CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.470 Bijlage 5 Motivering omgevingsplanwijziging Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg Sirjansland (1518180)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken19.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.10 Licht en duisternis De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de richtlijn lichthinder aangehouden. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via het gemeentelijke beleidsplan openbare verlichting streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In het beleidsplan zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: Niet verlichten; -

Dynamisch verlichten (alleen wanneer licht nodig is);

-

Gericht verlichten (alleen waar licht nodig is); Bewust verlichten (niet overbodig veel licht verspreiden).

Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich aangrenzend aan de bebouwde kom van Schuddebeurs. Ter plaatse is een glastuinbouwbedrijf actief. In de omgeving is reeds enige verlichting aanwezig in de vorm van openbare straatlantaarns ter hoogte van de bebouwde kom, terreinverlichting en uitstraling vanuit binnenverlichting. Er wordt binnen de bedrijfsvoering geen gebruik gemaakt van verlichte teelt. Vanuit de bedrijfswoning en de bestaande bedrijfsbebouwing is geen sprake van een intensiteit of type verlichting met een sterke negatieve invloed op de omgeving. Vanuit de wooneenheden zal in beperkte mate sprake zijn van lichtuitstraling gedurende een beperkt deel van de dag. Op het perceel ter hoogte van het pad naar de wooneenheden wordt terreinverlichting geplaatst. Terreinverlichting wordt zo veel mogelijk naar beneden afgesteld en alleen ingezet wanneer dit nodig is. De wooneenheden worden ieder voorzien van een wandarmatuur. Deze verlichting wordt zo afgesteld dat de uitstraling naar beneden is gericht. De lichtuitstraling in de richting van het landelijk gebied

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

48

en in de richting van omliggende woningen wordt zo veel mogelijk beperkt en zal niet onevenredig toenemen ten opzichte van de uitgangssituatie. Conclusie In de beoogde situatie wordt doelmatig gebruik gemaakt van (terrein)verlichting, passend bij een bedrijfsfunctie. Er is sprake van een acceptabele verlichtingssituatie. In bijlage 11 is een lichtplan opgenomen.

4.11 MER -beoordeling Activiteiten kunnen belangrijke nadelige effecten veroorzaken voor het milieu. Met behulp van een Milieueffectrapportage kan het bevoegd gezag het milieubelang volwaardig mee laten wegen in de besluitvorming. Artikel 16.43 vijfde lid van de Omgevingswet bepaalt dat degene die voornemens is om het project uit te voeren ook een milieueffectrapport opstelt. De omgevingswet en het Omgevingsbesluit bepalen op basis van drempelwaarden per activiteit wanneer het opstellen van een mer verplicht is. Gebleken is dat het onmogelijk is om drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Voor een activiteit die voldoet aan kolom 3 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit kan ook een projectmer-beoordeling worden uitgevoerd in de vergunningprocedure. Op basis hiervan beoordeelt het bevoegd gezag of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Besluitgebied De beoogde wijziging van het omgevingsplan, maakt in afwijking van de geldende planologische regeling, het hergebruik van een bedrijfswoning als reguliere woonfunctie mogelijk.

De nieuwe regeling verwijdert een deel van de rechten voor het oprichten van glasopstanden op de locatie aan de Dillingsweg 20-24 en maakt de beperkte uitbreiding van glasopstanden mogelijk aan de Kloosterweg 8. Het beoogde hergebruik van de bedrijfswoning vindt volledig plaats op basis van bestaande bebouwing. De functiewijziging naar wonen en de uitbreiding aan de Kloosterweg past binnen de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegheid voor de uitbreiding van glasopstanden uit het omgevingsplan. In het geval van stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit J11: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Er is met de ontwikkeling geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Omgevingsbesluit. Alle relevante omgevingsaspecten ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in hoofdstuk 4. Uit deze beoordeling blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een activiteit met een beperkte impact op de omgeving en die in beperkte mate afwijkt van de regels van het omgevingsplan. Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

49

5.

OPZET OMGEVINGSPLAN

5.1

Procedure

De beoogde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een wijziging van het omgevingsplan. Onderliggende omgevingsplanwijziging heeft de opzet van het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en de voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl, zoals deze op basis van Wet ruimtelijke ordening vóór 1 januari 2024 werd toegepast. Op basis van overgangsrecht onder de Omgevingswet kan via een tijdelijke alternatieve maatregel ( TAM’) aangesloten worden bij deze IMRO-codering. De tijdelijke regeling is van kracht totdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (‘DSO’) volledig operationeel is. Voor het wijzigen van het omgevingsplan is op basis van artikel 16.30 lid 1 de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals opgenomen in afdeling 3.4 Awb van toepassing.

5.2

Toedeling van functies

In de beoogde situatie worden de volgende functies toegekend. Gebruiksactiviteit ’Wonen’ Als gevolg van onderhavige planologische procedure wijzigt de huidige agrarische functie ter hoogte van de Dillingsweg 24 in Sirjansland in een woonfunctie om het hergebruik van de agrarische bedrijfswoning voor reguliere bewoning van een vrijstaande woning mogelijk te maken. Een deel van het agrarische bouwvlak vervalt. Tevens worden voor de lange termijn de planologische rechten voor het oprichten van glasopstanden binnen het resterende agrarische bouwvlak van de gronden bij de Dillingsweg 20 en 24 evenredig verminderd. Gebruiksactiviteit ‘Agrarisch’ De bedrijfslocatie aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe heeft een agrarische bestemming. Ter hoogte van het bouwvlak is de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- glastuinbouw’ opgenomen. Het bouwvlak behorende bij het bedrijf aan de Kloosterweg 8 verandert van vorm om de beoogde glasopstanden mogelijk te maken tot een maximale bedrijfsvloeroppervlakte aan kassen van 20.000 m2. De agrarische gronden ter hoogte van de Dillingsweg 20 behouden de agrarische functie, een gedeelte van het agrarische bouwvlak inclusief een deel van de planologische rechten voor het oprichten van kassen ter hoogte van de aanduiding ‘Specifieke vorm van Agrarisch- glastuinbouw’. De toegestane gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte aan kassen bedraagt 37.595 m2.

Gebruiksactiviteit ‘Groen- landschappelijk’ Ter hoogte van de aan te leggen afschermende haag aan de Dillingsweg 24 is de functie ‘Groenlandschappelijk’ opgenomen. Met de haag wordt de woning beschermd tegen drift door het gebruik van bestrijdingsmiddelen op omliggende agrarische productiepercelen. De aanleg en instandhouding van de landschapselementen wordt geborgd op basis van de planregels. ‘Specifieke vorm van Agrarisch – landschappelijke inpassing’ De gronden met deze aanduiding zijn gereserveerd voor de aanleg en instandhouding van afschermende beplanting. Ten aanzien van de aanleg van nieuwe landschapselementen waarmee de nieuw op te richten bebouwing visueel wordt ingepast en drift door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op omliggende agrarische productiepercelen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

50

‘Specifieke vorm van Agrarisch – huisvesting tijdelijke werknemers’ Ter hoogte van deze aanduiding is het bouwen en gebruiken van wooneenheden voor tijdelijke werknemers aan de Kloosterweg 8 toegestaan. ‘Specifieke vorm van Agrarisch – Wateropslagruimten’ Ter hoogte van deze aanduiding is het bouwen en gebruiken van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van wateropslagtanks aan de Kloosterweg 8 toegestaan buiten de gronden die zijn aangeduid voor gebruik door een glastuinbouwbedrijf. Voor de tanks is een maximale maatvoering opgenomen in de verbeelding. Specifieke vorm van Agrarischglastuinbouwbedrijf (m2)

Maximum

toelaatbaar

bedrijfsvloeroppervlak

Ter hoogte van de gronden met deze aanduiding is nog maximaal 13905 m2 aan bedrijfsgebouwen (geen kassen) ten behoeve ven het glastuinbouwbedrijf toegestaan. Specifieke vorm van Agrarisch- Overige agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan Ter hoogte van deze functieaanduiding is het bouwen en gebruiken van overige agrarische bedrijfsgebouwen toegestaan ten behoeve van de grondgebonden neventak van het agrarische bedrijf. Aanlegactiviteit ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied’ Ter hoogte van de gronden met de aanduiding ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied A’ en ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied B’ zijn regels van toepassing voor de bescherming van archeologische relicten in de ondergrond.

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

51

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan mogelijk maakt, dient voldoende aannemelijk te worden gemaakt dat het geen onuitvoerbaar plan betreft. Indien een project alleen kan worden gerealiseerd indien hiervoor belangrijke gemeentelijke voorinvesteringen noodzakelijk zijn, dan dient de dekking van deze investeringen en de opzet van het kostenverhaal. Onderhavige ontwikkeling maakt het verplaatsen van planologische rechten voor het oprichten van glasopstanden van de Dillingsweg 2024 Sirjansland naar de Kloosterweg 8 Noordgouwe mogelijk. De agrarische bedrijfswoning aan de Dillingsweg 24 krijgt een woonfunctie. Het bouwvlak aan de Kloosterweg 8 verandert van vorm. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Alle (voorbereiding)kosten (zoals plankosten, onderzoeken en procedures, inclusief gemeentelijke begeleiding) zijn voor rekening van initiatiefnemer. De ontwikkeling is niet kostenverhaalplichtig, wel is er een exploitatieovereenkomst gesloten waarin tevens bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot nadeelcompensatie en de aanleg en instandhouding van landschapselementen.

Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele nadeelcompensatie niet voor rekening van de gemeente is, maar wordt verhaald op de initiatiefnemer. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Tevens zijn afspraken vastgelegd over de verdeling van kasrechten ter hoogte van de Dillingsweg 20 en 24. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie bij de wijziging van een omgevingsplan wordt gedaan voorafgaand aan de ruimtelijke procedure. De aanvraagvereisten voor participatie zijn vastgelegd in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling. De gemeenteraad stelt een lijst op met gevallen waarbij participatie verplicht wordt gesteld. Tevens wordt er door de gemeenteraad een lijst opgesteld met gevallen waarvoor bindend advies of instemming van de raad noodzakelijk is. Op grond van artikel 10.2, lid 1 van het Omgevingsbesluit dient bij een omgevingsplanwijziging te worden aangegeven of, en zo ja, en op welke wijze, door de initiatiefnemer participatie van derden is georganiseerd. Het bevoegd gezag kan deze informatie betrekken bij de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.’ Vervolgens kan in de paragraaf met participatie onder andere het (geanonimiseerde) verslag van de participatiemomenten (met omwonenden) worden opgenomen. 6.2.1 Omgevingsdialoog Met de Vereniging Stad en Lande, de Dorpsraad en omwonenden is in de voorbereiding van de plannen overleg geweest over de beoogde ontwikkeling. Op 9 september 2025 heeft er op het terrein van het bedrijf aan de Kloosterweg 8 een informatieavond plaatsgevonden waarbij de initiatiefnemer, de gemeente waaronder wethouder van Burg aanwezig waren. Omwonenden zijn uitgenodigd door de initiatiefnemer om deel te nemen.

Gedurende de bijeenkomst zijn de plannen nader toegelicht, zijn de inrichtingstekeningen besproken

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

52

en was er ruimte voor dialoog. Van de bijeenkomst is een verslag opgesteld. Deze is toegevoegd in bijlage 9. 6.2.2 Resultaten vooroverleg Het ontwerpbesluit met de bijbehorende bijlagen zal worden voorgelegd aan de Provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en de veiligheidsregio. De reacties zijn aanvullend opgenomen in het omgevingsplan. Een aantal omwonenden staan kritisch ten opzichte van de beoogde uitbreiding aan de Kloosterweg. Naar aanleiding van de reacties van omwonenden is aanvullend onderzoek uitgevoerd in de vorm van een akoestisch onderzoek en een bodemonderzoek. De uitvoering van het landschappelijk inrichtingsplan is planologisch geborgd. Op basis van eerdere reacties van omwonenden zijn de voorzieningen voor tijdelijke huisvesting verplaatst van de zijde van de Hanenweg naar de zijde van de Kloosterweg en zijn deze daarmee op een grotere afstand van woningen gelegen. Zie tevens het participatieverslag. 6.2.3 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure De beoogde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door middel van een wijziging van het omgevingsplan. Onderliggende omgevingsplanwijziging heeft de opzet van het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) zoals deze op basis van Wet ruimtelijke ordening vóór 1 januari 2024 werd toegepast.

Op basis van overgangsrecht onder de Omgevingswet kan via een tijdelijke alternatieve maatregel aangesloten worden bij deze IMRO-codering. Voor het wijzigen van het omgevingsplan is op basis van artikel 16.30 lid 1 de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals opgenomen in afdeling 3.4 Awb van toepassing. Op basis van deze procedure zal het ontwerpbesluit voor eenieder ter inzage worden gelegd en worden de resultaten van de terinzagelegging in een volgende versie van de motivering gewogen en verwerkt.

6.3

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Voor het planologisch beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer aan de Dillingsweg 20-24 en het gebruik van de bedrijfswoning van het voormalige glastuinbouwbedrijf aan de Dillingsweg 24 als reguliere burgerwoning, in samenhang met het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing aan de Kloosterweg is een wijziging nodig van het omgevingsplan. De initiatiefnemer wenst om de beoogde ontwikkeling op basis van een TAM-IMRO wijziging van het omgevingsplan te realiseren. Voor zover een ontwikkeling toeziet op een wijziging van het omgevingsplan wordt medewerking alleen verleend indien er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet. In samenhang hiermee worden in een besluit ook de instructieregels over het omgevingsplan betrokken zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Bkl en in de omgevingsverordening. Om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving voor zover deze betrekking hebben op de gevraagde activiteit, beoordeeld en indien noodzakelijk nader onderzocht. De resultaten hiervan zijn opgenomen in de hoofdstukken 2, 3 en 4.

Ter plaatse van de Dillingsweg 20 en 24 zijn op basis van het geldende omgevingsplan planologische rechten toegekend voor het exploiteren van een glastuinbouwbedrijf met een tweetal bedrijfswoningen, bijbehorende voorzieningen en glasopstanden. De bedrijfsmatige activiteiten aan de Dillingsweg 20 en 24 zijn reeds beëindigd. De glasopstanden en bijbehorende bedrijfsmatige voorzieningen zijn reeds grotendeels verwijderd. In de beoogde situatie wordt de bedrijfswoning aan de Dillingsweg 24 hergebruikt voor reguliere woondoeleinden. De bedrijfswoning aan de Dillingsweg 20 en de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Dillingsweg 20b behouden de huidige Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

53

agrarische functie en bouwrechten ten behoeve van glastuinbouwactiviteiten. In de huidige situatie is er geen bedrijfswoning aanwezig of planologisch toegestaan ter hoogte van de bedrijfsbebouwing aan de Dillingsweg 24a. Een deel van de bouwrechten voor het oprichten van glasopstanden wordt overgedragen aan de bedrijfslocatie aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe. De planologische bouwrechten voor de glastuinbouwpercelen aan de Dillingsweg worden evenredig verminderd op basis van een overeenkomst voor de verdeling van kasrechten. Uitvoering van de afspraken van de overeenkomst worden tevens geborgd in een anterieure overeenkomst en door middel van deze omgevingsplanwijziging. Het gebruiken van een bedrijfswoning als burgerwoning in samenhang met het verplaatsen van bouwrechten en het veranderen van de vorm van een agrarisch bouwvlak, wordt niet rechtstreeks mogelijk gemaakt volgens de regels van het omgevingsplan. De beoogde uitbreiding leidt niet tot een netto vergroting van het bouwvlak aan de Kloosterweg. Op basis van onderliggende wijziging van het omgevingsplan wordt bijgedragen aan een verbetering van de omgevingskwaliteit aan de Dillingsweg en de Kloosterweg. In de uitgangssituatie is als gevolg van een eerdere bedrijfsuitbreiding, een bouwvlak op korte afstand van woonfuncties gelegd.

Hiermee is indirect het oprichten van bedrijfsbebouwing op korte afstand van woonfuncties mogelijk gemaakt. Dit is voor zowel omwonenden als de ondernemer onwenselijk. Als gevolg van de beoogde vormverandering van het bouwvlak wordt een bedrijfsuitbreiding op afstand van woonfuncties mogelijk gemaakt, waardoor de aanliggende woningen het uitzicht naar het open landschap behouden. De beoogde bedrijfsbebouwing wordt landschappelijk ingepast op basis van de uitgangspunten van een landschappelijk inrichtingsplan. Uitvoering en instandhouding van de landschapselementen wordt geborgd op basis van een anterieure overeenkomst. Er is geen sprake van een belemmering voor omliggende functies. Voor de nieuwe gebruikers en bewoners is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat. Zie tevens hoofdstuk 4. Uit onderliggende onderbouwing blijkt dat met het beoogde gebruik, sprake is van een activiteit die aansluit bij het karakter en de functies in de omgeving. De beoogde ontwikkeling past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

54

BIJLAGEN 1.

Situatietekening Kloosterweg Erik van den Bos Architect d.d. Augustus 2025

2.

Situatietekening Dillingsweg Erik van den Bos Architect d.d. November 2025

3.

Landschappelijke inpassing Kloosterweg/ Inrichtingsplan Groen en Ruimte B.V. d.d. November 2025

4.

Advies Agrarische Adviescommissie Zeeland d.d. Juni 2023 en december 2024

5.

Stikstofdepositieberekening Kloosterweg S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. Oktober 2025 a. Stikstofdepositieberekening bijlage Realisatiefase S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. Oktober 2025 b. Stikstofdepositieberekening bijlage Gebruiksfase S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. Oktober 2025

6.

Landschappelijk inrichtingsplan 2017 Stichting Landschapsbeheer Zeeland d.d. januari 2018

7.

Wateradvies Waterschap Scheldestromen Waterschap Scheldestromen d.d. November 2023

8.

A. Verkennend bodemonderzoek Kloosterweg Wematech Bodemadviseurs BV d.d. augustus 2025 B. Verkennend bodemonderzoek Dillingsweg Wematech Bodemadviseurs BV d.d. augustus 2025

9.

Participatieverslag uitbreiding Kloosterweg 8

10.

Akoestisch onderzoek tijdelijke huisvesting Kloosterweg 8 Vliex akoestiek BV d.d. November 2024 Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

55

11.

Lichtplan Ruimte & Groen BV d.d. Oktober 2025

12

Akoestisch onderzoek Uitbreiding glastuinbouwbedrijf Vliex akoestiek BV d.d. November 2025

Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409333/1