2025.469 Bijlage 1 Toelichting TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Middenweg 13 Nieuwerkerk (1517550)
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Middenweg 13 Nieuwerkerk Gemeente Schouwen-Duiveland
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht
Gemeente Schouwen-Duiveland
T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 info@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481
Projectnummer: Versie: Datum: Auteur: Geaccordeerd:
R202352 Ontwerp 9-12-2025 Y. Hidskes S. Zonneveld
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding ................................................................................................................................ 5
1.2.
Ligging projectgebied .............................................................................................................. 5
1.3.
Procedure ................................................................................................................................ 6
1.4.
Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
Beschrijving van het project en zijn omgeving ................................................................................ 8 2.1.
Huidige situatie........................................................................................................................ 8
2.2.
Toekomstige situatie ............................................................................................................... 9
2.3.
Geldend planologisch regime .................................................................................................. 9
2.4.
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden ............................................................................ 10
2.5.
Strijdigheden ......................................................................................................................... 10
2.6.
Omgeving............................................................................................................................... 10
Participatie .................................................................................................................................... 11 3.1.
Inleiding ................................................................................................................................. 11
3.2.
Vooroverleg en participatie................................................................................................... 11
Visie & beleid ................................................................................................................................. 13 4.1.
Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13
4.2.
Provinciaal beleid .................................................................................................................. 13
4.3.
Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 16
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ..................................................................................... 20 5.1.
Milieueffectrapportage ......................................................................................................... 20
5.2.
Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................................................. 28
5.3.
Stedenbouw en welstand ...................................................................................................... 29
5.4.
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren ....................................................................... 30
5.5.
Cultureel erfgoed................................................................................................................... 31
5.6.
Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 31
5.7.
Trillingen ................................................................................................................................ 32
5.8.
Niet gesprongen explosieven ................................................................................................ 32
5.9.
Water ..................................................................................................................................... 33
5.10. Natuurbescherming ............................................................................................................... 35 5.11. Geluid .................................................................................................................................... 38 5.12. Geur ....................................................................................................................................... 39
Adromi B.V.
R202352
Pagina 3 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.13. Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 40 5.14. Planologisch relevante buis-en leidingen(stelsels)................................................................ 40 5.15. Duisternis als omgevingskwaliteit en lichthinder.................................................................. 41 5.16. Omgevingsveiligheid ............................................................................................................. 41 5.17. Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie ........................................................................ 43 5.18. Gezondheid ........................................................................................................................... 43 6.
Financiële haalbaarheid ................................................................................................................ 44
Bijlagen .................................................................................................................................................. 45
Adromi B.V.
R202352
Pagina 4 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
1.
Inleiding
1.1. Aanleiding Aan de Middenweg 13 te Nieuwerkerk is sprake van bedrijfsterrein in gebruik bij CVEL, een machinecoöperatie/loonbedrijf. Op het terrein is een bedrijfsloods aanwezig. Het is de bedoeling om achter de bestaande bedrijfsloods een tweede bedrijfsloods te realiseren. In het kader van deze ontwikkeling is het noodzakelijk om de juiste functie voor het gehele perceel te verkrijgen, omdat de nieuwbouwloods niet past binnen het geldende planologische regime. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een TAM-omgevingsplan.
Figuur 1: Locatie projectgebied
1.2. Ligging projectgebied Het projectgebied ligt aan de Middenweg 13 in Nieuwerkerk. De ontwikkeling vindt plaats op het perceel nummer 373, sectie F van de kadastrale gemeente Duiveland (DVL00).
Adromi B.V.
R202352
Pagina 5 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Figuur 2: Projectgebied, indicatief rood omlijnd (omgevingsloket, regels op de kaart)
1.3. Procedure Voorliggende ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het opstellen van een TAMomgevingsplan. Om dit initiatief mogelijk te maken moet het Omgevingsplan van Schouwen-Duiveland worden gewijzigd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een TAM-Omgevingsplan. TAM-IMRO staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO. Het is een tijdelijke regeling die gemeenten in staat stelt om, in de overgangsfase naar de Omgevingswet, hun omgevingsplan te wijzigen met behulp van de bestaande IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bijbehorende publicatievoorziening ruimtelijkeplannen.nl. Dit is een noodoplossing voor gemeenten die nog niet volledig overgestapt zijn op de nieuwe publicatiestandaard en -software van de Omgevingswet. Het centrale onderdeel van een TAM-omgevingsplan zijn de regels waarmee functies aan op de verbeelding aangegeven locaties worden toegekend. Elke functie is geometrisch bepaald. Een plan kan ook dubbele functies bevatten. Deze overlappen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de verschillende functies binnen een locatie. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een functie specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden.
De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het TAM-omgevingsplan voor.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 6 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het TAM-omgevingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen. Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. In dit document wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en aan de beoordelingsregels vanuit het Bkl (aspecten fysieke leefomgeving en milieu). Dit TAM-omgevingsplan zal op termijn worden opgenomen in het nieuwe integrale gemeentelijke omgevingsplan. 1.4. Leeswijzer De opbouw van deze motivering is als voIgt: -
-
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie van de locatie waarop de ontwikkeling betrekking heeft (het ‘projectgebied’). Indien van toepassing wordt ook ingegaan op de te verlaten locatie. De huidige situatie van de te ontwikkelen locatie wordt beschreven aan de hand van de aanvraag. De aanwezige bebouwing in het projectgebied en de functie van deze gebouwen en de onbebouwde gronden worden beschreven. De toekomstige situatie beschrijft de ontwikkeling op de projectlocatie, de omgeving daarvan, de invloed van ontwikkeling op de omgeving en de invloed van de omgeving op de ontwikkeling. Dit is relevant voor het toetsen van de activiteiten aan de beoordelingsregels. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie heeft plaatsgevonden en hoe deze heeft bijgedragen aan het ontwerp van het project op de locatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het project getoetst aan relevant beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt het project getoetst aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van het project.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 7 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
2.
Beschrijving van het project en zijn omgeving
2.1. Huidige situatie In de huidige situatie wordt de bestaande bedrijfsloods gebruikt door de coöperatieve vereniging eendracht landbouw (CVEL). Dit betreft een werktuigenvereniging, welke diverse landbouwwerktuigen verhuurt. Kortgezegd is dit dus een machineverhuurbedrijf/loonbedrijf met bijgaande activiteiten. Aan de voorzijde van het terrein is sprake van terreinverharding met parkeermogelijkheden en een LPG-opslagtank. Het terrein achter het bedrijf heeft de functie agrarisch. Er is sprake van bouwland. Op dit agrarische land hebben in de afgelopen jaren diverse teelten plaatsgevonden, waaronder bieten, aardappelen, tarwe, bloemkwekerijgewassen e.d. De omgeving betreft buitengebied met een overwegend agrarische functie. Direct ten noorden van het projectgebied bevindt zich een woning. Verder ten noorden zijn aanvullend meerdere woningen/woonfuncties gelegen alsook het bedrijventerrein De Weel. Dit gebied met woningen tussen het projectgebied en bedrijventerrein De Weel wordt bestempeld als overgangsgebied c.q. gemengd gebied.
Figuur 3: Projectgebied huidige situatie, zicht vanaf Middenweg (Google Streetview) in noordoostelijke richting
Adromi B.V.
R202352
Pagina 8 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
2.2. Toekomstige situatie De ontwikkeling betreft de nieuwbouw van een bedrijfsloods (850 m²) aan de Middenweg 13 in Nieuwerkerk achter de bestaande bedrijfsloods. Onderstaand zijn een plattegrondtekening en een impressie weergegeven. Het bedrijfsgebouw maakt onderdeel uit van de uitbreiding van het reeds aanwezige bedrijf. In het gebouw is sprake van stalling en een wasplaats voor landbouw machines.
Figuur 4: Projectgebied toekomstige situatie (bron: Hanse Staalbouw B.V.)
Figuur 5: Impressie toekomstige situatie (bron: Hanse Staalbouw B.V.)
Zie bijlage 1 voor meerdere impressies. 2.3. Geldend planologisch regime Voor het projectgebied geldt op basis van het overgangsrecht bij de Omgevingswet de regeling van het bestemmingsplan Buitengebied van 26 maart 2009. Hierin is voor de voorzijde van het gebied voorzien in een bedrijfsfunctie voor een loonbedrijf. Aan de achterzijde geldt een agrarische functie. Daarnaast geldt het algemene deel van het Omgevingsplan alsook de regelingen van de volgende plannen:
Adromi B.V.
R202352
Pagina 9 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
- ‘Verzamelde wijzigingen regels Buitengebied Schouwen-Duiveland tot en met juni 2023’ - ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland’ - ‘Parapluplan wonen’ Van deze planregelingen is enkel de regeling met de parkeernormen relevant. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is nog geen definitief omgevingsplan opgesteld. Dit betekent dat de bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel zijn geworden van het tijdelijke omgevingsplan. Voor het projectgebied wordt getoetst aan het plan ‘Buitengebied’, welke is vastgesteld op 26 maart 2009. 2.4. Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Voor de locatie geldt gedeeltelijk een bedrijfsfunctie met aanduiding ‘machineverhuurbedrijf’ en gedeeltelijk een agrarische functie. Binnen de agrarische functie zijn uitsluitend grondgebonden agrarische bedrijven toegestaan. Er is geen sprake van dubbele functies of aanduidingen. Tevens mogen buiten het bouwvlak geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Buiten het bouwvlak mogen uitsluitend kuilvoerplaten en sleufsilo's, direct aansluitend op bouwstedes en bouwvlakken en terreinafscheidingen worden gebouwd. Een ontheffing is eveneens geen mogelijkheid met oog op het maximale oppervlak van 100 m². 2.5. Strijdigheden Bedrijvigheid, al dan niet agrarisch (o.a. loonwerkbedrijf), is op de locatie niet toegestaan. Er mag ook niet gebouwd worden op de beoogde locatie. 2.6.
Omgeving Met deze omgevingsplanwijziging is de vestiging cq. de uitbreiding van een machineverhuurbedrijf/loonbedrijf beoogd. Door in het agrarische gebied zelf gevestigd te zijn worden onnodige verkeersbewegingen met de veelal omvangrijke agrarische apparatuur vermeden. Daarnaast wordt de omgeving grotendeels gekenmerkt door buitengebied, grenzend aan overgangsgebied (gemengd gebied). Hierdoor is de voorgenomen ontwikkeling passend in het plangebied.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 10 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Figuur 6: uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied (bron: DSO)
3.
Participatie
3.1. Inleiding Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet en een verplicht onderdeel bij het opstellen van een wijziging van het omgevingsplan. Door middel van participatie kunnen burgers, bedrijven en verschillende maatschappelijke organisaties in een zo vroeg mogelijk stadium openlijk inspreken of invloed uitoefenen en kan zo veel mogelijk draagvlak worden gecreëerd. In deze toelichting op de wijziging van het omgevingsplan wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisatie bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn en wat daarmee is gedaan. De gemeente heeft geen recente spelregels/kaders vastgesteld over hoe zij invulling geeft aan inwoners- en overheidsparticipatie. 3.2. Vooroverleg en participatie Vooroverleg Op 12 maart 2025 is het voornemen behandeld op de Omgevingstafel. Het verslag is als bijlage bijgevoegd bij deze toelichting.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 11 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Het voornemen is beoordeeld door de gemeente Schouwen-Duiveland, RUD Zeeland, Provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen. De opmerkingen uit de Omgevingstafel zijn meegenomen in voorliggende toelichting. De Gemeente Schouwen-Duiveland wil de ruimtelijke procedure voor omgevingsplanwijziging opstarten en geen Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA), aangezien de solitaire bedrijfsbestemming dient te verdwijnen Participatie Op grond van artikel 10.2, lid 1 van het Omgevingsbesluit dient bij een omgevingsplanwijziging te worden aangegeven of, en zo ja, en op welke wijze, door de aanvrager participatie van derden is georganiseerd. Het bevoegd gezag kan deze informatie betrekken bij de belangenafweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Vanwege de kleinschaligheid van het project en omdat het project al lange tijd loopt en de buurt daardoor al wel op de hoogte was, is gekozen om langs de deuren te gaan en een update te geven in de vorm van een mondelinge toelichting over de laatste stand van zaken van het project. Tussen 3 juli en 7 juli 2025 is initiatiefnemer bij de direct omwonenden (Middenweg 15, 11, 9 en 6) langs gegaan. Samenvattend waren de reacties positief en steunen het initiatief. Omwonenden vonden het goed om te horen dat een bedrijf in deze sector op deze locatie de mogelijkheden krijgt om te groeien.
Verder werd het als positief ervaren dat initiatiefnemers hadden besloten de omwonenden van een update te voorzien.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 12 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
4.
Visie & beleid
4.1. Rijksbeleid 4.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de Omgevingswet. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden.
Beoordeling en conclusie Het project betreft een uitbreiding van een bestaande industriële functie in industrieel overgangsgebied, gericht op de agrarische bedrijvigheid. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 4.2. Provinciaal beleid 4.2.1. Omgevingsvisie Zeeland In de Zeeuwse Omgevingsvisie (vastgesteld door de Provinciale Staten op 12-11-2021 en gewijzigd op 15-12-2023) is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat. De ambities voor 2050 en de doelen voor 2030 voor Zeeland liggen vast. Dit is de stip op de horizon voor het beleid van de provincie Zeeland. De provincie heeft haar ambities en doelstellingen omschreven binnen vier thema’s: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied 3. Een duurzame en innovatieve economie 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Adromi B.V.
R202352
Pagina 13 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Binnen deze vier thema’s heeft de provincie het (sub)doel om naar een klimaatneutrale industrie te gaan. Daarnaast wordt er gestreefd naar een concentratie op bedrijventerreinen, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op verbetering van de agrarische bedrijfsstructuur in het landelijk gebied om op deze manier dit belangrijke economisch belang van de boerenbedrijven te ondersteunen. -
Verhuur van werktuigen = duurzaam Nieuwe loods grenzend aan gemengd gebied i.p.v. midden in het buitengebied, maar wel in de directe nabijheid van het buitengebied Economisch belang
Beoordeling en conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe bedrijfsloods achter een bestaande, industriële bedrijfsloods. Deze bestaande én nieuwe bedrijfsloods zullen worden gebruikt voor een machineverhuurbedrijf. De toepassing van de bedrijfsloodsen is een duurzame activiteit. Het delen van dergelijke voertuigen (via de verhuur) is namelijk een duurzaam alternatief voor het in eigendom hebben van deze voertuigen. De ligging van de nieuwe bedrijfsloods combineert het doel van de provincie voor een concentratie op bedrijventerreinen én de verbetering van de agrarische bedrijfsstructuur. Het projectgebied grenst namelijk aan het gemengde gebied tussen het bestaande bedrijventerrein en de projectlocatie, waardoor enerzijds nieuwe agrarische bebouwing in het buitengebied wordt voorkomen (namelijk concentratie rondom het bedrijventerrein) terwijl tegelijkertijd de (agrarische) machines in de directe nabijheid van de agrarische gronden en bedrijven waar zij worden toegepast aanwezig zijn (ondersteuning en verbetering van de agrarische bedrijven en bedrijfsstructuur als belangrijke economische sector van Zeeland). Deze ontwikkeling geeft dus invulling aan de Zeeuwse Omgevingsvisie. 4.2.2. Zeeuwse Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Zeeland zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen.
De omgevingsverordening wordt ingezet als dat nodig is vanuit het provinciaal belang (realisatie van kerntaken), als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is voorgeschreven. Ook staan er instructieregels voor gemeenten en waterschappen. De Omgevingsverordening is geldig vanaf 1 januari 2024 en is het laatst gewijzigd op 18-06-2025. Vanuit de Omgevingsverordening is artikel 5.3 van toepassing op de beoogde ontwikkeling, waarbij de activiteiten worden gedefinieerd als loonwerkbedrijf volgens de definitie van de verordening: “Een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van gemechaniseerd
Adromi B.V.
R202352
Pagina 14 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
loonwerk in het landelijk gebied, aan agrarische bedrijven, overheden en natuurorganisaties, zoals het uitvoeren van agrarisch loonwerk, cultuurtechnische werken, natuurbouw, grondverzet of soortgelijke dienstverlening, met inbegrip van een strategische werkvoorraad aan hulp-, bouw-, grond- of reststoffen (in verband met circulariteit). Hieronder valt in ieder geval niet het bewerken of opslaan van mest of het verrichten van werkzaamheden in de wegen waterbouw. Artikel 5.3 Loonwerkbedrijven 1. In een omgevingsplan kan nieuwvestiging van een loonwerkbedrijf in het landelijk gebied tot maximaal 1,5 ha worden toegelaten: a. op een locatie die zo direct als mogelijk aansluit op landbouwroutes uit het Kwaliteitsnet Landbouwverkeer Zeeland; en b. mits elders in het landelijk gebied een agrarisch bouwvlak wordt gesaneerd. 2. In een omgevingsplan kan uitbreiding van een loonwerkbedrijf in het landelijk gebied tot maximaal 2 ha worden toegelaten als de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk maakt dat omgevingskwaliteiten zich daartegen niet verzetten. 3. De motivering bij een omgevingsplan dat nieuwvestiging of uitbreiding als bedoeld in dit artikel mogelijk maakt, maakt aannemelijk dat: a. nieuwvestiging of uitbreiding niet ten koste gaat van beschermde natuurwaarden en bijzondere landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in het betreffende gebied; en b.
wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing; en c. wordt voorzien in een goede verkeersontsluiting in afstemming met de wegbeheerder. 4. In afwijking van het tweede lid mag de op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening bestaande situatie, voor zover die niet in overeenstemming is met het tweede lid, worden gecontinueerd. Beoordeling en conclusie Het initiatief betreft het saneren van een solitaire bedrijfsbestemming. Volgens de verordening wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wanneer bedrijfsgerelateerde knelpunten, zoals geluidshinder of slechte ontsluiting, worden opgelost. Door het beëindigen van de bedrijfsfunctie ontstaat een positieve situatie: er vindt namelijk geen uitbreiding van bedrijvigheid plaats, terwijl bestaande knelpunten worden verminderd of weggenomen. Daarmee is het initiatief zowel in het belang van de ondernemer als van de ruimtelijke en milieukwaliteit. Ter ondersteuning zijn aanvullende maatregelen getroffen, waaronder: -
Verplaatsing van de brandstoftank;
Adromi B.V.
R202352
Pagina 15 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
-
Aanpassing van de inrit; Verplaatsing van parkeergelegenheid verder van de woning; Verplaatsing van voertuigwerkzaamheden naar de achterste loods; Beperking van avondaanvoer van landbouwmachines; Geen overige geluidbronnen in de omgeving die het woonklimaat negatief beïnvloeden.
Deze maatregelen dragen gezamenlijk bij aan een verbeterd woon- en leefklimaat. Er is geen sprake van nieuwvestiging, maar van een uitbreiding van een bestaand loonwerkbedrijf. De uitbreiding is circa 3.000 m², waarbij de bestaande landschappelijke inpassing, omgevingskwaliteit en natuurwaarden hierbij niet verslechteren en de aard en omvang van de nieuwbouwloods/uitbreiding aansluit bij de bestaande omgeving. De ontwikkeling is niet in strijd met het gestelde vanuit de Omgevingsverordening. 4.3. Gemeentelijk beleid 4.3.1. Tij van de toekomst, Schouwen-Duiveland in 2040 Op 28-5-2025 is een actualisatie van de strategische visie vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze hernieuwde strategische visie kijkt de gemeente vijftien jaar vooruit naar SchouwenDuiveland in 2040. Om mee te bewegen met de snelheid waarmee de wereld verandert, is de visie in samenspraak met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties geactualiseerd. Op veel waardevolle plekken concurreren functies als natuur, woningbouw, toerisme, landbouw en bedrijvigheid met elkaar. Door verder te kijken dan de volgende raadsperiode, helpt deze visie ons om zorgvuldige en samenhangende keuzes te maken, over onder meer bereikbaarheid, water, werkgelegenheid en zorg. De economie van Schouwen-Duiveland staat er goed voor.
De transitieopgaven van verduurzaming, circulariteit en aanpassing aan klimaatveranderingen bieden kansen voor innovatie en nieuwe werkgelegenheid, passend bij het karakter van het eiland. Door de vergrijzing van de beroepsbevolking is de arbeidsmarkt wel steeds krapper. Schouwen-Duiveland kent in 2040 een diversiteit aan veerkrachtige agrarische bedrijven in verschillende bedrijfsvormen. Gespecialiseerde bedrijven leveren met precisielandbouw en schaalvergroting een hoge voedselproductie. Daarnaast zijn er regeneratieve bedrijven die voedselproductie in korte ketens combineren met agrarisch natuurbeheer en versterking van de biodiversiteit. Het agrarische landschap wordt verder verrijkt door multifunctionele bedrijven die landbouw verweven met bijvoorbeeld toerisme, educatie, zorg en natuurbeheer.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 16 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling en conclusie De ontwikkeling betreft de uitbreiding van het bestaande agrarische loonbedrijf ter plaatse. Het nieuwe bedrijfsgebouw biedt plaats voor stalling en een wasplaats voor landbouw machines. Hierdoor is het bedrijf beter toekomstbestendig en kan het volgen in de trend schaalvergroting en kan het bedrijf efficiënter te werk gaan wat weer onnodige verkeersbewegingen scheelt.. Kortom, het initaitief past binnen dit gemeentelijk beleid. 4.3.2. Structuurvisie Buitengebied in Beweging (2009) De gemeente Schouwen-Duiveland heeft in de structuurvisie ‘Buitengebied in Beweging’ (vastgesteld in maart 2009) haar ambities ten aanzien van de ruimtelijke ordening van het buitengebied beschreven. Deze visie geeft invulling aan de ontwikkelruimte die de Nota Ruimte en het Omgevingsplan bieden. Gelijk aan de ontwikkeling van het buitengebied in heel Nederland, verandert ook de maatschappelijke betekenis van het buitengebied in de gemeente Schouwen-Duiveland. Waar het buitengebied voorheen in gebruik was bij de landbouw, is dat heden ten dagen uitgegroeid tot een gebied met diverse functies voor werken, wonen en recreëren.
Deze ontwikkelingen van de verschillende functies vragen om specifiek beleid met als doel om de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het buitengebied duurzaam te versterken en te borgen en om economische ontwikkelingen te stimuleren en ontwikkelen met kwaliteit. Nieuwerkerk, en daarmee het projectgebied, ligt in het agrarisch hart van de gemeente. Verwezen wordt naar onderstaande figuur. Het agrarisch hart wordt gekenmerkt door onder andere grootschalige openheid, zicht op dijken en verspreid liggende kerkdorpen.
Figuur 7: Verdeling gemeente Schouwen-Duiveland
Ten aanzien van bedrijvigheid is het beleid ten aanzien van bedrijfsfuncties van belang. Hierover wordt beschreven dat de vestiging van niet (primair) aan het buitengebied gebonden
Adromi B.V.
R202352
Pagina 17 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
bedrijfsfuncties kansen biedt voor de vergroting van de ruimtelijke kwaliteit en de economische vitaliteit van het buitengebied. Onder voorwaarden wil de gemeente dit toelaten: 1. Relatie met voorzieningenniveau in kernen; in het buitengebied worden geen functies toegelaten die het voorzieningenniveau van de kernen uithollen. De vestiging van detailhandel, medische, sociale, maatschappelijke en dienstverlenende functies in het buitengebied wordt niet toegestaan tenzij sprake is van een specifieke formule en geen sprake is van een uitholling van het voorzieningenniveau in de kernen. 2. Relatie met bedrijventerreinen; de gemeente wil voorkomen dat bedrijven in het buitengebied worden gevestigd die naar aard en omvang op een bedrijventerrein thuishoren. In het buitengebied worden uitsluitend bedrijven uit maximaal milieucategorie 3 (volgens de bedrijvenlijst van de VNG) toegelaten. 3. Aard en maat bebouwing; de bebouwing van nieuwe bedrijfsfuncties dient naar aard en maat te passen bij het buitengebied en de structuur van de erven: landelijke of in het buitengebied passende architectuur met een relatief beperkte bouwhoogte. Aanvullend wordt beschreven dat om het buitengebied economisch te laten ontwikkelen grondgebonden landbouw ruime ontwikkelingsmogelijkheden krijgt zodat er op bedrijfsniveau optimale vrijheid ontstaat om de ontwikkelingskoers voor het bedrijf te bepalen.
Dit betekent onder andere dat er voldoende mogelijkheden worden geboden om gebouwen te realiseren, zowel op de erven als daarbuiten (onder voorwaarden). De ontwikkelingsmogelijkheden moeten echter worden afgestemd op het landschap. Daar hoort een goede landschappelijke inpassing van de erven en van bouwwerken en voorzieningen buiten de erven bij. Beoordeling en conclusie Onderhavige ontwikkeling is de uitbreiding van een gevestigd bedrijf en daarmee een uitbreiding van de bestaande bedrijfsactiviteiten. Deze activiteiten zorgen niet voor een uitholling van het voorzieningenniveau in de kernen en sluiten aan bij de huidige en toegestane milieucategorisering van de (naastgelegen en huidige) bedrijfsfunctie. De nieuwe bedrijfsloods pas qua aard en maatgeving bij de bestaande bedrijfsloods alsook algemene agrarische bedrijfsloodsen in de omgeving. In lijn met het beleid voor grondgebonden landbouw, wordt beoordeeld dat een bedrijf voor de ondersteuning van grondgebonden landbouw eveneens bijdraagt aan de economische ontwikkeling van het buitengebied waarvoor ontwikkelingsmogelijkheden moeten worden gebonden buiten de bestaande verharding om te voorzien in de noodzaak voor bergingsmogelijkheden. Deze uitbreiding is voor wat betreft uitstraling afgestemd op het omliggende landschap.
Er kan worden geconcludeerd dat de uitbreiding van het bedrijf met de nieuwbouwloods aansluit bij de structuurvisie buitengebied van de gemeente Schouwen-Duiveland.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 18 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
4.3.3. Milieubeleidsplan Schouwen-Duiveland Het milieubeleidsplan (2008-2010) beschrijft het milieubeleid van de gemeente SchouwenDuiveland. In het milieubeleidsplan wordt per milieuthema behandeld wat de visie, doelstellingen en uitvoering zijn van het milieubeleid. Het gaat om de volgende milieuthema’s:
-
Geluid en stilte; Licht en duisternis; Energie en klimaat; Luchtkwaliteit; Bodem; Externe veiligheid.
Alle relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 6 behandeld.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 19 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
5.1. Milieueffectrapportage Toetsingskader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG, Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Voor de beoogde ontwikkeling dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. De ontwikkeling wordt niet beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van J11 van Bijlage V Omgevingsbesluit.
Uitgaande van de hiervoor relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak1 dient bij de vraag of er sprake is van een ontwikkeling die valt onder een van de categorieën die zijn genoemd in de context van de implementatie van de richtlijn milieueffectrapportage evenwel rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging / ontwikkeling een rol spelen alsook de mate waarin: - een ontwikkeling afwijkt van hetgeen planologisch is toegelaten2; - sprake is van uitbreiding van bebouwing of verharding3; - sprake is van een wijziging van het gebruik; - de situatie rondom de ontwikkeling4. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-merplichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. Bij de vraag of sprake is van een ontwikkeling die valt onder deze project categorieën (de vraag of voor een activiteit een milieueffectbeoordeling moet worden gemaakt), dient de feitelijke situatie als uitgangspunt te worden genomen en niet de vergunde of bestemde situatie. Het gaat er immers om, aan de hand van de feitelijk beoogde veranderingen/activiteiten te beoordelen of één van deze genoemde projecten van toepassing zijn.
1
ARRvS 18 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2414 ARRvS 31 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2651 3 ARRvS 29 juli 2020 ECLI:NL:RVS:2020:1832 4 ARRvS 10 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2355 2
Adromi B.V.
R202352
Pagina 20 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Gelet op de omstandigheid dat sprake is van uitbreiding van een bedrijf op voorheen onbebouwde agrarische gronden dient een milieueffectbeoordeling plaats te vinden. Een en ander wordt in de volgende subparagrafen aan de orde gesteld. 5.1.1. Kenmerken van de activiteiten In bijlage III van de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling staat beschreven dat de kenmerken van de activiteiten in overweging moeten worden genomen. Bij de kenmerken van de activiteiten moeten de hierna beschreven aspecten in beeld worden gebracht. Omvang van de activiteit Met het oog op het creëren van meer stallingsruimte voor de diverse machines en apparatuur, welke door de jaren heen is uitgebreid en ook meer specialistisch is geworden, is uitbreiding met een tweede loods noodzakelijk. Cumulatie met andere activiteiten De aanvraag betreft een solitaire ontwikkeling. Er is geen sprake van cumulatieve effecten met andere activiteiten in de relevante omgeving. Het geldende omgevingsplan laat in de omgeving ook geen relevante nieuwe ontwikkelingen of activiteiten toe dan die welke reeds aanwezig zijn. Met eventuele cumulatieve effecten van onderhavige inrichting en omliggende functies wordt rekening gehouden via de NSL-monitoringstool voor verkeer, waarmee onwenselijke cumulatieve effecten in de gegeven situatie afdoende zijn geborgd.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De locatie is niet bestemd als milieubeschermingsgebied (stilte) of waterwingebied. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen blijft beperkt tot het gebruik van nutsvoorzieningen zoals water en elektriciteit. Er wordt geen aardgas ingezet binnen de inrichting. Voorgaande overwegend, zullen er geen negatieve effecten plaatsvinden met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen Er is beperkt sprake van het ontstaan van afvalstoffen. De afvalstoffen zullen met het oog op optimaal vervoer, hergebruik en recycling gescheiden worden gehouden en worden afgevoerd naar erkende verwerkers. Verder is in huidige situatie al sprake van de volgende afvalwaterstromen die worden geloosd op de gemeentelijke vuilwaterriolering: - met communaal afvalwater vergelijkbaar afvalwater afkomstig van sanitair en kantine (er is geen sprake van bakken en braden); - waswater van het schoonmaken van de machines. Tot slot vindt lozing van hemelwater plaats afkomstig van dak en verhard terrein. Dit water is niet verontreinigd door bedrijfsprocessen. Het water afkomstig van het terrein en de nieuee
Adromi B.V.
R202352
Pagina 21 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
loods wordt geloosd op een aanwezige sloot, dan wel hierin geïnfiltreerd op momenten dat deze droog staat. Verontreiniging en hinder buiten de inrichting Als gevolg van de activiteiten van EUPir zal geen sprake zijn van relevante verontreiniging en hinder buiten de grenzen van de inrichting. Mochten de beoogde activiteiten in potentie specifieke hinderaspecten met zich meedragen, dan worden hiertoe maatregelen genomen, via maatvoorschriften op grond van het Besluit omgevingsrecht. Risico’s van ongevallen De bedrijfsactiviteiten vinden plaats binnen de locatie. Personeel en derden die binnen de locatie werkzaam zijn worden geïnstrueerd zodat nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van ongevallen zoveel mogelijk worden voorkomen. Er is geen sprake van stoffen of activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Gevaarlijke stoffen zijn niet aanwezig in significante hoeveelheden. Conclusie Op basis van voorgaande beoordeling zijn er geen aandachtspunten naar voren gekomen waardoor belangrijke negatieve effecten kunnen worden verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit. 5.1.2. Plaats van de activiteiten In bijlage III van de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling staat beschreven dat naast de kenmerken van de activiteiten tevens de plaats in overweging moet worden genomen.
Daarbij zijn relevant: het bestaande grondgebruik, de omgeving van de inrichting en de aanwezigheid van te beschermen objecten in de omgeving. Deze aspecten zijn in dit hoofdstuk nader beschreven. Geldend planologisch regime De uitbreiding vindt plaats op aangewezen agrarische gronden aansluitend aan de bedrijfsbestemming die voor het bestaande deel van het bedrijf geldt. Archeologie Op de locatie blijkt niet van beschermde archeologische verwachtingswaarden. Opnamevermogen natuurlijk milieu Op grond van de Omgevingswet zijn onder andere Natura 2000-gebieden beschermd. Voor activiteiten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Bij deze onderbouwing is een stikstofdepositieonderzoek gevoegd waaruit blijkt dat geen sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen stikstofgevoelige (delen van) Natura 2000-gebieden.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 22 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Ecologie Het terrein waarop uitbreiding beoogd is, kent een agrarische functie. Op het terrein is sprake van reguliere akkerbouwteelten. In lijn daarmee wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten op de gronden. Er wordt geen relevante aantasting van ecologische waarden verwacht als de algemene zorgplicht in acht wordt genomen. Hierbij is van belang dat ook maatregelen worden genomen om te voorkomen dat het terrein tijdens de bouw in gebruik wordt genomen door bijvoorbeeld de rugstreeppad (poelen en plassen). Er worden dan ook geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot het aspect flora en fauna vanwege de beoogde vestiging. Conclusie Op basis van voorgaande beoordeling zijn er geen aandachtspunten naar voren gekomen waardoor belangrijke negatieve effecten kunnen worden verwacht ter plaatse en in de omgeving van de bedrijfslocatie. 5.1.3. Beoordeling milieueffecten In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten die belangrijke nadelige gevolgen zouden kunnen veroorzaken beschreven. Bodemkwaliteit Op de planlocatie verblijven geen mensen voor meer dan 2 uur per dag en het gebouw wordt enkel voor opslag gebruikt. Het is ook geen verdachte locatie voor wat betreft het aspect bodem. Er heeft wel een ondergrondse brandstoftank op het terrein gelegen, maar deze is in 1999 gesaneerd. Conclusie is dat er geen bodemonderzoek nodig is.
Vrijkomende grond kan op of nabij het perceel worden gebruikt. Indien tijdens de werkzaamheden toch verdachte grond of asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen is er wel bodemonderzoek nodig Gemeente Schouwen-Duiveland is akkoord met de bestaande bodeminformatie bekend over de locatie. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling dus niet in de weg. Bodembescherming De loods en het relevante buitenterrein zal worden voorzien van een verharding welke minimaal als vloeistofkerend zal kunnen worden beschouwd. Hiermee is de bodem afdoende beschermd tegen eventuele calamiteiten, zoals lekkage van vloeistoffen uit een machine als gevolg van een aanrijding op het terrein. Voor de beoogde was-activiteiten wordt een melding gemaakt bij het bevoegd gezag met daarnaast toepassing van bodembeschermende voorzieningen, zoals een vloeistofdichte vloer en een afvangput (OBAS). Energie Het bedrijf zal gebruik maken van de gebruikelijke nutsvoorzieningen. Dit geldt ook voor het reeds aanwezige bedrijfskantoor. De bedrijfsruimten worden deels (elektrisch) verwarmd. Alle
Adromi B.V.
R202352
Pagina 23 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
aanwezige installaties zijn elektrisch. De machines zelf worden vooralsnog hoofdzakelijk door gasolie aangedreven. Vrachtwagens voor transport van machines en apparatuur zullen uit de aard der zaak ook zijn voorzien van een verbrandingsmotor. Dit geldt ook voor een deel van de personenwagens van medewerkers, klanten, monteurs e.d. die de inrichting aandoen. Verder is voorzien in de mogelijkheid tot plaatsing van zonnepanelen op het dak. De klimaatimpact van de energetische kosten van de beoogde uitbreiding zijn daarmee zeer beperkt. Daarbij zijn zowel het nieuwe bedrijfsgebouw als de installaties nieuw en zullen zij voldoen aan de stand der techniek. Geluid en trillingen Er is beperkt sprake van geluidemissie vanwege de activiteiten op het terrein. De activiteiten betreffen overwegend halen en brengen van de machines en werktuigen. De eigenlijke werkzaamheden vinden per slot van rekening elders plaats. Een milieueffectrapportage omwille van de geluidsaspecten wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Lucht Zoals beschreven zal verbrandingsmotoren.
rekening
moeten
worden
gehouden
met
emissies
van
Uit het voorgaande kan opgemaakt worden dat voor het aspect lucht geen belangrijke nadelige effecten voor het milieu zullen optreden. Geur De voorgenomen activiteiten betreffen geen geurrelevante activiteiten. Afvalstoffen De belangrijkste afvalstoffen die ontstaan betreft met communaal afval vergelijkbaar kantoor, sanitair- en kantineafval. Daarnaast is sprake van een beperkte stroom afval afkomstig van onderhoud en kleine reparaties. Dit betreft deels GKA. De nieuwe loods brengt hier geen verandering in, aangezien deze voor stalling zal worden gebruikt. Deze stromen van afvalstoffen wordt gescheiden gehouden en gescheiden afgevoerd naar een erkend verwerker. Afvalwater Binnen de locatie van zal uitsluitend sprake zijn van met communaal afvalwatervergelijkbaar afvalwater, afkomstig uit kantoor/kantine/sanitaire voorzieningen. Verder is sprake van waswater van het schoonmaken van de machines. Lozing van dit afvalwater vindt plaats op de gemeentelijke vuilwaterriolering.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 24 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Zoals aangegeven wordt hemelwater afkomstig van terrein en dak geloosd/geïnfiltreerd in tanks met een overloop naar de naast en achtergelegen landbouwgrond en groenstrook. (Externe) veiligheid Er is geen sprake van risicovolle activiteiten of van opslagen van gevaarlijke stoffen in hoeveelheden die relevant zouden zijn voor de Seveso III-richtlijn. Binnen de nieuwe loods zullen voldoende brandblusmiddelen aanwezig zijn. Een ongewoon voorval wordt vanuit dat wettelijk kader gemeld aan het bevoegd gezag. Een milieueffectrapportage ten aanzien van bovenstaande aspecten wordt niet noodzakelijk geacht. 5.1.4. SMB richtlijn Het plan voor de oprichting van onderhavige inrichting kan worden beschouwd als kleine wijziging in de zin van artikel 2, lid 3 van de SMB richtlijn welke verder geen relevante aanvullende milieueffecten kan hebben ten opzichte van de reeds in de geldende regeling voorziene situatie. Desalniettemin wordt nagegaan of sprake kan zijn van mogelijke aanzienlijke effecten zoals bedoeld in artikel 3, lid 5 jo. bijlage II van de SMB-richtlijn. In het nuvolgende wordt ingegaan op de mogelijke effecten zoals benoemd in deze bijlage, waarbij per mogelijk effect steeds in cursief een beoordeling is toegevoegd.
De kenmerken van plannen en programma's Hierbij moet met name worden gelet op: 1) de mate waarin het plan of programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen; Beoordeling 1. In het kader van het omgevingsplan kunnen de in het plan betrokken gronden worden beschouwd als een reeds toegewezen hulpbron. Het gaat immers over reeds in cultuur gebrachte gronden. Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en omvang past in het agrarische gebied ter plaatse. Er is sprake van een voor deze ontwikkeling passende en algemeen geaccepteerde gebruiksvoorwaarden. 2) de mate waarin het plan of programma andere plannen en programma's, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiërarchisch geheel, beïnvloedt;
Adromi B.V.
R202352
Pagina 25 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling 2. De omgevingsvergunning voor de nieuwe loods zal geen andere plannen of programma’s beïnvloeden. 3) de relevantie van het plan of programma voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling; Beoordeling 3. Invulling van onderhavig bedrijf op deze locatie vormt een duurzame ontwikkeling, nu ter plaatste reeds wordt voorzien in vestiging van bedrijvigheid. Behoud van het bedrijf op deze locatie is meer duurzaam dan sloop en herbouw op een andere locatie om aldaar te voorzien in de gegroeide ruimtebehoefte van het bedrijf. Bij de oprichting van het bedrijfsgebouw en de inrichting van het bedrijfsproces wordt gekozen voor een zo duurzaam mogelijke invulling v.w.b. gebruikte bouwmaterialen, levensduur van machine e.d.. 4) milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma; Beoordeling 4. Voor een beoordeling van de relevante milieuaspecten wordt verwezen naar de vorige hoofdstukken. Op dit vlak is sprake van een milieubelasting die in algemene zin dient te worden verwacht bij een bedrijf als het onderhavige. 5) de relevantie van het plan of programma voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Gemeenschap (bijv. plannen en programma's in verband met afvalstoffenbeheer of waterbescherming). Beoordeling 5.
Er is geen sprake van conflicterende programma’s of plannen die niet samen kunnen gaan met de beoogde plannen. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed Hierbij moet in het bijzonder gelet worden op: 1) de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten; Beoordeling 1. Naar verwachting zal de nieuwbouw voor de voorzienbare toekomst aanwezig blijven en zal deze nieuwbouw continu worden gebruikt voor de bedrijfsactiviteiten. Door sloop van de gebouwen en beëindiging van het gebruik zijn mogelijke effecten op gebieden in de omgeving omkeerbaar. 2) de cumulatieve aard van de effecten;
Adromi B.V.
R202352
Pagina 26 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling 2. Verwezen wordt ook naar het voorgaande. Er is sprake van een op zichzelf staand initiatief. De cumulatieve invloed van de verkeersontwikkeling en geluid in samenhang met autonome ontwikkelingen op dat vlak zijn in de beschouwing betrokken. 3) de risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu (bijv. door ongevallen); Beoordeling 3. Onderhavige ontwikkeling sluit geen risico’s in voor de omgeving. Andersom is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de toekomstige bewoners en andere gebruikers van het gebied. 4) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); Beoordeling 4. Het ruimtelijke bereik van onderhavige ontwikkeling is beperkt. De belangrijkste factor daarbij zal zijn dat de nieuwe bebouwing zichtbaar zal zijn voor de omgeving. Daarnaast zal de iets toegenomen verkeersaantrekkende werking merkbaar zijn voor de omgeving. 5) de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden beïnvloed gelet op: • bijzondere natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed; Beoordeling 5. Er is geen sprake van te beschermen natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed op de locatie en de relevante omgeving daarvan. •
de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden;
Beoordeling Er zullen geen milieukwaliteitsnormen worden overschreden. •
intensief grondgebruik;
Beoordeling In overwegende mate zal sprake zijn van intensief grondgebruik. Dit is passend voor de onderhavige locatie en voor het overige ook in overeenstemming met het beleid dat is gericht op zuinig ruimtegebruik. •
de effecten op gebieden en landschappen die door een lidstaat, door de Gemeenschap, dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 27 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling Er is geen sprake van relevante effecten op beschermde gebieden en landschappen. In de relevante omgeving is geen sprake van beschermde landschappen. Voor wat betreft de invloed op beschermde gebieden wordt verwezen naar bijgaand stikstofdepositierapport. Conclusie Met voorliggende ontwikkeling is geen sprake van negatieve milieueffecten. 5.2. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2.
Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Beoordeling en conclusie Toename van meer dan 500 m2 bebouwing of een functiewijziging met een oppervlakte van meer dan 500 m2 kan worden gezien als stedelijke ontwikkeling. Er is voor de beoogde ontwikkeling daarmee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op de locatie is in de huidige situatie de bestaande bedrijfsloods toegestaan en als zodanig in gebruik. De locatie is hiermee al bebouwd, waardoor de nieuwbouw geen afbreuk doet aan de bestaande uitstraling van de omgeving (de locatie grenst thans aan gemengd gebied), en heeft thans een aan de agrarische sector ondersteunende functie van werktuigenverhuur. Het bedrijf heeft de behoefte om de opslag/bergingsoppervlakte te vergroten. Dit is uitsluitend mogelijk op deze locatie. De ontwikkeling is hiermee in lijn met artikel 5.219g lid 2 onder b.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 28 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.3. Stedenbouw en welstand Toetsingskader Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat in paragraaf 5.1.5 instructieregels voor het beschermen van stedenbouwkundige waarden. Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29). Voor zover de projectlocatie ligt in het buitengebied zijn daarnaast de volgende uitgangspunten op het gebied van landschap en biodiversiteit uit de Zeeuwse omgevingsvisie van belang:. - Bij ontwikkelingen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het landschap. - Een deel van de landschaps- en cultuurhistorische elementen is beschermd om ze te kunnen behouden. Het gaat zowel om groene landschapselementen zoals natuur, bos en erfbeplanting als om aardkundig waardevolle elementen en cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebouwen zoals Deltawerken, polders, dijken, historische boerderijen, buitenplaatsen, vliedbergen, molens en vestingwerken. - Nieuwe ontwikkelingen als gevolg van energietransitie, klimaatverandering en de landbouwtransitie zullen het landschap veranderen.
- De natuur is in Zeeland verweven in de verschillende Zeeuwse waardevolle landschappen. De nadruk komt (inter-)nationaal meer te liggen op intensivering van het natuurbeleid via het steeds meer vervlechten van natuur met andere sectoren van de samenleving en de economie. - De biodiversiteit krijgt een volwaardige plaats naast instandhouding van het landbouwkundig gebruik en behoud en versterking van de verschillende Zeeuwse (cultuurhistorische) landschappen. Beoordeling en conclusie De Welstands-/monumentencommissie heeft op 23 oktober 2023 een positief advies uitgebracht over het bouwplan onder de voorwaarde dat de bedrijfsloods rondom landschappelijk wordt ingepast door een groenstrook van streekeigen beplanting. Deze landschappelijke inpassing wordt ter toetsing aangeboden aan het bevoegd gezag, zie ook bijlage 3. Indien akkoord zal deze via een voorwaardelijke verplichting in de regeling van onderhavig plan opgenomen worden zodat zeker wordt gesteld dat deze inpassing dan ook plaatsvindt. Figuur 4 in de toelichting is een uitsnede van de landschappelijke inpassing.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 29 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.4. Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Toetsingskader Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). De richtlijnen voor verkeer en parkeren zijn opgenomen in de publicaties van het CROW. De gemeente Schouwen-Duiveland hanteert via het ‘Parapluplan Parkeernormen SchouwenDuiveland’ de kencijfers uit het CROW, publicatie 317 ‘kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Als uitgangspunten is een ligging in een weinig stedelijke gemeente in het buitengebied gehanteerd. Beoordeling en conclusie Parkeren In onderstaande tabel is de normatieve parkeerbehoefte weergegeven. Functie
Norm
Eenheden
Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
1,1 per 100 m² bvo
840 m²
Normatieve parkeerbehoefte 9,2 pp
Voor de beoogde ontwikkeling neemt de normatieve parkeerbehoefte toe. Binnen de huidige locatie is thans voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. Verkeersafwikkeling Onderstaande uitgangspunten sluiten aan bij de uitgangspunten van de parkeerbehoefte. Functie Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief Toename
Norm 4,8 per 100 m² bvo
Eenheden 840 m²
Verkeersgeneratie 40,3 mvt/etmaal
40,3 mvt/etmaal
De toename aan verkeersgeneratie van het projectgebied bedraagt 40,3 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Deze toename is derhalve gering dat deze niet merkbaar zal zijn op de ontsluitende wegen. Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.
Adromi B.V.
R202352
Pagina 30 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
5.5. Cultureel erfgoed Toetsingskader In het Bkl is ten aanzien van de bescherming van cultureel erfgoed een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van een rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. In het gemeentelijke Beleidsplan Archeologie is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn. Hieraan zijn beleidsadviezen gekoppeld die als basis dienen voor de voorwaarden bij op te stellen bestemmingsplannen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in verschillende gebiedstypen, van archeologische monumenten tot gebieden waar geen enkele archeologische verwachtingswaarde is. Voor ieder gebiedstype gelden eigen uitgangspunten, randvoorwaarden en drempelwaarden. Beoordeling en conclusie Archeologie Het projectgebied ligt niet binnen een gebied met een archeologische waarde of een archeologisch onderzoeksgebied, zoals ook blijkt uit het omgevingsplan. Archeologisch onderzoek is dan ook niet aan de orde. Cultuurhistorie Op de locatie zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig.
Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen. 5.6. Bodemkwaliteit Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem).
Adromi B.V.
R202352
Pagina 31 van 45
Middenweg 13 Nieuwerkerk
Beoordeling en conclusie Op de planlocatie verblijven geen mensen voor meer dan 2 uur per dag en het gebouw wordt enkel voor opslag gebruikt. Het is ook geen verdachte locatie voor wat betreft het aspect bodem. Er heeft wel een ondergrondse brandstoftank op het terrein gelegen, maar deze is in 1999 gesaneerd. Conclusie is dat er geen bodemonderzoek nodig is. Vrijkomende grond kan op of nabij het perceel worden gebruikt. Indien tijdens de werkzaamheden toch verdachte grond of asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen is er wel bodemonderzoek nodig Gemeente Schouwen-Duiveland is akkoord met de bestaande bodeminformatie bekend over de locatie. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling dus niet in de weg. 5.7. Trillingen Toetsingskader Bij een planologische wijziging dient op grond van de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (§ 5.1.4.4 Trillingen) rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen . Ook moet de wijziging van het omgevingsplan erin voorzien dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn. Trillinghinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximaal optredende trillingniveau en het gemiddeld trillingniveau.