CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

751960 Bijlage 3 ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk (751960)28.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

gemeente titel imronummer projectnummer status Concept Ontwerp Vastgesteld

Schouwen-Duiveland Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk NL.IMRO. SD2012 Concept november 2022

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

ONDERBOUWING Behorende bij de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de omgevingsvergunning voor de ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’ in de gemeente Schouwen-Duiveland.

INHOUD 1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingplan 1.3 Doel en reikwijdte omgevingsvergunning 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 5

2.

HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Verkeer en parkeren

6 6 7 9

3.

BELEIDSKADERS 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

11 11 14 16 22

4.

KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING 4.1 Planologische- en milieuaspecten 4.2 Bodem 4.3 Niet gesprongen explosieven 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Archeologie 4.6 Water 4.7 Ecologie/flora en fauna 4.8 Milieuhinder 4.9 Geluidhinder 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Licht en duisternis 4.12 Externe veiligheid 4.13 Duurzaamheid 4.14 Overige belemmeringen 4.15 Milieueffectrapportage

23 23 23 24 24 25 25 28 31 32 33 33 34 36 37 38

5.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

39

6.

MAATSCHAPPELIJKE TOETSING EN OVERLEG 6.1 Inleiding 6.2 Procedure

40 40 40

7.

CONCLUSIE

41

BIJLAGEN Bijlage 1 – Stikstofdepositie rapportage, Econsultancy, 11 februari 2022; Bijlage 2 – Parkeerbalans, Rothuizen, 2 maart 2022; Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek, Milieu Consultancy Group, 27 januari 2022; Bijlage 4 – Rapportage Cichoreifabriek, Rothuizen, 23 december 2020; Bijlage 5 – Quickscan Wet natuurbescherming Rijksweg 19/21 Nieuwerker, Buijs Eco Consult B.V., 21 februari 2022; Bijlage 6 – AERIUS berekening, Econsultancy, 11 februari 2022; Bijlage 7 – Nader ecologisch onderzoek, Buijs Eco Consult B.V., 3 november 2022; Bijlage 8 – Ontheffingsaanvraag Wnb en Activiteitenplan.

1

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

Figuur 1. Ligging projectgebied in groter verband

Figuur 2. Projectgebied betreft het rood omlijnde gebied

2

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding Aan de Rijksweg 25 te Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland, op de gronden ten westen van nummer 21, is een agrarisch bestemd perceel met bebouwing gelegen. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Duiveland, sectie F, nummer 362. De aanwezige bebouwing wordt thans gebruikt door het bedrijf dat ter plaatse gevestigd is en dat handelt in haardhout en pizzaovens. Thans bestaat het voornemen om dit bedrijf en deze functie te verplaatsen naar bedrijfsmatig bestemde gronden gelegen ten oosten van nummer 21. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Duiveland, sectie F, nummer 676. De verplaatsing heeft meerdere doelstellingen: men wenst de agrarische functie van nummer 25 te herstellen, de bestaande bedrijfsbebouwing op nummer 19 (met behoud van de cultuurhistorische elementen van de voormalige cichoreifabriek) volledig te amoveren en op het perceel nieuwe bedrijfsbebouwing op te richten. De verplaatsing is mede vanuit het oogpunt van een optimale bedrijfsvoering noodzakelijk. Daarnaast is de aanleg van nieuwe ontsluitingsweg, parallel en evenwijdig aan de Rijksweg, voorzien en zal op de begane grond van de burgerwoning, gesitueerd aan nummer 21, een osteopathiepraktijk worden gerealiseerd. Alle percelen zijn bij initiatiefnemer, de eigenaar van het bedrijf en diens echtgenote, in eigendom. Voor de ligging wordt verwezen naar de figuren 1 en 2.

Een principeverzoek, waarin het doorvoeren van de beoogde wijzigingen en bereiken van voornoemde doelstellingen nader zijn onderbouwd, is door initiatiefnemer aan de gemeente Schouwen-Duiveland voorgelegd. De gemeente heeft voorts besloten deze afwijkingen op basis van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) mogelijk te maken. Hiertoe is het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk waarin wordt omschreven op welke wijze de situatie gewijzigd wordt en waarom dit passend is binnen het vigerende beleid en de omgeving.

1.2

Vigerend bestemmingplan Alle drie de percelen vallen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Schouwen-Duiveland. Hierbij is het perceel gesitueerd aan de Rijksweg 19 voor bedrijfsmatige doeleinden bestemd. Deze gronden mogen, gelet op de aanduiding, voor een reparatiewerkplaats en een opslagbedrijf voor caravans en boten beide behorende tot categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten worden aangewend. Opslag en verkoop van haardhout en pizzaovens is bij recht echter niet toegestaan. Het bestaand bebouwd oppervlak van de bedrijfsbebouwing bedraagt 995 m² en mag op basis van een binnenplanse ontheffing tot maximaal 1.100 m² toenemen. Verder mag in beginsel geen bebouwing binnen 40 meter gemeten vanaf de as van de Rijksweg worden opgericht en bedraagt de toegestane goot- en bouwhoogte respectievelijk maximaal 6 en 10 meter. Verder zal op de begane grond van de woning gesitueerd aan de Rijksweg 21 een osteopathiepraktijk worden gerealiseerd. Het vestigen van deze praktijk voldoet niet aan alle voorwaarden die daaraan in het bestemmingsplan worden gesteld. Zo wordt de toegestane oppervlakte in de nieuwe situatie overschreden. Tot slot zal over de tot woondoeleinden bestemde gronden, parallel en evenwijdig aan de Rijksweg een nieuwe ontsluitingsweg ten behoeve van het vrachtverkeer

3

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

van het bedrijf worden gerealiseerd, hetgeen op basis van het huidige bestemmingsplan niet mogelijk is.

Figuur 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ’Buitengebied’

1.3

Doel en reikwijdte omgevingsvergunning In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is in artikel 2.1, eerste lid, onder c, bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. In artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 3, is aangegeven dat een omgevingsvergunning in dat geval slechts kan worden verleend: 1. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3. indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Het voornoemde planvoornemen is in strijd met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Schouwen-Duiveland, zoals vastgesteld d.d. 26 maart 2009. Een omgevingsvergunning, conform artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 3, kan slechts worden verleend indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet in de motivering om een besluit volgens de Wabo te nemen. De ruimtelijke onderbouwing is opgesteld conform de standaard van de gemeente Schouwen-Duiveland.

Het vigerende bestemmingsplan blijft geldig; door middel van deze omgevingsvergunning wordt enkel voor het onderhavige project van het bestemmingsplan afgeweken. Tenslotte overwegen wij, dat de beoogde ontwikkeling niet valt aan te merken als een (Wabo) kruimelafwijking conform artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2.

4

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

1.4

Leeswijzer •

• • • • •

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de bestaande situatie, waarbij ingegaan wordt op zowel de omgeving als de locatie zelf. Tevens wordt aangegeven wat de ontwikkeling inhoudt en welke uitgangspunten gelden voor de realisatie van het plan. In hoofdstuk 3 wordt het relevante ruimtelijke beleid behandeld en wordt het initiatief hieraan getoetst. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan milieukundige randvoorwaarden, waaronder bodem, water, archeologie, flora en fauna en externe veiligheid. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 6 worden de resultaten de planologische procedure behandeld. In hoofdstuk 7 wordt een conclusie en afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan gegeven.

5

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

2.

HUIDIGE EN BEOOGDE SITUATIE

2.1

Huidige situatie Het projectgebied grenst aan de rijksweg N59 en is gelegen ten noorden van het gehucht Kapelle en ten westen van de kern Nieuwerkerk. De Rijksweg betreft een van hoofdontsluitingswegen van Schouwen-Duiveland. Het gebied waarbinnen het projectgebied is gelegen kan als een open agrarisch gebied met verspreid liggende boerderijen worden gekwalificeerd. In de directe omgeving wordt de bestaande bebouwing veelal omzoomd met bomen. Verder zijn de vergezichten hier kenmerkend door het open landschap. De bebouwing van het projectgebied is gesitueerd ten zuiden van en parallel aan de Rijksweg. Verder wordt het projectgebied omgeven door agrarische percelen zonder bebouwing en zijn de woningen van het gehucht verder van de Rijksweg afgelegen. Op onderstaande foto staat de bestaande situatie weergegeven.

Figuur 4. Weergave bestaande situatie

Door het verplaatsen van de bedrijfsmatige activiteiten naar het perceel gesitueerd aan de Rijksweg 19 worden zowel de agrarisch bestemde gronden als het projectgebied ruimtelijk en planologisch gezien beter benut. Het aanwenden van het perceel aan de Rijksweg 19 leidt eveneens tot het voeren van een efficiëntere bedrijfsvoering en tot een betere beleving van het projectgebied, zowel voor bezoekers van het bedrijf als recreanten. Immers, door de historische elementen van de bestaande bebouwing onder te brengen in een paviljoen blijft de cultuurhistorische waarde voor zowel nu, als de toekomst behouden en kunnen de bedrijfs- en informatieve functies elkaar versterken. Dit leidt tot een zorgvuldiger gebruik van de ruimte en tot een groter historisch besef van het projectgebied alsmede het eiland. Verder is het projectgebied door de centrale ligging, direct aan de Rijksweg, voor alle vervoerswijzen vanuit het gehele eiland alsmede daarbuiten goed bereikbaar.

6

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

2.2

Toekomstige situatie De beoogde bedrijfsbebouwing sluit goed aan op de bedrijfsmatig bestemde gronden en bouwmogelijkheden van het perceel gesitueerd aan de Rijksweg 19. Ook de beoogde aanwending van de begane grond van de vrijstaande woning voor een osteopathiepraktijk aan de Rijksweg 21 leidt niet tot wijziging van de bestaande ruimtelijke structuren, zodat de ruimtelijke invloed van het beoogde voornemen beperkt is. Uiteraard is de uitstraling van met name de bedrijfsmatige bebouwing wel van belang. Het is wenselijk dat de nieuwe bedrijfsbebouwing en bijbehorende inrichting daar op aansluiten. De ontsluiting van zowel de woning als het bedrijf gaat plaatsvinden vanaf de Rijksweg, zoals in de huidige situatie ook al gebeurt. In de nieuwe situatie wordt voorts parallel en evenwijdig aan de Rijksweg, een nieuwe ontsluitingsweg ten behoeve van het vrachtverkeer voorzien. Deze parallelweg, gesitueerd ten westen van de beoogde bedrijfsbebouwing, gaat langs Rijksweg 21 en wordt op de bestaande in- en uitrit ter ter plaatse van het agrarische perceel, kadastraal bekend als gemeente Duiveland, sectie F, nummer 575 ontsloten. De aanleg van deze parallelstructuur en positionering van de nieuwe bedrijfsbebouwing maakt het voorts mogelijk om met name de bezoekers en klanten eerst te ontvangen op een ruime parkeerfaciliteit, gesitueerd aan de oostzijde van de nieuwe bedrijfsbebouwing.

Op deze wijze hoeven de verkeersbewegingen van het vrachtverkeer en bezoekers elkaar niet te doorkruisen én kan het paviljoen, zowel door bezoekers alsmede recreanten, welke met name op de fiets zullen arriveren, op een veilige manier worden bereikt. De ervaring van de karakteristieke openheid van het gebied blijft daarmee ook zoveel mogelijk intact. In aansluiting op de aanwezige groenstructuur rondom de beoogde nieuwbouw, wordt hier ingezet op het versterken van het groene beeld. Het zicht op de nieuwe bebouwing wordt hier verzacht door de reeds aanwezige gebiedseigen, stevige groene raamwerk. Bebouwing Op de bedrijfsmatig bestemde gronden wordt de bestaande bebouwing gesloopt en nieuwbouw gepleegd. De nieuwe bedrijfsbebouwing verkrijgt een oppervlakte van circa 1.165 m² en zal in twee bouwlagen, deels voorzien van kap, worden opgetrokken. De goothoogte van de nieuwbouw zal circa 6 meter en de bouwhoogte circa 9,8 meter bedragen. De ruimten in de nieuwbouw worden voor showroom, werkplaats, opslag, berging en expeditie aangewend. De laadkuil van de expeditie ruimte is in het uiterst westelijke deel van de nieuwbouw, grenzend aan de perceelgrens van Rijksweg nummer 21, voorzien. De laadkuil zal van nummer 21 door een groene wand worden gescheiden, hetgeen niet alleen voor een akoestische, maar ook een visuele afscherming zorgt.

Verder wordt door deze positionering het laden en lossen duidelijk van de bezoekers en recreanten gescheiden en kunnen de vrachtwagens op een zo efficiënt en veilig mogelijke wijze worden ingezet. Daarnaast wordt, direct ten oosten daarvan, een paviljoen opgericht, met als doel de cultuurhistorische waarde van de voormalige bebouwing; een cichoreifabriek, voor zowel de huidige als toekomstige generatie te behouden. Het paviljoen wordt in de vorm van de voormalige cichoreifabriek en als een houten skelet opgetrokken. De cultuurhistorie wordt naast een schaalmodel van de originele meestoof mede zichtbaar gemaakt door middel van het gebruiken van oude bouwmaterialen en voormalige fundering. Buitenruimte De buitenruimte bestaat uit parkeer-, laad en losvoorzieningen, faciliteiten voor fietsparkeren en groen. Het meest westelijk deel van het terrein, gelegen achter het paviljoen, hetgeen bestaand groen betreft, wordt omzoomd door een nieuw aan te leggen haag. Het nieuwe en bestaande

7

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

groen zorgt daarmee enerzijds voor een zekere mate van privacy en anderzijds aankleding, wat de uitstraling van het geheel ten goede komt. Daarbij is bovendien rekening gehouden en relatie gezocht met omliggende groenstructuren. Voor de buitenruimte heeft verder primair als uitgangspunt te gelden, dat er een duidelijke fysieke en visuele relatie moet zijn tussen de diverse functies. De bestaande alsmede de nieuw aan te leggen groenvoorzieningen fungeren in dit kader als duidelijke landschappelijke scheidingen tussen de diverse functies. De buitenruimte heeft daarnaast een functioneel, informeel en natuurlijk karakter, waarbij de toegepaste materialen van hoogwaardige kwaliteit zijn. Hierna is een overzichtstekening alsmede impressies van de nieuwe situatie opgenomen.

Figuur 5. weergave gedachte situatie

Figuur 6. Impressie beoogde situatie

8

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

Figuur 7. Impressie beoogde situatie

2.3

Verkeer en parkeren Verkeer Een (nieuwe) functie genereert een bepaalde hoeveelheid verkeersbewegingen. Het aantal verkeersbewegingen is afhankelijk, evenals bij de parkeervraagberekening, van de omvang en het functioneren van de functie. Tevens is de verkeersgeneratie (optelling van het aankomende en vertrekkende verkeer) verschillend per dag. De verkeersgeneratie van de toegestane functies is dan ook berekend op basis van de specifieke kenmerken daarvan (aard, omvang etc.) en kengetallen van de CROW. De verkeersgeneratie is nader uitgewerkt in het kader van de stikstofdepositierapportage en als bijlage 1 aan deze onderbouwing gehecht. Zo zal de showroom met name in de weekenden en het zomerseizoen, en de osteopathiepraktijk met name op weekdagen door cliënten worden bezocht. Het terrein wordt gelet op de diverse functies, vanuit verkeers- en bedrijfstechnisch oogpunt, dan ook zo efficiënt en veilig mogelijk ingericht. Concreet betekent dit, dat de meest oostelijke entree, hetgeen de hoofdentree betreft, toegang tot de showroom en kantoorruimten alsmede het paviljoen zal bieden. De twee andere ontsluitingen zijn bestemd voor respectievelijk enerzijds de clienten van de praktijk en bewoner(s) van Rijksweg 21 en anderzijds voor de vrachtwagens van het bedrijf. Alle entrees sluiten aan, en zijn georiënteerd op de Rijksweg.

Vanuit deze ontsluitingen wordt het gemotoriseerde verkeer ver- en gespreid afgewikkeld en van daaruit snel in het heersende verkeersbeeld opgenomen. Door nu de verkeerstromen uitdrukkelijk te scheiden wordt tevens een confrontatie met het langzame verkeer, met name fietsers, zoveel mogelijk beperkt en daarmee de verkeersveiligheid voor een ieder zoveel mogelijk geborgd. Geconcludeerd kan worden dat zowel nu als in de toekomst het verkeer goed op het bestaande wegennet kan worden afgewikkeld. De maximale verkeerstoename van het gehele project zal niet tot problemen leiden, noch qua intensiteit, noch qua veiligheid, temeer daar de diverse verkeerstromen fysiek van elkaar worden gescheiden en gespreid over de dag en de week zullen plaatsvinden.

9

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

Parkeren Het geldende parkeerbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het ‘Parkeerbeleid 2017-2020’. Met het voorliggende initiatief wordt aan de huidige woonbestemming op de begane grond een osteopathiepraktijk toegevoegd en neemt de bedrijfsmatige bebouwing zowel in functie als omvang toe. Het projectgebied wordt conform het parkeerbeleid aangeduid als ‘niet stedelijk’ en ‘buitengebied’. In bijlage 2 is de parkeerbalans voor het projectvoornemen opgenomen. Daaruit blijkt concreet, dat in de nieuwe situatie de parkeerbehoefte voor het bedrijf, omvattende een showroom, werkplaats en paviljoen uit 10 parkeerplaatsen bestaat, en voor de woning inclusief praktijk afgerond naar boven uit 5 bestaat. In totaal dienen er derhalve 15 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Hieraan wordt (ruimschoots) voldaan. Op het oostelijke deel van het terrein wordt een ruime parkeervoorziening voor 14 auto’s en een fietsenstalling (met laadpalen) aangelegd. Laden en lossen vindt plaats ten westen daarvan, gescheiden door een groene afscherming, alwaar voldoende ruimte voor 3 vrachtwagens en manoeuvreren daarvan aanwezig is. De verkeerstechnische inrichting van het parkeer-, laad- en losterrein is daarmee functioneel en overzichtelijk.

Daarnaast verkrijgt het totale terrein een aantrekkelijke inrichting, gecombineerd met beplanting, hetgeen de mogelijkheid biedt om ter plaatse van het bestaande groen, gelegen naast en achter de nieuwbouw (indien nodig in de toekomst) een overloopvoorziening te realiseren. Dit kan alleen als deze overloopvoorziening op een zorgvuldige en correcte wijze landschappelijk kan worden ingepast én kan worden aangetoond, dat met de aanleg aan de extra benodigde parkeerbehoefte tegemoet kan worden gekomen. Hierbij dient te worden overwogen, dat -zoals eerder gesteld- voor de showroom en verkoop alsmede recreanten het weekend en dan met name het zomerseizoen de maatgevende momenten zijn. De verkoop en bezoek van de showroom zal verder (normaliter) op afspraak plaatsvinden, waarmee het bezoek en omvang daarvan en daarmee behoefte aan parkeergelegenheid kan en zal worden gereguleerd. Tot slot worden er voor Rijksweg 21, 6 parkeerplaatsen aan de voorzijde van de woning aangelegd, waarmee eveneens ruimschoots in de behoefte kan worden voorzien en aan de norm wordt voldaan.

10

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

3.

BELEIDSKADERS De beoogde ontwikkeling dient te passen binnen het vigerende en toekomstige ruimtelijk beleid. Om die reden wordt in dit hoofdstuk ingegaan op relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleidsnotities.

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie op 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 8. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

11

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: - Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; - Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; - Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); - Het bevorderen van sterke en gezonde steden en regio’s.

Betekenis voor onderhavig plan Voor wat betreft de volgende nationale belangen wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 waar de omgevingsaspecten aan de orde komen. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan verenigbaar en in overeenstemming is met de NOVI. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide doelstellingen te bereiken, is een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor de onderbouwing van de ladder wordt verwezen naar par. 3.2, 3.3. en 3.4. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) Structuurvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf.

In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a. ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofd- en spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het projectgebied. Besluit ruimtelijke ordening In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de

12

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Een grotendeels consoliderend bestemmingsplan waarmee niet wordt voorzien in aanvullende bebouwing (geen nieuw ruimtebeslag) of significante (gebruiks-)wijzigingen ten opzichte van de voorgaande onherroepelijke planologische maatregelen, betreft in beginsel geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat is op basis van jurisprudentie ook het geval, indien nog geen gebruik is gemaakt van de planologische mogelijkheden van het vorige plan. Onbenutte planologische mogelijkheden mogen in een nieuw plan worden opgenomen, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro genoemde voorwaarden. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6 lid 2) is met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen, dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. De achtergrond van de ladder voor duurzame verstedelijking is -zoals hiervoor aangegeven- zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland te bevorderen. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling.

De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Betekenis voor onderhavig plan Wanneer een ontwikkeling voorziet in een van de andere in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro genoemde stedelijke voorzieningen in de vorm van een gebouw met een bruto vloeroppervlakte kleiner dan 500 m2, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. De beoogde bedrijfsuitbreiding van circa 362 m2 betreft zodoende geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit heeft ook voor het toevoegen van de praktijk aan de woning gelegen aan de Rijksweg 21 en de aanleg van de extra ontsluitingsweg te gelden. Verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet aan de orde. Volledigheidshalve dient opgemerkt te worden dat de voorgenomen ontwikkeling een uitbreiding betreft van de bedrijfsactiviteiten, waarmee invulling wordt gegeven aan een concrete en actuele behoefte van het bedrijf ter plaatse. Het bestaande aldus bestemde bedrijfsmatige perceel gesitueerd aan de Rijksweg 19 is voor de gewenste nieuwbouw en uitbreiding daarvan de meest geschikte locatie. Hiermee is de bedrijfsmatige functie en toegestane bebouwing voor deze locatie reeds (eerder) verantwoord.

Daarnaast wordt op basis van onderhavig plan de mogelijkheid voor omschakeling c.q. verruiming van de bedrijfs- en beroepsmatige functie geboden. Door er voor te zorgen, dat bestaande en nieuwe functies in het projectgebied worden behouden en daar waar mogelijk worden geïntensiveerd, wordt tegemoetgekomen aan de doelstelling van de ladder, namelijk het zoveel mogelijk voorkomen van onnodig ruimtebeslag. Verder kunnen beide functieverruimingen gelet op hun aard en omvang niet als substantiële wijziging en daarmee nieuwe stedelijke ontwikkeling worden gekwalificeerd. De bedrijfsactiviteiten zijn verwant aan de vigerende bedrijfsbestemming en daarmee passend in het buitengebied. Verder vonden deze reeds activiteiten op circa 165 meter westelijk van Rijksweg nummer 19 reeds plaats, waarmee is aangetoond, dat het bedrijf economisch verbonden met de locatie en regio. Hieruit volgt, dat voor het planvoornemen de duurzaamheidsladder niet van toepassing is.

13

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

3.2

Provinciaal beleid Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 hebben gedeputeerde staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid. Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is, beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voorde kortere termijn (tot 2030). In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven.

Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema’s (bouwstenen) uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deel B In deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een ‘beste keuze hulp’ gemaakt.

De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond; 2. Werk samen en deel kosten en baten; 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.

14

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen: - genieten en opladen; - waarderen en beschermen van het landschap; - verbondenheid met de historie; - passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen. In de visie komen een aantal ambities en doelstellingen terug welke relevant zijn voor dit bestemmingsplan, waarbij sommige doelen onder verschillende ambities vallen. Deze worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Zeeland is een veelzijdige provincie met een groenblauw en landelijk karakter waar verschillende economische sectoren een belangrijke rol spelen. Deze sectoren zijn toerisme, de industrie, landbouw, visserij, transport en daarbij nog diverse ondersteunende sectoren. Wat betreft werkgelegenheid is het midden- en kleinbedrijf (MKB) de motor van de Zeeuwse economie. Voor 2050 zet de provincie in op een duurzame, circulaire en innovatieve economie. Daarnaast is de infrastructuur dan modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. De provincie hecht ook waarde aan de natuurvriendelijke inrichting van bedrijfsterreinen en natuurinclusief bouwen, waardoor de biodiversiteit verbetert. Daarnaast zijn recreatie en toerisme zeer belangrijk voor Zeeland, als pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid.

De toeristische infrastructuur en toegankelijkheid van alle verschillende vormen van activiteiten en routes (wandelen, fietsen, ruiterpaden, MTB etc.) is in de basis reeds op orde. Dit geldt niet alleen voor de kust, maar ook voor de andere delen van Zeeland. Deze infrastructuur versterkt voor de gasten de beleving op de rand van land en water, door mogelijkheden als buitendijks fietsen, vervoer over water door veerdiensten, pontjes en goede duiklocaties. De verplaatsing van het bestaande bedrijf vormt een duurzame ontwikkeling en betreft geen nieuwe functie in het gebied. Het is een bestaand bedrijf wat verplaatst worden naar Rijksweg 19. Verder is duidelijk sprake van een gewenste ontwikkeling op basis van de aanwezige ruimtelijke, functionele en economische structuur. Ook vanuit landschappelijk en toeristisch oogpunt is de ontwikkellocatie een logische keuze. Meer concreet: de locatie is reeds voor bedrijfsdoeleinden bestemd, grenst aan de noordzijde direct aan de rijksweg N59 alsmede een fietsroute en is reeds landschappelijk ingepast. Hiermee draagt de bedrijfsverplaatsing bij aan bovengenoemde doelstellingen. Verder zal de uitstaling en karakter van de locatie worden versterkt en het paviljoen daar een impuls c.q. een recreatieve meerwaarde aangeven. Immers, het toekomstige bedrijf zal naast bezoekers en klanten, tevens toeristen c.q.

recreanten uit de omgeving en andere regio’s trekken. Tot slot is de locatie voor alle vormen van vervoer goed bereikbaar en wordt ingespeeld op schone vormen van vervoer door onder meer het aanbieden van elektrische laadpalen. Het is daarom de verwachting, dat de toevoeging van een cultuurhistorisch element een positief effect zal hebben op de (lokale) economie alsmede het toerisme. Provinciale Omgevingsverordening Zeeland 2018 De provincie Zeeland heeft, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 21 september 2018 een nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld. Aansluitend zijn daar vijf wijzigingen op doorgevoerd. Slechts een select aantal onderdelen uit het Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Onderwerpen opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening zijn bijvoorbeeld bedrijventerrein, verblijfsrecreatie, bestaande natuur en ecologische hoofdstructuur, agrarische gebieden van ecologische betekenis, molenbiotopen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. Van gemeenten wordt een loyale bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen

15

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

van het plan, ook ten aanzien van die onderdelen van het plan die niet in de verordening zijn opgenomen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan. Voor wat betreft dit plan zijn de regels uit de Verordening aangaande de volgende aspecten van belang: - Bedrijven (artikel 2.3) De verordening stelt voorwaarden aan het creëren van een nieuw bedrijventerrein, alsmede de uitbreiding daarvan. Op basis van een onderhavig plan neemt het uitgeefbare bedrijfsareaal echter niet toe, zodat er geen specifieke voorwaarden gelden. Verder zijn de bedrijfsmatig bestemde gronden reeds landschappelijk ingepast, zodat de ruimtelijke kwaliteit en structuren niet (verdergaand) worden aangetast. - Detailhandel (artikel 2.6) Nieuwe detailhandelsvoorzieningen zijn alleen in kernwinkelgebieden toegelaten. Echter, hiervan worden op basis van bijlage B behorende bij artikel 2.6 functioneel aan het buitengebied verbonden detailhandel als ondergeschikt onderdeel van een bedrijf , uitgezonderd. Hiervan is in onderhavig geval sprake; de showroom staat ten dienste van de bedrijfsvoering en is daaraan ondergeschikt. 3.3

Gemeentelijk beleid Landschappelijk raamwerk 'Buitengebied in beweging' (2007) Het landschappelijk raamwerk “Buitengebied in beweging” is vastgesteld op 27 september 2007. Het doel van dit raamwerk is om de ruimtelijke kwaliteit te versterken en tegelijkertijd ruimte te bieden voor economische impulsen. Gestuurd wordt op beweging en dynamiek in het buitengebied, gericht op het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit en de economische vitaliteit. Het bestaande landschap is een belangrijk vertrekpunt bij het bepalen van de ontwikkelruimte voor het buitengebied. Om optimaal recht te doen aan dit uitgangspunt is het Landschappelijk Raamwerk als zelfstandig toetsingskader opgesteld. Het doel van het Landschappelijk Raamwerk is het vastleggen van het specifieke karakter van het landschap en van de landschappelijke ontwikkelruimte. Daarbij is uitsluitend gekeken naar de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het landschap ("met oogkleppen op"), zonder daarbij te letten op de aard van mogelijke ontwikkelingen (zoals de uitbreiding van een agrarisch bedrijf of vestiging van een nieuw landgoed). In het Landschappelijk Raamwerk wordt geconcludeerd dat het landschap van Schouwen-Duiveland karakteristiek is en in het algemeen hoog wordt gewaardeerd. Daarnaast wordt geconcludeerd dat het landschap een "robuust" karakter heeft.

Daarmee wordt bedoeld dat het de nodige ruimtelijke ontwikkelingen kan opvangen, zonder dat de algemene kenmerken van het gebied (de omgevingskwaliteiten) daardoor onevenredig worden aangetast. Met behoud van het karakter op hoofdlijnen biedt het landschap de nodige ontwikkelruimte voor de gebruiksfuncties van het buitengebied. In het Landschappelijk Raamwerk worden de Schouwen-Duivelandse omgevingskwaliteiten op gemeentelijk niveau benoemd. Op basis van deze omgevingskwaliteiten wordt voorts de landschappelijke ontwikkelruimte bepaald. Voor het projectgebied is de strategie en ontwikkelruimte dijklandschap van Duiveland van belang. Hierbij staat het behoud van de openheid voorop en is verdichting in beperkte mate

16

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

toelaatbaar. De ontwikkeling en het versterken van een hoogwaardig ruimtelijk beeld is wenselijk. Het vergroten van bestaande erven tot 1 à 2 ha is onder voorwaarden toelaatbaar. Met voorliggend planvoornemen wordt de verplaatsing van een bedrijf naar een bestaand bouwkavel en toevoegen van nieuwe functies planologisch-juridisch mogelijk gemaakt. De nieuwe bedrijfsbebouwing wordt landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met een geleding van het erf en afscherming van de gebouwen en bedrijfsactiviteiten, met name naar het buitengebied toe. Bij de inpassing zijn het bestaande (opgaande) groen en de kenmerken van het bestaande erf en de (directe) omgeving meegenomen, zodat een hoogwaardig ruimtelijk beeld gewaarborgd wordt. Bij dit plan blijven de bestaande kwaliteiten van de omgeving behouden, doordat geen sprake is van (significante) uitbreiding van de bestaande bouwmogelijkheden; er worden in beginsel alleen functies toegevoegd. Het voornemen is daarom inpasbaar binnen de uitgangspunten van het raamwerk. Structuurvisie Buitengebied (2009) In de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld in maart 2009, zijn de ambities van de gemeente Schouwen-Duiveland ten aanzien van de ruimtelijke ordening van het buitengebied vastgelegd. De structuurvisie is een doorvertaling van de Ruimtelijke en Strategische visie uit september 2007.

Deze visie geeft invulling aan de ontwikkelruimte die de Nota Ruimte en het Omgevingsplan bieden. In de visie wordt geconstateerd dat de maatschappelijke betekenis van het buitengebied op Schouwen-Duiveland, parallel aan de algehele ontwikkelingen in Nederland, sterk aan het veranderen is. Van een gebied dat alleen in gebruik was bij de landbouw is het buitengebied uitgegroeid tot een multifunctioneel gebied waar gewerkt, gewoond en gerecreëerd wordt. Met betrekking tot al deze functies spelen tal van ontwikkelingen die vragen om een daarop afgestemd beleid. Doel van het beleid is de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het buitengebied duurzaam te versterken en te borgen en economische ontwikkelingen te stimuleren, ontwikkelen met kwaliteit. In de structuurvisie is het buitengebied ingedeeld in diverse delen. Het onderhavige projectgebied is gelegen in het “agrarische hart” van het eiland. Ontwikkeling van nieuwe functies kan een meerwaarde betekenen voor het buitengebied. Voor deze functies wordt ruimte geboden, mits wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit en mits daar uit milieu- en planologisch oogpunt geen bezwaren tegen bestaan. Het accent ligt daarbij sterk op de meerwaarde van de nieuwe functie in ruimtelijk en economisch opzicht, en minder op het type functie en de maximale oppervlaktemaat.

Strategische visie ‘Tij van de Toekomst 2011 – 2040 (2011) De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Hierna zijn de strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven.

17

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

Werken - De economie van Schouwen-Duiveland is sterk water gerelateerd; - Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies; - Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd; - Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans; - Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland. Wonen - De gemeente heeft een kwalitatief goed en realistisch voorzieningenniveau; - In de gemeente wordt prettig en naar behoefte gewoond; - De leefbaarheid en sociale samenhang in de kernen is groot. Inwoners zijn actief en betrokken; - Er is een goed en betaalbaar aanbod van zorg en welzijn dat vraag gestuurd tot stand komt. Verblijven - De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland; - Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties; - De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt; - Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele water gerelateerde activiteiten en evenementen.

Ten aanzien van het strategische doel ‘Werken’ wordt voor kleinschalige bedrijvigheid ingezet op intensivering van het ruimtegebruik, waarbij de juiste locatie met eventueel functiemenging met wonen tot de mogelijkheden behoort. Het planvoornemen is gericht op het realiseren van bedrijfsbebouwing, op een locatie die daar gelet op de bestemming, ligging en bouw- en gebruiksmogelijkheden, daartoe uitermate geschikt is. Verder wordt naast de gehele buitenruimte van het bedrijf, ook de naastgelegen woning, waar een praktijk aan huis wordt toegevoegd, mee ontworpen. Door de bedrijfsverplaatsing wordt het mogelijk de oorspronkelijk agrarische bestemming van het perceel waar momenteel het bedrijf wordt uitgeoefend, te herstellen en daarmee aan het beschikbare landbouwareaal toe te voegen. Daarnaast richten de strategieën zich met name op de ontwikkeling van water gerelateerde kwaliteiten, welke geen concrete aanwijzingen of voorwaarden aan het beoogde planvoornemen verbinden. Het planvoornemen past binnen dit toekomstdoel. Milieubeleidsplan Schouwen-Duiveland, 2008-2010 De gemeente werkt haar lokale milieubeleid uit in een milieubeleidsplan. Dit plan beschrijft welke milieudoelen binnen welke periode moeten worden bereikt, en op welke manier. Het vakgebied milieu omvat diverse onderwerpen.

Door het grote aantal verschillende onderwerpen bestaat het risico dat het activiteitenpakket onoverzichtelijk wordt. Om die reden is ervoor gekozen het nieuwe milieubeleidsplan per milieuonderwerp te beschrijven. Elk onderwerp wordt modulair behandeld, en bij elk onderwerp is aandacht voor visie, doelstellingen en uitvoering. Hierna worden de belangrijkste aandachtspunten uit de diverse modules genoemd.

18

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

Module Geluid en Stilte (2008) - rust en stilte: streven naar zo min mogelijk gebiedsvreemde geluiden; - woonklimaat: streven naar behoud van een prettig woonklimaat, zowel binnen als buiten; - evenementen: evenementen mogen geen overlast veroorzaken; - verkeer: nieuwe wegen moeten op voldoende afstand van bestaande woningen gelegd worden, om overlast te voorkomen; - bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt om nieuwe probleemsituaties te voorkomen. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de effecten van wegen op woningen. Uitgangspunt is dat alle nieuwbouwwoningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Mochten er woningen gebouwd worden die een hogere geluidwaarde hebben, dan dient dit goed gemotiveerd te worden. Module Licht en Duisternis (2009) Anders dan in andere delen van Nederland kun je op Schouwen-Duiveland nog echte duisternis ervaren. Niet verlichten, slim, gericht en bewust verlichten zorgen er niet alleen voor dat onze duisternis behouden blijft, ze besparen vaak ook energie. Er mag slechts verlicht worden indien dit echt nodig is. Het duisternisbeleid richt zich o.a.

op de volgende sectoren: - openbare verlichting: de gemeente gaat zelf na hoe de bovengenoemde uitgangspunten - op haar eigen verlichting kunnen worden toegepast; - terreinverlichting (sport): duurzaamheid, slimme en gerichte terreinverlichting; - veldverlichting: duurzaam en goed gericht zodat er zo weinig mogelijk licht verstrooid. Module Energie en Klimaat (2009) De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een ruimtelijke inrichting waarmee rekening wordt gehouden met de klimaatverandering. Dit kan in de praktijk worden gebracht door verduurzaming en zuinig omgaan met energie. Het energiebeleid richt zich o.a. op de volgende sectoren: - gebouwen: hanteren van een 10% strengere EPC norm en het energiezuinig ontwerpen van gebouwen; - verkeer en vervoer: stimuleren van gebruik van het openbaar vervoer en de fiets; - duurzame energie: kansen onderzoeken om energieneutraal te worden. Gebruikmaken van deze kansen zoals warmtekoude opslag. Module Luchtkwaliteit (2008) De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed. Die bijzondere positie moet behouden blijven. Waar mogelijk moet er naar gestreefd worden om de luchtkwaliteit zelfs nog te verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen; autoverkeer is een belangrijke vervuilingsbron. Module Bodem (2010) Iedere bodem heeft zijn kwaliteiten.

Hier liggen kansen en knelpunten. Door in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen deze in beeld te brengen, zijn knelpunten vroegtijdig in beeld en kunnen kansen optimaal benut worden, waardoor er optimaal recht wordt gedaan aan de aanwezige bodemkwaliteiten. Hierdoor worden ook toekomstige beheerskosten beter in beeld gebracht en kunnen ze deel uitmaken van de afwegingen die leiden tot het definitieve plan. Betekenis voor het projectgebied Bij de invulling van het projectgebied zal met bovenstaande modules rekening moeten worden gehouden. Waar relevant wordt in Hoofdstuk 4 nader ingegaan en wordt het planvoornemen getoetst aan het gemeentelijke beleid van de diverse milieuaspecten.

19

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

Nota welstandsbeleid Schouwen-Duiveland (vastgesteld 27 mei 2004, evaluatie 2010) Uitgangspunten De gemeentelijke overheid heeft de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving in het algemeen en de visuele- of beeldkwaliteit in het bijzonder. In de Woningwet (vanaf 1 januari 2003) wordt de gemeenteraad verplicht: - burgers, ruim voordat ruimtelijk planvormingsprocessen worden afgesloten, concreet duidelijk te maken wat het wettelijk criterium ‘redelijke eisen van welstand’ inhoudt; - ruim vooraf een zo concreet mogelijk inhoudelijk toetsingskader te bieden dat door B&W en de welstandscommissie bij de uitoefening van hun wettelijke taken moet worden gehanteerd. Dergelijke criteria dienen te worden opgenomen in een gemeentelijke welstandsnota. Voordat het gebiedsgericht welstandsbeleid opgesteld wordt, is het echter van belang te beschikken over een beleidskader inzake de ruimtelijk-visuele kwaliteit van het gehele gemeentelijk grondgebied.

‘Beeldkwaliteitskader als basis voor het welstandsbeleid’ Middels een uitgebreide inventarisatie en analyse van zowel de bestaande beleidsstukken als van de ruimtelijke structuur van het gemeentelijke grondgebied, blijkt dat Schouwen-Duiveland onder te verdelen is in een aantal gebieden en/of clusters van gebieden met gelijke kenmerken en eigenschappen op stedenbouwkundige, architectonische, functionele en/of thematische gronden. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Schouwen-Duiveland. Het gaat met name om criteria ter beoordeling van regulier omgevingsvergunningplichtige bouwwerken. Daarnaast omvatten de gebiedsuitwerkingen eventueel ook criteria voor de veel voorkomende kleine bouwplannen, aanvullend op de sneltoetscriteria. Gebaseerd op de ruimtelijke opbouw is onderscheid gemaakt naar een vijftal verschillende gebiedscategorieën (thema’s) onderverdeeld in 19 deelgebieden met overeenkomstige kenmerken en eigenschappen. De volgende gebiedscategorieën zijn aangegeven: - dorpskernen; - planmatige uitbreidingen; - bedrijfs- en haventerreinen; - sport en recreatie; - buitengebied.

Binnen het selectieve gebiedsgerichte welstandsbeleid is het van belang om vast te stellen in welke gebieden meer regulering gewenst is en in welke gebieden minder. Dit is inzichtelijk gemaakt door het vastleggen van zogenaamde welstandsniveaus. In Schouwen-Duiveland wordt gebruik gemaakt van een viertal welstandsniveaus: 1. Beschermde stads- en dorpsgezichten (extra bescherming gericht op consolidatie van historische context); 2. Bijzondere welstandsgebieden (extra inspanning tot voordeel van de bestaande of gewenste ruimtelijke kwaliteit); 3. Reguliere welstandsgebieden (normale inspanning gericht op het handhaven van de basiskwaliteit); 4. Welstandsvrije gebieden (geen welstandstoetsing). Relevantie voor het projectgebied volgens de welstandsnota Onderhavig projectgebied valt onder welstandsniveau 3 voor het agrarische landschap: regulier welstandsgebied.

20

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

Welstandscriteria De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de gehele gebiedsbeschrijving van het desbetreffende deelgebied waarop de vergunningsaanvraag van toepassing is, te worden gehanteerd. Algemeen: - Behouden en waar noodzakelijk versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit en waarde van het agrarische landschap als geheel. - Respecteren van de karakteristieke openheid van het landschap. Handhaven van de bestaande zichtlijnen en doorzichten langs de landschappelijke hoofdstructuren. - (Vervangende) nieuwbouw vormgeven in relatie tot het omliggende landschap. Plaatsing: - Respecteren van het bestaande gespreide bebouwingspatroon. - Respecteren van de bestaande omliggende bebouwing en het ensemble van gebouwen op het erf als geheel bij (vervangende) nieuwbouw. Streven naar inpassing in aanwezige landschappelijke structuur. Massa en vorm: - Afstemmen van (vervangende) nieuwbouw op de bebouwingshoogte en –massa van de omliggende bebouwing of het ensemble van gebouwen als geheel. - Streven naar vormgeving van bedrijfsbebouwing bestaande uit een onderbouw op een herkenbare en in verhouding uitgevoerde gemetselde plint, die wordt afgedekt met een schilddak of zadeldak zonder wolfseinden. Gevelkarakteristiek: - Respecteren van de oorspronkelijke bouwstijl en materialisering bij renovatie of verbouwing.

Detaillering, kleur en materiaal - Uitsluiten van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en materialen. - Respecteren van de oorspronkelijke detaillering en ornamentiek bij renovatie of verbouwing. - Hoofdzakelijk gebruik van beton of kunststof is niet toegestaan. Ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten op het gebied van beeldkwaliteit van de gebouwen en de omgeving voorgelegd aan de gecombineerde welstands- en monumentencommissie. De welstandscommissie kan zich vinden in de geformuleerde uitgangspunten. Deze uitgangspunten gelden als toetsingskader bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Ontwerp Omgevingsvisie Landelijk gebied Schouwen-Duiveland Op 28 november 2018 is een ontwerp van de omgevingsvisie Landelijk gebied Schouwen-Duiveland ter inzage gelegd. De omgevingsvisie is de opvolger van het Landschappelijk raamwerk 'Buitengebied in beweging' uit 2007 en de structuurvisie uit 2009. De omgevingsvisie is enerzijds opgesteld omdat de gemeente over actueel beleid wilt beschikken om in te spelen op initiatieven uit de samenleving, om initiatieven aan te zwengelen en voor de eigen werkzaamheden en anderzijds door de komst van de Omgevingswet. De omgevingsvisie, een van de onderdelen van de Omgevingswet, is een nieuwe planvorm die de oude planvorm, de structuurvisie, gaat

21

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

vervangen. De Omgevingswet is nog niet van kracht. Deze visie is opgesteld ‘in de geest van de Omgevingswet’, maar zal formeel als een structuurvisie conform de Wro worden vastgesteld. De omgevingsvisie landelijk gebied is de handleiding voor concrete initiatieven in het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland. De gemeente heeft samen met actieve partijen, inwoners en ondernemers bedacht wat ze belangrijk vinden. Dit is vervolgens vertaald in gebiedsdoelen en zijn er voorstellen hoe de verschillende partijen dat met elkaar willen bereiken. De hoofddoelstelling van de omgevingsvisie luidt: 'Versterk het goud, versnel de vernieuwing.' Deze hoofdoelstelling is uitgewerkt in 9 thema's welke de basis vormen van het beleid voor het landelijk gebied. De 9 thema's bestaan uit: 1. Vitaal landelijk gebied; 2. Behouden en uitbouwen van ons goud; 3. De grote veranderingen – klimaatadaptie; 4. De grote veranderingen – energietransitie; 5. Versnel de vernieuwing; 6. De rand van het eiland en de grote wateren; 7. De overheid in het landelijk gebied; 8. Gezondheid in het landelijk gebied; 9. Biodiversiteit in het landelijk gebied. Het projectgebied waar de visie voor het landelijk gebied over gaat is het deel van het eiland ten oosten van de lijn Recreatieverdeelweg-Kraaijensteijnweg met uitzondering van de daarin gelegen stadjes, dorpen en recreatieterreinen.

De visie gaat daarnaast ook over de Grevelingen en de Oosterschelde. De inzagetermijn van het ontwerp Omgevingsvisie landelijk gebied is verlopen, echter is de visie nog niet vastgesteld en daarmee nog geen geldend beleid. Zodoende heeft enkel toetsing plaatsgevonden aan het geldende beleid waarop in onderhavige paragraaf wordt ingegaan. 3.4

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan aansluit bij het beleid zoals dat is geformuleerd door de provincie Zeeland. Daarnaast voldoet het onderhavige plan aan het beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland. Door het benutten van de reeds voor bedrijfsmatige doeleinden bestemde locatie direct grenzend aan de rijksweg N59 voor de bouw van nieuwe bedrijfsbebouwing met paviljoen, worden de ruimtelijke, cultuurhistorische, functionele en verkeerskundige kwaliteiten van de gemeente Schouwen-Duiveland versterkt.

22

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 te Nieuwerkerk’

4.

KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING

4.1

Planologische- en milieuaspecten Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een bouwplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient te worden onderzocht welke milieu-hygiënische aspecten daarbij een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit plan relevante milieuaspecten behandeld.

4.2

Bodem Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Daarbij dient, op basis van de gemeentelijke Module Bodem (2010) aandacht te worden besteed aan de milieu hygiënische bodemkwaliteit. Milieu hygiënische bodemkwaliteit Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Voor alle locaties waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Het Besluit bodemkwaliteit omvat de regels rond grondverzet, bouwstoffen en een stuk kwaliteitsboring. Duurzaam bodemgebruik Realiseren van duurzaam bodemgebruik door rekening te houden met de lokale bodemkwaliteiten. De bodem biedt zowel kansen als belemmeringen. Door deze eigenschappen af te stemmen met de (ruimtelijke) ontwikkeling kan duurzaam bodemgebruik worden gerealiseerd. Thema's die hier worden meegenomen zijn o.a. zettingsgevoeligheid, bodemsoort, kabels en leidingen, grondwater en het gebruik van bodemenergie.

Door Milieu Consultancy Group Zuidwest B.V. is op 27 januari 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het perceel Rijksweg 19 te Nieuwerkerk. De locatie Rijksweg 21 wijzigt niet en is daarmee dus verder niet onderzocht. Het rapport is opgenomen in bijlage 3 en hieronder zijn de resultaten overgenomen: - In de bovengrond is een sterk verhoogd gehalte PAK en matig verhoogde gehalten koper en lood aangetroffen. Verder zijn in een mengmonster diverse zware metalen en minerale olie geconstateerd. - In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten zink, molybdeen en xylenen aangetroffen. - De hypothese ‘verdacht’ dient op basis hiervan formeel te worden aangenomen. Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Daarnaast is een gedeelte van de locatie waar de ontwikkeling plaatsvindt nog niet onderzocht. Naast het afperken van de verontreiniging dient dit tevens nog onderzocht te worden. Vanwege instortingsgevaar is het niet mogelijk werkzaamheden in en rond het gebouw uit te voeren. Het aanvullende onderzoek en de bodemsanering dienen na de sloop te worden uitgevoerd, voor die tijd mag niet gebouwd worden. Op basis van de huidige resultaten zal er geen sprake zijn van een spoedeisende

23

Ruimtelijke onderbouwing ‘Rijksweg 19 en 21 Nieuwerkerk’

locatie. De onderzoeksinspanningen worden verplaatst naar een later stadium (omgevingsvergunning voor bouwen). De bodem is met het nemen van aanvullende voorwaarden geschikt voor het beoogde doel. In de omgevingsvergunning worden aanvullende voorschriften opgenomen om bouwen op verontreinigde grond te voorkomen. Er mag niet gebouwd worden zonder het in acht nemen van deze voorschriften. 4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12302473/2