20230207 Raadsbrief Inspraakreactie op het ontwerp pve busconcessie Zeeland 2025 Bijlage 2 Ontwerp PvE OV Zeeland 2025
Tekst van het document
Circulariteit
In het kader van circulair inkopen eist de Concessieverlener dat de Concessiehouder blijvend streeft naar maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en behoud van natuurlijke hulpbronnen. De Concessiehouder geeft in een Circulariteitsplan aan welke maatregelen hij
71
vanuit het oogpunt van circulariteit treft, bijvoorbeeld als het gaat om (her)gebruik van Batterijen, en welke mogelijkheden hij benut om circulariteit toe te passen in zijn bedrijfsvoering. Op dit moment zijn certificeringen op het gebied van circulariteit nog niet gangbaar in de OV-sector, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met certificering op het gebied van CO2-reductie. De Concessieverlener overweegt om bij het herijkingsmoment van de Concessie eisen ten aanzien van certificering op het gebied van circulariteit in de Concessie op te nemen, en wel op het moment dat aangesloten kan worden bij een passende circulariteitsnorm. Circulariteit 12.2.1
De Concessiehouder streeft bij de uitvoering van de Concessie blijvend naar maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen.
12.2.2
De Concessiehouder beschikt over een Circulariteitsplan waarin hij in ieder geval de volgende onderdelen beschrijft: a. herkomst van materialen en producten (inclusief het Materieel en eventuele Batterijen); b. reparatie, hergebruik en recycling van gebruikte materialen en producten; c. werkprocessen, en d. afspraken met leveranciers en afnemers.
12.2.3
De Concessiehouder dient bij zijn inschrijving voor het eerst een Circulariteitsplan in, dat instemming behoeft van de Concessieverlener. De Concessiehouder actualiseert het Circulariteitsplan indien daartoe aanleiding is. Een geactualiseerd Circulariteitsplan behoeft instemming van de Concessieverlener.
72
13.
Consumentenbescherming en reizigersinspraak
13.1
Klantenservice en klachtenafhandeling
Tevredenheid van Reizigers staat voorop voor de Concessieverlener. Een goede klantenservice zorgt ervoor dat klachten voorkomen worden. Daarom wordt de Concessiehouder uitgedaagd om, binnen de kaders die in hoofdstuk 7 (Reisinformatie) en hoofdstuk 10 (Personeel) worden gesteld, een klantenservice in te richten die altijd bereikbaar is als hij Openbaar Vervoer verricht. De Concessiehouder neemt op de 'Reizen Door Zeeland’ website en communicatiekanalen, in het Voertuig en op Haltes een verwijzing naar zijn klantenservice op. De Concessiehouder biedt de mogelijkheid tot het indienen van klachten en wensen door Reizigers. Reizigers moeten in staat worden gesteld dit eenvoudig te doen. Daarbij verwacht de Concessieverlener van de Concessiehouder dat hij klachten netjes afhandelt en suggesties ter harte neemt teneinde de kwaliteit van het Openbaar Vervoer continu te verbeteren. Klantenservice en klachtenafhandeling 13.1.1
13.1.2
De Concessiehouder beschikt over een klantenservice die telefonisch bereikbaar is ten minste op de onder 13.1.2.a genoemde momenten dat de Concessiehouder Openbaar Vervoer verricht. De Concessiehouder beschikt over een systeem van klachtenafhandeling, dat in elk geval voldoet aan de volgende eisen: a. Reizigers kunnen klachten door middel van internet, telefoon, e-mail, sociale media/mobiele applicatie(s) en/of schriftelijk indienen. Het telefoontarief dat de Concessiehouder aan de beller van het klachtennummer berekent mag niet hoger zijn dan het tarief voor bellen binnen het Concessiegebied vanaf een vast telefoontoestel. Het klachtennummer is ten minste bereikbaar op de volgende tijden: i. maandag tot en met vrijdag: 8:00 – 18:00 uur ii. zaterdag: 9:00 – 18:00 uur iii. zondag: 10:00 – 17:00 uur b. de Concessiehouder geeft klachten die betrekking hebben op de Infrastructuur of het mobiliteitsbeleid binnen 5 werkdagen door aan de betreffende Wegbeheerder respectievelijk de Concessieverlener; c. de Concessiehouder geeft klachten en vergoedingsverzoeken die betrekking hebben op andere onderdelen van de reis die niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen, binnen 5 werkdagen door aan de aanbieder van de desbetreffende Mobiliteitsdienst, de desbetreffende MaaS-aanbieder of de desbetreffende concessiehouder; d.
de Concessiehouder stuurt binnen 5 werkdagen naar de desbetreffende Reiziger een bevestiging dat de klacht in behandeling is genomen. De Concessiehouder vermeldt in de behandelbevestiging van klachten als bedoeld onder sub b. en sub c. naar welke partij hij de klacht heeft doorgegeven, inclusief vermelding van de contactgegevens van deze partij; e. de Concessiehouder handelt klachten, met uitzondering van de klachten als bedoeld onder sub b en sub c, binnen 10 werkdagen na indiening op correcte wijze af. Hij maakt hierbij geen onderscheid tussen klachten en restitutieverzoeken die bij hemzelf dan wel via derden, waaronder MaaS-aanbieders worden ingediend; f. de Concessiehouder vermeldt bij de afhandeling van klachten in ieder geval welke maatregelen hij zal nemen om vergelijkbare klachten in de toekomst te voorkomen; en
73
Klantenservice en klachtenafhandeling g.
de Concessiehouder wijst Reizigers bij de afhandeling van klachten op het Klachtenloket Openbaar Vervoer en de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, met vermelding van de volledige gegevens.
13.1.3
De Concessiehouder wijst Reizigers er op zijn communicatiekanalen op dat het indienen van klachten over het Openbaar Vervoer uitsluitend bij de Concessiehouder kan plaatsvinden.
13.1.4
De Concessiehouder werkt constructief mee aan bemiddelingspogingen van het Klachtenloket Openbaar Vervoer.
13.1.5
De Concessiehouder is aangesloten bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer.
13.1.6
Indien in samenspraak met de Concessieverlener gedurende de concessieduur een regionale Geschillencommissie wordt opgericht, sluit de Concessiehouder zich ook bij deze commissie aan.
13.1.7
De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener na afloop van iedere maand een overzicht van: a. het aantal klachten dat hij in de betreffende maand heeft ontvangen; b. de aard van de binnengekomen klachten; c. de Rit (lijnnummer, tijd) waarop de klachten betrekking hebben; d. de snelheid van afhandeling van de klachten; en e. de actie die de Concessiehouder heeft ondernomen om herhaling van de klacht of soortgelijke klachten te voorkomen.
13.1.8
De Concessiehouder hanteert een regeling gevonden voorwerpen. De Concessiehouder legt de regeling ter goedkeuring voor aan de Concessieverlener tijdens de implementatieperiode. De regeling wordt uiterlijk bij aanvang van de Concessie door de Concessiehouder op zijn website gepubliceerd en is op verzoek ook op papier verkrijgbaar.
13.1.9
De Concessiehouder stelt Reizigers die iets verloren hebben, door middel van een gebruikersvriendelijke procedure, ten minste met een online formulier en een telefoonnummer, in de gelegenheid een beroep te doen op de regeling gevonden voorwerpen.
13.1.10 Indien de Concessiehouder optreedt als MaaS-aanbieder en in die hoedanigheid
multimodale (Keten)reizen aanbiedt aan Reizigers, verwijst hij Reizigers die klachten bij hem indienen over een onderdeel van een door hem gedistribueerde Ketenreis dat niet onder zijn verantwoordelijkheid valt, tijdig door naar de derde die verantwoordelijk is voor het betreffende onderdeel van de Ketenreis, overeenkomstig het bepaalde in eis 13.1.2.
13.2
Rol Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland (OPOV)
Het Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland (OPOV) adviseert over adviesplichtige onderwerpen en plannen die de Concessiehouder indient. Om het OPOV voldoende voorbereidingstijd te geven, zorgt de Concessiehouder dat hij de concept-plannen tijdig aanlevert. Daarnaast legt de Concessiehouder tijdens de implementatie van de Concessie een aantal onderwerpen ter advisering voor aan het OPOV.
74
Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland (OPOV)
13.3
13.2.1
De Concessiehouder voorziet het OPOV ten behoeve van de advisering uiterlijk twee weken van tevoren van voldoende informatie.
13.2.2
De Concessiehouder is verplicht om door het OPOV opgestelde voorstellen voor verbetering of verandering van het Openbaar Vervoer en/of de bijbehorende diensten op haalbaarheid te onderzoeken, mits het voorstel voorzien is van een deugdelijke onderbouwing (zulks ter beoordeling door de Concessieverlener).
13.2.3
De Concessiehouder informeert het OPOV en de Concessieverlener over eventuele aanpassingen in de voorstellen en plannen naar aanleiding van het advies van het OPOV zoals bedoeld in het vorige lid, inclusief zijn overwegingen hiervoor.
13.2.4
De Concessiehouder is verplicht om alle gegevenselementen die zijn opgenomen in het vigerende MIPOV (zie artikel 10.3.1 lid 1), op verzoek rechtstreeks te leveren aan het OPOV.
13.2.5
De Concessiehouder voert tenminste viermaal per jaar overleg met het OPOV. Op verzoek van het OPOV kan de Concessieverlener de Concessiehouder uitnodigen voor een extra overleg met het OPOV.
Consultatie Reizigers en andere belanghebbenden
Het OPOV is voor de Concessiehouder de eerste gesprekspartner waar het gaat om de belangen en (vervoer)behoeften van Reizigers. De Concessieverlener verwacht echter dat de Concessiehouder ook open staat voor en invulling geeft aan suggesties, ideeën en advies van Reizigers en andere belanghebbenden in het Concessiegebied die hem via andere kanalen bereiken. Consultatie Reizigers en andere belanghebbenden 13.3.1
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener en het OPOV in ieder geval na afloop van elk kwartaal over de door Reizigers en andere belanghebbenden ingebrachte ideeën en suggesties, over zijn reactie daarop en over de resultaten van maatregelen die hij naar aanleiding van de ideeën en suggesties eventueel heeft getroffen.
75
14.
Data en monitoring
14.1
Datalevering
Een goede uitvoering van de Concessie zorgt voor tevredenheid bij Reizigers en andere Stakeholders. Monitoring van en sturing op de uitvoeringskwaliteit dragen hieraan bij. Goede informatie over de uitvoering van de Concessie is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde. Deze informatie dient meerdere doelen: a. Inzicht krijgen in de uitvoeringskwaliteit van de Concessie; b. Analyseren van trends en afwijkingen om te kunnen bijsturen; c. Informeren van Stakeholders, zoals Provinciale Staten, het OPOV en Gemeenten; d. Ontwikkelen van kennis; e. Ontwikkelen en aanbieden van diensten door de Concessiehouder of andere partijen; f. Verbeteren van de bereikbaarheid en doorstroming van het Zeeuwse mobiliteitsnetwerk; g. Verzamelen van informatie voor volgende aanbestedingen; h. Voldoen aan wet- en regelgeving, zoals rond stikstofuitstoot. De Concessieverlener monitort de uitvoeringskwaliteit op basis van een eigen dashboard, dat gevoed wordt door geanonimiseerde dan wel gepseudonimiseerde brondata meestal op geaggregeerd niveau die de Concessiehouder aan de Concessieverlener levert. Dit geeft de Concessieverlener flexibiliteit in het analyseren van de gegevens en draagt daarmee bij aan bovenstaande doelen.
De Concessiehouder dient evenwel vanaf aanvang van de Concessie ook te beschikken over een eigen dashboard, zodat de Concessieverlener altijd kan beschikken over de in Bijlage 18 (Dataleveringsspecificatie) genoemde gegevens. Beschikbaar stellen en verstrekken van gegevens 14.1.1
De Concessiehouder stelt gegevens die hij uit hoofde van de Concessie moet leveren tijdig, correct, compleet en volgens voorgeschreven (landelijke) standaarden beschikbaar, waarbij standaarden van de Concessieverlener prevaleren boven landelijke standaarden.
14.1.2
De verplichting tot het verstrekken van gegevens over de Concessie geldt tot één kalenderjaar na afloop van de Concessie.
14.1.3
De Concessiehouder is verplicht om binnen de kaders van wet- en regelgeving, onvoorwaardelijk mee te werken aan het om niet beschikbaar stellen van gegevens in de vorm van open data voor onderzoeksdoeleinden.
14.1.4
De Concessiehouder beroept zich niet op zijn eigendomsrecht ten aanzien van door hem verstrekte en ontvangen gegevens.
14.1.5
De Concessieverlener mag alle gegevensbestanden binnen de kaders van wet- en regelgeving als open data bewerken, delen en publiceren.
76
Gegevenslevering aan NDOV 14.1.6
De Concessiehouder levert tijdig volledige en juiste gegevens rechtstreeks aan de NDOVloketten en DOVA OV-data conform het bepaalde in het document ‘Concessiebijlage datasets OV’ of diens opvolger(s).4
14.1.7
De Concessiehouder levert, binnen één jaar nadat hierover door de Concessieverlener dan wel landelijk afspraken zijn gemaakt, gewijzigde en/of aanvullende gegevens over de uitvoering van de Concessie aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data conform de betreffende (gewijzigde) standaarden.
14.1.8
Als de Concessiehouder in aanvulling op de conform de gevraagde BISON-koppelvlakken te verstrekken gegevens, (andere) gegevens beschikbaar stelt aan enig afnemer van reisinformatiediensten of ten behoeve van eigen reisinformatie publiceert, dan stelt hij deze gegevens om niet gelijktijdig en volledig gedocumenteerd aan de NDOV-loketten en DOVA OV-data ter beschikking.
Gegevenslevering aan de Concessieverlener 14.1.9
De Concessiehouder verstrekt gegevens aan de Concessieverlener op basis van Open standaarden conform het “Pas toe of leg uit” beleid van de adviescommissie Forum Standaardisatie.
14.1.10 De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens, ontdaan van
eventuele persoonsgegevens, met betrekking tot de Concessie die naar het oordeel van de Concessieverlener nodig zijn voor: • het monitoren van en sturen op de uitvoering en ontwikkeling van de Concessie en/of het systeem van collectieve mobiliteit in Zeeland; • de aanbesteding van de opvolgende concessie(s) of van een aangrenzende concessie; • het toepassen van landelijke wet- en regelgeving, zoals rond stikstofuitstoot. 14.1.11 De Concessiehouder verstrekt aan de Concessieverlener alle gegevens, ontdaan van
eventuele persoonsgegevens, over de uitvoering van de Concessie zoals benoemd en conform de voorschriften in Bijlage 18 (Dataleveringsspecificatie). 14.1.12 De Concessiehouder levert op verzoek van de Concessieverlener binnen de gevraagde
termijn onbewerkte gegevens, ontdaan van eventuele persoonsgegevens, verkregen via het gebruik van OVpay, de OV-chipkaart en/of eventuele toekomstige Betaalwijzen in het uitgevraagde format aan de Concessieverlener. De Concessiehouder stelt deze gegevens ook na de wettelijke bewaartermijn van 18 maanden in (minimaal) geaggregeerde en toegankelijke vorm beschikbaar aan de Concessieverlener. 14.1.13 De Concessiehouder geeft de Concessieverlener, of een door de Concessieverlener
aangewezen derde, in een door de Concessieverlener bepaalde format ongelimiteerd toegang tot alle onbewerkte brondata, ontdaan van eventuele persoonsgegevens, die gebruikt is voor het aanleveren van de in eisen 14.1.9 tot en met 14.1.11 gevraagde gegevens. De Concessieverlener of aangewezen derde mag alle brondata zelf bewerken.
4
Te vinden op https://dova.nu/document/concessiebijlagen
77
Online dashboard 14.1.14 In aanvulling op het dashboard van de Concessieverlener beschikt de Concessiehouder over
een actueel online eigen dashboard dat voldoet aan het bepaalde in de eis 14.1.15. 14.1.15 De Concessiehouder zorgt ervoor dat zijn online dashboard alle gegevens, ontdaan van
eventuele persoonsgegevens, over de uitvoering van de Concessie als bedoeld in eis 14.1.9, beschikt over een analyse- en exportfunctie (op dag-, halte- en ritniveau) en is uitgevoerd conform door de Concessieverlener, al dan niet op voorstel van de Concessiehouder vastgestelde standaarden en lay-out. De Concessiehouder zorgt er daarbij tevens voor dat: a. de Concessieverlener via het online dashboard op elk moment gegevens en rapportages kan downloaden en analyses op deze gegevens kan uitvoeren; b. de gegevens en rapportages vanaf aanvang tot ten minste een jaar daarna beschikbaar zijn voor en via het online dashboard te raadplegen zijn door de Concessieverlener; en c. alle gegevens en rapportages na beëindiging van het gebruik van het dashboard worden overgedragen aan de Concessieverlener.
Gegevenslevering aan MaaS-aanbieders 14.1.16 De Concessiehouder committeert zich aan en implementeert voorafgaand aan en tijdens de
Concessie de meest actuele landelijke afspraken om te komen tot een MaaS-waardige concessie en tot goede samenwerking met MaaS-aanbieders.5 De Concessiehouder verstrekt gegevens aan MaaS-aanbieders conform de meest recente binnen NOVB en/of DOVA vastgestelde richtlijnen.
Meewerken aan audits en externe onderzoeken 14.1.17 De Concessiehouder verleent op verzoek van de Concessieverlener volledige medewerking
aan controles (door derden) van geleverde gegevens (door derden), door inzicht te geven in zijn interne processen, systemen en keuzes met betrekking tot het verzamelen, opslaan, bewerken en delen van gegevens. De Concessiehouder zorgt in dat kader voor volledige en toegankelijke archivering van gegevens en rapportages over de uitvoering van de Concessie. 14.1.18 De Concessieverlener is bevoegd de juistheid en authenticiteit van door de Concessiehouder
geleverde gegevens te (laten) controleren. Deze bepaling is onverminderd van kracht na het verstrijken van wettelijke bewaartermijnen. 14.1.19 De Concessiehouder werkt actief mee aan de organisatie en uitvoering van de
Klantenbarometer of diens opvolger(s) en eventuele aanvullende landelijk of regionaal overeengekomen onderzoeken op het gebied van Openbaar Vervoer, waaronder de personeelsmonitor.
5
Zie https://www.crow.nl/kennis/bibliotheek-verkeer-en-vervoer/kennisdocumenten/maaswaardige-ov-concessies
78
14.1.20 De Concessiehouder informeert de Concessieverlener wanneer derden (bijvoorbeeld
onderzoekers, andere overheden) gegevens over de Concessie opvragen.
14.2
Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens
De Concessieverlener wenst over zo gedetailleerd mogelijke gegevens over de uitvoering van de Concessie te beschikken en heeft daarbij de intentie deze gegevens zoveel mogelijk in de vorm van openbare data beschikbaar te stellen. Vanzelfsprekend respecteert de Concessieverlener daarbij de beperkingen die vanuit wet- en regelgeving aan het verzamelen en gebruik van (persoons)gegevens gesteld worden. Van de Concessiehouder wordt hetzelfde verwacht. Opslag en beveiliging van persoonsgegevens 14.2.1
De Concessiehouder voldoet bij het verwerken van persoonsgegevens aan de verplichtingen die de (Uitvoeringswet) Algemene Verordening Gegevensbescherming ((U)AVG) of diens opvolger(s) en daaraan gerelateerde regelgeving stelt.
14.2.2
De Concessiehouder garandeert, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico’s en de aard van de te beschermen persoonsgegevens. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen. De Concessiehouder handelt conform de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Vanwege de veiligheidseisen is bijgevoegde ICO-wizard van toepassing.
14.2.3
De Concessiehouder en het Personeel houden de persoonsgegevens waar zij kennis van nemen en mee werken geheim, tenzij er een wettelijke uitzondering is.
14.2.4
De Concessiehouder verwerkt persoonsgegevens niet buiten de Europese Economische Ruimte, tenzij hij daarvoor uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft verkregen van de Concessieverlener en behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
14.2.5
Indien de Concessiehouder op grond van een wettelijke verplichting persoonsgegevens dient te verstrekken, informeert hij de Concessieverlener onmiddellijk en zo mogelijk voorafgaand aan de verstrekking.
14.2.6
De Concessiehouder informeert de Concessieverlener zodra hij kennis heeft genomen van onrechtmatige verwerkingen van persoonsgegevens of inbreuken op beveiligingsmaatregelen.
14.2.7
De Concessiehouder is aansprakelijk voor alle schade of nadeel, voortvloeiende uit het nietnakomen van of in strijd handelen met de bij of krachtens de AVG gegeven voorschriften, onverminderd de aanspraken op grond van wettelijke regels. De Concessiehouder is aansprakelijk voor schade of nadeel voor zover ontstaan bij de verwerking van de persoonsgegevens, waaronder alle schade of nadeel voortvloeiende uit de ontstane inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
79
Openbaarheid en bescherming van te leveren (persoons)gegevens
14.3
14.2.8
De Concessieverlener mag gegevens die de Concessiehouder op grond van de Concessiebeschikking dan wel bij of krachtens de Wp2000 aan de Concessieverlener moet verstrekken, openbaar maken, tenzij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van de Concessiehouder. Gelet op het publieke karakter van het Openbaar Vervoer zal van een dergelijke onevenredige benadeling niet snel sprake zijn. De openbaar te maken gegevens zullen noch direct noch indirect herleidbaar zijn tot natuurlijke personen.
14.2.9
Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder om ervoor te zorgen dat bij levering van de data zoals omschreven 14.1.9 t/m 14.1.12 deze data zijn ontdaan van persoonsgegevens binnen de kaders van wet- en regelgeving en tevens tijdig alle maatregelen worden genomen die nodig zijn om deze gegevens te kunnen verstrekken. De Concessiehouder legt de afspraken rondom de uitwisseling van deze gegevens vast in een gegevensuitwisselingsovereenkomst met Concessieverlener (bijlage bij de Concessiebeschikking). Ook bij het leveren van gegevens is artikel 14.2.7 van toepassing.
Monitoring
Naast complete, juiste en tijdig beschikbare informatie, draagt regelmatig overleg tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder bij aan een kwalitatief goede uitvoering van de Concessie binnen de door de Concessieverlener gestelde kaders. Samen zetten de Concessieverlener en de Concessiehouder zich in voor een constructieve samenwerking, gericht op realisatie van de doelen die de Concessieverlener met de Concessie nastreeft (zie hoofdstuk 1), met oog voor de belangen van Reizigers en andere Stakeholders. Monitoren 14.3.1
De Concessiehouder stelt na afloop van ieder Dienstregelingjaar een rapportage op die aansluit bij de opbouw van het Vervoerplan en waarin hij ten minste de voortgang van de uitvoering van de aangekondigde plannen en (marketingacties) en de ontwikkelingen in het aanbod, de uitvoeringskwaliteit, het gebruik en de Reizigersopbrengsten van het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie beschrijft en duidt.
14.3.2
De Concessiehouder besteedt in de in eis 14.3.1 genoemde rapportage in ieder geval aandacht aan de ontwikkelingen in de volgende KPI’s en maakt daarbij onderscheid naar Lijnen (het detailniveau van de rapportage wordt in de implementatiefase van de Concessie afgestemd): 1. Rituitval: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde norm in paragraaf 5.2; 2. ZE-transitie: aantal en aandeel Dienstregelinguren die gereden worden met ZeroEmissievoertuigen; 3. Punctualiteit: de mate waarin de Lijnen behorend tot de Concessie voldoen aan de gestelde normen in paragraaf 5.3; 4. Reizigerstevredenheid: de Concessiehouder analyseert de uitkomsten van de Klantenbarometer of diens opvolger(s). Hij streeft er daarbij naar om de klantwaardering minimaal gelijk te laten blijven en bij voorkeur te laten verbeteren ten opzichte van de klantwaardering volgens de OV-
80
5. 6.
7. 8.
klantenbarometer 2019. In zijn Vervoerplan laat hij zien hoe hij met dit klantoordeel rekening houdt en hoe hij zich inspant om het oordeel te verbeteren; OV-gebruik in termen van reizigersaantallen en reizigerskilometers; Reizigersopbrengsten per Lijn, ontdaan van eventuele persoonsgegevens, waarbij het detailniveau van de rapportage in de implementatiefase van de Concessie wordt afgestemd; Aantallen klachten en aantallen incidenten; Eventuele aanvullende KPI’s, waaronder de resultaten van onderzoeken uitgevoerd met mystery guests in opdracht van de Concessieverlener.
14.3.3
In alle gevallen zorgt de Concessiehouder ervoor dat de cijfers die hij in de in eis 14.3.1 genoemde rapportage opneemt aansluiten op en herleidbaar zijn uit de gegevens die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en derden verstrekt.
14.3.4
De Concessieverlener kan de uitvoeringskwaliteit ook zelf monitoren, onder andere via mystery guests. De Concessiehouder ontvangt een rapportage van de monitoring.
Bijsturen 14.3.5
De Concessiehouder streeft continu naar een verbetering van de uitvoeringskwaliteit.
14.3.6
Ingeval de prestaties van de Concessiehouder ten aanzien van een KPI achterblijven bij de overeengekomen norm, volgt de Concessieverlener het Protocol Sturing zoals opgenomen in (als bijlage van) de Concessiebeschikking.
14.3.7
Ingeval de Concessiehouder (delen van) een plan en/of (marketing)acties niet of niet tijdig uitvoert en/of gegevensbestanden, documenten of rapportages niet, niet volledig of met onvoldoende kwaliteit oplevert, volgt de Concessieverlener het Protocol Sturing.
81
Bijlagen Bijlage 1. Gemeenten in het Concessiegebied Bijlage 2. Nota van Uitgangspunten Bijlage 3. Begrippenlijst Bijlage 4. Concessiegrensoverschrijdende en te gedogen verbindingen Bijlage 5. HOV-verbindingen en overige lijnen. Bijlage 6. Overzicht te bedienen Hubs, Knooppunten en HOV-haltes Bijlage 7. Scholierenlijnen Bijlage 8. Dienstregeling 2023 Bijlage 9. Besluit inzake subsidie voor Buurtbussen Bijlage 10. Bestaande buurtbuslijnen in 2023 Bijlage 11. Procedure Dienstregeling Bijlage 12. Concessiebijlage datasets OV Bijlage 13. Concessiebijlage m.b.t. gebruik Korte Afstand Radio Bijlage 14. Wegbeheerdersconvenant Bijlage 15. Beschikbare OV-infrastructuur Bijlage 16. Huidige stallingslocaties Bijlage 17. Huisstijl ‘Reizen door Zeeland’
Bijlage 1. Gemeenten in het Concessiegebied De volgende gemeenten maken deel uit van het Concessiegebied: Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord Beveland, Reimerswaal, Schouwen Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen.
Bijlage 2. Nota van Uitgangspunten (Vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 6 september 2022)
Concessie Openbaar Busvervoer Zeeland’ NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
De Regionale Mobiliteitsstrategie is het beleidskader van de Zeeuwse overheden waarin de doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem op strategisch niveau beschreven staat. De reiziger verplaatst zich met eigen vervoer, finmazige mobiliteit en snelle openbaar vervoerverbindingen (de bus, de ferry en de trein). In deze Nota van Uitgangspunten zin strategische keuzes vanuit de Regionale Mobiliteitsstrategie met betrekking tot de busconcessie verduidelikt. Deze nota is de basis voor het Programma van Eisen en het Bestek voor de busconcessie. gevraagd wordt.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3 Doel en positie Nota van Uitgangspunten 3 Visie op aanbesteden 5 Doelstellingen Aanbesteding Concessie openbaar busvervoer 5
2. Financieel kader Concessie openbaar busvervoer
7 7 7 7 8 8 8
3. Reikwijdte van de Concessie openbaar busvervoer
9 9 9 10 11 12 12 12
Inleiding Hoogte van de provinciale bidrage De toe te passen indexering Meer- en minderwerk Alternatieve fnancieringsconstructie ZE-bussen Overig
Inleiding Kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer Scholierenlinen Buurtbussen Grensoverschridende verbindingen Te gedogen verbindingen Nieuwe (concessiegrensoverschridende) verbindingen
4. Ontwikkelruimte, ontwikkelfunctie en opbrengstverantwoordelijkheid Inleiding Ontwikkelruimte, ontwikkelrol en opbrengstverantwoordelikheid hoogwaardig openbaar busvervoer Ontwikkelruimte en ontwikkelrol scholierenvervoer Ontwikkelrol Concessiehouder openbaar busvervoer in ontwikkelteam Opbrengsten en kosten, prikkels in de concessie
5. Concessieduur
13 13 13 14 14 14 15
6. Materieel
16 16 16 16
7. Tarieven en betaalwijzen
18 18 18 18 18 18
8. Data
19
9. Personeel
20
10. Sociale veiligheid
21
11. Aansturing concessie openbaar busvervoer
22 22 22
Inleiding Uitstootnorm, energietransitie Comfort
LTK Regietaak Regionaal Betaalwizen Betaalinfrastructuur
Inleiding Verantwoordelikheden mobiliteitssysteem Taakverdeling Concessieverlener (Provincie) en Concessiehouder openbaar busvervoer Doorontwikkeling mobiliteitssysteem Ontwikkelteam openbaar busvervoer Concessiemanagement op outputcriteria Malusregeling Bonusregeling Goedkeuring voor schrappen linen / frequenties en vraaggerichtheid Werkzaamheden door wegbeheerders Wendbaarheid
23 23 23 24 24 24 24 24 24
Bijlage 1. Begrippenlijst
26
Bijlage 2. Lijst gemeenten Concessiegebied
29
2
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
3
1. Inleiding Doel en positie Nota van Uitgangspunten
Op 14 december 2024 eindigt de huidige openbaar vervoer Concessie per bus Zeeland. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 (WP2000) is het college van Gedeputeerde Staten (GS) van Zeeland Concessieverlener voor dit vervoer. Door middel van een Aanbesteding gunnen GS de concessie openbaar busvervoer aan een (nieuwe) vervoerder. Op 15 December 2024 start de nieuwe Concessie openbaar busvervoer Zeeland. De concessieverlening openbaar busvervoer Zeeland is het moment om het openbaar vervoer te herzien; om aan te sluiten bi de vraag van de reiziger en bi het beleid van de Provincie en de Regio. Het Mobiliteitsbeleid van Zeeland is vastgelegd in de Regionale Mobiliteitsstrategie en vastgesteld door GS en PS (en door de gemeentelike colleges en raden) in Zeeland. Dit is het kader voor de Concessie: de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) is koersbepalend voor de Aanbesteding van de Concessie; in de RMS staat het beleid op hoofdlinen. Een onderdeel van de uitwerking van de strategie is de Concessie voor openbaar busvervoer. De basis voor de Aanbesteding van de Concessie openbaar busvervoer zelf is het Bestek. Een belangrik onderdeel daarvan is het Programma van Eisen (PvE). Voor de doorvertaling naar het PvE vanuit het koersbepalende RMS is het nodig om soms meer in detail te treden dan dat de RMS doet.
De voorliggende Nota van Uitgangspunten (NvU) behandelt de onderwerpen waar een nadere verduideliking of keuze ten opzichte van het RMS is vereist. De NvU beschrift voor die onderwerpen onze afwegingen en hoofdkeuzes. Op basis van deze NvU werken wi het Programma van Eisen (PvE) voor de Concessie openbaar busvervoer uit. Deze vormt de basis voor het Bestek; de daadwerkelike uitvraag aan de marktpartien. De in deze NvU geschreven woorden met een Hoofdletter komen terug in de begrippenlist in bilage 1. In deze NvU hebben gedefnieerde begrippen de betekenis die hieraan in bilage 1 wordt toegekend. Het OPOV, gemeenten, wegbeheerders en naburige OV-autoriteiten zin geconsulteerd op het concept NvU.
4
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER SAMEN IN ZEELAND ZEE (2) HET CULTUURPROFIEL NOTA VAN UITGANGSPUNTEN VAN ZEELAND
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
Visie op aanbesteden
De volgende aanbestedingsprincipes worden gehanteerd: Marktspanning De Provincie hanteert een Europese Aanbesteding waarbi de aanbestedingsdocumenten zin getoetst aan de fnanciële haalbaarheid voor inschrivers. Hierbi is rekening gehouden met benodigde investeringen, risicoprofelen, duur van de Concessie en de beoogde doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem in Zeeland. Het streven naar voldoende marktspanning wordt vormgegeven via: • Nota van Uitgangspunten als basis voor het Programma van Eisen (PvE) • Marktconsultatie over het Ontwerp PvE (OPOV, Gemeenten, Potentiële aanbieders) • Informatie uit de marktconsultatie over het Ontwerp PvE gebruiken bi het fnaliseren van het PvE • Aankondiging van de Aanbesteding en marktconsultatie • Realistische en haalbare eisen stellen • Goede afweging risicoprofelen, ontwikkelruimte, ontwikkel- en opbrengstverantwoordelikheid en fnanciële prikkels • Aanbieden alternatieve fnancieringsconstructie vanuit de Provincie • Inschriftermin van de Concessie openbaar busvervoer valt zo min mogelik samen met inschriftermin van andere Concessies openbaar vervoer • Bi bestek wordt voldoende achtergrondinformatie geleverd inclusief onderzoek naar mogelike oplaadlocaties Eenvoud en consistentie Voor alle partien in de Aanbesteding moeten de eisen en de reikwidte helder zin. Bi de nog te houden marktconsultatie wordt het concept PvE bigevoegd.
Vervoervormen buiten de Concessie openbaar busvervoer Vraagafhankelike vormen van mobiliteit zoals deelmobiliteit, carpoolen en fex vervoer zin geen deel van de reikwidte van de Concessie Openbaar Busvervoer. Deze richtinggevende keuze is in de RMS gemaakt. Vervoervormen die binnen of buiten de Concessie Openbaar Busvervoer kunnen vallen Kleinschalige vormen van openbaar vervoer zin geen exclusief recht van de Concessiehouder openbaar busvervoer. Dit is nader gespecifceerd in deze NvU.
5
Regie tussen de Concessie openbaar busvervoer en (contractuele) vervoervormen buiten de Concessie openbaar busvervoer ligt bi de Overheid Deze richtinggevende keuze is in de RMS gemaakt. Wat in de samenwerking tussen de Provincie en Concessiehouder openbaar busvervoer van de Concessiehouder wordt verwacht, wordt nader beschreven in deze NvU en in het PvE.
Doelstellingen Aanbesteding Concessie openbaar busvervoer Provinciale doelstellingen voor de Concessie openbaar busvervoer zin: • Kwalitatief hoogwaardige busverbindingen tussen knooppunten met voldoende reizigersvraag (hubs en/of specifeke begin- en eindpunten). • Verduurzaming van het openbaar busvervoer. • Borging van goede overgang van scholierenlinen naar de nieuwe situatie volgens eisen die passen bi het nieuwe mobiliteitssysteem • Heriking van scholierenlinen en scholierenritten binnen maximaal 5 jaar vanaf de start van de concessie • Borging van goede overgang van toekomst vaste buurtbussen naar het nieuwe mobiliteitssysteem • Een betaalbare uitvoering van het openbaar busvervoer voor zowel reiziger als Provincie.
6
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
7
2. Financieel kader Concessie openbaar busvervoer Inleiding
Aan een Concessie worden door GS voorschriften verbonden als bedoeld in artikel 32 Wp2000. De inhoudelike eisen aan het vervoer worden verwoord in het PvE. Inschrivers worden via een gunningsmodel aangemoedigd om het juiste busvervoer met de juiste kwaliteit aan te bieden. Wat de winnende busvervoerder aanbiedt moet hi ook realiseren; de bieding van de winnende busvervoerder maakt onderdeel uit van de Concessie. Dit maakt dat de Provincie de gegunde busvervoerder kan aanspreken op het nakomen van het toegezegde aanbod. Naast inhoudelike eisen bevat de Concessie bepalingen met betrekking tot fnanciën.
Hoogte van de provinciale bijdrage Uitgangspunt:
Er is een jaarlijkse provinciale exploitatiebijdrage van 13,8 miljoen Euro (prijspeil 2021, exclusief indexatie, exclusief reizigersopbrengsten en exclusief inkomsten SOV-kaart) beschikbaar voor de Concessie openbaar busvervoer. Voor de nieuwe Concessie openbaar busvervoer is een jaarliks bedrag vanuit de Provincie beschikbaar. De totale waarde van de concessie openbaar busvervoer is door een wiziging in het mobiliteitssysteem en daaraan gerelateerd een herverdeling van middelen aan mobiliteit lager dan de waarde in de huidige Concessie openbaar busvervoer (exploitatiebidrage en reizigersopbrengsten). Uitgangspunt van de RMS is dat deze herverdeling direct start bi ingang van de nieuwe Concessie. De achtergrond van deze herverdeling is dat meer reisbewegingen in de nieuwe Concessieperiode door finmazig vervoer zullen worden bediend. Het voorzieningenniveau dat zal worden bediend met het openbaar busvervoer wordt daarmee beduidend lager dan momenteel, maar in samenhang met het finmazige vervoer wordt een grotere bereikbaarheid van Zeeland bereikt.
De toe te passen indexering Uitgangspunt:
De Provincie past de landelijke bijdrage index (LBI) en de landelijke Tariefindex (LTI) in de Concessie openbaar busvervoer toe. Decentrale OV-autoriteiten hebben zich gecommitteerd aan het convenant Landelik Tarievenkader (LTK). Het LTK bevat landelike afspraken tussen decentrale OV-autoriteiten over onder andere het basistarief voor reizen op saldo en landelike producten, en de verdeling van opbrengsten hiervan. Deze tarieven worden jaarliks geïndexeerd met de Landelike Tariefndex (LTI). De indexering komt tot stand door een weging van de loon-, energieen infatieontwikkeling. De weging hierbi wordt periodiek herikt. In de komende concessieperiode draagt de provincie de opbrengstverantwoordelikheid. De Landelike Bidrage Index (LBI) wordt gebruikt in concessieovereenkomsten voor de periodieke aanpassing van de vergoedingen. Er zin verschillende LBI’s afhankelik van de modaliteit en gebruikte energiebron. De indexering komt tot stand door een weging van de loon-, energie- en infatieontwikkeling. De weging hierbi wordt periodiek herikt. De Provincie dekt haar bidrage uit de algemene middelen. De indexatie hiervan wikt af van die van de landelike bidrage index (LBI) die sectorbreed in het openbaar vervoer wordt gebruikt voor exploitatiebidragen. Het verschil tussen de indexatie van de algemene middelen en de LBI zal achteraf per jaar door de Provincie worden verrekend.
Het voordeel hiervan is dat dit bedrag daarmee niet ten koste gaat van de beschikbare bidrage aan het voorzieningenniveau in de Concessie openbaar busvervoer.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
8
Regeling meer- en minderwerk
Alternatieve fnancieringsconstructie ZE-materieel
Uitgangspunt: De Provincie past een regeling meer- en minderwerk toe. Meer- en minderwerk worden verrekend tegen het DRU-tarief waarvoor de winnende vervoerder inschrijft
Uitgangspunt: De Provincie biedt een nader uit te werken alternatieve financieringsconstructie aan voor vervoerders die hiervan gebruik willen maken. De Provincie wordt hierbij geen eigenaar van het materieel en/of de laadinfrastructuur
In de Concessiebeschikking wordt een regeling meer- en minderwerk beschreven. Dit is gerelateerd aan het DRU-tarief waarvoor de Concessiehouder inschrift. Meer- en minderwerk worden verrekend tegen dit DRU-tarief. Tegen dit tarief kan de Provincie ad hoc extra vervoer inkopen (meerwerk) of afschalen (minderwerk).
De Provincie biedt een nader uit te werken alternatieve fnancieringsconstructie aan voor vervoerders die hiervan gebruik willen maken. Hiermee doet de Provincie recht aan de uitkomsten van de eerder gehouden marktconsultatie. Hierbi geldt als uitgangspunt dat de provincie geen eigenaar wordt van het materieel en/of de laadinfrastructuur.
Overig
In het hoofdstuk aansturing Concessie wordt de methodiek van malus en ontwikkelprikkel benoemd.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
9
3. Reikwijdte van de Concessie openbaar busvervoer Inleiding
Onderwerp van de Aanbesteding is de Concessie openbaar busvervoer Zeeland. In de RMS zin de volgende keuzen gemaakt: • Trein, Ferry en vraagafhankelike vormen van mobiliteit zoals deelmobiliteit, carpoolen en fex vervoer zin geen onderdeel van de Concessie openbaar busvervoer. • Het Concessiegebied openbaar busvervoer blift geografsch hetzelfde als in de voorgaande Concessie en bevat het grondgebied van de provincie Zeeland; de gemeenten zoals weergegeven in bilage 2. • Er is geen sprake van een specifek toeristennet in de nieuwe Concessie openbaar busvervoer. De doelgroep toeristen wordt ten opzichte van de huidige Concessie niet gezien als separate doelgroep. De ervaring heeft geleerd dat het huidige concept openbaar busvervoer niet passend is voor specifeke toeristische wensconcepten. Toeristen kunnen voor hun mobiliteitsbehoefte in de nieuwe Concessieperiode gebruik maken van het Zeeuwse mobiliteitssysteem zoals dat voor alle groepen geldt. Ten behoeve van de Aanbesteding van de Concessie openbaar busvervoer is het noodzakelik om een aantal aspecten – die niet als keuze in de RMS zin gemaakt – nader te detailleren.
Het gaat dan om de volgende onderwerpen: Openbaar busvervoer • Welke aspecten belangrik zin voor de exploitatie op de verbindingen door de bus; • Bedieningsperiode, frequentie en linvoering van de bus op die verbindingen; • Productformule kwalitatief hoogwaardige busverbinding. Scholierenlinen: • Scholierenvervoer; defnitie en noodzaak van scholierenlinen en scholierenritten in het toekomstige mobiliteitssysteem. • Scholierenlinen: wel of geen deel van de reikwidte van de Concessie openbaar busvervoer
Buurtbussen (kleinschalig openbaar vervoer met auto uitgevoerd door vriwilligers): • Buurtbussen in het toekomstige mobiliteitssysteem • Dienstregelings- en routegebonden kleinschalig vervoer met een auto (maximaal 8 persoons voertuig) en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer in het toekomstige mobiliteitssysteem • Het faciliteren door de Provincie van buurtbussen / dienstregeling- en route gebonden kleinschalig vervoer met een auto en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer en de relatie met de Concessie openbaar busvervoer. Grensoverschridende verbindingen met het openbaar busvervoer. Te gedogen verbindingen openbaar busvervoer.
Kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer Uitgangspunten
De productformule kwalitatief hoogwaardig openbaar busvervoer is gedefinieerd als snel, comfortabel en betrouwbaar. Het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer bedient verbindingen die zullen worden voorgeschreven in het PvE. De maximale reistijd met het openbaar busvervoer op de voorgeschreven verbindingen is als keuze vanuit de RMS maximaal 2 keer de reistijd per auto op dezelfde verbindingen. De ambitie is om binnen maximaal 4 jaar toe te groeien naar maximaal 1.5 keer de reistijd per auto op de verbindingen. De operationalisering van de aspecten comfortabel en betrouwbaar worden uitgewerkt in het PvE in de vorm van outputindicatoren. De productformule kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer betekent op de voorgeschreven verbindingen een minimale frequentie van 1 keer per uur. De vervoerder kent een vervoerplicht op de voorgeschreven verbindingen; daar waar de reizigersvraag binnen de verplicht voorgeschreven bedieningsperiode een hogere frequentie dan
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
10
1 keer per uur vraagt, dient een hogere frequentie te worden geboden in die periode. Reizigersdata van 2021 en eerste helft 2022 worden bij de Aanbestedingsdocumenten bijgevoegd en gelden als uitgangspunt. Het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer kent op de voorgeschreven verbindingen een verplicht te bedienen bedieningsperiode. De Provincie schrijft in het PvE deze verplichte bedieningsperiode per verbinding voor. Treinstations worden door het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer alleen verplicht bediend als die stations zijn benoemd als verplicht te bedienen en vallen binnen de voorgeschreven bedieningsperiode op die verbinding. Bij de bediening van (bestaande en nader te ontwikkelen) Halteplaatsen op de verbindingen dient de Concessiehouder uit te gaan van vraaggerichtheid. In het PvE wordt uitgewerkt wat wordt verstaan onder vraaggerichtheid. Daar waar de winnende vervoerder eventuele wensen van de Provincie met betrekking tot kwalitatief hoogwaardig openbaar busvervoer – bovenop de gestelde eisen – bij zijn inschrijving inwilligt, gelden daarvoor eveneens de outputindicatoren van de provinciale productformule kwalitatief hoogwaardig openbaar busvervoer.
De RMS voorziet voor het openbaar busvervoer een netwerk van bussen die minder verbindingen of een lagere frequentie bieden dan in de huidige Concessie, maar wel meer kwalitatief hoogwaardige verbindingen. Dit kwalitatief hoogwaardige busnetwerk heeft geen verzamelende functie, maar wel de verbindende functie tussen knooppunten met voldoende reizigersvraag (hubs en/of begineindpunten). Reizigers kunnen met de kwalitatief hoogwaardige busverbindingen snel van en naar knooppunten reizen en daar via finmazige mobiliteitsopties het voor- en natransport inrichten. De Provincie schrift verbindingen en bedieningsperioden voor. Hiermee ontstaat voor de inschrivers een consistent en eenduidig kader. De Provincie operationaliseert de productformule kwalitatief hoogwaardig openbaar busvervoer in de outputindicatoren snelheid, comfort en betrouwbaarheid.
Scholierenlijnen
Het beleid van de Overheid (RMS) is gericht op het bevorderen van actieve mobiliteit, waaronder de fets en e-fets. Daarnaast is het beleid van de Provincie gericht op bereikbaarheid van Zeeland, waaronder de bereikbaarheid van scholen voor scholieren en studenten. Hierbi geldt in principe hetzelfde als voor andere groepen reizigers: er is voor- en natransport door finmazige mobiliteitsopties en voor de verbindingen tussen knooppunten
kan gebruik worden gemaakt van het openbaar busvervoer. Uitgangspunt vanuit de RMS is de bereikbaarheid van scholen voor scholieren en studenten; de RMS stelt dat deze bereikbaarheid alleen bi voldoende reizigersvraag op verbindingen een grote bus op verbindingen rechtvaardigt. De RMS benoemt specifeke scholierenlinen maar gaat niet in op de vraag of en hoe de scholieren / studenten die in de huidige Concessie gebruik maken van deze scholierenlinen in het toekomstige mobiliteitssysteem gaan reizen. En ook niet op de vraag of en hoe COVID mogelik structurele efecten op het reisgedrag van scholieren en studenten heeft.
Uitgangspunten
De huidige Scholierenlijnen en Scholierenritten vallen voor maximaal 5 jaar binnen de reikwijdte van de openbaar vervoer concessie. Scholierenlijnen en Scholierenritten kennen een andere productformule (eisen aan snelheid, reistijd, verbindingen) dan het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer en zijn als zodanig herkenbaar. De eisen die worden gesteld aan Scholierenlijnen worden de komende periode uitgewerkt, waarbij de provincie overleg voert met de Stichting Scholierenvervoer Zeeland (SSZ). De uiteindelijke eisen worden in het PvE opgenomen door de Provincie. Uitgangspunt voor het scholierenvervoer is het visgraatmodel (bus voedt de trein) mits aan een aantal nader uit te werken voorwaarden wordt voldaan Een belangrijk uitgangspunt is dat zo lang de tariefintegratie bus – spoor niet is geregeld, bussen parallel aan het spoor blijven rijden. Wanneer aan de voorwaarden is voldaan, zullen bussen niet meer parallel aan het spoor rijden. Scholierenvervoer - defnitie Scholieren en studenten zin een groot deel van de openbaar vervoer reizigers in Zeeland in de huidige Concessie. Kenmerkend voor Zeeland is dat scholieren en studenten dus niet alleen met specifeke Scholierenlinen van en naar scholen reizen. Het Scholierenvervoer is een verzamelnaam voor de manieren waarop scholieren en studenten reizen in de huidige Concessie.
Zi reizen zowel op buslinen op het kernnet als met specifeke Scholierenlinen. Daarnaast zin er ook versterkingsritten; ritten die specifek voor scholieren worden ingelegd in de ochtend- of middagspits om het grote volume op die tidstippen te kunnen vervoeren bovenop reguliere buslinen die dan al riden.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
Ontwikkelingen Het kenmerk van de specifeke Scholierenlinen en Scholierenritten is: • Doelgroep zin scholieren en MBO-studenten in de leeftid tot 18 jaar; • Studenten MBO, HBO en Universiteit; • Eenzidig spitsvervoer; tegenritten zin niet nodig; • Kortstondige inzet van materieel; • Stilstand van materieel buiten spitstiden en in vakantieperioden. De Scholierenlinen en -ritten zoals deze in de huidige situatie bestaan zin een resultaat van een samenwerking tussen de provincie Zeeland en de Concessiehouder. In de huidige situatie worden Scholierenlinen en Scholierenritten gereden met eigen bussen door de Concessiehouder en met eigen bussen door Zeeuwse regionale touringcar ondernemers (onderaannemers); dit laatste betreft materieel van de onderaannemers zelf; dit zin geen touringcars maar reguliere (toegankelike) bussen. In het toekomstige mobiliteitssysteem bedient het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer snel, comfortabel en betrouwbaar diverse verbindingen tussen knooppunten. Studenten en scholieren kunnen gebruik maken van dit kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer. Voor het voor- en natransport kan gebruik worden gemaakt van finmazige mobiliteit. Dit finmazige mobiliteitssysteem is bi de start van de Concessie echter nog niet uit-ontwikkeld. COVID heeft geleid tot wizigingen in reisgedrag, bivoorbeeld door studeren op afstand.
In de transitieperiode van het Openbaar Vervoer is samen met vervoerders en OV-autoriteiten en samen met het Rik gekeken naar mogelike maatregelen om het openbaar vervoer betaalbaar en kwalitatief goed te houden. Een van die maatregelen is de Onderwisaanpak. Hierbi wordt in gezamenlikheid verkend wat de mogelikheden zin om deels digitaal onderwis in te richten en/of schooltiden van het fysieke onderwis te wizigen zodat een spreiding van ritten over de dag mogelik is. Efecten van de door ontwikkelingen op het Scholierenvervoer zin nog onduidelik. Daarom ziet de Provincie Scholierenlinen en – Ritten als een separate productformule ten opzichte van de productformule van het kwalitatief hoogwaardige openbaar busvervoer.
11 Buurtbussen Uitgangspunten
Voor een goede en tijdige overgang naar het nieuwe mobiliteitssysteem kiest de Provincie ervoor om bij de aanbesteding van de grote bus een aantal van de bestaande buurtbussen – die binnen het aangescherpte provinciale toetsingskader passen - in te kopen bij de Concessiehouder. Dit wordt uitgewerkt in het PvE. Dienstregelings- en routegebonden kleinschalig vervoer en/ of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer zijn geen exclusief recht van de Concessiehouder. Dit betekent dat de Provincie het recht heeft om kleinschalige route- en dienstregelingsgebonden initiatieven en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer bij de Concessiehouder in te kopen, maar niet de plicht. Kleinschalige route- en dienstregelingsgebonden initiatieven waaronder de buurtbus en/ of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer zijn geen exclusief recht van de Concessiehouder. De Provincie bespreekt in het Ontwikkelteam de meerwaarde, de bekostiging (wie en welk bedrag) en de status (pilot / structureel) van mogelijkheden van kleinschalig dienstregelings- en routegebonden vervoer en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer die zich tijdens de concessie voordoen. Het staat de Overheid vrij waar zij gedurende de concessie kleinschalig dienstregelings- en routegebonden vervoer en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer inkoopt.
Eventuele nieuwe (niet bij de aanbesteding uitgevraagde) dienstregelings- en routegebonden kleinschalig vervoer diensten met kleinschalig materieel en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer die niet bij de Concessiehouder worden ingekocht moeten door de Concessiehouder worden gedoogd. De Provincie faciliteert maatschappelijke (vrijwilligers) initiatieven voor het rijden van een Buurtbus; de Provincie toetst aanvragen hiervoor op basis van een – ten opzichte van de huidige situatie – aangescherpt Provinciaal subsidie-kader. De Concessiehouder krijgt een coördinerende taak in het kleinschalige dienstregelingsgebonden vervoer in het ontwikkelteam. Dit betreft onder andere afstemming van dienstregelingen en eenduidigheid van materieel. Deze taak is ook voorzien voor dienstregelingsgebonden diensten die gedurende de concessie mogelijk niet bij de Concessiehouder worden ingekocht.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
12
De ontwikkeling van kleinschalig vervoer inclusief dienstregelingsen routegebonden vervoer en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer is nu nog niet te voorzien. De provincie ziet dit als deel van een door-ontwikkeling waarbi de overheid regie voert. Daarom kiest de Provincie ervoor om de door-ontwikkeling van kleinschalig vervoer expliciet deel te laten zin van de besprekingen in het Ontwikkelteam. De overheid wil daarbi de vriheid hebben om – op het moment dat het vraagstuk van kleinschalig dienstregelings- en routegebonden vervoer en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer speelt gedurende de concessie – te bepalen waar zi dit inkoopt. Dit betekent dat de provincie in de nieuwe concessie het recht heeft om nieuwe kleinschalige route- en dienstregelingsgebonden initiatieven en/of nieuwe vormen van kleinschalig openbaar vervoer bi de Concessiehouder in te kopen, maar niet de plicht. Kleinschalige route- en dienstregelingsgebonden initiatieven waaronder de buurtbus zin geen exclusief recht van de Concessiehouder. Het concept Buurtbus is een maatschappelik initiatief: vriwilligers riden (met een ribewis B) 8-persoonsbussen (in de Wet gedefnieerd als auto) met een dienstregeling en route gebonden van beginpunt naar eindpunt. Tussenliggend worden halten aangedaan.
Buurtbussen worden ingezet waar een voldoende reizigersvraag is om buurtbussen te rechtvaardigen. De Provincie scherpt op dit moment haar Provinciale subsidiekader aan . Vanuit een goede overgang van de huidige naar de toekomstige situatie is de Provincie voornemens de bestaande buurtbuslinen - die volgens de aan te scherpen provinciale subsidieregeling toekomstbestendig zin - als dienst bi de Concessiehouder in te kopen.
Grensoverschrijdende verbindingen
Reizigers moeten zonder problemen over concessiegrenzen heen kunnen reizen. In de Aanbesteding van het openbaar busvervoer zullen dan ook duidelike voorwaarden en wensen opgenomen worden over landsgrensoverschridende linen naar Vlaanderen en concessiegrensoverschridende linen van en naar Nederlandse buurconcessies.
Uitgangspunten
Landsgrensoverschrijdende verbindingen binnen de openbaar vervoer concessie kennen een gezamenlijke bekostiging van Vlaanderen en Zeeland. De provincie Zeeland maakt met Vlaanderen (MoW) afspraken over de verdeelsleutel van bekostiging voor de landsgrensoverschrijdende verbindingen
De verbinding Gent – Terneuzen wordt niet verplicht voorgeschreven maar als gespecificeerde optie of wens uitgevraagd. De verbinding Breskens Veerhaven – Brugge Station wordt voorgeschreven als verplicht uit te voeren verbinding in samenwerking met De Lijn. De verbinding Hulst – Antwerpen– Breda: de verbinding van Hulst naar Antwerpen wordt verplicht voorgeschreven. De verbinding Antwerpen – Breda wordt niet verplicht voorgeschreven maar als gespecificeerde optie of wens uitgevraagd.
Te gedogen verbindingen
De Concessiehouder dient enkele binnenkomende linen vanuit buurconcessies te gedogen, ook als het gaat om nieuwe linen vanuit andere concessies. De Concessiehouder dient onderstaande verbindingen te gedogen. Te gedogen verbinding
OV-Autoriteit
• 22/42/43 Sint Niklaas - Hulst1 MoW (Vlaanderen) • Vipre EECV Shuttle 23 • Scharendike - Rotterdam Europoort Provincie Zuid-Holland • 58 Brugge – Aardenburg MoW (Vlaanderen) • 104 Hellevoetsluis - Renesse Provincie Zuid-Holland • 214 St. Anna Jacobapolder – Steenbergen Provincie Noord-Brabant • (buurtbus) • 614; Deze ridt in feite dezelfde route als Provincie Noord-Brabant • buurtbus 214, maar 614 versterkt in de • ochtend- en middagspits 1 rit. • 802 Middelharnis – Renesse Transferium Provincie Zuid-Holland • (zomer) • Semi-fex systeem vanuit Maldegem dat MoW (Vlaanderen) • verbinding maakt tussen Maldegem en • Sluis & Aardenburg (vervoer op maat)
Nieuwe (concessiegrensoverschrijdende) verbindingen De Concessie biedt de ruimte om op een later moment nieuwe verbindingen of linen toe te voegen. Bi concessiegrensoverschridende verbindingen dient ook te worden voldaan aan de eisen uit de betrefende caoncessie. 1 Afhankelik van de exacte datum van (gefaseerd) invoeren van basisbereikbaarheid (juli 2023 als richtdatum), wordt het aanbod volgens dienstregeling beperkt tot scholierenritten via het tracé van de huidige lin 42.
CONCESSIE OPENBAAR BUSVERVOER ZEELAND NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
13
4. Ontwikkelruimte, ontwikkelfunctie en opbrengst-verantwoordelijkheid Inleiding
Er is een directe relatie tussen fnanciën en ontwikkel- en opbrengstmogelikheden en -verantwoordelikheden. De RMS geeft aan dat voor de ontwikkelfunctie binnen de nieuwe Concessie openbaar busvervoer een samenspel nodig zal zin tussen Provincie en Concessiehouder openbaar busvervoer. Hierbi is in de RMS de keuze gemaakt dat de Overheid vanuit haar Regierol verantwoordelik is voor het zo goed mogelik inzetten van de verschillende vormen van mobiliteit, op basis van data over de vraag van reizigers en het aanbod van vervoermiddelen vanuit de verschillende contracten. In de RMS is op hoofdlinen de keuze gemaakt welke vervoervormen wel en welke niet in de reikwidte van de concessie openbaar busvervoer vallen. De RMS maakt geen keuze in het beleggen van de ontwikkelfunctie en opbrengstverantwoordelikheid.
Uitgangspunten
De Concessie openbaar busvervoer bestaat voor een relatief groot deel uit een door de Provincie geëist voorzieningenniveau op door de Provincie geëiste Verbindingen De Provincie gaat over het voorzieningenniveau in de bus. Het voorzieningenniveau bij de hubs is primair een verantwoordelijkheid van de wegbeheerders. Inzet is om daarover vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid samen afspraken te maken. De opbrengstverantwoordelijkheid ligt bij de Provincie. De Concessiehouder ontwikkelt het lijnennet en de dienstregeling van het openbaar busvervoer binnen de door de Provincie gestelde eisen in het PvE. De Concessiehouder wordt uitgedaagd om het openbaar busvervoer kwalitatief hoogwaardig uit te voeren en mede door te ontwikkelen. De Concessiehouder wordt uitgedaagd om het scholierenvervoer kwalitatief goed uit te voeren en mede door te ontwikkelen. De Concessiehouder brengt zijn specifieke openbaar vervoer expertise in het Ontwikkelteam in om invulling te geven aan het door ontwikkelen van het kwalitatief hoogwaardige openbaar vervoer en het scholierenvervoer.
Ontwikkelruimte, ontwikkelrol en opbrengstverantwoordelijkheid hoogwaardig openbaar busvervoer De verbindingen met het hoogwaardige openbaar busvervoer worden – samen met de Trein en de Ferry – door de RMS als de toekomstvaste ruggegraat van het openbaar vervoer in Zeeland gezien. Mede door de infrastructurele en geografsche kenmerken in Zeeland liggen deze verbindingen – met een relatief groot reizigersvolume – voor langere tid vast. Dit biedt daarmee zekerheid aan reizigers. Op deze ruggegraat eist de Provincie een hoogwaardige dienstverlening per bus. De eisen hieraan worden in het PvE beschreven. Dit hoogwaardige openbaar busvervoer bestaat voor een relatief groot deel uit een door de Provincie te eisen Voorzieningenniveau op door de Provincie te eisen Verbindingen. Dit betekent dat de ontwikkelruimte voor de Concessiehouder openbaar busvervoer beperkt is. Verder is in de RMS de keuze gemaakt voor het beleggen van de Regiefunctie bi de Overheid. Dit betekent dat de Overheid stuurt op het finmazige vervoer dat als Voor- en Natransport van het openbaar busvervoer gaat functioneren. Dit betekent ook dat de ontwikkeling in aantallen reizigers in het hoogwaardige openbaar busvervoer mede afhankelik zin van het functioneren van vervoervormen buiten de Concessie openbaar busvervoer, waarop de Concessiehouder openbaar busvervoer geen of zeer beperkt invloed heeft.
De Concessiehouder kan wel pro-actief meedenken. Ontwikkelruimte, Ontwikkelfunctie en Opbrengstverantwoordelikheid zin aan elkaar gerelateerd. Wie geen of beperkte ruimte heeft om te ontwikkelen, kan de ontwikkelrol en – verantwoordelikheid niet (geheel) dragen. En bi wie de ontwikkelrol en – verantwoordelikheid ligt, moet ook de prikkel hebben om daadwerkelik te ontwikkelen: een fnanciële prikkel om met opbrengsten inspanningen te rechtvaardigen. Het grotendeels voorschriven van het voorzieningenniveau op verbindingen voor het hoogwaardige openbaar busvervoer