veelal in het landelijk gebied waar veel glastuinbouw is.
•
Het uitsluiten van de polder Schouwen voor kleine windturbines zal worden aangepast. Het plaatsen van kleine windturbines is dus ook mogelijk voor polder Schouwen.
•
De mogelijkheid van het plaatsen van een kleine windturbine bij agrarische bedrijven in polder Schouwen zal worden opgenomen in het beleid.
•
De mogelijkheid voor Zon-op-water zal worden toegevoegd in het gebiedsprofiel landelijk gebied.
•
Toevoegen zon-op-water in gebiedsprofiel landelijk gebied.
•
Wij zijn niet tegen een pilot voor zon op een bestaande watergang, mits de panelen laag op het water geplaatst worden, zodat ze zich ruim onder maaiveld bevinden. Watergangen worden vaak gekruist door polderwegen en we vrezen dat aanbrengen van zonnepanelen het aanzien van het polderlandschap aantast. Dit aspect dient bij evaluatie van de pilot zwaar te wegen.
•
In criteria voor zon-op-water is al meegenomen dat zonnepanelen niet boven het maaiveld mogen uitkomen ten opzichte van het omliggende terrein (zie p. 39)
•
Geen aanpassing
•
Trede 6 zon-nabij-bebouwingsconcentraties zou pas mogelijk moeten zijn wanneer er geen ruimte te vinden is voor kleinschalige coöperatieve energieprojecten binnen de volgende gebiedsprofielen: woon- centrum- en perifere gebieden, bedrijventerreinen en sport- en recreatieterreinen. Immers, zon-op-dak en zon-energieneutraal (waarbij op eigen grond zonnepanelen geplaatst kunnen worden), hebben ook voor deze categorie een hogere prioriteit. De tabel op blz. 34 waarin een overzicht staat van energietypes en de toepassing per gebiedsprofiel zou dan bij trede 6 zon-nabijbebouwingsconcentraties moeten worden aangepast: groene vinkjes bij Woongebied, Bedrijventerrein en Sport-, dagrecreatie en cultuur. Een voorbeeld van een kleinschalig coöperatief project is te vinden in Bruinisse. Hier heeft de voetbalvereniging ruimte op het dak verleend voor het plaatsen van 290 zonnepanelen voor omwonenden middels de postcoderoosregeling.
•
Bij Zon-nabij-Bebouwingsconcentraties gaat het om zonnepanelen op maaiveld in de aansluitend aan bebouwing bijvoorbeeld de buitenranden van dorpen, steden of bedrijventerreinen. Zon-nabijBebouwingsconcentraties kan dus alleen in het gebiedsprofiel landelijk gebied. Binnen het bestaande energienetwerk kunnen hier momenteel alleen kleinschalige coöperatieve zonneprojecten. In het beleid (pagina 40) is aangegeven dat eerst aangetoond moet worden dat er geen geschikt dak beschikbaar is voordat er zonnepanelen op het maaiveld worden toegepast. Een eventueel coöperatief zonneproject op dak kan inderdaad ook in stedelijk gebied maar dan valt het onder de trede zon-op-dak.
•
Geen aanpassing
3
•
Op blz. 40 wordt gesproken over grootschalige en kleinschalige zonneparken. Wat is de maximale oppervlakte van een kleinschalig zonnepark?
•
Grootschalige zonneparken vragen een grootverbruiksaansluiting terwijl kleinschalige zonneparken mogelijk zijn met een kleinverbruiksaansluiting (ongeveer 200 – 300 zonnepanelen). Dit zal in bijlage 5 definities worden toegevoegd.
•
Per kern is maximaal één kleinschalig zonnepark op maaiveld toegestaan. We zijn van mening dat hiervoor eerst ruimte binnen de gebiedsprofielen woon- centrum- en perifere gebieden, bedrijventerreinen en sport- en recreatieterreinen moet worden gezocht. We vinden het een slecht idee om kleine velden met zonnepanelen te ontwikkelen en hiervoor plaats te zoeken aan de rand van de kernen, zeker wanneer deze grenzen aan een woonbuurt. De tabel op blz. 34 zou dan moeten worden aangepast: bij trede 6 zon-nabijbebouwingsconcentraties een rood kruisje in de kolom Landelijk gebied.
•
Bij Zon-nabij-Bebouwingsconcentraties gaat het om zonnepanelen op maaiveld aansluitend aan bebouwing bijvoorbeeld de buitenranden van dorpen, steden of bedrijventerreinen. Zon-nabijBebouwingsconcentraties kan dus alleen in het gebiedsprofiel landelijk gebied. Zoals al eerder aangegeven kunnen op dit moment alleen kleine coöperatieve projecten worden gerealiseerd. Eerst moet gekeken worden of dit mogelijk is op grote daken. In dat laatste geval valt het onder de trede zon-op-dak.
•
Een definitie van grootschalige en kleinschalige zonneparken zal toegevoegd worden in bijlage 5 definities.
•
Geen aanpassing
•
Ook voor kleinschalige zonneparken is een ecologische inrichting van belang. Bijlage 4 geeft hiervoor de inspiratie.
•
Geen aanpassing
•
Innovatie kan plaats vinden in alle gebiedsprofielen dus ook in het gebiedsprofiel natuurgebieden en grote wateren. Getijdenenergie is hier een voorbeeld van. Met betrekking tot innovatie dient per nieuwe techniek gekeken te worden wat wenselijke locaties zijn en welke aanvullende ingrepen, bijvoorbeeld in relatie tot landschappelijke inpassing nodig zijn.
•
Geen aanpassing
Omdat aanleg van grotere zonneparken in de komende 5 jaar niet aan de orde is, hoeft BIJLAGE 4 (Tabel ecologische inrichting zonneparken) nu niet opgenomen te worden.
INNOVATIEVE ENERGIEOPWEKKING Innovatieve vormen van energieopwekking en verduurzaming kunnen binnen alle gebiedsprofielen plaats vinden. De Natura 2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland zijn uitgesloten voor toepassing van duurzame energie. Vragen en opmerkingen in dit verband: • Betekent dit dat in Natura 2000 gebied en binnen het Natuurnetwerk Nederland innovatieve vormen van opwek, zoals getijde energie en energie uit oppervlaktewater uitgesloten zijn?
•
•
Natuurgebieden zijn op de overzichtskaart met gebiedsprofielen op blz. 20 aangegeven. Welke gebieden behoren tot Natuurnetwerk Nederland? Ook een kaart met Natura 2000 gebieden zou een goede toevoeging zijn.
•
In figuur 7 zijn de natuurgebieden op Schouwen-Duiveland weergegeven. Dit zijn zowel Natura 2000 gebieden als bijna alle gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Voor toetsing moet gebruikt gemaakt worden van de Nature 2000 kaart en het Natuur Beheerplan Zeeland waar het NatuurNetwerk Zeeland op aangegeven is.
•
Geen aanpassing
•
Grootschalige energieopslag is een industriële activiteit en zou als zodanig plek moeten vinden op een bedrijventerrein.
•
Voor grootschalige energieopslag (indien niet enkel voor eigen gebruik) is maatwerk wenselijk. Grootschalige energieopslag) hoort bij voorkeur thuis op een bedrijventerrein. Soms is het echter niet mogelijk bijvoorbeeld in verband met aansluiting op het energienetwerk. Landschappelijke inpassing is van belang bij grootschalige energieopslag.
•
Geen aanpassing
4
HISTORISCHE ONTWIKKELING Enkele kanttekeningen bij de volgende onderdelen: Landschappelijke structuur De strijd tegen het binnenwater heeft op Schouwen gevolgen gehad voor het landschap. Door de aanleg van een ringdijk in het midden van de negentiende eeuw werd een afscheiding gecreëerd: in het zuiden het lage deel, voor een groot deel overeenkomend met het huidige natuurgebied, en daar buiten een gebied dat sindsdien veel beter kon worden benut voor akkerbouw. Dat laatste gestimuleerd door de inwerkingtreding van het stoomgemaal Schouwen in 1877. Het landschap van Schouwen vertoonde variatie in openheid, in het kader van de herverkaveling na 1953 werd besloten Schouwen een geheel open karakter te geven. Het was een menselijke ingreep. Dat gold ook voor de toen aangelegde Delingsdijk, dwars door Schouwen. Die was bedoeld om te zorgen dat bij een nieuwe stormvloed niet geheel Schouwen opnieuw zou onderlopen. Compacte kernen De visueel ruimtelijke karakterisering van de kernen op SchouwenDuiveland op blz. 59 is summier. De stelling dat het ontbreken van een groene uitstraling de kernkwaliteit aantast is discutabel. Het is de vraag of overgangen van stad naar land altijd “groen” moeten zijn. Zie bijvoorbeeld de noordelijke dorpsrand van Ouwerkerk of de zuidwestelijke rand van Brouwershaven.
Groene erven Op de erven in het landelijk gebied verschijnt steeds meer bedrijfsbebouwing in de vorm van grote loodsen, die vaak nauwelijks ingepast zijn. Spreken van ruime groene erven geeft een wat al te rooskleurig beeld. Er liggen mogelijkheden voor het ontwikkelen van groen, alleen al door betere inpassing met landschappelijke beplanting. Dat groene erven bijdragen aan de kwaliteit van het landschap van Schouwen-Duiveland, onderschrijven wij van harte. 2.
•
Bijlage 2 is toegevoegd ter achtergrond informatie en is een samenvatting van het landschappelijk raamwerk landelijk gebied Schouwen-Duiveland (200&). Inmiddels hebben wij een aparte bijlage van Stad&Lande ontvangen waarmee de bestaande bijlage wordt vervangen.
•
De bijlage die wij hebben ontvangen van Stad en lande is toegevoegd als bijlage 2 ter vervanging van huidige bijlage.
•
Voor wat betreft de opmerking dat de kernranden niet altijd groen moeten worden ingepakt omdat sommige dorpssilhouetten in de huidige situatie al waardevol zijn, ook zonder groen, wordt onderschreven. Enkel de zonneparken worden landschappelijk ingepast. Daarmee blijven de dorpssilhouetten in tact.
•
Geen aanpassing
•
Voor kennisgeving aangenomen.
•
Geen aanpassing
•
Voor kennisgeving aangenomen
•
Geen aanpassingen
Middels dit schrijven dient onze vereniging een zienswijze in over het concept beleidsplan ‘Duurzame Energie Ingepast. Ruimtelijk beleid Duurzame Energievoorziening Schouwen-Duiveland’ van februari 2023. Onze hierna volgende opmerkingen zijn grotendeels beperkt tot het landelijke gebied. Wij onderschrijven uw uitgangspunt dat bij de energietransitie zorgvuldig dient te worden omgegaan met de landschapswaarden van SchouwenDuiveland. In het beleidsplan is in hoofdstuk 3 op een goede wijze de indeling van het landelijke gebied samengevat en de hieraan gerelateerde beleidskeuzes voor mogelijkheden voor wind- en zonne-energie.
5
Door de vereniging Stad en Lande is reeds een zienswijze op het onderhavige beleidsplan ingediend. Onze vereniging onderschrijft de zienswijze van Stad en Lande. Windenergie Wij ondersteunen van harte uw uitgangspunt dat nieuwe grootschalige windparken binnen de gemeente niet gewenst zijn. Wij kunnen de uitgangspunten voor de plaatsing van een kleine windmolen bij een boerderij onderschrijven. Hierbij zijn strikte voorwaarden voor dit plaatsingsbeleid van groot belang. -
A. Een maximale as-hoogte van 15 m en een maximale tiphoogte van 21 m dient het uitgangspunt te blijven. Hogere windmolens tasten de landschapswaarden sterk aan.
•
In het beleid sluiten wij voor de hoogte van kleine windturbines aan bij het beleid van de provincie. Dit betekent een maximale tiphoogte van 21 meter. De ashoogte van 15 meter komt hiermee te vervallen.
•
Geen aanpassing
-
B. Meerder windmolens op beperkte afstand van elkaar kunnen dominantie in het landschapsbeeld veroorzaken. Om het aantal kleine windmolens in het buitengebied beperkt te houden ondersteunen wij ten sterkste het in de beleidsnota aangegeven uitgangspunt: Alleen één windmolen bij een agrarisch bedrijf in het buitengebied dat een hoog energieverbruik heeft, naast reeds aanwezige zonnepanelen bij dat bedrijf.’
•
Voor kennisgeving aangenomen
•
Geen aanpassing
-
C. Aangaande het voorgaande punt B zijn voor het plaatsingsbeleid wel een aantal nader te specificeren toetsingscriteria noodzakelijk. Deze zijn verwoord in de zienswijze 1, waar wij hier naar verwijzen. Wat betreft het punt ‘hoog energieverbruik’ voegen wij toe dat het dient te gaan om agrarische bedrijven waarbij de bedrijfsvoering en het inkomen gedomineerd wordt door een agrarische functie. Zo zou het plaatsen van een windmolen bij voormalig functioneel agrarische gebouwen met een (mini-)camping als hoofdactiviteit niet mogelijk kunnen zijn.
•
Onder kleine windturbines zal bij de criteria toegevoegd worden dat het dient te gaan om agrarische bedrijven waarbij de bedrijfsvoering en het -inkomen gedomineerd wordt door een agrarische functie.
•
Bij criteria toevoegen dat het een functioneel agrarisch bedrijf betreft
-
D. Onze vereniging is ingenomen met het uitgangspunt om de plaatsing van zonnepanelen en kleine windmolens te combineren met de versterking van extra beplanting in het buitengebied (paragraaf 3.3 en pagina 35). Bij een agrarisch bedrijf dient een windmolen op het achtererf geplaatst te worden en dient een goed ontwikkelde groensingel aanwezig te zijn, of in combinatie met de plaatsing van een windmolen ontwikkeld te worden. Wat dit laatste betreft zou als voorwaarde bij het verlenen van een desbetreffende omgevingsvergunning, naast een positief advies van de Welstandscommissie en het kwaliteitsteam buitengebied het volgende gesteld dienen te worden: Voordat een windmolen geplaatst wordt dient eerst een omkadering van het erf met
•
Voor het plaatsen van kleine windturbines zijn criteria opgenomen voor landschappelijke inpassing. Eén van de criteria is om het erf te omkaderen met een inheemse transparante groensingel. Deze moet gelijk met het plaatsen van de windturbine ontwikkeld worden.
•
Geen aanpassing
6
een inheemse groensingel aangeplant te worden. In verband met mogelijke verstoring door hoge bomen van wind voor een molen is in het gedeelte waar een molen komt te staan de aanplant van opgaande struiken, zoals onder andere meidoorn, sleedoorn en vlier, voldoende. -
E. Wij onderschrijven de in het beleidsplan op de pagina’s 23 t/m 26 aangegeven indeling van het buitengebied aangaande het plaatsingsbeleid voor een kleine windmolen bij een agrarisch bedrijf.
•
Naar aanleiding van verschillende zienswijzen is het uitsluiten van kleine windturbines voor de polder Schouwen aangepast. Het plaatsen van kleine windturbines is dus ook mogelijk voor polder Schouwen. Wel is er nabij natuurgebieden een 100 meter brede toetsingszone opgenomen. Zie volgende reactie en beantwoording.
-
F. Het plaatsingsbeleid voor kleine windmolens bij natuurgebieden is in grote lijnen goed verwoord in het onderhavige beleidsplan. Wij stellen voor die richtlijnen nog iets duidelijker te stellen. Los van een eventuele beïnvloeding van de belevingswaarde van een natuurgebied door windmolens, kan er in bepaalde gevallen ook een probleem zijn wat betreft dagelijkse trekbanen van vogels. Dan betreft het vliegende vogels tussen rust- en fourageergebieden, of vogels die van het ene naar het andere natuurgebied trekken. Dergelijke dagelijks vliegbewegingen vinden op veel lagere hoogte plaats dan de omvangrijke seizoenmigratie van vogels. Voor het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ), waarbinnen nagenoeg alle natuurgebieden vallen, is in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 in artikel 2.27 een 100 m brede toetsingszone grenzend aan deze natuurgebieden aangaande natuurwaarden vastgesteld. In aansluiting op dit artikel zou plaatsing van kleine windmolens bij agrarische bedrijven niet binnen een zone van 100 m grenzend aan NNZgebieden mogelijk dienen te zijn. In zoverre polderdijken deel uitmaken van het NNZ zou dit uitgangspunt niet aan de orde zijn voor bedrijven die gelegen zijn bij een polderdijk.
•
Een 100 meter brede toetsingzone grenzend aan natuurgebieden zoals is aangegeven in artikel 2.27 van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 opnemen voor het plaatsen van kleine windturbines zal worden toegevoegd in de criteria.
•
Waterkwaliteit en belevingswaarde zijn opgenomen in de criteria. Spiegelingseffecten zal waar nodig worden toegevoegd.
•
In beleid wordt aangepast dat kleine windturbines bij agrarische bedrijven ook in polder Schouwen is toegestaan.
•
Aanpassen criteria en een 100 meter brede toetsingszone grenzend aan natuurgebieden toevoegen.
•
Spiegelingseffecten daar waar nodig toevoegen.
Zonne-energie Voor het plaatsingsbeleid voor zonnepanelen sluiten wij grotendeels aan op de opmerkingen die de vereniging Stad en Lande hierover gemaakt heeft. Aangaande ‘Trede 5: Zon-op-water’ is onze vereniging niet op voorhand tegen het aanleggen van zonnepanelen op brede watergangen in de polders. Echter, dit zou eerst proefondervindelijk op kleine schaal uitgevoerd dienen te worden. Toetsingscriteria hierbij zijn onder andere dienen te zijn: waterkwaliteit (vooral biotische parameters), belevingswaarde (omvangrijke spiegelingseffecten), oevervegetatie en de vogelfunctie van de desbetreffende watergang.
7
In bepaalde kreekgedeelten in de polders, meestal die gedeelten die geïsoleerd liggen en daardoor slecht bereikbaar en daardoor erg rustig zijn, kunnen frequent grote aantal water- en moerasvogels aanwezig zijn. Gericht voorbereidend onderzoek zal in dit verband noodzakelijk zijn. We onderstrepen extra het volgende punt dat Stad aan Lande aangegeven heeft: Per bewoningskern de mogelijkheid bieden om een zonnepark aan de rand van de bebouwing aan te leggen is vanwege landschapswaarden niet gewenst. In de overzichtstabel op pagina 34 zou het desbetreffende groene vinkje (kolom Landelijk gebied) dan ook vervangen dienen te worden door een rood kruisje.
3.
Kader 1: Zonneladder Algemeen: Waar over zonne-energie wordt gesproken behoort dit betrekking te hebben op zowel zonnepanelen als op zonnecollectoren.
•
Zon nabij bebouwingsconcentraties betreft zonnepanelen op maaiveld aansluitend aan de randen van dorpen, wijken en bedrijventerreinen en bevinden zich dus in landelijk gebied. Om de landschappelijke kwaliteit te waarborgen moet een stappenplan worden doorlopen (zie pagina 40 en 41). In het beleid is verder opgenomen dat eerst gekeken moet worden of er een mogelijkheid is om deze kleinschalige coöperatieve projecten op een groot dak te realiseren. In dat geval valt het onder de trede zon-op-dak. Ook wordt gezocht naar koppelkansen met biodiversiteit, klimaatadaptatie, recreatie en educatie.
•
Geen aanpassing
•
Goed punt. Waar zonnepanelen staat worden ook zonnecollectoren bedoeld. Dit zal in een voetnoot en in de definitie worden toegevoegd.
•
Definitie zonnepanelen aanpassen en hieronder ook zonnecollectoren toevoegen. Ook voetnoot plaatsen in de tekst.
•
Trede 1 en trede 2 van de zonneladder zouden samengevoegd moeten worden. Eigenaren van woningen moeten vrij zijn in de keus om zonnepanelen op het dak, dan wel in de tuin aan te brengen. Vanuit esthetische redenen en niet alleen om technische redenen, of eisen van Welstand (bij monumenten), kan een eigenaar de voorkeur hebben om primair te kiezen voor zon-in-tuin. De situatie van de fam. de Vos op blz. 37 is daar een sprekend voorbeeld van.
•
Wij vinden het belangrijk om twee aparte treden te hebben voor zon op dak en zon in tuin. In principe staat in trede 2 dat het plaatsen in tuin mogelijk is als de constructie van het dak niet goed is of als het onevenredige afbreuk doet van de beeldkwaliteit van de woning, dat is esthetisch. Dit wordt beoordeeld door de Welstandscommissie.
•
Geen aanpassing
•
Trede 3 en trede 6: de term “Energieneutraal” heeft nadere toelichting nodig (is ook vanuit de definitielijst niet duidelijk). Wordt deze energieneutraliteit gebaseerd op het totale jaarverbruik, of op de minimale basislast, of iets ertussenin? Deze onduidelijkheid geldt over ook voor de Doelstelling: Schouwen-Duiveland is in 2040 energieneutraal en voor de eisen voor het plaatsen van kleine windmolens bij bedrijven in het buitengebied.
•
Energieneutraal bij bedrijven is de duurzame energie-opwek van het jaarverbruik. Voor de doelstelling Schouwen-Duiveland energieneutraal in 2040 hanteren wij de definitie “alle energie die op het eiland wordt verbruikt wordt duurzaam opgewekt”.
•
Definitie energieneutraal aanpassen in bijlage 5 definities.
•
Trede 6: Hierbij de optie overwegen om zonneparken voor energie coöperaties van dorpen of wijken te concentreren in één polder op een nader te bepalen locatie op SchouwenDuiveland, in plaats vrijwel altijd kwetsbare locaties per kern. Dit heeft vele voordelen op het gebied van ruimtelijke inpassing, van aansluiting en van onderhoud.
•
Met betrekking tot zon bij bebouwinsgsconcentraties is gekozen voor kleinschalige projecten in het landelijk gebied in aansluiting van de bebouwing bij kernen en bedrijventerreinen voor het energieneutraal maken van dorpen en wijken. Dit is op dit moment mogelijk binnen het huidige energienetwerk. Een groot zonneveld
•
Geen aanpassing
8
in open landschap is in het kader van de congestie van het energienetwerk niet mogelijk en is om deze reden uitgesloten in dit beleid. Als het energienetwerk weer toereikend is zal het beleid tijdig worden aangepast. 3. Uitgangspunten ruimtelijk beleid · Blz 22: Woon-, centrum- en perifeer detailhandelsgebied: In het rijtje met van toepassing zijnde tredes mist trede 6: Zon-nabijbebouwingsconcentraties.
•
Zon nabij bebouwingsconcentraties betreft zonnepanelen op maaiveld in het landelijk gebied aansluitend aan de randen van dorpen, wijken en bedrijventerreinen en bevinden zich dus in landelijk gebied.
•
Geen aanpassing
•
Uitgangspunten van dit beleid is dat mini windturbines zoals windschoepen en windwokkkels maatwerk zijn bij bedrijven en verenigingen binnen woon-, centrum en perifeer detailhandels gebied. Reden hiervoor is dat ze (geluid) overlast kunnen veroorzaken en in woon-, centrum en perifeer handelsgebied moeilijk in te passen zijn.
•
In het beleid worden is aangepast dat miniwindturbines als maatwerk worden toegestaan bij bedrijven en verenigingen in woon-, centrum- en perifeergebied.
Blz 24 en 25: 6 polders op Schouwen-Duiveland: De kleine windmolens ontsieren het landschap in zijn algemeenheid, maar de noodzaak voor grootverbruikers om buiten het “zonneseizoen” over duurzame energie te beschikken is evident. Voor deze gebruikers zou een alternatieve oplossing kunnen bestaan uit het concentreren van de windmolens in/nabij de eerder onder trede 6 vermelde polder voor zonneparken. Zij kunnen dan door de verschillende eigenaren ingezet worden via de SCE regeling (voormalige postcoderoos regeling), die zowel van kracht is voor zon als voor wind.
•
De doelstelling van de combinatie van zon en wind bij functioneel agrarische bedrijven in het landelijk gebied is dat er op momenten (bijvoorbeeld in de winter) dat er weinig zonne-energie wordt opgewekt gebruik gemaakt kan worden van windenergie. Dit betreft met name agrarische bedrijven met een hoog energieverbruik in de winter (koeling en ventilatie).
•
Geen aanpassing
Een andere mogelijkheid is om juist voor deze categorie verbruikers 1-2 grote windmolens neer te zetten nabij de bestaande grote windparken, in een coöperatievorm. · Als kleine windmolens bij bedrijven wel worden toegestaan dan voor alle polders een gelijk beleid en niet de polder Schouwen uitsluiten.
•
In het huidige beleid is geen ruimte voor het plaatsen van grote windturbines. Daarbij staat het energienetwerk dit momenteel niet toe. Voor wat betreft polder Schouwen zullen we het beleid zodanig aanpassen dat kleine windturbines hier ook mogelijk zijn.
•
Geen aanpassing
•
Aanpassen beleid dat kleine windturbines ook toegestaan zijn in de polder Schouwen.
· 3.3 blz 28: Landschappelijke inpassing is een prima streven, maar wordt tot heden voornamelijk als papieren exercitie uitgevoerd, die veel tijd en inspanning kost en waarvan het resultaat veelal zeer teleurstellend is. Op papier zien de groensingels er prachtig uit, omwonenden worden tevreden gesteld met mooie plaatjes, maar de praktijk blijkt in de regel zeer weerbarstig. Er worden geen/onvoldoende eisen gesteld aan het resultaat in de praktijk, wanneer dient wat aanwezig te zijn en welke maatregelen zijn beschikbaar als dit doel niet bereikt wordt. Toetsing / handhaving is op dit moment niet aan de orde. Zie hiertoe als voorbeeld de kassen in Noordgouwe / Schuddebeurs. De zogenaamde groensingel welke een essentieel element vormde in de vergunningverlening, staat na een jaar of 3 nog steeds “weg te kwijnen”.
•
Het is geen realistische eis om eerst aanplant van beplanting te eisen voordat tot plaatsing van zon of wind over te gaan. Wel wordt een goed beplantings- en beheerplan geëist waarin een redelijke aanplantmaat van beplantingsmateriaal wordt vastgelegd. Handhaving op naleving hiervan is een aandachtspunt.
•
Geen aanpassing
· Bij ditzelfde item mist ook Windschoepen (onder voorwaarden) – zie verderop in mijn commentaar. ·
•
9
Het is aan te bevelen de eis te stellen dat de inpassing in voldoende mate (omvang nader te definiëren) gereed is op het moment van ingebruikname van het zonnepark, de windmolens o.d. 4. Inpassings- en toetsingskader · Blz 34 Matrix: bij Windschoepen de mogelijkheid aanvinken van plaatsing in Woongebied, maar onder voorwaarden (zie verderop)
•
In het beleid is aangepast dat mini-windturbines maatwerk zijn bij bedrijven en verenigingen in woon, centrum en perifeer gebied.
•
In beleid wordt aangepast dat miniwindturbines als maatwerk mogelijk zijn bij bedrijven en verenigingen in woon-, centurm-, en perifeergebied.
· Blz 34 Matrix: bij Trede 6 de mogelijkheid aanvinken van plaatsing nabij Woongebied, Bedrijventerrein.
•
Zon nabij bebouwingsconcentraties betreft zonnepanelen op maaiveld aansluitend aan de randen van dorpen, wijken en bedrijventerreinen en bevinden zich dus in landelijk gebied.
•
Geen aanpassing
•
Met betrekking tot kleine windturbines: o Kleine windturbines worden alleen toegestaan bij agrarische bedrijven en niet bij andere bedrijven in het buitengebied. o Daken moeten substantieel benut worden met zonnepanelen. o Het gaat om agrarische bedrijven met een hoog energieverbruik door bijvoorbeeld koeling of ventilatie (de definitie wordt opgenomen in de bijlage). Het jaargebruik is hierbij leidend. o Energieneutraliteit is de hoeveelheid energie die per jaar wordt verbruikt en duurzaam wordt opgewekt (de definitie wordt opgenomen in de bijlage). We hebben geen inschatting van het aantal agrarische bedrijven dat hier gebruik van zal gaan maken.
•
Criteria zullen worden verduidelijkt.
· Blz 35 Windschoepen: Onduidelijk is wat bedoeld wordt met windschoepen en windwokkels (op de voorlichtingsavond werd dit ook niet duidelijk). Eveneens is het niet duidelijk welke van deze apparaten wel toegestaan worden en welke niet, zoals aangegeven op blz 15. Waar ligt de grens? Is de vorm bepalend of de afmetingen of de plaatsing of andere kenmerken?
•
Een windschoep of windwokkel is een kleine compacte windturbine (de definitie wordt opgenomen in de bijlage). Om verwarring te voorkomen gaan wij in plaats van de termen windschoepen en windwokkels de term mini-windturbines gebruiken en de definitie toevoegen in bijlage 5.
•
Windschoepen en windwokkels wijzigen in mini-windturbines en een definitie van miniwindturbine opnemen in bijlage 5 definities
Voor inwoners van Schouwen-Duiveland wordt het met de afbouw van de salderingsregeling van essentieel belang om naast energie uit zonnepanelen ook zelf windenergie op te kunnen wekken. Het zou toegestaan moeten worden om de kleine windwokkels op een mast met een totale hoogte tot 5-6m onder nader te bepalen voorwaarden ook in woongebieden te plaatsen In Noordgouwe staat bijvoorbeeld zo’n windwokkel bij een picknickplaats voor fietsers. Deze staat nadrukkelijk in het woongebied en is niet storend.
•
Mini-windturbines zijn toegestaan op bedrijventerrreinen, bij centrale voorzieningen bij verblijfsrecreatie, bij sport, dagrecreatie en cultuur, in het landelijk gebied en maatwerk bij bedrijven en verenigingen in woon-, centrum- en perifeergebied.
•
Beleid aanpassen dat miniwindturbines als maatwerk worden toegestaan in woon-, centrum- en perifeer gebied.
· Blz 35 Kleine Windturbines: De voorwaarde(n) voor het plaatsen van een kleine windmolen bij een bedrijf in het buitengebied zijn niet duidelijk. o Voor welke bedrijven geldt dit, alleen voor agrarische bedrijven of voor alle bedrijven in het buitengebied? o Hoeveel zon-op-dak moet geïnstalleerd zijn alvorens een windmolen mag worden bijgeplaatst? o Bij welk afgenomen vermogen komt een bedrijfseigenaar in aanmerking voor een windmolen? Welke waarde is hierbij maatgevend, het totale jaarverbruik of de minimale basislast. Wat wordt in dit kader bedoeld met energieneutraliteit? Is er een inschatting te maken van het aantal bedrijven dat nu in aanmerking zou komen voor zo’n windmolen?
10
Een alternatief is dat de Gemeente S-D het voortouw neemt in een energiecoöperatie voor inwoners binnen de Gemeente, waarbij elektra wordt opgewekt via een grote windmolen nabij één van de bestaande parken, eventueel in combinatie met een daarbij gesitueerd zonnepark.
•
De suggestie om één grote molen te plaatsen kan niet in verband met de congestie op het energienet. Daarnaast heeft de raad besloten om op dit moment geen nieuwe grootschalige windlocaties toe te staan.
•
Geen aanpassing
· Blz 36 Trede 1 zon-op-dak – Specifieke eisen voor monumenten en beschermd dorps- en stadsgezicht: Voor deze categorie is mijn voorstel de richtlijnen van de RCE (Rijksdienst voor cultureel Erfgoed) integraal van kracht te verklaren in combinatie met de door de RCE gekozen insteek voor verduurzaming van monumenten: Verduurzamen? Ja, tenzij! In de betreffende documenten van RCE worden meer mogelijkheden geboden en oplossingen aangedragen dan in dit document Ruimtelijk Beleid. Men kiest overduidelijk voor maatwerk op basis van producten welke op de markt aanwezig zijn. Zij zitten vooral in de modus van “meedenken om verduurzaming mogelijk te maken” in plaats van “toetsen op vooraf gestelde regels en eisen”. Voorbeelden die de RCE aandraagt zijn onder andere: op de dakpannen afgestemde gekleurde zonnepanelen in situaties waar zonnepanelen in het zicht komen, afhankelijk van de aard en de locatie van het gebouw geheel met zonnepanelen gevulde dakvlakken ipv deelvlakken, bij dakbedekking met leien energie-opwekkers onder leibekleding, ……… etc. Kortom, men gaat tot het uiterste om verduurzaming mogelijk te maken. Bij zonnepanelen op daken moet wel bedacht worden dat het reversibele (op ieder moment terug te draaien) oplossingen zijn, zonder ingrepen in de constructie en/of de buitenschil van het betreffende monument.
Monumenteneigenaren mogen wel wat minder ingekaderd worden dan nu op veel gebieden het geval is. Ook de lokale overheid moet beseffen dat het in stand houden van deze monumenten vooral bij de eigenaar ligt en bij zijn/haar intentie het monument te behouden voor de toekomst. Het doorvoeren van Duurzaamheidsmaatregelen (inclusief voorzieningen voor duurzame energieopwekking) behoren daar onlosmakelijk bij. Het alternatief is dat de Gemeente Schouwen-Duiveland deze eigenaren een passende alternatieve energieopwekking op afstand aanbiedt, met een energietarief dat past bij “zon-op-dak achter de meter”. · Blz 37 Trede 2: Zon-in-tuin: De eis dat “het bebouwde oppervlakte ter plaatse daarmee de maximaal toegestane bebouwing niet overschrijdt” zodanig aanpassen, dat in kleine (stads-)tuinen toch zonnepanelen geplaats kunnen worden (keus tussen bijvoorbeeld een gazon of panelen moet de vrijheid van de eigenaar/bewoner zijn), maar dat er bij grote tuinen wel een bovengrens aan het aantal panelen wordt gesteld. Bij deze trede eveneens minder reguleren. De maximale hoogte-eis is niet relevant gezien de eis dat de zonnepanelen niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare weg. Zonnepanelen verticaal gemonteerd op bijvoorbeeld de wand van een schuur of op een schutting zouden ook
•
Bij zon-op-dak bij monumenten hebben we de tekst op pagina 36 aangepast in: “Voor monumenten en beschermd dorps- en stadsgezicht geldt maatwerk dat in samenspraak met de welstandscommissie moet worden uitgewerkt en goedgekeurd. In lijn met de regels vanuit de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) hebben de gemeenten de mogelijkheid om een vergunning te verlenen voor het plaatsen van zonnepanelen op erfgoed in het zicht. Criteria zijn de mate van visuele verstoring en of er sprake is van een afgewogen ontwerp..” Om het één en ander te verduidelijken zullen we de infographic van de RCE “meer mogelijkheden voor zonnepanelen op erfgoed plaatsen” als bijlage 6 toegevoegd aan het beleid
•
Tekst pagina 36 aanpassen. Infographic RCE “meer mogelijkheden voor zonnepanelen op erfgoed” plaatsen als bijlage 6.
•
Binnen het beleid is ruimte voor kleinschalige coöperatieve zonneenergie projecten.
•
Geen aanpassing
•
We houden vast aan de gestelde eisen met betrekking tot de maximale hoogte van 1,5 meter voor zon-in-tuin om visuele hinder te beperken. Het is niet aannemelijk dat inwoners op hogere hoogte zonnepanelen gaan plaatsen in tuinen. We houden vast aan de maximale bebouwing omdat we aansluiten bij het gemeentelijk beleid voor bebouwing in tuinen om verstening tegen te gaan. Bovengrens van het aantal zonnepanelen is sowieso geregeld omdat het aantal zonnepanelen uitsluitend mag worden geplaatst voor het eigen verbruik.
•
Geen aanpassing
•
Geen aanpassing
•
11
mogelijk moeten zijn, evenals zonnepanelen welke geheel of gedeeltelijk verdiept in het maaiveld geplaatst worden. Gezien deze laatste optie ook de minimale hoogte boven het maaiveld laten vervallen. (ook in het voorbeeld van de fam. de Vos op blz. 37 staan de panelen dichter op het maaiveld). · Trede 3: Zon-energieneutraal: Waarom voor panelen “all black” voorschrijven. Dit is een reguleringsstap te ver! Kijk naar de huidige situatie, meestal één specifieke oplossing per locatie en dat is verre van storend. · Blz 41: Innovatie: Stop met pilots en leer van / kopieer bestaande initiatieven elders in het land of in omringende landen. Niet alles wat met duurzame energie(-opwekking) te maken heeft behoeft op voorhand een landschappelijke inpassing. Sta vooral open voor deze initiatieven en kijk vervolgens hoe het e.e.a. 4
Ruimtelijk beleid in lijn met de klimaatdoelstellingen In eerdere beleidstukken werden een drietal locaties benoemd voor een combinatie tussen wind en zon. Dit betrof de locaties Krammer, Windpark Zierikzee en Roggeplaat. In dit ruimtelijk beleid is de locatie Windpark Zierikzee komen te vervallen en dat is zorgelijk. De reden dat dit zorgelijk is ligt in het feit dat er is aangegeven dat er geen nieuwe locaties voor wind-energie op Schouwen-Duiveland meer zullen worden vergund met als gevolg dat zonnepanelen een grote rol zullen moeten gaan spelen willen we enigzins in de buurt komen van de doelstellingen. Zon op dak biedt onvoldoende mogelijkheden om de gehele oplossing te bieden en ook dit is intern binnen de gemeente Schouwen-Duiveland bekend. Zon op land zal dus samen met zon op dak de oplossing moeten bieden. Het is veel verstandiger om deze bij uitstek geschikte locatie met een eigen netaansluiting onder voorwaarden wel op te nemen zodat innovatie op het gebied van energieopslag (batterijopslag of waterstof) er toe kan leiden dat er meer duurzame energie kan worden opgewekt en het beleid daar ook al ruimte voor biedt. Uiteraard biedt de huidige netcongestie op dit moment een belemmering echter door de locatie van Windpark Zierikzee uit het ruimtelijk beleid te schrappen worden veel kansen en mogelijkheden gemist.
Op Bedrijvenpark Zuid (aangesloten op dezelfde hoofdverdeelstation) zijn op dit moment ontwikkelingen rondom accuopslag en de opwekking van waterstof wat ook weer veel positieve impact heeft op de problematiek rondom netcongestie. Door de locatie Windpark Zierikzee onder voorwaarden nu juist wel op te nemen ontstaan mogelijkheden wanneer innovaties met een positieve impact op netcongestie. Hiermee kunnen we weer belangrijke stappen zetten in het doel om een energieneutraal Schouwen-Duiveland te realiseren.
•
Voorstel beantwoording: “All black” wordt gewijzigd in “Bevestigingsmiddelen, randen en panelen zijn uitgevoerd in één kleur en afgestemd en passend op de kleur van het dakvlak of omgeving;
•
Tekst op pagina 36 wordt aangepast zoals aangegeven
•
Met betrekking tot pilots willen we bij technieken die nog niet goed zijn doorontwikkeld goede monitoren en evalueren.
•
Geen aanpassing
•
Wij zijn in 2020 gestart met het opstellen van het ruimtelijk beleid duurzame energie. In september 2020 zijn de concept uitgangspunten opgesteld bestaande uit de volgende thema’s: 1. Energienetwerk (150 kV station en ondergronds kabeltracé); 2. Windenergie; 3. Zonne-energie en 4. Innovatie. Op 8 februari 2021 zijn de uitgangspunten besproken in de raadscommissie Ruimte en Economie waarbij besloten is om de uitgangspunten terug te leggen bij het college. De reden hiervoor was dat het energienetwerk op Schouwen-Duiveland op dit moment niet toereikend is. Zolang er geen ruimte op het net gevonden wordt kunnen grootverbruikers die nu duurzame energie willen opwekken geen elektriciteit terug leveren aan het elektriciteitsnet en geen Subsidie Duurzame Energie (SDE- subsidie) aanvragen. Voor de verzwaring van het elektriciteitsnet is het noodzakelijk om een 150 kV station en bijbehorend ondergronds kabeltracé op Schouwen-Duiveland te realiseren. Op 2 maart 2021 heeft het college besloten om het traject van het 150 kV station en het ruimtelijk beleid los te koppelen. Op 11 mei 2021 heeft het college ingestemd met het vervolgproces voor het opstellen van het ruimtelijk beleid duurzame energievoorziening voor die onderdelen die momenteel passen binnen het energienetwerk van SchouwenDuiveland.
Dit zijn de initiatieven met een kleinverbruiksaansluiting (maximaal 50 kW) of de grootverbruiksaansluitingen die in het kader van het energieneutraal worden niet terug leveren aan het net en de initiatieven die een eigen externe kabel hebben die niet verbonden zijn met het energienetwerk van SchouwenDuiveland. Als energielandschappen zijn Windpark Krammer en Windpark Roggenplaat genoemd omdat deze een externe kabel hebben die niet verbonden is met het energienetwerk van Schouwen-Duiveland.
•
Geen aanpassing
•
Geen aanpassing
12
Daarom is het meer dan verstandig om zonnepanelen op land bij Windpark Zierikzee wel op te nemen in dit beleid onder voorwaarden. Deze voorwaarden kunnen zijn: • Zon op land op de locatie Windpark Zierikzee is mogelijk indien deze door een juiste combinatie met energieopslag geen of zelfs een positieve impact heeft op de problematiek rondom netcongestie. • Zon op land op de locatie Windpark Zierikzee is mogelijk indien het geplande 150 kV station is gerealiseerd en er daarmee voldoende capaciteit op het net is. Dit schrijven is ontstaan vanuit Windpark Zierikzee en mij als betrokken Schouwen-Duivelander, algemeen directeur van de Saman Groep en voorzitter van Vereniging Bedrijvenpark Zuid. Een goede leefomgeving voor bewoners en een goed vestigingsklimaat voor ondernemers is namelijk naar de toekomst toe in belangrijke mate afhankelijk van hoe wij omgaan met de invulling van onze (duurzame) energievoorziening. Aanvulling in mail Deze reactie is noodzakelijk want in het beleid is onvoldoende ruimte voor de noodzakelijke toename van duurzame energie op ons eiland. Onderliggend zijn er daarnaast nog een aantal zaken die wat ons betreft anders hadden moeten verlopen en waarbij niet gehandeld wordt zoals we mogen verwachten van een gemeente die staat voor zijn burgers en bedrijven en die ambities heeft op het onderwerp energie. -
-
Schouwen-Duiveland heeft de doelstelling uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn, windenergie op nieuwe locaties wordt hierbij uitgesloten en dus lijkt zonne-energie hierin bepalend. Dit zou dan gaan om een oppervlakte (circa 400 hectare) wat niet volledig realiseerbaar is op daken (dit is ook bekend bij de gemeente) en dus is zon op land een belangrijk onderdeel hierin. Het gepubliceerde beleid schuift deze mogelijkheden voor een belangrijk deel weer verder vooruit. Reeds sinds circa 3 jaar spreken de eigenaren van Windpark Zierikzee en ik over de mogelijkheden van zonnepanelen onder de windmolens bij Windpark Zierikzee met de gemeente. Zowel contact met de betreffende ambtenaren als wethouders is hiervoor geweest. Ons is gedurende deze periode geadviseerd om nog geen aanvraag in te dienen omdat het ruimtelijkbeleid eerst vastgesteld diende te worden. Nu ligt er in 1 keer een ruimtelijk beleid waar de locatie is verwijderd en als reden wordt de netcongestie aangehaald. In ruimtelijk beleid een technische belemmering (van tijdelijke aard) aanvoeren als reden voor het niet opnemen van een locatie is volgens ons niet passend binnen ruimtelijk beleid. Wij snappen dat de invulling van het ruimtelijk beleid en ambities op het gebied van onze energievoorziening tot
•
Windpark Zierikzee is aangesloten op het energienetwerk van Schouwen-Duiveland en draagt bij aanleg van een energielandschap bij aan de congestie van het energienetwerk. Dit is de reden dat dit energielandschap nu niet is meegenomen. In het beleid is aangegeven dat wanneer er zicht is op het realiseren van het 150 kV station en er meer mogelijkheden zijn voor grootschalige energie-opwek het beleid zal worden geactualiseerd. Aangezien grootschalige energie-opwek impact heeft op de leefomgeving zal dit samen gaan met een uitgebreid omgevingsproces.
De reden waarom energielandschap nabij windpark Zierikzee niet is opgenomen is al gemotiveerd onder 4.1. Zoals is aangegeven was in eerste instantie energielandschap Zierikzee opgenomen in de uitgangspunten die zijn gepresenteerd aan de gemeenteraad. Bij het terug leggen van de uitgangspunten naar het college is besloten om alleen die ontwikkelingen mee te nemen die niet van invloed zijn op het energienetwerk van Schouwen-Duiveland. Het energielandschap bij windpark Zierikzee is om deze reden uit het beleid gehaald. Wij hebben bij de netbeheerder Stedin nagevraagd wat de consequenties zouden kunnen zijn van de aanleg van een energielandschap bij windpark Zierikzee. Stedin heeft duidelijk aangegeven dat hoewel er gebruik wordt gemaakt van “cable pooling” een energielandschap bij windpark Zierikzee bijdraagt aan de congestieproblematiek van het elektriciteitsnet van Schouwen-Duiveland. Wanneer er zicht is op de realisatie van het 150 kV station zullen wij het beleid actualiseren zal een heroverweging plaats vinden over de locaties van grootschalige zonnevelden
13
•
Geen aanpassing
-
5.
maatschappelijke discussies leidt echter dan vervolgens een technische belemmering aanhalen als reden voor het schrappen in het ruimtelijk beleid lijkt ons niet passen bij een open discussie. Het opnemen in ruimtelijk beleid wil ook niet zeggen dat er sprake is van een vergunningsverlening, de discussie over de invulling van de locatie en de voor- en nadelen zal dan alsnog met de verschillende stakeholders gevoerd moeten worden. In een recent gesprek wat wij hadden aangevraagd naar aanleiding van het gepubliceerde beleid is ons aangegeven dat reacties die echt van impact zijn op het geformuleerde beleid niet meer meegenomen kunnen worden omdat inwoner die eerder inspraak hebben gedaan dan geen kans meer zouden hebben om te reageren. Ik vind dat opmerkelijk want waarom worden we dan uitgenodigd om een reactie te geven. In dit gesprek kregen we ook te horen dat er inwoners tegen zonnepanelen op deze locatie zouden zijn, hiervoor hebben we alle begrip maar laten we inhoudelijk discussiëren en niet handelen op basis van “geruchten”. Hierbij nogmaals de opmerking dat het opnemen in ruimtebeleid geen vergunningsverlening betreft maar slechts deze belangrijke discussie opent. Het niet opnemen ervan zorgt dat een discussie die juist gevoerd moet worden niet meer gevoerd wordt en slechts vooruitgeschoven wordt. Dit lijkt me vanuit iedereen zijn belang geen juiste ontwikkeling.
Zoals in onze reactie vermeldt stellen wij voor om de locatie bij Windpark Zierikzee onder voorwaarden wel op te nemen in het ruimtelijk beleid. Dit lijkt ons op basis van bovenstaande argumentatie en de inhoud van onze reactie een terechte aanpassing van het beleid Vul aan met de congestie-challenge! Dank voor het opstellen van dit plan, het is te zien dat er veel werk zit in bijv. de ladder. top ook dat hiermee helder gemaakt wordt waar initiatiefnemers aan toe zijn. Ik mis echter nog een stukje beleid op het congestieprobleem (dit beleid is precies voor die duur opgesteld). Dat is nu al een blokkade voor grote verduurzamingsinitiatieven dus het is ook in het belang van de gemeente om dat zo goed mogelijk te beheersen. Hoe kunnen inwoners daarbij helpen? (geen apparaten 's nachts laten draaien, elekrische auto's bidirectioneel aan het net houden?) thuisbatterijen aanmoedigen? Zorg ook dat het andere beleid hier op aansluit. nu kun je als EV-bezitter alleen aan het net zitten met een eigen oprit, steeds meer gemeenten staan "laden aan de straat" toe, dat kan helpen om de druk vh net te halen. Ik mis een uitleg waaróm de gemeente geen uitbreiding van wind wil, wind levert veel meer energie op dan zon en vergroot het congestieprobleem minder.
•
Een goede tip om ook actief te communiceren op welke wijze inwoners en ondernemers bij kunnen dragen bij het verminderen van de congestie van het energienetwerk. Wij zullen dit meenemen in de communicatie.
•
Voor wat betreft uitbreiding van grote windenergielocaties heeft de raad in 2017 besloten om geen nieuwe grote windenergielocaties toe te staan. De gemeente heeft namelijk al drie grote windenergielocaties (Zierikzee, Krammer en Roggenplaat) met hun impact op het landschap. In het kader van de congestie op het energienetwerk voor invoeding is het, tot het 150 kV station wordt gerealiseerd, ook niet mogelijk om meer grote windturbines te plaatsen. In de actualisatie van het beleid zal er een heroverweging wind/ zon plaats gaan vinden. In de Omgevingsverordening Zeeland 2018 zijn door de provincie regels opgenomen ten aanzien van grootschalige windenergielocaties. Windturbines met een hogere tiphoogte dan 21 meter zijn alleen toegestaan op windenergie concentratielocaties Zierikzee, Krammer en Roggenplaat. Het provinciaal beleid biedt geen ruimte voor nieuwe locaties.
14
•
Geen aanpassing in ruimtelijk beleid maar wordt wel meegenomen in de communicatie
•
Geen aanpassing
Inzet van warmtepompen wordt genoemd als innovatie maar gebruik van andere media, zoals bodemenergie- en opslag (waterwijk Z'zee) niet. Nu al leidt de warmtepomp tot conflicten tussen buren. Zie beantwoording onder 5.1.
•
6.
Ik vind het een weloverwogen plan. Goed gedaan.
•
7.
Verruiming regelgeving plaatsen zonnepanelen binnenstad Tot nu toe mogen er binnen de veste geen zonnepanelen geplaatst worden op dakvlakken die aan de (zij)straat grenzen en/of zichtbaar zijn vanaf de straat. Wijzig dit en vergroot hiermee de capaciteit duurzame energiewinning aanzienlijk.
•
Bij innovatie hebben wij alternatieven voor aardgas genoemd. Dit zijn onder andere individuele warmtepompen maar ook andere collectieve oplossingen zoals bijvoorbeeld bodemenergie of aquathermie (energie uit water), waterstof, etc. We zullen dit in de tekst aanpassen
•
Tekst aanpassen bij innovatie en alternatieven voor aardgas benoemen.
Voor kennisgeving aangenomen.
•
Geen aanpassing
In het beleid is juist een verruiming opgenomen voor zon op dak bij monumenten. Zie verder pagina 36 van het beleidsplan waarin het volgende is opgenomen:
•
Infographic RCE toevoegen als bijlage 6.
•
Welstandnota wordt aangepast op basis van ruimtelijk beleid duurzame energie
“Voor monumenten en beschermd dorps- en stadsgezicht geldt maatwerk dat in samenspraak met de welstandscommissie moet worden uitgewerkt en goedgekeurd. In lijn met de regels vanuit de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) hebben de gemeenten de mogelijkheid om een vergunning te verlenen voor het plaatsen van zonnepanelen op erfgoed in het zicht. Criteria zijn de mate van visuele verstoring en of er sprake is van een afgewogen ontwerp..” We zullen de richtlijnen van RCE die zijn weergegeven in een infographic als bijlage of als kader in de tekst toevoegen aan het beleid. De welstandsnota zal hierop worden aangepast
8.
9.
10.
Energieopslag waarom niet net zoals Tholen containers aanschaffen voor batterijen om overtollige energie die opgewekt is met wind en zon op te slaan, zodat je op mindere zon en winddagen die energie kan gebruiken. Ik dacht dat bij de zonneweide van 'Saman' in de zuidhoek ook al batterijen staan. Maar inderdaad 'accu's per buurt' is een goed idee. De energie blijft dan ook in de buurt en er hoeven geen dikke kabels te worden gelegd om alle energie naar het net te brengen. Buurtbatterij en gasnetwerk in stand houden ivm voor gebruik waterstof transport Verder onderzoek naar batterij opslag van energie overschot van zonnepanelen op buurt niveau. Het gas netwerk intact laten ivm toekomstige mogelijk voor omschakeling naar waterstof.
•
Op Schouwen-Duiveland wordt een initiatief voor grootschalige energieopslag momenteel onderzocht. In het beleid wordt, onder voorwaarden, ruimte gegeven voor grootschalige energieopslag. Zie pagina 41.
•
Geen aanpassing
•
In het beleid wordt, onder voorwaarden, ruimte gegeven voor grootschalige energieopslag. Zie pagina 41.
•
Geen aanpassing
•
In het beleid wordt er ruimte gegeven voor grootschalige energieopslag. Wel zijn er voorwaarden gesteld aan landschappelijke inpassing. Zie verder pagina 41.
•
Geen aanpassing
Er is geen sprake van dat het gasnetwerk verwijderd zal worden.
•
Geen aanpassing
•
15
11. 12.
13.
Nieuwe windmolens die mogelijk geplaats worden van een ander type nl het model dat de energie dat direct in waterstof omzet. Met als voordeel dat het eenvoudiger op te slaan is en later te distribueren.
•
Plaatsen van nieuwe grote windturbines is binnen het huidige energienetwerk niet mogelijk met uitzondering van de upgrade van de bestaande windenergielocaties. Nieuwe type windturbines en de combinatie met waterstof zouden vallen onder innovatie.
https://www.innovatie-estafette.nl/nieuws/nieuws/2020/06/24/is-dezebasaltbatterij-de-oplossing-voor-grootschalige-energieopslag
•
In het beleid wordt onder voorwaarden ruimte gegeven voor grootschalige energieopslag (zie pagina 41). Dit zal per kern of wijk verder worden onderzocht.
Kleinschalig energie opwekken Onderzoek mogelijkheden voor kleinschalig energie opwekken met bijv 100 of meer panelen op het dak van een landbouw schuur in combinatie met een kleine windmolen en een accu om energie op te slaan. Deze mix past prima op een landbouwbedrijf die ook zo ook de naaste omgeving van energie kan voorzien als de boerderij de energie tijdelijk zelf niet nodig heeft . Ik ben geen voorstander van participatie met inwoners uit de omgeving dit werkt super vertragend eindeloos, reden dat initiatieven niet van de grond komen omdat het een vereiste is. Laat ondernemer zelf dingen regelen met zijn directe omgeving om zo samen met buren een win win situatie te creëren (laat de markt zijn werk doen) . Als gemeente kun je een rol hebben richting de grote energieleveranciers want zij willen altijd kleinschalige projecten tegenhouden terwijl hier veel mogelijkheden liggen. Wees als gemeente dus voorbereid op ontwikkeling van energie opslag middels accu's hier zal een vergunning voor aangevraagd moeten worden door een ondernemer. Laat dit aub geen proces zijn van jaren zijn, korte procedures, bijv. een melding. Denk na over het gebrek aan leiding/visie van de rijksoverheid. Neem niet al teveel hooi op je vork teneinde teleurstelling en ruzie te voorkomen, focus je op een transitie van vele jaren en neem de tijd.
Begin klein overzichtelijk wat eventueel over en termijn van 30 jr als de energie markt er waarschijnlijk weer heel anders uitziet vrij gemakkelijk terug te draaien , af te breken is. Goed punten ten aanzien van kleinschaligheid. Dit vergroot zeker de kans van slagen en de snelheid. Het overslaan van de bewonersparticipatie vind ik persoonlijk minder. Vertraagt wel maar kan mogelijk ook een positieve bijdrage leveren of verwijten achteraf voorkomen.
In Ruimtelijk Beleid past wel zeker houdbare en duurzame Landbouw De Nederlandse Landbouw en zeker die in Zeeland en met name die op Schouwen Duiveland heeft zeker toekomst. Direct in het verlengde van een Houdbare Landbouw is de woningbouw en de bevordering van het
Geen aanpassing
•
Geen aanpassing
•
Het beleid geeft ruimte voor kleinschalige energieprojecten. Dit kunnen projecten van bedrijven zijn die in het kader van energieneutraliteit hun eigen energie op willen wekken of kleinschalige coöperatieve projecten. In het beleid wordt ruimte gegeven voor energieopslag (pagina 41).
•
Geen aanpassing
•
Procesparticipatie met de omgeving door de initiatiefnemers is een belangrijk voorwaarde in het beleid bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten (pagina 50). Wanneer belanghebbenden vroegtijdig worden betrokken kan er gezocht worden naar win-win situaties en koppelkansen. Waar wel of niet een vergunning voor nodig is, is in de wet geregeld dat kunnen we als gemeente niet veranderen in bv een melding. Participatie is nodig zodat de lusten en lasten eerlijk verdeeld kunnen worden. Overheid is er voor het algemeen belang. Ondernemer voor zijn eigen belang. Participatie is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verplicht gesteld.
•
Geen aanpassing
•
Procesparticipatie met de omgeving door de initiatiefnemers is een belangrijke voorwaarde in het beleid bij de ontwikkeling van duurzame energieprojecten (pagina 50). Wanneer belanghebbenden vroegtijdig worden betrokken kan er gezocht worden naar win-win situaties en koppelkansen. Het vergroot vaak ook het draagvlak als omwonenden erbij worden getrokken. Procesparticipatie is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verplicht. Voor grootschalige duurzame energieprojecten is ook financiële participatie aan de orde (zie pagina 51).
•
Geen aanpassing
Dit valt buiten dit beleid.
•
Geen aanpassingen
• 14.
•
•
16
toerisme gediend. Samen met de Waterschappen en Natuurorganisaties en de Provincie dient daarom richting te worden gegeven aan een duurzame landbouw. Niet uitkopen van boeren maar samen met natuurorganisatie zoeken naar nieuwe bedrijfsvormen. Als bv het waterpeil omhoog wordt gebracht in grond van de boer grenzend aan natuur gebieden profiteert zowel de boer als eigenaar van de grond als de natuur hiervan. Minder CO2 uitstoot Minder grasland, leidt tot minder kippen en koeien en. Voor de boer worden met de resterende gronden andere inkomsten bronnen mogelijk op. Het verdienmodel wordt anders. Denk aan bv structurele vergoedingen voor waterberging etc . Noord Brabant en waterschap Aa en Maas bewijst dit. Op drassige gronden overschakelen op het telen van olifanten gras, lisdodde, vlas en hennep wordt mogelijk. Bestrijdingsmiddelen zijn niet noodzakelijk Het telen is niet arbeidsintensief en na verwerking levert dit isolatie materiaal voor de woningbouw op en voor de boer CO2 certificaten en inkomsten. Uitbreiding van campings met tiny houses wordt mogelijk Kijk naar wat er in Twente gebeurt met het initiatief Twentse Bouwboeren. Projectontwikkelaars, aannemers en bouwers zijn met de nieuwe stikstof arme materialen verguld. Energie ( biologische waterstof ) De Rijksoverheid stimuleert meer en meer de inzet van duurzame en groene waterstof.