2025.470 Bijlage 5 Motivering omgevingsplanwijziging Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg Sirjansland (1518180)
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland Motivering Gemeente Schouwen- Duiveland November 2025
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Motivering– Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
Titel: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Kloosterweg 8 Noordgouwe & Dillingsweg 20-24 Sirjansland
Codering
: NL.IMRO.1676.00407TAMopNG
Ontwerp
:
Kenmerk
: 2025- 291b- 01
Versiedatum
: 19 November 2025
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Motivering– Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
Motivering– Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
-INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 2. 2.1 2.2 3.
INLEIDING ................................................................................................. 6 AANLEIDING EN DOEL................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ...................................................... 6 LEESWIJZER ............................................................................................. 8 PLANBESCHRIJVING ................................................................................... 9 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 9 BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE .......................................................... 10 BELEIDSKADER......................................................................................... 13
3.1 3.2
RIJKSBELEID .......................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID .............................................................................. 13
3.3
GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................ 16
4.
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING ......................................................... 22
4.1
BODEMKWALITEIT ................................................................................... 22
4.2 4.3 4.4
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE........................................................ 23 AKOESTIEK ............................................................................................ 28 FLORA EN FAUNA .................................................................................... 29
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
MOBILITEIT EN PARKEREN ....................................................................... 32 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 34 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 36 OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................................................... 39 WATER................................................................................................... 42 LICHT EN DUISTERNIS ............................................................................. 48 MER -BEOORDELING ................................................................................ 49 OPZET OMGEVINGSPLAN .......................................................................... 50
5. 5.1 5.2 6. 6.1 6.2 6.3
PROCEDURE ........................................................................................... 50 TOEDELING VAN FUNCTIES ...................................................................... 50 UITVOERBAARHEID .................................................................................. 52 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ........................................................... 52 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................... 52 EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES .......................... 53
BIJLAGEN ........................................................................................................... 55
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe is in de uitgangssituatie het agrarische bedrijfsperceel van het glastuinbouwbedrijf van de initiatiefnemer gelegen. Ter plaatse van de Kloosterweg 8 zijn teeltkassen, hemelwatersilo’s, een bedrijfswoning en bijbehorende bebouwing en voorzieningen aanwezig. De initiatiefnemer beoogt om het areaal aan glasopstanden uit te breiden. Aan de Dillingsweg 20 en 24 zijn glasopstanden en een tweetal bedrijfswoningen ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf planologisch toegestaan. De bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer aan de Dillingsweg 24 zijn inmiddels beëindigd en de glasopstanden en de bijbehorende bedrijfsmatige voorzieningen zijn gesaneerd. De initiatiefnemer wenst om de bedrijfswoning aan de Dillingsweg 24 voor reguliere woondoeleinden te blijven gebruiken. Een deel van de rechten voor het oprichten van kassen worden planologisch van het perceel verwijderd. Deze planologische rechten voor het oprichten van kassen worden ingezet om de glasopstanden aan de locatie aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe uit te kunnen breiden. De oppervlakte aan te ontwikkelen kassen aan de Kloosterweg komt overeen met de oppervlakte te saneren glasopstanden aan de Dillingsweg.
Op basis van de regels van het tijdelijke deel van het gemeentelijke omgevingsplan zoals vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld in 2009) beschikken de Kloosterweg 8 en de Dillingsweg 20 en 24 over de bestemming ‘Agrarisch’ met de functieaanduiding ‘Glastuinbouw’ en een bouwvlak. In 2010 en 2019 is voor de locatie aan de Kloosterweg een wijzigingsplan opgesteld. Deze wijzigingsplannen zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Verzamelde wijzigingen Buitengebied Schouwen-Duiveland tot en met juni 2023’. Op basis van de wijzigingsplannen is onder meer een uitbreiding van het bouwvlak mogelijk gemaakt. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de regels van het geldende omgevingsplan. Voor het planologisch beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van het glastuinbouwbedrijf en het gebruik van de bedrijfswoning als reguliere burgerwoning aan de Dillingsweg en het in samenhang hiermee uitbreiden van de bedrijfsbebouwing aan de Kloosterweg is een wijziging nodig van het omgevingsplan. Aan de Dillingsweg 24 wordt de functie gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen – voormalig agrarisch bedrijf’ en daarmee wordt de bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning.
Het College van Burgemeester en wethouders heeft op 26 maart 2024 en 20 mei 2025 besloten dat ze een positieve grondhouding aanneemt ten opzichte van het verplaatsen van kasrechten van de Dillingsweg 20- 24 in Sirjansland naar de Kloosterweg 8 in Noordgouwe en het wijzigen van het gebruik van een agrarische dienstwoning voor reguliere woondoeleinden aan de Dillingsweg 24. Voor zover een ontwikkeling toeziet op een wijziging van het omgevingsplan wordt medewerking alleen verleend indien er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in artikel 4.2 van de Omgevingswet. In samenhang hiermee worden in een besluit ook de instructieregels over het omgevingsplan betrokken zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Bkl en in de omgevingsverordening. In onderliggende motivering is aangetoond dat in de beoogde situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De besluitlocatie bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Schouwen- Duiveland. Kadastraal is de Kloosterweg bekend als Brouwershaven, sectie H, nummers 872, 871, 818, 816 en 532 (deels). De locatie aan de Dillingsweg staat kadastraal bekend als Duiveland, sectie H, nummers 991, 1189,
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
6
954, 1157 en 826. Op onderstaande kaarten wordt de afbakening van het plangebied en de kadastrale situatie weergegeven.
Figuur 1
Begrenzing plangebied deellocatie Kloosterweg 8
Figuur 2
Begrenzing plangebied deellocatie Dillingsweg 20 en 24
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
7
1.3
Leeswijzer
Onderhavige motivering is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en doelstelling van het project nader toegelicht. In hoofdstuk 2 is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de ontwikkeling. Hoofdstuk 3 beoordeelt het project binnen het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheidslagen. De relevante ruimtelijke en milieukundige randvoorwaarden zijn nader beschouwd in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de opzet van het omgevingsplan en hoofdstuk 6 behandelt de uitvoerbaarheid.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
8
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Gebiedsomschrijving
Het plangebied bestaat uit een tweetal deelgebieden. Aan de Dillingsweg 20 en 24 in Sirjansland is van oudsher een glastuinbouwlocatie gelegen. De bedrijfsactiviteiten aan de Dillingsweg 20 en 24 zijn inmiddels beëindigd. De locatie ligt in open agrarisch gebied en buiten het als zodanig aangewezen concentratiegebied voor glastuinbouw. De planlocatie ligt tussen de kern Sirjansland, het recreatiegebied het Grevelingenmeer en grootschalig verblijfsrecreatiegebied aan de Hageweg in de richting van de kern Bruinisse. Ter hoogte van de Kloosterweg 8 in Noordgouwe is de bloemenkwekerij van de initiatiefnemer gelegen. Binnen het bedrijf worden zomerbloemen en tulpen geteeld. De bedrijfslocatie aan de Kloosterweg bevindt zich buiten de bebouwde kom, aangrenzend aan de bebouwing van het buurtschap Schuddebeurs op de grens met het open agrarische gebied. De Kloosterweg is de regionale verbindingsweg tussen het buurtschap Schuddebeurs en de kern Noordgouwe. De bedrijfslocaties maken in landschappelijk opzicht onderdeel uit van de nieuwlandpolders van het zuidwestelijk zeekleigebied. Deze polders zijn rationeel ingericht met een blokvormig verkavelingspatroon en lange rechte wegen. De planlocatie aan de Kloosterweg maakt onderdeel uit van de Noordgouwepolder. Dit is een van de oudere polders van Schouwen- Duiveland. De polder werd ingedijkt omstreeks 1374.
Binnen de huidige polder zijn lange rechte wegen, rechte dijkstructuren en blokvormige verkavelingen aangelegd in een open agrarisch landschap. Het agrarische gebied ten noorden van het plangebied aan de Kloosterweg heeft een zeer open structuur. Op een aantal agrarische bedrijfspercelen in de omgeving van het buurtschap heeft de agrarische functie (deels) plaatsgemaakt voor nieuwe activiteiten. De deellocatie aan de Dillingsweg maakt onderdeel uit van de Sirjanslandpolder. De polder was oorspronkelijk onderdeel van de historische polder Dreischor. In de vruchtbare polder werd van oudsher veel vlas geteeld. De polder heeft grotendeels een open landschappelijke structuur. Na de watersnoodramp zijn de beide polders heringericht en zijn veel van de kleinschalige landschapselementen verdwenen.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
9
2.2
Bestaande en beoogde situatie
Locatie Dillingsweg Aan de Dillingsweg 20- 24 zijn een tweetal bouwvlakken toegekend ten behoeve van de ontwikkeling van een solitair glastuinbouwbedrijf. Ter plaatse is rechtstreeks een oppervlakte van 51.500 m2 aan glasopstanden planologisch toegestaan; De grondeigenaren van de percelen aan de Dillingsweg 20 en 24 en de initiatiefnemer zijn overeengekomen om de ontwikkelruimte voor glasopstanden te verminderen op een deel van de percelen (de kadastrale percelen Duiveland, sectie H, nrs. 484, 826, 954, 991, 1157 en 1189). Hiertoe hebben de huidige grondeigenaren een intentieovereenkomst gesloten, voordat de ruimtelijke procedure werd opgestart. De uitvoering van deze intentieovereenkomst wordt tevens geborgd via een anterieure overeenkomst. Dit betekent ter plaatse voor de lange termijn een reductie van de rechten voor het oprichten van een areaal glasopstanden van 13.905 m2. Op de percelen aan de Dillingsweg 20-24 zal in de beoogde situatie nog 37.595 m2 aan glasopstanden kunnen worden gerealiseerd; -
De planologische rechten voor de realisatie van kassen worden ingezet voor uitbreiding van het areaal kassen op de locatie aan de Kloosterweg. Hiermee neemt het netto areaal glasopstanden binnen de gemeente niet toe;
-
De gronden behorende bij de bedrijfswoning van het voormalige glastuinbouwbedrijf aan de Dillingsweg 24 zullen een woonfunctie krijgen; De agrarische bedrijfsfunctie ten behoeve van glastuinbouwactiviteiten, de bedrijfsbebouwing aan de Dillingsweg 20b, Dillingsweg 20c en de bedrijfswoning behorende bij de Dillingsweg 20 blijven behouden.
Locatie Kloosterweg -
De projectlocatie bevindt zich buiten de bebouwde kom van Noordgouwe, direct ten noorden van de bebouwing van het buurtschap Schuddebeurs; Ter plaatse is het glastuinbouwbedrijf van de initiatiefnemer aanwezig. Binnen de bedrijfsvoering worden zomerbloemen geteeld en worden tulpenbollen afgebroeid; Binnen de bedrijfsvoering wordt gebruik gemaakt van kassen; De planlocatie beschikt over een agrarische bestemming met de aanduiding ‘glastuinbouw’. Het bedrijf beschikt over een bouwvlak van circa 5,2 hectare; Binnen het perceel is circa 16.225 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig (waaronder 13.200 m2 teeltkas en circa 3.800 m2 verwerkingsruimte) met bijbehorende bebouwing en
-
-
voorzieningen (waaronder waterbassins met opgevangen hemelwater), een bedrijfswoning en logistieke ruimte aanwezig; Recent is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het ontwikkelen van bebouwing in de vorm van twee loodsen met een 12-tal tijdelijke verblijfseenheden voor maximaal 24 tijdelijke werknemers binnen het bedrijfsterrein. Deze bebouwing wordt aan de voorzijde van het perceel geplaatst; In de beoogde situatie worden aan de Kloosterweg circa 9.152 m2 aan bedrijfsgebouwen in de vorm van een nieuwe kas van circa 6.600 m2 en een bedrijfsruimte van circa 2.500 m2 gerealiseerd. In samenhang met de uitbreiding van de kassen worden 2 nieuwe silo’s gebouwd voor de opvang van hemelwater;
-
De nieuwe glasopstanden worden aan de noordzijde van de huidige glasopstanden gerealiseerd. In samenhang met de uitbreiding van het areaal kassen wordt de vorm van het bouwvlak gewijzigd. Op basis van het nieuwe bouwvlak kunnen de nieuwe glasopstanden op een voor de bedrijfsvoering meest praktische wijze, namelijk in het verlengde van de
-
bestaande glasopstanden worden gerealiseerd; Naar aanleiding van een eerdere bestemmingsplanwijziging voor de Kloosterweg 8 zoals vastgesteld op 20 maart 2019 is het bouwvlak op een ongewenste manier vormgegeven. Dit Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
10
geldt voor zowel de initiatiefnemer als voor het merendeel van de omwonenden. Het huidige bouwvlak ligt op korte afstand van de woningen aan de Hanenweg. In de huidige situatie zou er bebouwing op korte afstand van de woningen mogelijk worden gemaakt. In de beoogde situatie wordt de vorm van het bouwvlak aangepast en worden de glasopstanden uitgebreid in noordelijke richting. De glasopstanden worden op een grotere afstand van de woningen aan de Hanenweg gelegd. Dit veroorzaakt minder milieu uitstoot naar de aanwezige woonfuncties. Tevens heeft deze situering van de nieuwe glasopstanden een gunstig effect op zichtlijnen naar het open landschap voor de bewoners van de Hanenweg. -
De beoogde positie komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede; Naar aanleiding van een eerdere planologische procedure in 2010 en 2019 is in 2017 een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld (zie bijlage 6). In de nieuwe situatie is dit inrichtingsplan verder aangevuld en worden binnen en aangrenzend aan het bouwvlak streekeigen beplantingselementen toegevoegd. In de nieuwe situatie worden landschapselementen aangelegd die passen bij een traditioneel boerenerf. De noordzijde van het perceel wordt voorzien van een dichte bomensingel van circa 18 meter breed met
-
verschillende inheemse soorten. De voorzijde van het perceel wordt ingepast met een bomenweide met verschillende typen fruitbomen en hagen. De bestaande singel aan de achterzijde van de glasopstanden wordt verlengd (zie tevens bijlage 3); Voor beide locaties zal sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals in hoofdstuk 4 is weergegeven.
Figuur 3
Situatietekening Dillingsweg 20 en 24 (Erik van den Bos d.d. November 2025. Zie bijlage 2)
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
11
Figuur 4
Beoogde bedrijfsuitbreiding Kloosterweg (Ruimte & Groen d.d. November 2025. Zie bijlage 3)
Figuur 5
Uitgangssituatie en beoogd bouwvlak Kloosterweg (Erik van den Bos Architect. Zie bijlage 1)
Figuur 6
Inrichtings-, en beplantingsplan (Ruimte & Groen d.d. November 2025. Zie bijlage 3)
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
12
3.
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. De omgevingsvisie heeft de status van een nationale structuurvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; -
Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Besluitgebied Het hergebruiken van een bedrijfswoning als reguliere woonfunctie en het verplaatsen van bouwrechten voor het oprichten van kassen ten behoeve van de uitbreiding van een lokaal glastuinbouwbedrijf zonder netto vergroting van het bestaande bouwvlak, is een kleinschalige ontwikkeling die niet strijdig is met het Rijksbelang. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de belangen ‘duurzaam economisch groeipotentieel’ en het behoud van ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet strijdig met het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsbeleid Provincie Zeeland 2018 In november 2021 is door provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. In deel B is het uitvoeringsprogramma opgenomen. De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: -
Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie;
-
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze de karakteristieke eigenheid van het landschap niet mogen aantasten. Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
13
De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening Zeeland. Per provincie is er één omgevingsverordening van toepassing die alle verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving per 1 januari 2024 vervangt. Provinciale Staten kunnen op basis van artikel 2.22 en 2.33 van de Omgevingswet, binnen een omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente door middel van instructieregels. In hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening Zeeland zijn de instructieregels aan gemeenten opgenomen. De omgevingsverordening wordt periodiek gewijzigd. De meest recente wijziging dateert van juni 2025. De strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van de vrijetijdssector en het ontwikkelen van natuurbeleving. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden zo veel mogelijk plaats binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur;
-
Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie). Verdichting van de bestaande stedelijke structuur biedt mogelijkheden voor verduurzaming van de woningvoorraad;
-
Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal. Ontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan het versterken van het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse identiteit; Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau, behoud van het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Aangezien een substantieel deel van de agrarische bedrijven zal worden beëindigd, is het noodzakelijk om een nieuwe invulling te geven aan de vrijkomende bebouwing. Nieuwe economische dragers leveren een bijdrage aan het behoud van de vitaliteit van het landelijke gebied. Transformatie van leegstaande bebouwing, de herontwikkeling van cultureel erfgoed en het tegengaan van verval van bebouwing door leegstand zijn belangrijke ruimtelijke opgaven.
-
Figuur 7
Uitsnede Omgevingsverordening Zeeland: Landschap en erfgoed (vlakelementen)
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
14
De besluitlocatie is gelegen in het buitengebied. Ter hoogte van het besluitgebied zijn geen bijzondere landschappelijke waarden toegekend op basis van de Omgevingsverordening. Aan de zuidzijde van de kern Schuddebeurs is een landgoederenzone gelegen met hoge cultuurhistorische landschappelijke waarden. Het provinciale belang voor het agrarische buitengebied is gericht op het behouden van de omgevingskwaliteit en het tegengaan van verstening en versnippering. De provincie streeft binnen het landelijke gebied naar een (toeristisch) aantrekkelijk landschap en het verhogen van natuurwaarden. Agrarische bebouwing wordt zoveel mogelijk geconcentreerd binnen een bouwvlak. De beleidsregels geven ruimte voor het vestigen van nieuwe economische dragers in het landelijk gebied. Tussen gronden waarop fruitteelt is toegelaten en verblijfsrecreatieve bestemmingen wordt op basis van artikel 5.32 van de Omgevingsverordening een bufferzone van 50 meter gehanteerd. In artikel 5.33 zijn voorwaarden opgenomen voor het uitbreiden van een bestaand solitair glastuinbouwbedrijf buiten een daarvoor aangewezen glastuinbouwconcentratiegebied.
Uitbreiding van een bestaand bedrijf is mogelijk tot 2 hectare, mits er sprake is van een volwaardig glastuinbouwbedrijf, er sprake is van een noodzaak voor de continuïteit van het bedrijf en de omgevingskwaliteiten zich niet verzetten tegen de beoogde uitbreiding. Indien de bedrijfsoppervlakte meer bedraagt dan 2 hectare, kan uitbreiding alleen plaatsvinden indien er elders in de provincie kassen met een gelijke oppervlakte als de uitbreiding worden gesloopt. Besluitgebied Aan de Kloosterweg 8 in Noordgouwe is een solitair glastuinbouwbedrijf gevestigd binnen de structuur van het landelijke gebied. De initiatiefnemer beoogt om het areaal bedrijfsgebouwen in beperkte mate te vergroten met circa 6.600m2 kassen en een verwerkingsruimte van circa 2.500m2. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal ter plaatse een glastuinbouwbedrijf met een bedrijfsoppervlak van meer dan 2 ha aanwezig zijn. Voor een verdere uitbreiding boven de 2 ha is op basis van artikel 5.33 lid 2 van de provinciale omgevingsverordening tevens een sanering nodig van een gelijk areaal aan glasopstanden binnen de provincie. In samenhang met de beoogde uitbreiding wordt aan de Dillingsweg 20- 24 in Sirjansland een areaal van circa 13.905m2 aan glasopstanden planologisch gesaneerd door een deel van de planologische rechten op basis van het huidige aanduidingsvlak ‘glastuinbouwbedrijf’ te laten vervallen.
De beoogde ontwikkeling leidt op gemeentelijk niveau niet tot een netto uitbreiding van het areaal glas. De beoogde glasopstanden worden gerealiseerd in aansluiting op de bestaande glasopstanden. Door deze te realiseren in het verlengde van de bestaande kassen, worden bestaande zichtlijnen naar het open landschap vanaf de woningen aan de Hanenweg niet doorbroken en wordt binnen de kaders van de systematiek van milieuzonering de milieu uitstraling van het bedrijf ten opzichte van de woningen zoveel mogelijk beperkt. Door het toegekende bouwvlak van vorm te laten veranderen, is er geen vergroting van het bouwvlak nodig. Er is geen sprake van grootschalige bedrijfsactiviteiten of activiteiten met een grote milieuuitstraling. De bedrijfswoning aan de Dillingsweg 24 krijgt een functie als reguliere woonfunctie. Met het hergebruik van een agrarische bedrijfswoning voor reguliere woondoeleinden, wordt leegstand voorkomen. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de lange termijn doelstellingen zoals vastgelegd in het omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
15
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsplan De geldende planologische regeling betreft het omgevingsplan van de gemeente SchouwenDuiveland zoals van rechtswege in werking getreden op 1 januari 2024. Voor de locatie gelden op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan de regels uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2009 met het bijbehorende wijzigingsplan ‘Verzamelde wijzigingen Buitengebied SchouwenDuiveland tot en met juni 2023’. De locaties aan de Dillingsweg 20-24 en de Kloosterweg 8 hebben een agrarische bestemming met de aanduiding ‘glastuinbouw’ en een bouwvlak met mogelijkheden voor het oprichten van een bedrijfsvloeroppervlak aan kassen ten behoeve van glastuinbouw van de oppervlakte die is opgenomen in bijlage 2 van de regels van het bestemmingsplan. Aan de Dillingsweg 20 en 24 was in de uitgangssituatie een gezamenlijke oppervlakte van 51.500 m2 aan glasopstanden toegestaan en gerealiseerd. Voor de besluitlocatie aan de Kloosterweg 8 bedraagt het toegestane areaal aan bedrijfsgebouwen in de uitgangssituatie onder meer 13.200 m2 teeltkas en circa 3.800 m2 verwerkingsruimte. Als maximaal toelaatbaar bedrijfsvloeroppervlak kassen ten behoeve van glastuinbouw wordt een oppervlakte van 20.000 m2 gezien. Functiewijziging wonen Dillingsweg Op basis van artikel 3.7.6 een bestemmingswijziging naar Wonen (vab) na bedrijfsbeëindiging onder voorwaarden toegestaan.
De beoogde functiewijziging naar wonen aan de Dillingsweg past binnen de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid en leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden (zie tevens hoofdstuk 4). Uitbreiding glasopstanden Kloosterweg De beoogde ontwikkeling van de bedrijfslocatie aan de Kloosterweg 8 in samenhang met de bedrijfsbeëindiging van het agrarische bedrijf aan de Dillingsweg 24 is mogelijk door middel van een wijziging van het omgevingsplan. De beoogde ontwikkeling is mogelijk indien er in de beoogde situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl). Dit is nader beschouwd in hoofdstuk 4. Een uitbreiding van het areaal aan glasopstanden aan de Kloosterweg is op basis van artikel 3.7.4 onder voorwaarden toegestaan. Met de beoogde uitbreiding wordt voldaan aan de geldende voorwaarden uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan van Schouwen- Duiveland, namelijk het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Onderstaand zijn de voorwaarden getoetst. a. Het bedrijfsvloeroppervlak kassen bedraagt niet meer dan het in bijlage 2, in de kolom ‘maximaal toelaatbaar bedrijfsvloeroppervlak kassen’, genoemde oppervlak. In de beoogde situatie vindt geen netto vergroting plaats van het bouwvlak.
Wel wordt de vorm van het bouwvlak veranderd om een uitbreiding van de huidige kassen aansluitend aan de huidige bebouwing mogelijk te maken. In de beoogde situatie zal circa 20.000 m2 aan kassen aanwezig zijn. Hiermee wordt voldaan aan de volgens het omgevingsplan op het perceel toegestane oppervlakte aan glasopstanden. Met de beoogde situering van de glasopstanden is sprake van een ruimtelijke kwaliteitswinst ten opzichte van de huidige bouwrechten aangezien de kassen op een grotere afstand van de woningen aan de Hanenweg worden gerealiseerd. Hiermee behouden de woningen het bestaande zicht op het open buitengebied en is sprake van minder milieu uitstraling op basis van de systematiek van milieuzonering. In bijlage 3 is de beoogde situatie weergegeven.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
16
b.
Wijziging is noodzakelijk voor het behoud van een reëel perspectief op continuïteit van de
bedrijfsvoering; alvorens de wijziging toe te passen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies aan de agrarisch deskundige; Ten aanzien van de noodzaak van de uitbreiding in relatie tot de continuïteit van de bedrijfsvoering is in juni 2023 en december 2024 advies gevraagd van de Agrarische Adviescommissie Zeeland. Er is volgens de beoordeling van de adviescommissie sprake van een volwaardig agrarisch bedrijf. Met de beoogde uitbreiding van het bedrijf tot circa 2 hectare aan glasopstanden wordt bijgedragen aan de lange termijn continuïteit van de bedrijfsvoering. Het volledige advies is opgenomen in bijlage 4. c. Wijziging wordt slechts verleend als daardoor de landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk niet onevenredig wordt aangetast; alvorens de wijziging te verlenen vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige. De landschappelijke karakteristiek zoals benoemd in het Landschappelijk Raamwerk wordt niet onevenredig aangetast. Het landschappelijk inrichtingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 is beoordeeld en akkoord bevonden door de landschapsdeskundige en de stedenbouwkundige van de gemeente en door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. d.
Wijziging wordt slechts toegepast als voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter; Ten behoeve van de ontwikkeling is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld op basis waarvan de nieuwe bedrijfsbebouwing en de twee extra regenwatersilo’s landschappelijk worden afgeschermd met onder meer een beplantingsstrook met een afschermende struik-, en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten van 18 meter breed en een grondwal (zie tevens bijlage 3). e. Wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. De beoogde uitbreiding leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende gronden (zie tevens hoofdstuk 4). f. Wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen. Ten aanzien van de hydrologische invloed is advies gevraagd aan het waterschap (zie tevens bijlage 7 en paragraaf 4.9). Aan de gestelde voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid kan worden voldaan.
De omgevingsplanwijziging zal niet leiden tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer zoals blijkt uit het schriftelijke advies van Waterschap Scheldestromen. g.
Wijziging vindt slechts plaats als zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst;
De beoogde ontwikkeling leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Er is sprake van ruimtelijke kwaliteitswinst als gevolg van sloop van glasopstanden buiten een glastuinbouwconcentratiegebied. De beperkte uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Kloosterweg voldoet aan de toegestane oppervlakte aan glasopstanden voor een locatie. In samenhang met de beoogde ontwikkeling is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Met de beoogde aanleg van beplanting worden de glasopstanden zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 3.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
17
h.
Wijziging vindt slechts plaats als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de
aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst Aanleg, beheer en onderhoud van de landschapselementen en de ruimtelijke kwaliteitswinst worden geborgd op basis van het sluiten van een exploitatieovereenkomst. Overige bestemmingsplannen Ter plaatse zijn tevens de facetbestemmingsplannen ‘Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland’ (2018) en het ‘Parapluplan wonen’ (2020) van toepassing. Op basis van het parapluplan wonen zijn voor alle bestemmingsplannen binnen de gemeente de regelingen voor het onderwerp ‘wonen’ geüniformeerd. In het gemeentelijke parapluplan zijn de gemeentelijke parkeernormen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verankerd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen perceel (zie tevens paragraaf 4.5).
Figuur 8
Uitsnede
verbeelding
verzamelde
wijzigingen
bestemmingsplan
‘Buitengebied’
2009:
Wijzigingsplan Kloosterweg 8 Noordgouwe: bestemming ‘Agrarisch - gt’.
Figuur 9 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied: Dillingsweg 20-24: bestemming ‘Agrarisch - gt’.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
18
3.3.2 Structuurvisie Buitengebied In de structuurvisie ‘Buitengebied in beweging’ uit 2007 heeft de gemeente de langetermijnvisie voor de ontwikkeling van het buitengebied opgenomen. Uitgangspunt van de structuurvisie is dat aan grondgebonden landbouw meer ruimte wordt geboden voor verbreding en voor het ontwikkelen van nieuwe economische dragers, mits deze verenigbaar zijn met de karakteristiek van het omliggende landschap en met de randvoorwaarden die functies aan elkaar stellen. De centrale doelstelling van het beleid zoals vastgelegd in de structuurvisie voor het buitengebied is: "Wij willen de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van ons buitengebied duurzaam versterken (ruimtelijke kwaliteit) én passende economische ontwikkelingen stimuleren (economische vitaliteit): ontwikkelen met kwaliteit" (p29 Toelichting bestemmingsplan Buitengebied 2009). Bij het toetsen van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wordt beoordeeld of er sprake is van een functionele binding met het buitengebied. Een ontwikkeling dient landschappelijk, ruimtelijk en milieukundig inpasbaar te zijn op de locatie. Tevens dient er sprake te zijn van meerwaarde ter plaatse en van een duurzame ontwikkeling uit ruimtelijk, economisch, milieukundig en sociaal oogpunt. Met nieuwvestiging wordt terughoudend omgegaan. Beoordeling Op basis
van
de
uitgangspunten
van
de
Structuurvisie
Buitengebied
zijn
de
ontwikkelingsmogelijkheden voor niet-grondgebonden landbouw, waaronder glastuinbouw valt, beperkt. Voor deze bedrijfstakken is het gemeentelijke beleid gericht op voortzetting van de bestaande bedrijven met beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Verder dient het behoud van bestaande landschappelijke waarden te worden gewaarborgd. De beoogde ontwikkeling ziet toe op een uitbreiding en daarmee de voortzetting van een bestaand glastuinbouwbedrijf en leidt niet tot een netto toename van het areaal glasopstanden in de gemeente. De beoogde uitbreiding vindt plaats in aansluiting op de bestaande glasopstanden. In de beoogde situatie vindt er geen netto vergroting plaats van het bouwvlak. Wel wordt de vorm van het bouwvlak veranderd om een uitbreiding van de huidige kassen mogelijk te maken. Ten behoeve van de ontwikkeling is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld op basis waarvan de nieuwe bedrijfsbebouwing en twee extra regenwatersilo’s landschappelijk worden afgeschermd (zie tevens bijlage 3). Uitvoering en instandhouding van de landschapselementen wordt geborgd op basis van een anterieure overeenkomst. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er sprake is van een landschappelijk, ruimtelijk en milieukundig inpasbare ontwikkeling.
Met het beoogde hergebruik van een agrarische bedrijfswoning als reguliere woonfunctie, het verplaatsen van kasrechten en het anders invullen van de planologische bouwrechten om een ruimtelijk betere situering mogelijk te maken, is sprake van meerwaarde uit ruimtelijk, economisch, milieukundig en sociaal oogpunt. Conclusie De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de doelstellingen van de structuurvisie.
3.3.3 Strategische visie ‘Tij van de toekomst, Schouwen- Duiveland in 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. In mei 2025 is deze strategische visie herijkt. In de visie is opgenomen hoe de gemeente SchouwenDuiveland er in 2040 uit zou moeten zien: Schouwen-Duiveland heeft zich in 2040 verder ontwikkeld als de ideale plaats om te genieten van natuur, recreatie en cultuur. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen voor 'wonen' en ‘werken’. Het beleidsdocument richt zich op een duurzame groei van de woningvoorraad en het behoud van de eigenheid van het eiland. Het doel is om in 2040 voldoende passende, betaalbare en duurzame Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
19
woningen beschikbaar te hebben voor alle doelgroepen, zodat de gemeente kan doorgroeien naar meer dan 40.000 inwoners. Nieuwbouw moet zorgvuldig worden ingepast in de bestaande kernen, bijdragen aan leefbaarheid en landschappelijke kwaliteit en inspelen op demografische en maatschappelijke behoeften. De gemeente heeft zich ten doel gesteld dat in 2040 een toekomstbestendige economie is ontwikkeld waarin leven, wonen en werken elkaar versterken. De gemeente zet in op de ontwikkeling van veerkrachtige agrarische bedrijven in uiteenlopende bedrijfsvormen. Klimaatadaptatie, energieneutraliteit, behoud van biodiversiteit en goede bereikbaarheid zijn binnen de thema’s belangrijke randvoorwaarden. Besluitgebied Het wijzigen van het gebruik van een agrarische bedrijfslocatie naar een woonfunctie draagt bij aan het voorkomen van leegstand en het hergebruiken van bestaande bebouwing. Het in samenhang met deze functiewijziging, verplaatsen van kasrechten en het in beperkte mate uitbreiden van het areaal glasopstanden binnen een bouwvlak bij een bestaand glastuinbouwbedrijf leidt niet tot een sterke intensivering van het ruimtegebruik. Met de beoogde ontwikkeling wordt een bestaand agrarisch bedrijf in beperkte mate uitgebreid en wordt bijgedragen aan het behouden van een veerkrachtige agrarische sector.
Het bedrijfsperceel aan de Kloosterweg wordt ook in de beoogde situatie groen afgeschermd en landschappelijk ingepast door de aanleg van streekeigen landschappelijke elementen waaronder een grondwal, een bomenweide op het voorerf en een groensingel. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de strategische visie.
3.3.4 Gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit: De algemene doelstelling is dat de milieukwaliteit behouden blijft en passend is bij de omgeving. We voorkomen bodemvervuiling, geluidsoverlast en hinder van trillingen. We gaan zorgvuldig om met de als kwaliteit bestempelde duisternis. We werken aan een veilige plek om te wonen, werken en recreëren. Wonen, werken en recreëren kan op een veilige plek plaatsvinden. Specifieke doelstellingen per milieuthema zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan. Energietransitie De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. In de Energie-Agenda zijn specifieke doelstellingen opgenomen voor energiebesparing, duurzame energieopwekking, de warmtetransitie en duurzame mobiliteit. Het Ruimtelijk beleid Duurzame Energie (2022) is de visie voor ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van duurzame energieopwekking, zowel binnen de bebouwde kom als in het landelijk gebied. Dit beleid vormt het ruimtelijk toetsingskader en geeft de kaders voor landschappelijke inpassing en meervoudig ruimte gebruik bij duurzame energieprojecten.
Eind 2021 heeft de gemeente de Transitievisie Warmte vastgesteld met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de gebouwde omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden. Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. In de Integrale laadvisie Schouwen-Duiveland Elektrisch (2023) is als doelstelling opgenomen om in 2040 een tijdig, dekkende, toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer te realiseren. Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
20
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en dit brengt serieuze problemen en opgaven met zich mee zoals wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. De Agenda Klimaatadaptatie 2024 – 2028 beschrijft de toekomstbeelden, huidige situatie, uitgangspunten en uitwerkingen van acties op de thema’s bewustwording, samenwerking en participatie; overstromingen; vitale en kwetsbare infrastructuur; natuur; landbouw; bebouwd gebied en recreatie. Biodiversiteit Hoofddoelstelling is dat Schouwen-Duiveland in 2040 een robuust ecosysteem heeft met een eigen herkenbare landschappelijke identiteit. Specifieke doelstellingen zijn het verbinden van groenstructuren, ontwikkelen van soorten en het beschermen van de natuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan bestaande groen/blauwstructuren, biodiversiteit en landschappelijke identiteit en instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000- gebieden en NNNgebieden. Circulaire economie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd.
Schouwen-Duiveland sluit aan bij de landelijk doelstelling om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Samen met de Zeeuwse gemeenten stellen we momenteel Zeeuws beleid Circulaire Economie op met specifieke doelstellingen voor de thema’s: 1. Bouw & Gebouwde omgeving; 2. Infrastructuur & Openbare ruimte; 3. Afval & Grondstoffen en 4. Inkoop & Consumptie. Beoordeling en conclusie In onderliggende onderbouwing zijn tevens de waarden zoals geformuleerd in het milieu- en duurzaamheidsbeleid beoordeeld. De wijze waarop de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het behouden van een goed woon- en leefklimaat, het voorkomen van overlast, hydrologisch neutraal bouwen en duurzaam bouwen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
21
4.
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING
In hoofdstuk 4 staan op hoofdlijnen de belangrijkste ruimtelijke en milieukundige randvoorwaarden beschreven.
4.1
Bodemkwaliteit
De doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem door de functionele eigenschappen van de bodem duurzaam te benutten. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Nieuwe ontwikkelingen dienen de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen te beschermen, rekening te houden met de kwaliteiten van de bodem en duurzaam en doelmatig de resterende historische verontreinigingen en aantastingen te beheren. De beoordeling van de toelaatbare kwaliteit van de bodem is daarbij een voorwaarde om te kunnen bouwen en geen omgevingswaarde. Er wordt binnen de systematiek onderscheid gemaakt in drie basisvormen van bodemgebruik: landbouw/ natuur, wonen en industrie. In artikel 5.89i Bkl zijn per gebied of gebruiksfunctie waarden weergegeven voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem. Het toelaatbare risico is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. Via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet zijn in paragraaf 5.1.4.5 Bkl regels opgenomen. Voor een aantal gevallen kan worden volstaan met een melding. Beoordeling Dillingsweg De bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de Dillingsweg 20 en 24 zijn reeds beëindigd en de glasopstanden zijn gesaneerd.
Na het beëindigen van de activiteiten van een glastuinbouwbedrijf is het noodzakelijk op basis van paragraaf 5.2.1 in combinatie met paragraaf 3.6.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) verplicht om een (eindsituatie) bodemonderzoek uit te voeren. Voor de beoogde functiewijziging naar wonen voor de percelen behorende bij de Dillingsweg 24 is door Wematech Bodemadviseurs BV in augustus 2025 een verkennend bodemonderzoek (vooronderzoek NEN 5725) uitgevoerd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of tot het nemen onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 8b.
van
bodemsanerende
maatregelen.
De
Ten aanzien van de uitbreiding van de glasopstanden aan de Kloosterweg vinden grond-, en bouwwerkzaamheden plaats. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is door Wematech BV in juli 2025 een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond-, en grondwatermonsters en de resultaten. Van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat op basis van de vastgestelde kwaliteitsklassen voor de boven- en de ondergrond wordt voldaan aan de kwaliteitseisen uit het gemeentelijke omgevingsplan. De bovengrond blijkt licht verontreinigd met molybdeen en nikkel (klasse wonen – industrie). In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen (klasse landbouw- natuur). Het grondwater blijkt plaatselijk sterk verontreinigd met nikkel tot boven de interventiewaarde. Afhankelijk van de teeltmethode of het grondwaterverbruik is nader onderzoek noodzakelijk. Bij grondverzet of graafwerk dient rekening gehouden te worden met de kwaliteit van de bovengrond en is een melding via het Omgevingsloket nodig. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek of tot het nemen van bodemsanerende maatregelen. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 8a.
Conclusie De milieuhygiënische gesteldheid van de bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
22
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Cultuurhistorische en archeologische waarden dienen te worden meegewogen bij de beoordeling van een ruimtelijk plan. In artikel 5.130 Bkl zijn een aantal beginselen geformuleerd ten aanzien van de omgang met monumenten die op grond van het Omgevingsplan worden beschermd. Hieronder vallen archeologische monumenten, rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. In afdeling 8.8 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor het beoordelen van een rijksmonumentactiviteit. De gemeente beoogt de karakteristieken van de verschillende landschapstypen te behouden en te versterken. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangesloten op de gebiedseigen structuren en patronen.
Vooruitlopend op de Omgevingswet is het gemeentelijke beleid over archeologie en cultuurhistorie opgenomen in het gemeentelijk erfgoedbeleid en doorvertaald op basis van dubbelbestemmingen in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan. Het gemeentelijk archeologiebeleid is sinds 2008 vastgelegd in ‘Beleidsplan Archeologie’. In de bijbehorende beleidskaart is de archeologische verwachtingswaarde per gebiedstypologie vertaald in drempelwaarden voor de oppervlakte en bewerkingsdiepte van bodemingrepen. Per archeologische verwachtingswaarde is aangegeven vanaf welke oppervlakte en bewerkingsdiepte een vergunningplicht geldt. Het archeologisch beleid is in oktober 2025 geactualiseerd. De archeologische verwachtingswaarden voor de planlocatie zijn vertaald in het omgevingsplan. Beoordeling Ter plaatse van het merendeel van de gronden aan de Dillingsweg is volgens de archeologische verwachtingskaart de ‘Archeologische verwachtingswaarde A’ van toepassing. Ter plaatse een gedeelte van de gronden behorende bij de Kloosterweg 8 volgens de archeologische verwachtingskaart de ‘Archeologische verwachtingswaarde B’ van toepassing. Voor gebieden met de verwachtingswaarde ‘Archeologisch verwachtingsgebied B’ geldt een onderzoeksverplichting voor grootschalige bodembewerkingen met een bewerkingsoppervlak vanaf 5000m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm-mv.
Voor gronden met de verwachtingswaarde ‘Archeologisch verwachtingsgebied A’ geldt een onderzoeksverplichting voor grootschalige bodembewerkingen met een bewerkingsoppervlak vanaf 2500m2 en 50 cm-mv. Het beoogde gebruik van een bedrijfswoning voor reguliere woondoeleinden vindt plaats op basis van bestaande bebouwing. De glasopstanden aan de Dillingsweg zijn al gesaneerd. Er vinden geen bodemverstorende werkzaamheden plaats als gevolg van de ontwikkeling. Als gevolg van de aanleg van de glasopstanden aan de Kloosterweg vinden ter hoogte van de archeologische dubbelbestemming geen grootschalige grondbewerkingen plaats waarbij de bodem tot boven de vrijstellingsoppervlakte wordt verstoord. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. In alle gevallen is sprake van een algemene zorgplicht. Indien tijdens bouw- of andere werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet en afdeling 19.2 Omgevingswet zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en bij de gemeente. Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
23
Figuur 10
Uitsnede archeologische beleidskaart 2025
Rijksbeleid en Provinciaal beleid Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt. De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018 en de Cultuurhistorische waardenkaart. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voorkomen dat het landschap en het cultuurhistorisch waardevolle erfgoed significant worden aangetast of dat er een significante vermindering van oppervlakte of aantasting van de samenhang tussen gronden of elementen optreedt. Het plangebied maakt volgens de Cultuurhistorische kaart van de provincie geen onderdeel uit van een aardkundig waardevol gebied of van een molenbiotoop. Beide locaties maken in landschappelijk opzicht onderdeel uit van de nieuwlandpolders in het zuidwestelijk zeekleigebied. In deze gebieden werden dijken niet meer aangelegd om bestaande polders te beschermen tegen water, maar om nieuw land te winnen. Deze nieuwlandpolders zijn meestal minder ingeklonken dan de oudlandpolders en liggen daardoor relatief hoog in het landschap. Nieuwlandpolders hebben hierdoor een goede natuurlijke afwatering. Doordat bewoning niet meer was voorbehouden aan de hoger gelegen gebieden, ligt de bebouwing verspreid over de polder. De huidige polders zijn rationeel ingericht met een blokvormig verkavelingspatroon en lange rechte wegen.
Beoordeling Dillingsweg Aan de Dillingsweg 20 – 24 was in het verleden een tuinbouwbedrijf gevestigd met een tweetal bouwvlakken, glasopstanden, een tweetal bedrijfswoningen en bijbehorende voorzieningen. De locatie maakt onderdeel uit van de Sirjanslandpolder. De polder was oorspronkelijk onderdeel van de historische polder Dreischor. Na de watersnoodramp is de polder heringericht en zijn veel van de kleinschalige landschapselementen verdwenen. De polder heeft grotendeels een open landschappelijke structuur. Aan de voorzijde van het perceel is een bunker uit de Tweede Wereldoorlog gelegen. De bunker deed dienst als schakelstation voor telefoonverbindingen. De bunker is niet opengesteld voor publiek. De bedrijfsactiviteiten van de initiatiefnemer aan de Dillingsweg 20- 24 zijn recent beëindigd. De bijbehorende glasopstanden zijn inmiddels gesaneerd. In de beoogde situatie wordt een deel van de planologisch toegestane glasopstanden behorende bij de Dillingsweg 20- 24 voor de lange termijn opgeheven om deze rechten op een andere locatie in de polder, aan de Kloosterweg 8, in te kunnen zetten. Het beoogde hergebruik van de bedrijfswoning voor reguliere woondoeleinden vindt plaats op basis van bestaande bebouwing.
Met de sanering van de glasopstanden en met het opheffen van het bedrijfsmatig gebruik aan de Dillingsweg 24 wordt bijgedragen aan het hergebruik van vrijkomende agrarische locaties. De beoogde functiewijziging heeft geen invloed op de binnen het perceel gelegen bunker. Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
24
Beoordeling Kloosterweg Op de Kloosterweg 8 is een solitair glastuinbouwbedrijf gevestigd. De bestaande glasopstanden aan de Kloosterweg worden in de beoogde situatie in beperkte mate uitgebreid. De uitbreiding van het areaal kassen vindt plaats binnen een bouwvlak en aansluitend aan de huidige kassen. Er is per saldo geen sprake van het uitbreiden van het bouwvlak. De besluitlocatie bevindt zich binnen de Noordgouwepolder. Dit is een van de oudere polders van Schouwen- Duiveland. De polder werd ingedijkt omstreeks 1374. Na de grootschalige herverkaveling van de polders na de watersnoodramp van 1953 zijn de historische kleinschalige landschapselementen grotendeels verdwenen. Binnen de huidige polder zijn lange rechte wegen, rechte dijkstructuren en blokvormige verkavelingen aangelegd in een open agrarisch landschap. De huidige polder heeft een zeer open structuur. Op een aantal percelen in de directe omgeving van het buurtschap heeft de agrarische functie (deels) plaatsgemaakt voor nieuwe niet-agrarische activiteiten. Direct ten zuiden van het besluitgebied bevinden zich voornamelijk woonpercelen behorende tot het buurtschap Schuddebeurs. Met name aan de zuidzijde van het buurtschap bevinden zich cultuurhistorisch waardevolle en monumentale gebouwen behorende bij de historische buitenplaats Schuddebeurs. Schuddebeurs is ontstaan op een kreekrug van het vroegere water de Gouwe.
Door de zanderige opbouw van de bodem en de hogere ligging is de directe omgeving van het buurtschap een klein bosgebied ontstaan. In het gebied zijn relatief veel 17e en 18e -eeuwse buitenplaatsen en landgoederen gelegen van de rijkere inwoners van Zierikzee. De bebouwingsstructuur van Schuddebeurs heeft zich vrijwel niet ontwikkeld tot een centrum met voorzieningen en is uitgegroeid tot een groen wooncluster met buitenplaatsen, villa’s en boerderijen in een bosrijke omgeving. De nieuwe kassen worden samen met de bestaande bedrijfsbebouwing landschappelijk ingepast door de uitbreiding van de bestaande grondwal en de aanplant van een groenstrook van ruim 18 meter breed. Hiermee wordt de bestaande en de nieuwe bebouwing grotendeels aan het zicht onttrokken. De beoogde ontwikkeling heeft geen onevenredige invloed op cultuurhistorische waarden in de omgeving. De aanleg en instandhouding van de landschapselementen wordt planologisch geborgd. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 en de Erfgoedverordening Schouwen- Duiveland 2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De Erfgoedverordening is in 2024 geactualiseerd. De belangrijkste uitgangspunten van het erfgoedbeleid zijn vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied.
De bescherming van archeologische waarden vindt sinds 1 januari 2024 plaats binnen de kaders van het omgevingsplan. Binnen het besluitgebied of op direct aanliggende percelen zijn geen gemeentelijke monumenten aanwezig welke planologische bescherming behoeven. De woonboerderij (Kloosterweg 8) is in de provinciale cultuurhistorische waardenkaart aangemerkt als een karakteristieke historische boerderij (nr. 254). De boerderij bestaat uit een woonhuis met aangebouwde schuur uit de wederopbouwtijd. De gevel is in de loop der jaren gemoderniseerd en is niet meer authentiek. De gevel van de aangebouwde schuur heeft nog grotendeels zijn oorspronkelijke karakter behouden. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de karakteristieke kenmerken van de boerderij.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
25
1900
1950
1975
2000
Figuur 11
Ontwikkeling omgeving projectlocatie tussen 1900 en 2000 (Topotijdreis.nl)
Welstand Het gemeentelijk welstandsbeleid maakt onderscheid in gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Op basis van de gemeentelijke Welstandsnota 2012 (vastgesteld oktober 2012 en herzien in 2023) zijn voor ontwikkelingen in het agrarisch landschap de criteria van welstandsniveau 3 van toepassing. Dit is het reguliere welstandsbeleid. Het beleid ten aanzien van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit.
Motivering – Kloosterweg 8 Noordgouwe en Dillingsweg 20 en 24 Sirjansland
26
Figuur 12
Uitsnede Welstandsnota 2023: welstandsniveau 3
Het beoogde gebruik als reguliere woonfunctie ter hoogte van de Dillingsweg 24 heeft geen onevenredige invloed op de open landschappelijke polderstructuur van de omgeving. De beperkte uitbreiding van de glasopstanden aan de Kloosterweg past binnen de toelaatbare oppervlakte aan glasopstanden. De nieuwe glasopstanden worden geconcentreerd gebouwd, in aansluiting op de bestaande kassen en worden binnen een bouwvlak gerealiseerd. Door de uitbreiding van de bestaande erfbeplanting wordt de beoogde bebouwing grotendeels aan het zicht onttrokken. Ten aanzien van de ontwikkeling aan de Kloosterweg is in februari 2024 een positief advies uitgebracht door de Commissie ruimtelijke kwaliteit. De beoogde situatie zal niet leiden tot een stedenbouwkundig onaanvaardbare situatie. In het kader van de planologische procedure zal het initiatief nogmaals ter beoordeling worden voorgelegd aan de Commissie. Conclusie De aard en beperkte schaal van de ontwikkeling vormt geen bedreiging voor het bodemarchief. Er is sprake van een lage archeologische verwachtingswaarde. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.