CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20230207 Raadsbrief Inspraakreactie op het ontwerp pve busconcessie Zeeland 2025 Bijlage 2 Ontwerp PvE OV Zeeland 2025

Gemeenteraad 16 februari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken34.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programma van eisen Openbaar Vervoer per Bus en Auto Provincie Zeeland 2025 (ontwerp) Provincie Zeeland Europese Aanbesteding, niet-openbare procedure

Zaaknummer: Versie: Datum:

246545 1.1 10 januari 2023

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................5 1.1 Context 5 1.2 Concessie Zeeland 2015-2024 6 1.3 Ambities en randvoorwaarden voor de Concessie 6 1.4 Rol en status ontwerp Programma van Eisen 9 1.5 Leeswijzer 9 2. Ontwikkeling en samenwerking .....................................................................................11 2.1 Mobiliteitscentrale Zeeland 11 2.2 Te verwachten ontwikkelingen 11 2.3 Ontwikkelplan 12 2.5 Samenwerking Concessiehouder en Concessieverlener tijdens de Concessie 13 2.6 Samenwerking tijdens de Implementatie en de Concessie 13 2.7 Samenwerking en overleg met Gemeenten 14 2.8 Samenwerking en overleg met andere concessieverleners 14 2.9 Samenwerking en overleg met andere concessiehouders en aanbieders van Fijnmazige mobiliteitsdiensten 14 2.10 Samenwerking met concessiehouders van lijnen in België 15 3. Vervoerkundige eisen.....................................................................................................17 3.1 Uitgangspunten 17 3.2 Opbouw van het OV-netwerk 17 3.3 Eisen aan HOV-lijnen 18 3.4 Bedieningseisen HOV-lijnen 19 3.5 Scholierenvervoer 19 3.6 Buurtbuslijnen 21 3.7 Overige lijnen 22 3.8 Vervoerplan 23 3.9 Dienstregeling HOV-lijnen 24 3.10 Dienstregeling 24 3.11 Tussentijdse wijzigingen Dienstregeling 25 3.12 3.13

Aansluitingen en afstemming Lijnnummering

26 26

3.14 Feestdagen 27 4. Materieel ..........................................................................................................................28 4.1 Algemene eisen 4.2 Milieuprestaties Materieel

28 29

4.3 Toegankelijkheid 4.4 Uiterlijk en reclame Materieel

30 31

4.5 Lengte en leeftijdseisen van het Materieel 4.6 Technische eisen aan het Materieel

31 32

4.7 Comfort en netheid van het Materieel 35 4.8 Buurtbussen 36 5. Uitvoeringskwaliteit ........................................................................................................37 5.1 Vervoerplicht, vervoercapaciteit en zitplaatskans 37 5.2 Rituitval en Vervangend Vervoer 38

2

5.3 Punctualiteit en Aansluitingen

39

5.4 Afwijkingen van de Dienstregeling 5.5 Overmacht

41 41

5.6 Compensatieregeling 43 5.7 Centrale Verkeersleiding 43 6. Infrastructuur ..................................................................................................................45 6.1 Samenwerking Concessiehouder met partners 45 6.2 Weginfrastructuur 6.3 Haltes

45 46

6.4 Stallingen, onderhoudsvoorzieningen en pauzevoorzieningen 47 6.5 Laadinfrastructuur 47 7. Reisinformatie.................................................................................................................49 7.1 Reisinformatie algemeen 49 7.2 Reisinformatie over de Dienstregeling 7.3 Informatie op haltes

50 51

7.4 Informatie in en op de voertuigen 7.5 Informatie op websites en apps

52 54

7.6 Overig gebruik aangeleverde informatie 55 8. Tarieven en betaalwijzen ................................................................................................56 8.1 Tarieven en Reizigersopbrengsten 56 8.2.Elektronische Betaalwijzen 57 8.3 Distributie Elektronische Betaalwijzen 59 8.4 Andere Betaalwijzen 60 8.5 Betalen op concessiegrensoverschrijdende lijnen 61 8.6 Betalen binnen andere modaliteiten 61 9. Marketing ........................................................................................................................63 9.1 Marketingsubsidie en marketingplan 63 9.2 Merk en huisstijl 64 10. Personeel ........................................................................................................................65 10.1 Personeel en Reizigers 65 10.2 Concessiehouder als werkgever 66 11. Sociale Veiligheid ...........................................................................................................68 11.1 Sociale Veiligheid algemeen 68 11.2 Sociaal Veiligheidsplan 70 12. Duurzaamheid en circulariteit ........................................................................................71 12.1 Duurzame bedrijfsvoering 71 12.2 Circulariteit 71 13.

Consumentenbescherming en reizigersinspraak .........................................................73 13.1 Klantenservice en klachtenafhandeling 73 13.2 Rol Overleg Platform Openbaar Vervoer Zeeland (OPOV) 74 13.3 Consultatie Reizigers en andere belanghebbenden 75 14. Data en monitoring .........................................................................................................76 14.1 Datalevering 76 14.2 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 79 14.3 Monitoring 80 Bijlagen..................................................................................................................................83

3

Bijlage 1. Gemeenten in het Concessiegebied Bijlage 2. Nota van Uitgangspunten Bijlage 3. Begrippenlijst Bijlage 4. Concessiegrensoverschrijdende en te gedogen verbindingen Bijlage 5. HOV-verbindingen en overige lijnen. Bijlage 6. Overzicht te bedienen Hubs, Knooppunten en HOV-haltes Bijlage 7. Scholierenlijnen Bijlage 8. Dienstregeling 2023 Bijlage 9. Besluit inzake subsidie voor Buurtbussen Bijlage 10. Bestaande buurtbuslijnen in 2023 Bijlage 11. Procedure Dienstregeling Bijlage 12. Concessiebijlage datasets OV Bijlage 13. Concessiebijlage m.b.t. gebruik Korte Afstand Radio Bijlage 14. Wegbeheerdersconvenant Bijlage 15. Beschikbare OV-infrastructuur Bijlage 16. Huidige stallingslocaties Bijlage 17. Huisstijl ‘Reizen door Zeeland’ Bijlage 18. Dataleveringsspecificatie

4

1.

Inleiding

1.1

Context

De Regionale Mobiliteitsstrategie die op 17 december 2021 door Provinciale Staten is vastgesteld voorziet voor het netwerk van HOV-lijnen meer kwalitatief hoogwaardige verbindingen, maar minder verbindingen dan in de huidige concessie. De HOV-lijnen hebben een verbindende functie tussen knooppunten, hubs en/of begin- eindpunten, met voldoende vervoervraag, maar geen ontsluitende functie. Reizigers kunnen met HOV-lijnen snel van en naar knooppunten reizen en daar via de Fijnmazige mobiliteitsdiensten het voor- en natransport inrichten. In de Regionale Mobiliteitsstrategie (RMS) zijn de volgende keuzes gemaakt: • De vier Lijntypen van de Concessie (HOV-lijnen, Scholierenlijnen, Buurtbussen en Overig vervoer) maken deel uit van het Zeeuwse mobiliteitssysteem Bus - Trein - Ferry inclusief vooren natransport van bijvoorbeeld per fiets, auto of doelgroepenvervoer. De Concessie bestaat uit het Openbaar Vervoer per Bus en Auto en een aantal daaraan gerelateerde diensten. • Trein, Ferry, Fijnmazige mobiliteitsdiensten en vrijwilligersvervoer (m.u.v. Buurtbus) zijn geen onderdeel van de Concessie. • Het Concessiegebied blijft geografisch hetzelfde als in de voorgaande concessie en omvat het grondgebied van de provincie Zeeland, met de gemeenten zoals weergegeven in Bijlage 1. • Er is geen sprake van een specifiek toeristennet in de Concessie.

De doelgroep toeristen wordt ten opzichte van de huidige concessie niet gezien als separate doelgroep. Toeristen kunnen voor hun mobiliteitsbehoefte in de (nieuwe) Concessieperiode gebruik maken van het Zeeuwse mobiliteitssysteem zoals dat voor alle doelgroepen geldt. De volgende uitgangspunten zijn in de Nota van Uitgangspunten (NvU, door Provinciale Staten vastgesteld op 6 september 2022, Bijlage 2): 1. Het Lijntype HOV-lijnen is snel, comfortabel en betrouwbaar; 2. Het Lijntype HOV-lijnen bedient verbindingen die worden voorgeschreven in dit Programma van Eisen; 3. Bij de start van de Concessie is de reistijd met HOV-lijnen op de voorgeschreven verbindingen als keuze vanuit de RMS maximaal 2 keer de reistijd per auto op dezelfde verbindingen. De ambitie is om binnen maximaal 4 jaar toe te groeien naar maximaal 1,5 keer de reistijd per auto op die verbindingen; 4. De operationalisering van de aspecten ‘comfortabel’ en ‘betrouwbaar’ is uitgewerkt in dit Programma van Eisen in de vorm van kernprestatie-indicatoren; 5. HOV-lijnen hebben een minimale frequentie van 1 keer per uur per richting; 6. De Concessiehouder heeft een vervoerplicht op de voorgeschreven verbindingen. Daar waar de reizigersvraag binnen de verplicht voorgeschreven bedieningsperiode een hogere frequentie dan 1 keer per uur vraagt, moet de frequentie worden afgestemd op de vervoervraag. 7.

Reizigersdata van 2021 en 2022 (voor zover beschikbaar) worden bij de Aanbestedingsdocumenten bijgevoegd en gelden als uitgangspunt; 8. De minimale bedieningsperiode voor de HOV-lijnen is in dit Programma van Eisen voorgeschreven; 9. Treinstations worden binnen de voorgeschreven bedieningsperiode door HOV-lijnen alleen verplicht bediend als die stations zijn benoemd als verplicht te bedienen;

5

10. Bij de bediening van (bestaande en nader te ontwikkelen) Halteplaatsen op de verbindingen dient de Concessiehouder uit te gaan van vraaggerichtheid; Ten behoeve van de Aanbesteding van de Concessie is het noodzakelijk om een aantal aspecten – die niet als keuze in de RMS en de NvU zijn gemaakt – nader te detailleren. Het gaat dan om de volgende onderwerpen: HOV-lijnen: a. De aspecten die belangrijk zijn voor de exploitatie op de verbindingen op de HOVlijnen; b. Bedieningsperiode, frequentie en lijnvoering op die verbindingen; Scholierenvervoer Buurtbussen: a. Randvoorwaarden Overige lijnen: a. Randvoorwaarden Concessiegrensoverschrijdende lijnen: a. Concessiegrensoverschrijdende lijnen (uitgaand) b. Te gedogen Concessiegrensoverschrijdende lijnen (binnenkomend) 1.2

Concessie Zeeland 2015-2024

De huidige busconcessie is aanbesteed voor de periode 2015-2024 en wordt uitgevoerd door Connexxion. De basis van het busnetwerk bestaat uit kernnetlijnen die de diverse eilanden met elkaar verbinden en die relatief veel vervoervraag kennen. Aanvullend daarop zijn er op drukke momenten maatwerkoplossingen in de vorm van spits- en scholierenlijnen, die inspelen op de piekbehoeften van forenzen en scholieren/studenten. Ook kent de huidige concessie 20 buurtbuslijnen. In het Zeeuwse Openbaar Vervoer heeft een groot deel van de reizigers (meer dan 70%) een onderwijs-reismotief. Op die plekken en momenten waar(op) het vaste net niet nodig is vanwege de beperkte vraag naar OV, biedt de Concessieverlener een mobiliteitsgarantie in de vorm van het flexnet, dat is ondergebracht bij het gemeentelijk Wmo-vervoer (regiotaxi). De Gemeenten zijn opdrachtgever van dit Wmo-vervoer, waarbij voor het flexnet specifieke wensen zijn meegenomen. In de huidige concessie is de concessiehouder opbrengstverantwoordelijk en heeft deze de ontwikkelfunctie, waardoor deze geprikkeld wordt om de vervoervraag op te zoeken. De concessiehouder doet voorstellen om de dienstregeling aan te passen, maakt een tarievenplan, geeft vorm en inhoud aan communicatie en marketing en draagt zorg voor een goede informatievoorziening.

De Provincie toetst jaarlijks het vervoerplan, het marketingplan, de dienstregeling en de tarieven aan de hand van het Programma van Eisen en het Bestek. Het Zeeuwse busvervoer is toegankelijk en kent relatief weinig problemen in het kader van sociale veiligheid. Het materieel bestaat uit dieselbussen, aardgasbussen en één elektrische midibus. 1.3

Ambities en randvoorwaarden voor de Concessie

De provinciale ambities voor de Concessie zijn gericht op het verbeteren en versterken van: 1. De toekomstvaste basis voor het Zeeuwse mobiliteitssysteem 2. Verduurzaming van het openbaar busvervoer 3. Scholierenlijnen die zijn afgestemd op het nieuwe mobiliteitssysteem

6

4. 5. 6.

drempelloos reizen leefbaarheid en duurzaamheid in het Concessiegebied wendbaarheid van de Concessie(houder)

Dit onder de randvoorwaarde dat de uitvoering van het openbaar busvervoer voor zowel de Reiziger als de Concessieverlener betaalbaar kan plaatsvinden. Toekomstvaste basis voor het Zeeuwse mobiliteitssysteem Samen met het spoor en de Ferry vormt het Openbaar Vervoer per Bus de basis voor het Zeeuwse mobiliteitssysteem. Binnen dit systeem zal het overgrote deel van de reizen met de Trein of Bus gemaakt worden. Door aan de Concessiehouder mee te geven welke Lijnen hij in principe de volledige looptijd van de Concessie met een hoog kwaliteitsniveau moet aanbieden, de zogeheten HOV-lijnen, legt de Concessieverlener een toekomstvaste basis voor het Zeeuwse mobiliteitssysteem. In hoofdstuk 3 wordt dit doel nader uitgewerkt. Verduurzaming van het openbaar busvervoer In lijn met het Bestuursakkoord Zero Emissie Busvervoer streeft de Concessieverlener naar een concessie die wordt uitgevoerd met ZE-materieel. Voor alle lijntypen, met uitzondering van buurtbussen tot 2030, wordt ZE materieel vanaf de start van de concessie geëist. Hiermee sluit de busconcessie aan bij het Schone Lucht Akkoord (SLA) dat gericht is op het verminderen van schadelijke stoffen in de lucht. Ter voorbereiding heeft de Concessieverlener onderzoek laten doen naar de mogelijkheden tot realisatie van netaansluitingen op de huidige remises.

Scholierenlijnen die zijn afgestemd op het nieuwe mobiliteitssysteem De grootste doelgroep reizigers in het Zeeuwse Openbaar Vervoer is scholieren en studenten. Een groot deel van deze doelgroep zal reizen met HOV-lijnen. Wanneer deze reizigersgroep qua herkomst en bestemming of qua bedieningstijden niet adequaat kunnen worden vervoerd met de Ferry, Trein of HOV-lijnen, zullen scholieren (- en studenten)lijnen en – ritten worden ingelegd. Deze scholierenlijnen sluiten aan op de begin- en eindtijden van het onderwijs en worden aangeboden als de reizigersvraag voldoende is. Drempelloos reizen De Concessieverlener streeft er naar dat alle inwoners en bezoekers van het Concessiegebied die zelfstandig kunnen reizen, van het Zeeuwse mobiliteitssysteem gebruik moeten kunnen maken. Om dit mogelijk te maken, is het noodzakelijk om drempels voor gebruik van het Openbaar Vervoer zoveel mogelijk weg te nemen, bijvoorbeeld als het gaat om fysieke toegankelijkheid en begrijpelijkheid van het Openbaar Vervoer en het betaalgemak. Voor de fysieke toegankelijkheid speelt met name de inrichting van Bussen en Haltes een rol; voor de begrijpelijkheid is een goede informatievoorziening belangrijk. Dit laatste is ook een belangrijk aspect als het gaat om betaalgemak.

In hoofdstukken 4 (Materieel), 7 (Reisinformatie) en 8 (Betalen en Tarieven) wordt nader toegelicht hoe de Concessieverlener met de Concessie drempelloos reizen wil realiseren en welke rol Mobiliteit als Dienst (MaaS) daarbij moet vervullen.

Leefbaarheid en duurzaamheid in het Concessiegebied De Concessieverlener vindt het belangrijk dat de Concessie duurzaam en veilig wordt uitgevoerd en zo bijdraagt aan de leefbaarheid in het Concessiegebied. Landelijk is in dat kader afgesproken om al het Openbaar Vervoer per Bus uiterlijk vanaf 2030 emissievrij uit te voeren. Zo draagt de Concessie bij aan het beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen voor mens en planeet, zoals CO2 en NOx. De

7

Concessieverlener wil de transitie naar Zero Emissie bij start van de Concessie te realiseren. In paragraaf 4.2 (Milieuprestaties Materieel) wordt beschreven wat de Concessieverlener in dat kader in ieder geval van de Concessiehouder verwacht. Als het gaat om veiligheid is Sociale Veiligheid een belangrijk aspect binnen het Openbaar Vervoer. Gelet op het belang van een Sociaal Veilig Openbaar Vervoer is landelijk afgesproken om dit aspect geen onderwerp van de concurrentie tussen vervoerders te laten zijn. Wendbare Concessie(houder) De Concessieverlener gaat uit van een toekomstvast netwerk van HOV-lijnen aangevuld met (vraagafhankelijke) scholierenlijnen. Daarnaast wordt het aanbod van Fijnmazige mobiliteitsdiensten buiten deze concessie uitgebreid. Het Openbaar Vervoer (Trein, Ferry en Bus) en Fijnmazige mobiliteitsdiensten vormen samen het Zeeuwse mobiliteitssysteem. Insteek daarbij is een OV-aanbod dat flexibel meebeweegt met veranderingen in de vervoervraag, waaronder een uitbreiding van het aanbod op het moment dat het aantal reizigers toeneemt. Of een inperking van het aanbod als het aantal reizigers afneemt. Daarvoor is het wenselijk om de Dienstregeling meerdere keren per jaar aan te kunnen passen.

Voor de Lijntypen Scholierenlijnen, Buurtbussen en Overige lijnen zal het ontwikkelteam van Concessieverlener (in de toekomst de Mobiliteitscentrale Zeeland) op basis van monitoring van reizigersaantallen op deze Lijntypen, maar ook van de Fijnmazige mobiliteitsdiensten, analyseren welk type vervoer het beste aansluit op de wensen van de Reiziger en past binnen de financiële kaders, en daarop een doorontwikkeling organiseren. Jaarlijks kunnen hieruit wijzigingen van de Dienstregeling volgen. Daar bovenop kijkt de Concessieverlener op het herijkingsmoment (gepland in 2029) of (on)verwachte ‘majeure’ ontwikkelingen, aanleiding geven tot aanpassing van de afspraken met de Concessiehouder. Randvoorwaarden Een betaalbare uitvoering van het openbaar busvervoer voor zowel de reiziger als de Concessieverlener is een randvoorwaarde. In de Regionale Mobiliteitsstrategie is bepaald dat het Zeeuwse mobiliteitssysteem een doorontwikkeling behoeft naar een beperkter maar hoogwaardiger netwerk van snelle busverbindingen tussen hubs in combinatie met een groter aanbod aan Fijnmazige mobiliteitsdiensten. De Provinciale budgetten blijven gelijk, maar worden in de nieuwe concessieperiode deels verschoven van het busvervoer naar Fijnmazige mobiliteitsdiensten.

Uitgangspunt is dat binnen deze budgetten het totale mobiliteitssysteem goed moet kunnen functioneren en dat het systeem ook voor de reiziger betaalbaar is. Met dit ontwerp Programma van Eisen wordt het financiële kader voor de busconcessie bepaald en daarmee ook het budget voor Fijnmazige mobiliteitsdiensten. Gedurende de concessieperiode zal op basis van monitoring een verdere doorontwikkeling plaatsvinden, waarbij oog wordt gehouden voor de betaalbaarheid van de diverse mobiliteitsvormen in het Zeeuwse mobiliteitssysteem. Om tot een goede uitvoering van buurtbuslijnen te komen is het randvoorwaardelijk dat er voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn voor de uitvoering van buurtbuslijnen.

8

Rol en status ontwerp Programma van Eisen

1.4

De Wet Personenvervoer2000 (Wp2000) stelt in artikel 44 dat de Concessieverlener voor de Concessie een Programma van Eisen moet opstellen. In het Programma van Eisen staan de eisen die de Concessieverlener aan het Openbaar Vervoer stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer dan wel de Concessie. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen. Basis voor het Programma van Eisen zijn de eerder vastgesteld RMS en NvU. De in deze documenten opgenomen ambities, doelen en uitgangspunten zijn in het Programma van Eisen uitgewerkt in concrete eisen. Met het oog op de leesbaarheid wordt in dit document steeds gesproken over Programma van Eisen waarmee deze ontwerpversie van het Programma van Eisen wordt bedoeld. De Concessieverlener daagt geïnteresseerde vervoerders uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie extra’s boven op deze eisen aan te bieden om zo de Concessie gegund te krijgen. De wensen van de Concessieverlener met betrekking tot deze extra’s worden in de Selectie- en Gunningsleidraad uitgewerkt in de vorm van Gunningcriteria. De Concessieverlener denkt vooralsnog aan de volgende aspecten die bij de gunning een rol kunnen spelen: o o o o o 1.5

Kwaliteit: Kwaliteit: Kwaliteit: Kwaliteit: Prijs:

(Basis) Vervoersplan Uitvoeringskwaliteitsplan & Reizigerscomfort Implementatie Zero-emissie Maatschappelijk verantwoord ondernemen De hoeveelheid dienstregelinguren.

Leeswijzer

Dit document betreft de ontwerpversie van het Programma van Eisen. Deze ontwerpversie is op 10 januari 2023 door Gedeputeerde Staten vastgesteld voor: a. advies, conform artikel 27 van de Wp2000 aan het door de Concessieverlener aangewezen OPOV; b. informatie, aangeboden aan Provinciale Staten c. een reactie, door de Gemeenten binnen het Concessiegebied, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie), Stichting Scholierenvervoer Zeeland en concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden. Met deze concessieverleners maakt de Concessieverlener afspraken over de uitvoering van verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden; d. ter kennisname, aan Wegbeheerders binnen het Concessiegebied, te weten de Gemeenten, het Waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat en NV Westerscheldetunnel. Aan hen is (mits van toepassing) gevraagd om gegevens te verstrekken die voor geïnteresseerde vervoerders van belang kunnen zijn voor het opstellen van hun Inschrijving. De door hen verstrekte gegevens worden opgenomen in de Selectie- en Gunningsleidraad. De Concessieverlener zal de adviezen en reacties naar aanleiding van het ontwerp Programma van Eisen opnemen in een Nota van Beantwoording. Hierin zal de Concessieverlener aangeven of en, zo ja, op welke wijze de adviezen en reacties in het definitieve Programma van Eisen zijn verwerkt.

Aan de inhoud van het ontwerp Programma van Eisen kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.

9

In het Programma van Eisen hebben gedefinieerde begrippen de betekenis die daaraan in de Begrippenlijst (Bijlage 3) wordt toegekend. Gedefinieerde begrippen worden met een hoofdletter geschreven. De eisen zijn tijdens de gehele Concessieduur van toepassing in het gehele Concessiegebied en voor alle Lijntypes tenzij anders is aangegeven. De eisen die in het Programma van Eisen aan de Concessiehouder worden gesteld, gelden ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder een deel van het Openbaar vervoer uitvoeren. De eisen zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken. Elk hoofdstuk start met een inleidende tekst die op functionele wijze beschrijft wat de Concessieverlener met het betreffende onderwerp wil bereiken. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn opgenomen in tabellen. In geval van strijdigheid tussen een inleidende tekst en een eis in een tabel, prevaleert de eis in de tabel.

10

2.

Ontwikkeling en samenwerking

2.1

Mobiliteitscentrale Zeeland

De Concessieverlener is voornemens om haar Ontwikkeltaak, een combinatie van de Regierol en Ontwikkelfunctie onder te brengen in de nog op te richten Mobiliteitscentrale Zeeland. In de MCZ zal ook de huidige Gemeentelijke Vervoercentrale Zeeland (GVZ) worden opgenomen. De GVZ verzorgt momenteel de ritplanning voor het doelgroepenvervoer en de haltetaxi. Voor de oprichting van de MCZ is nog afstemming en overeenstemming nodig tussen de Gemeenten en de Concessieverlener, waardoor het bij het vaststellen van dit Programma van Eisen nog niet met zekerheid kan worden gezegd of en wanneer de MCZ zal worden opgericht. Zolang de MCZ nog niet is opgericht worden de taken die de MCZ zal vervullen, ingevuld door de Concessieverlener. Indien de MCZ is opgericht kan, mogelijk stapsgewijs, de uitvoering van de taken die in dit hoofdstuk aan de Concessieverlener zijn toegedeeld worden overgedragen aan de MCZ.

2.2

Te verwachten ontwikkelingen

Het denken over Openbaar vervoer verschuift steeds meer van aanbodsturing naar vraagsturing, van buslijnen met vaste Dienstregeling naar het realiseren van Fijnmazige mobiliteitsdiensten gedifferentieerd naar tijd en plaats. Vervoerketens en bijbehorende multi-modaliteit sluiten aan bij de wens van de Reiziger. Een en ander is beleidsmatig uitgewerkt in de Regionale Mobiliteitsstrategie. Het is te verwachten dat deze ontwikkeling zich gedurende de Concessieperiode doorzet. De Concessieverlener wil sturing geven aan deze verschuiving. Hierbij voert de Concessieverlener de Regierol over de contracten voor de diverse vervoervormen heen. De overheden in Zeeland hanteren de term Fijnmazige mobiliteitsdiensten als verzamelterm voor kleinschalige vervoervormen die door de overheid veelal vraaggestuurd worden georganiseerd of ondersteund om maatschappelijke doelen in Zeeland te realiseren. Het streven is dat Gemeenten en Concessieverlener de Fijnmazige mobiliteitsdiensten gezamenlijk gaan organiseren buiten de Concessie. Deze Fijnmazige mobiliteitsdiensten dienen door de Concessiehouder te worden gedoogd. Buurtbussen blijven binnen de Concessie vallen. De Concessieverlener wil Hoogwaardig Openbaar Vervoer aanbieden daar waar voldoende vraag en groeipotentie is.

Het streven is om dit type vervoer waar mogelijk hoogwaardiger te maken en verder te versnellen door bijvoorbeeld samenvoegen en/of verplaatsen van haltes. De Concessieverlener spant zich in om met wegbeheerders en in samenspraak met de Concessiehouder aantrekkelijke voorzieningen te realiseren op bijvoorbeeld overstappunten tussen HOV-lijnen en Fijnmazige mobiliteitsdiensten. Op plaatsen waar een collectieve vervoervraag ontbreekt of zeer beperkt is zullen de Fijnmazige mobiliteitsdiensten invulling geven aan de vervoerbehoeften.

11

2.3

Ontwikkelplan

De Concessieverlener voert de Ontwikkeltaak uit. Dat resulteert in een periodiek op te stellen Ontwikkelplan, dat strategisch van aard is en een focus heeft op de middellange termijn (3-5 jaar). Het Ontwikkelplan wordt opgesteld door de Concessieverlener in samenwerking met de Concessiehouder. Het Ontwikkelplan omvat alle elementen die ontwikkeling behoeven op het gebied van de mobiliteit in Zeeland, zoals: a. De visie op de mobiliteit in Zeeland b. De Vervoervraag en het aanbod van Openbaar Vervoer en andere vormen van mobiliteit in de komende twee á drie jaar c. De wensen van (potentiële) klantgroepen d. Het netwerk van Openbaar Vervoer en andere vormen van mobiliteit e. Acties op het gebied van marketing & communicatie f. De informatievoorziening, zowel voorafgaand aan als tijdens de reis. g. De lokale en regionale Reisproducten en Tarieven. Tijdens de looptijd van de Concessie kan de inhoud van het Ontwikkelplan gaan afwijken van het Programma van Eisen indien de Concessieverlener dit expliciet bevestigt bij het vaststellen van het Ontwikkelplan. Samenwerking bij het opstellen van het Ontwikkelplan

2.4

2.3.1

De Concessiehouder is verplicht om medewerking te verlenen aan het opstellen van het Ontwikkelplan en aanwezig te zijn bij de daarvoor door Concessieverlener georganiseerde vergaderingen.

2.3.2

Concessiehouder verleent zijn medewerking door medewerkers ter beschikking te stellen die tevens betrokken zijn bij het opstellen van Vervoerplannen door de Concessiehouder

2.3.3

De omvang van de inzet van medewerkers van Concessiehouder ten behoeve van het opstellen van het Ontwikkelplan wordt jaarlijks door Concessieverlener en Concessiehouder overeengekomen. De omvang bedraagt waarschijnlijk jaarlijks 0,5 tot 1 fte.

2.3.4

De medewerkers zoals bedoeld in het voorgaande lid voldoen aan de volgende eisen en/of competenties: a. Hij/zij heeft HBO- of WO-niveau; b. Hij/zij heeft ervaring met de ontwikkeling van OV-netwerken en Dienstregelingen; c. Hij/zij heeft kennis van Infrastructuuraspecten met betrekking tot Openbaar Vervoer; d. Hij/zij heeft lokale kennis van zaken; e. Hij/zij beheerst de Nederlandse taal zowel mondeling als schriftelijk, ten minste op taalniveau C1

Uitvoering Ontwikkelplan

Op basis van het periodiek door Concessieverlener op te stellen Ontwikkelplan worden door Concessieverlener en Concessiehouder afspraken gemaakt over de uitvoering daarvan.

12

Uitvoering Ontwikkelplan

2.5

2.4.1

Concessiehouder geeft uitvoering aan het Ontwikkelplan op basis van afspraken die die Concessieverlener en Concessiehouder daarover maken.

2.4.2

Concessieverlener vergoedt Concessiehouder voor de kosten in verband met de uitvoering van het Ontwikkelplan via een geoormerkte subsidie.

Samenwerking Concessiehouder en Concessieverlener tijdens de Concessie

Samenwerking Concessiehouder en Concessieverlener tijdens de Concessie 2.5.1

2.6

Concessiehouder neemt deel aan de volgende vaste overlegvormen: o Concessiebeheeroverleg: strategisch / tactisch overleg tussen medewerkers van (of namens) de Concessieverlener en een vaste vertegenwoordiger(s) van de Concessiehouder. In het concessiebeheeroverleg wordt de uitvoering van de Concessie bewaakt. In het concessiebeheeroverleg worden gemaakte afspraken vastgelegd en opgenomen in het afsprakenregister en wordt de verrekening van meer- en minderwerk bewaakt. o Vervoerkundig tactisch / operationeel overleg tussen medewerkers van (of namens) de Concessieverlener en een vaste vertegenwoordiger(s) van de Concessiehouder gericht op de doorontwikkeling van de Dienstregeling en capaciteitsinzet. o Data overleg: tactisch / operationeel overleg tussen medewerkers van (of namens) de Concessieverlener en een vaste vertegenwoordiger(s) van de Concessiehouder. o Managementoverleg: periodiek overleg tussen het management van de Concessieverlener en de regionale en eventueel de landelijke directie van de Concessiehouder, op strategisch niveau, gericht op het signaleren van kansen en bedreigingen voor de Concessie en het maken van afspraken op strategisch niveau. Het managementoverleg is tevens het gremium voor afwikkelen van vraagstukken die uit bovenstaande overleggen voortkomen.

De Concessiehouder vaardigt deelnemers af naar de genoemde overleggen die beschikken over noodzakelijke kennis en vaardigheden en met voldoende mandaat. De inhoud, frequentie en deelname aan het overleg worden tijdens de voorbereidingen op de Concessie vastgesteld en kunnen gedurende de Concessie worden bijgesteld.

Samenwerking tijdens de Implementatie en de Concessie

Samenwerking tijdens de Implementatie en Concessie 2.6.1

De Concessieverlener en de Concessiehouder maken afspraken over de gewenste samenwerking tijdens de implementatieperiode en tijdens de Concessie, passend binnen de in het Programma van Eisen opgenomen bepalingen en leggen dit vast in een samenwerkingsovereenkomst (bijlage van de Concessiebeschikking).

13

2.7

Samenwerking en overleg met Gemeenten

Samenwerking en overleg met Gemeenten

2.8

2.7.1

De Concessiehouder vraagt de Gemeenten om advies over voorgenomen wijzigingen van de Dienstregeling zoals beschreven in een concept-Vervoerplan. De Concessiehouder voorziet de Gemeenten tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende gemeente en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener.

2.7.2

De Concessiehouder onderzoekt en reageert inhoudelijk op: • haalbaarheid (incl. financiële consequenties) van door Gemeenten opgestelde en van een deugdelijke motivering voorziene verbetervoorstellen; • plannen van Gemeenten voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de aanwezige dan wel gewenste voorzieningen voor Openbaar Vervoer.

Samenwerking en overleg met andere concessieverleners

Samenwerking en overleg met andere concessieverleners

2.9

2.8.1

De Concessiehouder betrekt tijdens het opstellen van het jaarlijkse Vervoerplan de concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden bij de ontwikkeling van de concessiegrensoverschrijdende verbindingen zoals genoemd in Bijlage 4. Onderwerpen met een strategisch karakter worden door de Concessieverlener met de andere concessieverleners besproken in het kader van het Ontwikkelplan.

2.8.2

De Concessiehouder vraagt de in het vorige lid bedoelde concessieverleners om advies in geval van voorgenomen wijzigingen in het aanbod op de voor hen relevante concessiegrensoverschrijdende verbindingen. De Concessiehouder voorziet de betreffende concessieverleners tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven en houdt hierbij in ieder geval rekening met de voorbereidingstermijnen die de concessiehouders in de betreffende aangrenzende concessiegebieden hanteren. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende concessieverlener(s) en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener

Samenwerking en overleg met andere concessiehouders en aanbieders van Fijnmazige mobiliteitsdiensten

Samenwerking en overleg met andere concessiehouders en aanbieders van Fijnmazige mobiliteitsdiensten 2.9.1

De Concessiehouder maakt als onderdeel van het opstellen van het jaarlijkse Vervoerplan proactief, constructief en tijdig afspraken met de exploitant(en) van Openbaar Vervoer in en vanuit aangrenzende concessiegebieden over een goede afstemming van het Openbaar Vervoer, uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling.

14

2.10

2.9.2

De Concessiehouder treedt op verzoek van de Concessieverlener met (lokale) exploitanten van Fijnmazige mobiliteitsdiensten in overleg over de uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling, teneinde de overstap tussen Openbaar Vervoer en Fijnmazige mobiliteitsdiensten voor Reizigers zo makkelijk mogelijk te maken. De Concessiehouder stelt de Concessieverlener op de hoogte van het verloop van deze gesprekken.

2.9.3

De Concessiehouder organiseert minimaal eens per Kalenderjaar een overleg met de exploitant(en) genoemd in leden 1 en 2, eventueel in aanwezigheid van de Concessieverlener. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor, indien daar aanleiding voor is, de overlegfrequentie te verhogen dan wel te verlagen.

2.9.4

De Concessiehouder werkt aan het einde van de looptijd van de Concessie actief en constructief mee aan de voorbereidingen van de opvolgende concessie door de nieuwe concessiehouder, onder andere waar het gaat om de eventuele overgang van Personeel en, in geval van een overnameregeling, de overdracht van Zero-emissievoertuigen en Productiemiddelen.

2.9.5

De Concessiehouder stelt de opvolgende concessiehouder – na voorafgaande toestemming van de Concessieverlener – vanaf één maand voorafgaand aan de startdatum van de opvolgende concessie in staat om (reis)informatie over de opvolgende concessie te bevestigen aan de Haltepalen (zonder dat daarbij de (reis)informatie van de Concessiehouder verwijderd of onleesbaar wordt) en tijdelijk weer te geven op de Displays in de Voertuigen.

Samenwerking met concessiehouders van lijnen in België

Samenwerking en overleg bij staatsgrens overschrijdende lijnen 2.10.1

De Concessiehouder maakt voor Lijnen die de staatsgrens met België overschrijden en die hij in opdracht van de Concessieverlener gezamenlijk exploiteert met de betrokken Belgische vervoerders (werk) afspraken met de Belgische vervoerders over ten minste de volgende onderwerpen betrokken: o Uitvoering van de Dienstregeling o Haltelocaties o Informatieuitwisseling o Real time informatie volgens beider standaards ten behoeve van dynamische reisinformatie o Onderlinge rapportage van gegevens o Ontwaardingsapparatuur aan boord o Radio met connectie naar dispatching van de andere concessiehouder aan boord van de bussen die op gemeenschappelijk geëxploiteerde lijnen worden ingezet o Communicatie en marketing o Informatie en communicatie op bussen en halten o Apparatuur voor verkeersbeïnvloeding op elkaars grondgebied o Sociale veiligheid o Controle van vervoerbewijzen o Aantal (operationele) overlegmomenten

15

2.10.2

De Concessiehouder stelt bij lijnen die de staatsgrens met België overschrijden zoals bedoeld in het vorige lid communicatieapparatuur ter beschikking aan de Belgische vervoerder zodat de chauffeurs van de Belgische vervoerder in contact kunnen treden met de verkeersleiding van de Concessiehouder.

16

3.

Vervoerkundige eisen

3.1

Uitgangspunten

Belangrijk uitgangspunt voor de eisen aan het toekomstige Openbaar vervoer netwerk in de Concessie is de keuze om aanbodgericht Openbaar Vervoer (Lijnen) in vier Lijntypen in te delen. Aan deze Lijntypen worden verschillende eisen gesteld. De Concessieverlener zoekt balans om tijdens de looptijd van de Concessie de flexibiliteit te hebben om het mobiliteitsnetwerk aan te kunnen passen aan gewijzigde vervoerbehoeften, terwijl tegelijkertijd zekerheden aan Reizigers en andere stakeholders wordt geboden wat betreft de opzet, minimale omvang en gewenste transitie van het OV- en mobiliteitsnetwerk. HOV-lijnen bieden snel vervoer tussen hubs door zo veel mogelijk op hoofdroutes te rijden. De Concessieverlener drukt deze snelheid uit in de zogenaamde Vf-factor: de verhouding van de reistijd per Openbaar Vervoer ten opzichte van de reistijd per auto op dezelfde verbinding. De Concessieverlener eist dat op HOV-verbindingen tussen hubs de Vf-factor in 2025 maximaal 2,0 is en in 2029 maximaal 1,5 is. Hij heeft echter de ambitie dat bij start van de concessie de Vf-factor al op zoveel mogelijk HOV-lijnen 1,5 is. In samenwerking met wegbeheerders zet de Concessieverlener in op verlaging van de Vf-factor, bijvoorbeeld door verplaatsing van Haltes of hubs.

De flexibiliteit in de Concessie moet ruimte bieden voor vernieuwingen in het aanbod aan vervoer in wisselwerking met Fijnmazige mobiliteitsdiensten; om op die wijze te komen tot vervoervormen die passen bij de vervoerbehoeften van Reizigers. Mede hierdoor kunnen de best passende vervoervormen op verbindingen met weinig vraag er anders uitzien dan Reizigers anno 2023 gewend zijn. Dit hoofdstuk bevat de eisen waaraan het Openbaar vervoer netwerk en de Dienstregeling in ieder geval moeten voldoen. Op basis van deze eisen stelt de Concessiehouder een concreet OV-netwerk en dienstregeling op.

3.2

Opbouw van het OV-netwerk

De Lijnen die tot de Concessie behoren zijn ingedeeld in de volgende Lijntypen: HOV-lijnen Uitgangspunt is dat de Concessiehouder HOV-lijnen biedt op voorgeschreven Verbindingen. De HOVlijnen vormen - samen met de Trein en de Ferry (die geen deel uit maken van de Concessie) - het hoofdnetwerk van het mobiliteitssysteem in Zeeland. De HOV-lijnen kennen een ruimtelijk structurerende werking tussen hubs en knooppunten met relatief veel reizigers. De intentie is dat deze HOV-lijnen tijdens de gehele looptijd van de Concessie onderdeel van het OV-netwerk blijven, maar dat de frequentie wordt afgestemd op de vraag. Scholierenlijnen Scholieren van het secundair onderwijs en studenten aan het tertiair onderwijs reizen op de korte afstanden in principe met de fiets en op langere afstanden zoveel mogelijk met de HOV-lijnen of de Trein. De Concessieverlener zet Scholierenvervoer in wanneer scholieren (en studenten) qua herkomst en bestemming of qua bedieningstijden niet adequaat kunnen worden vervoerd met de Trein of de HOV-lijnen. Het Scholierenvervoer bestaat uit specifieke Scholierenritten op de HOV-lijnen of uit Scholierenlijnen. Scholierenritten en -lijnen sluiten aan op de begin- en eindtijden van de scholieren, in

17

de zin dat een Rit aankomt tenminste 5 en maximaal 20 minuten voor de aanvang van het eerste lesuur en dat twee Ritten vertrekken maximaal 20 minuten na afloop van de laatste twee lesuren. Scholierenritten dienen tenminste 15 Reizigers per Rit te vervoeren. In de Inschrijving dient te worden uitgegaan van het huidige aanbod van scholierenlijnen en –ritten. Buurtbuslijnen Buurtbuslijnen verbinden kernen met relatief weinig vervoervraag en halteren minimaal bij een Hub en/of OV-knooppunt en/of HOV-halte als voor- en natransport voor de HOV-lijnen. Overige lijnen Overige lijnen zijn busverbindingen met een ontsluitend karakter, die niet passen binnen de kaders van de beleidsmatig in de Regionale Mobiliteitsstrategie vastgestelde snelle busverbindingen tussen hubs (HOV-lijnen). Via overige lijnen kan een maatwerkvoorziening geboden worden op verbindingen met voldoende structurele vervoervraag. Het gaat dan om busverbindingen met een andere frequentie of tijdens een afwijkende bedieningsperiode dan de HOV-lijnen, aansluitend op de vervoervraag. Daarnaast kan de Concessieverlener andere overige lijnen als een wens uitvragen in de aanbesteding. Om te borgen dat Overige lijnen voldoende inspelen op een substantiële structurele vervoervraag, worden randvoorwaarden gesteld aan deze lijnen.

De Concessieverlener hanteert daarvoor als een van de criteria dat er op werkdagen ten minste gemiddeld acht Reizigers per Rit zijn. Indeling is niet in beton gegoten Deze hierboven beschreven indeling vormt het uitgangspunt voor de Concessie met dien verstande dat de Concessieverlener in het kader van de tussentijdse herijking kan besluiten de indeling van Lijnen naar aanleiding van het Vervoer- en Ontwikkelplan aan te passen. Inschrijvers dienen – als onderdeel van hun inschrijving – een Ontwikkelplan en een Vervoerplan in voor al het Openbaar Vervoer dat deel uitmaakt van de Concessie. Dit Vervoerplan vormt de basis voor de Dienstregeling die de Concessiehouder voor Dienstregelingjaar 2025 opstelt.

3.3

Eisen aan HOV-lijnen

Eisen aan HOV-lijnen 3.3.1

De Concessiehouder dient HOV-Lijnen te bieden op de onderstaande verbindingen, van begin- tot eindpunt zonder overstap, in twee richtingen (zie Bijlage 5). 1. Oude Tonge – Zierikzee – Goes 2. Goes – Terneuzen 3. Terneuzen – Hulst 4. Zierikzee – Burgh-Haamstede – Middelburg 5. Middelburg – Terneuzen 6. Terneuzen – Schoondijke 7. Breskens – Schoondijke – Oostburg – Brugge 8. Sint Maartensdijk – Bergen op Zoom

3.3.2

De Concessiehouder bedient met elke HOV-lijn ten minste alle Hubs, Knooppunten en HOVhaltes die op die Verbinding zijn voorgeschreven, zie Bijlage 6.

3.3.3

De Concessiehouder zet op de HOV-lijnen uitsluitend bussen in conform het materieel voor HOV-lijnen zoals opgenomen in artikel 4.5.6.

18

3.4

Bedieningseisen HOV-lijnen

Bedieningseisen HOV-lijnen 3.4.1

De Concessiehouder biedt alle HOV-lijnen ten minste aan tijdens de tijdvakken en met de frequenties zoals genoemd in onderstaande tabel: Maandag t/m vrijdag, 7:00-19:00 uur

Minimaal 2 keer per uur

Maandag t/m vrijdag, 19:00-22:00 uur

Minimaal 1 keer per uur

Zaterdag, zondag, feestdag, 7:00-22:00 uur

Minimaal 1 keer per uur

De tabel moet zo worden gelezen dat bijvoorbeeld voor de werkdagen op iedere HOV-lijn de eerste Rit uiterlijk op 7:00 uur vanaf het Beginpunt moet zijn vertrokken en dat de laatste Rit op zijn vroegst om 18:00 uur, respectievelijk 21:00 uur, vanaf het Beginpunt vertrekt.

3.5

3.4.2

Het is de Concessiehouder zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener niet toegestaan om met HOV-lijnen Haltes te bedienen die niet gelegen zijn aan de HOVVerbindingen zoals weergegeven in Bijlage 5.

3.4.3

Het is de Concessiehouder toegestaan om met één HOV-lijn meerdere Verbindingen te koppelen die in elkaars verlengde liggen.

3.4.4

De rijtijd tussen twee Hubs op de verplichte verbindingen is vanaf 2025 maximaal twee keer de rijtijd van de auto tussen die twee Hubs, en vanaf 2029 maximaal anderhalf maal. Deze rijtijd van de HOV-lijn is inclusief de benodigde halteringstijd voor het in- en uitstappen op de tussenliggende Haltes, Knooppunten en /of Hubs en is gelijk aan de rijtijd tussen twee Hubs, zoals die volgt uit de Dienstregeling buiten de spits. De rijtijd voor de auto wordt bepaald met behulp van Google Maps voor de periode buiten de spits.

3.4.5

Het voorgaande lid geldt niet op verbindingen op het grondgebied van Vlaanderen.

3.4.6

Het is de Concessiehouder toegestaan om extra haltes toe te voegen op een HOVverbinding, zolang deze aan de eisen in artikel 3.4.4 voldoet en deze toevoeging aantoonbaar tot meer Reizigers leidt.

Scholierenvervoer

Scholierenvervoer 3.5.1

Concessiehouder neemt haltes in de buurt van Scholen voor secundair en tertiair onderwijs met een Scholierenrit of een Scholierenlijn op in de dienstregeling indien Scholieren niet met de fiets, de Trein, de HOV-lijnen of met de Overige lijnen op tijd op school kunnen komen, zoals bedoeld in het volgende lid. Het gaat om scholen met een regionale functie voor Zeeuwse Scholieren. Het betreft in ieder geval, maar niet uitsluitend, de scholen die zijn opgenomen in Bijlage 7.

3.5.2

Concessiehouder zorgt ervoor dat de Scholieren genoemd in lid 1, die geen gebruik kunnen maken van de reguliere Ritten van de HOV-lijnen of Overige lijnen, omdat er geen bus aankomt tussen minimaal 5 minuten en maximaal 20 minuten voor de aanvang van het eerste lesuur en/of er geen bus vertrekt minimaal 5 minuten en maximaal 20 minuten na afloop van de laatste twee lesuren, worden vervoerd met Scholierenritten (op de HOV-lijnen

19

of Overige lijnen) of Scholierenlijnen. Op de Scholierenritten en – lijnen is de vervoerplicht zoals bedoeld in art. 5.1.1 onverkort van toepassing. 3.5.3

Het vervoer zoals bedoeld in het tweede lid dient alleen in de Dienstregeling te worden opgenomen indien de Concessieverlener minimaal 15 Reizigers per Rit verwacht. Deze eis van 15 reizigers wordt bepaald door het te verwachten aantal Reizigers buiten een straal van 10 km rond de school in de winter en 15 km in de zomer.

3.5.4

De eis van het tweede lid geldt niet indien op dezelfde verbinding een treinverbinding wordt geboden. Deze uitzondering geldt voor de scholen van het Calvijn college in Goes en Krabbendijke vanaf het moment dat er tariefintegratie is met NS. Concessiehouder werkt mee aan het tot stand komen van tariefintegratie met de Trein.

3.5.5

Het Scholierenvervoer staat open voor alle Reizigers.

3.5.6

De Concessieverlener stelt jaarlijks in overleg met de betreffende onderwijsinstellingen en/of de Stichting Scholierenvervoer Zeeland de behoefte aan Scholierenritten en Scholierenlijnen vast voor het eerstvolgende schooljaar, op basis waarvan de Concessiehouder (gedurende het Dienstregelingjaar) de Dienstregeling aanpast. Op basis van de ervaringen aan het begin van het schooljaar voert Concessiehouder de aanpassingen in de Dienstregeling door, die de Concessieverlener verzoekt.

3.5.7

De afstand van een Scholierenlijn of Scholierenrit van beginpunt tot eindpunt dient minimaal 10 kilometer te bedragen.

3.5.8

Binnen een straal van 10 kilometer rondom de school moet voor de snelste route worden gekozen. Binnen deze straal mogen Reizigers slechts in- en uitstappen als dit niet aanzienlijk ten koste van de reistijd gaat.

3.5.9

De Concessiehouder monitort het aantal Reizigers dat van de Scholierenritten en –lijnen gebruikt maakt en rapporteert daarover per kwartaal aan de Concessieverlener en aan het begin van het schooljaar per maand over september en oktober.

3.5.10

Een Scholierenrit of een Rit op een Scholierenlijn betreft telkens één Rit in één richting. Het is de Concessiehouder niet toegestaan om de (materieel)Rit van een Scholierenlijn in de tegenspitsrichting op te nemen in de Dienstregeling.

3.5.11

Scholierenlijnen zijn als zodanig herkenbaar.

3.5.12

Een Scholierenrit- en/of -lijn mag alleen op een dag worden gereden indien er door de betrokken onderwijsinstelling onderwijs wordt geboden.

3.5.13

Tot een maximum loop- of fietsafstand van 2 kilometer van een Hub, HOV halte en/of treinstation naar de school hoeft geen scholierenlijn of scholierenrit te worden geboden.

3.5.14

De maximale fietsafstand vanuit een woonkern tot de dichtstbijzijnde halte voor scholierenlijnen is 5 km. In het geval dat de fietsafstand vanuit de woonkern langer is dan 5 km dient de route te worden aangepast en moet er een extra halte dichter bij de woonkern op de route worden aangedaan.

3.5.15

In het geval op een Scholierenlijn minder reizigers worden vervoerd dan in lid 3 aangegeven, kan de Concessieverlener besluiten de lijn of Rit per direct op te heffen zonder dat een andere lijngebonden dienst hiervoor in de plaats komt. De financiële consequenties worden verrekend volgens de meer- en minderwerkregeling.

20

3.6

3.5.16

In de Inschrijving dienen de Inschrijvers in het in te dienen Vervoerplan uit te gaan van het aanbod van Scholierenritten en –lijnen van Dienstregelingjaar 2023 dat volgt uit de gepubliceerde Dienstregeling 2023, waarin de scholierenlijnen en –ritten zijn te herkennen aan het feit dat ze niet in de schoolvakanties worden gereden (zie Bijlage 8). In het Vervoerplan dient het aantal uit te voeren Ritten per Scholierenrit en per Scholierenlijn te worden aangegeven.

3.5.17

Ter voorbereiding van Dienstregeling 2025 volgen Concessieverlener en Concessiehouder de procedure voor het bepalen van de behoefte aan Scholierenvervoer en het verwerken daarvan in de Dienstregeling zoals bedoeld in lid 6. Daarbij dient in plaats van “aan het begin van het schooljaar” te worden gelezen: “aan het begin van 2025”.

Buurtbuslijnen

Buurtbuslijnen 3.6.1

De Concessiehouder faciliteert de door de Concessieverlener op basis van de in Bijlage 9 bijgesloten Besluit inzake subsidies voor buurtbussen (wijziging Algemeen subsidiebesluit 2013, hoofdstuk 12). De verantwoordelijkheden van buurtbusverenigingen en Concessiehouder bij de uitvoering van Buurtbuslijnen staan beschreven in het genoemde besluit.

3.6.2

De Buurtbusprojecten aangegeven in Bijlage 10 zijn goedgekeurd en dienen door de Concessiehouder te worden opgenomen in zijn netwerk van Openbaar Vervoer. Hierbij geldt dat een buurtbus minimaal een hub, knooppunt en/of HOV-halte moet bedienen.

3.6.3

De Concessiehouder draagt in ieder geval zorg voor: a. Trainen en opleiding van buurtbuschauffeurs, waaronder toetsing van de rijvaardigheid Openbaar Vervoer door een bevoegd instructeur; b. Het periodiek organiseren van de medische keuring en rijvaardigheidstest voor alle buurtbuschauffeurs door een deskundige organisatie. Vanaf hun 75e levensjaar dienen buurtbuschauffeurs ten minste een keer per twee jaar gekeurd te worden. De Concessiehouder houdt van alle keuringen een administratie bij. c. Het afsluiten van diverse verzekeringen ten behoeve van de Buurtbussen en buurtbuschauffeurs d. Rapportage over de KPI’s zoals genoemd in hoofdstuk 14.

3.6.4

Al dan niet op verzoek van een (nieuwe) buurtbusvereniging kan de Concessieverlener, na overleg met betrokken Gemeente(n) en de Concessiehouder, besluiten om de in Bijlage 10 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen dan wel hier Buurtbuslijnen aan toe te voegen.

3.6.5

Mocht de Concessieverlener op enig moment overwegen om nieuwe Buurtbuslijnen te laten uitvoeren door de Concessiehouder, dan zal de Concessiehouder hiertoe een business case opstellen overeenkomstig het bepaalde in de Financiële bepalingen in de Concessiebeschikking.

3.6.6

Mocht de Concessieverlener op enig moment besluiten en/of toestaan om nieuwe Buurtbuslijnen te laten uitvoeren door een andere vervoerder dan de Concessiehouder, dan zal de Concessiehouder zijn medewerking moeten verlenen en deze lijnen moeten gedogen.

21

Tevens wordt van de Concessiehouder een faciliterende rol, o.a. in de dienstregeling, verwacht.

3.7

3.6.7

De buurtbuslijnen als bedoeld in lid 1 kunnen op enig moment ophouden te bestaan. Dit kan bijvoorbeeld doordat het aantal vrijwilligers dat noodzakelijk is voor een buurtbusvereniging onvoldoende is of omdat het aantal reizigers onder een kritische grens – zoals beschreven in het besluit inzake subsidiëring van buurtbussen – zakt. In dat geval is de Concessiehouder niet verplicht een andere dienst op die buurtbuslijn aan te bieden. Het schrappen van een Buurtbuslijn is in dat geval voor rekening en risico van de Concessiehouder.

3.6.8

De Concessiehouder richt samen met de betreffende buurtbusvereniging de lijnvoering van een Buurtbuslijn zodanig in dat op ten minste één Hub, OV-knooppunt en/of HOV-halte en/of treinstation sprake is van een veilige en comfortabele Aansluitgarantie tussen Buurtbussen en HOV-lijnen en/of de Trein.

3.6.9

De Concessiehouder stelt minimaal jaarlijks de Dienstregeling voor Buurtbuslijnen op en stemt deze tijdig af met de betreffende buurtbusvereniging, opdat buurtbusverenigingen tijdig advies kunnen uitbrengen over eventuele wijzigingen in de Dienstregeling. De Concessiehouder legt de Dienstregeling, als onderdeel van het Vervoerplan, jaarlijks voor ter vaststelling aan de Concessieverlener.

3.6.10

De Concessiehouder stelt één vaste contactpersoon beschikbaar die beschikt over voldoende mandaat om namens de Concessiehouder te kunnen beslissen over wijzigingen in de Dienstregeling van Buurtbuslijnen en die als aanspreekpunt fungeert voor alle buurtbusverenigingen in het Concessiegebied.

Overige lijnen

Eisen aan Overige lijnen 3.7.1

De Concessiehouder biedt op elke Overige lijn ten minste op werkdagen tussen 07:00 uur en 19:00 minimaal één Rit per uur per richting aan.

3.7.2

De Concessiehouder biedt op elke Overige lijn een Aansluiting op een HOV-hub.

3.7.3

De Concessiehouder ontsluit met elke Overige lijn ten minste één regionale voorziening.

3.7.4

De Concessieverlener kan, in aanvulling op de voorgeschreven en de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving aangeboden Overige lijnen, de Concessiehouder opdragen een of meer Overige lijnen uit te voeren, op basis van een vergoeding volgens de meer- en minderwerkregeling die in de Concessie is opgenomen.

3.7.5

Bij de start van de Concessie is de volgende Overige lijn voorgeschreven (deze dient te worden aangeboden): • Hulst-Antwerpen v.v.

3.7.6

Bij de start van de Concessie zijn de volgende Overige lijnen optioneel (deze dienen als opties te worden aangeboden): • Antwerpen-Breda (als verlenging van Hulst-Antwerpen) v.v. • Burgh-Haamstede-Renesse v.v. • Terneuzen-Gent v.v.

22

3.8

Vervoerplan

Vervoerplan 3.8.1

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het Vervoerplan, dat jaarlijks door hem wordt opgesteld voorafgaande aan (en ter verantwoording van) wijzigingen in de Lijnvoering en/of de Dienstregeling.

3.8.2

In het Vervoerplan komen ten minste alle relevante aspecten aan de orde die voortvloeien uit het Ontwikkelplan. Tenminste de volgende onderwerpen worden expliciet uitgewerkt: a. Een gemotiveerd voorstel voor wijziging van Lijnen, Halten, Dienstregeling en/of Aansluitingen waarmee beter op de Vervoervraag wordt ingespeeld. b. De effecten van de voorgestelde wijzigingen op het aantal DRU’s, het aantal Reizigers (gemiddelde bezetting) en de Vervoeropbrengsten. Deze effecten worden door Concessiehouder inzichtelijk gemaakt per Lijn en per Lijntype. c. Gewenste aanpassingen aan de Flextaxi om de Flextaxi beter te laten aansluiten op het vaste busnet (feederfunctie). d. Gewenste en geplande ontwikkelingen op het vlak van Infrastructuur, alsmede de inspanningen die in dit kader zijn en/of worden gepleegd in overleg met de Wegbeheerders.

3.8.3

De Concessiehouder betrekt concessieverlenende vervoerautoriteiten van aangrenzende concessiegebieden en de Wegbeheerders binnen het Concessiegebied bij het opstellen van het Vervoerplan.

3.8.4

De voorstellen van de Concessiehouder voor het doorvoeren van wijzigingen in het Openbaar Vervoer kunnen (deels) afhankelijk zijn van andere belanghebbende partijen, zoals de partijen genoemd in lid 3. De Concessiehouder geeft in het Vervoerplan aan wat hij verwacht van de Concessieverlener en overige belanghebbende partijen, alsmede hoe hij deze verwachtingen denkt te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld bij voorgestelde wijzigingen van de weginfrastructuur.

3.8.5

De Concessiehouder legt het Vervoerplan ter advisering voor aan het OPOV, verwerkt de adviezen van het OPOV en legt het Vervoerplan ter verantwoording voor aan de Concessieverlener.

3.8.6

De Concessieverlener kan invoering, opheffen of wijzigen van een bepaalde Lijn, Rit of Aansluiting verbieden wanneer de Concessiehouder hiervoor geen of een, naar het oordeel van de Concessieverlener, inhoudelijk onvoldoende vervoerkundige onderbouwing levert. De bewuste Lijn, Rit en/of Aansluiting wordt dan beschouwd als onvoldoende afgestemd op de Vervoervraag.

3.8.7

Ter uitvoering van een door Concessieverlener vastgesteld Vervoerplan draagt Concessiehouder zorg voor en is hij verantwoordelijk voor het tijdig opstellen en invoeren van (wijzigingen in) de Dienstregeling.

23

3.9

Dienstregeling HOV-lijnen

Dienstregeling HOV-lijnen

3.10

3.9.1

De Concessiehouder zet de Dienstregeling van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer, bestaande uit een samenhangend netwerk van HOV-Lijnen die met vaste patroontijden Knooppunten met elkaar verbinden, zodanig op dat hij: o op Hubs en Knooppunten Aansluiting biedt naar en van de voor Reizigers belangrijkste Trein- en Ferryverbindingen; o op Hubs en Knooppunten Aansluiting biedt naar en van HOV-lijnen en van en naar lijnen van aangrenzende concessiehouders.

3.9.2

De Concessiehouder stemt het aanbod aan Lijnen en Ritten – inclusief routevoering op niet voorgeschreven halten - af op de Vervoervraag en onderbouwt in het Vervoerplan wijzigingen in plaatsen, halten en tijden waarop hij Openbaar Vervoer aanbiedt. De Concessiehouder gaat daarbij in ieder geval in op: o het bedienen van specifieke typen Reizigers zoals forensen, scholieren/studenten, keuzereizigers, ouderen en Reizigers met een Functiebeperking door middel van een op hun behoeften afgestemd aanbod van Openbaar Vervoer; o de wijze waarop hij tegemoetkomt aan de hogere Vervoervraag gedurende de Spits.

3.9.3

De dienstregeling van de HOV-lijnen is voor de Reiziger systematisch en helder van opzet, waarbij de Concessiehouder zorgdraagt voor ten minste de volgende aspecten: o Toepassing van patroontijden binnen de Dienstregeling om de reismogelijkheden voor Reizigers duidelijk en eenvoudig communiceerbaar te houden; De Concessiehouder zorgt ervoor dat Ritten van HOV-lijnen zo gelijkmatig mogelijk over het uur verdeeld zijn. Met dien verstande dat het de Concessiehouder is toegestaan om maximaal 10 minuten van de patroontijden af te wijken om Aansluiting te bieden op één van de Hubs / Knooppunten. o De op basis van de Vervoervraag gewenste Aansluitingen, rekening houdend met looptijden van Reizigers en in- en uitstaptijden.

3.9.4

De Concessiehouder dient afspraken te maken met de concessiehouder van de Provincie Zuid-Holland over het realiseren van een doorgaande verbinding tussen Zierikzee en Rotterdam. Minimaal 1 maal per uur dient, binnen de bedieningsperioden genoemd in art. 3.4, zonder overstappen te kunnen worden gereisd tussen Zierikzee en Rotterdam.

Dienstregeling

Dienstregeling 3.10.1

De Concessiehouder voert het Openbaar Vervoer uit op basis van een Dienstregeling die hij heeft gepubliceerd.

3.10.2

De Concessiehouder baseert de Dienstregeling op reële rij- en halteringstijden en onderbouwt in het Vervoerplan de gehanteerde tijden op basis van een analyse van de rijtijden. Indien noodzakelijk maakt hij onderscheid tussen rijtijden tijdens de Spits en buiten de Spits. De Concessiehouder is zelf verantwoordelijk voor de inschatting of de rijen halteringstijden die hij in zijn Dienstregeling opneemt in de praktijk haalbaar zijn.

24

3.11

3.10.3

De Concessiehouder neemt in ieder geval de Hubs, Knooppunten en Verplichte HOV-Haltes zoals genoemd in Bijlage 6 op in de Dienstregeling. Tevens neemt hij de Haltes van de Buurtbus en eventuele Haltes van Overige Lijnen en Scholierenlijnen op in de Dienstregeling.

3.10.4

De Concessieverlener kan, na overleg met de Concessiehouder, de Concessiehouder verplichten om (een) extra Hub, Knooppunt of (HOV-)Halte(s) in de Dienstregeling op te nemen en/of (een) Hub, Knooppunt of (HOV-Halte(s) uit de Dienstregeling te verwijderen.

3.10.5

De Concessiehouder vermeldt in de Dienstregeling alle Aansluitingen en Aansluitgaranties die hij biedt.

3.10.6

De Concessiehouder mag gedurende een Dienstregelingjaar één of meerdere Vakantiedienstregelingen hanteren tijdens de vakanties van het voortgezet onderwijs en ander onderwijs in o.a. de regio Zuid en omliggende regio’s. De Concessiehouder onderbouwt in zijn Vervoerplan waarom hij ervoor kiest om in bepaalde periodes te rijden volgens een Vakantiedienstregeling en hoe deze Vakantiedienstregeling aansluit bij de Vervoervraag in deze periodes.

Tussentijdse wijzigingen Dienstregeling

Tussentijdse wijzigingen Dienstregeling 3.11.1

Concessiehouder werkt mee aan tussentijdse wijzigingen (maximaal vier keer per jaar) van de Dienstregeling die de Concessieverlener opdraagt. Op basis van diverse bronnen bepaalt de Concessieverlener samen met de Concessiehouder de gewenste aanpassingen. Hierin zoekt de Concessieverlener samen met de Concessiehouder naar een optimum tussen de (toekomstige) vervoervraag en een efficiënte planning.

3.11.2

De Concessiehouder mag de Dienstregeling maximaal viermaal per Dienstregelingjaar onderbouwd wijzigen (de eventuele overgangen van de reguliere Dienstregeling naar de Vakantiedienstregeling en vice versa en tijdelijke wijzigingen van de Dienstregeling voor Scholierenlijnen niet meegerekend), tenzij de Concessiehouder en de Concessieverlener anders overeenkomen (bijvoorbeeld in geval van tijdelijke (lokale) wijzigingen). Het aantal Dienstregelingwijzigingen die door Concessieverlener en Concessiehouder jaarlijks kunnen worden voorgesteld bedraagt samen maximaal vier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12423637/1