20221115 Raadsbrief Ontwerp gebiedsvisie Rampweg Bijlage 1 Gebiedsvisie Rampweg ontwerp
Tekst van het document
Referentie dichtheid | Groepswoningen ca. 10 per hectare Cavelot Cadzand-Bad
Referentie dichtheid | Bungalows ca. 10 per hectare Landal Strand resort Nieuwvliet Bad
Referentie dichtheid | Toeristische plaatsen ca. 30 per hectare Camping De Wielewaal, Cadzand
Referentie dichtheid | Bungalows ca. 9,5 per hectare Vebenabos, Koudekerke
Referentie dichtheid | Toeristische plaatsen ca. 18 per hectare Camping Bakkum, Castricum
De dichtheid van de accommodaties op een verblijfsrecreatief terrein heeft impact op de sfeer en beleving van het park, zowel intern als vanuit de omgeving. In dit intermezzo is een aantal voorbeelden op een rij gezet met een schatting van het aantal accommodaties per hectare. Voor het beeld en de beleving is de maat van de accommodatie en eventuele bijkomende gebouwde voorzieiningen natuurlijk ook van invloed.Deze studie heeft bijgedragen aan de discussie over passende hoeveelheden accommodaties in het gebied.
40
gespreid model
compact model
Eén integraal recreatielandschap; verblijf, beleving en natuur
Twee werelden naast elkaar: de verblijfsrecreatie profiteert
zijn met elkaar vervlochten. De insteek van de
van het nevengelegen natuur-/recreatielandschap, maar
verblijfsrecreatieve ontwikkeling is hier: landschap maken.
draagt er niet aan bij.Wel is sprake van een hoge interne landschappelijke kwaliteit.
Twee strategiën voor het meer of minder doorweven van verblijfsrecreatieve ontwikkelingen met groen.
3.6 recreatie: dichtheden versus groene doorweving Er is een zeer directe relatie tussen de dichtheid van recreatieve eenheden in een verblijfsrecreatief terrein, en het beeld dat dit oplevert. Hiernaast is het resultaat weergegeven van een korte studie naar meer en minder recente ontwikkelingen in Zeeland, en het beeld dat daar is ontstaan. In gebiedsvisie staan we dan ook voor de keuze tussen relatief compact ingerichte verblijfsrecreatieve terreinen, waardoor er meer ruimte ‘over’ blijft voor natuur en landschap, of juist ruimer opgezette terreinen, die intern een hogere natuur- en belevingswaarde hebben, maar meer ruimte innemen in het gebied. Zie de illustratie hierboven. De strategie die in de kustvisie wordt voorgestaan als ‘het produceren van landschap’ is er een waarbij het verblijfsrecreatieve terrein wordt doorweven met groen. Zo neemt de belevingswaarde toe voor zowel de recreant die op het terrein verblijft, als voor de recreant die van het landschap te plekke geniet. Deze strategie is verdere uitgewerkt specifiek voor de Schouwse uitwerking van de Kustvisie, en is te vinden in hoofdstuk 6. Ook de inrichting van het terrein zelf en van de omgeving van het terrein hebben veel invloed op de beleving van de verblijfsrecreatie.
In zijn algemeenheid valt te stellen, dat bij meer openheid in het landschap (water en of grasland), zicht op de ontwikkeling vaker mogelijk is, waardoor de impact van de bebouwing op de beleving groter is. Ook de maat en schaal van het terrein spelen een rol in deze samenhangende set van eigenschappen die samen de ruimtelijke kwaliteit van een recreatiegebied bepalen.
41
3.7 analyse toeristisch product Rampweg: veel (verblijfs)recreatie maar schrale beleving Dankzij de grote vraag naar kustrecreatie en de directe ligging van de Rampweg aan strand en zee is het huidige gebied in de omgeving van de Rampweg voor veel verblijfsrecreanten en dagtoeristen een gewilde plek om vakantie door te brengen of een dag aan het strand door te brengen en daarmee recreatief-economisch van relatief groot belang. Vanuit een breder perspectief (landschappelijk, verblijfskwaliteit, geborgenheid, kwaliteit, diversiteit) moet echter worden geconstateerd dat er geen sprake is van een duurzame beleving en uitstraling: trefwoorden als ‘schraal’, ‘winderig’ , ‘onveilig’ en ‘monotoon’ worden gebezigd door omwonenden, opinieleiders en de ondernemers zelf. Dankzij de rationele en compacte opzet van de bestaande parken en de gunstige ligging ten opzichte van strand en zee worden nog gunstige resultaten geboekt, maar het gebruik is eenzijdig, prijsgevoelig en daarmee is bij een onveranderde situatie ook de economische positie op termijn kwetsbaar.
Toerisme en recreatie = samengesteld product De gastbeleving in een toeristisch-recreatief gebied wordt gevormd door veel partijen en elementen. Denk hierbij aan landschapstypen, actieve natuurbeheerders, landgoederen, erfgoed, hoteliers, campingexploitanten, winkeliers en horeca. Toerisme en recreatie vormt dus een samengesteld product. In een vitale toeristisch-recreatieve regio vormen de omgeving, accommodaties en organisatie een organische eenheid. Ze versterken elkaar en zijn zelfs onderling afhankelijk van elkaar. Samen vormen zij de waarde voor de toerist.
Het samengestelde product in het aandachtsgebied en omgeving In de huidige situatie is het samengestelde product in de omgeving van het aandachtsgebied te schraal en te klein. De omgeving De binnenduinrandzone in het aandachtsgebied is door het ontbreken van landschapsgradiënten bijzonder smal waardoor de verblijfsparken te intensief en op een kleine ruimte ondernemen, gericht op het strand. Daardoor is het economisch potentieel in het gebied beperkt: eenzijdig strandtoerisme. Accommodaties De huidige overwegend ‘naar binnengekeerde’ parken zijn doorgaans schraal en Schema: toerisme en recreatie is een samengesteld product, monotoon: het verblijfsmotief dat ze faciliteren is ‘dichtbij strand’ en dit trekt een hoofdzakelijk bron: kustvisie Zeeland eenzijdig modaal publiek. Idealiter zijn accommodaties afgeleid van de omgeving waarin zij liggen. Ze vormen een economisch stuwende rol in het samengestelde product omdat ze zorgen voor een continue stroom van gasten in de regio.
42
Organisatie Naast de omgeving en accommodaties wordt de vrijetijdseconomie gevormd door de organisatiegraad van diverse toeristisch-recreatieve diensten. Er is op dit moment weinig samenhang tussen verblijfsrecreatie-bedrijven en in het gebied is nauwelijks recreatieve belevingskwaliteit.
3.8 recreatieve opgave voor het gebied De voorgaande analyse van het toeristisch product geeft inzicht in de opgave voor het gebied en vormt daarmee belangrijke input voor het streefbeeld voor het nieuwe landschap en de verblijfsconcepten die daarin zouden kunnen worden ontwikkeld.
Rampweggebied als onderdeel van kustlandschap heeft meer potentie Door in het gebied een nieuw landschap te maken dat evenals op andere plekken in de Kop van Schouwen is gerealiseerd, de binnenduinrand te verruimen, komen de huidige parken te liggen in een aangenamer en beschutter gebied. Transformatie van de huidige agrarische functie naar natuur en landschap biedt ook kansen om de authentieke plekken in de omgeving, zoals Slot Moermond, oude boeren erven meer tot hun recht te laten komen en te verbinden met het nieuwe landschap. Er zijn kansen om in te spelen op latente, hoogwaardige marktbehoeften, waardoor de eenzijdigheid in het accommodatiebeeld kan worden doorbroken. Alle betrokken personen en partijen hebben input geleverd voor het streefbeeld voor het aandachtsgebied. Op alle vlakken van het samengesteld product is input gekomen: omgeving, de accommodaties en de organisatie. Deze input, tezamen met de op de pagina hierna weergegeven SWOT-analyse, vormt de opmaat tot de gebiedsvisie. De gebiedsvisie presenteert een streefbeeld waarin het samengestelde product wordt versterkt.
Opgave en input streefbeeld omgeving Belangrijkste gebiedskwaliteiten uit de omgeving uitvergroten en/of benutten, een bredere binnenduinrandzone maken, zodat meer ruimte ontstaat voor unieke verblijfsrecreatieconcepten die het economisch potentieel van het grotere gebied van de omgeving Rampweg vergroten. Inzetten op een groene omgeving direct grenzend aan de duinen met een sterk openbaar karakter met nog meer ruimte voor langzaam verkeer en het versterken van het principe ‘auto te gast’. Aandachtspunt daarbij is de uitstraling en sfeer. De opzet van de verblijfsconcepten is in het gehele gebied extensief, wat bijdraagt aan een sterk kustlandschap en de beleving ervan. Verschillen in intensiteiten van de nieuwe verblijfsconcepten in het gebied passen bij de verschillen in landschapsgradiënten. De omgeving van de damaanzet, dichtbij de kust is landschappelijk anders dan de omgeving rondom het landgoed van Slot Moermond. De omgeving nabij de damaanzet is mede gelet op de aanwezigheid van bestaande verblijfsparken een iets intensiever benut kustlandschap, dan in de omgeving Slot Moermond.
beelden uit de omgeving
43
SWOT analyse Om tot de gebiedskwaliteiten te komen voor het aandachtsgebied is een uitgebreide SWOT-analyse verricht (StrenghtsWeaknesses - Opportunitie - Threats). Deze is gemaakt op basis van de door de bewoners ingebrachte gebiedskenmerken in de bijeenkomst in 2018. De SWOT-analyse van het plangebied en omgeving toont de belangrijkste sterkten, zwaktes, kansen en bedreigingen vanuit een ruimtelijk en recreatief perspectief. Deze twee schem’s geven ze weer in woord en beeld.
Sterkte • Directe nabijheid van kust, strand, duinen en dorpen
Zwakte • Gebrek aan kustlandschap in binnenduinrand zorgt voor een recreatieve mono-oriëntatie op het strand
• Stranduitzicht met zicht op de eilanden
• Saai, onbeschut en onduidelijk landschap
• Voldoende parkeergelegenheid bij aanzet dam
• Onveilige Rampweg beperkt de recreatieve kustbeleving
• Recreatie zorgt voor bijdrage aan
• Te weinig parkeergelegenheid bij uitbreiding recreatie
eiland-economie • Openheid en zicht op Plompetoren • Markante punten: De Helle, Slot Moermond,
• Geen wandel/fietspad over/langs duinen • Rampweg volgebouwd gebied, resterende landbouw is te kleinschalig en versnipperd
Zoeten Haard en Zouten Haard
Kans • Integratie natuur/recreatie door compensatie • Gemakkelijk mogelijk om nog recreatie te realiseren • In het gebied recreatieve routes aanleggen • Natuurlijk en openbaar toegankelijke
Bedreiging • Te eenzijdige productontwikkeling: ‘teveel van hetzelfde’ en dambordverkaveling • Verdwijnen van het zicht op slot Moermond • Teveel bouwen, waardoor natuur en openheid verdwijnt
voorzieningen ontwikkelen aan route langs historische Gravelinge (kreken) • Leisure hotspots om ‘naartoe te gaan’
44
Sterkte Het gebied ligt direct bij strand, zee en duinen. En het weidse zicht vanaf de duinovergang over het open landschap.
Zwakte Het gebrek aan kustlandschap maakt het gebied onbeschut en winderig met een gebrek aan oriëntatie en recreatieve verbinding
Kans Natuurlijk lint met ‘hotspots’ waarbij de historische Gravelinge als landschapsdrager wordt teruggebracht
Bedreiging Bedreiging: eenzijdige productontwikkeling met ‘teveel van hetzelfde’ en rationeel-gedreven blokverkaveling
45
Opgave en input streefbeeld accommodaties De accommodaties zijn afgeleid van de omgeving waarin zij liggen. Ze vormen een economisch stuwende rol in het samengestelde product omdat ze zorgen voor een continue stroom van gasten in de regio. In het groene gebied dat kustrecreatie ademt en waarin verblijf een functie heeft, hebben de verblijfsparken geen harde grenzen en passen qua terreininrichting vloeiend in het omliggende landschap. De accommodaties zijn kwalitatief hoogwaardig, op ruime kavels of standplaatsen gelegen met (bouw)hoogtes die passen in het nieuwe landschap. Het type verblijfsproduct en de uitstraling daarvan is onderscheidend aan de bestaande accommodaties in de wijde omgeving en biedt kansen om nieuwe doelgroepen aan te trekken. In het gedeelte van het kustlandschap dat aansluit op de omgeving van Slot Moermond hebben de accommodaties een sfeer die past bij de omgeving van dit landgoed en een uitstraling van luxueus, allure, buitenplaatsen en residentieel. Horeca en ondersteunende detailhandel is onderdeel van nieuwe verblijfsconcepten. Aparte horecabedrijven of winkels is geen opgave voor het aandachtsgebied.
Opgave en input streefbeeld organisatie Niet denken vanuit kavels en afgebakende parken met een eigen in zichzelf gekeerde wereld, maar vanuit één landschap. Het realiseren van een gedifferentieerd verblijfsrecreatief product gecombineerd met aantrekkelijke toeristische knooppunten langs wandel en fietsroutes door het gebied, gericht op de natuur. Het nieuwe landschap kan worden gebruikt voor het ontwikkelen van aantrekkelijke dagrecreatieve activiteiten, zoals een (water)natuurspeeltuin. Bereikbaarheid door routes in combinatie met activiteiten maken het gebied aantrekkelijk om te bezoeken. Daarbij is het van belang dat ondernemers in het gebied samenwerken en verbinding zoeken. Er liggen kansen om samen te werken op het gebied van het ontplooien van dagrecreatieve activiteiten en het opzetten van arrangementen voor verblijf in samenwerking met in de omgeving aanwezige horeca- en detailhandelsbedrijven. Zowel de omgeving, de accommodaties als de organisatie zijn zodanig ingericht en gericht op Schouws DNA, zodat voor de bezoeker en verblijfsrecreant het gebied herkenbaar onderdeel is van de Schouwse kust als onderdeel van de Zeeuwse delta als vakantiebestemming.
voorbeelden van samenwerking in activiteiten
46
sfeerbeeld integraal landschap
47
Sfeerbeelden van de landschappelijke ingrediënten voor het streefbeeld: kreken, poelen en oevers, kruidenrijk / bloemrijk grasland. bosvakken en bosschages, wandel- en fietsroutes, lanen.
48
BIJLAGE 3 Het streefbeeld toegelicht aan de hand van de legenda Kreek met rietoever
Ontwikkelzone verblijfsrecreatie
De kreken zijn de dragers van dit landschap.
De uitwerking van de verblijfsrecreatie voegt
Ze dragen zowel bij aan de biodiversiteit, de
zich naar de hiervoor omschreven bossetting.
waterbergingsopgave en ze zijn bepalend voor
Door slim om te gaan met ontwerp en beheer,
de belevingswaarde van het gebied. De wa-
kan voldoende zonlicht in de terreinen worden
terkwaliteit en samenhang tussen de kreken en
toegelaten, en ontstaat een aantrekkelijke
poelen dient in alle stappen van het proces uitgangspunt te zijn. De individuele
groene wereld. Lanen, routes en kreken zijn de delen van het interne recrea-
ontwikkelingen kunnen in hun interne recreatiewereld ook aansluiten op deze
tielandschap (‘landschap B’) die op logische wijze aansluiten op de doorgaande
krekenwereld. In het landschappelijk casco (‘landschap A’) is dan ook ruimte
landschappelijke structuren in de omgeving. De verblijfsrecreatieve bebouwing
voor maatwerk, zodat op geschikte plekken een aansluiting op deze blauwe
voegt zich naar de sfeer van de plek en de landschappelijke context, zie ook de
hoofdstructuur kan worden gemaakt. De impact op het gehele watersysteem en
inspiratieregels op het gebied van beeldkwaliteit.
op de routing moet hierbij goed in de gaten worden gehouden.
Bos met goede zoom
Laan
De boszones in het gebied hebben twee hoofd-
De wegen in het open poldergebied zijn onbe-
functies. De ene is het geleden van de ruimtes
plant, de wegen in het binnenduinrandgebied
en hiermee creëren van een aantrekkelijk
vaak juist wel. De lanen sluiten niet alleen aan
landschapsbeeld, dat aansluit op de karakteris-
bij de duinzoom, maar ook bij statige sfeer van
tieken van het duinzoomlandschap. De tweede
landgoederen en het Slot Moermond. In het
functie is het inpassen van de verblijfsrecreatie. Daarnaast zijn de bossen en
streefbeeld worden de Helleweg, de Lange Moermondseweg en de nieuwe route
bosschages van waarde voor de biodiversiteit en wegens hun bijdrage aan de
vanaf de Rampweg het gebied in voorzien van een passende laanbeplanting.
klimaatopgave. De soortkeuze en wijze van beheer zijn erop gericht dat deze bossen aansluiten bij de Zeeuwse karakteristiek en van waarde zijn voor lokale fauna, zie hiervoor de spelregels en inspiratieregels. De zoom is erg belangrijk voor zowel de landschappelijk inpassing van de verblijfsrecreatie, als voor de ecologische waarde.
BIJLAGE 3 Het streefbeeld toegelicht aan de hand van de legenda Open, kruidenrijk graslandschap met zichtlijnen
De poelen dragen verder bij aan de
Juist de afwisseling van open en besloten is
biodiversitieitswaarde in het gebied,
zo typerend voor de duinzoom. Tevens is het
ook hier zijn de gradiënten en oevers
bewaren en aanzetten van enkele belangrijke
essentieel. Visueel gezien verbinden
aanwezige zichtlijnen van essentieel belang
de poelen de grotere waterlichamen
voor de verankering van het plan in zijn omgeving. Het grasland kan door juiste
met elkaar.
Poelen
wijze van aanleg en beheer een zo hoog mogelijke waarde krijgen voor zowel de biodiversiteit als voor de beleving van de recreant. Zie ook de beelden die zijn ontstaan in reeds aangelegde natuur, zowel in het plangebied als in de ruimere omgeving.
Heestergroep in het grasland
Laagte in het grasland Gradiënten in het maaiveld dragen bij aan
De heestergroepen voegen extra kleinscha-
een hogere beeldkwaliteit door de afwisseling
ligheid en intimiteit toe aan dit landschap,
die ontstaat, en bieden kansen voor een gro-
passend bij de sfeer van de binnenduinzoom.
tere biodiversiteit. In natte periodes kan hier
Ook voor de biodiversiteit in de grazige delen
ook water staan en zo draagt dit ook bij aan
van het gebied zijn zij van toegevoegde
klimaatadaptatie. De maaiveldhoogtes dienen goed te worden afgestemd met
waarde.
het waterpeil in de kreken en poelen. (integrale) Ophoging van het maaiveld van de open delen van het gebied is niet passend bij de doelstellingen op het gebied van beeldkwaliteit en beleving.
BIJLAGE 3 Het streefbeeld toegelicht aan de hand van de legenda Rietmoeras
Doorgaande wandelroute
Het rietmoeras sluit aan op de natuur van
De doorgaande wandelroute biedt een zachte,
Slot Moermond en is van grote waarde voor
natuurlijke route die de afwisseling in het ge-
de typische flora en fauna van dit gebied.
bied beleefbaar maakt, en de diverse plekken in
Het beeld dat hiermee wordt gecreëerd
de omgeving met elkaar verbindt. De recreanten
voegt een nieuwe beleving toe aan het
die in de toekomstig verblijfsrecreatie zullen
gebied en is hiermee ook van grote waarde
verblijven hebben ook behoefte aan kleinere ommetjes die gemaakt kunnen
voor de aantrekkelijkheid van het gebied voor de recreant.
worden in de omgeving. De interne routes in de ‘ontwikkelzones’ zullen dan ook moeten aansluiten op de in het plan aangeduide routes. Maatwerk is daartoe telkens nodig. Door de nieuwe kwaliteit die is gecreëerd in het gebied zullen ook omwonenden en dagrecreanten graag gebruik maken van deze wandelmogelijkheden.
Doorgaande fietsroute De fietsroute door het gebied leidt de recreanten dóór het landschap van het aandachtsgebied in plaats van er omheen, ook als men op weg is naar bijvoorbeeld het strand of een verderop gelegen bestemming. Hierdoor zal het ook snel onderdeel worden van de recreatieve beleving in het gebied, zeker ook door de er aan gekoppelde bijzondere belevingen. Zo wordt het een plek waar men vaker naar terugkeert. Ook de zogenoemde ‘recreatieslag’ langs de Lange Moermondsweg is van belang voor de ontsluiting van het gebied voor de recreant.
BIJLAGE 4 Analyse oppervlakten van bekende initiatieven Het plangebied van de gebiedsvisie is circa 90,3 ha groot. Dit is inclusief wegen, bestaand natuurgebied, bestaande erven en minicamping. In deze bijlage wordt inzicht gegeven in de oppervlakten en de initiatieven (peildatum juni 2021). Feitelijk komt 76,3 ha in aanmerking voor transformatie. Een gedetailleerde informatie over de oppervlakten in het plangebied is opgenomen in navolgende tabellen. Type
Transformatie
ha
1
Vijf initiatieven
Ja
64,0
2
Overige agrarische kavels
Mogelijk
12,3
3
Door huidig gebruik niet geschikt
Nee
10.1
4
Infrastructuur
Nee
3,9
Totaal
902.797,7 m2
90,3 Figuur 1 Oppervlakte van het plangebied
Tabel 1 Oppervlakten van huidig gebruik en mogelijk mogelijke transformatie.
BIJLAGE 4 Analyse oppervlakten van bekende initiatieven Gebied
1
2
Bedrijf
Helleweg 1 (Vis)
Strandpark De Zeeuwse Kust
Kadastraal
Oppervlakte beoogde
perceel
ontwikkeling (ha)
Nr.
Opp.
864
201.570
541
20.210
563
35.100
299
49.460
98
41.210
548
91.650
551
49.230
139
14.880
Totaal opp. 347.550
155.760 Figuur 2 Globale begrenzing van de vijf bekende initiatieven
3
Renesserduin
174/554
31.230
45.000
4
Strandpark Paal 20
554 (deels) 35.720
64.230
(deels)
5
Land & Zee
555
28.510
760
18.820
761
8.875
Totaal Tabel 2 Oppervlakten van de vijf initiatieven
640.235
27.695
640.235
BIJLAGE 4 Analyse oppervlakten van bekende initiatieven Kavel buiten planontwikkeling
Locatie
Lange Moermondsweg
Helleweg
Gebruik
Kadastraal perceel Nr.
Opp. m2
akkerbouw 99
11.790
akkerbouw 100
8.790
akkerbouw 454
16.770
akkerbouw 150
11.150
akkerbouw 149
74.580
Totaal
123.080
Tabel 3 Overige agrarische gronden in het plangebied buiten de vier initiatieven locatie
Gebruik
Kadastraal perceel Nr.
Opp. m2
Helleweg 3
Woning
768
640
Helleweg
Woning (camping Helleweg)
241
100
Camping Helleweg
242
3.120
Perceel helleweg (in gebruik bij woning)
562
700
Huis de Helle
Woning en minicamping
96
7.720
Nieuweweg
Natuurgebied
173
62.190
Natuurgebied
138
13.970
Natuurgebied
137
12.130
Totaal Tabel 4 Kavel buiten mogelijke recreatieve ontwikkeling als gevolg van huidig gebruik
100.570
BIJLAGE 5 Toeristisch-recreatief programma en marktonderzoek
De rapportage ‘Toeristisch-recreatief programma en marktonderzoek t.b.v. de Concept Gebiedsvisie Moermondse Gravelinge’ (ZKA 2021) is in deze bijlage integraal opgenomen.
33
Toeristisch-recreatief programma en marktonderzoek t.b.v. gebiedsvisie Moermondse Gravelinge
2
01 Toeristischrecreatief programma
3
1.1
Waarom recreatieve ontwikkeling?
Uitgangspunt van deze gebiedsvisie is de landschappelijke invulling van het gebied waardoor het kustlandschap wordt vergroot. Binnen dit nieuwe kustlandschap is ruimte voor nieuwe recreatieve ontwikkeling omdat: • Het gebied is aangewezen als compensatielocatie van de Kop van Schouwen; • Het gebied recreatieve ontwikkeling nodig heeft om het beleefbaar te maken; • Het nieuwe landschap gefinancierd moet worden. Dat kan in deze visie door de verblijfsrecreatieve ontwikkelingen het landschap te laten produceren: ‘rood’ betaalt ‘groen-blauw’. Mogelijke recreatieve invullingen van het gebied bestaan uit: • Verblijfsrecreatie • Dagrecreatie • Consumptieve horeca • Retail De volgende paragrafen gaan hierop in, waarbij het diepst en allereerst wordt ingegaan op de verblijfsrecreatie.
4
1.2
Verblijfsrecreatie
De criteria voor een toekomstbestendig verblijfsrecreatief programma De vier bouwstenen voor de accommodatievisie (zie par. 4.2) kunnen ingezet worden om een goed verblijfsrecreatief programma te bepalen. Vanuit de vier bouwstenen is nagedacht over een goede mix aan verblijfstypen. Zo ontstaat een programma dat bijdraagt aan alle vier de uitgangspunten: 1. Differentiatie: welk aanbod is wenselijk, aanvullend op het huidige aanbod? 2. Aansluiten bij de lokaal aanwezige identiteit: welk programma past bij de identiteit van het gebied en draagt bij aan de kustbeleving, differentiatie en positionering? 3. Marktbehoefte: waar is behoefte aan en/of wat draagt bij aan marktvergroting? 4. Financiële bijdrage aan grondexploitatie: welke mix aan verblijfstypen draagt financieel zodanig bij dat het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden? Deze criteria worden op de volgende pagina’s toegelicht en ze zijn toegepast op het aandachtsgebied. Alle vier de criteria samen monden uit in een aanbodmix voor het gebied. De criteria tezamen vormen geen absolute en wiskundige formule en daarom wordt met marges aangegeven wat de mogelijkheden zijn. Het programma is dan ook richtinggevend. De exacte invulling is afhankelijk van diverse contextuele factoren, zoals: toekomstige beschikbare compensatieruimte, marktontwikkelingen en grondposities.
5
1. Differentiatie De Kustvisie zet in op een verdergaande differentiatie van het recreatieve product. Differentiatie van product en markt is hierbij van belang. Om die differentiatie te bewerkstelligen is het nodig dat er een toekomstbestendige mix aan verblijfstypen in het gebied aanwezig is. Daarvoor is in beeld gebracht wat er op dit moment aan verblijfstypen aanwezig is in Schouwen-Duiveland en ook in het aandachtsgebied zelf (zie kader voor huidige invulling in het aandachtsgebied). Vervolgens is gekeken wat hier aan toegevoegd kan worden om een goede, gedifferentieerde mix te krijgen. 2. Aansluiten bij de lokaal aanwezige identiteit: De Moermondse Gravelinge Om te bepalen welk recreatief product geschikt is in dit aandachtsgebied, is gekeken naar de wijze waarop het aansluit en bijdraagt aan de identiteit van het gebied. De ‘Moermondse Gravelinge’ is een gebied dat allure en hoogwaardigheid gaat uitstralen. Daar past een recreatief product bij dat deze allure bevestigt en benadrukt: een luxe (design)hotel, ruime vakantiewoningen en comfortabele en luxe kampeereenheden, bijv. met hotelservice, passen in dat streefbeeld. De standaard jaarplaatsen of campingplekken passen hier bijvoorbeeld veel minder goed bij.
De regelsets in hoofdstuk 6 van deze gebiedsvisie geven handvatten om de gewenste landschappelijke kwaliteiten van nieuwe recreatieve ontwikkelingen te kunnen bereiken. Onderdeel daarvan is ook een beeldkwaliteitplan op het gebied van sfeer, uitstraling en materiaalgebruik voor de accommodaties.
Huidige invulling aandachtsgebied Ca. 185 toeristische plaatsen Ca. 140 jaarplaatsen Ca. 85 verhuureenheden Ca. 75 camperplekken Ca. 70 hotelkamers 1 vakantiewoning Voor de verdeling van accommodatietypen in de gemeente SchouwenDuiveland, zie 2.1
6
3. Marktbehoefte Gekeken is naar het marktpotentieel van de diverse accommodatietypen. Daarbij is rekening gehouden met de huidige marktsituatie op Schouwen-Duiveland, de vraaggroei in de afgelopen jaren en de trends en ontwikkelingen in de markt voor de komende jaren. Dit leidt tot een marktpotentieel per type accommodatie. In 2.1 is de verdere onderbouwing hiervan te vinden. De hoofdconclusies worden hier per type accommodatie weergegeven. Toeristische kampeerplekken: zijn typisch voor Zeeland en altijd bijzonder in trek, vooral in de kustzones. Daarbij is er steeds meer behoefte aan luxe en comfort. Kampeerplekken maken steeds meer plaats voor glamping, ecolodges en andere verhuureenheden. De campermarkt is groeiende. Er is dus zeker nog behoefte aan dit type logiesaanbod. In de afgelopen jaren is kamperen zelfs herontdekt onder invloed van goede, warme zomers en de coronacrisis. Jaarplaatsen: de algemene langjarige trend was dat er steeds minder vraag is naar jaarplaatsen, al is deze trend op A-locaties langs de kust minder zichtbaar. Op de Kop van Schouwen is op dit moment een goede balans in vraag en aanbod.
7
Bungalows/groepswoningen: er is een bescheiden groei in de vraag en in het aanbod geweest. Nieuwe en onderscheidende bungalowparken, vooral in het hogere segment langs de kust presteren evenwel zeer goed omdat er grote vraag naar is. Dit wordt gevoed door de behoefte aan meer luxe, de vergrijzing en 3-generatie-vakanties. Hotels: de vraag naar hotelovernachtingen nam voor de coronacrisis landelijk gezien toe. Succesvolle hotelexploitaties zijn deels afhankelijk van zakelijke gasten. Deze doelgroep is op Schouwen-Duiveland relatief klein. Op dit moment zijn er veel kleine en op toeristen georiënteerde hotels (<50 kamers). Er is vanuit de gast vraag naar luxe, onderscheidende concepten (met eigen content/thema). Voor dit aandachtsgebied kan gedacht worden aan een concept als ‘we are blooming’ (weareblooming.com). Voor vrijwel alle typen accommodaties (met uitzondering van de jaarplaatsen) is er ruimte in de markt. Het is daarbij wel belangrijk dat nieuwe concepten onderscheidend en marktvergrotend zijn door het (deels) aantrekken van een nieuw publiek.
8
4. Financiële bijdrage aan de grondexploitatie De opgave is landschap produceren. Dit betekent dat de recreatieve ontwikkelingen in het gebied bijdragen aan de landschappelijke ontwikkelingen. Bij het bepalen van een toekomstbestendige mix is daarom van belang om te onderzoeken of ruimte kan worden geboden voor accommodatietypen die het produceren van landschap financieel kunnen dragen. Zo kan van een camping een kleinere bijdrage verwacht worden dan van een recreatiewoningenterrein. De gemeenteraad hanteert voor het produceren van landschap in dit gebied dat iedere initiatiefnemer 70% van het landschap moet produceren. Daarnaast dienen in de onderbouwing van de financiële uitvoerbaarheid van de individuele plannen ook de kosten voor langjarig beheer en onderhoud te worden opgenomen. In de huidige situatie zijn al bedrijven in het gebied gerealiseerd, zonder dat daarbij destijds in dezelfde verhouding 70% landschap is geproduceerd. Dat betekent dat met de nog te realiseren recreatieve ontwikkelingen in combinatie met 70% landschap produceren niet het gehele aandachtsgebied is omgevormd tot landschap. Dit betekent dat voor de financiële uitvoerbaarheid van het totale gebied de overheid (gemeente, provincie, waterschap en eventueel rijk) ook een financiële bijdrage dient te leveren om de totale ontwikkeling van dit aandachtsgebied mogelijk te maken.
Door de vier criteria te combineren is inzichtelijk gemaakt welke aanbodmix gewenst en haalbaar is, zowel financieel, marktkundig, conceptueel (identiteit) als beleidsmatig (differentiatie).
9
Aanbevolen mix aan accommodatievormen Voorgaande analyse, op basis van 4 criteria (differentiatie, passend bij identiteit, marktpotentieel en financiële bijdrage), leidt tot de volgende aanbevelingen: • Toeristische kampeerplekken zijn typisch voor Zeeland, hier blijft behoefte aan bestaan. De trend is dat steeds meer plekken worden omgevormd tot luxere plaatsen en eenheden. Volume in deze luxere kampeervormen ontbreekt nu nog in het aandachtsgebied zelf, maar ook verder op Schouwen-Duiveland. Luxe kamperen past bij de identiteit van het gebied en bovendien kunnen deze vormen effectief bijdragen aan de landschapsontwikkeling. Overigens willen we ook voor reguliere kampeerplaatsen ruimte laten. Ook voor de campermarkt zien we ruimte; dit kan effectief worden ingepast op campings. Er kan ruimte gegeven worden aan •
•
ongeveer 27% tot 44% eenheden (incl. glamping en camperplaatsen). Voor jaarplaatsen zien we landelijk een dalende trendlijn, in Zeeland is deze deelmarkt qua vraag en aanbod redelijk in balans. Het gebied, en vooral de Kop van Schouwen, kent al een heel behoorlijk aantal jaarplaatsen. We bevelen om die reden aan om geen jaarplaatsen toe te voegen aan het gebied. Nieuwe, onderscheidende bungalowparken met recreatiewoningen kunnen van toegevoegde waarde zijn. Ze zijn nu in het aandachtsgebied nog niet aanwezig. Financieel gezien hebben recreatiewoningen een hoge grondopbrengst. Belangrijk is dat het concept onderscheidend is, gericht op luxe en comfort, zodat het passend is bij de identiteit van het gebied. Centrale bedrijfsmatige exploitatie met wisselende
10
•
•
toeristisch-recreatieve verhuur is bovendien een vereiste. Een minimale omvang van 60-80 woningen is gewenst. Daarom bevelen we aan om 20% tot 35% van de eenheden te bestemmen voor bungalows. Naast de reguliere recreatiewoningen is er steeds meer behoefte aan grotere groepswoningen of geschakelde woningen voor vakanties met grotere groepen/ 3-generatie families. Ongeveer 3% tot 5% kan hier zeker voor bestemd worden. In de praktijk zullen deze groepswoningen onderdeel zijn van een bungalowpark. Hotels moeten over een onderscheidend thema beschikken, waarmee een nieuwe doelgroep aangetrokken wordt. Een luxe logiesvorm past goed in het gebied. Het moet gaan om relatief grotere hotels die passen bij het huidige aanbod (vanaf ca. 50 kamers). Daarom kan ruimte gegeven worden aan 24% tot 40% hotelkamereenheden.
Belangrijk te beseffen is dat hier percentages van de totaal geplande eenheden worden gebruikt. Het percentage van het bebouwingsoppervlakte wijkt hier vanaf. Dat laatste percentage bepaalt uiteraard het ruimtelijke beeld van het gebied. Bungalows zorgen dan al snel voor meer bebouwde recreatieve vierkante meters en de hotels voor veel minder. Met veel eenheden hebben hotels dus relatief weinig impact op het landschappelijke beeld (mits goed ingepast).
11
Van theorie naar praktijk We benadrukken nogmaals dat de exacte invulling van het accommodatieprogramma niet te geven is. Het hier geadviseerde programma is richtinggevend, gebaseerd op onder andere de huidige actuele marktinzichten. Dit kan initiatiefnemers helpen bij het maken van hun plannen. De exacte invulling van het gebied is afhankelijk van diverse contextuele factoren zoals: toekomstige beschikbare compensatieruimte, marktontwikkelingen en grondposities. Het is aan individuele initiatiefnemers om hun marktonderbouwing specifiek te maken, om aan de vereiste differentiatie invulling te geven en om tot unieke concepten te komen. Onderscheidend vermogen is bijzonder belangrijk om tot de gewenste product- en marktdifferentiatie te komen en om marktvergroting te realiseren. Om nieuwe ontwikkelingen te toetsen adviseren we om een ontwikkelingskader op te stellen dat de ontwikkelaars/ondernemers al tijdens hun planvorming kunnen gebruiken als richtinggevend. Een voorbeeld hiervan is opgenomen in bijlage D.
12
Toeristisch programma aandachtsgebied Voorgaand advies mondt uit in de mix aan accommodatievormen in het aandachtsgebied zoals weergegeven in de tabel. Hierbij wordt in percentages weergegeven hoeveel procent van alle eenheden het behelst (zwart) en hoeveel van de vierkante meters (rood). Zo is het aantal eenheden van hotelkamers relatief groot, maar de impact van een hotel qua vierkante meters is een stuk kleiner dan die van bijvoorbeeld een bungalowpark. Het aantal eenheden in exacte aantallen is afgerond op vijftallen. Het gemiddeld programma (laatste kolom) past binnen de nog beschikbare vierkante meters bestemd voor recreatieve bebouwing in het aandachtsgebied. Bovendien kan met deze mix voldaan worden aan de benodigde kosten voor landschapsontwikkeling. Type
% ondergrens (in eenheden en in m2)
% bovengrens (in eenheden en in m2)
Eenheden ondergrens
Eenheden bovengrens
Gemiddeld passende mix
Recreatiewoningen
21% / 36%
35% / 60%
60
100
80
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
3% / 9%
5% / 16%
10
20
12
Hotelkamers / appartementen
24% / 9%
40% / 16%
65
120
92
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping
27% / 20%
44% / 35%
70
130
101
205
370
286
Totaal
Het aandachtsgebied zou verder goed gedijen bij 3 tot 5 toeristische knooppunten met dagrecreatieve voorzieningen (belevingspunten). Consumptieve horeca kan hier een ondersteunende functie hebben. Voor retail is geen ruimte in deze visie. Par. 1.3-1.5 geven een verdere uitwerking van deze onderdelen.
13
Huidige plannen in het aandachtsgebied Er zijn diverse ontwikkelingen en plannen in het aandachtsgebied. Sommige ondernemers hebben al zeer concrete plannen, bij anderen is dit nog minder concreet. Van alle huidige ondernemers die betrokken zijn bij dit gebied is in beeld gebracht wat hun plannen zijn. Daarbij gaan we uit van het aantal nieuwe eenheden dat zij willen realiseren in het gebied. Verplaatsen van eenheden rekenen we hierin niet mee, om dat we hieronder uitgaan van bebouwde m2. Vervolgens is grofweg doorgerekend welke programmamix zo ontstaat en hoeveel vierkante meters de plannen beslaan (uitgaande van standaard m2 per type accommodatie). Dit kan vergeleken worden met de voorgestelde programmamix op basis van het actuele marktonderzoek (2021). Zo is in eerste instantie te zien dat het aantal eenheden binnen de voorgestelde mix valt, hoewel in een andere samenstelling. Maar dat het aantal vierkante meters de beschikbare ruimte voor bebouwing overschrijdt (ca. 2,1 ha t.o.v. ca. 1,5 ha die beschikbaar is). Bij concrete plannen moet getoetst worden of het voldoet aan de criteria voor een toekomstbestendig verblijfsrecreatief programma (par. 1.2) en of er voor het totale gebied sprake is van max. 30% voor verblijfsrecreatie en waarvan maximaal 13% mag worden bebouwd (zie beleidskader in hoofdstuk 2 van deze visie).
Type
% in eenheden
% in m2
Eenheden aantallen
In m2
Recreatiewoningen
47%
64%
152
Ong. 13.500
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
2%
5%
7
Ong. 1.000
Hotelkamers / appartementen
0%
0%
0
-
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping
50%
31%
162
Ong. 6.500
Totaal
100%
100%
321
Ong. 21.000
14
1.3
Dagrecreatieve voorzieningen
Het aandachtsgebied zou goed gedijen bij drie tot vijf toeristische knooppunten met dagrecreatieve voorzieningen (belevingspunten). Door strategische punten te kiezen kunnen deze knooppunten bijdragen aan doorstroming en verbinding in het gebied. Recreanten gaan van punt tot punt en kunnen zo het gehele gebied beleven. Hier geldt dat meer intensieve voorzieningen passen aan de Rampweg en meer extensieve voorzieningen landinwaarts een plek kunnen krijgen. Het is met name voor de huidige ondernemers en initiatiefnemers kansrijk om deze knooppunten te ontwikkelen. Maar ook nieuwe ondernemers kunnen dit rendabel exploiteren. De financiering en het beheer van de dagrecreatieve voorzieningen zijn voor rekening van de ondernemers.
Inspiratie • Beach fun zoals midgetgolf, strandspeeltuin, openlucht fitness en terras aan Rampweg; • Levendige natuurspeelplaats in de buurt van de Rampweg; • Boerderij / landgoed met streekproducten, meer landinwaarts; • Pluktuin / moestuin en/of maïsdoolhof meer landinwaarts, bijv. omgeving / bij landhuis De Helle; • Natuurpoort, meer landinwaarts, bijv. bij De Helle; • Het huidige Slot Moermond, met meer luxe voorzieningen
15
1.4
Consumptieve horeca
Het is niet nodig om bij voorbaat zelfstandige horeca (consumptief) aan te trekken naar het gebied. Diverse vakantieparken aan de Rampweg beschikken al over horecavoorzieningen. Renesse heeft bovendien veel horeca-aanbod en consumptieve horeca. Horeca in de buitengebieden wordt in eerste instantie niet als zeer kansrijk beschouwd (Marktonderzoek Horeca Schouwen-Duiveland, 2017). Daarnaast zijn er diverse strandpaviljoens die goed passen in de visie van een intensievere beleving aan de kust. Horeca is doorgaans afgeleid van gastenconcentraties in een gebied. Consumptieve horeca is dan ook ondersteunend aan de visie, niet leidend. Eigentijds en authentiek Als er nieuwe horecavoorzieningen worden toegevoegd, is het belangrijk dat dit kwalitatief goede, hoogwaardige horeca is (aspiratie: eerder een sterren- dan een buffetrestaurant). Op die manier is het aanvullend op het bestaande aanbod. De horeca moet volgens het Marktonderzoek Horeca (2017) eigentijds zijn, maar ook aansluiten bij de authenticiteit die gasten vragen. Hier valt te denken aan een streekeigen visrestaurant. Ook hier geldt dat de financiering van de ontwikkeling en exploitatie geheel voor rekening van de ondernemers komt. We zien logische marktkansen voor nieuwe toekomstige horeca-ontwikkelingen op enkele locaties: •
•
Aan de Rampweg. Horeca kan hier een impuls geven aan de kustbeleving van de Rampweg. Vooral de huidige ondernemers aan de Rampweg kunnen hier invulling aan geven door bijvoorbeeld gemakkelijk bereikbare terrassen te creëren; Rondom de toeristische knooppunten. Daar waar activiteiten en ook recreanten zich concentreren is het goed denkbaar dat toekomstige horeca zich ontwikkelt.
16
1.5
Retail
Voor invulling van retail is in deze gebiedsvisie geen ruimte. De nabijheid van de kernen Renesse en Scharendijke maakt dat dit niet nodig is. Bovendien past het niet bij de landschappelijke invulling van het gebied. Ook uit de analyse en brainstorms met verschillende partijen is naar voren gekomen dat retail in dit gebied niet wenselijk is. Er zou hooguit ruimte kunnen zijn voor kleinschalige retail die ondersteunend is aan de verblijfsrecreatie en/of de recreatieve knooppunten: winkelcorners voor de vergeten boodschappen, broodjesservice, streekproducten en vakantie-verstrooiing.
17
1.6
Economische impact van het verblijfs-recreatieve programma
Het geschetste toeristisch-recreatieve programma legt sterke nadruk op het verblijfsrecreatieve deel. Dit zal ook zorgen voor de meeste (economische) impact. Deze en volgende pagina’s geven weer wat de economische impact is van het verblijfsrecreatieve programma. Daarbij is steeds gekeken naar een minimale variant en een maximum variant. De eenheden die daarbij zijn aangehouden, staan in onderstaande tabel. Het gaat hierbij om het programma dat wordt toegevoegd aan de bestaande bedrijven. Logiesvorm
Minimaal aantal eenheden
Maximaal aantal eenheden
Recreatiewoningen
60
100
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
10
20
Hotelkamers / appartementen
65
120
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping
70
130
Totaal
205
370
18
Impactraming toeristisch programma De uitgangspunten voor onderstaande impactraming zijn: • Berekening economische betekenis conform Impactmodel Vrijetijdssector (zie voor uitleg 2.2); • De economische betekenis heeft betrekking op de sectoren logies, detailhandel, entree en vervoer. Het minimale voorgestelde programma levert daarmee ongeveer € 9 miljoen op; het maximale voorgestelde programma rond de € 16 miljoen. Aan toeristenbelasting is dit tussen de € 200.000 en € 360.000. Logiesvorm
Economische betekenis per eenheid (incl. logies)
Economische betekenis minimaal aantal eenheden
Economische betekenis maximaal aantal eenheden
Recreatiewoningen (gem. 4,5 pers.)
± € 60.000,-
€ 3,6 miljoen
€ 6,1 miljoen
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
± € 150.000,-
€ 1,5 miljoen
€ 3,0 miljoen
Hotelkamers / appartementen (gem. 3 pers.)
± € 50.000,-
€ 3,5 miljoen
€ 6,5 miljoen
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping (gem. 3 pers.)
± € 5.000,-
€ 400.000,-
€ 700.000,-
± € 9 miljoen
± € 16,3 miljoen
Totaal
19
Werkgelegenheid toeristisch programma • •
•
Het voorgestelde toeristisch-recreatieve programma levert extra werkgelegenheid op; Uitgaande van de minimale aantal eenheden per type accommodatie levert dit rond de 110 banen op. En uitgaande van de maximale aantal eenheden komt dit neer op rond de 200 banen; Hiermee geeft het voorgestelde toeristisch-recreatieve programma, dat invulling geeft aan de gebiedsvisie, een mooie impuls aan het gebied. Logiesvorm
Werkgelegenheid bij minimaal aantal eenheden (FTE, direct en indirect)
Werkgelegenheid bij maximaal aantal eenheden (FTE, direct en indirect)
Recreatiewoningen (gem. 4,5 pers.)
40
70
Groepswoningen (gem. 12 pers.)
20
35
Hotelkamers / appartementen (gem. 3 pers.)
45
85
Toer. / camper / (eco)lodges / glamping (gem. 3 pers.)
4
8
± 110
± 200
Totaal
20
02 Marktonderzoek
21
2.1
Marktperspectief
Inleiding In 2019 bezocht ruim 7% van de ruim 20 miljoen inkomende toeristen de Provincie Zeeland. Zeeland was met NoordHolland daarbij de enige provincie in Nederland die meer internationale gasten dan Nederlandse gasten trok (bron: CBS Logiesaccommodaties). Het inkomende toerisme nam door de coronacrisis in 2020 weliswaar af met ruim 60%, maar Zeeland bleef in beeld en trok in dat jaar zelfs 11% van de inkomende toeristen. Ook wisten heel veel Nederlanders de weg naar Zeeland te vinden in 2020, mede omdat buitenlandse vakanties minder goed mogelijk waren. Kortom: Zeeland stond al op de kaart bij de buitenlandse gast, maar is in het afgelopen jaar ook door de Nederlander herontdekt. NBTC Holland Marketing formuleerde enkele jaren geleden een groeiverwachting voor het binnenlandse en buitenlandse toerisme1. Met name het buitenlands toerisme zou naar verwachting van het NBTC fors groeien. Door de coronacrisis is hier zeker voor intercontinentale markten weliswaar een (tijdelijke?) pas op de plaats gemaakt, maar omdat Zeeland vooral afhankelijk is van Belgen en Duitsers (circa 95% van de buitenlandse gasten in Zeeland) raken de gevolgen van de coronacrisis Zeeland ook op de (middel-)lange termijn naar verwachting minder hard. De gemeente Schouwen-Duiveland wil, ook in lijn met de Kustvisie, grip houden op de ontwikkeling van de sector, wat noopt tot het maken van keuzes.
In deze bijlage wordt een indicatie van het marktpotentieel gegeven voor een aantal accommodatietypen, te weten hotels, bungalows, groepswoningen, campings (stacaravans/chalets) en campers. Hierbij wordt rekening gehouden met vigerend gemeentelijk beleid. Vanuit een marktanalyse van de ontwikkeling van vraag en aanbod wordt het groeipotentieel geschetst, mede op basis van economische ontwikkelingen, demografische trends en karakteristieken van Zeeland. Dit leidt vervolgens tot een indicatie van het groeipotentieel per accommodatievorm. 1
Bron: NBTC Holland Marketing, Perspectief 2030 – Bestemming Nederland
22
Marktanalyse
Figuur 1. Aandeel slaapplaatsen naar type 2%
Meer dan helft slaapplaatsen op Schouwen-Duiveland op kampeerplaatsen Kenniscentrum Kusttoerisme voert periodiek een inventarisatie uit van het verblijfsaanbod in de Provincie Zeeland uitgevoerd. De gemeente SchouwenDuiveland beschikt over circa 118.000 slaapplaatsen2, met daarbij:
10%
• Circa 60% van de slaapplaatsen bevindt zich op kampeerterreinen. Er zijn in de gemeente ongeveer evenveel toeristische kampeerplaatsen (reguliere kampeerplaatsen, seizoenplaatsen, bijzondere accommodaties) als jaarplaatsen; • Bijna 30% van het aanbod is vakantiewoningen, chalets en appartementen. Dit aanbod is te vinden op parken met bedrijfsmatige verhuur, maar ook op tweedewoningparken en als losse eenheden. Ongeveer een derde van het aanbod wordt bedrijfsmatig verhuurd; • Ongeveer 10% van de slaapplaatsen zijn in jachthavens. Het merendeel van deze plaatsen zijn vaste ligplaatsen. • Het aantal slaapplaatsen in hotelkamers, B&B-kamers en pensions neemt een bescheiden aandeel in het totaal (circa 2%) in.
30%
10%
19%
29%
Toeristische kampeerplaatsen (incl. bijzondere accommodaties) Jaarplaatsen Vakantiewoningen/chalets/appartementen (particulier bezit) Vakantiewoningen/chalets/appartementen (bedrijfsmatige verhuur) Ligplaatsen jachthavens Kamers (hotels/pensions/B&Bs) Bron: Kenniscentrum Kusttoerisme via Gemeente Schouwen-Duiveland, bewerking ZKA. Voor jachthavens is per ligplaats 3,5 slaapplaatsen gehanteerd. Seizoenplaatsen zijn tot de toeristische kampeerplaatsen gerekend.
2
Bron: Kenniscentrum Kusttoerisme, peilmoment maart 2021.
23
Toename vraag verblijfstoerisme op SchouwenDuiveland In de afgelopen jaren is het aantal overnachtingen op Schouwen-Duiveland toegenomen. Uit de tabel rechts zijn de volgende conclusies te trekken: • De totale vraag groeide tussen 2016 en 2019 met gemiddeld 3,0% per jaar. Met name het toeristisch verblijf ontwikkelde zich in genoemde jaren positief, met gemiddeld 4,6% per jaar; • De absolute groei van het aantal overnachtingen was in de periode 2016-2019 het sterkst op campings, van 1,25 miljoen naar bijna 1,6 miljoen overnachtingen; • Het aantal overnachtingen van vaste gasten nam in de meeste sectoren (licht) toe tussen 2016 en 2019. Alleen de bungalowparken bleven licht achter qua groei. De vaste verblijfsmarkt bleef relatief stabiel; • De omvang van de toeristen- en forensenbelasting in 2020 is nog onbekend. In de tabel rechts is op basis van de beschikbare bronnen (o.a. provinciale cijfers CBS) een raming uitgevoerd voor het coronajaar. Door restricties aan reisgedrag en opening van bedrijven is het aantal overnachtingen aanmerkelijk lager.
Tabel 1. Ontwikkeling overnachtingen Schouwen-Duiveland 2016
2017
2018
2019
2020
GROEI PER JAAR 20162019
TOERISTISCH VERBLIJF
3.000.800
3.085.600
3.284.200
3.428.900
2.892.600
4,6%
-15,6%
CAMPINGS
1.256.600
1.309.500
1.417.000
1.599.500
1.463.500
8,4%
-8,5%
HOTELS EN PENSIONS
346.400
367.000
382.300
372.900
268.900
2,5%
-27,9%
BUNGALOWPARKEN
1.044.200
1.020.400
1.059.600
1.014.200
785.000
-1,0%
-22,6%
PARTICULIERE VERHUUR
310.900
348.600
383.700
403.400
336.800
9,8%
-16,5%
PASSANTEN IN JACHTHAVENS
42.700
40.100
41.600
38.900
38.900
0,6%
0,0%
VASTE GASTEN
2.119.900
2.126.000
2.148.400
2.151.100
1.731.900
0,7%
-19,5%
VASTE STAANPLAATSEN
1.432.100
1.440.300
1.452.900
1.465.300
1.172.200
0,8%
-20,0%
VASTE LIGPLAATSEN
110.600
107.100
113.600
110.300
99.300
-0,1%
-10,0%
TWEEDE WONINGEN
577.200
578.600
581.900
575.500
460.400
-0,1%
-20,0%
5.120.700
5.211.600
5.432.600
5.580.000
4.624.500
3,0%
-17,1%
TOTAAL
ONTW. 20192020
Bronnen: • Kenniscentrum Kusttoerisme (2019). Toerisme op Schouwen-Duiveland. Omvang en economisch belang 2016-2017-2018 • Cijfers over 2019 aangeleverd door Kenniscentrum Kusttoerisme • Cijfers over 2020 geraamd door ZKA o.b.v. ontwikkeling provinciale cijfers CBS. Voor de particuliere verhuur is de ontwikkeling van de omzet van hotels, B&B’s en groepsaccommodaties uit de analyse van Kenniscentrum Kusttoerisme aangehouden (bron: Economische impact coronacrisis op Zeeuwse vrijetijdssector). De ontwikkeling van de overnachtingen door vaste gasten is geraamd aan de hand van de periode waarin bezoek aan bijvoorbeeld de tweede woning/jaarplaats verboden was (in gunstigste geval ca. 4 weken) en het profiel van de vaste gast (Nederlander, Duitser, Belg).
24
Ontwikkelingen Schouwen-Duiveland grotendeels in lijn met recente landelijke trends De trends in de toeristische sector op Schouwen-Duiveland weerspiegelen deels landelijke (kwantitatieve en kwalitatieve) trends1: • Het aantal overnachtingen in hotels en pensions groeide in recente jaren gemiddeld per jaar iets minder hard dan in de Provincie Zeeland. Landelijk was de groei nog iets groter, ook exclusief Amsterdam. Hotels bedienen niet alleen een toeristische maar ook een zakelijke markt. Deze is minder omvangrijk in Zeeland dan in (meer stedelijke) gebieden elders in het land3; • Het verblijf op bungalowparken groeide minder hard dan landelijk of provinciaal. De groei in deze sector is grotendeels aanbodgedreven. Nieuwe parken sluiten het beste aan bij de eisen die de consument aan de kwaliteit van parken stelt. Op Schouwen-Duiveland zijn de laatste jaren echter weinig nieuwe parken ontwikkeld, terwijl in andere delen van Zeeland hier wel nadrukkelijk sprake van was. In coronajaar 2020 had de deelmarkt te lijden onder perioden van sluiting en een terugval van buitenlandse vraag; • De groei in de kampeersector t/m 2019 is opvallend gezien de landelijke (en provinciale) trend van stilstand tot zelfs achteruitgang.
Mogelijk heeft dit te maken met de trend waarbij reguliere kampeerplaatsen worden omgezet naar luxere kampeervormen (zoals glamping), wat tot nieuwe doelgroepen leidt. Bovendien waren de zomers van 2018 en 2019 relatief goed, wat niet onbelangrijk is gezien de kwaliteiten van SchouwenDuiveland. Ook de campermarkt heeft in de afgelopen jaren een vlucht genomen. In Nederland waren eind 2020 bijna 140.000 campers, sinds 2015 is het aantal campers daarmee met 49% gestegen4. De kampeersector merkte in 2020 wel enig effect van de coronacrisis, maar dit effect was kleiner dan in andere sectoren. Voor Schouwen-Duiveland zijn we van de provinciale ontwikkeling in overnachtingen uitgegaan. 3
Zie tabel 3 voor meer inzicht in de ontwikkeling in overnachtingen in Zeeland en Nederland.
4
Bron: BOVAG en Kampeer- en Caravanindustrie
25
• De forse jaarlijkse groei aan overnachtingen bij particuliere verhuurders op Schouwen-Duiveland in de jaren 2016 t/m 2019 sluit aan op markttrends. Particuliere verhuurders zijn onder meer beter in staat de toerist te bereiken via online platforms als Airbnb en HomeAway. Toeristen zijn daarnaast steeds vaker op zoek naar een unieke ervaring in een kleinschalige accommodatie. Ook in 2020 bleven dergelijke verhuurmogelijkheden in trek, omdat afstand houden in een particuliere accommodatie makkelijker is dan op een grootschalig park. Wel waren er perioden met minder reizen; • Het aantal jaar- en seizoenplaatsen is in de afgelopen tien jaren met een derde afgenomen op SchouwenDuiveland5. Enerzijds past dit bij de maatschappelijke trend waarin minder belang wordt gehecht aan bezit van recreatiemiddelen als een stacaravan of een boot, anderzijds is dit een gevolg van vraagverschuiving. Zo zijn standplaatsen ruimer gemaakt (met minder plaatsen tot gevolg) en zijn de plaatsen getransformeerd naar verhuureenheden of zelfs vakantiewoningen. Op basis van het onderzoek ‘Toekomst van de vaste gast’ concludeerde CELTH dat de landelijke vraag naar jaar- en seizoenplaatsen verder zou afnemen6. Op Schouwen-Duiveland is deze licht dalende trend niet meer zichtbaar.
Dit is in lijn met observaties van Kenniscentrum Kusttoerisme, dat in eerder genoemd onderzoek meldde dat op provinciaal niveau vraag en aanbod inmiddels in balans zijn. Mogelijk zorgt de coronacrisis voor een opleving in de aantrekkelijkheid van eigen bezit van accommodaties, maar het is onwaarschijnlijk dat dit zich op de langere termijn doorzet.
5
Bron: Kenniscentrum Kusttoerisme (2018). Vaste gasten in Zeeland.
6
Bron: CELTH (2016). Toekomst van de vaste gast.
26
Groeipotentieel Het groeipotentieel per deelmarkt is van meerdere factoren afhankelijk. Die factoren zijn niet alleen te relateren aan de voorkeuren van de consument, maar ook aan factoren zoals tijd en financiën. Ook de coronacrisis speelt enige rol. In deze paragraaf worden de meest belangwekkende factoren op een rij gezet, waarna per deelmarkt een indicatie van de marktruimte wordt gegeven. Algemene ontwikkelingen • Groei inkomend toerisme: vóór de coronacrisis voorspelde NBTC Holland Marketing dat het aantal buitenlandse gasten tot en met 2030 zou groeien met minstens 50%, naar circa 29 miljoen gasten per jaar7. Hoewel de coronacrisis voor een onderbreking in deze ontwikkeling zorgde, is de verwachting dat het inkomend toerisme op termijn zal terugkeren. Zeker in Zeeland, dat met name van de Duitse en Belgische gast afhankelijk is. In 2019 bezocht ruim 7% van de bijna 19 miljoen inkomende toeristen de Provincie Zeeland8. Zeeland was met Noord-Holland daarbij de enige provincie in Nederland die meer buitenlandse gasten dan Nederlandse gasten trok. Omdat Zeeland in de pre-coronajaren vooral bezocht werd door Belgen en Duitsers 8
NBTC Holland Marketing (2018). Perspectief 2030
7
Bron: CBS Logiesaccommodaties
(circa 95% van de buitenlandse gasten in Zeeland) raakt de verwachte groei van het inkomend toerisme ook Zeeland, en is het realistisch dat deze doelgroepen vrij snel na afloop van de crisis terugkeren. In de tussentijd compenseert de binnenlandse vraag het wegvallen van deze herkomstmarkten; • Onzekerheid economische situatie: in de afgelopen jaren kenden Nederland en omringende landen een sterke economische groei. De coronacrisis bracht hier een kentering in, met in 2020 economische krimp. Overheidssteun in diverse landen verzachtte de economische terugval, waardoor de prognoses op de middellange termijn (van onder meer het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank) positief zijn. Wel blijft de onzekerheid, omdat nog onduidelijk is wanneer de samenleving terugkeert naar haar reguliere economische activiteit. Economische onzekerheid kan ook in het voordeel zijn van Zeeland: vakanties dichterbij huis kunnen tijdens dergelijke perioden als substituut dienen voor vakanties verder weg.
27
Voorkeuren van de consument De voorkeuren van de consument zijn altijd in ontwikkeling. De belangrijkste ontwikkelingen voor het groeipotentieel per deelmarkt zijn de volgende: • Tegenstelling in behoefte aan beleving en luxe versus ontspanning en rust: in recente jaren is de tendens ontstaan dat de toerist meer kwaliteit en luxe wil tijdens een vakantie. Toeristen durven hogere eisen te stellen aan de voorzieningen in de accommodatie, maar ook aan het totaalproduct. Er moet wat te beleven zijn. Zowel de hotelsector als de verblijfsrecreatie kan hierop inspelen, mede met behulp van speciale overnachtingsvormen. Als tegenreactie zijn andere typen toeristen door de stressvolle maatschappij juist op zoek naar ontspanning en rust, met voorkeur voor een verblijf in een authentieke, pure, onbedorven omgeving. Hierop sluiten juist meer kleinschalige accommodaties en/of (natuur)campings aan; • Vergrijzing en vakanties met de hele familie: al geruime tijd neemt de vergrijzing in Nederland toe. Ouderen blijven daarbij langer actief dan vroeger, wat effect heeft op de verblijfsvraag. Deze groep consumenten heeft immers tijd om op vakantie te gaan, en vaak ook
de financiële middelen. Accommodaties moeten dus steeds meer rekening houden met de wensen van de oudere verblijfsgast, zodat die gast een aangenaam verblijf kan hebben. De oudere verblijfsgast gaat ook steeds vaker op vakantie met het hele gezin (3-generatie vakanties). In de afgelopen jaren is hierop ingespeeld door de realisatie van meer groepswoningen, ook als onderdeel van vakantieparken. • Coronacrisis zorgt voor (tijdelijke?) onderbreking van trends: de toename in mogelijkheden om verre bestemmingen te bereiken zorgde er vóór de coronacrisis voor dat, met name onder jongere gezinnen, bezit van een stacaravan op een vaste standplaats steeds minder belangrijk werd. Ook het bezit van een boot, dat in de regel gepaard gaat met fiks onderhoud (tijd en geld), boette aan populariteit in. Daar stond tegenover dat de consument steeds vaker op vakantie ging, vaak voor korte perioden. De coronacrisis zorgde ervoor dat bezit van eigen accommodaties en boten in elk geval tijdelijk weer in the picture staat. Het is aannemelijk dat ook op de middellange termijn vakantie en bezit van eigen vakantiemiddelen in Nederland gewaardeerd blijft, maar buitenlandse vakanties zullen op termijn terugkeren.
28
Marktperspectief In deze paragraaf is het marktperspectief per accommodatietype geraamd. Dit marktperspectief moet als een eerste indicatie worden gezien, omdat recent alleen voor de hotelmarkt een uitvoerig onderzoek op provinciaal niveau is uitgevoerd. Voor deze deelmarkt is dus meer concrete informatie beschikbaar, maar voor de andere deelmarkten geldt dat niet en is het marktperspectief dus ook kwalitatief beschreven. Toeristisch kamperen (incl. camperplaatsen) De landelijke trend wat betreft toeristisch kamperen was tot op enkele jaren geleden licht negatief, mede vanwege de toegenomen vraag naar luxe. Onder invloed van enkele goede zomers werd het tij gekeerd, en tijdens de coronacrisis boden campings een betaalbaar alternatief in eigen land. Op Schouwen-Duiveland groeide in de afgelopen jaren het aantal overnachtingen, en was de ontwikkeling dus positiever dan het sectorale gemiddelde. Hierdoor beschouwen wij het perspectief voor de sector als gemiddeld tot positief. Een bijzondere kampeervorm met een iets hoger luxeniveau past wel bij de trends in de markt, en kan, mits voldoende onderscheidend vermogen, een verrijking van het aanbod betekenen. Daarnaast is de campermarkt, ook in de coronacrisis, sterk groeiende. Naar verwachting zet deze groei zich in de komende jaren door.
Het aantal benodigde plaatsen voor Schouwen-Duiveland is echter lastig vast te stellen, omdat o.m. gegevens over (piek-)bezetting ontbreken. Daarnaast kunnen campers in het geval van een volledige bezetting van camperplaatsen vaak ook op reguliere kampeerplaatsen terecht.
29
Stacaravans en chalets op jaarplaatsen Het perspectief voor stacaravans en chalets op jaarplaatsen is voor de middellange termijn als licht negatief ingeschaald. Na een periode van forse afname aan plaatsen is de balans tussen vraag en aanbod teruggekeerd en was zelfs sprake van een bescheiden groei in overnachtingen op deze plaatsen op Schouwen-Duiveland in de meest
betekent dat de aanbodtoename is geabsorbeerd door de markt10. De groei van het buitenlands toerisme speelde hier een belangrijke rol in. Tijdens de coronacrisis stond de bezetting op jaarbasis meer onder druk, door perioden van sluiting tijdens de eerste lockdown (maartbegin mei 2020). Ook leidden overheidsmaatregelen in buurlanden België en Duitsland tot minder buitenlandse overnachtingen. De
recente jaren. De coronacrisis heeft ook voor een herwaardering van eigen bezit gezorgd, maar het is de verwachting dat op termijn buitenlandse vakanties weer terugkeren in de reispatronen van de consument. Jongere generaties zijn tevens minder gehecht aan bezit, waardoor een stacaravan op de langere termijn een minder interessante accommodatievorm is.
verwachting is echter dat deze deelmarkt – zeker op provinciaal niveau- na de crisis wederom gaat groeien, omdat het product Zeeland nog steeds in trek is.
Bungalows en groepswoningen Omdat groepswoningen steeds vaker in bungalowparken worden geïntegreerd, is de marktruimte voor deze deelsectoren samen beschouwd. In de afgelopen jaren zijn in Zeeland verschillende nieuwe parken ontwikkeld, voor toeristisch gebruik en voor gebruik als tweede woning. De toevoeging heeft op basis van gegevens van het CBS tot en met 2019 niet tot een verslechtering van de bezetting geleid, wat
9
Zie tabel 4 voor de bezettingsgraden in 2014 en 2018.
Op Schouwen-Duiveland zijn in de afgelopen jaren relatief weinig ontwikkelingen gerealiseerd. Ook enkele grootschalige plannen zijn uiteindelijk niet gerealiseerd. De gast wordt steeds veeleisender wat betreft het luxeniveau van een woning en de voorzieningen op het park. De kwaliteit van het huidige aanbod wordt geborgd door herinvesteringen, om in te spelen op nieuwe trends en luxeniveaus is de ontwikkeling van nieuwe parken met onderscheidende concepten (op de huur- en/of koopmarkt) mogelijk. Groepswoningen spelen daarin een rol door het belang van meergeneratievakanties. Uit een benchmark onder vakantieparken die in de afgelopen jaren zijn gerealiseerd in Nederland blijkt dat circa 10% van het aantal eenheden voor 10 of meer personen zijn.