2026.164 Bijlage 1 Concept Integraal Uitvoeringsplan Schouwen-Duiveland Elektrisch (1693355)
Tekst van het document
CONCEPT Integraal uitvoeringsplan “SCHOUWEN-DUIVELAND ELEKTRISCH” 2026-2030
Integraal uitvoeringsplan openbaar laden en plaatsingsbeleid
Conceptversie April 2026
1
Inhoud Samenvatting 1. Inleiding 1.1. 1.2. 1.3. 1.5 1.5.
2.
Aanleiding 7 Opgave oplaadinfrastructuur 8 Doel en scope Integraal uitvoeringsplan “Schouwen-Duiveland elektrisch” 8 Rol van de gemeente 10 Leeswijzer 10
Kenmerken laadinfrastructuur en gebruikersgroepen
2.1. Type laadinfrastructuur 2.2. Soorten laadpunten 2.3. Gebruikersgroepen
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.
6. 6.1. 6.2. 6.3. 6.4.
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.
4 7
11 11 11 12
Ontwikkelingen
16
Elektrische voertuigen en laadpaalgebruik Slim laden Wet- en regelgeving Netcongestie Beleidskaders
16 16 17 17 18
Prognose laadinfrastructuur
20
Prognoses elektrisch vervoer Nederland Prognoses laadpunten Schouwen-Duiveland Strategische Plankaart Openbaar Laden (2026-2030) Prognose laadinfrastructuur voor specifieke doelgroepen
20 21 22 23
Strategische keuzes
24
Type laadinfrastructuur Soorten laadpunten Uitvoeringsmodel Plaatsingsstrategie Nadere regels kabelgootvoorzieningen Participatie
24 25 26 27 27 28
Plaatsingsbeleid publieke reguliere oplaadpunten
29
Algemene informatie collectieve aanpak concessie RAL ZW Functionele en technische eisen Gemeentelijke uitvoeringseisen Verkeersbesluit en bebording
29 30 32 34
Uitvoering en organisatie
35
Contract- en concessiemanagement Rol van de gemeente binnen de concessie Interne gemeentelijke organisatie Handhaving Financiële kaders
35 36 37 38 38
2
Bijlage 1. Begrippenlijst Bijlage 2. Overzicht gebruikers-groepen Bijlage 3 Prognose elektrisch vervoer Nederland Bijlage 4 Prognose elektrisch vervoer Schouwen-Duiveland
39 41 43 45
3
Samenvatting Dit Integraal uitvoeringsplan “Schouwen-Duiveland elektrisch” bepaalt de strategie van gemeente Schouwen-Duiveland om tijdig een dekkende, toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige netwerk van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen te realiseren. Dit in navolging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), een bijlage van het Klimaatakkoord. Dit uitvoeringsplan richt zich op de volgende gebruikersgroepen: • • •
•
Personenvervoer (inwoners, werkenden en bezoekers). Licht logistieke voertuigen als bestelwagens. Specifieke doelgroepen: o Doelgroepenvervoer, deelmobiliteit en Mobility As A Service (MAAS). o Elektrische vaartuigen (zowel binnenvaart als recreatie). o Licht Electrische Voertuigen als (brom)fietsen en scooters. Zwaar logistieke voertuigen als vrachtwagens en bussen.
Personenvervoer Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden is ons eerste uitgangspunt dat Elektrische Vervoer (EV) rijders zoveel mogelijk laden op privaat terrein. EV-rijders die geen toegang hebben tot een privaat laadpunt moeten kunnen uitwijken naar semipublieke en publieke laadpunten. Een semipubliek laadpunt is een laadpunt dat is opengesteld voor publiek op een private locatie. Bijvoorbeeld bij parkeergarages of tankstations. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn. Een publiek laadpunt is een laadpunt voor een elektrisch voertuig dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een basisnetwerk van publieke laadpunten. Dit op basis van de Strategische Plankaart Openbaar Laden Schouwen-Duiveland 2026-2030. Laden met kabels over de stoep, door middel van een kabelgoot wordt onder voorwaarden toegestaan. In dit uitvoeringsplan zijn hiervoor de algemene voorwaarden opgenomen. De nadere regels kabelgootvoorzieningen wordt nog verder uitgewerkt.
Licht logistieke voertuigen Steeds meer bedrijven stappen over op elektrische voertuigen. De verwachting is dat van de bestelwagens ongeveer de helft gaat laden bij het bedrijf, via private (snel) laadinfrastructuur. De andere helft gaat thuis laden, op de eigen oprit of in de openbare ruimte. In de gemeente Schouwen-Duiveland kunnen bestelwagens dezelfde laadinfrastructuur gebruiken als personenauto’s.
Specifieke doelgroepen Het Mobiliteitsplatform SD Op Weg helpt projecten rondom mobiliteit op Schouwen-Duiveland (verder) op weg en zoekt daarbij naar verbindingen, gemeenschappelijke oplossingen en nieuwe kansen, om al werkend te komen tot een ‘eilandelijk mobiliteitsnetwerk. De gemeente heeft een faciliterende en ondersteunende rol met betrekking tot oplaadpunten voor specifieke doelgroepen en werkt hierin samen met SD Op Weg. Oplaadpunten voor specifieke doelgroepen worden op projectbasis gerealiseerd.
4
Zwaar logistieke voertuigen Voor zwaar vrachtvervoer over de weg volgt de gemeente Schouwen-Duiveland de koers van de Kennis- en actieagenda logistiek laden welke in NAL verband is opgesteld. Oplaadpunten voor zwaar logistieke voertuien worden op projectbasis gerealiseerd.
Aantal laadpunten Momenteel zijn er in de gemeente Schouwen-Duiveland ongeveer 691 (december 2025) (semi) publieke laadpunten in de openbare ruimte. Volgens de huidige prognoses zijn er in 2030 en 2035 respectievelijk 1225 en 2208 (semi) publieke laadpunten nodig voor de gebruikersgroepen personenvervoer en licht logistiek vervoer. In 2050 zijn er 3493 (semi)publieke oplaadpunten nodig. Voor de uitrol van publieke oplaadpunten richten we ons op laadpunten voor regulier laden. Dit zijn laadpunten met een vermogen van hoogstens 22 kW. Voor wat betreft snelladen, laadpunten met een vermogen hoger dan 22 kW, kiezen we voor een faciliterende rol en willen we het initiatief aan de markt overlaten.
Uitvoeringsmodel Het uitvoeringsmodel zoals was opgenomen in de Integrale laadvisie van 2021 was het “open marktvergunningen” model. Dit wil zeggen dat een aantal aanbieders van laadpalen of te wel Chargepoint Operators (CPO’s) het exclusieve plaatsingsrecht krijgen voor het realiseren van publieke laadpunten. In 2025 heeft het college besloten om deel te nemen aan de collectieve aanpak en concessie publieke laadinfrastructuur Zuidwest Nederland. Binnen deze concessie worden twee CPO’s geselecteerd voor de uitrol van de laadinfrastructuur (tot 2030) en de exploitatie (tot 2035) voor de deelnemende gemeenten. Voor specifieke doelgroepen (doelgroepen vervoer, licht elektrisch vervoer ((brom)fiets en scooters) en vaartuigen) en zwaar logistiek vervoer hanteren we het opdrachtenmodel wat wil zeggen dat deze apart aanbesteed worden, projectmatig worden voorbereid en per project voor goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Participatie We vinden het belangrijk dat inwoners en ondernemers goed geïnformeerd zijn over ontwikkelingen in hun omgeving en hier over kunnen meedenken. Inwoners, ondernemers en andere organisaties krijgen een informerende en raadplegende rol bij de realisatie van publieke laadpunten in en nabij woonwijken of bedrijventerreinen. Om inwoners, ondernemers en andere organisaties mee te laten denken zetten we het participatieplatform ‘Denk Mee Schouwen-Duiveland’ in.
5
6
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Doelstelling van de gemeente Schouwen-Duiveland, zoals is vastgelegd in de geactualiseerde Strategische visie Tij van de Toekomst (2025) en de Energie-Agenda 2025-2030, is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Het stimuleren van duurzame mobiliteit is één van de activiteiten om deze doelstelling te realiseren. De specifieke doelstelling voor het thema Duurzame Mobiliteit is het reduceren van de voertuigbrandstoffen met 20% in 2030. In 2040 en 2050 willen we respectievelijk 60 en 100% minder voertuigbrandstoffen gebruiken. Dit willen we realiseren door het stimuleren van elektrisch vervoer en het realiseren van een dekkende laadinfrastructuur voor publieke oplaadpunten voor personenvervoer en licht logistiek vervoer. Daarnaast willen we ook een dekkende laadinfrastructuur voor vaartuigen, zwaar vervoer en fietsen en scooters. Tot slot willen we duurzame mobiliteit zoals autodelen, openbaar vervoer (OV) en fietsen stimuleren en inzetten op minder en kleinere voertuigen (modaliteiten switch). In de Regionale Energie Strategie (RES) Zeeland (2.0) is de doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 55 % CO2–reductie in de mobiliteit te realiseren. In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat vanaf 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. Voor een belangrijk deel zullen dat batterij- elektrische auto’s zijn.
Die kunnen alleen rijden als de laadinfrastructuur op orde is. Om te zorgen dat er tijdig voldoende laadpunten zijn, is de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld, een bijlage van het nationale Klimaatakkoord. De NAL bestaat uit 6 regio’s, elke regio heeft dan ook een Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL). Zeeland vormt samen met provincie Zuid-Holland de samenwerkingsregio Zuidwest, en daarmee de RAL ZW. Belangrijk doel van de Regionale Aanpak Zuidwest is het borgen van voldoende laadpunten en een slim, dekkend, toegankelijk en betaalbaar laadnetwerk borgen in beleid en uitvoering bij gemeenten. Elk van de Zeeuwse gemeenten is aangesloten bij de RAL ZW, wat slagkracht geeft in de regionale aanpak van deze mobiliteitstransitie. Met die regionale aanpak beogen we stap voor stap inzicht te krijgen in de transitie die voor elk van de modaliteiten plaatsvindt, en wat de impact daarvan is op onze regionale infrastructuur. Een van de afspraken uit de NAL is dat gemeenten zorgen voor een integrale laadvisie of plan. Voor gemeente Schouwen-Duiveland geeft dit integraal uitvoeringplan de komende jaren richting aan de ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar, en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor alle elektrische voertuigen.
Dit uitvoeringsplan dient daarmee als basis om de plannen rondom de uitvoering en uitrol van laadinfra mee op te kunnen stellen. De Strategische Plankaart Openbaar Laden Schouwen-Duiveland is integraal onderdeel van dit uitvoeringplan. De strategische plankaart is opgesteld door EV consult in samenspraak met de RAL Zuid West en in afstemming met de netbeheerder Stedin. Het plaatsingsbeleid geeft invulling aan de keuzes die in het uitvoeringsplan van gemeente Schouwen- Duiveland zijn gemaakt. Het plaatsingsbeleid is als een apart hoofdstuk opgenomen in dit uitvoeringsplan.
7
1.2. Opgave oplaadinfrastructuur De overgang naar elektrisch rijden is in volle gang. Onder invloed van nationale en internationale klimaatafspraken groeit het aantal elektrische voertuigen in Nederland snel. Het Nederlandse klimaatbeleid gaat ervan uit dat vanaf 2030 alleen nog emissievrije voertuigen nieuw verkocht worden. Op Europees niveau geldt een verbod op de verkoop van nieuwe voertuigen met een verbrandingsmotor vanaf 2035. Naar verwachting zullen in 2045 vrijwel alle personenvoertuigen elektrisch zijn (bron middenscenario ELaadNL Outlook personenvoertuigen). Hoewel zich af en toe kleine tegenslagen voordoen, zet deze ontwikkeling gestaag door. Voor gemeenten betekent dit een duidelijke opdracht: laadinfra mag geen belemmering vormen voor de overstap naar elektrisch rijden. Gemeenten spelen hierin een sleutelrol. Zij beheren de openbare ruimte, maken afspraken met aanbieders voor laadpalen in de openbare ruimte, nemen verkeersbesluiten en dragen zorg voor een nette en toekomstbestendige inrichting van het straatbeeld. Circa 30–40% van alle laadsessies zal plaatsvinden in de openbare ruimte. Voor inwoners zonder eigen oprit is een goed functionerend, fijnmazig en betaalbaar laadnetwerk nodig om elektrisch te kunnen rijden.
Daarmee is publieke laadinfrastructuur een publieke voorziening geworden die bijdraagt aan duurzame mobiliteit, leefbaarheid en een betaalbare (en eerlijke) energietransitie. De snelle groei van het aantal elektrische voertuigen brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee. De behoefte aan laadinfrastructuur is groot, maar de uitrol wordt bemoeilijkt door de toenemende druk op het elektriciteitsnet, de beschikbare openbare ruimte en de beperkte capaciteit voor uitvoering in de gehele keten. Dit vraagt om doordachte en efficiënte oplossingen die enerzijds gericht zijn op uitbreiding van de laadinfrastructuur en anderzijds de strategie en impact op de lange termijn voor ogen hebben, waaronder het beperken van de knelpunten op het elektriciteitsnet.
1.3. Doel en scope Integraal uitvoeringsplan “SchouwenDuiveland elektrisch” De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een publiek laadnetwerk dat inwoners, forenzen en bezoekers ondersteunt in hun overstap naar elektrisch rijden. Daarbij staan de volgende inhoudelijke doelen centraal: • • •
•
Voldoende dekking en beschikbaarheid: Het publieke laadnetwerk groeit mee met de vraag en is zo ingericht dat laden geen drempel vormt voor (de overstap naar) elektrisch rijden; Betaalbaar en transparant: Tarieven zijn duidelijk opgebouwd, inzichtelijk en eerlijk voor de gebruikers; Onderdeel van de energietransitie: Het publieke laadnetwerk is slim en netbewust en draagt daarmee bij aan een stabiel energiesysteem, en aan onze de duurzaamheids- en klimaatdoelen. Betrouwbaar en veilig: Het publieke laadnetwerk functioneert goed, is veilig, voldoet aan alle technische en cybersecurity-eisen en wordt goed beheerd.
8
1.4. Collectieve aanpak concessie RAL Zuid West Om te komen tot een toekomstbestendige aanpak voor publieke laadinfrastructuur, en om invulling te geven aan de gestelde gemeentelijke doelen, werkt de gemeente Schouwen-Duiveland samen met andere gemeenten in Zuid-Holland en Zeeland binnen de Collectieve aanpak publieke laadinfrastructuur Zuidwest Nederland. Deze samenwerking maakt onderdeel uit van de bredere aanpak van de NAL-regio Zuidwest. De NAL-regio Zuidwest heeft hierin duidelijke doelen gesteld die naadloos aansluiten op onze eigen doelstellingen: inwoners en bezoekers van de regio moeten kunnen rekenen op een voldoende dekkend laadnetwerk, laadinfrastructuur moet betaalbaar en transparant zijn, en de uitrol moet veilig, betrouwbaar en toekomstbestendig plaatsvinden. Ook stelt de regio dat gemeenten grip moeten hebben op de kwaliteit en op een uitrol die aansluit bij de daadwerkelijke laadvraag. De collectieve aanpak is ontwikkeld om aan deze doelen te voldoen en gemeenten hierin te ontzorgen. Een belangrijk onderdeel van deze regionale aanpak is het werken met een collectieve concessie voor het plaatsen en exploiteren van publieke laadinfrastructuur.
Binnen deze concessie zorgen de provincies Zuid-Holland, Zeeland en de gemeente Rotterdam namens alle deelnemende gemeenten voor de ontwikkeling en uitvoering van deze collectieve aanpak en de uitvoering van het concessiemanagement. Belangrijke kenmerken van deze aanpak zijn: • Gezamenlijke aanbesteding van circa 20.000 nieuwe laadpalen in Zuidwest-Nederland. • Datagedreven uitrol via een uniforme methode op basis van laaddruk en plankaarten. • De mogelijkheid van het plaatsen van laadpalen in gebieden waar nog helemaal geen laadpaal aanwezig is, de mogelijkheid om strategische laadpalen aan te vragen en laadpalen voor elektrische deelauto’s en specifieke doelgroepen als invaliden. • Het goedkeuren van locaties, nemen van verkeersbesluiten en lokaal contactpunt door de gemeente. • Geen gemeentelijke investering nodig in de laadinfra: plaatsing en exploitatie zijn door de collectieve aanpak volledig marktgedreven; wel blijft gemeentelijke inzet nodig voor een actuele plankaart, het tijdig nemen van verkeersbesluiten en participatie. • Collectief concessiemanagement: toezicht en uitvoering worden namens alle gemeenten georganiseerd.
Het aansluiten bij de collectieve concessie heeft de volgende voordelen: • Kostenbesparing en ontzorging: de aanbesteding wordt centraal uitgevoerd, gemeenten hoeven geen eigen contract of aanbesteding te organiseren; • Uniformiteit en kwaliteit: gezamenlijke eisen zorgen voor eenduidige inrichting, veilige technologie, en transparante en lagere tarieven; • Hogere plaatsingszekerheid: plaatsing is afdwingbaar binnen de concessie, wat essentieel is om tijdig aan de vraag te voldoen; • Gebruik van regionale expertise: laadinfra is inmiddels een zeer complex onderwerp geworden met strategische belangen en overwegingen. Op regionaal niveau is deze kennis en expertise georganiseerd en geborgd; • Leren van elkaar: kennisdeling tussen gemeenten en gebruik van actuele data verbeteren het netwerk continu. Deze aanpak sluit aan bij de doelstelling van de NAL om laadinfrastructuur collectief, efficiënt en toekomstgericht te organiseren. De keuze voor een gezamenlijke concessie is daarmee een bewuste beleidskeuze en een beleidsmatige beslissing om de publieke belangen van gemeenten zo goed mogelijk te borgen.
9
1.5 Rol van de gemeente Hoewel de concessie centraal wordt uitgevoerd, houdt de gemeente een duidelijke en onmisbare regierol in de ruimtelijke inpassing van nieuwe laadlocaties. We hebben een plankaart opgesteld met geschikte potentiële locaties voor publieke laadpunten en actualiseren deze regelmatig op basis van nieuwe inzichten, gebiedsontwikkelingen of strategische keuzes. Onze plankaart heeft een zichttermijn tot 2030 en bevat zo’n 613 potentiële laadlocaties (1226 laadpunten). Wanneer de data aanleiding geeft tot het bijplaatsen van een laadpaal, beoordelen we of deze nog steeds past binnen de plankaart en de lokale kaders. We nemen vervolgens het verkeersbesluit dat nodig is om de laadlocatie te reserveren voor ‘het opladen van elektrische auto’s’. Daarnaast wijzen we zelf strategische locaties aan, bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten, recreatiegebieden, locaties waar deelmobiliteit wordt gestimuleerd of plekken waar specifieke doelgroepen, zoals mindervaliden, aanvullende voorzieningen nodig hebben.
1.5. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken bespreken we het Integraal uitvoeringsplan “Schouwen-Duiveland Elektrisch” in meer detail. In hoofdstuk 2 beschrijven we allereerst de kenmerken van de laadinfrastructuur en de gebruikersgroepen. In hoofdstuk 3 beschrijven we de ontwikkelingen en beleidskaders. In hoofdstuk 4 gaan we in op de prognoses voor de komende jaren. In hoofdstuk 5 lichten we onze strategische keuzes toe. In hoofdstuk 6 geven we de plaatsingsstrategie weer. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 hoe we de uitvoering van deze visie organiseren. In de bijlagen geven we een begrippenlijst (Bijlage 1), een overzicht van relevante gebruikersgroepen (Bijlage 2), de prognoses voor Nederland (Bijlage 3) en de prognoses voor Schouwen-Duiveland (Bijlage 4)
10
2. Kenmerken laadinfrastructuur en gebruikersgroepen We onderscheiden laadinfrastructuur naar 2 kenmerken: 1. 2.
Op welke grond een laadpunt zich bevindt (type). Op welk vermogen geladen kan worden (soort).
In de verdere tekst worden begrippen laadpaal en laadpunt afwisselend genoemd. Een laadpaal is de zuil ofwel fysieke structuur waarin de installatie is ondergebracht. Een laadpunt is de stekker(aansluiting) die verbonden wordt met de aansluiting van de auto. De meeste laadpalen hebben 2 laadpunten, en kunnen dus 2 voertuigen tegelijkertijd opladen. In bijlage 1 is een begrippenlijst bijgevoegd.
2.1. Type laadinfrastructuur Het laadnetwerk bestaat uit laadpunten in de publieke, semipublieke en private ruimte. Waar de paal staat, bepaalt mede de toegankelijkheid. Als gebruikers geen toegang hebben tot laadpunten op privaat terrein moeten ze kunnen uitwijken naar semipublieke of publieke laadpunten. De gemeente heeft een belangrijke rol in de realisatie van voldoende publieke laadinfrastructuur. • • •
Publiek laadpunt: Een laadpunt dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten. Semipubliek laadpunt: Een privaat laadpunt dat is opengesteld voor publiek. Denk aan parkeergarages, tankstations of horeca-locaties. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn. Verlengd Privaat Aansluitpunt: Bij het Verlengd Privaat Aansluitpunt [VPA] wordt een oplaadpunt in de publieke ruimte geplaatst en gevoed door een kabel die wordt aangesloten ‘achter’ de elektriciteitsmeter van een woonhuis of bedrijfspand.
Sinds een aantal jaar werken we aan de uitrol van publieke laadinfrastructuur om te voorzien in de toenemende behoefte. Daarnaast mag iedereen een laadpunt realiseren op eigen terrein en deze op een parkeerplek op eigen terrein beschikbaar stellen voor derden. Een actueel overzicht met de publieke oplaadpunten op Schouwen-Duiveland vind je op regionale klimaatmonitor van Rijkswaterstaat (klimaatmonitor.databank.nl). Momenteel heeft Schouwen-Duiveland 691 (semi)publieke laadpunten (ongeveer 345 laadpalen) in de openbare ruimte.
2.2. Soorten laadpunten Laadpunten kunnen op verschillende vermogens elektriciteit leveren: • Regulier laden: laadpunt met een vermogen tot 22 kilowatt (kW). Het opladen tot de maximale batterijcapaciteit duurt meerdere uren. Reguliere laadpunten kunnen individueel worden geplaatst, of geclusterd worden op een laadplein.
11
•
•
Snelladen: laadpunt met een vermogen van meer dan 22 kW, waarmee elektrische voertuigen in kortere tijd kunnen opladen. Snelladen gebeurt op gelijkstroom en is volop in ontwikkeling. We onderscheiden 3 subcategorieën: o Kortparkeerladen of semi-snelladen: Laadpunt met een vermogen tussen 22 en 125 kW, deze worden steeds meer geplaatst bij onder andere supermarkten, hotels en vergaderlocaties. Inmiddels zien wij op Schouwen-Duiveland verschilleden initiatieven bij (retail)ondernemingen (Liddle, AH, Market plaza, etc). o Ultrasnelladen voor personenvervoer: Laadpunt met een vermogen tussen 125 en 350 kW. Het grootste deel van de huidige beschikbare elektrische voertuigen is technisch geschikt om te laden met een snelheid van maximaal 50 kW. De nieuwere modellen en modellen in het hogere segment zijn geschikt voor de hogere vermogens. De laadvermogens tussen 125 kW en 350 kW worden tegenwoordig bij snellaadstations langs hoofdwegen geplaatst, bijvoorbeeld bij pompstations en wegrestaurants. Ultrasnelladen voor openbaar vervoer en zwaar logistiek: Laadpunt met een vermogen hoger dan 350 kW, bijvoorbeeld een pantograaf. De laadpunten zijn geschikt om grote voertuigen zoals vrachtwagens en bussen in korte tijd te laden.
Snelladen is duurder dan regulier laden en zorgt voor een grotere impact op het elektriciteitsnetwerk. Snelladers zijn daarom vooral gewenst op plaatsen waar een korte verblijfsduur gepaard gaat met een grote laadbehoefte en men bereid is daar meer voor te betalen. Denk bijvoorbeeld aan taxistandplaatsen, (toeristische) verzorgingsplaatsen langs de snelweg, mobiliteitshubs of logistieke hotspots zoals grote bedrijventerreinen.
2.3. Gebruikersgroepen Gemeente Schouwen-Duiveland kent verschillende gebruikersgroepen die (op termijn) overstappen naar elektrisch rijden, met elk hun eigen kenmerken en behoeftes aan laadinfrastructuur. In dit hoofdstuk beschrijven we voor de gebruikersgroep(en) personenververvoer, licht logistieke voertuigen, zwaar logistieke voertuigen en de specifieke doelgroepen (doelgroepenvervoer, licht elektrische voertuigen en vaartuigen) welke laadoplossingen we inzetten. Openbaar vervoer, taxi’s en mobiele werktuigen worden kort beschreven maar vallen buiten dit uitvoeringsplan.
2.3.1.
Personenvervoer
Voor personenvervoer maken we een onderscheid tussen inwoners, werkenden en bezoekers:
Inwoners Gemeente hanteert de ladder van laden (zie ook paragraaf 5.1). De voornaamste laadoplossing voor bewoners met een eigen parkeerplaats is privaat laden op eigen terrein. Voor inwoners die elektrisch rijden en geen toegang hebben tot een privaat dan wel semipubliek laadpunt, zetten we in op voldoende publieke laadpunten verspreid over de gemeente. Onder voorwaarden is laden over de stoep, door middel van een kabelgoot, toegestaan.
Werkenden De laadbehoefte van werk gerelateerd bezoek wordt waar mogelijk ingevuld met private en semipublieke laadpunten bij onder andere kantorencomplexen. Voor bedrijven is dit in de meeste gevallen ook de meest kosteneffectieve optie, omdat zij elektriciteit relatief goedkoop kunnen inkopen. Daarnaast zijn snellaadpunten van belang als vangnet voor bezoekers die lange afstanden moeten rijden en tussen bezoek aan klanten kort de tijd hebben om te laden.
12
Bezoekers Hieronder valt bezoek aan vrienden en familie maar ook bezoek aan toeristische locaties en het centrum. De eerste groep maakt voornamelijk gebruik van publieke laadpunten in woonwijken. Daarvoor zetten we in op een dekkend netwerk van publieke laadpunten verspreid over de gemeente, zodat er binnen redelijke afstand een laadpunt beschikbaar is. Om inzicht te krijgen in de laadbehoefte van toeristen maakt de gemeente gebruik van laaddata en worden laadpalen geclusterd geplaatst. De gemeente trekt samen actief op met de provincie en netbeheerder. Waar mogelijk wordt de laadbehoefte van bezoekers aan toeristische locaties en het centrumgebied ingevuld door private en semipublieke laadpunten bij de betreffende toeristische locatie. Snellaadpunten vormen een belangrijk vangnet voor bezoekers die lange ritten maken. In RAL verband wordt onderzoek gedaan waar snelladers het beste geplaatst kunnen worden.
2.3.2.
Licht logistieke voertuigen
Steeds meer bedrijven stappen over op elektrische voertuigen voor goederenvervoer. De ontwikkeling van zero-emissiezones versnelt deze overstap. Ook financieel wordt het steeds aantrekkelijker om de overstap te maken. De aanschafprijs is weliswaar nog hoger maar de operationele kosten van een elektrische bestelwagen zijn lager, waardoor de total cost of ownership (TCO) in sommige gevallen al voordeliger uitvalt voor elektrisch. De verwachting is dat van de bestelwagens ongeveer de helft gaat laden bij het bedrijf, via private (snel) laadinfrastructuur. De andere helft gaat thuis laden, op de eigen oprit of in de openbare ruimte. In de gemeente Schouwen-Duiveland kunnen bestelwagens dezelfde laadinfrastructuur gebruiken als personenauto’s. Berijders van elektrische bestelauto’s kunnen een aanvraag voor een publieke laadpaal doen conform het aanvraagproces voor personenauto’s. Op dit moment heeft de gemeente Schouwen-Duiveland geen plannen om een zero-emissiezone voor logistiek in te richten. Ook wordt er in de nabije toekomst (tenminste binnen de herijkingsperiode van dit uitvoeringsplan openbaar laden geen grote toename van de laadbehoefte van deze doelgroep verwacht. De gemeente blijft de ontwikkelingen op dit gebied volgen en past indien nodig deze visie daarop aan.
2.3.3.
Specifieke doelgroepen
We onderscheiden de volgende specifieke doelgroepen namelijk: doelgroepen vervoer, licht elektrische voertuigen (fietsen, brommers en scooters) en vaartuigen.
Doelgroepen vervoer Voor het realiseren van oplaadpunten voor specifieke doelgroepen werkt de gemeente SchouwenDuiveland samen in het Mobiliteitsplatform SD Op Weg. Het Mobiliteitsplatform SD Op Weg helpt projecten rondom mobiliteit op Schouwen-Duiveland (verder) op weg en zoekt daarbij naar verbindingen, gemeenschappelijke oplossingen en nieuwe kansen, om al werkend te komen tot een ‘eilandelijk mobiliteitsnetwerk’.
Licht elektrische voertuigen Elektrische fietsen, bromfietsen en scooters kunnen worden geladen met een 230 volt-aansluiting en kunnen door de uitneembare accu’s makkelijk thuis worden geladen. Wel zien we een toenemende behoefte aan fietslaadpunten op strategische locaties, zoals busstations en toeristische locaties Deze laadbehoefte moet waar mogelijk ingevuld worden met private fietslaadpunten. Daar waar fietsoplaadpunten in de door de raad vastgestelde dorps- en stadsvisies zijn geplaatst, worden deze door de gemeente geëxploiteerd.
13
In Schouwen-Duiveland zijn in 2020 op 13 zogenaamde rustpunten langs de Toeristische Hoofdinfrastructuur elektrische oplaadpunten gerealiseerd voor fietsen. Op deze rustpunten zijn naast de oplaadpunten ook andere voorzieningen als bijvoorbeeld picknicktafels gerealiseerd. Ook deze laadpunten worden door de gemeente geëxploiteerd.
Vaartuigen De verwachting is dat er in de watersport meer en meer overgegaan zal worden op elektrisch varen. In Brouwershaven is het eerste snellaad oplaadpunt voor pleziervaart in Zeeland gerealiseerd. Het snel-oplaadstation heeft de naam Greenport Brouwershaven gekregen omdat de stroom die de boten krijgen afkomstig van zonne- en windenergie. Greenport is echter niet toegankelijk voor grotere schepen. Om elektrisch vervoer binnen de watersport verder te stimuleren wil de gemeente in de gemeentelijke havens (Zierikzee, Brouwershaven en Bruinisse) een toegankelijk oplaadpunt voor vaartuigen realiseren. In de overige havens wil de gemeente hier een faciliterende rol hebben. De uitrol van deze oplaadpunten zal projectgericht worden opgepakt. Inmiddels is er in 2024 in de haven van Zierikzee een oplaadpunt voor boten gerealiseerd.
2.3.4.
Zwaar logistieke voertuigen
Voor zwaar vrachtvervoer over de weg volgt de gemeente Schouwen-Duiveland de koers van de Kennis- en actieagenda logistiek laden welke in NAL verband is opgesteld. De agenda bevat kennisvragen en acties die nodig zijn om op succesvol logistieke laadinfrastructuur te realiseren. In de agenda worden 5 thema’s benoemd. De 5 thema’s zijn benoemd vanuit de opdracht aan de landelijk werkgroep dat laadinfrastructuur geen belemmering mag zijn voor de overgang van de logistieke sector naar elektrisch rijden. Rond deze 5 thema’s zijn taakgroepen geformeerd van ketenpartijen. Deze taakgroepen werken aan het volgende: • • • • •
Prognoses: waar en wanneer kan logistieke laadvraag worden verwacht? En met welke impact op het net, op zowel publieke als private locaties? Publieke stimulering van logistiek laden: welke ondersteuning van lokale overheden is nodig bij het faciliteren van logistiek laden; zowel in het publieke als private domein? Privaat logistiek laden: hoe zit het met standaarden, veiligheid, netimpact en basiseisen voor logistieke partijen ten aanzien van private laadoplossingen? Basisnetwerk: op welke wijze kan er een landelijk, publiek toegankelijk basisnetwerk van laadvoorzieningen op voor bestel- en vrachtvoertuigen worden gerealiseerd? Laden op bouwlocaties: welke mogelijkheden zijn er voor mobiele laadoplossingen op bouwplaatsen (onder andere zwaar bouwtransport en elektrische voertuigen voor grond-, weg-en waterbouw)?
2.3.5.
Taxi’s
Vervoerders van taxi diensten worden aangemoedigd om elektrisch te gaan rijden. Rekening houdend met de regionale dienstverlening van de sector, wordt in regionaal verband gezocht naar mogelijke ondersteuning indien wenselijk. Samen met de sector kan naar locaties worden gekeken waar snelladers geplaatst kunnen worden door marktpartijen specifiek voor taxi’s. Deze gebruikersgroep valt buiten het integraal uitvoeringsplan “Schouwen-Duiveland elektrisch”..
14
2.3.6.
Openbaar vervoer
De komende jaren ondergaat het openbaar vervoer in Zeeland een grote groene transitie. Vanaf 13 december 2026 neemt vervoerder EBS de concessie over van Connexxion, met een looptijd van 12 jaar. Een centraal onderdeel van deze nieuwe overeenkomst is de volledige verduurzaming van het wagenpark. EBS heeft hiervoor al 73 nieuwe elektrische bussen besteld. Deze emissievrije voertuigen gaan rijden op zowel de regionale verbindingslijnen als in de kleinere kernen. Hiermee voldoet de provincie aan de landelijke doelstelling om uiterlijk in 2030 al het busvervoer zonder uitstoot te verzorgen. Naast de grote bussen wordt er ook ingezet op flexibel, fijnmazig vervoer om de bereikbaarheid te garanderen.
2.3.7.
Mobiele werktuigen
Mobiele werktuigen is een verzamelnaam voor gemotoriseerde machines en voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden op terreinen, zoals in de bouw, landbouw en industrie. Deze machines zijn ontworpen om werk te verrichten terwijl ze zich voortbewegen of op verschillende locaties inzetbaar zijn. De elektrificatie van mobiele werktuigen (zoals graafmachines, shovels en kranen) is een cruciale stap in de verduurzaming van de bouw- en landbouwsector. Waar deze machines voorheen volledig afhankelijk waren van diesel, schakelen fabrikanten nu massaal over naar batterij-elektrische aandrijvingen om te voldoen aan emissie-eisen zoals het Schone Lucht Akkoord. De reguliere oplaadpunten kunnen worden gebruikt voor het opladen van lichte machines. Het opladen van zware machines op een bouwplaats is uitdagender dan bij een personenauto, omdat er vaak geen krachtige netaansluiting aanwezig is.
15
3. Ontwikkelingen 3.1. Elektrische voertuigen en laadpaalgebruik We verwachten dat in de toekomst laden steeds efficiënter verloopt. In de toekomst kan eenzelfde aantal laadpunten meer EV-rijders bedienen dan nu het geval is. Die verwachting is gebaseerd op een aantal ontwikkelingen: • Ontwikkeling voertuigen: Volledig elektrische voertuigen krijgen een steeds grotere actieradius. Nieuwe modellen hebben een betere accucapaciteit en zijn steeds vaker technisch geschikt om op hogere vermogens te laden. • Toename laadpunten: Het aantal snelladers neemt toe, vooral langs snelwegen, maar ook binnen gemeentegrenzen. • Efficiënter laadpaalgebruik: Er zijn meerdere manieren om laadpaalkleven tegen te gaan, zoals tarifering en social-charging apps. Social Charging verbindt elektrische rijders met elkaar en met slimme systemen. Zodat je eenvoudig oplaadpunten kunt delen met buurtgenoten, collega’s en/of onbekenden.
3.2. Slim laden Slim laden is een brede term die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Een laadsessie kan bijvoorbeeld sneller of langzamer verlopen. Minimaal betekent slim laden dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog. Slimme technieken kunnen ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet niet te zwaar wordt belast. Een aspect van slim laden is bi-directioneel laden. Bij bi-directioneel laden kan het elektrische voertuig stroom terug leveren aan bijvoorbeeld een gebouw of het elektriciteitsnet. Hiermee kunnen pieken en dalen in het energieverbruik worden gebalanceerd. Bi-directioneel laden staat nog in de kinderschoenen, maar wordt steeds vaker toegepast (binnen de Proeftuin Slimme Laadpleinen wordt de techniek volop getest). Het Transferium in Renesse beschikt over een uitgebreid laadplein met 50 laadpunten 48 hiervan zijn 11kW AC laadpunten en 2 zijn 100kW DC laadpunten. Hiermee is het een belangrijke hub voor elektrisch laden in de regio. De CPO van het laadplein beschikt over een beperkte netaansluiting welke vanwege door de netbeheerder afgekondigde netcongestie niet kan worden verzwaard. Op de fysieke netaansluiting kunnen maximaal 24 laadpunten worden aangesloten.
Om toch aan de laadvraag in de regio te kunnen voldoen wordt er gebruikt gemaakt van een slim Energie Management Systeem (EMS) en is er een batterijopslag systeem (BESS) toegevoegd. Het BESS creëert een buffer die op gunstige momenten oplaadt/ontlaadt. Het EMS gebruikt deze buffer om op piekmomenten wat betreft laadvraag de laadpunten te voeden. De congestie in SchouwenDuiveland bestaat grotendeels uit invoedingcongestie. Op zonnige dagen met veel PV-opwek zorgt het laadplein voor congestieverzachting door op de momenten met piek invoeding juist veel elektriciteit van het net af te halen.
16
3.3. Wet- en regelgeving Nederland en Europa bouwen aan wet- en regelgeving voor elektrisch laden. We vinden het belangrijk om deze ontwikkelingen te volgen en zodra er wijzigingen zijn, passen we onze werkwijze aan. Onderwerpen waar Nederland aan werkt, zijn onder andere: • • •
Brandveiligheid in parkeergarages. Digitale veiligheid. Prijstransparantie, zodat voor de gebruiker vooraf duidelijk is wat het laden kost.
Nu al relevant zijn de Europese richtlijnen voor de energieprestatie van gebouwen: de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III). Nederland heeft deze vastgelegd in het Bouwbesluit. De richtlijn verplicht om laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen aan te leggen bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovaties of bij bestaande grotere gebouwen, ook als deze niet worden verbouwd.
3.4. Netcongestie De energietransitie heeft grote impact op het elektriciteitsnetwerk. Duurzame bronnen als zon en wind geven piekmomenten in het aanbod, terwijl bijvoorbeeld elektrificatie van woningen en bedrijven voor een grotere vraag zorgen. Binnen dit complexe plaatje neemt het groeiende aantal elektrische voertuigen ook een plek in. Als door al deze veranderingen netproblemen ontstaan, kan dat tot hoge maatschappelijke kosten leiden, de uitrol van laadinfrastructuur sterk vertragen en daarmee een risico vormen voor het halen van onze ambities voor laadinfrastructuur en voor de algehele energietransitie. De netbeheerders staan voor de uitdaging ervoor te zorgen dat het net deze verandering aan kan. Het is daarom onze verantwoordelijkheid om tijdig, op basis van prognoses, aan te geven welke laadinfrastructuur gewenst is voor de komende jaren. Sinds oktober 2020 is er sprake van netcongestie voor teruglevering op de Noordring, het 50 kV elektriciteitsnet dat de eilanden Schouwen-Duiveland en Tholen van elektriciteit voorziet. In 2023 is netcongestie voor afname voor heel Zeeland afgekondigd. Om dit op te lossen, realiseren TenneT en Stedin tussen 2031 en 2033 een nieuw 150 kV-station op Schouwen-Duiveland, gekoppeld aan een 380 kV-station in Bergen op Zoom.
Ook een nieuw 50/20 kV-station in Serooskerke en de upgrade van het 50/20 kV station in Oosterland is gepland voor deze periode. Daarnaast verzwaart Stedin het lokale midden- en laagspanningsnet (buurtaanpak) en wordt er via een 'flex challenge' gezocht naar tijdelijke oplossingen zoals energieopslag." Op 1 januari 2026 is het nieuwe prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in werking getreden. De belangrijkste wijziging is dat woningen en kleinverbruikers (zoals het MKB) niet langer automatisch voorrang hebben op het stroomnet. In plaats daarvan geldt nu het 'first come, first served'-principe. Alleen projecten die vallen onder de categorieën congestieverzachters, veiligheid of basisbehoeften krijgen nog voorrang. Alle overige aanvragen, waaronder laadpalen, sluiten achteraan aan in de wachtrij. Voor de publieke laadinfrastructuur is ons uitgangspunt dat de stroom groen is en als het even kan regionaal is opgewekt (bijvoorbeeld in Zeeland opgewekte Zeeuwse Stroom). Bij het plaatsen van laadpalen streven we naar een koppeling met lokaal opgewekte energie. Dit door laden op privaat terrein te prevaleren boven het laden in de publieke ruimte. Lokale opwekking en lokaal gebruik, indien mogelijk achter de meter van gebouwen, kan netverzwaringen voorkomen.
17
3.5. Beleidskaders Er zijn diverse beleidskaders zowel gemeentelijk als regionaal die van invloed zijn op de doelstelling om een toekomstbestendige en dekkende laarinfrastructuur te realiseren.
3.5.1.
Energieagenda 2025-2030
Algemene ambitie van de Energieagenda 2025- 2030 is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland. Daarmee bedoelen we dat we binnen onze gemeentegrenzen evenveel duurzame energie opwekken als we verbruiken. Om dit te realiseren werken we aan de vier thema’s: 1. Energiebesparing; 2. Duurzame Energieopwekking; 3. Warmtetransitie en 4. Duurzame mobiliteit. Doelstellingen per thema zijn weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1. Thema’s en doelstellingen Energieagenda 2025-2030 Thema Doelstellingen Energiebesparing Realiseren van een energiebesparing van 20% in 2030 en 30% in 2040 ten opzichte van 2017. Duurzame Energieopwekking
In 2030 wordt 60% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt en in 2040 wekken we 100% van het energieverbruik duurzaam op.
Warmtetransitie
In 2030 reduceren we het aardgasverbruik met 50% ten opzichte van 2017 en in 2040 gebruiken we geen aardgas meer
Duurzame mobiliteit
In 2030 reduceren we de voertuigbrandstoffen met 20% ten opzichte van 2017 en in 2040 willen we 60% minder voertuig brandstoffen gebruiken.
3.5.2.
Regionale Energie Strategie (RES) Zeeland 2.0
In de RES-regio’s werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Zeeland is als gehele provincie 1 van de 30 RES regio’s. De samenwerking binnen de RES vindt plaats door middel van 3 hoofdtafels namelijk: • • •
Gebouwd Omgeving; Elektriciteit Duurzame Mobiliteit.
De algemene doelstelling van de Regionale Energie Strategie (RES – Zeeland), die met provincie, gemeenten en andere partijen binnen Zeeland is opgesteld, is een CO 2 besparing van 100 Kton en een duurzame energieopwekking van 11 PJ. De doelstelling die is opgenomen voor Duurzame Mobiliteit is een CO2-reductie van 55 % voor mobiliteit in 2030.
18
3.5.3.
Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland
De Regionale Mobiliteitsstrategie Zeeland is gericht op een toekomstig mobiliteitssysteem dat aansluit op de behoeften van de individuele reiziger. Dit onder andere door: • • •
snelle OV verbindingen binnen Zeeland en tussen Zeeland en omliggende steden; een fijnmazig systeem van flextaxi’s en kleine busjes in combinatie met het doelgroepenvervoer, vrijwilligersinitiatieven en deelmobiliteit; daarnaast inzetten op fietsen en wandelen.
3.5.4.
Integraal Verkeers- en vervoersplan
Het integraal Verkeers- en Vervoersplan Schouwen-Duiveland (2017) bevat de mobiliteitsvisie voor Schouwen-Duiveland. Deze visie is richting geven aan een zo duurzaam mogelijk verkeers- en vervoerssysteem, dat onder veilige omstandigheden voor personen en goederen een betrouwbaar bereikbaarheidsniveau biedt voor de strategische doelen wonen, werken en verblijven. De ambitie met betrekking tot duurzaamheid is om de ontwikkeling van alternatieve vervoersvormen door middel van pilots op te pakken.
3.5.5.
Agenda Toerisme
In de agenda Toerisme is de ambitie vastgelegd dat de Groen Blauwe Oase Schouwen-Duiveland ook in de toekomst een aantrekkelijke toeristische bestemming blijft. In de Agenda Toerisme is met betrekking tot duurzame mobiliteit de volgende doelstelling neergelegd namelijk we stimuleren de realisering van meer Transferia/’Overstaphubs’ en de overstap naar duurzaam en innovatief vervoer. De elektrische fiets is de basis voor het toeristisch vervoer anders dan de auto.
3.5.6.
Welstandsnota en Handboek openbare ruimte
De Welstandsnota 2023 bevat criteria voor het toetsen van ruimtelijke initiatieven op het gebied van Welstand. Voor oplaadpunten voor elektrisch vervoer zijn geen specifieke criteria opgenomen. Het doel van het handboek openbare ruimte 2025 is om meer eenheid en continuïteit in de buitenruimte te brengen, standaard waar het kan, maatwerk waar het moet. Deze punten dragen aan de ene kant bij aan een hogere kwaliteit van de openbare ruimte. Aan de andere kant draagt dit bij aan de langdurige instandhouding van goed beheer in de openbare ruimte wat van groot belang is voor een aantrekkelijke leefomgeving.
19
4. Prognose laadinfrastructuur De transitie naar emissieloos vervoer versnelt: vanaf 2030 moeten alle nieuwe personenauto’s emissievrij zijn, en ook bestelauto’s, vrachtwagens en mobiele werktuigen stappen massaal over op batterij-elektrische aandrijving. Deze transitie slaagt alleen met een robuuste laadinfrastructuur. Voor gemeenten ligt er de grote opgave om een dekkend netwerk te realiseren dat geschikt is voor zowel lichte voertuigen als het zware materieel en de logistieke sector.
4.1. Prognoses elektrisch vervoer Nederland Namens de netbeheerders en NAL-regio’s stelt ElaadNL prognoses op voor de groei van batterijelektrische voertuigen (BEV’s) en de benodigde laadinfrastructuur. Hierbij wordt gewerkt met drie groeiscenario’s: laag, midden en hoog. In tabel 2 en 3 staan de respectievelijke prognoses voor het aantal voertuigen en de bijbehorende laadpunten per scenario Tabel 2. Ontwikkeling aantal batterij-elektrische voertuigen (BEV’s) in Nederland in 2025 en 2050 voor laag, midden en hoogscenario. Voertuig
Aantal BEV’s 2025
Aantal BEV’s 2050
Laag
Midden
Hoog
Laag
Midden
Hoog
Personenauto’s
641.631
668.552
737.408
10.004.117
10.004.112
10.004.116
Bestelauto’s
42.014
50.370
53.881
1.152.541
1.196.446
1.196.446
Trucks
2.529
3.599
3.705
132.681
147.300
164.096
Mobiele werktuigen
13.285
15.554
17.170
141.683
145.006
145.083
Totaalrij
Tabel 3. Ontwikkeling aantal laadpunten in Nederland in 2025 en 2050 voor laag, midden en hoogscenario. Voertuig
Aantal laadpunten 2025
Aantal laadpunten 2050
Laag
Midden
Hoog
Laag
Midden
Hoog
Personenauto’s
752.728
777.446
792.828
4.277.493
4.277.493
4.277.495
Bestelauto’s
37.324
44.747
47.866
1.023.881
1.062.888
1.062.888
Trucks
2.120
3.018
3.106
111.229
123.491
137.570
Mobiele werktuigen
-
-
-
-
-
-
Totaalrij
De ontwikkeling van het aantal emissieloze voertuigen en werktuigen in Nederland tussen 2025 en 2050 is voor alle drie de scenario’s terug te vinden in bijlage 3.
20
4.2. Prognoses laadpunten Schouwen-Duiveland Ook voor de gemeente Schouwen-Duiveland heeft ElaadNL prognoses opgesteld voor de ontwikkeling van de oplaadpunten per scenario en de prognoses per type oplaadpunt.
4.2.1.
Prognoses ontwikkeling oplaadpunten per scenario
De verwachte groei van het aantal elektrische voertuigen en laadpunten op Schouwen-Duiveland voor 2025 en 2050 is per scenario weergegeven in tabel 4 en 5. Tabel 4. Ontwikkeling aantal batterij-elektrische voertuigen op Schouwen-Duiveland voor 2025 en 2050 voor laag-, midden- en hoogscenario op Schouwen-Duiveland. Voertuig
Aantal BEV’s 2025
Aantal BEV’s 2050
Laag
Midden
Hoog
Laag
Midden
Hoog
Personenauto’s
1646
1767
1892
22.575
22.575
22.575
Bestelauto’s
135
162
174
3719
3815
3815
Trucks
3
4
4
144
160
178
Mobiele werktuigen
43
50
55
71
72
72
Tabel 5. Ontwikkeling van benodigde aantal laadpunten op Schouwen-Duiveland voor 2025 en 2050 voor laag-, midden- en hoogscenario. Voertuig
Aantal laadpunten 2025
Aantal laadpunten 2050
Laag
Midden
Hoog
Laag
Midden
Hoog
Personenauto’s
2.024
2.103
2.173
12.724
12.724
12.724
Bestelauto’s
108
130
139
2.972
3.043
3.043
Trucks
3
4
4
142
157
175
Mobiele werktuigen
-
-
-
-
-
-
4.2.2.
Prognoses per type oplaadpunt
De groei in het aantal laadpunten heeft een grote impact op het elektriciteitsnet en de openbare ruimte. Daarom is het belangrijk dat de laadpunten zorgvuldig en tijdig worden ingepast. Ook moeten we keuzes maken in het type laadpunten dat we gaan plaatsen. Er zijn namelijk verschillende manieren om de laadbehoefte van EV-rijders op te lossen: bijvoorbeeld door thuisladen te stimuleren, reguliere publieke laadpalen te plaatsen, door laadpleinen te realiseren of door snelladers een plek te geven. Deze laadoplossingen krijgen voor een deel een plek in de publieke ruimte, bijvoorbeeld voor inwoners die geen eigen oprit hebben of voor bezoekers aan onze gemeente. Naast laadpalen willen we in onze historische kernen ook op innovatieve manieren laadpunten inpassen, door laadpunten te combineren met lichtmasten, straatmeubilair of door ondergrondse laadpunten te installeren.
21
De prognoses per voor de verschillende type oplaadpunten (werk, thuis, (semi) publiek en snellader) zijn weergegeven in figuur 2. Figuur 2. Prognose laadpunten Schouwen-Duiveland (Bron: Stichting ElaadN, 2024).
Prognose Laadpunten Schouwen-Duiveland 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0
2025
2030
2035
2040
2045
2050
werk
175
340
601
816
1053
1053
thuis
1303
2372
4550
6542
8025
8029
(semi-)publiek
600
1225
2208
2959
3509
3493
snelladen
26
51
94
127
148
149
De laadbehoefte neemt de komende decennia fors toe. Voor thuisladen wordt een groei verwacht van 1.303 naar 8.029 oplaadpunten in 2050; op werklocaties stijgt dit aantal in dezelfde periode van 175 naar 1.053. Met momenteel 691 (semi)publieke laadpunten (december 2025) loopt Schouwen-Duiveland voor op de prognose van ElaadNL, die voor 2025 uitgaat van 600 benodigde punten. De opgave blijft echter groot: de behoefte groeit door naar 1.225 in 2030, 2.208 in 2035 en uiteindelijk 3.439 laadpunten in 2050. De behoefte aan snelladers op Schouwen-Duiveland stijgt fors: van 26 in 2025 naar 149 in 2050. Met de huidige 16 snelladers ligt de gemeente nu nog achter op de prognose.
4.3. Strategische Plankaart Openbaar Laden (2026-2030) Voor Schouwen-Duiveland heeft EV consult de Strategische Plankaart van 2022 geactualiseerd in een Strategische Plankaart Openbaar Laden (2026 – 2030). Hierin staan alle bestaande en geplande oplaadpunten tot 2030. Op de kaart staan ongeveer 613 laadpalen (1226 laadpunten). Het vooraf ontwerpen van een laadnetwerk door een plankaart op te stellen biedt een aantal grote voordelen: •
•
Er kan vooraf beter worden nagedacht over de spreiding van het netwerk door eerst te kiezen voor het laaghangend fruit: de meest geschikte locaties (zoals laadpleinen en parkeergarages) aanwijzen en daarna de dekking waarborgen door minder ideale locaties te kiezen waar nodig. Door op dubbelgebruik te sturen, worden locaties gekozen die op verschillende momenten verschillende gebruikersgroepen bedienen. Hierdoor zijn minder laadlocaties nodig, en de te realiseren locaties hebben een hogere bezettingsgraad.
22
Het belangrijkste voordeel van de plankaart is dat deze als basis kan dienen om ook andere onderdelen van het realisatieproces naar voren te halen. Het betreft de afstemming met de netbeheerder, inwoners, ondernemers en andere partijen en het nemen van een verzamelverkeersbesluit. Hiermee kan het aanvraagproces aanzienlijk worden verkort, dat is orgunstig voor de aanvragers maar verlicht ook de werkdruk voor de gemeente. Essentieel bij het opstellen van een Strategische Plankaart Openbaar Laden, is de afstemming met netbeheerder Stedin. Zij dienen de laadpalen op de mogelijke locaties aan te sluiten en akkoord te zijn met de kaart. Bovendien geeft de plankaart inzicht voor hen in de gebieden waar een hoge laadbehoefte wordt verwacht en die mogelijk kritiek zijn voor de belasting van het netwerk.
4.4. Prognose laadinfrastructuur voor specifieke doelgroepen Toerisme is van groot belang voor Schouwen-Duiveland. Jaarlijks bezoeken vele toeristen uit binnen-en buitenland Schouwen-Duiveland. In 2023 waren er ongeveer 5,76 miljoen toeristische overnachtingen op Schouwen-Duiveland. De unieke plekken op het eiland worden verbonden door de Toeristische Hoofdinfrastructuur bestaande uit wegen, fietspaden, wandelpaden en ruiterpaden. De (elektrische) fiets is de basis voor het toeristisch vervoer en vraagt om een infrastructuur van publieke oplaadpunten voor zogenoemde Light Electric Vehicles (LEV) als fietsen, bromfietsen en scooters. Ook binnen de recreatieve watersport en binnenvaart is de verwachting dat meer en meer overgegaan wordt op elektrische varen. Op Schouwen-Duiveland willen we hierop voorsorteren. Doelstelling is om een dekkend netwerk van openbare oplaadpunten voor licht elektrisch vervoer als (brom)fietsen en scooters te realiseren bij mobiliteitshubs, toeristische rustplaatsen. Voor vaartuigen is de opgave om in iedere gemeentelijke haven een oplaadpunt voor vaartuigen te realiseren en in de commerciële havens oplaadpunten te stimuleren. Uitwerking vindt plaats op projectbasis.
23
5. Strategische keuzes Elke gebruikersgroep heeft een andere laadbehoefte: waar wordt geladen, hoe vaak wordt geladen en hoe hoog het gewenste laadvermogen is, verschilt. Wij richten ons op de gebruikersgroep personenvervoer en licht logistiek vervoeren, specifieke doelgroepen (doelgroepenvervoer, deelvervoer, licht elektrische vervoer en vaartuigen) en zwaar logistiek vervoer. We bouwen onze strategie op aan de hand van de volgende onderwerpen: • • • • • •
Type laadinfrastructuur: de verhouding private, semipublieke en/of publieke laadpunten. Soorten laadpunten: reguliere laadpalen, laadpleinen en snelladen. Uitvoeringsmodel: de wijze van samenwerking met Charge Point Operators (CPO) voor de uitrol van publieke laadpunten. Plaatsingsstrategie: vraag gestuurd en/of meer proactief plaatsen. Nadere regels voor kabelgootvoorzieningen. Participatie: het verkrijgen van draagvlak voor laadvoorzieningen in of nabij woonwijken.
5.1. Type laadinfrastructuur De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een basisnetwerk van publieke laadpunten voor de gebruikersgroep personenvervoer (bewoners, werkenden en bezoekers). Dat geldt ook voor inwoners welke voor hun werkzaamheden de dienstauto of bestelbus, enzovoort mee naar huis nemen en zijn aangewezen om in de openbare ruimte te parkeren. Ook voor deze groep (licht logistiek vervoer) zorgt de gemeente voor voldoende laadinfrastructuur. Daarbij houden we rekening met een goede spreiding van laadpunten over de gemeente. De gemeente hanteert de stelregel dat laden op privaat terrein prevaleert boven het laden in de publieke ruimte. Hierdoor wordt slim gebruik gemaakt van reeds bestaande netaansluiting (bij bedrijven en huishoudens) en wordt de druk op de openbare ruimte beperkt. Laden op privaat terrein heeft ook voordelen voor de gebruiker omdat gebruik kan worden gemaakt van het bestaande energiecontract en eventuele aanwezigheid van zonnepanelen. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland geldt daarom de stelregel ‘privaat waar mogelijk, publiek als het niet anders kan.’ Concreet betekent dit dat alle aanvragen voor een laadpunt worden getoetst aan de ‘ladder van laden’. Zie figuur 3. Figuur 3. Ladder van laden
24
De ladder van laden werkt als volgt: 1. Een elektrisch rijder (EV-rijder) met bestaande private parkeermogelijkheid realiseert zelf een privaat laadpunt. Een EV-rijder met semipublieke parkeermogelijkheden realiseert in samenwerking met de beheerder een semipubliek laadpunt. Het laadpunt wordt waar mogelijk voorzien van stroom via de bestaande netaansluiting; 2. Is een EV-rijder aangewezen op publiek parkeren of er geen mogelijkheid om een semipubliek laadpunt te realiseren? In dat geval neemt de gemeente de verantwoordelijkheid op zich als facilitator voor het realiseren van een laadpunt voor deze EV-rijder. Het laadpunt is in dit geval direct aangesloten op het elektriciteitsnet. De gemeente plaatst de laadpalen niet zelf. Zij maakt voor het plaatsen, beheren en exploiteren van een publiek laadpunten afspraken met een CPO. Rondom locaties welke zich kenmerken door een hoge parkeerdruk en/of historisch stadsgezicht onderzoeken wij de mogelijkheden om private en semipublieke laadpunten beter beschikbaar te maken voor derden. 3. Voor EV-rijders die zijn aangewezen op publiek parkeren zijn in diverse gemeenten proeven gedaan met Verlengd Private Aansluitpunten (VPA). Bij het Verlengd Privaat Aansluitpunt [VPA] wordt een oplaadpunt in de publieke ruimte geplaatst en gevoed door een kabel die wordt aangesloten ‘achter’ de elektriciteitsmeter van een woonhuis of bedrijfspand.
Voordelen hiervan is dat EV-rijders gebruik kunnen maken van de duurzame opwekking van de eigen zonnepanelen wat het elektriciteitsnet ontlast. Een nadeel is dat het juridisch een ingewikkelde constructie is. De gemeente wil, onder voorwaarden, meewerken aan Verlengd Private Aansluitpunten bij specifieke projecten. Bijvoorbeeld wanneer bedrijven op bedrijventerreinen netcapaciteit over hebben wat bij voorbeeld gebruikt kan worden door andere bedrijven voor het opladen van vrachtauto’s of bussen. Realisatie van VPA’s zal plaats vinden op projectbasis. Voor de specifieke doelgroepen (doelgroepenvervoer, deelmobiliteit, licht elektrisch vervoer en vaartuigen) zet de gemeente in op strategische plaatsing op specifieke locaties als mobiliteitshubs, toeristische rustplaatsen, gemeentelijke havens, enzovoort. Realisatie van oplaadinfrastructuur voor specifieke doelgroepen zal plaats vinden op projectbasis. Dit geldt ook voor laadinfrastructuur voor zwaar logistiek vervoer.
5.2. Soorten laadpunten Om de laadbehoefte van EV-rijders uit de gebruikersgroep personenvervoer en licht logistieke voertuigen op te vangen, is minimaal een netwerk van reguliere publieke laadpunten nodig, eventueel aangevuld met snellaadpunten als aanvullende laadoplossing voor bijvoorbeeld forenzen, toeristen of licht logistieke voertuigen. Voor het tot stand komen van een netwerk met reguliere laadpunten in de openbare ruimte passend bij de vraag, maakt de gemeente Schouwen-Duiveland gebruik van Strategische Plankaart Openbaar Laden. Reguliere laadpalen kunnen los worden geplaatst, of geclusterd in een laadplein. Het heeft de voorkeur van de gemeente om laadpalen waar mogelijk geclusterd te plaatsen om zo de druk op de openbare ruimte te beperken, zoekverkeer van e-rijders te beperken en duidelijkheid te creëren voor zowel de elektrisch rijder als de conventionele rijder. Voor aanvragen van inwoners geldt dat de gemeente zoekt naar een passende locatie binnen een straal van maximaal 250 meter van het woonhuis.
25
Laadpleinen zijn een goede oplossing voor grote parkeerplaatsen rondom steden en stranden en hub-locaties. Voorbeelden zijn laadpleinen op grote parkeerplaatsen in Zierikzee en het Mobiliteitshub in Renesse. Voor het snel opladen van personenauto’s ziet de gemeente vooral een rol weggelegd voor marktpartijen en zien we een netwerk van snelladen ontstaan bij retail- en restaurantlocaties. Rekening houdend met de grote stroom van toeristen neemt de vraag naar snelladers de komende jaren toe. De gemeente zal niet zelf investeren in snelladen, maar bij verzoeken vanuit de markt neemt de gemeente een actieve houding aan en biedt het op basis van de plankaarten inzicht in locaties waar de vraag naar snelladen gaat toenemen. Snelladen speelt richting de toekomst ook een rol voor de doelgroep bestel- en (stads-)logistiek. Omdat dit laatste een bovengemeentelijk vraagstuk betreft, pakt de gemeente SchouwenDuiveland dit regionaal in RAL verband op. Laadpunten voor de specifieke doelgroepen licht elektrisch vervoer en vaartuigen zijn maatwerk.
5.3. Uitvoeringsmodel Het uitvoeringsmodel voor het realiseren van publieke reguliere oplaadpunten zoals was opgenomen in de Integrale laadvisie van 2021 was het “open markt vergunningen” model. Dit wil zeggen dat een aantal aanbieders van laadpalen of te wel Chargepoint Operators (CPO’s) het exclusieve plaatsingsrecht krijgen voor het realiseren van publieke laadpunten. In 2025 heeft het college besloten om voor publieke laadpunten deel te nemen aan de concessie van de Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuid West (RAL ZW). De collectieve aanpak en concessie publieke laadinfrastructuur Zuidwest Nederland omvat één integraal contract waarin voor alle deelnemende gemeenten is vastgelegd welke laadpalen wanneer worden geplaatst, binnen welke termijnen dit gebeurt, hoe deze laadpalen worden beheerd en welke kwaliteitseisen en randvoorwaarden daarbij gelden. Zo ontstaat één samenhangend netwerk met dezelfde technische standaarden, dienstverlening en veiligheidsnormen in de gehele regio. Doel en inhoud van de concessie Het doel van de concessie is om op een voorspelbare en professionele manier te voorzien in een laadnetwerk dat meegroeit met de vraag. De concessie regelt daarom zowel de plaatsing van nieuwe laadpalen als de exploitatie en het onderhoud van deze palen gedurende de jaren daarna.
Alle afspraken die nodig zijn om de publieke laadinfrastructuur betrouwbaar, veilig en betaalbaar te houden — van tarieftransparantie tot cybersecurity en datadeling — zijn hierin vastgelegd.De plaatsing van nieuwe laadpalen gebeurt binnen de nieuwe of huidige concessie in de periode tussen 2026 en 2030. De geplaatste laadpalen worden vervolgens tot en met 2035 geëxploiteerd met één vaste set afspraken. Hierdoor ontstaat stabiliteit in tarieven, dienstverlening en beheer. Exclusiviteit Een belangrijk onderdeel van de concessie is dat de twee geselecteerde partijen het exclusieve recht én de verplichting krijgen om reguliere publieke AC-laadpalen (tot en met 22 kW) te plaatsen en te beheren in de openbare ruimte. Deze exclusiviteit is nodig om plaatsingen daadwerkelijk afdwingbaar te maken en om ervoor te zorgen dat investeringen in laadinfra kunnen worden terugverdiend en de tarieven laag zijn. De exclusiviteit heeft een begrenzing: deze geldt niet voor snelladers, grootschalige laadpleinen, laadpunten op privaat terrein of pilots en innovaties van beperkte omvang. Hiermee behouden we dus ruimte om ook andere projecten te realiseren.
26
Twee concessiehouders Binnen de concessie worden twee CPO’s gecontracteerd, die samen de opdracht uitvoeren. Zij hebben respectievelijk 60% en 40% van de totale opdracht. Twee partijen zorgen voor een goede balans tussen schaalvoordelen, concurrentie en laadzekerheid. De regio en wij als gemeente zijn daarbij niet afhankelijk van één aanbieder, terwijl de kwaliteit en uniformiteit blijft gewaarborgd. Het werken met twee aanbieders verlaagt ook de afhankelijkheidsrisico’s en de strategische marktordening op langere termijn.