2025.436 Bijlage 2 Investeringsplan Stedin 2026 (1633412)
Tekst van het document
Beschikbaarheid van fysieke ruimte en doorlooptijden van bestemmings- en vergunningsprocedures: In heel Nederland, en zeker in de Randstad, is de ruimte schaars. Dit geldt voor zowel bovengrondse als voor ondergrondse infrastructuur. De energietransitie speelt zich voornamelijk af in de bebouwde omgeving; daardoor moet juist daar ruimte worden gevonden om het elektriciteitsnet uit te breiden. Het is een grote uitdaging om geschikte locaties voor stations te vinden binnen ons verzorgingsgebied. Daarom is er intensief contact met gemeenten en provincies om daar samen naar te zoeken. Toch kost het veel tijd en middelen om de juiste
48 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
vergunningen te verkrijgen. De doorlooptijd voor het realiseren van een nieuw hoogspanningsstation bedraagt al snel tien jaar, waarvan gemiddeld twee jaar bouwtijd is. De rest gaat op aan het vinden van geschikte locaties en aan de bijbehorende procedures. Schaarste aan strategische materialen en grondstoffen: Wij worden regelmatig geconfronteerd met leveringsproblemen. Door de energietransitie is de vraag naar diverse componenten voor het elektriciteitsnet vanuit netbeheerders sterk toegenomen, wat leidt tot aanzienlijke druk op de toeleveringsketen. Het is onze taak om tijdig de benodigde componenten bij leveranciers te bestellen. Hiernaast hebben wij in de afgelopen jaren onze voorraad en opslagcapaciteit substantieel vergroot. Daardoor zijn wij minder afhankelijk van externe leveringsproblemen en kunnen wij beter anticiperen op schaarste in de markt. Congestie/afhankelijkheid aanpassing landelijk HS-net: Voor het oplossen van de majeure knelpunten is het vaak nodig om ook het landelijke hoogspanningsnet of de koppeling met dit net uit te breiden. Die uitbreidingen kennen lange doorlooptijden, aangezien het vaak gaat om omvangrijke en planologisch complexe projecten. Daardoor is het voor ons niet altijd efficiënt om capaciteitsknelpunten op koppelpunten op te lossen voordat het knelpunt in het net van TenneT is aangepakt.
Het oplossen van ons knelpunt leidt immers niet direct tot extra benutbare transportcapaciteit. Daarom werken wij nauw samen met TenneT om onze projecten zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Waar mogelijk streven we ernaar onze investeringen eerder of gelijktijdig te realiseren met het geplande oplevermoment van TenneT. Externe ontwikkelingen die invloed hebben op ons beleid: De nationale of Europese overheden leggen ons ook eisen of beperkingen op. Een voorbeeld is de Europese F-gassenverordening. Hierin staan onder andere regels voor het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen, zoals zwavelhexaluoride (SF6). De verordening geeft een verbod op het gebruik van SF6-gas in schakelinstallaties. Hierdoor moeten wij op zoek naar andere geschikte schakelinstallaties die aan deze eisen en specificaties voldoen. Dit neemt de nodige tijd in beslag. Een verandering in regelgeving kan dus zorgen voor extra investeringen en vertraging, omdat er tijd nodig is voor het vinden en implementeren van een geschikt alternatief. Op nationaal niveau is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een maatregel waardoor we voor een aantal van onze investeringen extra onderzoek moeten doen, omdat de projecten in de buurt van een Natura2000-gebied zijn.
6.2. Uitbreidingen elektriciteit De uitbreidingsinvesteringen zijn erop om de capaciteitsknelpunten op te lossen. Voor het beschrijven van onze investeringen maken we onderscheid in majeure en reguliere investeringen.
6.2.1. Algemeen Het proces hoe wij komen tot investeringsbeslissingen staat beschreven in hoofdstuk 3. Wij kijken per regio naar de gevraagde transportcapaciteit in 2050. Dit doen wij in zogenoemde masterplannen: hoe het masterplan werkt, leggen we uit in paragraaf 6.2.3. Met onze investeringen willen wij genoeg transportcapaciteit hebben voor de prognoses in 2050; hiermee zijn wij toekomstbestendig. Bij het maken van een investering kijken we naar de levensduur van de primaire assets (hieronder vallen de transformatoren, schakelinstallaties en verbindingen). We gaan uit van een levensduur van minimaal 40 jaar.
6.2.2. Reguliere uitbreidingen elektriciteit 6.2.2.1. Vooruitblik elektriciteit Onderstaande tabellen geven een totaaloverzicht van het aantal verwachte capaciteitsknelpunten en investeringen voor de jaren 2026 tot en met 2028. Ook tonen ze de gerealiseerde aantallen in de jaren uit het IP2024.
Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
49
Inhoudsopgave
Inleiding
Uitbreiding Middenspanning Kabel Stations Schakelvelden Middenspanningsruimten Transformatoren Beveiligingen Aansluitingen Laagspanning Kabel Laagspanningskasten Aansluitingen Meters Kv-meters
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Eenheid
2025 (IP2024) maakbaar
2026 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
2027 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
2028 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
km aantal aantal aantal aantal aantal aantal
345 15 410 455 585 390 440
696 33 445 585 731 562 241
450 15 264 402 503 344 241
889 24 403 912 1.140 585 297
563 15 314 583 729 431 297
988 36 553 1.014 1.267 756 385
666 20 394 731 914 540 385
km aantal aantal
515 35 40.000
845 25 29.116
636 25 29.116
1.424 25 32.975
1.007 25 32.975
1.644 25 39.648
1.406 25 39.648
aantal
35.500
57.662
57.662
74.905
74.905
101.002
101.002
Tabel 6.2.2.1.1 Reguliere capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen elektriciteit - vooruitblik 2026-2028 (in aantallen)
Uitbreiding Hoogspanning (majeur) Middenspanning (regulier) Laagspanning (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
mln € mln € mln € mln € mln €
2025 (IP2024) maakbaar 189 209 163 3 563
2026 (IP2026) ongelimiteerd 411 379 466 3 1.259
maakbaar 243 254 284 3 783
2027 (IP2026) ongelimiteerd 643 433 852 4 1.931
maakbaar 299 282 466 4 1.051
2028 (IP2026) ongelimiteerd 674 464 997 4 2.138
maakbaar 393 309 621 4 1.328
Tabel 6.2.2.1.2 Reguliere capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen elektriciteit - vooruitblik 2026-2028 (in mln €)
6.2.2.2. Terugblik elektriciteit Onderstaande tabellen geven de terugblik weer van de reguliere investeringen uit 2023 en 2024 (IP2022 en IP2024). Uitbreiding Middenspanning Kabel Stations Schakelvelden Middenspanningsruimten Transformatoren Beveiligingen Aansluitingen Laagspanning Kabel Laagspanningskasten Aansluitingen Meters Kv-meters
Eenheid
2023 (IP2024)
2023 (Realisatie)
2024 (IP2024)
2024 (Realisatie)
km aantal aantal aantal aantal aantal aantal
263 1 380 155 195 380 410
364 3 158 176 273 190 213
295 10 380 390 485 345 440
404 6 130 253 368 106 303
km aantal aantal
435 90 32.000
315 57 30.939
400 35 35.730
342 58 26.512
aantal
21.000
22.192
31.000
18.866
Tabel 6.2.2.2.1 Reguliere uitbreidingsinvesteringen elektriciteit - terugblik 2023-2024 (in aantallen) Uitbreiding Hoogspanning (majeur) Middenspanning (regulier) Laagspanning (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
mln € mln € mln € mln € mln €
2025 (IP2024) 189 209 163 3 563
2023 (IP2022) 95 139 128 3 365
2023 realisatie 104 145 129 2 380
Tabel 6.2.2.2.2 Reguliere uitbreidingsinvesteringen elektriciteit - terugblik 2023-2024 (in mln €)
50 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
2024 (IP2024) 150 179 145 3 477
2024 realisatie 178 184 206 2 570
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
6.2.3. Majeure uitbreidingen elektriciteit De majeure investeringen beschrijven we elk afzonderlijk. Het gaat om uitbreidingen aan verbindingen of stations met een netvlak groter of gelijk aan 25 kV. De meest gebruikte oplossingen voor het verhelpen van een majeur capaciteitsknelpunt zijn: 1. Het plaatsen van een nieuw hoogspanningsstation en het aanleggen van nieuwe verbindingen 2. Het verzwaren van een huidig hoogspanningsstation door: • Het plaatsen van een extra transformator op het station • Het verzwaren van de huidige transformatoren op het station • Extra schakelinstallaties (aansluitvelden) plaatsen op het station • Een combinatie van bovengenoemde werkzaamheden 3. Het verzwaren van huidige verbindingen De keuze voor de oplossing is afhankelijk van het type knelpunt dat zich voordoet. Voor elk knelpunt bekijken we alternatieven en maken we een afweging over onder andere financiën, operationele haalbaarheid, technische complexiteit en kwaliteit. Wij werken met Masterplannen. In een masterplan bekijken we per regio de verwachte transportcapaciteit in 2050. De Masterplannen stemmen we af met de Netvisies van TenneT. De Netvisies maken we samen met TenneT en sluiten aan op onze Masterplannen. Op basis van prognoses brengen we in kaart wanneer en waar knelpunten kunnen ontstaan gedurende de komende 25 jaar (toekomstvast).
Deze inzichten vormen de basis voor het plannen van individuele investeringen om de knelpunten tijdig op te lossen. Het algemene beeld dat uit de masterplannen naar voren komt, is dat in ons gehele verzorgingsgebied extra hoogspanningsstations nodig zijn. De doorlooptijd voor het realiseren van een nieuw hoogspanningsstation bedraagt vaak meer dan tien jaar. Om de toenemende vraag naar transportcapaciteit te overbruggen gedurende deze lange doorlooptijd, doen we tussentijdse investeringen in het bestaande transportnet. Deze investeringen kunnen bestaan uit het verzwaren van transformatoren op een station, het plaatsen van een extra transformator, het verzwaren van verbindingen tussen hoogspanningsstations, of een combinatie van deze maatregelen. In het Masterplan kijken we onder andere of we de distributiespanning in een gebied kunnen verhogen. Wanneer deze momenteel 10- of 13 kV bedraagt, kunnen we ervoor kiezen om het spanningsniveau te verhogen naar 21 kV. Dit vergroot de distributiecapaciteit van een gebied aanzienlijk. Het verhogen van het spanningsniveau is niet in alle gevallen technisch of ruimtelijk haalbaar. De aanwezigheid van meerdere spanningsniveaus maakt het complexer om investeringen volledig te standaardiseren. Binnen ons verzorgingsgebied hanteren we de spanningsniveaus 66-, 50-, 30- en 25 kV voor het transportnet.
Hoewel er per spanningsniveau gestandaardiseerde oplossingen bestaan, verschillen deze onderling. Een 50/13 kV-hoogspanningsstation uitbreiden met een nieuwe transformator levert bijvoorbeeld een extra capaciteit van 56 MVA op, waar een 25/10 kV station 45 MVA aan extra transportcapaciteit toevoegt. 6.2.3.1. Vooruitblik elektriciteit In bijlage 10.6 zijn de majeure uitbereidingsinvesteringen per provincie voor de periode 2026-2035 weergegeven. Per investering omschrijven we het knelpunt, de verwachte maatregel en het verwachte jaar van inbedrijfname (IBN). De investeringen zijn ook per provincie weergegeven in hoofdstuk 9. In bijlage 10.7 zijn de investeringen omschreven waar een planningswijziging heeft plaatsgevonden tijdens de initiatiefase, definitie- en ontwerpfase en/of uitvoeringsfase. In deze tabel zijn prioriteringsscores terug te vinden voor investeringen met een IBN binnen 5 jaar (met uitzondering van de investeringen met een IBN van 2026). De verschillende redenen voor het wijzigen van de planning zijn met hun definitie beschreven in bijlage 10.7.
Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
51
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
6.2.3.2. Terugblik elektriciteit Bijlage 10.3 bevat een overzicht van de majeure capaciteitsuitbreidingen die gepland staan/stonden in 2025. In bijlage 10.9 staan de uitbreidingsinvesteringen die in het IP2024 stonden en geannuleerd of gerealiseerd zijn, inclusief de redenen. Vaak is het project opgenomen in een andere investering. Het kan ook voorkomen dat een investering door bijstelling van de prognoses niet meer, of later in de tijd plaatsvindt.
6.2.4. Planningswijzigingen bij majeure uitbreidingsinvesteringen elektriciteit In het Investeringsplan rapporteren we over drie verschillende fases van een investering: de initiatiefase, definitie- en ontwerpfase en de uitvoeringsfase. • Initiatiefase In de initiatiefase wordt een knelpunt bepaald en geanalyseerd. Vervolgens werken we voor het knelpunt een passende oplossing uit. We bepalen de gewenste start- en opleverdatum en schatten onzekerheden in. Over het algemeen houden we een standaard planning aan, maar deze is afhankelijk van interne en externe complicaties. Onderdelen van de initiatiefase zijn een netwerk en locatiestudie, het voorbereiden van het bestemmingsplan en grond verkrijgen. Aan het einde van de initiatiefase leveren we een definitief functioneel ontwerp op. • Definitie- en ontwerpfase Tijdens de definitie- en ontwerpfase gaan we van een functioneel naar definitief ontwerp. Waar nodig zoeken we in deze fase door naar een geschikte locatie. Er is meer inzicht in mogelijke complicaties en daarmee ook een duidelijker beeld van de planning. Daarnaast scherpen we het ontwerp aan en bepalen we de benodigde budgetten. Deze fase sluit af met een opdrachtverstrekking aan de uitvoering. • Uitvoeringsfase De uitvoeringsfase start met de zogenoemde ‘schop in de grond’.
Het projectteam heeft alle noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden voor de uitvoering van het project gereed. In deze fase vindt de uitvoering en inbedrijfname van het project plaats. Gemiddelde doorlooptijden De doorlooptijden van onze majeure projecten kunnen sterk verschillen. Ze zijn afhankelijk van onder andere technische complexiteit, grondverwerving, TenneT en uitvoeringscapaciteit. Dit is een globaal beeld van een standaardoplossing met de gemiddelde doorlooptijd per fase: • Het plaatsen van een nieuw hoogspanningsstation: Wanneer het uitbreiden van bestaande hoogspanningsstations niet voldoende transportcapaciteit geeft, kiezen we voor het plaatsen van een nieuw hoogspanningsstation. Dit kan een nieuw station op ons eigen hoogspanningsnet zijn of een nieuw koppelpunt met TenneT. Hiervoor moeten we een locatie vinden, grond aankopen en de nodige vergunningen verkrijgen. Ook is er vrijwel altijd een afhankelijkheid met TenneT. TenneT moet de hoogspanningsvelden (HS-velden) bouwen waarop we ons nieuwe hoogspanningsstation kunnen aansluiten. Door de vele afhankelijkheden en stappen is de doorlooptijd van dit soort projecten erg lang: gemiddeld 42 maanden voor de initiatiefase, 30 maanden voor de definitie- en ontwerpfase en 30 maanden voor de realisatiefase. In totaal is de gemiddelde doorlooptijd 8,5 jaar.
• Verzwaren van een huidig hoogspanningsstation: Het uitbreiden van een hoogspanningsstation met een of meerdere nieuwe transformatoren gaat vrijwel altijd gepaard met de aanschaf van extra grond rondom het station. Naast extra grondaanschaf is er ook hier vaak een afhankelijkheid met TenneT. Zoals gezegd is TenneT verantwoordelijk voor het bouwen van de nieuwe HS-velden waarop we onze nieuwe transformatoren kunnen aansluiten. Het uitbreiden van een hoogspanningsstation is vaak een complex project: gemiddeld 24 maanden voor de initiatiefase, 18 maanden voor de definitie- en ontwerpfase en 24 maanden voor de realisatiefase. In totaal is de gemiddelde doorlooptijd 5,5 jaar.
52 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
• Verzwaren van een huidige verbinding: Het verzwaren van een HS-verbinding is in vergelijking met de andere oplossingen een relatief eenvoudig project. Hiervoor zijn vergunningen nodig om de verbindingen te leggen. De doorlooptijden voor het verzwaren van een verbinding is gemiddeld 12 maanden voor de initiatiefase, 18 maanden voor de definitie- en ontwerpfase en 18 maanden voor de realisatiefase. In totaal is de gemiddelde doorlooptijd 4 jaar.
6.3. Capaciteitsknelpunten gas 6.3.1. Impact scenario's op aantal gasaansluitingen en lengte gasnet Doorrekeningen van de scenario’s (hoofdstuk 5) laat zien dat de huidige trend zich de komende jaren voortzet: een geleidelijke afname van de aardgasvraag. In alle scenario’s is de aanname dat de netto-omvang van de gasnetten de komende jaren afneemt, weliswaar in verschillende mate per scenario. Toch zijn er nog steeds uitbreidingsinvesteringen in de netten nodig. Dit is onder andere vanwege het aansluiten van grootverbruik- en groen gas-klanten. In de onderstaande grafieken geven we per scenario de ontwikkeling van het aantal gasaansluitingen en de ontwikkeling van de netlengte van het gasnet weer.
#gasaansluitingen
3.000.000
2.000.000
1.000.000
0 2024
2030
2035
Koersvaste Middenweg (KM) Eigen Vermogen (EV) Gezamenlijke Balans (GB)
Grafiek 6.3.1.1 Ontwikkeling aantal gasaansluitingen 30.000
#km
20.000
10.000
0 2024
2030
2035
Koersvaste Middenweg (KM) Eigen Vermogen (EV) Gezamenlijke Balans (GB)
Grafiek 6.3.1.2 Ontwikkeling netlengte gasnet
Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
53
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
6.3.2. Capaciteitsknelpunten Vanwege de afnemende aardgasvraag verwachten we geen structurele capaciteitsknelpunten in het gasnet voor wat betreft verbruik. De scenario’s zoals beschreven in hoofdstuk 5 laten wel zien dat groen gas een belangrijke rol in het energiesysteem gaat spelen. Als gevolg van deze ontwikkelingen kunnen er knelpunten ontstaan bij invoeding in het gasnet. Het aantal aanvragen voor invoeding van groen gas neemt toe. Producenten van groen gas bevinden zich vaak in (buiten)gebieden waar de vraag naar gas doorgaans gering is. Dit speelt onder andere in Zeeland, Goeree-Overflakkee en Friesland. Met name in de zomer kan dit tot problemen leiden: niet al het groene gas kunnen we dan invoeden in onze netten. Bovendien moet een invoeder, om rendabel te kunnen produceren, minstens 8.000 uur per jaar gas leveren aan het net. In sommige gasnetten is inmiddels meer groen gas beschikbaar dan dat er afname is. Oplossingen zoeken we in operationele maatregelen zoals drukverlaging en/of uitbreidingsinvesteringen. Bijvoorbeeld door koppelleidingen met naburige gasnetten aan te leggen. We monitoren de aanvragen voor extra invoeding in onze gasnetten en doen onderzoek naar mogelijke oplossingen voor toekomstige knelpunten. Waar nodig en/of wenselijk betrekken we andere regionale netbeheerders en/of de beheerder van het landelijke gastransportnet.
6.4. Uitbreidingsinvesteringen gas Voor het beschrijven van de uitbreidingsinvesteringen in gas maken we onderscheid tussen reguliere en majeure investeringen. Majeure investeringen zijn investeringen in netten met een druk boven 8 bar of investeringen gerelateerd aan de energietransitie. Reguliere investeringen betreffen alle overige investeringen in de gasnetten. De uitbreidingsinvesteringen zoals weergegeven in deze paragraaf vallen onder het ongelimiteerde investeringsportfolio; voor gas is dit gelijk aan het maakbare investeringsportfolio. Met andere woorden, alle gewenste investeringen zijn maakbaar.
6.4.1. Reguliere uitbreidingen gas 6.4.1.1. Vooruitblik gas De onderstaande tabel 6.4.1.1.1 geeft een totaaloverzicht van het aantal verwachte uitbreidingen per assettype voor de jaren 2026 - 2028. In tabel 6.4.1.1.2 geven we de bijbehorende investeringen weer. Uitbreidingen Leidingen HD hoofdleiding Distributieleidingen Waarvan brosse leidingen Stations Overslagstation Districtregelstation Hogedruk huisaansluitset Afleverstation Aansluitingen LD aansluitingen Overig Afsluiters Kv-meters
Eenheid
2025 (IP2024) maakbaar
2026 (IP2026) maakbaar
2027 (IP2026) maakbaar
2028 (IP2026) maakbaar
km km km
3 6 0
2 6 nvt
2 6 nvt
2 6 nvt
aantal aantal aantal aantal
0 3 4 3
0 3 3 2
1 3 3 2
0 3 3 2
aantal
420
400
400
400
aantal aantal
16 460
15 400
15 400
15 400
Tabel 6.4.1.1.1 Reguliere capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen gas - vooruitblik 2026-2028 (in aantallen)
54 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Capaciteit
2025 (IP2024) maakbaar 3 4 2 10
Uitbreiding Hoge druk (majeur) Lage druk (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
Scenario's
mln € mln € mln € mln €
Kwaliteit
Overige knelpunten
2026 (IP2026) maakbaar 0 10 2 13
Totale investeringen
2027 (IP2026) maakbaar 0 11 3 14
Bijlage
2028 (IP2026) maakbaar 0 13 3 16
Tabel 6.4.1.1.2 Reguliere capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen gas - vooruitblik 2026-2028 (in mln €)
6.4.1.2. Terugblik gas Hieronder geven we in tabel 6.4.1.2.1 een terugblik op de gerealiseerde reguliere uitbreidingen uit het IP2024. De bijbehorende investeringen geven we weer in tabel 6.4.1.2.2. Uitbreidingen Leidingen HD hoofdleiding Distributieleidingen Waarvan brosse leidingen Stations Overslagstation Districtregelstation Hogedruk huisaansluitset Afleverstation Aansluitingen LD aansluitingen Overig Afsluiters Kv-meters
Eenheid
2023 (IP2023)
2023 (Realisatie)
2024 (IP2024)
2024 (Realisatie)
km km km
2 11 0
0 10 1
0 6 0
2 6 1
aantal aantal aantal aantal
2 5 4 3
1 4 8 3
0 3 4 3
0 4 2 2
aantal
600
369
580
339
aantal aantal
12 650
12 554
19 630
24 482
Tabel 6.4.1.2.1 Reguliere uitbreidingsinvesteringen gas - terugblik 2023-2024 (in aantallen) Uitbreiding Hoge druk (majeur) Lage druk (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
mln € mln € mln € mln €
2025 (IP2024) 3 4 2 10
2023 (IP2022) 2 2 0 4
2023 realisatie 1 4 1 6
2024 (IP2024) 6 4 2 11
2024 realisatie 1 5 1 7
Tabel 6.4.1.2.2 Reguliere uitbreidingsinvesteringen gas - terugblik 2023-2024 (in mln €)
6.4.2. Majeure uitbreidingen gas 6.4.2.1. Vooruitblik gas Aangezien we geen structurele capaciteitsknelpunten verwachten, hebben we geen nieuwe majeure uitbreidingsinvesteringen gepland. Zoals beschreven in 6.3.2 ontstaan er wel capaciteitsknelpunten door de invoeding van groen gas, zoals in NoordOost-Friesland, Zeeland en Goeree-Overflakkee. Daarvoor hebben we een aantal lopende investeringen. Die zijn beschreven onder 6.4.2.2. Daarnaast lopen er momenteel een aantal onderzoeken. Deze hebben nog niet geleid tot concrete investeringen in de zichtperiode van dit IP. Deze onderzoeken vinden plaats samen met Gasunie en regionale netbeheerders (RNB’s), en richten zich op de verbinding tussen gasnetten (zowel tussen RNB's en tussen een RNB en Gasunie). Hier zijn voorinvesteringen voor nodig. Er zit nog een mate van onzekerheid in, mede doordat de plannen van potentiële groen gas-invoeders nog niet duidelijk zijn. We monitoren de ontwikkelingen in deze gebieden en de nieuwe groen-gasaanvragen actief om de energietransitie te faciliteren en tijdig te investeren in de netten. Zo voorkomen we knelpunten. Het gaat vaak om grote investeringen, eventueel in samenwerking met andere netbeheerders.
Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
55
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
6.4.2.2. Terugblik gas In het IP2024 werden twee uitbreidingsprojecten genoemd die we tijdens die periode zouden afronden. De 8 bar-netkoppeling in Hijum is afgerond en in mei 2024 in gebruik genomen. De netverbetering in Burgum staat momenteel on hold, omdat de aanvraag van de groen gas-invoeder zich daar nog in het vergunningstraject bevindt.
6.5. Congestiemanagement en flexibiliteit De vraag naar netcapaciteit neemt de komende jaren snel toe, waardoor alleen verzwaren van de netten niet voldoende zal zijn. Daarom werken we als netbeheerder ook aan oplossingen waarmee we slimmer kunnen omgaan met de beschikbare energie. Deze flexibele oplossingen kunnen we zowel tijdelijk (bijvoorbeeld als onderdeel van congestiemanagement) als structureel (capaciteitsmanagement) inzetten.
6.5.1. Congestiemanagement Congestiemanagement is bedoeld als tijdelijke maatregel, die we inzetten als we verwachten dat een netverzwaring niet tijdig gereed is en er congestie dreigt te ontstaan. Congestiemanagement maakt gebruik van een marktmechanisme om de beschikbare transportcapaciteit te verdelen onder de aangesloten klanten. Klanten kunnen ons op vrijwillige basis aanbieden om tijdens piekmomenten hun opwek of verbruik aan te passen om zo de congestie te verminderen. Als klanten hiervan gebruik maken, dan ontvangen ze hiervoor een vergoeding. Zodra de netverzwaring is afgerond, kunnen we congestiemanagement weer beëindigen. In de praktijk zien we dat de vrijgemaakte capaciteit in eerste instantie wordt gebruikt voor het opvangen van autonome groei (groei door kleinverbruik klanten en groei in bestaande grootverbruik-aansluitingen binnen het gecontracteerde vermogen). Als gevolg van verduurzamingsinitiatieven is de verwachting dat de autonome groei de komende jaren hoog blijft. Hierdoor blijft er minder ruimte over voor klanten die hun capaciteit willen uitbreiden buiten het gecontracteerde vermogen of voor nieuwe klanten. Er is de afgelopen jaren voor een flink aantal gebieden hard gewerkt aan congestiemanagement en het uitvoeren van congestie-onderzoeken. Dit gebeurt op basis van de richtlijnen uit de Netcode Elektriciteit.
Er wordt een technische analyse gemaakt van het netwerk en de mogelijkheden om congestie te verminderen. Het eindrapport met de resultaten van het onderzoek publiceren we op onze website. Op basis van de eerste onderzoeken zien wij dat het voor bedrijven en marktpartijen erg moeilijk is om op vrijwillige basis voldoende flexibel vermogen te vinden, zeker voor congestie bij afname. Het aanbod hiervoor is nog laag en biedt maar beperkt extra ruimte op het net. We onderzoeken of het mogelijk is om het aanbieden van flexibiliteit een verplichtend karakter te geven. Dit is een ingrijpende maatregel die we alleen inzetten wanneer bijvoorbeeld de stabiliteit van het elektriciteitsnet in het geding komt. Bij verplichte deelname zijn klanten die aan vooraf bepaalde criteria voldoen verplicht om hun beschikbare flexibele vermogen in te zetten tegen een vooraf vastgestelde prijs. In tegenstelling tot bij de deelname op vrijwillige basis hebben de klanten hier geen invloed op de hoogte van de vergoeding.
6.5.2. Structurele inzet flexibiliteit ('verzwaren tenzij') We kunnen daarnaast flexibiliteit inzetten als structurele maatregel. Dit is aantrekkelijk wanneer de netbeheerderskosten van de inzet van flexibiliteit lager zijn dan die van het doorvoeren van een netverzwaring. Deze situatie komt vooral voor wanneer we het net moeten verzwaren voor sporadisch optredende pieken, zoals bij seizoens-afhankelijke en grillige elektriciteitsproductie uit zon of wind. De extra transportcapaciteit door een netverzwaring wordt dan maar een deel van het jaar benut, waardoor de investering relatief inefficiënt is. Om af te wegen of de inzet van flexibiliteit in dergelijke situaties aantrekkelijk is, hebben de Nederlandse netbeheerders gezamenlijk het afwegingskader ‘Verzwaren tenzij’ ontwikkeld. Uit interne analyses van belastingprognoses blijkt dat de haalbaarheid van het principe ‘verzwaren tenzij’ in de praktijk beperkt is. De huidige en verwachte groei in zowel elektriciteitsopwekking als -verbruik is zodanig groot dat zowel flexibel gebruik als structurele netverzwaringen nodig zijn om de leveringszekerheid te waarborgen. Toch zijn er mogelijkheden om structurele
56 Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
flexibiliteit effectief in te zetten als alternatief voor netverzwaring. Met middelen als normering, tijdsgebonden tarieven en alternatieve transportrechten kunnen we het net fundamenteel beter benutten en zo veel voorkomende pieken dempen. Hierdoor blijven er minder pieken over waarop we moeten reageren. Zo werken we aan een systeem waarbij we flexibiliteit structureel en slim inzetten.
6.5.3. Benodigd flexibel vermogen Flexibiliteit is een belangrijk onderdeel van het nieuwe energiesysteem, maar kent uitdagingen. Zo is de inzet van flexibiliteitsoplossingen vooral effectief bij geringe overschrijdingen van de beschikbare netcapaciteit. Daarom zetten we ze in als tijdelijke maatregel totdat investeringen gereed zijn. In bijlage 10.8 is voor de periode 2026, 2030 en 2035 een inschatting gemaakt van het theoretisch benodigde energie (MWh) per station om alle knelpunten op te lossen. Hierbij is niet gecorrigeerd voor de technische en/of financiële grens die we hanteren in de congestieonderzoeken, het is een theoretisch maximum.
Capaciteitsknelpunten en uitbreidingsinvesteringen
57
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
58 Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
7. Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen Kwaliteitsknelpunten zijn delen van het net waarvan wij verwachten dat deze een aanzienlijk risico vormen voor veilig en betrouwbaar netbeheer. Vervangingsinvesteringen zijn de investeringen die nodig zijn voor het vervangen van bestaande netten, aansluitingen en meters om het knelpunt te verhelpen. Ook reconstructiewerkzaamheden door derden kunnen leiden tot vervangingsinvesteringen. Het is doorgaans efficiënter om de assets bij reconstructiewerkzaamheden gelijk te vervangen in plaats van ze te verplaatsen.
7.1. Kwaliteitsknelpunten elektriciteit Zoals beschreven in hoofdstuk 3 vormt het portfolioproces de basis om de knelpunten en maatregelen te bepalen. De belangrijkste risico’s die voortkomen uit het risicoproces, zijn opgenomen in tabel 7.1. ID knelpunt 318 320 325 331 334 335 336 338 339 340 345 347 348 353 354 351 355 356 408
Omschrijving HS-capaciteit Ageing assets e HS-kabels HS-secundair (transport) MS-secundair (distributie) MS-tertiair MS-capaciteit LS-kasten MS-kabels MS-moffen LS-aansluitingen HS-tertiair LS-kabels en LS-moffen HS-transformatoren HS-installaties (50 en 66 kV) MS-LS transformatoren MS-installaties distributie MS-installaties transport HS-verbindingen
Risiconiveau Extra Hoog Zeer Hoog Hoog Hoog Hoog Zeer Hoog Extra Hoog Hoog Extra Hoog Extra Hoog Zeer Hoog Zeer Hoog Extra Hoog Hoog Hoog Hoog Zeer Hoog Hoog Zeer Hoog
Tabel 7.1 Knelpunten ID's elektriciteit
Een totaaloverzicht van de risico’s is opgenomen in bijlage 10.5.
7.2. Vervangingen elektriciteit Voor het beschrijven van onze investeringen maken we onderscheid tussen reguliere en majeure investeringen. Voor zowel reguliere als majeure investeringen zijn de aantallen/projecten in deze paragraaf (tekst en tabellen) gebaseerd op het ongelimiteerde investeringsportfolio. De investeringen in euro’s zijn gebaseerd op het maakbare investeringsportfolio.
Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
59
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
7.2.1. Reguliere vervangingen elektriciteit 7.2.1.1. Vooruitblik elektriciteit Onderstaande tabellen geven een totaaloverzicht van het aantal verwachte kwaliteitsknelpunten en de bijbehorende investeringen per assettype voor de jaren 2026 – 2028. Vervanging
Eenheid
2025 (IP2024) maakbaar
2026 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
2027 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
2028 (IP2026) ongelimiteerd maakbaar
ID Knelpunt
Middenspanning Kabel
km
140
80
80
64
64
64
64
Stations
aantal
-
-
-
-
-
-
-
145 183 130 272 2
203 94 130 1.164 -
203 94 130 334 -
72 94 130 1.122 -
72 94 130 292 -
180 94 130 1.008 -
180 94 130 178 -
339, 340 374, 375, 377 356 355 352 334 -
126 150 19.724
120 42 16.328
120 42 16.328
100 42 16.328
100 42 16.328
80 42 16.328
100 42 16.328
348 338 345
212.000
107.762
107.762
226.927
180.591
236.112
264.603
-
Schakelvelden aantal Middenspanningsruimten aantal Transformatoren aantal Beveiligingen aantal Aansluitingen aantal Laagspanning Kabel km Laagspanningskasten aantal Aansluitingen aantal Meters Kv-meters aantal
Tabel 7.2.1.1.1 Reguliere kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen elektriciteit - vooruitblik 2026-2028 (in aantallen) 2025 (IP2024) maakbaar 51 71 110 33 266
Vervanging Hoogspanning (majeur) Middenspanning (regulier) Laagspanning (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
mln € mln € mln € mln € mln €
2026 (IP2026) ongelimiteerd 123 150 110 48 431
maakbaar 98 123 102 39 362
2027 (IP2026) ongelimiteerd 115 140 108 49 412
maakbaar 80 113 101 55 349
2028 (IP2026) ongelimiteerd 116 126 106 52 399
maakbaar 61 99 99 56 316
Tabel 7.2.1.1.2 Reguliere kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen elektriciteit - vooruitblik 2026-2028 (in mln €)
7.2.1.2. Terugblik elektriciteit Onderstaande tabellen geven de gerealiseerde aantallen in de jaren uit het IP2024. Vervanging Middenspanning Kabel Stations Schakelvelden Middenspanningsruimten Transformatoren Beveiligingen Aansluitingen Laagspanning Kabel Laagspanningskasten Aansluitingen Meters Kv-meters
Eenheid
2023 (IP2024)
2023 (Realisatie)
2024 (IP2024)
2024 (Realisatie)
ID Knelpunt
km aantal aantal aantal aantal aantal aantal
195 1 160 100 110 425 3
119 104 91 131 11
190 1 150 110 125 300 2
94 5 27 75 135 5
339, 340 374, 375, 377 356 355 352 334 -
km aantal aantal
110 120 19.000
135 158 12.403
105 150 19.750
128 133 11.741
348 338 345
aantal
186.000
116.851
183.500
113.824
-
Tabel 7.2.1.2.1 Reguliere vervangingsinvesteringen elektriciteit - terugblik 2023-2024 (in aantallen)
60 Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Vervanging Hoogspanning (majeur) Middenspanning (regulier) Laagspanning (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
Methodiek
mln € mln € mln € mln € mln €
Prioritering
Scenario's
2025 (IP2024) 51 71 110 33 266
Capaciteit
2023 (IP2022) 41 63 63 25 191
Kwaliteit
Overige knelpunten
2023 realisatie 54 85 73 22 235
Totale investeringen
2024 (IP2024) 51 65 93 29 238
Bijlage
2024 realisatie 66 93 81 26 267
Tabel 7.2.1.2.2 Reguliere vervangingsinvesteringen elektriciteit - terugblik 2023-2024 (in mln €)
7.2.2. Majeure investeringen 7.2.2.1. Vooruitblik elektriciteit Bijlage 10.10 geeft per provincie een totaaloverzicht van de majeure vervangingsinvesteringen voor stations en verbindingen vanaf een spanningsniveau vanaf 25 kV die we in 2026 tot en met 2035 uitvoeren of opstarten. Het 'ID knelpunt' geeft aan welk knelpunt we met deze investering oplossen. 7.2.2.2. Terugblik elektriciteit Bijlage 10.3 bevat een overzicht van de majeure capaciteitsuitbreidingen die gepland staan/stonden in 2025. In bijlage 10.9 staan de uitbreidingsinvesteringen die in het IP2024 stonden en geannuleerd of gerealiseerd zijn, inclusief redenen. Vaak is het project opgenomen in een andere investering. Het kan ook voorkomen dat een investering door bijstelling van de prognoses niet meer, of later in de tijd plaatsvindt.
7.3. Kwaliteitsknelpunten gas Zoals beschreven in hoofdstuk 3 vormt het portfolioproces de basis om de knelpunten en maatregelen te bepalen. De belangrijkste risico’s die voortkomen uit het risicoproces, zijn opgenomen in tabel 7.3. ID knelpunt 357 363 364 365 367 368 369 370 371 374 375 376 377 380 400
Omschrijving Conditie PGA Algemeen Conditie LD Hoofdleiding PVC/CPE Conditie HD Hoofdleiding Staal Conditie LD Hoofdleiding Nodulair Gietijzer Conditie LD Hoofdleiding Staal Conditie LD Hoofdleiding Wit-PVC Conditie LD Hoofdleiding Asbestcement Conditie LD Hoofdleiding Grijs Gietijzer Conditie LD Hoofdleiding PE Conditie Districtstations Conditie Overslagstations Conditie Hoge Druk Aansluitset Conditie Afleverstations Conditie SGA Conditie Meteropstelling lekkage
Risiconiveau Extra Hoog Zeer Hoog Zeer Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog Zeer Hoog Hoog Hoog Middelmatig Hoog Hoog Zeer Hoog Zeer Hoog
Tabel 7.3 Knelpunten ID's gas
Een totaaloverzicht van de risico’s is opgenomen in bijlage 10.5.
7.4. Vervangingen gas Ook voor het beschrijven van investeringen in onze gasnetten maken we onderscheid tussen reguliere en majeure investeringen. Reguliere investeringen hebben betrekking op de lage en hoge druk netten (<= 8 bar). Majeure investeringen omvatten investeringen in de hogere druk netten (> 8 bar) of investeringen gerelateerd aan de energietransitie. De vervangingsinvesteringen in deze paragraaf vallen onder het ongelimiteerde investeringsportfolio, voor gas is dit gelijk aan het maakbare investeringsportfolio. Met andere woorden, alle investeringen zijn maakbaar.
Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
61
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
7.4.1. Reguliere vervangingen gas 7.4.1.1. Vooruitblik gas De onderstaande tabel 7.4.1.1.1 geeft een totaaloverzicht van het aantal verwachte vervangingen per assettype voor de jaren 2026 - 2028. In tabel 7.4.1.1.2 geven we de bijbehorende investeringen weer in één overzicht. Per assettype is de relatie met de kwaliteitsknelpunten weergegeven met het 'ID knelpunt'. De tabel met ID's is opgenomen in paragraaf 7.3. Vervanging Leidingen HD hoofdleiding Distributieleidingen Waarvan brosse leidingen Stations Overslagstation Districtregelstation Hogedruk huisaansluitset Afleverstation Aansluitingen LD aansluitingen Overig Afsluiters Kv-meters
Eenheid
2025 (IP2024) maakbaar
2026 (IP2026) maakbaar
2027 (IP2026) maakbaar
2028 (IP2026) maakbaar
ID Knelpunt
km km
17 235
7 210
7 225
7 189
364 363, 365, 367, 368, 371
km
213
185
185
124
369, 370
aantal aantal
5 30
5 27
5 27
5 50
375 374
aantal
88
80
80
175
376
aantal
38
38
38
50
377
aantal
27.800
25.250
26.250
26.000
357, 380, 400
aantal aantal
83 133.400
110 85.286
110 155.616
110 208.136
364
Tabel 7.4.1.1.1 Reguliere kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen gas - vooruitblik 2026-2028 (in aantallen) 2025 (IP2024) maakbaar 17 163 25 205
Vervanging Hoge druk (majeur) Lage druk (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
mln € mln € mln € mln €
2026 (IP2026) ongelimiteerd 27 206 36 269
maakbaar 27 206 30 262
2027 (IP2026) ongelimiteerd 26 211 37 274
maakbaar 26 211 41 279
2028 (IP2026) ongelimiteerd 27 190 39 256
maakbaar 27 190 42 259
Tabel 7.4.1.1.2 Reguliere kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen gas - vooruitblik 2026-2028 (in mln €)
7.4.1.2. Terugblik gas De onderstaande tabellen geven de realisatie in aantallen en euro’s weer in de jaren 2023 en 2024 ten opzichte van de prognose uit het IP2024. Vervanging
Eenheid
2023 (IP2024)
2023 (Realisatie)
2024 (IP2024)
2024 (Realisatie)
Leidingen HD hoofdleiding
km
18
13
17
12
Distributieleidingen
km
238
237
233
209
Waarvan brosse leidingen Stations Overslagstation Districtregelstation Hogedruk huisaansluitset Afleverstation Aansluitingen LD aansluitingen Overig Afsluiters Kv-meters
km
215
212
212
178
364 363, 365, 367, 368, 371 369, 370
aantal aantal aantal aantal
0 65 35 40
1 42 53 18
6 35 86 38
7 46 43 24
375 374 376 377
aantal
28.000
22.378
27.700
19.110
357, 380, 400
aantal aantal
96 150.009
95 69.415
103 166.000
125 86.326
364
Tabel 7.4.1.2.1 Reguliere vervangingsinvesteringen gas - terugblik 2023-2024 (in aantallen)
62 Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
ID Knelpunt
Inhoudsopgave
Inleiding
Vervanging Hoge druk (majeur) Lage druk (regulier) Meters (regulier) Investeringen totaal
Profiel
mln € mln € mln € mln €
Methodiek
Prioritering
2025 (IP2024) 17 163 25 205
Scenario's
2023 (IP2022) 7 136 20 163
Capaciteit
Kwaliteit
2023 realisatie 8 171 16 195
Overige knelpunten
2024 (IP2024) 17 160 22 198
Totale investeringen
Bijlage
2024 realisatie 8 187 19 215
Tabel 7.4.1.2.2 Reguliere vervangingsinvesteringen gas - teruglik 2023-2024 (in mln €)
7.4.2. Majeure vervangingen gas Er zijn geen majeure vervangingsinvesteringen voor gas, omdat wij geen netten hebben met een druk hoger dan 8 bar. We verwachten voorlopig ook geen kwaliteitsknelpunten gerelateerd aan de energietransitie in de gasnetten. Ook in het vorige IP hebben we geen majeure investeringen opgevoerd. Daarom is er ook geen terugblik in IP2026 voor de majeure gasinvesteringen.
Kwaliteitsknelpunten en vervangingsinvesteringen
63
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
64 Overige knelpunten en netgerelateerde investeringen
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
8. Overige knelpunten en netgerelateerde investeringen In dit hoofdstuk beschrijven we overige knelpunten en bijbehorende investeringen. De zogenoemde netgerelateerde investeringen betreffen investering die niet direct betrekking hebben op de onderdelen van het net zelf (primaire assets), maar op bedrijfsmiddelen voor de bedrijfsvoering en gegevensuitwisselingen binnen het energiesysteem (secundaire assets). Deze investeringen zijn samengevoegd en weergegeven in tabel 8.3.
8.1. Belang van netbesturing We verwerken dagelijks veel data om onze elektriciteitsnetten goed te beheren. Deze data is afkomstig van talloze metingen, sensoren, alarmen en meldingen. Ze bevat onder andere informatie over de bedrijfsvoering (stroomsterkte, spanning, vermogen, druk, temperatuur, etc.) en over veiligheid (deuren geopend, schakelaars, zekeringen, etc.). De uitwisseling van data vindt realtime plaats: 24 uur per dag, 7 dagen per week. Dit is belangrijk voor een goede, veilige en betrouwbare bedrijfsvoering. Deze informatie gebruiken we ook om preventief onderhoud beter te plannen. De data maakt netbesturing mogelijk. Netbesturing is tot nu toe vooral ingezet voor een veilige bedrijfsvoering van de netten; we kunnen immers op afstand beveiligen, bemeten en bedienen. Door de toegenomen volatiliteit in vraag en aanbod van energie, het tekort aan transportcapaciteit en problemen met spanningskwaliteit is de behoefte aan netbesturing op afstand groter. Daarnaast neemt de behoefte aan meer gegevensuitwisseling binnen het energiesysteem toe, met de opkomst van nieuwe diensten zoals grote batterijsystemen en een veranderende rol in de energiemarkt (system operator). Tot slotneemt vanwege congestieproblematiek de urgentie toe om netten optimaal te benutten. Hiervoor is meer en betrouwbare data nodig, in combinatie met verregaande netbesturing.
Daarmee is netbesturing mogelijk een (soms tijdelijk) alternatief voor netverzwaring.
8.2. Investeringen voor netbesturing We investeren in netbesturingstechnologie en -vaardigheden. Ook ontwikkelen we het digitale Operating Technology (OT)platform. Dit draagt bij aan beter netbeheer en is essentieel voor het veranderende energiesysteem. De uitrol van de derde generatie digitalisering in middenspanningsruimtes onder de naam ‘DA 3.0’ (DA staat voor Distributie Automatisering) is een van de concrete investeringen op het gebied van netbesturing. Met deze technologie krijgen we meer inzicht in de belasting, 'power quality' en omgevingscondities van het station. Daarmee kunnen we bijvoorbeeld openbare verlichting flexibeler schakelen.
8.3. Overige netgerelateerde investeringen De overige netgerelateerde investeringen betreffen automatiseringssystemen van elektriciteits- en gasontvangststations. Investeringen in deze bedrijfsmiddelen voeren we waar mogelijk gecombineerd uit met de uitbreidings- en vervangingsinvesteringen van primaire assets. Onderstaande investeringen zijn daarom onderdeel van de investeringen genoemd in hoofdstuk 6 en 7. Aanvullend investeren we in systemen waarmee ons bedrijfsvoeringscentrum (BVC) de energienetwerken beter kan monitoren, besturen en benutten. Met deze systemen kunnen we ook capaciteitsknelpunten tijdig detecteren en voorkomen. Natuurlijk maken we kosten voor de digitalisering van onze systemen, het netgerelateerde telecommunicatienetwerk en systemen voor de operationele aansturing. Dit zijn vooral operationele uitgaven (OPEX) die we in dit IP niet nader specificeren.
Overige knelpunten en netgerelateerde investeringen
65
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Net gerelateerde investeringen (mln euro) Secundaire assets transportnetten Uibreidingen/ Optimalisaties in netbesturing Bedrijfsvoeringscentrum
Tabel 8.3 Netgerelateerde investeringen in assets
66 Overige knelpunten en netgerelateerde investeringen
Capaciteit
2026 54 1,1
Kwaliteit
Overige knelpunten
2027 43 0,8
Totale investeringen
2028 32 1,4
Bijlage
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Overige knelpunten en netgerelateerde investeringen
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
67
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
68 Totale investeringen
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
9. Totale investeringen In dit hoofdstuk tonen we het totaal aan investeringen dat we in de jaren 2026, 2027 en 2028 verwachten uit te voeren. Onder de categorieën regulier en majeur vallen in deze tabel naast capaciteit en kwaliteit ook klant en meters. Elke provincie kent specifieke uitdagingen en knelpunten. Denk aan de inpassing van de duurzame opwek, de verduurzaming van de industrie, de verduurzaming van de glastuinbouw of de mobiliteitstransitie. Om aan te sluiten bij de informatiebehoefte van stakeholders beschrijven we de majeure uitbreidingsinvesteringen in het elektriciteitsnet in deze paragraaf integraal per regio/provincie en geven we deze visueel weer. In tabel 9.1 zijn de kosten voor de grootste provincies uit ons verzorgingsgebied weergegeven. Deze kosten zijn lager dan de totale kosten die daarboven staan. In de totale kosten zijn namelijk ook werkzaamheden in de provincies Noord-Holland, Gelderland en Friesland meegenomen. Daarnaast werken wij met stelposten die (nog) niet verdeeld zijn naar locatie. Denk bijvoorbeeld aan een jaarprogramma waarin we alle aansluitingen voor heel het Stedin-gebied binnen één investering uitvoeren.
Regulier Elektriciteit Majeur Regulier Gas Majeur
Uitbreiding Vervanging Uitbreiding Vervanging Uitbreiding Vervanging Uitbreiding Vervanging
Netgerelateerd Provincie
Utrecht Zeeland Zuid Holland
Eenheid mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln € mln €
2026 540 264 243 98 12 236 0 27 55 402 220 773
2027 752 269 299 80 14 252 0 26 44 442 206 885
2028 935 255 393 61 16 232 0 27 34 390 197 708
Tabel 9.1 Totale investeringen incl. verdeling naar provincie
De majeure investeringen hebben we per provincie op een kaart weergegeven.
Totale investeringen
69
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
9.1. Provincie Utrecht De elektrificatie van de Nederlandse samenleving vraagt om enorme uitbreidingen van het stroomnet. Zowel op hoog-, midden- als laagspanningsniveau. Het investeringsportfolio van Stedin in de provincie Utrecht bestaat uit ruim 50 majeure projecten. Als regio heeft de gehele provincie Utrecht te maken met netcongestie. Deze netcongestie zit soms op meerdere spanningsniveaus tegelijkertijd, waardoor er ook meerdere netuitbreidingen noodzakelijk zijn. Ondanks de noodzaak en het algemene besef dat sneller bouwen prioriteit moet krijgen, zien we dat een groot deel van het portfolio sinds het vorige IP is vertraagd. De oorzaken voor deze vertragingen zijn meervoudig. Op dit moment zijn die het gevolg van spanning in de ruimtelijke dilemma’s bij het zoeken naar geschikte locaties, het verwerven van grond en de afhankelijkheden met projecten van TenneT. In onze activiteiten is de intensiteit waarmee we samenwerken met overheden op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau de afgelopen jaren enorm toegenomen. We verwachten dat we hierdoor sneller tot locatiebesluiten kunnen komen. In oktober 2025 maakten de netbeheerders bekend dat de situatie op het stroomnet in de provincie Utrecht nijpend blijft. Dit ondanks dat er goede voortgang wordt geboekt met het extra maatregelenpakket dat in het gebied wordt ingezet om overbelasting te voorkomen.
Toch laten de laatste doorrekeningen zien dat er juist in provincie Utrecht méér nodig is om aan de vraag te kunnen voldoen en de periode te overbruggen totdat de netuitbreidingen gereed zijn in 2033-2035. TenneT en Stedin zien voor de komende jaren grote onzekere factoren, zowel in de snelheid waarmee de samenleving elektrificeert als in de snelheid en effectiviteit waarmee maatregelen kunnen worden ingezet om de vraag te ondersteunen. De laatste doorrekeningen laten zien dat er meer capaciteit nodig is om aan de vraag te kunnen voldoen en de periode te overbruggen totdat de netuitbreidingen er gereed zijn in 2033-2035. De netbeheerders gaan vanaf 2026 periodiek vaststellen hoeveel netcapaciteit er uitgegeven kan worden. Dit gebeurt op basis van daadwerkelijk gerealiseerde maatregelen en extra ruimte opleveren. Wanneer de capaciteit vergeven is, kunnen de netbeheerders zogenoemde pauzemomenten ingelasten voor het vrijgeven van netcapaciteit. Eind 2025 verwachten de netbeheerders helderheid te kunnen geven over de hoeveelheid netcapaciteit die dan beschikbaar is en wat dit betekent voor de Utrechtse regio.
70 Totale investeringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Onderstaande kaart toont alle majeure investeringen in de provincie Utrecht. De details van deze investeringen staan in bijlagen 10.6, 10.7 en 10.10. Projecten met een * zijn pMIEK-projecten, met ** zijn nMIEK-projecten.
Figuur 9.1 Majeure investeringen provincie Utrecht
Totale investeringen
71
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
9.2. Provincie Zeeland Zeeland ontwikkelt zich in hoog tempo tot een belangrijk knooppunt voor duurzame energie en waterstofproductie in Europa. De provincie kent een groot industrieel cluster dat volop inzet op verduurzaming. Tegelijkertijd verduurzamen ook steeds meer inwoners hun woningen, onder andere met isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en elektrische auto’s. De overstap van aardgas naar duurzame energie versnelt deze ontwikkeling verder, met een snelgroeiende vraag naar elektriciteit tot gevolg. Sinds de zomer van 2023 is het hoogspanningsnet van TenneT in Zeeland vol. Het onderliggende elektriciteitsnet van Stedin, dat hierop is aangesloten, ondervindt daardoor ook de gevolgen. Er is in verschillende gemeenten in de provincie Zeeland ook congestie voor afname en/of terugleveren van stroom op het regionale elektriciteitsnet van Stedin. Bedrijven kunnen soms moeilijk een aansluiting krijgen of uitbreiden, en op sommige plekken kunnen ondernemers hun zelf opgewekte duurzame energie niet altijd terugleveren. Grote investeringen tot 2030 Om de energietransitie in Zeeland mogelijk te blijven maken, investeert Stedin tot 2030 ongeveer één miljard euro in het Zeeuwse elektriciteitsnet. Er worden nieuwe transformatorstations gebouwd op Tholen en Schouwen-Duiveland en er komt een nieuwe verbinding richting Bergen op Zoom.
Hiermee vervangt Stedin de oude 50 kV Noordring en vergroot de netbeheerder de capaciteit voor duurzame energie in de regio aanzienlijk. Uitdagingen en vertragingen Niet alle projecten verlopen volgens de oorspronkelijke planning. Een aantal werkzaamheden loopt vertraging op door uitstel bij TenneT, die verantwoordelijk is voor het landelijke hoogspanningsnet. Ook factoren als personeelstekorten, ruimtegebrek, langdurige vergunningprocedures en materiaaltekorten spelen een rol. Een concreet voorbeeld is de realisatie van het 150 kV-station Halsteren door TenneT, die later gereed is dan gepland. Dit heeft ook gevolgen voor het nieuwe station op Tholen, waarvan de verwachte oplevering is verschoven van 2029 naar de periode 2031–2033. De aansluiting van het nieuw te bouwen station nabij Zierikzee is eveneens afhankelijk van het Halsteren station. TenneT en Stedin werken hier gezamenlijk aan. De oplevering van dit station wordt nu verwacht tussen 2031 en 2033. Het station is cruciaal om de regio in de toekomst betrouwbaar van elektriciteit te voorzien – voor bewoners, bedrijven, instellingen én duurzame projecten. Momenteel zijn de netbeheerders bezig met het proces van grondverwerving, dat bepalend is voor de voortgang van de werkzaamheden.
Tijdelijke oplossingen Totdat de grote uitbreidingsprojecten gereed zijn, blijft Stedin zoeken naar tijdelijke oplossingen om klanten zo goed mogelijk van stroom te voorzien. Zo neemt Stedin op Walcheren, waar de vraag naar elektriciteit in de zomermaanden piekt door het toerisme, maatregelen om het net stabiel te houden. Er worden mobiele batterijen ingezet tijdens drukke periodes, zoals feestdagen en vakanties, om tijdelijk extra stroomvermogen te creëren. Meer ruimte op het stroomnet door flexibel gebruik Eerder dit jaar konden veel klanten verspreid over Zeeland van de wachtlijst gehaald worden, omdat TenneT een contract voor flexibel vermogen had afgesloten. De netbeheerders blijven hard werken aan nieuwe mogelijkheden om het stroomnet beter te benutten en vermogen vrij te spelen.
72 Totale investeringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Onderstaande kaart toont alle majeure investeringen in de provincie Zeeland. De details van deze investeringen staan in bijlagen 10.6, 10.7 en 10.10. Projecten met een * zijn pMIEK-projecten, met ** zijn nMIEK-projecten.
Figuur 9.2 Majeure investeringen provincie Zeeland
Totale investeringen
73
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
9.3. Provincie Zuid-Holland Stedin heeft het grootste deel van Zuid-Holland als verzorgingsgebied, een bedrijvige en veelzijdige provincie die volop in ontwikkeling is. Het is de dichtstbevolkte provincie, met een ambitie om voor 2030 250.000 woningen te bouwen en bestaande woningen toekomstbestendig te maken. Daarnaast is de Rotterdamse haven een belangrijke economische motor voor Nederland met een enorme verduurzamingsopgave. Ook kent de provincie meer landelijke gebieden waaronder het Groene Hart, de Zuid-Hollandse Eilanden en het Westland met veel glastuinbouw. In deze gebieden wordt steeds meer duurzame energie opgewekt en willen veel bedrijven elektrificeren om te verduurzamen. Deze toegenomen vraag naar elektriciteit leidt in steeds meer gebieden tot congestie op zowel het landelijke elektriciteitsnet van TenneT als op het regionale elektriciteitsnet van Stedin. Stedin werkt hard om de capaciteit van het elektriciteitsnet uit te breiden. Ook wordt er gewerkt aan de kwaliteit en veiligheid van het elektriciteits- en gasnet. Stedin investeert tussen 2026-2028 2,37 miljard euro in netuitbreiding en -vervangingen in Zuid-Holland. Het grootste deel heeft betrekking op de uitbreiding van het elektriciteitsnet.
De komende 10 jaar betreft dit 22 projecten om nieuwe 150kV koppelpunten met TenneT te creëren of bestaande koppelpunten uit te breiden en 82 Stedinstations die uitgebreid of nieuw gebouwd worden. Van deze projecten zijn er 37 nieuw ten opzichte van het IP 2024. Niet alle projecten in Zuid-Holland kunnen we op tijd afronden. In sommige gevallen doordat het werk vanuit TenneT opschuift en in andere gevallen doordat ons eigen werk opschuift. Beide komen voort uit een tekort aan technisch personeel, ruimtetekort, langlopende vergunningstrajecten en schaarste in materiaal. Bij de noodzakelijke prioritering is getracht om deze in te passen met zo min mogelijk effect op onze klanten. Bij een verschuiving van de opleverdatum/IBN is het van belang dat klanten niet nóg langer op transportvermogen hoeven te wachten dan nu al het geval is. Ondanks de inspanningen loopt TenneT vertraging op bij de oplevering van het nieuwe 150kV-station Hoeksche Waard. De effecten hiervan op de congestie in dit gebied maken we inzichtelijk in het congestiemanagementrapport dat Stedin later in het najaar van 2025 publiceert. In andere gevallen, zoals in de Rotterdamse haven blijken de geplande uitbreidingen van bestaande TenneT-stations onvoldoende te zijn om de congestie op te lossen. In dit gebied wordt de structurele congestie daarom pas opgelost bij de inbedrijfname van het 380kV station Europoort.
In dit gebied speelt de beperkte beschikbaarheid van grond en ruimte voor kabeltracés ook mee met vertragingen in projecten van Stedin. Om te bepalen of we als gevolg van eventuele vertragingen nieuwe (gelaagde) congestiegebieden moeten aankondigen, zal Stedin de komende periode doorrekeningen maken op basis van actuele klantinzichten, meetwaardes en technische maatregelen per station. De uitkomsten hiervan verwachten we begin 2026. De druk op het elektriciteitsnet blijft de komende jaren enorm hoog. Daarom blijft het belangrijk om de beschikbare ruimte op het net slimmer te benutten. Dat kan onder andere door buiten de spits elektriciteit te gebruiken of extra terug te leveren. Voor Zuid-Holland geldt dat er veel flexibiliteit in de vorm van regelbare opwek (noodvermogen, WKK's, STEGs) op het net zijn aangesloten. Er is daarmee een grote potentie om deze flexibiliteit te ontsluiten en in te zetten voor ruimte op het net. Ook door het treffen van tijdelijke maatregelen kan ruimte ontstaan. Station Arkel - waar sinds 2023 congestie op afname is - is daarvan een goed voorbeeld. Dankzij zwaardere belasting en een tijdelijke uitbreiding van station Arkel komt de komende jaren 100 megawatt (MW) extra ruimte op het elektriciteitsnet. Niet genoeg om de congestie op te lossen maar wel om een groot deel van de klanten op de wachtlijst aan te sluiten.
Per gebied bekijken we samen met stakeholders welke maatregelen we kunnen treffen om ruimte te creëren op het net zoals de inzet van warmtenetten en netbewust laden.
74 Totale investeringen
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
Onderstaande kaart toont alle majeure investeringen in de provincie Zuid-Holland. De details van deze investeringen staan in bijlagen 10.6, 10.7 en 10.10. Projecten met een * zijn pMIEK-projecten, met ** zijn nMIEK-projecten.
Figuur 9.3 Majeure investeringen provincie Zuid-Holland
Totale investeringen
75
Inhoudsopgave
Inleiding
Profiel
Methodiek
Prioritering
Scenario's
Capaciteit
Kwaliteit
Overige knelpunten
Totale investeringen
Bijlage
9.4. Provincie Noord-Holland - elektriciteit Het 50/10 kV-station in Heemstede is het enige elektriciteitsstation van Stedin in Noord-Holland. Het station gebruiken we samen met Liander: de transformatoren zijn eigendom van Liander, terwijl het koppelveld wordt gedeeld met ons. De transformatoren vallen dus niet onder ons beheer. Het station voorziet uitsluitend en volledig de gemeente Heemstede van elektriciteit. In dit gebied is momenteel sprake van afnamecongestie bij TenneT, waardoor er een wachtlijst wordt gehanteerd voor nieuwe aansluitingen. Vanuit Stedin is er op dit moment nog geen sprake van congestie, maar op basis van de huidige prognoses zal de capaciteitsgrens van het station rond 2035 worden bereikt. Om deze toekomstige knelpunten te voorkomen, is er een majeure investering nodig. Deze investering zullen we in nauwe samenwerking met Liander voorbereiden en uitvoeren. Op kortere termijn starten we met de Buurtaanpak, waarmee we de komende jaren stap voor stap de lokale netten versterken en toekomstbestendig maken.
9.5. Provincie Noord-Holland, Gelderland en Noord-Oost Friesland gas In de regio Noord-Oost Friesland zijn we verantwoordelijk voor de gasnetten in de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, Noord-Oost Friesland, Schiermonnikoog en Tytsjerksteradiel. In dit gebied zijn nog geen concrete majeure investeringen gepland. Jaarlijks vervangen we wel verouderde hoofdleidingen, aansluitingen en stations. Ook doen we onderzoek naar netuitbreidingen in het hogedruknet om meer capaciteit voor groen gas te creëren in de zomer. Hiervoor werken we samen met Liander en Gasunie. In Gelderland zijn we verantwoordelijk voor de gasnetten in Heukelum, Spijk en Asperen en de gemeente Scherpenzeel. In deze gebieden zijn geen majeure investeringen gepland. In de provincie Noord-Holland zijn we netbeheerder van het gasnet in de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uitgeest, Uithoorn en Zandvoort en de voormalige NoordHollandse gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude. De afgelopen jaren zijn ook in deze gebieden brosse gasleidingen vervangen. In de komende jaren volgen we dit op door de vervanging van andere verouderde gasleidingmaterialen. Ook vervangen we verouderde aansluitingen. Momenteel zijn er geen invoedbeperkingen voor groen gas in dit gebied.