CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2026.134 Bijlage 4 - Motivering uitbreiding bedrijventerrein Zierikzee (1684060)

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Uitbreiding bedrijventerrein Zuidoost, Zierikzee Motivering, 27 maart 2026

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Versie Documentreferentie

Handelsregister 30129769 001897_Bedrijventerrein Zuidoostflank, Zierikzee 51035683 Gecontroleerd door Miranda van der Neut Gemeente Schouwen-Duiveland Jessica Ocké 27-03-2026 Vrijgegeven door Janita van Gastel 2 001897_OFL01_C02_einddoc uitbreiding bedrijventerrein Zierikzee Sweco1

2/66

Inhoudsopgave 1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Inleiding ............................................................................................................... 5 1.2 Doel ..................................................................................................................... 5 1.3 Plangebied .......................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................... 8

2

Het project ..................................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie .................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................... 10 2.2.1 Hoofdstructuur en opzet van het plan .................................................. 10 2.2.2 Landschappelijke kwaliteit ................................................................... 14 2.2.3 Zichtlijnen op het stadssilhouet van Zierikzee ..................................... 16 2.2.4 Beeldkwaliteit ....................................................................................... 17 2.2.5 Opgave en programma ........................................................................ 17 2.2.6 Fasering ............................................................................................... 17 2.3 Toetsing aan omgevingsplan ............................................................................ 18 2.3.1 Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden ........................................... 18 2.3.2 Strijdigheid omgevingsplan .................................................................. 20 2.3.3 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ............................... 20

3

Beleidskader ................................................................................................................ 21 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................... 21 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................. 23 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................... 26

4

Kwaliteit van de leefomgeving ..................................................................................... 29 4.1 Ondergrond en cultuurhistorie..................................................................... 29 4.1.1 Archeologie .......................................................................................... 29 4.1.2 Bodemkwaliteit ..................................................................................... 30 4.1.3 Ontplofbare oorlogsresten ................................................................... 30 4.1.4 Cultuurhistorische waarden ................................................................. 31 4.2 Water en natuur ................................................................................................ 33 4.2.1 Weging van waterbelang ..................................................................... 33 4.2.2 Soortenbescherming ............................................................................ 34 4.2.3 Gebiedsbescherming ........................................................................... 34 4.3 Mobiliteit en bereikbaarheid .............................................................................. 36 4.4 Energie en duurzame inrichting ........................................................................

37 4.4.1 Energietransitie .................................................................................... 37 4.4.2 Circulaire economie ............................................................................. 38 4.4.3 Klimaatadaptatie .................................................................................. 38 4.4.4 Biodiversiteit......................................................................................... 39 4.5 Gezonde leefomgeving ..................................................................................... 40 4.5.1 Bewegen .............................................................................................. 40 4.5.2 Groen ................................................................................................... 40 4.5.3 Milieuzonering ...................................................................................... 42 4.5.4 Geluid ................................................................................................... 44 4.5.5 Omgevingsveiligheid ............................................................................ 46 4.5.6 Lichthinder ........................................................................................... 47 4.5.7 Luchtkwaliteit .......................................................................................

47 4.5.8 Trillingen .............................................................................................. 48 4.5.9 Milieueffectrapportage ......................................................................... 49

5

Conclusie ..................................................................................................................... 50

3/66

5.1 5.2 6

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties ............................................. 50 Belangenafweging ............................................................................................. 51

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 52 6.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................... 52 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 52 6.2.1 Participatie ........................................................................................... 52

Bijlagen Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Bijlage 2 Ontwikkelkader landschap Bijlage 3 Een nieuw perspectief op de stad Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 5 Behoefteonderbouwing Bijlage 6 Weging van het waterbelang Bijlage 7 Quickscan natuur Bijlage 8 Stikstofberekening Bijlage 9 Mobiliteitstoets Bijlage 10 Akoestisch onderzoek Bijlage 11 Vormvrije mer-beoordeling Bijlage 12 Participatieverslag

4/66

1

Inleiding

1.1

Inleiding

Op 25 mei 2023 is de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee, evenals de wijziging op de structuurvisie Zierikzee 2030, vastgesteld door de gemeenteraad. In die gebiedsvisie is de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein aan de zuidoostzijde van Zierikzee opgenomen. De wens tot uitbreiding van het bedrijventerrein komt voort uit het feit dat er op Schouwen-Duiveland geen uitgeefbare gronden meer beschikbaar zijn, terwijl er wel bedrijven zijn die verplaatsings- of uitbreidingswensen hebben. Om de toekomstige vraag te kunnen opvangen is, zoals ook vastgelegd in het bedrijventerreinenprogramma Schouwen-Duiveland (vastgesteld op 26 juni 2025) uitbreiding van het bedrijventerrein in Zierikzee nodig. De ontwikkeling past niet binnen het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Daarom dient het omgevingsplan gewijzigd te worden. Deze onderbouwing fysieke leefomgeving voorziet in de motivatie om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen. Beoordeeld wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Doel

Het doel is het juridisch-planologisch vastleggen van de uitbreidingsruimte voor bedrijven in Zierikzee. De gemeente wenst de gronden hiertoe aan te kopen en zelf regie te voeren over de gronduitgifte. Om die reden is er op 28 september 2023 een voorkeursrecht gevestigd op de betrokken gronden. De wijziging van de structuurvisie is de grondslag voor het vestigen van het voorkeursrecht. Daarmee heeft de gemeente het eerste recht op aankoop zodra eigenaren de gronden te koop aanbieden. Dit voorkeursrecht vervalt op 28 september 2026 indien er op dat moment geen sprake is van een vastgesteld omgevingsplan. Om gemeentelijke regie te kunnen houden is het gewenst dat de gemeente over de gronden kan beschikken en daarmee noodzakelijk om een wijziging van het omgevingsplan voor 28 september 2026 vast te stellen. Dat is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Naast het bieden van uitbreidingsruimte aan bedrijvigheid, in combinatie met het realiseren van een landschapszone, is het ook het doel om een calamiteitenontsluiting te realiseren vanaf het huidige bedrijventerrein richting de N256. Dit maakt deel uit van de omgevingsplanwijziging.

5/66

Afbeelding 1 | gebiedsvisie Zierikzee (bron: gemeente Schouwen-Duiveland)

6/66

1.3

Plangebied

Het plangebied is weergegeven op afbeelding 1. Dit omvat de gronden van de beoogde uitbreiding, maar ook de gronden van de landschapszone. Het realiseren van een landschapszone is namelijk onlosmakelijk verbonden met de realisatie van het bedrijventerrein.

Afbeelding 2 | plangebied (bron: Omgevingsloket)

De beoogde calamiteitenontsluiting ligt ook in het plangebied. Daarnaast is de gemeente voornemens om de Straalweg anders in te richten met onder andere een vrij liggend fietspad. Ook voorzien we vanuit de nieuwe ontwikkeling extra aansluitpunten op de Straalweg vanwege het feit dat deze weg de hoofdontsluiting voor de bestaande en nieuwe bedrijventerreinen is. De reconstructie past niet binnen het geldende omgevingsplan. De Straalweg is daarom ook meegenomen in het plangebied. Omdat het 150kV-station al via een bestemmingsplan is geregeld, is dat gebied buiten het plangebied gehouden. Dit bestemmingsplan ligt nog bij de Raad van State ter beoordeling van beroepschriften en het is daardoor niet wenselijk en ook niet nodig om voor deze gronden opnieuw een planologisch kader vast te stellen. Wel zijn de kabels en leidingenstroken die deel uitmaken van dat bestemmingsplan deel van het plangebied, omdat deze een andere gebruiksfunctie kunnen krijgen. De gronden van die stroken hebben nu namelijk een agrarische bestemming. Ook zijn gronden aan de noordzijde van het plangebied buiten de plangrens gehouden. Ter plaatse is een (agrarisch) bedrijf gevestigd en vooralsnog zijn er geen mogelijkheden voor verplaatsing daarvan. Daarom is de keuze gemaakt om deze gronden voorlopig buiten de planontwikkeling te houden.

Het is naar de toekomst toe alsnog wel de bedoeling om deze gronden als bedrijventerrein

7/66

in gebruik te nemen conform de gebiedsvisie. Er zal dan op dat moment een nieuwe wijziging van het omgevingsplan worden voorgelegd. Door deze keuzes ontstaat er een bijzondere vorm van de begrenzing het plangebied.

1.4

Leeswijzer

Deze onderbouwing fysieke leefomgeving bestaat, naast dit inleidend hoofdstuk, uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het project nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader, in hoofdstuk vier worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld, in hoofdstuk vijf gaan we in op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en in hoofdstuk zes wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8/66

2

Het project

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden. Daarnaast is de infrastructuur van de Straalweg, Groene Weegje en Gouwepoort aanwezig in het plangebied. Aan de noordzijde, buiten het plangebied, is een agrarisch bedrijf in sierteelten aanwezig aan het adres Groene Weegje 12. Ter plaatse van Straalweg 1a is een bedrijfsloods aanwezig. Door het gebied loopt een watergang en er liggen kabels en leidingen.

Afbeelding 3 | Huidige situatie plangebied (bron: Google Maps )

9/66

2.2

Toekomstige situatie

Door de vaststelling van de gebiedsvisie Zierikzee Zuidoostflank (2023 – kortweg ‘gebiedsvisie’) en het Addendum van de Structuurvisie Zierikzee voor dit gebied, liggen de ruimtelijk hoofdlijnen van het stedenbouwkundig plan voor het bedrijventerrein Zierikzee Zuid vast. Rekening houdend met de geformuleerde uitgangspunten en technische mogelijkheden in het gebied, is de onderstaande tekening in principe het maatgevende stedenbouwkundig plan voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein. De tekening is in groot formaat opgenomen in bijlage 1.

Afbeelding 4 | Stedenbouwkundig plan

De volgende thema’s zijn nader verdiept: 1. 2. 3. 4.

Hoofdstructuur en opzet van het plan (inclusief profielen); Landschappelijke kwaliteit. Zichtlijnen op het stadssilhouet van Zierikzee; Beeldkwaliteit van het plan;

2.2.1

Hoofdstructuur en opzet van het plan

Realisatie 150 kV station De gebiedsvisie is een ruimtelijke en functionele reactie op ontwikkelingen die op de zuidzijde van de stad Zierikzee afkomen. Die ontwikkelingen zijn:

10/66

1. De komst van een nieuw 150 kV station, om in de toekomst klaar te zijn voor de toenemende vraag naar energie op het eiland; 2. De vraag naar nieuwe bedrijventerreinen; 3. De behoefte aan een passende (calamiteiten-)ontsluiting van het gebied en de stad asl geheel in de toekomst

Afbeelding 5 | Ligging van het kV station in de ruimtelijke hoofdopzet van het bedrijventerrein (bron: landschapsplan hoogspanningsstation Zierikzee 24 november 2023)

De positie van het 150 kV station is bepaald en vastgelegd in een planologische regeling. De locatie is zodanig gekozen dat het 150 kV station in de verre toekomst aansluiting heeft met het nieuwe bedrijventerrein en de beëindiging van de stad aan de zuidzijde vormt. Op die manier heeft het station geen invloed op de uitgifte van de bedrijfsgronden in de toekomst en de structuur en ruimtelijke kwaliteit van de rest van het bedrijventerrein. Voorwaarde is wel dat er een goede landschappelijke inpassing van het station komt die aansluit bij de grotere landschappelijke structuur aan deze zijde. De kwaliteiten van deze inpassing zijn inmiddels uitgewerkt en vastgelegd in een inrichtingsplan wat onderdeel uitmaakt van de afspraken rondom het 150 kV station. Zowel het 150 kV station, als de bijbehorende leidingentracés en de landschappelijke inpassing, maken geen onderdeel uit van dit Omgevingsplan. Ruimtelijk wordt hierbij wel aangesloten. Ontsluiting van het bedrijventerrein Op de langere termijn zal de roep om een extra ontsluiting voor de hele stad aan de zuidzijde steeds sterker worden. Deze ontsluiting is nu nog niet opgenomen in de gebieds- of structuurvisie. Hoewel het nu dus lang nog niet zover is, moeten we voor een regionale ontsluitingsweg al wel rekening houden met een ruimtelijke reservering voor een dergelijke ingreep.

Het ligt voor de hand om die ten zuiden van de bedrijventerreinen te leggen. Daardoor wordt ook direct de stad aan de zuidzijde helder begrenst en zal de nieuwe weg niet ten koste gaan van bestaande of toekomstige bedrijfsgronden. Vanaf de nieuwe ontsluitingsweg kan (in de verre toekomst) o.a. de Straalweg beter worden ontsloten voor alle verkeer. Het nieuwe bedrijventerrein wordt echter voor die tijd al ontwikkeld en zal dus voor de bereikbaarheid en veiligheid moeten kunnen terugvallen op een eigen structuur van ontsluitingswegen. Daarom is in dit plan een calamiteitenontsluiting voorzien.

11/66

De Straalweg en het Groene Weegje (hoofdas) vormen de verkeerskundige ruggengraat voor de ontsluitingsstructuur van de bestaande maar ook de nieuwe bedrijventerreinen. Deze wegen worden aan één zijde al benut als belangrijke ontsluitingswegen naar de bestaande bedrijventerreinen Straalweg en Zuidhoek. Het nieuwe bedrijventerrein komt aan de zuidzijde van het Groene Weegje en de oostzijde van de Straalweg te liggen en kan daardoor gebruik maken van deze bestaande ontsluitingsstructuur. Om een goede (interne) doorstroming op het bedrijventerrein in de toekomst te waarborgen, wordt er in ieder geval een extra ontsluitingsweg parallel aan de Straalweg midden door het nieuw te ontwikkelen gebied voorzien, we noemen deze hier nu de Meeldijkseweg. Hierdoor is het mogelijk om extra interne ontsluitingswegen te realiseren en een goede doorstroming te bevorderen. In oost-westelijke richting wordt daar minimaal één verbinding in de hoofdstructuur aan toegevoegd. Daarnaast komen er enkele inprikkers voor ontsluiting van bedrijven, deze maken geen deel uit van de hoofdstructuur. Voor het fietsverkeer worden langs deze hoofdontsluitingswegen vrij liggende fietspaden aangelegd. Voor de overige wegen worden fietsers gecombineerd met het gemotoriseerd verkeer. Een nadere uitwerking van het mobiliteitsaspect is opgenomen in de mobiliteitstoets, bijlage 9.

Het is vanwege de veiligheid noodzakelijk om een calamiteitenontsluiting aan te leggen naar de Weg naar de Val (Provinciale weg N256), in ieder geval zolang de definitieve zuidelijke ontsluitingsweg nog niet is gerealiseerd. De calamiteitenontsluiting sluit aan op de interne hoofd-ontsluitingsstructuur van het nieuwe bedrijventerrein Kabels en leidingen Minstens zo belangrijk voor de ruimtelijke lay-out van het plan zijn de bestaande en toekomstige kabels en leidingen. Die leggen nu en in de toekomst een forse ruimteclaim neer in het gebied, ervan uitgaande dat de leidingen in openbare gronden liggen en niet beplant of bebouwd mogen worden. De leidingtracé’s zijn al vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)’. Binnen het plangebied hebben we met de volgende kabels en leidingen te maken: • • •

Bestaande kabels en leidingen; Nieuwe leidingen die vanaf het 150/20kkV station de elektriciteit over het eiland verspreiden; Toekomstige kabels en leidingen ten behoeve van het bedrijventerrein.

12/66

Afbeelding 6 | Globale aanduidingen bestaande kabels en leidingen

De bestaande leidingen in het gebied liggen voornamelijk langs de watergang die van noord naar zuid midden door het plangebied loopt. In het noordoosten is een leidingentracé aanwezig voor enkele 50 kV leidingen die naar het verdeelstation aan het Groene Weegje lopen. Hier geldt een extra afstandsnorm van 7 meter tot aan de buitenste leidingen. In oost-westelijke richting steken twee leidingen over naar het gebied van het bestaande bedrijventerrein Straalweg. Dit zijn twee middenspanning-leidingen waarbij een afstand van 5 meter vrije strook aan weerskanten moet worden aangehouden. Met de komst van het 150 kV station aan de zuidzijde van het toekomstige bedrijventerrein, komt er ook een grote hoeveelheid extra kabels door het plangebied te liggen. Deze brede tracés worden volledig gereserveerd voor de aanleg en het onderhoud van deze kabels. In het bestemmingsplan voor het 150 kV station zijn deze tracés vastgelegd. Deze tracés worden in het stedenbouwkundig plan vormgegeven als brede bermen en groenstroken zonder een opgaande (boom)beplanting of waterpartijen. Houtige gewassen en gesloten verhardingen zijn hier niet mogelijk omdat de kabelstroken regelmatig moeten worden open gegraven.

Er wordt daarom voornamelijk ingezet op bloemrijke graslanden in deze leidingstroken, Op de tekening van het stedenbouwkundig plan (bijlage 1) zijn de leidingentracés apart aangegeven met een arcering. Voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein is het verstandig om rekening te houden met extra aansluitingen en bijbehorende kabels en leidingen in bermen van de wegen. Hiervoor reserveren we in de profielen een zone van 2 meter. Dit is voldoende om te kunnen voldoende aan de ‘Standaard ontwerp- en materiaaleisen gemeente Schouwen-Duiveland’ die hiervoor gelden.

13/66

2.2.2

Landschappelijke kwaliteit

De opgaven spelen in een landschappelijk open gebied. Voor de inpassing van het bedrijventerrein is een ontwikkelkader Landschap opgesteld, zie bijlage 2. Het landschap aan de zuidzijde van Zierikzee wordt vooral gekenmerkt door grootschalige percelen en vormt de overgang van de stad naar de Oosterschelde. Komend vanaf de Zeelandbrug geven de lange doorzichten zicht op het stadssilhouet van Zierikzee. Het zicht op de stad zal door de uitbreiding van het bedrijventerrein veranderen. In het stedenbouwkundig plan worden keuzes gemaakt die de verandering van de stadsrand een nieuwe kwaliteit meegeven. Dit is verder onderzocht en onderbouwd in bijlage 3, een nieuw perspectief op de stad. Tussen de Oosterschelde en de stadsrand blijft een landschappelijke zone vrij van bebouwing. Hier is de landschappelijke openheid kenmerkend en waardevol. De breedte van deze zone ligt al vast, doordat dit gebied een voortzetting is van de inlagen ten zuiden van de wijk Poortambacht (natuurgebied Tureluur). De landschapsterp, anders gezegd het baggerdepot wat opgebouwd wordt uit baggerspecie, met de bijbehorende landschappelijke inpassing vormt in de toekomst de uiterste zuidgrens van de stad en de bedrijventerreinen. Hier sluit ook de landschappelijke inpassing van het nieuwe 150 kV station op aan. Het beeld van de groene dijktaluds met beplanting wordt aan de zuidzijde van het station doorgezet.

Afbeelding 7 | open landschap

Het landschap aan de zuidzijde van de stad is opgebouwd uit een reeks van polders in de oude stroomgeul van de Gouwe. Op de grens tussen de Zuidernieuwlandpolder en de polder Zuidhoek was vroeger een oude dijk in het landschap aanwezig, de Meeldijk. De Meeldijk was eerst een zeedijk, en speelde een rol bij het inpolderen van dit gebied. De dijk vormde later de grens tussen de oudere polder Zuidhoek (voor 1300) en de jongere Zuidernieuwland polder. Deze laatste polder ligt hoger dan de westelijke polder Zuidhoek. De Meeldijk is na de watersnoodramp van 1953 omwille van het agrarisch gebruik verdwenen. In deze jaren verdween door de ruilverkaveling ook de kleinschalige verkavelingsstructuur. De aanwezigheid van de Meeldijk is nog af te lezen aan het hoogteverschil tussen de twee polders. De oost- en zuidzijde van de polders wordt ingesloten door de hogere zeedijk in het zuiden. De zuidelijk gelegen Oosterschelde is een beschermd natuurgebied (Natura 2000).

14/66

Afbeelding 8 | Situatie aan de zuidzijde van Zierikzee voor de watersnoodramp van 1953.

Met de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein en een kV station ontstaat er een kans om dit belangrijke cultuurhistorische landschapselement weer te herstellen en in te zetten voor een goede landschappelijke inpassing van het kV station. De Meeldijk heeft daarnaast een belangrijke rol als groene kwaliteitsdrager in het te ontwikkelen gebied. Samen met de Straalweg en de Platteweg vervult de Meeldijk een hoofdrol in de ruimtelijke hoofdstructuur en zorgt door het brede, langgerekte en groene profiel voor ruimtelijk tegenwicht in de doorgaans functioneel bebouwde omgeving. De grote bouwvolumes vragen om heldere groene kwaliteitsdragers: lange groenstructuren en doorgaande waterstructuren. De groene kwaliteitsdragers hebben een eigen herkenbaar karakter. Ze spelen daarnaast een belangrijke rol is de ondersteuning van het netwerk van fietsroutes, zowel utilitair als recreatief. Streefbeeld groene kwaliteitsdragers De groene kwaliteitsdragers zijn stevige, groene lijnen en/of deelgebieden die het functionele bedrijvenlandschap verbinden met het omliggende polderlandschap. De groene kwaliteitsdragers volgen deels de hoofdontsluitingswegen van het nieuwe bedrijventerrein. Daar zijn ze dan herkenbaar door de robuuste beplantingsstructuur en bomenrijen. Het landschap is nader uitgewerkt in bijlage 2, ontwikkelkader Landschap.

Platteweg – behoud van de bestaande waarden De Platteweg is een belangrijke weg met cultuurhistorische waarde, die als een herkenbare structuur voorkomt op de oude kaarten van de stad. De Platteweg valt formeel buiten de scope van dit omgevingsplan maar de weg speelt wel een belangrijke rol in het fiets- en wandelnetwerk van het nieuwe bedrijventerrein. Ook landschappelijk wordt de Platteweg als een belangrijke groene structuurdrager gezien. Uitgangspunt is daarom behoud van het bestaande karakter van de weg. Bij het tot stand komen van het Businesspark (oostelijke bedrijventerrein aan de Weg naar de Val) is aan de Platteweg een belangrijke extra functie toegekend. De weg vormt met de opgaande beplanting een groene inkadering van het Businesspark en het decor voor een aantrekkelijke fietsroute die tot diep in de binnenstad van Zierikzee reikt. De oorspronkelijke beplanting is inmiddels aangevuld met een extra bomenrij en voor het gemotoriseerde verkeer is een

15/66

aparte ontsluitingsweg (de Ruigendijkweg) naar de zuidzijde van het Businesspark gelegd. De oorspronkelijke onderbegroeiing (Zeeuwse haag) fungeert als een windsingel voor de fietsers en zorgt voor een visuele afscherming naar het nieuwe landschapspark. Uitgangspunt is om de bestaande groenkwaliteiten zoveel mogelijk te behouden en slechts op een paar plaatsen de bestaande beplanting te doorbreken ten behoeve van een visueel doorzicht en de koppeling van enkele wandel- en fietspaden van en naar het landschapspark en het nieuwe bedrijventerrein. Daarbij is de insteek om zoveel mogelijk gebruik te maken van de reeds bestaande doorgangen en dammen (zoals op afbeelding 9).

Afbeelding 9 | Zicht vanaf de Ruigendijkweg.

Gouwepark – landschapszone als verbinding Tussen het bestaande bedrijventerrein Business Park Zierikzee en de bedrijfskavels binnen het plangebied is er ruimte voor een parkachtig, open landschap. In de gebiedsvisie is deze groene ruimte aangeduid als landschapszone. Op deze plek is het mogelijk om het zicht dieper het gebied in te trekken. De landschapszone (ook wel Gouwepark genoemd) vervult een rol in de vergroening en verduurzaming van het bedrijventerrein en biedt kansen voor een aantrekkelijk uitloopgebied voor de hele zuidelijke bedrijvenzone van Zierikzee. Omdat het gebied hoger ligt dan het deel ten westen van de Meeldijk, zal dit gebied droger zijn dan het westelijk deel. De watercompensatie zal vooral in het lager gelegen westelijk deel van het plangebied plaatsvinden. Voor het hoger gelegen deel van het bedrijfsterrein ten oosten van de Meeldijk kan deze wel in het oostelijk deel plaatsvinden.

2.2.3

Zichtlijnen op het stadssilhouet van Zierikzee

Het bedrijventerrein wordt zoals aangegeven gerealiseerd in een ruimtelijk open gebied. Het landschap aan de zuidzijde van Zierikzee wordt vooral gekenmerkt door open ruimte en vormt de overgang van de stad naar de Oosterschelde. Komend vanaf de Zeelandbrug geven de lange doorzichten een fraai zicht op het stadssilhouet van Zierikzee. Door de komst van het nieuwe bedrijventerrein zal het open landschap aan deze zijde van Zierikzee veranderen. In bijlage 3 is het nieuwe perspectief op de stad beschreven. Met respect voor de gebiedskenmerken, en inspelend op een hoge gewenste beeldkwaliteit.

16/66

2.2.4

Beeldkwaliteit

Om de juiste beeldkwaliteit in het nieuwe gebied te bereiken en waarborgen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze is ook gekoppeld aan de planregels, zodat bij vergunningverlening hieraan getoetst wordt. Het beeldkwaliteitsplan is terug te vinden in bijlage 4.

2.2.5

Opgave en programma

De gemeente wil een breed en flexibel bedrijventerrein creëren, dat maximaal kan inspelen op de vraag die zich aandient. Het nieuwe terrein is bedoeld voor doorgroeiende bedrijven. De gemeente zet in op de vraag van lokale en regionale bedrijven. De doelgroep bestaat voornamelijk uit de sectoren productie, transport, logistiek, groothandel en industrie. Bedrijven uit andere sectoren worden niet uitgesloten. Bedrijven die aanzienlijke milieu-effecten kunnen geven (M.e.r.-plichtige bedrijven) worden uitgesloten. Er wordt geen ruimte geboden aan kleinschalige opslagunits en garageboxen. De mogelijkheid bestaat dat de bestaande milieustraat gaat verplaatsen. Op dit moment is er te weinig ruimte voor inname van grond-/afvalstoffen. Het realiseren van een nieuw bedrijventerrein geeft ook een kans voor verplaatsing. In totaal is in het vast te stellen omgevingsplan voorzien in 20 ha netto bedrijventerrein.

2.2.6

Fasering

De ontwikkeling vindt gefaseerd plaats en groeit mee met de werkelijke behoefte aan bedrijventerrein. De exacte fasering is ook afhankelijk van de verwerving van de noodzakelijke gronden. Uitgegaan wordt van een realisatietermijn van 20-25 jaar. Belangrijk is dat ook de landschappelijke inpassing en de landschapszone tijdig worden gerealiseerd om ook in een tijdelijke situatie een acceptabele ruimtelijke kwaliteit en meerwaarde voor de omgeving te realiseren. Hiervoor is aandacht in de uitvoeringsplanning en hiermee is ook rekening gehouden in de grondexploitatie.

17/66

2.3

Toetsing aan omgevingsplan

2.3.1

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden

Ter plaatse van het plangebied geldt het omgevingsplan Schouwen-Duiveland. De bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn vastgesteld, maken van rechtswege deel uit van het tijdelijk deel van het genoemde omgevingsplan. De volgende bestemmingsplannen zijn van toepassing binnen het plangebied: • • • • • •

Buitengebied, vastgesteld op 26 maart 2009; Bedrijventerreinen Zierikzee 2014, vastgesteld op 26 juni 2014; Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland, vastgesteld op 27 september 2018; Parapluplan wonen, vastgesteld op 9 juli 2020; Parapluherziening geluid bedrijventerrein Zierikzee, vastgesteld op 18 april 2024; Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracé’s), vastgesteld op 20 juni 2024.

Hieronder wordt op de relevante regels uit de verschillende bestemmingsplannen ingegaan. Buitengebied De gronden van het plangebied hebben grotendeels de hoofdbestemming ‘Agrarisch’. Primair zijn deze bedoeld voor grondgebonden agrarische bedrijven. Middendoor heeft de sloot de bestemming ‘Water’. Deels is er de aanduiding ‘randzone’ van toepassing, waar enkele beperkingen gelden voor het verlenen van ontheffingen die zien op nieuwe activiteiten en gebouwen. Aan de westzijde is een agrarisch bedrijf (bouwstede van 1 ha) zonder dienstwoning toegestaan. De regels van dit bestemmingsplan komen, zover gelegen binnen het plangebied, met de wijziging van het omgevingsplan te vervallen. Bedrijventerreinen Zierikzee 2014 Dit bestemmingsplan is alleen van toepassing op de Straalweg en Groene Weegje. Daar is een verkeersbestemming van toepassing. Voor zover de gronden binnen het plangebied van de wijziging omgevingsplan liggen komt dit bestemmingsplan te vervallen. Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland In dit bestemmingsplan is geregeld dat bij nieuwbouw of uitbreiding voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd moet worden, conform het parkeerbeleid van de gemeente. Een nieuwe parkeerregeling wordt in deze wijziging omgevingsplan opgenomen, dit parapluplan kan voor het plangebied vervallen.

Parapluplan wonen Dit bestemmingsplan heeft betrekking op bewoning van woningen door meer dan één huishouden en heeft geen relevantie voor het voorliggende plan. Deze regels kunnen voor het plangebied vervallen. Parapluherziening geluid bedrijventerrein Zierikzee Deze herziening is van toepassing daar waar in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ de geluidzone vanwege het bestaande bedrijventerrein was

18/66

opgenomen. Met deze parapluherziening zijn de regels voor de geluidzone van het bestaande bedrijventerrein binnen het plangebied van dit omgevingsplan vervallen. Met deze geluidzone hoeft dus in deze wijziging van het omgevingsplan geen rekening gehouden te worden. Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracé’s) Dit bestemmingsplan is van toepassing ter plaatse van de kabeltracé’s die buiten het terrein van het toekomstige kV-station liggen. In deze herziening is de regeling en bescherming van de noodzakelijke kabels en leidingen geregeld. Het hoogspanningsstation zelf ligt buiten de grens van het plangebied voor het bedrijventerrein. De regels voor het kabeltracé worden ‘verplaatst’ naar het omgevingsplan. Voor zover de gronden binnen het plangebied van de wijziging omgevingsplan liggen komt dit bestemmingsplan te vervallen.

Afbeelding 10 | Uitsnede omgevingsplan Schouwen-Duiveland, gedeelte Buitengebied (bron: Omgevingsloket, bewerking: Juust)

19/66

2.3.2

Strijdigheid omgevingsplan

Het realiseren van een bedrijventerrein met bijbehorende infrastructuur, landschapszone en calamiteitenontsluiting past niet binnen de geldende planologische regeling. De gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn niet toereikend.

2.3.3

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Om een wijziging van het omgevingsplan te kunnen vaststellen moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) aanvaardbaar wordt geacht, volgens artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet in combinatie met artikel 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij moet ook voldaan worden aan de instructieregels en instructies van zowel de provincie als het Rijk De instructieregels hebben betrekking op verschillende aspecten, waaronder bijvoorbeeld het beschermen van waterbelangen, gezondheid, milieu, landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed of het waarborgen van de veiligheid. Deze aspecten worden afzonderlijk behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de diverse aspecten met elkaar gewogen.

20/66

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) / Nota Ruimte (ontwerp) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en • Afwentelen wordt voorkomen. • Eind 2025 is het ontwerp van de Nota Ruimte gepubliceerd. Deze gaat de NOVI vervangen. In de Nota Ruimte wordt onder andere ook een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat en een toekomstbestendige circulaire economie van rijksbelang geacht. Motivering Met de realisatie van het nieuwe bedrijventerrein wordt ingezet op meerdere thema’s als hierboven benoemd. Er zijn geen specifieke aandachtspunten ten aanzien van deze locatie. Conclusie Het rijksbeleid staat het wijzigen van het omgevingsplan niet in de weg. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 5.129g Bkl, en stelt hierdoor inhoudelijke eisen aan het omgevingsplan, én de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

De ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt en leegstand voorkomen wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt,

21/66

met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, in het omgevingsplan rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied wordt aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het benodigde overleg, gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijk gebied wordt verstaan: een op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen. Motivering In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. In dit geval is er zeker sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor toetsing aan de ladder aan de orde is. Door STEC is onderzoek gedaan naar de behoefte aan nieuw bedrijventerrein (rapportage 14 juli 2025, bijlage 5). Daaruit blijkt dat er in de periode tot 2040 een behoefte is aan 11 tot 25 ha netto bedrijventerrein.

Deze behoefte komt voor het overgrote deel vanuit bedrijven die een gewoon, verzorgd bedrijventerrein zoeken (geen specifiek vestigingsmilieu). Daarnaast is er nog een aanvullende ruimtevraag. Dit betreft een vervangingsvraag (ca. 2ha tot 2040) en het realiseren van energiegebonden bedrijvigheid. Daarbij gaat het naast het 150kV-station (dat reeds geregeld is) ook om een energieplein en een eventuele verplaatsing van de milieustraat. Deze aanvullende behoefte valt buiten de bedrijventerreinenprognose en daarmee buiten de onderbouwing voor de hectares. In totaal is in het vast te stellen omgevingsplan voorzien in 16,7 ha in fase 1 (ten noorden van het kV-station) en 7 ha in fase 2 (oostelijk van fase 1), totaal 23,7 ha netto bedrijventerrein (bruto 34,6). Vraag en aanbod zijn daarmee met elkaar in evenwicht. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

22/66

3.2

Provinciaal beleid

Zeeuwse Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Zeeland zet de provincie in op een zorgvuldig en toekomstbestendig ruimtegebruik. Voor bedrijventerreinen betekent dit in hoofdlijnen: • • • • •

zuinig en meervoudig ruimtegebruik: eerst optimaliseren, herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, en pas daarna uitbreiden; goede landschappelijke inpassing en behoud/versterking van de Zeeuwse kwaliteiten van openheid, landschap en cultuurhistorie; duurzame en energiezuinige ontwikkeling (klimaatadaptief, kansen voor duurzame energie, circulaire economie); goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid, bij voorkeur op locaties die aansluiten op bestaande infrastructuur; afstemming van het programma op de regionale economische behoefte, zodat er geen onnodige leegstand of versnippering ontstaat.

Motivering De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein sluit aan op de bestaande bedrijfsbestemming en maakt daarmee gebruik van een logische stedenbouwkundige afronding van het terrein. Er is sprake van een uitbreiding direct aansluitend aan bestaand bedrijventerrein, waardoor nieuwe versnippering in het buitengebied wordt voorkomen. De ontwikkeling is gebaseerd op een aantoonbare regionale behoefte (Behoefteonderbouwing zie bijlage 5) aan bedrijventerrein in SchouwenDuiveland, zodat wordt bijgedragen aan de economische vitaliteit en werkgelegenheid in de regio en onnodige leegstand elders wordt voorkomen. Door de situering nabij de N256 is het terrein goed bereikbaar. In het plan wordt aandacht besteed aan landschappelijke inpassing door het toevoegen van groene kwaliteitsdragers in het plangebied (zie nadere uitwerking in Ontwikkelkader Landschap, bijlage 2). Dit betreft een landschapszone (Gouwepark), het herstel van een oude dijk (Meeldijk) en het realiseren van een groene ruimte langs de Straalweg. Daarnaast wordt respectvol omgegaan met cultuurhistorische waarden. Het zicht op het stadssilhouet blijft zichtbaar gezien vanaf de Zeelandbrug en het hoog gelegen deel van (het fietspad naast) de Weg naar de Val. Daar waar het fietspad en de weg lager liggen, op de noord-zuidroute parallel aan de dijk, verandert het zicht op de stad.

Hier wordt ingezet op een groene stadsrand, met representatieve bedrijfsgebouwen geplaatst aan een royale landschappelijke zone, die diepte geeft aan het nieuwe stadsperspectief. In verband met het energievraagstuk wordt specifiek voor dit terrein een energievisie ontwikkelt. Zie verder paragraaf 4.4.1 en 4.4.2. Geconcludeerd wordt dat de uitbreiding van het bedrijventerrein in lijn is met de uitgangspunten uit de provinciale Omgevingsvisie Zeeland voor een zorgvuldig, toekomstbestendig en landschappelijk ingepast bedrijventerrein. Omgevingsverordening Zeeland De Omgevingsverordening Zeeland gaat over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke

23/66

gaat over activiteiten in de fysieke leefomgeving van belang. Daarnaast moet getoetst worden aan de instructieregels zoals opgenomen in hoofdstuk 5. Motivering Relevante regeling uit de verordening betreft artikel 5.1. Aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat bedrijvigheid in overgrote mate regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan een bedrijventerrein. Daarbij moet er sprake zijn van een klimaatbestendige inrichting, duurzaam beheer en onderhoud en een goede inpassing met meerwaarde voor landschap en biodiversiteit. Met dit plan is sprake van regionale clustering. Uit het ontwikkelkader Landschap (bijlage 2) blijkt de klimaatbestendigheid en de meerwaarde voor landschap en biodiversiteit. Ook is daarin aandacht gegeven aan het beheersniveau (normaal). Op basis van het genoemde artikel dient de behoefte aan huisvesting van toekomstige werknemers in beeld gebracht te worden, waarbij inzichtelijk is gemaakt op welke wijze in de huisvesting zal worden voorzien. Daar geeft de STEC-rapportage (bijlage 5) antwoord op. Omdat het vooral gaat om lokale en regionale bedrijven is de impact op de lokale werkgelegenheid beperkt. Groei valt grotendeels binnen de autonome groei van het verzorgingsgebied.

Er wordt daarmee geen significant extra huisvestingsvraagstuk verwacht die niet opgevangen zou kunnen worden door de woningbouwprojecten die de komende jaren gerealiseerd worden. Regionale energie Strategie- Zeeland In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend is afgesproken dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2oC moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5oC. In Nederland is deze internationale opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord dat op 10 juli 2019 is ondertekend. In het Nationale Klimaatakkoord is als doelstelling opgenomen om in 2030 in totaal 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. In de Regionale Energie Strategie (RES) regio Zeeland 2.0, die in 2025 door alle Zeeuwse gemeenten in vastgesteld, zijn deze doelstellingen voor het jaar 2030 verder uitgewerkt in de drie thema’s: Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. Klimaatadaptatiestrategie Zeeland Gemeenten, Rijk, waterschap en de Provincie hebben samen afgesproken dat zij ervoor gaan zorgen dat er maatregelen genomen worden zodat de effecten door klimaatverandering, schade door hitte, overlast door water, droogte en overstromingen zo veel mogelijk vermeden worden.

Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van gebouwen, vervangen van rioleringen, groenbeheer en wegonderhoud letten zij daarop. De Klimaatadaptatiestrategie Zeeland heeft als ambitie om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. De doelstellingen zijn uitgewerkt in de thema’s: Overstromingen, Vitale functies en infrastructuur, Natuur, Landbouw, Bebouwd gebied en de Recreatiesector. Per thema zijn concrete afspraken gemaakt. Voor bebouwd gebied zijn dat o.a. het klimaatbestendig uitvoeren van alle ingrepen in het bebouwd gebied, aanhaken bij natuurlijke momenten en klimaatchecks bij kleine onderhoudsmaatregelen.

24/66

Beleid Circulaire Economie Zeeuwse gemeenten In januari 2025 is het Beleid Circulaire Economie Zeeuwse gemeenten vastgesteld. Algemene ambitie is om in 2030 50% minder abiotische grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulair te zijn. In het beleid zijn doelstellingen opgenomen voor de thema’s: Bouw & Gebouwde omgeving; Infrastructuur & Openbare Ruimte; Afval & Grondstoffen en Inkoop & Consumptie. Motivering Ten aanzien van de motivering op de duurzaamheidsbeleidsstukken wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Daarin wordt uitgebreid ingegaan op de verschillende thema’s die deze beleidsstukken raken. Conclusie Provinciaal beleid staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg.

25/66

3.3

Gemeentelijk beleid

Strategische visie Tij van de Toekomst 2040 Met de toekomstvisie bouwt Schouwen-Duiveland samen aan verantwoorde groei. Op het thema werken is de ambitie: Duurzaam, robuust en beter in balans. Daarmee werkt de gemeente naar een toekomstbestendige economie in 2040 waarbij sterke sectoren succesvol inspelen op de uitdagingen van de circulaire economie, klimaatverandering en een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Door samenwerking en innovatie worden de kansen die het eiland biedt benut. Structuurvisie Zierikzee 2030 (onderdeel Bedrijven) De stad Zierikzee staat voor verschillende uitdagingen die verdere expansie van de stad vereisen. De ruimte in en rondom de stad is schaars, wat zorgvuldige planning noodzakelijk maakt. Anderzijds is Zierikzee een aantrekkelijke vestigingslocatie voor diverse bedrijfssectoren, en de bedrijventerreinen vervullen een regionale functie binnen de gemeente. De vraag naar nieuwe bedrijfsgronden blijft hoog. Bij gevestigde bedrijven is een uitbreidingsbehoefte aanwezig. Verschillende kleinere kernen in de buurt groeien uit hun jasje en kunnen niet meer capaciteit voor bedrijven bieden. Het is van belang dat de verschillende ambities elkaar niet in de weg gaan zitten. Op basis van bovenstaande ontwikkelingen is het in Zierikzee noodzakelijk om altijd enige overcapaciteit op de bedrijventerreinen te bieden.

In de (gewijzigde) Structuurvisie Zierikzee 2030, onderdeel Bedrijven is daarom ruimte geboden voor uitbreiding van het bedrijventerrein aan de Zuidoostkant van de stad. Duurzaam (door)ontwikkelen: bedrijventerreinen als motor voor brede welvaart - Bedrijventerreinenprogramma Schouwen-Duiveland (2025) Het bedrijventerreinenprogramma van Schouwen-Duiveland richt zich op de duurzame ontwikkeling en verbreding van bedrijventerreinen. Het programma beoogt bestaande terreinen te revitaliseren en nieuwe terreinen te ontwikkelen om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar bedrijfsruimte. Hierbij wordt nadruk gelegd op trends zoals digitalisering, circulaire economie en klimaatadaptatie. Het doel is om Schouwen-Duiveland aantrekkelijker te maken voor bedrijven, waarbij de focus ligt op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van een gezonde werkomgeving . De uitbreiding van het bedrijventerrein aan de zuidoostkant van Zierikzee met 20 hectare netto bedrijfsgrond komt voort uit de groeiende behoefte aan bedrijfsruimte. Deze uitbreiding is bedoeld om het bestaande aanbod van bedrijfsruimte te vergroten en toekomstbestendig te maken. Het plan houdt rekening met duurzaamheidsdoelen zoals energie-infrastructuur en het verminderen van hittestress en wateroverlast, waardoor het nieuwe terrein bijdraagt aan een klimaatbestendige en gezonde werkomgeving.

Dit maakt het mogelijk om de economische vitaliteit en brede welvaart van de regio te versterken. Spoorboekje duurzaamheid en milieu Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit: De algemene doelstelling is dat de milieukwaliteit behouden blijft en passend is bij de omgeving. We voorkomen bodemvervuiling,

26/66

geluidsoverlast en hinder van trillingen. We gaan zorgvuldig om met de als kwaliteit bestempelde duisternis. We werken aan een veilige plek om te wonen, werken en recreëren. Wonen, werken en recreëren kan op een veilige plek plaatsvinden. Energietransitie: De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. In de Energie-Agenda 20252030 zijn specifieke doelstellingen opgenomen voor energiebesparing, duurzame energieopwekking, de warmtetransitie en duurzame mobiliteit. Het Ruimtelijk beleid Duurzame Energie (2022) is de visie voor ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van duurzame energieopwekking, zowel binnen de bebouwde kom als in het landelijk gebied. Dit beleid vormt het ruimtelijk toetsingskader en geeft de kaders voor landschappelijke inpassing en meervoudig ruimte gebruik bij duurzame energieprojecten. Eind 2021 heeft de gemeente de Transitievisie Warmte vastgesteld met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de gebouwde omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet.

In de Integrale laadvisie Schouwen-Duiveland Elektrisch (2023) is als doelstelling opgenomen om in 2040 een tijdig, dekkende, toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer te realiseren. Klimaatadaptatie: Het klimaat verandert en dit brengt serieuze problemen en opgaven met zich mee zoals wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. De Agenda Klimaatadaptatie 2024 – 2028 beschrijft de toekomstbeelden, huidige situatie, uitgangspunten en uitwerkingen van acties op de thema’s bewustwording, samenwerking en participatie; overstromingen; vitale en kwetsbare infrastructuur; natuur; landbouw; bebouwd gebied en recreatie. Biodiversiteit: Hoofddoelstelling is dat Schouwen-Duiveland in 2040 een robuust ecosysteem heeft met een eigen herkenbare landschappelijke identiteit. Specifieke doelstellingen zijn het verbinden van groenstructuren, ontwikkelen van soorten en het beschermen van de natuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan bestaande groen/blauwstructuren, biodiversiteit en landschappelijke identiteit en instandhoudingsdoelstellingen van natura 2000 gebieden en NNN gebieden. Momenteel werkt de gemeente aan het opstellen van een biodiversiteitsvisie. Deze zal in 2026 gereed zijn.

Circulaire economie: De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. Schouwen-Duiveland sluit aan bij de landelijke doelstelling om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Samen met de 13 Zeeuwse gemeenten hebben we het Zeeuws beleid Circulaire Economie opgesteld met specifieke doelstellingen voor de thema’s: 1. Bouw & Gebouwde omgeving; 2. Infrastructuur & Openbare ruimte; 3. Afval & Grondstoffen en

27/66

4. Inkoop & Consumptie. Deze visie wordt in 2026 uitgewerkt in een lokale agenda circulaire economie. Conclusie Het gemeentelijke beleid staat het verlenen van de omgevingsvergunning niet in de weg. Het project geeft invulling aan het gemeentelijk beleid.

28/66

4

Kwaliteit van de leefomgeving

4.1 Ondergrond en cultuurhistorie Bij het toedelen van functies aan locaties vindt een integrale afweging plaats. De ondergrond is een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Het belang van het beheren en het beschermen van de ondergrond wordt meegenomen bij het toedelen van functies aan locaties. In de ondergrond wordt het steeds drukker. Het risico hiervan is dat ondergrondse gebruiksfuncties elkaar in toenemende mate in de weg kunnen zitten en elkaar negatief kunnen beïnvloeden. Ook kan ondergronds ruimtegebruik beperkingen opleggen aan het gebruik van de bovengrond. Aspecten die te maken hebben met de ondergrond zijn archeologie, bodemkwaliteit, kabels en leidingen en niet gesprongen explosieven.

4.1.1

Archeologie

De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Voor het plangebied gelden op grond van het geldende bestemmingsplan regels over onder andere graafwerkzaamheden om archeologische waarden in de bodem te beschermen. Dit is vastgelegd in ‘onderzoeksgebied A’ en ‘onderzoeksgebied B’ (zie afbeelding 11). Op dit moment kunnen de gronden nog niet betreden worden voor het uitvoeren van veldonderzoek. In de wijziging van het omgevingsplan wordt daarom een beschermende regeling opgenomen in artikel 23.5.4 en 23.6.2. Archeologisch onderzoek is nodig als de bodemingrepen een grotere oppervlakte beslaan dan 2.500 m2 (onderzoeksgebied A) of 5.000m² (onderzoeksgebied B) en dieper reiken dan 50 centimeter onder het maaiveld. Voor de uitvoering van het plan is archeologisch onderzoek en een omgevingsvergunning nodig.

Afbeelding 11 | archeologisch waardevol gebied (bron: bestemmingsplan Buitengebied)

29/66

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.1.2

Bodemkwaliteit

In het omgevingsplan staan de regels die voorkomen dat er onaanvaardbare gezondheidsrisico’s ontstaan bij het toelaten van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor het bouwen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. In het kader van de realisatie van het hoogspanningsstation heeft milieuhygiënisch vooronderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is niet volledig gebiedsdekkend voor het voorliggende plangebied. Daarnaast heeft recentelijk bodemonderzoek (veldonderzoek) plaatsgevonden op de gronden, kadastraal bekend: Zierikzee, sectie N, nummer 297 en 298. Uit de resultaten blijkt dat de grond licht verontreinigd is met kwik, lood en bestrijdingsmiddelen, de grond voldoet aan de klasse landbouw/natuur en deels wonen. Niet alle gronden kunnen betreden worden om op dit moment veldonderzoek uit te voeren. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek en de resultaten van het veldonderzoek op een groot deel van het plangebied is er geen aanleiding om te veronderstellen dat het plan vanwege de bodemkwaliteit evident onuitvoerbaar zou zijn. Nader onderzoek kan plaatsvinden voordat het plan werkelijk tot uitvoering wordt gebracht.

Het besluit activiteiten leefomgeving geeft regels over voorafgaand bodemonderzoek bij het graven in de bodem. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.1.3

Ontplofbare oorlogsresten

Op sommige plaatsen in Nederland bevinden zich nog niet ontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de bodem. Deze leveren een gevaar op, vooral als ze verplaatst of aangeraakt worden, bijvoorbeeld bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Op het moment dat in de nabijheid van deze Ontplofbare Oorlogsresten trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze alsnog afgaan. Onder grondwerkzaamheden worden verstaan activiteiten zoals grondverzet, graaf- en heiwerkzaamheden in de bodem. Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden naar ontplofbare oorlogsresten. In de op afbeelding 12 rood aangeduide gebieden is er sprake van een verhoogde kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. Afhankelijk van de werkzaamheden en de diepte kan detectie nodig zijn om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren. Dit vormt geen belemmering voor het plan. Er is in deze fase van het opstellen van het omgevingsplan geen onderzoek nodig.

30/66

Afbeelding 12 | verdachte gebieden conventionele explosieven (bron: gemeente Schouwen-Duiveland)

Conclusie Het aspect niet ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

4.1.4

Cultuurhistorische waarden

De omgang met het cultureel erfgoed in onze leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Het gaat om zaken als de omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, het aanstellen van een monumentencommissie, of rekening houden met cultureel erfgoed in omgevingsplannen. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt daarnaast een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. Bij cultureel erfgoed kan het gaan om monumenten zoals (bouw)werken, tuinen en parken, bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten en (delen van) cultuurlandschappen. De geslechte Meeldijk is een cultuurhistorisch element binnen het plangebied. Het hoogteverschil tussen de polder Zuidhoek en de Zuidernieuwlandpolder is nog in het gebied aanwezig. Dit element is al meegenomen in de Gebiedsvisie Zuidoostflank en het stedenbouwkundig plan en wordt in de uitwerking verder vormgegeven. De landschappelijke waarde van deze voormalige dijk wordt in

31/66

het plan benut door de dijk onderdeel te maken van de groene hoofdstructuur. Zie het ontwikkelkader Landschap in bijlage 2. Conclusie Het aspect cultuurhistorische waarden vormt geen belemmering voor het wijzigen van het omgevingsplan.

32/66

4.2

Water en natuur

Bij het opstellen van ontwikkelplannen worden de thema’s water en natuur steeds meer als leidende basisprincipes gezien. Daar waar eerst getoetst werd of er geen nadelige effecten te verwachten waren (behoud) wordt nu – met name vanwege de klimaatdoelstellingen - veel meer gestuurd op het verbeteren van de waterhuishouding en het ontwikkelen van extra natuurwaarden. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze dit plan bijdraagt aan deze leidende principes.

4.2.1

Weging van waterbelang

Bij het toelaten van activiteiten moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen, ook wel ‘weging van het waterbelang’ genoemd. De weging van het waterbelang geldt, volgens artikel 5.37 Bkl, bij het vaststellen van het omgevingsplan. Bij de vaststelling van het omgevingsplan of het verlenen van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt het advies van de waterbeheerder betrokken. Door Haskoning is een rapportage opgesteld waarin het waterbelang is beoordeeld (bijlage 6, rapportage 28 november 2025). Daarin is de benodigde waterberging berekend. Er zijn op dit moment nog onvoldoende meetgegevens bekend over de grondwaterstanden in het plangebied om concreet te kunnen aangeven waar de benodigde compensatie exact gerealiseerd kan worden. Na toestemming over het betreden van de gronden kan dit onderzoek worden uitgevoerd. In de planregels is een regeling opgenomen ter waarborging van de realisatie van de benodigde watercompensatie (artikel 23.22). De benodigde watercompensatie is evenredig aan het realiseren van het verhard oppervlak. In de rapportage is uitgegaan van een groter gebied dan daadwerkelijk op dit moment in de wijziging van het omgevingsplan wordt meegenomen. Ten aanzien van afvalwater is de verwachting dat er voldoende afvoercapaciteit is richting de rioolwaterzuivering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16802902/1