20221115 Raadsbrief Ontwerp gebiedsvisie Rampweg Bijlage 1 Gebiedsvisie Rampweg ontwerp
Tekst van het document
30
Hotels In 2019 heeft ZKA Leisure Consultants samen met Horeca Maatwerk een provinciaal hotelmarktonderzoek uitgevoerd10. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat in de regio-Noordzeekust – waartoe de gebiedsontwikkeling rondom de Rampweg behoort – zeer sterk afhankelijk is van toeristische vraag en van gasten uit Duitsland. Dit zorgt er automatisch voor dat met name in het laag- en schouderseizoen de kamerbezetting en –prijzen enigszins onder druk staan. Op basis van de historische vraaggroei en markttrends werd een marktruimte van enkele honderden kamers voor de deelregio geraamd, die grotendeels wordt ingevuld door de huidige (harde) planvoorraad. Op basis daarvan blijft relatief weinig marktruimte over voor andere initiatieven. Deze conclusie komt overeen met eerdere inzichten die ZKA en Seinpost hebben opgedaan, in het kader van de horecavisie voor Schouwen-Duiveland. Toen is ook de marktruimte voor de hotelsector t/m 2025 beschouwd11. Op basis van de toen beschikbare data was weinig reden tot (reguliere) uitbreiding van het hotelaanbod. De cijfers uit het provinciale hotelmarktonderzoek geven hier wel aanleiding toe, maar deze wordt dus al grotendeels ingevuld door bestaande initiatieven. 11 ZKA Leisure Consultants & Horeca Maatwerk. Hotelmarktonderzoek provincie Zeeland 10 Zie Marktonderzoek horeca Schouwen-Duiveland 2020-2025 (2017), p.43
Belangrijk voor de Rampweg is een vaststelling uit de horecavisie, die in het provinciaal hotelmarktonderzoek werd bevestigd. Veel van de hotels aan de Noordzeekust en op Schouwen-Duiveland zijn relatief kleinschalig en zijn relatief kwetsbaar/minder vitaal, bijvoorbeeld door het uitblijven van herinvesteringen. Daarom werd in de horecavisie een versterking van de hotelsector op Schouwen-Duiveland aanbevolen. Op basis van markttrends zijn daarom destijds suggesties gedaan ter versterking: • de uitbreiding van bestaande hotels ter bevordering van de kritische massa; • de ontwikkeling van een hotel met eigen ‘content’ (zoals theater, wellness, casino, zalencapaciteit, congressen, sport); • de koppeling van een hotel aan een authentieke, onderscheidende plek (bijv. monument); • een kwaliteitsverhoging van het aanbod met nieuwe hotels in de hogere segmenten. Zeker hotels die verblijfsmogelijkheden koppelen aan eigen content zijn marktvergrotend en leggen in mindere mate beslag op de reguliere marktruimte. Dit biedt kansen voor de gebiedsontwikkeling rondom de Rampweg.
31
Algemene conclusie Omdat de marktvooruitzichten overwegend positief zijn, mede door de verwachte terugkeer van de vraaggroei uit het buitenland na de coronacrisis, is in de meeste deelmarkten een groei van het verblijfsaanbod op Schouwen-Duiveland mogelijk, zeker als het verblijfsconcept over onderscheidend vermogen beschikt. Daarin speelt mee dat de locatie van de gebiedsontwikkeling aan de Rampweg uitermate kansrijk is. De potentiële gast baseert zijn keuze veelal op macro- en mesoniveau. Op macroniveau maakt de potentiële gast een keuze voor een type locatie, aan de hand van factoren als onderscheidend vermogen en bereikbaarheid met in het achterhoofd restricties als tijd en inkomen. Zeeland beschikt zoals gesteld over uitermate onderscheidende omgevingskwaliteiten. Ook op mesoniveau is de ligging (nagenoeg aan de kust) uitstekend12. Het gemeentelijk beleid, in lijn met de Kustvisie, is er op gericht om een kwaliteitsimpuls te geven aan de accommodaties. Differentiatie is ook belangrijk. Mede daarom moeten er keuzes gemaakt worden tussen deelsectoren. Onderscheidend vermogen kan hierin een belangrijke rol spelen.
12 De locatie op microniveau, tenslotte, bepaalt of de manier van inpassing in de omgeving waarde toevoegt voor de potentiële gast. Dit is enkel op planniveau te beoordelen.
Tabel 2. Groeipotentieel per deelmarkt DEELMARKT
GROEIPOTENTIEEL
TOERISTISCH KAMPEREN (INCL. CAMPERS)
+/- TOT +
STACARAVANS EN CHALETS
- TOT +/-
HOTELS
+/- TOT +
BUNGALOWS EN GROEPSACCOMMODATIES
Figuur 2. Keuzeproces consument
+
32
Verdieping: Ontwikkeling vraag Zeeland en Nederland Tabel 3. Ontwikkeling overnachtingen Zeeland en Nederland 2014
2016
2018
2019
2020
GEM. GROEI PER JAAR 2014-2019
GEM. GROEI PER JAAR 2016-2019
GROEI 2019-2020
NEDERLAND EXCL. AMSTERDAM
27.326.000
30.607.000
34.938.000
36.028.000
23.150.000
5,7%
5,6%
-35,7%
ZEELAND
1.485.000
1.641.000
1.812.000
1.858.000
1.339.000
4,6%
4,2%
-27,9%
NEDERLAND
38.400.000
40.711.000
43.723.000
47.165.000
36.146.000
4,2%
5,0%
-23,4%
ZEELAND
4.383.000
4.628.000
5.074.000
5.543.000
4.288.000
4,8%
6,2%
-22,6%
NEDERLAND
21.487.000
20.911.000
20.748.000
21.875.000
20.972.000
0,4%
1,5%
-4,2%
ZEELAND
3.962.000
3.847.000
3.608.000
3.710.000
3.394.000
-1,3%
-1,2%
-8,5%
TYPE
GEBIED
HOTELS
HUISJESTERREINEN EN GROEPSACCOMMODATIES KAMPEERTERREINEN
Bron: CBS Statistiek Logiesaccommodaties. Bewerking cijfers door ZKA. De overnachtingen op huisjesterreinen en in groepsaccommodaties zijn samengevoegd, omdat vakantieparken steeds vaker groepswoningen aanbieden. Hierbij gaat het om woningen met 20 slaapplaatsen of meer. Het CBS hanteert dit aantal als ondergrens voor groepsaccommodaties.
33
Verdieping: Ontwikkeling bezetting Zeeland en Nederland Tabel 4. Bezettingsgraad Zeeland en Nederland TYPE HOTELS HUISJESTERREINEN EN GROEPSACCOMMODATIES KAMPEERTERREINEN
GEBIED
EENHEID
2014
2019
2020
NEDERLAND EXCL. AMSTERDAM
KAMER
57%
68%
39%
ZEELAND
KAMER
58%
68%
47%
NEDERLAND
SLAAPPLAATS
30%
34%
26%
ZEELAND
SLAAPPLAATS
33%
35%
27%
NEDERLAND
SLAAPPLAATS
8%
8%
8%
ZEELAND
SLAAPPLAATS
11%
11%
10%
34
2.2
ZKA Impactmodel
Voor de berekening van de economische impact van het toeristisch-recreatieve programma is gebruik gemaakt van het Impactmodel Vrijetijdssector (weergegeven in figuur). Dit model bepaalt aan de hand van het aantal overnachtingen en/of bezoekers en bijbehorende bestedingsprofielen zowel de bestedingen als ook de daaruit voortvloeiende directe en indirecte werkgelegenheid. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een ‘weglekeffect’. Input Het verblijfsrecreatieve programma (bungalows, groepswoningen, hotelkamers/appartementen en toeristische plaatsen/campers) vormt de input van het model. Hiervoor is geraamd hoeveel overnachtingen dit voortbrengt en welke bestedingen hier bij horen. Output De resultaten van de berekeningen geven de betekenis van het programma weer, uitgedrukt in bestedingen (in Euro’s) en werkgelegenheid (in Full Time Equivalenten). In het model wordt geen rekening gehouden met een ‘weglekeffect’ (bestedingen die buiten de regio worden gedaan). Het model geeft geen inzicht in kwalitatieve aspecten zoals de afgeleide en additionele economische betekenis van toerisme en recreatie (‘spin off’), de kwaliteit van de werkgelegenheid, etc. Bestedingen De berekening van de bestedingen geschiedt op basis van gemiddelde bestedingen
35
per persoon per overnachting. De volgende categorieën worden onderscheiden in de bestedingen: logies (verblijfskosten in logiesaccommodaties, exclusief horeca), horeca, detailhandel, entree, vervoer. Werkgelegenheid De werkgelegenheid kan worden berekend nadat de bestedingen bekend zijn. Hiervoor worden de totale bestedingen gecorrigeerd voor een tweetal effecten: • De bestedingen zijn inclusief BTW en accijns. Omdat deze tarieven geen directe invloed hebben op de werkgelegenheid in de sector, vindt hiervoor een correctie plaats; • Daarnaast vindt er een correctie plaats voor de inkoopcomponent. Het aandeel ‘inkoop’ van de sector levert immers geen werkgelegenheid in de desbetreffende sector maar genereert voornamelijk werkgelegenheid bij de groot- en tussenhandel en producenten van levensmiddelen en non-food (brandstof, e.d.). Deze werkgelegenheid is opgenomen als ‘overig’. Na het vaststellen van de directe werkgelegenheid, kan de indirecte werkgelegenheid worden bepaald. De indirecte werkgelegenheid is met name het gevolg van toeleveranties (productiemiddelen, bouwnijverheid, dienstverleners (banken, verzekeringsmaatschappijen, wasserij, etc.) die nodig zijn om de afzet in de diverse sectoren te kunnen realiseren. De indirecte werkgelegenheid wordt in zijn totaliteit, met behulp van een multiplier, bepaald. Deze werkgelegenheidsmultiplier bedraagt 1,39.
Met andere woorden 1 FTE directe werkgelegenheid genereert 0,39 FTE indirecte werkgelegenheid.
GEBIEDSVISIE RAMPWEG
34