CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

959123 Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Engelsekade

Commissie Ruimte en Economie 9 oktober 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Engelse Kade 10 Zierikzee (959123)12.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

27

De meest nabij gelegen gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk betreft de ecologische verbindingszone naar de Oosterschelde op ca 1 km ten oosten van het besluitgebied. Deze valt samen met/ sluit aan op het Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. De uitvoering van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen plaats te vinden (ca half maart tot ca half juli). Besluitgebied De projectlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Zierikzee aan de haven, in de omgeving van een aantal bedrijventerreinen. De locatie ligt niet binnen of aansluitend aan een beschermd natuurgebied. In de uitgangssituatie is reeds een bedrijfsmatige functie met bijbehorende bebouwing toegestaan en aanwezig. In de uitgangssituatie is bebouwing aanwezig in de vorm van een bedrijfsloods (voormalige historische graanschuur, in gebruik door een kleinschalig timmerbedrijf). Deze loods zal in samenhang met de beoogde ontwikkeling worden gesloopt.

Ten aanzien van de sloop van het bestaande pand is reeds een sloopvergunning verleend in maart 2021. De bestaande bebouwing beschikt niet over een kap en bevindt zich in een intensief gebruikt en volledig verhard gebied aan de haven. Er wordt geen opgaande beplanting gerooid. Op basis van de ligging van het besluitgebied en de aard van de activiteiten, kan een effect op beschermde soorten op voorhand worden uitgesloten. Op basis van de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering zijn bouw-, aanleg en sloopwerkzaamheden uitgezonderd van een natuurvergunningplicht. Ten aanzien van de extra verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van een bedrijfswoning is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De resultaten zijn toegevoegd in bijlage 1. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de kleine schaal van de ontwikkeling zijn overige negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op beschermde soorten of op de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde natuurgebieden in de omgeving.

3.6

Mobiliteit en parkeren

De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317, inmiddels publicatie 381) op basis van een weinig stedelijk gebied. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ontwikkeling aangetoond te worden dat invulling gegeven kan worden aan de extra parkeervraag. Bij voorkeur wordt de extra parkeerbehoefte ingevuld op eigen perceel. Voor de parkeerbehoefte voor het vestigen van een woningfunctie in het dure segment bij een kantoorbedrijf in schil/ centrumgebied is uitgegaan van een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen (inclusief bezoekersparkeren). In de uitgangssituatie is ter plaatse een kleinschalig aannemersbedrijf Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

28

gevestigd. In de beoogde situatie zal een kantoor zonder baliefunctie worden gerealiseerd. De parkeerbehoefte van een arbeidsintensief en bezoekersextensief bedrijf zoals een werkplaats is vergelijkbaar met die van een kantoorfunctie zonder balie. Voor beide functies is op basis van het CROW en de gebiedskenmerken uitgegaan van een parkeervraag van 2,1 parkeerplaats per 100m2 BVO. De parkeerbehoefte van de bedrijfsfunctie wordt ingevuld op basis van de beschikbare 4 parkeerplaatsen op een naastgelegen perceel in eigendom van het bedrijf. De extra parkeerbehoefte als gevolg van de bedrijfswoning, wordt ingevuld door de realisatie van een berging op de begane grond van het nieuwe bedrijfsgebouw. Voor bezoekers is parkeerruimte beschikbaar op het openbare parkeerterrein aan het Groene Weegje direct ten zuiden van de locatie op een afstand van circa 30 meter. De locatie wordt ontsloten via de Engelse Kade. Omliggende straten zijn verkeersluw, via de lokale en regionale wegen buiten de stadskern (onder meer N256, N59) wordt de kern met de nationale infrastructuur verbonden. De verkeersintensiteit ter plaatse zal in de beoogde situatie door het beëindigen van het kleinschalige aannemersbedrijf en de bijbehorende verkeersbewegingen naar verwachting (licht) verbeteren ten opzichte van uitgangssituatie.

De verkeersbewegingen van een woning bedragen volgens het CROW (ASVV 2012) circa 7,7 voertuigbewegingen per etmaal. De verkeersbewegingen van een woonfunctie zijn afkomst van licht verkeer, zijn marginaal en inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.

Figuur 9

3.7

Ontsluitingssituatie besluitgebied

Bedrijven en milieuzonering

Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

29

Besluitgebied Een woonfunctie is een milieugevoelige functie. Bij de realisatie van een bedrijfswoning nabij andere bedrijven en buiten een bedrijventerrein moet worden beoordeeld of er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierbij wordt doorgaans aansluiting gezocht bij de systematiek van milieuzonering. Indien er voldoende afstand bestaat tussen functies, kan op voorhand worden aangenomen dat er geen sprake zal zijn van milieuhinder. Het omgevingstype van het besluitgebied kan door de aanwezigheid van de combinatie aan bedrijfsfuncties en woonfuncties worden aangemerkt als een gemengd gebied. De richtafstanden uit het omgevingstype ‘gemengd gebied’ uit onderstaande tabel zijn van toepassing. Tabel 1 Richtafstandenlijst VNG 2009 Milieucategorie

Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters

tot rustige

Richtafstand omgevingstype gebied in meters

1

10

0

2

30

10

3.1

50

30

3.2

100

50

4.1

200

100

4.2

300

200

tot gemengd

Binnen het besluitgebied is in de uitgangssituatie een kleinschalig aannemersbedrijf (<1000m2; SBI 2008: 41,42,43) gevestigd in een loods. Voor deze activiteit is in de VNG- Handreiking milieucategorie 2 toegekend op basis van het maatgevende milieuaspect geluiduitstraling. Een kantoorfunctie (SBI 2008: 461) is aangemerkt als milieucategorie 1 op basis van de te verwachten geluiduitstraling. Voor een kantoorfunctie geldt een bijbehorende richtafstand van 10 meter tot omliggende gevoelige bestemmingen. Ten opzichte van de uitgangssituatie vindt er als gevolg van de nieuwe functie een lichte verbetering plaats van de milieusituatie. In de omgeving komen de volgende functies voor: Parkeerterrein Groene Weegje Direct ten zuiden van het besluitgebied op een afstand van circa 30 meter bevindt zich een openbaar parkeerterrein. Voor een parkeerterrein geldt milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Het parkeerterrein staat een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van de bedrijfswoning niet in de weg. Bedrijventerreinen Ten zuiden van het besluitgebied bevindt zich een regionaal bedrijventerrein (Zuidhoek). Binnen het terrein zijn bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan.

Binnen het regionale bedrijventerrein zijn mogelijkheden voor het vestigen van zogenaamde ‘grote lawaaimakers’. Met name het milieuaspect geluid is relevant voor het woon- en leefklimaat ter hoogte van omliggende gevoelige objecten. Voor het bedrijventerrein is op basis van de Wet geluidhinder een geluidzonering van toepassing uitgaande van een maximale geluidsbelasting van 50 dB(A) op de gevels van omliggende woningen. De geluidszone is alleen van toepassing binnen de reikwijdte van het bedrijventerrein. Het bedrijventerrein is op basis van het geldende geluidsverkavelingsplan voor het bedrijventerrein inwaarts gezoneerd om ook bij toekomstige ontwikkelingen het woon- en leefklimaat voor bestaande omliggende gevoelige objecten te waarborgen. Aan de Engelse Kade 11 en 11B zijn reeds bedrijfswoningen gevestigd buiten het gezoneerde bedrijventerrein en deze zijn Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

30

planologisch vastgelegd door middel van een aanduiding in de verbeelding van het geldende bestemmingsplan. De bestaande bedrijfswoningen bevinden zich op een kortere afstand van het regionale bedrijventerrein dan de besluitlocatie. Bij het bepalen van de geluidszone is de geluidssituatie ter hoogte van de bestaande bedrijfswoningen aan de Engelse Kade al beoordeeld. Voor woningen buiten een gezoneerd industrieterrein geldt op basis van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening voor de binnen het bedrijventerrein gevestigde bedrijven een (gezamenlijke) geluidsnorm van 50 dB(A) op de gevels van omliggende gevoelige bestemmingen. Voor woningen binnen de geluidszone geldt een geluidsnorm van 55 dB(A). Binnen het lokale bedrijventerrein Groeneweegje zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan tot en met milieucategorie 3 toegestaan. Voor het bedrijventerrein geldt geen zonering in het kader van de Wet geluidhinder. De hier gevestigde bedrijven moeten voldoen aan de geldende voorschriften uit de omgevingsvergunning onderdeel milieu danwel de algemene voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Binnen het bedrijventerrein, met name in westelijke richting nabij de stadspoort, zijn een aantal woonfuncties gelegen die zich op een kortere afstand van de bedrijven bevinden dan de projectlocatie.

Het ontwikkelen van een nieuwe bedrijfswoning binnen het besluitgebied vormt geen verdere beperking voor de bedrijfsactiviteiten binnen het lokale bedrijventerrein. De besluitlocatie vormt tweedelijns woonbebouwing ten opzichte van omliggende bedrijventerreinen. De geluidsbelasting op omliggende gevoelige objecten is gereguleerd op basis van de geldende milieuwetgeving in omgevingsvergunningen milieu danwel via het Activiteitenbesluit. Omliggende bedrijven worden niet verder beperkt in de bedrijfsvoering door de ontwikkeling. Op basis van de richtafstanden voor functiemenging is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de gebruikers. Activiteiten Engelse Kade 1-11B Binnen de omliggende panden aan de Engelse Kade zijn een aantal andere kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten gevestigd. Volgens de verbeelding van het geldende bestemmingsplan zijn aan de Engelse Kade een aantal opslag/distributiebedrijven toegestaan (Engelse Kade 5, 11 en 11B). Ter hoogte van de Engelse Kade 11 en 11B zijn tevens bedrijfswoningen mogelijk gemaakt. Binnen de geldende bedrijfsbestemming zijn activiteiten tot maximaal milieucategorie 2 toegestaan met een bijbehorende richtafstand van 10 meter binnen gemengd gebied. Ter hoogte van de Engelse Kade 3-9 bevindt zich een brasserie.

Volgens de Staat van horeca-activiteiten in bijlage 3 van het geldende bestemmingsplan betreft dit ‘Overige lichte horeca’ met een beperkte milieuhinder voor de omgeving. Ter hoogte van de Engelse Kade 1 en 2 is een gemengde bestemming toegekend op basis waarvan activiteiten tot maximaal milieucategorie 1 zich kunnen vestigen. Alle activiteiten aan de Engelse Kade zijn relatief kleinschalig van aard. De aard van de historische kleinschalige bebouwing in de nauwe straatjes van de Engelse Kade leent zich niet voor de vestiging van grootschalige bedrijfsactiviteiten. Gezien de beperkte schaal van de omliggende activiteiten en de aard van de ontwikkeling wordt het woon- en leefklimaat als passend beoordeeld. Recreatiehaven Ten noorden van de Engelse kade aan de Nieuwe Haven bevindt zich een recreatiehaven. De haven is bestemd als ‘Recreatie- jachthaven’. Een recreatiehaven kan worden aangemerkt als milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 30m voor het milieuaspect geluid in een gemengd gebied. Aan beide kades van de Nieuwe haven kunnen pleziervaartuigen en vaartuigen voor de visserij worden aangemeerd. Direct ten noorden van de besluitlocatie aan de Engelse kade bevindt zich een aanlegsteiger en langs de kade bevinden zich ligplaatsen. Het aantal ligplaatsen in de Nieuwe haven is bepaald op 220 vaartuigen. De richtafstand tot de recreatiehaven wordt niet gehaald.

De geluiduitstraling vanuit de haven op woningen en andere gevoelige objecten wordt reeds gereguleerd vanuit het Activiteitenbesluit en de voorschriften voor vergunningplichtige bedrijven. Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

31

Gezien de aard van de ontwikkeling (bedrijfswoning bij scheepvaartgerelateerde activiteiten), de beperkte schaal van de jachthaven en de ligging in een gemengd centrumgebied met onder meer veel woonfuncties, is aannemelijk dat de geluidbelasting voor de nieuwe bewoners acceptabel zal zijn. Conclusie Op basis van bovengenoemde richtafstanden, de aard van het gebied en de schaal en aard van omliggende bedrijfsmatige functies is aannemelijk dat ter hoogte van de besluitlocatie sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe bewoners. Omliggende activiteiten worden in de nieuwe situatie niet (verder) belemmerd.

3.8

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg/ m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw is deze grens nader gedefinieerd tot 1500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg of 3000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. Voor de locatie is door middel van de NIBM-tool via een eenvoudige berekening en op basis van een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt wat het te verwachten effect op de luchtkwaliteit van de omgeving is. Uit de resultaten blijkt dat de extra verkeersbewegingen niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Tabel 2 Worstcase scenario op basis NIBM-tool

Uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit zijn voor het jaar 2020 de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het besluitgebied de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden (40 µg/ m3 lucht) liggen. Het aantal overschrijdingsdagen per jaar voor de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 ligt eveneens onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 µg/ m3 lucht meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

32

niet overschreden. De concentratie aan elementair koolstof (EC) ter plaatse ligt ruim onder de norm van 1,5 µg/ m3 lucht. Conclusie De beoogde vestiging van een kantoorfunctie met bedrijfswoning leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

3.9

Externe veiligheid

Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een woning of een kantoorfunctie is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woonfunctie is binnen het externe veiligheidsbeleid aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het oprichten van woningen binnen een beschermingszone (PR) is niet toegestaan. Volgens de Atlas Leefomgeving bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied. Op een afstand van circa 850 meter ten noorden van het besluitgebied bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. Voor de weg is geen externe plaatsgebonden risico PR 10-6 vastgesteld. Het groepsrisicoplafond (GR) bedraagt 73m. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. De afstand van het besluitgebied tot de weg is voldoende groot. Het maatgevend scenario voor een calamiteit op een transportroute betreft een incident waarbij een toxische wolk vrijkomt. Voor de beoogde bebouwing is aan te raden om deze te voorzien van mechanische en centraal afsluitbare ventilatie zodat wordt voorkomen dat giftige stoffen in de woning worden gezogen. Het besluitgebied is voldoende bereikbaar voor hulpdiensten via de Engelse Kade. Conclusie De afstand van het besluitgebied tot omliggende functies is voldoende groot. De toekomstige bewoners zijn voldoende zelfredzaam en kunnen op eigen kracht de bebouwing verlaten. In de nieuwe bebouwing worden rookmelders en blusmiddelen geïnstalleerd conform de richtlijnen uit het Bouwbesluit. Hiermee zijn voldoende maatregelen getroffen om de veiligheid van de toekomstige gebruikers te waarborgen.

Aanvullende risico reducerende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling voor de veiligheid van toekomstige bewoners en gebruikers. Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

33

3.10 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een bestemmingsplan.

Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Besluitgebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de (her)oprichting van een bedrijfspand met een kantoorfunctie en een bedrijfswoning mogelijk. De ontwikkeling valt onder een activiteit opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Voor onderhavige ontwikkeling is derhalve een vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom, aangrenzend aan een bedrijventerrein en binnen een bestaande bedrijfsbestemming.

De beoordeling van de milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling is opgenomen in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Door middel van de toetsing van de diverse milieuaspecten in hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke onderbouwing heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Er is geen sprake van een significante toename van de milieubelasting. Tevens worden omliggende functies niet belemmerd. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar. Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het besluitgebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.

3.11 Water Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

34

afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; • Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; • Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; • Verduurzaming van het watergebruik; • Onderhoud van waterschapswegen. In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.1.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen.

De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur 2012 (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen binnen de beschermingszone A van een regionale waterkering. De dijk langs het Havenkanaal betreft een binnendijk met een waterstaatkundige functie. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mag de instandhouding en beheer van de waterkering niet belemmeren. De bescherming van de waterkering is tevens geborgd via de dubbelbestemming ‘Waterstaatsdoeleinden’ en de regels van het geldende bestemmingsplan. Voor werkzaamheden binnen de dubbelbestemming geldt dat deze de waterstaatkundige functie niet mogen aantasten. Hieromtrent kan door de gemeente advies worden ingewonnen bij het waterschap.

Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone van een waterkering zijn de regels uit de Keur Watersysteem waterschap Scheldestromen 2012 van toepassing. Voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden binnen Beschermingszone A geldt een vergunningplicht. Indien de voorgenomen werkzaamheden kunnen voldoen aan de voorwaarden uit de Algemene regels omtrent het verwijderen en plaatsen van bebouwing binnen de beschermingszone van een regionale waterkering geldt een vrijstellingsbevoegdheid van de vergunningplicht en kan worden volstaan met een melding. Ter plaatse is in de uitgangssituatie reeds (bedrijfs)bebouwing aanwezig. In de beoogde situatie zal deze bebouwing worden vervangen voor nieuwbouw. Ten behoeve van de beoogde werkzaamheden zal een watervergunning danwel melding op grond van de Keur worden ingediend. Hiermee is geborgd dat er geen effect op de waterveiligheid is.

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

35

Figuur 10

Uitsnede Legger waterkeringen: omliggende regionale waterkeringen (besluitgebied rood

gearceerd: Legger 2012)

Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het besluitgebied volledig bebouwd. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de plannen niet toe. Er verdwijnt geen open water door de oprichting van de bebouwing. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het schone hemelwater wordt afgekoppeld zoals ook in de huidige situatie het geval is. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het bestaande gemengde stelsel. Voor de nieuwbouw hoeft geen nieuwe aansluiting te worden aangevraagd. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Oppervlaktewaterkwaliteit Er is geen sprake van (bouw) activiteiten met een risico op verontreiniging van het oppervlaktewater. Bij de bouw wordt het gebruik van uitlogende materialen voorkomen. Volksgezondheid De beoogde vervangende nieuwbouw van een kantoor met bedrijfswoning heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg.

Natte natuur Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

36

Figuur 11

Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen (Keur 2012)

Onderhoud oppervlaktewater In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich geen watergangen die worden beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Een kantoorfunctie met bedrijfswoning heeft geen effect op beschermde watergangen. Belangen waterbeheerder Met de verandering binnen de bestaande bedrijfsmatige functie zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. Conclusie Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. In het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro van de planologische procedure zal de waterparagraaf worden beoordeeld door Waterschap Scheldestromen.

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

37

4.

UITVOERBAARHEID

4.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer hoofdgebouwen. Een exploitatieplan is noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. In de beoogde ontwikkeling vindt een uitbreiding plaats van een bestaande bedrijfsfunctie met een bedrijfswoning. Er is sprake van een private ontwikkeling. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Met onderhavige ontwikkeling is sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro.

Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro zal tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst voor de grondexploitatie worden gesloten. Het risico van de ontwikkeling wordt gedragen door de initiatiefnemer. Kosten zullen kosten worden in de vorm van leges. In de anterieure overeenkomst zijn bepalingen met betrekking tot planschade opgenomen. Gewaarborgd is hiermee dat eventuele planschade niet voor rekening van de gemeente is, maar wordt verhaald op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de voorbereiding van de omgevingsvergunning (artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3) zal de uitgebreide inspraakprocedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb worden gevolgd. De ontwerp omgevingsvergunning met bijbehorende stukken, wordt gedurende 6 weken, xxx, ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zal eenieder een zienswijze kenbaar kunnen maken. Tevens is gedurende de voorbereiding van de procedure, wordt vooroverleg gevoerd met de wettelijke overlegpartners conform artikel 3.1.1 Bro. De reacties worden toegevoegd in de bijlage van de onderbouwing. PM resultaat vooroverleg

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

38

5.

CONCLUSIE

Om de beoogde vervangende nieuwbouw ten behoeve van een kantoorfunctie met bedrijfswoning binnen een bestaande bedrijfslocatie mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is alleen mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Uit onderhavige ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen het vigerende ruimtelijke beleid van Rijk, provincie en gemeente. In de beoogde situatie wordt minimaal afgeweken van de reeds vergunde mogelijkheden voor de locatie. Uit hoofdstuk 3 blijkt dat er geen milieukundige belemmeringen bestaan en dat omliggende activiteiten niet worden gehinderd. Er is ook in de beoogde situatie sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

39

BIJLAGEN

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

40

Bijlage 1. Stikstofdepositieberekening S&W Bouwkundig ingenieurs d.d. 4 juli 2022

Engelse Kade 10 Zierikzee - 2022

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13163714/1