2026.135 Bijlage 2 Omgevingsverordening Zeeland 2024 (1694326)
Tekst van het document
PROVINCIAAL BLAD
Nr. 19847 23 december 2024
Officiële uitgave van de Zeeland
Actualisatie 2024 Omgevingsverordening Zeeland Provinciale staten van Zeeland, • gelet op de artikelen 2.6 en 2.8 van de Omgevingswet; • gelet op artikel 143 van de Provinciewet; Overwegende dat provinciale staten bevoegd zijn tot het vaststellen van een wijziging van de Omgevingsverordening Zeeland; Overwegende dat het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie wordt verankerd in de Omgevingsverordening Zeeland; Overwegende dat het noodzakelijk is om met het oog op duurzame ontwikkeling actueel beleid en regels te stellen over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving; besluiten:
Artikel I De Omgevingsverordening Zeeland, inclusief de daarin in bijlage II opgenomen geometrische informatieobjecten, wordt gewijzigd zoals is aangegeven in bijlage A behorende bij dit besluit.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
Artikel III Dit besluit wordt aangehaald als: Actualisatie 2024 Omgevingsverordening Zeeland.
Artikel IV Met inwerkingtreding van dit besluit zal het voorbereidingsbesluit verkiezingsborden komen te vervallen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van provinciale staten van 13 december 2024. H.M. de Jonge, voorzitter Drs. F.J. van Houwelingen MPA, statengriffier
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Bijlage A A Artikel 2.192 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 2.192 Verkiezingsborden Een tijdelijk bord dat uitsluitend is bedoeld voor de verkiezing van een openbaar bestuur: a. wordt niet eerder geplaatst dan tweevier weken voor de verkiezingsdatum; b. is uiterlijk één week na de verkiezingsdatum verwijderd; c. bevat geen handelsreclame; en d. is niet verlicht. B Artikel 3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 3.3 Omgevingswaarden bergings- en afvoercapaciteit van regionale wateren 1
Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht gelden de omgevingswaarden, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid.
2
Binnen stedelijk gebied en daarmee samenhangende lintbebouwing geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming vanper jaar 1/100 per jaar voor locaties ter plaatse van bouwwerken ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca.
3
Buiten stedelijk gebied geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming vanper jaar 1/25 per jaar voor locaties met agrarisch grondgebruik, anders dan glastuinbouw groter dan 1 hectare, met uitzondering van aangewezen laaggelegen gebieden. Deze laaggelegen gebieden zijn in het Omgevingsloket geometrisch weergegeven.
4
Buiten stedelijk gebied geldt als omgevingswaarde een gemiddelde kans op overstroming van 1/50 per jaar voor locaties met glastuinbouw, groter dan 1 hectare.
5
Voor bebouwing buiten stedelijk gebied als bedoeld in het tweede lid geldt de omgevingswaarde van het omringend grondgebruik genoemd in het derde en vierde lid.
6
De omgevingswaarden, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap, rekening houdend met gegevens in de legger en het waterbeheerprogramma.
7
Aan de omgevingswaarden wordt voldaan op 1 januari 2028, voor zover uit het verslag bedoeld in artikel 3.8, derde lid, blijkt dat nog niet aan de omgevingswaarden is voldaan.
C Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.1 Bedrijven
2
1
In een omgevingsplan wordt een bedrijf alleen toegelaten op: a. gronden waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening al een bedrijf is toegestaan; of b. een bedrijventerrein van tenminste een hectare.
2
De motivering bij een omgevingsplan dat nieuwvestiging of uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk maakt, maakt aannemelijk dat: a. het plan bijdraagt aan of niet instrijdin strijd is met de doelstelling dat bedrijvigheid in overgrote mate regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan een grootschalig bedrijventerrein; en
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
b. c. d. e.
3
de inrichting van het bedrijventerrein klimaatbestendig is; en duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is.; en wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, met in ieder geval een brede afschermende groengordel ten behoeve van biodiversiteit en landschap; en de behoefte aan huisvesting van toekomstige werknemers in beeld is gebracht, waarbij inzichtelijk is gemaakt op welke wijze in de huisvesting zal worden voorzien.
3
In een omgevingsplan kan uitbreiding van een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening bestaand kleinschalig bedrijventerrein van ten minste een hectare worden toegelaten, als de motivering bij het omgevingsplan: a. aannemelijk maakt dat sprake is van een eenmalige beperkte afronding met ten hoogste 20% of 0,5 hectare; en b. de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert.
4
In afwijking van het derde lid kan een verdere uitbreiding van een bestaand kleinschalig en goed ontsloten bedrijventerrein van ten minste een hectare worden toegelaten, als: a. de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk maakt dat de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert; en b. de sanering en het voorkomen van heroprichting van bedrijven elders in de provincie Zeeland, met ten minste een gelijke oppervlakte als de uitbreiding, voor zover deze meer bedraagt dan 20% of 0,5 hectare, is gewaarborgd.
5
Het eerste lid is niet van toepassing op: a. grondstoffenwinning; b. olie en gaswinning; c. waterwinning; d. afvalstort; e. een nutsvoorziening; f. een horeca- en recreatiebedrijf; g. een agrarisch bedrijf; h. de vestiging van een nieuwe economische drager als bedoeld in bijlage III; i. de mogelijkheid voor een niet-agrarische activiteit in het landelijk gebied, niet zijnde een bedrijf gericht op de industriële verwerking van producten als bedoeld in bijlage III; j. energieopwekking als bedoeld in lid 9 en 10; k. overige overeenkomstig deze verordening toegelaten bedrijvigheid; l. overige functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid; en m. solitaire bedrijvigheid binnen bestaand stedelijk gebied.
6
De motivering bij een omgevingsplan dat voorziet in de vestiging van een nieuwe economische drager of een niet-agrarische activiteit in het landelijk gebied maakt aannemelijk dat: a. deze wordt gerealiseerd binnen bestaande bebouwing op een bestaand bouwvlak of bij een bestaande woning; b. de capaciteit van het bestaande wegennet voldoende is voor de te realiseren activiteit; c. de vestiging niet leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf; en d. het waterschap om advies is gevraagd.
7
In afwijking van het zesde lid is een uitbreiding van de bestaande bebouwing voor een nieuwe economische drager of een niet-agrarische activiteit in het landelijk gebied toegestaan: a. met ten hoogste 20% met een maximum van 250 m2; of b. een grotere uitbreiding als de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk maakt dat dit per saldo niet leidt tot een toename van bebouwing.
8
In afwijking van het zesde lid, aanhef en onder a, is vestiging in nieuwe bebouwing toegestaan als de motivering bij een omgevingsplan aannemelijk maakt dat: a. nieuwvestiging leidt tot een versterking van het landschap; b. het aantal bouwvlakken in de regio niet toeneemt; c. het bouwvlak ten hoogste 1 hectare bedraagt; en d. de nieuwvestiging niet leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf.
9
In een omgevingsplan kan alleen worden voorzien in de realisatie van een installatie voor energieopwekking uit mest of afvalstoffen: a. op een bedrijventerrein van ten minste een hectare en bij het glastuinbouwconcentratiegebied op de Axelse Vlakte in de gemeente Terneuzen; of b. op een agrarisch bouwvlak, als de installatie maximaal 500 m3 bedraagt.
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
10
In afwijking van het negende lid, aanhef en onder b, is op een agrarisch bouwvlak een grotere installatie toegestaan als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat de installatie qua omvang ter plaatse past en het karakter van het landelijk gebied niet onevenredig wordt aangetast.
11
De motivering bij een omgevingsplan dat voorziet in de vestiging van een agrarisch bedrijf zoals bedoeld in het vijfde lid maakt aannemelijk dat sprake is van: a. verplaatsing van een bouwvlak binnen een regio; of b. nieuwvestiging vanwege een bedrijfseconomische noodzaak, er geen vrijkomend agrarisch bouwvlak in de regio beschikbaar is én een bijdrage wordt geleverd in de sanering van agrarische opstallen elders.
12
In afwijking van het bepaalde in dit artikel is artikel 5.2 van toepassing op loonwerkbedrijven die vallen onder de begripsbepaling zoals opgenomen in bijlage I bij deze verordening.
D Na artikel 5.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5.2 Grootschalige logistiek en datacentra 1
Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwvestiging of uitbreiding van logistieke bedrijvigheid of van een datacentrum: a. laat geen grootschalige logistiek of datacentrum toe met een oppervlakte van meer dan 5 hectare; b. laat niet toe dat door samenvoeging grootschalige logistiek of datacentrum van meer dan 5 hectare ontstaat.
2
Gedeputeerde Staten kunnen op basis van een integrale afweging van provinciale belangen ontheffing verlenen van het eerste lid als: a. de ontwikkeling leidt tot een significante regionale meerwaarde; en b. in geval van nieuwvestiging of uitbreiding van logistieke bedrijvigheid, in afstemming met de wegbeheerder, wordt voorzien in een goede verkeersontsluiting op de A4, A58 en N62.
3
Hetgeen bepaald in artikel 1.3, derde lid en artikel 1.4 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.
4
Dit artikel is niet van toepassing op grootschalige logistiek op zeehaventerreinen.
E Het opschrift van artikel 5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.2 5.3 Loonwerkbedrijven F Het opschrift van artikel 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.3 5.4 Binnenhaven en loswal G Het opschrift van artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.4 5.5 Kantoren
4
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
H Het opschrift van artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.5 5.6 Detailhandel-kernwinkelgebied I Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.6 5.7 Detailhandel in doelgerichte, laagfrequente aankopen en grootschalige detailhandelsvoorzieningen 1
In een omgevingsplan kan een nieuwe detailhandelsvoorziening in doelgerichte, laagfrequente aankopen en een nieuwe grootschalige detailhandelsvoorziening worden voorzien in een bestaand kernwinkelgebied en binnen de begrenzing van de locaties: a. Zierikzee, Boerenweg; b. Poortvliet, Noord; c. Goes Marconigebied; d. Middelburg, Mortiere; e. Terneuzen, Kennedylaan; of f. Hulst, Morres.
2
In een omgevingsplan kan een nieuwe detailhandelsvoorziening in doelgerichte, laagfrequente aankopen en een nieuwe grootschalige detailhandelsvoorziening buiten een locatie als bedoeld in het eerste lid worden voorzien, als: a. in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat binnen een locatie als bedoeld in het eerste lid geen ruimte beschikbaar is; en b. er sprake is van een locatie die passend gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer is ontsloten of als zodanig wordt ontwikkeld.
3
In een omgevingsplan kan een nieuwe detailhandelsvoorziening in doelgerichte, laagfrequente aankopen ook worden voorzien buiten een locatie als bedoeld in het eerste lid, als: a. er sprake is van een kleine op de lokale markt gerichte vestiging; b. de vestiging qua omvang en verkeersontsluiting noodzakelijk op enige afstand van het kernwinkelgebied plaatsvindt; en c. de vestiging plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied.
J Het opschrift van artikel 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.7 5.8 Detailhandel bij dagrecreatieve voorzieningen K Voor artikel 5.8 worden zes artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 5.9 Vijf Zeeuwse woningbouwregio's De provincie Zeeland bestaat uit de volgende woningbouwregio's: a. Walcheren (gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere); b. Bevelanden (gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal); c. Zeeuws-Vlaanderen (gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst); d. Schouwen-Duiveland; e. Tholen.
5
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Artikel 5.10 Regionale woonafspraken in woningbouwregio's 1
Binnen de in artikel 5.9 genoemde woningbouwregio’s worden regionale woonafspraken gemaakt door de gemeenten met instemming van de provincie.
2
De uitgangspunten zoals bedoeld in paragraaf 5.3.4 van deze verordening die moeten worden betrokken bij de regionale woonafspraken zijn de provinciale huishoudensprognose, het Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland en de provinciale planmonitor wonen.
3
Na inwerkingtreding van dit artikel op 1 januari 2025 moeten regionale woonafspraken binnen één jaar tot stand zijn gekomen. Regionale woonafspraken worden vervolgens in elk geval jaarlijks geactualiseerd.
4
Is er sprake van onbenutte plancapaciteit voor woningbouw die reeds vijf jaar niet is benut, dan wordt deze plancapaciteit voor woningbouw bij de actualisatie van regionale woonafspraken heroverwogen en waar nodig geschrapt uit het omgevingsplan door de gemeente waar deze onbenutte plancapaciteit gelegen is.
5
Indien de regionale woonafspraken niet tijdig tot stand komen, niet tijdig zijn geactualiseerd of ontbreken, kunnen gedeputeerde staten regionale woonafspraken vaststellen.
Artikel 5.11 Onderwerpen regionale woonafspraken In regionale woonafspraken worden in ieder geval afspraken gemaakt over de volgende onderwerpen: a. De plannen, realisatie en verdeling van de kwantitatieve woningbouwopgave, dit betreft in ieder geval een overzicht van alle plannen voor woningbouw met onderscheid naar planstatus; b. De plannen, realisatie en verdeling van de kwalitatieve woningbouwopgave, waaronder ook de woon(zorg)opgave voor ouderen en aandachtsgroepen; c. De plannen, realisatie en verdeling van woningen in de betaalbare koop, middenhuur, sociale huur, dure koop en dure huur; d. De plannen en realisatie van het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad; en e. Regionale afstemming over woningbouwontwikkelingen die zijn voorzien buiten stedelijk gebied.
Artikel 5.12 Doorwerking regionale woonafspraken 1
Een omgevingsplan laat alleen een woningbouwontwikkeling die voorziet in vier of meer woningen toe, als deze is opgenomen in de regionale woonafspraken.
2
Als een woningbouwontwikkeling voorziet in vier of meer woningen binnen stedelijk gebied en geen onderdeel is van de regionale woonafspraken, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonafspraken die ontwikkeling toch toelaten als regiogemeenten en gedeputeerde staten hierover zijn geïnformeerd.
3
Als een woningbouwontwikkeling van vier of meer woningen buiten stedelijk gebied geen onderdeel is van de regionale woonafspraken, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonafspraken die ontwikkeling toch toelaten als regiogemeenten hun zienswijze hebben kunnen geven en als gedeputeerde staten instemmen met de ontwikkeling.
Artikel 5.13 Provinciale planmonitor wonen
6
1
Burgemeester en wethouders documenteren in de provinciale planmonitor wonen van initiatieffase tot realisatie.
2
Burgemeester en wethouders dragen minimaal één keer per jaar zorg voor de controle van de actualiteit van de documentatie in het monitorsysteem.
3
De planmonitor wonen gaat per plan ten minste in op: a. het aantal woningen in harde plancapaciteit; en
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
b. c. d. e.
het aantal woningen in zachte plancapaciteit; en de ligging binnen/buiten stedelijk gebied; en kwalitatieve aspecten (betaalbaarheid en woningtype); en realisatie van woningen.
Artikel 5.14 Woningbouwlocaties buiten stedelijk gebied 1. Een omgevingsplan staat woningbouw buiten stedelijk gebied alleen toe als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat: a. de woningen redelijkerwijs niet binnen stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden; b. voor zover de woningen redelijkerwijs niet binnen stedelijk gebied kunnen worden gerealiseerd, de woningen aansluitend aan het stedelijk gebied worden gerealiseerd; c. de woningen landschappelijk goed worden ingepast. 2. Dit artikel is niet van toepassing als sprake is van de realisatie van een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie buiten stedelijk gebied zoals bedoeld in de artikelen 5.15 tot en met 5.17. L Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.8 5.15 Wonen-benutten bestaande bebouwing: rood voor rood Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in bestaande bebouwing in het landelijk gebiedbuiten stedelijk gebied, als er sprake is van: a. verbetering, uitbreiding of verplaatsing van een bestaande individuele burgerwoning; het doen vervallen van de functie wonen van een gelijk aantal woningen in het omgevingsplan elders buiten stedelijk gebied; of; b. het benutten van een cultuurhistorisch waardevolle voormalige agrarische boerderij als bedoeld in bijlage VII; of c. het benutten van bestaande buitenplaatsen en landgoedereneen pand dat geregistreerd staat als rijks- of gemeentelijk monument. M Artikel 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.9 5.16 Wonen-ruimte voor ruimte 1
Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebiedbuiten stedelijk gebied, als: a. er sprake is van ongewenste of in onbruik geraakte bebouwing; b. alle bedrijfsbebouwing op het betrokken bouwperceel wordt gesloopt, tenzij het gaat om een cultuurhistorisch waardevolle voormalige agrarische boerderij; c. er maximaal 3 woningen op het betrokken bouwperceel worden gerealiseerd; en d. sloop en het voorkomen van heroprichting van de te slopen bebouwing worden gewaarborgd.
2
De realisatie van een woning wordt gecompenseerd door het slopen van een oppervlak van ten minste: a. 500 m2 schuur; b. 0,5 ha glas; of c. andere bebouwing van een vergelijkbare grootte.
3
Er kan beperkt worden afgeweken van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen of van de verplichting het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, als uit een financiële onderbouwing blijkt dat onvoldoende kostendragers kunnen worden gegenereerd voor de sloop van het betreffende object en dit aantoonbare meerwaarde oplevert voor het landschap.
N
7
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Het opschrift van artikel 5.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.10 5.17 Wonen-nieuwe bebouwing: rood voor groen O Na artikel 5.10 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 5.18 Woonwagenlocaties Een omgevingsplan kan voorzien in een uitbreiding van een bestaande locatie met woonwagens, buiten stedelijk gebied als: a. de behoefte aan uitbreiding is aangetoond; en b. wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing.
Artikel 5.19 Huisvesting tijdelijke werknemers Een omgevingsplan kan alleen voorzien in de realisatie van huisvesting voor tijdelijke werknemers als deze huisvesting: a. voorziet in een regionale behoefte; en b. voldoet aan de normenset voor huisvesting van arbeidsmigranten van het register van de Stichting Normering Flexwonen of een eventuele opvolger daarvan; en c. voldoet aan de voorwaarden voor Nieuwe Economische Dragers zoals bedoeld in artikel 5.1, zesde lid, zevende lid en achtste lid, voor zover de ontwikkeling niet binnen of grenzend aan stedelijk gebied ligt. P Het opschrift van artikel 5.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.11 5.20 Windenergie Q Artikel 5.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.12 5.21 Zonne-energie
8
1
Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie binnen bestaand stedelijk gebied.
2
Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie buiten bestaand stedelijk gebied op een locatiede volgende locaties: a. grenzend aan bestaand stedelijk gebied; op een bouwvlak; b. op of grenzend aan een bouwvlak; op grond waarop stortplaatsen, infrastructuur, verblijfsrecreatie of solitaire bedrijvigheid in het landelijk gebied is toegestaan; c. op of grenzend aan een bedrijventerrein; op grond waarop water of een waterbassin is toegestaan, mits in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat er geen significant nadelige effecten voor natuur, recreatie, waterkwaliteit of visserij zijn; d. op of grenzend aan grond waarop glastuinbouw is toegestaan; op grond waar agrarisch gebruik is toegestaan als die grond op basis van bindende afspraken in transitie is; of e. op of grenzend aan grond waarop een nutsvoorziening, stortplaats, opstellingen voor zonne-energie of windenergie is toegestaan;waar agrarisch gebruik is toegestaan, mits
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
f. g.
de ontwikkeling een significante bijdrage levert aan de vermindering van netcongestie of leidt tot efficiënter netgebruik door: 1. gezamenlijk kabelgebruik met een windmolenproject, of 2. een directe kabelverbinding met een aansluiting achter de elektriciteitsmeter met een maximum van het eigen elektrische verbruik. op grond waarop infrastructuur is toegestaan; of op grond waarop water is toegestaan.
3
De motivering bij een omgevingsplan waarin wordt voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie buiten bestaand stedelijk gebied maakt aannemelijk dat: de omgevingskwaliteiten zich niet tegen de opstelling van zonne-energie verzetten. a. de opstelling voor zonne-energie ruimtelijk ondergeschikt is aan de inrichting of het gebruik van de grond, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d; b. op grond waar water is toegestaan: er geen significant nadelige effecten zijn voor natuur, recreatie, waterkwaliteit of visserij; en c. de omgevingskwaliteiten zich niet tegen de opstelling van zonne-energie verzetten.
4
Op locaties waar op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, krachtens een omgevingsplan, kan worden voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie, wordt de afwijking van de regels niet vergroot.
R Artikel 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.13 5.22 Verblijfsrecreatie in de kustzone
9
1
In een omgevingsplan wordt een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein alleen toegelaten in de badplaatsen Cadzand-Bad, Breskens, Vlissingen, Zoutelande, Westkapelle, Domburg, Oostkapelle, Vrouwenpolder, Burgh-Haamstede en Renesse, waarvan de begrenzingen zijn opgenomen in bijlage IV, onder 5, bij deze verordening. In de motivering bij het omgevingsplan wordt aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 1, onder B tot en met D, opgenomen uitgangspunten.
2
Als een gebied in de badplaatsen Cadzand-Bad, Bresekens, Vlissingen, Zoutelande, Westkapelle, Domburg, Oostkapelle, Vrouwenpolder, Burgh-Haamstede en Renesse ook is aangewezen als aandachtsgebied, wordt in de motivering bij het omgevingsplan ook aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 2, opgenomen uitgangspunten.
3
Het eerste lid is niet van toepassing, als: a. op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening de nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein al is toegelaten in het omgevingsplan; en b. de afwijking van de regels van deze verordening niet wordt vergroot.
4
Het derde lid geldt niet voor de nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein zoals toegelaten op grond van bestemmingsplannen die voor 7 november 2018 zijn vastgesteld. De huidige omgevingsplannen dienen binnen drie jaar na 1 januari 2025 te zijn aangepast waardoor deze de nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein niet langer toelaten.
45
In afwijking van het eerste lid kan een nieuw verblijfsrecreatieterrein buiten een badplaats worden toegelaten in een globaal aangegeven aandachtsgebied, als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 2, opgenomen uitgangspunten. De motivering bij het omgevingsplan bevat een gebiedsafbakening waarin wordt onderbouwd dat het nieuwe verblijfsrecreatieterrein valt binnen het aandachtsgebied of, gezien de situeringskenmerken, in voldoende mate daarop aansluit.
56
Het eerste en vierdevijfde lid zijn niet van toepassing op een nieuw verblijfsrecreatieterrein dat gerealiseerd wordt in de vorm van een nieuw landgoed en buitenplaats als bedoeld in artikel 5.10.
67
In afwijking van het eerste lid kan uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten buiten een badplaats, als:
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
a. b. c.
in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 1, A tot en met D, opgenomen uitgangspunten; uitbreiding in een globaal aangegeven Groene Zeeuwse Topkwaliteit gebied en een beschermingsgebied niet wordt toegelaten; de motivering bij het omgevingsplan een gebiedsafbakening bevat waarin wordt onderbouwd dat de uitbreiding van het verblijfsrecreatieterrein, gezien de situeringskenmerken, niet wordt gerealiseerd binnen een globaal aangegeven Groene Zeeuwse Topkwaliteit gebied en beschermingsgebied.
78
In afwijking van het zesdezevende lid, onder b en c, kan uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten in een beschermingsgebied, als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet leidt tot nadelige gevolgen voor de kenmerken en waarden van dit gebied.
89
In afwijking van het zesdezevende lid, onder b en c, kan uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten in een globaal aangegeven Groene Zeeuwse Topkwaliteit gebied, als dit gebied ook in een aandachtsgebied valt en in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet leidt tot nadelige gevolgen voor de kenmerken en waarden van het Groene Zeeuwse Topkwaliteit gebied.
S Artikel 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.14 5.23 Verblijfsrecreatie buiten de kustzone 1
In een omgevingsplan wordt een nieuw verblijfsrecreatieterrein of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein alleen toegelaten in bestaand stedelijk gebied. In de motivering bij het omgevingsplan wordt aannemelijk gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 3, B tot en met D, opgenomen uitgangspunten.
2
Het eerste lid is niet van toepassing, als: a. op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening de nieuwvestiging of uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein al is toegelaten in het omgevingsplan; en b. de afwijking van de bepalingen van deze verordening niet wordt vergroot.
3
Het eerste lid is niet van toepassing op een nieuw verblijfsrecreatieterrein dat gerealiseerd wordt in de vorm van een nieuw landgoed en buitenplaats als bedoeld in artikel 5.10.
4
In afwijking van het eerste lid kan uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten buiten bestaand stedelijk gebied, als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de in bijlage IV, onder 3, A tot en met D, opgenomen uitgangspunten.
5
In afwijking van het eerste lid kan een nieuw verblijfsrecreatieterrein worden toegelaten buiten bestaand stedelijk gebied, als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat voldaan wordt aan de voor aandachtsgebieden geldende uitgangspunten in bijlage IV, onder 4.
T Het opschrift van artikel 5.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.15 5.24 Strandzonering U Het opschrift van artikel 5.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.16 5.25 Verbod permanent wonen
10
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
V Artikel 5.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.17 5.26 Centraal bedrijfsmatige exploitatie 1
In een omgevingsplan waarin wordt voorzien in de realisatie van een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein worden regels opgenomen waarmee wordt verzekerd dat een standplaats die of bouwwerk dat wordt gebruikt voor recreatief nachtverblijf wordt verhuurd in de vorm van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Deze regels worden ook opgenomen in volgende wijzigingen van het omgevingsplan.
2
Het eerste lid is ook van toepassing op de wijziging van een omgevingsplan waarin al regels zijn opgenomen over een centraal bedrijfsmatige exploitatie.
3
Een ontheffing van het eerste lid wordt alleen verleend als: a. de ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen de begrenzing van de badplaatsen CadzandBad, Breskens, Vlissingen, Zoutelande, Westkapelle, Domburg, Oostkapelle, Vrouwenpolder, Burgh-Haamstede en Renesse; en b. de ontwikkeling onderdeel uit maakt van een bredere visie op de desbetreffende badplaats en een bijdrage levert aan het versterken van de leefbaarheid, de ruimtelijke kwaliteit en de herstructurering van de desbetreffende badplaats; de ontwikkeling een bijdrage levert aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid, de herstructurering en de gewenste ontwikkelruimte van de desbetreffende badplaats, hetgeen wordt onderbouwd in een door de gemeenteraad vastgestelde ruimtelijke visie op de desbetreffende badplaats; en c. aan de ontwikkeling een actuele prognose ten grondslag ligt op basis waarvan de specifieke behoefte aan deeltijdwonen wordt aangetoond; en d c. de desbetreffende gemeente een programmering hanteert waarmee ze in de aangetoonde behoefte kan voorzien. de desbetreffende gemeente een door gedeputeerde staten geaccordeerde programmering hanteert en publiceert, waarbij geplande en gerealiseerde aantallen per locatie per jaar in beeld worden gebracht.
4
Een omgevingsplan voor een nieuw verblijfsrecreatieterrein of de uitbreiding van een verblijfsrecreatieterrein bevat regels die duurzaam beheer en onderhoud van het terrein borgen.
W Het opschrift van artikel 5.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.18 5.27 Kleinschalig kamperen X Het opschrift van artikel 5.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.19 5.28 Jachthavens en waterrecreatie Y Het opschrift van artikel 5.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.20 5.29 Lawaaisporten, gemotoriseerde luchtsporten en landingsplaatsen Z
11
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Het opschrift van artikel 5.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.21 5.30 Ruimtelijke ontwikkelingen rondom het Veerse Meer AA Het opschrift van artikel 5.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.22 5.31 Concentratie agrarische bebouwing BB Artikel 5.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.23 5.32 Bufferzones 1
In een omgevingsplan waarin voor de eerste keer een woning of verblijfsrecreatie is toegelaten worden de volgende afstanden in acht genomen: a. 100 meter tot buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde grond waarop een agrarisch gebouw anders dan een kas is toegelaten; b. 50 meter vanaf een buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde kas, en, primair vanaf een daarvoor aangewezen bouwvlak alsmede vanaf buiten bestaand stedelijk gebied stedelijk gebied gesitueerde grond waarop fruitteelt is toegelaten.
2
In een omgevingsplan waarin voor de eerste keer op buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde grond een agrarisch gebouw, anders dan een kas, wordt toegelaten wordt dit gebouw niet toegelaten binnen een afstand van 100 meter tot grond waarop een woning of verblijfsrecreatie is toegelaten.
3
In een omgevingsplan waarin voor de eerste keer op buiten bestaand stedelijk gebied gesitueerde grond de nieuwbouw van een kas wordt toegelaten en in een omgevingsplan waarin het gebruik voor fruitteelt wordt toegelaten op buiten bestaand stedelijk gebied stedelijk gebied gesitueerde grond die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet als zodanig in gebruik was, wordt een afstand in acht genomen van 50 meter tot grond waarop een woning of verblijfsrecreatie is toegelaten.
4
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid kan een kleinere afstand worden gehanteerd als in de motivering van het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat geen of nagenoeg geen schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid zullen optreden en de kleinere afstand niet leidt tot onevenredige beperkingen in de bedrijfsvoering van de betrokken agrarische bedrijven.
CC Het opschrift van artikel 5.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.24 5.33 Glastuinbouw DD Het opschrift van artikel 5.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.25 5.34 Intensieve veehouderij EE
12
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Het opschrift van artikel 5.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.26 5.35 Agrarische onderzoeksbedrijven FF Het opschrift van artikel 5.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.27 5.36 Toepassingsbereik GG Het opschrift van artikel 5.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.28 5.37 Weigeringsgronden oprichten en wijzigen veehouderijen HH Het opschrift van artikel 5.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.29 5.38 Toelaatbare oprichting veehouderij II Het opschrift van artikel 5.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.30 5.39 Toelaatbare wijziging veehouderij JJ Het opschrift van artikel 5.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.31 5.40 Regionale waterkeringen KK Het opschrift van artikel 5.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.32 5.41 Bestaande natuur LL Het opschrift van artikel 5.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.33 5.42 Agrarisch gebied van ecologische betekenis MM Het opschrift van artikel 5.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
13
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Artikel 5.34 5.43 Natuurontwikkelingsgebieden NN Het opschrift van artikel 5.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.35 5.44 Afwegingszone natuurgebieden OO Het opschrift van artikel 5.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.36 5.45 Landschap en erfgoed PP Het opschrift van artikel 5.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.37 5.46 Molenbiotoop QQ Het opschrift van artikel 5.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.38 5.47 Bouwwerken bij provinciale wegen RR Het opschrift van artikel 5.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.39 5.48 Werken bij provinciale vaarwegen SS Het opschrift van artikel 5.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.40 5.49 Duisternisgebieden TT Het opschrift van artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.41 5.50 Activiteiten binnen stiltegebieden A en B UU Het opschrift van artikel 5.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
14
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Artikel 5.42 5.51 Activiteiten buiten stiltegebieden A en B VV Het opschrift van artikel 5.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.43 5.52 Vrijstelling van de instructieregels WW Het opschrift van artikel 5.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.44 5.53 Verplichting om geluid te meten XX Het opschrift van artikel 5.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.45 5.54 Vastleggen van de uitgangssituatie YY Het opschrift van artikel 5.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.46 5.55 Aardkundige waarden ZZ Het opschrift van artikel 5.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.47 5.56 Inhoud waterbeheerprogramma AAA Het opschrift van artikel 5.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.48 5.57 Overleg en verslag waterbeheerprogramma BBB Het opschrift van artikel 5.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.49 5.58 Peilbesluiten CCC Het opschrift van artikel 5.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
15
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Artikel 5.50 5.59 Bescherming grondwater DDD Het opschrift van artikel 5.51 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.51 5.60 Grondwaterregister EEE Het opschrift van artikel 5.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.52 5.61 Grondwatermeetnet FFF Het opschrift van artikel 5.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.53 5.62 Instructieregels projectbesluit GGG Het opschrift van artikel 5.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.54 5.63 Bebording stiltegebieden HHH Het opschrift van artikel 5.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.55 5.64 Bebording grondwaterbeschermingsgebieden III Het opschrift van artikel 5.56 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.56 5.65 Instructieregels projectbesluit JJJ Na paragraaf 5.3.3 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
Paragraaf 5.3.4 Uitgangspunten regionale woonafspraken Artikel 5.66 Provinciale huishoudensprognose
16
1
Gedeputeerde staten stellen ten minste eens per drie jaar een huishoudensprognose op.
2
De huishoudensprognose gaat in ieder geval in op:
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
a. b.
de huidige stand en verwachte ontwikkeling naar type huishouden voor de hele provincie, de woningbouwregio’s en gemeenten; en de verwachte ontwikkelingen voor de komende vijf, tien en twintig jaar.
Artikel 5.67 Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland 1
Gedeputeerde staten voeren ten minste eens per drie jaar het Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland uit met de dan beschikbaar gestelde huishoudensprognose.
2
Het KWOZ gaat op het niveau van de provincie, woningbouwregio’s en gemeenten ten minste in op: a. de woningbehoefte voor de komende vijf, tien en twintig jaar; en b. de behoefte per woningtype, eigendomsvorm en prijsklasse; en c. de kwaliteit en opgaven binnen de bestaande woningvoorraad.
Artikel 5.68 Provinciale planmonitor wonen 1
Gedeputeerde Staten beheren een monitoringssysteem ten behoeve van het bijhouden van het plancapaciteit per gemeente, de planmonitor wonen.
2
De planmonitor wonen gaat per plan ten minste in op: a. het aantal woningen in harde plancapaciteit; en b. het aantal woningen in zachte plancapaciteit; en c. de ligging binnen/buiten stedelijk gebied; en d. kwalitatieve aspecten (betaalbaarheid en woningtype); en e. de realisatie van woningen.
KKK Het opschrift van artikel 5.57 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.57 5.69 Toepassingsbereik LLL Het opschrift van artikel 5.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.58 5.70 Algemene eisen aan faunabeheerplannen MMM Het opschrift van artikel 5.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.59 5.71 Faunabeheerplan duurzaam beheer van populaties NNN Het opschrift van artikel 5.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.60 5.72 Faunabeheerplan schadebestrijding OOO Het opschrift van artikel 5.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
17
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
Artikel 5.61 5.73 Faunabeheerplan uitoefening jacht PPP Het opschrift van artikel 5.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 5.62 5.74 Geldigheidsduur faunabeheerplan QQQ Artikel 9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 9.2 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt1 januari 2025.
18
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
RRR Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Bijlage I BEGRIPPEN Begrippenlijst
19
agrarisch bedrijf
bedrijf voor het telen van gewassen, met inbegrip van aquacultuur;
agrarisch bouwwerk
bouwwerk behorend bij een agrarisch bedrijf, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen en drink- en voederbakken;
agrarisch onderzoeksbedrijf
bedrijf dat zich geheel of in overwegende mate richt op onderzoek naar nieuwe agrarische gewassen en verbetering van bestaande agrarische gewassen voor de agrarische sector;
aquacultuur
teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen;
baggerspecie
baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
bedrijf
onderneming die is gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het verlenen van diensten waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop of levering van ter plaatse vervaardigde bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
bedrijfsvloeroppervlak
gezamenlijke oppervlakte van vaste vloeren in gebouwen en andere bouwwerken geen gebouw zijnde, met inbegrip van mestdoorlatende vloeren, die worden of kunnen worden gebruikt voor de huisvesting van dieren ten behoeve van intensieve veehouderij, waaronder begrepen de hok- of stalruimten, inclusief scheidingswanden en gangpaden;
bedrijventerrein
terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en nietcommerciële dienstverlening en industrie;
beplanting
opgaande gewassen bestaande uit bomen of struiken;
bestaand gebruik
gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening in een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten;
bestaand stedelijk gebied
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaalculturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen;
bestaande intensieve veehouderij
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening krachtens een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten intensieve veehouderij;
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
bestaande neventak
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening krachtens een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten neventak;
Bij12
uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies;
binnenhaven
haven voor de binnenvaart die niet onmiddellijk aan zee of aan de Westerschelde grenst;
binnenschip
schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
bouwvlak
geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar volgens het omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
buisleiding
buisleiding voor het transport van gas of vloeistof en leiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicaliën;
centrale bedrijfsmatige exploitatie
via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanige exploitatie dat daarbij gedurende het jaar, in verschillende perioden, aan verschillende personen die hun hoofdverblijf elders hebben, recreatieve verblijfsmogelijkheden worden geboden;
continuïteit
ontwikkeling van een bedrijf op een termijn van 10 jaar;
detailhandel
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
evenement
éénmalige of ten hoogste 3 keer per jaar terugkerende publieke gebeurtenis op het gebied van ontspanning, kunst of cultuur;
gedeputeerde staten
gedeputeerde staten van Zeeland;
gemotoriseerde luchtsporten
in wedstrijdverband, ter voorbereiding op wedstrijden of voor recreatieve doeleinden gebruiken van gemotoriseerde luchtvaartuigen, zoals modelvliegtuigen, ultra lichte vliegtuigen, microlight aeroplanes, schermvliegtuigen, paramotorvliegen, met uitzondering van zweeftoestellen;
gesloten stortplaatsen
stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer;
glastuinbouwbedrijf
bedrijf gericht op de teelt of veredeling van gewassen geheel of nagenoeg geheel met behulp van kassen;
grond
grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
grond- en funderingswerk
werk in de bodem, met inbegrip van palen, damwanden en folies;
grondgebruiker
degene die gerechtigd is de grond te gebruiken krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
grootschalig bedrijventerrein
een als zodanig in een door gedeputeerde staten geaccordeerd regionaal bedrijventerreinenprogramma aangegeven bedrijventerrein, wat door de ligging, ontsluiting en het economisch belang ontwikkelingspotentie heeft;
grootschalig zelfstandig kantoor
kantoor met meer dan 1000 m² bruto vloeroppervlak waar niet-kantoorfuncties geen substantieel onderdeel uitmaken van het gebouw of de gebouwen;
grootschalige detailhandelsvoorziening detailhandelsvoorziening met een bruto vloeroppervlak van 1500 m² of meer;
20
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
21
intensieve veehouderij
niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat zich toelegt op de teelt van slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren, waarbij de teelt plaatsvindt zonder of nagenoeg zonder weidegang, met uitzondering van een biologische veehouderij;
jachthaven
haven die naar zijn aard en inrichting bedoeld en geschikt is voor het in hoofdzaak aanleggen van pleziervaartuigen, met bijbehorende voorzieningen;
kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan of enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover het onderkomen of voertuig geheel of ten dele blijvend is bestemd of opgericht, of wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
kas
gebouw van glas of ander lichtdoorlatend materiaal voor de teelt of veredeling van tuinbouwgewassen, fruitteelt of sierteelt;
kernwinkelgebied
binnen het centrum van een kern gelegen gebied waarin detailhandelsvoorzieningen zijn geconcentreerd;
klein schip
een klein schip als bedoeld in artikel 1.01 van het Binnenvaartpolitiereglement
kleinschalig bedrijventerrein
bedrijventerrein dat geen grootschalig bedrijventerrein is;
kleinschalig kampeerterrein
kampeerterrein dat in gebruik is als neventak bij een agrarisch of ander bedrijf of behorend bij een woning;
kunstwerk
civieltechnisch bouwwerk dat dient om een weg of verkeersbaan over een andere weg of verkeersbaan, een spoorweg, een vaarweg of ander oppervlaktewaterlichaam heen, of daaronder door, te voeren;
kwaliteitscriteria
in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde actuele kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast;
kwaliteitsklasse wonen
kwaliteitsklasse wonen als bedoeld in artikel 29 van het Besluit bodemkwaliteit;
kwantitatieve gegevens
telcijfers, trendtellingen, inschattingen en afschotcijfers voor de in het faunabeheerplan beschreven diersoorten en op basis hiervan een analyse van de populatietrend;
ladingtank
tank vast verbonden met een binnenschip waarvan de wanden hetzij door de scheepsromp zelf, hetzij door van de scheepsromp onafhankelijke wanden zijn gevormd;
lawaaisport
in wedstrijdverband, ter voorbereiding op wedstrijden of voor recreatieve doeleinden gebruiken van voer- of vaartuigen met verbrandingsmotoren of modelvliegtuigen en het beoefenen van de schietsport met vuurwapens in de open lucht;
loonwerkbedrijf
Een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van gemechaniseerd loonwerk in het landelijk gebied, aan agrarische bedrijven, overheden en natuurorganisaties, zoals het uitvoeren van agrarisch loonwerk, cultuurtechnische werken, natuurbouw, grondverzet of soortgelijke dienstverlening, met inbegrip van een strategische werkvoorraad aan hulp-, bouw-, grond- of reststoffen (in verband met circulariteit). Hieronder valt in ieder geval niet het bewerken of opslaan van
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
mest of het verrichten van werkzaamheden in de weg- en waterbouw;
22
loswal
kadeterrein dat bestemd en geschikt is voor het laden en lossen van schepen;
luchtkussenvoertuig
luchtkussenvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder;
motorrijtuig
motorrijtuig als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
nazorgvoorziening
voorziening ter bescherming van het milieu als bedoeld in artikel 8.49, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;
neventak
bedrijfsonderdeel dat qua omvang en arbeidsinzet en gelet op de inkomsten die daaruit redelijkerwijs kunnen worden verworven niet als hoofdtak kan worden aangemerkt, of een activiteit waaruit de betrokkene niet het hoofdinkomen verwerft;
omgevingskwaliteiten
kwaliteiten die van belang zijn voor een goede leefomgeving, bij de beschrijving waarvan tenminste de navolgende aspecten in beschouwing worden genomen: luchtkwaliteit, stank, geluid, lichtvervuiling, veiligheid, bodem- en waterkwaliteit - waterbodems en grondwater daaronder begrepen -, waterkwantiteit, ecologische en natuurlijke kwaliteit, landschappelijke en beeldkwaliteit, cultuurhistorische kwaliteit, bereikbaarheid en sociale kwaliteit.
ontgassen
afvoeren van restladingdamp uit een ladingtank waarbij restladingdampen terechtkomen in de open lucht;
openbare weg
openbare weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 1 van de Wegenwet;
opstelling voor zonne-energie
samenstel van bouwwerken of een andere constructie voor het opwekken van elektriciteit of warmte door het opvangen van de straling van de zon, geplaatst op of boven de grond of een oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van zonnepanelen op daken;
provinciale staten
Provinciale Staten van Zeeland;
provinciale weg
openbare weg in beheer bij de provincie, met inbegrip van de daarin gelegen kunstwerken en wat verder naar zijn aard daartoe behoort;
recreatieve bebouwing
gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor recreatief nachtverblijf en gebouwen voor recreatief dagverblijf waar dranken worden geschonken of eet- en drinkwaren voor consumptie worden bereid of verstrekt;
regionale waterkeringen
In bijlage XIII bij deze verordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onder a, van de wet, die in beheer zijn bij het waterschap;
restladingdamp
damp die na het lossen in de ladingtank achterblijft;
schip
schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet;
solitair volwaardig glastuinbouwbedrijf
volwaardig glastuinbouwbedrijf dat is gevestigd buiten een concentratiegebied;
solitaire bedrijvigheid binnen bestaand stedelijk gebied
niet op bedrijventerreinen geclusterde bedrijven die volgens het omgevingsplan zijn toegelaten binnen bestaand stedelijk gebied, met inbegrip van detailhandels- en horecabedrijven;
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
23
stedelijk gebied
in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen;
streekproducten
kenmerkende Zeeuwse producten die op Zeeuwse grond of in Zeeuwse wateren zijn geteeld en bedoeld voor consumptie;
taxateur
taxateur die werkzaam is voor een door BIJ12 aangewezen taxatiebureau of een consulent faunazaken van BIJ12;
toestel
toestel dat bij gebruik anders dan door menselijke energie geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig daaronder niet begrepen;
traditionele windmolen
molen die in vroeger tijden was bedoeld voor bemaling voor waterbeheer, het malen van granen of overige ambachtelijke werkzaamheden, waarbij het gaande werk nog volledig of in overwegende mate intact is;
UN
getal van vier cijfers dat een gevaarlijke stof identificeert tijdens het transport, zoals vastgelegd in de Recommendations on the Transport of Dangerous Goods van de Verenigde Naties;
vaarwegbeheer
overheidszorg gericht op de instandhouding, bereikbaarheid en bescherming van een vaarweg en bijbehorende werken;
verduurzaming
treffen van maatregelen die verder gaan dan hetgeen bij of krachtens de wet is voorgeschreven voor milieu en dierenwelzijn en die strekken tot milieuwinst en het versterken van omgevingskwaliteiten;
verjaagactie
bestrijding van ganzen die op het schadeperceel aanwezig zijn of invallen;
verkeersbaan
verhardingsconstructie van een hoofdrijbaan, parallelweg, fiets- of voetpad;
vervoerder
onderneming als bedoeld in 1.2.1 van deel 1 van het Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (Trb. 2001, 67);
vuurwapen
vuurwapen als bedoeld artikel 1, onder 3°, van de Wet wapens en munitie;
waterschap
bevoegd bestuursorgaan van Waterschap Scheldestromen;
waterscooter
waterscooter als bedoeld in artikel 1.01, onder A, onder 18°, van het Binnenvaartpolitiereglement;
wet Begrippenlijst
Omgevingswet.
agrarisch bedrijf
bedrijf voor het telen van gewassen, met inbegrip van aquacultuur;
agrarisch bouwwerk
bouwwerk behorend bij een agrarisch bedrijf, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen en drink- en voederbakken;
agrarisch onderzoeksbedrijf
bedrijf dat zich geheel of in overwegende mate richt op onderzoek naar nieuwe agrarische gewassen en verbetering van bestaande agrarische gewassen voor de agrarische sector;
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
24
aquacultuur
teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen;
baggerspecie
baggerspecie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
bedrijf
onderneming die is gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het verlenen van diensten waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt en niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop of levering van ter plaatse vervaardigde bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
bedrijfsvloeroppervlak
gezamenlijke oppervlakte van vaste vloeren in gebouwen en andere bouwwerken geen gebouw zijnde, met inbegrip van mestdoorlatende vloeren, die worden of kunnen worden gebruikt voor de huisvesting van dieren ten behoeve van intensieve veehouderij, waaronder begrepen de hok- of stalruimten, inclusief scheidingswanden en gangpaden;
bedrijventerrein
terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en nietcommerciële dienstverlening en industrie;
beplanting
opgaande gewassen bestaande uit bomen of struiken;
bestaand gebruik
gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening in een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten;
bestaand stedelijk gebied
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaalculturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen;
bestaande intensieve veehouderij
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening krachtens een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten intensieve veehouderij;
bestaande neventak
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening krachtens een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten neventak;
Bij12
uitvoeringsorganisatie van de gezamenlijke provincies;
binnenhaven
haven voor de binnenvaart die niet onmiddellijk aan zee of aan de Westerschelde grenst;
binnenschip
schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Binnenvaartwet;
bouwvlak
geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar volgens het omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
buisleiding
buisleiding voor het transport van gas of vloeistof en leiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicaliën;
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
centrale bedrijfsmatige exploitatie
via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanige exploitatie dat daarbij gedurende het jaar, in verschillende perioden, aan verschillende personen die hun hoofdverblijf elders hebben, recreatieve verblijfsmogelijkheden worden geboden;
continuïteit
ontwikkeling van een bedrijf op een termijn van 10 jaar;
datacentrum
gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 5 hectare of groter en dat in hoofdzaak in gebruik is voor verwerking, uitwisseling en opslag van data. Hieronder wordt in ieder geval een data- en rekencentrum verstaan waar ondersteuning wordt gegeven voor dataverkeer of dataopslag en waar andere activiteiten worden verricht om dit functioneel te ondersteunen.
detailhandel
bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
evenement
éénmalige of ten hoogste 3 keer per jaar terugkerende publieke gebeurtenis op het gebied van ontspanning, kunst of cultuur;
gedeputeerde staten
gedeputeerde staten van Zeeland;
gemotoriseerde luchtsporten
in wedstrijdverband, ter voorbereiding op wedstrijden of voor recreatieve doeleinden gebruiken van gemotoriseerde luchtvaartuigen, zoals modelvliegtuigen, ultra lichte vliegtuigen, microlight aeroplanes, schermvliegtuigen, paramotorvliegen, met uitzondering van zweeftoestellen;
gesloten stortplaatsen
stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer;
glastuinbouwbedrijf
bedrijf gericht op de teelt of veredeling van gewassen geheel of nagenoeg geheel met behulp van kassen;
grond
grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit;
grond- en funderingswerk
werk in de bodem, met inbegrip van palen, damwanden en folies;
grondgebruiker
degene die gerechtigd is de grond te gebruiken krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
grootschalig bedrijventerrein
een als zodanig in een door gedeputeerde staten geaccordeerd regionaal bedrijventerreinenprogramma aangegeven bedrijventerrein, wat door de ligging, ontsluiting en het economisch belang ontwikkelingspotentie heeft;
grootschalig zelfstandig kantoor
kantoor met meer dan 1000 m² bruto vloeroppervlak waar niet-kantoorfuncties geen substantieel onderdeel uitmaken van het gebouw of de gebouwen;
grootschalige detailhandelsvoorziening detailhandelsvoorziening met een bruto vloeroppervlak van 1500 m² of meer;
25
grootschalige logistiek
gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 5 hectare of groter en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit;
intensieve veehouderij
niet-grondgebonden agrarisch bedrijf dat zich toelegt op de teelt van slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren, waarbij de teelt plaatsvindt zonder of nagenoeg zonder weidegang, met uitzondering van een biologische veehouderij;
Provinciaal blad 2024 nr. 19847
23 december 2024
26
jachthaven
haven die naar zijn aard en inrichting bedoeld en geschikt is voor het in hoofdzaak aanleggen van pleziervaartuigen, met bijbehorende voorzieningen;
kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan of enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover het onderkomen of voertuig geheel of ten dele blijvend is bestemd of opgericht, of wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;