734781 Bijlage Rietdijk 12 Zonnemaire vastgesteld 1 Toelichting
Tekst van het document
RIETDIJK 12 ZONNEMAIRE Toelichting bestemmingsplan, vastgesteld
Rietdijk 12 Zonnemaire Schouwen-Duiveland
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identif icatiecode:
datum:
status:
20-05-2022 26-01-2022
ontwerp vastgesteld
NL.IMRO.1676.00318BphZO433861-VA01 projectnummer:
040548.20200583 opdrachtleider:
D. Gooijers
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
9 9 10 11 16 21 24 26 26
Beleidskader
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Omgevingsaspecten
Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Archeologie Cultuurhistorie Waterhuishouding Verkeersaspecten Wegverkeerslawaai Milieuhinder en bedrijven Luchtkwaliteit Externe veiligheid Ecologie Kabels en leidingen Landschappelijke inpassing Besluit m.e.r.
Hoofdstuk 5 5.1
6 6 7 8
Planbeschrijving
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
6
Huidige situatie Programma Ruimtelijke opzet Duurzaamheid Verweving landbouw en recreatie Doelgroep Beoogde accommodaties Natuurcompensatie
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding
Aanleiding en doel Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
5
Wettelijk kader
Juridische aspecten
27 27 27 29 34
45 45 46 47 48 49 50 52 53 56 58 60 63 63 64
65 65
3
5.2
Regels
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
4
Financiële aspecten
Grondexploitatie en kostenverhaal Financiële uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
65
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Resultaten overleg Maatschappelijke uitvoerbaarheid Zienswijzen
69 69 69
70 70 70 70
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Landschapscamping Kijkuit, gelegen aan de Rietdijk 12 te Zonnemaire, heeft de ambitie om de bestaande landschapscamping te herontwikkelen tot een duurzaam recreatieterrein waar natuur, (biologische) landbouw en recreatie met elkaar verweven zijn. Daarnaast wordt ingespeeld op klimaatadaptatie in de vorm van een zoetwaterbuffer voor landbouwers in de omgeving (in het voorjaar) en extra waterberging (opvang extremen regenwater). Inrichting en beheer zijn gericht op het vergroten van natuurwaarden op het bedrijf en versterken van het Natuurnetwerk Zeeland. De beleefbaarheid van deze natuurwaarden en nieuwe kreken zal worden vergoot door de uitbreiding van het bestaande openbare wandelpad. Als gevolg van beleidswijzigingen worden, planologisch gezien, de landschapscamping en minicamping omgevormd naar een reguliere camping. Hierbij wordt door de initiatiefnemers gebruik gemaakt van de uitbreidingsmogelijkheid van maximaal 30% (kwaliteitsverbetering en duurzaamheid) en zal het aantal eenheden uitbreiden van 87 naar 111, waarvan op termijn maximaal 33 eenheden als duurzaam en circulair opgezet 'kampeerhuisje' zullen worden ontwikkeld.
Uitbreiding van het aantal eenheden is nodig om een duurzame kwaliteitsslag te kunnen maken en het familiebedrijf op termijn aan de volgende generatie over te kunnen dragen, waarbij het niet meer afhankelijk is van de traditionele Landbouw en focus komt te liggen op biologische landbouw.
De ontwikkeling past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Het college heeft aangeven in principe medewerking te willen verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Hiervoor dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderliggend bestemmingsplan geeft hier uitwerking aan.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt aan de Rietdijk in de gemeente Schouwen-Duiveland ten noorden van de kern Zonnemaire. Het plangebied wordt door de Zeedijk gescheiden van de Grevelingen.
6
Figuur 1.1 Ligging plangebied, rood omrand (bron: OpenStreetMap)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld op 26 maart 2009. In het geldende bestemmingsplan is Landschapscamping Kijkuit deels bestemd als Recreatie – Verblijfsrecreatie met de aanduidingen ' landschapscamping' en 'minicamping', deels als Natuur met de aanduiding landschapscamping en deels als Agrarisch met de aanduidingen 'landschapscamping', 'minicamping' en 'Nieuwe Economische Drager' (zie ook figuur 1.2).
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied'
Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn voor de landschapscamping 60 eenheden en voor de minicamping 25 eenheden (waarvan 5 permanente standplaatsen) toegestaan. Daarnaast zijn ter plaatse van de aanduiding 'nieuwe economische drager' (NED) 2 recreatiewoningen met een totaal oppervlak van maximaal 150 m² toegestaan.
De gronden met de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie zijn bestemd voor verblijfsrecreatie in de vorm van de landschapscamping en minicamping en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Op de 5 permanente standplaatsen die zijn toegestaan mogen stacaravans komen te staan. Gebouwen ten behoeve van het recreatief verblijf en het sanitair mogen een maximale inhoud van 100 m³ hebben en een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Daarnaast is het verboden om zonder of in afwijking van een vergunning struiken of bomen te vellen en gronden te beplanten met opgaande beplanting.
7
De gronden met de bestemming Natuur met de aanduiding 'landschapscamping' zijn naast het behoud, herstel en de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden tevens bestemd voor natuur- en landschapswaarden behorende bij de landschapscamping. Het oppervlak van deze gronden bedraagt 5 hectare.
De gronden met de bestemming Agrarisch zijn naast gebruik voor de landschapscamping en minicamping ook bestemd voor het grondgebonden agrarische bedrijf, ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen en bij de bestemming behorende voorzieningen. Teplaatse van de aanduiding 'natuurwaarden' zijn de gronden tevens bestemd voor de aan een gebied toegekende waarden in verband met de aanwezige flora en fauna. Binnen het agrarische bouwvlak zijn agrarische bedrijfsgebouwen en overkappingen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 12 meter en een bedrijfswoning met een inhoud van 750 m³ toegestaan. Ook zijn hier sanitaire voorzieningen en recreatieruimten met een oppervlakte van maximaal 100 m² voor de minicamping toegestaan.
De beoogde ontwikkeling is binnen het geldende bestemmingsplan niet mogelijk.
1.4
Leeswijzer
In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven waaraan een toelichting op een bestemmingsplan moet voldoen. De in het plan gemaakte keuze van bestemmingen moeten worden verantwoord en er moet inzicht worden gegeven over de uitvoerbaarheid van een plan. In verband hiermee heeft deze toelichting de volgende opzet. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie (feitelijk aanwezig) beschreven. Vervolgens worden de nieuwe situatie en de verschillende bijbehorende aspecten van het plan toegelicht. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan omgevingsaspecten (sectorale wetgeving). In hoofdstuk 5 wordt wijze waarop de nieuwe situatie planologisch-juridisch is verwerkt in dit bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 6 en 7 wordt ingegaan op respectievelijk de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk wordt ook de procedure beschreven.
8
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn in het westen van het plangebied een grasland en kreek te vinden, centraal in het plangebied ligt de agrarische en recreatieve bebouwing met daaromheen de plaatsen van de camping. Het zuidelijke deel is akkerbouw.
Figuur 2.1.1 Huidige situatie, plangebied paars omrand (bron: luchtfoto 2019 Kadaster Nederland)
De huidige landschapscamping heeft een oppervlakte van 5,9 ha dat in gebruik is voor standplaatsen en voorzieningen, exclusief het erf en het natuurgedeelte. Bruto is dat circa 690 m2 per standplaats.
De netto grootte van de standplaatsen varieert van 190 m2 op het gedeelte van de mini-camping tot 375
9
m2 op de recent aangelegde standplaatsen.
Figuur 2.1.2 Oppervlakte Landschapscamping exclusief natuur en erf
2.2
Programma
Op de nieuwe camping worden 111 plaatsen mogelijk en 2 recreatiewoningen. Op maximaal 33 plaatsen zullen op termijn accommodaties met een oppervlak van maximaal 75 m² gerealiseerd worden. Dit zal in de loop van de jaren gebeuren, met enkele eenheden per jaar, afhankelijk van de vraag vanuit de markt en de investeringsruimte. Het terrein van de camping zal heringericht worden en uitgebreid worden in zuidelijke richting. Bij verschillende plaatsen zal op termijn privé sanitair gebouwd worden. Er zal gebruikt gemaakt worden van de bestaande faciliteiten en bebouwing van de camping voor ontvangst en recreatieruimte. De ruime opzet en groene inrichting van de camping is een de meerwaarde van de bestaande landschapscamping en zal ook in de nieuwe inrichting gehandhaafd blijven.
Het thema van de camping is duurzaamheid en voedsel. Daarbij is de voedselfunctie van het land als hoofdpijler gebruik. In het zuiden wordt de agrarische grond gebruikt als pluktuin, voor ecologische teelten en zullen activiteiten rondom onderhoud en oogst van het land georganiseerd worden voor de gasten. Rondom de standplaatsen worden soorten als hazelnoot, bessenstruiken, kruidentuinen, bloemenvelden en vlindertuinen gerealiseerd.
10
2.3
Ruimtelijke opzet
Het project bestaat uit de herinrichting van het terrein dat momenteel in gebruik is voor de landschapscamping en de uitbreiding van de camping op het zuidelijke deel van het plangebied. Het westelijk deel van het plangebied wordt omgevormd van agrarisch naar natuur (kreek, grasland en bloemdijk). Er is een integraal ontwerp (bijlage 1) gemaakt voor de nieuwe camping waarin het landschap een belangrijke rol speelt. Het plan is tot stand gekomen na overleg met verschillende belanghebbenden, waarbij het open polder landschap, een zone tussen de verschillende recreatieterreinen en natuur belangrijke gesprekspunten geweest zijn. Het plan is zo compact mogelijk gebleven zonder de kwaliteit van de camping te verliezen, waardoor er een ruime zone tussen Landschapscamping de Kijkuit en zuidelijk gelegen recreatieterrein blijft behouden en tegelijkertijd de zichtlijnen vanaf de Rietdijk blijven behouden. Deze zone wordt ingericht met zoetwaterbuffers, ecologische landbouw en bloemrijk grasland met een wadi, hier zijn geen gebouwen mogelijk, de zone sluit dan ook aan op het open polderlandschap. Het bestaande openbare wandelad op landschapscamping Kijkuit dat vanaf de Rietdijk naar de Zeedijk loopt, wordt uitgebreid aan de zuidzijde. Van dit pad werd al veelvuldig door buurtbewoners gebruik gemaakt en daar wordt nu een lus, aan de zuidzijde langs de zoetwaterbuffers, aan toegevoegd.
Dit voor optimale beleving van het nieuwe landschap door zowel bezoekers als buurtbewoners.
Er is een inventarisatie gedaan van de bestaande natuurwaarden (zie ook paragraaf 2.8) en een aantal gebieden aangewezen waar de natuurwaarden beter tot ontwikkeling kunnen komen die in dit plan ook een Natuurbestemming krijgen. In bijlage 4 is het landschaps- en beeldkwaliteitsplan uitgebreid beschreven. Hierna wordt de opzet van het plan kort beschreven.
Het plan is opgebouwd uit verschillende deelgebieden: het agrarisch bedrijf; het gebied met standplaatsen; de agrarische belevingsruimte; de natuurlijke belevingsruimte.
11
Figuur 2.3.1 Inrichtingstekening camping (bron: Rho adviseurs)
Het agrarische bedrijf Het agrarische bedrijf is gevestigd in de bestaande bebouwing behorende bij het erf. In deze bebouwing bevindt zich daarnaast de receptie en recreatieruimte voor de camping. Deze opzet blijft gelijk met de huidige situatie. Er is de mogelijkheid dat er een tweede grote schuur op het erf komt. Deze wordt in dat geval geplaatst direct ten westen van het toiletgebouw. Dit gaat ten koste van 4 eenheden. Deze eenheden worden dan elders in het terrein herplaatst (zie inrichtingsschets). Belangrijk onderdeel van het agrarisch bedrijf is de aanleg van zoetwaterbuffers en waterberging. De zoetwaterbuffers kunnen
12
benut worden in de situatie van een droog voorjaar. Jonge gewassen kunnen dan (beperkt) beregend worden, maar dit is voldoende om ze te laten aanslaan. De waterberging is bedoeld voor de berging van regenwater (veelal in het najaar). Hiermee wordt de kans dat er sprake is van schade als gevolg van overvloedige regen beperkt.
Het gebied met standplaatsen De recreatiegebouwen met een oppervlakte van 75 m² (verder kampeerhuisjes) met een zullen gefaseerd gerealiseerd worden op de standplaatsen in het noordoosten van de camping. De bezoekers van de huidige camping waarderen de grote standplaatsen met voldoende privacy door omringend groen, dit zal dan ook in het nieuwe plan terugkomen. In het zuidelijke deel van het terrein wordt een nieuw sanitair gebouw (schaapskooi) met privé sanitair gerealiseerd om zo aan de wensen en eisen van de huidige generatie gasten te kunnen voorzien. Afhankelijk van de vraag uit de markt is daarnaast op termijn nog privé sanitair op de standplaatsen voorzien. Daarnaast is er ruimte gereserveerd voor een aantal speelplaatsen en parkeerplaatsen. De bestaande kreek is één van de mooiste plaatsjes op de huidige camping en wordt uitgebreid om zodoende meer gasten van deze mooie standplaatsen te kunnen laten genieten. In het gebied met standplaatsen is daarnaast plaats voor collectieve kruidentuinen, pluktuinen en fruitbomen. Deze worden rondom de standplaatsen gerealiseerd en zijn bedoeld voor collectief gebruik van de gasten (zie kavelpaspoort figuur 2.3.2). Er wordt een extra wandelpad aangelegd dat de oprit van de Rietdijk verbindt met de Zeedijk.
13
Figuur 2.3.2 Kavelpaspoort invulling standplaats als toerplaats.
De gebouwde accommodaties worden geleidelijk ontwikkeld. De plekken voor de kampeerhuisjes (75 m²) zijn op de kaart indicatief aangegeven. Er is geen nader onderscheid aangebracht tussen permanente en toeristische standplaatsen. In principe kunnen alle eenheden worden omgevormd tot permanente standplaatsen met kleine accommodaties van maximaal 55 m², die gebruikt zullen worden voor de toeristische verhuur.
Figuur 2.3.3 Artist impression inrichting camping met huisjes (bron: WTS Architecten 15-08-2020)
De agrarische belevingsruimte Het zuidelijke deel van het plangebied wordt ingericht met een nieuwe waterplas die het kampeergedeelte scheidt van de rest van het terrein. Dit zal gebruikt worden als zoetwaterbuffer voor beregening van agrarische gronden in de directe omgeving in droge tijden. Ten zuiden van deze plas worden de pluktuinen/akkers gerealiseerd. Hier vindt biologische akker- en tuinbouw plaats als onderdeel van de kampeerbeleving. De grens tussen het plangebied en omliggende wegen wordt ingericht met breed opgezette bloemrijke akkerranden en de waterberging.
De natuurlijke belevingsruimte Aan de westzijde ligt een gebied ingericht voor natuurbeleving en natuurontwikkeling. Aan de zuidzijde van het perceel komt een zone met waterberging en bloemrijk grasland (totale breedte circa 42 meter). Inrichting en beheer zijn gericht op het ontwikkelen van natuurwaarden.
Op structuurniveau wordt het Natuurnetwerk Zeeland, tegenwoordig ook wel Ecoraster genoemd, versterkt door een verbinding te maken tussen de bloemdijken (Rietdijk) en het Grevelingenmeer. Dit door de Dwarsdijk, spie op de dijk, de Noord Langeweg en de graslanden rond de oude brakke kreek te
14
beheren als natuurgebied. In dit gebied zullen zowel bloemdijksoorten (Wilde marjolein, Geel walstro, Knoopkruit) als orchideeën en zilte soorten zich thuis voelen
Op het erf komen nu al de boerenzwaluw, de huiszwaluw, de huismus, de witte kwikstaart en diverse struweelbroeders voor. Het voorkomen van deze soorten zal worden gestimuleerd. Het beheer van de camping is mede gericht op behoud en vestiging van vleermuizen en de egel.
Fasering De fasering van het plan is gebaseerd op een financiering vanuit de exploitatie . Hierbij zijn er de volgende uitgangspunten: 1. na het vastgestelde plan worden in eerste instantie de wisselplekken benut. Op de uitbreiding worden de groenelementen aangeplant; 2. aanleg van de waterberging en zoetwater buffers zal in jaar 2 of 3 plaats vinden; 3. na vier jaar wordt de uitbreiding ingericht (infrastructuur, schaapskooi etc.) en in jaar vijf in gebruik genomen. De beplanting heeft dan al enige hoogte en zorgt voor een aantrekkelijke geleding en afscherming; 4. elk jaar worden er vervolgens meerdere kampeerhuisjes geplaatst, waarbij er na negen jaar in totaal 33 kampeerhuisjes van 75 m² en/of 55 m2 zullen staan. Het is dus een geleidelijke ontwikkeling hierdoor kunnen de accommodaties ook worden afgestemd op de verandering in de vraag.
Verlichting De (paden naar de) standplaatsen zullen uitgerust worden met verlichting. Deze verlichting zal gerealiseerd worden met als doel de oriëntatie van de mensen die aanwezig zijn nabij de standplaatsen. Deze verlichting zal dynamisch zijn, dat wil zeggen dat deze verlichting alleen brand als er sprake is van beweging op de paden.
De verlichting zal ter plaatse van de paden op een maximale hoogte van 0,5 meter worden gerealiseerd en naar beneden gericht zijn. Op deze wijze wordt lichtuitstraling zoveel mogelijk voorkomen. Ter plaatse van de standplaatsen wordt verlichting aangebracht op de muur. Bij belangrijke oriëntatiepunten worden lichtmasten tot een hoogte van maximaal 2,5 meter hoog gerealiseerd, eveneens gericht naar beneden zodat lichtuitstraling richting omwonenden zoveel mogelijk voorkomen zal worden. Ook wordt bij de plaatsing zoveel mogelijk rekening gehouden met aanwezige beplanting en/of bebouwing, zodat de directe verlichting vanaf omliggende gronden zo min mogelijk zichtbaar is.
Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing is in verschillende zones ontworpen passend bij het landschap. Het overgrote deel van de elementen ten behoeve van de inpassing is al aanwezig en zorgt voor de landschappelijke inpassin gvan de huidige landschapscamping en minicamping. Aan de westzijde is de inpassing grotendeel gesloten waarbij gebruik gemaakt wordt van de bestaande opgaande beplanting. De nieuwe recreatieve eenheden worden aan de west- en zuidzijde ingepast met opgaande beplanting. Aan de oostzijde is de inpassing transparant en deels open, passend bij het open polderlandschap. In bijlage 5 is de landschappelijke inpassing beschreven, daarnaast is ook een
15
beheersplan opgesteld.
Figuur 2.3.4 Invulling landscahppelijke inpassing: besloten, transparant en open.
2.4
Duurzaamheid
2.4.1 Duurzaamheid als drijfveer Landschapscamping Kijkuit heeft in de bedrijfsfilosofie en in de aanpak, duurzaamheid voorop staan en wil koploper zijn in de duurzame bedrijfsvoering. "Wij zijn mede verantwoordelijk voor de toekomst van onze wereld en dat wij daar hard aan moeten werken staat vast. De klimaatverandering, de afname van de biodiversiteit, baart ons zorgen. Voor ons is duurzaam werken en leven essentieel om een leefbare, vitale samenleving/maatschappij/ wereld te behouden en te versterken. "
In de visie van Landschapscamping Kijkuit is duurzaamheid geen resultaat, het is geen einddoel, het is een proces van blijven ontwikkelen, groeien en investeren. Technische oplossingen hebben hierbij een rol en daarnaast is bewustwording, bij de camping, de omgeving, de gasten en de leveranciers een zeker zo belangrijke opgave. Landschapscamping Kijkuit wil bezig blijven met het verbeteren van haar duurzame prestatie en wil hierin voorop lopen.
Duurzaamheid heeft in normen en eisen vaak een uitwerking in technische oplossingen. Bij Landschapscamping Kijkuit wordt verder gekeken, in de visie van de camping draait het om de mens en
16
is duurzaamheid vooral ook een sociale opgave. "Als wij, onze gasten en onze leveranciers begrijpen waarom het nodig is om te werken aan de toekomst van de wereld dan ontstaat er begrip en draagvlak om anders te werken en gaan we ons ook echt anders gedragen. En dan komen we samen verder."
duurzaam ontwikkelen duurzaamheid als oplossing duurzaamheid beleven duurzaamheid levert comfort en een goed gevoel
2.4.2 Energie Landschapscamping Kijkuit streeft naar een energie positieve- of energie neutrale exploitatie. De bestaande zonnepanelen leveren reeds 81.000 kWh stroom op jaarbasis, dit is ruim 38% meer dan het jaarlijkse verbruik (50.000 kWh), waarbij het verbruik voor de landbouwactiviteiten is meegenomen. Momenteel wordt nog gas gebruikt voor verwarming, verlichting, koeling (ijs), gereedschap en warm water. Sinds 2019 is het gasverbruik verminderd met 900m3 door de installatie van warmtepanelen op het sanitairgebouw.
Om te mogen uitbreiden moet de nieuwbouw voldoen aan de EPC eis van maximaal 0,6. De Energieprestatie coëfficiënt is een maatstaf voor de energetische prestatie van de woning. De energieprestatie verbetert door bijvoorbeeld betere isolatie, het gebruiken van energiezuinige installaties en het duurzaam opwekken van energie. Naast deze eis voor de energieprestatie voor de gebouwen moet ook het energieverbruik voor koken, wassen, verlichting etc. (het gebruiksgebonden deel) zoveel mogelijk met eigen duurzame energiebronnen worden gerealiseerd.
Conclusie EPC eis: De nieuwe recreatieverblijven zullen voor wat betreft de energetische kwaliteit minimaal voldoen aan de EPC eis van 0,6. Hoe hier aan voldaan wordt, wordt aangetoond bij de uitwerking van de plannen voor de nieuwbouw. Er wordt een energie neutrale exploitatie nagestreefd. Gezien de reeds aanwezige overproductie van zonne-energie, de reeds geïnstalleerde warmtepanelen en de ruimte die er nog is voor nieuwe zonnepanelen zal naar verwachting de energiebalans ook in de toekomst uitmonden in een energieoverschot.
2.4.3 Van een lineaire naar circulaire economie De huidige lineaire economie kent een hoge mate van verspilling van energie, materiaal, ruimte en arbeid. Bij een groeiende wereldbevolking en een mondiaal toenemende welvaart is dat geen houdbare situatie. Vanuit overheidsbeleid wordt ingezet op de transitie van huidige lineaire economie naar een volledig circulaire economie in 2050.
Het kabinet heeft 3 doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken: 1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder
17
grondstoffen nodig zijn. 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu. 3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen. Het eerste doel uit het Rijks brede programma Nederland Circulair is ambitieus maar niet onhaalbaar: in 2030, 50 % minder primaire grondstoffen te gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). In 2050 wil Nederland een Circulaire economie zijn. Een economie zonder afval waar alles draait op herbruikbare grondstoffen.
Figuur 2.4.1.Schema biologische kringloop/ technologische kringloop (bron: Ellen Macarthur foundation)
Circulair bouwen Voor het Circulair bouwen van de nieuwe voorzieningen op Landschapscamping Kijkuit betekent dit onder andere, functioneel- en energiezuinig ontwerpen en bouwen, met een zo klein mogelijke CO2 footprint, waarbij het ontstaan van afval en milieuschade nu en in de toekomst, wordt voorkomen. Het ontwerp gaat onder andere uit van de '7 s'en-model-benadering' (zie figuur 2.4.2), met aandacht voor het toepassen van losmaakbare verbindingen, het optimaliseren van de hergebruik mogelijkheden van materiaal. Met andere woorden zorgen dat het materiaal in de toekomst kan worden geoogst, in plaats van het slopen van een gebouw.
18
Figuur 2.4.2.Schemacirculaire handvaten en 7 s'en-model (bron: 10 R model en het 7 S'en model (evolutionair) als fundering voor circulair (aangepast diagram van Brand: Mohammadi & Slob, 2014))
In de Levens cyclus analyse (LCA) zijn verschillende type bouwmaterialen beoordeeld op milieu-impact. Bij de ontwikkeling van de vakantiewoningen wordt heel bewust gekozen voor bouwmaterialen met een lage milieu-impact. Inmiddels zijn we gestart met de ontwerpfase van de circulaire vakantiewoningen. De bouwmaterialen voor de nieuwbouw worden in de loop van het proces verder inzichtelijk gemaakt. Er wordt er naar gestreefd om ruimschoots te voldoen aan de eis dat minimaal 50 % van de gebruikte bouwproducten in milieuklasse 1 (1a,1b of 1c) valt en de overige bouwproducten minimaal in milieuklasse 4.
De accommodaties worden niet allemaal in één keer gebouwd en geplaatst, maar verspreid over een aantal jaren. Bij de oplevering van elke accommodatie wordt een materialenpaspoort overlegd. Voor het “materialenpaspoort” is vooralsnog geen universeel vastgesteld format beschikbaar maar nog steeds in ontwikkeling. De bouwer van de verblijven zal in ieder geval een materialenpaspoort aanleveren, maar dat kan pas bij oplevering van de verblijven. Ook in de periode daarna wordt het materialenpaspoort up to date gehouden, bij verbouwingen en groot onderhoud.
Landschapscamping Kijkuit streeft ernaar zoveel mogelijk materialen uit de directe omgeving te halen. Het beperken van transportafstanden en het inzetten van gebruikte materialen wordt niet in de milieuklasses van de LCA meegewogen. Dit is dus een extra prestatie.
Biodiversiteit Ook de verbinding met biodiversiteit en ecologisch beheer past bij de circulaire aanpak. Op de camping en in de agrarische bedrijfsvoering vinden de initiatiefnemers het belangrijk om bij te dragen aan de versterking van de biodiversiteit en het landschap. Dit gaat enerzijds om wat en hoe. De maatregelen om de biodiversiteit en het landschap te versterken hebben zijn elders beschreven. Bij het beheer wordt niet gewerkt met chemische bestrijdingsmiddelen en waar mogelijk worden elektrische machines / apparaten gebruikt dus zonder CO2 uitstoot.
Bij de uitwerking van de inrichting van het nieuwe terrein en de herinrichting van het huidige terrein wordt de Biodiversiteit geïnventariseerd (wat is er), wordt geïnventariseerd welke kansen er liggen en worden de kansen die deze locatie biedt ontwikkeld en gerealiseerd. Er zijn goede ervaringen met de samenwerking met de Stichting Landschapsbeheer Zeeland, die destijds is betrokken bij de
19
ontwikkeling van onze landschapscamping en nog steeds een deel van het beheer voor de camping uitvoert. In de volgende fase wordt samen met de Stichting Landschapsbeheer Zeeland, een plan opgesteld op basis van het nieuwe ontwerp (nieuwe situatie van gradiënten met nieuwe kansen voor biodiversiteit) Daarbij wordt onder andere gedacht aan faunavriendelijke verlichting.
Afval Zoals aangegeven wordt het ontstaan van afval zoveel mogelijk geprobeerd te voorkomen en wordt het resterende afval gescheiden ingezameld en afgevoerd. Het groenafval wordt verwerkt op eigen terrein.
Water Klimaatverandering heeft een grote impact op de waterhuishouding. De verwachting is dat de extremen op gebied van wateroverlast en water tekort zullen toenemen. In dat kader is de provincie met partners en belanghebbenden gestart met het opstellen van “het Deltaplan Zoet water” Het project is opgestart om ontwikkelingen- en opgaven voor zoet water voor Zeeland te inventariseren en heeft met name als doel de impact van klimaatverandering te beperken en kansen te benutten. Dit zal naar verwachting leiden tot meer ruimte voor de opvang, het bufferen, het vasthouden en zoveel mogelijk het benutten van zoet water. Onderliggende plannen sluiten hier op aan.
In het nieuwe plan is een substantiële uitbreiding van de (zoete) kreek voorzien. Naast landschappelijke, recreatieve- en natuurwaarden dient de kreek ook als waterbuffer. Deze waterbuffers zijn in te zetten voor beregening van de landbouwgewassen en voor het grijze circuit (dit wordt onderzocht). Daarnaast wordt zoveel mogelijk zoet water opgevangen op eigen terrein. Daarbij is oppervlaktewater zeer waardevol voor de flora en fauna, is het een aantrekkelijk landschapselement en heeft het een verkoelend effect op haar omgeving, bij extreme temperaturen. 2.4.4 Bewustwording en educatie De activiteiten op de camping dragen bij aan het versterken van de bewustwording bij de gasten voor de noodzaak tot duurzaam handelen. Door het delen van kennis, resultaten en ervaring beogen de initiatiefnemers anderen te inspireren en te laten zien dat je samen een verschil kunnen maken.
"Deze insteek maakt naar ons idee een wereld van verschil: we kunnen wel bedenken wat er nodig is voor een duurzame toekomst, maar het ook echt doen en met name ook op grotere schaal, dat is de grootste opgave."
De voor de camping kenmerkende verweving tussen verblijf en landbouw is een perfecte manier om de verbinding tussen voedselvoorziening (streekproducten), biodiversiteit en landschap te laten zien. Met behulp van animatieprogramma's, excursies en workshops worden de gasten op een laagdrempelige manier geïnformeerd.
20
2.5
Verweving landbouw en recreatie
2.5.1 Landschapscamping is verweving In de huidige situatie is er sprake van verweving van het landbouwbedrijf en de recreatie. Dit is ook een van de essentiële kenmerken van een landschapscamping. Het gaat dan om het agrarisch gebruik van de schuren en het erf. Daarnaast is het de bedoeling de schuren die bepaalde perioden van het jaar niet landbouwkundig gebruikt worden te benutten voor bijvoorbeeld de stalling van caravans.
Voedselvoorziening De verweving tussen verblijfsrecreatie en landbouw wordt verder uitgewerkt in het project “waar komt ons voedsel vandaan”. Op het terrein komen de volgende elementen voor, die (mede) door de gasten worden onderhouden: collectieve kruidentuin; moestuinen; fruit: meer fruitbomen op het bestaande terrein. Een deel van het huidige terrein is al voorzien van hoogstamfruitbomen en aalbessen; animatieprogramma deels gericht op voedsel en natuur; gezamenlijke kookbijeenkomsten: jam, chutneys, appeltaart, etc.; bierbrouwen van eigen granen en hop. Tevens komen er op het terrein: proefvelden biologische tuinbouw, bijvoorbeeld ui, pompoen, hop etc.; proefvelden biologische akkerbouw: graan, gerst, vlas, groenbemester en phacelia; imkerij met eigen honing (nu ook al aanwezig); een schaapskooi (tevens in gebruik als sanitairgebouw) voor een kleine kudde die zorgt voor de mest voor de moesttuinen en tuinbouw, hier wordt tevens onderzocht of het mogelijk is deze geschikt te maken voor verblijfsaccommodatie (als extra slaapmogelijkheid voor kinderen van gasten).
21
Figuu r 2.5.1 Aanwezige schaapskudde op camping de Kijkuit
Zoet water buffer voor de landbouw Voor de landbouw is in deze regio geen zoetwater voor handen voor een beregening. Bij een aantal gewassen is het noodzakelijk dat net na de aanplant er voldoende water in de bodem zit, zodat ze gaan groeien. Indien de bovenlaag van de bodem te droog is, zal de oogst mislukken. Door het hebben van een zoetwaterbuffer is het mogelijk deze jonge planten, te beregenen, waardoor de planten aanslaan. Uit onderzoek naar de waterkwaliteit van de nieuwe kreek van Landschapscamping Kijkuit is duidelijk geworden dat het water geschikt is voor landbouwkundig gebruik. Vergroting van de capaciteit is echter noodzakelijk. Het water is beschikbaar voor landbouwers in de buurt, over de toepassing en verdeling worden afspraken gemaakt.
Bergingscapaciteit regenwater Naast droge jaren zijn er de afgelopen tijd ook zeer natte periode geweest. De polder ligt aan de bovenloop van het afwateringssysteem. Bij extreme neerslag wordt het water niet snel genoeg afgevoerd en loopt het land onder, waardoor de oogst dreigt te mislukken. Het is wenselijk om extra bergingscapaciteit te realiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een wadi met natuurvriendelijke oevers. Ook de waterberging langs de zuidkant van het terrein bieden potenties voor het ontwikkelen van natuurwaarden. Dit door een gevarieerde onderwaterbodem (diepte en breedte), een plas-drasoever en een gevarieerde overgang naar het bloemrijke grasland. De breedte van deze zone is circa 42 meter. Het basisprofiel voor de inrichting is: langs de bestaande sloot komt een 5 meter breed onderhoudspad; 6 meter brede ondiepe berging. Bodem is gelijk aan de bodem van de wegsloot; 3 meter breed pad; 11 meter brede diepe berging. Bodem ligt gemiddeld 1 meter dieper dan de wegsloot. Het maaiveld van het perceel heeft een ligging van +0,15 tot +1,20 m + NAP. De bodem van de wegsloot ligt op 1,00 –m NAP. De bergingscapaciteit (uitgaande van een peil tot 0,00 m NAP) is 19,5 m3 per
22
strekkende meter. Bij een lengte van 300 meter is het bergende volume maximaal 5.850 m3.
Figuur 2.5.2 Basisprofiel van de zuidelijke zone langs de Noordlangeweg 2.5.2 Biodiversiteit De verhoging van de biodiversiteit is een van de doelen die gerealiseerd worden door: aansluiten op de natuurwaarden in de buurt (Rietdijk); akkerranden; bloemrijkgrasland; natuurvriendelijke oevers; biologische teelten; water in verschillende kwaliteiten; aanleg en beheer van verschillende typen landschapselementen. Continuïteit in beheer en onderhoud zorgen voor een effectieve ontwikkeling van natuurwaarden en de biodiversiteit. 2.5.3 Zonering De consequentie van het plan is dat op het bestaande terrein er ruimte moet worden gemaakt voor andere voorzieningen dan standplaatsen, bijvoorbeeld moestuinen en op termijn bijzondere accommodaties. Tevens is er een zonering op het terrein die past bij het noodzakelijke onderhoud (van intensief handmatig naar relatief extensief): moestuinen op de velden; ecologische tuinbouw in de randzone; ecologische akkerbouw langs de rand. 2.5.4 Verweving blijft en er ruimte gereserveerd voor een nieuwe schuur Feitelijk zijn het landbouwbedrijf en het recreatiebedrijf recent gedeeltelijk organisatorisch gescheiden. Het zijn nu twee afzonderlijke bedrijven op dezelfde locatie. Het is duidelijk dat deze verweving beperkingen oplegt aan ontwikkelingsmogelijkheden.
Dit is vooral van toepassing bij de eventuele bouw van nieuwe schuren en de eventueel daarin aanwezige ventilatoren en koelvoorzieningen. De nieuwe schuur is voorzien aansluitend aan het bestaande erf op de minicamping, zie figuur 2.5.3. De nieuwe schuur gaat ten koste van standplaatsen. Deze ontwikkeling was al voorzien in het originele plan van de landschapscamping. Op de locatie van de nieuwe schuur kunnen in principe vier standplaatsen komen. In het plan is aangegeven waar deze standplaatsen worden geplaatst als de nieuwe schuur wordt gebouwd (binnen de camping).
23
Figuur 2.5.3 De tweede schuur gaat ten kosten van plaatsen van vier plaatsen die elders worden ingepast 2.5.5 Conclusie De functionele verweving van landbouw en recreatie blijft behouden. Eventuele ontwikkelingen worden in onderling overleg, met in achtneming van de geldende regelgeving, geregeld.
2.6
Doelgroep
De recreatiemarkt is in ontwikkeling. De recreant vraagt steeds meer luxe en wil dan ook de traditionele kampeermarkt verlaten en zich richten op een recreatiepark. Daarnaast is er ook een steeds grotere groep toeristen die op een duurzame wijze wil recreëren in kleinschaligere accommodatievormen. Het succes van de landschapscamping laat duidelijk zien dat er belangstelling is voor kleinschalige hoogwaardige recreatieterreinen. Hierbij is de ligging aan het Grevelingenmeer ook een belangrijk pluspunt. Daarnaast is de ruime opzet van de landschapscamping en de verweving met natuur en landbouw een unieke kwaliteit. Bij het huidige gebruik van de landschapscamping is te merken dat er een sterke voorkeur is voor de plaatsen die aan de rand liggen en ruimer opgezet zijn. Daarnaast is er een (recente) trend van luxe en gemak. Steeds meer recreanten willen een accommodatie huren en vinden het bezit van een tent, stacaravan of chalet niet meer van deze tijd. Zij willen zich niet binden aan een bepaalde recreatievorm of locatie.
De landschapscamping richt zich nu op kampeerders die genieten van contact met de natuur en hier tot rust komen. Dit zijn gezinnen met kinderen en één- of tweepersoonshuishoudens. De activiteiten op de camping zijn gericht op buiten spelen en de natuur ontdekken. De ontwikkeling van de camping met grotere standplaatsen en meer ruimte tussen de plaatsen, maar tevens activiteiten gericht op eigen voedselvoorziening sluit aan bij de wensen van de huidige doelgroep.
24
Figuur 2.6.1 Weergave doelgroep kampeerplaatsen (bron: camping-kijkuit.nl)
De doelgroep voor de accommodaties heeft grotendeels dezelfde eigenschappen als de doelgroep van dan huidige landschapscamping. Het verschil is dat deze doelgroep extra eisen stelt aan de accommodatie en hier ook budget voor over heeft. De doelgroep is, in het kader van de RECRON leefstijlen, te typeren als 'ingetogen aqua' (zie ook kader). De helft van deze doelgroep bestaat uit één- of tweepersoonshuishoudens, waardoor ook in het voor- en naseizoen bezetting van de accommodaties gegarandeerd is.
Ingetogen aqua (Ontwerpprincipes voor de inrichting van vakantieparken op basis van leefstijlen, RBOI 2011) Op vakantie zoekt deze groep het contact met de natuur, zo komt men echt tot rust. Ze trekken eropuit in de omgeving door te wandelen of te fietsen. Ze bezoeken daarbij culturele voorzieningen, want dat is interessant. Deze groep is materieel ingesteld, ze willen comfortabel overnachten. Echter andere voorzieningen vinden zij onbelangrijk, want het contact met de natuur staat voorop. Ze hebben daarvoor een relatief groot vakantiebudget. Eigenschappen: - kalm, serieus, bedachtzaam en geïnteresseerd in anderen; - behulpzaam ingesteld; - hechten aan sociale verbondenheid. De helft van de aqua consumenten bestaat uit één- of tweepersoonshuishoudens, kinderen zijn het huis al uit (de empty nesters). Aqua gezinnen zijn rustig en ruimdenkend.
25
2.7
Beoogde accommodaties
De accommodaties worden gerealiseerd in verschillende typen en worden met verschillende materialen en kleuren uitgevoerd om zo een gedifferentieerd beeld te krijgen. De accommodaties worden 55 of 75 m² groot en hebben zonnepanelen en/of warmtecollectoren op het dak om in de energiebehoefte te voorzien.
Er is een schetsontwerp gemaakt ter illustratie van de mogelijke accommodatie op de camping. Dit schetsontwerp wordt hierna beschreven. De accommodaties onderscheiden zich door de dwars georiënteerde woonkamer met terrassen aan beide zijden van het volume die de nadruk leggen op het 'buiten' leven op de camping.
Figuur 2.7.1 Accommodaties ontworpen door WTS
2.8
Natuurcompensatie
De huidige landschapscamping is verweven met de natuurwaarden binnen het gebied, deze zijn ook vastgelegd in het geldende bestemmingsplan. Dit was destijds een voorwaarde voor de ontwikkeling van de landschapscamping. De oppervlakten van deze twee gebieden is in totaal circa 5 ha. Door de beoogde ontwikkeling van de camping wordt een deel van de gronden met de bestemming N(lc) heringericht in de vorm van zoetwaterberging en camping. In de memo opgenomen in bijlage 10 wordt aangegeven waar compensatie plaats zal vinden en dat dit leidt tot een kwalitatieve verbetering van de natuurwaarden met name door de ontwikkeling van bloemdijk, kruiden en faunarijk grasland en gradiënten van droog naar nat/open water.
26
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld.
In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving.
Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en
27
keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut. Er wordt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk gemaakt, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. Toetsing Het landelijk gebied is voor de ontwikkeling het meest relevant. Daarbij gaat het in de Novi vooral over de voorzieningen, bodem en water (milieubelasting) in relatie tot de landbouw en zoetwatertekorten. De aanleg van de uitbreiding van de camping gaat gepaard met de realisatie van een zoetwaterbassin. Hiervan worden de mogelijkheden onderzocht om het water in te zetten voor de landbouw in tijden van zoetwatertekorten. Daarnaast komt er een berging voor overvloedig regenwater.
De bloemrijke graslanden en biologische teelt ter vervanging van de zuiver agrarische gronden dragen bij aan meer biodiversiteit. Daarnaast heeft de gemeente Schouwen-Duiveland beleid vastgesteld ter bescherming van het landschap. Hier is rekening mee gehouden bij het ontwerp van het plan, zie ook paragraaf 3.4.2. De ontwikkeling is niet in strijd met de Novi.
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro.
Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder is per 1 juli 2017 aangepast waarmee de ladderbenadering is losgelaten. Wel dient nog te worden aangetoond dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is.
Toetsing Onderliggende ontwikkeling maakt naast de herinrichting ook de uitbreiding van 85 naar maximaal 111 eenheden mogelijk. Het toevoegen van gebouwde leisurevoorzieningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. In het zuidelijk deel van het plangebied (in het uitbreidingsgebied) wordt privé-sanitair en
28
een sanitairgebouw (schaapskooi) voor de nieuwe plaatsen gerealiseerd. Dit zijn bijbehorende voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de plaatsen. Er worden, doordat de landschapscamping een reguliere camping wordt, ten opzichte van de huidige planologische regeling maximaal 33 gebouwen voor recreatief nachtverblijf met een oppervlakte van 75 m² mogelijk gemaakt. Er is dan ook sprake van een stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. In de laddertoets (bijlage 6) is de behoefte aan de ontwikkeling beschreven. Hierin wordt geconcludeerd dat door het groeiende aantal overnachtingen in huisjes en de groeiende vraag naar meer luxe dan kamperen, het toevoegen van verblijfsrecreatie bij Landschapscamping Kijkuit niet zal leiden tot onaanvaardbare leegstand op andere vakantieparken.
Bovendien zal door restrictief kustbeleid het aantal vergunningen voor nieuwe verblijfsrecreatie aan de kust verwaarloosbaar. Een onderscheidend aanbod en of een onderscheidende ligging is op die locaties extra belangrijk, anders kiezen consumenten voor een andere regio met aanbod dat wel aansluit bij de vraag. Het initiatief ligt op een onderscheidende locatie aan binnenwater en gaat uit van een onderscheidend aanbod aan eenheden in een bijzonder duurzaam concept.
Het bestemmingsplan sluit aan bij de ontwikkeling van de vraag naar recreatiewoningen voor de verhuur.
Conclusie De herinrichting een uitbreiding van het recreatieterrein, past binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. De provincie wil Zeeland als unieke bestemming sterker positioneren. De Zeeuwse natuur en het Zeeuws specifieke natuur- en cultuurlandschap worden de basis voor het onderscheidend vermogen genoemd.
Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, zoals uitbreiding van eenheden en/of oppervlakte van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, moeten voldoen aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de Kustvisie. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan. De uitbreiding dient bij te dragen aan het produceren van landschap en integraal onderdeel uitmaakt van de omgeving (landschap en samenleving). De percentages zoals opgenomen in het ontwikkelkader maken hier geen onderdeel van uit, omdat buiten de kustzone veelal andere marktcondities, omgevingswaarden en grondprijzen gelden.
Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt in het Omgevingsplan ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Bestaande verblijfsrecreatiebedrijven worden gestimuleerd te investeren tot het maken van een kwaliteitsslag. Hiervoor is het aanjaagprogramma innovatie opgezet.
Er wordt ingezet op het behouden van gebieden die waardevol zijn voor de beleving van de
29
kernkwaliteiten van Zeeland. Natuur, landschap en erfgoed zijn hierin belangrijke onderdelen. Gebieden waar weidsheid, stilte en duisternis die de beleving van deze groene topkwaliteit nog intenser maakt worden beschermd.
Toetsing De transformatie bestaat uit de herinrichting van de bestaande camping en uitbreiding van de aangrenzende agrarische gronden tot een nieuw landschap behorende bij de camping. Daarbij is de integratie met het landbouwbedrijf met de activiteiten op de camping van belang. Bij de inrichting van het terrein wordt rekening gehouden met bestaande zichtlijnen en openheid van het landschap
Er worden kwalitatief hoogwaardige accommodaties op de camping gerealiseerd. De transformatie speelt in op de behoefte aan luxe accommodaties voor verblijfsrecreatie. Bovendien wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energiezuinigheid en hiervoor worden diverse maatregelen getroffen bij de inrichting van het terrein en de accommodaties.
De kreek(restanten) worden in de ontwikkeling behouden. De westelijke kreek (oude kreek) is momenteel nog onderdeel van het agrarisch gebied en krijgt in de nieuwe inrichting een natuurbestemming en zal niet langer agrarisch worden gebruikt. Hierdoor kunnen de bestaande natuurwaarden verder ontwikkelen en wordt de kwaliteit van dit gebied vergroot.
Conclusie De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het Omgevingsplan 3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 In de Provinciale Omgevingsverordening 2018 (inclusief 1e t/m 5e wijziging) is het beleid uit het Omgevingsplan vertaald in regelgeving.
Verblijfsrecreatie In artikel 2.11 zijn de regels voor verblijfsrecreatie buiten de kustzone benoemd. In lid 4 van artikel 2.11 staat dat uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten bestaand stedelijk gebied toegelaten wordt, met dien verstande dat in de toelichting bij het bestemmingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage D onder 3 opgenomen uitgangspunten.
Bijlage D onder 3 bevat een vertaling van het ontwikkelkader uit de Kustvisie:
Uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein zoals benoemd in artikel 2.11, vierde lid voldoet aan de voorwaarden A t/m D.
A. Ruimtelijke kwaliteit: Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf;
30
Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: integraal onderdeel van een (nieuw) landschap; en de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie.
C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen.
D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving.
Toetsing De ontwikkeling bestaat enerzijds uit het uitbreiden van het aantal kampeereenheden, daarnaast wordt de bestaande akker heringericht met kleinschalige tuin- en akkerbouwvelden, bloemenranden, wandelpaden en water. Deze zullen qua vormgeving en beplanting aansluiten bij omliggende natuur- en landschapswaarden. De tuinbouw en akkerbouw zullen gebruikt worden in de activiteiten en producten van de camping. De activiteiten op de camping sluiten dan ook aan op de activiteiten in het landelijk gebied van Zeeland. Het nieuwe landschap is onderdeel van de camping, kampeerplaatsen bevinden zich tussen bestaand en nieuwe waterpartijen, nutstuinen en akkers.
A. Ruimtelijke kwaliteit: Het uit te breiden deel bestaat uit ongeveer 2 hectare dat gebruikt zal worden voor standplaatsen, en 5 hectare dat gebruikt wordt voor waterberging, landschap, pluktuinen en het educatieprogramma. Het uit te breiden bevat het nieuwe landschap verweven in het bestaande landschap, hierin komen circa 26 eenheden. Op termijn zal een deel van de toeristische standplaatsen op het bestaande deel worden vervangen door duurzame (circulaire) voorzieningen. De kampeerhuisjes worden maximaal 75 m² groot en slechts één bouwlaag hoog. Deze worden gesitueerd aan de noordzijde om zo minimale impact te hebben op de openheid van het polder landschap.
Kwaliteitsimpuls accommodatie
31
Op de huidige camping zijn er alleen maar toeristische standplaatsen. Naast de twee recreatiewoningen zijn er geen verhuuraccommodaties. Afhankelijk van de ontwikkeling in de markt worden verhuuraccommodaties aangeboden. Dit kan in de vorm van safaritenten of (circulaire) voorzieningen (accommodatie tot 75 m² en 55 m2).
B. Economische haalbaarheid De ontwikkeling wordt nu geëxploiteerd door één eigenaar. De gronden zijn in eigendom en de ontwikkeling en fasering zijn afgestemd op het investerend vermogen van de huidige camping en de extra eenheden.
C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept Met de uitbreiding van de camping wordt een nieuw concept ontwikkeld waarbij de op de camping geteelde groente en fruit een belangrijke rol speelt. Naast dat het landschap een integraal onderdeel is van de camping is deze camping uniek omdat ook de voedselvoorziening een duidelijk onderdeel is van de kampeerbeleving. Hiermee onderscheidt de camping zich duidelijk van bestaande campings in de regio. Ook is heeft de camping een duidelijk duurzame inslag, en richt zich op een specifieke doelgroep die bewust bezig het terugdringen van de CO2 afdruk en een duurzaam leven en dit ook of juist op vakantie wil doorzetten.
Het plan maakt daarnaast op de volgende wijze gebruik van het DNA van Schouwen-Duiveland:
WATER DE CONSTANTE FACTOR IN HET DNA In het plan heeft water een dubbelfunctie voor zowel de landbouw, recreatie als landschap. Landbouwkundig is het water functioneel (waterberging en zoetwatervoorziening). De nieuwe kreek en sloten hebben natuurlijk ook een ecologische functie en dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit in het gebied. SCHOUWEN-DUIVELAND KUN JE DELEN Op de huidige landschapscamping is al een openbare route. Er is dus al ervaring met het delen van de ruimte. Openbaar toegankelijke paden en gebieden vormen een onderdeel van het plan. NUCHTER De recreatiesector zorgt voor een kwaliteitsslag die aansluit bij de huidige wensen van de toerist. Daarom is gekozen voor een intensieve verweving van landbouw en verblijfsrecreatie en het thema “Waar komt je voedsel vandaan”. TROTS De huidige landschapscamping heet niet voor niets KIJKUIT, de naam van de boerderij die al eeuwen bij de familie in bezit is. GRENS TUSSEN WATER EN LAND BLIJF BOEIEN In het plan komt veel randlengte met water. Daarvan is het overgrote deel vrij van verblijfsrecreatie en is zo van belang voor de beleving van het gebied en de natuurwaarden. (H)EERLIJK SCHOUWEN DUIVELAND Zelf producten verbouwen en verwerken is een belangrijk thema voor de inrichting van het terrein en de activiteiten die er plaatsvinden. D.
Sociaal maatschappelijke bijdrage: De uitbreiding van de camping zorgt voor een groter aantal gasten in het hoogseizoen. Door de seizoensverlenging zullen in het voor- en naseizoen duidelijk meer gasten aanwezig zijn.
32
Landschapscamping Kijkuit levert direct en indirect een bijdrage aan de werkgelegenheid en het behoud van voorzieningen in de regio. Op een directe manier door het voorzien van arbeidsplaatsen ten behoeve van de camping en het organiseren de activiteiten die ook toegankelijk zijn voor gasten van buiten de camping. Indirect doordat de gasten van de camping tevens de bezoekers zijn voorzieningen als lokale horeca, supermarkten etc. Daarnaast draagt de camping en de activiteiten die hier bij horen bij in de waardering van het agrarisch landschap. Hiermee voldoet de camping aan dit criterium.
Natuur en landschap 1. De dijken rondom het plangebied zijn aangewezen als bestaande natuur (zie figuur 3.3.1 Uistnede 1, 5e wijziging vastgesteld 2020-09-22) deze gronden dienen in het bestemmingsplan als zodanig bestendigd te worden. Bestaand gebruik is hier toegestaan. De gronden binnen het plangebied zijn niet als zondanig aangewezen. 2. De omliggende dijken, de bestaande kreken, de agrarische gronden in het westen van het plangebied en het grasland op de Rietdijk zijn aangewezen als waardevolle landschapselementen. In artikel 2.28 is opgenomen dat er geen bestemmingen aangewezen of regels gesteld mogen worden die, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, mogelijk maken dat landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden of elementen significant worden aangetast. De kreek in het westen en het grasland op de Rietdijk krijgen een natuurbestemming in het nieuwe bestemmingsplan en worden daarmee beter beschermd dan in het geldende bestemmingsplan het geval is. De kreek binnen het recreatieterrein, die overigens is aangelegd als onderdeel van de Landschapscamping en dus geen historische kreek is, blijft behouden en wordt op een zelfde manier gebruikt. 3. De agrarische gronden en de kreek in het westen van het plangebied zijn aangewezen als normstelling geluid (48 dB) en milieubeschermingsgebied .
Aan deze gebieden zijn regels gesteld met betrekking tot geluid en grondwaterbescherming. Op deze gronden worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die de grondwaterkwaliteit verslechteren of geluid produceren. Het huidige gebruik van naastgelegen gronden verandert daarnaast minimaal, de functie van verblijfsrecreatie blijft gelijk . 4. De in het westen gelegen kreek en agrarische gronden is aangewezen als niet vedrogingsgevoelig natuurgebied. Hier zijn geen regels aan verbonden.
33
Figuur 3.3.1 Uitsnede kaarten Omgevingsverordening 2018 5e wijziging, kaart bestaande Natuur.
Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Strategische Visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderliggende plan zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven.
Strategische doelen: werken De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd. Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland.
34
Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland. Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties. De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. Toetsing en conclusie De ontwikkeling van de camping, waarbij een kwaliteitsverbetering in het verblijfsrecreatieve aanbod wordt gerealiseerd en gebruik gemaakt wordt van de kwaliteiten die aanwezig zijn op de locatie, sluit aan op deze strategische doelen. 3.4.2 Structuurvisie Buitengebied 'Buitengebied in beweging' In de structuurvisie Buitengebied heeft de gemeente haar visie op het buitengebied en de ruimtelijke en economische ontwikkelingsmogelijkheden uitgewerkt. In deze visie zijn op basis van een sterkte-zwakte analyse opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied geformuleerd.