2026.041 Bijlage 3. Stikstofplan Provincie Zeeland 2025 (1643759)
Tekst van het document
Geraamde trend additionele reductie stikstofdepositie door maatregelpakket
Geraamde reductie stikstofdepositie (mol/ha/jr)
Kop van Schouwen
0
2
4
minimaal 6
maximaal 8 2025
2026
2027
2028
2029
Jaar
#2A Reductie stikstofemissie uit mest KvS #5A
2030
2031
2032
2033
#2B Reductie stikstofemissie uit mest MvW #5B
#6/#7/#8 #3/#4/#5Combinatie van overige maatregelen
Figuur Y. Trendgrafiek van de verwachte reductie van stikstofdeposities (mol/hectare/jaar) per maatregel of maatregelcombinatie op Natura 2000gebied de Kop van Schouwen tussen 2025 en 2033. De gegevens zijn gebaseerd op de Dataset Stikstofdepositie Herkomst (RIVM) en verwachtingen over de implementatie van de maatregelen in de tijd. De verschillende maatregelen zijn weergegeven in verschillende kleuren (zie legenda). De zwarte onderbroken lijn toont de opgetelde onzekerheidsmarge van alle getoonde maatregelen. Geraamde trend additionele reductie stikstofdepositie door maatregelpakket
Geraamde reductie stikstofdepositie (mol/ha/jr)
Manteling van Walcheren
0
5
10
minimaal
15
maximaal 20 2025
2026
2027
2028
2029
Jaar
#2A #5A Reductie stikstofemissie uit mest KvS
2030
2031
2032
2033
#2B #5B Reductie stikstofemissie uit mest MvW
#6/#7/#8 Combinatie van overige maatregelen #3/#4/#5
Figuur Z. Trendgrafiek van de verwachte reductie van stikstofdeposities (mol/hectare/jaar) per maatregel of maatregelcombinatie op Natura 2000gebied de Manteling van Walcheren tussen 2025 en 2033. De gegevens zijn gebaseerd op de Dataset Stikstofdepositie Herkomst (RIVM) en verwachtingen over de implementatie van de maatregelen in de tijd. De verschillende maatregelen zijn weergegeven in verschillende kleuren (zie legenda). De zwarte onderbroken lijn toont de opgetelde onzekerheidsmarge van alle getoonde maatregelen.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
20 6.3 Omvang maatregelenpakketten, we doen wat we kunnen
• •
Om daadwerkelijk resultaat te behalen, richten we onze maatregelen zo dicht mogelijk op de meest kwetsbare natuurgebieden. Daarom stellen we voor om te werken met zones rond deze gebieden. Juist daar kunnen we het meeste effect bereiken terwijl ondernemers hun bedrijf kunnen voortzetten. Dat vraagt soms om aanpassingen in de bedrijfsvoering, maar het perspectief voor landbouw en ondernemerschap blijft overeind. Met de middelen en ruimte die we hebben zetten we alles op alles om het maximaal haalbare resultaat te bereiken. Uit berekeningen blijkt dat het verminderen van de stikstofemissie uit mest de meest effectieve maatregel is. Een reductie van 30 tot 50 procent lijkt haalbaar. Bij 30 procent reductie kan de huidige landbouw grotendeels worden voortgezet; bij 50 procent zijn aanpassingen in het teeltplan noodzakelijk, maar blijft het perspectief op landbouw overeind. Met alle maatregelen laten we zien dat we, door te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt, daadwerkelijk verschil kunnen maken. Toch blijft dit aanzienlijk minder dan de stikstofreductie die nodig is. Daarmee wordt zichtbaar dat Zeeland binnen de gestelde randvoorwaarden slechts een deel van de opgave kan realiseren. We doen wat we kunnen, maar verdere maatregelen van het Rijk zijn onmisbaar, met name ten aanzien van buitenlandse bronnen en de scheepvaart.
Belangrijk is ook dat stikstofreductie slechts één kant van de opgave is. Minstens zo essentieel is het versnellen en uitbreiden van natuurherstelmaatregelen. Alleen door reductie en herstel in samenhang op te pakken, kan daadwerkelijk perspectief ontstaan op natuurherstel, vergunningverlening en een stevige juridische onderbouwing bij procedures. De omvang van de maatregelpakketten dient dus niet alleen te worden beoordeeld op de bijdrage aan stikstofreductie, maar ook op de meerwaarde voor natuurherstel en brede gebiedsontwikkeling.
6.4 Scenario’s en voorkeur per maatregelenpakket De wijze waarop maatregelen worden uitgevoerd en geborgd is bepalend voor de juridische houdbaarheid van dit plan en voor de snelheid waarmee weer ruimte ontstaat voor vergunningverlening. Het karakter van de uitvoering, vrijwillig, verplicht of een tussenvorm, heeft directe invloed op het maatschappelijk draagvlak, de uitvoerbaarheid en de effectiviteit. In deze paragraaf worden eerst de mogelijke scenario’s kort geschetst, waarna per maatregel een voorkeur wordt benoemd en gemotiveerd. Daarbij wordt steeds gekeken naar de balans tussen effectiviteit, juridische borging en maatschappelijke haalbaarheid. De maatregelpakketten 2 t/m 6 worden geconcentreerd in zones rond de duingebieden van maximaal 3 km.
Overzicht scenario’s: •
•
•
Vrijwillig: uitvoering in gezamenlijkheid via de ZIGA, met nadruk op samenwerking en draagvlak. Resultaten zijn onzeker en juridisch pas bruikbaar zodra uitvoering zeker is; Vrijwillig maar niet vrijblijvend: start vrijwillig, maar met een afgesproken tijdpad en de afspraak dat bij onvoldoende resultaat opschaling volgt naar verplichting; Desgewenst: op verzoek van een gebied of partij inzet van instrumenten als landinrichting of onteigening, met volledige schadeloosstelling;
•
Verplicht: vastlegging in beleid of regelgeving, juridisch afdwingbaar. Geeft de meeste zekerheid, maar kan draagvlak aantasten; Maatwerk per maatregel: per sector of bron wordt de meest passende route gekozen; flexibiliteit staat centraal; Afwachten: geen aanvullende provinciale maatregelen. Dit scenario draagt niet bij aan de opdracht van het crisisteam en wordt daarom niet verder uitgewerkt.
Voorkeursscenario’s per maatregelenpakket 1. Maatwerkafspraken industrie Voorkeur: Maatwerk per maatregel De industrie levert een grote bijdrage aan stikstofdepositie. Voor grote uitstoters kan worden aangesloten bij landelijke maatwerkafspraken tussen Rijk en bedrijven. Voor kleinere partijen volstaat vaak vrijwillige verduurzaming. Effectgericht maatwerk per bedrijf en sector is de meest effectieve route.
2. Reductie stikstofemissie uit mest door samen met ondernemers te kijken naar mogelijkheden zoals bijvoorbeeld innovatie en optimalisatie van bemesting Voorkeur: Vrijwillig maar niet vrijblijvend De reductie van stikstofemissie uit mest is een belangrijk onderdeel van het Zeeuwse maatregelenpakket. Het effect op de Kop van Schouwen en de Manteling is aanzienlijk: een reductie van 30–50% in een zone van 3 km kan tientallen mol stikstofdepositie schelen. Geen enkele andere maatregel levert in verhouding zoveel winst op. Daarom is het essentieel dat deze maatregel stevig wordt geborgd. Een vrijwillige start via ZIGA is gewenst om agrariërs mee te krijgen en maatwerk te bieden bij bedrijfsvoering. Daarbij speelt innovatie een sleutelrol: door inzet van nieuwe technieken en slimme toepassingen – zoals innovatieve stalsystemen, mestverwerkingstechnieken en precisielandbouw – kunnen boeren emissies terugdringen zonder dat hun toekomstperspectief in gevaar komt. Innovatie maakt de reductie niet alleen haalbaar, maar biedt ook kansen voor een efficiëntere en duurzamere bedrijfsvoering. Tegelijk moet een duidelijke tijdelijke horizon worden afgesproken: als de reductie binnen bijvoorbeeld twee jaar onvoldoende blijkt, volgt verplichting. Alleen op die manier ontstaat juridisch vertrouwen dat de beoogde daling daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
3. Elektrificatie machinepark natuurbeheer en landbouw Voorkeur: Vrijwillig maar niet vrijblijvend Elektrificatie vermindert lokale emissies direct en draagt bij aan verduurzaming. De investeringslasten zijn echter aanzienlijk. Vrijwillige deelname en stimuleringsregelingen moeten de eerste stap zijn. Wanneer de voortgang achterblijft, kan in de zones worden opgeschaald naar verplichting.
4.Stimuleren emissievrije of emissielage mobiliteit rond natuurgebieden Voorkeur: Maatwerk per maatregel Mobiliteit is zeer divers en vraagt differentiatie. Voor recreatief verkeer en bewoners kan vrijwillige stimulering werken via hubs, opkoopregelingen en laadinfrastructuur. Voor bouw- en vrachtverkeer is vaak een verplichtend kader nodig om reductie af te dwingen. Maatwerk per sector en per gebied is hier onvermijdelijk.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
5. Verduurzamen en recreatie en ontzien meest kwetsbare gebieden Voorkeur: - Verduurzaming: vrijwillig maar niet vrijblijvend; -Verplaatsen recreatie: vrijwillig De recreatiesector heeft belang bij aantrekkelijke natuur en is bereid te verduurzamen. Vrijwillige deelname aan maatregelen als elektrificatie van verblijfsvoorzieningen en verplaatsing van functies kan op korte termijn resultaat opleveren. Andere effectieve maatregelen volgen mogelijk uit een nog lopend onderzoek. Borging is wel nodig: als de resultaten achterblijven, kan de Provincie op een later moment via omgevingsplanwijzigingen verplichtende stappen zetten met betrekking tot verduurzaming.
6. Vermindering emissies gehouden dieren (niet-veehouderij) Voorkeur: Vrijwillig Het gaat hier om kleinschalige, verspreide bronnen zoals hobbyboeren of paardenhouderijen. Een vrijwillige aanpak via ZIGA is proportioneel en uitvoerbaar. Alleen bij aantoonbare lokale knelpunten kan worden overwogen om maatregelen verplicht te stellen.
7.Versneld natuurherstel op overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden Voorkeur: n.v.t. Het gaat hier om versnelling van ecologisch herstel en weerbaarheid van Natura 2000-gebieden, in samenhang met stikstofreductie en gebiedsgerichte uitvoering. Deze maatregelen zijn reeds uitgewerkt in het Programma natuur of bij terrein beherende organisaties, maar wachten op middelen en uitvoering. Als de verdere voorbereiding wordt gedaan, staan de projecten klaar voor uitvoering zodra Rijksmiddelen beschikbaar komen.
8. Intrekken slapende vergunningen Voorkeur: Verplicht Slapende vergunningen kunnen alleen via verplicht beleid effectief worden ingetrokken. Dit voorkomt dat ongebruikte, maar vergunde ruimte alsnog leidt tot stijgende emissies.
9. Intrekken latente ruimte in vergunningen Voorkeur: Verplicht Ook deze maatregel kan uitsluitend verplicht worden opgelegd. Latente ruimte die niet meer nodig is voor bedrijfsvoering moet structureel worden geschrapt om toekomstige stijging van depositie te voorkomen.
21
10. Beleidsregels aanpassen (intern salderen met afroming) Voorkeur: Verplicht Deze beleidsmatige borgingsmaatregel moet verplicht worden vastgelegd. Alleen dan wordt gegarandeerd dat iedere nieuwe ontwikkeling via saldering altijd leidt tot een netto reductie voor de natuur.
Conclusie Het Zeeuwse maatregelenpakket vraagt om een gedifferentieerde strategie. • Voor juridische maatregelen is verplichting onvermijdelijk, omdat alleen dat zekerheid biedt; • Voor mobiliteit en industrie is maatwerk onmisbaar, omdat de bronnen zeer uiteenlopen; • Voor landbouw en recreatie zijn vrijwillig en vrijwillig maar niet vrijblijvende scenario’s passend. Draagvlak staat voorop, maar borging en opschaling zijn noodzakelijk. Binnen deze mix neemt de reductie van stikstofemissie uit mest een belangrijke rol in. Dit is de maatregel met de grootste impact op stikstofdepositie en daarmee van belang om te komen tot juridisch houdbare vergunningverlening. Zonder een stevige borging van deze maatregel kan de Provincie onvoldoende overtuigen dat sprake is van een structureel dalende trend. Tegelijkertijd biedt innovatie uit mest kansen: niet alleen om emissies verder terug te dringen, maar ook om nieuwe circulaire toepassingen en waardevolle producten te ontwikkelen. Door deze aanpak ontstaat een evenwicht tussen uitvoerbaarheid, draagvlak en juridische zekerheid.
22
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
7. Uitvoeringsaspecten: participatie, financiering, monitoring De uitvoering van het Zeeuwse stikstofplan bouwt voort op de kracht van Zeeland: samenwerken, verbinden en uitvoeren. Het succes van de aanpak hangt af van de manier waarop de Provincie samenwerkt met partners, hoe middelen duurzaam worden georganiseerd en hoe resultaten inzichtelijk en controleerbaar worden gemaakt. Participatie, financiering en monitoring vormen samen het fundament onder een toekomstbestendige uitvoering waarin Zeeland laat zien dat natuurherstel en ontwikkeling hand in hand kunnen gaan. De Zeeuwse Integrale Gebieden Aanpak (ZIGA) fungeert hierbij als belangrijk instrument om deze drie pijlers in samenhang te organiseren. Participatie: samen werken aan oplossingen Participatie is een voorwaarde voor draagvlak en voortgang. Het betekent dat medeoverheden, ondernemers, natuurorganisaties en inwoners niet alleen worden gehoord, maar ook daadwerkelijk medeeigenaar zijn van de oplossingen. Juist in een provincie als Zeeland, met korte lijnen en een sterke cultuur van samenwerking, kan dat het verschil maken. In de uitvoering wordt daarom nadrukkelijk gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak via ZIGA. Samen met gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partners worden maatregelen afgestemd op de specifieke kenmerken van elk Natura 2000-gebied.
Daarbij is oog voor de belangen en zorgen van ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties. Agrariërs die willen verduurzamen, ondernemers die zoeken naar investeringszekerheid, recreatieondernemers die hun bedrijfsmodel willen aanpassen en natuurbeheerders die inzetten op herstel: allemaal hebben zij een plek in het proces. Gebiedsregisseurs en gebiedsteams binnen ZIGA spelen een verbindende rol tussen beleid en uitvoering. Zij zijn de motor van de samenwerking: ze verbinden, brengen beleid en praktijk samen en laten zo zien wat er in Zeeland mogelijk is. Hun opdracht is om te werken vanuit vertrouwen en transparantie, maar ook om duidelijk te zijn over de kaders en de doelen die bereikt moeten worden. Participatie betekent immers ook keuzes maken, en dat vraagt soms om een zorgvuldige balans tussen individuele belangen en het algemeen belang.
Financiering: structurele en slimme inzet van middelen Naast samenwerking is financiële zekerheid een harde randvoorwaarde. Maatregelen die leiden tot stikstofreductie en natuurherstel kosten geld, en zonder een robuust financieel kader is uitvoering niet haalbaar. Uitgangspunt is dat het Rijk de noodzakelijke middelen beschikbaar stelt, maar daarnaast zal ook de Provincie zelf prioriteiten moeten stellen en kan cofinanciering door andere partijen gewenst zijn. In de najaarsnota 2025 is voorgesteld om 20 miljoen euro te reserveren voor uitvoering van het stikstofplan. Hiervoor zal een bestedingsplan worden opgesteld, waarbij aandacht zal zijn voor het maximaal mogelijk maken van innovatie op het vlak van emissiereductie uit mest. Het is daarbij van belang om niet alleen te denken in losse subsidies of tijdelijke regelingen, maar in structurele financiering die zekerheid biedt voor de langere termijn. Voor ondernemers betekent dit duidelijkheid over de randvoorwaarden bij investeringen in verduurzaming. Voor natuurbeheerders gaat het om zekerheid dat herstelprojecten ook daadwerkelijk afgerond kunnen worden. Binnen ZIGA wordt bovendien gezocht naar innovatieve vormen van financiering, bijvoorbeeld door koppelkansen te benutten met andere opgaven zoals woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie.
Waar maatregelen bijdragen aan meerdere maatschappelijke doelen, kan financiering worden gebundeld en wordt de uitvoeringskracht vergroot. Dit sluit aan bij de integrale aanpak die in Zeeland2050 centraal staat.
Monitoring: transparantie en bijsturing Monitoring is de derde pijler en belangrijk voor vertrouwen in de uitvoering. Alleen met betrouwbare gegevens kan worden vastgesteld of maatregelen daadwerkelijk leiden tot een daling van stikstofdepositie en herstel van natuurwaarden. Daarom wordt een robuust systeem van monitoring en rapportage ingericht. Dit systeem bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste een solide datahuishouding: datasets die actueel, volledig en transparant zijn. Ten tweede een rapportagestructuur die bestuurders, partners en inwoners inzicht geeft in de voortgang. Ten derde een mechanisme voor bijsturing: wanneer blijkt dat maatregelen niet het gewenste effect hebben, moet er snel kunnen worden opgeschaald of aangepast. Binnen de gebiedenaanpak (ZIGA) krijgen digitale instrumenten, zoals dashboards, een belangrijke rol. Ze maken de voortgang zichtbaar en toegankelijk en versterken het vertrouwen van partners en inwoners in de aanpak. Voor gebiedsregisseurs zijn ze onmisbaar om in control te zijn en tijdig te signaleren waar knelpunten ontstaan.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
Samenhang en toekomstbestendigheid De kracht van deze uitvoeringsaanpak zit in de samenhang. Participatie zonder financiering leidt tot teleurstelling. Financiering zonder monitoring leidt tot verlies van vertrouwen. Monitoring zonder participatie leidt tot cijfers die geen draagvlak hebben. Door deze drie pijlers met elkaar te verbinden, bouwen we in Zeeland aan een aanpak die werkt: praktisch, eerlijk en toekomstbestendig. Zo laten we zien dat natuurherstel, ondernemerschap en leefbaarheid elkaar kunnen versterken. De werkwijze sluit aan bij landelijke kaders en bij de aanbevelingen van LTO en NAJK en IPO in het bouwstenendocument emissiereductie landbouw “Vergunningverlening in Nederland weer in beweging”.
23
Daarin wordt benadrukt dat vrijwilligheid waar mogelijk de voorkeur heeft, maar dat vrijblijvendheid geen optie is. Vrijwillig waar het kan, verplicht waar het moet: dat uitgangspunt geldt ook hier. Binnen ZIGA krijgt dit motto handen en voeten in de praktijk. Ook sluit het aan bij het bouwstenendocument Natuur en Agrarisch Natuurbeheer van IPO met natuurorganisaties. Op die manier ontstaat in Zeeland een uitvoeringsaanpak die past bij de provinciale schaal, die aansluit bij de strategische koers van Zeeland2050, de Omgevingsvisie en die voldoende juridisch houdbaar is om de stikstofdoelen daadwerkelijk te realiseren.
24
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
8. Conclusie Met dit stikstofplan kiest Zeeland voor een samenwerkende en toekomstgerichte aanpak die natuurherstel en stikstofreductie combineert met ruimte voor innovatie, ondernemen en ontwikkeling. De focus op de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren maakt het mogelijk om maatregelen daar te concentreren waar de ecologische druk en de juridische urgentie het grootst zijn. Het plan geeft de richting; de verdere uitwerking vindt plaats na vaststelling, samen met het veld, via de ZIGA. De voorgestelde maatregelpakketten bieden een breed palet aan ingrepen, variërend van bronmaatregelen in de landbouw (zoals reductie van stikstofemissie uit mest en elektrificatie van machines), tot afspraken met industrie en verduurzaming van recreatie. De reductie van stikstofemissie uit dierlijke mest is de meest effectieve maatregel en krijgt daarom een centrale plaats, in de vorm van een vrijwillige maar niet vrijblijvende aanpak die, indien nodig, wordt opgeschaald naar verplichting. Door innovatie, kennisdeling en financiële steun wordt verduurzaming aantrekkelijker en haalbaar. Voor mobiliteit en industrie is maatwerk noodzakelijk, omdat de bronnen en omstandigheden per sector verschillen.
De juridische maatregelen - het intrekken van slapende en latente vergunningen en het aanscherpen van salderingsregels - worden verplicht vastgelegd om de geborgde dalende trend te verzekeren en vergunningverlening weer mogelijk te maken. Daarmee kiest Zeeland voor een gedifferentieerde strategie: vrijwilligheid waar dat kan, ondersteuning waar nodig, maar met duidelijke borging en opschaling wanneer de reductie uitblijft. Dit evenwicht zorgt voor draagvlak bij gebiedspartners en tegelijk voor de juridische zekerheid die nodig is om vergunningverlening stap voor stap weer op gang te brengen. De Provincie helpt ondernemers om hun eigen doelen te realiseren door pilots te ondersteunen zoals mestaanzuring, stalaanpassing of elektrificatie. Daarbij laat Zeeland zien dat het doet wat binnen de mogelijkheden ligt om het gezamenlijke doel te bereiken. Naast stikstofreductie zet Zeeland nadrukkelijk in op integraal natuurherstel. Ook andere drukfactoren, zoals hydrologie, recreatiedruk en versnippering, worden gebiedsgericht aangepakt. Daarmee ontstaat een samenhangende strategie die niet alleen emissies terugdringt, maar ook duurzaam herstel van Natura 2000-gebieden en biodiversiteit borgt. Hoewel de verwachte stikstofreductie in omvang beperkt blijft ten opzichte van de landelijke en Europese opgave, zet dit pakket wel een structurele dalende trend in gang.
Daarmee wordt juridische ruimte gecreëerd voor vergunningverlening, ontstaat een sterker verweer bij procedures en wordt duidelijk dat Zeeland binnen de eigen mogelijkheden verantwoordelijkheid neemt. Het plan is bedoeld als richtinggevend kompas; de concrete uitwerking volgt in samenspraak met het
veld (o.a. ondernemers, gemeenten, waterschap en natuurorganisaties). Tegelijkertijd onderstreept dit plan dat aanvullende maatregelen en financiële steun vanuit het Rijk noodzakelijk zijn om de stikstofdoelen volledig te halen en de continuïteit van vergunningverlening te waarborgen. In dit verband is ook een propositie “Natuurherstel en stikstof” opgesteld. Deze richt zich op het verkrijgen van juridische experimenteerruimte, aanvullende rijksmiddelen en beleidsmatige erkenning van de specifieke Zeeuwse omstandigheden. Daarbij vraagt het plan nadrukkelijk bestuurlijke aandacht en lobby richting het Rijk. Tevens wordt ingezet op internationale samenwerking, gezien het grensoverschrijdende karakter van stikstofdepositie, onder andere vanuit de scheepvaart. De impact hiervan op Zeeland is groot, maar de directe invloed van de Provincie is beperkt. Voor daadwerkelijke reductie zijn internationale afspraken noodzakelijk, waardoor blijvende agendering en bestuurlijke inzet richting het Rijk van belang zijn. Het succes van dit plan staat of valt met samenwerking. De Provincie staat naast de ondernemers en partners, Samen werken we aan een toekomst waarin natuurherstel, innovatie en ontwikkeling hand in hand gaan, met steun, maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Via de ZIGA worden maatregelen gebiedsgericht uitgewerkt en blijven we monitoren, leren en bijsturen waar nodig.
Zo legt dit stikstofplan de basis voor een Zeeuwse aanpak die ecologisch effectief, juridisch houdbaar en maatschappelijk uitvoerbaar is. Het laat zien dat Zeeland met concrete maatregelen verantwoordelijkheid neemt, doet wat zij kan om de doelen te realiseren, maar ook dat structurele steun van het Rijk onmisbaar blijft om de brede opgaven voor natuur, economie en samenleving te realiseren.
26
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
Aantekeningen ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................ ........................................................................................................................................................................................................................................................................................
........................................................................................................................................................................................................................................................................................
COLOFON Natuurherstel en aanpak stikstofreductie Stikstofplan Zeeland 2025 Uitgave Provincie Zeeland Cartoons cover en binnenzijde Tom van Wanrooy, The Cartoon Factory Bezoekadres: Provinciehuis, Abdij 6, 4331 BK Middelburg Contact: +31 118 631011 natuurherstelenstikstof@zeeland.nl
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
28
www.zeeland.nl