727926 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Vislokaal Bruinisse vishandel
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Vislokaal Bruinisser Vishandel Bruinisse Gemeente Schouwen- Duiveland
Augustus 2022
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel- Bruinisse
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Vislokaal Bruinisser Vishandel (Vluchthaven) Bruinisse
Kenmerk
: 2022.193. 01
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 30 Augustus 2022
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING................................................................................................. 6
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 8 BESTAANDE SITUATIE ................................................................................ 9 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................. 10
2.
BELEIDSKADER ........................................................................................ 12
2.1 2.2 2.3
RIJKSBELEID........................................................................................... 12 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 13 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 17
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 21
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BODEM ................................................................................................... 21 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 21 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 21 AKOESTIEK ............................................................................................. 24 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 26
3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12
MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 27 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 28 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 30 LICHT EN DUISTERNIS ............................................................................. 30 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 31 WATER ................................................................................................... 34 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 37
4.
UITVOERBAARHEID ................................................................................. 39
4.1 4.2 4.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 39 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 39 PROCEDURE ............................................................................................ 39
BIJLAGEN ........................................................................................................... 40
1. Inrichtingstekening 2. Stikstofdepositieberekening
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De initiatiefnemer is eigenaar van een visserijbedrijf gericht op kreeften-, paling- en handmatige oestervisserij. Binnen het projectgebied aan de straat Zijpe in Bruinisse is een hoog/laagwatersteiger aanwezig welke werd gebruikt door het vroegere voetveer naar Anna Jacobapolder. In de uitgangssituatie wordt de aanlegsteiger gebruikt als afmeerplaats voor de bedrijfsvaartuigen Bru 45 en Bru 30 van het visserijbedrijf van de initiatiefnemer. In de zomermaanden juli en augustus wordt op vrijdagen en zaterdagen als nevenactiviteit van het visserijbedrijf een fietsveerverbinding onderhouden tussen Anna Jacobapolder en Zijpe. De veerdienst is onder andere opgenomen in het netwerk ‘Zeeuwse Pontjes’ en maakt onderdeel uit van de fietsregio Zeeland van Nederland Fietsland (www.nederlandfietsland.nl). Tijdens de overtocht worden passagiers, indien deze daar belangstelling voor hebben, geïnformeerd over de lokale visserij, het belang van de vaarweg Zijpe voor de binnenvaart, de geschiedenis van de veerdienst, het Nationaal Park Oosterschelde en worden passagiers attent gemaakt op de aanwezigheid van bruinvissen en zeehonden en het mogelijk ‘spotten’ ervan. Aan de aanlegsteiger worden op kleine schaal: eigen vangst, verse zeevis, mosselen en andere schelpdieren (seizoensproducten) verkocht.
De initiatiefnemer wenst zijn educatieve nevenactiviteiten verder te professionaliseren door aan de steiger het ‘Vislokaal Bruinisser vishandel’ op te richten. Het vislokaal wordt gebouwd op een drijvend ponton en zal bestaan uit een verkooppunt annex proeflokaal voor visproducten (voornamelijk eigen vangst). Het vislokaal wordt met de wal verbonden door middel van een beweegbare loopbrug naast de bestaande vaste steiger. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Bruinisse’ (vastgesteld 26 maart 2015) van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Bedrijventerrein’, nader gespecificeerd met de aanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein-1’. Binnen deze bestemming zijn kade- en havengerelateerde bedrijfsactiviteiten toegestaan. In het geldende bestemmingsplan zijn geen bepalingen opgenomen die de beoogde oprichting van een vislokaal als nevenactiviteit van een visserijbedrijf rechtstreeks toestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Per brief van 21 februari 2021 (registratienummer 345797) heeft de gemeente aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden medewerking wil verlenen.
Ten behoeve van het projectafwijkingsbesluit dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Bruinisse, binnen de gemeente Schouwen- Duiveland. Kadastraal is de locatie bekend als Bruinisse, sectie G, nummers 1770 en 1772. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
6
Figuur 1
Locatie besluitgebied globaal aangegeven met rode aanwijzer (ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
7
1.3
Gebiedsomschrijving
Het besluitgebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Bruinisse, ten zuiden van de kern, binnen het regionale bedrijventerrein Bruinisse aan de Vluchthaven. De aanliggende wateren Krammer en het Zijpe zijn belangrijke binnenvaartroutes. De wateren maken tevens onderdeel uit van het Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’. De Vluchthaven is in de jaren ’30 aangelegd als aanmeerplaats voor de route tussen Zuid-Beveland en Dortsekil. Binnen dit gebied zijn watergerelateerde ondernemingen gevestigd gericht op laad- en losactiviteiten, scheepsreparatie, aquabusiness en mosselteelt. Binnen de vluchthaven ligt een belangrijke loswal. Het bedrijventerrein is op basis van de Wet geluidhinder gezoneerd. Binnen het bedrijventerrein zijn uiteenlopende bedrijven gevestigd tot en met milieucategorie 4.1. De omgeving van het bedrijventerrein kent een zekere menging van functies. De vluchthaven Zijpe is opgericht als veerplein. Aan de Vluchthaven bevinden zich van oudsher woonfuncties in de hoedanigheid van voormalige dienstwoningen voor medewerkers van Rijkswaterstaat en een horecagelegenheid (oude veerhuis). Direct ten zuiden van de projectlocatie, binnen de begrenzing van het bedrijventerrein en op korte afstand van de aanmeersteiger bevindt zich een burgerwoning.
2020
1980
1950
1925
Figuur 2
Historische ontwikkeling besluitgebied (topotijdreis.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
8
1.4 -
-
-
-
-
Bestaande situatie De projectlocatie bevindt zich aan de rand van de verkeerskundige bebouwde kom van Bruinisse, binnen bedrijventerrein ‘Bruinisse’ aan de Vluchthaven; Ter plaatse is een aanlegsteiger aanwezig welke als afmeerplaats dient voor de bedrijfsvaartuigen Bru 45 en Bru 30 van het visserijbedrijf van de initiatiefnemer; Als nevenactiviteit van het visserijbedrijf is ter plaatse een seizoensgebonden veerdienst actief in de vorm van een fietsveer. De huidige aanlegsteiger is het vertrekpunt; In de zomermaanden (juli en augustus) wordt met de viskotter Bru 45 gedurende de weekenden (vrijdag en zaterdag) 8 maal per dag uitgevaren naar Anna Jacobapolder; De veerdienst is kleinschalig: per vaart kunnen circa 12 personen en 12 fietsen worden vervoerd. Het totaal aantal bezoekers van het fietsveer in het seizoen bedraagt circa 750 personen; De veerdienst heeft voornamelijk een recreatieve en educatieve functie. Tijdens de overtocht en aan wal worden bezoekers door de schipper geïnformeerd over de lokale visserij en er wordt eigen vangst verkocht en geproefd; Aan de steiger worden tevens op kleine schaal visproducten verkocht aan lokale afnemers en passanten.
Dit betreft hoofdzakelijk kreeften, paling, oesters, verse zeevis, mosselen en andere schelpdieren van voornamelijk eigen vangst; Het verkooppunt is jaarrond geopend, met het accent op vrijdag en zaterdag, trekt circa 150 bezoekers per week in het zomerseizoen (mei – september) en circa 100 bezoekers per week in de overige maanden; De locatie is goed bereikbaar via de Rijksstraatweg, de N57 en de kern Bruinisse. Naast de projectlocatie bevindt zich een openbare parkeerplaats.
Figuur 3
Uitgangssituatie
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
9
1.5 -
-
-
-
-
Beoogde situatie In de beoogde situatie worden de bestaande educatieve nevenactiviteiten verder geprofessionaliseerd door het oprichten van het 'Vislokaal Bruinisser Vishandel’; Naast de huidige aanmeersteiger wordt een flexibele steiger geplaatst. Aan de steiger wordt een drijvend ponton gerealiseerd met een bouwwerk (een vislokaal) ten behoeve van een verkooppunt annex proeflokaal. De ponton zal tevens worden gebruikt voor opslag (onderdeks) van vistuig van het visserijbedrijf waaronder: fuiken, kubben, lijnen, drijvers, ankers etc; De ponton doet tevens dienst als afmeerplaats voor de bij het visserijbedrijf behorende bedrijfsvaartuigen: de Bru 45 en de Bru 30. Ook in de beoogde situatie zijn de veerdienst en het vislokaal nevenactiviteiten van het ter plaatse gevestigde visserijbedrijf; In de nieuwe situatie zal de bezoekerscapaciteit van de veerdienstregeling en het aantal vaarten per dag niet veranderen ten opzichte van de uitgangssituatie. De nevenactiviteiten zijn ook in de beoogde situatie kleinschalig. Met het vislokaal wordt wel de verblijfsduur van de gebruikers van het veer verlengd.
Buiten het seizoen faciliteert het vislokaal de (bestaande) kleinschalige verkoop van visproducten aan lokale afnemers en passanten; Het vislokaal sluit in bouwstijl en materiaalgebruik aan bij de vissershaven (vluchthaven) door toepassing van een ingetogen bouwstijl, kleur en materiaalgebruik; Het gebruiksoppervlak van het vislokaal zal circa 136 m2 bedragen op een ponton van circa 337,50 m2 (15m x 22,5m). Het beoogde vislokaal heeft een goothoogte van circa 2,7 m en een bouwhoogte van circa 5,0 meter. Het vislokaal biedt ruimte aan circa 20 personen. In bijlage 1 is een inrichtingstekening opgenomen; Parkeren ten behoeve van het vislokaal vindt plaats op het aanliggende parkeerterrein; Ook in de beoogde situatie is sprake van een kleinschalige ontwikkeling zonder grote verkeersaantrekkende werking.
Binnen de geldende bedrijfsbestemming is het oprichten van bouwwerken ten behoeve van een educatieve-recreatieve nevenfunctie naast het vissersbedrijf niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2009 op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In de volgende hoofdstukken wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Figuur 4
Impressie nieuwe situatie (Erik van den Bos Architect B.V. d.d. februari 2022)
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
10
Figuur 5
Inrichtingstekening beoogde situatie (Erik van den Bos Architect B.V. d.d. maart 2022)
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
11
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur; Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid; Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving. De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het besluitgebied maakt onderdeel uit van het hoofdwatersysteem en het internationaal hoofdvaarwegennet. Dit betreft één van de Rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR, namelijk het waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving door middel van het behouden van de waterveiligheid. De vaarweg Zijpe en het bedrijventerrein ‘Bruinisse’ maken onderdeel uit van Zuidwestelijke Delta.
De nationale doelstelling voor dit gebied is het realiseren van een duurzame balans tussen waterveiligheid, economie en ecologie. De doorwerking van de belangen uit de nationale ruimtelijke hoofdstructuur vindt plaats via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Besluitgebied De projectlocatie bevindt zich aan de Rijksvaarweg Zijpe, binnen de Vluchthaven. Voor een Rijksvaarweg zijn vaarwegklassen (CEMT) opgesteld met bijbehorende vrijwaringszones. Binnen een afstand van 300 meter van een havenuitvaart geldt een vrijwaringszone.
Binnen de vrijwaringszone dient een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een afweging te maken over onder meer mogelijke effecten op de doorvaart van de scheepvaart, onderhoud van de vaarweg en de toegankelijkheid voor hulpdiensten. In de beoogde situatie wordt ten behoeve van de nevenactiviteiten van een visbedrijf nieuwe bebouwing in de vorm van een vislokaal opgericht (‘Vislokaal Bruinisser Vishandel’). De beoogde (lage) bebouwing bevindt zich binnen een haven en heeft geen invloed op de veiligheid, doorstroming of onderhoud van de Rijksvaarweg. Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
12
Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van de SVIR. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie volgt dat bij de ontwikkeling van een gebouw met een ruimtebeslag van minder dan 500m2 bvo in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met het oprichten van het beoogde vislokaal van circa 136 m2 (gebruiksoppervlak) op een ponton van circa 338 m2 is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
Conclusie Met de beoogde oprichting van een kleinschalig vislokaal/ verkoopruimte ter ondersteuning van de bestaande nevenactiviteit van een visserijbedrijf zijn er geen nationale belangen in het geding.
2.2
Provinciaal beleid
Zeeuwse Omgevingsvisie In november 2021 is door provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. In deel B is het uitvoeringsprogramma opgenomen. De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; -
Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze de karakteristieke eigenheid van het landschap niet mogen aantasten. Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving. De Deltawateren maken onderdeel uit van het Natura 2000-gebied. Binnen het gebied komen uiteenlopende factoren samen die aandacht vragen: waterkwaliteit, waterveiligheid, natuurwaarden, watervraag van stedelijke functies. In verschillende gebiedsagenda’s wordt met de betrokken partijen integraal gewerkt aan een veilige, economisch aantrekkelijke en ecologisch gezonde delta. Beoordeling Met het beoogde vislokaal bestaande uit een proeflokaal/ verkoopruimte ter ondersteuning van een bestaande nevenactiviteit van een vissersbedrijf, wordt bijgedragen aan de doelstellingen uit de Zeeuwse omgevingsvisie. De historische veerverbinding Vluchthaven Zijpe- Anna Jacobapolder is sinds de aanleg van de Philipsdam in 1988 vanuit verkeersoogpunt overbodig geworden. Met Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
13
onderhavig initiatief wordt bijgedragen aan het in stand houden van het veer voor toeristischrecreatieve doeleinden. Met de invulling van de veerdienst door een visserijbedrijf met een viskotter, zijn nieuwe mogelijkheden ontstaan om de traditionele visserij verder te verbinden met de beleving van de Zeeuwse cultuur. Met initiatief wordt invulling gegeven aan het versterken van een verbrede economische ontwikkeling van de traditionele visserij en het ontwikkelen van innovatie watergebonden recreatie. De aard en schaal van de ontwikkeling zijn inpasbaar op de huidige locatie (zie tevens hoofdstuk 3). Het initiatief draagt bij aan het verbinden van voedselproductie, educatie en toeristisch- recreatieve functies en daarmee aan een duurzame en concurrerende economie en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de Zeeuwse Omgevingsvisie.
Omgevingsverordening en Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 29 juni 2021. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De vier strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
-
-
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van duurzame landbouw en het stellen van kaders voor nieuwe economische dragers in het landelijk gebied; Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie); Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal; Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Met de Omgevingsverordening wordt tevens nader invulling gegeven aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.
Beoordeling De omgeving van het besluitgebied is in het Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018 (geconsolideerd 21 september 2018) aangemerkt als grootschalig bedrijventerrein met een regionaal belang. In het strategisch beleid zijn doelstellingen opgenomen om te komen tot een duurzame en concurrerende economie. Doelstelling voor deze regionale bedrijventerrein, waaronder haventerreinen, is om een aantrekkelijk vestigingsklimaat te bieden en daarbij de milieukwaliteiten zoveel mogelijk te behouden. De binnenhaven van Bruinisse maakt onderdeel uit van een netwerk aan laad- en loslocaties ten behoeve van de binnenvaart. Grootschalige bedrijvigheid wordt zoveel mogelijk geclusterd binnen bedrijventerreinen zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt benut. De omgeving van het besluitgebied is tevens aangemerkt als clustergebied voor aquacultuur. In de omgeving zijn gebieden gereserveerd voor de schelp- en schaaldiervisserij. Ten aanzien van de Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
14
visserij, schaal- en schelpdiersector zijn algemene provinciale opgaven opgenomen. De provincie streeft naar een optimale benutting van de Deltawateren voor de verschillende visserijsectoren in relatie tot andere gebruiksfuncties. Aangrenzend aan het bedrijfsterrein is het landschappelijk waardevolle Deltawater gelegen waarvoor een milieubeschermingsgebied van toepassing is. Het Deltawater maakt onderdeel uit van de Natura 2000-gebieden. De instandhoudingsdoelstellingen voor de Deltawateren worden niet gehaald. Eén van de centrale water-gerelateerde beleidsdoelstellingen is het ontwikkelen van de onderscheidende identiteit van de Zeeuwse wateren. In deze beleidsdoelstelling is een verbinding tussen voedselproductie, kennis, educatie en toeristisch- recreatieve functies onderdeel van een duurzame en concurrerende economie.
Figuur 5
Uitsnede Provinciale Omgevingsverordening 2018 (geconsolideerde versie 21 september 2018)
Door de bijzondere natuurlijke eigenschappen van de Deltawateren is ook een bijzondere watergebonden cultuur gegroeid. Eén van de strategische opgaven is behouden en versterken van een waardevolle leefomgeving waarin een balans tussen benutting en bescherming van de natuurlijke rijkdommen. Het vergoten van de beleving en de toegankelijkheid van bijzondere natuurgebieden wordt als belangrijk instrument gezien. Het vergroten van het aanbod aan recreatie en educatie waarbij de omgevingskwaliteiten zoals rust, weidsheid en open horizon worden beleefd wordt als wenselijk gezien.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
15
Vanuit de strategische opgave: ‘toekomstbestendige, bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving’ staat centraal dat nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de omliggende functies en goed bereikbaar zijn. In het kader van de milieubelasting worden functies als wonen, werken en recreatie zo veel mogelijk gebundeld. Besluitgebied Het oprichten van bebouwing (een vislokaal) ter ondersteuning van een bestaande nevenactiviteit (veerdienst) bij een bestaand visserijbedrijf draagt bij aan de strategische ruimtelijke opgaven van de Provincie op de volgende wijze. De oprichting van een vislokaal is verenigbaar met de doelstelling tot duurzaam ruimtegebruik. De activiteiten van het visbedrijf, inclusief de recreatieve nevenactiviteiten, hebben een functionele en historische binding met de haven. Van oudsher is binnen het bedrijventerrein sprake van enige menging van functies. Het behouden van de veerdienst op de locatie is wenselijk vanwege de cultuurhistorische waarde van de dienst en de verbinding van de dienst met de haven. De professionalisering van de kleinschalige nevenactiviteiten van het visserijbedrijf door de oprichting van een vislokaal, is verenigbaar met de doelstellingen om bestaande bedrijventerreinen efficiënt te benutten. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het aantal veerdiensten of de veerdienstcapaciteit en faciliteert de bestaande bezoekersaantallen.
Met de beoogde bebouwing worden de gebruiksmogelijkheden van het gezoneerde bedrijventerrein niet (verder) belemmerd (zie tevens hoofdstuk 3). Met de beoogde kleinschalige en ondersteunende faciliteiten van de bestaande veerdienst wordt bijgedragen aan het beleefbaar maken van het Deltagebied. Met het initiatief wordt de traditionele lokale visserij toeristisch- recreatief ontsloten. De beoogde ontwikkeling is kleinschalig van aard en versterkt het aanbod aan watergebonden recreatie. De schaal van de ontwikkeling past bij de draagkracht van het gebied. Het ontwikkelen van een kleinschalige recreatieve nevenfunctie van een bedrijf in de schaal- en schelpdiervisserij past binnen de doelstellingen voor een duurzame en concurrerende economie. Het vislokaal wordt gerealiseerd op een drijvend ponton en heeft hiermee geen invloed op de waterkerende functie van de dijk aan de Vluchthavenweg. De nieuwe bebouwing voldoet aan de isolatievoorschriften en andere duurzaamheidsvereisten uit het Bouwbesluit 2012. Hiermee past het project binnen de doelstellingen ten aanzien van een klimaatbestendige en neutrale samenleving. De nieuwe bebouwing is kleinschalig en sluit in bouwstijl, kleur- en materiaalgebruik aan op het karakter van de Vluchthaven.
Door de ligging in het water en het materiaalgebruik draagt het vislokaal bij aan het vergroten van de belevingswaarde van het karakteristieke havenlandschap. De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstelling omtrent het behoud en de verbetering van de beleving van de Deltawateren. Compensatie of mitigatie als gevolg van de nieuwe bebouwing ten behoeve van een bestaande kleinschalige functie is niet aan de orde. Het initiatief past hierdoor binnen de doelstellingen voor een waardevolle leefomgeving. De locatie ligt aan een openbaar parkeerterrein. De aanmeersteiger van het visserijbedrijf/ veerdienst is reeds goed ontsloten voor autoverkeer en langzaam verkeer. De locatie is bereikbaar voor langzaam verkeer vanuit Bruinisse via de Vluchthavenweg en voor autoverkeer vanaf de Rijksstraatweg. Met het ontwikkelen van het beoogde vislokaal wordt een verbinding gelegd tussen de traditionele visserij, de natuurlijke en cultuurhistorische omgeving van de Deltawateren en het ontwikkelen van kleinschalige recreatieve voorzieningen. De schaal en aard van het initiatief past binnen de draagkracht van de omgeving. Hiermee draagt het vislokaal bij aan het bereiken van een toekomstbestendige en bereikbare woon-, werk-, en verblijfsomgeving.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
16
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven uit de Omgevingsverordening en past binnen de doelstelling voor het behoud van de kwaliteit van het Zeeuwse landschap.
2.3
Gemeentelijk beleid
Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die de basis vormen voor het ruimtelijke beleid. Als gevolg van vergrijzing verandert de bevolkingssamenstelling. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de beschikbare beroepsbevolking en het voorzieningenaanbod. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Daarnaast is er in de omgeving kwetsbare natuur gelegen. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland de doelstelling centraal om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Het water wordt hierin gezien als bron en drijfveer voor economische ontwikkeling. Om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied geconcentreerd. Met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de verstedelijkte structuur wordt terughoudend omgegaan.
Het ontwikkelen van het recreatief potentieel en daarbij de streekeigen producten en karakter in te zetten als onderscheidende factor wordt gezien als een belangrijke opgave voor de regio. De havens binnen de gemeente met watergerelateerde bedrijvigheid hebben ook een aantrekkingskracht op de waterrecreant. Met name langs de Oosterschelde en de Grevelingen vindt veel multifunctioneel gebruik van havens plaats. Er is meer diversiteit en kwaliteit nodig in het aanbod aan recreatieve voorzieningen om onderscheidend te kunnen worden ten opzichte van andere recreatiegebieden. De lange termijn doelstelling betreft het verder ontwikkelen van de bestaande diversiteit met zorg voor het landschap. Nieuwe ontwikkelingen leveren een bijdrage aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit op basis van verevening (ontwikkelingsgerichte bijdrage). Het behoud van de traditionele visserij, met onder meer Bruinisse als thuishaven, en het benutten van de toeristische potentie daarvan zijn een aantal van de gekozen ontwikkelrichtingen voor de gewenste watergerelateerde economie. Het verweven van verschillende watergebonden functies met elkaar is hierbij een centrale doelstelling en belangrijke randvoorwaarde. Besluitgebied In de omgeving van Bruinisse komen uiteenlopende regionale functies, waaronder maritieme bedrijvigheid, vaarverkeer, visserij en watergebonden toerisme samen.
Het besluitgebied is gelegen binnen de Vluchthaven van Bruinisse. Het onderscheidende karakter van Bruinisse is dat van een oorspronkelijk vissersdorp met veel hedendaagse watergerelateerde bedrijvigheid. De veerdienst is van oudsher gevestigd in de Vluchthaven. Met de invulling van de veerverbinding met een viskotter van een visserijbedrijf zijn mogelijkheden ontstaan om de verbinding tussen het vissersbedrijf en het recreatieve aanbod verder vorm te geven. Met het oprichten van een kleinschalig vislokaal met ondersteunende verkoopruimte/ proeflokaal wordt het huidige educatieve aanbod aan bezoekers van de veerdienst verder geprofessionaliseerd. Met de kleinschalige uitbreiding aan bebouwing, wordt de beschikbare ruimte binnen het bedrijventerrein geïntensiveerd op een locatie die de aanwezige grootschalige laad- en losactiviteiten niet verder belemmerd. Het drijvende vislokaal in de haven geeft invulling aan de ambities om de Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
17
visserijsector en het toeristische aanbod op een innovatieve wijze te versterken, het onderscheidende Zeeuwse karakter beleefbaar te maken en de visuele landschappelijke verbinding van Bruinisse met het water te versterken.
Figuur 6
Uitsnede Provinciale Omgevingsverordening 2018 (geconsolideerde versie 21 september 2018)
Conclusie De beoogde ontwikkeling van een draagt bij aan de gebiedsdoelstelling om de water- gerelateerde verblijfseconomie te versterken met behoud van het karakteristieke landschap. De beoogde ontwikkeling past binnen de lange termijn strategische doelstellingen.
Structuurvisie Bruinisse 2025 In 2011 is de Structuurvisie Bruinisse 2025 vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit een toekomstbeeld, een uitvoeringsparagraaf en een ruimtelijke en functionele analyse. De structuurvisie geeft het lange termijn handelingsperspectief van de gemeente weer en vormt het toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het huidige beleid wordt het herstel van In het toekomstbeeld is de Structuurschets uit 2006 herijkt. Identiteitsbepalend voor de kern Bruinisse is de (mossel)visserij. Het versterken van de (visuele) beleving van de kern met het water wordt als belangrijke kans gezien. Het voorzieningenaanbod binnen de gemeente is gericht op de dagelijkse behoefte van de eigen inwoners. Met de huidige sociaal- maatschappelijke ontwikkelingen waaronder vergrijzing en ontgroening komt het lange termijn voorzieningenaanbod onder druk te staan. De vitaliteit van de kern kan voor de lange termijn worden versterkt door onder meer het ontwikkelen van water- en visserijgerelateerde bedrijfsactiviteiten en het versterken van de aantrekkelijkheid voor toeristen en recreanten. Doelstelling voor de Vluchthaven is om de beschikbare ruimte beter te benutten door watergebonden bedrijfsactiviteiten. Binnen de Vluchthaven zijn ter hoogte van het plangebied van oudsher reeds gevoelige functies gelegen in de vorm van woningen en een restaurant.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
18
Beoordeling/ conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de structuurvisie om de watergebonden bedrijvigheid te ontwikkelen en de beleving van het water te versterken. Met de beoogde kleinschalige uitbreiding van bebouwing wordt bijgedragen aan het versterken van een visserijgerelateerde nevenactiviteit van een gevestigd visserijbedrijf binnen het bedrijventerrein. De realisatie van een vislokaal faciliteert bestaande bezoekersaantallen. Een vislokaal is geen geluidgevoelige functie. De beoogde uitbreiding van bebouwing vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijfsmatige functies (zie tevens paragraaf 3.4 en 3.7). Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Bruinisse’ van toepassing (vastgesteld op 26 maart 2015). Het perceel beschikt over de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Op basis van de aanduiding ‘Specifieke vorm van bedrijventerrein -1’ zijn uitsluitend kade- of havengebonden bedrijven toegestaan of bedrijven die reparatiewerkzaamheden uitvoeren aan boten. Binnen de haven is tevens opslag van mosselzaadvanginstallaties toegestaan op basis van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein- mzi-opslag’. Ter plaatse is een bedrijventerrein gevestigd waar bedrijfsactiviteiten tot en met maximaal milieucategorie 4.1 zijn toegestaan.
Ter hoogte van de loswal zijn activiteiten tot maximaal categorie 4.2 toegelaten. Ter hoogte van de planlocatie zijn de toegestane bedrijfsactiviteiten nader gespecificeerd met de functieaanduiding ‘Bedrijf tot en met categorie 3.2’. Ter hoogte van het besluitgebied is tevens de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie- 7’ van kracht ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige waardevolle archeologische relicten. Indien zich als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse bodemverstorende activiteiten plaatsvinden vanaf een bewerkingsoppervlakte van 5000m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 0,5 m-mv, is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk (zie tevens paragraaf 3.2). Het project voorziet niet in dergelijke bouwwerken. Ter plaatse geldt de dubbelbestemming ‘Waterstaat- Waterkering’ ter bescherming van de waterstaatkundige functie van de waterkering. De beoogde bebouwing wordt gerealiseerd op het water in de vorm van een ponton en heeft geen effect op de functie van de waterkering. In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om bebouwing voor een nevenactiviteit van een visserijbedrijf op te kunnen richten. Om de beoogde bouwactiviteiten mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken.
De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Met het bestemmingsplan Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland worden de parkeernormen uit het beleidsdocument Parkeerbeleid 2017-2020 planologisch verankerd. Zie tevens paragraaf 3.6. Aan de beoogde ontwikkeling wordt medewerking verleend door het College onder voorwaarde dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe vindt in hoofdstuk 3 een nadere afweging plaats.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
19
Figuur 7
Uitsnede bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Bruinisse’: enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’
(besluitgebied gemarkeerd met rode aanwijzer).
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
20
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan bovendien van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde functies en voor de uitvoerbaarheid van het project. Besluitgebied De beoogde ontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats binnen bebouwing op een drijvend ponton. Bezoekers verblijven niet gedurende meer dan twee uur op de locatie. Conclusie Het gebruik van de ponton heeft geen invloed op de bodem- of (grond)waterkwaliteit ter plaatse. De bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de beoogde gebruikers en bezoekers van de locatie.
3.2
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Sinds het Verdrag van Malta (1992) zijn overheden verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch onderzoek uit te voeren. Deze verplichting is vastgelegd in de huidige Erfgoedwet (2016). Besluitgebied De beoogde ontwikkeling vindt hoofdzakelijk plaats op een drijvend ponton. Ter hoogte van het besluitgebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie- 7’ ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische relicten. Indien een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in een bouwwerk met een oppervlakte van minder dan 5000m2 en waarbij grondbewerkingen tot maximaal 0,5 meter diep plaatsvinden, wordt de invloed op archeologische grondlagen als verwaarloosbaar
vrijstellingsgrens
bestaat
geen
onderzoeksplicht. Onderhavig ontwikkeling voorziet in een drijvend grondwerkzaamheden hebben een oppervlakte ver onder de vrijstellingsgrens.
beschouwd.
Voor
ontwikkelingen
onder
ponton.
De
Conclusie Er vinden door uitvoering van het project geen grootschalige grondbewerkingen plaats. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodemingrepen boven de vrijstellingsgrens. Er is geen sprake van belemmering voor de ontwikkeling van het projectgebied op basis van de archeologische verwachtingswaarde. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.3
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
21
omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen of bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit. Rijksbelang Volgens het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (geconsolideerde versie 1 jan 2017) is het besluitgebied niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt. Provinciale belangen De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 en de Cultuurhistorische kaart. De Vluchthaven maakt onderdeel uit van de Deltawateren. De Deltawateren en de aanliggende waterwerken zoals dijken en kades hebben een landschappelijk en cultuurhistorisch provinciaal cultuurhistorisch belang. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen volgens artikel 2.28 van de Omgevingsverordening 2018 te voorkomen dat landschap en erfgoed significant worden aangetast of dat er een significante vermindering van oppervlakte of aantasting van de samenhang tussen gronden of elementen optreedt.
In de cultuurhistorische atlas is de Vluchthaven aangemerkt als gebied met een zeer hoge cultuurhistorische waarde. De zuidelijk gelegen Veerhaven/ Tramhaven Zijpe heeft een hoge cultuurhistorische waarde. De dijk heeft een redelijk hoge waarde als landschapselement (‘lijn’)
Figuur 8
Uitsnede cultuurhistorische kaart Provincie Zeeland
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
22
Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De erfgoednota vormt een uitwerking van de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden de cultuurhistorische waarden van het gebied beleidsmatig meegewogen. Het uitgangspunt van de erfgoednota is behouden, beleven en benutten. Het gemeentelijk welstandsbeleid maakt onderscheid in gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Op basis van de gemeentelijke Welstandsnota 2012 (vastgesteld oktober 2012) zijn voor jachthavens, bedrijven en haventerreinen de criteria van welstandsniveau 3 van toepassing. Dit is het reguliere welstandsbeleid. Het beleid ten aanzien van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit. De toetsingscriteria voor haventerreinen zijn als volgt geformuleerd:
Figuur 9
Uitsnede gebiedsgerichte criteria haventerreinen (bron: welstandsnota Schouwen-Duiveland
Beoordeling Het project betreft het oprichten van een kleinschalig vislokaal binnen een haventerrein. Ter hoogte van het besluitgebied zijn geen objecten met een bijzondere cultuurhistorische waarde aanwezig. In de bestaande situatie is sprake van een locatie en een activiteit met grote cultuurhistorische belevingswaarde. De huidige recreatieve (fiets)veerverbinding is een overblijfsel van de historische veerpont naar het vasteland. Na de aanleg van de Philipsdam in de jaren ’80 werd de veerdienst overbodig en kreeg deze een recreatieve functie.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
23
Met het oprichten van een vislokaal ter ondersteuning van het recreatieve fietsveer wordt bijgedragen aan het versterken van kwalitatief hoogwaardig recreatief aanbod en de educatie over de traditionele regionale visserij. Het vislokaal past in bouwstijl, detaillering, kleur- en materiaalgebruik bij de havenomgeving. Met de architectonische vormgeving en de ligging op een drijvend ponton wordt aangesloten op de landschappelijke karakteristiek van het Deltalandschap en een verbinding gelegd met de beleving van het water en de visserij. Conclusie De beoogde situatie past binnen de gemeentelijke doelstellingen voor de omgang met cultuurhistorisch waardevolle gebieden: ‘behouden, beleven, benutten’.
3.4
Akoestiek
Wegverkeerslawaai Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer en industrielawaai. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoorof verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 3: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
geluidzone
in
meters
Buitenstedelijk
De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Een vislokaal is geen verblijfsruimte zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. Ruimten waar mensen gedurende een deel van de dag aanwezig zijn dienen wel beschouwd te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De Vluchthaven maakt onderdeel uit van het regionale bedrijventerrein Bruinisse. Binnen het bedrijventerrein is de vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers (art. 2.1 Bor) toegestaan. Ter hoogte van de loswal worden ook bulkgoederen geladen en gelost. Voor deze activiteit is feitelijk milieucategorie 4.2 van toepassing. In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich van oudsher gevoelige functies (woningen) en een horecagelegenheid. Uit akoestisch onderzoek in 2011 (Kraaij Akoestisch Adviesbureau) naar bedrijfsactiviteiten binnen de loswal blijkt dat de geluidsbelasting door laad- en losactiviteiten op het bedrijventerrein ter hoogte van de bestaande woningen aan de Zijpe tussen de 50 en 55 dB(A) bedraagt. De uitbreidingsmogelijkheden voor binnen het bedrijventerrein gevestigde bedrijven zijn vervolgens begrensd door de toepassing van inwaartse milieuzonering via het bestemmingsplan.
Op basis van de toegepaste milieuzonering wordt een acceptabel woon- en leefklimaat van een woning op een bedrijventerrein geborgd. De bedrijfsactiviteiten zullen voor een hogere geluidsbelasting ter hoogte van het vislokaal zorgen.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
24
De locatie wordt ontsloten via het openbare parkeerterrein aan de straat Zijpe. Het vislokaal is bereikbaar via de Rijksstraatweg, de Zuidweg en de Vluchthavenweg. De wegen binnen de kern Bruinisse hebben overwegend een maximumsnelheid van 30 km/uur. De wegen tussen de kern en het plangebied hebben een maximum toegestane snelheid van 50 km/uur. Over de aanliggende wegen vinden tevens verkeersbewegingen plaats van en naar het bedrijventerrein. De ontsluitingswegen naar de kern en het bedrijventerrein liggen op een afstand van meer dan 100 meter van het vislokaal en aan de rand van de bebouwde kom van Bruinisse. De ontsluiting van het bedrijventerrein Bruinisse bevindt zich aan de Rijksstraatweg op een afstand van meer dan 450 meter dan de locatie. Het merendeel van het vrachtverkeer afkomstig van het bedrijfsterrein zal in westelijke richting via de Rijksstraatweg naar de Rijksweg N59 rijden. De verkeersbewegingen van het bedrijventerrein zullen voor enige geluidsbelasting ter hoogte van het vislokaal zorgen. Met de ‘GES’-methode (‘Gezondsheidseffectscreening; gezondheid en milieu in ruimtelijke planvorming’: GGD Nederland, januari 2018) kan op basis van het berekende geluidniveau de milieugezondheidskwaliteit worden gekwalificeerd.
Figuur 10
Milieugezondheidskwaliteit GES-score (GGD Nederland; januari 2018)
Ter hoogte van het beoogde vislokaal zal op basis van eerder genoemd akoestisch onderzoek sprake zijn van een geluidsbelasting van circa 55 dB(A) afkomstig van de laad- en losactiviteiten binnen de Vluchthaven. Volgens de GES-methode is ter hoogte van het plangebied met een geluidsbelasting van 53-57 dB(A) sprake van een ‘matig’ leefklimaat. In de uitgangssituatie is ter plaatse een historische veerdienst aanwezig. Deze veerdienst verandert niet in de beoogde situatie. Wel wordt het verblijf van de bezoekers verlengd door de oprichting van een (kleinschalig) vislokaal met ruimte voor ondersteunende verkoop en een proeflokaal. Het bezoek ter plaatse is per bezoeker van korte duur. Aangezien de aard van het bezoek (visserijeducatie) in de haven samenhangt met de in de omgeving voorkomende werkzaamheden kan de aanwezige geluidsbelasting als niet onevenredig worden beschouwd. Het verplaatsen van het proeflokaal/ verkoopruimte naar een andere locatie wordt vanwege de samenhang met de historische veerverbinding en de uitvoering van de veerdienst als nevenactiviteit van een visserijbedrijf als onwenselijk gezien. Conclusie Er is sprake van een ‘matig’, maar aanvaardbaar verblijfsklimaat voor de beoogde bezoekers. Nader akoestisch onderzoek is op basis van de Wet geluidhinder niet nodig aangezien er geen sprake is van een gevoelige functie.
Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling ten aanzien van het milieuaspect geluid.
Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
25
3.5
Flora en fauna
De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. In de directe omgeving van het project bevindt zich het Natura 2000- gebied ‘Oosterschelde’ (ca. 250 m afstand). De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets.
Indien schade ontstaat, moet deze worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzoeken of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het project bevindt zich binnen een grootschalig bedrijventerrein met industriële bedrijvigheid. Binnen het bedrijventerrein zijn geen onderdelen van het Natuur Netwerk Zeeland gelegen. Het meest nabijgelegen gebied dat onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk is de Boomdijk, ten noorden van het bedrijventerrein Bruinisse op een afstand van ca. 550 meter. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het project mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. De uitvoering van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen plaats te vinden (ca half maart tot ca half juli). Besluitgebied In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik aanmeerplaats voor de bedrijfsvaartuigen van het visserijbedrijf die mede het fietsveer naar Anna Jacobapolder invullen.
De projectlocatie bevindt zich binnen een grootschalig bedrijventerrein met onder meer laad- en losbedrijven. Ten oosten van het besluitgebied, buiten de haven bevindt zich het natuurgebied de Oosterschelde. In de beoogde situatie wordt de bestaande veerdienst voorzien van een kleinschalig vislokaal. Als gevolg van de oprichting van een kleinschalige verkoopruimte/ proeflokaal in het vislokaal zal het aantal bezoekers niet toenemen. Stikstofdepositieberekening Door De Roever is in augustus 2022 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de gebruiksfase met
het
rekenprogramma
Aerius
Calculator.
Op
basis
van
de
Wet
Stikstofreductie
en
natuurverbetering kunnen tijdelijke depositie-effecten als gevolg van bouwactiviteiten buiten beschouwing worden gelaten. De bouwactiviteiten kunnen worden beschouwd als niet leidend tot Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
26
een significante (structurele) extra belasting voor stikstofgevoelige habitattypen. Voor het onderzoek is uitgegaan van een worstcasescenario voor al het bezoek van het vislokaal waarbij tevens volledig gebruik wordt gemaakt van de auto. In de berekening is uitgegaan van een te verwachten bezoekersaantal van 150 personen per week, met een verkeersgeneratie van 300 lichte voertuigbewegingen per week (7.800 bewegingen per jaar). Het vislokaal zal worden verwarmd met een lucht-water warmtepomp. In de praktijk zal het vislokaal overwegend leiden tot een verlenging van de bezoekduur van de bestaande bezoekers en zullen de bezoekers van de fietspont overwegend arriveren per fiets. Resultaten Uit de stikstofdepositieberekening blijkt dat er sprake is van een te verwachten depositie 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden. De rapportage is opgenomen in bijlage 2. Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling voorziet in het oprichten van een drijvend ponton met een vislokaal. Door de kleine schaal van de ontwikkeling en de ligging binnen een grootschalig bedrijventerrein kan de aanwezigheid van, en de invloed op, beschermde soorten op voorhand worden uitgesloten. Er is geen aanvullend soortonderzoek nodig.
Conclusie Op basis van de kleinschaligheid van het initiatief, de omgevingskenmerken, de afstand tot omliggende natuurgebieden en de resultaten van een stikstofdepositieberekening voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming.
3.6
Mobiliteit en parkeren
De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317) op basis van een weinig stedelijk gebied. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling aangetoond te worden dat op eigen perceel kan worden voldaan aan het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. Er is sprake van het oprichten van een kleinschalige verkoopruimte/ proeflokaal ter ondersteuning van een visserijbedrijf met een veerdienst voor recreatief fietsverkeer. De locatie ligt aan een openbaar parkeerterrein. Er is voldoende ruimte beschikbaar om invulling te kunnen geven aan de parkeervraag. In de toekomstige situatie blijft het bezoekersaantal van het veer en de verkoopruimte gelijk. De beoogde situatie vindt geen toename plaats van de parkeervraag. De planlocatie is ontsloten via het parkeerterrein aan de straat Zijpe. Deze sluit via de Rijksstraatweg, Vluchthavenweg en de Zuidweg aan op de Rijksweg N59 (Zierikzee- Oude Tonge).
Via het gescheiden fietspad aan de Rijksstraatweg en de Vluchthavenweg is de locatie voor langzaam verkeer bereikbaar vanuit de kern Bruinisse. Door de beoogde bouw van een kleinschalig vislokaal ter ondersteuning van de visserijactiviteiten waaronder het bestaande fietsveer, zal de verkeersintensiteit ter plaatse niet significant toenemen. De verbrede activiteiten trekken reeds bezoekers aan. Het verkooppunt trekt in de huidige situatie circa 150 bezoekers aan per week binnen het zomerseizoen, in de wintermaanden zijn dit circa 100 bezoekers per week. Dit hangt samen met circa 300 verkeersbewegingen per week. Het merendeel Ruimtelijke onderbouwing- Vislokaal Bruinisser Vishandel - Bruinisse
27
van de bezoekers van de fietspond arriveert met de fiets. Doordat de vaarbewegingen en het maximale aantal bezoekers per veerdienst gelijk blijven, zal het aantal bezoekers in de beoogde situatie vrijwel gelijk blijven aan de uitgangssituatie. Ter plaatse worden reeds op kleine schaal (eigen) visproducten verkocht aan de steiger. Dit blijft gelijk in de beoogde situatie. De huidige fietspont is ontstaan uit de oorspronkelijke veerdienst voor gemotoriseerd verkeer. De locatie ligt aan de haven. Het besluitgebied is door de aanwezige functies zeer goed ontsloten. De extra verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn kleinschalig en goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.
3.7
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters
tot rustige
Richtafstand omgevingstype gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
tot gemengd
Besluitgebied De omgeving van het besluitgebied is door de aanwezigheid van grootschalige bedrijfsmatige activiteiten aan te merken als een gemengd gebied. De richtafstanden per milieucategorie kunnen met één stap worden verlaagd zonder dat dit ten kosten gaat van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Ten zuiden van de besluitlocatie bevindt zich een burgerwoning op een afstand van circa 30 meter vanaf de aanlegsteiger. Het bereiden en proeven van eigen vangst is aan te merken als ‘lichte horeca’ en vindt plaats binnen kantoortijden. Lichte horeca en kleinschalige detailhandel worden aangemerkt als milieucategorie 1. In een gemengd gebied is de bijbehorende richtafstand tot gevoelige functies 0 meter. Lichte horeca en kleinschalige detailhandel geven beperkte hinder voor omwonenden en zijn inpasbaar in een gemengd gebied. De aard en schaal van de activiteiten leidt niet tot een belemmering voor omliggende gevoelige functies.