CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.481 Bijlage 1 Pva Warmteprogramma en (wijk)uitvoeringsplannen (1641945)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken9.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opstellen

Warmteprogramma en (wijk)uitvoeringsplannen Schouwen-Duiveland Plan van aanpak

Colofon Gemeente Schouwen-Duiveland November 2025

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................... 3 1.

Inleiding ............................................................................................. 5 1.1.

Aanleiding .................................................................................... 5

1.2.

Opgave ....................................................................................... 5

1.3.

Context ....................................................................................... 6

1.4.

Relatie met ander programma’s, processen en projecten ............................... 7

1.4.1.

Nationaal beleid........................................................................... 7

1.4.2.

Regionaal beleid .......................................................................... 7

1.4.3.

Gemeentelijk beleid ...................................................................... 8

1.5.

2.

1.5.1.

Wet gemeentelijk instrumenten warmtetransitie (Wgiw)............................ 10

1.5.2.

Wet collectieve warmte (Wcw) ........................................................ 10

1.5.3.

Omgevingswet.......................................................................... 10

1.5.4.

Plan-mer en plan-mer-beoordeling ................................................... 11

Plan van aanpak ................................................................................. 12 2.1.

Opstellen warmteplan ..................................................................... 12

2.1.1.

Doel ...................................................................................... 12

2.1.2.

Scope en Afbakening .................................................................. 12

2.1.3.

Bouwstenen............................................................................. 12

2.1.4.

Processtappen.......................................................................... 13

2.2.

3.

Wetgeving .................................................................................. 10

Opstellen (wijk)uitvoeringsplannen ...................................................... 14

2.2.1.

Doel ...................................................................................... 14

2.2.2.

Scope en Afbakening .................................................................. 15

2.2.3.

Bouwstenen............................................................................. 15

2.2.4.

Processtappen.......................................................................... 15

2.2.5.

Selectie van wijken ..................................................................... 17

Participatie en communicatie ................................................................... 18 3.1.

Stakeholdersanalyse ...................................................................... 18

3.2.

Werkorganisatie ........................................................................... 19

3.3.

Participatie en communicatie warmteprogramma ..................................... 20

3.4.

Participatie en communicatie wijkuitvoeringsplannen................................. 20

3.5.

Enquête warmtetransitie .................................................................. 21 3

3.6. 4.

Input woningcorporatie Zeeuwland...................................................... 21

Financiële aspecten ............................................................................. 22 4.1.

Opstellen warmteplan ..................................................................... 22

4.2.

Opstellen wijkuitvoeringsplan............................................................ 22

4.3.

Dekking ..................................................................................... 23

4.4.

Risicobeheersing .......................................................................... 23

Bijlage 1. Energievisie Zeeland....................................................................... 25 Bijlage 2. Transitiekaart Schouwen-Duiveland ..................................................... 27 Bijlage 3. Stappen bij plan-mer en plan-mer-beoordeling.......................................... 28 Bijlage 4. Bouwstenen warmteprogramma ......................................................... 29 Bijlage 5. Reeds uitgevoerde onderzoeken ......................................................... 31 Bijlage 6. Template (wijk)uitvoeringsplannen....................................................... 32 Bijlage 7. Overzicht wijkkeuze.......................................................................... 1

4

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Alle gemeenten hebben in 2021 hun visie op de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving vastgelegd in een Transitievisie warmte (TVW). In de Transitievisie warmte staat de fasering van de eerste kernen/wijken/buurten richting een aardgasvrij (ready) situatie en welke warmtebronnen hiervoor gebruikt kunnen worden. De TVW voor de gemeente Schouwen-Duiveland is op 23 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het Warmteprogramma is de opvolger van de TVW. De gemeenten zijn verplicht om voor 31 december 2027 een Warmteprogramma vast te stellen en deze iedere vijf jaar te actualiseren. In het Warmteprogramma wordt beschreven wanneer welke kernen/wijken/buurten van de gemeente aardgasvrij worden. Indien bekend, zal ook worden aangegeven op welke manier dat gaat gebeuren. Het Warmteprogramma wordt vastgesteld als een verplicht omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het Warmteprogramma vast te stellen. De gemeenteraad bepaalt de kaders en hoofdlijnen van het beleid bijvoorbeeld door middel van de Energieagenda en de Omgevingsvisie. Onder het Warmteprogramma komen de (wijk)uitvoeringsplannen te hangen, dit zijn de concrete uitwerkingen van de Transitievisie Warmte en het Warmteprogramma.

In een (wijk)uitvoeringsplan wordt beschreven welke alternatieve energievoorziening in een kern/ wijk / buurt gekozen wordt en wanneer een kern / wijk / buurt aardgasvrij (ready) is. Ook kunnen uitvoeringsplannen worden gemaakt voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld monumenten, woningen na 2005. In de (wijk)uitvoeringsplannen wordt dus de transitie van papier naar praktijk gemaakt. In de Regionale Energie Strategie Zeeland 2.0 is afgesproken dat alle Zeeuwse gemeenten in 2030 voor de helft van de wijken een wijkuitvoeringsplan hebben opgesteld. De gemeente heeft vanuit de overheid de regierol gekregen in de Warmtetransitie. Dit betekent dat de gemeenten de overstap naar aardgasvrij wonen in goede banen moeten leiden. Hiervoor werken we samen met de woningbouwcorporatie, de netbeheerder, de dorps-, stad- en wijkraden, de ondernemersverenigingen, overige organisaties, inwoners en ondernemers. Daarnaast maken we gebruik van de samenwerking van de Zeeuwse gemeenten op het gebied van energietransitie en het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). Dit plan van aanpak heeft enerzijds betrekking op het opstellen van het Warmteprogramma 2026 – 2030 voor de gemeente Schouwen-Duiveland. Anderzijds is het plan van aanpak bedoeld om een start te maken met het opstellen van de (wijk)uitvoeringsplannen voor een aantal kernen/ wijken/ buurten.

1.2. Opgave Op dit moment staan we voor één van de grootste uitdagingen om klimaatverandering tegen te gaan. De gemiddelde wereldtemperatuur is de laatste decennia gestegen waarbij de grootste stijging heeft plaats gevonden na 1975. Klimaatverandering wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen zoals kooldioxide (CO2). Broeikasgassen ontstaan door menselijke activiteiten zoals de verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, olie en gas). Hierdoor worden er meer broeikasgassen in de lucht gebracht dan de natuur kan opnemen, wat het broeikaseffect versterkt. Dit leidt tot een opwarming van de aarde, met gevolgen zoals smeltende ijskappen, zeespiegelstijging en extreme weersomstandigheden. Het terugdringen van de uitstoot broeikasgassen is cruciaal voor het tegengaan van klimaatverandering. 5

De Warmtetransitie is de overgang van fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar duurzame alternatieven voor het verwarmen van gebouwen en het opwekken van warm tapwater. Dit omvat het isoleren van gebouwen, het toepassen van duurzame warmtesystemen zoals warmtepompen en warmtenetten, en een wijkgerichte aanpak om de warmtevoorziening te verduurzamen. Doelstelling van de gemeente Schouwen-Duiveland is om in 2030 in totaal 50% minder aardgas te gebruiken ten opzichte van de nulmeting (2017) en in 2040 geen aardgas meer te gebruiken. De Warmtetransitie is nodig om de volgende redenen: • Klimaatdoelstellingen: Het gebruik van aardgas voor verwarming draagt bij aan de uitstoot van CO2. Door over te stappen op duurzame bronnen, wordt deze uitstoot verminderd en het klimaat veranderingsproces tegengegaan. • Duurzaamheid: Hernieuwbare energiebronnen zijn onuitputtelijk, wat bijdraagt aan een duurzame toekomst voor energievoorziening. • Afhankelijkheid verminderen: Door minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, wordt de economische en politieke afhankelijkheid van andere landen kleiner.

1.3. Context Schouwen-Duiveland telde in 2024 ongeveer 34.631 inwoners (16.060 huishoudens) verdeeld over 16 dorpen en 2 steden, namelijk Zierikzee en Brouwershaven. Daarnaast zijn er ook nog 9 buurtschappen op het eiland. De gemeente telt 16.855 (kadastrale kaart) woningen, verspreid over moderne wijken, historische stadjes en dorpen. Van de woningen is 68% koop en 32% huur, waarvan ongeveer 4000 woningen sociale huur. Een groot deel van het woningbestand bestaat uit vooroorlogse panden en monumenten, wat grote impact heeft op de verduurzamingsopgave. De grootste stad Zierikzee telt 12.035 inwoners de kleinste kern Serooskerke telt 210 inwoners. De gemeente telt 5.465 bedrijfsvestigingen waarvan het grootste deel bestaat uit midden- en klein bedrijf en een klein aantal grote bedrijven. Voor wat betreft recreatie heeft de gemeente 6 miljoen overnachtingen per jaar en 4 miljoen dagrecreanten. De gemeente kenmerkt zich door hechte gemeenschappen met inwoners die zich sterk betrokken voelen, zowel bij elkaar als bij het eiland. De meeste kernen hebben een actieve stads- of dorpsraad. In figuur 1 is een overzicht weergegeven van de kernen op Schouwen-Duiveland. Figuur 1. Overzicht van de wijken en kernen in Schouwen-Duiveland

6

1.4. Relatie met ander programma’s, processen en projecten Het Warmteprogramma heeft relatie met de volgende nationaal, regionaal en/ of lokaal beleid en programma’s.

1.4.1.

Nationaal beleid

Nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord van Parijs dat in 2015 door 195 landen is ondertekend spraken diverse partijen af dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de 2 oC moet blijven met een streven om de stijging te beperken tot 1,5oC. In Nederland is deze opgave verwerkt in een Nationaal Klimaatakkoord. Doelstelling van het Rijk is om in 2030 in totaal 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Voor de sector gebouwde omgeving is de afspraak dat in 2050 in totaal 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af moeten. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten om hun regierol voor de lokale Warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Dat doet het NPLW door te signaleren en agenderen, door te informeren en ondersteunen én door te verbinden. Dit draagt bij aan het versnellen van het realiseren van de opgave dat alle woningen en gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn.

1.4.2.

Regionaal beleid

Regionale Energie Strategie (RES) - Zeeland In 2025 is de RES 1.0 geactualiseerd naar een RES 2.0. In de RES 2.0 is afgesproken dat gemeenten voor 2030 voor de helft van hun wijken een (wijk)uitvoeringsplan opstellen en concreet aan de slag gaan om één wijk van het aardgas te halen. PMIEK Het doel van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) is dat de ontwikkeling van energie-infrastructuur, opslag, en conversie zo goed mogelijk aansluit bij de ontwikkelingen van industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving, opwek en landbouw. Energievisie Zeeland De Zeeuwse Energievisie bevat een toekomstvisie op het energiesysteem voor de (middel)lange termijn: 2030-2050. De Energievisie schetst de samenhang tussen het toekomstige energiesysteem, sectorale ontwikkelingen en de fysieke leefomgeving. In de Energievisie worden keuzes gemaakt over de inzet van energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas). In de energievisie zijn een aantal Zeeuwse vuistregels opgenomen. Deze zijn: • Vraag, aanbod en flex bij elkaar • Schaarse energiebronnen slim benutten • Zuinig omgaan met ruimte en de (Zeeuwse) leefomgeving • Onderzoeken en benutten van koppelkansen, systeemintegratie en -innovatie • Inzetten op energie besparen • Interbestuurlijke en (inter)nationale samenwerking • Communicatie en participatie 7

In de energievisie zijn hoofdsysteem keuzes opgenomen op het vlak van elektriciteit, warmte, waterstof en groen gas. Daarnaast zijn er keuzes per sector gemaakt. In bijlage 1 zijn de hoofdsysteemkeuzes en keuzes per sector in het kort weergegeven. Regionale Warmte Structuur Zeeland Om aardgasvrije wijken te realiseren, zijn alternatieve warmtebronnen nodig. In de Regionale Structuur Warmte (RSW) 1.0 is onderzoek gedaan naar de potentie van alternatieve warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. De Regionale Warmte Structuur wordt in 2025 geactualiseerd in een RSW 2.0. De belangrijkste conclusies van de RSW 1.0 zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Conclusies Regionale Warmte Structuur Zeeland Warmtebron Conclusies Elektriciteit (all

Een groot deel van Zeeland gaat over op warmtevoorziening via individuele all-electric warmtepompen. Dit

electric

geldt met name voor dunbevolkte gebieden met weinig warmtebronnen. Netcongestie is hierbij een belangrijk aandachtspunt, al geldt dat op dit moment niet voor kleinverbruikersaansluitingen.

Restwarmte

Een aantal grote Zeeuwse bedrijven heeft veel restwarmte over. Het gaat dan meestal om temperaturen variërend van ongeveer 40 tot 70 graden. Uit onderzoek blijkt dat de theoretische potentie voor restwarmte groot is. Zo’n 100.000 Zeeuwse huishoudens kunnen we ermee verwarmen. De lange transportleidingen en de relatief lage woningdichtheid, vormen een uitdaging.

Zonthermie

Zeeland heeft relatief veel zonne-uren ten opzichte van de rest van Nederland. Er zijn dus mogelijkheden om deze zonne-energie in te zetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving via zon op dak en zonthermievelden. Dit is in combinatie met Warmte Koude Opslag (WKO). Bij WKO wordt warmte in de zomer opgeslagen in de bodem om er s winters mee te verwarmen.

Aquathermie

Zeeland is een waterrijke provincie. Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) biedt dus kansen. Hierbij wordt warmte uit oppervlaktewater gehaald met een warmtewisselaar en/of een warmtepomp.

Geothermie

Geothermie is het gebruiken van aardwarmte uit diepe lagen in de grond. Diepe en ultradiepe geothermie lijken op basis van de huidige data niet kansrijk in Zeeland. Wel is er potentie voor ondiepe geothermie. Hier wordt op dit moment onderzoek naar gedaan in Zeeland.

Elektriciteit

Overschotten van door wind en zon opgewekte energie kunnen opgeslagen worden om ze vervolgens om te

(power to heat)

zetten in warmte op het moment dat dit nodig is. Dit gebeurt nog niet op grote schaal. Power-to-heat biedt wel mogelijkheden voor de lange termijn.

Duurzame en

Deze bron is, net als de landelijke lijn, alleen een optie voor de wijken/kernen waarvoor echt geen alternatief is.

hernieuwbare

Waterstof zien we niet als optie voor de gebouwde omgeving. Dit komt door de beperkte beschikbaarheid, het

gassen

ontbreken van de benodigde infrastructuur en de hoge vraag vanuit andere sectoren.

Biomassa

Het verbranden van biomassa is vooral vanuit het oogpunt van duurzaamheid niet geschikt voor de gebouwde omgeving.

1.4.3.

Gemeentelijk beleid

Strategische visie Tij van de Toekomst Een van de uitgangspunten die in de Strategische visie Tij van de Toekomst (2025) is vastgelegd is een klimaatbestendig en waterrobuust Schouwen-Duiveland. Belangrijke trends, ontwikkelingen en vraagstukken zijn onder anderen beperking van broeikasgasemissies en klimaatneutraliteit, aanpassing van het eiland aan extreme weerpatronen, verduurzaming van de woningvoorraad, de netcongestie, de beschikbaarheid van zoetwater en de transitie naar een circulaire economie.

8

Spoorboekje duurzaamheid en milieu Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Milieukwaliteit, Biodiversiteit en Circulaire economie. Voor het thema Energietransitie is de algemene doelstelling “” het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040”. In de Energieagenda zijn specifieke doelstellingen opgenomen voor de thema’s energiebesparing, duurzame energieopwekking, de Warmtetransitie en duurzame mobiliteit. Energieagenda 2025-2030 De algemene ambitie die in de Energieagenda is opgenomen is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Daarmee bedoelen we dat we binnen onze gemeentegrenzen evenveel duurzame energie opwekken als we verbruiken. Om dit te realiseren werken we aan de vier thema’s: 1. Energiebesparing; 2. Duurzame Energieopwekking; 3. Warmtetransitie en 4. Duurzame mobiliteit. De doelstellingen per thema zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Doelstellingen Energieagenda 2025-2030 per thema. Thema Doelstellingen Energiebesparing

Realiseren van een energiebesparing van 20% in 2030 en 30% in 2040 ten opzichte van 2017.

Duurzame Energieopwekking

In 2030 wordt 60% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt en in 2040 wekken we 100% van het energieverbruik duurzaam op.

Warmtetransitie

In 2030 reduceren we het aardgasverbruik met 50% ten opzichte van 2017 en in 2040 gebruiken we geen aardgas meer

Duurzame mobiliteit

In 2030 reduceren we de voertuigbrandstoffen met 20% ten opzichte van 2017 en in 2040 willen we 60% minder voertuig brandstoffen gebruiken.

Transitievisie Warmte In de Transitievisie Warmte geven we op hoofdlijnen een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De landelijke ambitie is dat in 2050 de gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd worden. Dit betekent dat we in 2050 naar 0% aardgas willen. In Schouwen-Duiveland willen we al in 2040 naar 0% aardgas. Voor de verschillende buurten en dorpen in onze gemeente hebben we een transitiepad uitgestippeld waarin staat welke stappen op welke manier gezet kunnen worden naar een toekomst zonder aardgas. Een transitiepad zegt iets over hoe kansrijk een alternatief voor aardgas is voor een buurt, en hoe we dat alternatief in die buurt stap voor stap realiseren. Deze transitiepaden hebben we weergegeven in een transitiekaart. Zie bijlage 2.

9

1.5. Wetgeving Het Warmteprogramma wordt vastgesteld als verplicht programma onder de Omgevingswet. Met een wijkuitvoeringsplan kan een omgevingsplan binnen de Omgevingswet, waarin de algemene regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgesteld, aangepast worden.

1.5.1.

Wet gemeentelijk instrumenten warmtetransitie (Wgiw)

Om gemeenten bevoegdheid te geven om de regierol in de warmtetransitie uit te voeren, is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ontwikkeld. Middels de Wgiw kan de gemeente gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden. Als je met een aanwijsbevoegdheid aan de slag wilt in je gemeente, ben je gebonden aan strikte regels die zijn vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Je mag alleen een aanwijsbevoegdheid toepassen wanneer deze wijk is opgenomen in het warmteprogramma en moet aangetoond worden dat zij inwoners, bedrijven en bestuur hebben betrokken bij deze keuze. Bij een (wijk)uitvoeringsplan moeten we ook nog met het volgende rekening houden: - Inwoners en bedrijven houden de vrijheid om voor een alternatief te kiezen, dit noemt men optout. - Er wordt een redelijke termijn gegeven en een onderbouwing voor de beëindiging voor het leveren van aardgas. - De gemeente heeft rekening gehouden met de haalbaarheid van de oplossing. - De betaalbaarheid wordt beschreven in het uitvoeringsplan. - De gevolgen van de energie-infrastructuur zijn beschreven en welke afspraken er zijn gemaakt met de netbeheerder worden in het uitvoeringsplan vastgelegd.

- Gemeenten onderbouwen in het uitvoeringsplan hoe het zich verzekert van de beschikbaarheid van het alternatief voor aardgas.

1.5.2.

Wet collectieve warmte (Wcw)

Tot slot hebben we nog de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze bevat de regelgeving voor collectieve warmtesystemen. De Wcw stelt dat de gemeente de regie heeft in de warmtetransitie. De Wcw reguleert verder taken en verplichtingen van warmtebedrijven. Deze taken en verplichtingen gaan over de bescherming van consumenten, regels over leveringszekerheid en duurzaamheid en een op kosten gebaseerde tariefregulering.

1.5.3.

Omgevingswet

Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en is een herijking van de reeds vastgestelde Transitievisie Warmte uit 2021. In figuur 2 is dit schematisch weergegeven.

10

Figuur 2. Warmteprogramma en Omgevingswet

1.5.4.

Plan-mer en plan-mer-beoordeling

Bij het maken van een warmteprogramma moeten gemeenten beoordelen of een milieueffectrapportage nodig is. Een milieueffectrapportage (mer) helpt gemeenten om de milieugevolgen van keuzes in de warmtetransitie in beeld te brengen en deze te onderbouwen. Het plan-milieueffectrapport (plan-MER) beschrijft de verwachte milieueffecten van gemaakte keuzes in het warmteprogramma. Denk hierbij aan thema’s als lucht, bodem, geluid, water, landschap, natuur en gezondheid. Plan-MER draagt zo bij aan een zorgvuldige en transparante besluitvorming over het warmteprogramma. En helpt bij het creëren van draagvlak bij inwoners, ondernemingen en maatschappelijke organisaties. De procedure die hierbij hoort noemen we plan-milieueffectrapportage (plan-mer). Bij het opstellen van een warmteprogramma geldt vaak een plan-mer-plicht. Dat geldt vooral bij warmteprogramma’s die kaders stellen voor de ontwikkeling of realisatie van collectieve warmtenetten. Bij het inzetten van all-electric-warmteoplossingen kan sprake zijn van aanzienlijke milieueffecten vanwege bijvoorbeeld geluidhinder. Dan moeten gemeenten hoogstwaarschijnlijk een plan-merbeoordeling uitvoeren om te bepalen of een milieueffectrapportage nodig is.

Stelt het warmteprogramma geen kaders voor warmtenetten en veroorzaken de alternatieve warmtetechnieken naar verwachting geen aanzienlijke milieueffecten? Dan kan het zijn dat er geen plan-mer-plicht of plan-merbeoordelingsplicht geldt. De gemeente moet dit goed gemotiveerd onderbouwen in het warmteprogramma. Voor meer informatie over plan-mer en plan-mer-beoordeling zie bijlage 3. 11

2. Plan van aanpak In dit hoofdstuk beschrijven we in paragraaf 2.1 het opstellen van een warmteplan SchouwenDuiveland en in 2.2. het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen.

2.1. Opstellen warmteplan 2.1.1.

Doel

Het doel van een warmteprogramma is dat een gemeente uiterlijk in 2050 alle gebouwen aardgasvrij maakt, met een plan voor het isoleren en duurzaam verwarmen van wijken en buurten. Gemeenten leggen in dit programma vast welke wijken wanneer van het aardgas afgaan, met welke warmtetechnieken (zoals warmtenetten of warmtepompen) en hoe bewoners worden betrokken en ondersteund. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft als ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn en dat we in 2040 ook geen aardgas meer gebruiken.

2.1.2.

Scope en Afbakening

Het warmteprogramma is een uitwerking van de stappen die genomen moeten worden voor een aardgasvrije gemeente. Het programma is exclusief: - Een concreet stappenplan voor het aardgasvrij maken van specifieke buurten, wijken of gebieden. Hiervoor worden wijkuitvoeringsplannen opgesteld. - Een gedetailleerd onderzoek naar de effecten van alternatieven voor aardgas. - Markverkenning van beschikbare partijen in geval van een ander systeem dan individueel allelectric systeem, zoals een warmtenet of andere collectieve warmtebronnen. - Organisatie en aanbesteding van de feitelijke uitvoering. - Organiseren van collectieve inkoop door gebouw- en woningeigenaren. - Individuele advisering over te nemen maatregelen. - Onderzoek naar andere opgaven in de gemeente. - Het warmteprogramma gaat over gebouw gebonden warmte en niet over proces gebonden energieverbruik.

2.1.3.

Bouwstenen

Het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) heeft een handleiding gemaakt met daarin de informatie waar een warmteprogramma aan moet voldoen. Dit noemt men bouwstenen. De bouwstenen zijn hieronder globaal benoemd. Een uitgebreidere beschrijving is weergegeven in bijlage 4. De bouwstenen zijn als volgt: 1. Inleiding 2. Beschrijving van de huidige situatie 3. Stappen naar aardgasvrije gemeente 4. Afstemming en totstandkoming 5. Uitgangspunten en besliscriteria 6. Wat gaan we doen per wijk of gebied? 7. Hoe gaan we het organiseren?

12

2.1.4.

Processtappen

Om te komen tot het Warmteprogramma voor Schouwen-Duiveland doorlopen we een aantal stappen en acties. De deadline op basis van de huidige wetgeving is dat alle gemeenten voor 31 december 2027 een vastgesteld Warmteprogramma moeten hebben. Hiervoor zijn verschillende stappen te nemen. Waar mogelijk zullen we hiervoor in de Zeeuwse samenwerking acties oppakken. De processtappen en tijdlijn zijn weergegeven in figuur 3. Figuur 3. Tijdlijn opstellen Warmteprogramma

2.1.4.1.

Voorbereiding

In de voorbereiding is het plan van aanpak opgesteld. Samen met de andere Zeeuwse gemeenten namen we deel aan de ondersteuningsstructuur van het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW). Deze ondersteuningsstructuur bestond uit een aantal bijeenkomsten waarin tools beschikbaar zijn gesteld voor het opstellen van een Warmteprogramma waaronder en zijn twee digitale kennissessies georganiseerd voor bestuurders. Samen met de 13 Zeeuwse gemeenten is een werkgroep ingesteld met een projectleider die de gemeenten ondersteunt bij het opstellen van het Warmteprogramma o.a. door het opstellen van een gezamenlijk plan van aanpak, het opstellen van een blauwdruk voor een warmteprogramma en kennisdeling.

2.1.4.2.

Inventarisatie van warmtebronnen

De inventarisatie van de warmtebronnen bestaat uit de volgende deelactiviteiten: • Startanalyse. Door het Plan Bureau van de Leefomgeving (PBL) is de startanalyse die in 2020 is opgesteld geactualiseerd. Met de Startanalyse is op buurt- en gebouwniveau berekend wat de nationale kosten, het energieverbruik en de CO2-emissiereductie zijn bij de verschillende warmtestrategieën. De geactualiseerde startanalyse dient als input voor het op te stellen Warmteprogramma. • Nadere uitwerking van reeds uitgevoerd onderzoek Naar aanleiding van de uitvoering van de Transitievisie warmte zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd naar alternatieven naar aardgas. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd in Malta, Zierikzee en in Brouwershaven. Daarnaast zijn er voor bedrijvenpark Zierikzee Zuid en Renesse energievisies uitgevoerd waarin ook duurzame warmteopties zijn opgenomen. Een overzicht van deze onderzoeken zijn weergegeven in bijlage 5. • Actualisatie van de Regionale Warmte Structuur. Samen met de andere Zeeuwse gemeenten wordt de Regionale Warmte Structuur (RWS) 1.0 geactualiseerd naar een RWS 2.0.

13

• Vervolgonderzoek Ontwikkelingen in alternatieven naar aardgas gaan snel. Diverse mogelijke kansrijke duurzame warmteopties zullen we verder onderzoeken. Onderzoeken die we nu in beeld hebben zijn onderzoek naar Power to Heat in Malta, Zierikzee, Brouwershaven, Renesse en Bruinisse. Verder sluiten we aan bij een regionaal onderzoek naar de kansrijkheid naar geothermie in het grensgebied tussen NoordBrabant, Zuid-Holland en Zeeland in samenwerking met Energie Beheer Nederland (EBN), provincie Zeeland en de gemeente Tholen.

2.1.4.3.

Opstellen warmteprogramma

Nadat de informatie voor de bouwstenen zijn gevuld, worden deze samengevoegd en uitgebreid tot een volledig warmteprogramma. Hierbij maken we gebruik van de ondersteuning structuur NPLG en de samenwerking van de 13 Zeeuwse gemeenten op het gebied van energietransitie en de blauwdruk die in de voorbereiding is opgesteld. Ondersteuning structuur NPLG Om te komen tot het Warmteprogramma heeft Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) een ondersteuningsstructuur ontwikkeld. Alle Zeeuwse gemeenten maken collectief gebruik van deze ondersteuningsstructuur. Hierdoor werken we samen, delen we kennis en realiseren we samen dat er uiteindelijk eind 2026 een warmteprogramma voor alle gemeenten ligt. Door deze manier van werken en de samenwerking tussen de gemeenten hebben we ook de mogelijkheid om gezamenlijk opdrachten die nodig zijn voor het warmteprogramma aan te besteden. Zeeuwse samenwerking op energietransitie Indien mogelijk pakken we activiteiten met de andere Zeeuwse gemeenten op bijvoorbeeld opstellen van een algemene enquête, webinars voor inwoners en bestuurders, opstellen van een format warmteprogramma.

2.1.4.4.

Vaststellen warmteprogramma

Nadat de informatie voor de bouwstenen zijn gevuld, worden deze samengevoegd en uitgebreid tot een volledig warmteprogramma. Het warmteprogramma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (B&W), omdat dit het bevoegd gezag is voor het warmteprogramma onder de Omgevingswet. Als er een MER nodig is, volgt de gemeente de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, waarbij de gemeente zelf de MER uitvoert en het college het uiteindelijke besluit neemt.

2.2. Opstellen (wijk)uitvoeringsplannen 2.2.1.

Doel

Het doel van een (wijk)uitvoeringsplan (WUP) is om concreet uit te werken hoe een wijk aardgasvrij wordt gemaakt, door de technische, organisatorische en financiële stappen te bepalen voor de overgang naar duurzame warmtealternatieven. Dit plan dient als een gedetailleerd plan van aanpak, voortkomend uit de gemeentelijke Transitievisie Warmte of Warmteprogramma, en omvat een planning voor het afschakelen van aardgas, de keuze voor een warmtealternatief (zoals een warmtenet of warmtepomp), en de benodigde investeringen, inclusief het proces van betrokkenheid van bewoners en partners. 14

2.2.2.

Scope en Afbakening

Een (wijk)uitvoeringsplan is een plan dat de concrete stappen beschrijft voor het aardgasvrij maken van een wijk, of een andere duurzame verandering in de gebouwde omgeving. Het is een samenwerkingsproces waarbij de gemeente de regie heeft, maar dit gebeurt altijd met betrokkenen zoals bewoners, ondernemers en organisaties. We spreken over een uitvoeringsplan of wijkuitvoeringsplan. Het plan kan echter ook bedoeld zijn voor een gebied dat geen CBS buurt is. Grenzen van een gebied kunnen net anders lopen dan de officiële grenzen. Het heeft te maken met de samenstelling van de gebouwen, het eigendom van panden, hoe het elektriciteitsnet loopt en eventuele andere koppelkansen. Voor Schouwen-Duiveland gaan we er vooralsnog vanuit dat we de (wijk)uitvoeringsplan per buurt of wijk gaan opstellen. Het (wijk)uitvoeringsplan heeft diverse functies: - Het bieden van inzicht en handelingsperspectief aan inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren in het gebied en aan de uitvoerende partners. Een samenhangend plan met duidelijke verantwoordelijkheden, rollen en taken biedt de basis voor het uitvoeren van de Warmtetransitie. - Het bieden van informatie voor het democratisch proces door besluitvorming binnen het college en later - bij de wijziging van het omgevingsplan - binnen de gemeenteraad. - Op termijn: het onderbouwen van het besluit om de aanwijsbevoegdheid te gebruiken.

Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid is een ingrijpend besluit. Voor deze onderbouwing gelden daarom wettelijke kaders.

2.2.3.

Bouwstenen

Het wijkuitvoeringsplan bestaat uit de volgende hoofdstukken: - Hoofdstuk 1: Inleiding - Hoofdstuk 2: Beschrijving van het gebied - Hoofdstuk 3: Beleid, besluitvorming en participatie - Hoofdstuk 4: Gekozen warmteoplossing - Hoofdstuk 5: Plan van aanpak - Hoofdstuk 6: Handelingsperspectief voor inwoners, ondernemers en gebouweigenaren - Hoofdstuk 7: Juridische borging - Hoofdstuk 8: Monitoring en evaluatie. In bijlage 6 is het template van het wijkuitvoeringsplan weergegeven.

2.2.4.

Processtappen

De doorlooptijd van het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan is ongeveer 1 jaar. We onderscheiden vier fases namelijk: 1. Voorbereiding; 2. Verkenning van de wijk; 3. Opstellen Wijk Uitvoeringsplan (WUP) en 4. Vaststellen WUP. De fases zijn weergegeven in figuur 4.

15

Figuur 4. Fasering opstellen wijkuitvoeringsplan

2.2.4.1.

Voorbereiding

In de voorbereidende fase wordt een projectgroep samengesteld bestaande uit een afgevaardigde van de gemeente, Zeeuwland, Netbeheerder en een afgevaardigde van de dorps-, stad- of wijkraad. Om het proces te begeleiden wordt een externe projectleider aangesteld. De projectleider stelt samen met de projectgroep een projectplan op voor het opstellen van het Wijk UitvoeringsPlan met daarin opgenomen de activiteiten, kosten en verantwoordelijkheden.

2.2.4.2.

Verkenning

Doelstelling van deze fase is om de meest kansrijke aardgasvrije technieken voor de wijk te inventariseren. Activiteiten die onder anderen plaats vinden in de verkennende fase zijn: - Enquete onder inwoners en ondernemers - Wijkgerichte campagne met aanbod aan inwoners en ondernemers voor gratis energieadvies aan huis. - Onderzoek naar collectieve opties (o.a. miniwarmtenet) - Onderzoek naar koppelkansen met andere beleidsvelden. Activiteiten worden gecoördineerd door een projectleider in afstemming met de projectgroep.

2.2.4.3.

Opstellen WUP

De projectleider stelt in samenspraak met de projectgroep een concept Wijk UitvoeringsPlan op. Dit plan wordt afgestemd met de klankbordgroep wijk, inwoners, ondernemers en andere organisaties. Op basis van de input wordt een definitief WijkUitvoeringsPlan opgesteld die ter vaststelling kan worden voorgelegd aan het college en ter informatie naar de gemeenteraad.

2.2.4.4.

Vaststellen WUP

Zowel het college van B&W als de gemeenteraad zijn relevant voor een (wijk)uitvoeringsplan. Welke rol voor hen logisch is, hangt af van de status en inhoud van het uitvoeringsplan: • Bij vaststelling als vrijwillig programma onder de Omgevingswet is het college van B&W bevoegd gezag. • Als er gebruik wordt gemaakt van de aanwijsbevoegdheid dan is de gemeenteraad bevoegd gezag. Met de aanwijsbevoegdheid kunnen gemeenten gebieden aanwijzen die van aardgas op een duurzame warmtebron overstappen. Vooralsnog zal er geen aanwijsbevoegdheid worden ingezet waardoor het college bevoegd is om de wijkuitvoeringsplannen vast te stellen. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd.

16

2.2.5.

Selectie van wijken

Om te komen tot een selectie van prioritaire (verkennings-)wijken waarin bewoners gestimuleerd worden om aardgasvrije woning te krijgen, zijn er een aantal criteria nodig om de keuze te kunnen maken. Om een keuze te maken voor de wijken waar als eerste (tot 2027) een wijkontwikkelingsplan zal worden opgesteld hebben we de volgende criteria gebruikt: • Geschiktheid van het energienetwerk in wijken en buurten • Kansrijke warmteoplossing • (ruimtelijke) ontwikkelingen • Plannen woningbouwcorporatie • Overige koppelkansen (riolering, waterleiding, klimaatadaptatie) • Draagvlak (lopende initiatieven) In bijlage 7 is een overzicht gemaakt van de wijken en de score op de verschillende criteria. Wijken waarvan volgens de netbeheerder het elektriciteitsnetwerk in 2030 geschikt is voor elektrificatie zijn als volgt: - Malta (Zierikzee) - Sirjansland - Ouwerkerk - Kaaskenswater / Noorderpolder - Scharendijke (ook onderzoek naar collectief systeem) Parallel aan het opstellen van het Warmteprogramma zal in de periode tot 31 december 2027een start worden gemaakt met het opstellen van (wijk)uitvoeringsplan in twee tot drie bovengenoemde wijken. Afstemming hierover moet nog plaats vinden met de dorps-, stad- en wijkraden.

17

3. Participatie en communicatie 3.1. Stakeholdersanalyse Een van de stappen om te komen tot het Warmteprogramma en de Wijkuitvoeringsplannen is het opstellen van een goede stakeholders analyse. Door middel van deze analyse hebben we alle partijen goed in beeld gebracht die betrokken moeten worden bij het opstellen van het Warmteprogramma en Wijkuitvoeringsplannen. In de stakeholderanalyse onderscheiden we vier groepen namelijk -

Beslissers: gemeenteraad, college, wethouders, stuurgroep; Beïnvloeders: dorps- stad- en wijkraden, ondernemersverenigingen en overige (maatschappelijke) organisaties, denktank energietransitie. Gebruikers / afnemers: inwoners, ondernemers, woningbouwcorporatie, energiecoöperaties, vastgoedeigenaren, energie coöperaties, etc; Toeleveranciers: provincie, netbeheerder, diverse beleidsvelden gemeentelijke organisatie, etc.

De volledige stakeholders analyse is te zien in figuur 6.

Figuur 6. Stakeholders analyse Warmtetransitie.

18

3.2. Werkorganisatie De gemeente heeft de regierol in de Warmtetransitie. Voor de opstellen van Warmteprogramma en de (wijk)uitvoeringsplannen werken we samen met diverse interne en externe partijen. De organisatie is als volgt: De organisatie is als volgt: • Stuurgroep: Bestaat uit wethouders energie en wonen, bestuurder van woningcorporatie Zeeuwland, ambtelijk opdrachtgever (afdelingshoofd RenM) en de projectleider. Hierin worden structurerende keuzes gemaakt. •

Projectgroep: Bestaat uit de projectleider, vertegenwoordiger van woningcorporatie Zeeuwland en vertegenwoordiger van de netbeheerder. Bij wijkuitvoeringsplannen vertegenwoordiger van doprs-, stad- of wijkraad.

•

Interne klankbordgroep: Vertegenwoordigers van verschillende beleidsvelden o.a. ruimtelijke ordening, wonen, openbare werken, sociaal domein, etc.

•

Gemeente brede klankbordgroep: Vertegenwoordigers van Dorp-, stad en wijkraden, ondernemersverenigingen en overige organisatie zorgen voor input en feedback gedurende het proces van het opstellen van het warmteprogramma. Ook wordt de Denktank Energietransitie actief betrokken bij dit proces om mee te denken.

•

Klankbordgroep wijk: Bij het opstellen van de (wijk)uitvoeringsplannen worden inwoners en ondernemers en wijkorganisaties direct betrokken door middel van de klankbordgroep wijk,

•

Betrokkenheid gemeenteraad: Hoewel de formele vaststelling van het Warmteprogramma en de Wijkuitvoeringsplannen bij het college ligt, is het van belang om de gemeenteraad actief te betrekken. Dit zorgt voor politiek bestuurlijk draagvlak en een soepele doorwerking naar toekomstige besluitvorming, zoals bij wijkuitvoeringsplannen. Wij borgen deze betrokkenheid als volgt: o Plan van aanpak: Het plan van aanpak met daarin het doel, de aanpak en het proces wordt door middel van een raadsinformatiebrief voorgelegd aan de gemeenteraad. o Reguliere updates: Bij belangrijke mijlpalen (zoals de afronding van de bouwstenen of het bepalen van de prioritering) informeren we de raad bijvoorbeeld via een bijeenkomst of een raadsinformatiebrief.

•

Zeeuwse samenwerking en NPLW: Voor het opstellen van het warmteprogramma maken we daarnaast nog gebruik van de ondersteuningsstructuur van het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) en de structurele samenwerking van de Zeeuwse gemeenten op het gebied van energietransitie.

19

3.3. Participatie en communicatie warmteprogramma Het warmteprogramma is vooral een visie document, die straks tot concrete uitvoering komt in de zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen. In tabel 3 is de globale participatie en communicatie aanpak weergegeven. Deze globale aanpak zal bij de start van het project nog verder worden uitgewerkt in een concreet communicatie- en participatieplan. Tabel 3. Participatie en communicatie-aanpak bij opstellen Warmteplan Wanneer Hoe Wie Voorbereiding

Inventarisatie

Waarom

Structureel overleg

Stuurgroep/Projectgroep

Draagvlak voor plan van

Externe bijeenkomst

Gemeente brede klankbordgroep

aanpak

Enquête (zie kader 1, onder 3.5.)

Inwoners en ondernemers

Raadsbrief

Gemeenteraad

Regionale Warmte Structuur

Zeeuwse gemeenten / RES regio

Alternatieven voor aardgas

Onderzoek

Zeeuwland, Stedin, Dorps-, stad- en

die haalbaar zijn en waar

(o.a. power to heat)

wijkraden, Zeeuwind.

draagvlak

Onderzoek geothermie

Provincie Zeeland, Tholen, EBN

potentiële gebruikers

Raadsbrief

Gemeenteraad

Opstellen

Structureel overleg

Stuurgroep/Projectgroep

Intern en extern draagvlak

Warmteplan

Interne bijeenkomst

Interne klankbordgroep

voor warmteplan

Externe bijeenkomst

Gemeente brede klankbordgroep

Webinar

Inwoners en ondernemers

Conceptplan via Denk Mee SD

Inwoners en ondernemers

Webinar bestuurders

Gemeenteraad

Inspraak

Alle stakeholders

Vaststellen

collectieve

opties

warmteplan

voor

Vastgesteld

is

plan

bij

met

draagvlak van stakeholders

3.4. Participatie en communicatie wijkuitvoeringsplannen Voor het opstellen van een (wijk)uitvoeringsplan wordt een externe projectleider aangesteld met expertise op het gebied van participatie. De globale participatie en communicatie-aanpak is beschreven in tabel 4. Dit zal per kern/wijk/buurt verder worden uitgewerkt in een concreet participatie- en communicatieplan. Tabel 4. Participatie en communicatie aanpak voor opstellen Warmteplan Wanneer Hoe Wie

Waarom

Voorbereiding/

Structureel overleg

Projectgroep

Draagvlak voor plan van

initiatiefase

Bijeenkomst

Klankbordgroep wijk

aanpak

Verkenning

Structureel overleg

Projectgroep

Wijkanalyse met input van

Enquête

Inwoners en ondernemers

alle

Interne inloop bijeenkomst

Interne klankbordgroep

koppelkansen met andere

Externe inloop bijeenkomst

Klankbordgroep wijk

beleidsvelden

Opstellen

Structureel overleg

Projectgroep

Draagvlak voor

Warmteplan

Keukentafel gesprekken

Inwoners en ondernemers

wijkuitvoeringsplan

Externe bijeenkomst

Klankbordgroep wijk

Raadsbrief

Gemeenteraad

Inspraak

Alle stakeholders

Vaststellen warmteplan

stakeholders

en

Vastgesteld plan met draagvlak van stakeholders

20

3.5. Enquête warmtetransitie Bij het opstellen van de Energieagenda 2025 – 2030 is een enquête uitgezet voor de vier thema’s: 1. Energiebesparing; 2 Duurzame energieopwekking; 3. Warmtetransitie en 4. Duurzame mobiliteit. De vragen en resultaten voor het thema Warmtetransitie zijn weergegeven in kader 1.

Kader 1: Enquête Energieagenda 2025-2030 In het kader van het opstellen van de Energieagenda 2025 – 2030 is er in mei een enquête uitgezet via Denk Mee Schouwen-Duiveland over de vier thema’s: Energiebesparing, Duurzame energieopwekking, Warmtetransitie en Duurzame mobiliteit. De enquête is door 89 personen ingevuld. De vragen en beantwoording met betrekking tot het thema Warmtetransitie waren als volgt: 1. Wat vindt u van de plannen om in 2040 van het aardgas af te gaan? Ongeveer 1/3 van de respondenten is positief, 1/3 twijfelt en 1/3 gaat liever niet van het aardgas af. 2. Waarom heeft u liever niet of twijfels over om in 2040 van het aardgas af te gaan? Respondenten steunen verduurzaming in principe, maar vinden volledig aardgasvrij in 2040 alleen realistisch als eerst netverzwaring, betaalbare en woningtype-passende alternatieven, opslagoplossingen en duidelijke financiële randvoorwaarden geregeld zij, met ruimte voor stap-voor stap (hybride) trajecten 3. Welke ondersteuning heeft u nodig. Combineer ruimhartige, voorspelbare financiering met onafhankelijk maatwerkadvies, een helder stappenplan, praktische ontzorging en flexibiliteit in regelgeving voor lastige woningtypen—en borg de netcapaciteit. Differentieer per woning (binnenstad/oudbouw/monument) en neem ook recreatiewoningen mee. 4.

Wat kan de gemeente beter doen om inwoners te informeren en te ondersteunen in de overstap naar aardgasvrij wonen:

Communiceer via verschillende lokale kanalen, bied objectieve informatie met concrete stappen en kosten, organiseer onafhankelijk maatwerkadvies en ontzorging, en zorg voor duidelijke, voorspelbare (financiële) steun—per wijk en kern.

3.6. Input woningcorporatie Zeeuwland De woningcorporatie Zeeuwland is een belangrijke stakeholder in het proces van het opstellen van het Warmteprogramma en de (wijk)uitvoeringsplannen en is daarom ook vertegenwoordigd in de stuurgroep en de projectgroep. Zeeuwland geeft aan de urgentie van de warmtetransitie op Schouwen-Duiveland te onderschrijven en graag mee te werken om stappen te zetten richting een aardgasvrije gebouwde omgeving. Tegelijkertijd geven ze aan dat ze de keuzes en de fasering zorgvuldig moeten laten aansluiten op de betaalbaarheid voor huurders, technische haalbaarheid, netcapaciteit en de financiële continuïteit binnen de landelijke kaders. Concreet betekent dit voor Zeeuwland •

•

• •

Tot en met 2039 ligt de nadruk op het isoleren van de bestaande voorraad richting de isolatiestandaard, in combinatie met een geleidelijke opschaling van warmtepompen (o.a. vanuit de afspraken in de Nationale Prestatie Afspraken 2025–2035. Warmtenetten zijn voor Zeeuwland alleen een optie wanneer zij aantoonbaar goedkoper zijn dan de toepassing van warmtepompen, geen financiële of exploitatierisico’s voor Zeeuwland vragen en betaalbaar blijven voor huurders. Grootschalige elektrificatie van wijken is – mede afhankelijk van het oplossen van netcongestie – voor Zeeuwland realistisch in de periode 2035–2050. Zeeuwland blijft een constructieve partner in de (wijk)uitvoeringsplannen leveren waar mogelijk een actieve bijdrage in planvorming, pilots en bewonerscommunicatie, binnen de ruimte die onze routekaart biedt.

Gelet op deze fasering en de landelijke doelstelling voor corporaties is het voor Zeeuwland niet haalbaar om de gemeentelijke ambitie van 2040 volledig te realiseren. Zeeuwland wil wel maximaal meewerken waar dat technisch en financieel verantwoord kan, en blijven gericht toewerken naar 2050.

21

4. Financiële aspecten 4.1. Opstellen warmteplan De financiële middelen die nodig zijn voor het opstellen van het warmteplan per fase zijn weergegeven in tabel 5. Tabel 5 benodigde financiële middelen voor opstellen warmteplan Fase Activiteit 2025 (€) Voorbereiding

2026 (€)

2027 (€)

0

0

0

Actualiseren Regionale Structuur Warmte1

0

0

0

Onderzoek collectieve warmteopties (o.a.

20.000

90.000

90.000

Deelname regionaal onderzoek geothermie

20.000

0

0

Participatie en communicatie

0

10.000

Opstellen warmteplan

0

0

0

Participatie en communicatie

0

0

10.000

Ondersteuningsstructuur NPLW

1

Opstellen plan van aanpak Inventarisatie

Power to Heat)

Opstellen warmteplan

Vaststellen warmteplan

Mer-beoordeling / MER

Totaal 1.

pm 40.000

100.000

100.000

Budget regionale samenwerking

4.2. Opstellen wijkuitvoeringsplan Voor het opstellen van een (wijk)uitvoeringsplan wordt een extern bureau ingehuurd op het gebied van techniek en participatie De verwachting is dat voor het opstellen van twee (wijk)uitvoeringsplan ongeveer 200.000 euro nodig is waarvan € 100.000 voor 2026 en € 100.000 voor 2027. Zie tabel 6. Tabel 6 benodigde financiële middelen voor opstellen 2 (wijk)uitvoeringsplannen) Fase Activiteit 2026 (€) 2027 (€) Voorbereiding

Opstellen plan van aanpak

0

0

Externe projectleider

75.000

75.000

Wijkgerichte campagnes (1)

0

0

Onderzoek collectieve opties

0

0

25.000

25.000

Opstellen (wijk)uitvoeringsplannen

0

0

Vaststellen (wijk)uitvoeringsplan

0

0

100.000

100.000

Verkenning

(2) Participatie en communicatie

Totaal (1) Gedekt vanuit budget Nationaal Isolatie Programma (NIP) wijk aanpak (2) Gedenkt uit budget Warmteprogramma

22

4.3. Dekking Opstellen warmteprogramma Het budget dat nodig is voor het opstellen van het Warmteprogramma is in totaal € 240.000 (€ 40.000 in 2025; € 100.000 in 2026 en € 100.000 in 2027) wordt volledig gedekt door de CDOKE gelden (67231062) De Zeeuwse gemeenten hebben op regionaal niveau een specifieke uitkering ontvangen in het kader van de Warmtetransitie voor eind 2026 besteed moet worden voor regionale activiteiten in het kader van de Warmtetransitie. Deze middelen zijn belegd bij de coördinerende gemeente Terneuzen. Vanuit deze specifieke uitkering hebben de Zeeuwse gemeenten een projectmanager aangesteld, wordt de Regionale Warmtestructuur geactualiseerd en worden regiobrede activiteiten georganiseerd.

Opstellen Wijk UitvoeringsPlan (WUP) Het budget dat nodig is voor het opstellen van één wijkuitvoeringsplan is € 100.000 per wijkuitvoeringsplan bestaande uit inhuur projectleider (€ 75.000) en participatie en communicatie (€ 25.000). Zowel in 2026 als in 2027 zal een (wijk)uitvoeringsplan worden opgesteld. Het budget dat nodig is voor de inhuur van de projectleider wordt gedekt door middel van de CDOKE gelden (67231062). Het budget voor participatie en communicatie wordt gedekt door het budget dat beschikbaar is voor Warmtetransitie (67231050)

4.4. Risicobeheersing Bij het opstellen van het Warmteprogramma en WijkUitvoeringsPlannen voorzien we de volgende risico’s en knelpunten: Onzekerheid van technieken Veel technieken met name alternatieven voor aardgas zijn nog in ontwikkeling. Keuzes kunnen achteraf minder passend blijken wat vertraging kan opleveren en extra kosten. We beperken deze risico’s door: • In te zetten op no-regret maatregelen zoals isolatie en hybride warmtepompen. • Sturen op doelen (energiebesparing of CO2 reductie) in plaats van één vaste techniek. • Pilots en gefaseerd opschalen. • Onzekerheden helder communiceren. Netcongestie (teruglevering én afname) Door netcongestie op teruglevering is er weinig of geen ruimte op het net om duurzaam opgewerkt energie terug te leveren. Hierdoor gaan grote duurzame energieprojecten ‘op slot’. Door netcongestie op afname kunnen nieuwe grootverbruiksaansluitingen niet aangesloten worden en komen op de wachtlijst. Daarnaast is het net op buurtniveau nog niet klaar voor elektrificatie. We beperken deze risico door: • Pieken spreiden: slim laden/verwarmen buiten piekuren. • Eerst besparen: isolatie en hybride warmtepompen. • Lokale buffers: (buurt)batterij, warmtebuffer/WKO. • Vroegtijdig afstemmen met de netbeheerder.

23

Uitvoeringscapaciteit (installateurs, bouw, isolatie) Schaarste aan mensen en materialen zorgen voor langere wachttijden, hogere prijzen, risico op kwaliteit en bewonersoverlast. We beperken deze risico door: • Wijkgerichte planning en collectieve inkoop. • Flexibiliteit bij subsidies (langere oplevertijden) • Scholing/instroom stimuleren (o.a. via RES Zeeland en regionale partners). Veranderende wet- en regelgeving Wijzigingen (bijv. afbouw saldering, nieuwe Warmtewet) beïnvloeden We beperken dit risico door: • Scenario’s (optimistisch/realistisch/pessimistisch) en gevoeligheidsanalyses. • Opties openhouden: technieken/contracten met uitstap- of aanpasclausules. • Starten met no-regret. • Juridische check & monitoring van beleidsupdates. • Transparant communiceren met bewoners en partners

businesscases

24

Bijlage 1. Energievisie Zeeland Tabel 1.1. Hoofdsysteemkeuzes Hoofdsysteem

Hoofdkeuzes

Elektriciteit

•

Inzet op realisatie van robuuste elektriciteitsinfrastructuur. Investeringen in hoogspanningsinfrastructuur zo veel mogelijk concentreren in de Kanaalzone en het Sloegebied. Inzetten op laag- en middenspanning en decentrale oplossingen buiten deze concentratiegebieden.

•

Bij opstellen van provinciaal beleid voor batterijopslag rekening houden met uitgangspunten vanuit het energiesysteem: batterijen plaatsen nabij hoogspanningsstations, grote zonne- en/of windparken, niet onder hoogspanningstracé ’s en niet op de locatie van een toekomstig station.

•

Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve gebruikers. Invoering van energietoets om hierop te sturen.

•

Zorg ervoor dat extra opwek na 2030 in lijn is met de Zeeuwse vuistregels met aandacht voor systeemintegratie.

Warmte

•

Inzetten op interconnectie met Vlaanderen.

•

Inzet op onderlinge uitwisseling en hergebruik van hoogwaardige restwarmte in de industrie en op bedrijventerreinen.

•

Eerst onderzoeken collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele allelectric oplossingen voor wijken in de gebouwde omgeving.

•

Hanteren van uitgangspunten voor warmtenetten: bronnendiversificatie, duurzame warmtebronnen, maatschappelijke kosten/baten verhouding, verbetering draagvlak, buurtaanpak en isolatie.

Waterstof /

•

Ruimte reserveren voor warmteopslag bij toekomstige warmtenetten.

•

Inzet op aftakkingen op Waterstofnetwerk Nederland in Kapelle en waar mogelijk

Groen gas

Reimerswaal, met bijbehorende regionale waterstofnetwerken. •

Decentrale waterstofproductie onder randvoorwaarden, waaronder bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging elektrolysers.

•

Inzet van groen gas op de lange termijn alleen daar waar geen alternatief is.

25

Tabel 1.2. Agenderende keuzes per sector Sector

Hoofdkeuzes

Gebouwde

•

omgeving

Collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele all-electric oplossingen in wijken. Groen gas gebruiken waar echt geen alternatief is (historische kernen, piekvoorziening warmtenetten). Altijd in combinatie met isolatie.

•

Nieuwe ontwikkelingen in ieder geval netbewust, en waar mogelijk netneutraal.

•

Hanteren van uitgangspunten van warmtenetten: bronnendiversificatie, duurzame warmtebronnen, maatschappelijke kosten/baten verhouding, verbetering draagvlak, buurtaanpak en isolatie.

Mobiliteit

•

Concentratie van walstroom en laadinfrastructuur voor zee- en binnenvaart in Kanaalzone Terneuzen en Sloegebied, aanvullende locaties voor de pleziervaart.

•

Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve transportbedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen.

•

Concentratie van walstroom en laadinfrastructuur voor zee- en binnenvaart in Kanaalzone Terneuzen, Sloegebied en Schelde Rijnkanaal, aanvullende locaties voor de pleziervaart.

Industrie en

•

Verschillende energiedragers voor verschillende typen bedrijventerreinen.

bedrijven

•

Individuele aanpak voor verspreid liggende grote energieverbruikers.

terreinen

•

Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve industrieën en bedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen.

•

Warmte zo veel mogelijk hergebruiken op industrieterreinen zelf, overige restwarmte uitkoppelen naar gebouwde omgeving en glastuinbouw.

Landbouw

•

Inzetten op de ontwikkeling van energy hubs.

•

Eerst onderzoeken collectieve oplossingen voorafgaand aan keuze voor individuele allelectric oplossingen voor glastuinbouw. Niet inzetten op groen gas en waterstof voor de glastuinbouw op de lange termijn.

•

Slimme elektrificatie voor overige landbouw om de piekbelasting op het net te minimaliseren.

•

In samenwerking met de verspreid liggende energie-intensieve bedrijven zoeken naar individuele oplossingen.

•

Bewust omgaan met schaarse netcapaciteit door planologische sturing op vestiging van eventuele nieuwe energie-intensieve bedrijven. Invoering van energietoets om hierop te sturen.

26

Bijlage 2. Transitiekaart Schouwen-Duiveland Figuur 2.1. Transitiekaart Schouwen-Duiveland

27

Bijlage 3. Stappen bij plan-mer en plan-merbeoordeling. De plan-mer en de plan-mer-beoordeling verlopen via verschillende stappen. Hieronder vind je per procedure een overzicht van de belangrijkste stappen. De exacte aanpak kan per situatie verschillen, maar dit geeft houvast bij het organiseren van het proces.

Plan-mer-beoordeling De plan-mer-beoordeling bij een warmteprogramma bestaat uit de volgende stappen: 1. beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten; 2. advies van wettelijke adviseurs; 3. vastlegging besluit: geen plan-mer (motiveren waarom niet); of wel plan-mer (start procedure plan-mer).

Plan-mer De plan-mer bij een warmteprogramma bestaat uit 6 stappen: 1. bekendmaken van opstellen warmteprogramma, bijbehorende plan-mer uitvoeren en belanghebbenden betrekken via participatie; 2. vaststellen reikwijdte en detailniveau (zie ook het NRD-format op deze pagina) van de planMER; 3. opstellen van de plan-MER; 4. vertaling resultaten van plan-MER in ontwerp-warmteprogramma; 5. tervisielegging van plan-MER bij ontwerp warmteprogramma; 6. vaststellen warmteprogramma. Een plan-mer is veel uitvoeriger dan een plan-mer-beoordeling.

28

Bijlage 4. Bouwstenen warmteprogramma 1. Inleiding Korte uitleg van het waarom en het doel van het Warmteprogramma, inclusief wettelijke context en relatie tot de Transitievisie Warmte. a. Ambities (landelijk, regionaal en lokaal) Koppeling met doelen uit het Klimaatakkoord, RES 2.0, provinciale visie en gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. b. Met wie is het opgesteld Overzicht van interne afdelingen, regiogemeenten, netbeheerder, woningcorporaties, inwoners, bedrijven en andere stakeholders die bijdragen. c. Leeswijzer Toelichting op de opbouw van het document, zodat de lezer de structuur en samenhang begrijpt.

2. Beschrijving van de huidige situatie Analyse van de bestaande gebouwvoorraad, infrastructuur en warmtegebruik in de gemeente. a. Wat is de opgave voor de gemeente Schouwen-Duiveland Wat moet er gebeuren om aardgasvrij te worden? Welke type gebouwen, wijken, bedrijventerreinen en doelgroepen zijn er? b. Wat is er gedaan sinds de TVW (2021) Wat is er gerealiseerd of veranderd sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte? Inclusief lopende trajecten. c. Evaluatie en risico/knelpunten Wat zijn aandachtspunten voor deze herijking? Denk aan netcapaciteit, betaalbaarheid, participatie of technische haalbaarheid.

3. Stappen naar aardgasvrije gemeente Uiteenzetting van de te volgen route richting 2050. a. Maatregelen in gebouwen Welke aanpassingen zijn nodig voor gebouwen om geschikt te zijn voor alternatieve warmte (isolatie, lage temperatuur, etc.)? b. Duurzame warmteoplossing Toelichting op de soorten systemen die mogelijk zijn: warmtenet, all-electric, hybride, etc. c. Duurzame bronnen Welke warmtebronnen zijn beschikbaar binnen of nabij de gemeente? Hoe duurzaam en haalbaar zijn deze? d. Wat kan wel en niet in de gemeente ……… Welke oplossingsrichtingen zijn kansrijk, en welke niet (en waarom)? Denk aan beperkingen in ruimtelijke ordening, netcapaciteit of kosten.

29

4. Afstemming en totstandkoming Procesmatige beschrijving van hoe het Warmteprogramma is opgesteld. a. Samenwerkingspartners Wie zijn betrokken en hoe is de samenwerking georganiseerd? Denk aan netbeheerder, corporatie, regio en marktpartijen. b. Communicatie en participatie Hoe zijn inwoners en andere belanghebbenden betrokken? Denk aan enquête, webinar, bewonersavonden, bijeenkomsten per doelgroep.

5. Uitgangspunten en besliscriteria Kaders en afwegingscriteria die richting geven aan het maken van keuzes. a. Welke buurten/wijken zijn als eerste aan de beurt of wat wordt de aanpak Welke gebieden komen als eerste in beeld, en waarom? Denk aan kansen, logische volgorde of koppelkansen met andere opgaven. b. Waarom dit wel en het andere niet Toelichting op gemaakte keuzes en waarom bepaalde wijken, technieken of doelgroepen (nog) niet worden meegenomen.

6. Wat gaan we doen per wijk of gebied Vooruitblik op het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen. a. Criteria voor het bepalen van de warmteopties Op basis waarvan kies je een oplossing per wijk: technisch, financieel, sociaal? b. Warmtetransitiekaart en fasering Visuele weergave van volgorde en timing van de wijken richting 2050. c. Startwijken, gebieden of clusters Welke gebieden starten als eerste en wat is de aanpak daar? d. De stappen voor de komende 10 jaar Welke acties zijn nodig in de periode tot 2035 om de doelen te halen?

7. Hoe gaan we het organiseren Inrichting van de uitvoering, samenwerking en besluitvorming. a. Besluitvorming Hoe loopt het formele traject? Wat is de rol van college en raad? Hoe vindt bestuurlijke verankering plaats? b. Organisatie met stakeholders (intern en extern) Wie doet wat? Verdeling van taken tussen afdelingen, projectgroepen, partners en externe partijen. c. Organisatie bij aanpakken in de wijk (procesvoorstel uitvoeringsplannen) Voorstel voor hoe je wijkgericht werkt: met participatie, stapsgewijs plan per gebied en koppeling aan uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16446658/1