887095 Bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
7
SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd.
Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als <onverdacht voor verontreiniging met asbest= aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
8
SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
9
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. G. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico9s. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Schouwen-Duiveland
Kadaster
Kadastrale gemeente
Duiveland
Kadaster
Sectie(s)
A
Kadaster
203 en 832
Kadaster
Oppervlakte (m )
584
Kadaster
Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
+0,1 westzijde locatie
AHN
Nummer(s) 2
+1,1 oostzijde locatie Ligging op kaart
Zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Klinkers voorterrein, betontegels
Opdrachtgever
inpandig en rijplaten ten noorden van het
SMA Zeeland B.V.
Bodemopbouw Verhardingen
gebouw. Antropogene lagen
Ja, stort- of dempingslagen en mogelijke
Provincie Zeeland (Geoloket of
stedelijke ophooglaag
Bodem Informatie Systeem, BIS)
Dempingen
Ja, voormalige sloten
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Grondwaterbeheersplan
Niet gezoneerd
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.4
DINOloket
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Kadaster
Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
10
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
G Overige vooroorlogse kernen
Nota bodembeheer
(BKK)
(NEN5740+OCB)
gemeente Schouwen-Duiveland
Herkomstgebied Schouwen-Duiveland (PFAS) BKK klasse bovengrond
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
gemeente Schouwen-Duiveland
BKK functieklasse BKK Toepassingseis PFAS Boomgaardenkaart Zie Bijlage 6
Aandachtsgebied lood Asbestkansenkaart
ODP Zeeland
Voormalig stortplaats bekend Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend Wbb-beschikkingen bekend Opslagtanks bekend
Nee
Gemeente (BIS) Opdrachtgever
Bodemdocumenten bekend
Ja, zie hierna
Gemeente (BIS) Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Dorpskern sinds eind 19e eeuw
Kadaster
Huidig gebruik
Loods met omliggend braakliggend
Opdrachtgever
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Sloop van de loods en nieuwbouw van
Opdrachtgever
SMA Zeeland B.V.
twee woningen met twee kleinere bijgebouwen. Aard bebouwing
Opslagloods
Kadaster, BAG
Bouwjaar
1955
Kadaster, BAG
Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Ca. 20-30 m ten zuiden van de locatie
Opdrachtgever
bekend (anders dan bovenstaand)
was een tankstation gevestigd. De
Gemeente (BIS)
ondergrondse tanks zijn onderzocht (zie
RUD Zeeland (BIS)
hierna). Relevante vergunningen
Nee
beschikbaar
23220023
Gemeente (BIS) RUD Zeeland
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
11
Algemene onderzoeksaspecten Toepassing asbestverdachte
Bron(houder) Onbekend
Opdrachtgever
materialen
Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Terreinverkenning Bijzonderheden
Aan de noordzijde van de bebouwing
SMA Zeeland B.V.
zijn rijplaten gelegen. De bebouwing ziet er verouderd uit. Verder geen bijzonderheden te melden.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto9s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto9s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) e
kan worden opgemaakt dat de locatie eind 19 eeuw gelegen was in bebouwd gebied. Verder is direct ten e
westen van de locatie een voormalige boomgaard gelegen in de eerste helft van de 20 eeuw. De huidige bebouwing op de locatie is in 1955 gerealiseerd. Op basis van een luchtfoto uit 1970 en van 2003 t/m 2009 lijkt op de locatie een moestuin in gebruik te zijn. Sinds 2010 is het omliggend terrein braakliggend. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Op ca. 15-20 m ten zuiden van de locatie aan de Oude Noordstraat 9 en 11 zijn de volgende onderzoeken uitgevoerd: -
Eindrapport B.O.O.T-bodemonderzoek Oude Noordstraat 11 te Nieuwerkerk, SMA Zeeland B.V.,
-
Verkennend- en nader bodemonderzoek Fase 1 Oude Noordstraat 9 te Nieuwerkerk, SGS
kenmerk: 804558, d.d. 6 maart 2001; EcoCare B.V., kenmerk: 15319, d.d. 21 mei 2001; -
Vooronderzoek, gemeente Schouwen-Duiveland, Oude Noordstraat 11 te Nieuwerkerk, SGS
-
Eindrapport nader bodemonderzoek Oude Noordstraat 9 te Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-
EcoCare B.V., kenmerk: EZ 862.684, d.d. september 2006; Duiveland, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 2390196, d.d. 1 december 2009. Over het algemeen blijkt uit deze onderzoeken dat in zowel de boven- als ondergrond achtergrondwaardeoverschrijdingen voor diverse stoffen uit het standaardpakket voor landbodem aanwezig zijn. Verder werden ook streefwaarden overschreden in het grondwater voor diverse stoffen uit het standaardpakket voor grondwater. In de grond werd een bijmenging met puin waargenomen. Bij de Oude Noordstraat 9 werd in de bovengrond interventiewaarde-overschrijdingen voor lood, zink en PAK geconstateerd. In het grondwater werd een minerale olie concentratie boven de interventiewaarde aangetoond. Op basis van nader onderzoeken werd vastgesteld dat er geen sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging voor zware metalen, PAK en minerale olie.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
12
Ter plaatse van verschillende ondergrondse tanks aan de Oude Noordstraat 11 werden verhoogde gehalten olie gerelateerde stoffen aangetoond maar er was destijds geen noodzaak om hier vervolg aan te geven. Doordat de tanks dicht aan de gevel zijn gelegen en het gebouw niet is gefundeerd op palen werd geadviseerd om de tanks buiten gebruik te laten stellen door een KIWA gecertificeerd bedrijf. Onbekend is of dit is uitgevoerd. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving geen relevante bodemdocumenten aangetroffen. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
13
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv. 2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen:
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
14
A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. G. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico9s. ÷
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? ÷
De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 840-870 met een hoogtepunt in de jaren 850, enkele tot eind jaren 890) komt overeen met de gebruiksperiode als moestuin. Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.
÷
Mogelijk is sprake van een demping van de voormalige sloot met verontreinigd materiaal of was de voormalige waterbodem verontreinigd. De risicoparameters zijn niet nader te bepalen. Daarom wordt uitgegaan van de standaard stoffen voor milieuhygiënisch landbodemonderzoek en OCB.
÷
Verder is vermoedelijk sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.
Is de bodem asbestverdacht? ÷
De bodem is asbestverdacht vanwege het gebruik van de locatie als moestuin in de periode waarin gebruik mocht worden gemaakt van asbest (1940 - <1993). In moestuinen werden regelmatig
asbesthoudende
materialen
toegepast
in
bijvoorbeeld
tuinafscheidingen
en
bewateringssystemen. Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? ÷
De verwachting is dat de bodem voornamelijk bestaat uit klei met afwisselend zandlagen. Mogelijk is in de grond bijmenging van bodemvreemde materialen aanwezig.
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? ÷
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
15
(b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een handelingskader opgesteld en gepubliceerd op 13 december 2021. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie ligt in één van de aandachtsgebieden die mogelijk niet voldoen aan de (tijdelijke) achtergrondwaarden. Aangenomen wordt dat deze stoffen hoofdzakelijk voorkomen in de onverharde toplagen van het maaiveld (vanwege depositie) en rond de grondwaterstand (vanwege de redelijke wateroplosbaarheid van deze oppervlakte-actieve stoffen). ÷
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging? Licht het antwoord toe. ÷
Nee, er is geen informatie beschikbaar die vooraf doet vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie.
Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)? Motiveer het antwoord. ÷
Op basis van voorgaande onderzoeken uit de nabije omgeving (binnen straal van 15-20 m) blijkt dat mogelijk enkele stoffen uit het standaardpakket voor landbodem boven de interventiewaarde aanwezig zijn op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is zelf echter nog niet eerder onderzocht.
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. ÷
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? ÷
23220023
Zie § 2.6.
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
16
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Verkennend bodemonderzoek Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Gehele locatie* Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A), OCB, PFAS
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
pakket A
ONV-NL
Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-NL
met mogelijk van nature verhoogde
grondwater (pakket B), As, Cr
concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen * gezien het beperkte oppervlak van de onderzoekslocatie zal de gedempte sloot in eerste instantie integraal worden meegenomen in de onderzoeksstrategie voor de gehele locatie. Hiertoe zullen twee van de reeds geplande boringen worden uitgevoerd in de gedempte sloot en doorgezet tot 0,5 m-zintuigelijk schone onderlaag met een maximum van ca. 3,0 m-mv. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB 7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
As, Cr:
arseen, chroom;
OCB:
organochloorbestrijdingsmiddelen;
PFAS28+2:
28 poly- en perfluoralkylstoffen uit de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
17
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Gehele locatie Bovengrond
verdachte bovengrond, diffuse bodembelasting en heterogene
VED-HE
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond
onverdachte, kleinschalige locatie
geen
*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
18
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. 3.1. Uitgevoerd veldwerk Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters en asbest Het veldwerk is op 18 februari 2022 uitgevoerd door de erkende veldwerker D.C. Louws met assistentie van de veldwerker in opleiding H.C. Peters conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn de boringen 01 t/m 07 uitgegraven tot proefgat (0,3 m x 0,3 m) tot een maximum van 0,5 m-mv. Proefgaten 02 en 07 zijn doorgezet met een boring met ø12 cm tot de onderzijde van de verdachte laag, met een maximum van ca. 2,0 m-mv. Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten en boringen is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het grondwater is bemonsterd op 25 februari 2022 door de hiertoe erkende veldwerker W.P. Leijten.
In peilbuis 01 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 0,6 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater is de peilbuis, ondanks de zorgvuldige en langzame bemonstering door de monsternemer, belucht geraakt. Dit kan bij analytisch onderzoek een onderschatting van de geanalyseerde zware metalen en vluchtige stoffen veroorzaken. In het analysemonster 01-1-1 zijn geen verhoogde concentraties zware metalen (behoudens arseen, barium en molybdeen die van nature kunnen voorkomen) en een zeer gering verhoogd gehalte xylenen aangetroffen. Een concentratie-afname van boven de helft van de interventiewaarde (de voormalige tussenwaarde) tot onder de streefwaarde of detectielimiet wordt daardoor niet waarschijnlijk geacht. Daarmee wordt de gehanteerde werkwijze, gelet op de aanleiding van het onderzoek, in onderhavig onderzoek alsnog als voldoende betrouwbaar geacht. De bepalingen van de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4D) geven verder geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Nader bodemonderzoek minerale olie in grond Tijdens het verkennend bodemonderzoek is ter plaatse van boring 01 zintuiglijk een olie/water-reactie waargenomen en werd analytisch minerale olie tot boven de interventiewaarde aangetoond (zie Hoofdstuk 4).
Het is onwaarschijnlijk dat de ondergrondse tanks aan de Oude Noordstraat 11 de bron zijn van deze olieverontreiniging gezien de tanks ca. 10-15 m van de zuidelijke grens van de huidige onderzoekslocatie gelegen zijn en ca. 20 m van boring 01. Zodoende is voorafgaand aan het veldwerk voor het nader bodemonderzoek uitgegaan van een plaatselijke verontreiniging met onbekende herkomst. De
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
19
terugsaneerwaarde
die
voor
het
analytisch
onderzoek
wordt
aangehouden
is
klasse
Achtergrondwaarde/Wonen. Deze terugsaneerwaarde wordt aangehouden vanwege de voorgenomen doelstelling
van
de
onderzoekslocatie.
Tijdens
het
uitvoeren
van
de
hieronder
beschreven
werkzaamheden vertelde een omwonende dat na de Waternoodsramp in 1953 de onderzoekslocatie werd gebruikt door voertuigen die hielpen bij het opruimen van de schade. Op de locatie heeft tijdens deze periode mogelijk op- en/of overslag plaatsgevonden van oliegerelateerde stoffen (brandstof/motorolie/e.d.) waarbij de bodem verontreinigd is geraakt. Op 14 en 15 april 2022 zijn door de hiertoe erkende veldwerker G. de Feijter in totaal 17 aanvullende boringen uitgevoerd (boringen 101 t/m 117) tot verschillende dieptes. Langs de zuidgrens van de onderzoekslocatie zijn allereerst boringen 101 t/m 104 geplaatst om uit te kunnen sluiten of de olieverontreiniging is gerelateerd aan de ondergrondse tanks bij Oude Noordstraat 11. Hierna zijn op ongeveer 4 m afstand van boring 01 de boringen 105 t/m 109 uitgevoerd. Door het zintuiglijk waarnemen van olie/water-reacties in deze boringen zijn direct aanvullend boringen 110 t/m 117 geplaatst ten behoeve van de verticale en horizontale afperking. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Nader bodemonderzoek koper in grond Op basis van de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek is vastgesteld dat ter plaatse van boring 02 een sterke verontreiniging met koper in grond aanwezig is (zie tabel 4.3 in Hoofdstuk 4).
In boring 07 waren de gehalten verhoogd tot onder de interventiewaarde. Op het overig terrein werd de achtergrondwaarde voor koper wel overschreden maar waren de gehalten lager dan in boringen 02 en 07. Daarnaast zijn ook andere zware metalen verhoogd aanwezig op de onderzoekslocatie waaronder lood. Voor het nader bodemonderzoek is uitgegaan van koper als gidsparameter. Vermoedelijk is de verontreiniging te relateren aan de demping van de voormalige sloot. De terugsaneerwaarde die voor het analytisch onderzoek wordt aangehouden is klasse Wonen. Deze terugsaneerwaarde wordt aangehouden vanwege de voorgenomen doelstelling van de onderzoekslocatie. Op 15 april 2022 zijn door de hiertoe erkende veldwerker G. de Feijter ter plaatse van de gedempte sloot en op enige afstand van de gedempte sloot in totaal 5 boringen (boringen 201 t/m 205) tot minimaal 1,5 mmv uitgevoerd. Enkele van deze boringen zijn dieper doorgezet vanwege de visuele afperking van de hierboven beschreven olieverontreiniging. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Nader onderzoek naar asbest noordzijde bebouwing Tijdens het uitvoeren van de nader bodemonderzoeken naar minerale olie en koper is in boring 110 meerdere stukken asbestverdacht materiaal aangetroffen (fractie > 20mm).
Hiertoe is besloten om het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie nader te onderzoeken op asbest in grond. Op 20 april 2022 is door de hiertoe erkende veldwerker G. de Feijter 4 sleuven (2,0 m x 0,3 m) tot maximaal 1,2 m-mv gegraven (sleuven 302 t/m 305).
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
20
Gezien de Watersnoodramp geschiedenis van de locatie is uit voorzorg de fundering van de voormalige bebouwing (zie beschrijving §3.2) indicatief bemonsterd ten behoeve van onderzoek op het voorkomen van asbest. Hiertoe is nabij boring 106 op 20 april 2022 door de hiertoe erkende veldwerker G. de Feijter een sleuf (2,0 m x 0,3 m) tot 0,75 m-mv gegraven (sleuf 301). Deze locatie is gekozen vanwege de relatief oppervlakkige ligging van de voormalige fundering. Het uitgegraven materiaal uit de sleuven is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal van de sleuven 301, 303, 304 en 305 werd asbestverdacht materiaal aangetroffen. 3.2. Veldwaarnemingen Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Algemene bodemopbouw Uit veldwaarnemingen blijkt dat onder de klinkerverharding op het voorterrein een zandpakket van ca. 2060 cm dikte aanwezig is met plaatselijk bijmenging van resten beton en baksteen. Onder de inpandige tegelverharding is een zandpakket aanwezig van ca. 70-85 cm dikte zonder bodemvreemde bijmengingen.
De ondergrond op de locatie bestaat uit afwisselend klei- en zandlagen met tot 2,0 m-mv bodemvreemde bijmengingen van onder andere baksteen, beton, kolengruis, grind, zandcement en plastic. Met name ter plaatse van het voorterrein en het noordelijk gedeelte van de locatie zijn in de ondergrond bodemvreemde bijmengingen gevonden. Zintuiglijke olieverontreiniging Tijdens het verkennend bodemonderzoek is in boring 01 zintuiglijk een olie/water-reactie waargenomen. De verontreiniging is tijdens het nader bodemonderzoek op basis van visuele waarnemingen verder afgeperkt. De zintuiglijk met olie verontreinigde grond aan de noordzijde van de bebouwing bevindt zich vanaf het maaiveld tot ca. 1,5 m-mv. Inpandig en ter plaatse van het voorterrein bevindt de zintuiglijke verontreiniging zich vanaf de onderzijde van het zandpakket tot maximaal 2,0 m-mv. Voormalige fundering Ter plaatse van boringen 01 en 05 is in verband met een massieve laag het boorwerk gestaakt op respectievelijk 1,7 m-mv en 0,9 m-mv. Uit de aanvullende boringen van de nader bodemonderzoeken naar minerale olie en koper blijkt dat rondom de bebouwing op verschillende dieptes een bodemvreemde laag aanwezig is welke volledig bestaat uit baksteen. Tijdens het veldwerk hebben omwonenden aangegeven dat dit waarschijnlijk de fundering van de bebouwing betreft van vóór de Waternoodsramp in 1953.
Grote gedeelten van Schouwen-Duiveland hebben destijds onder water gestaan en veel bebouwing is verloren gegaan. Dit is ook te zien op foto9s uit het digitale beeldarchief van het Watersnoodmuseum (https://beeldbank.watersnoodmuseum.nl/). Uit het beeldarchief wordt duidelijk dat de Molenstraat voor
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
21
een groot gedeelte onder water heeft gestaan en veel bebouwing hier verloren is gegaan. Dit kan ook verklaren waarom over de gehele onderzoekslocatie tot ca. 2,0 m-mv plantenresten in de grond zijn gevonden.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
22
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
Grondsoort Reden analyse
Analyse (parameters)
Verkennend bodemonderzoek 01-2
01 (0,20 - 0,50)
Zand
bovengrond voorterrein, resten baksteen en pakket A beton
01-4
01 (0,70 - 1,00)
Klei
ondergrond voorterrein, matig
pakket A
baksteenhoudend, resten puin 01-6
01 (1,50 - 1,70)
Klei
ondergrond voorterrein, matige olie-water
minerale olie
reactie 07-1
07 (0,00 - 0,50)
Klei
bovengrond achterterrein, brokken
pakket A, OCB
baksteen, brokken beton MM01
03 (0,20 - 0,60)
Zand
bovengrond in garage, sporen baksteen
pakket A, OCB
Klei
bovengrond achterterrein, sporen baksteen, pakket A, OCB, PFAS,
05 (0,08 - 0,58) MM02
02, 04, 06 (0,00 - 0,50)
beton en grind
fractie <63µm
vermoedelijke dempingslaag, matig
pakket A
Voormalige sloot MM03
02 (0,50 - 0,85)
Klei
07 (0,50 - 0,75)
baksteenhoudend
02-2
02 (0,50 - 0,85)
Klei
uitsplitsing MM03, matig baksteenhoudend
koper
02-4
02 (1,25 - 1,75)
Klei
vermoedelijke dempingslaag, resten
pakket A, OCB
kooldeeltjes, sporen puin 07-2
07 (0,50 - 0,75)
Klei
uitsplitsing MM03
07-4
07 (1,25 - 1,75)
Zand
vermoedelijke dempingslaag, sporen plastic pakket A, OCB
koper
Nader bodemonderzoek minerale olie 101-2
101 (0,20 - 0,50)
Klei
resten baksteen, zwakke olie-water reactie
minerale olie
101-3
101 (0,50 - 1,00)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
102-4
102 (1,00 - 1,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
23
(Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
Grondsoort Reden analyse
Analyse
104-2
104 (0,50 - 1,00)
Klei
resten baksteen
minerale olie
104-3
104 (1,00 - 1,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
105-6
105 (2,00 - 2,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
106-4
106 (1,00 - 1,50)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
107-2
107 (0,20 - 0,70)
Klei
resten baksteen en metselpuin, geen olie-
minerale olie
107-4
107 (1,00 - 1,50)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
110-4
110 (0,75 - 1,10)
Zand
geen olie-water reactie
minerale olie
110-5
110 (1,10 - 1,50)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
111-4
111 (1,00 - 1,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
112-2
112 (0,30 - 0,80)
Klei
sterk baksteenhoudend, geen olie-water
minerale olie
(parameters)
water reactie
reactie 114-6
114 (2,00 - 2,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
115-4
115 (1,00 - 1,50)
Klei
resten kolengruis, sporen baksteen, geen
minerale olie
olie-water reactie 116-4
116 (1,05 - 1,55)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
116-5
116 (1,55 - 2,00)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
117-4
117 (1,20 - 1,50)
Zand
geen olie-water reactie
minerale olie
201-2
201 (0,40 - 0,75)
Klei
resten baksteen en grind, geen olie-water
minerale olie
reactie 201-4
201 (1,00 - 1,50)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
minerale olie
202-3
202 (0,50 - 1,00)
Klei
resten baksteen, zwakke olie-water reactie
minerale olie, koper
202-5
202 (1,50 - 2,00)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie
205-3
205 (1,00 - 1,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie, koper
MM04
101, 106, 107
Zand
geen olie-water reactie
minerale olie
Zand
geen olie-water reactie
minerale olie
Klei
sporen, brokken en resten baksteen, resten pakket A, PFAS, fractie
(0,08 - 0,20) 114 (0,08 - 0,30) MM05
102, 103, 105 (0,08 - 0,50) 111 (0,08 - 0,60)
MM06
105 (0,70 - 1,00) 109 (0,00 - 0,25)
ijzer en beton, zwak kolengruishoudend,
113 (0,70 - 1,20)
sterke olie-water reactie
<63µm
114, 202 (1,00 - 1,50) 203 (0,50 - 1,00) Nader bodemonderzoek koper 107-2a
107 (0,20 - 0,70)
Klei
resten baksteen en metselpuin, geen olie-
koper
water reactie 201-1
23220023
201 (0,00 - 0,40)
Klei
sporen baksteen, geen olie-water reactie
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
koper
24
(Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
201-2a
201 (0,40 - 0,75)
Grondsoort Reden analyse
Analyse (parameters)
Klei
resten baksteen en grind, geen olie-water
pakket A, PFAS, fractie
reactie
<63µm
201-3
201 (0,75 - 1,00)
Zand
geen olie-water reactie
koper
202-3
202 (0,50 - 1,00)
Klei
resten baksteen, zwakke olie-water reactie
minerale olie, koper
203-3
203 (0,50 - 1,00)
Klei
sporen baksteen, zwak kolengruishoudend, koper
204-2
204 (0,40 - 0,75)
Klei
205-2
205 (0,50 - 1,00)
Klei
sterke olie-water reactie resten baksteen en grind, geen olie-water
koper
reactie resten baksteen en grind, zwak
koper
kolengruishoudend, geen olie-water reactie 205-3
205 (1,00 - 1,50)
Klei
geen olie-water reactie
minerale olie, koper
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
01
1,20 - 1,70
kwaliteitsbepaling grondwater
monsters 01-1-1
Analyse (parameters) pakket B, As, Cr
Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje <-< getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan: ÷
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index f 0,01;
÷
index > 0,00 en f 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner
÷
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
dan de interventiewaarde;
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
25
Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
Verkennend bodemonderzoek 3 Algemeen terrein 01-2
01 (0,20 - 0,50)
PCB (som 7) (0,01)
-
Minerale olie C10 - C40 (0,25) Zink (0,13) Kwik (-) Lood (0,22) PAK 10 VROM (0,03) 01-4
01 (0,70 - 1,00)
Koper (0,01)
-
Zink (0,03) Kwik (0,01) Lood (0,39) Minerale olie C10 - C40 (0,65) 01-6
01 (1,50 - 1,70)
-
Minerale olie C10 - C40 (1,28)
07-1
07 (0,00 - 0,50)
PCB (som 7) (-)
-
Zink (0,36) Lood (0,17) PAK 10 VROM (0,19) MM01 MM02
03 (0,20 - 0,60)
Minerale olie C10 - C40 (0,04)
05 (0,08 - 0,58)
DDD (som) (-)
02, 04, 06
PCB (som 7) (0,01)
(0,00 - 0,50)
Koper (0,09)
-
Zink (0,16) Kwik (-) Lood (0,19) PAK 10 VROM (0,05) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) (0,02) Verkennend bodemonderzoek 3 Voormalige sloot MM03
02 (0,50 - 0,85)
PCB (som 7) (0,04)
07 (0,50 - 0,75)
Minerale olie C10 - C40 (0,28)
Koper (1,8)
Nikkel (0,05) Zink (0,5) Cadmium (0,02) Kwik (-) PAK 10 VROM (0,09) Lood (0,61) 02-2
23220023
02 (0,50 - 0,85)
-
Koper (5,74)
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
26
(Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
02-4
02 (1,25 - 1,75)
Minerale olie C10 - C40 (0,01)
-
Kobalt (0,01) Koper (0,03) Molybdeen (-) Cadmium (0,01) Kwik (0,01) Lood (0,45) PAK 10 VROM (0,09) alfa-HCH (-) beta-HCH (-) DDD (som) (0,01) DDT (som) (0,12) Zink (0,53) 07-2
07 (0,50 - 0,75)
Koper (0,12)
-
07-4
07 (1,25 - 1,75)
-
-
Nader bodemonderzoek minerale olie 101-2
101 (0,20 - 0,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,04)
-
101-3
101 (0,50 - 1,00)
-
-
102-4
102 (1,00 - 1,50)
-
-
104-2
104 (0,50 - 1,00)
-
-
104-3
104 (1,00 - 1,50)
-
-
105-6
105 (2,00 - 2,50)
-
-
106-4
106 (1,00 - 1,50)
-
-
107-2
107 (0,20 - 0,70)
-
-
107-4
107 (1,00 - 1,50)
-
-
110-4
110 (0,75 - 1,10)
Minerale olie C10 - C40 (0,01)
-
110-5
110 (1,10 - 1,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,8)
-
111-4
111 (1,00 - 1,50)
-
-
112-2
112 (0,30 - 0,80)
-
-
114-6
114 (2,00 - 2,50)
-
-
115-4
115 (1,00 - 1,50)
-
-
116-4
116 (1,05 - 1,55)
Minerale olie C10 - C40 (0,03)
-
116-5
116 (1,55 - 2,00)
-
-
117-4
117 (1,20 - 1,50)
-
-
201-2
201 (0,40 - 0,75)
Minerale olie C10 - C40 (0,26)
-
201-4
201 (1,00 - 1,50)
-
-
202-3
202 (0,50 - 1,00)
Koper (-)
Minerale olie C10 - C40 (1,15)
202-5
202 (1,50 - 2,00)
-
-
205-3
205 (1,00 - 1,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,09)
-
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
27
(Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
MM04
101, 106, 107
Minerale olie C10 - C40 (0,19)
-
-
-
105 (0,70 - 1,00)
Koper (0,08)
Minerale olie C10 - C40 (2,28)
109 (0,00 - 0,25)
Zink (-)
113 (0,70 - 1,20)
Kwik (0,01)
114, 202 (1,00 -
Lood (0,24)
1,50)
PAK 10 VROM (0,02)
(0,08 - 0,20) 114 (0,08 - 0,30) MM05
102, 103, 105 (0,08 - 0,50) 111 (0,08 - 0,60)
MM06
203 (0,50 - 1,00) Nader bodemonderzoek koper 107-2a
107 (0,20 - 0,70)
Koper (0,16)
-
201-1
201 (0,00 - 0,40)
Koper (0,2)
-
201-2a
201 (0,40 - 0,75)
PCB (som 7) (0,06)
Koper (1,78)
Minerale olie C10 - C40 (0,38) Kobalt (0,01) Nikkel (0,28) Molybdeen (-) Cadmium (0,05) Kwik (-) PAK 10 VROM (0,48) Zink (0,84) Lood (0,84) 201-3
201 (0,75 - 1,00)
Koper (0,03)
-
202-3
202 (0,50 - 1,00)
Koper (-)
Minerale olie C10 - C40 (1,15)
203-3
203 (0,50 - 1,00)
Koper (0,09)
-
204-2
204 (0,40 - 0,75)
Koper (0,41)
-
205-2
205 (0,50 - 1,00)
Koper (0,38)
-
205-3
205 (1,00 - 1,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,09)
-
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
01-1-1
01
23220023
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
1,20 - 1,70
Xylenen (som) (0,01)
Minerale olie C10 - C40 (2,27)
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
28
4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Analysestrategie en -resultaten Het laboratorium Eurofins Omegam B.V. heeft de analysemonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. De analyses zijn aangevraagd op de zintuiglijk meest verdachte proefgaten en sleuven. In onderstaande tabel is het hoogste gewogen gehalte asbest per proefgat of sleuf en per onderzochte laag weergegeven, geordend naar deellocatie. De bijbehorende berekeningen zijn opgenomen in Bijlage 4E. Tabel 4.5 Analysemonsters en indicatieve, gewogen asbestgehalten Proefgat
Traject
Materiaal-
Analyse-
Asbest <20 mm
Asbest >20 mm
Asbest som
(m-mv)
type
monster(s)
(mg/kg.ds)
(mg/kg.ds)
fracties (mg/kg.ds)
4,8
Niet aangetroffen
4,8
0
0
0
0
833,6
833,6
Verkennend asbestonderzoek gehele locatie PG07
0,0 - 0,5
grond
MMA PG07
Indicatief asbestonderzoek voormalige fundering SL301
0,2 - 0,5
puin
MMA SL301; AVM SL301
Nader asbestonderzoek noordzijde bebouwing SL304
0,25 -
grond
MMA SL304;
0,6
AVMSL304
4.3. Interpretatie Olieverontreiniging Gezien de boringen 102 t/m 104 zowel zintuigelijk als analytisch schoon zijn met betrekking tot minerale olie kan worden uitgesloten dat de verontreiniging is veroorzaakt door de ondergrondse brandstoftanks aan de Oude Noordstraat 11. Op basis van de momenteel beschikbare informatie kan de olieverontreiniging hoogstwaarschijnlijk worden relateren aan het gebruik van de locatie voor de kortstondige op- en/of overslag van oliegerelateerde stoffen na de Waternoodsramp in 1953. De olie verontreinigde grond aan de noordzijde van de bebouwing bevindt zich vanaf het maaiveld tot ca. 1,5 m-mv. De hoeveelheid verontreinigde grond met gehalten minerale olie boven de interventiewaarde 2
3
wordt hier geschat op 70 m x 1,5 m = 105 m . Inpandig en ter plaatse van het voorterrein bevindt de olie verontreiniging zich vanaf de onderzijde van het zandpakket tot maximaal 2,0 m-mv. De hoeveelheid verontreinigde grond met gehalten minerale olie boven de Interventiewaarde wordt hier geschat op 90 + 2
3
20 m x gemiddeld 1,5 m = 165 m . De totale verontreiniging met gehalten tot boven de Interventiewaarde 3
bedraagt ongeveer 270 m . De PFAS gehalten van de sterk verontreinigde grond zijn onder de detectielimiet gelegen. De verontreiniging is binnen de onderzoekslocatie in horizontale en verticale richting afgeperkt. Het betreft hier een geval van ernstige bodemverontreiniging.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
29
3
2
In totaal is ca. 460 m (270 m x 1,7 m) grond verontreinigd met gehalten minerale olie tot boven de terugsaneerwaarde klasse Achtergrondwaarde/Wonen. Het inpandige zandpakket is analytisch schoon. Het zandpakket aan de voorzijde van de bebouwing heeft verhoogde gehalten minerale olie tot onder de Interventiewaarde. Met betrekking tot minerale olie voldoet deze grond indicatief aan de klasse Niet Toepasbaar (>industriewaarde). In het grondwater uit peilbuis 01 is de streefwaarde voor xylenen en de interventiewaarde voor minerale olie overschreden. De olieverontreiniging in het grondwater is momenteel niet verder afgeperkt gezien de verwachting dat deze zich beperkt tot de bronlocatie van de verontreiniging in de grond. Koperverontreiniging in grond Ter plaatse van een gedeelte van de vermoedelijke locatie van een voormalige sloot is een koperverontreiniging met gehalten tot boven de interventiewaarde aangetoond. Op basis van het analytisch onderzoek wordt de hoeveelheid grond verontreinigd met gehalten koper tot boven de 3
2
vastgesteld
op
interventiewaarde geschat op 8 m (8,5 m x 0,9 m). Het PFOA en PFOS gehalten van de sterk verontreinigde
grond
zijn
0,3
mg/kg.ds.
Deze
gehalten
liggen
onder
de
achtergrondwaarden. De verontreiniging is in noordelijke richting afgeperkt tot de perceelsgrens. Doordat het onbekend is of ook op het perceel ten noorden van de onderzoekslocatie nog grond aanwezig is met gehalten koper tot boven de interventiewaarde kan nog geen conclusie getrokken worden of het hier een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. In totaal is op de locatie ongeveer 76,5 m
3
(85 m
2
x 0,9 m) grond verontreinigd tot boven de
terugsaneerwaarde klasse Wonen. Asbestverontreiniging in grond Aan de noordzijde van de bebouwing is een asbestverontreiniging aangetoond met gehalten 833,6 mg/kg.ds. Gezien het gehalte de Interventiewaarde van 100 mg/kg.ds overschrijdt dient de verontreiniging te worden aangemerkt als een geval van ernstige bodemverontreiniging. De hoeveelheid met asbest 3
2
verontreinigde grond bedraagt van ongeveer 55 m (110 m x 0,5 m). Overig onderzoeksresultaten Grond Verder zijn in de bovengrond en ondergrond op de onderzoekslocatie achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor meerdere zware metalen, PAK en PCB welke kunnen worden gerelateerd aan het jarenlange (intensieve) gebruik van de locatie en de ligging in de oude dorpskern van Nieuwerkerk. Verder is in de bovengrond de achtergrondwaarde voor verschillende OCB9s overschreden welke kunnen worden gerelateerd aan het voormalige gebruik van de locatie als moestuin.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
30
Van de grondmonster MM02 van de bovengrond van het braakliggende achterterrein is het PFAS gehalte vastgesteld. De PFOA en PFOS gehalten zijn ieder 0,8 mg/kg.ds. Deze gehalten liggen onder de achtergrondwaarden. Grondwater Naast de olie gerelateerde stoffen (zie hierboven) werden geen streefwaarde-overschrijdingen aangetoond in het grondwater. Asbest Op het overig terrein is een marginaal asbestgehalte van 4,8 mg/kg.ds aangetoond. Gezien het gehalte is onder de halve interventiewaarde (50 mg/kg.ds) is gelegen is er geen noodzaak tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek in grond aangetoond. In het puinmonster van sleuf 301 van de voormalige fundering is geen asbest aangetoond. Het was tijdens het uitvoeren van het onderzoek niet mogelijk de dieper gelegen puinlagen van de voormalige fundering te bemonsteren. Zodoende kon de voormalige fundering enkel indicatief worden bemonsterd. Desondanks kan gezien de ouderdom van de voormalige fundering en de afwezigheid van asbest in sleuf 301 vooralsnog uitgegaan worden van asbestonverdacht puin. Er is momenteel geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
31
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Olieverontreiniging in grond De zintuiglijk met olie verontreinigde grond aan de noordzijde van de bebouwing bevindt zich vanaf het maaiveld tot ca. 1,5 m-mv. Inpandig en ter plaatse van het voorterrein bevindt de zintuiglijke verontreiniging zich vanaf de onderzijde van het zandpakket tot maximaal 2,0 m-mv. Op basis van deze veldwaarnemingen geverifieerd met analytisch onderzoek wordt de hoeveelheid grond verontreinigd met 3
gehalten minerale olie tot boven de interventiewaarde geschat op ca. 270 m . Het betreft hier een geval 3
van ernstige bodemverontreiniging. In totaal is ca. 460 m grond verontreinigd met gehalten minerale olie tot boven de terugsaneerwaarde klasse Achtergrondwaarde/Wonen. De PFAS gehalten van de sterk verontreinigde grond zijn onder de detectielimiet gelegen. Het inpandige zandpakket is analytisch schoon. Het zandpakket aan de voorzijde van de bebouwing heeft verhoogde gehalten minerale olie tot onder de interventiewaarde. Met betrekking tot minerale olie voldoet deze grond indicatief aan de klasse Niet Toepasbaar (>industriewaarde) zoals vastgesteld in het Besluit bodemkwaliteit. In het grondwater uit peilbuis 01 is de streefwaarde voor xylenen en de interventiewaarde voor minerale olie overschreden. Koperverontreiniging in grond Ter plaatse van een gedeelte van de voormalige sloot is een koperverontreiniging met gehalten tot boven de interventiewaarde aangetoond. Op basis van het analytisch onderzoek wordt de hoeveelheid grond 3
verontreinigd met gehalten koper tot boven de interventiewaarde geschat op 8 m . De verontreiniging is in noordelijke richting afgeperkt tot de perceelsgrens. Het is zodoende nog niet bekend of het hier een geval 3
van ernstige bodemverontreiniging betreft. In totaal is ca. 76,5 m grond verontreinigd tot boven de terugsaneerwaarde klasse Wonen. De PFAS gehalten van de sterk verontreinigde grond liggen onder de achtergrondwaarden. Asbestverontreiniging in grond Aan de noordzijde van de bebouwing is een asbestverontreiniging aangetoond met gehalten tot boven de interventiewaarde van 100 mg/kg.ds. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging van circa 55 3
m.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
32
Overig onderzoeksresultaten Grond Verder zijn op de locatie in de boven- en ondergrond achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor meerdere zware metalen, PAK en PCB aangetoond. In de bovengrond zijn daarnaast de achtergrondwaarde voor verschillende OCB9s overschreden en werden PFAS gehalten tot onder de achtergrondwaarde gemeten. Grondwater Naast de olie gerelateerde stoffen (zie hiervoor) werden geen streefwaarde-overschrijdingen aangetoond in het grondwater. Asbest Op het overig terrein is een marginaal asbestgehalte van 4,8 mg/kg.ds aangetoond. In het puinmonster van de voormalige fundering is geen asbest aangetoond. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses Chemische parameters Uitgegaan werd van een verdachte locatie voor bodemverontreiniging met chemische parameters waarbij met name in de bovengrond verontreinigingen konden worden verwacht. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt echter dat ook de ondergrond en het grondwater verontreinigd zijn. De hypothese verdacht voor de bovengrond dient te worden aangenomen. De hypothese onverdacht voor ondergrond en grondwater dienen te worden verworpen. Asbest Met betrekking tot asbest werd uitgegaan van een locatie verdacht voor asbest in de bovengrond voor de gehele onderzoekslocatie. Er werd in de bovengrond op het achterterrein een marginale hoeveelheid asbest aangetroffen. De hypothese dient te worden aangenomen.
Voorafgaand aan het veldwerk werden geen funderingen of halfverhardingen verwacht. Echter is uit de veldwerkwaarnemingen gebleken dat in de ondergrond op verschillende dieptes toch bodemvreemde lagen aanwezig zijn op de locatie. Omwonenden hebben aangegeven dat dit mogelijk de oude funderingen zijn van voor de Waternoodsramp in 1953. Plaatselijk is deze voormalige fundering indicatief onderzocht op asbest. Dit werd niet aangetroffen. De hypothese verdacht op asbest kan vooralsnog worden verworpen. Verder werd tijdens het nader onderzoek naar minerale olie aan de noordzijde van de garage in de grond asbestverdacht materiaal aangetroffen. Besloten is om dit gedeelte van de locatie nader te onderzoeken op asbest in grond. Vastgesteld is dat hier asbest tot boven de interventiewaarde aanwezig is. De hypothese verdacht op asbest dient te worden aangenomen.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
33
5.3. Consequenties en aanbevelingen Saneringsnoodzaak Olieverontreiniging in grond Op de onderzoekslocatie blijkt meer dan 25 m³ grond aanwezig met gehalten minerale boven de interventiewaarde. De verontreiniging is ontstaan vóór 1987. Daarmee is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien (graaf)werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zullen deze werkzaamheden moeten worden gecombineerd met saneringsmaatregelen. Hiertoe moet een saneringsplan worden opgesteld dat door het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeeland namens de provincie Zeeland) dient te worden goedgekeurd. De uitvoerende partijen van de saneringswerkzaamheden dienen BRL 6000 cq. BRL 7000 gecertificeerd te zijn. Koperverontreiniging in grond Gelet op het perceelgrensoverschrijdende karakter van de verontreiniging, kan vooralsnog niet worden vastgesteld of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het is aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming om te beslissen of de verontreiniging wel of niet als een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gezien. Daarvoor dient onderhavige rapportage ter beoordeling te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming (RUD Zeeland namens de provincie Zeeland).
Asbestverontreiniging in grond Op de onderzoekslocatie is over het gedeelte van de locatie ten noorden van de bebouwing een gewogen asbestgehalte >100 mg/kg.ds aangetoond. Bij een werkelijk gewogen asbestgehalte hoger dan 100 mg/kg.ds is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging impliceert dat er een potentieel risico is dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Bij een voorgenomen sanering (graven in / verplaatsen van verontreinigde grond) dient een saneringsplan te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming. Aanvullend bodemonderzoek De grondverontreinigingen met minerale olie, asbest en koper zijn tijdens de nader bodemonderzoeken in kaart gebracht. Echter is de olieverontreiniging in het grondwater nog niet afgeperkt. Aangenomen wordt dat deze geheel gelegen is binnen de contour van de van de grondverontreiniging en dat hiermee het grondwater
buiten
deze
contour
niet is
verontreinigd.
Zodoende is tijdens
het
voorliggend
bodemonderzoek de verontreiniging in het grondwater niet nader onderzocht. Verder is de koperverontreiniging op het achterterrein niet volledig afgeperkt. Op basis van de onderzoeksresultaten uit het verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek is de verwachting dat de verontreiniging zich beperkt tot de noordzijde van de onderzoekslocatie. Met de nu beschikbare gegevens kan al een inschatting worden gemaakt van de hoeveelheid verontreinigde grond tot boven de terugsaneerwaarde. Zodoende is besloten om de koperverontreiniging tijdens het voorliggend onderzoek
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
34
niet verder af te perken. Echter is het bij een sanering van de verontreiniging wel gewenst om enkele aanvullende afperkende analyses uit te voeren om de uiteindelijke saneringscontouren beter in kaart te kunnen brengen. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan een sanering: -
na te gaan of de olieverontreiniging in het grondwater zich inderdaad beperkt tot de bronlocatie;
-
de koperverontreiniging in grond verder af te perken tot de terugsaneerwaarde klasse Wonen.
De overige geconstateerde verhoogde gehalten in de grond geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota9s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. Daarbij komt dat op 13 december 2021 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en kamerbrief9 is aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van PFAS, met name perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald.
Grondroerende werkzaamheden Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
35
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
3
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
36
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 13 december 2021
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
37
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23220023
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport bodemonderzoek Oude Nieuwstraat 15 te Nieuwerkerk
Bijlage 2
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 1,5 2 >2,5 Peilbuis Gaten Contouren onderzoekslocatie toekomstige bebouwing te slopen bebouwing
Projectnummer: 23220023 Locatie: Onderdeel:
Tekenaar:
A.N. de Vries
Oude Noordstraat 15 te RAP01 Versie: Nieuwerkerk Alle meetpunten uit het verkennend Papierformaat: A4 en nader bodemonderzoeken
Opdrachtgever: Blouberg Projectontwikkeling B.V.
Datum:
23-05-2022
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 1,5 2 >2,5 Peilbuis Contouren onderzoekslocatie gedempt water
Projectnummer: 23220023
te slopen bebouwing
Locatie:
Lijncontouren globale achtergrondwaarde-contour globale internventiewaarde-contour
Onderdeel:
Oude Noordstraat 15 te Nieuwerkerk Nader bodemonderzoek olieverontreiniging in grond
Opdrachtgever: Blouberg Projectontwikkeling B.V.
Tekenaar:
A.N. de Vries
Versie:
RAP02
Papierformaat: A4 Datum:
24-05-2022
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 1,5 2 >2,5 Peilbuis Contouren onderzoekslocatie gedempt water
Projectnummer: 23220023
te slopen bebouwing
Locatie:
Lijncontouren globale industrie-contour globale internventiewaarde-contour
Onderdeel:
Oude Noordstraat 15 te Nieuwerkerk Nader bodemonderzoek koperverontreiniging in grond