2024.247 Bijlage 1 Evaluatierapport Lokale Inclusie Agenda 2024
Tekst van het document
Lokale Inclusie Agenda Schouwen- Duiveland Evaluatie Augustus 2024 Versie 190824
Samenstellers: Ruth de Bruin Nico Landsman Astrid Nieste
KvK 74398350
IBAN: NL36 TRIO 0379 7023 98
ZeelandBruist.nu
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
2
zeelandbruist.nu
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ....................................................................................................................... 3 1
SAMENVATTING ........................................................................................................... 5
2
LEESWIJZER ................................................................................................................... 9
3
INLEIDING ................................................................................................................... 10
3.1
Doel van deze evaluatie en relatie met LIA ........................................................................................... 10
3.2
Uitsluiting en meedoen ......................................................................................................................... 10
3.3
Grenzen aan inclusie .............................................................................................................................. 11
4
WERKWIJZE................................................................................................................. 13
5
THEORETISCHE TOETSINGSKADERS ............................................................................ 15
6
VIER STRATEGIEËN VOOR INCLUSIEBEVORDERING .................................................... 16
6.1
Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid ......................................................................................... 16
6.2
Bewustwording ...................................................................................................................................... 17
6.3
Inclusief beleid en inclusieve acties....................................................................................................... 17
6.4
Representatie ........................................................................................................................................ 18
7
BEVINDINGEN EN CONCLUSIES ORGANISATIES .......................................................... 19
7.1
Introductie werkwijze ............................................................................................................................ 19
7.2
Bevindingen per vraag ........................................................................................................................... 19
7.3
Conclusies Organisaties ......................................................................................................................... 22
8
BEVINDINGEN EN CONCLUSIES INWONERS ............................................................... 24
8.1
Introductie werkwijze ............................................................................................................................ 24
8.2
Bevindingen per vraag ........................................................................................................................... 24
8.3
Conclusies Inwoners .............................................................................................................................. 30
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
3
zeelandbruist.nu
9
AANBEVELINGEN ........................................................................................................ 33
9.1
Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid ......................................................................................... 33
9.2
Bewustwording ...................................................................................................................................... 35
9.3
Inclusief beleid en inclusieve acties....................................................................................................... 35
9.4
Representatie ........................................................................................................................................ 37
10
BRONNEN ................................................................................................................... 38
11
BIJLAGEN .................................................................................................................... 39 1. Werkwijze Evaluatie Lokale Inclusie Agenda 2. Verdieping theoretische bronnen 3. Organisaties verzamelde antwoorden 4. Inwoners verzamelde antwoorden
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
4
zeelandbruist.nu
1
Samenvatting
In dit evaluatierapport treft u bevindingen en aanbevelingen aan die inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties en gemeente helpen bij verbeteren van inclusie. De evaluatie heeft als centrale vraag ‘Kan iedereen echt meedoen op Schouwen-Duiveland?’ Het onderzoek is in opdracht van de gemeente uitgevoerd door ZeelandBruist, een onafhankelijke organisatie en maakt onderdeel uit van de Lokale Inclusie Agenda die in 2022 is vastgesteld. Het doel van de evaluatie is om ervaringen van inwoners en organisaties met betrekking tot inclusie op Schouwen-Duiveland op te halen en de rol van de gemeente daarbij te onderzoeken. Inclusie Inclusie betekent dat iedereen volwaardig kan participeren in de samenleving. Sociale uitsluiting gebeurt wanneer individuen niet voldoen aan collectieve normen. Vaak betreft dit minderheden zoals mensen met een handicap, andere seksuele oriëntatie, of culturele minderheden. Inclusie streeft ernaar grenzen te verruimen, hoewel niet iedereen aan alle activiteiten kan of wil deelnemen. De overheid heeft een grote, maar niet enige verantwoordelijkheid voor inclusie; alle inwoners en organisaties moeten actief bijdragen. Artikel 1 van de Grondwet, dat gelijkheid en non-discriminatie benadrukt, vormt een juridisch kader voor inclusiebeleid.
Werkwijze ZeelandBruist heeft middels interviews, enquêtes en bijeenkomsten informatie opgehaald bij inwoners, maatschappelijke organisaties, scholen, sportverenigingen, culturele instellingen, ondernemers en welzijnsorganisaties. De opgehaalde informatie is gedeeltelijk kwantitatief van aard; echter er kan geen representatief beeld gegeven worden omdat het aantal geïnterviewden daarvoor te laag is. De opgehaalde informatie is vooral kwalitatief van aard en dit was ook het uitgangspunt van de evaluatie zoals overeengekomen met de gemeente. Door gebruik te maken van bestaande theoretische kaders en afwegingsmodellen, zoals het diversiteitsvlechtwerk van Movisie, Positieve Gezondheid, Inclusieladders en Besluitvormingsculturen, is de stand van zaken rondom inclusie binnen de gemeente Schouwen-Duiveland vanuit meerdere perspectieven bekeken. Deze theoretische kaders vormen de basis van de vier strategieën die ZeelandBruist hanteert voor het ordenen en
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
5
zeelandbruist.nu
duiden van de opgehaalde bevindingen. De vier strategieën zijn: 1. Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid, 2. Bewustwording, 3. Inclusief beleid en inclusieve acties en 4. Representatie. Bevindingen, conclusies en aanbevelingen. De belangrijkste en breed gedeelde conclusie is dat de gemeente niet alléén verantwoordelijk is voor inclusie. Het is een samenspel tussen inwoners, ondernemers en organisaties, waarbinnen ieder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en moet nemen. De gemeente heeft echter wel een belangrijke taak als aanjager en kan het verschil maken door het goede voorbeeld te geven. In de matrix staan per strategie op hoofdlijnen de conclusies, aanbevelingen en wie aan zet zijn. Hiermee wordt bedoeld welke partijen met de aanbevelingen aan de slag kunnen gaan.
Categorie Inclusie en toegankelijkheid
Conclusies
Aanbevelingen
Hoewel veel voorzieningen toegankelijk zijn,
Verbeter fysieke toegankelijkheid, zoals buitenruimtes en
Gemeente.
ervaart ongeveer de helft van de ondervraagden uitsluiting.
vervoerssystemen.
(Horeca)ondernemers.
Verbeter financiële toegankelijkheid.
Vervoersbedrijven.
Belangrijke zorgpunten zijn fysieke en sociale toegankelijkheid, informatievoorziening en een gebrek aan bewustzijn over bestaande
Aan zet
Belangenorganisaties.
Stimuleer burgerinitiatieven en onderhoud nauwe contacten met minderheidsgroepen.
voorzieningen. Bewustwording
Er is een breed gedeeld standpunt over inclusie, maar veel mensen weten niet wat ze moeten doen bij uitsluiting. Er is behoefte aan meer informatie en training.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
Gebruik Artikel 1 van de Grondwet om inclusie te bevorderen. Organiseer educatie, voorlichting en positieve interacties om gemeenschapszin te versterken.
6
Gemeente. Onderwijsinstellingen. Vrijwilligers-, welzijnsen maatschappelijke organisaties.
zeelandbruist.nu
Inclusief beleid en inclusieve actie
Gemeenschapszin en betrokkenheid moeten worden versterkt.
Communiceer duidelijk over inclusieve activiteiten en voorzieningen.
De helft van de respondenten vindt dat de gemeente meer kan doen om inclusie te bevorderen.
Definieer en verduidelijk inclusiebeleid.
Er is een wens dat de gemeente actiever betrokken is, ervaringsdeskundigen betrekt bij beleid en meer burgerparticipatie toepast.
Representatie
Ondersteun inclusieve initiatieven. Train gemeentepersoneel en vrijwilligers op het gebied van inclusie. Neem als buurt initiatieven, bijvoorbeeld voor vervoer. Betrek mensen met specifieke kenmerken en
inclusiviteit, met bereidheid om er meer over te leren.
ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming.
maar er is behoefte aan meer bewustwording van hun rol. Er is een wens voor
Inwoners.
Zorg voor regie en samenwerking met andere organisaties.
Er is een latent bewustzijn van
Vrijwilligersorganisaties worden gewaardeerd,
Gemeente.
Zorg dat zij medeverantwoordelijkheid dragen bij inclusieve
Gemeente. Sportclubs. Vrijwilligersorganisaties. Maatschappelijke- en welzijnsorganisaties.
acties. Gebruik het digitale participatieplatform om inwoners en organisaties actief te betrekken.
meer betrokkenheid van minderheden en ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming.
Tot slot De Lokale Inclusie Agenda is een instrument om inclusie actueel en levend te houden. De bestaande initiatieven en voornemens van de LIA blijven belangrijke aandachtspunten voor toekomstige inspanningen. De agenda biedt structuur en
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
7
zeelandbruist.nu
handvatten voor zowel gemeente, inwoners, organisaties als ondernemers om zich actief in te zetten op eigen en interne reflectie en op het doorvoeren van verbeteringen die inclusiebevorderend zijn.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
8
zeelandbruist.nu
2
Leeswijzer
In de Inleiding (Hoofdstuk 3) worden het doel van deze evaluatie en het verband met de Lokale Inclusie Agenda (2022) toegelicht. Belangrijke begrippen (inclusie, uitsluiting en meedoen) worden omschreven. De grenzen van inclusie worden aangeduid. Hoofdstuk 4 belicht de werkwijze van informatievergaring voor deze evaluatie. Hoofdstuk 5 heet Theoretische toetsingskaders. Het geeft inzicht in wat onderzoek en wetenschap zeggen over inclusie. Hoofdstuk 6 behandelt vier strategieën die voortkomen uit de theoretische toetsingskaders. De strategieën hebben alle als doel het verbeteren van de inclusieve samenleving. Deze worden gebruikt om de bevindingen te ordenen en analyseren. Dan komen de resultaten aan bod. Eerst bezien vanuit het perspectief van de organisaties (Hoofdstuk 7), vervolgens vanuit het perspectief van de inwoners (Hoofdstuk 8). Tot slot volgen de Aanbevelingen (Hoofdstuk 9). Hoofdstuk 10 geeft een opsomming van de geraadpleegde bronnen en de bijlagen geven verdieping van de theoretische toetsingskaders, van de gehanteerde werkwijze en alle opbrengsten van de voor deze evaluatie bevraagde organisaties en inwoners.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
9
zeelandbruist.nu
3
Inleiding
3.1
Doel van deze evaluatie en relatie met LIA
In 2022 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland de Lokale Inclusie Agenda (LIA) vastgesteld. Deze uitvoeringsagenda bestaat uit maatregelen en acties die geformuleerd zijn aan de hand van suggesties van inwoners, organisaties en bedrijven om op Schouwen-Duiveland bij te dragen aan: •
Inclusief onderwijs: leren en ontwikkelen
• • • •
Inclusieve arbeidsmarkt: werk en inkomen Wonen in een inclusieve buurt: bouwen, wonen en buitenruimte Inclusieve cultuur, vrije tijd en sport Inclusieve ondersteuning, zorg en welzijn.
Met dit rapport evalueert ZeelandBruist als onafhankelijke organisatie de LIA. Hoe ervaren inwoners en organisaties (waaronder ook bedrijven) de ‘staat van inclusie’ op het eiland? En wat is de rol van de gemeente daarin? Voor een goed begrip van de term en het concept ‘inclusie’ volgt eerst uitleg over de definitie en een afbakening. 3.2
Uitsluiting en meedoen
Sociale uitsluiting (exclusie) en meedoen (inclusie) zijn complexe begrippen die veel groepen en individuen aangaan. Uitsluiting vindt vaak plaats op het moment dat iemand niet voldoet aan een (ongeschreven) collectieve norm. Het is vooral relevant voor mensen met een mentale beperking, lichamelijke handicap, niet heterosexueel of ander gender dan man/vrouw, culturele minderheden, mensen met een laag inkomen, mensen met problematische schulden en mensen met minder digitale vaardigheden. In het vervolg duiden wij deze kortweg aan als ‘minderheden’. Zij ontmoeten grenzen en drempels bij het meedoen, omdat de maatschappij zich in veel gevallen niet aan hen en hun noden aanpast. Deze inwoners en de mensen in hun nabijheid staan voor uitdagingen bij het vinden van effectieve manieren om zoveel mogelijk mee te kunnen doen. In een inclusieve samenleving kunnen mensen volwaardig participeren. Participatie kan worden onderverdeeld in arbeidsparticipatie, maatschappelijke participatie en sociale participatie. De term ‘minderheden’ kan als discriminerend worden ervaren; in de taal is geen woord of begrip met een positieve lading voor het laten meedoen van iedereen. Het bevorderen van inclusie sluit aan op Artikel 1 van de Grondwet:
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
10
zeelandbruist.nu
“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke andere grond dan ook, is niet toegestaan.”
De Lokale Inclusie Agenda van de gemeente Schouwen-Duiveland, onderwerp van evaluatie in dit rapport, hanteert deze definitie van inclusie1:
3.3
Grenzen aan inclusie
Het is niet realistisch dat iedereen aan alle activiteiten kan of wil meedoen. Inclusie heeft als doel om de grenzen te verruimen. Inclusief beleid maken houdt in dat een organisatie expliciet maakt welke grenzen zullen worden verruimd en welke grenzen met een verantwoorde onderbouwing gehandhaafd blijven.
1
Lokale Inclusie Agenda, Gemeente Schouwen-Duiveland, 2022, pagina 5
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
11
zeelandbruist.nu
De overheid is niet als enige verantwoordelijk voor inclusie in de samenleving. Alle inwoners hebben een eigen verantwoordelijkheid om zich in te spannen ‘naar vermogen’ mee te doen. Bij organisaties (waaronder bedrijven) geldt dit naar de eigen bestuurders, vrijwilligers en medewerkers toe en naar klanten, deelnemers en bezoekers. In een inclusieve samenleving hebben zowel inwoners als organisaties een verantwoordelijkheid om zich in te spannen om anderen te kunnen laten meedoen.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
12
zeelandbruist.nu
4
Werkwijze
Hieronder treft u de globale opzet van het onderzoek aan. Hoe is de informatie opgehaald over de ‘staat van inclusie’ op Schouwen-Duiveland en wat is er met die informatie gedaan? Gedetailleerde informatie daarover staat in bijlage 1. Eerst aandacht voor een aantal gemaakte keuzes. Deze evaluatie kijkt niet punt voor punt of de acties uit de Lokale Inclusie Agenda wel of niet zijn uitgevoerd. Dit zegt namelijk niets over het wel of niet voortschrijden van een (hopelijk) steeds inclusievere samenleving. Verder gebruikt de LIA een ordening met maatregelen voor de volgende thema’s: inclusief onderwijs, inclusieve arbeidsmarkt, wonen in een inclusieve buurt, inclusieve cultuur, vrije tijd en sport en tenslotte inclusieve ondersteuning, zorg en welzijn. Door de beperkte grootte van de steekproef en de nadruk op kwalitatieve gegevens is per thema te weinig informatie beschikbaar om deze per thema afzonderlijk betekenisvol te kunnen analyseren. Deze indeling wordt in de evaluatie dus niet gebruikt. De evaluatie beoogt niet alleen te meten. De werkwijze van ZeelandBruist is om met de evaluatie tegelijkertijd ook een interventie in te zetten.
Met andere woorden, behalve de meting hoe de inwoners inclusie op Schouwen-Duiveland ervaren ook het gesprek daarover (met elkaar) aan te gaan, informatie onderling uit te wisselen en aan te zetten tot nadenken over hoe iemand zelf met inclusie omgaat. Centrale vraag “We zijn benieuwd naar uw ervaring: kan iedereen op Schouwen-Duiveland écht meedoen? Bijvoorbeeld sporten bij een club, betaald werken, vrijwilligerswerk doen, naar school gaan, winkelen. Of vakantie vieren, uitgaan of een theater, museum of restaurant bezoeken. Kan dat voor jong en oud en zonder te letten op culturele achtergronden, seksuele voorkeuren, inkomens, talenten of beperkingen?” Dit is de centrale vraag die ZeelandBruist heeft gesteld aan inwoners en organisaties. Aangevuld met verdiepende vragen om zicht te krijgen op hoe inclusief de samenleving op Schouwen-Duiveland is. In overleg met de gemeente heeft ZeelandBruist daarvoor onderstaande acties uitgevoerd: 1. Bijeenkomsten met organisaties 276 organisaties zijn uitgenodigd, 21 organisaties zijn bij één van drie interactieve bijeenkomsten geweest, met twee organisaties die verhinderd waren is een telefonisch interview gehouden. Functies en werkgebieden van de aanwezigen zijn: welzijn, dorps-
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
13
zeelandbruist.nu
en wijkraden, belangenbehartiger/clientorganisatie, zorg, onderwijs, sport, cultuur, bedrijfsleven. 2. Interviews met inwoners ZeelandBruist heeft 35 inwoners gesproken over inclusie: bij de Ruilwinkel, de weekmarkt in Zierikzee, een supermarkt in Burgh-Haamstede, bij iemand thuis en in het openbaar vervoer tussen Goes en Zierikzee. 3. Enquête op het online participatieplatform 37 inwoners hebben de enquête ingevuld.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
14
zeelandbruist.nu
Theoretische toetsingskaders
5
De gemeente Schouwen-Duiveland hanteert in de Lokale Inclusie Agenda (LIA, 2022) een brede omschrijving van de inclusieve samenleving (zie paragraaf 3.2). Inclusie is een breed begrip en dat maakt het ook complex. ZeelandBruist heeft gezocht naar een zinvolle manier om de opbrengsten van de evaluatie te duiden. Daarvoor zijn naast de gemeentelijke definitie en de vertrekpunten uit de LIA aanvullende theoretische grondslagen onderzocht, namelijk: • • • •
Diversiteitsvlechtwerk Positieve Gezondheid Inclusieladders Besluitvormingsculturen
Kijk voor uitleg van bovenstaande theoretische bronnen in bijlage 2. Vooral het doornemen van de bij inclusie behorende factoren, die Movisie in het diversiteitsvlechtwerk toelicht, werkt verhelderend. Bovenstaande geraadpleegde theoretische toetsingskaders zijn door ZeelandBruist gebruikt bij het definiëren en in context plaatsen van inclusie. Hiervan heeft ZeelandBruist vier strategieën afgeleid, die bijdragen aan inclusiebevordering en die een kapstok vormen voor het ordenen van de conclusies en aanbevelingen van deze evaluatie.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
15
zeelandbruist.nu
Vier strategieën voor inclusiebevordering
6
Uit bovenstaande verkenningen heeft ZeelandBruist een aantal strategieën afgeleid, die bijdragen aan inclusie. We noemen dit strategieën en niet categorieën, rubrieken of aspecten, omdat we de aandacht willen richten op de werking ervan in de praktijk, de actiegerichtheid van de strategieën. Als ze op de beoogde manier worden begrepen, ingevuld en toegepast, vergroten ze de effecten van het werken aan een inclusieve samenleving. Het maken van plannen is belangrijk, zeker als ze tezamen met minderheden worden ontwikkeld; de nadruk moet echter liggen op het daadwerkelijk inclusiever bezig zijn. Het maken van plannen (beleid) en de effecten in de praktijk (meedoen en toegankelijkheid) krijgen vaak wel voldoende aandacht. Wat wij hieraan toevoegen zijn de strategieën ‘bewustwording’ en ‘representatie’, omdat deze de neiging hebben om impliciet te blijven. Vooral van het meenemen van minderheden in ontwikkeling en besluitvorming van acties (representatie) wordt effect verwacht. 1. 2.
Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid Bewustwording
3. 4.
Inclusief beleid en inclusieve acties Representatie
Hieronder lichten we elke strategie verder toe. 6.1
Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid
‘Meedoen in de praktijk’ en ‘toegankelijkheid’ vormen het resultaat van inclusieve acties in de samenleving. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met de voorwaarden voor het vergroten van de inclusiviteit van de samenleving. Centraal staat het individu dat ofwel meedoet, ofwel buitengesloten wordt, ofwel zich buitengesloten voelt. Het doel van de maatregelen is dat iedereen zoveel mogelijk en naar vermogen meedoet. Waarbij elk individu tevreden is over de mate waarin die mee kan doen. Toegankelijkheid bevorderen omvat fysieke maatregelen, digitale maatregelen en maatregelen gericht op de toegankelijkheid voor mensen met minder voorkomende combinaties van diversiteitskenmerken. Verdieping: Toegankelijkheid bevorderen is een strategie die nadruk heeft gekregen door de ondertekening van VN-verdrag Handicap (2016). In de preambule is dit als volgt verwoord:
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
16
zeelandbruist.nu
‘De noodzaak erkennend van een toegankelijke fysieke, sociale, economische en culturele omgeving, de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en tot informatie en communicatie, teneinde personen met een handicap in staat te stellen alle mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle te genieten.’ 2 De gedachten gaan in eerste instantie wellicht uit naar de fysieke toegankelijkheid van gebouwen, maar in een inclusieve samenleving is de werking breder. •
•
•
6.2
Fysieke maatregelen kunnen meer locaties toegankelijk maken, bijvoorbeeld door het letterlijk weghalen van drempels en alternatieven aan te brengen voor trappen. Ook de toepassing van domotica en andere technische innovaties zijn hierbij helpend. Digitale maatregelen zoals online informatie, vertaalopties, toegankelijkheid van websites voor slechtzienden en slimme apps/tools kunnen enorm helpen bij toegankelijkheid. Eenvoudig taalgebruik bereikt meer mensen. Essentiële informatie voor mensen die digitaal niet vaardig zijn moet beschikbaar blijven. Bij brede inclusiviteit valt onder het bevorderen van toegankelijkheid dus ook de toegang tot voorzieningen (activiteiten) voor mensen met diversiteitskenmerken, die je geen handicap kunt noemen, zoals een laag inkomen of een andere taal.
Bewustwording
Voordat een gedragsverandering plaats kan vinden moet er bewustwording zijn. Deze bewustwording kan plaatsvinden op het niveau van een individu, organisatie, specifieke groepen in de samenleving of de samenleving als geheel. Bewustwording op al deze niveaus kan ingezet worden als strategie voor meer inclusiviteit. Daarmee komt de gewenste gedragsverandering binnen bereik. Eerdergenoemde instrumenten, zoals het spinnenweb en de inclusiviteitsladder kunnen worden aangegrepen voor de bewustwording. 6.3
Inclusief beleid en inclusieve acties
In beleidsvorming kunnen instrumenten worden gekozen, die helpen om inclusiever te denken en te handelen en om prioriteiten te stellen. Soms is er verandering van beleid nodig om te bepalen welke nieuwe afspraken nodig zijn. Gemeentelijk beleid stuurt op de visie van Schouwen-Duiveland als inclusieve samenleving. Hiervoor kunnen ingezet worden: tools, budget, acties, afwegingskaders, wet- en regelgeving, verantwoording, handhaving en bevorderen van een continu proces om de nagestreefde visie te realiseren. Door de hiervoor genoemde aandacht voor ‘meedoen in de praktijk’, ‘toegankelijkheid’ en ‘bewustwording’ ontstaat een analyse van kwetsbaarheden in de eigen organisatie of
2
https://wetten.overheid.nl/BWBV0004045/2016-07-14
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
17
zeelandbruist.nu
samenleving. Uit analyses komt naar voren welke kenmerken van mensen, bewust of onbewust, aanleiding vormen om hen buiten te sluiten. Soms is er verandering van beleid nodig om te bepalen welke nieuwe afspraken nodig zijn. In beleidsvorming kunnen instrumenten worden gekozen, die helpen om inclusiever te denken en te handelen en om prioriteiten te stellen. Verandering vindt echter vooral plaats in het dagelijks handelen van mensen. Daar worden de inclusieve acties uitgevoerd die laten zien in welke richting de organisatie zich ontwikkelt. Mensen hebben ruimte en bevoegdheden nodig om hierin voortduren bij te stellen als de ervaring laat zien dat dat nodig is. Stap voor stap wordt de organisatie dan meer inclusief. Scholing en training zijn onderdeel van de inclusieve acties die organisaties ondernemen, evenals het inschakelen van expertise van andere organisaties. 6.4
Representatie
De inclusieve samenleving gaat niet alleen over meedoen maar ook over meebeslissen. In deze strategie valt ook toetsing of personen die representatief zijn voor (minderheids)groepen vertegenwoordigd zijn op sleutelposities. Op verschillende niveaus worden in organisaties beslissingen genomen. Hiervoor is al aangeduid dan mensen op elk niveau eigen speelruimte nodig hebben. Op hogere niveaus is de vertegenwoordiging of representatie vaak nog niet inclusief met betrekking tot alle mensen die door de activiteiten van de organisatie worden geraakt (of worden buitengesloten). Door een krachtenveld- of stakeholderanalyse kunnen alle groepen in beeld worden gebracht. In een inclusieve organisatie wordt gestreefd naar representatie van alle groepen in de besluitvorming. Welke mensen beslissen mee over het beleid? Hoe verbreed je dat? Welke mensen gedragen zich sturend bij de uitvoering van activiteiten? Hoe worden mensen met diversiteitskenmerken en ervaringsdeskundigen betrokken? Is het minderheidsstandpunt meegenomen?
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
18
zeelandbruist.nu
7
Bevindingen en conclusies Organisaties
7.1
Introductie werkwijze
Deelnemers aan de drie bijeenkomsten met organisaties zijn bekend met het thema inclusie omdat ze vrijwillig of professioneel werkzaam zijn in onder meer welzijn, dorpsraden, belangenbehartigers van inwoners en (HRM afdelingen van) bedrijven3. Deelnemers noteerden scores en antwoorden op ‘onderleggers’ (zie afbeelding en bijlage 3). Uit de opgehaalde informatie is per vraag de grote lijn met geanalyseerde bevindingen gehaald. In de conclusies zijn de belangrijkste bevindingen geordend aan de hand van de vier hiervoor benoemde strategieën. Zie bijlage 3 voor een grotere afbeelding van de onderlegger
Vraag :
Ja
Nee
1a Eigen ervaring met uitsluiting
11
10
1b Inclusie-actie meegemaakt
16
3
2a Leeft thema inclusie?
18
3
2b Uitsluitingsgedrag?
7
13
2c Cijfer organisatie
118,5 : 16
5x geen cijfer
7,4
2d Cijfer andere organisaties
38 : 6
15x geen cijfer
6,3
3c Cijfer gemeente
115 : 17
4x geen cijfer
6,8
7.2
Cijfer
Bevindingen per vraag
In deze paragraaf is de rode draad te lezen van de analyse van de opbrengsten per vraag. Ook worden enkele observaties weergegeven. Een volledig beeld met alle
3
Meer informatie: zie hoofdstuk 4 en bijlage 1.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
19
zeelandbruist.nu
suggesties en reacties van de bevraagde organisaties staat in bijlage 3 ‘Organisaties verzamelde antwoorden’. 1a Heb je zelf ooit te maken gehad met uitsluiting; of ken je een ervaring in je directe omgeving? Vertel ook je naam, organisatie en thema. De helft van de deelnemers heeft zelf een ervaring met uitsluiting of met uitsluiting van anderen. Deelnemers noemen voorbeelden die gaan over uitsluiting door ontoegankelijke gebouwen, ontbreken van openbaar vervoer, afstand tot de arbeidsmarkt (economische achterstanden), taalproblemen, ontbreken van empathie en afkomst. Tijdens de bijeenkomsten wordt er genuanceerd over gesproken. Mensen kunnen zich uitgesloten voelen, terwijl ze niet bewust door anderen worden uitgesloten. De ervaring van de deelnemers is dat inclusie of meedoen tweerichtingsverkeer is. Alle deelnemers zijn zich ervan bewust dat uitsluiting en/of je uitgesloten voelen voorkomt en dat verandering iets vraagt van beide kanten. 1b Heb je zelf ooit bewuste acties voor inclusie meegemaakt? Door een persoon of organisatie in je omgeving? Bijna alle deelnemers organiseren of nemen deel aan inclusie-bevorderde activiteiten. De deelnemers van de bijeenkomsten geven aan dat het vooral gaat om bewustzijn dat inclusie aandacht nodig heeft. Openstaan voor anderen, met elkaar in gesprek gaan en ingesleten gewoontes doorbreken.
De aanwezige ondernemers halen geld op voor goede doelen en bieden waar mogelijk maatwerk om uitsluiting te voorkomen. Sportorganisaties passen maatwerk toe voor leden met beperkingen waardoor het mogelijk wordt om mee te sporten. De deelnemers zijn op een enkeling na betrokken bij of actief met het organiseren van inclusie-bevorderende activiteiten. 2a Hoe leeft inclusie in jullie organisatie? Wat hebben jullie als organisatie gedaan om inclusie te bevorderen? Welke goede voorbeelden, successen waren er? Het merendeel van de deelnemers geeft aan dat ze alert zijn op het betrekken van minderheidsgroepen. En zich ervan bewust zijn dat maatwerk nodig is om mensen mee te laten doen. Met name voor mensen die eenzaam of zorgmijdend zijn en/of leven in armoede is speciale aandacht nodig. Inclusief werken vraagt blijvend aandacht. Weten wat er leeft in het dorp helpt bij het samen doen. Samen is het makkelijker om acties te ondernemen. Zorgen worden er ook genoemd over het (on)bewust uitsluiten van nieuwkomers in een dorp, negatief taalgebruik en hokjesdenken. Enkele deelnemers geven aan dat dit soort bijeenkomsten helpt om het gesprek over inclusie met elkaar en intern te voeren.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
20
zeelandbruist.nu
Inclusie is een belangrijk thema bij de organisaties. De succesvolle activiteiten die genoemd worden komen voort uit eigen initiatieven en vanuit het welzijnsbeleid (sociaal domein) van de gemeente. 2b Heeft jouw organisatie te maken gehad met uitsluitingsgedrag naar deelnemers/ klanten/ eigen medewerkers? Hoe zijn jullie daarmee omgegaan? Ongeveer een derde van de deelnemers kan een voorbeeld van uitsluitingsgedrag noemen binnen hun organisatie. Uitsluiting kan plaatsvinden door regels (bijvoorbeeld ‘alleen voor leden’) en door (eigen) gedrag van mensen. Genoemd wordt dat het soms is ingegeven door mensbeelden. Een uitgangspunt dat men zou willen hanteren is ‘behandel de ander zoals je zelf behandeld wil worden’. Uitsluiting vindt volgens de deelnemers ook plaats door mobiliteitsproblemen, door fysieke ontoegankelijkheid, ontbreken van omgangskennis en door gedrag van mensen onderling. 2c Welk cijfer geef jij jouw organisatie voor inclusie? 2d Welk cijfer geef je het geheel aan organisaties in jouw thema? Van de 21 deelnemers geven 16 personen een cijfer aan hun organisatie en de gemiddelde score is een voldoende namelijk een 7,4. Zes personen geven een score aan andere organisaties, namelijk een 6,3. De gemeente scoort hoger, namelijk een 6,8.
2e Wat zou jouw organisatie moeten doen om een hoger cijfer te krijgen? Deelnemers noemen: contact, elkaar zien en in gesprek gaan met mensen. Verruiming van doelgroepen. Organisaties kunnen extern verbinding zoeken (minder intern gericht). Trainingen volgen. En het goede voorbeeld geven door diversiteit in het personeelsbestand (of in het team). 3a Wat en/of wie heb je nodig om inclusie in of door jouw organisatie te bevorderen? Er worden tijdens de bijeenkomsten diverse activiteiten genoemd die organisaties en de gemeente zouden kunnen oppakken. • •
Participatief werken en het maken van een breed gedragen visie op inclusie. Inclusie-ambassadeurs.
• •
Samenwerking tussen organisaties en inwoners. Informele ontmoetingen.
• •
Actief contact leggen met mensen met achterstandskenmerken. Meer scholing en handvatten.
Er zijn ook zorgen: •
Over het ontbreken van passend vervoer voor ouderen en jongeren.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
21
zeelandbruist.nu
• •
Soms wil iemand niet aansluiten. Er zijn te hoge verwachtingen van de zorg (wachtlijsten).
Handvatten en scholing voor het bevorderen van inclusie worden gevraagd. Daarnaast heeft iedere organisatie iets anders nodig om inclusie te bevorderen. De gemeente is een onmisbare partner. 3b Wat heb je ervaren van de gemeente? (Denk aan hulp of belemmering, maar vraag naar specificatie). De Lokale Inclusie Agenda (LIA) is niet bij iedereen bekend: een enkeling heeft bijgedragen aan het tot stand brengen van de LIA. De deelnemers geven voorbeelden van inclusie bevorderende activiteiten die de gemeente organiseert. De gemeente wordt als meewerkend ervaren. Deelnemers noemen ook kritische verbeterpunten. Zoals meer integraal werken, het ontschotten van budgetten, het vereenvoudigen van het aanvragen van activiteitensubsidies en verwachtingen managen tijdens participatieve trajecten. Over het algemeen wordt de gemeente ervaren als bevorderend voor inclusie; er worden wel verbeterpunten aangedragen. 3c Welk cijfer geef je de gemeente voor de hulp die zij heeft gegeven bij inclusie? 3d Wat zou de gemeente moeten doen om een hoger cijfer te krijgen? De deelnemers waarderen de gemeente met een 6,8 en geven de volgende suggesties om de score te verbeteren. •
Een loket organiseren als aanspreekpunt,
• • •
Integraler en participatiever werken. Meer aansluiten op wensen van inwoners, wijk- en dorpsraden Bieden van ondersteuning bij het realiseren van initiatieven
Als oplossing om inclusie te bevorderen worden ook inclusie ambassadeurs en bedrijvencontactfunctionarissen genoemd. 7.3
Conclusies Organisaties
De conclusies van de analyse van de antwoorden van de organisaties worden weergegeven, geordend naar de vier strategieën. Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid Uitsluiting vindt plaats doordat gebouwen, horeca en vervoer onvoldoende toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. Sociale uitsluiting vindt plaats bij kwetsbare kinderen, jongeren, ouderen en mensen met specifieke minderheidskenmerken.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
22
zeelandbruist.nu
Bewustwording Een inclusieve samenleving vraagt van iedereen een bepaalde mate van bewustzijn over mensbeelden en alertheid als er uitsluiting plaatsvindt. Wil men een inclusievere samenleving nastreven dan raakt dit niet alleen de maatschappelijke organisaties maar ook vraagt het een gedragsverandering van ons allemaal. Het is een continu proces om open te staan en te blijven staan voor minderheidsgroepen. Het vraagt om een bepaalde mate van kennis en vaardigheden om elkaar aan te spreken als er sprake is van uitsluiting. Helpend hierbij is participatief werken; betrek de mensen die de impact van een bepaalde keuze of beslissing zullen ervaren in het vormgeven ervan. Inclusief beleid en inclusieve acties Sommige organisaties en de gemeente hebben inclusiebeleid. Dit beleid lijkt nog beperkt tot het sociaal domein en de fysieke toegankelijkheid van gebouwen en wegen. Inclusiebeleid raakt ook andere domeinen zoals het economische domein. Voor meer succesvolle acties ontbreken soms de kennis en de middelen. Knelpunten worden ervaren bij de toegankelijkheid van horecagelegenheden, het krijgen van een geschikte woning, passend vervoer en achterstand tot de arbeidsmarkt. Het uitdragen van de inclusieagenda kan worden verbeterd. Gereedschapskisten met methodes, afwegingkaders en evaluatietechnieken kunnen helpen bij het concreet vertalen van het beleid in de praktijk.
De gemeente kan een aanjagersrol op zich nemen door het organiseren van themabijeenkomsten en het introduceren van inclusie ambassadeurs. Representatie De inclusieve samenleving gaat niet alleen over meedoen maar ook over meebeslissen. Het is niet bekend in hoeverre er (minderheids)groepen vertegenwoordigd zijn op sleutelposities bij de organisaties. Er zijn ervaringsdeskundigen die geraadpleegd kunnen worden en die kunnen worden uitgenodigd om mee te besturen. De gemeente hanteert de wettelijke vereisten voor inspraak en burgerparticipatie en zet hiervoor onder andere een digitaal participatieplatform in.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
23
zeelandbruist.nu
8
Bevindingen en conclusies Inwoners
8.1
Introductie werkwijze
De opbrengsten van inwoners bestaan uit antwoorden van 72 personen. 37 inwoners zijn actief naar het digitale participatieplatform denkmee.schouwen-duiveland.nl van de gemeente gegaan om daar een enquête in te vullen; het onderwerp ‘meedoen’ leeft bij hen. Niet onderzocht is of dit komt doordat deze mensen zelf minderheidskenmerken hebben, of personen in hun directe omgeving hebben die met uitsluiting te maken krijgen. Het zou kunnen verklaren waarom deze groep over het algemeen kritischer naar de gemeente is en over de staat van de inclusiviteit op Schouwen-Duivenland. De andere reacties komen van 35 inwoners die door straatinterviews benaderd zijn, onder andere in buslijn 132 van Goes naar Zierikzee (zie paragraaf 3.4 en bijlage 1). Het aantal verkregen antwoorden fluctueert wel eens, dat ligt aan uitstappende buspassagiers waar de vragenlijst niet helemaal mee is afgerond. Deze paragraaf volgt de rode draad van de bevindingen per gestelde vraag. Daarna worden de conclusies geordend in de vier strategieën. Een volledig beeld met alle suggesties en reacties van inwoners staat in bijlage 4 ‘Inwoners verzamelde antwoorden’. 8.2
Bevindingen per vraag
1. Ik vind dat iedereen op Schouwen-Duiveland moet kunnen meedoen in onze samenleving. Ongeacht culturele achtergronden, seksuele voorkeuren, inkomens, talenten of beperkingen.
Helemaal mee eens
Denkmee
Straat
N=37
N=35
30
32
Bijna iedereen van 72 geïnterviewden is het helemaal eens met de stelling dat iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Drie mensen vinden dat er uitzonderingen zijn en één persoon vindt dat je je moet neerleggen bij het feit dat je minder mee kan doen aan de samenleving als je (bijvoorbeeld) over een klein budget beschikt. 2. Ik vind dat iedereen écht kan meedoen aan de samenleving op Schouwen-Duiveland? Ik geef het cijfer:
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
24
zeelandbruist.nu
Cijfer voor inclusie
Denkmee N=37
Straat N=35
5,7
6,7
3. Om het cijfer één of meer punten hoger uit te laten vallen, mag van mij het volgende gebeuren: Op deze vraag komen 83 suggesties van respondenten binnen. Een vergelijkbare vraag (vraag 10) luidt: Wat zou de gemeente nog meer moeten doen om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen? Hierop komen nog eens 73 antwoorden binnen (totaal aantal antwoorden op beide vragen is 156). Deze respons is samen geanalyseerd. Het vaakst genoemd worden zaken die te maken hebben met: •
•
•
Fysieke toegankelijkheid verbeteren Dit omvat suggesties voor betere bestrating, meer openbare toiletten, hellingbanen. Ook hoort hierbij de toegankelijkheid van openbare ruimtes en gebouwen voor mindervaliden. Bewustwording, informatievoorziening en communicatie Dit gaat over het verbeteren van informatievoorziening over inclusie en beschikbare activiteiten, digitale toegankelijkheid, duidelijk communiceren over mogelijkheden om mee te doen, vergroten van acceptatie en begrip, educatie en voorlichting. Sociale toegankelijkheid, ondersteuning en maatwerk Dit omvat suggesties voor het faciliteren van aantrekkelijke activiteiten en het organiseren van ontmoetingsplekken, bieden van ondersteuning aan initiatieven en daarnaast opmerkingen over actief hulp bieden, vervoersoplossingen, maatwerkoplossingen om mee te kunnen doen.
Ter illustratie een aantal citaten. “We moeten de buurt veel bewuster met elkaar verbinden en mensen actiever uitnodigen. Een buurt met burenhulp en ‘nabuurschap’.”
“Voor meer begrip hebben we voorlichting en educatie over inclusie nodig. In het onderwijs, maar ook bij inwoners en bij de gemeente. We moeten het gesprek met elkaar voeren.”
“De grenzen van inclusie definiëren. Tot welke inspanning en tegen welke kosten vinden we dat inclusie reikt?”
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
25
zeelandbruist.nu
“Gemeenschapszin bevorderen in dorpen. Oranjevereniging en dorpsraden aandacht geven.”
“Meedoen, maar waaraan? Zierikzee is supersaai.”
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
26
zeelandbruist.nu
4. Ik heb zelf meegemaakt dat ik niet kon/kan meedoen vanwege mijn culturele achtergrond, seksuele voorkeur, talent, inkomen of door een beperking.
Ja, regelmatig
Denkmee N=37 7
Straat N=32 3
Ja, af en toe
9
6
Zelf nooit gehad, maar wel gezien in mijn
10
4
Ja, maar dat was vroeger en nu niet meer
3
2
Nee, nooit gehad
8
17
directe omgeving
36% van de ondervraagden geeft aan zelf regelmatig of af-en-toe een vorm van uitsluiting mee te hebben gemaakt en 20% heeft dit in de directe omgeving gezien. Bij de organisaties (21 personen) is aan de vertegenwoordigers ook gevraagd naar persoonlijke ervaringen met uitsluiting. Ongeveer de helft van hen geeft aan zelf te maken hebben (gehad) met uitsluiting. 5. Wie is/zijn verantwoordelijk voor inclusie (dat iedereen dus mee kan doen)? Meerdere opties aankruisen mogelijk. Denkmee N=37
Straat N=32
Totaal N=69
Alle opties
15
3
18
Gemeente/overheden
11
9
20
Organisaties uit wonen, zorg en welzijn
11
2
13
Inwoners zijn zelf/elke persoon zelf is
10
11
21
8
6
14
*
22
22
Scholen
5
1
6
Bedrijven
2
1
3
verantwoordelijk om zo goed mogelijk mee te kunnen doen (Besturen van) vrijwilligersorganisaties zoals dorpsraden, wijkraden, ouderenbond, sportclubs, filmhuizen, culturele instellingen, winkels Iedereen is verantwoordelijk om anderen zo goed mogelijk mee te kunnen laten doen
*optie is niet meegenomen in de enquête op denkmee
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
27
zeelandbruist.nu
Inwoners wijzen meerdere partijen aan of geven de optie ‘iedereen is verantwoordelijk om anderen zo goed mogelijk mee te kunnen laten doen’. Bij de internet-resultaten scoren ‘organisaties uit wonen, zorg en welzijn’ veel hoger dan bij de straatinterviews. Het vrijwilligersveld met daarin organisaties zoals dorpsraden, wijkraden, ouderenbond, sportclubs, filmhuizen en culturele instellingen scoort niet hoog bij de antwoorden over verantwoordelijkheid voor inclusie. Bedrijven als verantwoordelijk partner voor inclusiviteit worden nauwelijks aangekruist. 6. Als ik uitsluiting in mijn omgeving signaleer: Denkmee N=37
Straat N=29
Totaal N=66
%
zeg ik daar beslist iets van
11
16
27
41%
zeg ik daar misschien iets van
15
3
18
27%
meld ik het ergens
6
3
9
14%
zeg ik daar niets van
5
7
12
18%
Inwoners die in hun omgeving uitsluiting signaleren zeggen daar beslist of misschien iets van (bijna 70% van 66 inwoners) en bijna 15% zegt het ergens te melden. 18% zegt er niets van. 7. Mijn overwegingen om niets te zeggen of te doen aan situaties waarbij ik uitsluiting signaleer hebben te maken met: Denkmee N=37
Straat N=12
Totaal N=49
Mijn eigen veiligheid
10
3
13
Ik zou niet weten wat ik dan moet doen
7
5
12
Het is niet mijn zaak
9
3
12
Anders
11
1
12
Redenen bij ‘anders’ zijn: • •
Ik zeg er alleen iets van als ik de betrokkenen ken. Ik zeg er op het moment niets van maar daarna spreek ik de betrokkenen erop aan en organiseer ik reflectie.
• • •
Het ligt aan de situatie. Ik ben soort van moegestreden. Zinloos.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
28
zeelandbruist.nu
Citaat: “Zelfs in de kerk en in het dorpshuis worden nieuwe mensen niet aangesproken; daar zeggen we nu iets van” 8. Ik heb behoefte aan meer informatie, handvatten of een training om in mijn eigen omgeving te bevorderen dat iedereen mee kan doen en/of om uitsluiting te voorkomen?
Ja
Denkmee N=37 8
Straat N=29 3
Misschien
12
4
Geen behoefte
17
22
40% van de ondervraagden geeft aan hier behoefte of misschien behoefte aan te hebben. 9. Ik vind dat de gemeente voldoende doet om te bevorderen dat iedereen kan meedoen. Denkmee N=37
Straat N=27
Eens
9
11
Weet ik niet
6
5
Oneens
22
11
31% van de respondenten vindt dat de gemeente voldoende doet. De helft van de respondenten vindt dat de gemeente niet voldoende doet en 17% heeft daar geen oordeel over. 10. Wat zou de gemeente nog meer moeten doen om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen? Deze actie(s): Zie vraag 3. 11. Ik ben bekend met het programma van de gemeente dat er samen met partners voor zorgt dat inwoners mee kunnen doen (dit heet de Lokale Inclusie Agenda). Denkmee
Straat
N=37
N=27
Ja, dat wist ik
10
3
Nee, niet mee bekend
27
24
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
29
zeelandbruist.nu
12.
Kent u de site toegankelijkschouwenduiveland.nl? Denkmee N=37
Straat N=29
Ja
12
6
Nee
25
23
13. Ik weet dat ik voor activiteiten die ontmoeting en inclusie bevorderen een financiële bijdrage van de gemeente kan krijgen. Denkmee N=37
Straat N=27
Nee, dat wist ik niet
23
21
Ja, dat weet ik
14
6
Conclusies Inwoners
8.3
De conclusies van de analyse van de antwoorden van de inwoners worden weergegeven, geordend naar de vier strategieën. Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid De gegevens geven een gemengd beeld van inclusie op Schouwen-Duiveland. Hoewel er al veel toegankelijke voorzieningen en acties voor inclusiviteit zijn op SchouwenDuiveland en de gemeente daar spontaan ook complimenten voor ontvangt, zijn er toch veel inwoners die in de praktijk uitsluiting ervaren (ongeveer de helft van 92 ondervraagden). Met name inwoners die reageren via het participatieplatform van de gemeente ervaren de samenleving als niet inclusief genoeg (een 5,7). De feedback van inwoners betreft vooral: •
•
Fysieke toegankelijkheid: zoals bredere paden, betere bestrating, toegankelijkheid van gebouwen voor rolstoelgebruikers, en meer openbare toiletten. Betere ontsluiting met vervoersmogelijkheden en praktisch ingestoken digitale toegankelijkheid. Sociale toegankelijkheid: Er is vraag naar maatwerkoplossingen en activiteiten voor specifieke groepen, zoals mensen met een beperking, senioren, nieuwkomers, jongeren, jongvolwassenen, eenzamen. Nieuwkomers in dorpen integreren moeilijk.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
30
zeelandbruist.nu
•
Informatievoorziening: Er is een laag bewustzijn over al bestaande voorzieningen, waaronder ook financiële regelingen. Dit wijst op de noodzaak om deze beter te promoten en toegankelijker te maken voor de inwoners. Er is handelingsverlegenheid bij situaties waar uitsluiting gesignaleerd wordt4.
Bewustwording Vrijwel iedereen schaart zich achter Artikel 1 van de grondwet. Er is dus een breed gedeeld standpunt over inclusie. Er heerst wel onduidelijkheid over het concept ‘inclusie’. Ongeveer een kwart van respondenten, die niets zeggen als ze uitsluiting signaleren, weet niet wat ze zouden moeten doen in zo’n situatie. Vooral de denkmeerespondenten willen meer informatie, handvatten of een training. Het merendeel van de respondenten is niet bekend met de site https://toegankelijkschouwen-duiveland.nl Inwoners omschrijven een ‘mensbeeld’ of houding die nodig is voor inclusie, ze zeggen dit nu (soms) te missen. Ze duiden dit als: meer begrip voor elkaar, een meer open volksmentaliteit, meer burenhulp of nabuurschap (omzien naar elkaar). Ze signaleren de noodzaak van gemeenschapsactiviteiten en bewustere en actievere uitnodiging aan mensen om deel te nemen aan de samenleving en om elkaar aan te spreken op uitsluiting. Mensen met diversiteitskenmerken moeten zich zo actief mogelijk opstellen om mee te (kunnen) doen. Inclusief beleid en inclusieve actie De helft van de respondenten vindt dat de gemeente niet voldoende doet om te bevorderen dat iedereen kan meedoen. Veel inwoners hebben suggesties over (herijking van) beleid, met name mensen die zelf beschikken over minderheidskenmerken of die in hun nabijheid meemaken.
4
Inwoners zijn geneigd om te focussen op de negatieve punten en de dingen die goed
gaan niet te noemen. In de interviews krijgt de gemeente ook complimenten. Bijvoorbeeld voor het goed toegankelijk maken van strand-duinovergangen. Ook reageert een aantal inwoners met opmerkingen van de volgende strekking: toegankelijkheid en inclusie op Schouwen-Duiveland zijn goed en de gemeente doet meer dan genoeg om dit te bevorderen.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
31
zeelandbruist.nu
Ervaringsdeskundigen worden door inwoners aangedragen als bron van informatie voor beleid en voor de juiste acties om inclusiviteit te bevorderen. Inwoners noemen de wens dat de gemeente dicht(er) bij de mensen komt, zich actief opstelt, handhavend optreedt en zich publiekelijk uitspreekt over het belang van inclusiviteit. Bij inwoners leeft het besef dat iedereen verantwoordelijkheid voor inclusie draagt. Inclusief gedrag en actie vinden wel plaats, maar worden soms als ‘gewoon’ ervaren. Het gebeurt onbewust. Overheidsparticipatie: door actieve gemeentelijke ondersteuning kunnen inwonerinitiatieven van en voor kwetsbare medebewoners van de grond komen. De gemeente is responsief en denkt integraal mee over (maatwerk)oplossingen. Representatie (Besturen van) vrijwilligersorganisaties zoals dorpsraden, wijkraden, ouderenbond, sportclubs, filmhuizen en culturele instellingen worden niet veel genoemd bij verantwoordelijkheid voor inclusie. Er worden wel voorbeelden gegeven waaruit blijkt dat men vrijwilligers waardeert voor het uitvoeren van inclusieve acties. De conclusie is dat er sprake lijkt van een latent bewustzijn van inclusiviteit: men wil het wel, is er niet bewust mee bezig, en een flink aantal mensen (40% van de respondenten) toont bereidheid om er meer van te weten. Inwoners beseffen weinig dat bedrijven verantwoordelijkheid dragen (voor een inclusieve arbeidsmarkt).
Of mensen met diversiteitskenmerken en ervaringsdeskundigen meedoen in de besluitvorming over beleid is in de interviews met inwoners niet onderzocht. Een aantal inwoners benoemt actief de wens voor meer burgerparticipatie (vroegtijdig meedenken met beleid en projecten) en aan meer contact tussen de gemeente en ‘sleutelfiguren’ uit minderheden, vooral ook bij anderstalige en niet-westerse culturele minderheden (onder andere van de opvang voor asielzoekers).
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
32
zeelandbruist.nu
9
Aanbevelingen
Het algemene beeld dat ontstaat bij deze evaluatie is dat het in de samenleving voeren van ‘het goede gesprek’ over inclusiviteit een hoofdaanbeveling is. De gemeente kan dit gesprek op gang helpen, maar kan dit niet alleen. Omdat er op Schouwen-Duiveland een breed gedragen besef is dat iedereen verantwoordelijkheid draagt voor inclusie, mag de gemeente erop vertrouwen dat dit wordt opgepakt door partners en inwoners. Bijvoorbeeld: vervoersinitiatieven kunnen door buurten zelf worden opgepakt. Steun van bedrijven en de gemeente zal meestal wel nodig zijn, maar men hoeft niet te wachten op initiatief van de gemeente. Inclusie agenderen in bestaande netwerken van bijvoorbeeld onderwijsinstellingen kan gedaan worden door organisaties zelf. Het helpt wel als de gemeente belangstelling toont en vraagt naar deze activiteiten en naar de resultaten. Inclusie is tweerichtingsverkeer, open staan, echt contact maken en luisteren zijn kwaliteiten die gecultiveerd kunnen worden. Daarnaast zijn de voornemens uit de Lokale Inclusie Agenda 2022 nog steeds geschikte aandachtspunten. Een belangrijke aanbeveling is om niet opnieuw zo’n uitvoerige agenda op te stellen, maar door te gaan op de ingeslagen weg met behulp van onderstaande aanbevelingen. 9.1
Meedoen in de praktijk en toegankelijkheid
1. Vergroten van fysieke toegankelijkheid, bijvoorbeeld: 1.1. Verbetering van buitenruimte voor rolstoelgebruikers en slechtzienden. 2. Verbeteren van vervoerssystemen, bijvoorbeeld: 2.1. Fijnmazig openbaar vervoer bepleiten en burgerinitiatieven zoals Buurtauto bevorderen. 2.2. Lokale aanvullende vervoersmogelijkheden met vrijwillige chauffeurs. 3. Verbeteren parkeermogelijkheden, bijvoorbeeld: 3.1. Meer parkeerplaatsen voor gehandicapten bij culturele en sportieve voorzieningen. 3.2. Valet-parking als mogelijke optie onderzoeken. 4. Korte lijnen en verbinden van partijen, bijvoorbeeld: 4.1. Geef ambtenaren met een rol als contactpersoon van organisaties en bedrijven meer ruimte om snel te reageren op verzoeken. 4.2. Laat ambtenaren decentraal werken en (inloop)spreekuren in dorpen en wijken houden. Geef ze ruimte en mandaat.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
33
zeelandbruist.nu
4.3. Contact opbouwen en onderhouden met sleutelfiguren binnen minderheidsgroepen. 4.4. Gemeente verbindt organisaties met elkaar als ze met verwante problematiek bezig zijn. 4.5. Organisaties goed op de hoogte houden van voortgang, knelpunten en overwegingen. 4.6. Gebruik van bestaande netwerken (indien aanwezig), creëren nieuwe netwerken. 4.7. Inwoners aanmoedigen om naar voorzieningen te komen en buren om (elkaar) te helpen. 4.8. Inwoners aanmoedigen om actief te participeren in projecten en beleid. 4.9. Actief contact zoeken met mensen buiten ieders eigen sociale kring. 5. Financiële toegankelijkheid 5.1. Bekendmaken hoe contributies en kosten kunnen worden gedekt. 5.2. Geld ophalen voor mensen met armoede, bijvoorbeeld door ‘uitgestelde contributie’ (analoog aan ‘uitgestelde koffie’ waarbij iemand een extra kop koffie betaalt voor een anonieme klant met een klein budget). 5.3. Onderzoeken of sport en cultuur gratis gemaakt kunnen worden voor alle inwoners, om zo het stigma voor mensen met een beperkt budget weg te halen. 5.4. Financiële bijdragen en subsidies van de gemeente inzetten om inclusieve initiatieven en organisaties te stimuleren en (waar mogelijk structureel) te ondersteunen. 6. Handhaving van voorzieningen in dorpen 6.1.
Bedrijven en welzijnsorganisaties stimuleren om voorzieningen zoals geldautomaten en zorglocaties open/bereikbaar te houden in publiek-private samenwerkingen. 7. Meldpunten 7.1. Meldknop op de website voor digitale ontoegankelijkheid en uitsluiting. Zorg dat er altijd een toegankelijke weg is voor niet-digitaal vaardigen. 7.2. Bestaand meldpunt fysieke ruimte bij de gemeente (losse stoeptegels e.d.) onder de aandacht brengen. 7.3. Meldpunt https://discriminatie.nl/zeeland onder de aandacht brengen. 7.4. Gemeente kan met PostNL overeenkomen om postbezorgers signalen van eenzaamheid/uitsluiting te laten rapporteren. 8. Organisatie van activiteiten 8.1. Jongeren aanmoedigen om activiteiten te organiseren en plannen in te dienen via gemeentelijke kanalen.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
34
zeelandbruist.nu
8.2. Benader organisaties van nieuwe doelgroepen om te bespreken wat er nodig is om mensen met diversiteitskenmerken te interesseren in meedoen met activiteiten. 9.2
Bewustwording
9. Vergroten van fysieke toegankelijkheid, bijvoorbeeld: 9.1. Verbetering van buitenruimte voor rolstoelgebruikers en slechtzienden. 10. Gebruik Artikel 1 van de grondwet en het brede gedeelde standpunt hierover op Schouwen-Duiveland als vertrekpunt om inclusie als thema aan te grijpen voor meer verbondenheid, onderling begrip en gemeenschapszin. 10.1. Breed inzetten van dialoog, educatie en voorlichting over inclusie 10.2. Bied educatie en voorlichting over inclusie breed aan binnen onderwijs, organisaties (inclusief bedrijven), gemeente en alle lagen van de samenleving. 10.3. Lezingen (themabijeenkomsten) over genderidentiteit en cultuursensitiviteit en ervaringsverhalen. 10.4. Inclusie op de agenda zetten in diverse situaties: door gemeenteambtenaren in periodieke (evaluatie)gesprekken met organisaties/partners, door inwoners in gezin, door bedrijven op ‘t werk, in het onderwijs, bij verenigingen/ sportclubs als vast agendapunt. 10.5. Gemeentelijke organisatie benadrukken om meedoen door iedereen te bevorderen. 10.6. Organiseer positieve interacties voor meer verbinding. 11. Communicatie 11.1. Communicatieplan opstellen voor het bekendmaken van activiteiten en de toegankelijkheid van voorzieningen. 11.2. Communiceren van juiste informatie en mogelijkheden naar de inwoners die aangeven behoefte te hebben aan handvatten en meer informatie over inclusie. 11.3.
Rol van vrijwilligersorganisaties, scholen en bedrijven aan de inclusieve samenleving bekender maken. 11.4. Delen van positieve verhalen over inclusief gedrag. 11.5. Gebruik van inclusieve en neutrale aanspreekvormen. 11.6. Verstrekken van informatie in meerdere talen. 11.7. Contact houden met inwoners die via denkmee.schouwen-duiveland.nl op de hoogte willen blijven. Wellicht meedenkgroep formeren? 9.3
Inclusief beleid en inclusieve acties
12. Beleid voor definitie en grenzen van inclusie 12.1. Ophelderen van definitie ‘inclusie’. 12.2. Inzicht geven in budgetten en inspanningen.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
35
zeelandbruist.nu
12.3. Ontwerpen van afwegingskader voor inclusie als systematisch hulpmiddel voor organisaties en beleidsmakers om inclusieve beslissingen te nemen. 12.4. Gebruikmaken van verschillende budgetten voor inclusieve doelen (ontschotten). 12.5. Controleer beleidsdocumenten en uitvoeringsbesluiten op inclusie. 12.6. Analyseer kenmerken die kunnen leiden tot uitsluiting binnen je organisatie. 13. Regie op uitvoering van inclusieve acties 13.1. Kijk kritisch of er binnen de gemeente voldoende capaciteit is om regie te houden op uitvoering van inclusieve acties. 13.2. Voortgang van inclusie periodiek meten en evalueren. 13.3. Versterking van samenhang met ander beleid, bijvoorbeeld samenhang met anti-discriminatiebeleid, diversiteitsbeleid, sport, zorg, jeugdhulp, leefbaarheid en participatiebeleid. 13.4. Vragen over inclusie stellen bij aanvragen van verenigingen en bedrijven ‘Hoe zorgen jullie ervoor dat iedereen kan meedoen?’ 13.5. Integratie van inclusie in economie, wonen en brede welvaart. 14. Training en scholing 14.1. Train contactpersonen binnen gemeente als ‘inclusiecoach’ of ‘inclusieambassadeur'. 14.2. Versterk de ‘cultuurpoot’ met getrainde ‘buurtcultuurcoaches’. 14.3. Trainingen voor medewerkers, ambtenaren en vrijwilligers gericht op inclusiviteit en maatwerk. 15. Samenwerking met andere organisaties en gemeente 15.1.
Het besef bij inwoners dat iedereen verantwoordelijkheid voor inclusie draagt, vraagt om een gecoördineerde aanpak waarin alle betrokken partijen samenwerken. Dit is noodzakelijk om inclusie op een effectieve manier te bevorderen. Het legt een regierol bij de gemeente voor het bij elkaar brengen en samen optrekken van inwoners, organisaties, bedrijven en de overheid. Het geeft aanknopingspunten voor ‘samen het goede gesprek voeren’ en voor het participatief opstellen en ontwerpen van beleid en inclusieve acties (burgerparticipatie). 15.2. Gecoördineerde aanpak ontwikkelen. 15.3. Faciliteer het gebruik van dezelfde inclusieladder5 door meerdere organisaties om stand van zaken van inclusie uit te wisselen en expertise te delen.
5
Zie beschrijving in bijlage 2
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
36
zeelandbruist.nu
15.4. (Reflectie) gereedschappen inzetten, zoals het spinnenweb van Positieve Gezondheid. 16. Handelingsperspectief 16.1. Handelingsperspectief voor inwoners/medewerkers opstellen voor omgaan met (signaleren van) uitsluiting. Bevorder dat inwoners, medewerkers, organisaties mensen aanspreken op gedrag dat neigt naar uitsluiting. 17. Ondersteunen van organisaties bij inclusieve maatregelen 17.1. Ondersteunen van organisaties bij trainingen en werving van vrijwilligers. 17.2. Specialistische kennis beschikbaar stellen voor sport- en vrijwilligersclubs als ze toegankelijk willen zijn. 17.3. Vraag wijk- en dorpsraden om in hun visies en plannen in te gaan op inclusieve besluitvorming. 9.4
Representatie
18. Mensen met specifieke kenmerken en ervaringsdeskundigen betrekken bij beleid en verantwoordelijkheid mee laten dragen bij voorbereiding en uitvoering van inclusieve acties. 19. Regelmatig uitnodigen van minderheden en ervaringsdeskundigen in commissievergaderingen. 20. Digitaal participatieplatform inzetten voor beleidsontwikkeling en bottom-up initiatieven (participatief een gedeelte van het budget verdelen over inwoner/organisatieinitiatieven waarop iedereen kan stemmen). 21. Roep inwoners en organisaties op om zich te registreren op het digitale participatieplatform denkmee.schouwen-duiveland.nl. 22. Besturen van organisaties uitnodigen om kritisch naar hun samenstelling te kijken en actief uit te reiken naar vertegenwoordigers van minderheidsgroepen om zitting te nemen in het bestuur.
Evaluatie LIA Schouwen-Duiveland
37
zeelandbruist.nu
10
Bronnen
Lokale Inclusie Agenda (LIA), Gemeente Schouwen-Duiveland, 2022, https://www.schouwen-duiveland.nl/fileadmin/SchouwenDuiveland/Lokale_Inclusie_Agenda__vastgesteld_door_raad_220623_.pdf Diversiteitsvlechtwerk, Movisie, 2023: Handreiking inclusief beleid voor gemeenten, https://www.movisie.nl/overzicht-diversiteitsfactoren-gemeenten Positieve Gezondheid, https://www.iph.nl/positieve-gezondheid/wat-is-het/ Inclusieladders, https://sardes.nl/publicatie/inclusieladders-een-gezamenlijke-taal-voor-inclusiefonderwijs/ https://www.inclusiefwerken.net/diversiteit-inclusie-ladder/ Besluitvormingsculturen, https://humandimensions.nl/dorpsplein/gratis-voor-jou/?cp=3