CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

887095 Bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15 en 15a (887095)26.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvergunning OUDE NOORDSTRAAT 15, NIEUWERKERK Gemeente Schouwen-Duiveland

STATUS:

ONTWERP

DATUM:

20 maart 2023

IMRO IDN:

NL.IMRO.1676.OudeNoordstraat15-ON01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER ArchitectenBuro Stilma Concordia 1 4416 HC Kruiningen

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 13 december 2022

VERSIE 2e versie

20 maart 2023

3e versie

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Goede ruimtelijke onderbouwing 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verkeer en parkeren

11 11 11 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 20

Hoofdstuk 4 Water 4.1 Inleiding 4.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 4.3 Beleid waterschap Scheldestromen 4.4 Waterhuishouding 4.5 Watertoets

25 25 25 26 27 27

Hoofdstuk 5 Milieu en omgevingsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Flora en fauna 5.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

31 31 36 38 41

Hoofdstuk 6 Beoordeling project 6.1 Algemeen 6.2 Beoordeling verzoek aan gemeentelijk beleid 6.3 Beoordeling verzoek aan provinciale beleidsregels 6.4 Conclusie

43 43 43 43 43

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Financiële haalbaarheid

45 45

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke betrokkenheid 8.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Communicatie 8.3 Zienswijzen

47 47 47 47

Bijlagen onderbouwing

49

Bijlage 1

50

Bodemonderzoek

3

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Bijlage 2

4

AERIUS-berekeningen

253

Inhoudsopgave

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

5

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

6

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel Oude Noordstraat 15 in Nieuwerkerk staat een voormalig bedrijfsgebouw. Er worden hier geen bedrijfsactiviteiten meer uitgevoerd. Het perceel oogt enigszins verrommeld. Voortzetting van een bedrijfsfunctie in deze overwegende woonomgeving wordt niet voorgestaan. In verband hiermede heeft initiatiefnemer het voornemen de bestaande bedrijfsloods te slopen en hiervoor in de plaats een twee-onder-één-kap woning te bouwen. Vanuit planologische overwegingen bestaan hiertegen geen bezwaren. De woningen zijn eveneens inpasbaar op grond van de herijkte Woonvisie en de in het verlengde hiervan gemaakte hernieuwde regionale woningmarktafspraken met de provincie. Op basis hiervan kan uitvoering plaatsvinden, omdat sprake is van een kwalitatieve en kwantitatieve toevoeging aan een segment waaraan veel behoefte is. Deze nota bevat de ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning, waarin wordt aangetoond dat de nieuwbouw vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in de dorpskern van Nieuwerkerk. In noordelijke richting staan grondgebonden woningen. Aan de westzijde ligt een ontsluiting met garageboxen achter de woningen aan de Schoolstraat. Ten zuiden van het plangebied staat een vrijstaande woning op nummer 13. Aan de overzijde van de straat staat eveneens een vrijstaande woning op nummer 17. Een situatietekening met omgeving is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situering plangebied en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

Ruimtelijke onderbouwing

7

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Bestemmingsplan “Nieuwerkerk en Oosterland" "Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland"

Raadsbesluit 27 november 2014 27 september 2019

Uitspraak ABRvS N.v.t. N.v.t.

De gronden zijn in het bestemmingsplan "Nieuwerkerk en Oosterland" bestemd voor 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 1'. Voorts gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 5 en 6' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Een uitsnede van de verbeelding is opgenomen in figuur 2. Het oprichten van een twee-onder-één-kapwoning is in strijd met het bestemmingsplan.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Nieuwerkerk en Oosterland'.

1.4

Goede ruimtelijke onderbouwing

Om medewerking te kunnen verlenen aan een vervolgfunctie naar wonen moet een planologische procedure worden doorlopen. Met ingang van 1 oktober 2010 geldt hiervoor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo). Deze wet geeft de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van een bestemmingsplan, mits er een concreet bouwplan aan ten grondslag ligt. De aanvraag omgevingsvergunning dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing als genoemd in artikel 2.12, lid 1 sub a onder 3 van de Wabo. Hierin moet worden aangetoond dat het initiatief niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke onderbouwing dient te voldoen aan een aantal eisen, zoals deze zijn beschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. In de voorliggende notitie wordt aangegeven wat de invloed is van het onderhavige plan op haar omgeving. Daarnaast wordt ook ingegaan op de relevante milieuaspecten, de uitvoerbaarheid en de juridisch- planologische consequenties. Op deze wijze wordt voldaan aan het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening en wordt de haalbaarheid van onderhavige planontwikkeling aangetoond.

8

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een planbeschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bouwplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 5 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de beoordeling van het verzoek om hieraan medewerking te verlenen. Hoofdstuk 7 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 8 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing

9

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

10

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied maakt onderdeel uit van het historische centrum van Nieuwerkerk. De grotendeels aaneengeschakelde bebouwing aan smalle straten geeft het centrum van het ringdorp een kleinstedelijk karakter. De belangrijkste historische stedenbouwkundige structuren zijn de centrale Kerkring met de Achterstraat, de Weststraat, de Schoolstraat, de Hoge Kerkstraat met de Oude Noordstraat en Poststraat als achterstraten, de Molenstraat, de Ooststraat (die vroeger doorliep naar de Oude Nieuwlandseweg) en de Stationsstraat (vroeger deel van de Rolleklootsedijk). Midden in kerkring staat de N.H. kerk uit de 15e eeuw los van de in 1976 herbouwde toren. Planspecifiek In het plangebied staat een bedrijfsgebouw. De bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. Het bedrijfspand staat leeg en maakt een vervallen indruk. Het achterste deel van het perceel is onbebouwd.

Leegstaande bedrijfsloods Oude Noordstraat 15.

2.2

Achterste gedeelte plangebied.

Nieuwe situatie

Om een ruimtelijke kwaliteitswinst te bewerkstelligen worden er twee grondgebonden woningen gerealiseerd van het type twee-onder-één-kapwoning. Hierbij is aandacht besteed aan de maat, de schaal en de richting van de Oude Voorstraat, waarbij de bouwvolumes aansluiting zoeken met de aan weerszijden gelegen bebouwing. Dit resulteert in een verkavelingsplan voor twee woningen op een plangebied van 577 m² groot. De voorgevel van de woningen is op basis van het advies van de welstandscommissie, in overleg met de stedenbouwkundige, in lijn met de woningen Molenstraat 3, 5, 7 en 9 geplaatst. De maximum goot- en bouwhoogte van de woningen is respectievelijk ca. 5,3 m en 10 m. De woningen worden via twee uitritten ontsloten op de Oude Noordstraat. Op het voorterrein is per woonperceel voldoende parkeergelegenheid voor twee auto's per woning. De verkavelingstekening is opgenomen in figuur 3. Enkele aanzichttekeningen zijn opgenomen in figuur 4. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bij de aanvraag omgevingsvergunning behorende bouwtekeningen.

Ruimtelijke onderbouwing

11

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Figuur 3: Situatietek ening nieuw (indicatief).

Figuur 4. Aanzichttek eningen van de twee woningen.

12

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

2.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Nieuwerkerk ligt ten noorden van de N59. De N59 is een doorgaande route voor Schouwen-Duiveland en heeft een hoge verkeerslast. De Burgemeester van Veenstraat - Kerkring - Schoolstraat, de Stolpweg en de Loensweg zijn doorgaande routes door de kern van Nieuwerkerk. De overige wegen binnen de bebouwde kom, waaronder de Oude Noordstraat, behoren tot het stratennetwerk van Nieuwerkerk. Het perceel wordt ontsloten met twee nieuwe uitritten op de Oude Noordstraat. Deze weg is ingericht als een 30 km/uur gebied. Via de Schoolstraat, Kerkring en Burgemeester van Veenstraat is de N59 bereikbaar.

Oude Noordstraat. Achter het witte huis ligt het plangebied (bron Google Earth). Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang dat er voor gebruikers en bezoekers voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig zijn. Het gemeentelijke parkeerbeleid voor Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het document “Parkeerbeleid Gemeente 2017-2020 gemeente Schouwen-Duiveland". Hierbij zijn de parkeernormen uit de CROW publicatie 317 aangehouden, zoals deze nadien zijn opgenomen in het bestemmingsplan 'Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland'. Uitgangspunt is dat parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Als stedelijkheidsgraad houdt de gemeente Schouwen-Duiveland 'weinig stedelijk' aan. De gemeente hanteert voor het gehele grondgebied, met uitzondering van Zierikzee, de parkeerkencijfers voor 'rest bebouwde kom' (binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (buiten de bebouwde kom). De relevante parkeernorm is opgenomen in tabel 2.1. Tabel 2.1 Park eerk encijfers woningen gemeentelijk parkeerbeleid. Functies parkeernorm (weinig stedelijk/ rest bebouwde kom Woning, koop, 2,2 per woning (maximum) twee-onder-een-kap

Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning

De parkeerbehoefte wordt gerealiseerd door bij de woningen op eigen erf minimaal twee parkeerplaatsen per woning aan te leggen. Voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte.

Ruimtelijke onderbouwing

13

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

14

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bouwplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Ruimtelijke onderbouwing

15

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

voorziet alleen in een bouwmogelijkheid voor twee woningen in bestaand dorpsgebied. De rijksbelangen worden niet geraakt. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.

Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.

De bouwplan maakt het oprichten van twee woningen mogelijk in bestaand dorpsgebied. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). 3.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De twee woningen zijn in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

16

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan behandelt de thema's economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Ten opzichte van het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 is voor het overgrote deel geen nieuw beleid gevormd. De kern van het omgevingsplan wordt gevormd door vier integrale strategische toekomstgerichte opgaven die nationaal en provinciaal centraal staan: 1. duurzame en concurrerende economie; 2. klimaatbestendige en -neutrale samenleving; 3. waardevolle leefomgeving; 4. toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving. Voor de ontwikkeling die dit plan mogelijk maakt is de opgave 'toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving' van toepassing. In de paragraaf Stedenbeleid is vastgelegd dat het nodig blijft om de woningbouw in dorpen te faciliteren. Hier ligt de opgave primair bij herstructurering, inbreiding binnen de bestaande kern, vervangende nieuwbouw en het verleggen van bestaande plannen naar nieuwe kansrijke locaties die inspelen op de lokale behoeftes. Als dit noodzakelijk is, behoort maatwerk door een beperkte uitbreiding tot de mogelijkheden.

De totale woningmarktafspraken in de regio bieden hiervoor het kader. Wonen Gezien de ruimtelijke doelen, de klimaat en demografische opgave, de uitgangssituatie van de woningvoorraad en de toekomstverwachtingen, is woningbouwbeleid essentieel. Woningbouwprojecten, zeker de omvangrijke, hebben een gemeentegrensoverschrijdend impact. Er moet daarom op regionaal niveau gekozen worden voor de woningbouwplannen die qua omvang, locatie en type aansluiten bij de woonwensen van de Zeeuwse burger. De keuzes moeten worden gemaakt in regionale woningmarktafspraken door de vijf Zeeuwse woningmarktregio's (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen). Bij het maken van regionale woningmarktafspraken dient de totale woningvoorraad te worden betrokken. Het overgrote deel van de woningvoorraad van de komende decennia is immers al aanwezig in de vorm van de gebouwde voorraad. Het aantal toevoegingen is daarmee in de marge en vereist het verleggen van de focus van nieuwbouw naar aanpassing van de bestaande woningvoorraad. Om de regio's te ondersteunen bij het maken van regionale woningmarktafspraken draagt de provincie actuele kennis aan op het gebied van de gewenste kwaliteit van de woningbehoefte. Voor het bepalen van de kwantitatieve behoefte is de bevolkings- en huishoudenprognose leidend.

De regionale woningmarktafspraken zijn bedoeld om regionaal woningbouwbeleid vast te stellen en dienen als onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.2.2 wordt hierop ingegaan. Toetsing planinitiatief Het initiatief draagt bij aan het versterken van de waardevolle leefomgeving, omdat een niet meer in gebruik zijnde bedrijfsperceel plaatsmaakt voor twee grondgebonden woningen in de dorpskern. In de nieuwe situatie neemt de milieubelasting af ten opzichte van het gebruik als bedrijf. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een toekomstige bereikbare woon- en verblijfsomgeving. De woningen dragen bij aan de hedendaagse woonwensen. Met het realiseren van twee woningen binnen bestaand stedelijk gebied wordt tevens bijgedragen aan het herstructureren van voormalige bedrijfslocatie en een optimaal gebruik van het bestaand stedelijk gebied. Op kaart 19 van het Omgevingsplan maakt het plangebied onderdeel uit van toekomstbestendige en bereikbare woon- en verblijfsomgeving: stedenbeleid (figuur 5). Conclusie Dit bouwplan maakt de nieuwbouw twee woningen in bestaand dorpsgebied mogelijk die in de plaats komen van een te vervallen bedrijfsfunctie. Deze herontwikkeling leidt niet tot aantasting van de provinciale belangen.

Ruimtelijke onderbouwing

17

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Figuur 5: Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018: kaart 19 Overige steden en dorpen. 3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland (2018) In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in het provinciale omgevingsplan. Onder bestaand stedelijk gebied wordt in artikel 2.1, lid k van de Omgevingsverordening verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Toetsing aan Omgevingsverordening Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening. Het toevoegen van twee woningen valt onder de mogelijkheden voor verbetering, uitbreiding en verplaatsing van (bestaande) individuele burgerwoningen in bestaand dorpsgebied. Vanuit een goede ruimtelijke ordening zijn deze twee woningen goed inpasbaar. Het plan maakt onderdeel uit van de lokale woningbehoefte. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bouwplan maakt twee woningen mogelijk.

Twee woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de bouwmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Molenbiotoop In artikel 2.29 (molenbiotoop) is opgenomen dat in de toelichting bij een bestemmingsplan inzicht wordt gegeven in de cultuurhistorische waarde van in of nabij het plangebied aanwezige traditionele windmolens. Een bestemmingsplan dient regels te bevatten tot behoud van windvang van de in of nabij het plangebied aanwezige traditionele windmolens. In ieder geval worden in een bestemmingsplan op zodanige wijze bestemmingen aangewezen dan wel regels gegeven dat binnen een straal van 100 meter gerekend vanaf het middelpunt van de traditionele windmolen geen nieuwe bebouwing en beplanting

18

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

wordt toegelaten hoger dan het laagste punt van de verticaal staande wieken. In lid 4 is bepaald dat in een bestemmingsplan voorts op zodanige wijze bestemmingen worden aangewezen dan wel regels gegeven dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanuit het middelpunt van de traditionele windmolen een zekere mate van vrije windvang is gewaarborgd. Om deze redenen worden in de omgeving van een molen beperkingen gesteld aan de hoogte van obstakels. Het gebied waarbinnen deze hoogtebeperkingen gelden, wordt de molenbeschermingszone genoemd. Rondom een molen dient idealiter een vrije ruimte aanwezig te zijn van minimaal 100 meter. Dit geldt zowel voor bebouwing als beplanting. Binnen de zone van 100 tot 400 meter rondom een molen geldt dat de obstakels hoger mogen worden naarmate ze verder van de molen verwijderd zijn. Molen aan Magnoliastraat 17a Aan de Magnoliastraat 17a staat op 200 meter afstand van het plangebied een molen, type stenen grondzeiler. De wieken hebben een vlucht van 22,86 meter. De molen heeft, ondanks dat hij vrijwel geheel is ingebouwd door planmatige dorpsuitbreidingen, toch een belangrijke cultuurhistorische waarde en vormt door zijn hoogte en verschijningsvorm een belangrijk onderdeel van het dorpssilhouet. De molen is al van verre zichtbaar. Voor behoud van molens is het van belang dat deze kunnen blijven functioneren.

Een zoveel mogelijk onbelemmerde windtoetreding is daarvoor noodzakelijk. Bebouwing en begroeiing in de nabijheid van een molen veroorzaken windbelemmeringen, waardoor rendementsverlies ontstaat.

Luchtfoto van de molen en omgeving in Nieuwerkerk. Groene pijl geeft plangebied en molen aan. Berekening obstak elhoogte Om de maximaal toelaatbare obstakelhoogte te berekenen wordt normaliter de volgende formule toegepast (uit: Handleiding molenbiotoop; Vereniging De Hollandsche Molen): Formule: H(x) = x/n + c x z De formulegegevens: H: hoogte van het obstakel, ten opzichte van de maaiveldhoogte van de molen X: afstand obstakel tot molen (in meters) n: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied c: 0,2 (constante) z: askophoogte (helft van lengte gevlucht)

Ruimtelijke onderbouwing

19

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Voor de molen in Nieuwerkerk gelden de volgende waardes: n: 50, vanwege de ingesloten ligging tussen de woonbebouwing. z: 11,43 meter Er is binnen de zone van 400 meter geen noemenswaardig verschil in maaiveldhoogtes. Hiermee hoeft dan ook geen rekening gehouden te worden bij toepassing van de formule. De Hoge Kerkstraat is daarop de enige uitzondering. Hier ligt de maaiveldhoogte circa 2 meter hoger dan rondom de molen. Bij strikte toepassing van de biotoopformule, gelden de volgende obstakelhoogtebeperkingen: 100 meter: 4,3 meter 200 meter: 6,3 meter 300 meter: 8,3 meter 400 meter: 10,3 meter Toetsing planinitiatief Nu de molen in Nieuwerkerk al vrijwel geheel wordt ingesloten door bebouwing is er van vrije windvang al lang geen sprake meer. Deze is ook niet zo maar terug te brengen. Strikte toepassing van de biotoopformule doet dan ook geen recht aan de bestaande situatie. Er is in geen enkele richting meer een obstakelvrije ruimte van 100 meter lengte. De bebouwing direct grenzend aan de molen bestaat uit één of twee bouwlagen met een kap. De obstakelhoogte binnen de 100 meterzone is daarmee al 6 tot 10 meter, en ook verder weg staan veel gebouwen en bomen die reeds hoger zijn dan op grond van de biotoopformule toelaatbaar is. De twee-onder-één-kap-woning krijgt een nokhoogte van 10 meter.

De molenbiotoop wordt hierdoor niet aangetast, omdat de molen al op kortere afstand is omgeven door groen en bebouwing van het dorp Nieuwerkerk. Hiervan ondervindt de molen nu al windbelemmering. Conclusie Deze planontwikkeling maakt het oprichten van twee woningen mogelijk in bestaand dorpsgebied. De ruimtelijke- en beeldkwaliteit worden verbeterd, omdat een bedrijf wordt gesaneerd in de dorpskern. De molenbiotoop is met deze planontwikkeling niet in het geding. Het bouwplan is in overeenstemming met de provinciale belangen zoals verwoord in de Omgevingsverordening Zeeland (2018).

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Strategische visie 'Tij van de Toekomst' De ambities op het gebied van wonen, werken en verblijven heeft de gemeenteraad op 3 oktober 2011 vastgesteld in de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst'. De kern Nieuwerkerk wordt in de hoofdstructuurkaart voor wonen gekarakteriseerd als ‘dorpswonen’. De behoefte binnen de regionale woningmarkt is door demografische processen als vergrijzing en huishoudensverdunning verschoven van een kwantitatieve vraag naar woningen naar een kwalitatief afwegingskader. Het accent voor woningbouwontwikkelingen ligt dan ook op herstructurering en functieverandering waarbij tevens een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad wordt gerealiseerd. Nieuwe woningen die aan de bestaande woonvoorraad worden toegevoegd dienen daarbij zo veel mogelijk binnen de contouren van de bebouwde kom te worden gerealiseerd. Door middel van een herstructureringsfonds wordt een directe koppeling gelegd tussen de beoogde herstructurering van de bestaande woningvoorraad en nieuwe ontwikkelingen. Wonen De woningvoorraad is afgestemd op de wensen van de (nieuwe) inwoners. In aantal zijn vraag en aanbod van woningen in balans. De kwalitatieve woningvoorraad is afgestemd op de woningbehoefte en verkeert in goede staat. Ouderen kunnen lang zelfstandig wonen en nieuwe inwoners vinden een plek naar wens.

Aangetrokken door het eilandleven, is Schouwen-Duiveland een aantrekkelijke plek voor deeltijdbewoners. Een eiland om te genieten van het leven, de rust en de ruimte en tegelijkertijd inspiratie op te doen voor professie en beroep. Keuzen

20

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

De gemeente gaat vooralsnog uit van een behoefteraming van 670 woningen tot 2040. Na 2020 vindt zo nodig bijstelling van deze raming plaats en vindt alleen herstructurering en functieverandering plaats om tot een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad te komen, leegstand te voorkomen en aanbod in overeenstemming te brengen met de marktvraag. Woningbouw is mogelijk in alle kernen, daarbij rekening houdend met de grootte van de kern en het voorzieningenniveau. De gemeente realiseert kwaliteitsverbetering door het vervangen van oude woningen door nieuwe (herstructurering). Uitbreiding van het aantal woningen wordt niet uitgesloten. Prioriteit wordt gegeven aan de realisatie van nultreden huurwoningen. De gemeente gaat zeer terughoudend om met het bouwen van woningen in het buitengebied. Deeltijd wonen in de kernen wordt toegestaan om leegstand en verpaupering te voorkomen. De gemeente legt een relatie tussen de verdiencapaciteit van de nieuwbouwplannen en de herstructureringsopgave in de bestaande woningbouw of bedrijventerreinen. Dit krijgt vorm in een verevenings- of herstructureringsfonds. Daar waar mogelijk wordt ingezet op het verbeteren van de sociale veiligheid. De gemeente heeft een regisserende rol bij het bepalen van de woningbouwopgave waar zij in de komende 30 jaar voor staan, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin.

Toetsing planinitiatief Dit bouwplan maakt twee woningen mogelijk op een herstructureringslocatie in de dorpskern waar een bedrijf was gevestigd. Hoewel deze herontwikkeling niet concreet is benoemd kan worden gesteld dat de woningen in overeenstemming is met de ambities uit de Strategische Visie, omdat er twee woningen worden toegevoegd voor de doelgroep doorstromers. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Het toevoegen van twee woningen levert een bijdrage aan het tekort aan woningen in de gemeente. Een bedrijfsfunctie vervalt in de dorpskern van Nieuwerkerk. Dit bouwplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Strategische visie 'Tij van de Toekomst'. 3.3.2 Woonvisie 2018 - 2027 De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 28 juni 2018 de 'Woonvisie 2018 - 2027' vastgesteld. De Woonvisie zorgt voor passend beleid om de komende 10 jaar de veranderende uitdagingen op het gebied van wonen aan te gaan. Het nieuwe woonbeleid zorgt er voor dat de gemeente binnen de vastgestelde kaders zo optimaal mogelijk de kansen benut, de kwaliteiten van Schouwen-Duiveland behoudt en de leefbaarheid in de kernen versterkt, bestaande inwoners voorziet van passende woningen en meer nieuwe inwoners probeert aan te trekken.

Door het stellen van kaders stimuleert de gemeente nieuwe kwalitatief passende oplossingen en wordt leegstand in de bestaande woningvoorraad zo veel mogelijk beperkt. Alleen op deze manier kan zij nog nieuwe ruimtelijke plannen voor woningbouw onderbouwen en realiseert de gemeente de juiste woning op de juiste plaats voor huidige en komende generaties. De juiste keuzes worden gemaakt om in 2040 het strategische doel te hebben bereikt: we wonen prettig, naar wens en behoefte. Het gaat om minder en kwalitatief betere nieuwbouw en om veel aandacht voor de vitaliteit van de bestaande voorraad. Daarbij functioneert Schouwen-Duiveland als één samenhangende woningmarkt. Dat betekent dat een ingreep in de ene kern, in meer of mindere mate effect heeft op de andere kernen in de gemeente. Om dit strategische doel te bereiken stelt de gemeente tot 2027 het volgende doel: verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; toevoegen van woningen, waar er te weinig van zijn. Evenwicht tussen plancapaciteit en behoefte is vereist De gemeente streeft een duurzaam, toekomstbestendig evenwicht na tussen de plancapaciteit en de benodigde woningbouw om zo ruimte te behouden en creëren voor (nieuwe) gewenste plannen.

De grootste uitdaging is eerst de huidige plancapaciteit, waar mogelijk, meer in evenwicht te brengen met de kaders en (urgente) beleidsaccenten van de Woonvisie. Qua nieuwbouw loopt de woningmarktregio over in het aantal geplande woningen. De gemeenteraad geeft in de Woonvisie een vertrekpunt en een

Ruimtelijke onderbouwing

21

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

aanpak voor deze herprogrammering om met elkaar tot een gezond, duurzaam en toekomstbestendig evenwicht te komen. Per woonmilieu gaat zij de bestaande harde en zachte plannen beoordelen aan de hand van een toetsing-/afwegingskader. Dit is nodig, omdat de totale plancapaciteit (876 woningen) momenteel bijna 2x zo groot als de totale gemeentelijke lokale behoefte (396 woningen). Prioriteringsk ader voor (bestaande) plannen Een aantal harde plannen van de gemeente, maar ook van ontwikkelaars komen ondanks het aantrekken van de woningmarkt niet van de grond. De gemeente gaat haar eigen plannen beoordelen en overleggen met de ontwikkelaars om de resterende harde plannen, waar nodig, te herprogrammeren. Alle resterende bestaande plancapaciteit wordt beoordeeld vanuit de in de Woonvisie opgenomen kwalitatieve en kwantitatieve beleidskaders. De punten uit het onderstaande afwegingskader worden geconfronteerd met de plancapaciteit. Kern van het toetsings-/afwegingskader: 1. geen kwantitatieve uitbreiding in balans/transitiekernen nodig; 2. plannen moeten voorzien in kwalitatieve woningbehoefte op middellange termijn; 3. ontwikkelingen op structuurversterkende plekken (inbreiding, beeldbepalend plek, kwaliteit plan sluit aan bij kwaliteit locatie).

Kwalitatief kan het volgende nog in een vraag voorzien op basis van de woningmarktanalyse en de in deze Woonvisie opgenomen kwalitatieve en kwantitatieve beleidskaders: Flexibel bouwen het liefst zo dat ze geschikt (te maken) zijn voor diverse doelgroepen; Opgave ligt overwegend bij woningen voor ouderen en doorstromers, soms (beperkt) starters; Dan gaat het om kleinere woningen, levensloopbestendig, middenhuur (€ 600 - € 900); Dicht bij voorzieningen (past bij wensen ouderen, starters). Het college heeft op 27 november 2018 een besluit genomen over de herprogrammering, waaruit duidelijk is geworden op welke wijze meer evenwicht wordt gebracht tussen behoefte en aanwezige plancapaciteit. Het volgende is hierin besloten: 1. instemmen met het toetsings-/afwegingskader woningbouwplannen op basis van de vastgestelde uitgangspunten in de Woonvisie; 2. instemmen met het voorlopige advies (doorgaan/stoppen/aanpassen) ten aanzien van de woningbouwplannen op basis van de nieuwe Woonvisie; 3. instemmen met het uitgangspunt dat bij de realisatie van zachte woningbouwplannen de initiatiefnemer een financiële bijdrage levert aan het op te richten Transitiefonds; 4. punt 3 (hoogte financiële bijdrage) wordt verder uitgewerkt en keuzes worden nader aan het bestuur voorgelegd. De Woonvisie benoemt in paragraaf 4.2 kwalitatieve beleidsaccenten.

Aanvullend aan de kwantitatieve woonbehoefte, is het van belang om ook de kwaliteit van de woningvoorraad af te stemmen op de lange termijn behoefte. Bij het toetsen van nieuwe plannen wordt uitgegaan van realisatie op structuurversterkende plekken binnen de kern. Wanneer locaties binnen de kern vrijvallen en/ of wanneer beeldbepalende panden in de kern vrijvallen, krijgen deze locaties voorrang boven nieuwbouw aan de kernrand. Hiermee wordt ingezet op het behoud van leefbare kernen. Onder structuurversterkende plekken in de kernen wordt verstaan: Ligging in het hart of zeer nabij het centrum; Ligging naast of zeer naast (bestaande) voorzieningen; Zijn oude leegstaande, vervallen gebouwen/ panden of overlast gevende plekken (oplossen knelpunt); Goede bereikbaarheid voor al het verkeer; Bijdrage herontwikkeling met woningbouw aan de leefbaarheid en vitaliteit van het centrum. Toetsing bouwplan initiatief aan Toetsingsk ader Het onderhavig planinitiatief is getoetst aan de hand van genoemd toetsingskader. Deze toetsing heeft opgeleverd dat dit plan in de categorie 'doorgaan' valt. Conclusie Het toevoegen van twee woningen is inpasbaar op grond van de resultaten van het toetsingskader. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het meerjarenprogramma woningbouw om voldoende woningen te realiseren voor de doelgroep doorstromers.

22

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

3.3.3 Welstandsbeleid In de door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota 2012 zijn algemene welstandscriteria geformuleerd die ten grondslag liggen aan iedere planbeoordeling. De welstandscriteria geven aan hoe een bouwwerk ‘zich moet gedragen’ om in zijn omgeving te passen en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving in het ontwerp moeten worden gebruikt. De criteria zijn gebaseerd op de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de bestaande situatie wordt aangetroffen. Daarnaast is een belangrijke pijler van de welstandsnota het gebieds- en objectgerichte welstandsbeleid welke is gebaseerd op de ruimtelijke opbouw is Schouwen-Duiveland. Bij het benoemen van de welstandsgebieden is uitgegaan van de huidige situatie. De gebiedsuitwerkingen in deze welstandsnota zijn gericht op de bestaande context, te weten steden en dorpskernen, planmatige uitbreidingen, bedrijfs- en haventerreinen, sport en recreatie en buitengebied. Er is onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsniveaus. Het plangebied ligt in een dorpskern met de aanduiding 'bijzondere woonconcentraties'. Het gaat om de gebieden waar extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk is en de gemeente ook aanvullende beleidsinstrumenten inzet of kan gaan inzetten. Het welstandstoezicht is gericht op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit.

Hiervoor geldt een bijzonder welstandsregime (niveau 2). Een bijzonder welstandsregime houdt rekening met de volgende aspecten: Vormgeving in aansluiting bij landelijke omgeving. Streven naar terug gelegen positionering op de kavel. Accentueren van vrijstaand karakter. Daarnaast zijn uitgangspunten opgenomen over massa en vorm, gevelkarakteristiek en detaillering, kleur en materiaal. Conclusie Het bouwplan wordt om advies voorgelegd aan de Welstands-/monumentencommissie. Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met het welstandsadvies. De kleuren en materialen zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de welstandscommissie. 3.3.4 Duurzaamheid In de Woonvisie is meer aandacht gevraagd voor duurzaamheid en technologische vernieuwing. De bewustwording en behoefte om energie te besparen neemt verder toe. Een ingrijpende verandering is de energietransitie. Duurzaamheid is een belangrijk thema. Bij woonbeslissingen wordt duurzaamheid steeds vaker meegenomen door kopers/bewoners. Duurzaamheid speelt zowel een rol in de bestaande woningvoorraad als in de nieuwbouw. Door duurzaam te bouwen of woningen te verduurzamen, wordt bijgedragen aan energiebesparing in woningen. Duurzaamheid is echter meer dan energiebesparing. Het draagt ook bij aan voorkomen van uitputting van grondstoffen, een beter woon- en leefklimaat, een gezond binnenmilieu en gezondheid van bewoners.

Duurzaam bouwen heeft ook een positieve weerslag op de leefbaarheid van de woningen en de woonomgeving en op de betaalbaarheid, woonlasten worden lager. Toetsing planinitiatief Het initiatief gaat uit van een herontwikkeling van het projectgebied aan de Oude Noordstraat 15, waarbij een bedrijf wordt gesaneerd. In de plaats hiervan worden twee woningen gerealiseerd. De woningen worden gasloos en energiezuinig uitgevoerd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Op de daken worden zonnepanelen geplaatst. Dit betekent dat de woningen een neutraal 'gebouw gebonden' energiegebruik hebben. Dit betreft het energiegebruik voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, warmtapwater, elektriciteit voor de hiervoor benodigde installaties en (forfaitair) verlichting én 'gebruik gebonden'. De ruimte rondom de woningen wordt als tuin ingericht. Bij de inrichting zal rekening gehouden worden met het versterken van de groenstructuur en de biodiversiteit. Klimaatadaptatie/ risico's van klimaatverandering Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen

Ruimtelijke onderbouwing

23

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. De gevolgen van de risico's van klimaatverandering zijn beoordeeld voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte. Wateroverlast door overvloedige neerslag Het gebied is gevoelig voor neerslag en de ontwatering is niet optimaal. De twee tuinen zullen niet volledig worden verhard, zodat wateroverlast kan worden voorkomen. Verder kan dit worden opgelost met de bouw door de kavel glad te trekken. Bij de nieuwbouw is het zaak het vloerpeil zo te kiezen dat het water van het erf niet naar binnen loopt. Overstroming In het plangebied is de maximale waterhoogte bij een dijkdoorbraak < 0,5 meter (Atlas Leefomgeving, kaart maximale hoogte bij dijkdoorgraak). Het vloerpeil van de nieuwbouw houdt hiermee rekening. Hitte Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt.

Er worden bomen geplant in de tuinen voor meer schaduwwerking. Droogte In het plangebied is er geen sprake van extra bodemdaling door droogte. Nieuwe bedrijfsbebouwing daalt niet, omdat de palen van beton zijn. Er zijn uit dien hoofde geen beperkingen. Conclusie De woningen worden overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en de bepalingen in het Bouwbesluit gebouwd. Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten op het gebied van duurzaam bouwen en klimaatadaptatie.

24

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 4 4.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

4.2

Beleidskader rijk, provincie en gemeente

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. Provincie De Provincie heeft het beleid voor de bescherming van het grond- en oppervlaktewater opgenomen in het Omgevingsplan. Hierin staan normen voor de regionale watersystemen (het slotenstelsel). Ze moeten bij hevige neerslag voldoende water kunnen bergen en afvoeren.

In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening zijn in het Omgevingsplan van de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere overige functies. Deze kaarten zijn beschikbaar via de provinciale website. De Waterfunctiekaart vormt de leidraad voor het waterbeheer, die de waterhuishoudkundige bestemming met bijbehorende gebruiksvoorwaarden van het grond- en oppervlaktewater aangeeft. De Waterkansenkaart geeft de noodzakelijke inspanning aan om een gebied geschikt te maken voor stedelijke ontwikkeling. Indien nodig wordt een nadere toetsing op locatieniveau door het waterschap uitgevoerd. Op de Waterkansenkaart is deze inspanning als deels 'normaal' en deels 'hoog' aangeduid.

Ruimtelijke onderbouwing

25

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Gemeente De gemeente Schouwen-Duiveland heeft samen met het Waterschap en de provincie Zeeland een waterplan (2007) opgesteld voor het binnendijkse gebied van de gemeente. Het waterplan geeft de kaders aan hoe tot 2015 omgegaan zal worden met water. Het beleid is gericht op een grotere belevingswaarde van water, een betere waterkwaliteit, geen overlast van water en meer rekening houden bij ontwikkelingen met water. De uitvoering van dit beleid vindt in samenwerking plaats. In het waterplan is gekeken naar de knelpunten die er zijn, de opgaven die er liggen en de kansen die er kunnen komen om aan het beleid uitvoering te geven. Gezamenlijk met het Waterschap en de provincie wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld welke maatregelen dat jaar genomen worden.

4.3

Beleid waterschap Scheldestromen

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen. Dit schap is in het gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid waterbeheerder In het door de Algemene Vergadering op 19 november 2015 vastgestelde Waterbeheerplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen opgenomen. Het waterschap heeft daar een specifieke verantwoordelijkheid voor. Wettelijk vastgelegde taken zoals het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het doelmatig zuiveren van afvalwater. Ook heeft het waterschap de taak om het watersysteem en de afvalwaterketen toekomstbestendig te maken, zodat zij gevolgen van de klimaatverandering kan opvangen.

Dit waterbeheerplan staat voor verbinding met het werk van andere overheden: Provincie Zeeland, gemeenten, Rijkswaterstaat, naburige Vlaamse waterbeheerders en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het waterschap schept randvoorwaarden voor gebruikers, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers zoals burgers, agrariërs, terreinbeheerders, ondernemers en bedrijven, recreanten. De visie van het waterschap luidt als volgt: 'Doelmatig beheer van watersystemen en afvalwaterketen. Deze zijn robuust en toekomstbestendig ingericht' met als doelen dat het watersysteem en de afvalwaterketen in het beheergebied in 2027 op orde zijn, ook voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht. Concreet betekent dat voor het watersysteem de volgende doelen: Watersystemen zijn zo ontworpen dat ernstige en langdurige wateroverlast zoveel mogelijk wordt voorkomen: oppervlaktewater treedt niet vaak buiten zijn oevers. De gehanteerde waterpeilen zijn afgestemd op het grondgebruik oftewel de functies landbouw, natuur en wonen: goed waterpeil onder normale omstandigheden. Zorgen voor waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: gezond oppervlaktewater. Faciliteren van een verantwoord gebruik van het beschikbare zoetwater.

Voor de afvalwaterketen vertaalt het waterschap dit naar de volgende doelen: In de afvalwaterketen van de toekomst wordt afvalwater op een duurzame en efficiënte manier ingezameld en gezuiverd, zodat het geen bedreiging vormt voor volksgezondheid en omgevingskwaliteit. Het beheer en onderhoud is gericht op het in stand houden van het waterlopenstelsel voor berging, doorvoer en afvoer van overtollig water. Daarnaast past het waterschap het watersysteem waar nodig aan om aan de doelen te (blijven) voldoen. Ook zet zij zich in om emissies die nadelig zijn voor de waterkwaliteit, te beperken. In de afvalwaterketen gaat het waterschap de energie efficiency verbeteren. Dat doet zij door duurzame energie en grondstoffen te winnen uit afvalwater. Ook geeft het waterschap in de afvalwaterketen prioriteit aan het veilig stellen van de vereiste functionaliteit door knelpunten weg te nemen en (groot) onderhoud uit te voeren.

26

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

4.4

Waterhuishouding

Toetsingskader Het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het binnendijkse gedeelte wordt gevoerd door Waterschap Scheldestromen. Het Waterschap beheert de waterkeringen in haar beheergebied buiten de bebouwde kom. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Schouwen-Duiveland. In het kader van de watertoets wordt deze waterparagraaf overlegd met het waterschap, waarna de opmerkingen worden verwerkt in deze waterparagraaf. Beschrijving watersysteem Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt niet in een kernzone en/of beschermingszone van een (regionale) waterkering op grond van de Legger primaire waterkeringen. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Legger oppervlaktewater Op de Legger Oppervlaktewaterlichamen liggen er in het plangebied geen primaire, secundaire en tertiaire watergangen met een beschermingszone. Afvalwaterketen en riolering In de gemeente Schouwen-Duiveland wordt het afvalwater van huishoudens en industrie voor een groot deel ingezameld met riolering. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zowel vrijverval riolering als drukriolering. Via een stelsel van persleidingen wordt het afvalwater getransporteerd naar de rioolafvalwaterzuivering. Beschrijving waterkwantiteit Op het perceel staat een bedrijfsloods van 119 m². Deze wordt gesloopt.

In de plaats hiervan komt een twee-onder-een-kapwoning met een oppervlakte van afgerond 114 m². Het verhard oppervlak wijzigt hierdoor nagenoeg niet. Er worden geen watergangen gedempt. Gelet hierop is het realiseren van vervangend water niet nodig. Waterafvoer Het overtollig hemelwater van het dak van de woningen wordt afgevoerd via straatkolken. Hergebruik van hemelwater kan in beperkte mate plaatsvinden door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater zal op de aanwezige riolering worden aangesloten overeenkomstig de door de gemeente gestelde eisen. Geen gebruik wordt gemaakt van uitloogbare bouwmetalen. Voor vergunningplichtige activiteiten zal tijdig een Waterwetvergunning worden aangevraagd bij het waterschap.

4.5

Watertoets

Er is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Hierna wordt per thema ingegaan op de wateraspecten. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Het plangebied ligt niet in een waterkering en/of kern- of beschermingszone. De herontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterveiligheid.

Ruimtelijke onderbouwing

27

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om inundatie vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Sprake is van het oprichten van twee woningen met een bebouwd oppervlakte van afgerond 114 m². Het verhard oppervlak wijzigt nagenoeg niet, omdat een bestaande bedrijfshal wordt gesloopt van 119 m². Op grond van de richtlijnen van het Waterschap is watercompensatie niet nodig.

Voorkomen overlast door hemel- en Het huishoudelijk afvalwater wordt afgerovoerd door het afvalwater riool. (inclusief water op straat/ overlast) Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Tegengaan/ verhelpen van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houden met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Behoud/ realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

In het plangebied is geen sprake van grondwateroverlast. Voor deze herontwikkeling wordt geen grondwater onttrokken. Grondwateroverlast en verdroging wordt tegengegaan door de afvoer van hemelwater naar straatkolken. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied ten behoeve van een drinkwaterwinning. Oppervlaktewaterkwaliteit Evenals bij het voorgaande aspect geldt dat met het Behoud realisatie van goede oog op de oppervlaktewaterkwaliteit er geen gebruik oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de wordt gemaakt van uitlogende bouwmaterialen. veerkracht van het watersysteem. Toepassing Hemelwater zal zo schoon mogelijk blijven doordat het van de trits schoonhouden, scheiden en gescheiden wordt afgevoerd naar straatkolken en deels zuiveren. wordt opgevangen in regentonnen. Volksgezondheid (water gerelateerd) Er zijn geen risico's voor volksgezondheid bekend. Er is Minimaliseren risico water gerelateerde geen sprake van de aanleg van (extra) open water. ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveld dalingen in zetting gevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

28

Niet van toepassing.

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Als gevolg van deze herontwikkeling treden geen hydrologische effecten op aquatische natuur op.

Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied ligt geen oppervlaktewater. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen dit bouwplan. De watertoets zal worden voorgelegd aan het waterschap Scheldestromen voor het formele wateradvies.

Ruimtelijke onderbouwing

29

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

30

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Oude Noordstraat 15, Nieuwerkerk

Hoofdstuk 5

M ilieu en omgevingsaspecten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12690585/1