2025.471 Bijlage 1 001652 TAM ON01 Verseputseweg 34-36 Kerkwerve (1644348)
Tekst van het document
Werktuigen
Bouwjaar stageklasse
Grondverzet weg, infra
graafmachine divers klein materieel trilplaat etc.
Overig
Vermogen kW (V)
Draaiuren (T)
2011-2013 IIIB
90
16
4 takt benzine
20
10
Verbruik ltr p/u (Ad Blue (B) ltr/jaar 0%)
10tr
160
2ltr
20
Totaal
180ltr/j
Werkverkeer 2023 Dit zijn de ingevoerde verkeersbewegingen ten behoeve van: • af- en aanvoer materieel, materiaal en zand opbrengen • het personen werkverkeer gemiddeld 2 werkbussen per dag De periode van deze vervoersbewegingen is ca. 1 maand. Ze zijn als lijnbron ingetekend tot waar ze opgaan in het heersende verkeersbeeld, oftewel waar de voertuigen niet meer te onderscheiden zijn van het overige verkeer*. Samenvatting ingevoerde vervoersbewegingen per categorie* Lichte motorvoertuigen 80 ritten per jaar Middelzware voertuigen 6 ritten per jaar Zware voertuigen 12 ritten per jaar
Pagina 3 van 5
Gebruikersfase Het project betreft de aanleg van een minicamping. Tijdens de gebruikersfase is het gasverbruik vanuit de verwarmingstechniek, tapwater en koken per standplaats met daarbij de campinggebouwvoorzieningen relevant voor de berekening. Voor dit project wordt in aansluiting op het bestemmingsplan (worstcase) berekend met een referentiegasverbruik van 15 woningen (appartementen) continue (NOx) emissie het gehele jaar. De ingevoerde waarde is de emissie van: • Nieuwbouwwoning appartement (* gebruikersemissiewaarde TNO) met een emissie van NOx 1,11 kg/jaar per woning. Totaal 15 woningen 16,65 NOx kg/jaar. Aantrekkende verkeer Het zijn deze aantrekkende vervoersbewegingen welke emissie veroorzaken afkomstig van gasten, personeel en materieel uitgaande van (worstcase) 100% bezetting: • Gasten en bezoekers (*Agenda Toerisme kengetal kampeerplekken) 2,8 ritten per etmaal per kampeerplek, 18 plekken zijn in totaal 50 ritten per etmaal. • Personeel: 2 ritten per etmaal lichtverkeer en aanlevering materiaal afvalverwerking en overig 1 rit middelzwaar verkeer per etmaal. Bovenstaande aantal vervoersbewegingen zijn in onderstaande tabel weergegeven Deze vervoersbewegingen zijn ingetekend als lijnbron tot waar ze opgaan in het heersende verkeersbeeld, oftewel waar de voertuigen niet meer te onderscheiden zijn van het overige verkeer*.
De logistieke routing verloopt via Verseputseweg en is als een lijnbron ingetekend (zie bijlage Aerius). Samenvatting vervoersbewegingen per categorie* Lichte motorvoertuigen: 52 ritten per etmaal Middelzware voertuigen: 1 ritten per etmaal. Zware voertuigen: nvt.
Pagina 4 van 5
5. Resultaat
De AERIUS-berekening met kenmerk: RzQgWeFHPQ1h voor de aanleg- en gebruikersfase toont aan dat er geen toename is in stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000 gebieden. De berekening is als een losse bijlage toegevoegd bij deze notitie
6. Conclusie Met inachtneming van de uitgangspunten zoals hierboven beschreven is er geen toename van stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/jaar) op daarvoor gevoelige habitattypen of leefgebieden in Natura 2000 gebieden. Zodoende is geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden. Stikstofdepositie als het gevolg van het projectplan vormt geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van stikstof is het plan daarom uitvoerbaar.
7. Geraadpleegde bronnen * TNO 2021 R12305 brandstofverbruik * Verkeersgeneratie gemeentelijke kengetallen (behorende bij de Agenda Toerisme) * Woning gebruikers emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018 * Heersende verkeersbeeld beschrijving provincie. * Infomil, vervoersbewegingen en typering
Categorie
Alledaagse omschrijving
lichte motorvoertuigen
- alle personenauto's - de meeste bestelauto's - vrachtwagens met 4 wielen - alle autobussen* - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen - vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
middelzware motorvoertuigen zware motorvoertuigen
* Voor bussen op binnenstedelijke wegen heeft de Monitoringstool een aparte categorie. Dit komt doordat overheden via de aanbesteding invloed uit kunnen oefenen op de emissies per voertuig. Deze emissies zijn daardoor vaak anders dan die van 'middelzwaar verkeer'.
Pagina 5 van 5
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Minicamping Casita Verseputseweg 34 , - Kerkwerve aanleg en exploitatie minicamping -
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RzQgWeFHPQ1h 16 juni 2023, 18:02 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
2023 -
0,2 kg/j
21,1 kg/j
2/7
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 4
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1 Wonen en Werken | Recreatie | Bron 4 Verkeersnetwerk
RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,4 g/j 0,2 kg/j
2,6 kg/j 16,7 kg/j 1,9 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1 " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Situatie 1 , Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Bron 1 X:51362,01 Y:411679,5 0,40 ha
Graafmachine
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, 160 l/j SCR: nee
Divers overig trilplaat
alle werktuigen op benzine, 4takt
Naam
2
Stageklasse
Bron 2 werkverkeer X:51471,95 Y:411490,19 609,45 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
16 u/j
20 l/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
-
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Bron 4 Uittreedhoogte Locatie X:51371,6 Warmteinhoud Y:411664,94 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
1,0 m 0,000 MW
NOₓ
2,5 kg/j NH₃ 1,2 g/j NOₓ 80,0 g/j NH₃ 0,0 kg/j
-
Voertuigbewegingen
80,0 p/jaar 6,0 p/jaar 12,0 p/jaar 0,0 p/jaar
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Stof Emissie
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Bron 3 gebruikersfase X:51438,27 Y:411588,18 427,04 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
2,6 kg/j 1,4 g/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
4
Brandstofverbruik
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
3
NOₓ NH₃
-
-
Voertuigbewegingen
39,9 g/j 10,5 g/j 2,0 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
1,9 kg/j 0,4 kg/j 0,2 kg/j
In file
52,0 p/etmaal 1,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ
16,7 kg/j
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230606_5e1adbf5a8 Database versie 2022.1_5e1adbf5a8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RzQgWeFHPQ1h (16 juni 2023)
7/7
46
Regels Dit TAM-omgevingsplan heeft tot doel de bestaande situatie planologisch vast te leggen. Het betreft enerzijds het permanent mogelijk maken van een bestaande minicamping en het wijzigen van de functie van een bedrijfswoning naar een reguliere woning aan de Verseputseweg 34 te Kerkwerve. Anderzijds voorziet het plan in het laten vervallen van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ op het perceel Verseputseweg 36 te Kerkwerve. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22f) van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22f van het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f.' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22f.' gelezen worden.
47
Hoofdstuk 1 slotregels
48
Overgangs- en
Hoofdstuk 2 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die, ten tijden van terinzagelegging van dit TAM-omgevingsplan, zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.
49
Artikel 2
Aanvullende begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 2.1 TAM-omgevingsplan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verseputseweg 34-36 Kerkwerve met identificatienummer NL.IMRO.1676.00409TAMopKW-ON01 van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.2 omgevingsplan het omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.4 afgewerkt terrein de gemiddelde hoogte van de grond die bouwwerken omringt; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de grond die bouwwerken omringt. 2.5 agrargisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en /of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sier-, fruit- en bollenteelt; 2. bollenteelt: de teelt van bloembollen al dan niet in samenhang met de teelt van bolbloemen; 3. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; 4. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op 5. open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is; 6.
paardenfokkerij: het fokken van paarden en het houden van paarden ten behoeve van de vleesen /of melkproductie; 7. sierteelt: de teelt van siergewassen op open grond al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten; b. niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: 1. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; 2. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen, paddenstoelen daaronder begrepen, in gebouwen; 3. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; c. aquacultuur: de teelt van (zout)watergebonden organismen waaronder begrepen zagers, schelpdieren en vissen; d. overige teelten van gewassen of dieren al dan niet in gebouwen. 2.6 agrarische deskundige agrarische adviescommissie van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten dan wel een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van land- en tuinbouw.
50
2.7 agrarisch hulp- en nevenbedrijf een agrarisch bedrijf dat mede is gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van andere agrarische bedrijven. 2.8 agrarisch loonbedrijf een bedrijf dat uitsluitend of grotendeels is gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van agrarische bedrijven. 2.9 archeologische deskundige de provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau. 2.10 archeologische waarde de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 2.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2.12 bed&breakfast een nevenactiviteit voor kortdurend toeristisch verblijf bij de hoofdbewoner(s) van een woning waar logies, al dan niet met ontbijt, wordt aangeboden. 2.13 bedrijfs- of dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
2.14 beroep of bedrijf aan huis het gebruik van een gedeelte van een woning en/of een bijbehorend bouwwerk voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit door de bewoner, gericht op het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk of het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied. 2.15 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.16 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 2.17 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
51
2.18 brutovloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 2.19 centrale bedrijfsmatige exploitatie Het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van een kampeerterrein en kampeermiddelen, gericht op het bieden van – permanent wisselend – recreatief nachtverblijf. 2.20 gevellijn denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelgrenzen, dan wel de aangeduide lijn. 2.21 kampeermiddel tenten, tentwagens, tenthuisjes, caravans, campers of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 2.22 kampeerterrein een terrein bestemd voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen of gebouwen voor recreatief nachtverblijf, waaronder dienstgebouwen en andere voorzieningen om te kamperen. 2.23 kitchenette een kleinschalige kookgelegenheid die niet bestemd is voor het bereiden van complete maaltijden, bestaande uit een aanrecht ten behoeve van een koffiezetapparaat, waterkoker, een kookplaat met één pit, een (combi)magnetron/oven en een koelkast.
2.24 NED nieuwe economische drager, een niet-agrarische nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, of een vervolgfunctie bij een voormalig agrarisch bedrijf. 2.25 niet-permanente standplaats standplaats voor het plaatsen van 1 of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een gebouw voor recreatief nachtverblijf, gedurende het zomer en/of winterseizoen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, nader te onderscheiden in: 1 kampeermiddel met maximaal 2 bijzettentjes van maximaal 8 vierkante meter per stuk, of maximaal 3 tentjes van maximaal 8 vierkante meter per stuk. 2.26 ondergeschikte detailhandelsactiviteiten detailhandel ondergeschikt én ondersteunend aan de hoofdactiviteit, waarbij: de openingstijden van de detailhandelsactiviteiten gekoppeld zijn aan die van de hoofdactiviteit, en het detailhandelsgeldeelte uitsluitend bereikbaar is via de entree van de hoofdactiviteit. 2.27 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak.
52
2.28 permanente standplaats standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of gebouw voor recreatief nachtverblijf en 2 bijzettentjes van maximaal 8 vierkante meter per stuk, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn voor recreatief nachtverblijf. 2.29 privé-sanitair een sanitaire unit, bijvoorbeeld met een douche, toilet en wastafel, alleen voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de unit gedurende het hele jaar op of bij een standplaats staat. 2.30 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 2.31 standplaats het gedeelte van een kampeerterrein voor recreatief nachtverblijf in 1 of meerdere kampeermiddelen of een gebouw voor recreatief nachtverblijf, waarbij de standplaatsen nader zijn te onderscheiden in: permanente en niet-permanente standplaatsen.
2.32 verblijfsrecreatie recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, logeergebouw, pension, kampeermiddel of gebouw voor recreatief nachtverblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 2.33 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw (voorgevel) tot aan de perceelsgrenzen. 2.34 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw. 2.35 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie of waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, (riool)gemalen en inlaten. 2.36 weg voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten. 2.37 winterseizoen de jaarlijkse periode van 16 november tot 1 maart
53
2.38 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 2.39 zijdelingse perceelsgrens de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt. 2.40 zomerseizoen de jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november.
54
Artikel 3
Toepassingsbereik
1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Verseputseweg 34 en 36 te Kerkwerve, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1676.00409TAMopKW-ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.
55
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: 4.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 4.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4.3 de bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 4.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 4.5 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 4.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
4.7 de oppervlakte van een bouwwerk gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 centimeter, boven het afgewerkte maaiveld en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur. 4.8 de vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580. 4.9 de brutovloeroppervlakte de brutovloeroppervlakte volgens NEN 2580. 4.10 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
56
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Normadressaat
Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit hoofdstuk anders is bepaald.
57
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.
58
Artikel 7
Parkeren
Omgevingsvergunningen als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan worden alleen verleend als: a. bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid is/wordt voorzien en in stand wordt gehouden, overeenkomstig het 'Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste lid: 1. indien op een andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien, in het geval dat de noodzakelijke parkeergelegenheid in onvoldoende mate op eigen terrein kan worden gerealiseerd; 2. door af te wijken van de toe te passen parkeernorm indien voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden in het "Parkeerbeleid 2017-2020' of het daarvoor in de plaats tredende parkeerbeleid.
59
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Gebruiksactiviteiten
Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
60
Artikel 9
Agrarisch
9.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch. 9.2 Agrarische activiteiten - toegestaan Ter plaatse van Agrarisch zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. per bouwperceel ten hoogste één bedrijfswoning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen; c. ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen; d. met daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals groen, natuurvriendelijke oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 9.3 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan Het beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van de woning wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; c. naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; d. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. e.
detailhandel, anders dan een plattelandswinkel met een oppervlakte van ten hoogste 150 m² of het verkopen van boerderij- of streekproducten met een oppervlak van ten hoogste 150 m² per bouwvlak is niet toegestaan. f. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; g. niet toegestaan is: 1. horeca; 2. een seksinrichting; 3. buitenopslag van goederen; 4. verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel. 9.4 Bed & breakfast - toegestaan Het aanbieden van bed & breakfast in een woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende aanvullende voorwaarden: a. bed & breakfast vindt uitsluitend plaats in de woning en/of in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; b. de woning wordt permanent bewoond door de hoofdbewoner(s) die tevens ook de bed & breakfast exploiteert; c. er zijn maximaal 5 slaapplaatsen voor maximaal 5 overnachtigende gasten; d. een bed & breakfast beslaat minder dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning waarbij er in de woning een compleet woonprogramma resteert voor de permanente hoofdbewoner; e. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. f. er is geen volwaardige kookgelegenheid toegestaan. Een kitchenette is wel toegestaan.
61
Artikel 10
Recreatie - Verblijfsrecreatie
10.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Recreatie-Verblijfsrecreatie. 10.2 Verblijfsrecreatie - toegestaan Ter plaatse van Recreatie-Verblijfsrecreatie zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. een kleinschalig kampeerterrein (mini-camping) ten plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping'. b. met daaraan ondergeschikte voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 10.3 Mini-campings - toegestaan Het gebruik van de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' is uitsluitend toegestaan voor een kleinschalig kampeerterrein als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. a. b. c. d. e.
er zijn maximaal 15 niet-permanente standplaatsen toegestaan. er zijn maximaal 3 permanente standplaatsen toegestaan. het plaatsen van stacaravans is niet toegestaan op niet-permanente standplaatsen. het stallen van kampeermiddelen is uitsluitend toegestaan gedurende het zomerseizoen. permanente bewoning van kampeermiddelen is niet toegestaan. het aanbieden van kampeerfaciliteiten is uitsluitend toegestaan indien dit geschiedt in het kader van een centrale bedrijfsmatige exploitatie van verblijfsrecreatie. f. exploitatie van de minicamping is uitsluitend toegestaan indien deze plaatsvindt door de eigenaar en bewoner van het aangrenzende perceel, kadastraal bekend als H-802, gelegen aan de Verseputseweg 34 te Kerkwerve. g. het plaatsen van lichtmasten en het voeren van lichtreclame is niet toegestaan. h. de gronden worden landschappelijk ingepast, waarbij de aanleg, het beheer en de instandhouding plaatsvinden conform bijlage 1.
62
Artikel 11
Wonen
11.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Wonen. 11.2 Woonactiviteiten - toegestaan Ter plaatse van Wonen zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het wonen in een woning waarbij het aantal woningen niet meer bedraagt dan één; b. met daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals groen, water, parkeervoorzieningen, tuinen en erven. 11.3 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan Het beroepsmatig of bedrijfsmatig gebruik van een woning en bijbehorende bouwwerken is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 25% van het vloeroppervlak van het hoofgebouw, inclusief aan- en uitbouwen en in een omvang van ten hoogste 50 m². b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning. c. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. d. niet toegestaan is: 1. een seksinrichting; 2. buitenopslag van goederen; 3. het plaatsen van lichtmasten en het voeren van lichtreclame is niet toegestaan. 11.4 Bed & breakfast - toegestaan Het aanbieden van bed & breakfast in een woning is toegestaan als voldaan wordt aan de volgende aanvullende voorwaarden: a. bed & breakfast vindt uitsluitend plaats in de woning en/of in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; b.
de woning wordt permanent bewoond door de hoofdbewoner(s) die tevens ook de bed & breakfast exploiteert; c. er zijn maximaal 5 slaapplaatsen voor maximaal 5 overnachtigende gasten; d. een bed & breakfast beslaat minder dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning waarbij er in de woning een compleet woonprogramma resteert voor de permanente hoofdbewoner; e. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, conform Artikel 7. f. er is geen volwaardige kookgelegenheid toegestaan. Een kitchenette is wel toegestaan.
63
Hoofdstuk 5 Artikel 12
Bouw activiteiten
Algemene bouwregels
a. Bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht voor zover deze passen binnen de functies dan wel activiteiten zoals toegelaten in dit TAM-omgevingsplan. b. Bij het bouwen van bouwwerken als genoemd in de artikelen 14, 15 en 16 moet voldaan worden aan de regels zoals genoemd in Artikel 18.
64
Artikel 13
Bouwen van een hoofdgebouw - vergunningplicht
13.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van hoofdgebouwen op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bouwen van een hoofdgebouw - vergunningplicht'. 13.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als: a. het hoofdgebouw wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een hoofdgebouw vergunningplicht'; b. de goothoogte van een woning maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt; c. het aantal woningen niet meer bedraagt dan één; d. de afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 meter bedraagt. 13.3 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.
65
Artikel 14
Bouwen van een gebouw - vergunningplicht
14.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van gebouwen op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bouwen van een gebouw - vergunningplicht'. 14.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als: a. het gebouw wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een gebouw vergunningplicht'; b. het aantal bedrijfswoningen niet meer bedraagt dan één; c. de inhoud van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 750 m³; d. de goothoogte van een bedrijfswoning maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt; e. de goothoogte van (agrarische) bedrijfsgebouwen en overkappingen maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 12 meter bedraagt; f. de afstand van een bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2,5 meter bedraagt. 14.3 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
66
een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.
Artikel 15 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk en overkapping vergunningplicht 15.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen en verbouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk en overkapping - vergunningplicht'. 15.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als: a. een bijbehorend bouwwerk of overkapping wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een bijbehorend bouwwerk en overkapping - vergunningplicht'; b. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 60 m² per (bedrijfs)woning bedraagt, tenzij met de aanduiding 'maximum oppervlakte' anders is aangegeven; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning maximaal 4 meter en de bouwhoogte maximaal 8 meter bedraagt, tenzij met de aanduiding 'maximum goot- bouwhoogte' anders is aangegeven; d. een bijbehorend bouwwerk of overkapping minimaal 3 meter achter de voorgevellijn van de woning wordt gebouwd; e. de afstand van een bijbehorend bouwwerk of overkapping tot de perceelsgrens minimaal 1 meter bedraagt. 15.3 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.
67
Artikel 16
Bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht
16.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen van een ander bouwwerk/bouwwerken, geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht'. 16.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als: a. het ander bouwwerk wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwen van een ander bouwwerk - vergunningplicht; b. de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevellijn maximaal 1 meter bedraagt; c. de hoogte van erfafscheidingen niet voor de voorgevellijn maximaal 2 meter bedraagt; d. de hoogte van licht- en vlaggenmasten en overige masten maximaal 8 meter bedraagt; e. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 2 meter bedraagt. 16.3 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
68
een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.
Artikel 17
Bouwen van een specifiek bouwwerk - vergunningplicht
17.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van de onderstaande specifieke bouwwerken ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping': a. sanitaire voorziening; b. recreatieruimte. 17.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als: a. de bouwhoogte van het sanitairgebouw en/of recreatieruimte ten hoogste 3,5 meter bedraagt; b. het totale oppervlak van een sanitairgebouw en recreatieruimte ten hoogste 100 m² bedraagt; c. voor privé-sanitair geldt: 1. per standplaats is één gebouw toegestaan; 2. de oppervlakte van een gebouw bedraagt ten hoogste 6 m² per standplaats. 3. een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter. 17.3 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorschriften verbinden aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten.
69
Artikel 18
Bouwen in archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht
18.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken ter plaatse van de aanduiding: a. a.
'Waarde - Archeologie 2500'. 'Waarde - Archeologie 5000'.
18.2 Beoordelingsregels In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 16 geldt dat er uitsluitend mag worden gebouwd als er sprake is van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een bouwwerk met een oppervlakte van: 1. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 2500': ten hoogste 2.500 m²; 2. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5000': ten hoogste 5.000 m² en c. een bouwwerk, dat niet dieper wordt gebouwd dan 50 cm. 18.3 Specifieke beoordelingsregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2 ten behoeve van het bouwen groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,50 meter, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. b.
het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van de archeologisch deskundige, waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport, met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie, niet nodig is. 18.4 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologisch deskundige.
70
Hoofdstuk 6 Artikel 19
Aanlegactiviteiten
Werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied
19.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op werken en werkzaamheden in de bodem ter plaatse van de aanduidingen: a. b.
'Waarde - Archeologie 2500'; 'Waarde - Archeologie 5000'.
19.2 Werken en werkzaamheden - toegestaan Het is toegestaan om werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren die: a. een maximale oppervlakte beslaan van: 1. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 2500': ten hoogste 2.500 m²; 2. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5000': ten hoogste 5.000 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; 19.3 Werken en werkzaamheden - vergunningplicht Het is, indien niet voldaan wordt aan artikel 19.2, verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in deze gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor zover deze plaatsvinden op een grotere diepte dan 0,50 meter: a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met maximaal 0,50 meter; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; f. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het omzetten van grasland in bouwland; i. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 19.4 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. 19.5 Beoordelingsregels a. De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van
71
werkzaamheden wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 19.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; b. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. alvorens de gevraagde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te verlenen, vraagt het bevoegd gezag aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in lid 19.5 onder a en b. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 19.6 Vergunningvoorschriften Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning, gericht op het behoud van archeologische resten in de bodem (technische maatregelen), het doen van opgravingen danwel het begeleiden van de werken of werkzaamheden door een archeologisch deskundige.
72
Hoofdstuk 7 slotregels Artikel 20
Overgangs- en
Overgangsrecht
20.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. lid 20.1, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 20.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 20.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c.
indien het gebruik, bedoeld in lid 20.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. lid 20.2, onder a, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
73
Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 F (0111) 452 452 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl