20221220 Raadsbrief Richtlijnen levensloopbestendig bouwen Bijlage 1 Richtlijnen 2022
Tekst van het document
Richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen in Schouwen-Duiveland
Augustus 2022
1
Inhoudsopgave 1 INLEIDING
4
1.1 Actualisatie Woonvisie 2018-2027
5
1.2 Inhoud notitie
5
2 UITGANGSPUNTEN VOOR DE RICHTLIJNEN
6
2.1 Doelgroepen
6
2.2 Huidig aanbod levensloopbestendige woningen
6
2.3 Kwaliteitseisen en regelgeving
7
2.4 Toekomst
8
3 AANPAK EN PROCESSTAPPEN
9
3.1 Definitie levensloopbestendig bouwen
9
3.2 Aanpak
9
4 RANDVOORWAARDEN EN CRITERIA
10
4.1 Randvoorwaarden
10
4.2 Criteria
11
5 RICHTLIJNEN EN UITVOERING
13
5.1 Richtlijnen levensloopbestendig bouwen in de praktijk
14
5.2 Anterieure overeenkomst bij nieuwbouwplannen
14
5.3 Nieuwbouwplannen met zorgvraag
15
5.4 Toetsing bouwplan
15
5.5 Prestatieafspraken
15
5.6 Communicatie
15
5.7 Evaluatie en monitoring van de beleidsregels
15
BIJLAGE 1 – BEGRIPPENLIJST
16
2
BIJLAGE 2 – CRITERIA VOOR NIEUWBOUWWONINGEN
17
BIJLAGE 3 – BESCHRIJVING PER TYPE WONING
23
BIJLAGE 4 – LANGER COMFORTABEL EN PRETTIG ZELFSTANDIG WONEN IN EIGEN WONING 26
3
1 Inleiding De behoefte aan aangepaste of aanpasbare woningen neemt toe in Schouwen-Duiveland. Dit komt door de toename van de vergrijzing, de scheiding van wonen en zorg en het feit dat mensen met een beperking langer zelfstandig willen en moeten wonen. Demografische ontwikkelingen laten zien dat in de gemeente Schouwen-Duiveland, naast mensen met een fysieke beperking, met name het aantal mensen met dementie in de toekomst toe zal nemen. Daarnaast zorgt de toename van het aantal oudere een- en tweepersoonshuishoudens en de afname van het aantal gezinnen en jongere huishoudens (zie tabel 1) voor een duidelijke toename in de vraag naar levensloopbestendige grondgebonden woningen en appartementen en een sterke afname in de vraag naar reguliere grondgebonden woningen.
Tabel 1 Ontwikkeling van de doelgroepen in Schouwen-Duiveland 2020-2030. Bron: Update WMA Schouwen-Duiveland 2020.
De woonwensen en eisen van senioren zijn onderling verschillend. Ze worden mede bepaald door hun financiële mogelijkheden, maar zeker ook door de fysieke of mentale beperkingen die mensen hebben. Door de transformatie naar langer zelfstandig wonen gaan meer mensen vanuit kwetsbare groepen een beroep doen op de gemeente voor een aangepaste woning of nieuwe woonvormen waar zij veilig en comfortabel kunnen wonen. Een deel van de bestaande voorraad is ongeschikt voor de groeiende (alleenstaande) doelgroep: niet levensloopbestendig (te maken) en een te groot woonoppervlak. Een aanpassing van de bestaande koop- en huurwoningen voorraad is noodzakelijk. Een aangepaste woning maakt het mogelijk voor senioren en mensen met een beperking om langer zelfstandig te blijven wonen in hun eigen woning en woonomgeving. De gemeente heeft een belangrijke rol als het gaat om inwoners te informeren en adviseren over langer zelfstandig wonen. De inzet van het gemeentelijk beleid is om inwoners en andere betrokkenen bewust te maken van nut en noodzaak om bestaande woningvoorraad en nieuwbouwwoningen levensloopbestendig te maken. De gemeente vindt dit belangrijk omdat ook in onze gemeente het aantal senioren en mensen met een beperking de komende jaren toeneemt.
Onder regie van de gemeente wordt deze opgave zoveel mogelijk integraal opgepakt, samen met alle partijen die in de gemeente actief zijn met wonen, zorg en welzijn. In de jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en de huurdersorganisaties over de uitvoering van het gemeentelijk woonbeleid (Woonvisie) is levensloopbestendig wonen ook een thema. De gemeente heeft in haar prestatieafspraken met de woningcorporaties afspraken gemaakt over het thema wonen en zorg, zoals het levensloopbestendig bouwen en het levensloopbestendig maken van hun huidige woningvoorraad.
4
1.1 Actualisatie Woonvisie 2018-2027 In de actualisatie van de Woonvisie 2018 is vastgelegd, dat bij nieuwbouw in de gemeente zoveel mogelijk moet worden ingezet op levensloopbestendige woningen (ca. 60-70% van de nieuwbouw), met oog op de nodige flexibiliteit in planontwikkeling. Op dit moment is er geen specifiek beleid voor levensloopbestendig bouwen in de nieuwbouw geformuleerd. Er wordt gebouwd volgens het Bouwbesluit. Concrete opdracht is om met de betrokken partijen te onderzoeken of aanvullende kwaliteitseisen voor levensloopbestendigheid (bovenop het Bouwbesluit) in de nieuwbouw nuttig en realistisch zijn en zo ja, welke eisen dan. De bedoeling is dat deze kwaliteitseisen worden ‘vertaald’ naar beleidsregels voor levensloopbestendig bouwen voor nieuwbouwwoningen in Schouwen-Duiveland. Het realiseren van meer levensloopbestendige woningen betekent ook dat er in de toekomst minder beroep wordt gedaan op de Wmo-gelden omdat er minder kosten voor woningaanpassingen gemaakt hoeven te worden. Het op latere termijn aanpassen van een woning, voor zover dit überhaupt mogelijk is, is altijd duurder dan wanneer er al vanaf de ontwerpfase rekening wordt gehouden met een aantal basisgegevens. Deze woningen zijn immers in principe al bij aanvang geschikt of (door verbouw) eenvoudig geschikt te maken voor bewoning met een fysieke beperking.
De gemeente krijgt ook te maken met steeds kleinere budgetten van het Rijk en een steeds groter wordende doelgroep waardoor er minder mogelijk is met de Wmo-budgetten voor woonaanpassingen. Een aspect van een andere orde, is dat een levensloopbestendige woning ook een duurzame woning kan worden genoemd. In deze notitie staan richtlijnen om langer zelfstandig wonen in eigen woning en woonomgeving mogelijk te maken. Het gaat daarbij om een aantal regels waardoor nieuwbouwwoningen met relatief eenvoudige voorzieningen geschikt zijn of (later) aan te passen zijn voor oudere bewoners of bewoners met een fysieke beperking. Voor de particuliere woningeigenaar is een ontwerp/advieslijst gemaakt voor nieuwbouw en aanpassing van de eigen woning. 1.2 Inhoud notitie In hoofdstuk 2 staan de uitgangspunten voor de richtlijnen beschreven. In hoofdstuk 3 de aanpak en procestappen voor de richtlijnen levensloopbestendig bouwen. In het daaropvolgende hoofdstuk 4 de randvoorwaarden en de criteria voor langer zelfstandig wonen in eigen woning. En tot slot in hoofdstuk 5 de richtlijnen en de uitvoering van de richtlijnen in de praktijk. Voor de uitleg van de in deze nota gebruikte termen is een begrippenlijst toegevoegd (zie bijlage 1). In bijlage 2, 3 en 4 zijn de richtlijnen voor levensloopbestendige nieuwbouw en (ver)bouw van particuliere woningen uitgewerkt.
5
2 Uitgangspunten voor de richtlijnen 2.1 Doelgroepen Senioren nemen binnen het huisvestingsbeleid een speciale positie in. Dit komt vooral door een toenemende behoefte aan aangepaste huisvesting en/of zorg. Landelijk blijkt dat oudere mensen graag in hun huidige woning willen blijven wonen. In de leeftijdscategorie van vijftig tot tachtig jaar wordt zeer weinig verhuisd. Ook de gemiddelde verhuisafstand neemt af: men verhuist het liefst naar een woning in de eigen gemeente of in een naburige gemeente. Het merendeel van de senioren stelt een verhuizing uit totdat men niet meer zelfstandig wil of kan wonen. Hierdoor stijgt over het algemeen de verhuismobiliteit na het 85e jaar weer. De gemeente Schouwen-Duiveland is nu al sterk vergrijsd (in relatie tot de omgeving en Nederland gemiddeld) en deze vergrijzing zet tot 2040 sterk door, vooral in de categorie 1- en 2persoonshuishoudens (ouder dan 75 jaar). Wat dit precies betekent voor het benodigde aantal (senioren) woningen is moeilijk te duiden. Dit vooral vanuit het gegeven dat woningeigenaren zolang mogelijk in hun eigen woning en woonomgeving willen blijven wonen, eventueel met aanpassingen. Hierbij kan de vraag gesteld worden of er voldoende geschikte alternatieven op de markt zijn die een verhuizing de moeite waard maken en die aansluiten op de wensen van senioren in de toekomst.
De vergrijzing speelt zich voor een groot deel af in de koopsector. De sociale huursector staat daarentegen ook onder druk vanwege de groeiende vraag naar betaalbare huurwoningen, langere wachttijden en beperkte mogelijkheden om te kunnen doorstromen naar een passende woning. Daarnaast gaat het om een steeds grotere opgave om woonruimte te creëren voor verschillende bijzondere aandachtsgroepen (zoals de nieuwkomers, jongeren die in een jeugdzorginstelling wonen, mensen die beschermd wonen en mensen met een fysieke beperking). Vooral voor de doelgroepen waarbij begeleiding en zorgaanbod nodig is, vanwege hun fysieke beperkingen, is een passend aanbod van woningen in een veilige en beschutte woon- en leefomgeving belangrijk. 2.2 Huidig aanbod levensloopbestendige woningen In de gemeente is nu een beperkt aantal levensloopbestendige woningen beschikbaar. Op dit moment is er een beperkt aantal bouwprojecten in voorbereiding of in uitvoering met levensloopbestendig bouwen als thema. In de afgelopen jaren zijn er in de gemeente wel enkele bouwprojecten ontwikkeld en opgeleverd met huisvesting specifiek voor senioren. Voorbeelden zijn de nieuwbouw van een aantal appartementen (sociale huur) aan de Emil Sandströmweg in Zierikzee, een aantal (nieuwbouw) woningen van het project Noorderpolder De Velden in Zierikzee en een aantal in Burgh-Haamstede.
De Stichting VAC Schouwen-Duiveland1, de Adviescommissie Wonen, heeft de gemeente regelmatig verzocht om de bouw van (meer) levensloopbestendige woningen in de gemeente. Daarbij
1
Stichting VAC Schouwen-Duiveland is inmiddels ondergebracht in Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland (PTSD). PTSD komt op voor de belangen van mensen op Schouwen-Duiveland die te maken hebben met beperkingen door middel van het geven van (gevraagd en ongevraagd) advies over de toegankelijkheid van accommodaties en openbare ruimte.
6
attendeert men onder andere op het ruimtegebruik voor rollators of rolstoelen en het energiegebruik in het algemeen. Particulier woningbezit en levensloopbestendig wonen Behalve in de sociale sector zit de opgave en inzet voor de komende jaren mede in de aanpassing van het particuliere woningbezit en bij nieuwbouw op levensloopbestendig bouwen. Een groot deel van de bestaande woningvoorraad (63%) in Schouwen-Duiveland is aanpasbaar (zie figuur 1). 23% van de bestaande woningvoorraad is al een nultredenwoning. Dit zijn woningen die geschikt zijn voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. Daarentegen is 2% van de bestaande woningvoorraad niet aanpasbaar aan de behoeften van mensen met mobiliteitsbeperkingen. Dan gaat het bijvoorbeeld om portiekflats zonder lift of moeilijk bereikbare bovenwoningen.
Figuur 1 Aanpasbaarheid woningvoorraad gemeente Schouwen-Duiveland. Bron: Update WMA Schouwen-Duiveland 2020.
Het is van belang om senioren bewust te maken van de mogelijkheden hun woning levensloopbestendig te maken , omdat ze om verschillende redenen niet graag (of te laat) naar een andere woning verhuizen. Zo hebben veel senioren hun hypotheek afgelost, waardoor de woonlasten nihil zijn. Door te verhuizen naar een huurwoning, gaan de woonlasten soms fors omhoog. Of ze kunnen niet verhuizen, om financiële redenen of omdat er niet genoeg betaalbare en geschikte woningen (huur- en koop) voor hen beschikbaar zijn. Daardoor wonen ze vaak in een te grote woning of in een woning die niet meer veilig is vanwege fysieke of psychische beperkingen. De particuliere woningeigenaren moeten daarom eerder bewust worden gemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid voor het tijdig aanpassen van hun woning. Het aanbod van advies en financiële ondersteuning zijn daarbij belangrijke instrumenten voor het langer zelfstandig wonen. 2.3 Kwaliteitseisen en regelgeving Bouwbesluit en Omgevingswet De kwaliteitsregels waaraan bouwers moeten voldoen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit zal binnen de nieuwe Omgevingswet worden vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl wordt een groot aantal voorschriften geschrapt en meer aan de markt overgelaten. De versoberde kwaliteitseisen kunnen ongunstig uitpakken voor het langer zelfstandig wonen in eigen woning en woonomgeving.
Actieplan Op 18 januari 2018 is van het Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het actieplan verschenen om de toegankelijkheid van gebouwen voor mensen met een fysieke beperking te
7
verbeteren. Het gaat bijvoorbeeld om de toegankelijkheid en aanpassingen van openbare gebouwen, kantoren en woningen. Het actieplan volgt uit het VN-verdrag over de rechten van mensen met een beperking dat in 2016 door Nederland is geratificeerd. Het verdrag moet de positie van mensen met een beperking verbeteren, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werk, openbaar vervoer en onderwijs. Het actieplan is opgesteld met alle partijen die betrokken worden, of moeten zijn, bij de ontwikkel- en bouwkolom, van ontwerp tot de oplevering van een gebouw, van opdrachtgevers en gebouweigenaren, maar ook van de mensen met een beperking zelf en hun belangenvertegenwoordigers. Partijen zetten in op het vergroten van het bewustzijn over goede toegankelijkheid. Er zijn hiervoor in het actieplan verschillende acties en maatregelen opgenomen. Daarbij is het belangrijk dat mensen met een beperking al vanaf de ontwerpfase bij een (ver)bouwproject worden betrokken. Ook wordt door het Rijk gewerkt aan het eenvoudig beschikbaar stellen van eenduidige richtlijnen voor toegankelijk bouwen en verbouwen. Verder vraagt het actieplan om meer aandacht in opleidingen voor het thema toegankelijkheid.
2.4 Toekomst Levensloopbestendig wonen in eigen wijk en woonomgeving Het realiseren van een levensloopbestendige wijk is meer dan het levensloopbestendig bouwen en het aanpassen (opplussen) van de bestaande woningvoorraad. Denk bij een levensloopbestendige wijk ook aan de totale woonomgeving, waar voetpaden, parken, openbare gebouwen, winkels en (zorg)voorzieningen onderdeel zijn. In een levensloopbestendige wijk kunnen bewoners blijven wonen als hun gezinssamenstelling verandert, wanneer zij ouder worden of wanneer functiebeperkingen zich voordoen. In een levensloopbestendige wijk is een gedifferentieerd aanbod van woningen (huur- en koop), waar een bewoner kan verhuizen naar een woning die past bij zijn levensfase en omstandigheden: van klein, naar groot, naar passend. Daarom zijn in elke wijk een aantal levensloopbestendige woningen (huur- en koop) beschikbaar die aansluiten bij (toekomstige) woonbehoeften en die ook toegankelijk en bezoekbaar zijn voor rolstoelgebruikers. Woningen waarbij de woonkamer, het toilet, de badkamer en minimaal één slaapkamer zich op het niveau van de entree bevinden en eenvoudig zonder hoge investeringen geschikt gemaakt kunnen worden voor een bewoner in een rolstoel of rollatorgebruiker.
8
3 Aanpak en processtappen 3.1 Definitie levensloopbestendig bouwen Om te komen tot richtlijnen is het eerst nodig een definitie te geven van wat levensloopbestendig bouwen is: Het zodanig (ver)bouwen van woningen en ontwikkelen van woonwijken dat mensen er gedurende verschillende fasen van hun leven in kunnen (blijven) wonen. Dit wordt bereikt door onder meer het voldoen aan woningeisen voor senioren en mensen met een fysieke beperking, gebruiksgemak en comfort. 3.2 Aanpak Over levensloopbestendig bouwen en concrete regels is al veel geschreven. Er zijn goede voorbeelden van andere gemeenten. Vanuit het Rijk ontbreekt echter nu nog specifieke wet- of regelgeving waardoor er ook daadwerkelijk levensloopbestendig kan worden gebouwd bij bouwprojecten voor woningen. Om binnen onze gemeente te komen tot richtlijnen is er een plan van aanpak gemaakt. Dit plan is afgestemd met alle partijen (in- en extern) die dagelijks betrokken zijn bij wonen, zorg en welzijn. Daarbij is aansluiting gezocht bij de Richtlijn levensloopbestendige nieuwbouw op basis van het voormalige ministerie voor Volkshuisvesting Ruimtelijke Ontwikkeling en Milieu (VROM) als variant op het Woonkeur2 om tot een passende richting en keuze te komen voor de gemeente.
De in deze richtlijnen genoemde criteria zijn omgezet in randvoorwaarden en criteria voor levensloopbestendig bouwen en tevens is een selectie gemaakt van maatregelen en acties voor levensloopbestendig bouwen. Hierover is afstemming en overleg geweest met Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland, Stichting VAC Schouwen-Duiveland, woningcorporatie Zeeuwland en intern betrokken collega’s (sociaal domein, woonbeleid, Wmo-consulenten en vergunningverlening).
2 Woonkeur is een landelijk certificaat voor nieuwbouwwoningen en bestaande woningen (met twee verschillende certificaten met een
eigen gebruikswaarde: rollatorgeschikt en rolstoelgeschikt). De eisen van Woonkeur gaan boven het niveau van Bouwbesluit 2003 en zijn samengesteld uit de eisen van de meeste door woonconsumenten samengesteld bekende eisenpakketten voor nieuwbouw: het Seniorenlabel, het Politiekeurmerk Veilig wonen voor nieuwbouw, de VAC kwaliteitswijzer en het handboektoegankelijkheid.
9
4 Randvoorwaarden en criteria In dit hoofdstuk zijn de randvoorwaarden, criteria en richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen in onze gemeente op een rij gezet. De criteria en randvoorwaarden zijn de basis voor de levensloopbestendige richtlijnen (zie bijlage 2). 4.1 Randvoorwaarden I Flexibele indeling woon- en verblijfruimtes De woon- en verblijfruimtes zijn rollator- en rolstoeltoegankelijk met: • Neutrale maten voor de verschillende woonfuncties en vertrekken, met indelingsvarianten door verplaatsbare of verwijderbare (niet dragende) binnenwanden. • Primaire woonruimtes (woonruimte, keuken, berging, toilet, slaapruimte en ruimte voor sanitair) bevinden zich op de begane grond respectievelijk op entree niveau. II Flexibele indeling van keuken en sanitaire ruimtes Plaatsing van de keuken zodanig dat uitbreiding van de keukenruimte en keukenapparatuur mogelijk is. Met tevens mogelijkheden voor verschillende plaatsen van de keuken en het sanitair door een extra standleiding of door centrale plaatsing van de standleiding. Voor de wasmachine en wasdroger is een aparte toegankelijke ruimte beschikbaar op de begane grond indien de badkamer zich op de verdieping bevindt of onvoldoende ruimte biedt om deze te plaatsen.
III Gebruik van bovenverdieping Als er geen mogelijkheid is om op entreeniveau een slaapkamer en badkamer te realiseren dient er rekening te worden gehouden met; hetzij de mogelijkheid om een traplift te plaatsen, hierbij verdient een rechte steektrap de voorkeur onder meer vanwege veiligheidsoverwegingen, hetzij door bij de indeling van de woning rekening te houden met de te zijner tijd plaatsen van een huislift. Er is ontsluiting van hoger dan ‘het maaiveld gelegen verdiepingen’ waar niet geslapen wordt, via een steektrap of eventueel een kwart(en) trap, waardoor de plaatsing van een traplift mogelijk is. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een trap- of huislift, dienen de ruimtes op de bovenverdieping goed bereikbaar en bruikbaar zijn. Een traplift heeft de voorkeur, aangezien een huislift hoge kosten met zich mee brengt. Boven- en onderaan de traplift moet in ieder geval een goede mogelijkheid zijn voor het plaatsen van een rolstoel of rollator, zodat veilig opstappen mogelijk is (voor wie dat kunnen). IV Uitbreidingsmogelijkheden woning Er is ruimte voor een extra woon/slaapvertrek op de begane grond en/of van verzelfstandiging van ruimtes binnen een woning ten behoeve van werkruimte of inwoning (bijvoorbeeld voor een zorgvrager of mantelzorger).
10
V Integrale toegankelijkheid en mobiliteit De woning en het woongebouw zijn vanuit de buitenruimte toegankelijk voor senioren en mensen met een fysieke beperking om zelfstandig te kunnen wonen en te bezoeken. De bewoners zijn hierdoor mobiel en kunnen ondanks hun fysieke beperkingen zelfstandig functioneren buiten hun eigen woning en directe woonomgeving. Woningen en woongebouwen die voor ouderen of mensen met een beperking worden gebouwd zijn voor een scootmobiel aangepast. In de woning en het woongebouw is daarom een (toegankelijke) stallingsruimte voor een scootmobiel en e-bike met een oplaadpunt. Deze bergingsruimte dient zoveel mogelijk op de begane grond te worden gerealiseerd (een helling naar boven vormt vaak een obstakel voor gebruikers). Denk hier ook aan de mogelijkheid voor het parkeren van een auto dicht bij de entree (invalidenparkeerplaats) met extra uitstapmogelijkheden. VI Voorzienbaar (on)geschikte woning De woning en het woongebouw sluiten aan bij de gezondheidssituatie van de bewoner. De woning is geschikt voor de woonbehoeften, voortvloeiend uit de gezondheidssituatie van de bewoner. De bewoner kan door de woningvoorzieningen gericht op de gezondheidssituatie zelfstandig functioneren.
Wanneer de woning en het woongebouw niet tegemoet komt aan voorzienbare woonbehoeften, voortvloeiende uit de gezondheidssituatie van de bewoner, dan zijn deze ongeschikt volgens de randvoorwaarden van levensbestendig bouwen. 4.2 Criteria 4.2.1 Toegankelijkheid Om een woning te bezoeken, in een woning te kunnen wonen of in een woning verzorgd te worden moet een woning aan verschillende eigenschappen voldoen en toegankelijk zijn. Voor mensen die zorg nodig hebben kan toegankelijkheid een belangrijk aspect zijn dat maakt of mensen ergens wel of niet kunnen wonen. In het Handboek voor Toegankelijkheid (6e druk) wordt de volgende definitie voor toegankelijkheid gehanteerd: Toegankelijkheid van de gebouwde omgeving is de eigenschap van buitenruimten, gebouwen en woningen die maakt dat mensen er kunnen doen wat zij volgens de bestemming moeten kunnen doen. Onderscheiden kan worden: • • •
Niet toegankelijk Bezoekbaar Bewoonbaar
Niet toegankelijk Vaak zijn woon-zorg voorzieningen geplaatst tussen niet toegankelijke woningen. Woningen kunnen niet toegankelijk zijn wanneer bijvoorbeeld essentiële plekken niet voor een rolstoel toegankelijk zijn, wanneer er een opstap is naar de voordeur of wanneer het een bovenwoning betreft zonder lift. Voor bewoners van woon-zorg projecten is het belangrijk dat zij bij hun buren op bezoek kunnen. Voor het visualiseren is ook de bezoekbaarheid van woningen buiten het project en de toegankelijkheid van de omgeving van belang.
11
Bezoekbaar Een woning is bezoekbaar wanneer een bezoeker van alle functies die van belang zijn om een woning te bezoeken, gebruik kan maken. Dat betekent dat voor een bezoeker met een rolstoel, een zit- en eetplek bereikbaar en toegankelijk is (eventueel met enige hulp door het openhouden van de voordeur of galerijdeuren). De rolstoelgebruiker kan met zijn rolstoel de toiletruimte bereiken. Bewoonbaar Een woning is 'woonbaar' wanneer de bewoner, ondanks zijn fysieke beperkingen, van alle functies die van belang zijn om te wonen gebruik kan maken. Het gaat dan ook tenminste om het volgende: • Toegankelijkheid gebouw • Hal of gang • Toegang woning • Verkeersruimte in de woning • Toilet • Eetplek • Zitplek • Slaapkamer • Keuken • Douche/toilet • Berging • Buitenruimte (balkon, terras, tuin) 4.2.2 Zorgverlening In de woning moet het verlenen van zorg mogelijk zijn. Dat kan op verschillende niveaus. Het niveau van de zorg in een ziekenhuis of verpleeghuis is anders dan de zorg in een woning. In de woning gaat het om: • Voldoende ruimte voor een tillift om in de slaapkamer hulp te verlenen. • Voldoende ruimte om hulp te verlenen in de douche en de toiletruimte. • Slaapkamer grenzend aan douche/toiletruimte om eenvoudiger hulp te kunnen verlenen. 4.2.3 Woonzorgprojecten Woonzorgprojecten bestaan vaak uit een koppeling van meerdere woningen met aanbod van wonen en zorg.
De woningen hebben een hoge mate van toegankelijkheid en zijn geschikt om zorg te verlenen. De zorgcomponent verschilt per project en is afhankelijk van de bewoners, de betrokken zorgorganisatie en de verhuurder/eigenaar. De zorg heeft zowel betrekking op de ‘medisch zorg’ als op vormen van ‘sociale zorg‘. Sociale zorg door ontmoeting en zorg voor elkaar. Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld ‘koppeling’ van de appartementen met behulp van gemeenschappelijke gangen en voorzieningen, zoals een huiskamer, een tuin, et cetera. De medische zorg kan worden verstrekt door ‘koppeling’ van de woningen aan een gezondheidsvoorziening.
12
4.2.4 Visualiseren van wensen Bewoners kunnen hun wensen visualiseren door eerst te bepalen aan welke woonfuncties zij behoefte hebben. Belangrijke woonfuncties in een woning zijn: • Woon- en eetruimte • Toilet • Keuken • Badkamer • Slaapkamer • Berging • Buitenruimte Er kunnen daarnaast ook wensen zijn over gemeenschappelijke voorzieningen en over de woonomgeving. Het beeld van bewoners, de betrokken zorgorganisatie en de verhuurder/eigenaar is niet altijd hetzelfde. Het is daarom van belang dat de wensen van de toekomstige bewoners helder zijn, zodat deze wensen van het begin worden betrokken bij het initiatief. Woonwensen zijn verschillend. Draagkrachtige senioren die vanuit koopwoningen een initiatief voor een woonzorgproject starten hebben vaak andere wensen en mogelijkheden dan senioren die vanuit een sociale huurwoning op zoek zijn naar een woon-zorginitiatief. 4.2.5 Locatie De locatie van de woning sluit aan bij de behoefte van de bewoners. Waarbij uitgegaan wordt van benodigde voorzieningen, zoals beschreven in paragraaf 2.4 ‘Levensloopbestendig wonen in eigen wijk en woonomgeving’.
5 Richtlijnen en uitvoering We willen er met elkaar voor zorgen dat ouderen en kwetsbare inwoners met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving wonen en zelfredzaam zijn. Een probleem daarbij is dat de bouwwereld de levensloopbestendigheid van woningen met diverse termen aangeeft zoals: nul-tredenwoning, levensloopbestendige woning, Woonkeur, rolstoelwoning, seniorenwoning, zorgwoning, domotica woning, aanleunwoning. Deze termen worden gebruikt om de kwaliteit van woningen bij de verkoop of verhuur aan te geven naar de toekomstige bewoners. Door het gebruik van termen als bijvoorbeeld rolstoelwoning of seniorenwoning worden verwachtingen gewekt. Het is daarom van belang dat er bij het gebruik van deze termen tussen de gemeente, de opdrachtgevers en de toekomstige bewoners geen misverstanden ontstaan. De randvoorden en criteria zijn omgezet naar realistische en uitvoerbare richtlijnen. Wanneer woningen aan deze richtlijnen en bijbehorende kwaliteit voldoen, krijgen ze het predicaat 'levensloopbestendige woning' in de gemeente. In de richtlijnen gaan we in op de maatregelen en eisen waaraan minimaal moet worden voldaan.
13
De richtlijnen zijn in bijlage 2 en 3 op een rij gezet en inhoudelijk toegelicht op basis van de eisen, de normen en criteria voor de bouw van levensloopbestendige woningen (grondgebonden of een woongebouw) en directe woonomgeving. Met onderscheid in drie typen woningen (huur en koop): 1. Tweekamer woningen (voor senioren en/of starters) 2. Nul-treden appartement 3. Grondgebonden (eengezins)woning In bijlage 4 is een Ontwerp –advieswijzer levensloopbestendig (ver)bouwen voor particulieren opgenomen. 5.1 Richtlijnen levensloopbestendig bouwen in de praktijk Het bouwen en verbouwen van levensloopbestendige woningen kan de gemeente niet afdwingen. In het Bouwbesluit is wettelijk vastgelegd waaraan woningen moeten voldoen. Wil de gemeente eisen stellen die boven het Bouwbesluit uitgaan, dan zal de gemeente dit moeten overeenkomen met een ontwikkelaar of bouwer. Het vereiste dat een woning levensloopbestendig ver- of gebouwd wordt kan bijvoorbeeld vooraf overeengekomen zijn met de bouwer. Daar waar de gemeente zelf de grond uitgeeft, kan een en ander worden vastgelegd door middel van verkoopvoorwaarden. Kosten levensloopbestendig bouwen Het bouwen van een levensloopbestendige woning brengt meerkosten met zich mee; bouwkundig en bijvoorbeeld door het plaatsen van diverse installaties en speciale voorzieningen. Ontegenzeggelijk is er dan sprake van hogere bouwkosten.
Maar besparing op de meerkosten is mogelijk, indien vanaf de ontwerpfase en bij de aanbesteding hierover duidelijke afspraken worden gemaakt en door toepassingen van ‘slimme en creatieve’ oplossingen. De meerkosten voor levensloopbestendig bouwen kunnen in kaart gebracht worden door een onderzoek aan de hand van een referentiewoning. Aan de hand van het resultaat van het onderzoek kan vervolgens worden beoordeeld welke maatregelen wenselijk en financieel mogelijk zijn en of noodzakelijke extra investeringen gecompenseerd kunnen worden. Bijvoorbeeld door een financiële tegemoetkoming (korting grondprijs) of verhoging van de koopprijs van de woning op basis van een reële prijs/kwaliteitsberekening. Uiteraard zijn hierbij verschillen als het gaat om sociale huurwoningen of koopwoningen. Hoe regelen we de toepassingen van de richtlijnen? Er is uitgezocht op welke wijze de richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen, kunnen worden ingebed in de dagelijkse praktijk van planvoorbereiding - ontwerp en de bestuurlijke besluitvorming. De gemeente stelt de toepassing van de richtlijnen levensloopbestendig bouwen zoals hierboven genoemd, als voorwaarde aan het ontwerpplan voor nieuwbouwwoningen, indien levensloopbestendig bouwen een specifiek thema is.
Geadviseerd wordt om al in de fase van een voorlopig ontwerp advies te vragen aan het Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland, zodat in de ontwerpfase rekening gehouden kan worden met de juiste maatvoering (zie bijlagen 2 en 3). 5.2 Anterieure overeenkomst bij nieuwbouwplannen Wanneer nieuwbouwplannen worden ontwikkeld wordt er een anterieure overeenkomst afgesloten tussen de gemeente en de ontwikkelaar/bouwer waarbij het desbetreffend nieuwbouwplan moet voldoen aan de richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen. Door nieuwbouwwoningen aan de
14
richtlijnen te laten voldoen, wordt ook voldaan aan de voorwaarde dat de woningen levensloopbestendig moeten zijn. 5.3 Nieuwbouwplannen met zorgvraag Wanneer nieuwbouwplannen worden ontwikkeld waarbij een zorgvraag is opgenomen, wordt er een anterieure overeenkomst afgesloten waarbij desbetreffend nieuwbouwplan tenminste moet voldoen aan richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen. Door bij nieuwbouwplannen met een zorgvraag de richtlijnen (bijlagen 2, 3 en 4) toe te voegen is ook hier levensloopbestendig bouwen voldoende geborgd. Stedenbouwkundig ontwerp bouwplan Bij het maken van een stedenbouwkundig ontwerp wordt expliciet rekening gehouden met het toetsen aan de omgevingsaspecten van de richtlijnen levensloopbestendig bouwen. Door in een vroeg stadium aan te geven dat aan de richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen moet worden voldaan, kunnen ook op eenvoudige manier eventuele wijzigingen en/of aanpassingen worden doorgevoerd in het ontwerp bouwplan. 5.4 Toetsing bouwplan Het bouwplan wordt voor een principebesluit voorgelegd aan de gemeente, waarbij expliciet (voor het eerst) beoordeeld wordt of het bouwplan, voldoet aan de richtlijnen voor levensloopbestendig bouwen.
5.5 Prestatieafspraken Op grond van de Woningwet maakt de gemeente met de woningcorporaties en huurdersbelangorganisaties elk jaar prestatieafspraken op basis van het actuele gemeentelijk woonbeleid: de woonvisie. In de prestatieafspraken leggen de betrokken partijen vast wat er, in de periode waar de afspraken betrekking op hebben, door alle betrokkenen wordt bijgedragen aan het realiseren van de lokale volkshuisvestelijke doelstellingen. Het thema levensloopbestendig wonen is voor de gemeente een belangrijk thema voor de prestatieafspraken voor 2022 (en verder) en zal daarbij uitgebreid worden benoemd. Met woningcorporatie Zeeuwland zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsverbetering, het levensloopbestendig maken van de bestaande woningvoorraad en het realiseren van nieuwbouw voornamelijk als levensloopbestendige woningen. 5.6 Communicatie Communicatie is een belangrijk onderdeel voor het slagen van de uitvoering van de richtlijnen. Op basis van een stakeholdersanalyse wordt bekeken welke middelen (naast bijv. de gemeentewebsite en de gemeentepagina in de Wereldregio) het beste kunnen worden ingezet om de verschillende stakeholders te bereiken. Hierbij is speciale aandacht voor het bereiken/informeren van senioren.
5.7 Evaluatie en monitoring van de beleidsregels We evalueren in 2025 om de effecten en resultaten te meten en eventueel de richtlijnen bij te stellen of aan te passen. Vanwege de soms lange doorlooptijd van projecten zal de daadwerkelijke toename van levensloopbestendige woningen in de gemeente pas in een later stadium gerealiseerd en ‘gemeten’ kunnen zijn.
15
Bijlage 1 – Begrippenlijst Woonkeur
Anterieure OVK
NEN
Standleiding
VAC
Platform Toegankelijk SchouwenDuiveland
Domotica
Een landelijk certificaat voor nieuwbouwwoningen en bestaande woningen die geschikt zijn voor rollator- en/of rolstoelgebruikers. De eisen van Woonkeur gaan boven het niveau van Bouwbesluit 2003 en zijn samengesteld uit de eisen van de meeste door woonconsumenten samengesteld bekende eisenpakketten voor nieuwbouw: het Seniorenlabel, het Politiekeurmerk Veilig wonen voor nieuwbouw, de WAC kwaliteitswijzer en het handboektoegankelijkheid In een anterieure overeenkomst (OVK) worden afspraken vastgelegd tussen gemeente en een particuliere partij over het ontwikkelen (bebouwen) van een bepaald perceel dat in eigendom is van een private partij die voor eigen rekening en risico wil ontwikkelen. In deze privaatrechtelijke OVK, waarin de exploitant zich verplicht tot het betalen van een bijdrage in de kosten voor bijvoorbeeld kosten voor de aanleg van wegen of openbare voorzieningen, aanpassing bestemmingsplan, e.d.) die de gemeente maakt voor de grondexploitatie. Een afkorting die staat voor Nederlandse Norm. NEN normen zijn Nederlandse afspraken die marktpartijen onderling vrijwillig maken over de kwaliteit en veiligheid van hun producten, diensten en processen. Het Nederlands Normalisatie Instituut inventariseert, als neutrale instantie, aan welke normen (waaronder NEN normen) behoefte is. Een verticale leiding in de kruipruimte of grond, tot het dak.
Meestal wordt dit type leiding weggewerkt in wanden of muren. In de standleiding kunnen kabels en/of leidingen worden aangebracht voor de bediening van Domotica voorzieningen. Is de afkorting voor Woon Adviescommissie (voorheen Vrouwen Advies Commissie) die voor de gemeente de gebruikskwaliteit van woning en woonomgeving toetst ten behoeve van (toekomstige) bewoners van nieuw te bouwen of te renoveren woningen. De VAC is inmiddels ondergebracht bij Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland is een stichting die opkomt voor de belangen van mensen op Schouwen-Duiveland (inwoners en toeristen) die op één of andere manier te maken hebben met beperkingen. Dit wordt gedaan door het geven van (gevraagd en ongevraagd) advies aan bestuurders, beleidsmakers en instanties, maar ook door het geven van informatie over de toegankelijkheid van de openbare ruimte, voorzieningen en accommodaties in Schouwen-Duiveland. Domotica is het toepassen van elektronica in huis om het leven in huis 'makkelijker' te maken zodat ouderen of mensen met een handicap langer zelfredzaam kunnen blijven. Het gaat om hulpmiddelen met sensoren en computertechnologie, soms gecombineerd met communicatie met hulpverleners die zich ook buitenshuis bevinden.
16
Bijlage 2 – Criteria voor nieuwbouwwoningen In onderstaande tabel is een beschrijving en de criteria voor nieuwbouwwoningen in het algemeen beschreven. Daarna volgt een specifieke beschrijving per type woning. 1 Buitenomgeving Norm Toegangspad woning • Een goed beloopbaar en breed pad, dat door iedereen goed te gebruiken is, ook door mensen die van hulpmiddelen gebruik moeten maken. • Bereikbaar en beloopbaar maken geldt ook voor balkons of galerijen. Achterpaden woning • De achterpaden zijn sociaal veilig en verlicht, overzichtelijk en niet toegankelijk voor onbevoegden. • Onoverzichtelijke achterpaden dragen bij aan onveiligheidsbeleving en kunnen een bron van buurtoverlast betekenen. Parkeerplaatsen voor gehandicapten • Voldoende parkeerplaatsen, aangepast voor gehandicapte bewoners en/of bezoekers. Bij parkeermogelijkheid voor bezoekers vanaf 20 tot 50 parkeerplaatsen: minimaal 1
Criteria • Obstakels verhogen de kans op vallen; door deze minimaal te houden blijft de woonomgeving voor iedereen maximaal toegankelijk. • Het toegangspad is vlak en verhard (geen grind of andere soorten half verharding) • Liften in wooncomplexen bereikbaar en bruikbaar maken voor brancards, etc. • Woningen met levensloopbestemming hebben een bescheiden tuin. (Het komt voor dat er zowel een voortuin als achtertuin aanwezig is. Vaak het eerste wat ouderen niet meer goed kunnen onderhouden is de tuin. Dat veroorzaakt overlast bij buren en verstoord het woonplezier van huurder). • Aantal aangepaste parkeerplaatsen aangepast voor gehandicapte bewoners en/of bezoekers: bij parkeermogelijkheid met meer dan 50 plaatsen: minimaal 2% van het totale aantal. • Gebruiks- en uitstapruimte parkeerplaatsen: 3.500 mm. breed x 5.000 mm. diep • Afstand tot hoofdtoegang: aangepaste parkeerplaatsen ten hoogste 25 m. van de hoofdtoegang van het woning/woongebouw situeren
17
2 Centrale ruimten woongebouwen Beschrijving Toegang woongebouw • Bij de gebouwentree worden niveauverschillen vermeden of tot een minimum beperkt. Onvermijdelijke niveauverschillen moeten adequaat overbrugd zijn door een hellingbaan. • Overbrugging van niveauverschil (> 150 mm) worden overbrugd met een trap Galerij en trappen woongebouw • De trappen en galerijen zijn goede beloopbaar en veilig en van voldoende afmetingen, afwerking en inrichting opdat zij bereikbaar, toegankelijk en veilig zijn voor alle bewoners en gebruikers.
Criteria • Bij hoogteverschillen > 20 mm. en < 1.000 mm. in toegangspad een hellingbaan toepassen; bij niveauverschillen > 150 mm. in combinatie met een trap. • Helling: o 1:12 bij hoogteverschil < 250 mm.; o 1:16 bij verschil > 250 mm. en < 500 mm.; o 1:20 bij verschil > 500 mm. en < 1.000 mm. *Inclusief vlakke stukken • Rechte steektrap • Vrije breedte (tussen de leuningen) > 1.000 mm • De treden van de trappen dienen te voldoen aan de volgende specificaties: o Optrede < 185 mm. en aantrede > 240 mm.; o Treden duidelijk markeren in contrasterende kleur, tenminste onderste en bovenste trede; o Traptreden en –bordessen antislip; o Onderste trede mag niet uitsteken in een verkeersruimte; o Bovenste trede mag niet inspringen in een verkeersruimte; o Afgeronde traptreden (straal 6 – 12 mm.); • De leuningen van de trappen dienen te voldoen aan de volgende specificaties: o Leuningen aan beide zijden minimaal 50 mm. van de muur, diameter 40 – 50 mm.; o Leuningen horizontaal doortrekken tot min. 300 mm. voorbij onderste en bovenste trede; o Leuningen 900 mm boven voorkant treden • Huisnummering per verdieping in de lift en trappenhuis aangeven • Gemeenschappelijke verkeersruimten voldoen aan de volgende specificaties: o Breedte > 1.500 mm.; plaatselijke versmallingen toegestaan tot 1.200 mm. over een lengte van maximaal 3.000 mm o Bij galerij: vrije doorgangshoogte van 2.800 mm.
ter plaatse van console > 2.300 mm.; o Geen drempels; o Indien objecten in de looproute voorkomen: deze met visueel contrasterende markering en tastbaar op vloerniveau aangeven. • In verkeersruimten binnen, alsmede grenzend aan buiten een anti-slip-vloerafwerking toepassen.
18
• Berging inpandig of uitpandig (hout) Gemeenschappelijke ruimte voor containers Parkeergarage • Parkeergarages zijn sociaal veilig • Toegang vanaf buiten: de garage is afgesloten en alleen door bevoegden (bewoners/sleutelkaarthouders) te 17 goed beheersbaar. • Deze eis is van toepassing voor een garage als onderdeel van het woongebouw en waarin alleen de bewoners van het gebouw kunnen parkeren. • Voorkeur wordt gegeven aan een parkeergarage die zonder helling (naar de openbare weg) bereikbaar is. Entree woongebouw • De entreehal is goed bereikbaar voor bewoners en bezoekers, maar niet voor onbevoegden. • De hal is toegankelijk, overzichtelijk en goed verlicht. De voorzieningen, zoals postkasten en bellentableau zijn goed bereikbaar. en niet bevestigd aan binnenmuren van woningen • De trappen en galerijen in het woongebouw zijn goed beloopbaar en veilig Liften woongebouw • De liften in een woongebouw zijn van voldoende afmetingen, afwerking, inrichting en toegankelijk en sociaal veilig voor iedereen.
• • • •
•
Nooduitgangen en -trappen niet van buitenaf toegankelijk. Minimaal 6,00 m2 Toegankelijk en bereikbaar Bij voorkeur ondergronds buiten Toegang vanaf buiten: de garage is afgesloten en alleen door bevoegden (bewoners/sleutelkaarthouders) te openen. De lift loopt door naar de parkeergarage. Een parkeergarage voldoet aan minimaal de volgende eisen: o doorrijhoogte is minimaal 1.900 mm.; o De hoogte van de vrije voetgangers-route is > 2.200 mm. Met uitzondering ter plekke van leidingen waar de doorgangshoogte minimaal 2.100 mm. mag zijn
•
De deurtjes van de postkasten met scharnieren aan de bovenkant, zodat ze open kunnen blijven staan.
•
Alle woningen met een peil boven 1.000 mm. boven het maaiveld moeten bereikbaar zijn met een personenlift. Woningen met een peil tot 1.000 mm. boven maaiveld mogen bereikbaar zijn via een hellingbaan én een trap. Lift en hoofdtrap plaatsen binnen korte afstand van hoofdentree (< 10 m.): o De toegang tot de lift en de opgang van de hoofdtrap zijn zichtbaar vanaf de hoofdentreedeur
• •
19
3 Verblijfsruimte Beschrijving Woningentree • De woningentree is van voldoende afmeting, afwerking en inrichting opdat zij toegankelijk is voor iedereen. • De entree van de woning is sociaal veilig, gebruiksvriendelijk, inbraakwerend, zichtbaar vanuit de omgeving en vanuit de eigen woning. Zicht op de entree, zowel van binnenuit als vanaf buiten voor de sociale veiligheid. • Bezoekers en bewoners kunnen bij de voordeur van een woning aanbellen, de deur openen, sluiten en de deur en entreeruimte veilig passeren. Bewoners moeten van binnen naar buiten kijken om te zien wie de bezoeker is. Woonvertrekken • Woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer op dezelfde woonlaag. • De woonkamer is direct toegankelijk vanuit de verkeersruimte die aansluit op de toegang van de woning. • Slaapkamer en badkamer rechtstreeks toegankelijk en op de gelijke woonlaag. Binnentrap • Hoogteverschillen in de woning moeten door de bewoners veilig en met een beperkte inspanning kunnen worden overbrugd. Trappen moeten voldoende ruimte bieden, tenminste 900 mm. tussen de leuningen.
Woonkamer
Criteria • De entree ligt bij voorkeur vlak in de gevel. Als de entree terugspringt, is de nis minimaal 2x zo breed als diep. • Er is een aansluitpunt voor verlichting bij alle bereikbare entrees (voor-, achter-, tuin-, garage of balkondeuren) van de woning. • Als de entree van de woning in een nis, portiek of onder een overkapping ligt is er een verlichtingsarmatuur aangebracht. • Als meerdere deuren in een gevelvlak aanwezig zijn, kan volstaan worden met een centraal aangebrachte buitenverlichting. • Bijvoorbeeld door het plaatsen van een deurspionnetje’ of buitenspiegeltje. • De mogelijkheid bestaat om de centrale deur van het gebouw en de deur van de woning op afstand te openen.
• • •
• •
Indien de binnentrap wordt toegepast, wordt een rechte steektrap geadviseerd en mag deze geplaatst worden in een verblijfsruimte. Vrij vloeroppervlak boven en onder aan trap ≥ 900 mm. breed en ≥ 1200 mm. diep. Eisen aan een leuning: o Bij een rechte steektrap en trappen met één kwart twee leuningen aanbrengen; o Trapleuning op 850 – 950 mm. boven voorkant treden; o Bij bevestiging leuning aan muur tenminste op 50 mm. afstand vrij van muur of muurplank; o Met leuningdragers aan onderzijde; Diameter leuningen 40 mm. – 50 mm. Opp. minimaal 21 m² Zithoek 3.40 m (evenwijdig aan de gevel x 2.70m, bij woning < 65 m²)
20
Keuken • Voldoende ruimte voor de kookfunctie, gebruiksruimte en plaatsingsruimte voor apparatuur
•
Slaapkamer
•
Toiletruimte • Toilet is voldoende groot en bezoekbaar. Bezoekers, al dan niet met een handicap, kunnen het toilet op woonkamerniveau (of entreeniveau) bereiken en zelfstandig gebruiken (eventueel met geringe assistentie). • Een tweede toilet (evt. in badkamer) kan worden aangebracht. Deze dient verhoogd te zijn.
•
Badkamer (in woning waarbij zorg nodig is)
• • •
•
•
• • •
De keuken heeft een oppervlakte van tenminste 6 m²: Minimaal breedte van 2100 mm. Eisen aan de kookruimte: o Lengte aanrecht 2400 mm (incl. kooktoestel); o Lengte werkvlak aan beide zijden spoelbak 650 mm; o Lengte afzetvlak aan beide zijden kooktoestel 200 mm; o Elektrisch kooktoestel; o Vrije gebruiksruimte voor het aanrecht: strook 1200 mm. De kamer van 3000 x 4200 mm biedt 1500 mm kastbreedte. De kamer van 3600x 3600 mm biedt 2100 mm kastbreedte. Wordt uitgegaan van ± 2000 mm kastbreedte per persoon, dan leidt dit tot grotere slaapkamer-afmetingen. Minimaal 1 aparte toiletruimte op entreeniveau met een vrij vloeroppervlak van > 900 mm. x 1.200 mm. (uitzondering voor een woning met slechts 1 woon en 1 slaapfunctie (of gecombineerd), waar het toilet ook in de badkamer mag zijn). De eisen voor een bezoekbaar toilet op entreeniveau: o Inrichting toiletruimte: deur naar buiten draaiend in de lange wand van de toiletruimte en zo ver mogelijk t.o.v. de toiletpot; o Fonteintje: plaatsingsruimte 300 mm. x 400 mm. en gebruiksruimte 500 mm.; o Vloerafwerking: tegels met antislip en goed te reinigen. o Een mogelijkheid om beugels aan te brengen bij toilet. o Verhoogde toiletpot Draaicirkel 1500 mm. Deur draait gang, overloop of slaapkamer in Bevat een inloop douche (geen bad). De mogelijkheid om douche stoel te plaatsen danwel douchestoel te monteren dient aanwezig te zijn.
Heeft een thermostaat / mengkraan Douche kop is flexibel (dus niet een vaste douchekop aan de muur/plafond) Verhoogde toiletpot
21
4 Technische voorzieningen Beschrijving Voorzieningen, bergruimte, installaties • De ventilatievoorzieningen in de woning zijn toegankelijk en dragen bij aan veiligheid en comfort van de bewoners. • Er wordt rekening gehouden met ruimtebeslag van voorzieningen t.b.v. zonnepanelen en overige nieuwe ontwikkelingen; • Oplaadpunt voor meerdere scootmobielen in de gemeenschappelijke bergruimte.
Criteria • Oplaadpunt voor meerdere scootmobielen in de gemeenschappelijke bergruimte. Deze berging dient zoveel mogelijk op de begane grond te worden gerealiseerd (een helling naar boven vormt vaak een obstakel voor gebruikers). • Spanning dient altijd aanwezig te zijn in de bergruimte in verband met het opladen van een e-bike/driewielfiets/scootmobiel • Voorzieningen zoals elektronische liftdeurdrangers en automatische deuropeners in gemeenschappelijke ruimten.
Bedienings-elementen • Een alarmeringssysteem dat eenvoudig aan te brengen en/of is aan te passen. • Aanbrengen loze leidingen t.b.v. openen voordeur van afstand, zonneschermen, e.d.
22
Bijlage 3 – Beschrijving per type woning 1 Twee kamer woning (senioren en/of starters) Beschrijving Algemeen • De wooneenheid is uitgevoerd als 2 kamerwoning (nultreden) • De beukmaat van de woning is minimaal 5.40 m • Kruipruimte onder de begane grondvloer is gewenst (in verband met eventuele reparaties; echter niet in het nattere deel van de gemeente) Specifiek • Een (hoofd)slaapruimte en de badkamer behoren tot de primaire ruimten, liggen direct naast elkaar met een tussendeur. • Voorzieningen: 1 toilet en minimaal 1 badruimte, plaats voor wassen en drogen, bergruimte, individuele bemetering; • Een woning bevat minstens de volgende ruimten: o Verblijfsruimten: min. 1 woonfunctie met een privébuitenruimte, 1 slaapfunctie en een ruimte voor een kookfunctie. Eén van deze ruimten is een bezoekbare ruimte. Een uitzondering voor kleine woningen (1 kamer) waar het combineren van de woon- en slaapfunctie is toegestaan. Maatvoering • Hal met garderobe (incl. trapopgang en MK) • Woonkamer met open keuken o Zithoek (min. 3,0 x 3,4= 10,20 m2) o Eethoek (min. 2,5 x 2.5= 6,25 m2) o Keuken (opstelruimte min. 1,80 m2) • Hoofdslaapkamer o Min. afm. 3,0 x 4,3 = 13,00 m2 • Toiletruimte • Badkamer (met ruimte voor eventueel tweede toilet) o Afm. 2,15 x 2,15 of 1,9 x 2,7+ 5,13 m2 • Berging + bijkeuken • Binnen berging verdieping (t.b.
cv/ventilatie) • Afvalcontainers (voorkeur ondergronds buiten) • Totale oppervlakte van de woonfunctie
Maat (indien van toepassing)
• •
6,75 m2 30,00 m2
•
13,00 m2
• •
1,20 m2 5,50 m2
• • • •
10,50 m2 4,00 m2 10,50 m2 ntb
23
2 Nultreden appartement (woongebouw) Beschrijving Algemeen • De appartementen zijn uitgevoerd als drie kamerappartementen • De woning en woningomgeving voldoende aan de eisen voor toegankelijkheid Maatvoering • Hal met garderobe (incl. trapopgang en MK) • Toiletruimte • Meterkast • Woonkamer met open keuken o Zithoek (min. 3,0 x 3,4= 10,20 m2) o Eethoek (min. 2,5 x 2.5= 6,25 m2) o Keuken (min. 10,50 m2) • Binnen berging (incl. bereikbare wasmachine- en wasdrogeraansluiting en benodigde installatie, NB rekening houden met maatvoering van de toegepaste installaties) • Hoofdslaapkamer o Min. afm. 3,6 x 3,7 of 3,0 x 4,3 = 13,32 m2) • Slaapkamer 2 (minimaal) • Badkamer (ruimte voor tweede toilet) o Min. afm. 2,15x2,15 of 1,9x2,7 = 5,13 m2) • Balkon Totale oppervlakte van de woonfunctie van het appartement • Berging inpandig of uitpandig (metselwerk) minimaal • Gemeenschappelijke ruimte voor containers
Maat (indien van toepassing)
• • • •
6,00 m2 1,20 m2 0,50 m2 33,00 m2
•
5,00 m2
•
14,00 m2
•
8,00 m2
•
9,00 m2
•
85,00 m2
•
6,00 m2
24
3 Eengezinswoningen (grondgebonden) Beschrijving Algemeen • De wooneenheden zijn uitgevoerd als vierkamerwoning • De beukmaat is minimaal 5,40 m. • Kruipruimte onder de begane grondvloer is gewenst Maatvoering • Hal met garderobe • Toiletruimte (minimaal) • Meterkast • Woonkamer met open keuken • Zithoek (min. 3,0 x 3,4= 10,20 m2) • Eethoek (min. 2,5 x 2.5= 6,25 m2) • Keuken (min. 10,50 m2) • Bergkast onder vaste trap • Hoofdslaapkamer (min. afm. 3,6 x 3,7 of 3,0 x 4,3 = 13,32 m2) • Slaapkamer 2 (minimaal) • Slaapkamer 3 (minimaal) • Badkamer/toiletruimte o (min. afm. 2,15x2,15 of 1,9x2,7 = 5,13 m2) • Zolder (+CV/WTW/MV) (optie: 4e slaapkamer) • Plaatsing wasmachine en droger op toegankelijke locatie, bijv. in de badkamer, waarbij de maatvoering daaraan dient te worden aangepast; • Buitenberging (metselwerk) incl. aansluiting opladen scootmobiel en overkapte doorgang naar woning.
Maat (indien van toepassing)
• • • •
6,00 m2 1,20 m2 0,50 m2 37,00 m2
• • •
14,00 m2 12,00 m2 8,00 m2
• •
GBO 20,00 m2 minimaal 6,00 m2
25
Bijlage 4 – Langer comfortabel en prettig zelfstandig wonen in eigen woning Waarom een ontwerpwijzer? Ouderen en mensen met een fysieke beperking willen het liefst zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen in hun eigen woning en woonomgeving. Vaak zijn zij op zoek naar een woning of bezitten zij een eigen woning, die hiervoor onvoldoende is aangepast. Daarom is er een ontwerpwijzer samengesteld om het langer comfortabel en prettig zelfstandig wonen mogelijk te maken. Het doel is de mensen, jong en oud, die zelf hun huis willen bouwen advies te geven bij het beoordelen van hun eigen woning of het ontwerpen en inrichten bij het bouwen van een eigen woning. Een levensloop bestendige en toekomstgerichte woning, waardoor mensen langer en prettig zelfstandig kunnen wonen in eigen woning. Voorzorg voorkomt zorg In het Handboek Woonkeur wordt bij het bepalen van de afmetingen van ruimten er van uitgegaan dat een bewoner in de toekomst een fysieke beperking kan krijgen en graag zelfstandig in de woning wil blijven functioneren. De kleine voorzorgen van nu voorkomen grote zorgen in de toekomst; “voorzorg voorkomt zorg”. Aanbevelingen en tips Hieronder een lijst van aanbevelingen en tips voor het ontwerp en/of aanpassing van iedere woonof leefruimte in en rondom de woning, met praktisch gebruik als uitgangspunt.
Bij het ontwerpen voor een levensloopbestendig woning, zij het nieuw- of verbouw, doet men er goed aan om te beginnen bij de indeling van de resp. gebruiksruimtes in de woning, voordat men zich vastlegt op het exterieur van de woning. De diverse ruimten in de woning, zoals douche, keuken (aanrecht), e.d. kunnen worden beoordeeld om te bepalen of de ruimten voldoende groot zijn voor de draaicirkels van rollators en rolstoelen. Voor een zo optimaal mogelijk resultaat, is het inwinnen van advies van het Platform Toegankelijk Schouwen-Duiveland aan te bevelen.
26
Badkamer Uitgangspunten Handboek Woonkeur 2011: • Draaicirkel rolstoel 1500 mm. • Douchevlak 900x1100 mm. • Wasmachine 600+1200 = 1800 mm. • Droogmachine 600+1200 = 1800 mm. • Deur draait gang, overloop of slaapkamer in. • Wastafel 1100 x 1600 mm, hart op ≥ 550 mm uit de hoek. • Wandcloset 1100 x 1900 mm, hart op ≥ 550 mm uit de hoek, 900 mm vrije zijruimte. • Opklapbaar douche zitje 500x500, hart op ≥ 550 mm uit de hoek, vrije zijruimte. Uitgangspunt NEN 1814 • In de badkamer ligt bij de deur een vrij vloervlak* van 900x1100 mm. *Met anti- sliptegels die goed schoon te maken zijn Voorkeuren / wenselijk voor de badkamer • Wastafel dichtbij deurkozijn badkamer. • Deurkozijn minimaal 90 mm, bij voorkeur 1000 mm breed • Vóór een closet geen douchevlak situeren. • Douchevlak niet grenzend aan deurkozijn, maar in hoek van 2 vaste wanden. • Afstand tussen douchevlak en was- en droogmachine liefst zo groot mogelijk (diagonaal). • Zijwand breed ±1200 mm naast wandcloset biedt de mogelijkheid wandbeugel aan te brengen. • De wasdroger mag eventueel op de wasmachine worden geplaatst. • Bolle waterkering/dorpel, zodat deze geen barrière vormt voor een rollator/douchestoel Minimumbreedte badkamer De breedte komt voort uit de opstelling van het sanitair, eventueel was- en droogmachine, overige attributen en een draaicirkel 1500 mm.
Handboek Woonkeur geeft aan dat vóór een in de badkamer geplaatste closetpot 1200 mm vrije ruimte nodig is. Bij toepassing van een wandcloset, diep 700 mm leidt dit tot een minimum breedte van 1900 mm.
Badkuip Op termijn is een badkuip voor ouderen vaak onvoldoende veilig en wordt het schoonhouden van de badkuip een (te) zware opgave. Een inloopdouche is veiliger. Directe verbinding slaapkamerbadkamer. Een deurkozijn tussen de hoofdslaapkamer en de badkamer leidt tot een korte loopafstand. Dit is praktisch i.v.m. nachtelijk toiletbezoek en hierdoor kan bij ziekte gemakkelijker hulp worden verleend. Bereikbaarheid toilet op badkamer In een kleine woning met één toilet mag dit enige toilet worden geplaatst in de badkamer. Als de slaapkamer wordt bereikt via de woonkamer en de badkamer wordt bereikt via de slaapkamer, wordt de badkamer tevens toegankelijk gemaakt vanuit de gang. Anderen kunnen het toilet dan bereiken zonder een slapende of zieke te hinderen. Toilet op verdieping in badkamer, of in toiletruimte? Als rekening wordt gehouden met een fysieke beperking (op termijn) biedt een closet in de badkamer meer mogelijkheden voor hulpverleners dan een afzonderlijke toiletruimte.
27
Soort toilet Wandclosetpot; • De plaats- en gebruiksruimte zijn 1100x1900 mm. • Hart wandcloset op ≥ 550 mm uit haaks aansluitende wand. Door naast de andere zijde van het wandcloset een vrije ruimte van 900x1200 mm te houden kan aan één zijde hulp worden verleend bij toiletgebruik. Hoogte closettoiletzitting Het zitten en opstaan wordt makkelijker als de bovenkant van de closetzitting tussen 460 en ± 500 mm boven de vloer is aangebracht. N.B. door (MDL) artsen wordt een niet te hoge zitting juist aanbevolen. • Afgewogen keuze maken voor diepspoel- of vlakspoeltoilet Deur badkamer, draairichting Vanwege de veiligheid draait de badkamerdeur gang of overloop in. Douchebak De opstaande rand van een douchebak is vaak een struikelblok en oorzaak van een ongeval. Douchevloer op afschot / inloopdouche Antislip Douchevlak 900x1100 mm met geringe helling naar waterafvoerput of -rooster, gelegen in de vrije hoek van twee (betegelde) wanden biedt de meeste gebruiksmogelijkheden. Douchekraan Als de thermostatische mengkraan wordt geplaatst buiten de waterstraal van de douchekop op glijstang kunnen verzorgenden hulp verlenen bij douchegebruik zonder zelf nat te worden. Bij voorkeur niet aan de kopzijde van de douche. Douchewandjes De kans bestaat dat in de toekomst de ruimtebehoefte verandert.
Lichte afneembare douchewandjes kunnen dan gemakkelijker worden verwijderd dan vrijstaande betegelde muurtjes (hak-en breekwerk). Let op dat er goede bevestigingsmogelijkheden zijn voor het bevestigen van beugels. Opklapbaar douchezitje Er kan rekening worden gehouden met het toekomstig gebruik van een douchezitje. Hart zitje wordt geplaatst op ≥ 550 mm uit haaks aansluitende wand. Als naast het zitje 900 mm wordt vrij gehouden, kan hulp worden verleend bij douchegebruik. Dunne scheidingswandjes (gipsblokken) zijn vaak niet geschikt voor het veilig aanbrengen van een douchezitje. Tegen een scheidingswand kan een douchezitje wel veilig worden geplaatst. Opklapbare beugels bij toilet Door achter het wandcloset een stevige muur te plaatsen, kunnen op termijn opklapbare beugels veilig tegen de muur worden aangebracht. Dunne scheidingswandjes zijn niet altijd geschikt voor het veilig aanbrengen van opklapbare beugels. Wanneer de achterwand van het wandcloset te dun is voor opklapbare toiletbeugels en beugels op een vloerstatief noodzakelijk zijn, is de aanwezigheid van vloerverwarming vaak een bijkomend probleem om het vloerstatief te bevestigen. Wandbeugel Door hart wandcloset te plaatsen op ≥ 550 mm uit de haaks aansluitende wand en de haaks aansluitende wand ±1200 mm breed te kiezen kan op de wand op armlengte afstand een beugel
28
worden aangebracht die steun biedt bij het gaan zitten en staan. In de badkamer mag de draaicirkel voor rolstoeler over het vlak van de inloopdouche liggen. Drempel Hoogteverschil tussen afgewerkte vloer badkamer en gang / overloop of hoofdslaapkamer maximaal 20 mm. Bolle drempel heeft de voorkeur. Eenhendelmengkraan De wastafel kan worden voorzien van een hendel mengkraan. Deze kraan is door iedereen te gebruiken, ook bij verminderde handfunctie. Wasmachine en/of droger Een wasmachine en een wasdroger worden vaak op de zolder geplaatst en aangesloten. Het kan op termijn lastig worden, om met de wasmand via de trap naar de zolder te gaan. In een ruimere badkamer kunnen tevens de wasmachine en de wasdroger ook worden opgesteld. Ook kunnen in een ruimere badkamer de aansluitingen voor elektra, water en riolering worden aangebracht. De badkamer is dan voorbereid op het (op termijn) plaatsen van wasmachine en droger. Wastafels In kleine huishoudens volstaan meestal met één wastafel. De noodzaak van gelijktijdig gebruik van de wastafel komt zelden meer voor. Bij één wastafel is er minder schoonmaakonderhoud. Wastafel, plaats door hart wastafel te plaatsen op 550 mm of meer uit haaks aansluitende wand zijn de gebruiksmogelijkheden optimaal. Vloerafwerking Vlakke tegels worden (te) glad als ze nat zijn.
Geadviseerd wordt niet te grote vloertegels te plaatsen, de voegen bieden ook nog wat stroefheid.
Balkons, loggia’s Het balkon wordt bereikbaar gemaakt vanuit de woonkamer. Als een balkon alleen bereikbaar is vanuit een privé slaapkamer kan dit bezwaren opleveren voor een rustende, slapende of zieke persoon. Hoogteverschil tussen binnen en buiten maximaal 20 mm.
Binnen berging Plaats van CV-combiketel en mechanische ventilatiekast Als de apparatuur wordt geplaatst in een ruimte die grenst aan woonkamer of slaapkamers kan het geluid van de brander van de CVcombiketel hinderlijk zijn ( dit indien en voor zover er nog sprake is van een gasaansluiting). Overwogen kan worden de apparatuur te plaatsen in een ruimte die niet direct grenst aan woon- en slaapkamers. Plaats deurkozijn Als links en rechts van het deurkozijn een wandbreedte van ruim 600 mm wordt gekozen biedt dit de mogelijkheid kasten diep 600 mm te plaatsen. De breedte wordt dan ± 2250mm. Strijken in de berging Als de berging de mogelijkheid moet bieden om er te strijken is het zaak op een geschikte en veilige plaats een (dubbele) wandcontactdoos aan te brengen.
29
Wandkastjes Boven de wasmachine en droger kunnen wandkastjes worden aangebracht voor was benodigdheden. Was behandeling De wasdroger mag eventueel op de wasmachine worden geplaatst. Dit kan wel lastig zijn voor een persoon die rolstoel afhankelijk is. Ook in een ruime badkamer of in een ruime garage kunnen wasmachine en wasdroger worden geplaatst. Wasmachine en wasdroger op verhoging Als het bukken bezwaarlijk is of wordt kunnen de machines ook op een stevige verhoging (lage tafel) worden geplaatst. Een stevig (tafel)blad, met opstaand randje aan de voorzijde. Meerdere poten zijn nodig om het geheel trillingvrij te houden. Een standaard verhoging met opberglade is eenvoudig te verkrijgen bij bijvoorbeeld de bouwmarkt.