2024 54 Bijlage 6 Bijlage 2 zienswijzen NPLG rapport Zoetwaterbehoefte Schouwen Duiveland Delphy
Tekst van het document
januari
februari
start groeiseizoen maart april
mei
juni
juli
oogst augustus september
oktober
november december
risico: geen vorst grond moeilijk bewerkbaar Water nodig om zaaibed te kunnen maken oogsten in te droge grond geen water na zaaien levert beschadiging op beregenen na zaai beregenen om te kunnen oogsten ontwikkeling bladmassa-toename verdamping beregening om verdamping te compenseren Fotosynthese 6CO2+6H2O-->C6H12O6 + 6O2
Hier kunnen we de volgende momenten onderscheiden: 1.
Door het uitblijven van vorst gedurende de winter (vanwege de klimaatverandering zal dit vaker gaan voorkomen) verweert de grond niet. Hierdoor is de grond in het voorjaar zodra het gaat drogen zeer slecht bewerkbaar en moet er al beregend worden voordat er gezaaid of gepoot kan worden (actueel b.v. in 2020).
2.
We krijgen vaker te maken met droge voorjaren (schraal weer). We hebben >50% kans op een droog voorjaar. Dan is het van belang dat er water gegeven kan worden om de kieming, dus valk na zaai op gang te brengen. Gewassen als uien, peen maar ook vlas zijn hier gevoelig voor.
3.
Gaat het gewas zich eenmaal ontwikkelen dan is het vooral nodig om de gewasverdamping te compenseren. Dit speelt vooral in de zomermaanden, juni, juli, augustus.
4.
Tot slot kan het gebeuren dat het lang droog blijft, tot in de oogstperiode (septemberoktober). Als de grond erg droog is ontstaan er harde kluiten. Deze harde kluiten zorgen dan in een oogstmachine voor forse beschadigingen van het product (b.v. aardappelen). Hierdoor kan het nodig zijn ook in deze periode voor het rooien uit te beregenen. Lang wachten levert weer andere risico’s op. Eenmaal in november is de kans op teveel regen waardoor oogst moeizaam kan zijn met veel bodembederf of zelfs helemaal niet meer mogelijk is. De kans dat de grond dan opdroogt wordt met de kortere dagen steeds kleiner en komen we uiteindelijk in december dan is er zelfs weer vorstrisico.
© Delphy, 20 mei 2023.
30
Bij de berekening van de behoefte van de gewassen op basis van de verdamping zijn we uitgegaan van de referentiegewasverdamping. Dit voor de vijf hoofdgewassen in het bouwplan: aardappelen, graszaad, graan, uien-akkergroenten en suikerbieten. Voor deze behoefte zijn de jaren 2018 tot 2022 gebruikt. De referentiegewasverdamping is als volgt:
Makkink mm/etmaal 2018-2022 Maand mm/etm januari 0,3 februari 0,8 maart 1,3 april 2,5 mei 3,3 juni 3,6 juli 3,6 augustus 2,9 september 2 oktober 1 november 0,5 december 0,3 In de bijlage 2 vindt u de totale berekening over de jaren 2018 tot 2022 met de eerder genoemde gewassen. Hier volgt kort een toelichting hoe dit tot stand is gekomen. Als voorbeeld aardappelen over het jaar 2018: Aardappelen 2018 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
mm/etm mm aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
mm neerslag
mm tekort
91 4 9 78 54
-36 118 117 21 -40 181
Capillair mm 1 Vocht te kort mm 0 88 86 0 0 174
2 0 58 55 0 0 113
In bovenstaande tabel ziet u de berekening van het gewas aardappel in 2018, over de maanden april t/m september. Het aantal dagen in de maand maal het aantal mm verdamping (volgens Makkink) maal een gewasfactor levert het aantal mm per maand wat aan verdamping gecompenseerd moet worden. Daarnaast is er ook neerslag dat mogen we er weer aftrekken en zo komen we aan een hoeveelheid mm tekort. De hoeveelheid neerslag is volledig meegerekend maar de vraag is of die altijd op juiste moment valt, daar is geen rekening mee gehouden. Wanneer hier een negatief getal staat dan is er geen tekort maar is er een overschot. Vervolgens is er ook gekeken naar een capillaire opstijging van bodemvocht van 1 of 2 mm (zie hiervoor nadere uitwerking ook in hoofdstuk 3.9). Bovenstaande tabel is voor aardappel op deze wijze bepaald over 2018-2019-2020-2021 en 2022. Vervolgens is dit zo uitgerekend voor graszaad, graan, suikerbiet en akkergroente-uien.
© Delphy, 20 mei 2023.
31
Het gemiddelde over deze vijf jaren (zie in bijlage 2) per gewas ‘mm tekort’ in onderste regel met twee opties nl 1 mm of 2 mm capillaire nalevering maal het aantal hectares geeft een totaal hoeveelheid water. Dit staat vermeld in onderstaande tabel. De totale waterbehoefte op basis van verdamping wordt dan:
Gewas Aardappelen Akkergroenten Graszaad Suikerbieten wintertarwe Waterbehoefte
Areaal in ha 2.238 1.399 636 1298 2566 in m3
Niet meegenomen Handelsgewassen Peulvruchten Overige akkerbouwgewassen Tuinbouw open grond totaal Totaal
Capillaire nalevering 1 mm 2 mm 2.439.062 960.952 949.641 282.887 730.650 185.843 1.321.580 493.716 2.499.797 734.492 7.940.730 2.657.891
factor 0,5 1 0,5 0,25 0,25
Capillaire nalevering 1 mm 2 mm 1.219.531 480.476 949.641 282.887 365.325 92.922 330.395 123.429 624.949 183.623 3.489.841 1.163.337
hectares 382 214 56 570 1223
U kunt dus zien dat de waterbehoefte op basis van verdamping met deze berekening kan variëren van ca 1 miljoen kuub tot bijna 8 miljoen kuub. Hier zit een grote spreiding in ingegeven door een aantal onzekerheden. Hier kunnen we nog de volgende kanttekeningen plaatsen:
Wanneer we uitgaan van 1 mm capillaire nalevering (over het gehele eiland) per dag dan komen we op de hoogste behoefte uit. Echter dan gaan we ervan uit dat we de verdamping continue compenseren. We leggen dan alle gewassen als het ware aan het infuus. Dat is een onwerkelijke situatie.
We hebben een ‘factor’ toegevoegd. Die varieert van 0,25 tot 1 en ziet u in de 5e kolom onder ‘factor’. Sommige gewassen hebben een fors compenserend vermogen, daarmee bedoelen we dat ze door een lang groeiseizoen een tekort later nog kunnen opvangen met sterke groei. Vandaar dat er bij suikerbieten en wintertarwe hier een factor 0,25 is ingevuld.
Dit geldt ook, maar in iets mindere mate, ook voor (veelal late) consumptieaardappelen en graszaad. Ook in droge jaren zagen we dat late consumptieaardappelen nog redelijke opbrengsten gaven door regen laat in het seizoen. Vandaar hier de factor 0,5.
Dit resulteert bij een gemiddelde capillaire nalevering op een behoefte op basis van verdamping van bijna 3,5 miljoen kuub water.
Niet meegenomen is het areaal gras en groenvoedergewassen. Dat is een substantieel deel. Is op Schouwen Duiveland nu geen praktijk maar beregenen op grasland komt elders zeker voor en kan snel rendabel zijn. Dit zou de behoefte nog verhogen.
Zoals al eerder gesteld is dit de behoeft op basis van gewasverdamping. Het kan echter zijn dat behoefte aan water groter is, zie bij de start van deze paragraaf.
© Delphy, 20 mei 2023.
32
De opgegeven factoren van 0,25 tot 1 zijn ingegeven vanuit de ervaring van Delphy in de praktijk. Echter we gaan hier in de verdamping steeds uit van de jaren 2018-2022. Hierbij komen de aardappelen er steeds nog goed van af (in opbrengst).
Maar gezien voorspellingsmodel van KNMI is dit geen zekerheid en kan droogte en tekort aan water ook op ander momenten plaats vinden of verder in de nazomer of juiste bij knolzetting. Met andere woorden de geschetste situatie is nog redelijk optimistisch. Naarmate jaren gaan vorderen wordt extreem weer ‘normaler’ en dus water van groter belang.
3.8 Wat is de aanvullende waterbehoefte van andere sectoren. Naast de landbouw is er ook bij andere sectoren behoefte aan water. Er is gesproken met waterschap Scheldestromen, Veiligheidsregio Zeeland, Gemeente schouwen Duiveland, Natuurmomenten en de recreatiesector. 3.8.1
Veiligheidsregio Zeeland: de brandweer.
Inleiding De laatste jaren hebben we, mede door klimaatverandering, meer en meer te maken met langere periodes van hitte en droogte. De beschikbaarheid van voldoende zoet water als bluswater is niet altijd evident. De wet op de veiligheidsregio’s stelt dat adequaat en voldoende bluswater primair de verantwoordelijkheid is van de gemeenten. Bij brand is er onderscheid te maken bij brand in de kernen, brand in het buitengebied of een brand in een natuurgebied. Mede door de hete en warme zomers neemt de kans op brand in natuurgebieden toe. Huidige situatie. In de kernen liggen er verspreid brandkranen waar brandweer indien nodig water kan aftappen en zo blusactie kan voeden (dit is drinkwater gevuld via Evides). Dit is de primaire bron. Deze brandkranen liggen minder in het buitengebied en al helemaal niet in natuurgebieden. Dat betekent dat de brandweer zelf het water moet transporteren (een tankautospuit is dan 2000 liter en bij natuurbrandbestrijding 3000 liter, wat snel op is) dat laatste betekent dan dat er gependeld zal moeten worden, om zo elders met tankwagens te vullen. Dan zou men over moeten schakelen op secundaire bronnen, dat zijn plassen, meren en andere open water. Blussen met brak of zout water is ongewenst in de natuur en verboden in het waterwingebied daar dat meteen voor jaren kan verontreinigen.
Ook 2022 was (weer) een warme droge zomer waarbij deze ‘secundaire’ bronnen boven de N57 veelal droog bleken te staan. . Wanneer in de zomer deze bronnen droog staan is juist het risico op brand het grootst. Dit is door brandweer al vaker aangekaart. Opgemerkt is dat ook het blussen van b.v. een loods, industrie of iets anders in buitengebied dan moeilijk wordt. De brandweer zou dan een beroep kunnen doen op eventuele tertiaire voorraad een groter open water. Dat betekent dat de N57 afgesloten zou moeten worden. Er moet daar immers dan een aanvoer overheen gelegd worden. Juist in de zomer met tienduizenden gasten op het eiland levert
© Delphy, 20 mei 2023.
33
dit een zeer onwenselijke situatie op. Er is momenteel ook geen monitoringssysteem of en in hoeverre de secundaire bronnen leeg of vol staan. Wenselijke situatie. De brandweer moet ten alle tijden kunnen beschikken over voldoende, geschikt bluswater. Juist in droge hete perioden is dit van levensbelang om calamiteiten te voorkomen. Momenteel wordt er al water aangevoerd voor de landbouw met vrachtwagens. Een systeem waarbij er bij de secundaire bronnen meer water ter beschikking komt is noodzakelijk. Meerdere watergangen, sloten verspreid op meerdere plekken zowel bij de natuurgebieden als in het overige buitengebied, gevuld met goed water. Exacte hoeveelheden zijn moeilijk aan te geven maar het risico bij droogte is wel erg groot.
3.8.2
Recreatie.
Schouwen Duiveland kent ca 100 minicampings en 100 reguliere campings en landschapscampings en ca 50 recreatieparken. In de recreatie wordt droogte op verschillende wijze ervaren. Enerzijds is een droge mooie zomer aantrekkelijk voor de recreant en anderzijds heeft de grasmat en de beplanting wel behoefte aan een regelmatige regenbui. De waterbehoefte hangt af van de soort beplanting en de gesteldheid van de bodem. Minicampings kenmerken zich door kleinschalig kamperen al dan niet in combinatie met een boerenbedrijf. In de regel wordt niet echt actief ingezet op zoetwatervoorzieningen. Bij boerenbedrijven zou dat in combinatie kunnen plaatvinden. Landschapscampings hebben een meer open terreinen met minder schaduw van beplanting en dat geeft in de regel meer schade aan de grasmat. Ook reguliere campings ervaren de gevolgen van droogte. Dorre oppervlaktes zijn niet aantrekkelijk voor de recreanten. Struik- en heg beplanting en vooral solitaire bomen hebben last van droogte. In droge periodes heeft dat plaatselijk geleid tot afsterven en rooi. Maatregelen worden steeds meer genomen om beplanting te voorzien van voldoende water bij extreme droogte. Ook wordt aangegeven dat brandgevaar bij droogte, en dan vooral in de kuststrook, steeds meer een issue is geworden.
3.8.3
Natuurverenigingen: Natuurmonumenten
Inleiding De laatste jaren hebben we, mede door klimaatverandering, meer en meer te maken met langer periodes van hitte en droogte. Naast Staatsbosbeheer is Natuurmonumenten de grootste beheerder van natuurgebieden op Schouwen Duiveland. Deze gebieden zijn fourage- en woongebieden voor vele getijdevogels. Huidige situatie De afgelopen jaren wordt de natuur, door vooral droogte geteisterd. Op termijn zorgt de stijgende zeespiegel voor meer druk, hierdoor kunnen de slikken verzuipen. Maar het zijn nu vooral de langer perioden van droogte vanaf het voorjaar en in de zomer die voor problemen
© Delphy, 20 mei 2023.
34
zorgen. Heel duidelijk is het niet kunnen groot brengen van jongen van de broedvogels. Er zijn duizenden broedparen maar afgelopen zomer zijn er vrijwel geen jonge vogels grootgebracht. Gewenste situatie Er moet meer water naar deze gebieden. Er moet meer water worden vastgehouden. Dat gebeurt al met b.v. stuwtjes of met peilopzet. Het water zolang mogelijk vasthouden. Maar blijkbaar zakt het water ook vrij snel weg naar de ondergrond. Aanvoer zou dan kunnen met zout water van de Oosterschelde. Omdat bodem en water sturend is zien we de oplossing ook in beter bodem en waterbeheer in de nabije toekomst. Nog steeds hebben we 840 mm per jaar aan neerslag (2022) maar het is ‘verkeerd’ verdeeld over het jaar. De vraag is of deze maatregelen op tijd komen. 2018 was een wake up call, maar nu lijkt het een ‘calamiteit’ in een serie te worden waardoor het aanzienlijk dringender wordt. Het gaat meer moeite kosten voor de natuur om steeds te herstellen, zeker als er ook nog andere negatieve effecten zijn. En de natuur is door allerlei factoren vaak al niet op orde. Een overdenking is ook om de lange tijdlijn naar duurzamere oplossingen te overbruggen met noodvoorzieningen. B.v. door het creëren van grote zoetwaterbuffers (bv bij gemalen) van b.v. 5 tot 10 ha. voor de komende tien jaar. Hier zou dan eventueel vraag van landbouw, recreatie en natuur bij elkaar kunnen komen.
Bij een gezamenlijk probleem is gezamenlijk optrekken dan van belang daar hier ook financiering voor nodig is.
© Delphy, 20 mei 2023.
35
3.8.4
Gemeente Schouwen Duiveland: sportvelden en plantsoenen.
De gemeente heeft het volgende gedetailleerde overzicht van de waterbehoefte: Overzicht natuurgrasvelden gemeente Schouwen-Duiveland oppervlakte
Velden
Burgh-Haamstede Burgh-Haamstede Burgh-Haamstede
Hoofdveld Natuurgrasveld Veld 2 (wetraveld) Natuurgrasveld Trainingsveld Natuurgrasveld
7800 7800 7800
0,02 0,02 0,02
156 156 156
624 624 624
Scharendijke Scharendijke Scharendijke
Hoofdveld Veld 2 Trainingsveld
Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800 7800
0,02 0,02 0,02
156 156 156
624 624 624
Brouwershaven Brouwershaven Brouwershaven
Hoofdveld Veld 2 Trainingsveld
Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800 7800
0,02 0,02 0,02
156 156 156
624 624 624
Deischor Deischor
Hoofdveld Trainingsveld
Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800
0,02 0,02
156 156
624 624
Kerkwerve Kerkwerve Kerkwerve
Hoofdveld Veld 2 Trainingsveld
Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800 7800
0,02 0,02 0,02
156 156 156
624 624 624
Zierikzee Zierikzee Zierikzee Zierikzee Zierikzee
Veld 2 Veld 3 Veld 4 Veld 5 Trainingsveld
Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800 7800 7800 7800
0,02 0,02 0,02 0,02 0,02
156 156 156 156 156
624 624 624 624 624
Nieuwerkerk
Hoofdveld
Natuurgrasveld
7800
0,02
156
624
Oosterland
Hoofdveld
Natuurgrasveld
7800
0,02
156
624
Bruinisse Bruinisse totaal per jaar
Hoofdveld Veld 2
Natuurgrasveld Natuurgrasveld
7800 7800
0,02 0,02
156 156 3588
624 624 14352
Openbaar groen onderdeel nieuwe bomen (eiland breed) / nieuwe bomen aantal
eenheid 600 stuks
nieuwe beplanting + hagen (eiland breed) / nieuwe beplanting 7500 m²
Type
gift per keer totaal m3 per totaal m3 per jaar in 20 mm keer (4 x beregenen)
Locaties
gift per boom in liter per ronde inaantal liter rondes per jaarsubtotaal 80 48000 8 384000
per ronde per m² / 30 mm 0,03
225
aantal rondes per jaar 8
aantal m³ 384
aantal rondes per jaar 8 x
aantal m³
1800
1800
Dit is de opgave voor een optimale voorziening. In de tabel gaat men uit van 4 keer een gift van 20 mm op de sportvelden. De bron van het water is verschillend. Het water voor de sportvelden wordt uit het Krammer Volkerak bij Oude-Tonge gehaald. Voor het openbaar groen gebruikt men een aantal punten: uit de gracht Zierikzee (een gedeelte is maar zoet), een sloot bij Renesse en ook bij Burgh Haamstede uit een sloot. Men gaf aan dat de cijfers een indicatie zijn wat nodig zou zijn, in 2022 hebben de sportvelden helemaal geen water gehad omdat men het maatschappelijk niet verantwoord achtte (zie ook de bron).
© Delphy, 20 mei 2023.
36
3.8.5
Waterschap Scheldestromen.
Bij het waterschap was de kerntaak vooral het land beschermen tegen het water en het overtollig water afvoeren. Er is een groot bewustzijn dat de zorg voor zoet water belangrijk is. Wegen en dijken lijden onder droogte maar daar wordt (nog) niet direct op ingegrepen. Ook zijn er zorgen over het weg zakken van het grondwater, dit brengt hoge kosten met zich mee. Het waterschap heeft ook een zorgplicht, de waterkwaliteit gaat achteruit zeker in droge omstandigheden. De onttrekking van grondwater is sterk toegenomen. Er wordt rondom diverse kennisvragen strak samengewerkt met STOWA. Watertekort zal daarbij in een apart programma komen. men kijkt hierbij b.v. ook naar hergebruik van effluent en naar infiltratie. Het waterschap kan geen cijfers geven hoeveel water zij denken nodig te hebben.
3.9 Hoeveel zoet water is er beschikbaar? 3.9.1
Levering vanuit bodem en capillaire opstijging i.c.m. te verwachten hoeveelheid neerslag.
Het is lastig om iets te zeggen over de hoeveelheid capillaire opstijging vanwege de verschillende profielen in de ondergrond. Wel is er een vuistregel die gebruikt wordt door bodemkundigen dat er bij een perfect profiel een nalevering vanuit de bodem is van 2 millimeter per dag. Echter is zo’n goed profiel er niet zomaar en op Schouwen Duiveland zijn ook zeker profielen die minder goed zijn, waardoor we in dat geval uitgaan van 1 millimeter nalevering per dag. Verder is het belangrijk om in de gaten te houden dat nalevering alleen plaatsvindt op momenten dat er genoeg aan de bodem getrokken wordt door de plant. Zoals te zien in onderstaande tabellen is er in een aantal maanden een tekort, ook wanneer de capillaire werking in de berekening meegenomen wordt. Deze informatie is al meegenomen in de berekening in paragraaf 3.7.
Aardappelen April Mei Juni Juli Augustus September
Gewasbehoefte Overschot/tekort Overschot/tekort Gewasbehoefte bij bij 2 mm Neerslaggemiddeld bij 1 mm bij 2 mm 1 mm nalevering nalevering e 2018-2022 nalevering nalevering 37,84 23,6 50,66 27,1 3,2 92,4 62,4 65,56 -26,8 -25,4 95,5 64,5 39,06 -56,4 14,3 67,9 36,9 51,16 -16,7 100,64 -
Uien April Mei Juni Juli Augustus September
Gewasbehoefte Overschot/tekort Overschot/tekort bij 1 mm Gewasbehoefte bij Neerslaggemiddeld bij 1 mm bij 2 mm nalevering 2 mm nalevering e 2018-2022 nalevering nalevering 37,84 33,8 2,8 50,66 16,9 35,6 60,0 30,0 65,56 5,6 -10,5 80,6 49,6 39,06 -41,5 26,3 55,9 24,9 51,16 -4,7 100,64 -
© Delphy, 20 mei 2023.
37
Gras(zaad) April Mei Juni Juli Augustus September
Suikerbieten April Mei Juni Juli Augustus September
Granen April Mei Juni Juli Augustus September
Overschot/tekor Gewasbehoefte bij Gewasbehoefte bij Neerslaggemiddelde t bij 1 mm Overschot/tekort 1 mm nalevering 2 mm nalevering 2018-2022 nalevering bij 2 mm nalevering 45,0 15,0 37,84 71,3 40,3 50,66 -20,6 17,6 78,0 48,0 65,56 -12,4 80,6 49,6 39,06 -41,5 -10,5 26,3 55,9 24,9 51,16 -4,7 24,0 100,64 -
Overschot/tekor Overschot/tekor Gewasbehoefte bij Gewasbehoefte bij Neerslaggemiddeld t bij 1 mm t bij 2 mm 1 mm nalevering 2 mm nalevering e 2018-2022 nalevering nalevering 37,84 20,2 50,66 30,5 70,8 40,8 65,56 -5,2 24,8 95,5 64,5 39,06 -56,4 -25,4 73,9 42,9 51,16 -22,7 8,3 38,0 8,0 100,64 -
Gewasbehoefte Overschot/tekort Overschot/tekort bij 1 mm Gewasbehoefte bij Neerslaggemiddelde bij 1 mm bij 2 mm nalevering 2 mm nalevering 2018-2022 nalevering nalevering 30,0 0,0 37,84 71,3 40,3 50,66 -20,6 99,6 69,6 65,56 -34,0 -4,0 69,4 38,4 39,06 -30,3 0,7 51,16 100,64 -
Verder kunnen we kijken naar het neerslagtekort in het 10% droogtejaar (komt 1 keer in de 10 jaar voor of nu frequenter). Dit gaat om de periode 1 april tot en met 30 september. Het neerslagtekort in het verleden is weergegeven in de kaart links. De verwachtingen (KNMI) zijn dat het droogte-scenario nog heftiger zal worden in de komende jaren richting 2050. Dit is te zien in
© Delphy, 20 mei 2023.
38
het WH-scenario(hoog) rechts in de afbeelding. Dit is een van de vier KNMI’14 scenario’s.
Weerstation Rotterdam: https://cdn.knmi.nl/knmi/map/page/klimatologie/gegevens/maandgegevens/mndgeg_344 _rh24.txt
Weerstation Vlissingen:
https://cdn.knmi.nl/knmi/map/page/klimatologie/gegevens/maandgegevens/mndgeg_310 _rh24.txt
Deze data is niet te vinden voor weerstation Schaar, wat op de meest westelijke punt van Schouwen Duiveland gevestigd is.
Concluderend: Berekening waterbehoefte bouwplan 2021 voor 5 teelten (m3), rekening houdend met bodemvochtlevering. Zie ook 3.7 voor meer uitleg:
Gewas Aardappelen Akkergroenten Graszaad Suikerbieten wintertarwe Waterbehoefte
Areaal in ha 2.238 1.399 636 1298 2566 in m3
Capillaire nalevering 1 mm 2 mm 2.439.062 960.952 949.641 282.887 730.650 185.843 1.321.580 493.716 2.499.797 734.492 7.940.730 2.657.891
factor 0,5 1 0,5 0,25 0,25
Capillaire nalevering 1 mm 2 mm 1.219.531 480.476 949.641 282.887 365.325 92.922 330.395 123.429 624.949 183.623 3.489.841 1.163.337
Het totaal uit bovenstaande tabel is de totale waterbehoefte voor de teelt van de 5 belangrijkste gewassen (akkerbouw) op Schouwen Duiveland. Daarnaast is nog een gewas opgenomen waar ook wel in beregend wordt. Diep wortelende gewassen, zoals tarwe of suikerbieten zullen incidenteel beregend worden.
© Delphy, 20 mei 2023.
39
In het algemeen kan worden uitgegaan van 1 mm nalevering. Een capillair vermogen van 2 mm komt alleen voor op goed bewortelbare profielen met een niet te diepe grondwaterstand en zoet water in de ondergrond. Aardappelen, m.n. late rassen, hebben het vermogen om een inhaalslag te maken. Vandaar dat er een factor is opgenomen. Vroege aardappelen of primeurteelten hebben dat niet. Deze teelten behoren wel tot de CBS-categorie consumptieaardappelen. Pootgoed (712 ha) en zetmeelaardappelen (6 ha) zijn niet in het areaal meegenomen. Het areaal graszaad zal niet voor 100% worden beregend. De aangegeven waterhoeveelheid is uitwisselbaar met andere fijnzadige teelten waar bijv. een opkomstberegening zinvol kan zijn.
3.9.2
Wat dragen innovatieve maatregelen bij aan waterbeschikbaarheid?
Op Schouwen Duiveland lopen verschillende projecten met verschillende innovatieve manieren van waterbuffering, watergebruik en opslag. De vraag is in hoeverre de ontwikkeling van deze maatregelen substantieel gaan bijdragen en in hoeverre de uitkomsten ook ‘op tijd’ komen. Veel onderzoeken zijn gestart of zijn lopende en een beeld van resultaat heb je pas na jaren. Is altijd overal maatwerk en niet alle boeren gaan er mee aan de slag. In de bijlage een overzicht van de lopende trajecten. Afgelopen zomer (2022) is het project ‘Samenwerken voor zoet water Schouwen-Duiveland - van pilots naar grootschalige toepassing’ afgerond en is hier een rapportage van opgeleverd. Een groot deel van het eiland is afhankelijk van neerslag om water in de wortelzone te houden. Er is geen aanvoer en er is weinig water aanwezig in de ondergrond. Een groot deel van Schouwen Duiveland bestaat uit laaggelegen poelgronden met een hoge kweldruk en een kleine (regen) waterlens. Een klein deel wordt gevormd door kreekruggen waar mogelijk wel zoetwater in de ondergrond aanwezig is of extra kan worden opgeslagen. Binnen het gehele project gaat het om het versterken van de dunne regenwaterlezen en tegengaan van verzilting, het vergroten van de zoetwatervoorraad in de ondergrond en het verzamelen van zoet drainwater. Via peilgestuurde drainage zou dan tot kreekruginfiltratie gekomen kunnen worden.
De hoeveelheid kreekrug is beperkt op Schouwen Duiveland. Bovendien bestaan dan voor onttrekking via diepdrains weer provinciale regels. Maximale onttrekking is 8000 kuub/ jaar en 3000 kuub/ kwartaal, wat resulteert in 6000 kuub per groeiseizoen. We komen hier bij de scenarioberekeningen in hoofdstuk 4 met het voorbeeldbedrijf nog op terug. Binnen het rapport wordt ook uitgegaan van een nog redelijk beperkte vraag naar water. De aanname is dat als er water wordt gegeven voor kieming, daarna de gewassen zich wel zullen redden. In de bewezen watervraag uit 3.7 gaan we van een veel grotere behoefte uit. Ook de opgeleverd kansenkaart gaat er dan anders uitzien. Het is niet gemakkelijk in te schatten ondanks deze degelijke studie hoeveel totaal water we dan kunnen gebruiken.
© Delphy, 20 mei 2023.
40
3.9.3
Wat wordt totale water behoefte van Schouwen Duiveland?
Dit is niet helemaal exact te zeggen aan de hand van dit onderzoek. Voor landbouw kunnen we een redelijke aanname doen. Andere sectoren hebben ook een sterke behoefte en zoet water staat hoog op hun agenda, alleen is dit (nog) niet te kwantificeren. De bijdrage van vernieuwen maatregelen, zoals deze op verschillende plaatsen worden getest, zijn ook lastig te kwantificeren. Opslag in ondergrond is op beperkt deel van Schouwen Duiveland mogelijk. We hebben hier na raadpleging van verschillende partijen een aanname gedaan van 10% van de totale behoefte. Dit leidt tot onderstaande tabel.
Waterbeschikbaar en logistiek Totale watervraag landbouw
3489841
Extra watervraag andere sectoren Bijdrage innovatieve maatregelen
348984
Totaal
3140857
anders weergegeven: aantal bassins (10000) per vrachtwagen per boot
© Delphy, 20 mei 2023.
314 bassins 116328 tankauto's 3141 boten
41
4 Scenario’s en analyse Met de analyse van de afgelopen jaren en ook de doorkijk naar 2030 (en 2050) met de informatie van het KMNI is getracht te gaan werken met scenario’s. De situatie in de komende jaren zal volgens de KMNI voorspelling eerder nog erger zijn dan de jaren 2018-2022 welke we nu als uitgangspunt hebben genomen.
4.1 Bouwplan Bouwplan ontwikkeling Schouwen Duiveland Situatie 2021
(bron KWIN)
ha 1520 712 1297 886 2266 636 1398 382 214 9311
aardappelen pootaardappelen suikerbieten uien graan graszaad akkergroenten handelsgewassen peulvruchten Totaal
aandeel 16% 8% 14% 10% 24% 7% 15% 4% 2% 100%
ton/ha 48200 34400 94500 50000 8900
brutotoegerekende prijs/eenheid geldopbrengst kosten Saldo EM 0,14 6748 3365 3383 0,31 10664 5459 5205 0,04 3780 1017 2763 0,14 7000 3803 3197 0,18 1602 948 654 2263 585 1678
Bij de scenario ontwikkeling zijn we uitgegaan van vier situaties: 1.
De huidige situatie (het jaar 2022)
2.
Een doorkijk naar 2030 zonder extra zoet water, een continuering van de huidige situatie
3.
Een doorkijk naar 2030 waarbij er juist wel zoet water gebruik mogelijk is.
4.
Een doorontwikkeling waar ook andere teelten in het bouwplan een plaats kunnen krijgen.
4.2 Scenario’s In de scenario’s is uitgegaan van een bouwplan met:
Aardappelen voor de verwerkende industrie
Pootaardappelen
Suikerbieten
Uien
Graan
Graszaad
© Delphy, 20 mei 2023.
42
De verhouding zoals we die vinden over geheel Schouwen Duiveland is ook de verhouding zoals die in het fictieve bedrijf van 100 ha komt. Voor het landbouwkundig economisch uitgangspunt zijn de volgende zaken van belang:
We zijn uitgegaan van gevonden opbrengsten vanuit de KWIN maar deze zijn naar inzicht vanuit Delphy naar de regio iets aangepast.
Het bedrijfsrendement wordt bij een aantal gewassen sterk bepaald door de prijs. Zeker bij de gewassen als aardappelen en uien kan de prijs zeer wisselend zijn. In de scenario’s zijn de prijzen stabiel gehouden, dit om helder tussen de scenario’s te kunnen vergelijken. Opvallend is dat de gewassen die het meest dankbaar zijn voor water (direct in de wortelzone) ook het meest bijdragen aan bedrijfsresultaat.
We hebben te maken met verschillende economische begrippen, voor de goede orde leggen we die uit.
Bruto geldopbrengst per hectare is de fysieke opbrengst (ton of kg) maal de prijs.
Het saldo is de bruto geld opbrengst minus de direct aan de teelt toe te rekenen kosten (de toegerekende kosten)
Dit begrip is het saldo eigen mechanisatie.
Al deze saldi maal het aantal hectares is de totale (bruto) geldopbrengst van het fictieve bedrijf van 100 ha.
Van dit bedrag moeten nog de volgende kosten worden betaald: de bewerkingskosten (arbeid, machines -afschrijvingen -rente -onderhoud en brandstof), grond en gebouwen (pacht, grondlasten, onderhoud, erf, -) en algemene kosten (energie, algemene kosten, risico ondernemer).
4.2.1
Scenario 1: bouwplan 2022
Scenario 2022 Rekenbedrijf
Bouwplan aardappelen pootaardappelen suikerbieten uien graan graszaad Totaal
100
areaal 16 8 14 10 41 12 100
Bedragen per ha
aandeel 16% 8% 14% 9% 41% 12% 100%
prijs/ ton/ha eenheid 40.000 0,25 24.000 0,4 85.000 0,055 25.000 0,2 9.200 0,25
bruto-geldopbrengst € 10.000 € 9.600 € 4.675 € 5.000 € 2.300 € 2.263
toegerekende kosten € 3.365 € 5.459 € 1.158 € 3.803 € 952 € 585
Totaal Totaal brutogeldopb Saldo EM rengst € 6.635 € 163.248 € 4.141 € 73.410 € 3.517 € 65.122 € 1.197 € 47.578 € 1.348 € 94.300 € 1.678 € 27.156 € 470.813
Totaal saldo € 108.315 € 31.666 € 48.991 € 11.390 € 55.268 € 20.136 € 275.766
Omdat er slechts gerekend is met 6 hoofdteelten is er ca 21% niet benut (akkergroenten, handelsgewassen en peulvruchten). Dit is vervangen door graan en graszaad.
De prijs voor zaaiuien was in 2022 aanmerkelijk hoger dan het afgelopen gemiddelde en waar hier mee gerekend is. Echter wanneer uien echt lijden onder droogte neemt niet alleen de opbrengst af maar vooral ook de sortering. De sortering (grofte) zorgt juist voor de hogere prijs. We hebben prijs toch iets verhoogd naar 20 cent. (Dit is ook mogelijk als contract te krijgen)
Momenteel zijn de aardappelcontracten en ook de bietenprijs beduidend hoger dan in 2022. Hier hebben we in de saldi rekening mee gehouden.
© Delphy, 20 mei 2023.
43
Bij pootgoed staat nog steeds een opbrengst in kilogrammen maar eigenlijk gaat het om stuks. De prijs wordt vooral bepaald door de sortering. Hierbij worden juist de groffe maten slecht betaald. De sortering 28-35 mm en 35-50 mm worden het best betaald. De maten 50-55 mm en > 55 mm worden veel minder betaald. Het teeltdoel is dus zoveel mogelijk kilogrammen te produceren in de maten 28 – 50 mm. Dat betekent dat je een hoge knolzetting moet nastreven. In de periode dat bij de aardappel knolzetting plaatsvindt is aanwezigheid van water onontbeerlijk. Zonder water is er een slechte knolzetting wat betekent: minder knollen per plant, vaak wordt dit nog goed gemaakt door minder knollen die wel groter zijn (maar slecht betaald).
4.2.2
Scenario 2, doorkijk naar 2030 in ongewijzigde situatie
Gezien het negatieve saldo van de uien zal de uienteelt verder afnemen of zelfs geheel verdwijnen van Schouwen Duiveland. Ook pootgoedteelt, nog een stijger in de CBS cijfers in de jaren 20102015 staan dan samen met de ‘gewone’ aardappelen onder druk, zie opmerkingen hierboven. De totale bruto geldopbrengst die al niet zo florrissant was, daalt nog iets. Het risico neemt wel af. (meer graan). Het bouwplan zal sterk versoberen. Scenario 2030
Bouwplan aardappelen pootaardappelen suikerbieten uien graan graszaad Totaal
ongewijzigde situatie
areaal 16 4 14 0 51 15 100
aandeel 16% 4% 14% 0% 51% 15% 100%
ton/ha 40.000 24.000 85.000 25.000 9.200
prijs/ eenheid 0,25 0,4 0,055 0,2 0,25
bruto-geldopbrengst € 10.000 € 9.600 € 4.675 € 5.000 € 2.300 € 2.263
toegerekende kosten € 3.365 € 5.459 € 1.158 € 3.803 € 952 € 585
€ € € € € €
Saldo EM 6.635 4.141 3.517 1.197 1.348 1.678
Totaal brutogeld opbrengst € 163.248 € 38.400 € 65.122 € € 117.300 € 33.945 € 418.014
Totaal saldo € 108.315 € 16.564 € 48.991 € € 68.748 € 25.170 € 267.788
De aardappelen zijn nog constant gebleven omdat de opbrengst nog enigszins acceptabel is met deze prijs. Echter als de klimaatverandering doorzet, waar we van uitgaan, dan is het meer waarschijnlijk dat aardappelen een risico worden en hun areaal ook zal afnemen. Wat zien we hier nu nog meer gebeuren. Het bedrijf wordt extensiever en eigenlijk is er geen gezinsinkomen te halen in dit voorbeeld-rekenbedrijf. Er vindt een verregaande versobering van het bouwplan plaats en dus ook van het landschap op Schouwen Duiveland. Het is vooral graan wat we dan zien. Ook betekent dit dat om te overleven bedrijven nog groter moeten worden. Er is ook vrijwel geen ruimte voor investeringen. Ook voorwaartse ketenintegratie zal, omdat men is teruggeworpen op bulkproducten niet gebeuren. 4.2.3
Scenario 3: doorkijk naar 2030 nu met zoet water beschikbaar
In dit geval kunnen zowel uien, pootaardappelen als gewone aardappelen in het bouwplan blijven. Niet alleen bij deze gewassen gaat de bruto opbrengst omhoog, ook is dat het geval bij de suikerbieten
© Delphy, 20 mei 2023.
44
Scenario 2030
Bouwplan aardappelen pootaardappelen suikerbieten uien graan graszaad Totaal
met voldoende zoet water
areaal 14 10 14 10 40 12 0
aandeel 14% 10% 14% 10% 40% 12% 100%
ton/ha 50.000 35.000 100.000 60.000 9.750
prijs/ eenheid 0,25 0,4 0,055 0,2 0,25
bruto-geldopbrengst € 12.500 € 14.000 € 5.500 € 12.000 € 2.438 € 2.263
toegerekende kosten € 3.365 € 5.459 € 1.158 € 3.803 € 952 € 585
€ € € € € €
Saldo EM 9.135 8.541 4.342 8.197 1.486 1.678
Totaal brutogeld opbrengst € 175.000 € 140.000 € 76.614 € 120.000 € 97.500 € 27.156 € 636.270
Totaal saldo € 127.890 € 85.410 € 60.483 € 81.970 € 59.420 € 20.136 € 435.309
In dit geval stijgt de bruto geld opbrengst met ruim 220000 euro. Dit komt door hogere saldi van (poot)aardappelen en uien. Hier staan wel investeringen tegenover. Maar mogelijk ook een hogere prijs (zie opmerkingen bij scenario 1) Zoals eerder besproken is dit buiten beschouwing gelaten, prijzen zijn zeer variabel.
4.2.4 Scenario 4: Doorkijk naar 2030 met voldoende zoet water met kansen voor nieuwe teelten. Bij ‘nieuwe’ teelten voor Schouwen Duiveland kwamen vier mogelijke opties boven. Echte nieuwe teelten zijn het niet want ze bestaan al langer en zijn ‘bewezen’ in Nederland. In eerste instantie kan gedacht worden aan; 1.
Bloembollen
2.
Boomteelt
3.
Groenteteelt
4.
Fruitteelt.
Het is redelijk lastig om hier een slag naar te slaan. De grond op Schouwen Duiveland (grote delen lichte grond) is zeker geschikt voor tulpenteelt. Hier zijn veel variëteiten en soorten. Het saldo ligt tussen de 30000 tot 40000 euro per ha. Echter hier is altijd zoet water voor nodig. Daarnaast is hier kennis van groot belang, maar zal ook fors geïnvesteerd moeten worden in mechanisatie en gebouwen. Afzet is heel belangrijk. Een hectare kan eigenlijk niet, of je moet denken aan een systeem van verhuur van grond aan een bollenboer. Boomteelt zou ook mogelijk zijn. Boomteelt is wel een meerjarige teelt. Het is zeer breed met veel verschillende cultuurgroepen. Er zijn specifieke eisen betreffende pH, samenstelling van de bodem en vooral bewerkbaarheid. Je kan pas rooien als de blaadjes vallen. Er zijn ook een aantal fytosanitaire aspecten, waaronder AM. Per cultuurgroep zijn er grote verschillen in:
Saldo
Mechanisatie
Arbeidsbehoefte
Behalve het bovenstaande is de afzet van boomkwekerijgewassen heel divers met weinig structuur. Dus hier een economische inschatting doen is lastig. Verbreding van het bouwplan zal plaatsvinden zodra er de beschikbaarheid over zoet water is. Dit is heel bedrijfsspecifiek. Als standaard pakken we de bloembollenverhuur voor de berekening. Het opnemen van 4 ha bloembollen is slechts een rekenkundige exercitie. Geen bedrijf zal beginnen met 4 ha. Bij bloembollen zal het meteen over een substantieel deel gaan en vraagt ook weer
© Delphy, 20 mei 2023.
45
specifieke investeringen. Mogelijk kunnen hier ook nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan met bedrijven vanuit Goeree Overflakkee of zelfs Noord Holland. Het zou heel logisch zijn voor bedrijven uit Goeree Overflakkee om naar Schouwen Duiveland te komen. Nu zien we uitbreiding van deze bedrijven op Tholen, West Brabant en zelfs Hoekse Waard terwijl Schouwen Duiveland qua transport en logistiek veel logischer is. Scenario 2030
Bouwplan aardappelen pootaardappelen suikerbieten uien graan graszaad bloembollen verhuur Totaal
met voldoende zoet water en andere teelten
areaal 14 10 14 10 36 12 4 100
aandeel 14% 10% 14% 10% 36% 12% 4% 100%
ton/ha 50.000 35.000 100.000 60.000 9.750
prijs/ eenheid 0,25 0,4 0,055 0,2 0,25
bruto-geldopbrengst € 12.500 € 14.000 € 5.500 € 12.000 € 2.438 € 2.263
toegerekende kosten € 3.365 € 5.459 € 1.158 € 3.803 € 952 € 585
€ € € € € € €
Saldo EM 9.135 8.541 4.342 8.197 1.486 1.678 4.000
Totaal brutogeld opbrengst € 175.000 € 140.000 € 76.614 € 120.000 € 87.750 € 27.156 € 16.000 € 642.520
Totaal saldo € 127.890 € 85.410 € 60.483 € 81.970 € 53.478 € 20.136 € 16.000 € 445.367
Het saldo stijgt nog iets tot € 445.367,-
4.2.5
Vaste kosten
Zoals opgemerkt bij 4.1 hebben we naast de toegerekende kosten ook te maken met de niettoegerekende kosten. Dit noemen we ook wel de ‘vaste kosten ‘. Het zijn veelal kosten die de ondernemer toch heeft ongeacht welk bouwplan hij heeft. Dit ligt per bedrijf erg verschillend. Dit hangt sterk af van soort bedrijf, omvang, uitrusting, wel of niet bewaren etc. Als bron is er gebruikt: BINternet-Agrimatie (WUR Economic Research). Steekproef akkerbouwbedrijven Nederland. Selectie 2020 en 2021 met standaard opbrengst van 250.000500.000. Vaste kosten
2020
2021
Gemiddeld
Immateriele activa
€
1.000
€
1.300
€
1.150
Pacht
€
20.800
€
27.000
€
23.900
Afschrijvingen
€
73.100
€
80.500
€
76.800
Brandstof
€
15.800
€
16.800
€
16.300
Onderhoud+overig
€
47.800
€
48.700
€
48.250
Betaalde arbeid
€
10.800
€
11.100
€
10.950
Werk door derden
€
25.000
€
21.700
€
23.350
Financieringslasten
€
21.500
€
19.700
€
20.600
Algemene kosten
€
26.200
€
27.900
€
27.050
Totaal
€
242.000
€
254.700
€
248.350
+ 10% €
273.185
2023
4.2.6
Bedrijfsresultaten scenario’s
Wanneer we zowel de bedrijfssaldi als de vaste lasten in beeld hebben dan kunnen we het bedrijfsresultaat vaststellen. Het bedrijfsresultaat is in 2022 mager als dan het bouwplan onder druk van het klimaat aangepast wordt en tevens stijgen de kosten dan wordt het bedrijfsresultaat
© Delphy, 20 mei 2023.
46
in 2030 (of eerder) negatief. Dit is geen volhoudbare situatie. De ondernemer zal gedwongen worden nog rigoureuzere stappen te nemen. Stoppen? Kijken we naar scenario 3 en 4 dan wordt het beter en is eindelijk ruimte voor investeringen. In scenario 3 en 4 is extra vaste lasten opgenomen voor water distributie (b.v. druppelslangen, beregeningsboom, etc).
brutogeldopbrengst bedrijfssaldo vaste lasten bedrijfsresultaat
scenario 1 2 3 € 470.813 € 424.414 € 636.270 € 275.766 € 274.188 € 435.309 € 248.350 € 273.185 € 293.185 € 27.416 € 1.003 € 142.124
4 € 639.638 € 440.487 € 293.185 € 147.302
Of grafisch weergegeven:
Ontwikkeling bedrijfsresultaat 160000 140000 120000 100000 80000 60000 40000 20000 0 huidige situatie
ongewijzigd voldoende zoet geen zoet water water
Scenario 2022 Scenario 2030 1
2
zoet water en innovatie
Scenario 2030
Scenario 2030
3
4
Scenario 1: We zien in scenario 1 een zeer mager bedrijfsresultaat (€ 27.416). Hiervan moet de ondernemer met zijn gezin van leven maar hij moet hier ook mee ondernemen, dus daar waar nodig investeren. De ondernemer kan hier geen investeringen doen en er zal op het bedrijf geen ontwikkeling plaatsvinden. De situatie blijft bestaan omdat de nodige vervangingsinvesteringen niet worden gedaan en voor andere dingen worden gebruikt om te overleven.
Scenario 2: In Scenario 2 kijken we door naar 2030 met de data van 2018-2022. Er is geen zoet water aanwezig en het bedrijf zal zich aanpassen door waterbehoeftige (en juiste renderende gewassen af te stoten, risico te vermijden door meer granen te gaan telen. Het bedrijfsresultaat zakt naar bijna nul. Er is geen alternatief te bedenken. Dit is nog de optimistische benadering omdat we in 2030 heel waarschijnlijk (zie ook hoofdstuk over klimaatverandering en weer van KMNI) met nog extremere omstandigheden te maken hebben. Zodat het telen van gewassen (b.v. uien maar ook aardappelen) zonder beschikbaarheid van water meer een kamikaze actie wordt dan goed bedrijfsmanagement. Dit scenario is dramatisch en helemaal niet vol te houden. Bedrijven zullen moeten
© Delphy, 20 mei 2023.
47
stoppen en opschalen met een heel magere gewassenkeuze. Biodiversiteit zal sterk afnemen.
Scenario 3: In Scenario 3 gaan we er van uit dat er wel voldoende zoet water beschikbaar is. We zien de opbrengsten over het gehele bouwplan stijgen. De vaste kosten stijgen ook, doordat het bedrijf moet investeren in machines en apparatuur om water op te vangen, op te slaan maar ook om het water te distribueren (via beregeningsinstallatie of via druppelslangen). De uitbetaalprijzen zijn gelijk gehouden, dit is in feite een conservatieve benadering omdat vaak bij goede producten men veelal ook een hogere kwaliteit oogst en daar vaker kans maakt op een betere prijs. In dit geval zien we dat er ruimte ontstaat niet allen om te overleven maar ook om te ondernemen. Dat is in dit scenario nog niet opgenomen maar je kunt denken aan investeren in bewaring, afzet, verpakken.
Scenario 4: In scenario 4 beschikt het bedrijf over voldoende zoet water, het bouwplan brengt meer op maar er is ook de mogelijkheid om andere gewassen, die eerst buiten bereik waren te gaan telen. Vrij conservatief hebben we verhuur voor bloembollen er op gezet. Hierdoor gaat het bedrijfsrendement iets omhoog. Uiteraard moet dit op een duurzame manier maar dat geldt voor het gehele bedrijf. Dit bedrijf heeft de ruimte om te investeren, bv ook in oplossingen voor gewasbeschermingsmiddelen en alternatieve meststoffen. Dit bedrijf heeft een divers bouwplan met verschillende gewassen. Dit bedrijf zal streven naar zero-emissie naar de omgeving want dit kan dan ook. Door goede zorg voor de bodem en de aanwezigheid van water kan er een robuust teeltplan worden opgezet met gezonde gewassen met slechts minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen en mineralen. De mogelijkheden geschetst bij scenario 3 (o.a. investeren in bewaring, afzet, verpakken) zijn ook hier aanwezig. Door de robuuste toekomstgerichte teelt met gezonde producten en een zero emissie bedrijfsvoering is dit bedrijf dan ook een volwaardige gesprekspartner voor iedereen in de keten.
4.2.7
Alternatieve gewassen
Vaak wordt ook gesuggereerd of het mogelijk is om andere gewassen te kiezen binnen het bouwplan die mogelijk minder droogte gevoelig zijn, die mogelijk gevraagd worden binnen biobased bouwen? De gewassen die zorgen voor het economisch rendement hebben ook de grootste waterbehoefte en vaak een beperkt wortelstelsel. Er is momenteel veel belangstelling voor b.v. vezelgewassen voor de bouw maar ook peulvruchten in verband met eiwittransitie. De saldi van deze gewassen (hennep, vlas, veldbonen) ligt in de buurt of zelfs lager dan wintertarwe en komen niet in de buurt van aardappelen en uien. Zij kunnen dus mogelijk wintertarwe vervangen maar dragen waarschijnlijk niet bij aan een hoger landbouweconomisch rendement. Bovendien neemt ook het risico toe. Wintertarwe wordt in het najaar gezaaid en vaak kan men het juiste moment uitkiezen en speelt vocht in deze tijd geen rol. Hennep, vlas e.d. zaait men in het voorjaar en met de vorstloze winters en droge voorjaren levert dit een groter risico op. Maar ook vlas heeft water nodig. De vraag naar gewassen voor de Biobased Economy zal waarschijnlijk wel een kleine verschuiving teweeg brengen in de bouwplannen, maar zal geen oplossing vormen voor de waterproblematiek.
© Delphy, 20 mei 2023.
48
4.2.8
Zilte teelt
In de jaren 2014-2018 heeft Delphy samen met ZLTO en Saeftinghe Zilt een onderzoek gedaan naar zilte teelt. Op dit moment zijn er 8 telers actief met zilte teelten in Zeeland. Het product wat het meest geteeld wordt is zeekraal. Op zeer experimentele schaal wordt er bij enkele telers ook lamsoor geteeld en één teler is actief met zeekool. Ondernemers die actief zijn in de zilte teelt geven aan dat het een lastige markt is, waarbij er weinig ruimte is voor nieuwe toetreders. Om hier ruimte voor te krijgen, zal ook de afzet markt van zilte groenten sterk moeten groeien. De zilte teelten in Zeeland hebben veel last van concurrentie uit andere landen waaronder Israël, Mexico en Frankrijk. Zij kunnen zeekraal leveren op momenten dat de teelt in Zeeland niet mogelijk is en hebben vanwege de inzet van goedkopere arbeidskrachten een goedkopere kostprijs. Er zijn echter wel verschillende partijen, waaronder horeca uit het hogere segment en enkele retail partijen die veel belang hechten aan het milieu en de herkomst van het product, daar liggen dus kansen voor de telers in Zeeland, als het seizoen kan worden verlengt of als jaarrond telen mogelijk wordt gemaakt. Naast de teelten die nu worden bedreven liggen er ook kansen in de teelt van andere zilte producten. Deze worden veel minder geteeld in het buitenland, waardoor er ook minder last zal zijn van concurrentie.
Eén teler die zich in Zeeland nu al onderscheidt met een andere teelt is daarin zeer succesvol. Om opschaling van zilte teelten in Zeeland mogelijk te maken moeten er nog wel enkele obstakels worden overwonnen. Zo zijn er in Zeeland maar weinig gronden geschikt voor de zilte teelt. De teelten gedijen vooral goed op zandgronden. De beperkte zandgronden die in Zeeland beschikbaar zijn, zijn ook voor een groot deel niet toegankelijk voor de teelt van zilte groenten. Vanwege de ligging in natura 2000 gebieden is het vaak bestempeld als blijvend grasland, en daarbij is het niet toegestaan om het land te bewerken.
4.3 Oplijsting van potentiële zoetwaterbronnen om eventueel tekort aan te kunnen vullen.
We hebben nog steeds 840 mm neerslag per jaar. Het wateroverschot in de winter gebruiken om deze op te slaan. Dit kan op twee manieren: ondergronds in grotere hoeveelheden of bovengronds. Echter de technische mogelijkheden hiervoor zijn beperkt.
Het wateroverschot gebruiken om bovengrondse bassins te vullen.
Bovengrondse bassins gebruiken en water van elders gebruiken om deze te vullen (als drainopbrengst kwalitatief niet goed genoeg is.
Aanvoer van zoet water van elders. Hier zou dan een leiding gevoed kunnen worden en van hieruit buffers gevuld worden. Op deze manier kunnen een deel van de watergangen of het gehele slotensysteem als zoete buffer dienen. Indien deze laatste optie zou worden uitgevoerd dan komen ook opties als regelbare drainage en peilsturing weer in beeld.
© Delphy, 20 mei 2023.
49
5 Conclusies en aanbevelingen Conclusies:
Het veranderende klimaat zorgt voor grotere neerslagtekorten die zeer bedreigend zijn voor de huidige landbouw op Schouwen Duiveland.
De afgelopen jaren maken duidelijk dat de klimaatverandering een zware wissel trekt op natuur en landschap, landbouw, recreatie terreinen en andere functies in het landelijk en ook stedelijk gebied.
We zijn nog te positief: met een doorkijk naar 2030 waar de klimaatverandering nog verder zich zal voorzetten zal dit nog extremer zijn dan de berekende scenario’s welke uitgaan van de cijfers van 2018-2022.
De totale behoefte aan zoet water van alle sectoren overstijgt de aanwezigheid van de huidige bronnen van zoet water.
De zoetwaterbijdrage vanuit de huidige zoetwatermaatregelen en innovaties zijn onvoldoende en zijn geen ‘one -size fits all’ oplossing voor het gehele eiland. Ze zijn slechts van toepassing op een beperkt deel en hun waarde is nog niet bewezen. Bovendien zijn ze kostbaar en het tempo van beschikbaarheid loopt achter.
Deze kosten van innovatieve oplossingen liggen voornamelijk bij de ondernemer. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven weinig investeringsruimte hebben (bedrijven teren in), innovaties zijn nog niet bewezen waardoor investeren een risico met zich meebrengt, er verandert veel voor de agrarische sector ook dat brengt onzekerheid en voorzorg met zich mee.
Zonder meer zoet water wordt agrarisch ondernemen op Schouwen Duiveland onmogelijk.
Het bedrijfsresultaat van de bedrijven zal sterk dalen wat geen ruimte laat voor investeringen in bedrijfsontwikkeling en het vorm geven aan transite.
Het gevolg is dat bedrijven in een neerwaartse spiraal terecht komen dat zij (zonder bedrijfsopvolger) zullen doen besluiten te stoppen. De effecten daarvan (schaalvergroting, extensivering) heeft ook gevolgen voor andere bedrijven, andere sectoren en het landschap, toerisme en biodiversiteit op Schouwen Duiveland.
De aanwezigheid van zoet water, zoals ook op Tholen, Voorne Putten, Goeree Overflakkee zorgt juist voor de mogelijkheid om te investeren in bedrijfsvoering, in duurzaamheidmaatregelen, diversificatie in gewassen, verbeteren van afzetstrategieën, zoals kistenbewaring, verpakkingen en evt verwerken van product.
De aanwezigheid van zoet water is de beste borging voor een gezond economisch volhoudbaar landbouwsysteem. Een systeem dat handvatten geeft aan transitie met inclusiviteit van natuur en landschap en biodiversiteit
Aanbevelingen:
De aanvoer van zoet water middels een robuust collectief systeem is noodzakelijk.
Het opslaan van de jaarlijkse neerslag moet meer toegepast worden
Voortzetting van onderzoek naar verdere en nieuwe innovaties technisch, bodemkundig en hydrologisch.
Door combinaties en samenwerkingen te maken over sectoren heen kan eiland breed vooruitgang geboekt worden
© Delphy, 20 mei 2023.
50
Bijlage 1 Bronnen Tenzij in de tekst is vermeld. M.H. Wilderom, Ing. ‘Tussen Afsluitdammen en Deltadijken’ deel 2 - Noord Zeeland. Centraal Bureau voor de Statistiek. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) (2022, november). Opgehaald van klimaateffectatlas.nl: https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/hetwordt-droger Boerenbusiness. (2015, januari 21). In welke gemeente worden de meeste uien geteeld? Opgehaald van https://www.boerenbusiness.nl/top5/artikel/10861681/in-welke-gemeenteworden-de-meeste-uien-geteeld Boerenbusiness. (2018, januari 27). Waar worden de meeste uien geteeld? Opgehaald van https://www.boerenbusiness.nl/akkerbouw/uien/artikel/10877347/waar-worden-demeeste-uien-geteeld Cultuur technisch vademecum. (1992). In V. v. landinrichting. Nederland, E. (2022). Opgehaald van ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ Research, W. U. (2022). Kwantitatieve Informatie Akkerbouw en Vollegrondsgroenten. In Kwantitatieve Informatie Akkerbouw en Vollegrondsgroenten. Bronnen bij waterbehoefte andere sectoren: Veiligheidsregio (brandweer), gesproken met mevr. R. Jacobs en dhr. R. Maranus. (Operationele Voorbereiding bij Brandweer Zeeland), Veiligheidsregio Zeeland.
Recreatie, gesproken met Anja van der Bijl (Landschapscamping Zonnehoeve, Zonnemaire), Marieke Braber-Schot, voorzitter HISWA-RECRON Schouwen-Duivenland (Camping Zonnedorp, Renesse), André Slootmaker (Minicamping Boerenrustcamping, Nieuwerkerk).
Natuurmonumenten. Gesproken met dhr. R. Trompetter, Provinciaal Ambassadeur
Zeeland. Gemeente Schouwen Duiveland. Gesproken met dhr. K. Okker Waterschap Scheldestroom. Gesproken met dhr. J. de Brouwer.
Tevens geraadpleegd:
David Ross (NMI, bodem)
Makkink - berekeningen
Samenwerken voor zoet water Schouwen-Duiveland - van pilots naar grootschalige toepassing’, Living Lab Schouwen Duiveland, 2022, Deltares.
Zoetwatervoorziening Schouwen-Duiveland Quick scan huidige situatie, toekomst, mogelijke maatregelen en urgentiegevoel, Esther van Baaren, Deltares Valesca Harezlak, Deltares Augustus 2011
© Delphy, 20 mei 2023.
51
Bijlage 2 Verdampingsberekening (2018-2022) Aardappelen 2018 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
mm/etm mm aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
mm neerslag
mm tekort
91 4 9 78 54
-36 118 117 21 -40 181
2019 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
neerslag
tekort
55 68 38 52 83
-1 54 89 47 -69 120
2020 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
neerslag
tekort
13 54 64 60 147
41 69 63 39 -133 80
2021 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
neerslag
tekort
53 117 50 50 22
1 5 77 49 -8 124
2022 maand Aardappel april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 31 1,8 55 30 4,1 122 31 4,1 126 31 3,2 99 30 0,5 14
neerslag
tekort
41 85 35 16 198
Capillair mm 1 Vocht te kort mm 0 88 86 0 0 174 1 Vocht te kort mm 0 24 58 16 0 98 1 Vocht te kort mm 10 39 32 8 0 89 1 Vocht te kort mm 0 0 46 18 0 64
2 0 58 55 0 0 113 2 0 0 27 0 0 27 2 0 9 1 0 0 10 2 0 0 15 0 0 15
14 38 91 83 -184 42
1 Vocht te kort mm 0 8 60 52 0 120
2 0 0 29 21 0 50
109
109
43
Gemiddeld / jaar
© Delphy, 20 mei 2023.
52
Uien mm/etm mm 2018 maand aantal dagen Makkink x factor per mnd Uien april 30 0,8 23 mei 31 2,1 65 juni 30 3,0 90 juli 31 3,6 112 augustus 31 2,8 87 september 30 0,5 14 Per jaar
mm neerslag 94 91 4 9 78 54
mm tekort -71 -26 86 103 9 -40 61
2019 maand aantal dagen Makkink x factor april 30 0,8 mei 31 2,1 juni 30 3,0 juli 31 3,6 augustus 31 2,8 september 30 0,5 Per jaar
per mnd 23 65 90 112 87 14
neerslag 28 55 68 38 52 83
tekort -5 10 22 74 35 -69 66
2020 maand aantal dagen Makkink x factor april 30 0,8 mei 31 2,1 juni 30 3,0 juli 31 3,6 augustus 31 2,8 september 30 0,5 Per jaar
per mnd 23 65 90 112 87 14
neerslag 15 13 54 64 60 147
tekort 7 51 37 48 27 -133 38
2021 maand aantal dagen Makkink x factor april 30 0,8 mei 31 2,1 juni 30 3,0 juli 31 3,6 augustus 31 2,8 september 30 0,5 Per jaar
per mnd 23 65 90 112 87 14
neerslag 25 53 117 50 50 22
tekort -3 12 -27 62 37 -8 72
2022 maand aantal dagen Makkink x factor april 30 0,8 mei 31 2,1 juni 30 3,0 juli 31 3,6 augustus 31 2,8 september 30 0,5 Per jaar
per mnd 23 65 90 112 87 14
neerslag 28 41 85 35 16 198
tekort -5 24 6 76 71 -184 -13
Uien
Uien
Uien
Uien
Gemiddeld / jaar
© Delphy, 20 mei 2023.
45
Capillair mm 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 56 26 72 41 0 0 0 0 127 66 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 0 0 43 12 4 0 0 0 47 12 1 2 Vocht te kort mm 0 0 20 0 7 0 17 0 0 0 0 0 44 0 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 0 0 31 0 6 0 0 0 37 0 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 0 0 45 14 40 9 0 0 85 23 68
20
53
Graszaad mm/etm mm aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,5 75 31 3,3 102 30 3,6 108 31 3,6 112 31 2,8 87 30 1,8 54
mm neerslag 94 91 4 9 78 54
mm tekort -19 11 104 103 9 0
2019 maand Graszaad april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,5 75 31 3,3 102 30 3,6 108 31 3,6 112 31 2,8 87 30 1,8 54
neerslag 28 55 68 38 52 83
tekort 48 47 40 74 35 -29
2020 maand Graszaad april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,5 75 31 3,3 102 30 3,6 108 31 3,6 112 31 2,8 87 30 1,8 54
neerslag 15 13 54 64 60 147
tekort 60 89 55 48 27 -93
2021 maand Graszaad april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,5 75 31 3,3 102 30 3,6 108 31 3,6 112 31 2,8 87 30 1,8 54
neerslag 25 53 117 50 50 22
tekort 50 49 -9 62 37 32
2022 maand Graszaad april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,5 75 31 3,3 102 30 3,6 108 31 3,6 112 31 2,8 87 30 1,8 54
neerslag 28 41 85 35 16 198
tekort 47 62 24 76 71 -144
2018 maand Graszaad april mei juni juli augustus september Per jaar
Gemiddeld / jaar
© Delphy, 20 mei 2023.
Capillair mm 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 74 44 72 41 0 0 0 0 145 84 1 2 Vocht te kort mm 18 0 16 0 10 0 43 12 4 0 0 0 90 12 1 2 Vocht te kort mm 30 0 58 27 25 0 17 0 0 0 0 0 129 27 1 2 Vocht te kort mm 20 0 18 0 0 0 31 0 6 0 2 0 77 0 1 2 Vocht te kort mm 17 0 31 0 0 0 45 14 40 9 0 0 133 23 115
29
54
Suikerbieten mm/etm mm aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 0,0 0 31 1,7 51 30 3,4 101 31 4,1 126 31 3,4 105 30 2,3 68
mm neerslag 94 91 4 9 78 54
mm tekort -94 -40 96 117 27 14
2019 maand Suikerbieten april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 0,0 0 31 1,7 51 30 3,4 101 31 4,1 126 31 3,4 105 30 2,3 68
neerslag 28 55 68 38 52 83
tekort -28 -4 33 89 53 -15
2020 maand Suikerbieten april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 0,0 0 31 1,7 51 30 3,4 101 31 4,1 126 31 3,4 105 30 2,3 68
neerslag 15 13 54 64 60 147
tekort -15 38 47 63 45 -79
2021 maand Suikerbieten april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 0,0 0 31 1,7 51 30 3,4 101 31 4,1 126 31 3,4 105 30 2,3 68
neerslag 25 53 117 50 50 22
tekort -25 -2 -17 77 55 46
2022 maand Suikerbieten april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 0,0 0 31 1,7 51 30 3,4 101 31 4,1 126 31 3,4 105 30 2,3 68
neerslag 28 41 85 35 16 198
tekort -28 10 16 91 89 -130
2018 maand Suikerbieten april mei juni juli augustus september Per jaar
Gemiddeld / jaar
© Delphy, 20 mei 2023.
Capillair mm 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 66 36 86 55 0 0 0 0 153 92 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 3 0 58 27 22 0 0 0 82 27 1 2 Vocht te kort mm 0 0 7 0 17 0 32 1 14 0 0 0 70 1 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 0 0 46 15 24 0 16 0 86 15 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 0 0 60 29 58 27 0 0 118 56 102
38
55
Wintertarwe mm/etm mm aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,0 60 31 3,3 102 30 4,3 130 31 3,2 100 31 0,6 18 30 0,0 0
mm neerslag 94 91 4 9 78 54
mm tekort -34 11 125 91 -60 -54
2019 maand wintertarwe april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,0 60 31 3,3 102 30 4,3 130 31 3,2 100 31 0,6 18 30 0,0 0
neerslag 28 55 68 38 52 83
tekort 33 47 62 63 -34 -83
2020 maand wintertarwe april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,0 60 31 3,3 102 30 4,3 130 31 3,2 100 31 0,6 18 30 0,0 0
neerslag 15 13 54 64 60 147
tekort 45 89 76 37 -42 -147
2021 maand wintertarwe april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,0 60 31 3,3 102 30 4,3 130 31 3,2 100 31 0,6 18 30 0,0 0
neerslag 25 53 117 50 50 22
tekort 35 49 12 51 -32 -22
2022 maand wintertarwe april mei juni juli augustus september Per jaar
aantal dagen Makkink x factor per mnd 30 2,0 60 31 3,3 102 30 4,3 130 31 3,2 100 31 0,6 18 30 0,0 0
neerslag 28 41 85 35 16 198
tekort 32 62 45 65 2 -198
2018 maand wintertarwe april mei .m. regen op juiste moment? juni juli augustus september Per jaar
Gemiddeld / jaar
© Delphy, 20 mei 2023.
Capillair mm 1 2 Vocht te kort mm 0 0 0 0 95 65 60 29 0 0 0 0 156 95 1 2 Vocht te kort mm 2 0 16 0 32 2 32 1 0 0 0 0 82 2 1 2 Vocht te kort mm 15 0 58 27 46 16 6 0 0 0 0 0 125 43 1 2 Vocht te kort mm 5 0 18 0 0 0 20 0 0 0 0 0 43 0 1 2 Vocht te kort mm 2 0 31 0 15 0 34 3 0 0 0 0 82 3 97
29
56
© Delphy, 20 mei 2023.
57