CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20221101 Raadsbrief Ontwerpbestemmingsplan De Dreef Renesse Bijlage 1 plandocument

Gemeenteraad 24 november 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken29.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De drie nieuwe recreatieve verblijfseenheden zijn geen geluidgevoelige objecten op basis van de Wet geluidhinder. Dat neemt niet weg dat het waarborgen van een goed verblijfsrecreatief klimaat echter gewenst is. Op deze gronden waren voorheen reeds recreatieve verblijfsobjecten toegestaan. De locatie is niet gelegen binnen wettelijke geluidzones van wegen. De Wilhelminaweg betreft een 30 km/u weg met bovendien enkel lokaal bestemmingsverkeer met een zeer lage verkeersintensiteit. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Met de verplaatsing van de supermarkt wijzigt de verkeersgeneratie en de afwikkeling van het verkeer, zie paragraaf 4.8. Op de wegen met woonfuncties, in het centrum en aan de Stoofweg, is veelal sprake van een afname van het verkeer dan wel een beperkt verschil in de huidige en toekomstige situatie. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai als gevolg van het planvoornemen op geluidgevoelige functies in de omgeving is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Milieuhinder en bedrijven

Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd ter plaatse van de woningen;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de eventueel in de omgeving aanwezige bedrijven/inrichtingen. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

59

Voor de beoordeling is het van belang om te weten of het gebied getypeerd kan worden als een rustige woonwijk of een gemengd gebied. Een gemengd gebied wordt als volgt getypeerd: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven". Onderzoek In de beoogde situatie worden drie vakantiehuisjes, een supermarkt met detailhandel en parkeerterrein gerealiseerd. Hiermee worden zowel milieugevoelige als milieuhinderlijke functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG‐brochure. In het plangebied en de omgeving daarvan zijn woningen, bedrijven, horeca en centrumfuncties gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'gemengd gebied'. Een recreatief verblijf is een milieugevoelig object. In het vigerende bestemmingsplan is de beoogde locatie al bestemd als 'Wonen'. Ten westen bevinden zich diverse centrumfuncties die al door de huidige bestemming beperkt worden. Daarnaast is een recreatief verblijf ook een milieuhinderlijke functie. Volgens de VNG‐lijst vallen deze activiteiten onder milieucategorie 1. Deze activiteiten zijn in gemengd gebied toelaatbaar direct grenzend aan woonbestemmingen. In principe geldt voor een supermarkt, gelegen in 'gemengd gebied' een richtafstand van 0 meter tot geluidgevoelige objecten zoals woningen.

Voor een parkeerterrein geldt een richtafstand van 10 meter in 'gemengd gebied' en 30 meter in een rustige woonwijk. De meest nabij gelegen gevoelige functie betreft de woning aan de Stoofweg 6, op ruim 40 meter van het beoogde parkeerterrein. Aan de richtafstanden wordt voldaan. Het laden en lossen ten behoeve van de supermarkt vindt plaats aan de oostzijde van het gebouw. Dit betreft een uitpandige onoverdekte expeditie, die afgescheiden wordt met een groen scherm. Echter, het vrachtverkeer naar deze laad‐ en losruimte toe en het rijden met winkelwagens kan tot hinder leiden, wanneer er (vakantie)woningen op korte afstand aanwezig zijn. Ook de verkeersbewegingen en het dichtslaan van portieren van personenauto's op het parkeerterrein kan een aanvullende geluidsbelasting opleveren. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarom besloten een akoestisch onderzoek inrichtingslawaai uit te voeren. In 2019 is reeds gestart met de uitvoer van dit onderzoek. Uit de berekeningen blijkt dat bij de onderzochte (vakantie)woningen in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat, ten gevolge van de ontwikkeling. Op basis van de nieuwste inrichting en verkeerssituatie is het akoestisch onderzoek geactualiseerd, zie bijlage 12.

Uit het onderzoek blijkt dat de VNG‐richtwaarde van 50/45/40 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dag‐, avond‐ en nachtperiode niet wordt overschreden en daarmee ook wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit. Door de verplaatsing van de Jumbo in Renesse en aanpassingen aan het bestaande transferium ontstaat er (extra) geluid vanwege de bezoekers van de supermarkt en de uitbreiding van het transferium (vervangende parkeerplaatsen). Een deel van het bestaande transferium wordt parkeerterrein voor de Jumbo. Door de relatief grote afstand tot omliggende woningen zijn de geluidniveaus in de omgeving aanvaardbaar. Conclusie Aan de richtafstanden wordt voldaan. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd. Ter plaatse van de vakantiehuisjes en de woningen in de omgeving is sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

60

4.11

Luchtkwaliteit

Beleid en normstelling De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.11. weergegeven. Tabel 4.11. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van stikstofdioxide (NO2)) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24‐uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³

NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek Aangezien slechts sprake is van een beperkte wijziging van het aantal verkeersbewegingen, zie paragraaf 4.8, is sprake van een ontwikkeling die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De ontwikkeling is aan te merken als 'Niet in betekende mate'. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarnaast een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de N57 Dammenweg, zie figuur 4.11.1. Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen.

Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan en vanwege de ligging van het plangebied (in het westen van de provincie Zeeland), liggen de concentraties ter plaatse van het plangebied ruimschoots onder de grenswaarden. Doordat de concentraties ter plaatse van het plangebied en de aard en omvang van de ontwikkeling (enkel beperkte toevoeging van verkeer) ruimschoots onder de grenswaarden liggen, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

61

Figuur 4.11.1 Uitsnede NSL tool (plangebied globaal met paars aangegeven) Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet belemmert. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon‐ en leefmilieu ter plaatse.

4.12

Externe veiligheid

Beleid en normstelling Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:  bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. Ten aanzien van deze aspecten moeten de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

62

Buisleidingen Relevant is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen te vinden. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats via het spoor, het water of door buisleidingen. Wel bevindt zich ten zuiden en ten oosten van het plangebied de weg N57 op een afstand van circa 3,4 kilometer. Het invloedsgebied van deze weg wordt bepaald door de maatgevende stof GF3 en bedraagt 355 meter. Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied. Het groepsrisico hoeft niet inzichtelijk te worden gemaakt.

Figuur 4.12.1 Uitsnede professionele risicokaart Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.13

Kabels en leidingen

Beleid en normstelling Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: a. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; b. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; c. defensiebrandstoffen; d. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink‐ en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

63

De Wet informatie‐uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’ bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water‐, elektriciteit‐ en gasleidingen, telefoonlijnen en olie‐ en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Wel is sprake van de aanwezigheid van een hoofdriool. Vanwege de realisatie van de supermarkt wordt dit hoofdriool deel verlegd, zodat deze buiten de contour van de bebouwing komt te liggen en bereikbaar blijft. De ontwikkeling vormt zodoende geen belemmering voor kabels en leidingen.

4.14

Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie

Beleid en normstelling Op dit moment zijn er een aantal transities die onder het begrip duurzaamheid vallen. De energietransitie, (het terugbrengen van de CO2 uitstoot door van fossiele energie over te gaan op hernieuwbare en duurzame energie) de ruimtelijke adaptatie voor de klimaatverandering (het aanpassen van de openbare ruimte om de negatieve effecten van de klimaatverandering te verkleinen of zelfs weg te nemen) en de overgang naar kringloopeconomie (gericht op het hoogwaardig hergebruiken van producten en grondstoffen). Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden aan deze ontwikkelingen getoetst en indien mogelijk zal op deze ontwikkelingen geanticipeerd moeten worden. Energie Bij deze nieuwe ontwikkeling wordt aandacht besteed aan de energie‐infrastructuur en de gemeentelijke doelstelling hieromtrent. Bij nieuwbouw wordt gevraagd extra aandacht te besteden aan isolatie, duurzaam en gasloos bouwen. Via het Bouwbesluit geldt een wettelijke verplichting om bij ontwikkelingen aandacht te besteden aan duurzaamheid. Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen. In Nederland wordt de energieprestatie voor elke bouwaanvraag vanaf 1 januari 2021 uitgedrukt in drie energieprestatie‐indicatoren. De energieprestatie‐indicatoren zijn:  De energiebehoefte‐indicator in kWh/m² (BENG‐1).  De fossiele energie‐indicator in kWh/m² (BENG‐2).

 Het aandeel hernieuwbare energie in % (BENG‐3). Ten aanzien van het vervullen van de duurzaamheidsambitie van de gemeente Schouwen‐Duiveland levert de ontwikkeling op De Dreef ook een aanzienlijke bijdrage in haar ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Zowel de supermarkt alsmede de woning en het bestaande zomerhuis en tevens het pand van de huidige supermarkt worden daarom gasloos gemaakt, waarbij de supermarkt tevens zal voldoen aan de geldende BENG norm. Het dak van de nieuw te bouwen supermarkt alsmede de woning op De Dreef zijn geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen welke bijdragen aan de beoogde gemeentelijke doelstellingen op het gebied van energie.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

64

Klimaatadpatatie/biodiversiteit Om zoveel mogelijk bij te dragen aan biodiversiteit en natuur inclusief bouwen zijn in het plan op een aantal plaatsen in het plan nest‐ en vleermuiskasten geïntegreerd in de nieuwbouw. De biodiversiteit in het gebied De Dreef wordt bevordert door te kiezen voor gebiedseigen beplanting en een variatie in beplanting. Op deze manier wordt de biodiversiteit in het gebied bevorderd en daarmee behouden en versterkt. Daarnaast wordt het aanwezige groen versterkt dat bijdraagt aan de verkoeling van de bebouwde omgeving. Verhardingen worden daarnaast waar mogelijk uitgevoerd als halfverharding en waterdoorlatende bestrating. Kringloopeconomie Bij het uitwerken van het ontwerp van de nieuwe supermarkt is het streven om te kijken naar het gebruik van zoveel mogelijk circulaire bouwmaterialen. Momenteel worden de mogelijkheden om biobased bouwmaterialen in te zetten bij de bouw van de nieuwe supermarkt onderzocht. Zo wordt gekeken naar mogelijkheden om met houten spanten te gaan werken als frame voor de supermarkt en dagwinkels, en worden de kansen om het gevelpakket en wanden te maken van houtwolcement onderzocht. Toetsing De toetsing van de duurzaamheidsdoelstelling van de nieuw te bouwen supermarkt wordt getoetst middels het berekenen van de energieprestatie‐ indicatoren van het project volgens de BENG methode.

Een afschrift hiervan wordt bijgevoegd bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voor de berekening van de energieprestatie zal een gespecialiseerd installatietechnisch adviesbureau worden betrokken. De bestaande woning en zomerhuis op het perceel van boerderij De Dreef zullen worden gerenoveerd waarbij het uitgangspunt is om deze gasloos uit te voeren waarbij gedacht wordt aan het toepassen van elektrische luchtwarmtepompsystemen in combinatie met zonnepanelen. Ook voor de supermarkt wordt ten behoeve van de verwarming gedacht aan een elektrische luchtwarmtepompsysteem. Deze zullen, vanwege het karakter van de werkzaamheden niet vergunningplichtig zijn en derhalve niet middels de BENG methodiek worden beoordeeld. Ten aanzien van klimaatadaptatie en biodiversiteit worden de genomen maatregelen meegenomen zoals nest‐ en vleermuiskasten op tekening aan te geven en opnemen in de aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast wordt het nieuwe parkeerterrein halfverhard uitgevoerd. Op het vlak van circulair en biobased bouwen worden de kansen voor toepassing hiervan onderzocht, initiatiefnemer laat zich hier in laten adviseren door een adviseur duurzaam bouwen. Conclusie De duurzaamheidsdoelstelling van de gemeente Schouwen‐Duiveland alsmede de doelstelling van initiatiefnemer sluiten op elkaar aan.

Uit het flora en fauna onderzoek blijkt dat het wenselijk is om in de nieuwbouw voorzieningen op te nemen ten aanzien van vogels en vleermuizen. Tegelijkertijd heeft initiatiefnemer zich bereid verklaard stappen te nemen op het gebied van energie door het toepassen van zonnepanelen en het gasloos maken van de woning op de Dreef en het daarbijbehorende zomerhuis en het gasloos maken van het huidige pand van de supermarkt. In de regels van dit bestemmingsplan wordt geborgd dat stikstofemissie veroorzakende installaties niet zijn toegestaan en wordt het gasloos maken van de huidige bebouwing geborgd. Verder wordt geborgd dat nieuwe parkeerplaatsen halfverhard moeten worden uitgevoerd. Ten aanzien van circulariteit en biobased bouwen zal gezocht worden naar een optimale toepassing.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

65

Hoofdstuk 5

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële haalbaarheid van het plan. Doorgaans is relevant de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Het college van burgemeester en wethouders heeft in het voorjaar van 2019 een intentieovereenkomst met de ontwikkelaar getekend, waarin is opgenomen dat de ontwikkelaar risicodragend de ontwikkeling van de Dreef gaat onderzoeken op ruimtelijke en financiële haalbaarheid. Voorliggend document is daar de resultante van. De termijn van indienen is meerdere malen verlengd, met als hoofdzakelijke oorzaak hiervan terug te herleiden tot het vinden van een oplossing om de stikstofproblematiek ten aanzien van het wegnemen dan wel extern salderen van de stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase te vinden. Hierop is besloten om de intentieovereenkomst te verlengen. De huidige intentieovereenkomst loopt tot 1 juli 2022. De gemeente en initiatiefnemer sluiten voor deze ontwikkeling een anterieure overeenkomst af waarin onder meer het kostenverhaal en eventuele planschade zijn geregeld. Een exploitatieplan is om deze reden niet noodzakelijk.

De mogelijke planschade wordt na opstellen van het eerste concept van het bestemmingsplan onderzocht door het uitvoeren van een planschaderisicoanalyse.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

66

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

67

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische uitvoerbaarheid

Wettelijk kader

In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.

6.2

Opzet van de bestemmingsregeling

Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Verbeelding Plangebied Het plangebied bestaat uit de percelen waar een aanpassing van de inrichting plaatsvindt ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Het gaat hierbij om:  de locatie van de nieuwe supermarkt, met de aanvullende detailhandel;  de nieuwe langzaamverkeersverbinding tussen de nieuwe winkels en het centrum van Renesse;  het parkeerterrein ten behoeve van de nieuwe detailhandel, inclusief ontsluiting van de supermarkt ten behoeve van de bevoorrading;  het aansluitende nieuwe parkeerterrein waar vervangende openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd;  de woning Wilhelminaweg 4;  de gronden waar de nieuwe verblijfsrecreatieve eenheden worden gerealiseerd. Eisen aan de verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd.

De bestemmingen worden door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'W' voor 'Wonen'. Met aanduidingen kan het gebruik nader worden gespecificeerd en het bouwen worden gereguleerd. Een veel voorkomende aanduiding is die voor de maximum goot‐ en bouwhoogte van hoofdgebouwen; deze worden aangegeven door middel van een matrix. Naast enkelbestemmingen die met een kleur worden aangeduid, zijn er dubbelbestemmingen die op de verbeelding herkenbaar zijn aan arceringen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

68

De gehanteerde bestemmingen De nieuwe supermarkt wordt bestemd als 'Detailhandel' met een specifieke aanduiding voor de supermarkt. De oude locatie van de supermarkt behoudt de bestemming 'Detailhandel'. Een supermarkt wordt hier echter uitgesloten. De huidige woning behoudt de bestemming 'Wonen'. Voor de verblijfrecreatieve eenheden wordt de bestemming 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie' opgenomen. De parkeerplaats wordt bestemd als ' Verkeer' met een nadere aanduiding parkeerterrein. De omliggende gronden worden bestemd als 'Groen'. Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde.  In Hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald.  In Hoofdstuk 2 worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven.  Hoofdstuk 3 bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti‐dubbeltelbepaling.  Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten.

Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti‐dubbeltelbepaling.

6.3

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

Detailhandel De nieuwe supermarkt wordt bestemd als 'Detailhandel', met een nadere aanduiding 'supermarkt. Binnen het bouwvlak is maximaal 1.500 m2 aan vloeroppervlakte t.b.v. de supermarkt toegestaan. Daarnaast zijn binnen deze bestemming solitaire detailhandellocaties met een maximum oppervlakte van 400 m2 toegestaan. Ten behoeve de maximale goot‐ en bouwhoogte zijn maatvoeringen op de verbeelding opgenomen. De huidige locatie van de supermarkt behoudt de bestemming 'Detailhandel' en nadere maatvoeringen. Hier wordt een supermarkt echter uitgesloten. Wonen De woning aan de Wilhelminaweg 4 behoudt de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming is één vrijstaande woning toegestaan. Daarnaast is hier verblijfsrecreatie met maximaal 2 slaapplaatsen toegestaan. Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie De locatie met verblijfrecreatieve eenheden is bestemd als 'Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie'. Het totaal aan eenheden wordt vastgelegd op 3. In de regels is bepaald dat de maximumoppervlakte per recreatiewoning 75 m2 bedraagt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

69

Groen De gronden aan de westzijde van de woning worden bestemd als 'Groen'. Het gaat daarbij om de nieuwe langzaamverkeersverbinding tussen de nieuwe supermarkt en het centrumgebied. Deze gronden worden conform de regeling in het bestemmingsplan Renesse voor de bestaande verbinding tussen transferium en centrum, bestemd voor groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verkeer Het parkeerterrein is bestemd als 'Verkeer' met een nadere aanduiding 'parkeerterrein'. De toegangsweg voor de bevoorrading van de supermarkt is eveneens bestemd als 'Verkeer'. Waarde ‐ Archeologie ‐ 6 (dubbelbestemming) De dubbelbestemming 'Waarde ‐ Archeologie ‐ 6' dient ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Op de locatie van de bestaande supermarkt is de geldende dubbelbestemming Waarde ‐ Archeologie ‐ 5 opgenomen.

6.4

Toelichting op de algemene regels

Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Anti‐dubbeltelregel (Artikel 10) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld als (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti‐dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Algemene bouwregels (Artikel 11) Dit artikel bevat twee subleden aangaande minimale en maximale maatvoeringen. Algemene gebruiksregels (Artikel 12) Dit artikel bevat drie subleden aangaande algemene gebruiks‐ en verbodsbepalingen. Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen. Overige regels (Artikel 16) Dit artikel bevat een bepalingen ten aanzien van de parkeerregeling.

6.5

Toelichting op de overgangs‐ en slotbepalingen

In artikel 17 is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 17.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 17.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 18 bevat de slotregel.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

70

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

71

Hoofdstuk 7

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Communicatie

7.1.1 Inleiding Ruimtelijke ordening projecten als deze vragen om een helder communicatieproces. Hierna wordt een communicatiestrategie voorgesteld die ook voor de gemeente Schouwen‐Duiveland passend is. De communicatie is gericht op samenwerking en uitwisseling van goede informatie met gemeente en omgeving in de bestemmingsplanfase, met als doel de ontwikkeling van onderhavig plan. 7.1.2 Communicatiedoelen Het communicatieplan moet voorzien in overzicht, de inzet van middelen en de onderlinge afspraken om zodoende efficiënt en effectief te communiceren over het project en de voortgang hiervan. Ingezien wordt dat wanneer het aan dit overzicht ontbreekt er wellicht mensen of partijen worden vergeten waardoor niet alleen de projectrisico's toenemen (bezwaar en beroep), maar dat er wellicht ook kansen onbenut blijven om plannen nog beter te maken en het draagvlak te vergroten. Voorgesteld wordt om voor de communicatie richting de belanghebbenden zoveel als mogelijk via één kanaal te dirigeren. Te denken valt aan de regelmatig updates van het deelgebied via de website www.masterplanrenesse.nl, zoals nu ook al door de gemeente is ingestoken, waarbij vanuit het Communicatie en Gebiedsmarketing overleg de input wordt aangeleverd naar gelang de voortgang en beschikbaarheid van informatie van de (deel) projecten.

Gemeente en de ontwikkelaar bereiden dan gezamenlijk de updates voor ten aanzien van de ontwikkelingen in de Dreef en omgeving, ofwel de verbindingszone tussen Transferium en de Hoge Zoom. De definitieve besluitvorming over de inzet van het desbetreffende communicatieplatform of URL voor de ontwikkeling van De Dreef en omgeving zal uiteindelijk moeten voortkomen uit het Communicatie en Gebiedsmarketing overleg. 7.1.3 Communicatie tot op heden Tot op heden is er via de dorpsraad contact geweest met de directe omwonenden, onder andere de eigenaren van Pension Grol welke meermaals bij initiatiefnemer op kantoor in Rotterdam zijn langs geweest. Op 28 mei 2019 is er door initiatiefnemer in het Dorpshuis Renesse een presentatie gegeven aan alle directe omwonenden. Hierbij is de nieuwe locatie van de supermarkt gepresenteerd door Kuiper Compagnons. Aansluitend is die avond met de tekeningen op tafel het gesprek aangegaan met omwonenden en is de huidige locatie en positie van de supermarkt besproken. 7.1.4 Communicatie ontwerpbestemmingsplan In de periode van terinzagelegging van het ontwerpestemmingsplan wordt een informatieavond georganiseerd, waarbij initiatiefnemer en gemeente, gezamenlijk een toelichting geven op het bestemmingsplan en belanghebbenden en belangstellenden aandachtspunten kunnen meegeven voor verwerking voorafgaand aan vaststelling door de gemeenteraad.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

72

7.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is toegestuurd aan de diverse relevante overlegpartners. Bijlage 14 bevat de samenvatting en beantwoording van de overlegreacties. De resultaten zijn verwerkt in voorliggend ontwerpbestemmingsplan. In combinatie met de aanpassingen naar aanleiding van de overlegreacties zijn in toelichting en regels enkele ambtshalve aanpssingen opgenomen:  Toelichting  De beschrijving van de geldende planologische regeling is geactualiseerd, op basis van het vastgestelde bestemmingsplan Renesse.  De plangrens is aangepast, zodanig dat gronden waar geen ruimtelijke veranderingen plaatsvinden en waarvoor de geldende bestemmingsregls niet hoeven te woden aangepast, uit het plangebied worden gelaten. Het gaat daarbij met name om de in het voorontwerp opgenomen gronden ten oosten van de bestemmingen Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie, Detailhandel en Verkeer.  Enkele ondergeschikte redactionele aanpassingen.

 Regels:  Vanwege de aanpassing van de plangrens, is de bestemmingen Bedrijf vervallen.  In de bestemmingsomschrijving van de bestemming Verkeer is bij de aanduiding 'parkeerterrein' toegevoegd dat het parkeerterrein ook gebruikt mag worden ten behoeve van de de bevoorrading van de aangrenzende detailhandel.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage. In deze periode kan eenieder zienswijzen tegen het bestemmingsplan naar voren brengen.

7.4

Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Ruimtelijk‐economisch onderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

20181580

25 maart 2022

1/31

25 maart 2022 44001591_20181580 De Dreef Renesse Ir. C.A. Louws HODD B.V. 20181580

Remko Bak Definitief

2/31

1.

Inleiding ............................................................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding.................................................................................................................................................................... 5

1.2

Vraagstelling ................................................................................................................................................................ 6

1.3

Leeswijzer .................................................................................................................................................................... 6

2.

Beleidskader ........................................................................................................................................................................ 7 2.1

2.1.1

Omgevingsvisie Provincie Zeeland (2021) ........................................................................................................... 7

2.1.2

Provinciale Omgevingsverordening (2018) ......................................................................................................... 8

2.2

Gemeentelijk ............................................................................................................................................................... 9

2.2.1

Masterplan Renesse (2015) ................................................................................................................................. 9

2.2.2

Detailhandel Structuurvisie Schouwen-Duiveland (2013)................................................................................. 11

2.3 3.

Provinciaal ................................................................................................................................................................... 7

Conclusie ................................................................................................................................................................... 13

Behoefte ............................................................................................................................................................................ 15 3.1

Relevante trends en ontwikkelingen detailhandel.................................................................................................... 15

3.2

Verzorgingsgebied dagelijkse goederensector Renesse ........................................................................................... 17

3.3

Analyse dagelijkse goederensector verzorgingsgebied Renesse .............................................................................. 18

3.4

Marktanalyse supermarktsector en ruimtelijke effecten uitbreiding Jumbo Renesse ............................................. 19

3.5

Nadere duiding huidig en toekomstig functioneren Jumbo Renesse ....................................................................... 21

3.6

Conclusie ................................................................................................................................................................... 25

4.

Conclusie ........................................................................................................................................................................... 26 Bijlage 1

4/31

Kwalitatieve behoefte uitbreiding in beeld ............................................................................................... 27

De gemeente Schouwen-Duiveland is voornemens het centrum van Renesse te versterken door de gebiedsontwikkeling van De Dreef. Renesse is een belangrijke verblijfsrecreatieve bestemming voor Nederlandse en buitenlandse recreanten, dankzij de ligging nabij de duinen en het strand. Er zijn dan ook veel hotels, pensions en campings. In de zomer gaan er gratis bussen vanaf het transferium naar het strand. Naast het transferium in Renesse ligt de locatie De Dreef. Jumbo wenst te verplaatsen naar deze locatie. Momenteel is Jumbo gevestigd aan de Wilhelminaweg 1 in Renesse. De huidige supermarkt heeft een omvang van 891 m2 winkelvloeroppervlak (wvo)1 en voldoet niet meer aan de eisen van de consument aan een moderne supermarkt. De beoogde supermarkt aan De Dreef ligt op circa 200 meter afstand (figuur 1.1). De nieuwe supermarkt krijgt een omvang van 2.000 m2 brutovloeroppervlak (bvo), wat overeenkomt met circa 1.500 m2 wvo. In combinatie met de verplaatsing van de Jumbo bestaat de gebiedsontwikkeling uit de realisatie van een kleinere detailhandelslocatie (250 m2 bvo) en de realisatie van verblijfsrecreatieve accommodatie (225 m2, 12 slaapplaatsen) op het perceel Wilhelminaweg 4.

Figuur 1.1 Ligging huidige locatie Jumbo (1) en beoogde locatie (2) De Dreef (bron: Kadaster 2018, bewerking Rho adviseurs) Rho adviseurs is gevraagd om de beoogde gebiedsontwikkeling te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). De voorliggende notitie bevat deze toetsing. In het verlengde daarvan wordt in deze notitie ingegaan op de gevolgen van de ontwikkeling de toevloeiing van klanten als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

1

Het oppervlak van een (winkel)unit dat voor het publiek vrij toegankelijk is, dan wel zichtbaar is, inclusief de ruimte die direct met de verkoop samenhangen.

5/31

De ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is het ruimtelijke afwegingskader voor het al dan niet toevoegen van nieuwe stedelijke functies. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening). Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Of er sprake is van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling aangetoond worden. De behoefte wordt bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de detailhandelsontwikkeling. De voorkeursvolgorde van de ladder is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd. De eerste vraag is of de beoogde gebiedsontwikkeling kan worden aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Uit jurisprudentie (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) kan worden afgeleid dat ontwikkelingen groter dan 500 m2 brutovloeroppervlak (bvo) ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan worden aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

Het totale programma van de ontwikkeling bestaat uit: ● Jumbo, 2.000 m2 bvo (1.500 m2 wvo); ● Aanvullende winkelunit, 250 m2 bvo; ● Verblijfsrecreatie, 225 m2 bvo; ● Totaal commercieel programma: 2.475 m2 bvo. De beoogde gebiedsontwikkeling omvat een groter ruimtebeslag dan 500 m2 bvo en ter plaatse van de beoogde locatie is de bestemming ‘Bos’ geldig (bestemmingsplan Bebouwde kom Renesse, vastgesteld 2007). De beoogde ontwikkeling wordt hiermee aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. In dit onderzoek staat de vraag centraal of het commerciële programma van gebiedsontwikkeling De Dreef in Renesse voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij worden de volgende zaken onderzocht: ● Een beschrijving en toets aan het vigerende beleid. ● Een beschrijving van de behoefte met een analyse van de dagelijkse goederensector in Renesse en de positionering van Jumbo. ● Een analyse van de huidige – en toekomstige marktruimte in de supermarktsector van Renesse.

In hoofdstuk 2 is het relevante beleidskader uiteengezet voor de ontwikkeling van het beoogde commerciële programma op De Dreef in Renesse. In hoofdstuk 3 is de behoefte aan het commerciële programma beschreven. Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de belangrijkste conclusies opgenomen ten aanzien van de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking en de effecten op de koopstromen.

6/31

De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatieve economie; 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland; Voorzieningen De ambitie voor voorzieningen, waaronder detailhandel betreft: Voorzieningen zijn klimaatneutraal voor iedereen bereikbaar, ook wanneer je geen auto hebt. Voorzieningen zijn daarbij van topkwaliteit. De aanwezigheid van een bereikbaar en toegankelijk winkelbestand en (basis)voorzieningen op gebied van onderwijs, sport, kinderopvang, zorg en cultuur draagt bij aan de leefbaarheid van een gebied voor mensen die daar wonen. Het vormt tegelijkertijd een belangrijke voorwaarde om als gebied aantrekkelijk te zijn en te blijven. In de voorloper van de Zeeuwse Omgevingsvisie, het Omgevingsplan 2018, stond het volgende, meer specifiek gericht op detailhandel en supermarkt: De duurzaamheidsladder voor stedelijke ontwikkeling is ook van toepassing op detailhandel. Kernwinkelgebieden vervullen een belangrijke economische en sociale functie voor bewoners en toeristen.

Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, bundeling van functies en versterking van attractieve steden zien we de (binnen- stedelijke) kernwinkelgebieden als primaire vestigingsplaats voor detailhandel. In kernen zonder kernwinkelgebied is ruimte voor lokale detailhandel en buiten bestaand bebouwd gebied zijn kleinschalige en aan het buitengebied gebonden vormen van detailhandel mogelijk. Vanwege de bijzondere combinatie van frequent bezoek en groot winkelvloeroppervlak kunnen supermarkten in of (indien noodzakelijk vanwege de omvang) aansluitend aan het kernwinkelgebied worden gevestigd. De gewenste schaalvergroting van Jumbo kan niet worden gefaciliteerd binnen het kernwinkelgebied. Momenteel wordt er één winkelpand aangeboden in het Renesse, de voormalige DA met een bruto oppervlakte van 150 m2 (Funda in Business, per 16-03-2022). Met de gebiedsontwikkeling De Dreef is gekozen voor een locatie binnen bestaand verstedelijkt gebied, aansluitend op het kernwinkelgebied van Renesse (figuur 2.1). De locatie is goed bereikbaar per auto, maar ook voor langzaamverkeer. Dit sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie.

7/31

Figuur 2.1 Ligging projectlocatie ten opzichte van kernwinkelgebied Renesse (bron: Locatus, 2022; bewerking Rho adviseurs)

In de Omgevingsverordening van de provincie Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in de provinciaal Omgevingsplan. In artikel 2.6 van de Omgevingsverordening zijn regels betreffende detailhandel opgenomen. De volgende regels worden beschreven: ● In een bestemmingsplan worden nieuwe detailhandelsvoorzieningen, daaronder mede verstaan de uitbreiding van bestaande detailhandelsvoorzieningen, primair toegelaten in bestaande kernwinkelgebieden. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin nieuwe detailhandelsvoorzieningen, met inbegrip van de uitbreiding van bestaande voorzieningen, worden toegelaten wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het plan bijdraagt aan het beleidsdoel van bundeling en concentratie in bestaande kernwinkelgebieden. ● Het eerste lid is niet van toepassing op de in bijlage B genoemde categorieën.

Hoewel nieuwe detailhandelsvoorzieningen zijn beoogd in bestaande kernwinkelgebieden wordt met de gebiedsontwikkeling De Dreef aangesloten op het kernwinkelgebied van Renesse. Met de toets aan het Omgevingsplan is inzichtelijk gemaakt dat binnen het huidige kernwinkelgebied van Renesse geen ruimte beschikbaar is. De locatie De Dreef is een geschikte alternatieve locatie, waarbij wordt aangesloten op het transferium van Renesse, waar verschillende verkeersmodaliteiten samenkomen.

8/31

Het Masterplan Renesse is een visie op de ontwikkeling van Renesse voor de komende 20 tot 30 jaar. Het geeft aan waar de belangrijkste kansen en opgaven liggen voor het dorp en levert zo een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van en samenhang tussen toekomstige initiatieven en ontwikkelingen in en om het dorp. Het Masterplan geeft de grote lijnen aan waarbinnen toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden. In het Masterplan is inzicht gegeven in de kwaliteiten van Renesse en de omgeving. De kernkwaliteiten van Renesse zijn: ● Een veelzijdig en aantrekkelijk strand. ● Een afwisselend landschap in en om het dorp. ● Een bruisend centrum. ● Een hechte en ondernemende gemeenschap. Om te voorkomen dat Renesse stil komt te staan moet het zich blijven verbeteren. Er zijn daarom vijf strategieën opgesteld die belangrijk zijn voor de toekomst van Renesse: ● Bouw verder op waar je sterk in bent (kernkwaliteiten als uitgangspunt); ● Seizoens-verlenging (groei in schouderseizoenen); ● Aantrekken divers publiek (kwaliteiten aantrekkelijk voor een breed publiek); ● Kruisbestuiving (voorzieningen en attracties profiteren van elkaar); ● Investeren in gemeenschapszin en samenwerking (gemeenschap en toerisme profiteren van elkaar) Naast het uitstippelen van strategieën is het voor de toekomst van Renesse ook van belang dat er ambities voor het dorp worden opgesteld.

De ambities zien op het strand en de beleving daarvan, het leven in het landschap, het bruisend centrum en het thuisgevoel. Bij al deze ambities zijn verschillende opgaven benoemd die moeten helpen Renesse te ontwikkelen. In het verlengde van de kernkwaliteiten en strategieën worden vier belangrijke ontwikkelgebieden geïdentificeerd. Dit zijn de plekken in Renesse waar de komende jaren veel verschillende opgaven samen komen en de grootste slag kan worden geslagen in het verder ontwikkelen van Renesse tot een aantrekkelijke, levendige en groene badplaats: ● Centrum Renesse. ● Omgeving Transferium. ● Jan van Renesseweg, Oude Moolweg en strandopgang. ● Omgeving Vroonweg. De beoogde locatie voor de gebiedsontwikkeling bevindt zich tussen het centrum en het transferium van Renesse. In het Masterplan wordt het transferium benoemd als een belangrijke plek voor Renesse. Veel bezoekers komen aan op het transferium en zoeken dan de weg naar het strand, het omliggend landschap of het centrum. Met de aanleg van het transferium is Renesse in potentie nog aantrekkelijker geworden voor fietsen en wandelen. Het moet als vertrek- en eindpunt dienen en als spin in het web tussen de drie kernkwaliteiten van Renesse; strand, landschap en bruisend centrum.

Het verbeteren van de wandelrelatie met het centrum, het voorrang geven aan verblijf, wandelen en fietsen in het centrum en het aanhaken van grootschalige voorzieningen en evenementen aan het transferium kan het gebruik van deze plek een flinke impuls geven (figuur 2.2).

9/31

Figuur 2.2 Verbetering relatie transferium met centrum (bron: Masterplan Renesse, 2015)

De beoogde gebiedsontwikkeling met daarin de verplaatsing van de Jumbo sluit op meerdere vlakken goed aan bij het Masterplan. Het transferium moet als vertrek- en eindpunt dienen voor fietsers wandelaars en toeristen die naar Renesse komen. Hierbij is de ambitie om grootschalige voorzieningen te laten aanhaken aan het transferium. De beoogde Jumbo is een goed voorbeeld van zo’n grootschalige voorziening (figuur 2.3). Daarnaast draagt de complete gebiedsontwikkeling bij aan de levendigheid van het transferium gebied en de verbinding met het centrum.

10/31

Figuur 2.3. Impressie ruimtelijke inpassing supermarkt bij transferium De Dreef (Bron: KuiperCompagnons, 2021)

Het detailhandelsbeleid ut 2013 is het meest actuele beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland heeft als hoofddoel om te komen tot een goede verzorgingsstructuur voor haar inwoners en de toeristen in het gebied, een duurzame voorzieningenstructuur en een sterk ondernemersklimaat voor haar ondernemers. Om de consument zo goed mogelijk te bedienen, wordt gestreefd naar sterke winkelconcentraties die elkaar aanvullen. Aan de ondernemers wordt bovendien zo veel mogelijk ruimte binnen de gestelde kaders geboden om in te kunnen blijven spelen op de dynamiek in de detailhandel. In het detailhandelsbeleid wordt zorgvuldig ruimtegebruik, de ruimtelijke inpassing en de ruimtelijke impact van detailhandel zorgvuldig afgewogen. Dit heeft de gemeente uitgewerkt in de volgende punten: ● Het blijvend inzetten op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur en een verdere clustering van het winkelaanbod vormt uitgangspunt van de visie en het daarop aansluitend beleid. Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk plaats te vinden binnen of aansluitend op de aangewezen winkelconcentraties. Met ontwikkelingen daarbuiten dient zeer terughoudend te worden omgegaan. Concentratie van winkels is ruimtelijk relevant omdat

11/31

●

●

● ●

hiermee o.a. consumenten en verkeersbewegingen worden beperkt. Daarnaast levert clustering gemak, overzichtelijkheid en keuzemogelijkheden voor de consument op waardoor het verzorgingsniveau wordt verbeterd. De ruimtebehoefte en ruimtelijke impact van een onderneming (de grootte van het benodigde bedrijfsvloeroppervlak en de parkeercapaciteit) is bepalend voor het vinden van een passende locatie. De ruimtelijke impact van een bouwmarkt of een supermarkt is bijvoorbeeld niet te vergelijken met die van een kledingzaak. Detailhandelsontwikkelingen worden zoveel mogelijk ingezet voor herstructurering, herontwikkeling en modernisering van winkelgebieden. Marktruimte en dynamiek moeten in eerste instantie worden ingezet om de gewenste her- of doorontwikkeling van de voor de structuur belangrijkste winkelgebieden op gang te brengen. Eventuele detailhandelsontwikkelingen mogen er niet toe leiden dat de leegstand op een locatie elders dusdanig toeneemt dat er geen sprake meer is van zorgvuldig ruimtegebruik wat tot verloedering van een gebied kan leiden. Beleidsmatige keuzes kunnen effect hebben op de consumentenverzorging en die effecten kunnen ook ruimtelijke gevolgen hebben: detailhandelsontwikkelingen mogen niet leiden tot duurzame ontwrichting, waarbij de consument op acceptabele afstand niet meer haar reguliere aankopen kan doen.

Het draagvlak van de voorzieningen in Schouwen-Duiveland bestaat voor circa drievierde uit bewoners en voor circa éénvierde uit toeristen. In de visie wordt verwacht dat het toerisme zich meer jaarrond gaat ontwikkelen en wat minder seizoensgebonden gaat zijn. Schouwen-Duiveland speelt nadrukkelijk in op seizoensverlenging en steeds meer verblijfaccommodaties worden ‘vaste’ verblijven voor toeristen (tweede huizen, permanente verhuur van vakantiehuisjes). In de visie is al uitgangspunt genomen dat het draagvlak voor de detailhandelsvoorzieningen op Schouwen-Duiveland naar de toekomst toe ongeveer gelijk blijft. Het streven van de gemeente Schouwen-Duiveland is gericht op een evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen winkelgebieden. Deze verschillende typen winkelgebieden zijn: ● Boodschappen doen: het gaat hier om de aankopen van de consument voor het primaire levensonderhoud. Deze aankopen vinden met een hoge frequentie plaats, veelal in de nabijheid van de woonomgeving waarbij een zo compleet dagelijks winkelaanbod van belang is (o.a. mogelijkheid tot vergelijken tussen supermarkten). Regelmatig zal sprake zijn van combinatie aankopen van levensmiddelen en hoogfrequent benodigde (alledaagse) non-food.

Bij de keuze in aankoopplaats zijn reistijd, bereikbaarheid, parkeermogelijkheden, gemak, assortiment, uitstraling en prijs belangrijke overwegingsfactoren. ● Recreatief winkelen: hierbij staat het kijken en vergelijken centraal. De consument wil veel keuzemogelijkheden en geprikkeld worden (impuls)aankopen te doen. De sfeer en beleving van een centrum zijn erg belangrijk. Deze aankopen doet de consument in een wisselende frequentie en men is bereid een grotere afstand af te leggen. Het gaat om artikelen waarmee men een hogere emotionele binding heeft of uit speciale interesse en/of persoonlijke voorkeuren zoals mode en luxe artikelen. In veel gevallen is dit koop-en bezoekgedrag een vorm van vrijetijdsbesteding waarbij de mix met andere functies erg belangrijk is. ● Doelgerichte aankopen: dit zijn (duurzame en/of vervangings) aankopen die met een lage frequentie en veelal doelgericht worden gedaan (runshoppen). Het gaat om aankopen van woninginrichting, bruin - en witgoed, fietsen, doe-het-zelf en tuinartikelen, etc. De aankopen van deze laatste twee vinden vooral in de nabijheid van de woonomgeving plaats. Voor de overige aankopen is de scope van de consument veel groter en staat het vergelijken van het aanbod centraal. Hier is een goede prijskwaliteitverhouding van groot belang. PDV- en GDV-locaties zijn hier vooral sterk in.

Winkelgebied Renesse Voor het centrum van Renesse legt de visie de nadruk op het type ‘boodschappen doen’. Het sterke dorpscentrum beschikt over een bovenlokale verzorgingsfunctie voor de inwoners en toeristen in het gebied (figuur 2.4). Dit type centrum heeft een sterk boodschappenaanbod, aangevuld met beperkt niet-dagelijks/ recreatief winkelaanbod dat het toeristische karakter van het dorp versterkt.

12/31

Figuur 2.4 Verbeelding visie op de detailhandelsstructuur (bron: Detailhandel Structuurvisie Schouwen-Duiveland, 2013) Voor het winkelgebiedstype ‘Boodschappen doen’, wat geldt voor Renesse, hanteert de gemeente een aantal uitgangspunten. Een belangrijk uitgangspunt wat betrekking heeft op de beoogde ontwikkeling is dat supermarkten bepalend moeten zijn voor de boodschappenstructuur. De supermarkten moeten een centrale rol spelen binnen de boodschappenstructuur. De supermarkten worden grootschaliger en beter geassortimenteerd, het marktaandeel neemt toe en het aantal versspeciaalzaken neemt af (vooral groentewinkels en slagerijen). De locaties van supermarkten zijn daarmee bepalend voor de visie op de boodschappenstructuur. Bij boodschappen doen is efficiëntie en gemak belangrijk. Randvoorwaarden voor goede locaties voor dagelijks winkelaanbod zijn daarom een centrale ligging in het verzorgingsgebied, een goede bereikbaarheid, voldoende parkeermogelijkheden en een compacte opzet. Bij het op- en vaststellen van de visie, in 2013, is rekening gehouden met de uitbreiding van C1000 in Renesse, de voorganger van de huidige Jumbo. In de visie is geconcludeerd dat op de huidige locatie geen ruimte is voor de gewenste uitbreiding en dat gezocht moet worden naar een alternatieve locatie.

Voorwaarde aan de locatie is dat deze op loopafstand van het centrum moet zijn zodat er een ruimtelijke relatie met het centrum blijft bestaan en dat de winkels in het centrum kunnen blijven profiteren van de aanwezigheid van een supermarkt.

De beoogde uitbreiding en verplaatsing van Jumbo naar de locatie De Dreef sluit aan bij het gemeentelijke detailhandelsbeleid. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op de trend van schaalvergroting. De uitbreiding en verplaatsing is tevens opgenomen in de visie. Daarbij is er in Renesse sprake van uitbreidingsruimte voor supermarkten. De locatie De Dreef voldoet aan de voorwaarde dat deze op loopafstand is van het centrumgebied.

De beoogde gebiedsontwikkeling op de locatie De Dreef sluit aan bij de provinciale – en gemeentelijke beleidskaders. Met de ontwikkeling blijft de supermarkt, ook op langere termijn, behouden voor het verzorgingsgebied Renesse door ruimte te bieden voor de trend van schaalvergroting. De beoogde locatie sluit aan op het huidige kernwinkelgebied van Renesse, waardoor de ruimtelijke - en functionele verbinding behouden blijft met het overige winkelaanbod. Renesse heeft de ambitie om het gebied rondom het transferium te ontwikkelen en de relatie tot het centrum te verbeteren. Een

13/31

grootschalige voorziening, zoals Jumbo, bij het transferium is daarbij gewenst. De ontwikkeling draagt bij aan de levendigheid van het transferium en de verbinding met het centrum. Het uitbreidingsplan van Jumbo was tevens voorzien in de Detailhandel Structuurvisie uit 2013.

14/31

Naast de beleidsmatige behoefte aan behoud en versterking van de supermarkt in Renesse wordt in dit hoofdstuk de behoefte aan de gehele gebiedsontwikkeling nader onderbouwd. Hierin komen de volgende zaken aan bod: ● Overzicht van actuele trends en ontwikkelingen in de detailhandel en toerisme. ● De positionering van Jumbo in het verzorgingsgebied van Renesse. ● Een actueel distributieplanologische marktanalyse.

In deze paragraaf staan de relevante (landelijke en provinciale) trends en ontwikkelingen binnen de detailhandel centraal. De detailhandel is een dynamische sector, die sterk wordt beïnvloed door maatschappelijke, culturele en economische ontwikkelingen. Het is van belang voor de onderbouwing om een goed overzicht te krijgen van deze ontwikkelingen.

Op het moment van schrijven van deze rapportage is er wereldwijd sprake van de coronacrisis. De lange termijn effecten van de Coronacrisis zijn nog niet goed in te schatten en kunnen intussen worden overschaduwd door de oorlog in Oekraïne, met name door de oplopende inflatie. De gevolgen daarvan zijn moeilijk in te schatten op dit moment. Gelet op de snelle ontwikkelingen en de onzekerheid de komende periode zijn voorspellingen voor verschillende sectoren veranderlijk. Naar verwachting zal de economie weer richting het niveau van voor de coronacrisis groeien als de samenleving weer duurzaam kan worden geopend, ook wat toerisme betreft.

Online supermarktaankopen Het aandeel online in de supermarktaankopen is de afgelopen jaren flink gegroeid en ligt op dit moment op 5 à 6% van de totale supermarktomzet, zoals te zien in figuur 2.1. Inmiddels acteren de meeste supermarktformules (deels) online. Zo verkoopt Lidl non-food online en levert Jumbo ook in kernen waar ze niet gevestigd zijn. Een belangrijke ‘versneller’ is Picnic, die als pure online speler geen eigen supermarkten heeft maar met een uitgekiend businessmodel in staat is om relatief grote marktaandelen te pakken in de woonplaatsen waar zij actief is.

Figuur 3.1 Online supermarktomzet in marktaandeel (bron: Supermarkt & Ruimte, 2021) Alhoewel het online-aandeel hiermee zeker van belang begint te worden, groeien de omzetten in de fysieke supermarkt in absolute getallen de laatste jaren nog steeds harder dan de online omzet. De winkelomzet per persoon aan dagelijkse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995922/1