2025.436 Bijlage 1 Investeringsplan 2026 Tennet (1633412)
Tekst van het document
1
■ Nordic
■ Core
■ NTC
■ Impliciet
• In 2040 worden in het Eigen Vermogen en het Gezamenlijke Balans scenario nieuwe hybride interconnectoren met België en Duitsland verondersteld. De plannen voor deze interconnectoren zijn momenteel nog niet concreet.
Op basis van de resultaten van een economische haalbaarheidsanalyse zijn de ERAA scenario’s aangepast met als doel een realistischere inschatting van de beschikbare productiecapaciteit.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
53
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
De tabel 6.4 toont de elektriciteitsvraag en het opgestelde vermogen in de landen waarmee Nederland elektrisch rechtstreeks is verbonden (Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, en Denemarken) en Frankrijk door de relatief grote impact op de Europese elektriciteitsmarkt. Tabel 6.4 Ontwikkelingen in opgesteld productievermogen en elektriciteitsvraag in omringende landen Duitsland
België
Verenigd Koninkrijk
Noorwegen
Denemarken
Frankrijk
2026
2030
2035
2040
2026
2030
2035
2040
2026
2030
2035
2040
2026
2030
2035
2040
2026
2030
2035
2040
2026
2030
2035
2040
11,8 66,5 45,8 13,5 21,5 0,0 8,9 7,9 25,6 0,0
28,4 115,0 97,0 14,0 20,2 0,0 8,1 3,8 31,1 0,0
50,0 157,0 143,4 14,0 14,4 0,0 5,0 0,0 57,0 0,5
65,1 168,5 390,3 15,5 8,2 0,0 0,0 0,0 7,2 52,0
2,3 3,9 10,1 1,4 2,2 2,1 0,0 0,4 7,0 0,0
5,8 5,2 13,6 1,5 2,3 2,1 0,0 0,4 6,5 0,0
5,8 6,9 18,0 1,5 2,3 2,1 0,0 0,4 6,2 0,0
8,0 9,4 35,0 1,5 2,3 0,0 0,0 0,4 5,7 3,4
22,5 17,1 14,9 2,1 13,8 1,2 0,0 0,0 38,0 0,0
39,9 22,9 16,5 2,1 13,9 4,6 0,0 0,0 32,1 0,0
47,0 25,8 18,9 2,1 10,6 5,0 0,0 0,0 43,7 0,0
95,2 42,0 74,1 5,1 17,1 4,5 0,0 0,0 14,3 12,4
0,0 5,4 0,8 33,9 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
3,0 5,8 4,0 35,8 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
5,5 6,3 7,0 38,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
10,0 6,9 10,0 38,6 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
2,7 5,6 9,4 0,0 1,0 0,0 0,0 2,2 2,1 0,0
4,3 7,3 20,6 0,0 1,0 0,0 0,0 1,8 1,8 0,0
11,3 7,6 26,2 0,0 0,7 0,0 0,0 1,3 2,1 0,0
31,9 12,5 35,5 0,0 0,8 0,0 0,0 1,2 0,6 0,0
2,0 24,8 24,7 27,0 7,7 63,0 0,0 0,0 7,2 0,0
3,6 30,5 40,3 27,2 8,9 63,0 0,0 0,0 7,2 0,0
14,8 37,6 62,2 27,7 7,0 63,0 0,0 0,0 7,2 0,0
26,4 61,0 143,0 28,3 3,0 50,0 0,0 0,0 6,0 1,6
4,6 2,4
34,3 29,0
72,8 41,2
94,1 36,8
0,3 0,1
1,5 0,4
2,6 0,7
2,8 2,3
15,7 0,2
18,9 0,6
23,9 8,7
25,3 28,4
0,0 0,0
0,0 0,2
0,0 0,6
0,0 0,8
0,1 0,9
0,3 3,1
0,4 9,3
0,5 17,6
0,5 0,4
0,5 3,6
0,5 11,2
6,7 14,3
524
557
654
940
94
113
132
155
288
311
424
585
148
173
182
185
48
59
70
70
482
551
552
560
Productie (GW)
Wind op zee Wind op land Zonnepanelen Waterkracht Overig Nucleair Bruinkool Steenkool Aardgas Methaan Flexibiliteit (GW)
Batterij Power-to-X Vraag (TWh)
Basisvraag
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
54
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
6.5 Ontwikkeling vraag en opwek De scenario’s gebruikt in dit IP gaan in verschillende mate uit van een groei van de opgestelde vermogens aan wind op zee, wind op land en zonnepanelen en een toename van de elektriciteitsvraag. De elektriciteitsproductie wordt steeds weersafhankelijker terwijl steeds meer toepassingen om elektrische energie vragen, denk aan elektrificatie van industriële processen, het laden van elektrische voertuigen en warmtepompen in de gebouwde omgeving. Beide ontwikkelingen hebben gevolgen voor de elektrische balans: de niet prijsgevoelige productie uit hernieuwbare opwek minus de elektrische vraag. In de toekomst is deze balans steeds vaker positief (‘overschotten’), maar er blijven ook altijd momenten waarin de hernieuwbare opwek niet voldoende is om aan de elektrische vraag te voldoen (‘tekorten’). Er is flexibiliteit nodig om vraag en aanbod in de verschillende situaties in evenwicht te houden. In dit IP zijn de verschillende profielen bepaald op basis van de weersomstandigheden van een van de klimaatjaren zoals ook toegepast in de European Resource Adequacy Assessment (ERAA) 2024. Ter illustratie zijn in figuur 6.8 voor het KM-scenario zowel de vraag- en hernieuwbaar aanbod profielen als ook de elektrische balans weergegeven voor de jaren 2026, 2035 en 2040.
Figuur 6.8: Ontwikkeling elektrische vraag en hernieuwbare opwek 2026-2040 Hernieuwbaar aanbod & elektrische vraag
Elektrische balans
Elektrische balans
GW 100
GW 60
GW 60
80
40
40
20
20
2026
60
0
0
-20
-20
20
-40
-40
0
-60
-60
GW 100
GW 60
GW 60
80
40
40
20
20
40
2035
60
0
0
-20
-20
20
-40
-40
0
-60
-60
GW 100
GW 60
GW 60
80
40
40
20
20
40
2040
60
0
0
-20
-20
20
-40
-40
0
-60
-60
40
Wind op zee
Wind op land
Zon PV
Elektrische vraag
Overschot
Tekort
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
55
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
6. Scenario’s en marktsimulaties
5. Methodiek
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
De elektrische balans kan op verschillende tijdsschalen – van kortdurende situaties tot langdurende periodes – positief of negatief zijn. Dit vraagt om verschillende typen flexibel regelbaar vermogen (flexibiliteit) om op ieder moment van het jaar het evenwicht in het Europese elektriciteitssysteem te borgen. Tabel 6.5 geeft een overzicht van de verschillende types flexibiliteit waarmee in de analyses van het IP rekening is gehouden. Terwijl de aannames over het opgestelde vermogen aan flexibiliteit uit de scenario's volgen, wordt de inzet hiervan in vele gevallen bepaald door prijsprikkels in de Europese elektriciteitsmarkt. Flexibel vermogen aan de aanbodkant draait op momenten dat de opbrengsten de kosten van de productie overstijgen. Flexibele vraag wordt ingezet op momenten dat het voor marktpartijen aantrekkelijk is om meer elektriciteit te consumeren (bij lage prijzen) of juist minder (bij hoge prijzen). Doordat landen en marktgebieden onderling gekoppeld zijn via marktinterconnectie, staan alle Europese marktpartijen die flexibel vermogen aanbieden in competitie met elkaar. Om de optimale inzet van prijs-gestuurde flexibiliteit in de Europese elektriciteitsmarkt te bepalen maakt TenneT gebruik van marktmodellen. Voor meer achtergrond hierover zie hoofdstuk 5.
6.6 Resultaten marktberekeningen Aanbod- en vraagbalans op jaarniveau Vraag en aanbod moeten op ieder moment in balans zijn. In figuur 6.9 zijn de jaarbalansen geaggregeerd weergegeven voor de verschillende scenario’s. Deze laten zien dat in een toekomst met toenemende hernieuwbare opwek de inzet van thermische centrales afneemt en tegelijkertijd de hoeveelheid aan benodigde (nieuwe) flexibiliteit toeneemt. Deze bestaat aan de aanbodzijde uit het regelen van conventionele centrales en het ontladen van elektrische opslag (batterijen, intraday- en multi-day energy storage). Aan de vraagzijde wordt flexibiliteit geleverd middels ‘Power-to-X’, het opladen van batterijen en ‘vraagrespons’ (in de tijd verschoven vraag). Daarnaast leveren ‘interconnectie’ (export aan de vraagzijde en import aan de aanbodzijde) en de reductie van duurzame opwek in de markt (curtailment) in alle scenario's een bijdrage.
Tabel 6.5: Overzicht verschillende types flexibiliteit Type flexibiliteit
Toelichting
Voorbeeld toepassing
Elektriciteitscentrales
Regelbare elektriciteitscentrales
Marktinterconnectie Aanbodrespons (curtailment) Korte termijn opslag
Conventionele centrales (kolen, methaan, olie, kernenergie), duurzame centrales (biomassa, waterstof) Interconnectoren (AC, DC) Verminderen van windproductie Batterijen met aansluiting direct op het net, in huishoudens, bij zonneparken en elektrische voertuigen Redox-flow batterijen (intraday), Compressed Air Energy Storage (multi-day)1
Uitwisseling van elektriciteit met het buitenland Aanpassen van hernieuwbare elektriciteitsproductie Opslag van elektrische energie op kortere tijdsschalen (1 – 8u) Intraday (12-20u) en Multi-day (20-100u) opslag van elektrische energie Tijdelijk aanpassen van energievraag (marktgedreven) Industriële vraagrespons, slim laden elektrische voertuigen Conversie naar andere energiedragers Power-to-heat, Power-to-gas
Lange termijn opslag Vraagrespons (DSR) Conversie
1 Deze opslag-technieken zijn nog in ontwikkeling en in de 2026 scenario's nog niet aanwezig.
Figuur 6.9: Aanbod- en vraagbalans in de verschillende scenario's Energie (TWh) 500 400 300 200 100 0 Aanbod
Vraag
KM 2026
Aanbod
Vraag
KM
Aanbod
Vraag
EV 2030
Aanbod
Vraag
Aanbod
GB
■ Conventionele centrales ■ Hernieuwbare opwek ■ Basisvraag ■ Flexibiliteit
Vraag
Aanbod
KM
Vraag
EV 2035
Aanbod
GB
Vraag
Aanbod
Vraag
KM
Aanbod
Vraag
EV 2040
Aanbod
Vraag
GB
■ Interconnectie
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
56
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
6. Scenario’s en marktsimulaties
5. Methodiek
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
Dezelfde vraag- en aanbod balansen, maar met meer detail, zijn per scenario weergegeven in figuur 6.10. Hierin is de bijdrage van de verschillende types productie, vraag en flexibiliteit te zien. Zichtbaar is dat het aanbod vanaf 2030 in alle scenario’s voor een groot deel bestaat uit wind op zee en zonnepanelen. Tegelijkertijd nemen zowel de directe (basis)vraag als flexibele elektrische vraag ('power-to-x') sterk toe. De op jaarbasis kleine verschillen tussen vraag en aanbod worden ingevuld door curtailment op de aanbodzijde.
Terwijl in 2026 Nederland nog een (netto) exporteur van elektriciteit is, wordt Nederland vanaf 2030 steeds meer een (netto) importeur. Deze trend is met name gedreven door een relatief grote toename van de elektrische vraag en elektrolyse in verhouding met de binnenlandse beschikbare opwek. Ontwikkelingen van opwek en vraag in het buitenland spelen ook een rol.
Figuur 6.10: Gedetailleerde aanbod- en vraagbalans in de verschillende scenario’s Koersvaste middenweg (KM)
Eigen vermogen (EV)
Gezamenlijke balans (GB)
Energie (TWh)
Energie (TWh)
Energie (TWh)
500
500
500
400
400
400
300
300
300
200
200
200
100
100
100
0
Aanbod
Vraag
2026 Kernenergie Kernenergie Methaan Waterstof (Bio)kolen
Aanbod
Vraag
2030
Aanbod
Vraag
2035
Methaan Waterstof (Bio)kolen Basis vraag Overige Batterijen Wind op land Wind op zee Power-to-X Zon PV Interconnectie
Aanbod
Vraag
0
2040 Overige
Wind op land
Aanbod
Vraag
Aanbod
Vraag
2026
2030
Wind op zee Kernenergie Methaan Waterstof (Bio)kolen
Zon PV Overige Wind op land Wind op zee Zon PV
Aanbod
Vraag
2035
Aanbod
Vraag
Aanbod
Vraag
2026
2040
Basisvraag Batterijen vraag Batterijen Power-to-X Interconnectie
0
Power-to-X
Aanbod
Vraag
2030
Aanbod
Vraag
2035
Aanbod
Vraag
2040
Interconnectie Basis vraag Kernenergie Overige Batterijen Methaan Wind op land Waterstof Wind op zee Power-to-X Ontwerp investeringsplan 2026 NetPV op land – Consultatiedocument (Bio)kolen Zon Interconnectie TenneT TSO B.V. 57
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
Gedrag van flexibele vraag, aanbod en opslag Bepalend voor de uiteindelijke behoefte aan infrastructuur zijn de vermogensstromen door het net op een specifiek moment. Deze komen voort uit het regionale verschil tussen elektrische productie en vraag. Naast de weersafhankelijke productie van hernieuwbare energie en de niet-flexibele basisvraag, spelen ook prijs-gestuurde opwek en vraag een rol, zoals berekend in het Europese marktmodel. Figuur 6.11 toont de modeluitkomsten van vraag en aanbod voor eenzelfde week ter illustratie.
In 2035 is de hoeveelheid elektriciteit uit wind en zon in een toenemend aantal uren van het jaar al groter dan de niet-flexibele basisvraag. De resulterende overschotten van productie worden geëxporteerd, geleverd aan power-to-x of gebruikt voor het opladen van elektrische opslagsystemen. Op momenten met tekorten zorgt de inzet van centrales, het ontladen van elektrische opslag en importen voor balans tussen vraag en opwek.
In 2040 is de hoeveelheid elektriciteit uit wind en zon vaak fors hoger dan de niet flexibele basisvraag, waarmee wordt voorzien in de energiebehoefte van power-to-x, het opladen van elektrische opslag en buitenlandse vraag. Op momenten met weinig wind en zon wordt de beperkte productie aangevuld met importen, het ontladen van elektrische opslag, gascentrales (welke toenemend op waterstof draaien) en voor een relatief beperkt deel nieuwe kerncentrales.
KM 2026
KM 2035
KM 2040
Vermogen (GW)
Vermogen (GW)
Vermogen (GW)
80
80
80
70
70
70
60
60
60
50
50
50
40
40
40
30
30
30
20
20
20
10
10
10
0
0
0
In 2026 is de opwek uit wind en zon niet voldoende om in de totale elektrische vraag van Nederland te voorzien, waardoor binnenlandse conventionele centrales (gas, kolen, kern) in vrijwel alle uren van het jaar elektriciteit leveren. De elektrische vraag kent nog weinig flexibiliteit en elektrische opslag in de vorm van batterijen speelt een vrij beperkte rol.
Figuur 6.11: Vraag en aanbod voor eenzelfde week
■ Wind op zee ■ Wind op land ■ Zon PV
■ Biomassa ■ Waterkracht ■ Nucleair ■ (Bio)kolen ■ Methaan ■ Waterstof
■ Overig ■ Batterijopslag ■ IDES ■ MDES ■ DSR
Import
Totale vraag
Vermogen (GW)
Vermogen (GW)
Vermogen (GW)
80
80
80
70
70
70
60
60
60
50
50
50
40
40
40
30
30
30
20
20
20
10
10
10
0
0
■ Vraag ■ Power-to-gas ■ Power-to-heat ■ Batterijopslag ■ IDES ■ MDES ■ DSR ■ Curtailment
0 Export
Totale productie
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
58
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
6. Scenario’s en marktsimulaties
5. Methodiek
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
Vollasturen Het aantal vollasturen is de tijdsduur waarin een energiebron effectief op vol vermogen energie produceert. Het aantal vollasturen is dus een indicator voor de inzet van een eenheid en wordt berekend door het energievolume in een jaar te delen door het opgestelde vermogen. De maximale waarde is gelijk aan het aantal uren in een jaar (8.760). Zoals eerder aangegeven daalt in Nederland de totale productie door thermische eenheden in de toekomst. Afhankelijk van het scenario wordt in een deel van de gascentrales waterstof ingezet. Voor gascentrales daalt het aantal vollasturen van 3.000 uur in 2026 naar ongeveer 1.800 uur in zowel 2030 als in 2035. Het aantal vollasturen voor centrales met gas/ waterstof in 2040 varieert in de scenario’s tussen 1.000 uur voor het KM-scenario, 1.200 voor het EV-scenario en 1.900 voor het GB-scenario.
6.7 Europese uitwisseling
Uitwisseling met het buitenland De netto balans – het verschil tussen export en import – neemt in alle scenario’s af in de periode 2026–2040. De import naar Nederland stijgt door de sterk groeiende elektrische vraag, terwijl de export afneemt. Nederland is in alle 2040 scenario's netto-importeur van elektriciteit. Naast een sterk groeiende binnenlandse elektrische vraag in alle sectoren ten opzichte van de beschikbare (hernieuwbare) opwek speelt flexibele elektrolyse hierin een rol. Terwijl deze elektrolyse een groot deel van het jaar binnenlandse hernieuwbare productie consumeert, wordt er op sommige momenten van het jaar goedkope elektriciteit uit het buitenland ten behoeve van groene waterstofproductie geïmporteerd. Dit effect is echter onzeker, door de nog grote bandbreedte aan mogelijke ontwikkelingen van elektrolyse in Nederland. Zo kan Nederland in scenario's met minder elektrolyse ook netto exporteur van elektriciteit worden.
Ontwikkeling productie en vraag in omringende landen Niet alleen de binnenlandse energiesysteemtransitie heeft grote impact op de behoefte aan elektrische transportinfrastructuur, maar door een nauwe koppeling met het Europese elektriciteitssysteem ook de tegelijkertijd plaats vindende ontwikkelingen om ons heen. Ter illustratie geeft figuur 6.12 voor het KM-scenario 2040 de aanbod- en vraagbalans in een aantal relevante Europese landen weer. Duitsland is in dit scenario veruit de grootste producent van elektriciteit uit zon en wind, met een totale elektrische opwek en vraag die bijna factor drie groter is dan in Nederland. Ook Frankrijk blijft een belangrijke rol spelen in de Europese elektriciteitsvoorziening door een significant nucleair productiepark. In Noorwegen blijft waterkracht de grootste bron van elektriciteit en België en Groot-Brittannië tonen een licht toenemende importafhankelijkheid.
De grote verschillen tussen de 2040 scenario’s kunnen worden verklaard door verschillende hoeveelheden vraag, geïnstalleerde RES en nucleaire capaciteit. De elektriciteit uit nucleaire centrales lijkt iets te dalen in 2030 en 2035, maar neemt weer toe in 2040 vanwege de grote vraag, waaronder powerto-x. Het aantal vollasturen voor elektrolysers is in 2026 nog rond de 1.000 uur en neemt in de 2030 scenario’s toe tot ongeveer 2.500 uur. In 2040 is een grotere spreiding tussen de scenario’s te zien, tussen 1.800 en 2.800 uur. Het aantal vollasturen is sterk afhankelijk van het scenario, waarbij naast het opgestelde vermogen van de power-to-x installaties de combinatie van (hernieuwbare) productie en elektrische vraag op de verschillende momenten van het jaar en de bereidheid om voor de elektriciteit te betalen (‘willingness-to-pay’) bepalend zijn voor de inzet van power-to-x. Hierbij is onder andere de waterstofprijs en het rendement van power-to-x meegenomen.
Figuur 6.12: Aanbod- en vraagbalans voor Nederland en omliggende landen (KM 2040) Energie (TWh) 1.200 1.000 800 600 400 200 0 Aanbod
Vraag
NL
Aanbod
Vraag
Aanbod
BE
Kernenergie
Methaan
Waterstof
Basisvraag
Batterijen
Power-to-X
Vraag
Aanbod
DE (Bio)kolen
Overige
Vraag
FR Waterkracht
Aanbod
Vraag
UK
Wind op land
Wind op zee
Aanbod
Vraag
NO
Aanbod
Vraag
DK
Zon PV
■ DSR ■ Interconnectie ■ Curtailment
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
59
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Scenario’s en marktsimulaties
Tussen 2030 en 2035 is de daling van de netto balans iets minder sterk, doordat de productie van hernieuwbare energie in die periode relatief sneller groeit dan de vraag, dit is in figuur 6.13 weergegeven. In het EV-scenario is de afname van de netto balans het grootst, als gevolg van de sterke toename van de flexibele elektriciteitsvraag, met name door power-to-gas en power-to-heat. Figuur 6.13: Ontwikkeling import en export (netto balans) Nederland Energie (TWh)
40 20 0 -20 -40 -60 2026 KM
2030 EV
2035
2040
GB
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
60
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen 7.1 Inleiding 7.2 Landelijke programma's 7.4 Het landelijke 380 kV- en 220 kV-net 7.5 Friesland 7.6 Groningen en Drenthe 7.7 Overijssel en de Noordoostpolder 7.8 Flevopolder, Gelderland en Utrecht 7.9 Noord-Brabant 7.10 Limburg 7.11 Noord-Holland 7.12 Zuid-Holland 7.13 Zeeland
62 62 63 65 71 74 78 81 87 91 94 99 102
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
Investeringen In dit hoofdstuk van het Investeringsplan van TenneT geeft TenneT de investeringen weer die volgen uit de toepassing van de methode zoals omschreven in hoofdstuk 5. Deze investeringen worden per deelnet weergegeven, waarbij het 380/220 kV-net een eigen paragraaf heeft. De investeringen zijn per deelnet in vier tabellen weergegeven, met elk een ander type project. De projecten die de Rijksprojectprocedure volgen, worden daarnaast ook in hoofdstuk 8 beschreven. 7.1 Inleiding TenneT maakt in het investeringsplan onderscheid in vier type projecten. In de praktijk zijn er ook projecten die in meerdere categorieën passen; bijvoorbeeld een vervangingsproject dat extra klantaansluitingen mogelijk maakt of een capaciteitsproject waarbij verouderde componenten vervangen worden. Projecten worden in een van de vier tabellen weergegeven; de initiële aanleiding is hierbij leidend. • Capaciteitsprojecten: Deze categorie omvat risico-gedreven projecten die de capaciteit van het net van TenneT vergroten en de geconstateerde capaciteitsknelpunten mitigeren. Om capaciteitsknelpunten te mitigeren zijn investeringen in nieuwe of verzwaarde verbindingen of extra transformatoren tussen het 380/220 kV- en het 150/110 kV-net nodig.
Deze categorie omvat daarnaast investeringen om spanningskwaliteit en systeemintegriteit te borgen en maatregelen om kortsluitvastheidsknelpunten op te lossen. • Klantgedreven uitbreidingsprojecten: Deze categorie omvat de investeringen die TenneT doet om de aansluitingen van regionale netbeheerders en private klanten te faciliteren. Hieronder vallen railuitbreidingen van bestaande stations of nieuwe 150/110 kV-stations. De klantaansluiting zelf valt niet onder deze categorie, maar valt onder de volgende categorie. • Klantaansluitingen en reconstructies: Deze categorie omvat twee typen projecten: klantaansluitingen en reconstructies.
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
◦ Klantaansluitingen hebben betrekking op het aansluiten van nieuwe of verzwaarde transformatoren van de regionale netbeheerders, en op aansluitingen voor private klanten. Om deze transformatoren aan te sluiten of te verzwaren, zijn vaak aanpassingen in het net van TenneT nodig. ◦ Een reconstructie is een project waarbij op verzoek van derden meestal gemeenten, provincies of andere infrastructuurbeheerders - aanpassingen worden gedaan aan de infrastructuur van TenneT. Denk hierbij aan het verleggen van verbindingen, verhogen van masten of verkabeling (het ondergronds brengen) van 110kV- of 150 kV-lijnverbindingen die daarvoor zijn aangewezen. • Vervangings- en functionaliteitsprojecten: Deze categorie omvat twee typen investeringen: risico-gedreven vervangingen en functionaliteitsprojecten. ◦ Risico-gedreven vervangingen worden uitgevoerd wanneer onderdelen van het hoogspanningsnet verouderen, minder betrouwbaar worden of niet meer voldoen aan de vereiste functionaliteit. Ook aangescherpte technische of wettelijke eisen kunnen aanleiding zijn om componenten te vervangen. ◦ Functionaliteitsprojecten zijn investeringen die een functionaliteit aan het net toevoegen, zonder de transportcapaciteit van het net uit te breiden. Voorbeelden hiervan zijn het verbeteren van de fysieke beveiliging van stations of het moderniseren van telecommunicatievoorzieningen.
In de tabellen van dit hoofdstuk wordt informatie over de projecten weergegeven; deze tabellen bevatten het TenneT projectnummer, de naam van het project, projectfase, de inbedrijfnamedatum en de inbedrijfnamedatum zoals opgenomen in het IP2024. Daarnaast wordt voor projecten aangegeven of zij een nMIEK of pMIEK status hebben. In lijn met de afspraken uit het verbeterplan met de ACM wordt ten opzichte van vorige IP’s extra informatie opgenomen in de tabellen voor de uitbreidingsinvesteringen (capaciteitsprojecten en klantgedreven projecten). Voor deze projecten wordt ook het risiconiveau van de gekoppelde knelpunten aangegeven, aangezien dit een belangrijke factor is in de prioritering zoals omschreven in hoofdstuk
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
5. Aanvullende informatie zoals meer details over de planning en de redenen van vertraging per project is in bijlage 2 te vinden. Voor klantaansluitingen wordt ook het projectnummer van de regionale netbeheerder weergegeven. In de paragrafen per deelnet worden de ontwikkelingen benoemd. Daarnaast worden enkele projecten uitgelicht, dit zijn bijvoorbeeld congestie-relevante projecten, nieuwe projecten of projecten waarbij belangrijke wijzigingen hebben plaatsgevonden sinds de publicatie van het vorige investeringsplan. Private klantaansluitingen Naast regionale netbeheerders vragen ook private klanten om aansluitingen op het hoogspanningsnet. Dit betreft één of meerdere velden op een station en, indien nodig, de verbinding naar de klantlocatie. Vanwege de klantvertrouwelijkheid worden deze projecten niet individueel weergegeven. Sommige aansluittrajecten worden tussentijds door de klant geannuleerd; ten opzichte van IP2024 is 10% van de aanvragen vervallen. Om te voorkomen dat zeer onzekere klantvragen het portfolio vertroebelen, worden alleen projecten in het IP opgenomen waarvoor een offerte basisontwerp is ondertekend. Het aantal private klantaansluitingen in de basisontwerp- of realisatiefase is fors toegenomen: van 50 projecten in IP2024 naar 119 projecten nu. Deze groei heeft ook een impact op de hoeveelheid (klantgedreven) uitbreidingsinvesteringen die TenneT moet doen.
TenneT onderneemt ook stappen om het klantaansluitingsproces verder te stroomlijnen zodat schaarse resources kunnen worden ingezet voor projecten waarvan het aannemelijk is dat deze doorgang vinden. Tabel 7.1 Private klantaansluitingen Spanningsniveau
110/150 kV 220/380 kV 110/150 kV 220/380 kV Totaal
Situatie t.o.v. IP2024
Bestaand Bestaand Nieuw Nieuw
Basisontwerp Realisatie Afgerond Geannuleerd
20 6 38 14 78
24 8 8 1 41
4 4 0 0 8
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
6 3 0 0 9
62
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
7.2 Landelijke programma's TenneT heeft diverse landelijke programma’s lopen om vervangingen en functionaliteitsprojecten efficiënt uit te voeren. Een aantal van deze programma’s wordt in dit hoofdstuk benoemd. Projecten aan het begin van de zichtperiode van dit IP zijn per station benoemd en staan in de hoofdstukken over de deelnetten. Projecten later in de zichtperiode zijn niet individueel benoemd en staan in dit hoofdstuk. Deze worden in dit IP op programmaniveau weergegeven. Stationsgerichte aanpak TenneT heeft een strategie ontwikkeld, waarbij een clustering van werkzaamheden plaatsvindt om zo meerdere componenten op een station gelijktijdig te vervangen. Dit heeft onder andere als voordeel dat schaarse resources, het gepland uitschakelen van een verbinding of station (Voorzien Niet Beschikbaar, VNB) en toezicht efficiënter kunnen worden ingezet en zorgt voor vermindering van de administratieve lasten.
De programma’s bevatten de geplande werkzaamheden op stations voor de komende vijf jaar. Elk jaar worden de programma’s geactualiseerd, waarbij nieuwe stations aan het vijfde jaar worden toegevoegd. De selectie van stations gebeurt op basis van de cumulatieve risicoscore per station. Stations met de hoogste score komen als eerste in aanmerking voor opname in het programma. Programma Stationsvervanging 110/150 kV Programma Stationsvervanging 110/150 kV (Bay Replacement, BRP) vormt de basis van de programma-aanpak met betrekking tot de verouderingsproblematiek in het 110/150 kV-net. In dit programma worden stations opgenomen waar zowel de primaire als de secundaire componenten aan vervanging toe zijn. De velden op bestaande stations worden in zijn geheel vervangen door een standaard modulair veld. Met deze innovatieve manier van werken, zijn hele velden op stations sneller te vervangen tegen lagere kosten.
TenneT kent daarom de volgende aanpak voor vervangingen: • Programma Stationsvervanging 110/150 kV. • Clustering van werkzaamheden inclusief primaire en secundaire vervangingen.
Clustering van werkzaamheden inclusief primaire en secundaire vervangingen Elk jaar wordt vastgesteld welke vervangingswerkzaamheden starten. De selectie van nieuwe projecten gebeurt op basis van risicoscores, aangevuld met een toetsing aan praktijkwaarnemingen. De werkzaamheden kunnen vervangingen van primaire en secundaire componenten omvatten, maar ook aanpassingen op het vlak van functionaliteit van een station. Door verschillende werkzaamheden te clusteren kan een project efficiënter worden uitgevoerd. Waar mogelijk vinden klantaansluitingen en bijbehorende diepe netinvesteringen gelijktijdig plaats. Landelijke vervangings- en functionaliteitsprojecten op het 150- en 110 kV-net De meeste van deze programma's zijn in de regionale hoofdstukken opgenomen. In onderstaande tabel staan de landelijke vervangings- en functionaliteitsprojecten op het 150- en 110kV-net die niet onderverdeeld zijn naar een deelnet.
Tabel 7.2: Landelijke programma's 150- en 110 kV-net Projectnummer
Projectnaam
A-1000670 A-1000699
BRP upgraden POC stations Prefab bay construction
MIEK
Fase
Realisatie Realisatie
IBN IP2026
2026 2029-2030
IBN IP2024
n.v.t. n.v.t.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
63
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
7.3 Systeemintegriteit Het onderwerp systeemintegriteit en de methode om dit te toetsen wordt in hoofdstuk 5 geïntroduceerd. In dit hoofdstuk worden de gebruikte termen nader toegelicht. Het Europese elektriciteitsnet is onderling verbonden en bevat nog veel conventionele centrales met draaiende turbines. Bij uitval van een centrale of grote belasting, zorgen deze centrales ervoor dat de netfrequentie stabiel blijft. Dit wordt ook wel de inertie (traagheid) van het elektriciteitsnet genoemd. De inertiebehoefte wordt uitgedrukt in Gigawatt seconde (GWs). Conventionele centrales maken in de toekomst steeds vaker plaats voor duurzame opwek. Een uitdaging daarbij is het waarborgen van voldoende inertie in het systeem. Inertie kan deels worden geleverd door vermogenselektronica van zonneparken, windparken, batterijen of converterstations met geavanceerde regelingen en voldoende energiereserves. Daarnaast kunnen synchrone condensors bijdragen,
dit zijn grote, elektrisch aangedreven draaiende machines waarvan de draaiende componenten bijdragen aan inertie, systeemsterkte en spanningskwaliteit, zonder dat zij veel actief vermogen leveren. Om het risico van onvoldoende systeemsterkte en inertie aan te pakken, moet TenneT investeren in maatregelen die de stabiliteit van het elektriciteitsnet waarborgen en zo de leveringszekerheid garanderen. Daarbij kiest TenneT voor een hybride benadering, met zowel ‘vaste’ als ‘dynamische’ (flexibele) maatregelen. Deze aanpak is gericht op kostenefficiëntie en betrouwbaarheid. Op basis van de inertieberekeningen is voor 2035 een vaste inertiebehoefte van 15 GWs en een dynamische inertie behoefte tussen de 16 en 26 GWs vastgesteld. Hiervoor zijn momenteel drie projecten gepland voor installatie van synchrone condensors in de Eemshaven, op de Maasvlakte en in de haven van Vlissingen (A-1000192, A-1000193 en A-1000194).
Uit dit IP blijkt dat er aanvullend nog twee tot vier extra inertie-leverende assets moeten worden geïnstalleerd. Project A-1001059 (Assets for inertia and system strength) is gestart om deze extra behoefte te vervullen. De resultaten van de systeemsterkteberekeningen geven aan op welke plekken in het net het systeem het minst sterk is en geven daarmee een eerste indicatie van de voorkeurslocatie voor de extra stabiliteitassets. Bij het bepalen van de locatie moet ook gekeken worden naar de lokale systeembehoeftes, de beschikbare ruimte, aansluitmogelijkheden en de impact op de spanningskwaliteit. Deze extra behoefte kan ingevuld worden met synchrone condensers (2,5 tot 4 GWs per synchrone condensor) of met een Static synchronous compensator (E-STATCOM), met een geschatte bijdrage van 1,5 tot 2 GWs per E-STATCOM. De technologische voorkeursoplossing moet nog bepaald worden. Hierbij wordt ook gekeken naar factoren zoals prijs, levensduur en onderhoudsbehoeften.
Tabel 7.3: Investeringen Systeemintegriteit ProjectnummerProjectnaam
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
A-1000192 A-1000193 A-1000194 A-1001059
Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie
2030-2031 2031-2034 2031-2034 2033-2037
2029 2029 2029 n.v.t.
Eemshaven CFE 380 kV installeren synchrone condensor Amaliahaven 380 kV installeren synchrone condensor Nieuwdorp Liechtensteinweg 380 kV installeren synchrone condensor Assets for inertia and system strength
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
64
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
7.4 Het landelijke 380 kV- en 220 kV-net De knelpunten in het 380 kV- en 220 kV-net nemen, onder andere door de verlenging van de zichtperiode, verder toe in omvang en aantal. Ook de hoeveelheid offshore wind en de (veronderstelde) onshore aansluitlocaties van deze offshore windparken hebben een grote impact op de knelpunten in het 380 kV-net, evenals de veronderstelde aansluitlocaties van kernenergie. In voorgaande investeringsplannen is de nut en noodzaak aangetoond om, in lijn met de TenneT-strategie, 380 kV- en 220 kV-verbindingen op te waarderen naar 4.000 Ampère (4 kA). Hiermee worden deze bestaande verbindingen maximaal benut. Binnen de zichtperiode van dit investeringsplan worden alle (binnenlandse) 380 kV- en 220 kVverbindingen opgewaardeerd naar 4 kA. Een groot deel van de projecten in het portfolio van TenneT die zijn geïnitieerd in eerdere investeringsplannen bevinden zich nog niet in de realisatiefase, waardoor de effecten ervan nog niet zichtbaar zijn in de berekeningsresultaten van het huidige investeringsplan. Een aantal knelpunten wordt weliswaar grotendeels opgelost door de projecten die in vorige investeringsplannen gestart zijn. Op basis van de gehanteerde scenario’s blijven er echter ook na realisatie van het projectenportfolio nog transportknelpunten over. Waar geplande netverzwaringen niet voldoende zijn, moet TenneT aanvullende maatregelen nemen.
De inpasbaarheid van nieuwe 380 kVverbindingen is echter zowel ruimtelijk complex en technisch moeilijk uitvoerbaar. In het Investeringsplan 2024 heeft TenneT een project opgenomen om een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Noord- en Zuid-Holland te onderzoeken. Deze Randstadversterking is uit het investeringsportfolio gehaald, omdat op basis van nadere analyse is gebleken dat deze AC-verbinding ruimtelijk en technisch niet haalbaar en inpasbaar is om te realiseren.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
65
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Redenen hiervoor zijn onder meer grote aantallen gevoelige bestemmingen, de raakvlakken met werelderfgoed, de significante doorkruising van Natura 2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebieden, parallellopen met buisleidingen en de nabijheid tot explosiegevaarlijke inrichtingen, resulterend in veiligheidgerelateerde beperkingen. De toename van productievermogen welke volgt uit de vastgestelde scenario’s (wind op zee en nieuwe kerncentrales), de netverzwaringen in het 380 kV-net, de versterking van de koppelingen met het onderliggende 110 kV- en 150 kV-net en de hogere kortsluitbijdrage vanuit het buitenland leiden tot fors hogere kortsluitstromen op de 380 kV- en 220 kV-stations. In meerdere 380 kV-stations worden daarbij overschrijdingen van de huidige kortsluitvastheid van 63 kA geconstateerd. Dit betekent dat de componenten op het station niet geschikt zijn om de verwachte stromen bij een kortsluiting te kunnen onderbreken en de optredende krachten te weerstaan. Als oplossingsrichting wordt voorgesteld de kortsluitvastheid van deze stations te verhogen, waarvoor TenneT een nieuwe standaard van 80 kA heeft geïntroduceerd.
Op een aantal nieuwe 380 kV- / 150 kV-koppelstations en de opwaardering van de bestaande AC-interconnectorverbinding tussen Nederland en België na, heeft TenneT vooralsnog geen nieuwe 380 kVnetverzwaringen geïnitieerd op basis van de berekeningen tijdens het IP2026. De reden hiervoor is tweeledig. In de eerste plaats worden de knelpunten in het 380 kV-net sterk beïnvloed door de locaties van ontwikkelingen zoals nieuwe kerncentrales, en de hoeveelheid en de aansluitlocatie van offshore wind. Aangezien niet alle aansluitlocaties bekend zijn, heeft TenneT op basis van de laatste stand van zaken hierin een afgewogen aanname gedaan. De recente verlaging van de ambities van het Kabinet voor wind op zee naar een bandbreedte van 30-40 gigawatt (vanuit het Windenergie Infrastructuur Plan Noordzee (WIN)) is afgelopen zomer bekend gemaakt1. Aangezien deze ontwikkeling niet meegenomen is in de scenario’s van
1
Netbeheer Nederland, betekent dit dat de berekende knelpunten op het 380 kV-net niet representatief zijn. In de tweede plaats ziet TenneT dat de technische grens van het 380 kVnet bereikt wordt. Nog meer nieuwe verbindingen kunnen niet meer op de bestaande stations worden aangesloten; er is geen of onvoldoende fysieke ruimte en de installaties kunnen alle extra stroom niet meer verwerken. Daarnaast leiden extra aansluitingen en 380 kV-verbindingen tot steeds hogere kortsluitstromen, zoals hierboven is toegelicht. Om deze redenen zijn vervolgstudies noodzakelijk, waarbij TenneT voornemens is om langs drie sporen de geïdentificeerde knelpunten nader te beschouwen, te beoordelen in samenspraak met het Ministerie van KGG en de toezichthouder ACM en nadien tot uitvoering te brengen: 1. De recent door de politiek bijgestelde ambitie voor wind op zee van 50 GW naar een (realistischere) bandbreedte van 30–40 GW kwam te laat om nog mee te nemen in dit Investeringsplan. Daarom werkt TenneT momenteel aan een gevoeligheidsanalyse waarin de onderkant van deze bandbreedte wordt doorgerekend. 2. In het tweede spoor kijkt TenneT naar de infrastructuur die nodig is om de knelpunten op te lossen, rekening houdend met de conclusie dat het 380 kV-hoogspanningsnet tegen de technische grens aanloopt.
In dit spoor wordt ook nadrukkelijk naar gelijkstroomoplossingen gekeken, zoals diepe aanlanding van wind op zee in combinatie met een onshore HVDC hub. 3. In het derde spoor wordt gekeken naar zogenaamde non-grid oplossingen, die vooral zien op het matchen van vraag en aanbod, waarbij per regio wordt geanalyseerd in hoeverre het beter bij elkaar brengen van vraag en aanbod (qua timing en qua flexibiliteit) een oplossing kan bieden voor de gesignaleerde knelpunten. De projecten in het landelijke 380 kV- en 220 kV-net zijn in onderstaande tabellen weergegeven. Hierbij is aangegeven in welke provincie werkzaamheden plaats zouden kunnen vinden.
De modulair opgebouwde Moldaumast op locatie in Tilburg. De Moldaumast is in 2025 door TenneT gekozen als standaardmast voor nieuw te bouwen 220kV- en 380kV-verbindingen. Het is een vakwerkmast van staal. De mast heeft drie traverses. De geleiders worden opgehangen in tonconfiguratie, met V-vormige ophanging.
De 50 GW betrof elektrische aansluitingen aangevuld met waterstof aansluitingen. De 30-40 GW betreft enkel elektrische aansluitingen.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
66
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Tabel 7.4: Capaciteitsprojecten 380 kV en 220 kV net Projectnummer
Projectnaam
Provincies
A-1002853 A-1003413 A-1002927 A-1002977 A-1003091 A-1000204 A-1003073 A-1003076 A-1003155 A-1003215 A-1003654 A-1003068 A-1003120 A-1003430 A-1002495 A-1002678 A-1002993 A-1003052 A-1002806 A-1000723 A-1000203 A-1003397 A-1003472 A-1002893 A-1003078 A-1002906 A-1003446 A-1003432 A-1003069 A-1003079 A-1003408 A-1003080 A-1000182 A-1003434 A-1003651 A-1002909 A-1003410 A-1003626 A-1003075
Voorbereiden Dynamic Line Rating (DLR) Beverwijk 380 kV plaatsen transformator Maasvlakte en Westerlee 380 kV realiseren blindstroomcomp. Musselkanaal 380/110 kV realiseren station Amaliahaven 380 kV realiseren station Bleiswijk 380 kV plaatsen spoelen Geertruidenberg 380 kV plaatsen transformator Meeden 380 kV plaatsen transformator 380/220 kV Netversterking Friesland 220 kV Simonshaven 380 kV verzwaren station Lelystad 380 kV verzwaren 380/150 kV netwerk Boxmeer 380 kV realiseren station Halsteren 380 kV realiseren station Krimpen-Diemen-Beverwijk 380 kV verzwaren verbinding Maasbracht 380 kV vervangen station Rilland-Tilburg 380 kV realiseren verbinding ZW380 Veenoord Boerdijk 380 kV realiseren station Drents Overijsselse Netversterking 380 en 220 kV Vierverlaten-Ens 380 kV realiseren verbinding Hengelo 380 kV plaatsen 4e transformator Lelystad 380 kV plaatsen spoelen Vijfhuizen 380 kV plaatsen 4e transformator Crayestein 380 kV verzwaren station Oostzaan 380 kV plaatsen transformator Dodewaard-Doetinchem 380 kV verzwaren verbinding Ens 380 kV vergroten transformator-capaciteit 380-220 kV Ens 380 kV plaatsen transformator 380/110 Eemshaven Oudeschip-Eemshaven 380 kV realiseren 3e circuit Einighausen 380 kV realiseren station Maasbracht-Boxmeer-Dodewaard 380 kV verzwaren verbinding A9-Zuid 380 kV realiseren station Europoort 380 kV realiseren station Farmsum Oosterlaan
220/110 kV realiseren station Geertruidenberg-Rilland 380 kV verzwaren verbinding Breukelen Kortrijk 380 kV verzwaren station Netversterking Simonshaven 380 kV Amsterdam Zuidoost 380 kV realiseren station Port of Moerdijk 380 kV realiseren station Wijchen 380 kV realiseren station
Landelijk Noord-Holland Zuid-Holland Groningen Zuid-Holland Zuid-Holland Noord-Brabant Groningen Fryslân Zuid-Holland Flevoland Noord-Brabant Noord-Brabant Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland Limburg Noord-Brabant, Zeeland Drenthe Drenthe, Overijssel Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Flevoland Overijssel Flevoland Noord-Holland Zuid-Holland Noord-Holland Gelderland Flevoland Flevoland Groningen Limburg Gelderland, Noord-Brabant, Limburg Noord-Holland Zuid-Holland Groningen Noord-Brabant, Zeeland Utrecht Zuid-Holland Utrecht, Noord-Holland Noord-Brabant Gelderland, Noord-Brabant
MIEK
pMIEK
nMIEK pMIEK
nMIEK pMIEK pMIEK pMIEK pMIEK
nMIEK pMIEK
nMIEK pMIEK
nMIEK nMIEK nMIEK nMIEK pMIEK nMIEK nMIEK nMIEK nMIEK
Risicoscore
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
n.v.t. Kritiek Zeer Hoog Kritiek Kritiek Zeer Hoog Zeer Hoog Hoog Hoog Kritiek Kritiek Kritiek Zeer Hoog Kritiek Zeer Hoog Kritiek Hoog Zeer Hoog Kritiek Zeer Hoog Zeer Hoog Kritiek Hoog Kritiek Zeer Hoog Hoog Laag Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek Kritiek
Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp
2025 2026 2026 2026 2027 2027 2027 2027 2028 2028 2029-2030 2030-2031 2030-2031 2030-2031 2030-2031 2031-2034 2031-2034 2033-2036 2035-2038 2027 2027 2027 2029-2030 2029-2030 2030-2031 2030-2031 2031-2033 2031-2034 2031-2034 2031-2034 2032-2035 2032-2035 2032-2035 2032-2035 2033-2035 2033-2035 2033-2036 2033-2036 2033-2036
2026 2026 2025 2027 2027 2027 2026 2027 n.v.t. 2027 2029 2028 2029 2031-2033 2027 2030-2032 2029 2029-2031 >2033 n.v.t. 2027 2028 2029-2031 2029-2031 2030-2032 2029 2029 2029-2031 2030-2032 2029 2029-2031 2030-2032 2029-2031 2031-2033 2027 2027-2029 2029-2031 2031-2033 2029-2031
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
67
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Projectnummer
Projectnaam
Provincies
A-1000228 A-1000456 A-1003059 A-1003652 A-1003653 A-1000311 A-1003429 A-1003017 A-1003084 A-1002904 A-1002902 A-1002903 A-1000196 A-1000363 A-1002757 A-1000319 A-1000292 A-1000312 A-1000361 A-1000328 A-1000293 A-1000310 A-1000362 A-1002394 A-1000291 A-1003077 A-1003439 A-1000339 A-1000305 A-1000367 A-1000366 A-1003085 A-1003070 A-1001060 A-1001018
Vierverlaten 380/110 kV realiseren station Almelo 380/110 kV realiseren station Terneuzen 380 kV realiseren station Dodewaard 380 kV verzwaren netwerk Doetinchem 380 kV verzwaren 380/150 kV netwerk Geertruidenberg 380 kV uitbreiden station Maasbracht-Eindhoven 380 kV realiseren 3e en 4e circuit Noord-Holland Noord 380 kV realiseren stations en verbinding Hengelo 380 kV - Hengelo Oele 110 kV vervangen stations Geertruidenberg-Krimpen of Crayestein 380 kV realiseren verbinding Diemen-Lelystad 380 kV realiseren 3e en 4e circuit Lelystad-Ens 380 kV realiseren 3e en 4e circuit Diemen-Lelystad-Ens 380 kV fase transposities Beverwijk-Vijfhuizen-Bleiswijk 380 kV verzwaren verbinding Borssele 380 kV plaatsen 4e transformator Beverwijk 380 kV plaatsen 4e transformator Krimpen a/d IJssel 380 kV plaatsen 4e transformator Krimpen a/d IJssel 380 kV uitbreiden station Bleiswijk 380 kV plaatsen 4e transformator Tilburg 380 kV plaatsen 4e transformator Wateringen 380 kV plaatsen 4e transformator Diemen 380 kV uitbreiden rail en 3e rail Borssele-Rilland 380 kV verzwaren verbinding Zwolle-Hengelo 380 kV verzwaren verbinding Crayestein 380 kV plaatsen 4e transformator Doetinchem-Hengelo 380 kV verzwaren verbinding Geertruidenberg-Eindhoven 380 kV verzwaren verbinding Meeden 380 kV vervangen en uitbreiden station Netversterking Rivierenland 380 kV Vierverlaten-Hessenweg-Ens 220 kV verzwaren oost
ring Vierverlaten-Oudehaske-Ens 220 kV verzwaren west ring Almere 380 kV realiseren station Maasbracht-Einighausen 380 kV realiseren 3e en 4e circuit Metropoolregio Eindhoven 380/150 kV realiseren station Nieuw-Vennep 380 kV realiseren station
Groningen Overijssel Zeeland Gelderland Gelderland Noord-Brabant Noord-Brabant, Limburg Noord-Holland Overijssel Noord-Brabant, Zuid-Holland Flevoland, Noord-Holland Flevoland Flevoland, Noord-Holland Noord-Holland, Zuid-Holland Zeeland Noord-Holland Zuid-Holland Zuid-Holland Zuid-Holland Noord-Brabant Zuid-Holland Noord-Holland Zeeland Overijssel Zuid-Holland Overijssel, Gelderland Noord-Brabant Groningen Gelderland Groningen, Drenthe, Overijssel, Flevoland Fryslân, Groningen, Flevoland Flevoland Limburg Noord-Brabant Noord-Holland, Zuid-Holland
MIEK
pMIEK nMIEK pMIEK pMIEK pMIEK nMIEK pMIEK nMIEK nMIEK
pMIEK pMIEK pMIEK pMIEK pMIEK
pMIEK
pMIEK
pMIEK
pMIEK
Risicoscore
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
Hoog Zeer Hoog Kritiek Kritiek Kritiek Hoog Kritiek Kritiek Zeer Hoog Kritiek Kritiek Kritiek Medium Kritiek Zeer Hoog Zeer Hoog Zeer Hoog Kritiek Zeer Hoog Zeer Hoog Zeer Hoog Medium Kritiek Zeer Hoog Zeer Hoog Medium Kritiek Hoog Kritiek Hoog Hoog Kritiek Hoog Kritiek Kritiek
Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie
2034-2036 2034-2037 2034-2037 2035-2037 2035-2038 2035-2038 2035-2038 2035-2038 2036-2039 2037-2040 2038-2041 2038-2041 2028 2030-2031 2030-2031 2031-2034 2031-2034 2031-2034 2032-2035 2032-2035 2032-2035 2033-2036 2033-2037 2033-2037 2034-2037 2034-2038 2035-2039 2035-2039 2035-2039 2035-2039 2035-2039 2038-2041 2039-2043 2040-2044 2040-2044
2029 n.v.t. >2033 2029 2029 n.v.t. >2033 >2033 2029-2031 2033-2035 2033-2035 2033-2035 2028 2029-2031 2029-2031 2029-2031 2030-2032 n.v.t. 2032-2034 2032-2034 >2033 n.v.t. 2029-2031 2031-2033 2032-2034 2032-2034 2033-2035 n.v.t. 2033-2035 >2033 >2033 2030-2032 >2033 n.v.t. n.v.t.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
68
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Tabel 7.5: Klantgedreven uitbreidingsprojecten 380 kV- en 220 kV-net Projectnummer
Projectnaam
Provincies
MIEK
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
A-1002951 A-1002970 A-1003124 A-1003039 A-1003600 A-1003741 A-1003632 A-1000694 A-1001071
Meeden 220 kV uitbreiden rail Eemshaven Oudeschip 380 kV realiseren velden Lelystad 380 kV uitbreiden rail Meeden 220 kV verzwaren station Nieuwdorp Liechtensteinweg 380 kV realiseren station Ens 380 kV uitbreiden rail Eemshaven Oostpolderweg 380/110 kV realiseren station Vijfhuizen 380 kV uitbreiden rail Maasbracht - Van Eyck 380 kV verzwaren verbinding
Groningen Groningen Flevoland Groningen Zeeland Flevoland Groningen Noord-Holland Limburg
nMIEK
Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Studie Studie
2026 2027 2027 2027 2029-2030 2034-2036 2034-2037 2028 2034-2038
2025 2026 2027 2025 2028 2029-2031 2032-2034 n.v.t. n.v.t.
MIEK
RNB-nummer
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
VVL20-i1
Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie Studie Studie
2028 2028 2027 2028 2028 2029-2030 2029-2030 2029-2030 2030-2031
2027 2030-2032 2027 2028 n.v.t. 2027 n.v.t. 2029 n.v.t.
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie
2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2027
2026 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2026 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2025 2025 2025 2025 n.v.t.
nMIEK
Tabel 7.6: Klantaansluitingen en Reconstructies 380 kV- en 220 kV-net Projectnummer
Projectnaam
Provincies
A-1003377 A-1002896 A-1003378 A-1003398 A-1000350 A-1003630 A-1000621 A-1003629 A-1000591
Borssele 380 kV aansluiten IJmuiden Ver Alfa Borssele-Rilland 380 kV verkabelen verbinding Amaliahaven 380 kV aansluiten IJmuiden Ver Beta Amaliahaven 380 kV aansluiten IJmuiden Ver Gamma Vierverlaten 220 kV aansluiten vork Enexis Amaliahaven 380 kV aansluiten Nederwiek 2 Eemshaven Oudeschip 380 kV aansluiten Doordewind Alpha Nieuwdorp Liechtensteinweg 380 kV aansluiten Nederwiek 1 Geertruidenberg 380 kV aansluiten Nederwiek 3
Zeeland Zeeland Zuid-Holland Zuid-Holland Groningen Zuid-Holland Groningen Zeeland Noord-Brabant
Tabel 7.7: Vervangings- en Functionaliteitsprojecten 380 kV- en 220 kV-net Projectnummer
Projectnaam
Provincies
A-1003548 A-1000747 A-1000675 A-1000677 A-1000676 A-1003419 A-1000680 A-1000664 A-1000575 A-1000199 A-1002864 A-1003550 A-1002581 A-1000734
Bergum 220 kV vervangen primair Diemen 380 kV aanpassen civiel terreinverlicht. Doetinchem 380 kV plaatsen PMU Eemshaven 380 kV plaatsen PMU Eemshaven Oudeschip 380 kV plaatsen PMU Ens 220 kV vervangen primair Maasbracht 380 kV plaatsen PMU Rilland-Zandvliet 380 kV vervangen geleiders Zwolle 380 kV plaatsen PMUs Geertruidenberg 380 kV vervangen primair Hessenweg 220 kV vervangen 24h noodstroom Meeden 380 kV vervangen secundair Vervangen secundair 220/380 Area Noord Crayestein 380 kV vervangen primair
Fryslân Noord-Holland Gelderland Groningen Groningen Flevoland Limburg Zeeland Overijssel Noord-Brabant Overijssel Groningen Landelijk Zuid-Holland
MIEK
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
69
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Projectnummer
Projectnaam
Provincies
A-1003032 A-1010036 A-1000065 A-1000738 A-1002785 A-1003549 A-1002764 A-1002763 A-1000183 A-1003546 A-1002877 A-1000636 A-1000755 A-1000530 A-1000600 A-1000659 A-1000482 A-1000485 A-1000487 A-1000865 A-1000732 A-1000911 A-1000912 A-1000496 A-1000486 A-1000172 A-1000441 A-1000484 A-1000624
Eemshaven-Meeden-Zwolle 380 kV plaatsen bordessen Geertruidenberg 380 kV vervangen transformatoren Hessenweg 220 kV vervangen transformator Krimpen a/d IJssel 380 kV vervangen primair (aarders) Vervangen telecommunicatie 380kV Giganet Zeyerveen 220 kV vervangen primair Krimpen a/d IJssel 380 kV vervangen TR Zeyerveen 220 kV plaatsen en vervangen transformatoren Crayestein 380 kV vervangen transformator Ens 380 kV vervangen primair secundair, PMU Eindhoven 380 kV vervangen transformatoren TR402 en TR403 Ens 380 kV vervangen CDG Maasvlakte-Simonshaven 380 kV vervangen isolatoren Meeden 220 kV vervangen primair, secundair Oostzaan 380 kV vervangen primair secundair Geertruidenberg 380 kV plaatsen spoelen Weiwerd 220 kV vervangen 220/20 kV transformatoren Eemshaven 380 kV ombouw spoelvelden Eemshaven Oudeschip 380 kV plaatsen PMU, NS Louwsmeer 220 kV vervangen primair Bleiswijk 380 kV vervangen secundair Dodewaard 380 kV plaatsen shunt reactors Doetinchem 380 kV plaatsen shunt reactors Robbenplaat 220 kV vervangen primair, secundair LFDD Eemshaven Oost 220 kV vervangen primair secundair Hessenweg 220 kV vervangen doorvoering Maasvlakte 380 kV vervangen transformatoren Eemshaven 220 kV vervangen secundair, plaatsen PMU Maasvlakte 380 kV vervangen secundair
Groningen, Drenthe, Overijssel Noord-Brabant Overijssel Zuid-Holland Landelijk Drenthe Zuid-Holland Drenthe Zuid-Holland Flevoland Noord-Brabant Flevoland Zuid-Holland Groningen Noord-Holland Noord-Brabant Groningen Groningen Groningen Fryslân Zuid-Holland Gelderland Gelderland Groningen Groningen Overijssel Zuid-Holland Groningen Zuid-Holland
MIEK
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie Studie
2027 2027 2027 2027 2027 2027 2028 2029-2030 2030-2031 2030-2031 2031-2034 2028 2027 2027 2027 2028 2028 2027 2027 2027 2028 2028 2028 2028 2029-2030 2029-2030 2029-2030 2030-2031 2030-2031
2027 2025 2026 n.v.t. 2028 2025 2027 2027 2027 2027 2025 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2029-2031 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
70
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
7.5 Friesland Ontwikkelingen In voorgaande IP's werden de capaciteitsknelpunten in Friesland voornamelijk veroorzaakt door de voorspelde grote groei van zonneenergie boven op de bestaande zon- en windparken. De prognoses voor zonne-energie zijn naar beneden bijgesteld, terwijl de prognoses voor de belastingvraag zijn verhoogd ten opzichte van het vorige IP. Hierdoor ontstaan op de verbinding tussen Oudehaske en Lemmer, in de latere steekjaren, naast de bestaande opwekknelpunten ook afnameknelpunten.
Uitgelichte projecten • Bolsward (A-1002873) Dit project vertraagt naar 2028. Door het station gefaseerd te bouwen, kan Liander in 2027 aangesloten worden om de impact voor klanten te minimaliseren. • Westring Friesland (A-1003443) De planning van dit project is geactualiseerd op basis van de huidige scope en doorlooptijden, waardoor deze met vijf jaar vertraagt naar 2032-2035. • Netverzwaring Zuidwest Friesland (A-1001058) Nieuw project om de afnameknelpunten op de verbinding tussen Oudehaske en Lemmer op te lossen.
Om deze opwekknelpunten te mitigeren, zijn in voorgaande IP's projecten gestart om het net te versterken. Omdat deze projecten inmiddels in de realisatiefase zijn, zijn deze meegenomen in de netberekeningen. Binnen deze projecten worden enkele 110 kV-verbindingen aangepast en verzwaard, en op de drie 220/110 kV-stations Bergum, Louwsmeer en Oudehaske worden extra koppeltransformatoren geplaatst. Door deze netversterkingen neemt het aantal knelpunten af ten opzichte van het IP2024.
Figuur 7.1: Opgesteld productievermogen en belasting
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
71
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Tabel 7.8: Capaciteitsprojecten Friesland Projectnummer
Projectnaam
A-1002817 A-1002873 A-1003053 A-1003443 A-1001058
Netversterking Friesland 110kV Bolsward 110 kV realiseren station en verbinding Oostelijk Friesland verzwaren netwerk Westring Friesland verzwaring 110 kV-net Netversterking Friesland Zuidwest
MIEK
pMIEK
Risicoscore
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
Zeer Hoog Zeer Hoog Hoog Zeer Hoog Hoog
Realisatie Realisatie Realisatie Studie Studie
2027 2028 2029-2030 2032-2035 2033-2036
2026 2026 2027 2027 n.v.t.
Tabel 7.9: Klantgedreven uitbreidingsprojecten Friesland Projectnummer
Projectnaam
MIEK
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
A-1003255 A-1000059 A-1000869 A-1000943 A-1000753 A-1000754 A-1000829 A-1000830
Boksumerdyk 110 kV realiseren station Sneek Zuid 110 kV realiseren station Oudehaske 110 kV uitbreiden rail tbv klant Oudehaske 110 kV uitbreiden rail voor netversterking Drachten Zuid 110 kV realiseren station Drachten Zuid 110 kV realiseren verbindingen Heerenveen KNO 110 kV realiseren station Oudehaske-Heerenveen KNO 110 kV realiseren verbind
pMIEK pMIEK
Realisatie Basisontwerp Studie Studie Studie Studie Studie Studie
2029-2030 2030-2031 2028 2031-2034 2033-2036 2033-2036 2033-2036 2033-2036
2027 2029 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
pMIEK pMIEK pMIEK pMIEK
Tabel 7.10: Klantaansluitingen en Reconstructies Friesland Projectnummer
Projectnaam
A-1003172 A-1003048 A-1000667 A-1003714 A-1003223 A-1000894 A-1003668 A-1000631 A-1000831 A-1003337 A-1003592 A-1003478
Bergum 110 kV aanpassen TF-veld Liander Bolsward 110 kV aansluiten Liander Bolsward 110 kV aansluiten transformator 3 Liander Dokkum 110 kV aansluiten Liander Boksumerdyk 110 kV aansluiten Liander Oosterwolde 110 kV aansluiten Liander Sneek Zuid 110 kV aansluiten Liander Louwsmeer 110 kV aansluiten Liander Herbayum-2 110 kV aansluiten Liander Sneek 110 kV verkabelen verbinding Drachten Zuid 110 kV aansluiten Liander Heerenveen KNO 110 kV aansluiten Liander
MIEK
RNB-nummer
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
pMIEK pMIEK pMIEK pMIEK
105627 105626 104389 103338 102447 103236 103182 104485 104508
pMIEK pMIEK
103185 103234
Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie Studie Studie Studie Studie Studie
2025 2027 2028 2028 2029-2030 2031-2033 2030-2031 2031-2034 2032-2035 2032-2035 2033-2036 2033-2036
2026 2025 n.v.t. 2027 2027 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2029-2031 n.v.t. n.v.t.
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
72
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
Tabel 7.11: Vervangings- en Functionaliteitsprojecten Friesland Projectnummer
Projectnaam
A-1000466 A-1000094 A-1000139 A-1000141 A-1003353 A-1000146 A-1000259 A-1003444
Bergum 110 kV vervangen secundair Oosterwolde 110 kV plaatsen EPC Wolvega 110 kV vervangen primair RTU comptabel Bergum 110 kV vervangen primair Dokkum 110 kV BRP Oudehaske 110 kV vervangen secundair Lemmer 110 kV BRP Lemmer 110 kV plaatsen EPC
MIEK
Fase
IBN IP2026
IBN IP2024
Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Basisontwerp Basisontwerp Basisontwerp Studie
2026 2026 2026 2028 2028 2028 2030-2031 2026
n.v.t. 2025 2025 2027 2026 2026 2029 2027
Ontwerp investeringsplan 2026 Net op land – Consultatiedocument TenneT TSO B.V.
73
1. Inleiding
2. Strategie
3. Totaaloverzicht
4. Terugblik
5. Methodiek
6. Scenario’s en marktsimulaties
7. Investeringen
8. Projecten Rijksprojectprocedure
9. Congestie
Bijlagen
Investeringen
7.6 Groningen en Drenthe Ontwikkelingen In voorgaande IP's werden de knelpunten in deelnet Groningen-Drenthe vooral door productie veroorzaakt. Daarnaast waren er enkele afnamegerelateerde knelpunten. In dit IP zijn de prognoses voor zonne-energie lager dan in IP2024, waardoor productie-gerelateerde knelpunten afnemen. Tegelijkertijd nemen de afnameknelpunten toe door de groeiende elektriciteitsvraag in zowel Groningen als Drenthe. Het bestaande net, inclusief de geplande uitbreidingen, is voldoende om deze afnameknelpunten op te vangen, waardoor geen nieuwe investeringsprojecten worden opgestart.
Uitgelichte projecten • Winschoten-2 en Kropswolde-2 De projecten voor deze stations zijn geannuleerd. Door de lagere prognoses van zonnepanelen zijn deze investeringen niet meer nodig. • Groningen Oost, Groningen Noordwest en Groningen West 2 Deze projecten zijn opgenomen in het pMIEK van de provincie Groningen. Op basis van de inzichten van dit IP is er geen reden om deze projecten nu op te starten. De projecten Groningen Midden 1