CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

727926 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Vislokaal Bruinisse vishandel

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Zijpe 7 Bruinisse (727926)11.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

28

Een vislokaal bestaande uit een kleinschalige verkoopruimte/ proeflokaal is een ruimte waar mensen slechts kortstondig verblijven. Een vislokaal kan worden beschouwd als een niet milieugevoelige functie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient wel een beoordeling plaats te vinden van het leefklimaat. Binnen het bedrijventerrein Bruinisse aan de loswal van de Vluchthaven zijn in het vigerende bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten tot maximaal milieucategorie 4.1 toegestaan. De laad- en losactiviteiten aan de loswal omvatten ook het laden en lossen van bulkgoederen. Aan deze activiteiten is milieucategorie 4.2 toegekend op basis van de te verwachten geluidsbelasting. Aan de richtafstand van 200 meter tot het besluitgebied in gemengd gebied wordt niet voldaan. De loswal bevindt zich op circa 120 meter van het besluitgebied. In de omgeving van het bedrijventerrein, waaronder aan de Zijpe en de Zuidweg, zijn burgerwoningen aanwezig. Deze bevinden zich eveneens op minder dan 300 respectievelijk 200 meter afstand van de loswal. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen voor de bestaande woningen aan de straat Zijpe en de Zuidweg is in 2011 akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsuitstraling van de werkelijke laad- en losactiviteiten ter hoogte van de loswal.

Om een geluidsbelasting van 55 dB(A) etmaalwaarde ter hoogte van de woningen ook in de toekomst te kunnen garanderen, is in het huidige bestemmingsplan een milieuzonering toegepast. Ter hoogte van het besluitgebied geldt een milieuzonering van maximaal milieucategorie 3.2 voor bedrijfsactiviteiten. Met een geluidsbelasting van tussen de 53 en 57 dB(A) is sprake van een aanvaardbare akoestische situatie. Zie tevens paragraaf 3.4. Op- en overslagactiviteiten van (explosie)gevaarlijke stoffen en de activiteit tankercleaning zijn op basis van het bestemmingsplan uitgesloten. De milieuaspecten geur en gevaar voldoen aan de richtafstanden. In de omgeving komt veel mosselvisserij voor. De mosselvissers gaan steeds meer over op het gebruik van mosselzaadvanginstallaties (mzi’s) ter vervanging van bevissing van natuurlijke mosselbanken. De installaties bestaan uit drijvers, ankers en touwen of netten die gedurende het stormseizoen uit het water worden gehaald en worden opgeslagen op land of in het water. Binnen de Vluchthaven is de opslag van mzi’s in water rechtstreeks toegestaan. Maatgevend milieuaspect voor de opslag van mzi’s betreft geurhinder. De geuruitstoot is met name van toepassing bij opslag op het land. Bij opslag in water komt vrijwel geen geur vrij.

Beoordeling De beoogde ontwikkeling voorziet in het oprichten van een kleinschalige verkoopruimte/ proeflokaal bij een bestaande recreatieve veerverbinding als nevenfunctie van een visserijbedrijf. De veerverbinding is een historische verbinding die uit cultuurhistorisch oogpunt is behouden. De beoogde verkoopactiviteiten en het proeflokaal ondersteunen het visserijbedrijf. De beoogde activiteiten zijn kleinschalig en zijn gericht op het verkopen en proeven van eigen vangst en educatie over de lokale visserij. Ter hoogte van het besluitgebied is sprake van enige geluidsbelasting door omliggende activiteiten. De mate van toekomstige geluidsbelasting is reeds begrensd door de aanwezigheid van burgerwoningen op korte afstand van het besluitgebied. Aangezien de beoogde activiteiten samenhangen met de ligging in de haven en de bezoekers slechts kortstondig binnen het besluitgebied verblijven, wordt de situatie als aanvaardbaar beoordeeld. Conclusie Uit de richtafstandentabel voor functiescheiding blijkt dat tussen de nieuwe activiteiten en omliggende gevoelige functies voldoende afstand bestaat. Er is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de bezoekers. Omliggende activiteiten worden in de nieuwe situatie niet (verder) belemmerd. Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

29

3.8

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit zijn voor het jaar 2020 de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het projectgebied de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden (40 µg/ m3 lucht) liggen. Het aantal overschrijdingsdagen per jaar voor de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 ligt eveneens onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 µg/ m3 lucht meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt niet overschreden.

De concentratie aan elementair koolstof (EC) ter plaatse ligt ruim onder de norm van 1,5 µg/ m3 lucht. Conclusie De beoogde oprichting van een vislokaal als nevenactiviteit van een vissersbedrijf leidt niet tot een significant verschil in verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

3.9

Licht en duisternis

De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via de gemeentelijke Module Licht en Duisternis (2009) streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In de beleidsnota zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: Verlichting alleen plaatsen wanneer dit noodzakelijk is; -

Alleen verlichten wanneer dit noodzakelijk is;

-

Alleen de plaats verlichten waar licht nodig is; Geen onnodig fel licht toepassen; Alle buitenverlichting dynamisch op basis van bewegingssensoren en neerwaarts gericht

-

zodat er buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron; Paardenbakken worden niet verlicht.

Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich aangrenzend aan een grootschalig bedrijventerrein. Binnen het havengebied is reeds openbare straatverlichting aanwezig rondom de haven, ter hoogte van de woningen aan de straat Zijpe (voormalige dienstwoningen van Rijkswaterstaat), aan het openbare parkeerterrein en ter hoogte van restaurant de Zijpe. Door de ligging van het havengebied aan het natuurgebied Oosterschelde is het van belang dat de uitstraling van de verlichting wordt geminimaliseerd en de verlichting doelmatig wordt ingezet. Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

30

Vanuit het gebouw vindt enige uitstraling plaats naar de omgeving. Door de ligging van het vislokaal op het ponton zijn er geen afschermende elementen aanwezig anders dan de havendam tussen de haven en de vaarweg het Zijpe. In de beoogde situatie wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van LED-verlichting en worden de armaturen zo veel mogelijk naar beneden gericht. De binnenverlichting is buiten de openingstijden uitgeschakeld. Conclusie Door doelmatig gebruik van verlichting en toepassing van LED-verlichting waar mogelijk, wordt de lichtverstrooiing zo veel mogelijk beperkt

3.10 Externe veiligheid Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een kleinschalig vislokaal met verkoopruimte/ proeflokaal als ondersteunende faciliteiten van een visserijbedrijf met een fietsveer is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Op het pont zijn maximaal 20 bezoekers slechts voor een korte tijd aanwezig. Het vislokaal heeft een oppervlak van circa 136m2.

Door de beperkte bedrijfsoppervlakte en het beperkt aantal bezoekers, is er geen sprake van een kwetsbaar object of een beperkt kwetsbaar object zoals bedoeld in het Bevi. De projectlocatie bevindt zich niet binnen een plaatsgebonden risicocontour van omliggende bedrijfsactiviteiten. Activiteiten met gevaarlijke stoffen zijn uitgesloten binnen het bedrijventerrein op basis van de regels van het bestemmingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

31

Figuur 11

Uitsnede Nationale risicokaart (www.nederland.risicokaart.nl)

In de directe omgeving van het project zijn geen inrichtingen gevestigd die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied. Op meer dan een kilometer afstand van de locatie bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Over de Rijksweg vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. De contour van het plaatsgebonden risico (PR 10-6) komt niet buiten de wegbegrenzing. Het project ligt op grote afstand van de weg en bevindt zich buiten de veiligheidszone en buiten de invloedszone van het groepsrisico. De beoogde kleinschalige activiteiten hebben geen effect op de personendichtheid van het gebied en geen effect op de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Het Zijpe is een belangrijke binnenvaartroute binnen de corridor Westerschelde- Rijn. Over het Zijpe vindt frequent vervoer van gevaarlijke stoffen plaats tussen onder meer chemische clusters, waaronder brandbare vloeistoffen (stofcategorieën en aantallen: LF1- 7191; LF2- 5612, LTI- 90, GF3- 3735 en GT3- 41 vervoerd. De route is aangeduid als ‘zwarte route’. De bevaarbaarheid over het Zijpe is afgestemd op grote vaartuigen (CEMT-klasse VI).

Op basis van Bijlage 3 van de Regeling Basisnet is voor de vaarweg Zijpe een PR- risicocontour van toepassing die niet buiten de watergrens komt. De binnenvaartroute heeft een vrijwaringszone van 50 meter aan weerszijden van de vaarweg. De vaarweg van de Zijpe bevindt zich op meer dan 200 meter afstand van de besluitlocatie. De besluitlocatie bevindt zich buiten de vrijwaringszone en buiten het invloedgebied van de vaarweg. Er is geen sprake van een inperking van de gebruiksruimte van de vaarweg. Wat betreft de verantwoording van het groepsrisico kan worden volstaan met een beperkte verantwoording in de vorm van een beoordeling van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een calamiteit in geval van een toxisch scenario. In geval van een calamiteit kunnen gebruikers via de steiger het vislokaal verlaten. De bouwtechnische veiligheidsmaatregelen voldoen aan de wettelijke regelingen van onder meer het Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

32

Bouwbesluit 2012. In het geval van een toxisch scenario is het aan te bevelen om bouwwerken volledig afsluitbaar te realiseren door middel van de aanleg van een centraal afsluitbare mechanische ventilatie. Door de ligging van de locatie aan een openbare parkeerplaats kunnen bezoekers van de risicobron af vluchten richting de parkeerplaats of de kade. De locatie is voor hulpdiensten bereikbaar via de aanliggende openbare parkeerplaats. De bereikbaarheid ter hoogte van het project en de dekking van het sirenestelsel ter hoogte van de Vluchthaven worden aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio. Niet gesprongen explosieven Op basis van de Arbo- wet is het verplicht om een risico-inventarisatie uit te voeren voorafgaand aan het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft in 2015 beleid vastgesteld voor de wijze waarop bij ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden dient te worden met de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven die resteren uit de Tweede wereldoorlog. Het beleid is vastgelegd in de ‘Beleidsnota Conventionele explosieven (CE)’. Gebieden met een hoog risico op explosieven zijn op basis van historisch vooronderzoek weergegeven in een signaleringskaart. Ter hoogte van het plangebied geldt op basis van de CErisicokaart een hoge trefkans voor de aanwezigheid van conventionele explosieven.

In dergelijke gebieden wordt geadviseerd om maatregelen met betrekking tot CE te treffen bij grondroerende werkzaamheden. Aangeraden wordt om de risico’s op de aanwezigheid van explosieven voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden binnen verdacht gebied te laten beoordelen door een gecertificeerd opsporingsbedrijf. Bij grondroerende werkzaamheden waarbij sprake is van zeer gering grondverzet en derhalve de kans op het aantreffen van explosieven zeer klein is, hoeven geen maatregelen genomen te worden. In dergelijke gevallen dient het protocol ‘Toevalstreffer CE uit de Tweede Wereldoorlog’ te worden gevolgd.

Figuur 12

Uitsnede NGE beleidskaart (versie 1 juni 2021)

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

33

In onderhavige situatie is sprake van beperkte bodem verstorende werkzaamheden. De te realiseren bouwwerken betreffen een drijvend ponton en een flexibele aanmeersteiger. Binnen de haven, in de directe omgeving van de projectlocatie, is sinds de oorlog de ondergrond reeds op meerdere locaties bewerkt als gevolg van de aanleg van diverse steigers en palen. De extra verstoring als gevolg van de beoogde ontwikkeling is gering. Conclusie De afstand van het project tot omliggende gevoelige functies is voldoende groot. In het vislokaal worden bouwtechnische maatregelen getroffen in de vorm van rookmelders en blusmiddelen. Het aspect externe veiligheid vormt in principe geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Als gevolg van de beperkte schaal van de ontwikkeling en de eerder uitgevoerde bodemverstorende werkzaamheden, is de kans op de aanwezigheid van niet ontplofte CE gering. De definitieve beoordeling van de situatie vindt plaats in het kader van de Arbo- wetgeving, voorafgaand aan de uitvoering van de bouwplannen. De veiligheidsparagraaf wordt aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio.

3.11 Water Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Water vormt een steeds belangrijker aspect bij het ontwikkelen van onder meer woningen en bedrijventerreinen. Het plangebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de ‘Visie Waterbeheer 2050’. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de ‘Europese Kaderrichtlijn water’ (KRW) wat betreft het bereiken van een ‘Goed Ecologisch potentieel’. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • • •

Waarborgen van waterveiligheid; Zorgen voor mooi en schoon water; Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie;

•

Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving;

• •

Verduurzaming van het watergebruik; Onderhoud van waterschapswegen.

In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het voorbereiden van het besluit overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

34

maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (vastgesteld 20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen binnen de beschermingszone A van een primaire waterkering. De waterkeringen langs de kust zijn in beheer bij het waterschap Scheldestromen. Binnen een beschermingszone van een waterstaatswerk gelden bouwrestricties in verband met de uitvoerbaarheid van toekomstige dijkversterkingen, de instandhouding van het kustfundament en de stabiliteit van de waterkering. De vluchthaven is gelegen in buitendijks gebied. Het beoogde kleinschalige vislokaal wordt gerealiseerd op een drijvend ponton en heeft geen effect op het functioneren van de waterkering of op de mogelijkheden voor toekomstige dijkversterking. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak toe met circa 338 m2 door de aanleg van een ponton. De heroprichting van de bebouwing vindt plaats op een drijvend ponton binnen open water. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. Afstromend hemelwater wordt opgenomen door het open water van de Vluchthaven.

Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater In de nieuwe situatie wordt schoon hemelwater gescheiden afgevoerd van het afvalwater. Het overtollige schone hemelwater stroomt af naar open water. Het afvalwater wordt via een nieuwe aansluiting afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel ter hoogte van de straat Zijpe. Grondwaterkwaliteit en verdroging Er is geen sprake van grondwateroverlast in de omgeving. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Het overtollige regenwater stroomt ter plaatse af zoals in de bestaande situatie het geval is. Oppervlaktewaterkwaliteit Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen. Volksgezondheid De nieuwe bebouwing heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het project heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Er zijn geen plasdrasgebieden aanwezig in de omgeving. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde nieuwe bebouwing bij een bestaande functie. Tevens zijn er geen mogelijkheden om natte natuur te ontwikkelen.

Onderhoud oppervlaktewater Ten westen van het besluitgebied bevindt zich een secundaire watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Voor de watergang geldt een beschermingszone van 7 meter. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op beschermde watergangen.

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

35

Belangen waterbeheerder De aanliggende wegen van het project zijn in beheer bij het waterschap. De nieuwe bebouwing leidt niet tot een significante toename van verkeer van bezoekers van de fietspont en heeft geen invloed op de onderhoud(smogelijkheden) aan de weg. De nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd ter hoogte van een bestaande aanmeersteiger en heeft geen effect op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.

Figuur 13

Uitsnede Legger Waterkeringen (2012)

Figuur 14

Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen (Legger 2012)

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

36

Figuur 15

Uitsnede kaart waterschapswegen

Conclusie De locatie bevindt zich binnen de beschermingszone van een primaire waterkering. Het oprichten van een drijvend vislokaal in een haven ter ondersteuning van een bestaand visserijbedrijf met een veerdienst heeft geen invloed op de omliggende watergangen of op het onderhoud en beheer van waterkeringen en waterschapswegen. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Het vuile water wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. In het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro van de planologische procedure zal de waterparagraaf worden beoordeeld door Waterschap Scheldestromen.

3.12 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een ruimtelijk besluit.

Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

37

de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Plangebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de oprichting van een vislokaal bij een visserijbedrijf met een fietspont mogelijk. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarden. Uit de ruimtelijke en milieukundige beoordeling in de overige paragrafen blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een kleinschalige activiteit zonder significante verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar. Alle relevante omgevingsaspecten zijn onderzocht in hoofdstuk 3.

Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

38

4.

UITVOERBAARHEID

4.1

Economische uitvoerbaarheid

Indien een bestemmingsplan of projectafwijkingsbesluit de oprichting van woningen of andere hoofdgebouwen, of omvangrijke verbouwingen of functiewijzigingen mogelijk maakt, dan is op basis van de Wet ruimtelijke ordening tevens het vaststellen van een exploitatieplan noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling maakt de oprichting van een vislokaal als ondersteunende activiteit bij een visserijbedrijf met fietsveer en het gebruik daarvan voor kleinschalige verkoop/ proeflokaal mogelijk. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. De steiger is in eigendom van de initiatiefnemer, de ondergronden (land en water) worden gepacht. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van de wettelijke overlegpartners (Waterschap Scheldestromen, Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 4.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de oprichting van de beoogde ondersteunende bebouwing van het visserijbedrijf geen maatschappelijk draagvlak heeft.

4.3

Procedure

De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

39

BIJLAGEN 1. Inrichtingstekening Erik van den Bos Architecten B.V. Maart 2022

2. Stikstofdepositieberekening De Roever Omgevingsadvies B.V. Augustus 2022

Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12330802/1