CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

734781 Bijlage Rietdijk 12 Zonnemaire vastgesteld 1 Toelichting

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Bestemmingsplan Rietdijk 12 Zonnemaire (734781)21.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Gebiesbescherming Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. In de directe omgeving zijn twee gebieden die vallen onder het NNN: buitendijkse gronden langs de Grevelingen; bloemdijk de Rietdijk. De buitendijkse gronden langs de Grevelingen worden nu gebruikt als strand. Een geringe toename van het aantal recreanten zal niet leiden tot een aantasting van de huidige natuurwaarden van het strand.

Aan de westzijde is de Rietdijk gelegen. Deze dijk heeft de status van bloemdijk. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor de NNN, aangezien de structuur en de bermen van de dijk niet worden aangetast. Daarnaast krijgt dit in eigendom van Landschapscamping de Kijkuit zijnde deel van de dijk in onderliggend bestemmingsplan een Natuur bestemming en zullen de waarden van dit deel van de bloemdijk worden versterkt door specifiek natuurbeheer.

Negatieve effecten op de NNN worden uitgesloten.

62

Natura 2000-gebieden Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Ten noorden van de ontwikkeling op circa 450 meter is wel het Natura 2000-gebied Grevelingen gelegen. De ontwikkeling grenst aan het Natura-2000 gebied de Grevelingen. De ontwikkeling betreft het uit gebruik halen van circa 2 hectare agrarische grond en de uitbreiding van de landschapscamping, waarvan een deel voor duurzame akker- en tuinbouw.

De realisatie van de camping zal tijdens de bouwfase niet leiden tot verstoring van de Grevelingen. Het toevoegen van de extra eenheden bij de bestaande recreatieve voorzieningen in de omgeving leidt niet tot een merkbare toename van de verstoring. Er is een vrijstelling van de vergunningplicht voor tijdelijke stikstofdepositie in de aanlegfase van bouwprojecten opgenomen in de wet Stikstofreductie en natuurverbetering.

Er is in AERIUS Calculator een berekening gedaan waaruit blijkt dat er door de toename van verkeer zorgt voor extra stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden. Echter is de afname van stikstofdepositie op deze gebieden door het uit gebruik nemen van agrarische gronden en de daarmee gepaard gaande bemesting groter dan deze toename. Per saldo is er dan ook sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden met stikstofgevoelige habitats. In de aanlegfase is er sprake van een geringe stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats. De Stikstofberekening is opgenomen in bijlage 12 .

Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde soorten of op natuurwaarden in Natura 2000 of NN-gebieden mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden. Het beleid van de provincie en de Wet natuurbescherming staan het project niet in de weg, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden en voldaarn wordt aan de gestelde voorwaarden voor wat betreft beschermde soorten.

4.12

Kabels en leidingen

In het projectgebied liggen geen planologisch relevante leidingen. In of in de nabijheid van het projectgebied liggen wel diverse niet-planologisch relevante leidingen, zoals rioolleidingen, leidingen voor nutsvoorzieningen en drainageleidingen. Deze kabels en leidingen zijn veelal aangelegd langs of in combinatie met de aanwezige infrastructuur.

4.13

Landschappelijke inpassing

Beleid Voor nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied geldt dat zij aansluiten bij het bestaande karakter van het landschap. Als algemeen uitgangspunt geldt daarom dat een nieuwe ontwikkeling zodanig in het landschap moet worden ingebed dat het als een logisch onderdeel deel uitmaakt van het landschap. Hiervoor wordt uitgegaan van een 10 meter brede zone. Maatwerk behoort hierdoor tot de mogelijkheden. Wanneer alternatieve maatregelen worden getroffen dient uit de ruimtelijke onderbouwing te blijken dat de maatregelen die worden getroffen qua investering gelijkwaardig zijn aan het realiseren van een 10 meter brede zone.

63

Onderzoek en conclusie Er wordt voldaan aan een goede landschappelijke inpassing. Er zijn tussen de gemeente en de initiatiefnemer afspraken gemaakt om op deze locatie maatwerk toe te passen. Deze afspraken worden, door middel van een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd. Daarnaast is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Voor de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar paragraaf 2.3.

4.14

Besluit m.e.r.

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de uitbreiding van een recreatieterrein met ongeveer 1,4 hectare. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu.

Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m.e.r-beoordelingsnotitie opgesteld op basis waarvan het bevoegd gezag heeft besloten dat geen milieueffectrapportage voor de voorgenomen planontwikkeling noodzakelijk is. Het besluit vormvrije m.e.r. is bijgevoegd als bijlage 13.

64

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Wettelijk kader

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke standaardregels voor de bestemmingsplannen zijn van belang voor bestemmingsplannen.

5.2

Regels

Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de regels opgenomen van de bestemmingen, zoals die op de verbeelding voorkomen. Het gaat daarbij om regels die het toelaatbaar gebruik van gronden regelen en regels voor het bouwen. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel en de algemene bouwregels. De overgangs- en slotregels in hoofdstuk 4 geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 is de beoogde ontwikkeling beschreven. Hierna wordt ingegaan op de regels van de gehanteerde bestemmingen in relatie met de beoogde ontwikkeling

Agrarisch (Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen voor de gronden die in de huidige en toekomstige situatie gebruikt worden voor akkerland, kleinvee (schapen, kippen varkens etc). en hooiland. Op de gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht. Er zijn een aantal gebruiksmogelijkheden als opslag van mest uitgesloten en fruitteelt binnen 50 meter van woningen. Waterbassins zijn niet toegestaan, de zoetwaterbuffer die beoogd is zal in het land, niet verhoogd worden aangelegd en wordt dan ook niet als bouwwerk beschouwd. Derhalve is de zoetwaterbuffer binnen de bestemming Agrarisch toegestaan. Ter plaatse van de wei voor kleinvee ten zuiden van het erf geldt de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuur', hier is een schuur ten behoeve van de stalling van het kleinvee toegestaan.

Gemengd (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen voor de gronden rondom het erf. De bebouwing en de gronden worden hier voor zowel het agrarische bedrijf als het recreatiebedrijf gebruikt. Uitgangspunt is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. Binnen deze bestemming is dan ook zowel het gebruik en de bebouwing behorende bij het agrarische bedrijf als het

65

recreatiebedrijf toegestaan. Tevens is conform het geldende bestemmingsplan één bedrijfswoning toegestaan. De bouw- en gebruiksregels zijn gebaseerd op de standaardregels Agrarisch Grondgebonden van de gemeente Schouwen-Duiveland en de bestemming Recreatie - Kampeerterrein uit onderliggend bestemmingsplan. Op de standplaatsen zijn stacaravans en privé sanitair toegestaan. Kampeerhuisjes zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kampeerhuisje' en winterstalling is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -winterstalling'.

Binnen deze bestemming is het mogelijk lichte, ondersteunende horeca (categorie 1a dan wel 1b van de Staat van Horeca-activiteiten), en detailhandel te exploiteren. Voor horeca geldt een maximum oppervlak van 350 m2 (exclusief terras). De standaardmaat voor ondersteunende detailhandel (ten hoogste 150 m2) geldt als maximum.

Groen - Landschappelijk (Artikel 5) Deze bestemming is opgenomen voor groene randen van Landschapscamping Kijkuit en regelt primair de landschappelijke inpassing van het recreatieterrein door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten, grasstroken en water. Er is een standaardbreedte van 10 meter aangehouden voor het grootste deel van de inpassing. Aan de noordzijde bevindt is de inpassing deels binnen de bestemming Groen - Landschappelijk en deels binnen de bestemming Natuur vastgelegd.

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht en ook een enkel gebouw voor nutsvoorzieningen. Ter bescherming van de hiervoor genoemde waarden zijn bepaalde werken en werkzaamheden alleen met een omgevingsvergunning toegestaan.

Natuur (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen voor de bestaande Natuur van het karreveld aan de noordzijde, de kreek het landschap hieromheen, de bloemdijk op de Rietdijk en het bloemrijke grasland aan de zuidzijde. Hier worden de bestaande natuurwaarden behouden en nieuwe natuurwaarden versterkt.

Aan de noordzijde van het plangebied is het de zuidelijke rand met Natuurbestemming in combinatie met de beplanting binnen de Groenbestemming die de landschappelijk inpassing van het kampeerterrein vormt. Omdat 'landschappelijke afscherming' niet direct verband houdt met een natuurbestemming, is een aanduiding opgenomen waarmee deze aanvullende functie wordt geregeld en ook de directe relatie met de camping wordt gelegd. In de regels van Artikel 7 Recreatie - Kampeerterrein (lid 7.3.1 onder j) is aan deze aanduiding een voorwaardelijke verplichting gekoppeld waarmee de instandhouding en het beheer van de beplanting worden geborgd.

Recreatie - Kampeerterrein (Artikel 7) Het kampeerterrein waar standplaatsen mogelijk zijn heeft grotendeels (uitgezonderd het deel binnen de bestemming Gemengd) deze bestemming. Op het kampeerterrein zijn doormiddel van een aanduiding een maximaal aantal permanente standplaatsen en kampeerhuisjes toegestaan. Daarnaast is een aanduiding opgenomen voor het toestaan van de 2 bestaande recreatiewoningen, winterstalling in het noordwesten en kampeerhuisjes op de bestaande landschapscamping.

66

Op alle standplaatsen is privé-sanitairen een accommodatie in de vorm van een stacaravan mogelijk, waarbij een stacaravan een begrip is voor een kampeermiddel uit één niet-samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoert kan worden met een maximale oppervlakte van 55 m2 en maximaal 5 m hoog, gemeten vanaf het afgewerkt bouwterrein.

Om de landschappelijk inpassing van de camping te waarborgen, is de regels van (lid 7.3.1) een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie toelichting op Artikel 5 Groen - Landschappelijk en Artikel 6 Natuur).

De toegestane bebouwing betreft bebouwing behorende bij het kampeerterrein zoals kampeerhuisjes (maximaal 75 m²), recreatiewoningen (75 m²), stacaravans (55 m²), privé sanitair (6 m² per stuk, tevens met maximaal 4 geclusterd toegestaan) en gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer (ten hoogste 3% van de oppervlakte van de gronden met de bestemmingen Recreatie - Kampeerterrein, Agrarisch, Verkeer en Natuur, voor zover deze bij het betreffende recreatiebedrijf horen). De schaapskooi in het zuiden van de nieuwe landschapscamping valt onder overige bebouwing ten behoeve van het onderhoud en beheer buiten het bouwvlak.

Verkeer (Artikel 8) Deze bestemming is opgenomen voor de Rietdijk Richting het erf die de ontsluiting van zowel het agrarische bedrijf als het recreatiebedrijf vormt. De bestemming spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 7 (Artikel 9) In het bestemmingsplan is 1 archeologische dubbelbestemming opgenomen. De dubbelbestemming is met een arcering op de verbeelding weergegeven. De bestemming valt samen met de bestemmingen Natuur, Groen - Landschappelijk en Recreatie - Kampeerterrein. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. Hiervoor is het beleid zoals dat is vermeld in paragraaf 4.3 leidend. De regeling is gebaseerd op de standaardregels in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

Algemene regels Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen.

Anti-dubbeltelregel (Artikel 10) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro verplicht voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.

Algemene bouwregels (Artikel 11) Dit artikel bevat één lid, namelijk lid 11.1. Dit is een regeling voor bestaande maten die afwijken van de voorgeschreven maten in deze regels. Het artikel betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling. Met deze bepaling wordt voorkomen dat bestaande bouwwerken, die wat betreft

67

afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, onbedoeld - geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht komen te vallen. In de bepaling is nadrukkelijk vastgelegd dat op de bedoelde bestaande afwijkingen het overgangsrecht niet van toepassing is.

Algemene gebruiksregels (Artikel 12) Dit artikel is een bepaling uit de standaardregels van de gemeente Schouwen-Duiveland en bevat een verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de aan de grond gegeven bestemming(en).

Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen.

Overige regels (Artikel 14) Dit artikel bevat twee subleden, namelijk '14.1 Werking wettelijke regelingen' en '14.2 Parkeerregeling'. Ten aanzien van lid 14.1 wordt het volgende opgemerkt. In de regels van bestemmingsplannen wordt met enige regelmaat verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad.

In lid 14.2 zijn de parkeerregels opgenomen.

Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen In artikel 15 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 15.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 15.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.

68

Hoofdstuk 6 6.1

Financiële aspecten

Grondexploitatie en kostenverhaal

In de Wet ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal door de gemeente opgenomen. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (anterieure overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). Er is sprake van kostenverhaal (artikelen 6.2.3. tot en met 6.2.5. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) als een bouwplan zoals aangegeven in artikel 6.2.1 Bro wordt mogelijk gemaakt. Volgens dit laatste artikel gaat het om a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.

De voorgenomen ontwikkelingen (zie paragraaf 2.3) zijn niet aan te merken als een dergelijk bouwplan. Dat betekent dat kostenverhaal niet aan de orde is. Voor de planologische procedure worden leges in rekening gebracht

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voorliggende ontwikkeling wordt geheel bekostigd door Landschapscamping Kijkuit, waaronder ook eventuele planschadeclaims. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn er ten aanzien van de uitvoering geen financieel - economische risico's aan het initiatief verbonden. De gemeente is van mening dat de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd.

69

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1

Resultaten overleg

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de volgende instanties (de wettelijke vooroverlegpartners): Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen; Veiligheidsregio Zeeland; De leidingbeheerders in het gebied. De reacties van deze instanties worden beoordeeld en voor zover dat nodig is, zal het bestemmingsplan of deze toelichting daarop worden aangepast. De resultaten zijn verwerkt in een antwoordnota die in bijlage 14 is opgenomen.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan worden verschillende fasen doorlopen. Voor een belangrijk deel zijn deze fasen wettelijk vastgelegd. De fase van een voorontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende inspraakprocedure is niet vast voorgeschreven. Gezien met de direct omwonenden en belangenverenigingen in het kader van het ontwerp van de camping uitvoerig is gesproken Hiervoor is niet gekozen. Wel zullen direct belanghebbenden worden uitgenodigd om kennis te nemen van het plan.

Het plan voor de kwaliteitsverbetering en uitbreiding van de landschapscamping is in verschillende fase en met meerdere overlegmomenten tot stand gekomen. De initiatiefnemer hecht er waarde aan dat het een breed gedragen initiatief is. Er is meerder malen overleg geweest met de buurt en met natuurverenigingen waarop het plan is aangepast. Daarnaast is begin juli 2020 een presentatie van het plan aan de gemeenteraad gehouden. In bijlage 2 is weergegeven welke aanpassingen gedaan zijn naar aanleiding van deze overleggen, in bijlage 3 is een overzicht van de gevoerde overleggen in opgenomen. Daarnaast is in bijlage 14 de nota vooroverleg

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft van 23 mei 2022 tot en met 4 juli 2022 ter inzage gelegen voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikelen 3.8, lid 1, en 3.30 Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze periode zijn 11 zienswijzen ingekomen. Een samenvatting en beantwoording van de zienswijzen is in nota zienswijzen opgenomen. De nota zienswijzen is opgenomen in bijlage 16. Hierin is tevens vermeld op welke wijze het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen.

70

Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 F (0111) 452 452 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12221788/1