2025.469 Bijlage 1 Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Middenweg 13 Nieuwerkerk (1517550)
Tekst van het document
Voor een aantal typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (wonen, onderwijs ed.) staan in de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtingen voor trillingen" grens- en streefwaarden voor maximaal optredende trillingsniveaus en gemiddelde trillingsniveaus. Beoordeling en conclusie De ontwikkeling is niet relevant voor trillingen. De ontwikkeling de uitbreiding van het agrarisch bedrijf ten behoeve van stalling van agrarische machines. Deze activiteiten zorgen niet voor trillingen. 5.8. Niet gesprongen explosieven Toetsingskader De potentiële aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE)/ontplofbare oorlogsresten kan een bedreiging in houden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging in de planvorming en uitvoering leiden. De gemeente beschikt over NGE beleid. (De nota en beleidskaart met hierin de locaties waar mogelijk niet gesprongen explosieven (NGE’s) in de bodem kunnen voorkomen zijn raadpleegbaar via de gemeentelijke website) Dit beleid is opgesteld op basis van een historisch onderzoek, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten. Afhankelijk van de toekomstige ontwikkeling wordt getoetst of een vervolg onderzoek nodig is. Daar waar het huidige grondgebruik wordt gecontinueerd is geen sprake van een verhoogd risico en is vervolgonderzoek of opsporing niet noodzakelijk.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 32 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling en conclusie Op basis van de gemeentelijke nota en beleidskaart is gebleken dat het plangebied niet verdacht is op niet gesprongen explosieven. 5.9. Water Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid in een gebied. Voor alle waterhuishouding relevante nieuwe ruimtelijke plannen en besluiten moet een zogenaamde watertoets worden uitgevoerd. Concreet betekent dit dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving, Bkl. Daarnaast zijn het ‘Aanmeldformulier watertoets’ en de ‘Waterschapsverordening waterschap Scheldestromen van belang. Op grond van de verordening kunnen verschillende aanvullende omgevingsvergunningen nodig zijn. Ontwikkelen die met een wijziging van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, worden door het waterschap beoordeeld. De resultaten van het overleg met deze instantie worden in de besluitvorming/deze motivering meegenomen. Beoordeling en conclusie Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Het
project
heeft
geen
relatie
met
de
primaire of secundaire waterkeringen.
De bestaande inrit wordt verlegd en ingevuld met groen, dit heft elkaar op. Voor de aanleg van de nieuwe inrit inclusief pad, wordt groen verwijderd maar wordt extra
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het
plan
biedt
vasthouden,
voldoende
bergen
en
ruimte
afvoeren
voor van
het
water.
Waarborgen van voldoende bouwpeil om situaties
te
voorkomen.
aangelegd en langs de lange zijde van beide loodsen. Dit heft elkaar op. Uit het vooroverleg met het waterschap is
overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende
groen aan de achterzijde van de nieuwe loods
Rekening
houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
gebleken dat voor de nieuwe loods, een watercompensatie opgave ligt van 64 m3. In
bijlage
2
zijn
de
compenserende
maatregelen afgebeeld. Aan de achterzijde van de loods wordt voorzien in een tweetal tanks van 10 m3 met een opvangcapaciteit van 20.000 liter en een overloop op de achterliggende groenstrook.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 33 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Het hemelwater wat op de terreinverhardingen valt, wordt afgevoerd via de bestaande en nieuwe groenstroken op het terrein. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking Hemelwater wordt niet op het riool geloosd, maar vertraagd afgevoerd via tanks om vervolgens af te wateren via de aangelegde groenstrook.
Voorkomen
overlast
door
hemel-
en
afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s
en
van
de
(gemeentelijke)
rioleringen.
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Er
wordt
geen
grondwater
onttrokken,
schoon hemelwater wordt door infiltratie toegevoegd aan het grondwater. Er is geen sprake van grondwateroverlast. De
vloergoot
van
de
wasplaats
wordt
aangesloten op het vuilwaterriool. De rioolbeheerder heeft aangegeven dat het initiatief akkoord is, in het geval er geen hemelwater op de riolering wordt geloosd
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast
Er wordt geen grondwater onttrokken. Er is
en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen
geen
van
Situatie blijft ongewijzigd.
klimaatverandering.
Beschermen
van
sprake
van
grondwateroverlast.
infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit.
Denk
aan
Situatie blijft ongewijzigd.
grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.
Toepassing
van
de
Situatie blijft ongewijzigd.
trits
schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en
De ontwikkeling is zeer gering en heeft geen
plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s
gevolgen voor de volksgezondheid.
via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen
van
maaiveldsdalingen
maatregelen in
die
(extra)
zettinggevoelige
gebieden
kunnen veroorzaken. Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Adromi B.V.
R202352
Het plangebied betreft geen zettingsgevoelig gebied. Extra maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. In de directe omgeving is geen bestemming met de functie natte natuur.
Pagina 34 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Ter plaatse van het plangebied is geen Onderhoud oppervlaktewater
oppervlaktewater aanwezig. Enkel aan de zijde
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden
van de Middenweg is sprake van een sloot. De
worden. Rekening houden met obstakelvrije
bestaande inrit wordt opgeschoven waardoor
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande
geen
(hout)beplanting.
oppervlaktewater.
Andere belangen waterbeheer
Uitwerking
Relatie met eigendom waterbeheerder
sprake
is
van
demping
van
De functiewijziging belemmert de werking
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de
van de objecten van de waterbeheerder
werking van objecten (terreinen, milieuzonering)
niet.
van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden
er
transporten
(grond/bouwmaterialen)
plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking
Er vinden beperkt aantal transporten plaats
Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?
over de Middenweg tijdens de bouwfase.
* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf
hoe
motorvoertuigen,
fietsers
en
voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?
De bestaande inrit van het perceel wordt verplaatst,
maar
in
principe
blijft
de
bereikbaarheid ongewijzigd.
* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?
Er wordt op eigen terrein geparkeerd.
* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen?
Er
is
geen
sprake
van
invloed
nabijgelegen waterschapswegen.
(zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
5.10. Natuurbescherming Toetsingskader Flora en fauna De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet, namelijk in de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijven ongewijzigd. Hierbij moet een splitsing gemaakt worden tussen flora- fauna-activiteiten (soortenbescherming) en Natura 2000-activiteiten (gebiedsbescherming). Daarnaast kent de Omgevingswet regels voor het vellen van houtopstanden.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 35 van 45
op
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Flora- fauna-activiteiten In afdeling 11.2 van het Bal zijn regels opgenomen over flora- en fauna-activiteiten. Een flora en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Voor een nieuwe ontwikkeling moet in beeld worden gebracht of er sprake is van een flora- en fauna-activiteit. Natura 2000-gebieden In afdeling 11.1 van het Bal zijn regels opgenomen voor activiteiten die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben. Het gaat om de depositie van stikstof in een Natura 2000-gebied maar ook om andere gevolgen, bijvoorbeeld door geluid en licht die door de activiteit worden veroorzaakt. Als een ontwikkeling plaatsvindt in de directe nabijheid van een Natura 2000gebied, dan moet onderzoek uitwijzen of de ontwikkeling significante gevolgen heeft voor een Natura 2000- gebied. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Een ontwikkeling kan gevolgen hebben voor NNN-gebieden. De gebieden die het NNN vormen zijn aangewezen in de provinciale omgevingsverordening. In de provinciale omgevingsverordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld van deze gebieden. Deze wezenlijke kenmerken en waarden moeten worden beschermd, in stand worden gehouden, verbeterd en ontwikkeld worden.
Hiertoe zijn in de provinciale omgevingsverordening instructieregels opgenomen. Beoordeling en conclusie Flora en fauna Er is een quickscan uitgevoerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora & fauna en Rode Lijstsoorten5. Uit het onderzoek volgt dat er geen noodzaak is om nader onderzoek te verrichten naar vaste stand- of verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, amfibieën en bijzondere beschermde planten- en overige soorten. Hun aanwezigheid wordt uitgesloten. Vanwege de (tijdelijke en beperkte) omvang van de werkzaamheden en de aard van de natuurwaarden, zullen de geplande activiteiten geen negatieve uitstraling (externe werking van geluid, versnippering of belichting) hebben op de nabijgelegen beschermde gebieden. Binnen het plangebied in de bosschages en op en langs de verharding komen vrij veel huismussen voor. Vermoedelijk broeden deze buiten het plangebied in gebouwen en maken zij gebruik van de struiken op het erf om zich in te verschuilen.
5
Melk en Honingh, Quickscan Beschermde Flora en Fauna Omgevingswet Bouw loods Middenweg 13 4306 NP Nieuwerkerk, 7 juli 2025
Adromi B.V.
R202352
Pagina 36 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Om de ontwikkeling mogelijk te maken dienen bosschages gerooid te worden. Om eventuele effecten op de aanwezige huismussen zoveel mogelijk te voorkomen, is ervoor gekozen om de nieuw aan te planten bosschages en bomen voorrang te geven. Hierdoor kunnen de huismussen al wennen aan de veranderende omgeving. Vervolgens zal gestart worden met (een deel van) van de werkzaamheden die niet van invloed zijn op de bosschages. Pas op het laatste moment zullen de reeds bestaande bosschages verwijderd worden, waar alvorens een nader onderzoek naar de huismus heeft plaatsgevonden en de eventuele maatregelen voortkomend uit dit onderzoek toegepast zijn. In de quickscan is nog uitgegaan van circa 580 m2 nieuwe beplanting, maar inmiddels is besloten om meer groen terug te planten (ook in het kader van de landschappelijke inpassing) waardoor in zijn totaliteit meer groen terug geplant wordt dan verwijderd. Zie ook figuur 4 en bijlage 2 in deze onderbouwing. Hierdoor ontstaat dus meer potentieel leefgebied voor de huismussen dan nu reeds sprake van is. Op deze manier ontstaan dus geen negatieve effecten op de aanwezige huismussen vertoevend in de bosschages, maar kan voorliggende procedure doorgang houden. Gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’ bevindt zich op circa 2,2 tot 2,4 kilometer ten oosten en ten zuiden van het projectgebied.
Er is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd naar de bouw- en gebruiksfase van de ontwikkeling6. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bouw- noch de gebruiksfase leidt tot relevante stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuur. Er is om die reden geen sprake van een vergunningplichtige flora- en fauna activiteit.
Figuur 8: Locatie projectgebied (indicatief weergegeven bij “1”) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUSCalculator) 6
Contek. Stikstofberekening nieuwbouwloods CVEL Middenweg 13 4306 NP Nieuwkerk, 24-509, 3 december 2025
Adromi B.V.
R202352
Pagina 37 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Verder is geen sprake van het vellen van houtopstanden. Geconcludeerd kan worden dat de de natuurbeschermingsregels (onder de Omgevingswet) de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staan. 5.11. Geluid Toetsingskader Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook kunnen direct werkende regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor agrarische milieubelastende activiteiten gelden volgens artikel 5.63 Bkl en bijlage IVh van de Omgevingsregeling de onderstaande standaardwaarden.
Deze waarden liggen 5 dB(A) lager dan de algemene standaardwaarden uit artikel 5.62 Bkl en zijn daarmee specifiek bedoeld voor agrarische bedrijven. Daarnaast biedt artikel 5.65, lid 3 Bkl de mogelijkheid dat gemeenten voor een specifiek aangewezen agrarisch gebied 5 dB(A) lagere waarden vaststellen dan de standaardwaarden. Beoordeling en conclusie Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting ten gevolge van de beoogde exploitatie van de inrichting aan de Middenweg 13 in Nieuwerkerk (Akoestisch onderzoek ‘Industrielawaai’, kenmerk P25_37, versie 3, d.d. 3 december 2025). In dit onderzoek is de geluidbelasting ten gevolge van de exploitatie van de inrichting op gevels van de naastgelegen woning aan de Middenweg 11 inzichtelijk gemaakt en beoordeeld. Voor de onderhavige locatie is niet als specifiek agrarisch gebied aangewezen; er wordt dus getoetst aan de reguliere waarden uit artikel 5.63 Bkl. Uit de rekenresultaten blijkt dat zowel in de dag- als in de avondperiode wordt voldaan aan de normwaarden uit artikel 5.63 Bkl. Dit wordt mede bereikt doordat in de avondperiode met de landbouwvoertuigen direct rechts (aan de zuidzijde) langs de bestaande loods naar het achter
Adromi B.V.
R202352
Pagina 38 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
terrein wordt gereden en niet meer over het voorterrein naar de bestaande loods gaan. Daarnaast is als additionele maatregel ook al de brandstoftank verplaatst. Er is sprake van ETFAL, waarbij er een verbetering optreedt ten opzichte van de bestaande situatie doordat: - De huidige inrit wordt verlegd; - Voertuigen parkeren verder bij de woning vandaan; - Werkzaamheden aan voertuigen en ook het afspuiten van voertuigen vindt niet meer in en naast de voorste loods, maar in de achterste loods plaats; - Dieseltank wordt verplaatst. - Arriveren van landbouwmachines in de avondperiode wordt om financiële redenen al zoveel mogelijk beperkt. Dit zijn echter maatregelen die ontstaan door optimalisatie van de inrichting van het perceel en niet vanwege het aspect geluid. Echter door deze optimalisaties komt dit het akoestische klimaat ter plaatse ten goede. Er zijn geen andere relevante geluidbronnen (drukke verkeersweg of bedrijven) welke van invloed zijn op het woonklimaat welke betrokken dienen te worden Het verkeer van en naar de locatie veroorzaakt eveneens geen overschrijdingen. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de geluidbelasting door het bedrijf binnen de aanvaardbare grenzen blijft en dat sprake is van een goed en evenwichtig woon- en leefklimaat, conform de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 5.12.
Geur Toetsingskader Op grond van de instructieregels in het Bkl zijn voor een bepaalde activiteiten geurregels opgenomen in het omgevingsplan. Dit zijn de regels uit paragraaf 22.3.6 van de Bruidsschat. Die bevat onder andere regels over geur door het houden van dieren, andere agrarische activiteiten, geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken en geur door het bereiden van voedingsmiddelen. Beoordeling en conclusie De ontwikkeling betreft de realisatie van een bedrijfsloods ten behoeve van het stallen van agrarische machines. Dit zijn geen geur emitterende activiteiten. Het aspect geur is dan ook niet relevant.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 39 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.13. Luchtkwaliteit Toetsingskader Als een afwijking omgevingsplan betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 8.17 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is vooral aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. Beoordeling en conclusie De gemeente Schouwen-Duiveland ligt niet in of nabij een aandachtsgebied voor NO2 en PM107. In de context van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt los van bovenstaande nagegaan of een ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool blijkt dat de maximale, nieuwe verkeersgeneratie van 40,3 verkeersbewegingen per weekgemiddeld etmaal (zelf bij 100% vrachtverkeer) niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen. 5.14. Planologisch relevante buis-en leidingen(stelsels) Toetsingskader In artikel 2.29 aanhef en onder p.4 van het Bbl genoemde ondergrondse buis- en leidingstelsels zijn vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten, voor zover het gaat om bouwwerken. Dat betekent dat het omgevingsplan geen vergunningplicht kan en mag bevatten voor deze omgevingsplanactiviteit. Anders geformuleerd: voor de activiteit bouwen van ondergrondse buis- en leidingstelsels die voldoen aan art. 2.29 Bbl kan in het omgevingsplan geen vergunningvereiste worden opgenomen. Verder zijn in artikel 22.27 Bruidsschat regels opgenomen over ondergrondse buis- en leidingstelsels. Beoordeling en conclusie In en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevant aan te merken solitaire leidingen, leidingstroken, en hoogspanningsverbindingen aanwezig, waarmee rekening moet worden gehouden. 7
https://iplo.nl/thema/lucht/waar-beoordeling/
Adromi B.V.
R202352
Pagina 40 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Op het moment van daadwerkelijke realisering van de voorgenomen ontwikkeling zal ten minste drie werkdagen voor de aanvang van graafwerkzaamheden door degene die de graafwerkzaamheden uitvoert contact (moeten) worden opgenomen met het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC), waarbij dient te worden gemeld waar en wanneer wordt gegraven. Het omgevingsaspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. 5.15. Duisternis als omgevingskwaliteit en lichthinder Toetsingskader Op grond van (artikel 11.27 van) het Bal heeft de gemeente een zorgplicht om spaarzaam om te gaan met licht. Lichthinder de leefwijze en gezondheid van mens en dier negatief beïnvloeden. Op Schouwen-Duiveland kan nog echte duisternis worden ervaren. Duisternis is een gebiedskwaliteit die de gemeente wenst te behouden en zelfs te versterken. Te veel verlichting heeft bovendien negatieve effecten op het landschap. De gemeente hanteert de richtlijn lichthinder om nieuwe ruimtelijke plannen te beoordelen op lichtverspreiding. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende principes: • niet verlichten; • dynamisch verlichten (alleen verlichten wanneer dat nodig is); • gericht verlichten (alleen verlichten waar dit nodig is); • bewust verlichten (niet overbodig veel licht verspreiden). Lichtreclame en kunstverlichting worden zoveel mogelijk beperkt.
Ook is de kleurtemperatuur van licht buiten gebouwen zo laag mogelijk. Gestreefd wordt naar lichtarmaturen met hoogste 2.700 Kelvin. Voor openbare verlichting beschikt de gemeente over een afzonderlijk beleidsplan. Beoordeling en conclusie De ontwikkeling is niet relevant voor duisternis als omgevingskwaliteit, omdat de werkzaamheden voor het overgrote gedeelte overdags plaatsvinden en verlichting dan niet benodigd is. Indien sprake is van werkzaamheden tijdens schemering/duisternis, zoals in de winterperiode, zal enkel gericht verlicht worden. In het kader van veiligheid zal ook dynamisch verlicht worden indien beweging op het terrein gedetecteerd wordt. 5.16. Omgevingsveiligheid Toetsingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op
Adromi B.V.
R202352
Pagina 41 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Om inzicht te krijgen in welke risico’s er zijn in de omgeving van de projectlocatie is de Risicokaart beschikbaar. Ontwikkelen die met een wijziging van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, worden wordt beoordeeld door de Veiligheidsregio Zeeland en de Brandweer. De resultaten van het overleg met deze instanties worden in de besluitvorming/deze motivering meegenomen. Beoordeling en conclusie Risicovolle inrichtingen Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat het projectgebied binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting en hoofdtransportroute ligt, namelijk binnen het explosieaandachtsgebied van de opslagtank/het vulpunt van de porpaanopslagtank van Hanse Staalbouw. Het projectgebied ligt niet binnen het aandachtsgebied van de N59. Verwezen wordt naar onderstaande figuur.
Figuur 9: Locatie projectgebied (indicatief weergegeven bij “i”) ten opzichte van risicovolle activiteiten (bron: AtlasLeefomgeving)
Ondanks de ligging binnen deze contour, verandert de beoogde ontwikkeling niet de bestaande situatie voor wat betreft de omgevingsveiligheid. De nieuwe bedrijfsloods is een beperkt kwetsbaar object en de hoeveelheid personen binnen het totale perceel neemt niet tot nauwelijks toe. In geval van calamiteiten kan het perceel van de gevarenbron af evacueren. Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 42 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.17. Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie Toetsingskader Vanuit de doelen van de Ow is duurzaamheid een thema waarmee rekening gehouden moet worden. Duurzaamheid is een veelomvattend begrip waar veel aspecten onder vallen, zoals de energietransitie, mobiliteit en herbruikbaarheid. Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In 2020 heeft Zeeland een regionale energiestrategie (RES) vastgesteld. Meer dan honderd vertegenwoordigers van Zeeuwse overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners(collectieven) droegen actief bij aan de ontwikkeling van deze strategie. Beoordeling Het bedrijfsgebouw wordt uitgevoerd op basis van de laatste stand der techniek. De verlichting wordt uitgevoerd in LED. Door de uitbreiding is ook voor het bedrijf direct weer toekomstbestendig. 5.18. Gezondheid Toetsingskader Het wijzigen van het omgevingsplan kan alleen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moet de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd. Dit vereist een brede belangenafweging waarbij ook het belang van de gezondheidsbescherming en -bevordering wordt afgewogen. Gezondheid is een containerbegrip waar veel thema’s samenkomen.
Het gaat hierbij om thema’s die in hoofdstuk 5 van het Bkl expliciet zijn genoemd, zoals geluid, geur en bodem die van invloed kunnen zijn op de gezondheid. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In voorkomend geval kan de beoogde ontwikkeling ook bijdragen aan gezondheid door het stimuleren van bewegen/ groen in de buitenruimte. Beoordeling Deze ontwikkeling bevindt zich niet in de directe nabijheid van dergelijke veehouderijen, boomen fruitteelten of hoogspanningsverbindingen en voorziet niet in het toevoegen van woningen of vergelijkbare functies waar kinderen mogelijk gedurende langere tijd verblijven. Ook is er sprake is van een zeer grote afstand tot hoogspanningsverbindingen. De ontwikkeling vindt op voldoende afstand plaats tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 43 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
6.
Financiële haalbaarheid
In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de wijze van bekostiging. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin het omgevingsplan van rechtswege geldt en de situatie waarin er een gewijzigd omgevingsplan vigeert wat voldoet aan de wettelijke vereisten van de Omgevingswet (inclusief regels over kostenverhaal). Omgevingsplan van rechtswege Bij het omgevingsplan van rechtswege zijn er drie mogelijke scenario’s: 1. Gemeentelijke bekostiging/geen kostenverhaal (eventueel nadeelcompensatieovereenkomst); 2. Anterieure overeenkomst; 3. Posterieure overeenkomst.
wel
een
Een ander aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade. Een schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3 van de Ow vormt onderdeel van de met de initiatiefnemer te sluiten anterieure overeenkomst. Er zal een anterieure overeenkomst worden gesloten voor de landschappelijke inpassing en de nadeelcompensatie.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 44 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Bijlagen Bijlage 1 – Impressies toekomstige situatie Bijlage 2 - Verslag omgevingstafel 12 maart 2025 Bijlage 3 – Landschappelijke inpassing inclusief watercompensatie Bijlage 4 – Quickscan flora en fauna Bijlage 5 – Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 6 – Akoestisch onderzoek
Adromi B.V.
R202352
Pagina 45 van 45