761134 Bijlage 3 toelichting
Tekst van het document
HAGEWEG 1 BRUINISSE Toelichting bestemmingsplan, vastgesteld
Hageweg 1 Bruinisse
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
6 6 6 6 7 8
9 9 9 9 10 13 16 20
Planologisch kader
21
Inleiding Historische analyse Huidige situatie Toekomstige situatie Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie
21 21 21 25 27 28
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Beleidskader
Inleiding Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Inleiding
Aanleiding Doel Ligging en plangrenzen Geldende bestemmingsregeling Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
5
Milieu- en duurzaamheidskader
Inleiding Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Geur Geluid en stilte Externe veiligheid Archeologie Cultuurhistorie Bodem Water Flora en fauna Licht en duisternis Klimaat en energie
29 29 29 32 35 37 39 41 48 48 50 54 55 60 61
3
4.15 4.16
M.e.r.-beoordeling Conclusie
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Inleiding Plansystematiek Toelichting op de bestemmingen Handhaving
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
4
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Conclusie
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Juridische aspecten
61 63
64 64 64 65 71
73 73 73 73
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
74
Inleiding Resultaten vooroverleg Resultaten terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Beroep
74 74 74 74
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de oostzijde van het eiland Schouwen-Duiveland nabij het dorp Bruinisse ligt het kampeerterrein Onze Hoeve, daft op dit moment niet meer in bedrijf is. Het kampeerterrein maakt deel uit van een veel grotere recreatieconcentratie, waarin onder meer de jachthaven van Bruinisse, maar ook het vakantiepark Aquadelta, Stacaravanpark Bruinisse en een golfbaan zijn gelegen. Voor Camping Onze Hoeve heeft Waver Holding B.V. het plan opgevat om het terrein te revitaliseren en de kwaliteit ervan te verbeteren. Het plan is om de huidige camping te herontwikkelen naar een recreatiepark met maximaal 76 recreatiewoningen. Dit planvoornemen past niet in het vigerende bestemmingsplan. Daarom is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, waarmee de herontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Doel
Voorliggend bestemmingsplan heeft tot doel om de herontwikkeling naar een recreatiepark met recreatiewoningen planologisch mogelijk te maken.
1.3
Ligging en plangrenzen
Het plangebied wordt begrensd door de Hageweg aan de noordzijde, de Rijksweg N59 aan de oostzijde, de Fazantendreef aan de zuidzijde, en het terrein van Standcaravanpark Bruinisse aan de westzijde (zie figuur 1.1). Onze Hoeve ligt ingeklemd tussen het recreatiepark Aquadelta (Roompot) en Stacaravanpark Bruinisse. In de omgeving zijn de jachthaven van Bruinisse en golfbaan Grevelingenhout aanwezig.
6
Figuur 1.1: globale begrenzing plangebied; een toelichting op de 'A' en 'B' op de figuur is te vinden in hoofdstuk 3 (bron: CB5, 2021)
1.4
Geldende bestemmingsregeling
Binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan Recreatieterreinen (vastgesteld op 27 juni 2013). Daarbinnen heeft het plangebied de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein'. Daarnaast is sprake van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 7'. Binnen de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein' zijn in het overgrote deel van het plangebied maximaal 90 standplaatsen en 0 kampeerhuisjes toegestaan. In een strook parallel langs de Hageweg zijn maximaal 12 recreatieve wooneenheden toegestaan. Aangezien het overgrote deel van het plangebied uitsluitend standplaatsen (geen kampeerhuisjes) zijn toegestaan, en binnen de strook slechts 12 recreatiewoningen zijn toegestaan, past het initiatief niet in voorliggend bestemmingsplan. Zodoende dient een nieuw postzegelbestemmingsplan opgesteld te worden om de 76 recreatiewoningen op deze locatie mogelijk te maken.
7
In het plangebied ligt de boerderij 'Nooit Gedacht', die dienst deed als de bedrijfswoning van het kampeerterrein. Ter plaatse van de boerderij is in de huidige situatie één bedrijfswoning toegestaan, evenals 'dienstverlening'. Binnen dienstverlening gaat het om ondersteunende horeca-activiteiten, voor zover voorkomend in categorie 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, dienstverlening en detailhandel ten behoeve van het recreatiebedrijf. Daarnaast geldt het parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland (vastgesteld 27 september 2018), waarin een uniforme regeling voor het parkeren in de gemeente is opgenomen.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2, 3 en 4 worden achtereenvolgens het beleidskader, het planologisch kader en het milieuen duurzaamheidskader beschreven. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op de regels, waarna hoofdstuk 6 en 7 ingaan op respectievelijk de economische- en maatschappelijke haalbaarheid van de ontwikkeling.
8
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
De gemeente Schouwen-Duiveland heeft te maken met geldende beleidskaders van diverse overheden. Deze kaders zijn van invloed op de inhoud van een bestemmingsplan. Het gemeentelijke ruimtelijke beleid, zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, dient zich te bewegen binnen de marges van deze beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante beleidskaders en de wijze waarop deze in dit plan hun grondslag vinden, beschreven. Een uitgebreide beschrijving van geldende beleidskaders is opgenomen in bijlage 1.
2.2
Europees beleid
Het bestemmingsplan sluit aan bij de verschillende Europese beleidskader, waarvan de Kaderrichtlijn Water de meest relevante is. De voornaamste uitgangspunten richten zich op het verbeteren van milieuen natuurlijke kwaliteiten. Voorliggend plan doet geen afbreuk aan deze kwaliteiten, zoals blijkt uit de volgende paragrafen van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.
2.3
Rijksbeleid
2.3.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (2012) Voorliggend plan schaadt rijksbelangen niet. Het betreft immers een herontwikkelplan op één locatie, waarbij een kampeerterrein wordt herontwikkeld naar een recreatiepark. Bij de herontwikkeling wordt rekening gehouden met de bestaande milieu-, natuurlijke- en cultuurhistorische kwaliteiten (zie hoofdstuk 4). 2.3.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Hoewel de NOVI formeel nog niet geldt (pas vanaf inwerkingtreding Omgevingswet), wordt het initiatief desondanks getoetst, omdat de verwachting is dat voorliggend bestemmingsplan wordt vastgesteld nadat de Omgevingswet in werking is getreden.
De ontwikkeling die met het bestemmingsplan 'Onze Hoeve' wordt mogelijk gemaakt, is niet expliciet genoemd in de NOVI of in de bijbehorende uitvoeringsagenda. Het betreft een meer lokale afweging met lokale ambities voor wat betreft de fysieke leefomgeving. De concrete criteria worden op decentraal niveau bepaald waarbij wel de denklijnen van de NOVI gevolgd kunnen worden. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor onderhavig bestemmingsplan. 2.3.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Zoals in de bijlage aangegeven schaden nieuwe ontwikkelingen het Barro veelal niet. Bij voorliggend plan is sprake van een kleinschalige herontwikkeling, waarmee rijksbelangen niet in het geding zijn. Zodoende bestaan er vanuit het Barro geen belemmeringen voor het plan.
9
2.4
Provinciaal beleid
2.4.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Betekenis voor het plangebied Het plangebied ligt in het landelijk gebied, buiten de kustzone.
Figuur 2.1: ligging plangebied (paars omlijnd) in landelijk gebied (Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018, geconsolideerd)
Toetsing Toetsing: Landelijk gebied Het initiatief draagt bij aan het tegengaan van leegstand, waarmee sprake is van een verbetering in belevings- en gebruikswaarde van het plangebied en de omgeving. Bovendien wordt, door invulling van het plangebied, ruimtebeslag elders in het landelijk gebied voorkomen. Bij de transformatie tot recreatiepark blijven landschappelijke- en cultuurhistorische elementen behouden (zie hoofdstuk 3). Zodoende is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, en past het initiatief in de ambities die de provincie op dit vlak heeft gesteld voor het landelijk gebied.
10
Binnen het plan wordt zoveel mogelijk groen behouden en worden bestaande landschappelijke elementen gerespecteerd door er bij het maken en uitvoeren van een landschappelijk inrichtingsplan rekening mee te houden (zie artikel 4.4.5 van de regels van dit bestemmingsplan). Door behoud van groen aan de randen van het plangebied, is reeds sprake van landschappelijke inpassing. Zodoende kan een toetsing aan de provinciale ambities van de provincie over landschappelijke inpassing achterwege blijven.
Toetsing: Verblijfsrecreatie Zoals hierboven beschreven, draagt het initiatief bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, en daarmee aan kwaliteitverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Tevens is sprake van een uniek/hoogwaardig concept (zie motivering onder 'Omgevingsverordening Zeeland 2018'). Daarnaast zullen de recreatiewoningen verplicht worden verhuurd; in de regels van voorliggend bestemmingsplan wordt permanente bewoning verboden. Aangezien het gemeentelijk ontwikkelkader, waarop het initiatief in paragraaf 2.6 is getoetst, vergelijkbaar is met het provinciaal ontwikkelkader (bijlage D van de provinciale omgevingsverordening), is het initiatief zodoende ook getoetst aan het provinciaal ontwikkelkader.
Toetsing water veiligheid en klimaatadaptatie Het plangebied ligt op korte afstand van een waterkering langs het Grevelingenmeer. Deze waterkering ligt tussen de Hageweg en de Jachthavenweg. Binnen het voorziene initiatief worden geen ingrepen aan de waterkering verricht. Er is ook geen sprake van medegebruik van de waterkering. Verderop in de paragraaf 4.11 wordt in het aanmeldformulier voor de Watertoets hier verder op ingegaan. Het plangebied ligt in 'afwateringsgebied', zoals blijkt uit kaart 12 behorend bij het provinciale omgevingsplan. Dit geldt overigens voor de hele provincie Zeeland. Bij de herontwikkeling naar recreatiepark zal rekening moeten worden gehouden met afwatering van verhard oppervlak, en aansluitend daarop, het voorkomen van wateroverlast. In het aanmeldformulier voor de watertoets, zoals in paragraaf 4.11 beschreven, wordt nader ingegaan op de omgang met hemelwater. 2.4.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben de Provinciale Staten van de provincie Zeeland, gelijktijdig met het Omgevingsplan Zeeland 2018, de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld. In de omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie.
Aan deze regels dienen bestemmingsplannen te voldoen. Relevantie voor het initiatief Voorliggend initiatief ligt in het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland, buiten de kustzone. De kustzone beslaat uitsluitend een strook langs de Noordzeekust. Op circa 150 meter vanaf het plangebied is het Grevelingenmeer, een Deltawater, aanwezig. Voor dit initiatief zijn zodoende met name de provinciale regels over verblijfsrecreatie en landschap, landschapselementen en cultuurhistorische elementen van belang.
Toetsing Toetsing: Verblijfsrecreatie Bij voorliggend initiatief is geen sprake van nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein.
11
Het gaat om transformatie van een bestaand planologisch recht (van 90 standplaatsen en 12 recreatiewoningen) naar een recreatiepark met 76 recreatiewoningen. Daarbij is geen sprake van een fysieke uitbreiding van het oppervlak van het terrein. Ook is na de transformatie geen sprake van een onevenredige toename van milieueffecten op de omgeving, ten opzichte van de huidige situatie. Zodoende is geen sprake van nieuwvestiging of van uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein. Desondanks is indirect getoetst aan het provinciaal ontwikkelkader; aangezien het gemeentelijk ontwikkelkader (zie paragraaf 2.6, 'Agenda Toerisme') vergelijkbaar is met het provinciaal ontwikkelkader.
Toetsing: Geen permanente bewoning Er is sprake van een herziening van het bestemmingsplan, en daarmee geldt de verplichting dat permanente bewoning moet worden verboden in het bestemmingsplan en/of dat de eis van een centraal bedrijfsmatige exploitatie moet worden opgenomen. In voorliggend bestemmingsplan is opgenomen in de regels dat permanente bewoning niet is toegestaan (zie lid 4.4.1) en is centraal bedrijfsmatige exploitatie geborgd in de regels. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.13, eerste lid.
Toetsing: Landschap Het Grevelingenmeer vormt, als Deltawerk, een landschapselement van provinciaal belang (zie bijlage G, van de provinciale verordening). Het Grevelingenmeer wordt tevens beschermd aangezien het een 'Natura 2000'-gebied is. Daarnaast vormt het groen langs de waterkering, aan de overzijde van de Hageweg deel uit van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ).
Voor voorliggend initiatief is een natuurtoets uitgevoerd, waarbij tevens wordt ingegaan op de gebiedsbescherming. In paragraaf 4.12 worden de uitkomsten hiervan beschreven, waaronder de omgang met de ligging van het initiatief tot bovengenoemde natuurgebieden. 2.4.3 Zeeuwse Omgevingsvisie (2021) Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten het ontwerp van de Zeeuwse Omgevingvisie vastgesteld. Hierin zijn de ambities voor 2050 en de doelen voor 2030 vastgelegd. De visie kent verschillende doelen; soms is deze bedoeld als richtdocument voor overleggen. Soms is het de basis voor de Zeeuwse Omgevingsverordening en de uitvoeringsprogramma's, of is het de leidraad bij het uitvoeren van het beleid. Toetsing Bij voorliggend initiatief is sprake van transformatie van een bestaand kampeerterrein, dat op dit moment niet in gebruik is. Bij de herontwikkeling wordt ingespeeld op diverse kwaliteitsaspecten (zie toetsing aan ontwikkelkader onder kop 'Agenda Toerisme'), waarmee het park aantrekkelijk is en blijft voor bezoekers en inwoners. Er wordt rekening gehouden met de bestaande natuur- en cultuurhistorische waarden. Tevens wordt bij de uitwerking bewust een link gelegd met het Zeeuwse landschap (zie paragraaf 3.4). Daarnaast biedt het recreatiepark naast gangbare recreatiewoningen, ook recreatiewoningen voor zorgbehoevenden en grote groepen.
Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit, zoals de gebruikswaarde en de belevingswaarde vergroot. Door een centrale bedrijfsmatige exploitatie en het tegengaan van permanente bewoning is de toekomstwaarde van het recreatiepark verzekerd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past in de Zeeuwse Omgevingsvisie.
12
2.4.4 Ontwerpomgevingsverordening Zeeland (2021) Vanaf 8 september tot en met 19 oktober 2021 lag een ontwerp van de Omgevingsverordening Zeeland met bijbehorende stukken ter inzage. Naar aanleiding van zienswijzen en nieuw beleid is de ontwerpomgevingsverordening aangepast en vanaf 11 januari 2022 opnieuw ter inzage gelegd. Naar verwachting wordt de definitieve omgevingsverordening in het tweede kwartaal van 2022 vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving en instructieregels voor overheden voor die fysieke leefomgeving. De verordening is ondersteunend aan de Zeeuwse Omgevingsvisie. Toetsing Het provinciaal beleid, zoals opgenomen in de omgevingsverordening van 2021, komt overeen met het provinciaal beleid dat was verwoord in de omgevingsverordening die in 2018 is vastgesteld: De regels in artikel 5.13 (Verblijfsrecreatie buiten de kustzone) van de ontwerpomgevingverordening 2021 komen overeen met de regels uit artikel 2.11 van de omgevingsverordening 2018. De regels in artikel 5.15 (Verbod permanent wonen) en 5.16 (Centrale bedrijfsmatige exploitatie) van de ontwerpomgevingsverordening 2021 komen overeen met de regels uit artikel 2.13 van de omgevingsverordening 2018.
De regels in artikel 5.35 (Landschap en erfgoed) van de ontwerp omgevingsverordening 2021 komen overeen met de regels uit artikel 2.28 van de omgevingsverordening 2018. Zodoende is het initiatief passend in de ontwerpomgevingsverordening van 2021.
2.5
Regionaal beleid
2.5.1 Regionale Energiestrategie Zeeland (RES) In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2oC moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5oC. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. In de Regionale Energiestrategie (RES) regio Zeeland, die in 2020 door alle Zeeuwse gemeenten in vastgesteld, zijn deze doelstellingen voor het jaar 2030 verder uitgewerkt in de drie thema's: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De ambitie voor de gebouwde omgeving is om 100 Kiloton CO2 te reduceren door het verminderen van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. De ambitie voor Elektriciteit is om als regio Zeeland 11 Petajoule aan opwekking hernieuwde energie te realiseren.
Binnen het thema Mobiliteit is de ambitie om door verduurzaming van personenmobiliteit, de logistieke sector, havens, binnenvaart, kust- en zeevaart, Grond- Weg – en Waterbouw (GWW) en het inkoopbeleid van overheden en het openbaar vervoer in totaal 836 Kiloton aan CO2 te reduceren.
Gebouwde omgeving Voor voorliggende ontwikkeling is de gebouwde omgeving relevant. Voor de Zeeuwse gebouwde omgeving is de omslag naar verduurzaming van de warmtevraag en de overgang naar een andere warmtebron dan aardgas, vrij complex. Uit de huidige analyse van de beschikbare data blijkt dat er niet één specifieke oplossing voor de gebouwde omgeving uit springt, die op dit moment realistisch is voor alle locaties en toepassingen. Om die reden is het advies om op korte termijn geen ingrijpende beslissing te nemen voor een alternatieve warmtevoorziening, maar stapsgewijs te gaan verkennen wat
13
in de Zeeuwse situatie de beste oplossing is door pilotprojecten en onderzoek. Zeeland zal nu vooral inzetten op 'geen spijt maatregelen' (op de juiste manier isoleren bijvoorbeeld). Voor het terugdringen van de warmtevraag en om woningen en gebouwen op termijn wel te kunnen voorzien van duurzame warmte (bijvoorbeeld middels warmtenetten of warmtepompen), moet fors worden ingezet op terugdringen van de energievraag door isolatie en door het efficiënter omgaan met energie. Voor de recreatiesector liggen er, net als voor woonwijken die na 2005 gebouwd zijn, kansen op het vlak van all-electric verwarmen. Daarbij is het cruciaal dat de (recreatie)woningen voldoende geïsoleerd zijn.
Transitievisie Warmte Eind 2021 moeten alle Zeeuwse gemeenten een Transitievisie Warmte klaar hebben met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de Zeeuwse Gebouwde Omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet.
Toetsing Binnen het plangebied is geen sprake van de opwek van duurzame energie. Er wordt ingezet op het gebruik van duurzame energie en op besparing. Besparing wordt nagestreefd door klimaatbestendig te bouwen. Hierbij worden de eisen uit het Bouwbesluit 2012 nageleefd. Dit kan niet worden afgedwongen in een bestemmingsplan. Wat duurzame energie betreft is op dit moment geen gasaansluiting aanwezig op het terrein. Gelet op de landelijke doelstelling van gasloos wonen en werken zullen de recreatiewoningen aardagsloos worden opgeleverd. Dit is geborgd in landelijke regelgeving. In aanvulling daarop is in artikel 4.4.1 van de regels van dit bestemmingsplan bepaald dat, als men toch een stookinstallatie aan wil brengen, deze geen stikstof of stikstofhoudende gassen uit mag stoten. 2.5.2 Klimaatadaptatiestrategie Zeeland In juni 2021 is de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland 2021 - 2026 tot stand gekomen. Deze strategie is opgesteld door de Zeeuwse overheden. Het doel van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (hierna: KasZ) is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn.
Rijk, provincie, waterschap en gemeenten hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, overlast door water, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van gebouwen, vervangen van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud letten zij daarop. De doelstellingen zijn uitgewerkt in de thema's: Overstromingen, Vitale functies en infrastructuur, Natuur, Landbouw, Bebouwd gebied en de Recreatiesector. Per thema zijn concrete afspraken gemaakt. Voor bebouwd gebied zijn dat o.a. het klimaatbestendig uitvoeren van alle ingrepen in het bebouwd gebied, aanhaken bij natuurlijke momenten en klimaatchecks bij kleine onderhoudsmaatregelen. Voor de recreatiesector worden de afspraken hieronder beschreven.
Recreatiesector De recreatiesector profteert maximaal van seizoensverlenging. Seizoensverlenging wint de laatste jaren aan populariteit en wordt ondersteund door de stijgende temperaturen in noordwest Europa. De gehele Nederlandse kust, en zeker ook Zeeland, zal volgens prognoses van het NBTC6 (Perspectief 2030) tot 2030 een groei van bezoekers van 56% doormaken.
14
Om weersextremen op te vangen zin fysieke inrichtingsmaatregelen op de terreinen en aanpassing van de bedrijfsvoering nodig. Ondernemers richten hun bedrijven in met fysieke maatregelen om brandgevaar, wateroverlast, watertekort en hittestress te voorkomen. Hierdoor is er een groot gevoel van comfort tijdens perioden van weersextremen. Dit voorkomt tevens gezondheidsrisico's bij kwetsbare groepen onder de toeristen en de eigen inwoners. De toerist wordt door de overheid en ondernemers goed en éénduidig geïnformeerd over weerextremen en bibehorend handelingsperspectief. Hierbi is speciale aandacht voor de buitenlandse toerist. Maatregelen worden zodanig uitgevoerd dat toeristen tidens hun bezoek kunnen zien hoe Zeeland op klimaatverandering inspeelt en het als kans benut. Hierdoor zin bezoekers en inwoners van Zeeland zich bewust van het veranderende klimaat en is Zeeland een 'Unique selling point' voor een klimaatadaptieve vakantiebestemming. Toetsing Waterrobuust ontwerpen is één van de uitgangspunten geweest in het vlekkenplan, dat in grote lijnen is vertaald in dit bestemmingsplan. De bestaande watergangen blijven behouden, en de watergang aan de oostzijde wordt iets verbreed. Waar mogelijk vervult water ook een rol in speelplekken. Ook het groen blijft zo veel mogelijk behouden. Beide dragen bij aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress.
In de (her)inrichting van de buitenruimte wordt zodoende aandacht besteed aan het veranderende klimaat. De recreatiewoningen zullen klimaatbestendig gebouwd worden, waarbij aansluiting gezocht wordt bij het Bouwbesluit 2012. Dit kan niet worden geborgd in het bestemmingsplan. 2.5.3 Milieu- en fysieke veiligheid Het regionaal beleid richt zich met name op milieu- en fysieke veiligheid. Ten aanzien van de waterveiligheid is het aanmeldformulier voor de watertoets doorlopen (zie paragraaf 4.11). Daarmee is tevens getoetst of met het initiatief wordt voldaan aan de keur van het waterschap. Ten aanzien van bluswatervoorzieningen kunnen de watergangen aan de rand van het plangebied gebruikt worden. Verder zijn er in het plangebied brandkranen aanwezig. Een toets op het vlak van industriële veiligheid en infrastructuur heeft plaatsgevonden in paragraaf 4.7. Daaruit blijkt dat in de nabije omgeving van het plangebied slechts enkele transportroutes en inrichtingen aanwezig zijn, maar dat die geen belemmeringen opleveren voor de herontwikkeling. Tot slot is bij het initiatief aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Aan de oostzijde van het meest oostelijk gelegen parkeerterrein kan worden voorzien in een calamiteitenroute, waarmee hulpdiensten snel toegang hebben tot het plangebied.
Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van strijdigheden met het regionale veiligheidsbeleid.
15
2.6
Gemeentelijk beleid
2.6.1 Strategische Visie 'Tij van de toekomst': toetsing De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. Bij voorliggend plan wordt een bestaande camping, die in de huidige situatie niet in gebruik is, getransformeerd tot een recreatiepark. Door weer leven te blazen in een terrein dat niet in gebruik is, waarbij tevens sprake is van meer comfort in verblijfseenheden (recreatiewoningen in plaats van standplaatsen) is sprake van een kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Bij de herontwikkeling wordt met respect omgegaan met de bestaande natuur- en cultuurhistorische waarden zoals aanwezig in en rondom het plangebied. Zodoende past de herontwikkeling binnen de gemeentelijke strategische visie 'Tij van de Toekomst'. 2.6.2 Agenda Toerisme: toetsing Op 25 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland de Agenda Toerisme vastgesteld. De agenda is opgesteld door de gemeente, in samenspraak met ondernemers en andere belanghebbenden in de toeristische sector, zoals Recron Schouwen-Duiveland. De agenda geeft concreet aan waar de gemeente de komende jaren aan moet werken om het toeristisch product op topniveau te houden.
Ontwikkelkader Zoals in bijlage 1 beschreven, moet een recreatieterrein bij een planologische procedure tot herstructurering en/of omvorming dan wel plaatsing van eenheden, op termijn volledig voldoen aan het Ontwikkelkader Verblijfsrecreatief Gebied, inclusief het maximumpercentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie. Het totaaloppervlak van het terrein van Onze Hoeve bedraagt 43.925 m2. Omdat hiervan 13% mag worden bebouwd, is sprake van een maximaal te bebouwen oppervlak van 5.710 m2. Door het maximumoppervlak van 75 m2 per woning, is zodoende ruimte beschikbaar voor maximaal 76 recreatiewoningen. Dit maximale oppervlak is inclusief bijgebouwen en overkappingen. Met dit aantal recreatiewoningen wordt voldaan aan de eis dat maximaal 13% van het gebied voor verblijfsrecreatie wordt ingevuld. Bij de herontwikkeling is, door weer leven te blazen in een terrein dat niet in gebruik is, waarbij tevens sprake is van meer comfort in verblijfseenheden (recreatiewoningen in plaats van standplaatsen) sprake van een kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Zodoende wordt voldaan aan Onderdeel A van het gemeentelijk ontwikkelkader voor verblijfsrecreatiecomplexen. De initiatiefnemer heeft voor de voorgenomen transformatie van het plangebied alle benodigde gronden in eigendom. De ontwikkeling wordt privaat gefinancierd.
Ten behoeve van de transformatie heeft de initiatiefnemer een planconcept ontwikkeld. Dat planconcept ligt ten grondslag aan het vlekkenplan uit bijlage 2 en houdt rekening met de aansluiting op het lokale Zeeuwse DNA (onder andere bestaande water- en groenstructuren) en het bevredigen van de behoeften van toekomstige recreanten. Zo wordt de economische haalbaarheid gewaarborgd. Er is sprake van centraal bedrijfsmatige exploitatie, zoals vastgelegd in de regels. Zoals in deze paragraaf, onder kop 'Nota recreatiewoningen', is gemotiveerd, biedt het beoogde recreatiepark een uniek concept en beleving. Zodoende wordt voldaan aan onderdeel C van het ontwikkelkader. Het recreatiepark heeft een positieve bijdrage aan de werkgelegenheid binnen de gemeente in verschillende fasen (bouw, en exploitatie, bijvoorbeeld beheer, onderhoud en beveiliging). Bovendien
16
zullen de toekomstige recreanten gebruikmaken van de voorzieningen in Bruinisse en elders in de gemeente, waarvan de lokale middenstand profiteert. De herontwikkeling van een, op dit moment niet in gebruik zijnd terrein, heeft bovendien een positief effect op de sociale veiligheid rondom het plangebied. Een terrein dat nu niet beheerd of onderhouden wordt krijgt immers wel weer beheer en onderhoud waardoor de bestaande groenvoorzieningen een sociaal veiliger indruk maken. Daarnaast voorkomt de aanwezigheid van nieuwe verblijfsrecreanten verloedering en vergroot het de sociale controle. Verder is de meerwaarde van de ontwikkeling voor de bewoners van Bruinisse beperkt, aangezien het een recreatieve transformatie betreft. Al met al levert het plan op sociaal-economisch vlak een positieve bijdrage aan de omgeving. Zodoende voldoet voorliggend initiatief aan de voorwaarden uit het ontwikkelkader.
Maximumaantal slaapplaatsen In dit plan is sprake van gemiddeld 7 overnachtingsplekken per recreatiewoning. Dit past in het bepaalde over overnachtingsplaatsen in de gemeentelijke Agenda Toerisme.
Landschap en inrichting plangebied Aangezien het plangebied ingeklemd wordt tussen twee bestaande recreatieterreinen, heeft de gemeente aangegeven dat landschappelijke inpassing niet aan de orde is. Zodoende vindt ook geen randbeplanting plaats. De bestaande randbeplanting aan de Hageweg valt buiten het plangebied en blijft daarmee ook behouden. Verder is om de oostelijke parkeerplaats in het plangebied af te schermen van het terrein van Aquadelta, een bestemming 'Groen' opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat gebruikers van recreatiewoningen van het naburige terrein Aquadelta zicht hebben op deze parkeerplaats. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een vlekkenplan opgesteld ten behoeve van de inrichting van het plangebied zelf. Om het recreatiepark te kunnen herontwikkelen moet dit vlekkenplan verder uitgewerkt worden tot een inrichtingsplan. Artikel 4.4.5 van de regels van dit bestemmingsplan dwingt af dat die uitwerking tot inrichtingsplan plaatsvindt voordat omgevingsvergunningen voor de bouw van recreatiewoningen verleend mogen worden. Eén van de stappen in de uitwerking is dat bepaald wordt hoe bestaande groenstructuren in het plangebied ingepast worden in de voorgenomen ontwikkeling. Hiermee wordt verdere uiting gegeven aan de landschappelijke inpassing van het plangebied.
In alle gevallen blijven de groenstructuren die buiten het plangebied liggen behouden bij de herontwikkeling. Verder is in dit bestemmingsplan bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' de gronden hoofdzakelijk bedoeld zijn voor opgaande groenvoorzieningen alsmede voor de gronden rondom een recreatiewoning. Dat betekent dat de groenvoorziening in dit aanduidingsvlak primaat heeft en dat de recreatiefunctie ondergeschikt moet zijn ten opzichte van de groenvoorziening. Hiermee wordt beoogd de bestaande opgaande groenvoorzieningen die ongeveer haaks op de Hageweg staan in te passen in de nieuwe situatie. En hiermee wordt beoogd om de groenvoorzieningen te verweven met de gronden waarop de recreatiewoningen komen te staan zodat de groenvoorzieningen met het slingerend verloop die in het vlekkenplan voorzien zijn ontstaan. Tijdens de bovengenoemde uitwerking van het vlekkenplan moet de vormgeving van de groenvoorzieningen verder bepaald worden. Parkeren De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie van voorliggend initiatief zijn bepaald op basis van het gemeentelijk beleid (zie paragraaf 4.2). Zodoende wordt hierbij logischerwijs voldaan aan het gemeentelijk beleid.
17
2.6.3 Nota recreatiewoningen: toetsing De gemeente heeft een Nota recreatiewoningen opgesteld. De basis voor de gemeentelijke Nota recreatiewoningen vormt het 'behoefteonderzoek recreatiewoningen Schouwen-Duiveland' dat in 2012 is uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn gebruikt om in de nota tot een algemeen toetsingskader te komen dat de gemeente kan gebruiken bij de toetsing van initiatieven tot het ontwikkelen en bouwen van recreatiewoningen. Voorliggend initiatief behelst herstructurering van een bestaande camping naar een recreatiepark, langs de Grevelingen, waar de gemeente mogelijkheden ziet voor de aanleg van recreatiewoningenterreinen. Bij voorliggend plan kan ingespeeld worden op de wens om een uniek concept te realiseren (zie vlekkenplan, bijlage 2 ): de hoge en dichte bosschages die in de huidige situatie aanwezig zijn, kunnen, met behoud van de afschermende werking, omgevormd worden zodanig dat er fraaie zichtlijnen gecreërd worden vanaf de Hageweg. Daarmee wordt zicht geboden op het hoogwaardig verblijfsmilieu binnen het recreatiepark en ontstaat vanuit het recreatiepark verbinding met de omgeving. in het recreatiepark bestaat de mogelijkheid om drie verblijfssferen te creëren verblijf in de fruitboomgaard, verblijf in de bosrand en verblijf aan het water.
Hierbij kan een gezamenlijke fruitboomgaard met hoogstamfruitsoorten, en de situering van recreatiewoningen aan de bestaande watergang een verwijzing vormen naar het Zeeuwse landschap, dat onder meer hierdoor wordt gekenmerkt. door het realiseren van de drie genoemde verblijfssferen is sprake van een duidelijke keuze voor thema's. het gedifferentieerde aanbod in recreatiewoningen, varierend in het aantal personen dat in een recreatiewoning kan overnachten, maakt dat gezinsgroepen en zorgbehoevenden in dit park kunnen verblijven. Hiermee wordt ingespeeld op de marktvraag naar accomodatie voor deze groepen. De aanwezige landschappelijke waarden, zoals de dijk en de bestaande watergang, blijven behouden. Zoals bovenstaand beschreven vormt de watergang aanleiding voor het ontwikkelen van een verblijfsmilieu aan het water. Landschappelijke inpassing is, zoals bovenstaand bij de Agenda Toerisme reeds beschreven, gezien de ingeklemde ligging van het plangebied tussen twee bestaande recreatieterreinen, niet aan de orde. Uitsluitend aan de oostzijde van het plangebied is een bestemming 'Groen' opgenomen, om als groenbuffer daarmee het zicht van gebruikers van het naburige Aquadelta op de meest oostelijk gelegen parkeerplaats binnen het plangebied weg te nemen.
Verder vindt in het plangebied landschappelijke inrichting plaats op basis van een nadere uitwerking van het vlekkenplan dat als bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd is. De maximale bouwhoogte van de recreatiewoningen betreft 7,5 meter bij recreatiewoningen met een kap (en 6,5 meter bij recreatiewoningen met een plat dak), zoals vastgelegd op de verbeelding en via de verbeelding in de regels (lid 4.2.3). Uitgegaan wordt van een maximumoppervlak van 75 m2 per recreatiewoning (zie artikel 4.2.3). Gelet op de omvang van het terrein (47.192 m2, en 13% daarvan geeft maximaal 5.710 m2 bebouwd oppervlakte, zie vlekkenplan) kan met een maximum oppervlak van 75 m2 per recreatiewoning, inclusief bijgebouwen en overkappingen, in principe de verhouding woning-perceel van 1:4 worden gerealiseerd. Omwille van de flexibiliteit qua woningomvang en woningtypologie is deze verhouding planologisch niet in de regels vastgelegd. In de uitwerking wordt hiermee rekening gehouden. Aspecten op het gebied van architectuur worden in een latere fase uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met de uitgangspunten zoals de gemeente heeft geformuleerd in de Nota recreatiewoningen. Binnen voorliggend initiatief is sprake van verplichte verhuur, en wordt met regels in het bestemmingsplan, permanente bewoning tegengaan.
Tevens beschikt de initiatiefnemer over een (intentie)overeenkomst of andersoortig document, waaruit blijkt dat de grond in zijn eigendom is/wordt of op een andere wijze langdurige tot zijn beschikking staat/zal staan.
18
Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de Nota recreatiewoningen. 2.6.4 Milieu- en duurzaamheidsbeleid (gemeente) Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit: De algemene doelstelling voor milieukwaliteit is dat de bodem, de lucht en het water blijvend van goede en waar (met draagvlak) haalbaar van boven gemiddelde kwaliteit zijn (boven de wettelijke norm). We voorkomen geluidsoverlast en hinder van trillingen. We gaan zorgvuldig om met de als kwaliteit bestempelde duisternis. Specifieke doelstellingen per thema zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan. Energietransitie De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda. Specifieke doelstellingen zijn vastgelegd in de Energie-Agenda. Klimaatadaptatie Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn.
Momenteel wordt de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie uitgewerkt in een lokale klimaatadaptatiestrategie met de thema's: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Biodiversiteit Hoofddoelstelling is het verbinden en versterken van natuur- en landschapswaarden en economische ontwikkelingen en het koesteren en bevorderen van de biodiversiteit. Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijk doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem.
Toetsing Een toetsing op de milieukwaliteit vindt plaats in hoofdstuk 4. Daaruit blijkt dat er vanuit de diverse milieuaspecten geen belemmeringen aanwezig zijn voor onderhavige ontwikkeling. Hoe klimaatadaptatie is verweven in de ontwikkeling, is beschreven in paragraaf 2.5.2. Waterrobuust ontwerpen is het uitgangspunt geweest voor het vlekkenplan, dat in grote lijnen is vertaald in voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast krijgt biodiversiteit aandacht in het plan doordat zo veel mogelijk groen en bestaande landschappelijke waarden in het plangebied worden gerespecteerd. De wisselwerking tussen het plan en bestaande soorten en beschermde gebieden in de omgeving is beschreven in paragraaf 4.12). In een latere fase (bouw- en gebruiksfase) zal waar mogelijk een bijdrage worden geleverd aan de kringloopeconomie, door hergebruik van grondstoffen en producten. Dit kan niet worden geborgd in het bestemmingsplan.
19
2.7
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het initiatief past in het relevante beleid.
20
Hoofdstuk 3 3.1
Planologisch kader
Inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang om de uitgangssituatie goed in beeld te brengen. Daarbij is aandacht nodig voor de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke opbouw en de functionele opbouw van het plangebied en zijn omgeving. In dit hoofdstuk wordt dit in beeld gebracht door een beschrijving van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en de toekomstige situatie. Daarbij worden onderscheid gemaakt in de ruimtelijke- en de functionele structuur.
3.2
Historische analyse
Bruinisse is een dorp gelegen in het uiterste oosten van Schouwen-Duiveland, in de provincie Zeeland. Rond 1468 werd het oostelijk deel van Duivenland bedijkt. Kort hierop werd het vissersdorp Oost-Duivenland gesticht, tegenwoordig bekend onder de naam Bruinisse. Bruinisse wordt evenals diverse andere Zeeuwse kustdorpen gekenmerkt door het leven aan, maar ook strijd tegen het water. Tot op de dag van vandaag zit bijvoorbeeld de mosselkweek in het DNA van het dorp. Tot midden 1900 werd Bruinisse en het omliggende landschap gekenmerkt door visserijgerelateerde activiteiten langs de kust, zeedijken, kreken, (kleinschalige)fruitboomgaarden nabij boerderijen en agrarische percelen. Dit sluimerende Zeeuwse landschap werd 1953 opgeschrikt door de ingrijpende watersnoodramp. Als reactie op dit natuurgeweld werd de Grevelingendam als onderdeel van de Deltawerken gerealiseerd. De ontwikkeling van de Grevelingendam bracht naast veiligheid echter ook diverse ruimtelijke consequenties en ontwikkelingen met zich mee. Zo vormt de N59 - Grevelingendam een fysieke scheiding tussen Bruinisse en het hiernaast gelegen landschap, maar vergroot deze structuur in zekere zin de bereikbaarheid van het gebied. Het is naast de allure van de Zeeuwse kust ook deze bereikbaarheid die de ontwikkeling van diverse recreatieve voorzieningen in het gebied in de hand werkte.
In de jaren zeventig kregen de jachthaven "Aqua Delta" en diverse campings en eerste recreatieparken vorm. De parken kenmerken zich door hun autonome wezen en laten het onderliggende landschap vaak volledig los. De ontwikkeling van de recreatieparken is tot op heden in volle gang bezig: steeds luxer en de traditionele kampeerplaatsen worden vervangen door recreatiewoningen. Door de schaal worden de recreatieparken steeds meer autonome structuren in het landschap. Om zich van de concurrentie te onderscheiden dienen de parken een sterke identiteit te krijgen.
3.3
Huidige situatie
3.3.1 Ruimtelijke analyse Op hoger schaalniveau kenmerkt het gehele gebied rondom het plangebied zich door een lappendeken aan recreatieparken die elk hun eigen thematiek en verkavelingpatroon hanteren, los van het Zeeuwse cultuurhistorisch waardevolle landschap. Het plangebied is op dit hogere schaalniveau onderdeel van een recreatiecluster met daarin de volgende locaties (de nummers op onderstaande afbeelding corresponderen met die op het navolgend figuur): 1. Grevelingenhout: Dit is een woongebied met vrijstaande woningen die door middel van een
21
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
22
vingerstructuur verweven zijn met de golfbaan van Golfclub Grevelingenhout. De golfclub beschikt over een clubhuis met onder andere een restaurant en winkel voor golfbenodigdheden. Bij het restaurant ligt een parkeervoorziening voor golfbaanbezoekers. Tevens is een bedrijfswoning aanwezig. Recreatiewoningenterrein Hoogerwerf: Het recreatiewoningenterrein Hoogerwerf ligt ten noorden van de Oudendijk en herbergt verschillende types recreatiewoningen (bijvoorbeeld grote recreatiewoningen, kleinere recreatiewoningen en uiteenlopende bouwvormen). De gebruikers van deze woningen maken gebruik van de voorzieningen op Aquadelta (zie verder). Het park wordt ontsloten door de Hoogerwerfsweg die tevens als verbinding tussen de Oudendijk en de Hageweg dient. Tevens scheidt de Hoogerwerf dit park van Grevelingenhout. Recreatiewoningenterrein De Tong: Dit terrein met recreatiewoningen ligt direct ten noorden van recreatiewoningenterrein Hoogerwerf en daarmee tussen dat terrein en de Hageweg. Recreatiewoningenterrein De Tong wordt ook ontsloten door de Hoogerwerfsweg. Op dit terrein staan geschakelde recreatiewoningen in een groene omgeving. Het terrein heeft een centrale parkeerplaats en een bedrijfswoning. Gebruikers van recreatiewoningen zijn voor voorzieningen aangewezen op Aquadelta. Onze Hoeve: Het rood omlijnde deel van deze locatie is het plangebied van dit bestemmingsplan.
De ruimtelijke en functionele structuur van dit plangebied worden in separate alinea's beschreven. Het deel buiten de rode omlijning is een stacaravanpark dat ontsloten wordt door de Hageweg. Het terrein maakt gebruikt van de westelijk inrit waarmee ook een deel van het plangebied van dit bestemmingsplan ontsloten wordt. Nabij deze inrit liggen op het stacaravanpark de parkeervoorzieningen voor de gebruikers van de stacaravans. Jachthaven Bruinisse: Dit gebied omvat de Jachthaven Bruinisse en de Watersportvereniging Bru. De jachthaven biedt ruimte aan circa 1.400 ligplaatsen. Daarnaast zijn er recreatiewoningen, horecagelegenheden, winkels (ook voor scheepsbenodigdheden), speelvoorzieningen, sanitairgebouwen, een jachtstalling, een bedrijfswoning (voor de havenmeester) en een supermarkt aanwezig. Ten westen van de jachthaven ligt het openbare zandstrand 'Strand Bruinisse'. Watersportvereniging Bru ligt tussen Jachthaven Bruinisse en de N59. De watersportvereniging beschikt over een clubhuis en een botenstalling. Bij de watersportvereniging ligt een strand. In de haven van de watersportvereniging liggen naast pleziervaartuigen ook bedrijfsvaartuigen. Recreatiewoningenterrein De Kreek: De Kreek is een recreatiewoningenterrein ten zuiden van het plangebied. Dit terrein wordt ontsloten via de Molenweg. Dit terrein biedt ruimte aan geschakelde woningen in een groene omgeving.
De woningen zijn geclusterd rondom deze groenvoorzieningen die onder meer ruimte bieden aan speelplaatsen. In het noordwestelijk deel van dit park ligt een parkeergelegenheid voor bewoners. Bezoekers parkeren op het parkeerterrein nabij de Molenweg. De gebruikers van de woningen kunnen de voorzieningen op Aquadelta gebruiken. Aquadelta: Omdat een aantal van de voornoemde locaties gebruik maakt van de voorzieningen op Aquadelta is er sprake van een sterke relatie tussen Aquadelta en veel andere locaties in het recreatiecluster. Aquadelta biedt ruimte aan gebouwen met recreatieappartementen. Tevens biedt dit park voorzieningen zoals een overdekt zwembad, winkels, tennisbanen, midgetgolf, horeca en detailhandel (onder meer in de vorm van een supermarkt). Tevens liggen er grotere en kleinere speelvoorzieningen op Aquadelta. Parkeren gebeurt in hoofdzaak op een centrale parkeervoorzieningen nabij de Hageweg. Ruimtelijk en functioneel is het park sterk verweven met Aquastaete. Aquastaete: Aquastaete is feitelijk onderdeel van Aquadelta en maakt ook gebruik van diens voorzieningen. Op Aquastaete zijn grondgebonden en overal het algemeen grotere recreatiewoningen te vinden. De woningen staan in een waterrijke omgeving.
De woningen zijn overwegend opgetrokken in hout en onderscheiden zijn door hun vormgeving met veranda's, dakkapellen en plaatselijke nokverhogingen van de woningen op andere recreatieparken. De architectuur van deze woningen is geïnspireerd op die van bijvoorbeeld Scandinavische en/of Noord-Amerikaanse woningen.
Figuur 3.1: onderdelen van het recreatiecluster waarin het plangebied (het rood omlijnde gedeelte van nummer 4) ligt (gemeente Schouwen-Duiveland, 2013, bewerking Antea Group)
Direct naast het plangebied liggen twee andere recreatieparken aan de Hageweg. Het autonome karakter van de recreatieparken wordt versterkt door dichte bosschages en bomenrijen die het zicht vanaf de Hageweg op de desbetreffende parken ontnemen. De parken hebben tevens geen directe relatie met de overzijde van de dijkstructuur, wel zijn er diverse wandelpaden die de parken met de overzijde verbinden. Ten zuiden van dit recreatiecluster strekt het open en agrarische Zeeuwse landschap zich uit. Het plangebied omvat een terrein van circa 4,9 hectare. Het huidige plangebied kan onderscheiden worden in twee delen: locatie A en locatie B (zie figuur 1.1). Het huidige patroon van locatie A kent een rationele ruimtelijke opzet, schaal en maat van de plaatsen die gebruikelijk is voor een campingterrein. Locatie A is omsloten door een watergang die de afwatering van het terrein verzorgt. De hoofdentree bevindt zich bij de boerderij 'Nooit Gedacht' aan de westzijde van het terrein. Locatie B betreft in de huidige situatie een parkeerplaats, met een directe verbinding met de Hageweg. Het plangebied kenmerkt zich door hoge en dichte bosschages die voorheen de standplaatsen van elkaar scheidden. De aanwezige dichte bosschages hebben het plangebied sinds 2008 een kamerstructuur gegeven aan het plangebied, hetgeen niet gebruikelijk is in de directe omgeving.
23
' Figuur 3.2: dichte bosschages die verworden zijn tot kamerstructuren (Streetsmart, 2021) 3.3.2 Functionele analyse In de huidige situatie zijn binnen het plangebied de volgende functies aanwezig: westelijk gelegen parkeerterrein (exclusief het deel dat bij Stacaravanpark Bruinisse behoort), boerderij 'Nooit Gedacht' met naastgelegen zwembad, plaatsen voor kampeerplekken, enkele (sanitair)gebouwen, en een meest oostelijk gelegen parkeerterrein. In en om de boerderij worden mogelijkheden geboden tot het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeven van een kantine, servicepunt voor het recreatiepark (receptie etc.) en bedrijfswoning. In de huidige situatie heeft het plangebied twee ontsluitingen op de Hageweg: één nabij boerderij 'Nooit Gedacht' en één nabij het parkeerterrein dat grenst aan Aquadelta. Het kampeerterrein is niet in gebruik en raakt steeds meer in verval, wat niet ten goede komt aan de kwaliteitsbeleving en het veiligheidsgevoel op de omliggende recreatieterreinen.
24
3.4
Toekomstige situatie
3.4.1 Ruimtelijke analyse Voor de transformatie van het plangebied is een stedenbouwkundig principe uitgewerkt dat als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd. In de toekomstige situatie is het de bedoeling om de rationele structuur zoals in de huidige situatie binnen het plangebied aanwezig is, grotendeels los te laten. De toekomstige recreatiewoningen komen in drie deelgebieden met elk een verschillende typologie te liggen. Het deelgebied dat grenst aan de Hageweg wordt zo vorm gegeven dat een optische verbinding tussen de Hageweg en het plangebied ontstaat. De twee bovengenoemde bestaande aansluitingen van het plangebied met de omgeving (Hageweg) blijven behouden en worden ingepast in de nieuwe situatie: nabij de boerderij aan de westzijde (bestaande toegang) en nabij de meest oostelijk gelegen parkeerplaats (perceel B op figuur 1.1, zie ook figuur 3.3 hieronder). Op diverse plekken worden routes gecreëerd voor langzaam verkeer om het plangebied te bereiken en te verlaten (zie oranje gestippelde lijnen aan de zuid- en oostzijde). Met landschappelijke elementen, zoals laan- en wegbeplanting, erfbeplanting en fruitboomgaarden ontstaat de mogelijkheid om in het plangebied drie verblijfsmilieus te creëren. De bestaande watergangen in het plangebied bieden de kans om verblijfssferen langs het water te realiseren, wat aansluit bij de verwevenheid van Zeeland met het water.
De watergang aan de oostzijde van het plangebied wordt verbreed. Tevens kan het water een rol spelen in speelplekken. De twee parkeerterreinen blijven behouden, waarbij geldt dat de helft van het meest oostelijk gelegen parkeerterrein (locatie B, zie figuur 1.1) ten dienste staat van en overgedragen wordt aan het naastgelegen recreatiepark Aquadelta, zodat zij daar in een deel van hun parkeerbehoefte kunnen voorzien. Eén van de aansluitingen aan de Hageweg kan benut worden voor een calamiteitenroute. De locaties van de aansluitingen op de Hageweg blijven gelijk aan de locaties van de huidige aansluitingen.
25
Figuur 3.3: vlekkenplan (september 2021) 3.4.2 Functionele analyse De verblijfsrecreant stelt tegenwoordig hogere eisen aan zijn verblijfsaccommodatie dan voorheen gebruikelijk was. Steeds meer campings worden geherstructureerd tot parken met recreatiewoningen. Voorliggend bestemmingsplan biedt daartoe de mogelijkheid om maximaal 76 recreatiewoningen te realiseren, bedoeld voor groepen die in grootte variëren (gemiddeld 7 overnachtingsplekken per recreatiewoning). Hiermee kan worden ingespeeld op de marktvraag naar accommodatie voor gezinsgroepen en zorgbehoevenden. In en rondom boerderij 'Nooit Gedacht', gelegen aan de westkant van het plangebied, blijven in de toekomstige situatie de mogelijkheid tot het gebruik van de boerderij en omliggende gronden als bedrijfswoning, kantine en servicepunt voor het recreatiepark behouden. De mogelijkheden zoals beschreven in paragraaf 1.4 zijn daartoe overgenomen uit het vigerend bestemmingsplan zijn in dit bestemmingsplan zodat zij in de toekomstige situatie voortgezet kunnen worden. Het bestaande zwembad nabij de boerderij Nooit Gedacht blijft ook behouden. Uitgangspunt is dat het toekomstig recreatieve product duurzaam is in bouw, gebruik en exploitatie. Bij het bouwen van nieuwe gebouwen zullen de principes en geldende eisen ten aanzien van energietransitie, klimaatadaptatie en circulair bouwen worden toegepast.
Daarnaast zijn in het ontwerp van het plangebied bijvoorbeeld de huidige inrichtingsstructuur gehandhaafd en de bestaande landschappelijke structuren gerespecteerd en waar nodig versterkt.
26
3.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt, of wanneer er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaatsvindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het gaat hierbij zowel om fysiek ruimtebeslag als de wijziging of toevoeging van functies. Hoewel onderhavig plan uitgaat van herontwikkeling van een bestaand kampeerterrein naar recreatiepark, waarbij het totaaloppervlak van het terrein niet wijzigt, is wel sprake van een toename aan bebouwing. Zodoende is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3.5.1 Behoefte De recreatiedruk in de gemeente Schouwen-Duiveland is onverminderd groot, zoals ook de afgelopen jaren bleek. Dat geldt ook voor recreatiepark Aquadelta. Het is de bedoeling dat Onze Hoeve deel uit gaat maken van het naastgelegen Aquadelta zodat er meer capaciteit ontstaat. Vanuit Aquadelta gaat de centrale bedrijfsmatige exploitatie uitgevoerd worden. Daarmee wordt invulling gegeven aan de centrale bedrijfsmatige exploitatie.
Er zal waarschijnlijk sprake zijn van een menging van koop- en verhuur van recreatiewoningen. Aspecten aangaande beheer en onderhoud wordt door het park gefaciliteerd. Qua type spelen de nieuwe recreatiewoningen in op de behoefte aan luxe in de recreatiesector (zie Agenda Toerisme, p.6) en aan recreatievoorzieningen voor mindervaliden. Ten opzichte van de huidige planologische situatie wordt er met dit bestemmingsplan het aantal eenheden sterk gereduceerd. Waar er nu sprake is van 102 (90 kampeerplaatsen en 12 recreatiewoningen) toegelaten recreatieve eenheden is er straks sprake van 76 toegelaten recreatieve eenheden. In het plangebied zal voorzien worden in een specifiek recreatieproduct: recreatiewoningen die goed toegankelijk zijn voor mindervaliden. Hiermee ontstaat een specifieke doelgroep voor de voorgenomen ontwikkeling. Er vindt in het plangebied een ontwikkeling plaats die het aantal eenheden (en daarmee het absolute aantal recreatieve overnachtingen) reduceert en die daarbij leidt tot productdifferentiatie omdat een kampeerterrein vervangen wordt door een recreatiewoningenterrein. Die woningen worden zo gebouwd dat zij te gebruiken zijn door de voorgenomen doelgroep (mindervaliden).
Derhalve kan geconcludeerd worden dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling want het aantal recreatieve eenheden op Schouwen-Duiveland neemt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet toe en de ontwikkeling is gericht op een doelgroep die nu geconfronteerd wordt met een beperkt aanbod. 3.5.2 Buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied is onderdeel van een grotere recreatieconcentratie (jachthaven, golfbaan, recreatiepark Aqualand, Stacaravanpark Bruinisse) met bijbehorende infrastructurele voorzieningen en groenstructuren. Gelet op het bepaalde in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het plangebied derhalve onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Door voorliggend plangebied te herontwikkelen naar een recreatiepark is sprake van een logische invulling van het terrein en een logische opvulling van de recreatieconcentratie als geheel. Door de herontwikkeling verandert de recreatieve functie van het terrein niet; in de huidige situatie is sprake van een planologisch bestaand recreatieterrein met mogelijkheden voor kamperen en beperkte mogelijkheden tot de bouw en het gebruik van recreatiewoningen. Deze locatie wordt in de toekomstige situatie omgezet naar een recreatiepark.
Hierdoor, en gezien de de ligging tussen twee bestaande recreatieparken vormt het plangebied een logische locatie voor het beoogde recreatiepark die niet leidt tot ruimtebeslag in het open Zeeuwse landelijk gebied.
27
3.6
Conclusie
Het plangebied is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast leidt de voorgenomen transformatie van een in onbruik geraakt kampeerterrein tot duurzaam ruimtegebruik. Het concept dat ten grondslag ligt aan de transformatie maakt een ontwikkeling mogelijk die tegemoet komt aan de wensen van specifieke doelgroepen. Derhalve vormt de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
28
Hoofdstuk 4 Milieu- en duurzaamheidskader 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden alle relevante milieuaspecten behandeld die van toepassing zijn op het plangebied. Hierbij is uitgegaan van alle activiteiten die in het plan worden toegestaan.
4.2
Verkeer en parkeren
4.2.1 Algemeen Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in het kader van het bestemmingsplan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.
Gemeentelijk beleid Op 25 oktober 2018 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland de 'Agenda Toerisme 2018 - 2026' vastgesteld. Hierin zijn kencijfers opgenomen voor recreatieve functies in Schouwen-Duiveland, deze hebben onder andere betrekking op parkeernormering en verkeersgeneratie. In 2020 is het beleid ten aanzien van parkeren gewijzigd. Toen zijn de eerder gehanteerde cijfers getoetst aan de normering van het CROW, om daarmee een voorstel voor realistische, juridisch houdbare (planologische borging) en hanteerbare kencijfers voor parkeren en verkeersgeneratie met een eenduidig en eenvoudig systeem te verkrijgen. De toets, inclusief beleidsuitgangspunten, is beschreven in het 'Wijziging document Regelgeving Agenda Toerisme 2018 - 2026: Kengetallen parkeren en verkeer'. Dit beleidsstuk vervangt het Document Regelgeving Agenda Toerisme voor zover dit ziet op de kengetallen voor parkeren en verkeersgeneratie bij verblijfsrecreatie. 4.2.2 Toetsing Aantal parkeerplaatsen en verkeersgeneratie In het hierboven beschreven 'Wijziging document Regelgeving Agenda Toerisme 2018 - 2026' is als beleidsuitgangspunt opgenomen dat bij alle recreatieve eenheden voor het aantal parkeerplaatsen gerekend moet worden met 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen. Voor verkeersgeneratie is het uitgangspunt dat sprake is van 2,2 motorvoertuigbewegingen/etmaal per parkeerplaats.
Dit geldt voor alle verschillende typen verblijfsrecreatie m.u.v. hotels. Binnen voorliggend plan worden maximaal 76 recreatiewoningen mogelijk gemaakt. Het aantal overnachtingsplaatsen per recreatiewoning bedraagt gemiddeld 7. Zodoende is het totale aantal overnachtingsplaatsen over het gehele plangebied 76 * 7 = 532 overnachtingsplaatsen. Dit geeft op basis van bovenstaand gemeentelijk beleid een aantal parkeerplaatsen en verkeersgeneratie zoals in tabel 4.1 is weergegeven: 392 bewegingen/etmaal.
29
Tabel 4.1: Aantal verkeersbewegingen toekomstige situatie (bew/etm.) Aantal Aantal slaapplekken Aantal /recreatiewoning slaapplekken Standplaatsen 76 7 532
Aantal parkeerplaatsen 178
Aantal bew/etm. 392
Parkeren In de toekomstige situatie wordt het mogelijk gemaakt om nabij de recreatiewoning (op het perceel) in elk geval één parkeerplaats te realiseren. Daarnaast is sprake van twee bestaande parkeerterreinen. Het meest westelijk gelegen parkeerterrein (gemakshalve: P1, zie figuur 4.1) is in de huidige situatie al geheel als parkeerterrein in gebruik. De tweede parkeerplaats (gemakshalve: P2, zie figuur 4), betreft de meest oostelijk gelegen helft van het perceel H1547, grenzend aan Aquadelta. Dit deel van perceel H1547 is ook in de huidige situatie al als parkeerterrein in gebruik, en blijft in de toekomstige situatie als zodanig ingericht. Mogelijk wordt P2 in de toekomst gebruikt voor de opvang van de parkeerbehoefte van het naastgelegen recreatiepark Aqua Delta.