2025.034 Bijlage 1 Plan van aanpak RIT effectieve interventies APZG - DEC2024 (1294411)
Tekst van het document
Plan van aanpak
PILOT Regionaal Interventieteam Zeeland Effectieve interventies t.b.v. de aanpak rondom personen met zorgwekkend gedrag.
Bron: Eindverslag ‘Klantenreizen – verhalen van mensen die in crisis te maken hebben gehad met politie’ (2024). Stichting Hersteltalent.
Auteur : Nimra de Kraker (projectleider ‘effectieve interventies apzg’ en Renske Fraanje (beleidsadviseur CZW bureau) Datum : 12-12-2024
Inhoudsopgave Definities en afkortingen .............................................................................................................. 3 Definities ............................................................................................................................. 3 Afkortingen .......................................................................................................................... 3 1. Inleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................... 4 1.2. Context ............................................................................................................................. 4 2.Wat .......................................................................................................................................... 6 2.1 Doelstelling en beoogde effecten Regionaal Interventieteam Zeeland .................................. 6 2.2 Randvoorwaarden .............................................................................................................. 7 2.3 Afbakening ......................................................................................................................... 7 3.
Werkwijze ................................................................................................................................ 8 3.1 Inspanningen en uitkomsten onderzoek .............................................................................. 8 3.2 Planning............................................................................................................................. 9 4. Wie ....................................................................................................................................... 11 4.1 Betrokkenen .................................................................................................................... 11 4.1.2 Doelgroep ..................................................................................................................... 13 4.1.3 Project organisatie ........................................................................................................ 15 5. Pilot Regionaal interventieteam Zeeland ............................................................................... 166 5.1 Aanpak ………………………………………………………………………………………………………………...16 5.2 Budget/ middelen ............................................................................................................ 21 6.
Risicoanalyse..................................................................................................................... 23 6.1 Risicoanalyse, onzekerheden en tegenmaatregelen .......................................................... 23 7. Randvoorwaarden .............................................................................................................. 24 7.1 Randvoorwaarden project ................................................................................................ 24 7.3 Samenwerkingsafspraken ketenpartners .......................................................................... 25 7.4 Monitoring en evaluatie .................................................................................................... 25 7.5. Stip op de horizon............................................................................................................ 26 Bijlagen ..................................................................................................................................... 27 Bijlage 1: Wat is er wel en wat wordt er gemist ........................................................................ 27 Bijlage 2: Belangengroepen en cijfers .....................................................................................
29 Bijlage 3: Lerend vermogen…………………………………………………………………………………………...38 Bijlage 4: Rapport klantenreizen Hersteltalent ........................................................................ 39 Bijlage 5: Registratie .............................................................................................................. 45 Bijlage 6: Concept Samenwerkingsconvenant Regionaal Interventieteam Zeeland ................... 50
INT-14-08607
Pagina 2
Definities en afkortingen Definities Onder ‘direct loopvermogen’ verstaan we: professionals met de juiste (zorg)expertise die, op het moment dat het nodig is, snel en direct inzetbaar zijn (zonder indicatie), voldoende tijd beschikbaar hebben om een inschatting te kunnen maken van de situatie (triage) en de meldingen kunnen toeleiden naar (eigen) hulpverlening, ondersteuning of het eigen netwerk. Onder acute en niet-acute meldingen verstaan we: • Acute meldingen: 112 meldingen die binnenkomen bij de Meldkamer van de politie, waarbij sprake kan zijn van een onveilige situatie (voor de persoon zelf en/of omgeving) en waarbij directe inzet van loopvermogen/zorg nodig is1. Het zijn meldingen die niet gelijk via de reguliere zorg kunnen worden opgepakt (omdat die (nog) niet betrokken is, of niet direct inzetbaar is)2. • Niet-acute meldingen: meldingen die binnenkomen via het 0900-8844 nummer van de politie en meldingen die binnenkomen via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland (meldingen van burgers die binnenkomen via het 0800-1205 nummer of i28 meldingen van de politie3). Meldingen4 die niet gelijk via de reguliere zorg kunnen worden opgepakt (omdat die (nog) niet betrokken is, of niet direct inzetbaar is)5. Apzg: staat voor ‘aanpak personen met zorgwekkend gedrag’.
Onder ‘zorgwekkend gedrag’ verstaan we mensen die kampen met een opstapeling van problemen op verschillende levensgebieden (al dan niet in combinatie met GGZ-problematiek) die niet de juiste hulp krijgen en om deze reden zorgwekkend, zorgmijdend en/of gevaarlijk gedrag kunnen vertonen. Afkortingen Apzg = Aanpak personen met zorgwekkend gedrag GGD = Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst GGZ = Geestelijke gezondheidszorg HAP = Huisartsenpost MAB = Meld- en actiepunt Bemoeizorg MZGZ = Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland PMZG = Personen met zorgwekkend gedrag RAV = Regionale Ambulance Voorziening RIT = Regionaal Interventieteam Wvggz = Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg Stichting ZVHZ = Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland
Het kan gaan om mensen die de grip op hun leven (verder dreigen te) verliezen, bijvoorbeeld personen met verward gedrag of mensen die zorgmijdend zijn, waarvan het vermoeden is dat ze (toeleiding naar) hulp en/of ondersteuning nodig hebben, om te voorkomen dat de situatie verergert. 2 Redenen: a) het zwaartepunt van de meldingen van zorgwekkend gedrag ligt in de namiddag/avond, wanneer de reguliere zorg/hulpverlening niet inzetbaar is, b) benodigde zorg is niet direct inzetbaar omdat er eerst een indicatie geregeld moet worden 3 i28 meldingen, zijn meldingen van de politie waarbij (het vermoeden is dat er) sprake is van zorg (kan via een wijkagent zijn of meldingen die binnenkomen via het tel.nr. van de politie 0900-8844). 4 Zie voetnoot 1. 5 Zie voetnoot 2 1
INT-14-08607
Pagina 3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In 2024 hebben alle 13 Zeeuwse gemeenten ingestemd met het (implementatie)voorstel voor Domein overstijgend samenwerken zorg-veiligheid. De initiatieven en structuren die voortvloeien uit het project Domein overstijgend samenwerken vormen de basis voor de samenwerking tussen het zorg, veiligheids-, en sociaal domein in Zeeland. Het doel van het Domeinoverstijgend samenwerken is om samenwerking verbeteren op inhoudelijk, bestuurlijk en/of uitvoeringsniveau. Met het project Domein overstijgend samenwerken zorg-veiligheid gaan we aan de slag met 7 thema’s: — Herinvoering van de Zeeuwse Regiekaart (0-100) — Doorbraakmethodiek — Centrale registratie — Expertiseteam — Zeeuws bestuurlijk mandaat en regionale afspraken professionele ruimte — Interne verbindingen tussen bestuur, uitvoering en beleid — Regionaal interventieteam, lees: startsubsidie ‘effectieve interventies voor personen met zorgwekkend gedrag’ Voor het laatste onderdeel is in 2023 een apart startsubsidie aangevraagd bij ZonMw. Deze subsidie is toegekend en in 2024 zijn we in Zeeland gestart met het doen van onderzoek naar welke samenwerkingsvorm(en) en interventie(s) het meest passend en effectief zijn voor Zeeland en hoe we deze samenwerkingsvorm(en) en interventie(s) gaan implementeren. Met de startsubsidie is het voorstel tot stand gekomen om een Regionaal interventieteam op te zetten.
Dit plan van aanpak vormt de basis voor de vervolgaanvraag bij ZonMw voor de overige subsidiemiddelen die we in Zeeland willen inzetten voor de implementatie van het Regionaal interventieteam Zeeland (vanaf hier: RIT).
1.2. Context Vanaf januari 2023 hebben de Zeeuwse gemeenten en ketenpartners al een aantal acties ondernomen om meer zicht te krijgen op de knelpunten/problemen in de praktijk en wat en passend zou zijn voor Zeeland om de knelpunten/problemen op te lossen.
Dit resulteerde in het volgende beeld: • De politie wordt overbelast met meldingen van personen met zorgwekkend gedrag en is veel tijd kwijt aan het oppakken van deze meldingen. Het gaat namelijk vaak om meldingen waarbij geen sprake is van onveiligheid (crimineel of gevaarlijk gedrag), maar waarbij eerder sprake is van een (onderliggende) zorgvraag die voor overlastgevend gedrag zorgt. • De politie geeft aan dat het helpend zou zijn als zij bij (voornamelijk acute-) politiemeldingen in een eerder stadium sneller kunnen schakelen en samen kunnen optrekken met partijen die de melding snel kunnen oppakken en/of de personen kunnen doorgeleiden naar passende hulp/ondersteuning. • Het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland ontvangt de niet-acute (politie) zorgmeldingen waarbij het soms niet direct duidelijk is of er sprake is van een (onderliggende) zorgvraag die opgepakt dient te worden. Het meldpunt geeft aan dat ook zij ‘direct loopvermogen’ missen waarbij snel juiste expertise ingezet kan worden om een inschatting te kunnen maken van de situatie om vervolgens de juiste vervolgstappen te zetten en/of de juiste (vervolg)ondersteuning in te zetten. Ondanks de inspanningen die worden geleverd binnen de aanpak van personen met zorgwekkend gedrag zien we dat het aantal meldingen blijft stijgen.
Momenteel is de politie de enige partij die op acute meldingen afgaat, wat zorgt voor een grote druk op de politiecapaciteit. Echter, bij deze meldingen is in de praktijk vaker sprake van een (onderliggende) zorgvraag en niet zozeer sprake van onveiligheid. Dit maakt dat de politie niet altijd de meest geschikte partij is om deze meldingen op te pakken. Dit zorgt niet alleen voor een inefficiënte inzet van de zorg- en veiligheidspartijen, maar soms ook voor vervelende situaties voor de personen waar de meldingen over worden gemaakt. Het leveren van passende interventies voor zorg en ondersteuning rondom acute én niet-acute meldingen vraagt daarom om een domeinoverstijgende samenwerking tussen zorg, het sociaal domein en veiligheid. In het startjaar heeft Stichting Hersteltalent een klantreizen en een onderzoek uitgevoerd naar waar deze mensen (bekend van acute zorgmeldingen van de politie) tegenaanlopen. Uit deze klantreis blijkt dat voornamelijk psychosociale en sociaaleconomische problemen, al dan niet in combinatie met psychiatrische problematiek ervoor zorgen dat personen zorgwekkend gedrag vertonen. Ze ontvangen niet altijd de passende of voldoende begeleiding, waardoor de kans op ontwrichting, terugval en uiteindelijk crisis steeds groter wordt en zij daardoor soms in aanraking komen met de politie.
De achtergrond van de persoon in kwestie is erg belangrijk om rekening mee te houden tijdens een inzet, maar ook het inzetten van passende zorg en ondersteuning na een inzet. Doel van de startsubsidie Het doel van de startsubsidie was als volgt: om te komen tot meer passende, effectieve en duurzame samenwerkingsvorm(en) en interventie(s), waaronder straattriage en extra loopvermogen, zodat; 1) er meer passende en snellere zorg en ondersteuning wordt geleverd bij acute én niet acute meldingen rondom personen met zorgwekkend gedrag en; 2) de druk op politie-inzet bij meldingen van zorgwekkend gedrag wordt verminderd.
Pagina 5
In het startjaar is er onderzoek gedaan naar welke samenwerkingsvorm of interventie het meest passend is voor Zeeland. Meer informatie over het onderzoek en de uitkomsten zijn terug te lezen in hoofdstuk 3.
2.Wat 2.1 Doelstelling en beoogde effecten Regionaal Interventieteam Zeeland Het doel van het project is het opzetten en implementeren van een Regionaal Interventieteam Zeeland die direct inzetbaar is bij meldingen van zorgwekkend gedrag (zowel acute als niet-acute meldingen), om zo: • De kwaliteit van zorgverlening en doorlooptijd naar vervolgoplossing te verbeteren aan personen met zorgwekkend gedrag op het moment dat er een melding wordt gemaakt, door direct (zorg)professional in te zetten die zorgt voor een juiste bejegening en juiste inschatting van de situatie (triage); • De druk op politie-inzet bij meldingen van zorgwekkend gedrag verminderen; • Te zorgen voor een optimale samenwerking tussen zorg- en veiligheid, met een meer efficiënte inzet van hulpdiensten/zorg- en veiligheidspartijen (politie, ambulance, crisisdienst Emergis en HAP) en toename van de tevredenheid over de dienstverlening tot gevolg. Gewenste resultaten • Een operationeel RIT dat binnen de gestelde tijdsnormen direct inzetbaar is voor acute en niet-acute meldingen van personen met zorgwekkend gedrag; • Duidelijke overeenkomst en samenwerkingsafspraken tussen alle betrokken partijen.
Gewenste effecten: • Verbeterde en meer passende zorg voor personen met zorgwekkend gedrag; • Kortere doorlooptijd voor personen met zorgwekkend gedrag tot passende vervolgoplossingen als gevolg van een snelle en betere triage en directe vervoersmogelijkheid; • Verminderde belasting van capaciteit van spoeddiensten (politie, ambulance, huisartsen en crisisdienst) bij zorgmeldingen; • Minder terugkerende acute problematiek; • Verbeterde samenwerking en afstemming van werkzaamheden tussen hulpdiensten/zorg- en veiligheidspartijen; • Verkrijgen van meer zicht in de context, oorzaken en risico’s van de meldingen van personen met zorgwekkend gedrag, zodat we in de aanpak (nog) meer gericht kunnen gaan sturen op preventie. Pagina 6
• •
Verbinding realiseren met de sluitende aanpak rond personen met zorgwekkend gedrag die onder de regie van gemeenten wordt ontwikkeld en geïmplementeerd en de aansluiting op de sterke lokale teams bij gemeenten (momenteel ook in ontwikkeling). Minder opnames voor mensen met zorgwekkend gedrag middels een crisismaatregel.
2.2 Randvoorwaarden Om het project een kans van slagen te geven moet er aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • Het RIT sluit aan op de bestaande lokale infrastructuur van de Zeeuwse gemeenten en op al lopende projecten en initiatieven (op Zeeuws sub-regionaal en lokaal niveau); • Het RIT sluit aan op de al bestaande vervoersafspraken of zorgen voor een meer efficiënte invulling van de vervoersafspraken. • Het RIT beweegt mee met de ontwikkelingen die gaande zijn in de veiligheidsregio (m.n. de overige subonderdelen van het overkoepelende project Domeinoverstijgend samenwerken).
2.3 Afbakening Het project ‘effectieve interventies’ vormt een integraal onderdeel van het project Domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid. Voor deze vervolgaanvraag en de haalbaarheid van het organiseren van het RIT is een afbakening van het project nodig. De volgende zaken vallen binnen dit project; — Acute en niet- acute meldingen (zie definities onder 2.2.) — Doelgroep personen met zorgwekkend gedrag (zie definities onder 2.2.) De volgende zaken vallen buiten het project; — Het voorliggend veld — Nazorg Hoewel de (verdere) inrichting van het voorveld en de nazorg niet onder dit project valt, is het uiteraard wel van belang dat het RIT aansluit bij de structuren in het voorliggend veld (zoals hierboven aangegeven). In het startjaar van het project heeft stichting Hersteltalent klantreizen uitgevoerd. Uit deze klantenreizen is informatie naar voren gekomen die van belang is voor de verdere organisatie van het RIT, met name voor de aansluiting op de lokale zorgstructuren en het voorliggend veld. Deze aanbevelingen worden, waar dat nodig en mogelijk is, opgenomen in de samenwerkingsafspraken.
Pagina 7
3. Werkwijze 3.1 Inspanningen en uitkomsten onderzoek In Q1 en Q2 van 2024 is er onderzoek gedaan naar welke samenwerkingsvorm of interventie het meest passend is voor Zeeland. Het kwalitatief en kwantitatief onderzoek bestond uit: — Deskresearch (van al eerder opgehaalde informatie) — Raadplegen en analyseren van good practices uit andere regio’s (Rapid Responder GGZ in Friesland en streettriage in Twente) — Meeloop-dag op de Meldkamer Zeeland/West-Brabant en de Rapid Responder GGZ in Friesland — Interviews met gemeenten en ketenpartners — Gezamenlijke bijeenkomsten met gemeenten en ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein — Nadere analyse van recente politiecijfers (2023, en deels 2024) — Klantreizen6 (vanuit cliëntperspectief), uitgevoerd door Stichting Hersteltalent Aansluiting op het lokale en Zeeuwse landschap was een belangrijke voorwaarde voor het organiseren van de effectieve interventies. Uit het onderzoek is een nog duidelijker beeld naar voren gekomen ‘wat er al is’ en ‘wat er nog mist’ in Zeeland omtrent het oppakken van meldingen van personen met zorgwekkend gedrag (zie bijlage 1). De klantreizen hebben uiteindelijk de doorslaggevende input gegeven voor de vormgeving van de effectieve interventie. Vanuit de klantreizen kwam sterk naar voren dat de mensen in de meeste gevallen geen behoefte hebben aan het contact met de politie.
Enerzijds, omdat passende zorg, - ondersteuning en bejegening dermate van belang is en dit vanuit de politie vaak niet aansluit bij de situatie waar de mensen in verkeren. Anderzijds gaven de mensen aan dat zij de aanwezigheid van een politiewagen of ambulancewagen vaak als stigmatiserend hebben ervaren en trekt het veel (on)nodige aandacht van buurtbewoners. Onderwerpen die benoemd staan onder ‘wat wordt er gemist’ komen overeen met de uitkomsten van het project Domeinoverstijgend samenwerken. Dit onderstreept nogmaals het belang om de implementatie van de project nauw samen op te laten lopen.
6
Hersteltalent heeft 11 mensen geïnterviewd die ervaring hebben gehad met politiecontact n.a.v. een melding ‘verward gedrag’ die over hen is gemaakt. Pagina 8
3.2 Planning Hieronder is een planning weergegeven voor de implementatie van het RIT. Q1 2025 Q1 2025
Q2 2025
Q3 2025 Q4 2025
Indienen vervolgsubsidie bij ZonMw (deadline 4 februari 2025) Besluit vanuit ZonMw over de toekenning van de vervolgsubsidie Voorbereidingen treffen voor de implementatie: — Voorbereidingen treffen voor werving van personeel voor bemensing van het RIT — Vervoersmiddel regelen — Systemen, registratie en monitoring en evaluatiemomenten inregelen Na toekenning van de vervolgsubsidie: — Vervoersmiddel inrichten — Starten met werving personeel — Organiseren kennismakingsbijeenkomsten personeel — Trainen personeel (triage training GGZ verpleegkundigen, MHFA training chauffeurs) — Organiseren startbijeenkomsten met samenwerkingspartijen en gemeenten — Organiseren informatiebijeenkomsten voor betrokken partijen (derden) — Samen met personeel en samenwerkingspartners vorm en inhoud geven aan de intervisies en de koppeling met het lerend vermogen (zoals opgezet binnen het domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid, waarbij wordt ingezet op het lerend vermogen tussen de uitvoering, het beleid en het bestuur). — Aansluiten op communicatiestructuur Domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid + gebruik online platform 1 sociaal domein Start RIT Zeeland Voorbereidingen voor het ophalen van de eerste resultaten uit de monitoring en evaluatie: — Vanaf de opstart meerdere samenwerkingsbijeenkomsten organiseren t.b.v.
monitoring en evaluatie — Eerste intervisiebijeenkomsten voor betrokken partners/personeel van het RIT (uitgevoerd door Stichting Hersteltalent): o eerste halfjaar om de 6 à 8 weken o daarna om de 2 à 3 maanden — Eerste uitkomsten intervisies en ophaalde input koppelen aan het lerend vermogen domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid — Aanvragen cofinanciering zorgverzekeraar 2026 Pagina 9
Na een half jaar operationeel: — Bijsturen op basis van opgehaalde input van het eerste half jaar RIT — Opmaken eerste halfjaar rapportage (op basis van de registratie) — Samenwerkingsbijeenkomsten over de eerste opgehaalde resultaten
2026
2027
December 2025: — Informeren Stuurgroep zorg-veiligheid over de eerste resultaten en de voortgang van het RIT + Presentatie over het RIT in de Regionale Conferentie zorg- en veiligheid (gecombineerd overleg tussen burgemeesters, wethouders, politie, OM7) — Informeren ZonMw over de voortgang Doorlopend: — Intervisiebijeenkomsten en bijsturen waar nodig + input voor het lerend vermogen domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid — Minstens 1x per kwartaal een samenwerkingsbijeenkomst organiseren voor gemeenten en samenwerkingsmedewerkers (informeren + mogelijkheid om input te leveren). — Minstens 1x per kwartaal informeren Stuurgroep zorg-veiligheid over de voortgang van het RIT — Tussentijds informeren van de Stuurgroep zorg-veiligheid, Regionale Conferentie zorg- en veiligheid (gecombineerd overleg tussen burgemeesters, wethouders, politie, OM8) en ZonMw Na 1 jaar operationeel: — Voorbereiden en opleveren eerste jaar rapportage RIT Q1 en Q2: — Voorbereidingen voor borgingsvoorstel RIT vanaf 2028 Doorlopend: — Intervisiebijeenkomsten en bijsturen waar nodig + input voor het lerend vermogen domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid
De Regionale Conferentie zorg-veiligheid is momenteel in ontwikkeling. Er wordt gekeken hoe er ook een verbinding kan worden gemaakt met ketenpartners zorg (waaronder GGD) en GGZ. 8 Idem. 7
Pagina 10
— Minstens 1x per kwartaal een samenwerkingsbijeenkomst organiseren voor gemeenten en samenwerkingsmedewerkers (informeren + mogelijkheid om input te leveren). — Minstens 1x per kwartaal informeren Stuurgroep zorg-veiligheid over de voortgang van het RIT — Tussentijds informeren van de Stuurgroep zorg-veiligheid, Regionale Conferentie zorg- en veiligheid (gecombineerd overleg tussen burgemeesters, wethouders, politie, OM) en ZonMw
Q3 2027 Q4 2027
Na 2 jaar operationeel: — Voorbereiden en opleveren tussenrapportage en borgingsvoorstel voor het RIT + Borgingsvoorstel agenderen voor de Regionale Conferentie zorg- en veiligheid (gecombineerd overleg tussen burgemeesters, wethouders, politie, OM9) Borgingsvoorstel RIT voorleggen aan de 13 Zeeuwse gemeenten Voorbereidingen borging RIT
4. Wie
4.1 Betrokkenen Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende instanties/ personen die betrokken zijn bij dit project. Zie bijlage 2 voor een uitgebreidere omschrijving van de belangengroepen.
4.1.1 Belangengroepen Er is een aantal belangrijke belangengroepen te noemen die nauw betrokken zijn bij dit project. In bijlage 2 staat een uitgebreide beschrijving van deze belangengroepen. Politie De Regionale Conferentie zorg-veiligheid is momenteel in ontwikkeling. Er wordt gekeken hoe er ook een verbinding kan worden gemaakt met ketenpartners zorg (waaronder GGD) en GGZ. 9
Pagina 11
Voor het RIT vindt er een nauwe samenwerking plaats met de politie, zo kan de politie snel ter plekke komen als er toch sprake blijkt te zijn van gevaar/onveiligheid/strafbaar feit. Hulpverlening Voor bemensing van het RIT willen we gaan werken met (sociaal) psychiatrisch verpleegkundigen die werkzaam zijn (geweest) binnen het crisiswerk en nog steeds werken binnen de (acute) GGZ of werken met de doelgroep ‘personen met zorgwekkend gedrag/ complexe casuïstiek'. Gemeenten De provincie Zeeland bestaat uit dertien gemeenten. Alle 13 Zeeuwse gemeenten (burgemeester, College van B&W en gemeenteraad) vervullen diverse rollen en verantwoordelijkheden bij de samenwerking met betrekking tot personen met verward gedrag. Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland en het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland Stichting Zorg- en Veiligheidshuis (SZVHZ) voert verschillende taken uit. Vanuit de kerntaak biedt SZVHZ Integrale procescoördinatie op complexe casuïstiek, op het snijvlak van straf, zorg en bestuur. Als onafhankelijke organisatie brengt SZVHZ verschillende partijen bij elkaar op neutraal terrein. Ze legt verbindingen, maakt afspraken en houdt de regie. Naast de kerntaak voert SZVHZ vijf taken uit in opdracht van de Zeeuwse gemeenten.
Dit zijn: Levensloopaanpak, Re-integratie (ex-) gedetineerden, Zorgcoördinatie slachtoffers mensenhandel en daarnaast het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland met als taken ‘Meldpunt nietacuut’ en ‘Meldpunt Wvggz’. Binnen domeinoverstijgend samenwerken ligt er een belangrijke verbinding met het ZVHZ voor o.a. de centrale registratie. Bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland kunnen inwoners en professionals die zich zorgen maken over iemand in hun omgeving die zorgwekkend gedrag vertoont terecht bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Het Meldpunt is één van de belangrijke schakels binnen de aanpak van personen met zorgwekkend gedrag in Zeeland, o.a. als gegevensknooppunt. Meldkamer (politie/ambulance) In juni 2020 zijn de meldkamers Zeeland en Midden- en West Brabant samengevoegd. De Meldkamer Zeeland/West-Brabant is gestationeerd in Bergen op Zoom. Bij de Meldkamer komen de meeste meldingen binnen van personen met zorgwekkend gedrag. RAV (Zeeland; Witte Kruis en Zorgsaam) Witte Kruis verzorgt als vergunninghouder de ambulancezorg binnen de veiligheidsregio Zeeland. Stichting ZorgSaam verleent ambulancezorg in Zeeuws-Vlaanderen als onderaannemer van Witte Kruis.
Pagina 12
Huisartsenzorg (De huisartsenconnectie en Nucleuszorg) De Huisartsenconnectie is een organisatie die samenwerkt met professionals uit de eerstelijns huisartsenzorg (de ondersteunende diensten voor huisartsenzorg, de huisartsenspoedposten en- praktijken). Nucleuszorg is de ondersteunende eerstelijnsorganisatie voor de huisartsen in ZeeuwsVlaanderen. Cliënt- en naastenperspectief Stichting Hersteltalent bestaat uit een team van ervaringsdeskundigen en mensen met ervaringskennis. Hersteltalent heeft middels een klantreis onderzoek gedaan naar welke interventies het meest effectief zijn en het beste aansluiten bij de situatie van de personen die zorgwekkend gedrag vertonen en in aanraking komen met de politie. Enkele diensten die Hersteltalent aanbiedt worden in de pilot verbonden aan het RIT t.b.v. de opvolging (dit gaat o.a. om het opmaken van een crisiskaart en buddy-trajecten) en het lerend vermogen van het RIT (t.b.v. het verzorgen van intervisies vanuit ervaringsdeskundigheid).
4.1.2 Doelgroep In 2016 is door het landelijke Aanjaagteam ‘verward gedrag’ een persoonsgerichte aanpak ontwikkeld gebaseerd op bouwstenen die samen een integrale benadering vormen voor personen met acuut en niet-acuut verward gedrag. Bij de landelijke uitrol van de aanpak personen verward gedrag heeft het landelijke aanjaagteam vier categorieën van ‘personen met verward gedrag’ ontworpen. Voor het volledige beeld te geven is er voor deze 4 categorie nog 1 categorie toegevoegd, namelijk: mensen die niet conform de gestelde definitie verward gedrag vertonen en ook geen overlast veroorzaken, maar wel leed hebben (zie categorie I). Deze categorie is toegevoegd om te laten zien wat er gebeurt als er niet op tijd oog is voor de eenvoudige/minder complexe problematiek en de kans groter wordt dat problematiek zich opstapelt. Dan kan het gebeuren dat enkelvoudige/minder complexe problematiek (uit categorie I) wel kan overgaan in meer complexe problematiek. Wat betekent dat ook gedrag kan veranderen en er wel overlast gevend of verward gedrag kan ontstaan.
Figuur 1: Bron Eindrapportage Aanjaagteam verwarde personen (2016) + toegevoegde categorie (I)
Pagina 13
Deze categorieën dienen als richtlijn, de groep mensen die zich binnen deze categorieën bevinden zijn heel divers. Ook de intensiteit van de problematiek en de verschillende (beleids-)terreinen en domeinen waar cliënten tussen pendelen. Mensen kunnen dan ook op verschillende momenten tot verschillende categorieën behoren. Als we het hebben over de mensen die voorkomen in de aanpak personen zorgwekkend gedrag, Wvggz, Wzd (Wet zorg en dwang, als aansluiting op Wvggz), hebben we het over categorie III en IV). Personen in een crisissituatie van wie het vermoeden bestaat dat zij een acute psychische stoornis hebben, maken ook deel uit van deze groep mensen (Generieke module acute psychiatrie); ggz standaarden). Het zorgwekkend, verward, onbegrepen en/of onveilig gedrag staat vaak niet op zichzelf. Er is vaak sprake van multi-problematiek (psychiatrische of psychische problemen, (psychosociale) gedragsproblematiek, licht-verstandelijke beperking, schulden, middelengebruik, dak-of thuisloosheid) waardoor er op meerdere leefdomeinen problemen zijn. Dit betekent dat deze mensen op verschillende onderdelen binnen het sociaal domein ondersteuning nodig hebben (huisvesting, schuldhulpverlening, werk/inkomen, dagbesteding e.d.).
De klantreizen die zijn uitgevoerd door Stichting Hersteltalent, geven hetzelfde beeld als hierboven beschreven staat; Het zijn vaak mensen die te maken hebben (gehad) met een onstabiele en/of onveilige thuissituatie/basis. In combinatie met andere life-events en al dan niet psychosociale of psychiatrische problematiek, glijden deze mensen steeds verder af in de maatschappij. De geïnterviewde deelnemers noemen herhaaldelijk ervaringen met stigma, eenzaamheid, schulden, mishandeling, een gebrek aan ontwikkelmogelijkheden. Dit laat zien dat de achtergronden van de mensen heel divers kunnen zijn, en dus ook de problemen waar de mensen mee kampen. Verder wordt aangeven dat ze niet altijd passende of voldoende begeleiding ontvangen, er sprake is van veel wisselende hulpverleners, lange wachtlijsten, geen aansluitende zorg of er wordt geen rekening gehouden met de context waarin iemand zich verkeerd als er sprake is van een (acute) zorgwekkende situatie, waardoor de kans op ontwrichting, terugval en uiteindelijk crisis steeds groter wordt. Er lijkt geen tijd meer te zijn voor het verhaal achter de persoon. Hoe de problemen op verschillende levensgebieden worden opgepakt is vaak afhankelijk van waar de persoon (voor het eerst) in beeld komt.
Dit resulteert vaak in het feit dat de problemen apart worden opgepakt binnen verschillende afdelingen van (zorg- of veiligheids)instellingen, gemeenten, of overige ketenpartners. Zoals: WMO, schuldhulpverlening, (forensische) zorg, openbare orde, strafrecht, participatie (werk, inkomen, dagbesteding), onderwijs. Met inachtneming van de opgehaalde informatie is de verwachting dat de personen die bij het RIT in beeld kunnen komen een breed scala aan problemen hebben, variërend van een opeenstapeling van relatief eenduidige kwesties tot complexe, meervoudige problematiek die meerdere levensdomeinen beïnvloedt. Sommige personen zullen daarom wel al bekend zijn bij (diverse) hulpverleningsinstanties, maar sommigen ook niet. Het blijft een feit dat de medewerkers van het RIT een momentopname zien. Met de inzet van de expertise van de medewerkers van het RIT willen we meer tijd nemen voor het verhaal van de persoon en kan er een juiste inschatting worden gemaakt van wat er echt nodig is wat betreft een vervolgoplossing. Met deze werkwijze wordt hopelijk de kans dat de persoon tussen wal-en-schip valt verkleind. Een belangrijke voorwaarde is dat de medewerkers van het RIT kennis hebben van de sociale kaart van de 13 gemeenten in Zeeland, zodat er – indien nodig – de meest passende en meest nabije zorg ingezet kan worden als vervolg. Pagina 14
4.1.3 Project organisatie
Voor de periode van de startsubsidie is Nimra de Kraker kwartiermaker van het project (2024). Renske Fraanje (CZW bureau) is als beleidsadviseur verbonden aan het project. Vanaf 2025 zal Nimra de Kraker als kwartiermaker betrokken blijven en de coördinerende taken op zich nemen ter voorbereiding van de implementatie van het RIT. Na de implementatiefase is het voorstel om één van de medewerkers van het RIT aan te stellen als meewerkend teamleider. De beleidsadviseur vanuit het CZW bureau blijft verbonden aan het project voor de (door)ontwikkeling op beleids- en strategisch niveau. Hieronder staat een overzicht van de (overleg) structuren die de basis vormen voor het project RIT:
Pagina 15
5. Pilot Regionaal interventieteam Zeeland
5.1 Aanpak Voor het RIT werkende de volgende partijen nauw samen met elkaar: 13 Zeeuwse gemeenten, de politie Zeeland-West Brabant, Meldkamer Zeeland West-Brabant, Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, GGZ Emergis, Stichting Hersteltalent, huisartsenzorg en de regionale ambulancevoorziening Zeeland. Voor de implementatie van het RIT gaan we starten met een pilotperiode, waarin we ervaringen opdoen, monitoren, evalueren en waarbij nodig tussentijds bijsturen. In de pilot rijden een (sociaal) psychiatrisch verpleegkundige en een chauffeur in een onopvallend voertuig af op meldingen van personen met zorgwekkend gedrag. De professionals gaan ter plaatse om: — D.m.v een passende bejegening ondersteuning te bieden aan de persoon waar het om gaat; — Indien er geen sprake is van onveiligheid/gevaar, politie af te lossen (zodat de politieagenten hun werk kunnen voortzetten); — Triage uit te voeren, om de ernst van een situatie en de benodigde (zorg)behoeften van een persoon met (psychische) problemen in te schatten; — Op basis van de triage te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn en te zorgen voor een passende overdracht aan (eigen) hulpverlening (o.a. de crisisdienst van Emergis), ondersteuning of eigen netwerk. — Indien nodig voor passend vervoer te zorgen (zelf of uitbesteden); — De benodigde informatie10 te registreren, t.b.v.
de terugkoppeling (aan de Meldkamer, e/o vervolgzorg/ Meldpunt) Het RIT is een aanvulling op het huidige werkveld, omdat het direct inzetbaar is op de momenten dat reguliere zorg (nog) niet beschikbaar is (voornamelijk buiten kantoortijden). Het RIT schat bij een acute of niet acute melding de situatie in, triageert en zet de best passende vervolgoplossing uit. Het RIT voert geen psychiatrische beoordelingen uit.
10
Er wordt geen dossier aangemaakt. Er wordt enkel informatie geregistreerd voor de inzet van het RIT en de doorverwijzing naar passende vervolg(hulp). Pagina 16
Pagina 17
Coördinatie De coördinatie van de inzet van het RIT wordt belegd bij de Meldkamer politie. Het team wordt ingezet bij meldingen van personen met zorgwekkend gedrag die binnenkomen via de Meldkamer, het Meldpunt Zorgwekkend gedrag Zeeland (MZGZ) en de huisartsenpost. De inzet van het RIT wordt getoetst aan de hand van scherp geformuleerde criteria. Aanvragers inzet Regionaal Interventieteam Zeeland De centralisten van de Meldkamer kunnen het RIT inzetten bij meldingen die binnenkomen bij de Meldkamer (acuut; 112, niet acuut; 0900-8844), waarbij sprake is van (het vermoeden van) een onderliggende zorgvraag. Zoals aangegeven kan het RIT ook worden ingezet bij de niet-acute meldingen van het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Het MZGZ kan de inzet van het RIT zelf aanvragen, wanneer zij inschatten dat er direct loopvermogen noodzakelijk is om een inschatting te maken van de situatie. Als het RIT ter plekke is gegaan en aanvullende informatie heeft opgehaald, koppelt het RIT dit terug aan het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Zo kan het meldpunt een juiste inschatting en afweging maken en kan het meldpunt de melding toe leiden naar de instantie(s) die de melding oppakt en de juiste interventie(s) kan inzetten. Medewerkers van het meldpunt combineren informatie die al aanwezig is over de persoon waarover zorgen zijn. Zoals eerder beschreven is het RIT ook inzetbaar n.a.v.
een melding via de huisartsenpost. Uit de praktijk blijkt dat in de huidige werkwijze er buiten kantoortijden veel aanmeldingen bij de crisisdienst binnenkomen via de huisartsenpost,11 als de huisartsenpost heeft ingeschat dat het gaat om een psychiatrische hulpvraag. In de nieuwe situatie heeft de huisartsenpost de mogelijkheid om het RIT aan te vragen als er nog onduidelijk bestaat over welk probleem voorliggend is en er geen sprake is van een acute psychiatrische hulpvraag. Vervoer en Inzetbaarheid Voor het RIT wordt er gebruik gemaakt van een onopvallend voertuig, dat wordt voorzien van een prettige zitplek om een gesprek ter plaatse te kunnen voeren in het voertuig. Ook worden de benodigde systemen/apparatuur ingebouwd. Het RIT is Zeeuws breed inzetbaar. We starten met één team bestaande uit een poule van minimaal 8 medewerkers die 7 dagen in de week inzetbaar zijn voor een dagdienst (14.00-22.00uur, met uitloop naar 23.00uur)12. Het RIT krijgt binnen kantoortijden als standplaats het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland (ZVHZ). Wanneer het RIT niet onderweg is, zitten zij op het ZVHZ. Buiten kantoortijden is het voorstel dat zij rouleren over de drie basisteams, waarbij rekening wordt gehouden met een centrale ligging zodat aanrijtijden haalbaar blijven.
Personele inzet Het RIT bestaat uit een poule van (sociaal) psychiatrisch verpleegkundigen en chauffeurs, waarbij elke dienst wordt ingevuld door één hulpverlener 11 12
In 2023 zijn er bij de crisisdienst van Emergis 657 meldingen via de huisarts binnen gekomen, in 2024 (t/m oktober waren dit er 363. Bron: Emergis Uit data analyse van de politie blijkt dat binnen dit tijdsbestek de meeste meldingen binnen komen. Pagina 18
en één chauffeur. De chauffeur zal minimaal worden opgeleid in de cursus Mental Health First Aid (MHFA)13. De hulpverleners zullen een triage training krijgen. Het voorstel is om één vast team in te stellen. Met een vast team de opbouw van expertise en kennis geborgd en kunnen de medewerkers van het team snel onderling schakelen wanneer nodig. Naast het vaste team wordt een flexibele poule ingeregeld van medewerkers die inzetbaar zijn bij uitval, ziekte of vakantie. Deze afspraken worden nader uitgewerkt in de samenwerkingsafspraken. De (sociaal) psychiatrisch verpleegkundigen kunnen o.a. worden geworven bij GGZ Emergis en middels uitgezette vacatures bij het Zorg- en veiligheidshuis Zeeland. Emergis heeft (sociaal) psychiatrisch verpleegkundigen in dienst die ervaring hebben met de doelgroep en kennis en ervaring hebben met het werken in het crisiswerk. Voor verdere informatie rondom het personeel van het RIT wordt verwezen naar bijlage 2. Verbinding zorg en veiligheid Met de standplaats bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland wordt een nauwe samenwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid geborgd, omdat er sprake is van korte lijnen en snelle communicatie. Daarnaast worden de medewerkers van het RIT voorzien van portofoons om, indien nodig, politie ter plaatse te vragen.
Daarnaast is het voorstel dat het RIT gaat rouleren over de verschillende basisteams, waardoor een nauwe samenwerking ontstaat en er ruimte is voor afstemming, overleg en evaluatie. Aanvullend op bestaande (zorg)structuren Een belangrijke randvoorwaarde is dat het RIT aansluit op de al bestaande lokale (zorg-)structuren. Het RIT is een aanvulling op de huidige werkvelden (zorg)structuren, omdat het direct inzetbaar is op de momenten dat regulier zorg (nog) niet beschikbaar is (voornamelijk buiten kantoortijden). Daarnaast is uit onderzoek van Stichting Hersteltalent klantenreis duidelijk geworden dat de werkwijze van een interventieteam beter aansluit bij de behoeften van de mensen waar het om gaat en een belangrijke schakel kan spelen in het leggen van de verbinding tussen de persoon en passende (vervolg)hulp en ondersteuning.
5.1.1 Aansluiten bij bestaand beleid/ samenwerking ketenpartners Het RIT is een interventie die niet op zichzelf staat binnen de aanpak van personen met zorgwekkend gedrag. Voordat het tot een melding komt, zijn er vaak al (eerdere) signalen gemist. Dit blijkt ook uit de resultaten van de klantreis die is uitgevoerd door Stichting Hersteltalent. Hersteltalent heeft in totaal 11 mensen geïnterviewd die ieder in aanraking zijn gekomen met de politie n.a.v. een ‘melding verward gedrag’ die over hen is gemaakt. De meeste geïnterviewden geven aan dat zij meerdere keren bij hun eigen hulpverlening hebben aangegeven dat het niet goed gaat. Echter, hier wordt door verschillende omstandigheden geen gehoor aan gegeven of adequaat op geanticipeerd. Hierdoor zijn situaties geëscaleerd, overlast veroorzaakt en politiemeldingen gemaakt. Het RIT is een interventie die zich voornamelijk richt op het oppakken en doorgeleiden van de acute en niet-acute meldingen van personen met zorgwekkend gedrag. De verbinding met het voorveld en de nazorg is dus van essentieel belang, maar valt 13
MHFA is een cursus voor eerste hulp bij mentale klachten en leert o.a. om signalen van mentale klachten te herkennen en te weten wat je kan doen voor een andere die mentale klachten heeft. Met de cursus MHFA draagt men bij aan het verbeteren van mentaal welbevinden en mentale gezondheid bij een ander. Pagina 19
niet binnen dit project. In de onderzoeksfase is er een overzicht gemaakt van al bestaande initiatieven en ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau. In de pilotfase wordt ook een sociale kaart gemaakt van alle bestaande initiatieven (lokaal en regionaal). Deze worden onderdeel gemaakt van de werkafspraken, zodat de professionals van het RIT optimaal gebruik kunnen maken van wat er al is. Daarnaast is de verwachting dat we met de inzet van het RIT meer zicht krijgen in de context, oorzaken en risico’s van de meldingen van personen met zorgwekkend gedrag, zodat we in de aanpak (nog) meer gericht kunnen gaan sturen op preventie. Zoals eerder vermeld vormt het project ‘Domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid de basis voor de samenwerking tussen het zorg, veiligheids- en sociaal domein. Van uitvoering tot aan management en bestuur. Alle sub-onderdelen van het project Domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid moeten samen oplopen en elkaar gaan aanvullen: van het voorveld, het oppakken van (complexe) casuïstiek zorgveiligheid tot aan de nazorg.
Voor de uitvoering/het oppakken van (complexe) casuïstiek zorg-veiligheid liggen voornamelijk de linken met: — De doorbraakmethode — De Zeeuwse regiekaart (0-100) — Centrale registratie (vanuit het ZVHZ) Voor de borging van mandaat en doorzettingsmacht en facilitering van beleidsontwikkeling bij (complexe) casuïstiek zorg-veiligheid liggen voornamelijk de linken met: — De implementatie van een Expertiseteam — Implementatie van Zeeuws bestuurlijk mandaat en regionale afspraken over professionele ruimte — Implementatie van interne verbinding tussen bestuur, uitvoering en beleid Daarnaast zijn individuele gemeenten bezig met de ontwikkelopgaven van het oprichten van sterke lokale (wijk)teams, om te komen tot een meer integrale dienstverlening in het sociaal domein. De gemeenten optimaliseren de toegang om eerder en meer passende hulp en ondersteuning te organiseren voor inwoners, vanuit onder andere de Hervormingsagenda Jeugd, Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De verantwoordelijkheden vanuit de Wmo zijn nauw verbonden met de taken en verantwoordelijkheden die aan gemeenten zijn toegekend vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Vanuit het IZA hebben gemeenten een essentiële rol bij de (wijkgerichte) preventie en ondersteuning op het gebied van gezondheid en welzijn, met als doel de inwoners zo gezond en vitaal mogelijk te laten leven en zorgvragen te voorkomen of te verminderen. Het GALA richt zich op het terugdringen van gezondheidsachterstanden, het creëren van een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, het versterken van (de verbinding met) de sociale basis en het bevorderen van een gezonde leefstijl. Pagina 20
Een aantal gemeenten hebben lokaal al interventies opgezet die inzetten op wijkgericht werken en vroeg signalering en het eerder bieden van (of doorverwijzing naar) passende ondersteuning. Denk hierbij aan de wijkwerker GGZ in Goes en de wijk GGD in Borsele. Anderen gemeenten zijn bezig met het ontwikkelen van vergelijkbare interventies/lokaal loopvermogen die (vroegtijdig) ingezet kan worden bij overlast gevend gedrag in de wijk of aan inwoners die te maken hebben met onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties of ontwikkelingsbedreiging van minderjarigen. Dit lokale zorgveld is in ontwikkeling. In 2024 heeft de pilot ‘veldwerker aanpak personen zorgwekkend gedrag’ gedraaid in Zeeland. De veldwerker is inzetbaar bij zorgmijders, met complexe problematiek op meerdere leefgebieden, die voor langdurige structurele en terugkerende overlast zorgt. De veldwerker biedt intensieve, passende, flexibele en langdurige begeleiding om te komen tot een doorbraak te komen. In de pilotperiode (2024) waren professionals van Emergis en het Leger des Heils inzetbaar als veldwerker en werkte daarbij nauw samen met bemoeizorg, politie, het Meldpunt, ZVHZ, gemeenten en andere organisaties. De veldwerker is regionaal/Zeeuws inzetbaar. De pilot veldwerker wordt nog met een jaar verlengd (t/m 2025).
De twee bovenstaande ontwikkelingen gaan elkaar in de praktijk aanvullen: de wijk GGD/wijkwerkers GGZ kunnen eventuele verdere ontregelingen eerder opvangen, ofwel acute ontregeling doen verminderen. Op het moment van acute ontregeling, kan het RIT ingezet worden om te de-escaleren en de situatie te stabiliseren. Door deze inzet kan er ook sneller worden terug verwezen naar de eigen hulpverlening. Als er nog geen hulpverlening betrokken is, en de situatie vraagt om een vinger aan de pols (meer outreachende zorg), dan kan het RIT doorverwijzen naar lokale initiatieven of bij meer complexere casuïstiek de Zeeuwse veldwerker Apzg (aanmelding via het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland). Verder ligt er ook een verbinding met de Zeeuwse zorgcoalitie (ZZC). De ZZC werkt aan toegankelijke acute zorg, zodat iedereen die dat nodig heeft de passende zorg krijgt (op tijd, op de juiste plaats en door de juiste mensen).
5.2 Budget/ middelen Om het RIT te implementeren doen we beroep op de resterende subsidiemiddelen die beschikbaar zijn bij ZonMw. Net als bij de startsubsidie is het voorstel om de gemeente Goes, namens de 13 Zeeuwse gemeenten, de vervolgsubsidie aan te laten vragen. Het resterende subsidiebedrag bedraagt €867.216 voor de periode van 2025 t/m 2027 (€289.072 per jaar). Om de begroting voor het RIT sluitend te maken wordt er ingezet op co-financiering vanuit de 13 Zeeuwse gemeenten, politie en de zorgverzekeraars. Co-financiering vanuit de samenwerkende partijen is één van de subsidie-eisen. De verwachtte kosten voor het RIT zijn €750.000 tot €850.000 euro per jaar (over een periode van 2025 t/m 2027). In het gecombineerd bestuurlijk overleg zorg-veiligheid (DC+) van 5 december is aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar een inzet van 7 dagen voor het RIT. Hieronder is een conceptbegroting uitgewerkt voor dit scenario.
Pagina 21
SCENARIO: 7 DAGEN IN DE WEEK 9UUR PER DAG, met (S)PV 2025 2026 2027 ombouwen vervoersmiddel (inschatting) € 35.000,00 eenmalige kosten chauffeurs + huur + standplaats bus (all-in prijs) € 185.345,00 € 196.465,70 € 208.253,64 doorlopende jaarlijkse kosten SPV (uitgaande van 8 SPV incl. ORT tarief, op basis van inhuur) € 387.385,00 € 410.628,10 € 435.265,79 doorlopende jaarlijkse kosten aansluiting van systemen en monitoring/businesscase € 30.000,00 € 31.800,00 € 33.708,00 doorlopende jaarlijkse kosten overige kosten personeel en materiaal € 5.000,00 € 5.300,00 € 5.618,00 doorlopende jaarlijkse kosten scholing/training chauffeurs € 10.000,00 € 10.600,00 € 11.236,00 doorlopende jaarlijkse kosten scholing/training SPV € 15.000,00 € 15.900,00 € 16.854,00 doorlopende jaarlijkse kosten intervisie hersteltalent € 15.000,00 € 15.900,00 € 16.854,00 doorlopende jaarlijkse kosten coordinatiekosten (16u p/w, uurtarief SPV op basis van inhuur) € 91.520,00 € 97.011,20 € 102.831,87 doorlopende jaarlijkse kosten onvoorziene (implementatie-) kosten € 20.000,00 € 21.200,00 € 22.472,00 doorlopende jaarlijkse kosten TOTAAL € 794.250,00 € 804.805,00 € 853.093,30 rekening houdend met indexering van 6%
Voor de begroting is berekend met de hoogst mogelijke kosten en is er rekening gehouden met het minst gunstige scenario. Deze posten zijn echter afhankelijk van de uiteindelijke inrichting in de praktijk, zoals het aantal personeelsleden dat in dienst wordt genomen versus het aantal personeelsleden dat op basis van inhuur wordt aangenomen. Dit betekent dat sommige kostenposten nog kunnen veranderen en naar beneden bijgesteld kunnen worden. Bovendien is over de hele linie rekening gehouden met een ruime indexering van 6%. Voor de implementatie wordt er in afstemming met het Zorg- en Veiligheidshuis gekeken hoe de begroting zo efficiënt mogelijk kan worden ingericht. Gezamenlijke verantwoordelijkheid en co-financiering Het RIT vraagt om een versterking van domeinoverstijgende samenwerking tussen ggz, politie en gemeenten. Om dit voor elkaar te krijgen is er in het startjaar ingezet op de gezamenlijke verantwoordelijkheid en investering om het RIT op te zetten. Voor de opstart is er vanuit het Innovatiefonds € 500.000,-- toegekend voor het project. Dit zijn Zeeuwse middelen die beschikbaar zijn voor de innovatie binnen de GGZ. Eind week 50 van 2024 hebben we vanuit de politie een principeakkoord gekregen voor het overdragen van een voertuig vanuit de pool van de politie voor het RIT.
Dit betekent dat de kosten voor huur van de bus en standplaats van de bus (die momenteel zitten verweven in de all-in kosten voor de ‘chauffeurs, huur van de bus en standplaats van de bus’) en de post ‘ombouwen vervoersmiddel’ naar verwachting lager zullen uitvallen in de praktijk. In 2024 is voor het domeinoverstijgend samenwerken zorg en veiligheid ook ingezet op de samenwerking met CZ als zorgverzekeraar. De gesprekken met CZ worden in 2025 voortgezet en onderzoeken we waar de winst ligt (d.m.v. een businesscase) en de mogelijkheden liggen bij het gezamenlijk optrekken bij (de deelonderwerpen van) domeinoverstijgend samenwerken zorg en veiligheid in Zeeland.
5.2.1. Registratie Het RIT wordt voorzien van een systeem dat aangesloten wordt op de systemen van de Meldkamer (t.b.v. inzet RIT). Voor de registratie wordt er een Pagina 22
aansluiting gemaakt op het bestaande registratiesysteem PGAx van ZVHZ. De registratie wordt o.a. ingericht om de inzet van het RIT (en de vervolginzet) te monitoren en te evalueren. In bijlage 5 staat een eerste opzet van de informatie die wordt geregistreerd. Het RIT verzorgt een terugkoppeling van hun inzet aan het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland. Het Meldpunt zorgt ervoor dat de benodigde informatie bij de juiste partners komt, zoals procescoördinatoren van de gemeente. Voor het RIT wordt ook nog een businesscase opgemaakt. Voor de businesscase wordt er eerst een 0-meting gemaakt om vervolgens de effecten van het RIT inzichtelijk te maken. Er komt een 0-meting t/m 2024 van o.a.: — Aantal politiemeldingen, incl. aantal terugkerende meldingen — Aantal meldingen bekend bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag, incl. aantal terugkerende meldingen — Aantal uren dat de politie kwijt was aan meldingen zorgwekkend gedrag — Aantal uitgegeven crisismaatregelen — Aantal aanmeldingen bij de crisisdienst De businesscase en de monitoringsgegevens vormen tevens een onderbouwing voor het onderzoeken van het verkrijgen van cofinanciering van en het gezamenlijk optrekken met de zorgverzekeraar.
6. Risicoanalyse
6.1 Risicoanalyse, onzekerheden en tegenmaatregelen Risico’s — De implementatie van het RIT is afhankelijk van de toekenning van de ZonMw vervolgsubsidie en cofinanciering — Niet voldoende personeel voor bezetting van het RIT, wat tot vertraging kan leiden voor de implementatie. — Niet alle meldingen kunnen worden opgepakt als meldingen binnen een kort tijdsbestek samenvallen. De mogelijkheid van
Oplossingsrichtingen Voor het eerste jaar van de pilot is de financiering gedekt. Voor de overige jaren van de pilot is het mogelijk om beroep te doen op het regionaal beschikbare preventiebudget BW MO. Deze optie wordt nader uitgewerkt in 2025. Er is in ieder geval voldoende regionaal beschikbaar budget. In afstemming met de samenwerkende partijen wordt gekwalificeerd personeel geregeld, waar nodig met aanvullende training. Indien nodig worden er aanvullend nog vacatures uitgezet. Aan de voorkant wordt er stevig ingezet in verwachtingsmanagement bij alle partijen en er worden solide samenwerkingsafspraken gemaakt voor het oppakken van de meldingen, ook Pagina 23
het sub-regionale inzet van het RIT (met 3 teams) is onderzocht. Echter, meerdere samenwerkingspartijen hebben aangegeven dat deze vorm momenteel niet haalbaar is vanwege capaciteit en financiën. — Voor sommige meldingen is opvolging nodig vanuit individuele gemeenten in de vorm van direct inzetbaar en langdurig loopvermogen (zonder indicatie), denk hierbij aan wijk GGZ of wijk GGD. Dit is nog (nog) niet overal ingeregeld. — De infrastructuur (tunnel naar Zeeuws-Vlaanderen, brug naar Schouwen-Duiveland) i.c.m. de spreiding van het Zeeuws landschap is een belangrijk risico wat betreft de aanrijtijden als het gaat om het inzetten van het RIT. —
— Onvoorziene omstandigheden die de operationele capaciteit beperken
als het RIT niet beschikbaar is. Gedurende de looptijd van het RIT, sturen we bij als er ruimte komt in capaciteit/middelen voor twee teams (één boven en één onder de Westerschelde)
Voor 2025 wordt de ‘Zeeuwse pilot veldwerker Apzg’ voortgezet. De veldwerker is direct inzetbaar en kan langdurig loopvermogen bieden (zonder indicatie) bij complexe casuïstiek. Daarnaast zijn er momenteel meerdere gemeenten bezig met het inrichten van een wijk ggd of vergelijkbare initiatieven en vindt er nauwe afstemming plaats om deze initiatieven te verbinden aan het RIT. De maximale aanrijtijd is 1 uur. Als de aanrijdtijd niet haalbaar is, vindt er opnieuw afstemming plaats met de aanvrager en de Meldkamer. Bij stremmingen in de tunnel wordt teruggevallen op bestaande regels en afspraken (o.a. inzet van crisisdienst Emergis). W.b. de haalbaarheid van de aanrijtijd zetten wij voor de start van het RIT extra in op verwachtingsmanagement bij alle samenwerkingspartners. Bij alle partners moet duidelijk zijn dat we starten met een pilot, waarbij we gaan experimenteren en ervaringen gaan opdoen. De pilot gaan we evalueren en monitoren om waar nodig tijdig bij te sturen en waar nodig uit te breiden met capaciteit (en indien haalbaar en wenselijk, toe te werken naar subregionale teams en inzet). De samenwerkende partijen leggen in de samenwerkingsafspraken vast hoe onvoorziene omstandigheden opgelost kunnen worden, zodat de gevolgen voor het RIT worden geminimaliseerd.
7. Randvoorwaarden 7.1 Randvoorwaarden project Om het project een kans van slagen te geven moet er aan de volgende randvoorwaarden worden voldaan: • De samenwerkingsvorm(en) en interventie(s) sluiten aan op de bestaande lokale infrastructuur van de Zeeuwse gemeenten en op al lopende projecten en initiatieven (op Zeeuws sub-regionaal en lokaal niveau); • De samenwerkingsvorm(en) en interventie(s) sluiten aan op de al bestaande vervoersafspraken of zorgen voor een meer efficiënte invulling van de vervoersafspraken. Pagina 24
•
Het onderzoek en het uiteindelijke plan van aanpak beweegt mee met de ontwikkelingen die gaande zijn in de veiligheidsregio (m.n. aansluiting op het al lopende project Domeinoverstijgend samenwerken is van belang).
De initiatieven en structuren die voortvloeien uit het project Domeinoverstijgend samenwerken vormen de basis voor de samenwerking tussen het zorg-, veiligheids-, en sociaal domein in Zeeland.
7.2 Randvoorwaarden Regionaal interventieteam Zeeland Randvoorwaarden voor het RIT: — Samenwerking veiligheidsdomein; ruimte op politiebureau (roulerend) en indien nodig snelle ondersteuning bij onveiligheidssituaties, nauwe samenwerking indien nodig, terugkoppeling en evaluatie na inzet, overleg voor inzet — Samenwerking met Meldkamer politie, duidelijkheid over criteria inzet RIT en aanvullend inzet vanuit ambulance en politie indien nodig. — De mogelijkheid om personen (burgers) met acute sociale problematiek tijdens de nacht op te kunnen vangen. Hierbij is te denken aan de sociale opvangbedden op het terrein van Emergis i.s.m. social casemanagement Emergis. — 24/7 bereikbaarheid van beoordelingsruimte GGZ Emergis / crisisdienst Emergis, het RIT heeft een verwijsfunctie — Voor de start een samenwerkingsconvenant sluiten tussen alle partijen en gemeente, waarbij o.a. afspraken gemaakt zijn over het delen van gegevens (incl. terugkoppeling)
7.3 Samenwerkingsafspraken ketenpartners De samenwerkingsafspraken met werkafspraken worden in Q1 en Q2 2025 nader uitgewerkt in samenspraak met de samenwerkende partijen. De samenwerkingsafspraken komen te hangen onder het samenwerkingsconvenant.
7.4 Monitoring en evaluatie Het RIT wordt gemonitord en geëvalueerd om de doorontwikkeling vorm te geven, door: — Tijdig bij te sturen en waar mogelijk uit te breiden met capaciteit (en indien haalbaar en wenselijk, toe te werken naar sub-regionale teams en inzet); — Toe te groeien naar een breder regionaal interventieteam, met verschillende expertises (en functies). Deze doorontwikkeling moet worden bekeken in relatie tot de voortgang van de andere onderdelen van het domeinoverstijgend samenwerken zorgveiligheid, en overige ontwikkelingen in het zorg, veiligheids- en sociaal domein (zoals het opzetten van sterke lokale teams door gemeenten). We vinden het belangrijk om regelmatig te evalueren met de betrokken partijen zoals politie, ambulancedienst, huisartsen, de crisisdienst van Pagina 25
Emergis en de gemeenten. Deze evaluatie dient gedurende de pilot minimaal eens per drie maanden plaats te vinden. In het samenwerkingsconvenant in bijlage 7 zijn afspraken opgesteld omtrent de frequentie van evaluatiemomenten. In bijlage 5 is een overzicht te vinden met daarin het registratieformulier over de te verzamelen gegevens ten tijde van een melding/ inzet. Door middel van het bijhouden van dit registratieformulier, worden inzet gegevens inzichtelijk en kan dit meegenomen worden naar de evaluatiemomenten die per kwartaal zullen plaatsvinden. Naast dit registratieformulier zal er ook een registratieformulier ingevuld worden omwille het verloop van een melding/ inzet. Intervisie Het idee is om de professionals van het RIT intervisie aan te bieden vanwege de complexe werkomstandigheden waarin zij zich bevinden. Het doel van intervisie is om kennis, ervaring en inzichten met elkaar te delen en samen tot nieuwe inzichten te komen. Het is een effectieve manier om te leren van elkaars ervaringen en om de professionele ontwikkeling te bevorderen. Stichting Hersteltalent is gevraagd om, vanuit een herstel ondersteunende visie, deze intervisie bijeenkomsten te gaan begeleiden. Dat betekent dat zij in de werkvormen en in de focus van de intervisie de intervisieleden uitdaagt om na te denken over het herstelperspectief in de casus.
De frequentie van deze bijeenkomsten ziet er als volgt uit: - eerste half jaar om de 6 à 8 weken - daarna om de 2 à 3 maanden. De uitkomsten van de intervisies, opgehaald input uit de registratieformulieren en evaluaties zullen gekoppeld worden aan het lerend vermogen vanuit het domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid. Binnen het domeinoverstijgend samenwerken zorg-veiligheid vormen en positioneren we een domeinoverstijgend kennis netwerk, waar kennis en expertise geborgd zijn. Binnen deze lerende omgeving worden reflectie en gezamenlijk leren gefaciliteerd op basis van reële cijfers en casuïstiek op 3 niveaus: uitvoering, beleid en bestuur. Zie bijlage 3 voor een nadere omschrijving van het lerend vermogen.