20230309 VZG Ledenbrief 2023-001 Bijlage 1 Eindconcept ZTF - januari 2023
Tekst van het document
FIETZ
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets De 2022
Inhoud Inleiding
4
colofon
Ambitie
14
DOCUMENTGEGEVENS
De fiets is cruciaal
18
De fiets in Zeeland (2022)
26
Zeeuwse Toekomstbeeld Fiets
34
Titel Zeeuwse Toekomstbeeld Fiets Rapportnummer 000804.RO1..EC2 Datum 28.12.2022 Status Definitief Eindconcept
Plan van aanpak
42
Organisatie
50
OPDRACHTGEVER Naam Provincie Zeeland Conttactpersoon De heer M.A. Huysse
OPDRACHTNEMER Naam Juust BV Adresgegevens Goessestraatweg 17A 4421 AD KAPELLE 0113 - 405051 info@juust.nl Auteur(s) Jan d’Haens Joep Steijart Fabian van Beek Contactgegevens Jan@juust.nl 06-28 63 75 30
3
01 Inleiding
Inleiding Achtergrond Fietsen is onlosmakelijk verbonden met Nederland. In ons land bezitten we samen zo’n 23 miljoen fietsen, oftewel gemiddeld 1,3 fiets per inwoner . Samen leggen we jaarlijks zo’n 15 miljard kilometer op de fiets af. Dit betekent ongeveer 880 kilometer per jaar per persoon, verdeeld over 250 tot 300 fietsritten. In geen enkel ander land wordt zoveel gefietst. En toch zijn we nog niet uitgefietst. We willen meer én beter, waarom? De ontwikkeling van de fiets biedt steeds weer nieuwe mogelijkheden. Met de komst van snellere fietsen zoals de e-bike en speed pedelec is het bereik van de fiets vergroot. Waar we 7,5 km aanhouden als acceptabele fietsafstand tot voorzieningen verdubbelt deze afstand wanneer we gebruik maken van een elektrisch ondersteunde fiets. Ook spelen er diverse maatschappelijke ontwikkelingen die het fietsgebruik een duwtje in de rug geven of waarvoor de fiets juist een ideale oplossing vormt. Denk hierbij aan de maatschappelijke behoefte aan een gezondere levensstijl en onze wensen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en leefbaarheid. Ook in Zeeland zijn er kansen voor de fiets. Misschien moeten we wel zeggen: juist in Zeeland. Het is hier dat jaarlijks het NK Tegenwindfietsen plaatsvindt (Oosterscheldekering). Wij Zeeuwen fietsen gemiddeld het hardst van alle Nederlanders (16,6 km/u).
In vergelijking met andere regio’s kent Zeeland een beperkt aanbod aan (openbaar) vervoer waardoor inwoners al snel aangewezen zijn op de auto. Zolang een Zeeuw nog niet over een rijbewijs beschikt is deze gewend om te fietsen. De Zeeuw weten niet anders. Maar ook na het behalen van een rijbewijs is de fiets nog steeds een ideaal vervoermiddel. Het is gewoon heel tof om in deze provincie te fietsen. Dat weten ook de niet Zeeuwen. Dagelijks rijden auto’s met fietsdragers Zeeland in voor een heerlijk dagje fietsen of zien we groepen wielrenners op de plattelandswegen. Fietsen in Zeeland geeft energie, en dat mag best nóg meer gestimuleerd worden. 1. Bron: Schatting brancheverenigingen BOVAG en RAI 2019 2. Met een vergelijkbaar welvaartsniveau (www.fietsersbond.nl)
Meer fietsen draagt echter ook bij aan tal van maatschappelijke opgaven. We willen ons het liefst verplaatsen zonder uitstoot. Een fiets is dan een perfect verplaatsingsmiddel. We willen ook graag (nog) gezonder zijn en een leefomgeving die groener en vriendelijker is. Ook daar kan de fiets bij helpen. Dat vraagt echter om goede afstemming, elkaar stimuleren, coördineren en
controleren. Met dit Zeeuws Toekomstbeeld Fiets bieden we de basis voor deze afstemming. We brengen in beeld waarom we inzetten op de fiets en op welke wijze we dit gaan doen. Hiermee geven we richting aan het fietsbeleid tot 2040. Richtinggevend, met ruimte om waar en wanneer nodig bij te sturen. Een tandje bij, of juist even afremmen om in fietstermen te blijven.
5
Inleiding Via een Zeeuwse Omgevingsvisie naar eerlijke verdeling: de rol van de fiets ‘Een eerlijke verdeling. De aarde biedt de mogelijkheid om al haar bewoners van schoon water en goed voedsel te voorzien. Maar in de praktijk lijkt dat een utopie. Welvaart, voedsel, een goede infrastructuur…. Iedereen zou het binnen bereik moeten hebben. De Verenigde Naties hebben erover nagedacht en gaven een aanzet, die ook door Nederland wordt gevolgd’. Zo begint de Zeeuwse Omgevingsvisie. Misschien niet direct een tekst die je verwacht terug te zien in een inleidend hoofdstuk van een rapport over fietsen in Zeeland. En toch is het logisch. Want juist de Zeeuwse Omgevingsvisie laat duidelijk het belang en de potentie van de fiets zien. De rol van de fiets als schakel in een grotere maatschappelijke opgave. Deze opgave in Zeeland wordt gevormd door internationale doelen en afspraken (de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties) en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)). In de Zeeuwse Omgevingsvisie is dit vertaald in een visie op 2050 aan de hand van vier centrale ambities: • Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. • Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. • Een duurzame en innovatieve economie. • Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
6
Inleiding Deze 4 ambities zijn uitgewerkt in 17 bouwstenen. Als onderdeel van de ambitie “uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland” is het onderwerp “mobiliteit” één van de bouwstenen. Specifiek voor de fiets is een concrete actie opgenomen onder het subdoel “schone mobiliteit is een gemakkelijke keus”:
Actie 4.1 Inzetten op gebruik van fiets en e-bike voor kortere afstanden Meer gebruik van fiets en e-bike heeft een positief effect op de zelfstandige mobiliteit van groepen die geen auto hebben. Door gebruik van de auto te vervangen door de fiets of e-bike levert dit een bijdrage aan CO2-doelstellingen. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets wordt de ambitie en het uitvoeringsprogramma voor versterking van het hoofdfietsnetwerk in Nederland, vanuit het samenwerkingsverband Tour de Force. Het doel is om zowel voor dagelijks als voor recreatief fietsverkeer een kwalitatief hoogwaardig fietsnet te realiseren in 2040. In Zeeland zetten we in op de realisatie van doorfietsroutes. Dit zijn de drukke routes die kernen verbinden en voldoen aan een aantal kenmerken van een snelfietsroute (o.a. breedte fietspaden, verharding, breedte (tussen) bermen, ontbreken van paaltjes en/of andere obstakels). Veilig, comfortabel en vlot is het motto. Fietsen is geen doel op zich. Fietsen is een middel dat bijdraagt aan Zeeland als uitstekende woon-, werk- en leefgebied. In het kader van actie 4.1 wordt opgeroepen om dit gezamenlijk met alle Zeeuwse wegbeheerders en stakeholders aan te pakken. Het opstellen van een Zeeuwse fietsvisie door gemeenten, waterschap en provincie wordt hierbij vermeld. De gevraagde Zeeuwse Fietsvisie is inmiddels beschikbaar . Het resultaat van een gezamenlijk proces van o.a.
de Zeeuwse wegbeheerders en maatschappelijke- en belangenorganisaties.
3. De Zeeuwse Fietsvisie: ‘Groen licht voor de fiets!’ (Mobycon)
7
inleiding Regionale Mobiliteitsstrategie: Zeeland Slim en Duurzaam Bereikbaar. In de Zeeuwse Omgevingsvisie wordt het belang van goede mobiliteit (inclusief de fiets) beschreven als voorwaarde voor een uitstekend woon-, werk en leefklimaat. Willen we de leefbaarheid in Zeeland op peil houden of juist verbeteren, dan moet bereikbaarheid gegarandeerd zijn. Om dit vorm te geven is de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) opgesteld. Hierin is een gezamenlijke strategie bepaald voor het mobiliteitssysteem voor 2025 en verder. De reiziger komt hierin nog meer centraal te staan. Er wordt ingezet op een mix van mobiliteit. Bijvoorbeeld door flexibele fijnmazige oplossingen te combineren met een netwerk van vaste snelle verbindingen (grote bus en trein). Om korte verplaatsingen goed te kunnen faciliteren zijn goede voorzieningen voor voetgangers en fietsers nodig. De fiets als vervoermiddel voor een korte(re) afstand of als first en/of last mile oplossing van een multimodale verplaatsing. Naast een goed netwerk is ook het goed en veilig kunnen stallen van fietsen een belangrijk onderdeel van de gevraagde goede voorzieningen. In de strategie wordt ingezet op mobiliteitshubs en haltes op diverse schaalniveaus waar overstappen van bijvoorbeeld de fiets op bus of trein mogelijk wordt. Er zijn menukaarten opgesteld waaraan deze voorzieningen moeten voldoen.
Hierin zijn ook aspecten opgenomen als stallingsmogelijkheden voor fietsen, maar ook laadmogelijkheden elektrische fietsen en de beschikbaarheid van deelfietsen. Voor de verdere uitwerking wordt verwezen naar het Nationaal Toekomstbeeld Fiets en de Zeeuwse Fiets Visie.
8
Zeeuws Sportakkoord Voldoende lichaamsbeweging klinkt als iets heel logisch. Als we echter geen verandering bewerkstelligen is dit in 2030 zeker nog niet vanzelfsprekend. We zijn, en als het zo doorgaat blijven, Europees kampioen zitten. Dat begint al op jonge leeftijd. De bewegingsvaardigheid van basisschoolleerlingen is de afgelopen 10 jaar afgenomen. In 2017 voldeed slechts 47% van de bevolking ouder dan 4 jaar aan de beweegrichtlijn. En dan is er ook nog steeds sprake van groepen die belemmering ervaren om überhaupt te kunnen sporten. Meer dan voldoende redenen voor actie. Op Nationaal niveau heeft dit in 2018 geleid tot het Nationaal Sportakkoord. Hierin zijn 6 ambities opgenomen en wordt de oproep gedaan om het plan lokaal, regionaal of provinciaal op te pakken. De provincie Zeeland heeft dit met diverse partners waaronder de Zeeuwse gemeenten omgezet in een Zeeuws Sportakkoord. Hierin zijn 5 ambities naar Zeeland vertaald: • Inclusief sporten en bewegen. • Functionele, goede en duurzame sportinfrastructuur. • Iedereen moet overal met plezier, veilig, eerlijk en zorgeloos kunnen sporten. • Positieve sportcultuur. • Van jongs af aan vaardig in bewegen.
De 6e ambitie, ‘Topsport die inspireert’ was bij het opstellen van het Zeeuws akkoord nog niet uitgewerkt. Hieraan wordt invulling gegeven door te richten op sportevenementen en de impact die ze hebben op de profilering van Zeeland en het inspireren van de jeugd om in beweging te komen. De Zeeuwse ambitie ‘Sportevenementen die inspireren’. De fiets is een prima middel om meer te bewegen of meer bewegen te stimuleren. De fiets kan ingezet worden bij sporten, maar de fiets kan er ook voor zorgen dat de woon-werkreis ineens ook een beweging wordt. In plaats van het zitten in een auto. Er ligt dan ook veel verbinding en potentie in wat we willen met het sportakkoord en wat we met dit Zeeuws Toekomstbeeld Fiets willen bereiken.
Inleiding Regionale Energie Strategie
Strategische aanpak stikstof in Zeeland
In 2015 is in Parijs een akkoord gesloten waarbij bijna 200 landen de afspraak hebben gemaakt aan de slag te gaan met klimaatdoelen. Ook Nederland was één van deze landen. We hebben afgesproken per regio actie te ondernemen. Ook Zeeland is actief aan de slag gegaan. Vernieuwend kijken naar Zeeuwse energie, samen op weg naar een energieneutraal 2050, duurzaam wonen en leven. Hoe we dit gaan doen is opgepakt in de Regionale Energie Strategie (RES). Hierin is in drie sectoren (Gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit) gekeken naar mogelijkheden, kansen en belemmeringen. Per sector is een ambitie vastgesteld. In de sector mobiliteit is specifiek aandacht besteed aan de fiets. De ambitie is om met mobiliteit de CO2 reductie met 49% terug te brengen (in 2030). De fiets is bij uitstek een klimaatvriendelijke wijze van verplaatsen. Belangrijk dus om in dit toekomstbeeld fiets aandacht te besteden aan fietsstimulering waarmee we ook de gewenste bijdrage aan de RES in Zeeland, maar eigenlijk voor de gehele wereld, leveren.
Door een grote hoeveelheid aan economische ontwikkelingen komen er steeds meer stikstofvormen in de lucht die belastend zijn voor de natuur. Maatregelen zijn dan ook nodig om het neerslaan van belastende stikstofvormen af te laten nemen. Tegelijkertijd willen we ruimte behouden/maken voor economische ontwikkelingen. Dit vraagt om een aanpak, ook in onze provincie: Strategische aanpak stikstof in Zeeland. Bij deze aanpak staat een goede ecologische toestand van onze natuur centraal. We werken met twee tussendoelen. Voor de middellange termijn (2020-2030) het bewerkstelligen van een daling in de stikstofdepositie om hiermee de kwaliteit van gevoelige gebieden te versterken en ontwikkelruimte te creëren. Op korte termijn (2020-2022) zetten we in op stikstofruimte genereren en een systeem te ontwikkelen waarmee vergunningen kunnen worden verleend voor nationale en regionale projecten, passend bij Zeeland. In onze provincie een lastige opgave. Zeeland is een provincie die stikstof importeert, terwijl Nederland als geheel juist stikstof exporteert. Door onze ligging ontvangen we veel stikstof uit het buitenland en van de scheepvaart. Gemiddeld in Zeeland is het verkeer voor 6% de herkomst van stikstof. Landelijk ligt de nadruk bij de stikstofaanpak op de agrarische sector. In Zeeland is het streven benadrukt om ook voor andere sectoren maatregelen te nemen.
Voor de sector verkeer is hier zeker een rol voor de fiets weggelegd. Fietsen levert geen negatieve bijdrage aan de stikstofproblematiek. Sterker nog, als we meer gaan fietsen en daardoor vervuilende vervoersmiddelen links laten liggen dragen we zelfs ons steentje bij aan de stikstofaanpak.
9
inleiding Bestemming Zeeland 2030 Zeeland is onlosmakelijk verbonden met toerisme. Jaarlijks geven gasten bijna 2 miljard euro uit in onze provincie. Toerisme is dan ook een belangrijk onderdeel van de Zeeuwse economie, en de samenleving. De komende jaren staat de vrijetijdssector voor grote uitdagingen. Met ‘Bestemming Zeeland 2030’ is een gezamenlijk toekomstbeeld op toerisme in 2030 ontwikkeld waarin de belangen van toerisme, de omgeving en het Zeeuwse landschap samen komen. De Zeeuwse ambitie is zorgen voor een vrijetijdssector die in balans met de samenleving en de omgeving bloeit. Hiervoor zijn drie pijlers van belang: 1. Toerisme draagt positief bij aan de omgeving en de samenleving. 2. De vrijetijdssector is toekomstbestendig. 3. Inwoner en gast hebben een optimale beleving. Om o.a. de ambitie om te zetten in concrete acties zijn dertien thematische ambities uitgewerkt. Één van deze thema’s is ‘Toeristische mobiliteit is duurzaam’. Overheden en ondernemers ontmoedigen het autogebruik van hun gasten tijdens hun verblijf in Zeeland. Momenteel zijn er nog (te) veel vervoersbewegingen met eigen, niet duurzaam vervoer van en naar toeristische en recreatieve bestemmingen in Zeeland. We willen er juist voor zorgen dat er voldoende duurzame vervoersmogelijkheden zijn om Zeeland te ontdekken. Zo kan iedereen de auto zoveel mogelijk laten staan.
Op dit punt kan de fiets een belangrijke rol spelen. Het beschikbaar stellen van huurfietsen maar ook deelfietsen en deel e-bikes maakt de fiets ook voor bezoekers die geen fiets meenemen naar Zeeland een potentieel vervoersmiddel. Goede, aantrekkelijke en veilige fietsinfra nodigt dan weer uit om de fiets ook daadwerkelijk te gebruiken. Een goede aansluiting van de fiets op de bus en trein maakt het dan weer interessant om ook bij langere verplaatsingen de auto te laten staan. Kortom, reden genoeg om ook in het kader van Bestemming Zeeland 2030 in te zetten op meer fietsen.
10
inleiding Nationaal Toekomstbeeld Fiets Hiervoor hebben we samengevat waarom meer fietsen in Zeeland gewenst is. Zowel in de Zeeuwse Omgevingsvisie als in de Regionale Mobiliteitsstrategie is een expliciete rol voor de fiets weggelegd. Die rol gaan we in dit Zeeuws Toekomstbeeld Fiets verder vormgeven. Een verdere detaillering van de weg die we met de Zeeuwse Fietsvisie reeds zijn ingeslagen. Op landelijk niveau is een dergelijke doorvertaling ook gedaan, het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF). Naast de Zeeuwse Omgevingsvisie en de Regionale Mobiliteitsstrategie is ook dit een pijler waarop we het Zeeuwse toekomstbeeld gaan vormen. De aanleiding voor dit NTF is niet anders dan de redenen die we voor de Zeeuwse situatie hebben opgesomd. Om het groot aantal maatschappelijke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden vormt de fiets één van de oplossingen. Om de kracht van de fiets goed te benutten in de mobiliteit van Nederland is een Schaalsprong Fiets nodig: een forse ontwikkeling van de fietsnetwerken, fietsenstallingen en fietsstimulering. In eerste instantie is aan deze schaalsprong een concreet doel gekoppeld: 20% meer fietskilometers in 10 jaar tijd (2017-2027). Dit vormde een mooie basis voor een gezamenlijke aanpak en heeft in ieder geval de aandacht voor de fiets verder doen groeien. De Schaalsprong Fiets kan alleen worden bereikt als we anders te werk gaan.
Anders denken, anders financieren en anders ruimte delen. Dit vraagt heldere keuzes die richting geven aan een koerswijziging voor meer “fiets”. Alles bij elkaar gaat dit nationaal bezien om een investering van zo’n 12-13 miljard euro. Hiervoor zijn Rijksoverheid, provincie, vervoerregio en gemeente samen aanzet. Om alle partijen op één lijn te krijgen is het NTF opgesteld. In maart 2021 is het NTF op Hoofdlijnen verschenen. Inmiddels ligt er een volledige uitwerking in
de vorm van het NTF. Om de gewenste schaalsprong te bereiken wordt ingezet op drie pijlers: • Versterken van de fietsnetwerken. • Verbeteren van de mogelijkheden om de fiets te tallen. • Stimuleren van het fietsgebruik.
Daarbij wordt de nadruk op samenwerking gelegd. Een doorvertaling van het NTF in een provinciale/regionale versie en in een regionaal uitvoeringsprogramma is dan ook gewenst. Het NTF is een optelsom van alle regionale plannen.
11
inleiding Samen aan de slag in Zeeland In Zeeland wordt al veel gefietst. Maar het kan (nog) meer. Niet alleen vanuit persoonlijk gewin omdat fietsen (relatief) goedkoop en gezond is. Juist ook omdat fietsen bijdraagt aan bredere doelstellingen die Zeeland breed zijn afgesproken. Dit Zeeuws Toekomstbeeld Fiets (ZTF) biedt het kader hoe hiermee gezamenlijk aan de slag kan worden gegaan in Zeeland. Een kader dat tevens de uitwerking vormt van de NTF op Zeeuwse schaal en handen en voeten geeft aan de opdrachten die in de Zeeuwse Omgevingsvisie, de RMS, Strategische aanpak stikstof in Zeeland, het Zeeuws Sportakkoord en Bestemming Zeeland 2030 zijn opgenomen. Hoog tijd dus om op de fiets te stappen! In lijn met de landelijke opgave, maar wel met een Zeeuws tintje. Hier fietZen we.
Proces Om te komen tot de Fietz, oftewel het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets, zijn we gestart waar de Zeeuwse Fietsvisie eindigde. Deze visie kwam tot stand onder begeleiding van een kerngroep en in nauw overleg met wegbeheerders en stakeholders. Eind 2021 is aan de hand van het NTF op hoofdlijnen en de Zeeuwse Fietsvisie per Zeeuwse regio een digitale bijeenkomst georganiseerd. Oorspronkelijk met de bedoeling om de Zeeuwse Fietsvisie te vertalen in een concreet maatregelenpakket voor de onderwerpen netwerk en stallen. Er bleek behoefte aan meer. Uiteindelijk heeft dit dan ook geresulteerd in een proces waarbij we de NTF doorvertalen op Zeeuwse schaal. Niet alleen een visie, maar een concrete aanpak voor de fiets in Zeeland. In een eerste fase is een kapstok opgesteld. Een aanpak op hoofdlijnen. Deze is vervolgens doorvertaald in een rapportvorm. Voor de begeleiding van het proces is de volgende structuur gehanteerd:
12
Kernteam
Projectgroep
Martin Huysse (provincie Zeeland)
Wouter Jorritsma (provincie Zeeland)
Hetty van Voorden-van Oorschot (waterschap Scheldestromen)
Joep Stortelder (gemeente Goes)
Willeke Kuijpers - de Haan (provincie Zeeland)
Het kernteam bestaat uit de samenwerkende wegbeheerders. Gemeente Goes vertegenwoordigt hierin de Zeeuwse gemeenten.
Peter Faes (gemeente Tholen)
Rob Kösters (gemeente Middelburg)
Wim Wullaert (gemeente Hulst)
Bart Begijn (Rijkswaterstaat)
Marien Kroes (North Sea Port)
+ de leden van het kernteam
Om alle wegbeheerders tijdig te betrekken is enkele malen het kernteam uitgebreid tot een grotere projectgroep. Hierdoor zijn partijen als Rijkswaterstaat en North Sea Port ook tijdig aangehaakt en is de gemeentelijke vertegenwoordiging per deelregio voorzien.
inleiding Kopgroep
Harry van der Maas (provincie Zeeland)
Klankbordgroep
Marien Weststrate (waterschap Scheldestromen)
Marga Vermue (gemeente Sluis)
Jan Paul van Hoven (Fietsersbond)
Ab Pouwer (Recron)
Janique Huijbregts (ANWB)
Met de gehanteerde werkwijze heeft nagenoeg iedereen die een rol heeft bij of interesse in fietsen in Zeeland mee kunnen denken. Met de ondertekening van een intentieverklaring geven zij aan ook daadwerkelijk samen aan de slag te gaan. Met de ondertekening hiervan wordt geborgd dat dit toekomstbeeld de basis is voor de samenwerking. Partijen zijn vervolgens vrij om dit intern op eigen wijze vast te leggen. Een gemeente kan bijvoorbeeld de uitvoering hiervan prima borgen in een GVVP of fietsbeleidsplan. Als alle partijen het er maar over eens zijn dat we vanuit deze gezamenlijke ambitie aan de slag gaan.
Leeswijzer Peter van Parys (North Sea Port)
Piet Hamelink (ANWB)
Astrid Ysebaert (Routebureau Zeeland)
Wilma Koevermans (Connexxion)
Anne Wuijts (VVN)
Erik Nijland (Stichting Landelijk Fietsplatform)
Patrick Vader (Sport Zeeland)
Frans Geijs (ZLTO)
Gedurende het proces heeft afstemming plaatsgevonden op bestuurlijk overleg. In eerste instantie is 1 op1 met bestuurders gepolst hoe men tegen de voorgestelde aanpak aankijkt. Daarna is het concept rapport in een kopgroep-overleg besproken.
Tobias Barth (Cumela)
Naast wegbeheerders is het van belang dat ook alle stakeholders aangehaakt zijn en zich kunnen scharen achter het opgestelde toekomstbeeld. Via een klankbordgroep hebben zij de mogelijkheid om mee te denken en te reageren.
We starten het toekomstbeeld met het formuleren van onze ambitie. Daarna volgt een samenvatting waarom fietsen ook alweer zo belangrijk is. Op hoofdlijnen hebben we dit al aangestipt in de inleiding. In hoofdstuk 3 leggen we concreter uit waarom juist de fiets zo cruciaal is. In hoofdstuk 4 gaan we in op het fietsen in Zeeland anno nu, 2022. Een schaalsprong is een mooie ambitie. Om te kijken hoe ver je kunt komen moet je echter wel weten waar je vandaan komt. Hoofdstuk 5 omvat het daadwerkelijke toekomstbeeld voor Zeeland. Hoe kunnen we concreet de ideeën voor de fiets zoals verwoord in de Zeeuwse Omgevingsvisie en de Regionale Mobiliteitsstrategie realiseren. Dit doen we o.a. aan de hand van de 3 pijlers uit het NTF. In hoofdstuk 6 leggen we uit hoe we dit gezamenlijk gaan vormgeven in Zeeland. Hoofdstuk 7 omvat vervolgens de organisatie/samenwerking die nodig is om het ZTF vorm en inhoud te geven.
13
02 Ambitie
Ambitie Inleiding
Ambitie
Met Fietz willen we ervoor zorgen dat we (nog) meer gaan fietsen in Zeeland. In lijn met de landelijke opgave willen we inzetten op maximalisatie van het fietsgebruik. Maar hoe gaan we dat doen en wanneer zijn we tevreden? In dit hoofdstuk leggen we aan de hand van doelen en de ambitie uit wat we met Fietz willen bereiken.
Het doel van de Zeeuwse Toekomstvisie is helder: maximalisatie van fietsgebruik. Maar wat is maximaal? Landelijk is vastgesteld dat we inzetten op 40% meer fietskilometers in 2040 en 20% meer fietskilometers in 10 jaar tussen 2017 en 2027. Hoe realistisch een dergelijk toename is hangt van meerdere factoren af. Wat is het groeipotentieel? In een gemeente of gebied waar al heel veel wordt gefietst zal het lastiger zijn om veel extra kilometers te bereiken. In een gebied waar nu weinig wordt gefietst maar waar wel kansen liggen zal dit eenvoudiger zijn. Met maatregelen om fietsen te stimuleren dragen we bij aan extra fietskilometers. Externe factoren zijn echter ook van belang. Stel dat de stijging van de brandstofprijzen doorzet. In dat geval zal autogebruik sterk geremd worden en is er automatisch, zonder dat er vanuit fietsbeleid iets voor gedaan hoeft te worden, een extra stimulans voor het fietsgebruik.
Wat willen we bereiken? Samenwerken is het sleutelwoord. Net als in de grote wielerrondes kan de winnaar het niet alleen. Er is een team nodig. Dat kan alleen succesvol zijn wanneer er ook sprake is van een goede rolverdeling. Met Fietz willen we de richting in Zeeland bepalen. Een gezamenlijke ambitie. We leveren allemaal een bijdrage aan die ambitie, iedere organisatie op basis van de eigen capaciteiten en mogelijkheden. Fietz moet dan ook een gezamenlijke basis vormen voor hoe we de komende jaren aan de slag gaan. Belangrijk daarbij is ook dat we dezelfde ambitie nastreven. De een mag best wat harder fietsen dan de ander, maar allemaal wel in dezelfde richting op weg naar hetzelfde doel (of ambitie). Daarnaast geven we met Fietz ook duidelijk aan hoe we in Zeeland samen de landelijke ambitie vormgeven. Wij staan klaar voor de start. Als het Rijk de landelelijke ambitie echt vorm gaat geven hebben we ons huiswerk gereed en kunnen we nog meer werk met werk maken. Dit geldt ook voor de samenwerking met onze buren. De provincies Zuid Holland en Noord Brabant, en onze Vlaamse zuiderburen. Vanuit Fietz kunnen we met hen samenwerken om ook grensoverschrijdend bij te dragen aan meer fietsen.
Maximalisatie van het fietsgebruik is alleen geslaagd als de gebruiker ook tevreden is. Dit betekent dat er naast het fietsgebruik ook in beeld moet worden gebracht hoe tevreden de gebruiker/fietser is. Daarmee kan ook informatie worden verzameld om de maatregelen af te stemmen op de wensen van deze gebruikers, zodat men ook blijft fietsen, misschien zelfs nóg wel meer.
Er is sprake van een ambitie, niet van een keiharde doelstelling die koste wat kost behaald dient te worden. De ambitie is het streven naar maximalisatie van het fietsgebruik, Als kader wordt hiervoor de landelijk toename van 40% meer fietskilometers in 2040 gehanteerd. De start in Zeeland is in principe in 2023, dus een fikse opgave in 17 jaar. Eerste ijkpunt is 2030, dan is bij voorkeur de eerste 20% al bereikt. De monitoring gaat uit van 20% toename in 2030 en 40% toename in 2040. Aan de hand van deze indicator wordt het effect van de inspanningen getoetst. Zo kan jaarlijks bezien worden of het goed gaat óf dat er noodzaak is om een extra stapje te zetten. Naast het aantal afgelegde kilometers zijn ook andere indicatoren relevant. Meer fietsgebruik leidt tot hogere intensiteiten. Nogmaals: we willen de vinger aan de pols houden. Voorstel is dan ook om na de nulmeting in 2023 jaarlijks de voortgang in beeld te brengen. Zo kunnen we de jaren met elkaar vergelijken en na verloop van tijd trends vaststellen. In de meeste gevallen is een stijging positief. Meer fietskilometers, meer fietsers, meer fietsbezit. Alleen voor het onderdeel diefstal en ongevallen zetten we in op een afname of minimaal een gelijk niveau. Maximalisatie van fietsgebruik mag immers niet ten koste gaan van verkeersveiligheid.
Voorgaande geeft aan dat het lastig is om ons te conformeren aan een concrete doelstelling. Fietsen is immers geen doel op zich maar een middel om andere doelen te bereiken. Insteek is dan ook dat we in Zeeland inzetten op maximalisatie van het fietsgebruik. Of de bereikte “maximalisatie voldoende is stemmen we af met andere beleidsvelden, bijvoorbeeld de doelstellingen zoals verwoord in de Regionale Energie Strategie.
15
Ambitie
16
Verder vinden we het ook belangrijk dat meer fietsen bijdraagt aan een groter doel. Fietsen is immers niet zozeer een doel op zich. We willen dat hierdoor ruimte ontstaat voor een fraaiere leefomgeving, de leefbaarheid beter beoordeeld wordt en we op weg zijn naar meer duurzaamheid. Om dit te kunnen toetsen leggen we een link met de Regionale Energiestrategie (RES). De Zeeuwse ambitie voor wat betreft mobiliteit is vastgesteld op een CO2 reductie van 49% (in 2030). Wanneer we een fikse toename van het fietsen waarnemen en we de gewenste CO2 reductie behalen of in ieder geval in de buurt komen daarvan kunnen we globaal aannemen dat we op de goede weg zijn. Als we wel veel meer fietsen maar de CO2 reductie in mobiliteit lukt niet is dat een teken dat er ergens iets toch niet helemaal goed gaat.
Een andere pijler waarom meer fietsen gewenst is betreft het streven naar meer beweging onder onze inwoners. We willen graag een gezondere samenleving. Provincie Zeeland geeft hier vorm aan met het Zeeuwse Sportakkoord. Partijen die dit akkoord steunen geven gezamenlijk vorm aan de uitvoering door zich in te willen spannen voor optimale sport- en beweegmogelijkheden voor iedere inwoner van Zeeland.
Naast CO2 reductie willen we met fietsstimulering ook een bijdrage, hoe klein dan ook, leveren aan de stikstofaanpak. In de “strategische aanpak stikstof in Zeeland” geven provincie en Rijk aan hoe we in Zeeland samen de verantwoordelijkheid om de natuurkwaliteit te verbeteren en economische ontwikkelingen mogelijk te maken. In deze aanpak wordt gewerkt met de volgende tussendoelen: • Middellange termijn (2020-2030): bewerkstelligen van daling in stikstofdepositie om ontwikkelruimte te creëren en de kwaliteit van gevoelige gebieden te versterken. Dat doen we zoveel mogelijk in samenhang met transities en integrale gebiedsontwikkeling. • Korte termijn (2020-2022): stikstofruimte genereren en een systeem ontwikkelen waarmee vergunningen kunnen worden verleend voor nationale en regionale projecten, passend bij Zeeland.
In hoeverre we deze ambitie waar maken toetsen we aan de hand van de volgende twee doelen: • Toename van aantal fietskilometers (t.o.v. 2023) met 20% in 2030 en 40% in 2040. • Afname van CO2 uitstoot met 49% in 2030 (t.o.v. 2017, conform RES Zeeland).
Voorgaande leidt tot de volgende ambitie en bijbehorende controlemiddelen: Om met de fiets een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de Zeeuwse ruimtelijke en maatschappelijke opgaven zetten we in op een maximalisatie van het fietsgebruik in Zeeland, waarbij de fietsveiligheid behouden blijft en bij voorkeur verbetert.
De doelstellingen ten aanzien stikstof en gezondheid/ meer bewegen zijn niet eenvoudig in een getal of percentage uit te drukken. Beide onderwerpen moeten wel steeds betrokken worden bij de bepaling van het effect van onze fietsaanpak.
Maximalisatie Fietsgebruik Ruimtelijke & maatschappelijke opgave Aantal fiets km -49% CO2 uitstoot
+40% 2040
+20% 2030
2017
2030
17
03 De fiets is cruciaal
De fiets is cruciaal Inleiding Fietsers zijn gelukkiger, vitaler, productiever en minder vaak ziek. Alleen al voor je eigen gezondheid is regelmatig fietsen een logische keuze. Met de maatschappelijke uitdagingen waar we momenteel voor staan is de fiets echter ook een onmisbare schakel in heel wat opgaven. Om te zorgen dat dit ook de komende periode werkend blijft moeten we nog meer inzetten op de fiets. In dit hoofdstuk leggen we aan de hand van enkele thema’s uit waarom de fiets ook alweer die cruciale schakel is. Waarom gaan we in Zeeland nog meer fietsen? Na het doornemen van dit hoofdstuk is het voor een ieder helder, daarom!
Bereikbaar en aantrekkelijk Zeeland Qua maat en schaal zijn Nederlandse steden geschikt voor verplaatsingen per fiets. De meeste voorzieningen/ bestemmingen bevinden zich namelijk op fietsafstand. In het kader van de woningbouwopgave staan steden voor een enorme opgave. Om het open landelijk gebied te ontzien wordt in Nederland gestreefd naar een verdichting van de steden. Dit resulteert in de bouw van 96% van de nieuwe woningen in stedelijk gebied. In dichtbevolkte delen van Nederland kan dit niet zonder de potentie van de fiets optimaal te benutten. Verdichting betekent dat het nog belangrijker wordt hoe omgegaan wordt met de beschikbare ruimte. Een fiets neemt 28 keer minder ruimte in beslag dan een rijdende auto. Een geparkeerde fiets neemt 10 keer minder ruimte in dan een geparkeerde auto. Voor de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van de steden zelf is de fiets dus ideaal. En in combinatie met bijvoorbeeld de trein kan de fiets ook zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen steden onderling en steden en het buitengebied.
Zeeland is vanuit Nederlands oogpunt een minder dichtbevolkt gebied. Op landelijke schaal zijn de uitdagingen in de 4 grotere Zeeuwse steden (Middelburg, Vlissingen, Goes, Terneuzen) uiteraard niet vergelijkbaar met de opgaves waar men in bijvoorbeeld de Randstad voor staat. Toch is juist ook voor de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van Zeeland de fiets ideaal. De meeste voorzieningen in Zeeland zijn ook in de centrumsteden te vinden. In de 4 eerder genoemde steden, maar ook regionale centra als Oostburg, Hulst, Tholen en Zierikzee. Wanneer er vanuit deze verschillende centra het fietsbereik (7,5 km) en het e-fietsbereik (15 km) in beeld wordt gebracht is te zien dat er een bijna volledig bedekt Zeeland is. Dit toont aan dat ook in onze provincie veel voorzieningen per fiets bereikbaar zijn. Uiteraard kan het water een fikse barrière vormen. In dergelijke gevallen kan de fiets dan weer een belangrijke schakel zijn in de nieuwe ov-structuur zoals verwoord in de RMS. De fiets kan ook prima de verbinding maken met voorzieningen bij onze buren, of het nu Vlaanderen, Noord Brabant of Zuid Holland betreft. Vanuit het centrum van Tholen sta je in minder dan 10 km in Bergen op Zoom. Vanuit centrum Hulst bedraagt de afstand tot aan het station van Sint Niklaas amper 15 km.
Het is niet voor niets dat in de Zeeuwse Omgevingsvisie een specifieke actie is opgenomen om meer in te zetten op de (e)fiets voor kortere afstanden. Zo proberen we Zeeland bereikbaar te houden voor iedereen. Ook diegenen die zich geen auto kunnen veroorloven. De impact van een fiets op de omgeving is veel minder groot dan bijvoorbeeld een personenauto. Klinkt aantrekkelijk toch? In binnensteden zien we al veel langer een beweging dat autogebruik wordt ontmoedigd. De auto verdwijnt her en der zelfs al uit het straatbeeld. Dit komt het gebruik en de aantrekkelijkheid van deze gebieden ten goede. De dominantie van de auto in woonstraten staat inmiddels onder druk. Ook hier zien we de potentie van de straat als verblijfsgebied. Naast bereikbaarheid dus een extra reden om in te zetten op alternatieven, zoals de fiets. Meer nog dan voor het meer stedelijk gebied is bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het landelijk gebied in Zeeland belangrijk. En ook hierin kan de fiets een belangrijke rol spelen. Het buitengebied heeft te kampen met het verdwijnen van voorzieningen. Juist in een landelijk gebied zoals Zeeland zien we dit effect sterk naar voren komen. Een goede verbinding tussen buitengebied, dorpen en het (stedelijk) gebied met voorzieningen is belangrijk. Vaak hebben we het dan over verbindingen die meer dan 7,5 km bedragen. Te veel dus eigenlijk voor de gewone fiets.
De komst van de e-fiets biedt hierin een oplossing. Want binnen een afstand van 15 km zijn met een e-bike veel voorzieningen wel bereikbaar. Kijken we bijvoorbeeld naar de locaties van voortgezet onderwijs in Zeeland. Met een maximale (e-)fietsafstand van 15 km bedekken we nagenoeg de gehele provincie.
19
De fiets is cruciaal Vanuit bijna geheel Zeeland is een grotere stad of centrumstad te bereiken binnen 15 of 7,5 km. Om de bereikbaarheid van het landelijk gebied te toetsen hebben we deze oefening ook toegepast op een specifieke voorziening, scholen (VO). Ook hier zien we dat dit een bijna volledige dekking voor Zeeland oplevert. Daar komt bij dat de combinatie fiets/ov voor extra bereikbaarheid kan zorgen. Op de fiets naar een mobiliteitshub en vanaf daar met de (snel) bus naar je eindbestemming. Dat is het beeld wat we met de RMS hopen te bereiken. Belangrijk dus dat de hubs gekoppeld zijn aan goede en veilige routes én dat er goede en veilige stallingsmogelijkheden worden aangeboden.
LEGENDA 7.5 - 15 km 0 - 7.5 km
Vanuit de brede welvaart gedachte is het vertrekpunt om mobiliteit voor de hele samenleving mogelijk te maken om zo gebruik te kunnen maken van (dagelijkse) voorzieningen. Uit “Toegang voor Iedereen” (Planbureau voor de Leefomgeving, oktober 2022) blijkt dat in landelijke gebieden juist heel veel met de auto gedaan wordt. Voorgaande toont aan dat er wel degelijk kansen liggen om dit ook met de ( e) fiets te doen zodat de autoafhankelijkheid afneemt. Een extra stimulans dus om niet alleen in theorie de voorzieningen op fietsafstand te krijgen, maar ook in de praktijk. Behalve bereikbaarheid behouden/verbeteren is ook de aantrekkelijkheid van het landelijke buitengebied essentieel. Dat het Zeeuwse buitengebied aantrekkelijk is blijkt wel uit de vele toeristen die jaarlijks onze provincie bezoeken en massaal op de fiets stappen om van onze provincie te genieten. Zaak dus dat we onze fietsinfra zo inrichten dat we van hiervan profiteren. Niet alleen onze bezoekers, maart ook de eigen inwoners. Een belangrijke fietsverbinding hoeft niet altijd gekoppeld te zijn aan de autostructuur. Vanuit aantrekkelijkheid bezien kunnen we misschien wel stellen: juist niet. Zaak is om een ideale afstemming te vinden tussen directheid/bereikbaarheid enerzijds en aantrekkelijkheid anderzijds.
20
Voor de bereikbaarheid van het buitengebied in Zeeland is het belangrijk dat een goede afstemming plaats blijft vinden tussen het openbaar vervoer en het fietsnetwerk. Mobiliteitshubs moeten goed bereikbaar zijn per fiets. Een koppeling met bij voorkeur doorfietsroutes is gewenst.
De fiets is cruciaal Woningbouw Landelijk hangt dit thema erg nauw samen met bereikbare en aantrekkelijke steden. Het verdichten van stedelijk gebied is alleen mogelijk wanneer de auto-afhankelijkheid terug gebracht wordt. Vanuit ruimte gebruik, maar ook in relatie tot klimaat, duurzaamheid (denk o.a. ook aan stikstof) is inzetten op alternatieven pure noodzaak. Voor Zeeland is dit op een ander schaalniveau ook wel van toepassing en kan bijvoorbeeld de fiets bijdragen een versnelling. Echter in veel mindere mate dan in echt stedelijk gebied het geval zal zijn. Op basis van bereikbaarheid en aantrekkelijkheid (zie eerder thema) is er uiteraard nog genoeg reden om dit zeker wel te doen. Daarnaast moeten we ook omdenken bij het ontwikkelen van woonlocaties. Juist in de voorbereidende fase kunnen we hier keuzes maken die fietsgebruik stimuleren. Denk daarbij aan direct verbindingen tussen nieuwe locaties en voorzieningen. Directe verbindingen voor de fiets, maar omrijden met de auto. Maar ook de vormgeving van wooneenheden en parkeerlocaties kan een rol spelen. Traditioneel staat de auto min of meer bij de voordeur en de fiets ergens achter in een schuurtje. Je moet dus nu vaak meer moeite doen om de fiets te pakken dan de auto. Dat kan anders. Dat vraagt wel een andere benadering van bijvoorbeeld de locatie waar we auto’s en fietsen parkeren.
Maar ook zaken als de aanwezigheid van een hub in een nieuwbouwlocatie kan stimulerend werken. Als deze er direct bij realisatie van een woongebied is zal het gebruik hoger zijn dan wanneer deze als sluitstuk wordt toegepast. Kortom, optimaal inzetten op fiets en de combinatie fiets-ov bij het ontwerp van nieuwe gebieden kan een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van fietsgebruik.
We zien ook dat de aandacht bij de inrichting van woongebieden steeds meer gaat naar de kwaliteit van de leefomgeving. Waar tot voor kort de auto (zowel de rijbaan als parkeerplaatsen) het ontwerp van de buitenruimte domineerde komt er gelukkig steeds meer aandacht voor duurzame kwaliteit. Ruimte voor groen die uitnodigt om te bewegen. Mensen, de toekomstige bewoners, zijn steeds meer bezig met gezondheid en duurzaamheid. Dat kan betekenen dat we de auto wat meer naar de rand van de wijk, centrum of stad verbannen. Kijk bijvoorbeeld naar de Toekomstvisie 2040 Vlissingen.
Daarin is dit principe opgenomen. De woningen die we nu bouwen staan in wijken die onderdeel uitmaken van die visie op 2040. Zaak dus om nu al in beweging te komen en deze toekomstbeelden net zo belangrijk te maken als de CROW richtlijnen voor auto-parkeren. En dat is prima uit te leggen, want we vervangen een deel van de auto-afhankelijkheid door de fiets.
21
De fiets is cruciaal Gezonde en gelukkige bevolking Zoals we in de inleiding van dit hoofdstuk al aangaven: fietsers zijn gelukkiger, productiever en minder vaak ziek. Meer fietsen heeft op twee manieren effect op de gezondheid. De gezondheidsraad adviseert om minimaal 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning te doen. Dat kan dus prima op de fiets, bijvoorbeeld als woon-werk verkeer. Ook sportief en recreatief fietsgebruik draagt bij aan een betere gezondheid. Wanneer extra fietsen betekent dat dit ter vervanging van autokilometers is snijdt het mes aan twee kanten. Minder (vervuilende) auto’s betekent minder uitstoot van fijnstof. De aanwezigheid hiervan in de lucht is juist weer een belangrijk gezondheidsprobleem. In Zeeland zetten we al langere tijd in op meer bewegen. Zo is er sinds 2019 het Zeeuws Sportakkoord waarmee ingezet wordt op bijvoorbeeld inclusieve sport maar ook op het stimuleren van bewegen. Via diverse programma’s werkt Sport Zeeland hiermee aan een gezonde en gelukkige bevolking, ook op de fiets. Reisafstanden korter dan 15 km maar zeker korter dan 7,5 km kunnen prima met de (e-) fiets afgelegd worden. Toch gebeuren deze nog vaak met de auto. Hier kunnen we met fietsstimulering nog veel bereiken. De sleutel hiertoe ligt bij diverse partijen. Allereerst op individueel niveau.
Ga gewoon ervaren dat fietsen je gezonder en gelukkiger maakt en het wordt een logisch gevolg. Vaak hebben mensen hier wel een eerste zetje voor nodig. Die kan gegeven worden door de aanwezigheid van de juiste voorzieningen of via werkgevers. Stimuleer als werkgever dat medewerkers de korte ritten op de fiets doen. Belangrijk is dat voorzieningen goed bereikbaar zijn per fiets en het stallen van fietsen goed geregeld is. Voor de auto mogen we het dan best wat lastiger maken. Zo ervaar je, naast dat je je al gelukkiger en gezonder voelt, ook een voorkeursbehandeling!
22
De fiets is cruciaal Klimaat Conform het Akkoord van Parijs moeten we ook in Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn. In 2050 stoten we dus geen broeikasgassen meer uit. Ook de uitstoot van stikstof en CO2 moet fors terug gebracht worden. Om dit te bereiken kunnen we uiteraard ons vervoer verschonen. Een elektrische auto als vervanging van een vervuilende diesel of benzinewagen. Voorkomen van het autogebruik is nog een betere oplossing. De fiets kan veel verplaatsingen per auto overnemen. Sowieso voor de korte afstanden. Voor de langere afstanden in combinatie met bijvoorbeeld de bus of trein. In Zeeland hebben we onze klimaatdoelstellingen vormgegeven in o.a. de Regionale Energie Strategie (RES). Daarin wordt opgeroepen om meer in te zetten op de fiets, door het fietsgebruik te stimuleren en de aanleg van het juiste netwerk (o.a. doorfietsroutes). Precies twee van de drie pijlers die later in dit rapport aan bod komen.
23
De fiets is cruciaal Inclusieve samenleving
De fiets als economische impuls
Gemiddeld hebben we 1,3 fiets per inwoner. Wanneer we deze vergelijking maken voor autoverkeer heeft gemiddeld elke inwoner een halve auto, oftewel 1 op de 2 Nederlanders. De fiets is dan ook, zeker in vergelijking met de auto, een laagdrempelig, voordelig en praktisch vervoermiddel. Wanneer we er in Zeeland in slagen dat voorzieningen goed bereikbaar zijn per fiets of in een combinatie tussen fiets en openbaar vervoer dan voldoen we dus ook aan de eis van een inclusieve samenleving. Dit vergt nog wel een aantal stappen en een andere manier van denken. Niet meer alleen denken vanuit de auto, maar juist ook vanuit andere modaliteiten. Hoe klein dat aandeel momenteel dan ook is in de totale verplaatsingen. Bij gebrek aan een acceptabel alternatief kiezen veel Zeeuwen toch voor een auto. In gezinnen vaak meer dan één auto. In de huidige periode is zo’n tweede auto vaak een dure oplossing. Wanneer deze alleen voor boodschappen en halen/brengen (school, sport, etc.) gebruikt wordt zeker. Vaak weten we niet wat in dergelijke gevallen een gereden kilometer kost. Met de huidige brandstofprijzen worden we ons daar steeds meer van bewust. Laten we dit benutten om een verandering te bewerkstelligen. Inzetten op de fiets, al dan niet in combinatie met (fijnmazig) openbaar vervoer, zorgt voor alternatieven. Maar ook een deelauto kan hieraan bijdragen.
Door daaraan de kosten van autogebruik te koppelen ontstaat een stimulans van twee kanten.
Investeren in de fiets levert veel op. We worden bijvoorbeeld gezonder als er meer gefietst wordt. Wanneer we autoverplaatsingen inruilen voor de fiets dragen we bij aan een beter klimaat en leggen we een minder grote claim op het ruimtebeslag. Fietsen is echter ook een product. Zeker in Zeeland kunnen we ook verdienen aan de fiets. Investeren in fietsvoorzieningen en fietsinfra in Zeeland betekent dat onze provincie nog uitnodigender en toegankelijker wordt als recreatief product. Een dagje fietsen in Zeeland als “verdienmodel”, daar is helemaal niets mis mee. Per recreatieve fietstocht besteed een fietser in Nederland gemiddeld 3,30 euro. Laat staan als men enkele dagen in de provincie verblijft in plaats van enkel een fietstocht van enkele uren. Fietsen nog meer neerzetten als reden om naar Zeeland te komen dus. In het Toekomstbeeld Bestemming Zeeland 2030 wordt hier al fraai vorm aan gegeven. Zorgdragen voor goede recreatieve fietsinfra, maar ook uitdragen hoe mooi en fijn fietsen in Zeeland is. Ervaringen delen dus!
Met de fietspotentie om iedereen deel te laten nemen aan de samenleving is het ook van belang om iedereen kennis te laten maken met de fiets. De diversiteit aan fietsen (bakfiets, e-bike, etc.) zorgt ervoor dat er inmiddels voor iedereen wel een passende fiets is. Dat fietsen in Nederland in het DNA is ingebakken wil niet zeggen dat dit net zo’n automatisme is voor nieuwe Nederlanders. Ook deze groep moet gestimuleerd worden.
24
De fiets is cruciaal
04 De fiets in Zeeland (2022)
De fiets in Zeeland Inleiding
Ambitie
Data
Om fietsgebruik te maximaliseren is het wel noodzakelijk om te weten hoeveel en waar er wordt gefietst. In dit hoofdstuk brengen we in beeld hoe het er anno 2022 voor staat in Zeeland. Enerzijds om te kijken welke positie de fiets nu reeds inneemt. Anderzijds om in beeld te brengen over welke gegevens we beschikken of ontbreken. Op basis hiervan kunnen we in 2023 zorgen dat we alle benodigde gegevens verzamelen zodat we beschikken voor een goede nulmeting die tevens de basis vormt voor verdere monitoring. Zo kunnen we het effect van onze inzet meten.
In hoofdstuk 2 hebben we aan de hand van diverse thema’s uiteengezet waarom het belangrijk én logisch is om fietsgebruik te stimuleren. Reden ook waarom landelijk de Schaalsprong Fiets is omarmd en heeft geleid tot het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. Voor de provincie Zeeland reden om dit weer door te vertalen in een Zeeuws beeld. Maar hoe zit het met de ambitie en het draagvlak onder onze partners? In maart 2022 zijn gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Bij het opstellen van dit document beschikken we dus over kersverse coalitieprogramma’s van de 13 gemeenten. Programma’s zijn doorgenomen op de aanwezigheid van fietsbeleid (of de aanwezigheid van de fiets in gemeentelijke plannen). Hieruit kunnen we opmaken dat de fiets ook op dit schaalniveau aan een opmars bezig is. We merken bij alle gemeenten een positieve insteek voor wat betreft de fiets. Er lopen ook al veel concrete projecten. Tholen investeert bijvoorbeeld fors in de fietsroute Linie van de Eendracht. Hulst wordt de komende jaren gepromoot als fietsgemeente en Terneuzen heeft de fiets op 1 gezet in het in begin 2022 vastgestelde GVVP.
Als onderdeel van het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets besteden we veel aandacht aan data. Met behulp van data bepalen we of er inderdaad sprake is van een schaalsprong in het fietsgebruik. Zo kunnen we ook nagaan of dit vervolgens ook bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen. Om onze ambitie te toetsen hebben we uiteraard een vertrekpunt nodig. In 2023 zorgen we ervoor dat we alle data die nodig is verzamelen. Dat jaar wordt op die manier het referentiejaar. Binnen de provincie Zeeland is een datateam actief dat mobiliteitsdata verzamelt. Vanuit dat team vergaren we ook de benodigde data over fietsen en fietsgebruik.
De conclusie is dan ook dat er bij nagenoeg alle wegbeheerders reeds een ambitie aanwezig is om in te zetten op de fiets. Een belangrijk signaal. Dit betekent ook dat dit Zeeuws Toekomstbeeld Fiets vooral een verbindende functie moet hebben. De insteek om het echt gezamenlijk aan te pakken in Zeeland. Niet opleggen wat, waar door wie gedaan moet worden, maar juist inzetten op een gezamenlijk ambitie en aanpak waarin een ieder op eigen wijze en eigen tempo invulling kan geven. Een eigen insteek, maar wel bijdragend aan het grotere (Zeeuwse) geheel.
Welke data is nu reeds beschikbaar? Zo zijn er routes waar permanent dan wel regelmatig fietstellingen gehouden worden. Er zijn echter ook veel routes waar nog veel relevante informatie en data ontbreekt. Om uitspraken te kunnen doen over een toename van het aantal fietsers en fietskilometers moet ook hier gemeten worden. Verder zien we ook dat op veel fietsroutes incidenteel geteld wordt. In het kader van een bepaalde studie of ontwikkeling. Deze cijfers worden niet centraal gedeeld en die zouden wel centraal beschikbaar moeten komen. Kijken we naar het fietsgebruik in Zeeland dan zien we relatief grote verschillen tussen de 13 gemeenten. Op Walcheren, Zuid Beveland en Tholen is het aandeel fiets gemiddeld hoger dan in de andere Zeeuwse regio’s. Wanneer we het fietsgebruik in Zeeland monitoren belangrijk dus om ook op regionaal of gemeentelijk niveau te meten. Fietsen stimuleren lijkt op basis van deze cijfers eenvoudiger in Noord-Beveland en Sluis dan in de andere Zeeuwse gemeenten. Aan de andere kant zal er ook een reden zijn waarom de score hier lager uitvalt.
27
De fiets in Zeeland Fietstellingen
LEGENDA
LEGENDA 0-1.000
2019 - Augustus
1.000-2.000
2019 - Juli
<2.000
2019 - Jaargemiddelde
Esri, HERE, Garmin, USGS
28
De fiets in Zeeland Fietsgebruik 2015-2017
Aandeel fiets in modal split (<7,5 km) Middelburg
48%
Kapelle
30%
Goes
41%
Veere
42%
Vlissingen
40%
Borsele
36%
Tholen
43%
Reimerswaal
42%
Sluis
22%
Schouwen-Duiveland
35%
Hulst
34%
Terneuzen
34%
Noord-Beveland
20%
LEGENDA ≤ 25 25 - 34 35 - 39 40 - 44 ≥ 45
29
De fiets in Zeeland Ongevallen analyse
LEGENDA Hoog
Laag
30
De fiets in Zeeland Fietsdiefstal
Nederland
gemiddeld per persoon per dag verplaatsingen 2018
2019
afstand 2020
2021
aantal Fiets
2018
reisduur 2019
2020
2021
reizigerskilometers
2018
2019
2020
2021
minuten
totaal
0,76
0,72
0,60
0,61
3,21
3,05
2,63
2,71
16,24
15,99
14,45
14,75
van en naar het werk
0,15
0,14
0,11
0,11
0,73
0,70
0,47
0,48
2,92
2,78
1,98
2,08
winkelen, boodschappen doen
0,17
0,16
0,16
0,15
0,37
0,33
0,33
0,31
2,09
1,99
1,87
1,81
uitgaan, sport, hobby
0,15
0,15
0,10
0,10
0,65
0,61
0,49
0,52
3,21
3,25
2,84
2,88
toeren, wandelen
0,03
0,03
0,04
0,04
0,60
0,54
0,69
0,69
3,86
3,81
4,48
4,43
2020
2021
Zeeland (PV)
gemiddeld per persoon per dag verplaatsingen 2018
2019
afstand 2020
2021
aantal Fiets
2018
reisduur 2019
2020
2021
reizigerskilometers
2018
2019
minuten
totaal
0,70
0,69
0,64
0,59
3,34
3,12
3,42
2,90
16,02
15,46
17,95
16,19
van en naar het werk
0,16
0,14
0,12
0,14
0,65
0,72
0,49
0,56
2,58
2,60
-
2,21
winkelen, boodschappen doen
0,15
0,16
0,18
0,14
0,32
0,29
0,36
0,25
1,67
1,70
2,01
1,44
uitgaan, sport, hobby
0,15
0,09
0,10
-
0,68
-
0,83
-
3,29
-
4,29
-
toeren, wandelen
0,05
-
0,05
0,06
0,94
-
1,06
1,13
5,28
-
5,83
6,94 31
De fiets in Zeeland Fietsdiefstal
Aantal kilometers fietspad 2019
2020
+/-
totaal Nederland* Groningen
273.418 13.918
276.285 13.978
1,0% 0,4%
Friesland
18.584
18.717
0,7%
Drenthe
15.794
15.825
0.2%
Overijssel
28.129
28.223
0,3%
Flevoland
8.163
8.227
0,8%
Gelderland
42.067
42.298
0,5%
Utrecht
14.320
14.509
1,3%
Noord-Holland
26.975
27.330
1,3%
Zuid-Holland
31.654
32.243
1,3%
Zeeland
13.718
13.820
0,7%
Noord-Brabant
39.935
40.621
1,7%
Limburg
20.162
20.496
1,7%
Met dubbeltelling van tweerichtingswegen. Bron: CBS (Lengte van Fietspaden per gemeente, wijk en buurt 2020), bewerking BOVAG
32
De fiets in Zeeland Wat missen we? Onder het kopje data hebben we een overzicht gegeven van enkele fietsdata waarover we nu reeds beschikken. Op het gebied van intensiteiten en snelheden van fietsers missen we informatie die netwerk dekkend is. We moeten dus op meerdere locaties vaker gaan tellen. Via het provinciale data team kan deze info verzameld en verspreid worden. Het is wenselijk dat ook incidentele tellingen hierin een plaats krijgen. Belangrijk bij de data is dat we deze kunnen splitsen naar regionaal en gemeentelijk niveau. Zo kunnen we verschillen herkennen en analyseren en kunnen ook wegbeheerders hun eigen beleid of inspanningen toetsen.
33
05 Zeeuws Toekomstbeeld Fiets
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets Uitwerking van de ambitie We zetten in op maximalisatie van het fietsgebruik. Door meer te fietsen willen we een bijdrage leveren aan de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in Zeeland. Extra fietskilometers mogen niet leiden tot een toename van de verkeersonveiligheid onder fietsers. Hoe gaan we vorm geven aan deze ambitie? We hanteren hiervoor dezelfde aanpak als die landelijk is aangegeven. Ook in Zeeland zetten we in op drie pijlers: netwerkversterking, het verbeteren en uitbreiden van stallingsmogelijkheden en het stimuleren van fietsgebruik. Daarbij geldt veiligheid als een vierde, controlerende pijler. Periodiek checken we of bij het najagen van onze ambitie de verkeersveiligheid op hetzelfde niveau blijft of verbetert. In dit hoofdstuk leggen we aan de hand van de drie pijlers uit hoe we het toekomstbeeld vorm gaan geven. Aansluitend doen we dit ook voor het aspect verkeersveiligheid.
LEGENDA Stadroutes (utilitair, binnen de bebouwde kom) Recreatieve lange afstandroutes en themaroutes Recreatieve routes Doorfietsroutes (utilitair, buiten bebouwde kom)
35
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets 01: Versterken van de fietsnetwerken De Zeeuwse wegbeheerders hebben gezamenlijk een hoofdfietsnetwerk vastgesteld: de belangrijkste routes binnen het Zeeuws Toekomstbeeld Fiets. Op bijgevoegde kaart is dit netwerk weergegeven. In het netwerk maken we onderscheid in: • Doorfietsroutes (utilitair, buiten bebouwde kom). • Stadsroutes (utilitair, binnen bebouwde kom) • Recreatieve routes. • Recreatieve lange afstand routes en themaroutes. Veiligheid en comfort van fietsroutes is een belangrijk aspect. Het fietsen in Zeeland werd in 2021 gewaardeerd met een 8,4 . Landelijk wordt het fietsen gewaardeerd met een 8,2. Dit cijfer behaalde Zeeland ook tijdens de vorige meting in 2016. We kunnen dus stellen dat over het algemeen tevredenheid heerst. Toch gaf 44% aan verbeterpunten te zien in het aspect veiligheid en comfort op fietspaden en wegen. Ook het aantal en type weggebruikers werd door 42% als verbeterpunt aangemerkt. Dit toont aan dat er zeker nog werk aan de winkel is op het gebied van infrastructuur. Om de veiligheid en het comfort op het fietsnetwerk in Zeeland te verbeteren wordt, aanvullend aan maximalisatie van het fietsgebruik, ingezet op een maximalisatie van de inrichting. Dit wordt vormgegeven door voor de doorfietsroutes, stadsroutes en recreatieve routes richtlijnen voor de vormgeving vast te stellen.
In 2023 toetsen we het gehele netwerk bij wijze van nulmeting aan deze richtlijnen. Op basis daarvan kan een overzicht gemaakt worden van wegvakken die wel/niet voldoen.
36
Een groot deel van de vastgestelde routes loopt over het beheersgebied van meerdere wegbeheerders. In de praktijk zien we dat dit kan leiden tot vertraging van de realisatie of opwaardering van een route. Wanneer niet alle wegbeheerders dezelfde ambitie/prioriteit aan een route toekennen of verschil van mening hebben over de financiering hiervan kan dit leiden tot stagnatie. Dit zien we momenteel terug op diverse schoolroutes, recreatieve routes én verbindingen tussen woon- en werkgebieden. Ondanks de diversiteit in routes komt het wel neer op een vergelijkbaar knelpunt. Net als voor het onderdeel wegenoverdracht gaan we na of we voor dergelijke routes een oplossing kunnen bieden. Bijvoorbeeld door het vormen van een specifiek projectteam of een vastgestelde werkwijze/afspraak.
Er zijn ook diverse routes die de provinciegrens over gaan. Naast afstemming tussen wegbeheerders in Zeeland is dus ook afstemming buiten de provincie grenzen belangrijk. In Zeeuws-Vlaanderen lopen enkele doorfietsroutes verder aan de Vlaamse zijde van de grens. We zien bijvoorbeeld een fietsroute Hulst-Sint Niklaas, een fietsroute Terneuzen-Zelzate die doorloopt tot Gent en een verbinding met Brugge vanuit West Zeeuws-Vlaanderen. In Tholen zijn er routes gericht op Bergen op Zoom (provincie Noord-Brabant). Zowel met onze Vlaamse collega’s als met die in de provincies Noord Brabant en Zuid Holland zal goede afstemming plaats moeten vinden. We maken immers veelvuldig gebruik van elkaars voorzieningen. Dat doen we, zeker straks, bij voorkeur op de fiets.
In de tabel staan de essentiële kenmerken (richtlijnen) opgenomen per type route. Onderdeel
Minimaal
Standaard
Voorziening
Vrijliggend fietspad
Vrijliggend fietspad
Breedte (2 richtingen)
3,0 meter
4,0 meter
Breedte (1 richting)
2,3 meter
3,0 meter
Materiaal
Gesloten verharding
Gesloten verharding
Ontwerpsnelheid
25 km/u
30 km/u
Kruisingen
Voorrang
Verlichting
-
Ongelijkvloers, Voorrang incl. snelheidsbeperkende maatregel gemotoriseerd verkeer Ja
Kantmarkering
Ja
Ja
Asmarkering (2 richtingen)
Ja
Ja
5. Recreatief fietsen Zeeland, provinciale rapportage 2022, Stichting Landelijk Fietsplatform
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets Onderdeel
Minimaal
Standaard
Voorziening Breedte (2 richtingen)
fietsstraat , fietspad 3,0 meter
Breedte (1 richting)
2,3 meter
3,0 meter
Materiaal
open verharding
gesloten verharding
Ontwerpsnelheid
25 km/u
30 km/u
Kruisingen
voorrang
Verlichting
-
voorrang incl. snelheidsbeperkende maatregel gemotoriseerd verkeer ja
Kantmarkering
ja
ja
Asmarkering (2 richtingen)
ja
ja
Onderdeel
Minimaal
Standaard
Voorziening
vrijliggend fietspad
vrijliggend fietspad
Breedte (2 richtingen)
3,0 meter
4,0 meter
Breedte (1 richting)
2,3 meter
3,0 meter
Materiaal
open verharding
gesloten verharding
Ontwerpsnelheid
15 km/u
25 km/u
Kruisingen
-
voorrang
Verlichting
-
ja
Kantmarkering
-
ja
Asmarkering (2 richtingen)
-
ja
6
aanliggend vrijliggend fietspad 4,0 meter
6. Inrichtingscriteria hebben betrekking op vormgeving als fietspad, deze gaan niet op voor aspect fietsstraat
37
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets 02: Verbeteren van de stwallingsmogelijkheden Het stallen van fietsen krijgt nog lang niet overal de aandacht die het verdient. Enerzijds blijkt dit uit het ontbreken van beleid. In veel Zeeuwse gemeenten is autoparkeerbeleid vastgesteld. Fietsparkeren is in veel gevallen niet meegenomen. Ook ontbreekt het aan beleid waar een goede stalling aan moet voldoen. Op het aspect stallingsmogelijkheden is in Zeeland dan ook nog veel winst te behalen. Daarbij kijken we naar het vertrek, de rit en de aankomst. Het vertrek is vaak de woning of het woongebied. We focussen ons op nieuwe ontwikkelingen. CROW beschikt naast parkeerkencijfers/normen (publicatie toekomstbestendig parkeren) ook over landelijke kencijfers voor het parkeren van fietsen (Fietsparkeerkencijfers CROW Fietsberaad). Inzet is dat op basis van deze kencijfers alle Zeeuwse gemeenten eigen fietsparkeerkencijfers vaststellen. Hiermee borgen we dat bij nieuwe ontwikkelingen ook de verplichting bestaat om na te denken over fietsparkeren. Aandacht voor het stallen van de fiets in woongebieden dus. Zeker in wooncomplexen kan een goede en veilige stallingsmogelijkheid fietsgebruik stimuleren. Bij de bouw van appartementencomplexen gaat vaak veel aandacht, ook bij de beoordeling door gemeenten, uit naar de parkeerplaats voor de auto. De fiets moet meestal gestald worden in een schuurtje of berging.
Door juist hier meer aandacht in te steken kunnen we ervoor zorgen dat fietsgebruik wordt gestimuleerd. Om gemeenten die aanvragen beoordelen hierbij te helpen en om initiatiefnemers te stimuleren hier op de juiste wijze mee om te gaan stellen we een leidraad op met daarin een overzicht van geode voorbeelden én voorbeelden hoe het juist niet moet.
38
Zeeuws Toekomstbeeld Fiets Eenmaal vertrokken fiets je door naar je bestemming. Het kan zijn dat de rit niet volledig per fiets wordt afgelegd. Zeker wanneer we kijken naar de RMS (Regionale Mobiliteitsstrategie) gaan we straks vaker langere afstanden multimodaal afleggen: stukje fietsen, overstappen op de bus, laatste stuk lopen (bijvoorbeeld). Overstappen doen we dan bij NS stations of Mobiliteitshubs. De nieuwe OV concessie gaat in vanaf 2025. Tegen die tijd moeten we over voldoende hubs en opstapplaatsen beschikken waar we over kunnen stappen van de fiets op het ov en omgekeerd. Vanuit het ZTF taak om dit te stimuleren en zorg te dragen voor de juiste voorzieningen, zoals goede stallingsmogelijkheden en een optimale bereikbaarheid per fiets.
Uiteindelijk komen we op onze bestemming. Stimuleren van fietsen betekent ook dat we bij deze bestemmingen goede stallingsmogelijkheden moeten bieden. Als bestemming denken we o.a. aan: • Strand (drukke strandopgangen). • Treinstation. • Ziekenhuizen. • Winkelcentra (niet de dorps- en stadscentra). • Attractieparken. • Zwembaden/Grote sportcomplexen. • Werklocaties Belangrijk om na te gaan hoe we hier nu met de fiets parkeren en hoe we dat zouden willen. Hierbij wordt aandacht besteed aan locatie en vormgeving, rekening houdend met de concurrentiepositie ten opzichte van de auto.