2026.041 Bijlage 3. Stikstofplan Provincie Zeeland 2025 (1643759)
Tekst van het document
Zeeland op weg naar herstel
Natuurherstel en aanpak stikstofreductie Stikstofplan Provincie Zeeland 2025
Met dit stikstofplan kiest Zeeland voor een evenwichtige aanpak van natuurherstel en stikstofreductie. We doen wat nodig is om de natuur te versterken én ruimte te creëren voor wonen, werken en energie. In Zeeland doen we dat met elkaar; met boeren, ondernemers, natuurorganisaties, overheden en inwoners. Zo leveren we samen ons aandeel in een gezondere leefomgeving en een sterke toekomst voor Zeeland.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
3
Inhoudsopgave 1. Managementsamenvatting. ............................................................................................................... 5 2. Publiekssamenvatting........................................................................................................................ 6 3. Juridische aspecten............................................................................................................................ 8 4. Waarom een stikstofplan?................................................................................................................ 10 5. Wat is de opgave?.............................................................................................................................. 11 5.1 Sectoren onder druk . ........................................................................................................................11 5.2 Doel: Natuurherstel, geborgde dalende trend stikstof en ruimte voor vergunningverlening...11 5.3 Uitgangspunten...................................................................................................................................12 6. Overzicht van maatregelen.............................................................................................................. 13 6.1 Wat we al doen .
..................................................................................................................................13 6.2 Zeeuwse maatregelenpakketten stikstofreductie .......................................................................14 6.3 Omvang maatregelenpakketten, we doen wat we kunnen.........................................................20 6.4 Scenario’s en voorkeur per maatregelenpakket..........................................................................20 7. Uitvoeringsaspecten: participatie, financiering, monitoring. ...................................................... 22 Participatie: samen werken aan oplossingen......................................................................................22 Financiering: structurele en slimme inzet van middelen..................................................................22 Samenhang en toekomstbestendigheid. ..............................................................................................23 8. Conclusie. .......................................................................................................................................... 24
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
5
1. Managementsamenvatting Zeeland kiest met dit stikstofplan voor een toekomstgerichte en samenhangende aanpak die natuurherstel, innovatie en stikstofreductie combineert met nieuwe kansen voor ondernemers, bewoners en natuur. We doen het samen en staan naast onze ondernemers en inwoners. We doen dit niet alleen om aan regels te voldoen, maar vooral om met elkaar Zeeland sterker, schoner en leefbaarder te maken. Het plan richt zich op de meest kwetsbare Natura 2000-gebieden, de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren, waar gerichte maatregelen en samenwerking het grootste effect opleveren. De aanpak omvat ook het actief uitvoeren van natuurherstelmaatregelen in overbelaste Natura 2000-gebieden. Alle sectoren (industrie, mobiliteit, landbouw, recreatie, bouw en overheid) dragen bij aan deze gezamenlijke inspanning om stikstof te reduceren en natuur te herstellen. Door in de omliggende zones doordacht te investeren, slimme combinaties en werkbare oplossingen te bedenken en samen te werken met ondernemers en terreinbeheerders, kan het effect worden gemaximaliseerd en ontstaat perspectief om vergunningverlening stapsgewijs weer op gang te brengen.
Het voorgestelde maatregelenpakket omvat een mix van bronmaatregelen zoals juridische maatregelen (waaronder het intrekken van slapende en latente vergunningen en het aanscherpen van salderingsbeleid), sectorspecifieke afspraken (met industrie, recreatie en houders van dieren buiten de veehouderij), elektrificatie van machines en emissievrije mobiliteit, en reductie van stikstofemissie uit mest. Deze maatregelen zijn zo gekozen dat ze gezamenlijk bijdragen aan een aantoonbare, geborgde daling van stikstofemissie, zonder dat het perspectief voor ondernemers en maatschappelijke functies volledig onder druk komt te staan. Vrijwilligheid blijft het vertrekpunt, maar met duidelijke afspraken, hulp en maatwerk. De reductie van stikstofemissie uit dierlijke mest levert op dit moment de grootste bijdrage aan een dalende trend, waarbij wordt ingezet op innovatieve toepassingen zoals mestaanzuring en regeneratieve landbouw. Juridische maatregelen, zoals het intrekken van slapende en latente vergunningen en het aanscherpen van salderingsregels, worden verplicht vastgelegd om te garanderen dat structureel wordt geborgd dat er geen toename
van emissie plaats vindt. Daarnaast worden ondernemers actief ondersteund om hun eigen verduurzamingsdoelen te halen. Dit plan is nadrukkelijk bedoeld als richtinggevend kader. Na vaststelling wordt in samenspraak met alle sectoren gewerkt aan de verdere uitwerking, waarbij aanvullingen en verbeteringen worden meegenomen in het vervolgtraject. Ondernemers worden ondersteund bij het behalen van hun eigen doelen en gestimuleerd tot innovatie en praktische oplossingen via pilots en subsidieregelingen, bijvoorbeeld voor emissiearme staltechnieken of procesaanpassingen in de industrie. De inzet is gericht op het reduceren van stikstof en het versterken van het Zeeuwse bedrijfsleven. Borging vindt plaats via heldere keuzes, monitoring en financiering. Vrijwilligheid is het vertrekpunt, maar de doelen zijn niet vrijblijvend. De manier waarop ondernemers deze halen is aan ondernemers zelf. Samen met hen gaan wij in gesprek wat het beste past: maatregelen moeten aantoonbaar bijdragen aan de dalende stikstoftrend. Structurele financiering, waarbij de inzet is dat het Rijk de benodigde middelen beschikbaar stelt, en een robuust monitoringsysteem met ruimte voor bijsturing vormen daarbij essentiële voorwaarden.
De Zeeuwse Integrale Gebiedenaanpak (ZIGA) biedt het organisatorische kader om maatregelen gebiedsgericht uit te werken, samen met gemeenten, agrariërs, natuurorganisaties, ondernemers en belanghebbenden. Op die manier ontstaat uitvoerbaarheid en draagvlak, waarbij dit plan de richting aangeeft en de verdere invulling, met concrete maatregelen en afspraken, gezamenlijk met alle betrokken partijen wordt uitgewerkt: van kaders naar kansen. Zo blijft er ook ruimte voor aanpassing als omstandigheden of inzichten veranderen. De verwachte reducties zetten een noodzakelijke dalende trend in, maar blijven ontoereikend zonder aanvullende maatregelen en structurele steun vanuit het Rijk. De bouwstenen notities “Emissiereductie Landbouw” en “Natuur”, die provincies (IPO) samen met maatschappelijke partners aan het kabinet hebben aangeboden geven hier handvatten voor. Dit, samen met generiek rijksbeleid op een Rekenkundige Ondergrens (RKO), het anders omgaan met de kritische depositiewaarde (KDW) en ontwikkelingen rondom Aerius blijft nodig. Ook blijft inzet van het Rijk rondom scheepvaart en buitenland noodzakelijk om de specifieke Zeeuwse situatie te helpen. Juist door een mix van scenario’s te hanteren, met draagvlak waar dat kan en verplichting waar dat moet, wordt juridisch en ecologisch perspectief gecreëerd.
Daarmee ontstaat ruimte om zorgvuldig en gecontroleerd te werken aan cruciale maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie en economische ontwikkeling, passend bij de toekomstvisie Zeeland 2050.
6
2. Publiekssamenvatting
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
7
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
8
3. Juridische aspecten De juridische context vormt het fundament onder dit stikstofplan en bepaalt in hoge mate of Zeeland daadwerkelijk ruimte krijgt om projecten te realiseren terwijl tegelijk de natuur wordt beschermd. Economische en maatschappelijke opgaven kunnen alleen worden gerealiseerd wanneer natuurherstel en stikstofreductie aantoonbaar samengaan. Dat geldt niet alleen als ecologische noodzaak, maar ook als randvoorwaarde om vergunningverlening juridisch houdbaar te maken. Europese en nationale kaders Uit de Europese Habitatrichtlijn volgt dat lidstaten passende maatregelen moeten nemen die natuurherstel bevorderen of verdere achteruitgang tegengaan. Dit vraagt om een brede benadering: naast het terugdringen van stikstofdepositie gaat het ook om het verminderen van andere drukfactoren, zoals hydrologie, recreatiedruk of exoten. Een robuuste natuur is immers beter bestand tegen stikstofbelasting. Tegelijkertijd benadrukken recente uitspraken van de rechter dat een structureel dalende stikstoftrend onmisbaar is. De landsadvocaat heeft in april 2025 gesteld dat de eerste stap naar juridisch houdbare vergunningverlening altijd bestaat uit een concreet maatregelenpakket dat daadwerkelijk leidt tot reductie van stikstofemissies en -depositie.
Recente jurisprudentie en borging Recente jurisprudentie scherpt deze lijn verder aan. De rechtbank OostBrabant oordeelde in april 2025 dat bij bepaalde habitattypen waar achteruitgang wordt vastgesteld, of waar verslechtering niet valt uit te sluiten, binnen één jaar een substantiële daling van stikstofdepositie moet worden gerealiseerd. Een lange termijntrend is in die gevallen niet voldoende. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde bovendien dat maatregelen niet vrijblijvend mogen zijn, maar aantoonbaar geborgd. Borging betekent dat maatregelen juridisch afdwingbaar zijn, financieel gedekt worden, meetbaar zijn via monitoring en vergezeld gaan van een strategie voor toezicht, handhaving en bijsturing. Daarbij speelt natuurherstel en -verbetering een belangrijke rol, zowel in de uitvoering van maatregelen als in het leveren van kennis en monitoring. Door natuurherstel en -verbetering nadrukkelijk te betrekken ontstaat een stevig fundament voor de combinatie van transparantie, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid die dit plan vraagt.
Additionaliteit en uitvoering Een geborgd pakket maatregelen creëert ook beweegruimte voor vergunningverlening. Het maakt duidelijk dat de noodzakelijke stikstofdaling al via andere maatregelen plaatsvindt, zodat stikstofruimte die door saldering vrijkomt aanvullend kan worden benut voor nieuwe ontwikkelingen. Dit raakt aan de zogenaamde additionaliteitstoets. Daarbij is het niet voldoende om te verwijzen naar algemene beleidsvoornemens. Het bevoegd gezag moet concreet inzicht geven in de maatregelen die worden uitgevoerd, de effecten daarvan en de termijn
waarbinnen die effecten zichtbaar zijn. Hierin ligt een directe koppeling met de uitvoeringsaspecten die in dit plan zijn opgenomen: alleen wanneer de uitvoering tijdig en aantoonbaar plaatsvindt, met borging in financiering en monitoring, kan de Provincie vergunningverlening juridisch onderbouwen en intrekkings- of handhavingsverzoeken gemotiveerd afwijzen.
Gebiedsspecifieke onderbouwing De landsadvocaat heeft in april 2025 verder benadrukt dat de invulling van de additionaliteitstoets gebiedsspecifiek moet zijn en afhankelijk is van de staat van de natuur. Wanneer sprake is van (dreigende) verslechtering geldt de strengste toets. Per Natura 2000-gebied moet daarom inzichtelijk worden gemaakt welke stikstofdaling minimaal noodzakelijk is, binnen welke termijn die bereikt moet zijn en welke aanvullende natuurherstelmaatregelen daarbij horen. De natuurdoelanalyses (NDA’s) zijn hiervoor het fundament. Ze geven niet alleen richting aan de ecologische doelen, maar vormen ook de juridische onderbouwing voor het maatregelenpakket. Op basis van de NDA’s kunnen gebiedsgerichte doorrekeningen worden gemaakt die inzichtelijk maken of de voorgestelde maatregelen voldoende zijn om de geconstateerde verslechtering te stoppen. Voor de rechter zal uiteindelijk zwaar wegen of duidelijk is welke daling noodzakelijk is en of de maatregelen die daarvoor nodig zijn daadwerkelijk worden uitgevoerd. Dit vraagt om meer dan beleid op papier: er moet zekerheid zijn dat de beoogde effecten in de praktijk worden gerealiseerd. Tegelijkertijd hoort bij een gebiedsspecifieke onderbouwing ook aandacht te zijn voor de bronnen die in de maatregelenpakketten niet beïnvloed kunnen worden, zoals scheepvaart.
Ondertussen kan worden gewerkt aan juridische redeneerlijnen voor projecten die nodig zijn om te verduurzamen, maar tijdelijk stikstof uitstoten. Daarmee is de kern dat de Provincie moet kunnen laten zien dat er sprake is van een geloofwaardig en afdwingbaar maatregelenpakket, inclusief monitoring en bijsturing, dat leidt tot een structureel geborgde daling van stikstofdepositie in de meest kwetsbare gebieden.
Borging onder de Omgevingswet Naast jurisprudentie en de additionaliteitstoets is ook de borging binnen de systematiek van de Omgevingswet van belang. Het voorliggende stikstofplan wordt ingebed in het Programma Landelijk Gebied. Dit programma is een juridisch instrument onder de Omgevingswet en werkt zelfbindend voor de Provincie. Daarmee ontstaat een directe koppeling tussen beleid en uitvoering, die niet alleen de borging van maatregelen versterkt, maar ook een stevigere juridische basis biedt voor vergunningverlening. Daarnaast onderstreept opname in het Programma Landelijk Gebied het provinciale belang en de urgentie van de stikstofaanpak, en maakt het duidelijk dat de uitvoering onderdeel is van een bredere programmatische benadering.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
9
Conclusie De conclusie is dat Zeeland alleen perspectief heeft op juridisch houdbare vergunningverlening wanneer er per Natura 2000-gebied een gebiedsspecifieke onderbouwing ligt, gebaseerd op natuurdoelanalyses en aangevuld met bron- en herstelmaatregelen. Deze maatregelen moeten tijdig en aantoonbaar worden uitgevoerd, voorzien zijn van borging en controle, en in samenhang bijdragen
Wetgeving Stikstofplan
aan het stoppen van (dreigende) verslechtering. Zo ontstaat er een directe verbinding tussen de juridische noodzaak, de strategische uitgangspunten en de uitvoeringskracht van het voorliggende plan. Daarmee wordt duidelijk dat dit stikstofplan niet alleen een ecologische en bestuurlijke, maar ook een juridisch houdbare route biedt om de stikstofimpasse in Zeeland te doorbreken.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
10
4. Waarom een stikstofplan? Zeeland staat op een kruispunt. De natuur staat onder druk door droogte, exoten, verstoring en stikstofdepositie. Omdat de staat van de natuur bepalend is voor het verlenen van toestemming voor allerlei (bouw)projecten heeft dit grote invloed op economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit speelt met name bij de kwetsbare Natura 2000-gebieden zoals de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. Deze gebieden hebben veel last van onder andere stikstofdepositie en daardoor is de kwaliteit van de natuur te slecht. Hierdoor kan er geen toestemming verleend worden voor projecten die zorgen voor een extra stikstofbelasting, hoe klein ook, op deze gebieden. Omdat er al snel sprake is van een extra stikstofbelasting staan hiermee ontwikkelingen die van groot belang zijn voor Zeeland op het spel. Dit vraagt om een aanpak waarbij wordt ingezet op natuurherstel en stikstofreductie zodat Zeeland niet helemaal op slot gaat. De hoofddoelstelling van het voorliggende plan is het realiseren van een structureel geborgde daling van stikstofdepositie (die wij zelf kunnen beïnvloeden) in de meest kwetsbare natuurgebieden in samenhang met het herstel van de ecologische staat van deze gebieden. We richten
ons voornamelijk op het treffen van maatregelen in of nabij de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. Hier zijn de problemen omvangrijk en is het effect op de overbelaste natuurgebieden en daarmee een daling van de stikstofemissie het grootst en daarmee is ook de invloed op de vergunningverlening het grootst. We tonen hiermee verantwoordelijkheid in onze eigen depositie en de export van die depositie. Naast dit plan blijven wij ook inzetten op de lobby richting rijk om reductie van stikstof depositie afkomstig van het buitenland en de scheepvaart te realiseren en trekken wij samen met de andere provincies via het IPO op, op onderwerpen als een rekenkundige ondergrens, het anders omgaan met Aerius en de bouwstenen notities. Na de val van de PAS in 2019 is niet stilgezeten. Er zijn, met name generieke, beëindigings- en verplaatsingsmaatregelen waar bedrijven gebruik van willen maken en er is een stikstofbank. Om vergunningen te kunnen verkrijgen hebben bedrijven hun bedrijf aangepast zodat er minder uitgestoten wordt, er worden verduurzamingsregelingen gemaakt voor oester- en mosselvloot en er is met Vlaanderen gewerkt aan een gezamenlijk toetsingskader. Tegelijkertijd is het reduceren van stikstof slechts één deel van de oplossing. Voor daadwerkelijk natuurherstel is het noodzakelijk om ook andere drukfactoren aan te pakken.
Denk aan herstel van het hydrologisch systeem, het vergroten van de dynamiek in de duinen, het tegengaan van verdroging en het terugdringen van verstoring door recreatie en exoten. Door stikstofreductie te combineren met deze aanvullende herstelmaatregelen worden de natuurgebieden robuuster en beter bestand tegen externe belasting. De voorgestelde maatregelen zijn gericht op herstel van beschermde natuurwaarden en het verminderen van de stikstofuitstoot en andere drukfactoren. De maatregelen worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met gemeenten, waterschap, agrariërs, natuurorganisaties en andere belanghebbenden. De gebieden in de directe nabijheid van de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren vragen een speciale aanpak. In deze zones worden de maatregelen genomen met het grootste effect op de naastgelegen natuurgebieden.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
11
5. Wat is de opgave? 5.1 Sectoren onder druk
•
Natuur en recreatie De Zeeuwse natuurgebieden zijn een belangrijke bron van biodiversiteit, identiteit en toeristische aantrekkingskracht. Verdere aantasting door stikstofdepositie, maar ook andere druk factoren ondermijnt die functies. Tegelijkertijd is er de plicht voor provincies om natuur te behouden en te versterken. Omdat dit niet in voldoende mate lukt, dwingt Europese wetgeving tot daadwerkelijke herstelmaatregelen.
•
Sociaal-maatschappelijke gevolgen Beperkte ontwikkelruimte veroorzaakt frustratie en polarisatie. Burgers, ondernemers en overheden komen klem te zitten tussen regelgeving, bestuurlijke verwachtingen en maatschappelijke behoeften. Een aanpak zonder perspectief voor sectoren en samenleving vergroot wantrouwen en weerstand. Andersom kan een aanpak én plan dat ruimte, richting en rechtvaardigheid biedt juist de betrokkenheid versterken.
De stikstofproblematiek raakt Zeeland op meerdere fronten en heeft directe impact op het natuurlijke ecosysteem en daarmee op een aantal vitale sectoren die essentieel zijn voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de provincie. Deze druk zet niet alleen de rem op groei en innovatie, maar raakt ook de doelen van de toekomstvisie Zeeland2050, waarin duurzame ontwikkeling en brede welvaart centraal staan. •
Zeeland2050 De ambities uit Zeeland2050, zoals duurzame economische groei, leefbare kernen, robuuste natuur en energietransitie, kunnen alleen gerealiseerd worden als de stikstofimpasse wordt doorbroken. Het voorliggende plan is daarmee niet alleen een technische of ecologische exercitie, maar een randvoorwaarde voor brede welvaart in Zeeland. Daarnaast is het landelijk gebied een belangrijke waarde waarom mensen willen wonen in Zeeland. De Omgevingsvisie Zeeland concretiseert deze koers en verbindt de stikstofaanpak aan ruimtelijke keuzes voor wonen, bereikbaarheid, energietransitie en landschap. Door de aanpak expliciet te verankeren in dit integrale beleidskader ontstaat samenhang en bestuurlijke legitimiteit, en wordt duidelijk dat stikstofreductie een fundament vormt onder de uitvoering van andere provinciale opgaven.
•
Landbouw De landbouw is in Zeeland niet alleen economisch van belang, maar ook verweven met het landschap en de identiteit van het gebied. Tegelijkertijd is zij één van de significante Zeeuwse bronnen van stikstofemissie. De noodzaak om emissies te reduceren kan leiden tot onzekerheid bij agrariërs over investeringen, bedrijfscontinuïteit en toekomstperspectief. Tegelijk is er in de sector bereidheid tot innovatie en verduurzaming, mits de randvoorwaarden helder zijn en er perspectief voor de toekomst wordt geboden. Zeeland wil in dat kader fungeren als proeftuin van Noordwest-Europa, waar innovatie richting een toekomst bestendige en volhoudbare landbouw centraal staat.
Wat deze laatste betreft lijkt de balans tussen het investeren in maatregelen en het benutten van ruimte voor (economische) ontwikkeling het meest uit evenwicht te raken rond de stikstof-overbelaste gebieden. Het is van belang hier nadrukkelijk aandacht voor te hebben en daarbij de ontwikkeling van Zeeland als geheel, dus niet uitsluitend in steden en havens, in beeld te houden, zodat de bestaande scheefgroei niet verder wordt vergroot.
5.2 Doel: Natuurherstel, geborgde dalende trend stikstof en ruimte voor vergunningverlening Om vergunningverlening in beweging te krijgen en natuurherstel te realiseren, is het noodzakelijk om tot een geborgde dalende stikstoftrend te komen. Borging is daarbij het sleutelwoord. Om die borging te realiseren wordt uitgegaan van een aantal randvoorwaarden. Deze sluiten aan bij de volgende uitgangspunten die eerder door Provinciale Staten zijn vastgesteld1: • Alle sectoren dragen bij; • Focus op de meest overbelaste gebieden middels het stikstofplan, waarbij de aanpak ook buiten deze gebieden kan liggen.
Geborgde dalende trend •
Industrie & haven gerelateerde economie De industrie, met name in en rondom North Sea Port, speelt een sleutelrol in de Zeeuwse economie en energietransitie. Vergunningen voor uitbreiding of verduurzaming stuiten echter op juridische beperkingen zolang er geen aantoonbare daling van stikstofdepositie is. Dit frustreert innovaties die juist bijdragen aan klimaatdoelen en werkgelegenheid.
•
Woningbouw en verstedelijking De woningbouwopgave is in Zeeland urgent. Met name om jongeren en gezinnen te binden en te voorzien in vergrijzende kernen. Door stikstofbeperkingen komen cruciale projecten in dorpen en steden tot stilstand. Zonder structurele oplossing voor stikstof dreigt stilstand in de ruimtelijke ontwikkeling, terwijl juist woningbouw een pijler is onder Zeeland2050.
Om een geborgde dalende trend te kunnen bereiken geldt een aantal randvoorwaarden: 1. Voor een geborgde dalende trend moet ten eerste helder zijn waar maatregelen plaats vinden en wat het effect is. Om maatregelen effectief te kunnen laten zijn voor de meest overbelaste Natura 2000-gebieden is het noodzakelijk de maatregelen zo dicht mogelijk bij die gebieden uit te voeren. Dit geeft tevens helderheid voor overig Zeeland. Om die reden worden gebieden rondom de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren benoemd waarbinnen zoveel mogelijk maatregelen worden uitgevoerd. 2. Borging wordt ten tweede bereikt door zeker te stellen dat maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Hoewel vrijwilligheid bij stikstof en natuurherstel voorop staat, moet er resultaat worden bereikt. Zonder een aantoonbare (geborgde) dalende trend blijft vergunningverlening moeizaam. Daarom wordt bij een aantal maatregelen als randvoorwaarde het principe vrijwillig maar niet 1 STATENVOORSTEL “STRATEGISCHE AANPAK STIKSTOF ZEELAND” (KENMERK 20008484) DD. 17 APRIL 2020
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
12
vrijblijvend toegepast. Met betrokkenen binnen de zones worden afspraken gemaakt om maatregelen uit te voeren. Een termijn van 2 jaar is daarbij denkbaar. Een belangrijk uitgangspunt is wel dat het mogelijk moet blijven om te kunnen blijven ondernemen. 3. Ook zijn er financiële middelen nodig om maatregelen uit te voeren. Zonder middelen is er geen geborgd resultaat. De randvoorwaarde hierbij is dat deze middelen vanuit het Rijk komen. Deze middelen zijn benodigd voor de overbelaste gebieden, maar zeker ook voor de rest van Zeeland. 4. Tot slot moet het effect van de maatregelen gemonitord worden. Hiervoor moet een monitoringsprogramma worden opgesteld.
•
Geborgde dalende trend als randvoorwaarde voor vergunningverlening Vergunningverlening is juridisch houdbaar indien sprake is van een structureel dalende stikstofdepositie in overbelaste gebieden en natuurherstel. Dit betekent dat het maatregelenpakket niet alleen effectief moet zijn, maar ook aantoonbaar geborgd in tijd, financiering en monitoring. Dat betekent: heldere keuzes, heldere uitvoering, heldere controle en indien nodig bijsturing.
•
Alle sectoren dragen bij – sector overstijgende benadering De stikstofaanpak in Zeeland is niet beperkt tot één sector. We hanteren het uitgangspunt dat álle sectoren - waaronder landbouw, industrie, mobiliteit, bouw en recreatie - een evenredige bijdrage leveren. Dat betekent niet per se overal evenveel, maar wel naar vermogen, effect en urgentie. Alleen zo wordt de aanpak als rechtvaardig ervaren en voor alle partijen verdedigbaar.
•
Vrijwillig waar het kan, verplicht waar het moet Uitgangspunt blijft dat maatregelen op basis van vrijwilligheid worden genomen. We zetten in op vrijwillige maatregelen als het effectief en snel genoeg gaat. Waar dat niet leidt tot voldoende resultaat, houden we de optie open naar niet-vrijblijvend of verplicht beleid. Daarbij geldt de voorwaarde dat ondernemers moeten kunnen blijven ondernemen als uitgangspunt. Tevens houden we rekening met uitvoerbaarheid, juridische houdbaarheid en bestuurlijke draagkracht (financiën). Maatwerk en geleidelijkheid zijn essentieel, maar vrijblijvendheid is geen vanzelfsprekendheid.
•
Inzet op uitvoering, niet alleen op beleid Het plan is nadrukkelijk geen papieren strategie. Het gaat om uitvoerbare maatregelen op korte, middellange en lange termijn. We verbinden beleid direct met uitvoering, met stevige aandacht voor uitvoeringskracht, capaciteit, financiering en lokale samenwerking via de Zeeuwse Integrale Gebiedenaanpak.
•
Verankering in bredere opgaven en Zeeland2050 De aanpak van stikstof is geen losstaand traject maar een voorwaarde voor het behoud van de kwaliteiten van Zeeland en het realiseren van de bredere opgaven die onderdeel uitmaken van de toekomstvisie Zeeland2050 en de Omgevingsvisie Zeeland. Denk aan woningbouw, energietransitie, economische groei, natuurkwaliteit en leefbaarheid. Daarom zal de aanpak in het voorjaar 2026 onderdeel gaan uitmaken van het Programma Landelijk Gebied en daarmee de Omgevingsvisie Zeeland.
•
Financiële middelen van het Rijk Een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van geborgde maatregelen die leiden tot stikstofreductie en natuurherstel, is de financiële dekking. Uitgangspunt is dat de financiële middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld.
5.3 Uitgangspunten Het voorliggende stikstofplan is gebaseerd op een aantal strategische uitgangspunten. Deze vormen de leidraad bij het maken van keuzes en het afwegen van belangen in de uitvoering van het plan. De uitgangspunten zorgen voor samenhang, richting en juridische houdbaarheid van de aanpak. Daarnaast sluiten zij aan bij landelijke kaders en het Zeeuws provinciaal coalitieakkoord ‘Met Zeeland voor Zeeland’. De strategische uitgangspunten luiden als volgt: •
Van juridische noodzaak naar gedeelde urgentie In de Zeeuwse aanpak zijn de uitspraken van de Raad van State in het kader van stikstof en de uitspraken van de rechtbank in de zaak Greenpeace leidend. Tegelijkertijd willen we deze juridische druk vertalen naar een gedeeld gevoel van urgentie binnen de regio. We zetten in op transparantie door open te communiceren over doelen en effecten, op eigenaarschap door sectoren en partijen verantwoordelijkheid te laten nemen, en op samenwerking via gebiedsgerichte overlegstructuren. Daarbij bieden we handelingsperspectief voor alle betrokkenen met concrete instrumenten zoals subsidies, advies en pilots, zodat urgentie wordt vertaald naar haalbare stappen.
•
Doelgericht met focus op twee gebieden We richten ons in dit stikstofplan niet op generieke emissiereductie, maar sturen op het effect op overbelaste natuur in twee specifieke gebieden; de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. Het richten op deze gebieden draagt bij aan een geborgde dalende trend en het weer op gang brengen van vergunningverlening. Maatregelen in de rest van Zeeland krijgen vorm in het Programma Landelijk Gebied.
•
Inzet op alle drukfactoren, waaronder stikstof Een groot deel van de stikstofdepositie komt van bronnen buiten de directe invloed van de provincie, zoals scheepvaart en buitenlandse emissies. Om die reden richt dit plan zich op de beïnvloedbare bronnen binnen Zeeland. Alleen stikstofreductie is echter onvoldoende voor ecologisch herstel. Ook andere drukfactoren, zoals hydrologisch en ecologisch systeemherstel, krijgen aandacht. Zo worden natuurgebieden robuuster en beter bestand tegen externe belasting. De combinatie van reductie en herstel vormt de basis voor juridisch en ecologisch perspectief.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
13
6. Overzicht van maatregelen 6.1 Wat we al doen
ecosystemen toe. Voor het meten van het effect is het reguliere monitoringsstelsel beschikbaar, maar zijn de resultaten vaak pas op langer termijn merkbaar.
Op dit moment wordt al hard gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van diverse maatregelen. Hieronder een overzicht. •
•
Bij het Rijk blijven wij benadrukken dat zonder rijksinzet op scheepvaart en buitenlandse bronnen de Zeeuwse natuur niet kan herstellen. Daarin blijven wij inzetten op een bredere aanpak van alle drukfactoren, en niet alleen op stikstof. Ook hebben wij in IPO verband, samen met maatschappelijke partners, de bouwstenen “emissiereductie landbouw” en “natuur” aangeboden aan de ministeriele commissie economie en natuurherstel (MCEN). Hierin geven wij aan dat ook een rekenkundige ondergrens (RKO), het anders omgaan met Aerius en de kritische depositiewaarde (KDW) belangrijke elementen zijn om Zeeland vooruit te helpen. Hierbij hoort ook het meer inzetten op daadwerkelijke monitoring in gebieden en het verbeteren van het natuurbeheer. Voor projecten op het gebied van verbetering van hydrologie, verbetering van de kwaliteit in Natura 2000-gebieden en voor het vergroten van dynamiek in de duinen is de planvorming gestart. Het gaat om projecten in of nabij verschillende natuurgebieden, met veel aandacht voor de Zeeuwse duingebieden. Dit levert een betere waterhuishouding, hogere ecologische kwaliteit en herstel van natuurlijke processen zoals verstuiving in de duinen op. Hierdoor neemt de biodiversiteit en de veerkracht van kwetsbare
•
Vlaanderen realiseert met het Stikstofdecreet en de maatregelen uit de Vlaamse PAS een geborgde dalende trend. Deze daling vertaalt zich in een afname in het aandeel uit Vlaanderen afkomstige stikstofdepositie op Zeeuwse Natura 2000-gebieden. We werken nog aan het doorrekenen van het effect op de depositie in Zeeland. Met Vlaanderen, het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en de provincies Noord-Brabant en Limburg zijn werkafspraken gemaakt over de beoordeling van vergunningaanvragen met grensoverschrijdende effecten.
•
In samenwerking met de terreinbeherende organisaties (TBO’s) worden diverse natuurherstelprojecten uitgevoerd. Het gaat enerzijds om terugkerende activiteiten als het bestrijden van exoten, maaien en begrazen. Daarnaast worden er ook nieuwe voorzieningen aangelegd zoals broedeilanden en vossenrasters. Ook worden verschillende projecten uitgevoerd in het kader van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). Deze projecten zorgen voor het terugdringen van invasieve soorten, verbetering van leefgebieden voor inheemse soorten, bescherming van broedvogels en versnelling van natuurherstel door extra financiering.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
14
•
•
•
•
•
•
In het kader van het afronden van het Zeeuws natuurnetwerk blijven we inzetten op de vrijwillige verwerving van de benodigde gronden. Na aankoop worden percelen uit productie genomen (geen bemesting en gewasbeschermingsmiddelen meer), ingericht als natuur en overgedragen aan de beherende organisatie. Dit levert uitbreiding en afronding van het natuurnetwerk op, vermindert vermindert druk op kwetsbare natuurgebieden en creëert robuuste aaneengesloten leefgebieden die duurzaam beheerd worden. Om bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken hebben we op verschillende locaties in Zeeland een aantal melkveehouderijen aangekocht. Doel is om ondernemers een toekomst te bieden op een nieuwe locatie waarbij een sterke reductie van stikstofemissie op de ‘oude’ locatie wordt gerealiseerd. Deze maatregel zorgt voor forse stikstofreductie in gevoelige natuurgebieden, vergroot de ruimte voor natuurherstel én biedt ondernemers een nieuw toekomstperspectief. Voor de betrokken boeren betekent dit dat zij hun bedrijf kunnen voortzetten op een locatie met meer ontwikkelruimte en minder beperkingen door stikstofregels. Daar hebben zij de kans te investeren in verduurzaming en innovatie, waardoor hun bedrijfsvoering toekomstbestendiger wordt en er een nieuw evenwicht ontstaat tussen economische continuïteit en natuurdoelen.
In het kader van de maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) van het Rijk hebben we een subsidieregeling gemaakt voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen. De belangstellingsregistratie voor deze regeling is inmiddels gestart en loopt tot eind 2025. Indien van de regeling gebruik gemaakt wordt levert dit een structurele vermindering van stikstofuitstoot op, geeft het financiële zekerheid aan stoppende ondernemers en maakt extra natuurherstel mogelijk binnen de Natura 2000-doelen. In onze integrale gebiedenaanpak Schouwen-West en Noordwest-Walcheren werken we samen met allerlei ondernemers en organisaties aan het versterken van het landschap, het vergroten van de biodiversiteit en het verbeteren van de bedrijfsvoering. Er worden concrete projecten uitgevoerd op het gebied van natuur inclusieve landbouw, experimenteergronden, agrarisch natuurbeheer, etc. Ook wordt het hele watersysteem in de gebieden in kaart gebracht. Deze aanpak versterkt de landschappelijke kwaliteit, vergroot de biodiversiteit, stimuleert innovatie in de landbouw en verbetert samenwerking. Daarnaast ontstaat inzicht in het watersysteem, waardoor duurzame oplossingen voor waterkwaliteit en waterbeheer mogelijk worden.
In het kader van het uitgangspunt dat alle sectoren bijdragen, wordt voor de schelpdiersector een regeling voorbereid die onder andere de toepassing van SCR-katalysatoren stimuleert. Deze katalysatoren reduceren de stikstofemissie met circa 60% en leveren daarmee een bijdrage aan de geborgde dalende trend. Voor de financiering wordt voorzien in een gezamenlijke inzet van Provincie Zeeland en het ministerie van LVVN. Binnen de Zeeuwse aanpak wordt ingezet op het ondersteunen van koplopers in verduurzaming. Dit betreft ondernemers en organisaties die aantoonbaar vooroplopen in innovatie en emissie-
reductie. Door deze partijen te stimuleren en belonen, wordt versnelling in de transitie bereikt en ontstaat een voorbeeldfunctie die anderen aanzet tot vergelijkbare stappen. •
In samenwerking met vervoerders en het Rijk wordt gewerkt aan het versneld verduurzamen van het Zeeuwse openbaar vervoer. Denk hierbij aan de introductie van emissievrije bussen, het verduurzamen van infrastructuur en pilots met innovatieve vervoersconcepten. Hiermee wordt niet alleen bijgedragen aan de reductie van stikstof en CO₂, maar ook aan betere bereikbaarheid en leefkwaliteit.
•
De elektrificering van de Westerschelde Ferry vormt een belangrijke maatregel binnen de mobiliteitsopgave. Door de overstap naar volledig elektrische schepen wordt de uitstoot van stikstof en broeikasgassen sterk verminderd, terwijl de verbinding voor bewoners en toeristen behouden blijft.
6.2 Zeeuwse maatregelenpakketten stikstofreductie Zoals hiervoor al is aangegeven zijn er maatregelen nodig die helpen om de kwaliteit van de natuur in de Manteling van Walcheren en de Kop van Schouwen te verbeteren. Een belangrijke voorwaarde voor de effectiviteit van de maatregelpakketten is dat ze uitgevoerd worden in de directe nabijheid van de betreffende overbelaste natuurgebieden. Het is raadzaam om hiervoor speciale zones (transitiegebieden) aan te wijzen omdat hiermee ook een duidelijkere doorvertaling in het ruimtelijk kader gemaakt kan worden en de beschikbare financiële middelen op kunnen worden ingezet. De maatregelenpakketten zijn: 1. Maatwerkafspraken industrie 2. Reductie stikstofemissie uit mest door samen met ondernemers te kijken naar mogelijkheden zoals bijvoorbeeld innovatie en optimalisatie van bemesting 3. Elektrificatie machinepark natuurbeheer en overige sectoren 4. Emissievrije- of lage-emissie zones rond natuurgebieden 5. Verduurzaming en verplaatsing recreatiemogelijkheden (verplaatsing alleen op basis van vrijwilligheid) 6. Verplaatsing of beëindiging gehouden dieren niet zijnde veehouderij in overleg met ondernemers 7.
Versneld natuurherstel op overbelaste habitats in Natura 2000gebieden Bij het opstellen van de maatregelpakketten is steeds uitgegaan van vrijwilligheid, met maatregelen die uitvoerbaar zijn en ondernemingen perspectief bieden voor een duurzame toekomst en een bijdrage door alle sectoren. Daarnaast worden 3 maatregelen van juridische aard voorgesteld die generiek in heel Zeeland kunnen worden toegepast. De drie juridische maatregelen (voor heel Zeeland) zijn: 8. Intrekken slapende vergunningen 9. Intrekken latente ruimte in vergunningen 10. Afromen stikstofdepositie bij intern salderen (beleidsregel intern salderen)
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
1e maatregelenpakket: Maatwerkafspraken industrie met een stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren In het kader van de Maatwerkafspraken was met de grote industriële uitstoters een traject gestart om afspraken met het Rijk te maken over primair het bovenwettelijk reduceren van CO2-uitstoot voor 2030. Daarnaast werden in dit verband ook afspraken gemaakt over het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, waarbij in ieder geval aandacht is voor maatregelen die zorgen voor significante NOx-reducties. Op dit moment loopt er nog één gesprek in Zeeland; de andere gesprekken zijn gestopt. Deze maatregel ziet op het opzetten en doorlopen van een soortgelijk traject als de maatwerkaanpak zoals het Rijk die heeft ontwikkeld. En is bedoeld voor grote en minder grote uitstoters met een relevante stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. Effect: Een reductie van de NOx emissie van de industrie zorgt voor een vermindering van de stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en Manteling van Walcheren. Daarnaast zorgt dit ook voor een vermindering van de stikstofdepositie op andere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, ook in de rest van Nederland. Binnen deze afspraken wordt nadrukkelijk gekeken naar innovatie (zoals elektrificatie, waterstof, restwarmtebenutting) en oplossingen voor netcongestie via slimme netwerken.
De Provincie ondersteunt bedrijven actief bij subsidieaanvragen en fungeert als partner richting het Rijk.
2e maatregelenpakket: Reductie stikstofemissie uit mest door samen met ondernemers te kijken naar mogelijkheden zoals bijvoorbeeld innovatie en optimalisatie van bemesting Bemesting van landbouwgrond is een belangrijke lokale bron die zorgt voor stikstofdepositie op de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. Daarom willen we maximaal inzetten op innovatie en toewerken naar mogelijke regelingen hiervoor. Dit maatregelenpakket kan gezien worden als een verzameling van maatregelen, en zal samen met betrokkenen op maatregelniveau verder worden uitgewerkt. Het doel van dit pakket is om 30-50% emissiereductie uit mest te bewerkstelligen. De wijze waarop is vrijwillig en aan de ondernemer. Samen met ondernemers gaan we kijken wat er al gerealiseerd is en wat er nog voor mogelijkheden zijn. De emissie kan worden beperkt door (bv): • een verbeterde aanwending van de dierlijke mest, • een verbetering van de kwaliteit van de mest, toevoegingen aan de mest, • aanpassing van het stalsysteem, of • over te gaan op andere teelten of een extensievere bedrijfsvoering. Hier wordt ingezet op het innovatieve karakter van de sector maar dit doen we nadrukkelijk samen en in goed overleg met de ondernemers in het gebied. De maatregelen die worden getroffen moeten passen in een rendabele en volhoudbare bedrijfsvoering. De Provincie kan daarin ondersteunen.
Denk aan subsidie van innovaties, maar ook het gezamenlijk uitvoeren van pilots en het beschikbaar stellen van kennis. In Zeeland en elders in het land loopt, soms al decennialang, veel onderzoek naar de effecten van dergelijke maatregelen. Van groot belang daarbij is dat het effect op andere opgaven dan stikstof, zoals bodem- en waterkwaliteit wordt meegewogen. Momenteel is met name in gebieden met veel veehouderij aandacht voor de juridische borging van maatregelen rond vee, stallen en dierlijke mest. Provincie Zeeland is daarbij aangehaakt. Voor maatregelen rond de aanwending van dierlijke mest in de Zeeuwse akkerbouw wordt daarbij ook onderzocht of we proeven in Zeeland kunnen uitvoeren.
15
Andere mogelijke maatregelen zijn onder meer: • het verminderen van de hoeveelheid mest die per hectare wordt uitgereden; • het toepassen van alternatieve technieken bij de mestaanwending of het gebruik van additieven, zoals mestaanzuring; • de teelt van gewassen met een lagere stikstofbehoefte, zoals luzerne en andere eiwitrijke gewassen; • het stimuleren van agrarisch natuurbeheer met meerjarige maatregelen, zoals de aanleg van akkerranden langs waterlopen, volveldse vogelakkers, graslanden met langere rustperiodes en landschapselementen (groenblauwe dooradering) op landbouwgrond; • het ontwikkelen van nieuwe vormen van agrarisch ondernemerschap, bijvoorbeeld door toepassing van regeneratieve landbouw. Effect: Het effect van de reductie van emissie uit mest in de natuurgebieden is erg afhankelijk van de wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd. Beoogd wordt tussen de 30 procent en 50 procent te reduceren op emissies uit mest. Een stikstofemissiereductie leidt tot vermindering van depositie op stikstofgevoelige natuur en geeft daarmee een bijdrage aan natuurherstel. Dit wordt nadrukkelijk samen met de ondernemers in het gebied uitgewerkt, waarbij het principe ‘boer aan het roer’ centraal staat en ruimte wordt geboden voor experimenten en innovaties die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en versterking van de natuur.
Ondernemers kunnen zelf kiezen welke verduurzamingsmaatregelen het beste passen bij hun bedrijfsvoering, bijvoorbeeld het aanzuren van mest, stalaanpassingen of het toepassen van precisielandbouw. De Provincie staat daarbij naast de ondernemer en wil onderzoeken hoe bestaande of nieuwe subsidieregelingen kunnen bijdragen aan de uitvoering van verduurzamingsmaatregelen. Daarnaast wordt ingezet op begeleiding, kennisdeling en ruimte voor pilots om innovaties in de praktijk te testen.
3e maatregelenpakket: elektrificatie machinepark natuurbeheer en overige sectoren Doel: Werkzaamheden in Natura 2000-gebieden zo veel mogelijk uitvoeren met elektrisch materieel (Kwaliteitsimpuls Natura 2000, uitgevoerd door of in opdracht van de Provincie Zeeland) Bij de uitvoering van natuurherstelmaatregelen ten behoeve van Natura 2000-gebieden wordt groot en klein materieel ingezet door de aannemers die hiervoor gecontracteerd worden. Als opdrachtgever van natuurherstelprojecten in de Natura 2000-gebieden gaan we bevorderen dat er geen/zo min mogelijk vervuilende machines ingezet worden. Aansluitend worden de bedrijven in de directe nabijheid van de natuurgebieden gestimuleerd om ook hun machine- en wagenpark te elektrificeren. Dit betekent dat gestreefd wordt naar geen of zo min mogelijk emissie als gevolg van de reguliere bedrijfsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan het elektrificeren van machines en wagenpark, aan zonnepanelen op gebouwen, bevoorrading van strandpaviljoens door emissievrije (vracht) wagens, windmolens op het erf, etc. Stimulering kan plaatsvinden door het verlenen van subsidies of vergoedingen. Voor de ondernemer biedt dit pakket duidelijke kansen.
Het elektrificeren van machines en voertuigen kan leiden tot lagere brandstofkosten op de lange termijn, minder afhankelijkheid van fossiele energie en lagere onderhoudskosten dankzij de eenvoudiger techniek van elektrische motoren. Bovendien zorgen zonnepanelen, windmolens en andere duurzame oplossingen voor een meer zelfvoorzienend bedrijf, wat niet alleen financieel voordeel oplevert, maar ook het imago versterkt als maatschappelijk verantwoord en toekomstgericht ondernemer.
16
Daarbij worden investeringen aantrekkelijker gemaakt door subsidies en vergoedingen, waardoor de overstap sneller rendabel is. Ook kan emissievrije bedrijfsvoering een concurrentievoordeel opleveren, omdat het in toenemende mate een voorwaarde wordt om opdrachten, vergunningen of samenwerkingen te verkrijgen. Voor deze maatregel zal in beeld worden gebracht wat de kosten en baten zijn. Effect: Het effect van deze emissiereductie is afhankelijk van de locatie en de gekozen aanpassing van de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd ontstaat voor de ondernemer de mogelijkheid om kosten te besparen, risico’s te verlagen en sterker in de markt te staan. Samen met terreinbeherende organisatie’s (TBO’s) gaan we kijken op welke manier dit het beste georganiseerd kan worden. Bijvoorbeeld via een andere wijze van inkoop en aanbesteding.
4e maatregelenpakket: stimuleren emissievrije of emissie lage mobiliteit in zones rond natuurgebieden Aanvullend aan de elektrificatie bij lokale ondernemers kan gestreefd worden naar emissievrije of emissie lage mobiliteit in zones rondom de betreffende natuurgebieden (milieuzones). Alle mobiliteit met verbrandingsmotoren zorgt vooral lokaal voor stikstofemissie. Door deze emissies terug te dringen wordt ook de stikstofbelasting beperkt. Daarin kan onderscheid worden gemaakt tussen toeristisch verkeer, woon-werkverkeer, vrachtverkeer en bouwverkeer. De inzet kan per type verkeer verschillen. Daarom zal eerst een analyse gemaakt worden van de kosten en de baten. Er kan gedacht worden aan hubs van waaruit met emissievrije voertuigen verder kan worden gereden. Of een opkoopregeling voor oude auto’s voor inwoners in het overgangsgebied. Of een hub voor het laden van elektrisch bouwmaterieel. Maar ook een zonnetreintje (Openbaar Vervoer) voor vervoer tussen parkeerplaats en strand kan worden verkend en andere innovatieve maatregelen. Voor inwoners betekent dit een overgang naar schoner vervoer. Hoewel de maatregel vraagt om aanpassing, vooral voor wie nog een oudere auto gebruikt, wordt dit verzacht door subsidies en opkoopregelingen.
Daartegenover staan voordelen als schonere lucht, minder geluidsoverlast en nieuwe voorzieningen, wat de leefkwaliteit en aantrekkelijkheid van de omgeving versterkt. Effect: Bij het overschakelen naar een emissievrije of emissie lage mobiliteit is de uiteindelijke stikstofdepositiereductie op de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren afhankelijk van meerdere factoren zoals de locatie en uitvoering. De vermindering van stikstofdepositie op overbelaste habitattypes leidt tot natuurherstel. De voordelen zijn meer dan alleen emissiereductie: het leidt tot schonere lucht, minder geluid en een aantrekkelijkere leefomgeving.
5e maatregelenpakket: Verduurzamen recreatie en ontzien van meest kwetsbare gebieden De (verblijfs)recreatie is een belangrijke functie in- en rond de duingebieden. En andersom zijn de duingebieden belangrijk voor een recreatief product. Ze zitten juist daar omdat daar de toerist graag wil zijn. Er wordt momenteel een onderzoek afgerond naar reductiemogelijkheden in de recreatie. Deze worden vooral gezien in het elektrificeren van de diverse functies, waaronder de verblijfsunits. Daarnaast kan recreatie een bijdrage leveren aan natuurherstel door de meest kwetsbare gebieden te ontzien. Dit kan onder andere door het verleggen van paden, het (tijdelijk) afsluiten van gebieden of het (net als bij veehouderijen) verplaatsen van recreatievoorzieningen. Een kosten-batenanalyse zal meer inzicht moeten geven in de balans tussen kosten en baten. Samen met ondernemers zal worden bekeken wat er aan verduurzamingsmaatregelen al getroffen zijn, en welke opties er nog zijn om
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
verder te verduurzamen. Uiteraard zal hierbij ook worden gekeken naar de bijdrage in stikstofdepositie en de te nemen maatregelen. Bij de verplaatsing van recreatievoorzieningen geldt dat het recreatieproduct in zijn kern behouden moet blijven en dat de verplaatsing perspectief moet bieden voor de ondernemer. Dit kan bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkel- of uitbreidingsmogelijkheden die na verplaatsing wél, maar op de huidige locatie niet mogelijk zijn. Ook zullen hier de kosten moeten opwegen tegen de baten. In overleg met betrokkenen zal de Provincie onderzoeken op welke wijze zij ondernemers hierin kan ondersteunen, onder meer door het inzetten van kennis, begeleiding en financiële instrumenten. Verplaatsing vindt alleen op vrijwillige basis plaats en kan zeker ook van toepassing zijn op slechts enkele onderdelen (zoals bijvoorbeeld het verleggen van een pad). Bij elektrificatie van recreatievoorzieningen wordt op korte termijn rekening gehouden met netcongestie; samen met netbeheerders en ondernemers wordt gezocht naar tijdelijke oplossingen zoals gedeelde laadfaciliteiten, energieopslag en slimme aansturing van piekbelasting. Effect: Deze maatregelen dragen bij aan vermindering van de stikstofemissie door elektrificatie of verplaatsing van voorzieningen.
De uiteindelijke stikstofdepositiereductie op de Kop van Schouwen is afhankelijk van meerdere factoren zoals de locatie, de uitvoering en het aantal deelnemers. Het beter situeren van recreatievoorzieningen leidt daarnaast ook tot minder verstoring hetgeen bijdraagt aan natuurherstel.
6e maatregelenpakket: Vermindering van emissies bij gehouden dieren niet zijnde veehouderij Tot nu toe is de stikstofaanpak met name gericht op bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, zoals runderen, varkens en pluimvee. Er zijn echter ook andere vormen van dierhouderij die buiten deze agrarische functie vallen, bijvoorbeeld het houden van paarden, pony’s, schapen of geiten, al dan niet bedrijfsmatig. Deze bedrijven komen niet in aanmerking voor de (rijks) regelingen, maar er zijn wel enkele tientallen van dergelijke bedrijven. Hoewel deze activiteiten vaak kleinschaliger zijn, kunnen zij, door hun ligging en gebruik, lokaal toch zorgen voor een relatief hoge stikstofuitstoot, vooral wanneer zij plaatsvinden in de nabijheid van kwetsbare Natura 2000-gebieden. Dit maakt het noodzakelijk om ook in deze categorie gericht maatregelen te treffen. Binnen de gebiedsgerichte aanpak willen wij daarom, samen met gebiedspartners en betrokken dierhouders, een specifiek reductieplan ontwikkelen. Hierbij zal eerst gekeken worden naar de kosten en de baten. Dit plan richt zich op het in beeld brengen van de belangrijkste bronnen en het vaststellen van maatregelen die praktisch uitvoerbaar zijn en leiden tot een meetbare vermindering van emissies. Hoe een reductie kan worden gerealiseerd zal met betreffende ondernemers worden besproken, eveneens wat daarvoor nodig zal zijn.
Hierbij zal wederom ook weer aandacht zijn voor de kosten in relatie tot de baten Effect: De reductie van emissies in deze categorie kan lokaal een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van stikstofdepositie. De exacte omvang van dit effect hangt af van de aard, schaal en ligging van de betreffende activiteiten.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
17
7e maatregelenpakket: Versneld natuurherstel op overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden
9e maatregelenpakket: Intrekken latente ruimte in vergunningen (heel Zeeland)
Het versnellen van natuurherstel richt zich op urgente habitats waar stikstof, verdroging en andere drukfactoren de draagkracht overschrijden. Naast externe drukvermindering is actieve uitvoering van herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden noodzakelijk.
Latente ruimte is de ruimte die een ondernemer in een lopende natuurvergunning heeft, maar niet gebruikt en ook niet meer nodig heeft voor zijn bedrijfsvoering. Deze maatregel betreft het opstellen van beleid voor het intrekken van latente ruimte uit natuurvergunningen. Deze maatregel vindt in overleg plaats met de betrokkenen waarbij er aandacht is voor termijnen van revisievergunningen. Ook hier kan worden aangehaakt bij de IPO-handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid.
De uitvoeringscapaciteit wordt bepaald door financiële middelen, vergunningverlening, draagvlak en beschikbaarheid van uitgewerkte herstelmaatregelen. Momenteel vormt financiering de belangrijkste beperkende factor. Diverse maatregelen zijn reeds uitgewerkt in het Programma Natuur of bij terrein beherende organisaties, maar wachten op middelen en uitvoering. Voornaamste herstelacties zijn bv: maaien, rooien en begrazen met afvoer van biomassa (stikstofverwijdering); Herstel van natuurlijke duindynamiek (vermindering stikstofeffecten); Bestrijding van invasieve exoten; Optimalisatie van hydrologie ter voorkoming van verdroging; Aanleg/herstel van broedeilanden en vossenrasters; Ruimtelijke kwaliteitsverbetering en functieverplaatsing ten gunste van kwetsbare habitattypen. Het doel is versnelling van ecologisch herstel en weerbaarheid van Natura 2000-gebieden, in samenhang met stikstofreductie en gebiedsgerichte uitvoering. Versneld natuurherstel zal worden voorbereid zodat de projecten klaarstaan voor uitvoering zodra Rijksmiddelen beschikbaar komen. Met deze aanpak kan Zeeland snel starten met herstel zodra Rijksfinanciering vrijkomt en draagt de Provincie bij aan een gezamenlijke versnelling van natuurherstel in overbelaste Natura 2000-gebieden.
Effect: Het versnelde natuurherstel zorgt voor directe verbetering van de ecologische kwaliteit in overbelaste Natura 2000-gebieden door actief beheer, herstel van duindynamiek en optimalisatie van hydrologie. Hierdoor neemt de veerkracht van ecosystemen toe en vermindert hun gevoeligheid voor stikstofdepositie. De maatregel versterkt de juridische houdbaarheid van vergunningverlening doordat aantoonbaar natuurherstel plaatsvindt. Bovendien maakt de voorbereiding van uitvoerbare projecten het mogelijk om snel te starten zodra Rijksfinanciering beschikbaar komt. Het plan is richtinggevend; de uitwerking gebeurt in samenspraak met het veld, waarbij ruimte blijft voor innovatie, samenwerking en lokale initiatieven.
8e maatregelenpakket: Intrekken slapende vergunningen (heel Zeeland) Slapende natuurvergunningen zijn natuurvergunningen die in zijn geheel niet (meer) gebruikt worden. Er kan beleid worden opgesteld voor het intrekken van slapende natuurvergunningen. Hiervoor kan worden aangehaakt bij de handreiking voor handhavings- en intrekkingsbeleid van het Interprovinciaal Overleg (IPO). Effect: Het intrekken van slapende vergunningen zorgt op zichzelf niet voor een daling van stikstofemissie, maar voorkomt dat niet gebruikte ruimte, maar wel vergunde ruimte alsnog kan worden ingezet hetgeen leidt tot een feitelijke stijging van stikstofemissie. Door ongebruikte ruimte op te schonen, kan samen verkend worden of er ruimte ontstaat voor nieuwe initiatieven, innovatie en verduurzaming.
Effect: Het intrekken van latente ruimte zorgt op zichzelf niet voor een daling van stikstofemissie, maar voorkomt dat niet gebruikte ruimte alsnog kan worden ingezet hetgeen leidt tot een feitelijke stijging van stikstofemissie. Een en ander vindt plaats in overleg met de betrokkenen. Deze maatregel wordt in samenspraak met het veld verder uitgewerkt, met oog voor behoud van perspectief.
10e maatregelenpakket: Beleidsregels aanpassen In de huidige beleidsregels zijn alleen kaders voor extern salderen opgenomen, omdat intern salderen immers niet vergunningplichtig was. Nu intern salderen weer vergunningplichtig is geworden, zullen de kaders hiervoor weer opgenomen moeten worden in de beleidsregels. Daarbij kan ervoor worden gekozen om, net als bij extern salderen, een bepaald percentage af te romen ten behoeve van de natuur. Dit zorgt ervoor dat er bij elke economische ontwikkeling waarvoor wordt gesaldeerd (zowel intern als extern) altijd een netto verbetering voor de natuur optreedt. Effect: Wanneer er wordt gekozen om ook voor intern salderen een afromingspercentage vast te stellen, zorgt dit bij elke ontwikkeling waarvoor wordt gesaldeerd altijd voor een netto daling van de stikstofemissie. De aanpassing van de beleidsregels wordt niet alleen juridisch gezien als borging, maar ook als kans om ondernemers zekerheid te bieden bij nieuwe investeringen.
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
18 Verwacht effect emissiereductie maatregelenpakketten
De emissiereductie als gevolg van maatregelpakket 1, reductie van stikstofemissie uit mest zou een range betekenen van indicatief 24 ton NH3 bij 30% en 42 ton NH3 bij een emissiereductie van 50%. Het effect van de emissiereductie als gevolg van maatregelpakket 3,4 en 5 is afhankelijk van meerdere factoren zoals de locatie, uitvoering en het aantal vrijwillige deelnemers. Tezamen zorgen deze drie maatregelpakketten voor maximaal circa 110 ton NOx emissiereductie door mobiliteit, mobiele werktuigen en machines in de landbouw. Figuur X. Staafdiagram van de verwachte reducties stikstofemissie (ton / jaar) per maatregel of maatregelcombinatie op basis van Dataset Stikstofdepositie Herkomst (RIVM). In oranje worden de maximale verwachte reducties getoond.
Verwacht effect depositiereductie maatregelenpakketten De emissiereducties zoals hiervoor beschreven moeten leiden tot minder stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De volgende tabel geeft de maatregelen en varianten weer die zijn meegenomen in de analyse.
#3/#4/#5
#2B
#2A
Naam
Variant
In analyse
#1 Maatwerk verduurzaming industrie
Basis
Ja
#2A Reductie stikstofemissie uit mest Kop van Schouwen
3000m – 30-50% reductie
Ja
#2B Reductie stikstofemissie uit mest Manteling van Walcheren
3000m - 30-50% reductie
Ja
#3 Elektrificatie machinepark natuurbeheer en andere sectoren
n.v.t.
Nee, emissiereducties onvoldoende in beeld
#4A Stimuleren emissievrije mobiliteit in zone rond Kop van Schouwen
3000m - 100% reductie
Ja
#4B Stimuleren emissievrije mobiliteit in zone rond Manteling van Walcheren
3000m - 100% reductie
Ja
#5 Verduurzamen en verplaatsen recreatie
n.v.t.
#6 Vermindering van emissies bij gehouden dieren
n.v.t.
#7 Versneld natuurherstel op overbelaste habitats in Natura 2000-gebieden
n.v.t.
#8 Intrekken slapende vergunningen
Heel Zeeland
#9 Intrekken latente ruimte in vergunningen
Heel Zeeland
#10 Beleidsregels aanpassen
n.v.t.
Nee, gericht op latente ruimte
Nee, uitwerking onbekend
ZEELAND OP WEG NAAR HERSTEL STIKSTOFPLAN PROVINCIE ZEELAND 2025
19
In de volgende grafieken zijn de verwachte stikstofdepositiereducties (DASH23) voor de Natura 2000-gebieden de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren weergegeven voor de periode 2025–2033 op basis van de hiervoor beschreven maatregelen. Het gaat daarbij nadrukkelijk om schattingen van zowel de behaalde reducties als de fasering. De getoonde ramingen kunnen gezien worden als ‘meest waarschijnlijk op basis van de huidige inzichten. De verschillende maatregelen worden getoond in verschillende kleuren. De onzekerheidsintervallen van het maatregelpakket zijn weergegeven als stippellijn.