2023 395 Bijlage Eindrapport-Adviescommissie VWDR V3IM
Tekst van het document
Kennisinstellingen hebben een belangrijke functie als kritisch geluid en tegenmacht met oog voor de diversiteit aan groepen, belangen en opinies in de samenleving. Dat vraagt van wetenschappers dat zij zich mengen in het publieke debat. Voor wetenschappers moet voldoende ruimte zijn om zich kritisch op te stellen, ook binnen de eigen organisatie.
Eindrapportage Adviescommissie_VWDR
98
7
7.4
Adviezen aan politiek en overheid
grondrechten simpeler, uitgaande van de logica van mensen zelf. Zorg daarbij voor ‘veilige’ voorzieningen in plaats van de bestaande toeslagenstelsels die op individueel niveau altijd het risico op terugvordering hebben.
In deze paragraaf formuleert de Adviescommissie VWDR haar adviezen. Ze zijn gericht aan politici en de overheid. Daarbij heeft de commissie zowel de regering en de Tweede Kamer op het oog, als politici en bestuurders bij provincies en gemeenten.
De sociale grondrechten moeten daarnaast zichtbaarder worden in het politieke debat. Dat kan door in het nieuwe regeerakkoord expliciet in te gaan op de keuzes die de regering maakt over de invulling van sociale grondrechten en bestaanszekerheid. Ook stelt de commissie voor minstens één keer per jaar via een ‘staat van de grondrechten’ stil te staan bij de ontwikkelingen rond de sociale grondrechten. Bijvoorbeeld op Verantwoordingsdag of Prinsjesdag. De commissie beveelt aan om dit mee te nemen in de uitwerking van de Rechtsstaatagenda door de Staatscommissie Rechtsstaat.
Adviezen om de democratie weer voor iedereen te laten werken: 1
Geef de sociale grondrechten meer inhoud en betekenis Kort samengevat: a Omarm de aanbevelingen van de commissie sociaal minimum, geef betaalbare huisvesting urgentie en vervang toeslagen door veilige voorzieningen b In regeerakkoord en daarna jaarlijks: Staat van de Grondrechten c Bij introductie en evaluatie van wetten: verplicht effecten benoemen voor grondrechten
Ook adviseert de commissie om de verplichting vast te leggen dat bij de introductie en evaluatie van wetten de verwachte (positieve en negatieve) effecten op de sociale grondrechten expliciet worden benoemd (bijvoorbeeld in de Memorie van Toelichting). 2
De sociale grondrechten (zoals vastgelegd in de grondwet, bijvoorbeeld het recht op huisvesting, werk en gezondheid) moeten meer betekenis krijgen, zowel inhoudelijk als qua zichtbaarheid in het politieke debat. Maak de sociale grondrechten tot ijkpunt voor keuzes in beleid en de verdeling van middelen. Het is van groot belang voor de democratische rechtsorde dat burgers meer zien en merken van de inspanningen van de overheid om de sociale grondrechten te realiseren. Daarbij zijn de aanbevelingen van de commissie Sociaal Minimum een goed vertrekpunt; ook het vraagstuk van betaalbare huisvesting verdient de grootst mogelijke urgentie. Maak de toegang voor voorzieningen die invulling geven aan sociale
Eindrapportage Adviescommissie_VWDR
Zoek tegenspraak en kritiek op en zoek actief naar pluriforme inbreng vanuit de breedte van de samenleving Kort samengevat: a Investeer in kwaliteit, pluriformiteit en onafhankelijkheid van toezicht en ombudsman b Draai bezuinigingen op sociale advocatuur terug c Besteed stelselmatig aandacht aan pluriformiteit; bewaak dat iedereen een stem heeft en dat besluitvormingsprocessen eerlijk verlopen d Stel een Praktijkautoriteit in, waarin ervaringsdeskundigen wetten evalueren e Beschouw praktijkcontact en erkenning van emoties als basiseisen van ambtelijk vakmanschap
99
7
Er is nog veel te winnen bij een open houding ten opzichte van tegenspraak en kritiek. Dat vraagt van bestuurders en leidinggevenden een open en niet-defensieve opstelling tegenover kritiek van professionals en burgers, klachten uit de praktijk en opmerkingen van controleurs en toezichthouders. Daarvoor zijn investeringen nodig in de kwaliteit, pluriformiteit en onafhankelijkheid van toezicht en het behouden van een stevige positie voor de Ombudsman (nationaal en regionaal/lokaal). Mondige burgers en vermogende bedrijven en lobbygroepen kunnen met het bestaande juridische instrumentarium en met mogelijkheden van inspraak en participatie vaak uitstekend hun belangen behartigen, maar dat geldt in veel mindere mate voor burgers met minder kennis, energie en middelen. Het is van belang deze minder mondige burgers te ondersteunen in het opkomen voor hun belang. Dat kan door het terugdraaien van bezuinigingen op de sociale advocatuur en ondersteuning te bieden voor mensen die bij overheid willen klagen, maar niet weten hoe en waar ze dat moeten doen. De inbreng bij (de voorbereiding op) besluitvorming moet bovendien representatief zijn en dat is het nu nog vaak niet.
De commissie roept op om stelselmatig aandacht te besteden aan pluriformiteit en diversiteit, op tal van kenmerken: sociale klasse, gender, culturele achtergrond, ziek/gezond, theoretisch / praktisch opgeleid, religieuze achtergrond, seksuele geaardheid, politieke oriëntaties, enzovoorts. Daarbij gaat het om te beginnen over de samenstelling van de volksvertegenwoordiging en de bemensing van publieke organisaties. Maar het gaat ook over minder tastbare zaken: wie komen aan het woord, wie bepaalt wat de norm is, wie mogen onderwerpen aan de orde stellen? Iedereen die in de samenleving een leidinggevende positie heeft, heeft hierin een taak te vervullen: bewaken dat iedereen een stem krijgt en iedereen gehoord wordt.
Eindrapportage Adviescommissie_VWDR
Door te bewaken dat het proces eerlijk verloopt en autoriteiten voldoende aandacht hebben voor ieders mening groeit immers de acceptatie van besluiten (procedurele rechtvaardigheid). Voor de overheid betekent dit dat het belangrijk is om actief op zoek te gaan naar tegenspraak en niet te volstaan met meer ‘passieve’ vormen van participatie, zoals de geijkte bewonersavond. Die lijden immers negen van de tien keer aan een gebrek aan representativiteit. We adviseren overheden te zoeken naar werkwijzen en instrumenten waarmee ervaringsdeskundigheid wordt aangeboord, juist van groepen die ondervertegenwoordigd zijn in de politiek. De commissie bepleit daarom de instelling van een Praktijkautoriteit. Daarin zouden ervaringsdeskundigen en bijvoorbeeld praktisch opgeleide professionals kunnen worden gevraagd de uitwerking van nieuwe wetten en regels in de praktijk te toetsen en aan de Kamer daarover te rapporteren, bijvoorbeeld in een hoorzitting. Dit kan voor de Kamer een extra instrument vormen om de al bestaande evaluatieverplichting voor nieuwe wetten (die nu vaak beleidsmatig wordt uitgevoerd) meer vanuit de praktijk in te vullen. Daarnaast zouden beleidsmakers veel nadrukkelijker in contact moeten staan met de praktijk.
Dat geldt op alle niveaus: van beleidsmedewerkers op departementen die vaker het land in moeten gaan, tot strategisch adviseurs in gemeentehuizen die zich vaker moeten laten zien bij wijkteams en in buurthuizen. Beleidsmedewerkers in het sociaal domein die werkelijk contact hebben met mensen in schulden, of met mensen die een onvoorspelbare ziekte hebben en een onzeker inkomen. De interesse in en de omgang met emoties die bij ingrijpende discussies in de samenleving spelen, behoren tot het vakmanschap van ambtenaren. Dat vereist dat ze vanuit eigen ervaring en beelden kunnen invoelen wat de betekenis van beleidskeuzen is in de levens
100