CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.276 Bijlage Concept-Gebiedsvisie Zierikzee Noordwest

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken16.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De beplanting kan geleidelijk omgezet worden naar een inrichting met meer biodiversiteit en variatie om zo ook beter in te spelen op de streekeigen beplantingssoorten. Het overwegende groene beeld moet wel gehandhaafd blijven, zodat dit deelgebied ook in de toekomst een belangrijke groene long van de stad Zierikzee blijft.

LIGGING VAN DE TUINEN

37

SPORTZONE

38

gebiedsvisie SPORTZONE Zierikzee beschikt over een uitgebreid aanbod aan sportvoorzieningen. De meeste van deze voorzieningen liggen bij elkaar geconcentreerd aan de Lange Blokweg. Het Laco Sportcentrum met zwembad en sporthallen ligt centraal tussen de hockeyvelden en de voetbalvelden in. Dit sportcentrum en de hockey- en korfbalvelden zijn bereikbaar via de zuidelijke rotonde (kruispunt met Emil Sandströmweg) in de Lange Blokweg, zowel voor het autoverkeer als voor voetgangers en fietsers. De rotonde bij het kruispunt met de Korte Blokweg ontsluit de voetbalvelden. Vanaf dit parkeerterrein is het mogelijk om ook door te steken naar de aanwezige volkstuinen. Dit is de plek waar de nieuwe tennisvelden en/of padelbanen naartoe verhuizen in de toekomst (na verplaatsing van de volkstuinen). Deze nieuwe tennisbanen zijn dan voor fietsers zowel vanuit de Oudeweg als vanaf de Lange Blokweg bereikbaar. Wanneer dat vanuit geluidhinder van de banen nodig is, kunnen er geluidwerende voorzieningen worden opgenomen in de groenzone die tussen de bestaande woningen (Lange Blokweg 33 tot en met 41) en de nieuwe tennisvelden ligt. Globaal gaan we in de visie uit van de volgende richtafstanden tot gevoelige objecten (bron DCMR Handelingskader Padel):

De sportzone is en wordt ook in de toekomst omzoomd met brede groensingels. Het is wenselijk om in te zetten op meer diversiteit in de beplanting van deze zones om zo ook de meerwaarde voor flora en fauna maar ook de beleving in het gebied te vergroten. Goede tips daarvoor zijn bijvoorbeeld te vinden in de greenpaper van de VHG ‘Groene oplossingen voor gezonde, natuurinclusieve sportaccommodaties’ Zie QR-codes voor meer informatie over dat onderwerp.

LIGGING VAN DE SPORTZONE

De atletiekbaan is nog een grote sportvoorziening in Zierikzee die op dit moment niet in de sportzone ligt. Deze zou in de toekomst nog verplaatst kunnen worden naar de noordzijde van de sportzone, in het gearceerde gedeelte (zie visiekaart). Het is niet de bedoeling om de zone naar de zuidzijde verder uit te breiden, omdat hier kansen liggen voor het realiseren van een overloop parkeerterrein die aan de noordzijde van de binnenstad Zierikzee de parkeercapaciteit moet vergroten. Bij grote evenementen kan hier dan de sport ook gebruik van maken.

39

CENTRUMSCHIL

40

gebiedsvisie CENTRUMSCHIL Het gebied dat rond de historische binnenstad ligt wordt in diverse beleidsstukken van de gemeente (onder andere de Structuurvisie Zierikzee) aangeduid als de groene centrumschil. Voor maatschappelijke voorzieningen met een grotere schaal of een bovenlokaal verzorgingsgebied is de centrumschil de aangewezen plek. De brede zone rond de historische stadskern, herbergt diverse openbare, maatschappelijke functies voor de stad zoals scholen, zorginstellingen, indoor leisure en de grotere parkeerterreinen voor bezoekers van de binnenstad. In de structuurvisie Zierikzee is aangegeven dat het voor het noordelijke deel van de stad logisch zou zijn om deze centrumschil in de toekomst door te trekken aan de noordzijde van de N59 om op die manier de heldere ruimtelijke structuur ook daar verder af te maken. Binnen het plangebied van deze gebiedsvisie wordt deze ruimtelijke keuze daarom ook schetsmatig aangegeven. De centrumschil is in ruimtelijke opzet een groene campus waar nieuwe functies in een openbare parkruimte staan. Voor de beleving van de stedenbouwkundige (campus)structuur is het van belang dat het aandeel bebouwing relatief laag blijft en het accent vooral ligt op het stadspark. de bereikbaarheid en de verbindingen naar het centrum.

Voor het gedeelte wat onderdeel is van deze gebiedsvisie komt daar vanwege de lage ligging nog een extra opgave bij: opvangen en bergen van zoet water. Dit vraagt uiteraard wel extra ruimte maar kan tegelijk ook een bijzondere kwaliteit opleveren. De inrichting rond het gemeentehuis is daar een prima voorbeeld van.

Het nieuwe deel van de centrumschil zal via de rotonde N59-Laan van St. Hillaire met een parallelweg ontsloten worden, die dan vervolgens weer aantakt op de Oudeweg. In de visie worden daarvoor twee mogelijkheden aangegeven. Op die manier is er een snelle verbinding mogelijk vanaf de rijksweg N59 naar dit gebied. De woningen aan de Oudeweg worden zoveel mogelijk ingepast (zoals dat op andere plekken in de centrumschil ook gebeurt). Dat geldt overigens niet voor de bestaande garagebedrijven, die bij vookeur naar één van de bedrijventerreinen (Verplaatsingszone Bedrijven of aan de zuidkant van Zierikzee) verplaatst worden. De centrumschil biedt in ieder geval ook plaats aan een nieuw openbaar parkeerterrein voor het ontvangen van bezoekers aan deze kant van de stad. Via een aantrekkelijke looproute door de Nobelpoort sta je in minder dan 900 meter op het Havenplein (dat is korter dan de route vanaf P3). Zie ook het hoofdstuk over verkeer. Zolang er geen concrete aanvragen voor invulling van de centrumschil zijn, zal er een reservering op het gebied blijven liggen. De zone wordt uitdrukkelijk niet aangewend voor de realisatie van nieuwe woningen. LIGGING VAN DE CENTRUMSCHIL

41

NATUUR IN DE STAD

42

gebiedsvisie NATUUR IN DE STAD De stad Zierikzee heeft een directe relatie met het achterland en de (zilte) natuurgebieden. De gebieden hebben zelfs op internationaal niveau een grote waarde voor de flora en fauna (foerageergebied voor trekvogels) maar ook voor de inwoners en bezoekers van het eiland en de stad Zierikzee zijn ze bijzonder te noemen. Wat opvalt is de openheid van deze gebieden. Door het hoge zoutgehalte van het water en de bodem, groeien hier voornamelijk lage, zoutminnende planten en grassen wat het gebied uitermate geschikt maakt als broedgebied voor diverse kustvogels. De koppeling van de natuur met de stad is het beste voelbaar en zichtbaar aan de westzijde, waar de weidse zichten een indrukwekkend contrast vormen met de stad. Hier reikt het open landschap diep de stad in, tot aan het de oude vestingwerken. Zierikzee heeft nog twee van dit soort zones, waar landschap en stad zo bijzonder in elkaar grijpen: het havenkanaal met de dijken verbindt de stad met het Nationale Park de Oosterschelde en het krekengebied Kaaskenswater verbindt de stad aan de noordkant met het achterliggende polderlandschap. Dergelijke open landschappelijke structuren staan in een stad vaak onder druk omdat ze economisch interessant zijn om bijvoorbeeld aan te wenden voor de bouw van woningen of voorzieningen.

Voor Zierikzee is het daarom belangrijk om extra zuinig te zijn op deze gebieden omdat ze in hoge mate de kwaliteit van de stad bepalen.

In deze gebiedsvisie wordt de natuur aan de westzijde van Zierikzee daarom erkend als een bijzondere waarde. Het open landschap komt straks nog verder de stad in aan weerszijden van de N59. Op die manier ontstaat er een fraaie entree van en naar de stad en kan de wandelstructuur worden aangevuld met paden voor langzaam verkeer door deze gebieden heen. Het zicht op het aanliggende bedrijventerrein Boerenweg blijft door de lage beplanting nog steeds mogelijk. De overgang naar het bedrijventerrein wordt ondersteund met een meer natuurlijke beplantingszone aan de rand.

LIGGING VAN DE NATUUR IN DE STAD

43

Verplaatsingszone bedrijven

44

gebiedsvisie VERPLAATSINGSZONE BEDRIJVEN Het accent voor de groei van bedrijven bij Zierikzee ligt niet aan de noordzijde van de stad, maar vindt in de toekomst vooral plaats aan de zuidzijde (gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee). De groei van het bedrijventerrein Boerenweg is daarom gekoppeld aan de verplaatsing van de bestaande bedrijven die in de huidige situatie al aan deze zijde van de stad (of in de binnenstad) gevestigd zijn. Het gaat dan vooral om garagebedrijven, die ook al genoemd werden binnen de bedrijvencaroussel zoals beschreven in de Structuurvisie Zierikzee. Het is dus niet de bedoeling om in de verplaatsingszone nieuwe bedrijven te vestigen die op dit moment niet aan Zierikzee verbonden zijn. Aanvullend daarop zal de nieuwe brandweerkazerne ook op het bedrijventerrein Boerenweg gehuisvest worden. Er is hiervoor al een locatie geselecteerd aan de Grevelingenstraat die vrijwel gelijk met de realisatie van de kazerne zal worden doorgetrokken naar de N59 (in eerste instantie als calamiteitenontsluiting). In de toekomst wordt deze ontsluiting omgezet naar een permanente aansluiting op de N59. Hierdoor zal het bedrijventerrein veel beter bereikbaar worden dan in de huidige situatie het geval is.

De ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein is niet op alle plaatsen even sterk. Er liggen kansen voor het vergroenen van de openbare ruimte en het verbeteren van de interne ontsluitingsstructuur. De noordelijke- en westelijke rand van het bedrijventerrein (tevens de stadsrand) krijgen in de toekomst nog een extra kwaliteitsverbetering door een meer geleidelijk overgang te maken naar de zone ‘natuur in de stad’ waarbij het zicht op de bedrijven wel mogelijk moet blijven. Wanneer er voor de verplaatsing van de eerder genoemde bedrijven extra ruimte nodig is, ligt het ruimtelijk voor de hand om de bestaande harde grens van het bedrijventerrein verder te verlengen en de uitbreiding aan de west- of noordzijde van het bestaande bedrijventerrein te faciliteren. Op die manier blijven de fraaie waaierstructuur van het inschuivende landschap en de daardoor gedwongen zichtlijnen tot diep in de oude stad in takt.

LIGGING VAN DE VERPLAATSINGSZONE BEDRIJVEN

45

gebiedsvisie VERKEER Door de aangegeven ontwikkelingen in het plangebied zal het noodzakelijk zijn om in te grijpen in de bestaande infrastructuur. De nieuwe woningen in de groene kamers vragen een goede koppeling naar de stad en een veilige ontsluiting voor alle verkeerssoorten. De sportzone moet nog beter dan nu het geval is, bereikbaar gemaakt worden voor (met name) langzaamverkeer en ook de bedrijven en parkeerterreinen zijn gebaat bij een goede bereikbaarheid. In het project GGA N59 Zierikzee worden verschillende maatregelen voorgesteld die de doorstroming en veiligheid van de stad via de N59 moeten bevorderen. De voorgestelde maatregelen worden in deze gebiedsvisie globaal overgenomen maar niet verder uitgewerkt. Auto De nieuwe N59 is een veilige stadsweg geworden, die onderdeel uitmaakt van de stedelijke structuur. Het verkeer passeert de stad aan de noordzijde via drie nieuwe rotondes, waar het verkeer ook in drukke dagen vlot wordt afgewikkeld. Komend vanuit het westen is nu de Grevelingenstraat aangesloten met een rotonde, waardoor het verkeer vanuit Poortambacht en de bedrijfsterreinen direct naar de N59 kan rijden zonder de drukke Laan van St. Hillaire te belasten. De meeste toeristen pakken nog steeds de volgende afslag bij de rotonde Zandweg - N59 - Laan van St. Hillaire. Vanaf deze rotonde worden namelijk de grote parkeerterreinen vlot bereikt.

De Zandweg is verbreed met een nieuwe rijbaan ernaast voor het autoverkeer en een (recreatief) fietspad op de verharding van de Zandweg richting Kerkwerve. Het autoverkeer kan niet richting Kerkwerve rijden door de knip, maar buigt af met een nieuwe verbinding naar de Heuvelsweg. De Oudeweg blijft als één van gebiedsontsluitingswegen in het gebied liggen, maar de koppeling met de N59 verloopt via de nieuwe rotondes. Voor het nieuwe deel van de centrumschil kan nog een ontsluiting vanaf de rotonde Laan van St. Hillaire rechtdoor worden getrokken. Op die manier is ook het nieuwe parkeerterrein aan de Oudeweg beter bereikbaar.

46

Fiets Voor het fietsverkeer wordt het netwerk verder uitgebreid binnen het plangebied. In het noordelijk deel van de stad wordt gekozen voor een eigen netwerk voor het fietsverkeer, aanvullend op de fietspaden langs de hoofdwegen. Vanaf de rotonde Grevelingenlaan kan de fietser in de toekomst rechtdoor rijden en met een eigen vrijliggend fietspad naar het gebied de Tuinen en de sportzone (tot aan de Lange Blokweg). Vanaf de Heuvelsweg wordt bij de afslag naar de Oudeweg een fietsverbinding doorgetrokken naar de Zandweg (evenwijdig aan de nieuwe ontsluitingsweg) en in de toekomst wellicht nog verder naar de N59. Op die manier beschikken de fietsers over snelle, comfortabele routes wat hen een groot voordeel geeft ten opzichte van het autoverkeer. Dit zal het gebruik van de fiets in de toekomst stimuleren en dus bijdragen aan de gezondheid van de inwoners van Zierikzee. Het kruisen van de fietsverbindingen met de N59 gebeurt bij alle nieuwe rotondes ongelijkvloers (fiets/voetgangerstunnels). Aan de zijde van de historische stad wordt het fietsnetwerk aangevuld met een fietsverbinding aan de buitenzijde van de stadswallen (zuidkant N59) om zo aan de stadszijde de fietsroutes langs de Laan van St. Hillaire en de Grachtweg aan elkaar te verbinden zonder daarvoor de N59 te hoeven kruisen.

Wandelen Aanvullend op de aanwezige trottoirs langs vrijwel alle ontsluitingswegen in het gebied, worden er extra wandelpaden in oost-westelijke richting gelegd om zo een optimale dooradering van het gebied te krijgen voor wandelaars. De wandelpaden worden bewust door het woongedeelte van de groene kamers heen getrokken om zo de openbaarheid van deze ‘kamers’ blijvend te garanderen. De nieuwe wandelpaden koppelen op een aantrekkelijke manier de woongebieden en de toekomstige functies aan elkaar. Ruiters De bestaande ruiterpaden worden opgenomen in de gebiedsvisie. Verder is het de wens om aan de noordzijde een vrijliggend ruiterpad toe te voegen zodat ruiters vanuit de natuurgebieden veilig in de richting van Schuddebeurs kunnen komen zonder dat ze daarvoor de stadswegen hoeven te gebruiken.

Parkeren Zierikzee beschikt over een viertal openbare parkeerterreinen die in de centrumschil rond de binnenstad liggen. Hier kunnen de vele bezoekers aan de stad gratis hun auto parkeren. Een dergelijk terrein is ook aan de noordzijde van de stad gewenst omdat; - hier de meeste bezoekers de stad benaderen; - er een tekort aan plaatsen is in het hoogseizoen; - de relatie naar de noordzijde van de stad sterk verbetert door de komst van fiets/voetgangerstunnels bij de rotondes; - de Nobelpoort dan weer een sterkere functie krijgt als toegangspoort naar de stad. Het nieuwe parkeerterrein is gelegen tussen de Oudeweg en de Lange Blokweg. Bij verdere uitwerking van dit terrein moet in ieder geval aandacht gegeven worden aan: 1. de vindbaarheid van dit terrein vanaf de N59; 2. de overgang naar de achterzijde van de woningen; 3. de geluidssituatie 4. de routing naar het centrum Door de gekozen ligging kan dit parkeerterrein ook gekoppeld worden aan de parkeerterreinen bij het sportcentrum (overloopgebied) en een eventuele ontwikkeling van een bijzondere, streekgebonden horecavoorzieningen/uitspanning in De Tuinen. Openbaar Vervoer Het systeem van mobiliteitshubs wordt verder uitgerold over Schouwen-Duiveland. In Zierikzee is het voornemen om in te zetten op een Hub bij de Haringvlietstraat, een Hub bij ‘t Sas en een grotere Hub bij het kruispunt N59 - Weg naar de Val.

Alleen de eerste is van invloed op het plangebied van de gebiedsvisie. De opgave binnen deze visie is dan ook om de Hub bij de Haringvlietstraat te koppelen aan veilige routes voor fietsers en voetgangers omdat met name deze Hub veel door scholieren gebruikt zal worden. Het uitgangspunt om ongelijkvloers te kruisen met de N59 voor alle langzaam verkeersverbindingen betekent een flinke verbetering van de veiligheid van de routes van en naar deze Hub.

gebiedsvisie

TOEKOMSTIGE VERKEERS-STRUCTUUR 47

gebiedsvisie THEMA’S DUURZAAMHEID EN MILIEU Zoals eerder al benoemd bij de doelen in deze gebiedsvisie, liggen er hoge ambities voor een duurzame en klimaatbestendige stad (en eiland Schouwen-Duiveland). De milieuthema’s worden binnen de gemeente ingedeeld in vijf sporen: 1. Milieukwaliteit 2. Energietransitie 3. Klimaatadaptatie 4. Biodiversiteit 5. Kringloopeconomie Per spoor zijn de ambities verder uitgewerkt. Ook voor de gebiedsvisie zijn deze van toepassing. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden getoetst aan het spoorboekje duurzaamheid en milieu. De belangrijkste ambities hebben we hieronder benoemd en uitgewerkt. Milieukwaliteit De bodem, lucht en het water in het plangebied moeten blijvend van een goede kwaliteit zijn en wanneer dit haalbaar is van een bovengemiddelde kwaliteit zijn. We zijn zuinig op de bestaande waarden en zetten in op het oplossen van eventuele knelpunten op dit vlak. Ook hebben we aandacht voor de bijzondere duisternis op het eiland en zetten we in op minimale en/of dimbare verlichting daar waar het kan. We voorkomen geluidsoverlast en hinder van trillingen. Het plangebied is ook in de toekomst een veilige plek om te wonen, werken en recreëren. Energietransitie We gaan voor een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda.

In 2022 is de integrale laadvisie “Schouwen-Duiveland elektrisch” vastgesteld met de doelstelling om een tijdige en dekkende laadinfrastructuur te realiseren voor elektrisch vervoer (auto, fietsen en vaartuigen). Eind 2021 heeft de gemeente de Transitievisie Warmte Schouwen-Duiveland vastgesteld met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de gebouwde omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden.

Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. Zonnepanelen moeten op daken worden gelegd. Op regionaal niveau werken we samen met de andere Zeeuwse gemeenten, de provincie, de netbeheerder en het waterschap in de Regionale Energie Strategie Zeeland (RES-Zeeland). Momenteel wordt gewerkt aan de RES-Zeeland 2.0. Klimaatadaptatie Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Momenteel wordt de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie uitgewerkt in een lokale klimaatadaptatiestrategie met de thema’s: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Op regionaal niveau is in 2022 de Zeeuwse klimaatadaptatie strategie vastgesteld. Daar gaan we in de uitwerking van deze visie verder mee aan de slag. Voor wat betreft het voorkomen van wateroverlast en droogte in het gebied zetten we volgordelijk in op benutten, besparen, vasthouden, infiltreren en bergen van water. Om hittestress te voorkomen creëren we koele (verblijfs) plekken, we voegen groen toe daar waar het kan. We kiezen in de uitwerking voor warmte werende materialen en zijn kritisch op de toepassing van verhardingen in de openbare ruimte. We zetten volgordelijk in op een koele omgeving, warmte weren, passief koelen en actief koelen.

natuurgebieden. We zetten in op een percentage van 30% - 40% groen en water bij nieuwe ontwikkelingen. We hebben oog voor de bestaande natuurwaarden en beschermen de soorten en natuurgebieden die als zodanig zijn aangemerkt. Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. De landelijk doelstelling is om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is bij te dragen aan een economisch systeem waarbij geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Momenteel werken we samen met de Zeeuwse gemeenten en de provincie aan regionaal beleid op het gebied van kringloopeconomie. Voor nieuwbouw wordt een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) gevraagd. Vanaf 2025 willen we die op 0,5 hanteren. Ook zetten we in op hergebruik van regenwater in nieuwbouwprojecten door een grijswatercircuit aan te leggen, waarmee we een reductie van 50% in het gebruik van drinkwater beogen.

Vanaf 2027 wordt bij het ontwerpen van nieuwe woongebieden met meer dan 50 woningen onderzocht of er ruimte is voor het delen/repareren van materialen, goederen en diensten.

Biodiversiteit Hoofddoelstelling is dat Schouwen-Duiveland in 2040 een robuust ecosysteem heeft met een eigen herkenbare landschappelijke identiteit. Specifieke doelstellingen zijn het verbinden van groenstructuren, ontwikkelen van soorten en het beschermen van de natuur. Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bijdragen aan bestaande groen/blauwstructuren, biodiversiteit en landschappelijke identiteit en instandhoudingsdoelstellingen van natura 2000 gebieden en NNN gebieden. In de gebiedsvisie worden de landschappelijke- en waterstructuren gebruikt als kapstok voor de ruimtelijke ontwikkelingen. We gaan uit van behoud en versterking van deze elementen en maken een koppeling tussen de stedelijke groen-waterstructuur en sluiten die zoveel mogelijk aan op de 48

gebiedsvisie

49

06 uitvoering

DEELPROJECTEN UITVOERINGSPARAGRAAF

uitvoering DEELPROJECTEN De gebiedsvisie Zierikzee Noordwest is een ruimtelijke visie die richting geeft aan toekomstige ontwikkelingen aan de noordwestzijde van de stad. Het eindbeeld is geschetst maar de weg er naartoe is complex en minstens zo belangrijk. Op dit moment kunnen we nog niet alles overzien wat er op ons afkomt, maar door de visie op te delen in deelprojecten creëren we overzicht en zorgen we ervoor dat de verschillende onderdelen niet op elkaar hoeven te wachten. We onderscheiden in de uitvoering de volgende deelprojecten (in willekeurige volgorde) waarin de volgende aspecten in ieder geval een rol spelen: 1. N59 Zierikzee De herstructureringsopgave N59 binnen Zierikzee kent drie deelprojecten, met alle bijbehorende voorzieningen: A. herstructureren van de grote rotonde N59/N654 naar een turborotonde, voorzien van een fiets- en voetgangerstunnel, samen met een nieuwe ontsluitingsweg van de Oudeweg naar de bestaande IVRI bij de Laan van St. Hilaire; B. aansluiten van de Grevelingenlaan, met een rotonde op de N59 (al dan niet voorzien van een fietstunnel); C. de reconstructie van de aansluiting Laan van St.

Hilaire op de N59 naar een nieuwe (turbo)rotonde, voorzien van twee fiets- en voetgangerstunnels; Wat is hiervoor nodig? • verplaatsing bestaande tankstation, • verwerving van percelen, • verplaatsen van bedrijven / woning(en) • aanpassen watersysteem, voldoende en buffering; • de aanleg en uitbreiding stedelijke en regionaal wandelen fietsnetwerk, landschappelijke inpassing. Dit project valt formeel buiten de grenzen van het plangebied van de gebiedsvisie, en wordt aangestuurd door Rijkswaterstaat. Er is afstemming met de overige drie wegbeheerders Waterschap Scheldestromen, Provincie en de gemeente. Het project beloopt een eigen proces (planologisch, participatie en financieel). De gemeente levert een financiële bijdrage en capaciteit aan dit project, maar is niet eindverantwoordelijk. Vanwege de ruimtelijke invloed binnen (en buiten) het plangebied, is het project op hoofdlijnen ingetekend in de gebiedsvisie.

2. Reconstructie Grevelingenstraat Samen met het deelproject 1B hiervoor – de aansluiting van de Grevelingenstraat op de N59 – vraagt deze aansluiting om een volledige reconstructie van het wegvak Grevelingenstraat vanaf de rotonde Haringvlietstraat tot aan de N59, waarbij aandacht is in het ontwerp voor veilig, gescheiden fietsverkeer en een logische aansluiting op de N59 – als 2e ontsluiting voor Zierikzee West (Poortambacht en het centrum). Wat is hiervoor nodig? • verplaatsing één of meerdere bedrijven, • verwerving van percelen, • verlegging van kabels en leidingen. • verplaatsing van parkeervakken. 3. Verplaatsingszone bedrijven Na de verwerving van de percelen N163, N164 en het doorlopen van een ruimtelijke procedure, faciliteren we in deze zone de uitgifte van nieuwe bedrijfsgronden, ten behoeve van onder andere de realisatie nieuwe brandweerkazerne en het verplaatsen (garage)bedrijven. Ook het creëren van extra woonkavels aan de Boerenweg valt binnen dit deelproject. Wat is hiervoor nodig? • een ontwerp en aanleg van interne (ontsluitings-)wegen en openbare ruimte • de landschappelijke inpassing van het gebied, aanleg waterbuffering en landschap aan de oostzijde bij Laan van St. Hilaire. 4. Natuur in de stad De inrichting van dit gebied wordt in de loop van de tijd verder vormgegeven, door bijvoorbeeld kavelruil.

De invulling verloopt in afstemming met lokaal betrokkenen, het kavelruilbureau en de provincie Zeeland. Wat is hiervoor nodig? • het omzetten van agrarische gronden naar natuur, als mogelijke compensatielocatie voor natuur en groen vanuit andere deelprojecten, • aanleg gebied, met beplanting en eventuele invulling met recreatieve voet – en/of fietspaden. 5. Groene kamers (Wonen) In samenspraak met eigenaren en/of ontwikkelaars realiseren van nieuwe, betaalbare woningen. Woonconcepten in diverse segmenten in vier deelgebieden(kamers) hoofdzakelijk aan de

oostzijde van de Zandweg. Er moeten randvoorwaarden voor de ontwikkeling, verwerving en uitgifte worden opgesteld. Ditzelfde geldt voor de vrije kavel aan de westzijde van de Zandweg. Wat is hiervoor nodig? • verwerving percelen en zo mogelijk uitgifte van de gronden, • opstellen ruimtelijke randvoorwaarden voor deze ontwikkeling, • consensus over het te ontwikkelen programma en de doelgroepen, • een ontwerp en aanleg van interne (ontsluitings-)wegen en openbare ruimte de landschappelijke inpassing van het gebied, inclusief aanleg waterbuffering, 6. De Tuinen (Volkstuinen / Dag-recreatieve voorzieningen en horeca) De transformatie van dit gebied met volkstuinen, dagrecreatieve voorzieningen en horeca kan door tijdsverloop gefaseerd worden vormgegeven. Wat is hiervoor nodig? • het (gefaseerd) aankopen van gronden, • het beëindigen van bestaande pachtovereenkomsten, • interesse wekken van lokale ondernemers die (lokale) producten onder de aandacht willen brengen i.c.m.. dagrecreatie en/of horeca (passend / aansluitend op bestaand horecabeleid), • uitgifte gronden en realisatie dagrecreatieve voorzieningen en horeca, • aanleg bijbehorende parkeervoorzieningen, • aanleg beplanting en openbare ruimte. 7.

Sportzone De uitbreiding van de sportzone door verplaatsing of nieuwe sportvoorzieningen vindt plaats in samenwerking met de lokale verenigen, overeenkomstig eerdere aanpak van bijvooebeeld de verplaatsing van hockey- en korfbalvelden. Wat is hiervoor nodig? • verwerving gronden noordzijde sportzone, • aanleg nieuwe sportvoorzieningen (velden, gebouwen, constructies, omheiningen) • interne ontsluitingswegen, • aanleg bijbehorende parkeervoorzieningen, • aanleg beplanting en uitbreiding watersysteem.

uitvoering •

herontwikkeling van locaties van te verplaatsen sportvoorziening.

8. Parkeren / wandel- en fietsnetwerk Naast de aanleg van een nieuwe openbare parkeervoorzieningen in de centrumschil, is het ook wenselijk om te investeren in een goed stedelijk wandel- en fietsnetwerk wat zorgt voor een volwaardige ontsluiting van de nieuwe ontwikkelingen. Wat is hiervoor nodig? • verwerving gronden, • locatiekeuze, programma en ontwerp parkeervoorzieningen, • uitwerking, ligging en realisatie voet- en fietspaden, • ontwerp van landschappelijke inpassing parkeervoorziening en beplanting paden • uitbreiding en uitwerkijng van een passend watersysteem. 9. Reconstructie Zandweg De Zandweg vraagt in overleg met RWS en Waterschap Scheldestromen in combinatie met de gefaseerde ontwikkeling van opgave 1C om meerdere redenen om een volledige reconstructie. De aansluiting op de N59 zal moeten worden verlegd zodat de verkeersveiligheid bij project 1C toeneemt. Het veelvuldig gebruik als fietsroute tussen Zierikzee en Kerkwerve is daarnaast één van de belangrijkste opgaven en rollen van de Zandweg in de toekomst. Dit vraagt naast een aansluiting op de kruising van de N59 met de Laan van St. Hilaire voor de andere doelen om een herprofilering van de Zandweg.

Het wensenpakket voor de De Zandweg bestaat uit een vrijliggend fietspad, een ‘knip’ in de Zandweg om doorgaand sluipverkeer naar Kerkwerve te voorkomen, doortrekken en aansluiten van de Zandweg naar de Heuvelsweg inclusief wandel- en fietspaden en het realiseren van landschappelijke inpassing van de Zandweg. Wat is hiervoor nodig? • overeenstemming met de wegbeheerder en eventueel verwerving gronden, • nader ontwerp van de benodigde infrastructuur, • de aanleg van deze infrastructuur, • de landschappelijke inpassing, • aanleg beplanting, en • uitbreiding watersysteem.

GRONDBELEID Rollen en taken Het waarmaken van de ambities in de gebiedsvisie zijn niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente. Diverse partijen staan aan de lat om er uiteindelijk een succes van te maken. De gemeente kan binnen de deelprojecten verschillende rollen aannemen. De gemeente Schouwen-Duiveland voert een dynamisch grondbeleid. Voor elke situatie maakt de gemeente een afweging welke houding en rol zij wil aannemen. Dat doet Schouwen-Duiveland in de volgende drie stappen:

Voor de afweging welke houding (1) en rol (2) het beste past en welke grondbeleidinstrumenten (3) dan worden ingezet, maakt Schouwen-Duiveland gebruik van een routekaart. Vanuit meerdere invalshoeken maakt de gemeente een afweging welk grondbeleid zij wil voeren. Zo kan een bestuurlijke ambitie het afwegingsproces initiëren, bijvoorbeeld de ambitie om meer regie te voeren op de groei van een evenwichtige woningbouw, de economische groei van de gemeente op peil te houden, het versterken van het landschap en recreatie of om de leefbaarheid van het eiland te vergroten. Ook kan een private partij een ruimtelijk initiatief voorleggen, dat al dan niet aan de ambities en opgaven van Schouwen-Duiveland voldoet. De routekaart helpt de gemeente bij de keuze van de manier waarop zij wil acteren bij het ruimtelijk initiatief en hoe zij per stap de afweging maakt om haar houding, rol en inzet van de grondbeleidinstrumenten te bepalen. Als samenvatting van de Nota Grondbeleid worden kort de drie stappen toegelicht. Stap 1: Bepaling houding De gemeente bepaalt eerst haar houding voor een ruimtelijk initiatief. De gemeente kan een actieve of passieve houding aannemen. Welke houding de gemeente inneemt, hangt af van mate waarin een ruimtelijk initiatief bijdraagt aan de uitvoering van de toekomst- en omgevingsvisie, het beleid, bestuurlijke ambities, de prioriteit en de potentie.

Draagt het initiatief in grote mate bij aan de verwezenlijking van de ambities of

beleidsopgave van de gemeente (zoals realisatie van betaalbare woningbouw), dan kiest het college eerder voor een actieve houding. Dat geeft haar de mogelijkheid om op het initiatief regie te voeren en sturing te geven zodat het ruimtelijk initiatief het gewenste resultaat oplevert. Als een initiatief nauwelijks bijdraagt aan de beleidsopgave of ambities, dan kan de gemeente een passieve houding aannemen en vanuit haar publiekrechtelijk kaders sturen. Daarnaast kan de gemeente besluiten om niet mee te werken aan een ruimtelijk initiatief. Dit gebeurt als het ruimtelijk initiatief niet past binnen de gemeentelijke visies en het beleid. Stap 2: Keuze Rol In de tweede stap wordt de gemeentelijke rol bepaald. Bij een actieve houding maakt de gemeente een afweging op basis van verschillende factoren. Denk hierbij aan de gewenste sturing en regie, de noodzaak en urgentie, de financiële haalbaarheid, het risicoprofiel, grondposities en (strategische) aankoop, marktinitiatief en capaciteit. Per ruimtelijk initiatief kan de weging van de factoren anders zijn. Bij een passieve houding past de gemeente een zuiver faciliterend grondbeleid toe.

Mocht het niet mogelijk zijn om kwalitatieve kaders of het kostenverhaal te borgen met een anterieure overeenkomst of als het initiatief objectief aantoonbaar niet economisch uitvoerbaar is zonder inzet van gemeentelijke middelen, dan verleent de gemeente alsnog geen medewerking aan het ruimtelijk initiatief. Welke van de rollen kiest de gemeente? We onderscheiden in het dynamisch grondbeleid drie rollen. Deze drie gemeentelijke rollen zijn: actief grondbeleid, actief faciliterend grondbeleid en faciliterend grondbeleid. De rol van de gemeente kan gedurende het proces van het ruimtelijk initiatief verschuiven. Als een ruimtelijk initiatief ongewenst is, dan verleent het college geen medewerking aan het initiatief. 1. Actief grondbeleid De gemeente kiest voor actief grondbeleid als een ruimtelijk initiatief in belangrijke mate bijdraagt aan de realisatie van gemeentelijke ambities en de gemeente absolute regie wil houden op de gewenste uitkomst. Dit kan ook op financiële motieven rusten. De gemeente stuurt dan ook op het tijdspad waarbinnen het ruimtelijk initiatief tot stand moet komen. Actief grondbeleid komt in beeld als het ruimtelijk initiatief voor Schouwen-Duiveland maatschappelijk zeer wenselijk is, de realisatie een hoge prioriteit en urgentie heeft en Schouwen-Duiveland door middel van de grondpositie zelf het initi-

uitvoering atief wil houden. Actief grondbeleid sluit samenwerking met de markt niet uit. De gemeente kan de ambities en de hieruit voorvloeiende ruimtelijke initiatieven niet altijd zelf realiseren. Daarom wil zij vanuit deze actieve rol de samenwerking opzoeken. Bij actief grondbeleid treedt de gemeente op als private partij op de grondmarkt. De gemeente koopt (strategisch) grond aan en ontwikkelt deze risicodragend. De gemeente doorloopt de planologische procedure om de gewenste activiteit of functie te verkrijgen, zorgt ervoor dat de grond geschikt wordt gemaakt om op te bouwen (bouwrijp) en te leven (woonrijp) en geeft de bouwrijpe grond uit. De gemeente voert een gemeentelijke grondexploitatie met de daarbij behorende risico’s. 2. Actief faciliterend grondbeleid Ook actief faciliterend grondbeleid komt voort uit een actieve houding. De gemeente is van mening dat het ruimtelijk initiatief in belangrijke mate bijdraagt aan de realisatie van gemeentelijke ambities. Het verschil met actief grondbeleid is dat Schouwen-Duiveland niet als private partij en risicodragend op de markt wil treden en daarbij niet de grondexploitatie wil of kan voeren. Bijvoorbeeld omdat de gemeente het risico van de grondexploitatie niet wil lopen. Het kan ook zijn dat een private partij beschikt over de gronden en bereid is om binnen de gemeentelijke kaders het initiatief te realiseren.

Kortom, een private partij voert de grondexploitatie. De gemeente faciliteert dan. Niet vanaf de zijlijn, maar juist vanuit die actieve houding. De gemeente ondersteunt het ruimtelijk initiatief dus actief en is in het visietraject en het planologisch proces - als het nodig is - de kartrekker. De gemeente denkt dus actief mee met private partijen om het ruimtelijk initiatief binnen het door de gemeente gewenste tijdspad en de kaders te realiseren en maakt hiervoor capaciteit vrij. Bij het ontbreken van marktinitiatief stimuleert en verbindt de gemeente, neemt zij een makelaarsfunctie aan en schept ze het klimaat om een ruimtelijk initiatief van de grond te krijgen. De gemeente beschouwt zichzelf als partner in het ruimtelijk initiatief en zoekt bewust de samenwerking met de private partij op. De gemeente wil in deze samenwerking geen of een beperkt en beheersbaar risico lopen. Bij actief faciliterend grondbeleid kan de gemeente ook overgaan tot grondverwerving of haar eigen gronden inzetten. Dit gebeurt vaak binnen de afspraken in een samenwerkingsverband. Hierbij kan de gemeente haar gronden of grondbeleidsinstrumenten (bijvoorbeeld vestigen van een voorkeursrecht) inzetten om het ruimtelijk initiatief ten uitvoer te

brengen. 3. Faciliterend grondbeleid Soms draagt een private partij een ruimtelijk initiatief aan dat niet of in zeer beperkte mate bijdraagt aan de realisatie van de gemeentelijke ambities. Het ruimtelijk initiatief is niet slecht voor de gemeente, maar heeft geen prioriteit of urgentie. De gemeente neemt in dat geval een passievere houding aan dan bij actief faciliterend grondbeleid en kiest voor een zuiver faciliterende rol op basis van haar publiekrechtelijke bevoegdheden. De gemeente werkt aan het ruimtelijk initiatief mee en stuurt op basis van de activiteit en functie en beleidskaders. Als het college principemedewerking verleent, sluit zij, veelal bij grotere ontwikkelingen, een intentieovereenkomst met de initiatiefnemer. In de intentieovereenkomst staan zakelijke afspraken over de planning en het kostenverhaal om de haalbaarheid te onderzoeken. Mocht het niet komen tot een haalbaar plan binnen het afgesproken tijdspad, dan vervalt de principemedewerking. Bij een haalbaar plan sluiten initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst liggen de afspraken vast over onder andere het programma en het kostenverhaal. Het initiatief en het ontwikkelproces liggen dus volledig bij de private partij, behoudens de publiekrechtelijke bevoegdheid van de gemeente. De gemeente stuurt aan op een efficiënte inzet van ambtelijke capaciteit.

Het risico van de ontwikkeling ligt bij de private partij. De keuze voor de rol hangt af van meerdere aspecten. Het afwegingskader van dit grondbeleid helpt de gemeente beargumenteerd om een juiste afweging te maken van haar rolneming in het ruimtelijk initiatief. Deze keuze van een rol is niet in beton gegoten. Als in de loop van de tijd de gemeente een nieuwe kijk heeft op het ruimtelijk initiatief of als de omstandigheden veranderen, dan kan de afweging en daarmee de keuze voor de rol veranderen. Keuze van de rol bij een actieve houding Bij een actieve houding maakt Schouwen-Duiveland haar afweging om te komen tot haar (actieve) rol in een ruimtelijk initiatief aan de hand van een aantal thema’s. Deze thema’s zijn als afwegingskader meegenomen in de routekaart. De weging van argumenten op de verschillende thema’s is niet voor ieder ruimtelijk initiatief hetzelfde. Soms is de ambitie zo groot dat een hoger risicoprofiel acceptabel is. Een andere keer weegt het financiële rendement zwaarder dan de

ambities. Echter, de afweging van het risicoprofiel van het initiatief ten opzichte van de andere thema’s van het afwegingskader maakt de gemeente altijd en vormt een belangrijk onderdeel van de besluitvorming om te kiezen voor een actieve houding in het grondbeleid. De thema’s bij een actieve houding zijn: Sturing en regie in relatie tot de maatschappelijke meerwaarde Hoeveel sturing en regie Schouwen-Duiveland bij een ruimtelijk initiatief wil hebben, hangt samen met de ambities en de maatschappelijke meerwaarde. Hoe hoger een ambitie op de bestuurlijke agenda staat, hoe meer sturing en regie de gemeente wenst. Daarnaast hangt de mate van de gewenste gemeentelijke regie ook samen met het marktinitiatief en de mogelijkheid om in samenwerking met private partijen de gewenste ambities te realiseren. Als binnen de kaders van de gemeente het ruimtelijk initiatief door één of meerdere marktpartijen kan worden gerealiseerd en afspraken goed zijn vast te leggen in een samenwerkingsverband of anterieure overeenkomst, dan heeft de gemeente geen noodzaak om actief grondbeleid te voeren. Een actief faciliterende rol volstaat dan. Noodzaak en urgentie De noodzaak van een ruimtelijk initiatief en de urgentie van de realisatie bepaalt de mate waarin Schouwen-Duiveland het voortouw wil nemen.

Hierbij speelt een belangrijke afweging of Schouwen-Duiveland vertrouwen heeft dat de markt het ruimtelijk initiatief kan realiseren binnen de afgesproken tijd, ambities en voorwaarden. Het is denkbaar dat de gemeente volledige regie wil voeren vanwege de noodzaak die zij ziet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de realisatie van betaalbare woningen. Financiële haalbaarheid Om de financiële haalbaarheid van een ruimtelijk initiatief te beoordelen, maakt de gemeente inzichtelijk wat de verwachte uitkomst van de grondexploitatie (korte termijn) en de verwachte impact op meerjarenbegroting (lange termijn) is. De uitkomst voor de korte en lange termijn kan positief zijn. Dit betekent dat de grondexploitatie de gemeente geld oplevert of dat zij haar kosten volledig kan verhalen en dat de meerjarenbegroting een voordeel heeft. Daarnaast kan een ontwikkeling ook vragen om inzet van gemeentelijke middelen. Bijvoorbeeld een verlies op de grondexploitatie of het niet volledig kunnen verhalen van

uitvoering kosten. De gemeente kan dan alsnog besluiten mee te werken, als het ruimtelijk initiatief een maatschappelijke meerwaarde creëert. Het is een investering in de verbetering van de leefbaarheid van de gemeente. Risicoprofiel Om het risicoprofiel te bepalen kijkt de gemeente naar de risico’s op financieel, bestuurlijk en maatschappelijk vlak. Deze weegt zij af tegen de keuze om een marktpartij het voortouw te laten nemen of om zelf actieve regie te gaan voeren, al dan niet in een samenwerkingsverband. Grondpositie en marktinitiatief Heeft de gemeente de benodigde gronden voor de ontwikkeling in eigendom? Of is ze bereid deze aan te kopen? Of heeft een private partij de gronden in eigendom en is deze bereid om binnen de gemeentelijke kaders te ontwikkelen en deze afspraken contractueel vast te leggen? Samenwerken Wenst de gemeente een samenwerkingsverband met een marktpartij aan te gaan vanuit een gemeentelijke grondexploitatie? Of gaat zij de samenwerking aan vanuit een actief faciliterende rol en brengt Schouwen-Duiveland haar gronden in en voert de marktpartij de grondexploitatie? Daarnaast, samenwerking vormt een afweging in het beheersen van de (financiële) risico’s en mate van regie die de gemeente wil voeren. Inzet capaciteit Een onderdeel van de afweging is de beschikbare capaciteit.

Het voeren van een grondexploitatie vraagt om een multidisciplinair projectteam en ook het actief faciliteren van een ruimtelijk initiatief vraagt om capaciteit. Is de gemeente bereid om capaciteit vrij te maken of kan zij extra capaciteit aantrekken? Keuze van de rol bij een passieve houding De gemeente kiest voor een faciliterende rol als het ruimtelijk initiatief wel wenselijk is, maar de noodzaak en de urgentie ontbreekt. De faciliterende rol beargumenteert de gemeente als het ruimtelijk initiatief binnen het beleid past of iets toevoegt aan de ambitie. Met de initiatiefnemer zijn goede afspraken te maken over de kwalitatieve kaders die aan de ontwikkeling worden gesteld en het kostenverhaal. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om het ruimtelijk initiatief op te pakken binnen de kaders en afspraken. Als de initiatiefnemer niet voldoet aan de kaders of zich niet aan het

afgesproken tijdspad houdt dan stopt de medewerking van de gemeente. De gemeente werkt niet aan een initiatief mee als deze in strijd is met het beleid of de ambities. Daarnaast werkt de gemeente ook niet (direct) mee als zij de kwalitatieve kaders of het kostenverhaal niet kunnen borgen met een anterieure overeenkomst of als het ruimtelijk initiatief niet economisch uitvoerbaar is zonder inzet van gemeentelijke middelen. Stap 3: Inzet van grondbeleidsinstrumenten Bij elke rol hoort een palet van instrumenten die de gemeente als hulpmiddel kan inzetten om haar doel te bereiken. Deze instrumenten zorgen ervoor dat de gemeente voorwaarden kan stellen en kan sturen bij een ruimtelijk initiatief. De inzet van deze instrumenten hangt af van de gekozen rol in het grondbeleid. Dit is de derde stap van de routekaart. Sturing: Wat mag op de grond? Voor al haar drie rollen in het grondbeleid heeft de gemeente de mogelijkheid om te sturen met publiekrechtelijke instrumenten. Sturing met publiekrechtelijke instrumenten geeft antwoord op de vraag ‘wat mag op de grond?’. De gemeente kan namelijk vanuit haar publiekrechtelijke rol sturen op de ruimtelijke ordening van grond. Deze sturing kan zij met verschillende instrumenten vormgeven. De belangrijkste hiervan is de sturing via planologische maatregelen.

De gemeente heeft de bevoegdheid om de functie van de grond toe te delen en vast te leggen. Dit kan o.a. met omgevingsplan en een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). De gemeente kan eisen stellen ten aanzien van de locatie en de woningbouwcategorieën in het omgevingsplan of BOPA. Daarnaast kan de gemeente met kostenverhaalsregels in een omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften bij BOPA het kostenverhaal publiekrechtelijk regelen. De gemeente is namelijk verplicht om de kosten die zij voor een aangewezen (bouw)activiteit maakt, te verhalen op de initiatiefnemer. In de praktijk van Schouwen-Duiveland worden kostenverhaalsregels en -voorschriften een uitzondering op de regel. De gemeente geeft de voorkeur aan een privaatrechtelijke overeenkomst, de anterieure overeenkomst, waarin het kostenverhaal en daarnaast de locatie-eisen en woningbouwcategorieën vastliggen. De gemeente gaat pas over tot het vaststellen van kostenverhaalsregels c.q. voorschriften als zij

met een grondeigenaar in een gebied geen anterieure overeenkomst kan sluiten en het ruimtelijk initiatief door de gemeente zeer gewenst is omdat het bijdraagt aan de verwezenlijking van haar ambitie. Dit doet zij alleen bij actief faciliterend grondbeleid en actief grondbeleid. Bij de rol van faciliterend grondbeleid is namelijk geen sprake van een ambitie die door de gemeente zeer gewenst is. Tot slot kan de gemeente in haar planologische besluit verwijzen naar beleidskaders die regels stellen ten aanzien van de mogelijkheden voor het gebruik van de grond. Een voorbeelden hiervan is de woonvisie. Toetsing: voldoet de omgevingsvergunningaanvraag aan de kaders? Naast een sturende rol heeft de gemeente ook een toetsende rol. De gemeente toetst bij de afhandeling van een omgevingsvergunning of de aanvraag voldoet aan de publiekrechtelijke kaders. Bij de rol van faciliterend grondbeleid vormen de planologische instrumenten voor de gemeente de voorwaarden en toetsingskaders waarbinnen zij haar medewerking verleent en daarmee indirect stuurt. Het instrument om aan het planologisch besluit sturing te geven en dus vast te leggen wat op de grond mag, is de anterieure overeenkomst. Deze overeenkomst is voor de drie rollen in het grondbeleid een belangrijk instrument.

Een aantal instrumenten die de gemeente kan inzetten is het voorbereidingsbesluit, intentieovereenkomst, anterieure overeenkomst, grond aankoop, voorkeursrecht, onteigening, en gronduitgifte. In de Nota Grondbeleid worden de diverse instrumenten verder beschreven.

uitvoering PARTICIPATIE De gebiedsvisie Zierikzee Noordwest geeft richting aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied. Uiteraard is het belangrijk dat we de omgeving bij de inhoud van de visie betrekken. Hebben we het goed gezien, kunnen we rekenen op draagvlak of zijn er aanvullende ideeën die de doelen en ambities van de visie verder kunnen versterken? Niet alleen de direct belagrhebbenden zoals bewoners en bedrijven binnen het plangebied, maar ook andere overheden en belangenverenigingen worden in het vervolgtraject gevraagd naar hun mening en constructieve inbreng. Daarbij heeft niet iedereen dezelfde invloed. In de afbeelding op de volgende pagina zijn voor de eerste stap in het proces, namelijk het komen tot de definitieve vaststelling van de gebiedsvisie, de ‘ringen van invloed’ ingevuld met de belangrijkste stakeholders. Ringen van invloed verwijzen naar een model dat stakeholders rondom een project of besluit indeelt op basis van hun mate van betrokkenheid en invloed. De ringen helpen bij het visueel organiseren van stakeholders, zodat duidelijk wordt wie welke belangen heeft. En hoe je deze personen of groepen het beste benadert. Na het vrijgeven van het eerste concept van deze gebiedsvisie voor participatie werken we dit verder uit in een participatieplan.

We lichten de rollen kort toe in een participatieproces: Beinvloeder Degenen die daadwerkelijk aan het werk gaan met het implementeren of uitvoeren van de visie vallen onder deze categorie. Ze hebben praktische kennis nodig over wat er moet gebeuren. Beslisser Deze rol heeft directe invloed op besluiten. Beslissers zijn vaak bestuurders die eindverantwoordelijk zijn voor de uitkomsten. Uitvoerder Toeleveranciers bieden de middelen, zoals materialen, software of expertise, die noodzakelijk zijn om een project te voltooien. Hun input is cruciaal in de planningsfase. Gebruiker Gebruikers ondervinden een direct effect van de inhoud en besluiten van de gebiedsvisie. Hun feedback is essentieel voor succesvolle implementatie.

In eerste instantie zal de participatie vooral gericht zijn op informeren. We gebruiken hiervoor de volgende middelen: -

Website of speciale projectpagina Informatieavond Inloopmiddag/avond Nieuwsbrief Individuele gesprekken

Voor de andere rollen van de diverse betrokkenen zijn de volgende middelen in beeld: Adviseren: Deelname klankbordgroep Co-creëren: Deelname Projectgroep Beslissen: Stuurgroep Raadsadvies

TOEKOMSTBEELD ZIERIKZEE NOORDWESTPOLDER (INDICATIEF)

Omdat morgen mooier mag

Juust(e) gegevens: Goessestraatweg 17a 4421 AD Kapelle info@juust.nl +31 (0)113 40 50 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14546288/1