CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210915 Projectboek Netversterking SD TH BOZ

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Realisatie van een 150 kV station en ondergronds kabeltracé (484042)47.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Zodra er een locatiekeuze gemaakt is, begint het werk

“Van de inpassingsmogelijkheden maken we visualisaties en

pas echt voor Mascha. “We gaan dan in gesprek met

3D-beelden, zodat alle betrokkenen kunnen zien hoe het

omwonenden om te kijken hoe we het hoogspannings­

station er met bepaalde landschapsingrepen uit komt te

station zo goed mogelijk in de omgeving kunnen inpassen”,

zien. Beelden geven de betrokkenen vaak al veel

vertelt Mascha. “Ons streven is om het station netjes bij het

duidelijkheid. We willen ook eerlijk laten zien hoe het beeld

landschap aan te laten sluiten. Het is begrijpelijk dat

verandert, ook na de ingreep nog. Want beplanting heeft nu

omwonenden niet blij zijn met de komst van een hoogspan­

eenmaal tijd nodig om tot wasdom te komen. Uiteindelijk

nings­station in de omgeving. In gesprekken wil ik de

Barry Jacobs

Ankie Smit

Wethouder gemeente Bergen op Zoom

Wethouder gemeente Schouwen-Duiveland

grijpen we in, in een omgeving waar mensen wonen,

Wat is het belang voor jullie gemeente bij dit project?

Wat is het belang voor jullie gemeente bij dit project?

omwonenden laten zien hoe we zo’n station toch op een

werken en recreëren. De stem van de omgeving vind ik dan

De energietransitie zorgt ervoor dat het energienetwerk

Schouwen-Duiveland heeft duurzaamheid hoog in het

goede manier onderdeel kunnen maken van het landschap,

ook erg belangrijk!”

overvol raakt. Om in de toekomst voldoende ruimte te

vaandel en wil graag bijdragen aan het bereiken van de

hebben voor de duurzame energieopwekking bij bedrijven

lokale en landelijke klimaatdoelstellingen. Dit willen we doen

zonder dat het een doorn in het oog wordt.”

en inwoners van Bergen op Zoom is een uitbreiding van de

door onder andere het opwekken van duurzame energie.

Bouwstenen

stations noodzakelijk. We vergeten de belangen van onze

Zonder dit elektriciteitsstation is dit voor Schouwen-

Om een hoogspanningsstation in te passen in de omgeving

inwoners niet. We willen dat de impact van het nieuwe

Duiveland lastig.

maken we gebruik van verschillende bouwstenen. Je kan

hoogspanningsstation op de omgeving minimaal is.

het station bijvoorbeeld wegstoppen achter een rij bomen

Wat is jullie ervaring / mening over het proces?

lage begroeiing. Er gaan een heleboel stappen vooraf aan

Wat is jullie ervaring / mening over het proces?

het kiezen van de beste oplossing. “Allereerst is het heel

We zien dat er een goed omgevingsproces is gevoerd

ondernemers zou betrekken om tot een goede locatiekeuze

belangrijk om te weten op welke locatie het station precies

waarbij iedereen die dat wilde zijn inbreng heeft kunnen

te komen. Het projectboek is daar de uitkomst van.

komt. Het is echt maatwerk. Eerst analyseer ik de omgeving

geven. Mede door de inbreng van de omgeving hebben we

We hopen dat betrokkenen zich hierin herkennen.

van de locatie waar het station komt. Daarna ga ik kijken

nu een completer beeld van alle zoeklocaties.

of een dijk, of je kiest juist voor behoud van openheid met

We vonden het belangrijk dat Tennet inwoners en

Hoe zien jullie je rol in de komende periode?

welke bouwstenen daar bij passen. Rietvelden gebruik je bijvoorbeeld niet bij een station dat in een bosrijke

Hoe zien jullie je rol in de komende periode?

Tennet zal als initiatiefnemer een aanvraag doen voor het

omgeving komt, maar passen wel goed bij een locatie in de

De komende periode staat in het teken van de besluit­

realiseren van dit station. Als overheid zullen wij hen

buurt van water. Op andere locaties passen dijken of

vorming, waarbij we de belangen van onze inwoners zeker

faciliteren bij het doorlopen van de ruimtelijke procedure.

bomen weer beter.”

niet vergeten. Het project voor een nieuw hoogspannings­ station overkomt ons als gemeente ook. Het is voor de gemeente ook niet eenvoudig om de juiste keuze te maken. We willen deze keuze dan ook op basis van de onderzoeken en het omgevingsproces beargumenteerd maken.

50

Drie vragen aan...

Belangrijke thema’s

Wilma Baartmans

Peter Hoek

Wethouder gemeente Steenbergen

Wethouder gemeente Tholen

Wat is het belang voor jullie gemeente bij dit project?

Wat is het belang voor jullie gemeente bij dit project?

Netwerking is van cruciaal belang voor de gemeente

Een goed en toekomstbestendig netwerk voor de gehele

Steenbergen. Hierdoor halen we de (door de gemeenteraad

gemeente Tholen.

gestelde) duurzaamheidsdoelstellingen over het opwekken van duurzame energie.

Wat is jullie ervaring / mening over het proces?

Wat is jullie ervaring / mening over het proces?

Door middel van online werkateliers is het proces zo breed

Het proces verloopt zorgvuldig. We vrezen wel dat het

daarvan relevant, omdat deze betrokken worden bij de te

lang gaat duren voordat de netwerkversterking echt op

maken locatiekeuze voor de nieuwe netwerkstations. De

orde is. Hierdoor lopen we de kans dat we doelstellingen

keuze voor de beste locaties en de mogelijke gevolgen

voor 2030 niet kunnen halen.

daarvan voor Tholen moeten nog wel helder worden.

Hoe zien jullie je rol in de komende periode?

Hoe zien jullie je rol in de komende periode?

Onze rol is afhankelijk van de keuze van het tracé. Als dit

Vanuit de gemeente Tholen constructief ten aanzien van de

niet over ons grondgebied gaat lopen, is onze rol beperkt en

gehele netwerkversterking. Als onderdeel daarvan realiseren

willen we vooral op de hoogte worden gehouden. Als het

we in de gemeente Tholen, samen met betrokkenen, een

tracé wel over onze gemeente gaat lopen, willen we

nieuw lokaal hoogspanningsstation. Tholen zal ook de

natuurlijk betrokken zijn over hoe het tracé dan het beste

komende tijd de locatiekeuze en verdere uitwerking be­

kan worden ingepast.

oordelen vanuit de basishouding dat sprake moet zijn en

mogelijk vorm gegeven. Ook voor Tholen zijn de uitkomsten

blijven van een goede ruimtelijke kwaliteit.

Belangrijke thema’s Tijdens de werkateliers kregen we veel vragen over de invloed van een hoogspanningsstation op de gezondheid. Wat is de invloed van geluid en elektromagnetische velden? Maar ook: hoe gaan we om met overstromings­ risico’s? Wat doet TenneT tijdens de aanleg om verzilting te voorkomen? En waarom kun je een hoogspanningsstation niet direct bij een windmolen bouwen? Deze thema’s komen hier aan bod.

51

52

Belangrijke thema’s

Belangrijke thema’s

53

Geluid Uitgebreid onderzoek

Laagfrequent geluid

In het geluidsonderzoek dat later wordt uitgevoerd voor de

Laagfrequent geluid zijn de frequenties tot 100 á 125 Hz.

definitieve stationslocaties, kijken we naar:

Niet iedereen hoort deze frequenties, maar het laagfrequent

•

de gemiddelde geluidsniveaus, van de transformatoren;

geluid kan voor degenen die het wel horen als heel hinderlijk

•

de maximale geluidsniveaus of piekgeluiden van de

ervaren worden. Voor laagfrequent geluid zijn op dit

schakelaars, die worden getoetst aan de richtlijnen en

moment geen wettelijke normen vastgesteld of richtlijnen

wat acceptabel is voor de omgeving;

aangewezen door de overheid. Wél wordt er bij het bepalen

de cumulatie met andere geluidssoorten zoals: weg/

van de geluidscontouren rekening gehouden met een

railverkeerlawaai, industrielawaai van bedrijven of

correctiefactor voor laagfrequent geluid.

•

industrieterreinen en vliegtuiglawaai (indien aan de orde).

Meer informatie over dit thema is te vinden op: www.tennet.eu/nl/ons-hoogspanningsnet/ betrokken-bij-de-omgeving/geluid/

Een hoogspanningsstation veroorzaakt geluid.

In de rekenmodellen voor geluidsniveaus wordt met veel

Met name de transformatoren veroorzaken een lage

aspecten rekening gehouden. Op hoofdlijnen zijn dat:

bromtoon. Daarbij geldt dat 380/150 kV-transformatoren meer geluid produceren dan de kleinere 150/20 kV-

•

de geluidbronsterkte;

transformatoren. Bij het 380/150/20 kV-hoogspan­

•

de frequenties die veroorzaakt worden door de bron;

ningsstation bij Bergen op Zoom is dan ook meer geluid

•

de bedrijfsvoering (transformatoren staan dag en nacht

te verwachten dan bij het 150/20 kV- hoogspannings­

aan, dus de nachtperiode is maatgevend voor het

station op Schouwen-Duiveland.

geluid);

Magneetvelden en gezondheid

•

de wijze waarop een transformator opgesteld staat;

De rijksoverheid is verantwoordelijk voor beleid en

•

welke objecten, zoals muren en gebouwen, er in de

regelgeving op het gebied van magneetvelden. In

overdag en buiten woningen, is in Nederland wettelijk

omgeving van het station staan die voor afscherming

Nederland wordt voor de bescherming van de bevolking

gesteld op 50 dB(A). Voor de avond en de nacht gelden

en reflectie zorgen;

een referentieniveau van 100 microtesla gehanteerd.

Een normaal toelaatbare norm voor geluidsbelasting,

strengere waarden, respectievelijk 45 dB(A) en 40 dB(A).

de bodemgesteldheid (geluid kan weerkaatst of

Dit referentieniveau is door de Europese Unie

De laatste waarde is te vergelijken met de geluidsbelasting

•

geabsorbeerd worden door de bodem. Als het geluid

vastgelegd. Dit niveau wordt in Nederland nergens

in een bibliotheek.

over een harde ondergrond gaat, zoals water of een

op voor het publiek toegankelijke plaatsen door

verharde weg, dan draagt het geluid verder dan geluid

bovengrondse hoogspanningsverbindingen

dat over een absorberende bodem, zoals grasland,

overschreden.

Geluidscontouren Omdat de stationslocaties nog niet bekend zijn en de stations nog niet gerealiseerd zijn, kunnen we nog geen

gaat); het verschil in hoogte (als een woning significant hoger

Het Nederlandse voorzorgsbeleid voor nieuwe situaties

concrete metingen doen. In plaats daarvan laten we

ligt dan een station dan wordt gekeken hoe dat geluid

gaat een stap verder. Voor nieuwe situaties adviseert de

berekeningen maken, die een goede prognose geven van

naar boven toe straalt naar de woning);

rijksoverheid aan gemeenten, provincies en beheerders van

het verwachte geluid dat optreedt bij de hoogspannings­

•

de weersinvloeden. Hiervoor wordt een jaargemiddelde

hoogspanningsnetten om bij bovengrondse hoogspannings­

stations. Voor alle kansrijke locaties zijn geluidscontouren­

correctieterm toegepast uit de eerdergenoemde

lijnen uit voorzorg zoveel mogelijk te voorkomen dat

kaarten gemaakt. Deze berekeningen zijn uitgevoerd volgens

handleiding.

kinderen langdurig verblijven in een magnetische veldsterkte

•

de Nederlandse richtlijn ‘Handleiding Rekenen en Meten

die jaargemiddeld hoger is dan 0,4 microtesla. Dit beleid is

Industrielawaai’.

leidend voor TenneT.

54

Belangrijke thema’s

Belangrijke thema’s

Concreet is het advies om geen woningen, scholen, crèches

adviezen en nemen die zoveel mogelijk mee in de

en kinderdagverblijven te bouwen in de nabijheid van een

planvorming.

55

Hoogwater

bestaande hoogspanningslijn en om bij het inpassen van een nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn zo veel als

Voor magneetvelden rondom hoogspanningsstations

Wat gebeurt er met de elektriciteitsvoorziening bij

redelijkerwijs mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties

hanteren we op dit moment contouren van 40 meter.

hoogwater of overstromingen? Het is belangrijk dat het

ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied

Mogelijk wordt in het nieuwe beleid geadviseerd om 50

elektriciteitsnet blijft werken. Daarom besteden we samen

rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het

meter aan te houden. De contouren van magneetvelden

met de andere netbeheerders veel aandacht aan

jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.

vallen overigens zeer ruim binnen de contouren die we

klimaatadaptatie van het energiesysteem. We berekenen de

Als deze situaties toch ontstaan is er sprake van gevoelige

reeds voor geluid aanhouden; namelijk 300 meter.

(overstromings)risico’s van onze kritische infrastructuur en

bestemmingen en worden maatregelen genomen.

Er is dus een ruime marge.

brengen de mogelijke gevolgen in kaart. We kijken daarbij ook naar overstromingsrisico’s door overvloedige regenval.

Het gaat daarbij in het voorzorgsbeleid officieel alleen om

Meer informatie over dit thema is te vinden op:

Daarnaast analyseren we het gedrag van energienetten en

bovengrondse hoogspanningslijnen. De gezondheidsraad

•

www.tennet.eu/nl/ons-hoogspanningsnet/

transformatorstations bij bepaalde waterstanden en maken

betrokken-bij-de-omgeving/gezondheid/

we berekeningen van uitvalgebieden en hersteltijden. Soms

www.ggdleefomgeving.nl/straling/

zijn ingrijpende aanpassingen nodig, zoals bijvoorbeeld het

hoogspanningslijnen-en-trafohuisjes/

verhoogd realiseren van nieuwe hoogspanningsstations, of

hoogspanningslijnen-en-trafohuisjes-en-gezondheid/

het ophogen van de bestaande installaties.

heeft de rijksoverheid onlangs geadviseerd om het voorzorgsbeleid uit te breiden naar andere bronnen, zoals

•

ondergrondse elektriciteitskabels en transformatorstations. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet, en luisteren in afwachting van het nieuwe voorzorgsbeleid goed naar de

•

www.kennisplatform.nl/ Bij de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation stellen we een overstromingsprofiel op. We kijken daarbij niet

Windturbines

alleen naar de bestaande doorbraak-scenario’s, maar ook

Verzilting

naar de toekomstige situatie, na bijvoorbeeld dijk­

In het kader van de energietransitie is er een opgave

versterking. Dat levert een waardevolle database op met

voor windenergie en worden er nieuwe windturbines

onder andere gegevens over het overstromingsrisico, de

gebouwd. Sommige windturbines staan, of komen

mogelijke waterdiepte daarbij en het type water – zoet, zout

dicht bij de kansrijke locaties voor de hoogspan­

of brak. Aansluitend hierop volgen studies naar de

ningsstations. Ook hier speelt veiligheid een rol. Een

daadwerkelijke invloed van hoogwater op het functioneren

windturbine heeft een aantal risico’s, namelijk het

van het hoogspanningsnet en het elektriciteitssysteem.

afbreken van (een gedeelte van) een windturbineblad,

Verzilting van agrarische percelen is langs de gehele

het omvallen van een windturbine door mastbreuk of

Nederlandse kustlijn geen onbekend fenomeen. Het klimaat

het naar beneden vallen van de gondel en/of rotor.

verandert en de leveringszekerheid van zoet water en de

Daarnaast bestaat het risico van afbreken van ijzel op

toenemende verzilting in laag Nederland is dan ook een

de wieken en het wegslingeren hiervan. Om die reden

aandachtspunt. Zeker als er werkzaamheden zijn waarbij

moeten we rekening houden met een veiligheids­

sprake is van bemaling en grondroering. Ook in Zeeland

contour rondom een windmolen. De grootte van die

staat de beschikbaarheid van voldoende zoet water onder

zogenaamde ‘risicozone’ ligt aan het type mast.

druk, er is te weinig aanvoer van zoet water. De

De hoogte en het toerental zijn van invloed op de

zoetwaterschaarste wordt versterkt door verzilting van

werpafstand. Omdat we nu nog niet van alle

landbouwgronden. Wij zijn ons bewust van dit probleem

windmolens in het gebied gegevens hebben, houden

en gaan er zeer zorgvuldig mee om.

we rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental, te weten 245 meter.

Wij zijn open en transparant over de maatregelen die

vertegenwoordigers. We doen er alles aan om verzilting te

Zodra de stationslocaties bekend zijn, voeren we deze

genomen worden om verzilting tegen te gaan. Verzilting is

voorkomen. Voor we beginnen met de bouw van de

studie uit.

een terugkerend agendapunt tijdens de gesprekken die we

stationslocaties en de aanleg van de kabel voeren we

voeren met perceeleigenaren en agrarische

bodem- en veldonderzoeken uit.

56

Belangrijke thema’s

Belangrijke thema’s

Bovengronds of ondergronds? We hateren het beleid dat nieuwe verbindingen van

in ontwikkeling. Er treden meer storingen op en het risico

De bestaande 380 kV-verbinding tussen Rilland en

110 kV en 150 kV zoveel mogelijk met een ondergrondse

op netinstabiliteit is beduidend groter dan bij bovengrondse

Geertruidenberg valt hier ook onder. Om die reden is het

kabel worden aangelegd. Verbindingen tot en met

verbindingen. Uit ervaring blijkt dat het oplossen van deze

niet toegestaan om het nieuwe hoogspanningsstation bij

150 kV zijn relatief eenvoudig ondergronds aan te leggen.

storingen veel tijd vergt (tot 480 uur per storing). Met het

Bergen op Zoom met een ondergrondse kabel in te

De bedrijfsvoering is gebaseerd op bewezen technologie en

oog op de leveringszekerheid is het dus niet verantwoord

lussen op de bestaande verbinding.

de kosten van aanleg en bedrijfsvoering zijn vergelijkbaar

om ondergrondse aanleg van 220 kV- en 380 kV-

met de kosten voor een bovengrondse verbinding. De

verbindingen grootschalig toe te passen. Er moet eerst

Ten zuiden van Bergen op Zoom wordt in de toekomst

150 kV-verbinding tussen Schouwen-Duiveland en Bergen

wereldwijd meer ervaring worden opgedaan.

wel een deel van de nieuwe 380 kV-verbinding tussen

op Zoom wordt om die reden volledig ondergronds aangelegd.

Rilland en Tilburg (Zuid-West 380 kV Oost) ondergronds In Nederland wordt een ondergrondse 380 kV-verbinding

gebracht. Het is daar wel mogelijk omdat de nieuwe

inmiddels op een aantal locaties op kortere afstand

verbinding geen interconnector is en dus niet tot de

Op 220 kV- en 380 kV-spanningsniveau is het nog een stuk

(maximaal 20 kilometer) toegepast. Het gaat daarbij om

kritische hoogspanningsring behoort. Daarnaast spelen

minder gebruikelijk om de verbinding ondergronds te

niet-cruciale verbindingen. Vanwege de leveringszekerheid

daar meer factoren die verkabeling verantwoorden,

leggen. Technisch is het weliswaar mogelijk deze

is het zeer ongewenst om kabels op te nemen in cruciale

zoals het doorkruisen van Natura-2000 gebied en een

verbindingen ondergronds aan te leggen, maar de

verbindingen, zoals de landelijke 380 kV-ring en de

hoogteverschil.

bedrijfsvoering op deze spanningsniveaus verkeert nog

interconnectoren (verbindingen met het buitenland).

57

58

Deel 2: Locatie - en haalbaarheidsstudie Effectbeschrijvingen van de kansrijke locaties en tracé-alternatieven

59

Inhoud

60

Inhoud

Inhoud 1. Leeswijzer 2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

62 64

4. Analyse locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

126

4.1 Toelichting opgave

126

4.2 Analyse milieu

127

2.1 Overzichtskaart alternatieven

64

4.2.1 Natuur

127

2.2 Toelichting locatie­alternatieven Bergen op Zoom

66

4.2.2 Geluid

129

2.2.1 Voorstudie

67

4.2.3 EM-velden

130

2.2.2 Zoekgebied en zoeklocaties

67

4.2.4 Landschap

131

2.2.3 Locatiealternatieven

71

4.2.5 Cultuurhistorie

137

74

4.2.6 Archeologie en aardkunde

138

2.3.1 Voorstudie

75

4.2.7 Veiligheid

141

2.3.2 Zoekgebied en zoeklocaties

75

4.2.8 Water

144

2.3.3 Locatiealternatieven

79

4.2.9 Bodem

146

2.4 Toelichting tracéalternatieven

83

4.2.10 Infrastructuur

147

2.3 Toelichting locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

2.4.1 Voorstudie

83

4.2.11 Ruimtegebruik

148

2.4.2 Tracéalternatieven

84

4.3 Analyse omgevingsbeeld

150

87

4.4 Analyse (net)techniek

152

4.5 Analyse kosten

155

4.6 Overzichtstabel

156

2.5 Beoordelingskader

3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom

92

3.1 Toelichting opgave

92

3.2 Analyse milieu

93

5. Analyse tracéalternatieven

158

3.2.1 Natuur

93

5.1 Toelichting opgave

158

3.2.2 Geluid

95

5.2 Analyse milieu

159

3.2.3 EM-velden

97

5.2.1 Natuur

159

3.2.4 Landschap

98

5.2.2 EM-velden

163

3.2.5 Cultuurhistorie

106

5.2.3 Cultuurhistorie

166

3.2.6 Archeologie en aardkunde

107

5.2.4 Archeologie en aardkunde

170

3.2.7 Veiligheid

109

5.2.5 Veiligheid

177

3.2.8 Water

111

5.2.6 Water

179

3.2.9 Bodem

113

5.2.7 Bodem

184

3.2.10 Infrastructuur

115

5.2.8 Infrastructuur

187

3.2.11 Ruimtegebruik

116

5.2.9 Ruimtegebruik

190

3.3 Analyse omgevingsbeeld

117

5.3 Analyse omgevingsbeeld

193

3.4 Analyse (net)techniek

120

5.4 Analyse (net)techniek

194

3.5 Analyse kosten

123

5.5 Analyse kosten

198

3.6 Overzichtstabel

124

5.6 Overzichtstabel

199

6. Samenhang

201

61

62

1. Leeswijzer

1. Leeswijzer Deze locatie- en haalbaarheidsstudie beschrijft de totstandkoming van alternatieven en de analyses van deze alternatieven. De alternatieven zijn onderzocht op milieu, omgeving, techniek en kosten. Tot slot zijn de mogelijke combinaties van locatiealternatieven in relatie tot de (kabel) technische mogelijkheden in beeld gebracht. Deze onderdelen zijn uiteengezet in de volgende hoofdstukken: •

hoofdstuk 2 geeft een toelichting op de alternatieven en het beoordelingskader;

•

hoofdstuk 3 presenteert de analyse van de locatiealternatieven nabij Bergen op Zoom;

•

hoofdstuk 4 presenteert de analyse van de locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland;

•

hoofdstuk 5 presenteert de analyse voor de tracéalternatieven;

•

hoofdstuk 6 laat een beknopt overzicht zien van de samenhang en mogelijke combinaties van locatie­ alternatieven.

1. Leeswijzer

63

64

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader Dit hoofdstuk presenteert het overzicht van de onderzochte alternatieven en het beoordelingskader. Paragraaf 2.1 laat de overzichtskaart van de onderzochte alternatieven zien. De paragrafen 2.2 en 2.3 geven een toelichting op de onderzochte locatiealternatieven en paragraaf 2.4 presenteert de toelichting op de tracé­ alternatieven. Tot slot presenteert paragraaf 2.5 het beoordelingskader.

2.1 Overzichtskaart alternatieven

Figuur 2.1 | Overzichtskaart kansrijke alternatieven.

Voor het project Netversterking Schouwen-Duiveland,

Daarnaast zijn tracévarianten ontwikkeld om de locatie­

Tot slot zijn nieuwe zoeklocaties ontwikkeld die aansluiten

Tholen en omgeving Bergen op Zoom (hierna: SD-T-BOZ)

alternatieven aan te sluiten op de tracéalternatieven tussen

bij de traceringsprincipes van TenneT. Daarmee is de

wordt gezocht naar locaties voor een nieuw te realiseren

beide zoekgebieden. Figuur 2.1 laat alle kansrijke alter­

bandbreedte aan mogelijke alternatieven in kaart gebracht.

150/20 kV-hoogspanningsstation op Schouwen-Duiveland,

natieven voor de Netversterking SD-T-BOZ zien die in

De onderzochte alternatieven in deze locatie- en haalbaar-

een nieuw te realiseren 380/150/20 kV-hoogspanningssta-

voorliggende studie zijn onderzocht.

heidsstudie zijn dus afkomstig uit:

tion bij Bergen op Zoom en de nieuw te realiseren 150

•

de voorstudie, of

kV-kabelverbinding tussen beide stations. Voor deze locaties

De alternatieven zijn gedeeltelijk afkomstig uit de reeds

•

het omgevingsproces, of

en routes zijn verschillende mogelijkheden en alternatieven.

uitgevoerde voorstudie van Arcadis. De zoeklocaties die

•

de alternatievenontwikkeling op basis van tracering-

Deze studie beschouwt zes locatiealternatieven voor een

in de voorstudie als kansrijk zijn aangemerkt, zijn in deze

locatie voor een hoogspanningsstation op Schouwen-

haalbaarheidsstudie verder onderzocht. Ook zijn de

Duiveland (SD-1 tot en met SD-6), vijf locatiealternatieven

zoeklocaties die in de voorstudie als kansarm zijn aange-

Figuur 2.2 laat een schematische weergave zien van

voor een locatie voor een hoogspanningsstation nabij

merkt in deze haalbaarheidsstudie definitief afgevallen.

naamgeving en de totstandkoming van de locatie­

Bergen op Zoom (BOZ-1 tot en met BOZ-5) en vier tracé-

Naast de zoeklocaties uit de voorstudie, zijn zoeklocaties

alternatieven die zijn onderzocht in deze locatie- en

alternatieven voor de kabelverbinding tussen Schouwen-

ingebracht tijdens het omgevingsproces. Dit proces heeft

haalbaarheidsstudie.

Duiveland en Bergen op Zoom (NN, NM, ZM en ZZ).

TenneT in april 2021 opgestart en heeft parallel gelopen aan deze haalbaarheidsstudie.

sprincipes van TenneT.

Deelgebieden

Onderzocht in voorstudie Arcadis

• Ingebrachte locaties omgevingsproces; • Alternatievenontwikkeling

Zoeklocaties Trechtering o.b.v. wet- en regelgeving en beleid TenneT

Locatiealternatieven

Onderzocht in haalbaarheidsstudie

Keuze bevoegd gezag

Voorkeursalternatief

Figuur 2.2 | Schematische weergave naamgeving en totstandkoming locatiealternatieven

65

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

66

2.2 Toelichting locatie­alternatieven Bergen op Zoom

•

uitgebreid. Als een station op grotere afstand (meer dan ca. 500m) van de 380kV-verbinding gerealiseerd wordt is de kans groot dat er een bovengrondse verbinding van het nieuwe station naar de bestaande verbinding moet worden aangelegd. Het te realiseren 380kV-station en 150kV-station worden bij voorkeur samen op een kavel gerealiseerd met een afmeting van 180 bij 580 meter. Mocht dit niet goed inpasbaar zijn is verkend of een andere oriëntatie van het 380kV- of 150kV-station nog mogelijkheden biedt om tot een realistische locatie te komen.

Het zoekgebied in West-Brabant kent een grote en is daarom Deze paragraaf geeft een toelichting opverscheidenheid de totstandkoming van ingedeeld in deelgebieden. In deze deelgebieden is op het eerste gezicht ruimte voor een station met de gewenste afmetingen, en wordt de locatiealternatieven bij Bergen op Zoom (2.2.1 en 2.2.2). op het eerste gezicht voldaan aan bovenstaande voorwaarden. Per deelgebied worden de planologische Paragraaf 2.2.3 presenteert belemmeringen in detail bekeken. een korte beschrijving van deze

locatiealternatieven. Er zijn 6 deelgebieden bepaald die hieronder verder worden uitgewerkt (Figuur 4-2). Deelgebieden 1 en 5 zijn concrete locaties omdat er niet veel andere mogelijkheden zijn op deze locatie. De Deelgebieden 2,3,4 en 6 worden beoordeeld als zone. Hier is een station op meerdere plekken binnen de zone mogelijk.

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

67

2.2.1 Voorstudie De in juni 2020 uitgevoerde voorstudie heeft verschillende

Het zoekgebied is opgedeeld in twee kleinere zoekge-

potentiële locaties in beeld gebracht in het gebied ten

bieden, noord en zuid, zoals afgebeeld op figuur 2.4. Het

noordwesten van Bergen op Zoom. In de voorstudie zijn 6

gebied tussen de Eendrachtweg (N286) en de bebouwing

deelgebieden onderzocht, zie figuur 2.3.

aan de Tholenseweg wordt hierbij buiten beschouwing

Op basis van belemmeringen zijn locaties 2, 4 en 6 als

gelaten omdat dit gebied ongeschikt is bevonden voor de

meest gunstig aangemerkt. Deelgebied 1 wordt in de

realisatie van een hoogspanningsstation. Dit door de

voorstudie kansarm geacht vanwege een hoge bebouwing-

aanwezigheid van een archeologisch monument van hoge

sdichtheid, waarbij geluidshinder en overige omgevings­

archeologische waarde aan de Oude Beijmoerseweg en een

hinder op een groot aantal woningen verwacht wordt.

buisleiding langs de Tholenseweg. Daarnaast is het gebied

Daarnaast vraagt deze locatie om de sloop van een aantal

ten oosten van het Lange Water cultuurhistorisch landschap

woningen. Deelgebied 3 is minder kansrijk geacht vanwege

(met bepalende verkavelingspatronen) en is er mede door

de aanwezigheid van een archeologisch monument en

bestaande wegen en bebouwing beperkte ruimte om het

cultuurhistorische waarden. Daarnaast moet het station

hoogspanningsstation op voldoende afstand tot woningen

door beperkte ruimte dichtbij geluids- en EM-gevoelige

te realiseren.

objecten (zie onder andere 3.2.3) in Halsteren komen te liggen. Deelgebied 5 is kansarm geacht vanwege beperkte ruimte, inklemming tussen Natuurnetwerk Nederland (NNN)

2.2.2.2 Zoeklocaties

en Natura 2000 gebied, een primaire waterkering, een inrichting waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen en

Met de voorstudie als uitgangspunt is TenneT in gesprek

windturbines binnen 250 meter.

gegaan met bewoners en belanghebbenden uit de omgeving in zogenaamde werkateliers. Vanuit deze participa-

2.2.2 Zoekgebied en zoeklocaties 2.2.2.1 Beschrijving zoekgebied

tiegesprekken zijn drie nieuwe varianten door de omgeving aangedragen, weergegeven als V1, V2 en V3 in afbeelding 2.4. Ook heeft de omgeving TenneT verzocht om deelgebied 5 nogmaals te onderzoeken in deze locatie- en haalbaarheidsstudie. Hierdoor zijn totaal negen zoeklocaties meegenomen in de alternatievenontwikkeling van deze studie. Figuur 2.4 laat deze zoeklocaties zien.

Het zoekgebied in deze locatie- en haalbaarheidsstudie bouwt voort op de voorstudie van Arcadis, namelijk het gebied ten noordwesten van Bergen op Zoom. In het zuiden wordt het zoekgebied begrensd door de Oosterschelde en natuurgebied Prinsesseplaat, in het westen door het Schelde-Rijnkanaal en in het oosten door verschillende buurtschappen uit de gemeente Bergen op Zoom. Richting het noorden is het zoekgebied ten opzichte van de voorstudie vergroot vanwege ingebrachte locaties vanuit de omgeving tijdens de werkateliers. Het zoekgebied wordt

Figuur 4-2: Deelgebieden binnen Figuur 2.3 | Zoekgebieden voorstudie Bergenzoekgebied op Zoom. Bron:West-Brabant haalbaarheidsstudie ‘ontsluiten 150 kV Schouwen-Duiveland en Tholen, Arcadis (2020).

4.2.3

Deelgebied 1

Een station in de nabijheid van de bestaande 380kV-verbinding heeft de voorkeur. Een mogelijke locatie voor het hoogspanningsstation is bij de kruising van de bestaande 380kV-verbinding met de snelweg A4. Vanaf deze afrit loopt de Eendrachtweg (N268) richting het westen. Aan de oostzijde van de A4 bevinden zich beschermde natuurwaarden. Realisatie van een hoogspanningsstation is hier niet wenselijk volgens uitgangspunten van TenneT. Het gebied aan de westzijde van de A4 bestaat grotendeels uit hogere zandgronden met een kleinschalig verkavelingspatroon, bosschages en verspreide bebouwing.

daar begrensd door de Kladsedijk.

68

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Figuur 2.4 | Zoekgebieden en zoeklocaties alternatievenontwikkeling Bergen op Zoom.

TenneT hanteert traceringsuitgangspunten om te komen tot

6.

kansrijke locaties. Deze traceringsuitgangspunten zijn vastgesteld op basis van geldende wet- en regelgeving,

7.

aanvullend beleid van TenneT en project-specifieke (ontwerp)eisen. Voor de zoeklocaties nabij Bergen op Zoom gelden de volgende traceringsuitgangspunten:

8.

Figuur 2.5 | Afgevallen zoeklocaties alternatievenontwikkeling Bergen op Zoom

houd rekening met locaties met een extern veiligheids­

Deelgebied 1

tezamen maakt locatie niet haalbaar. Dit sluit aan bij de

risico zoals windturbines en risicovolle inrichtingen;

Deelgebied 1 (A4) is als niet haalbaar beoordeeld, omdat

voorstudie.

houd rekening met de afstand tot de bestaande

deze overlapt met bestaande bebouwing, dichtbij veel

GT-RLL380-verbinding2 in verband met de aanleg

bestaande woningen ligt (geluidshinder), overlapt met de

Variant V3

van nieuwe bovengrondse lijnen;

beheerzone van de A4 en de locatie zeer beperkt bereik-

Variant V3 (Zuider Kreekweg) is niet haalbaar beoordeeld

houd rekening met de maximale afstand tot de

baar is met de benodigde kabels. Dit maakt dat deze

omdat deze overlapt met een woning. Dit is vanuit TenneT

1.

ontwerp is technisch haalbaar en uitvoerbaar;

locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland

locatie op voorhand als niet haalbaar is beoordeeld. Dit sluit

beleid geen optie, zolang er alternatieven voorhanden zijn.

2.

benodigde oppervlakte is circa 12 ha (+ circa 3 ha

(30 kilometer realistisch tracé3).

aan bij de voorstudie.

Daarnaast ligt de locatie binnen de risico-richtafstand (245 meter) tot de windturbines op de zuidelijke dijk van de

inpassing, nader te bepalen); 3.

69

houd rekening met omgevingshinder (zone van

Op basis van deze traceringsuitgangspunten zijn vier

Deelgebied 3

Auvergnepolder die TenneT minimaal aanhoudt om veilig-

40 meter vanaf het hekwerk);

zoeklocaties als niet-haalbaar beoordeeld. Deze locaties zijn

Deelgebied 3 is afgevallen omdat het overlapt met een

heidseffecten en effecten op leveringszekerheid te

4.

zoveel mogelijk voorkomen van geluidshinder;

afgevallen in de alternatievenontwikkeling. Figuur 2.5 laat

archeologisch monument. Dit is vanuit nationale wetgeving

voorkomen. Ook is er onvoldoende ruimte voor inpassing,

5.

vermijd zoveel mogelijk effecten op milieuaspecten

deze afgevallen zoeklocaties zien.

en provinciale regels niet toegestaan. Bij het vermijden van

mede door de beschermingszone4 (of vrijwaringszone) van

zoals archeologie, cultuurhistorie, natuur en water­

het monument blijft er te weinig ruimte over voor het

een primaire waterkering. Daarnaast is voor deze locatie een

keringen;

hoogspanningsstation. Daarnaast ligt deze locatie dicht bij

permanente en tijdelijk hoogspanningslijn nodig door Natura

de bebouwing van Halsteren, wat onwenselijk is vanuit

2000-gebied en NNN-gebied. Dit is vanuit wet- en regelgev-

geluidshinder. Daarnaast is de locatie vanuit landschap-

ing niet vergunbaar. Daarmee is de locatie als niet haalbaar

pelijk en cultuurhistorisch perspectief niet wenselijk. Alles

beoordeeld.

2 3

De 380 kV-verbinding tussen Geertruidenberg (GT) en Rilland (RLL) Gedurende het omgevingsproces is een maximale lengte van 25 kilometer gecommuniceerd. Door technische aanpassingen na nader onderzoek is het mogelijk geworden de maximale lengte te vergroten naar 30 kilometer.

Zone rondom een waterkering waarbinnen geen (zone A) of beperkte (zone B) activiteiten zijn toegestaan om de bescherming van (de waterkerende functie van) de waterkering te garanderen. Vastgelegd in de Keur en Legger van het Waterschap.

4

70

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2.2.3 Locatiealternatieven

Deelgebied 5 Deelgebied 5 (SABIC) is als niet haalbaar beoordeeld omdat

tussen TenneT en SABIC, waarvan de conclusie was dat

deze locatie binnen de terreingrens en plaatsgebonden

SABIC geen toestemming geeft voor realisatie van een

Voor de navolgbaarheid en het onderscheid tussen de

risicocontour (PR 10-6) ligt van een inrichting waar gewerkt

hoogspanningsstation op zijn terrein. Dit besluit is daarnaast

voorstudie en deze studie, is de naamgeving voor de

wordt met gevaarlijke stoffen. Het gaat om een BRZO-

door SABIC ook per brief kenbaar gemaakt. Alles tezamen

onderzochte locatiealternatieven in deze studie aangepast

inrichting (Besluit risico’s zware ongevallen) die valt onder

maakt deze locatie niet haalbaar. Dit sluit aan bij de

naar BOZ-1, 2, 3, 4 of 5. Hiermee wordt ook een mogelijk

het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen). Vanuit

resultaten van de voorstudie.

foutieve interpretatie van het verschil tussen een ‘variant’

wetgeving en vanuit beleid van TenneT is dit niet haalbaar.

en ‘deelgebied’ weggenomen. Dit zorgt ervoor dat alle

Daarnaast is werken en ruimtebeslag in Natura 2000-gebied

locatiealternatieven als gelijk behandeld worden, ongeacht

en NNN-gebied voor deze locatie onvermijdelijk. Ook dit is

of deze zijn ingebracht door de omgeving of voortkomen

niet vergunbaar. Ook overlapt deze locatie met een

uit de voorstudie. De getallen zijn toegekend op basis van

bestaand bosstrook en ligt de locatie binnen de risico-

ligging, niet op basis van voorkeur. Figuur 2.6 laat de

richtafstand (245 meter) tot de windturbines op de zuidelijke

locatiealternatieven zien.

Locatiealternatief BOZ-1 (voorheen: variant 1 - Glymesweg)

dijk van de Auvergnepolder die TenneT minimaal aanhoudt om veiligheidseffecten en effecten op leveringszekerheid te voorkomen. Tot slot hebben gesprekken plaatsgevonden Glymesweg

Locatiealternatief BOZ-1 ligt in zoekgebied noord en is de meest noordelijke locatie. De locatie is ingebracht door deelnemers aan de omgevingsdialoog en ligt in de hoek van de kruising van de Glymesweg en Rubeerdijk. Het locatiealternatief ligt noordelijk op 250 meter afstand van het NNN-gebied het Lange Water en is hemelsbreed 1.400 meter verwijderd van de bestaande 380 kVverbinding. Daarnaast bevindt deze locatie zich op circa 700 meter van de dichtstbijzijnde woningen.

Figuur 2.6 | Locatiealternatieven Bergen op Zoom

5

 RZO-inrichtingen zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een in het Besluit risico’s zware ongevallen (2015) bepaalde B drempelwaarde.

71

72

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Locatiealternatief BOZ-2 (voorheen: variant 2 - Gemaal de Pals)

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

73

Locatiealternatief BOZ-3 (voorheen: deelgebied 2 - Kijkuit)

Locatiealternatief BOZ-4 (voorheen: deelgebied 6 - Auvergnepolder)

Locatiealternatief BOZ-5 (voorheen: deelgebied 4 Spinolaberg)

Kijkuit

Auvergnepolder

Nieuw-Beijmoersepolder

Locatiealternatief BOZ-2 ligt in zoekgebied noord en is

Locatiealternatief BOZ-3 ligt in zoekgebied noord ten

Locatiealternatief BOZ-4 ligt in zoekgebied zuid in het open

Locatiealternatief BOZ-5 ligt in zoekgebied zuid ten westen

ingebracht door deelnemers aan de omgevingsdialoog.

noordwesten van het buurtschap Kijkuit. De locatie is

landschap tussen de Zuider Kreekweg en het Lange Water.

van het buurtschap Kannewielseweg / Klaverblokken

De locatie is ingeklemd tussen de waterkering van het

ingeklemd tussen het NNN-gebied het Lange Water aan de

In het zuidoosten van de locatie liggen het NNN-gebied

(Spinolaberg) en is ingeklemd tussen de Nieuw

Schelde-Rijnkanaal in het westen en het NNN-gebied het

westzijde, de Groenedijk aan de noordzijde en de Heenweg

het Lange Water, de 380 kV-verbinding en het industrie­

Beijmoerseweg aan de oostzijde en de Sint Ignatiusdijk aan

Lange Water in het noorden en het oosten. De afstand tot

aan de oostzijde. Het locatiealternatief ligt binnen 300 meter

gebied Theodorushaven zich op respectievelijk 300 meter,

de westzijde. Ten zuiden van de locatie ligt een inrichting

woningen is circa 400 meter tot bebouwing in de gemeente

van de bestaande 380 kV-verbinding, ter hoogte van het

400 meter en 450 meter. De dichtstbijzijnde woningen liggen

waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen, gelegen op het

Tholen (overkant Schelde-Rijnkanaal) en circa 700 meter tot

punt waar de verbinding vanuit het zuiden een knik maakt

op circa 300 meter van het locatiealternatief.

industrieterrein Theodorushaven. Tussen het industrieterrein

bebouwing in de gemeente Bergen op Zoom.

richting het oosten. De woningen in het buurtschap

en het locatiealternatief ligt een groenstrook die onderdeel

Kijkuit (ten zuidoosten) liggen op circa 300 meter en liggen

uitmaakt van het NNN. De woningen in het buurtschap

De bestaande 380 kV-verbinding ligt hemelsbreed op ruim

circa 3 tot 4 meter hoger dan het locatiealternatief.

Kannewielseweg / Klaverblokken (Spinolaberg) liggen

700 meter afstand. Het locatiealternatief ligt direct ten

Aan de noordoostzijde liggen op circa 200-300 meter

circa 5 tot 10 meter hoger. Vijf woningen aan de voet van de

oosten van het gemaal De Pals en overlapt met de

afstand meerdere panden met woonfunctie - waaronder

heuvel ligt binnen 300 meter afstand van het locatie­

Noorder Kreekweg en een mestopslag op het veld (geen

een verzorgingstehuis - in en rondom het buurtschap

alternatief. Daarnaast ligt de locatie in cultuurhistorisch

bouwwerk).

Waterkant, wat ongeveer 2-3 meter hoger ligt dan het

landschap de Brabantse Wal en liggen de bestaande

locatiealternatief.

380 kV-verbinding en het NNN-gebied het Lange Water

Noorder Kreekweg

binnen 300 meter in noordwestelijke richting.

74

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2.3 Toelichting locatiealternatieven Schouwen-Duiveland Deze paragraaf geeft een toelichting op de totstandkoming van de locatiealternatieven op Schouwen-Duiveland (2.3.1 en 2.3.2). Paragraaf 2.3.3 presenteert een korte beschrijving van deze locatiealternatieven.

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

75

2.3.1 Voorstudie De voorstudie van Arcadis heeft op Schouwen-Duiveland

Dit zoekgebied wordt gekarakteriseerd door nabijheid bij

drie zoekgebieden gedefinieerd: deelgebied 1 ten zuidoos-

de bestaande bedrijvigheid en energie-infrastructuur van

ten van Zierikzee, deelgebied 2 tussen Nieuwerkerk,

Zierikzee. Het zoekgebied midden ligt in de polders en

Sirjansland en Oosterland en deelgebied 3 dat begrensd

omgeving Nieuwerkerk. Dit zoekgebied wordt gekarak­

wordt door Zierikzee, Kerkwerve, Brouwershaven en

teriseerd door open polderlandschap en de dorpskernen

Sirjansland. Figuur 2.7 laat deze zien.

Nieuwerkerk en Oosterland.

De voorstudie concludeert dat de deelgebieden zich niet onderscheiden op doorslaggevende effecten op milieuthe-

Het oostelijk zoekgebied ligt in de omgeving Oosterland,

ma’s als natuur, cultuurhistorie en archeologie. Wel kunnen

Bruinisse en Sirjansland. Dit zoekgebied kenmerkt zich ook

binnen de deelgebieden effecten zijn op een schaalniveau

door open polderlandschap en de dorpskernen Oosterland

dat beter aansluit bij de omvang van het te realiseren

en Bruinisse. Het gebied ten zuiden van Oosterland, tussen

hoogspanningsstation.

zoekgebied midden en oost is niet als zoekgebied meegenomen omdat het Natura2000-gebied betreft, waar

2.3.2 Zoekgebied en zoeklocaties 2.3.2.1 Beschrijving zoekgebied

realisatie van een hoogspanningsstation vanuit wet- en regelgeving niet haalbaar is. Binnen deze zoekgebieden is gezocht naar zoeklocaties die mogelijk kansrijk zijn. Vanuit de omgeving is ook gevraagd te kijken naar een locatie op de Grevelingendam/Philipsdam. Deze locatie is niet haalbaar vanwege onvoldoende ruimte

Het zoekgebied voor deze studie is beperkt tot het zuid­

op de dammen, de nabijheid van windturbines, de ligging in

oostelijk deel van Schouwen-Duiveland (zie figuur 2.8).

het midden van Natura 2000-gebied en de ongunstige

Dit komt door technische beperkingen in tracélengte van

ligging voor Enduris (door beperkingen in kabellengte,

TenneT (30 kilometer tot hoogspanningsstation Bergen op

zie ook 2.3.2.2). Daarmee is deze locatie vooraf als niet

Zoom) en Enduris (20 kilometer aansluitgebied vanaf station,

haalbaar beoordeeld en niet opgenomen in de zoek­

zie 2.3.2.2). Hierdoor is afgeweken van de zoekgebieden

gebieden of als zoeklocatie. Figuur 2.8 laat de zoekgebieden

van de voorstudie, omdat met name het deelgebied 3 te ver

zien die zijn meegenomen naar de volgende stap: de

noordelijk ligt. Daarmee is deelgebied 3 uit de voorstudie

alternatievenontwikkeling.

vanuit Bergen op Zoom niet bereikbaar met de ontwerp­ eisen van TenneT. Schouwen-Duiveland is dunbevolkt en bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied. Daarmee is sprake van relatief veel onbebouwde gronden met een agrarische functie die mogelijk in beeld kunnen komen voor realisatie van een hoogspanningsstation. Het zoekgebied in deze studie is opgedeeld in drie kleinere zoekgebieden: west, midden en oost. Het westelijke zoekgebied is relatief klein en ligt ten zuiden van Zierikzee. Figuur 2.7 | Zoekgebieden voorstudie binnen Schouwen-Duiveland. Bron: haalbaarheidsstudie ‘ontsluiten 150 kV Schouwen-Duiveland en Tholen, Figuur 4-10: Deelgebieden zoekgebied Schouwen-Duiveland Arcadis (2020).

4.3.3

Deelgebied 1

Deelgebied 1 bevindt zich ten zuiden/zuidoosten van Zierikzee. Aan de noordkant wordt het deelgebied begrenst door de Rijksweg N59. De Weg Naar De Val (N256) doorkruist het deelgebied van noord naar zuid. In het deelgebied bevindt zich een 50kV-station van Enduris. De nabijheid van dit station is een voordeel voor een nieuwe stationslocatie (zie paragraaf 4.3.2). Daarbij bevindt het station zich in nabijheid van een bedrijventerrein, grenzend aan de kern van Zierikzee. Het bedrijventerrein (met grootschalige logistieke

76

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

77

Figuur 2.9 | Aansluitgebieden Enduris.

Figuur 2.8 | Zoekgebieden en zoeklocaties alternatievenontwikkeling Schouwen-Duiveland.

2.3.2.2 Zoeklocaties

Voor de zoeklocaties op Schouwen-Duiveland gelden de

Voor het traceringsuitgangspunt onder ad. 8 zijn de

volgende traceringsuitgangspunten:

aansluitgebieden vanuit Enduris relevant. Figuur 2.9 laat

1.

ontwerp is technisch haalbaar en uitvoerbaar;

deze zien. Hierbij geldt: het hoogspanningsstation realiseren

2.

benodigde oppervlakte is circa 4,5 ha (+ circa 1 ha

in het groene oostelijke gebied, betekent dat Enduris de hele

inpassing, nader te bepalen);

gemeente kan bedienen. Realisatie in geel gebied, betekent

houd rekening met omgevingshinder (zone van 40

dat Enduris tot het andere gele gebied komt, en hetzelfde

meter vanaf het hekwerk);

geldt voor oranje en rood.

3.

Met de voorstudie als uitgangspunt is TenneT in gesprek

TenneT hanteert traceringsuitgangspunten om te komen tot

4.

zo veel mogelijk voorkomen van geluidshinder;

gegaan met bewoners en belanghebbenden uit de

kansrijke locaties. Deze traceringsuitgangspunten zijn

5.

vermijd zoveel mogelijk effecten op milieuaspecten

Hierbij is realisatie in een rood gebied nadrukkelijk

omgeving in zogenaamde werkateliers. In deze

vastgesteld op basis van geldende wet- en regelgeving,

zoals archeologie, cultuurhistorie, natuur en

onwenselijk vanuit Enduris, omdat hiermee de

participatiegesprekken zijn varianten aangedragen die zijn

aanvullend beleid van TenneT en project-specifieke

waterkeringen;

kabelverbinding maximaal tot het dorp Serooskerke reikt.

meegenomen in de alternatievenontwikkeling. In totaal zijn

(ontwerp)eisen.

houd rekening met locaties met een extern

Het gebied ten westen van dit gebied blijft daarmee beperkt

14 locaties meegenomen in de alternatievenontwikkeling.

veiligheidsrisico zoals windturbines en risicovolle

in de netcapaciteit, met gevolgen voor toekomstige

Deze locaties onderscheiden zich van elkaar door

inrichtingen;

ontwikkelingen. Realisatie ten oosten en zuiden van het rode

houd rekening met de afstand tot stationslocaties

gebied binnen het zoekgebied van deze studie is technisch

Bergen op Zoom (30 kilometer realistisch tracé);

onhaalbaar met de technische ontwerpeisen en maximale

houd rekening met de maximale tracélengte van 20

kabellengte van Enduris.

aansluiting bij verschillende voorkeuren, zoals de ligging

6.

7.

nabij (energie-)infrastructuur of bestaande bedrijvigheid of juist de afstand tot dorpskernen.

8.

kilometer vanaf het 20 kV-deel van Enduris zodat Enduris het gehele eiland kan bedienen; 9.

vestiging op bestaand industrie- en/of bedrijventerrein (voorkeur);

10. aansluiting bij bestaande bedrijvigheid (voorkeur); 11. aansluiting bij energie-infrastructuur (voorkeur).

78

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Figuur 2.10 | Afgevallen zoeklocaties alternatievenontwikkeling Schouwen-Duiveland.

Figuur 2.11 | Locatiealternatieven Schouwen-Duiveland

Op basis van deze traceringsuitgangspunten zijn vijf

2.3.3 Locatiealternatieven

zoeklocaties als niet kansrijk en drie zoeklocaties als niet-haalbaar beoordeeld. Deze locaties zijn afgevallen

Voor de navolgbaarheid en het onderscheid tussen de

in de alternatievenontwikkeling. Tabel 2.1 geeft een

voorstudie en deze studie, is de naamgeving voor de

toelichting op de afgevallen zoeklocaties en figuur 2.10

onderzochte locatiealternatieven in deze studie aangepast

laat deze afgevallen zoeklocaties op kaart zien.

naar SD-1, 2, 3, 4, 5 en 6. Dit zorgt ervoor dat alle locatiealternatieven als gelijk behandeld worden, ongeacht of deze zijn ingebracht door de omgeving of voortkomen uit

Afgevallen zoeklocatie

Beoordeling

Toelichting

de voorstudie. De getallen zijn toegekend op basis van

W1

Niet kansrijk

• grenst aan 4 boerderijen, waarvan 1 met mini-camping; • verwachte geluidshinder en mogelijke normoverschrijding.

ligging, niet op basis van voorkeur. Figuur 2.11 laat de

M2, M3 en M4

Niet kansrijk

• grenzen aan woonwijken en/of woningen (<150 meter); • verwachte geluidshinder en mogelijke normoverschrijding; • ongunstige ligging voor Enduris (geel en rood gebied).

O2

Niet haalbaar

• grenst aan woonwijk (< 50 meter) Oosterland; • grote kans op normoverschrijding geluid door ligging naast woonwijk; • zeer ongunstige ligging voor Enduris (rood gebied).

O3, O4 en O5

Niet haalbaar

ligging buiten aansluitgebied Enduris, technisch niet mogelijk om westzijde van het eiland te bereiken zonder aanvullende maatregelen. Vanuit maatschappelijke kosten en aanvullende omgevingshinder niet wenselijk.

Tabel 2.1 | Toelichting afgevallen locaties Schouwen-Duiveland.

locatiealternatieven zien.

79

80

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

81

Locatiealternatief SD-1 (voorheen: W2)

Locatiealternatief SD-2 (voorheen: W3)

Locatiealternatief SD-3 (voorheen: M6)

Locatiealternatief SD-4 (voorheen: M5)

Bedrijventerrein Zierikzee

Weg naar de Val

Gouweveerseweg-Groenedijk

Rijksweg N59

Locatiealternatief SD-1 in zoekgebied west ligt ten zuiden

Locatiealternatief SD-2 in zoekgebied west ligt in de

Locatiealternatief SD-3 in zoekgebied midden ligt in het

Locatiealternatief SD-4 in zoekgebied midden ligt ten oosten

van Zierikzee en is omringd door bedrijventerreinen. Het

zuidoosthoek van de polder ten zuiden van Zierikzee.

open polderlandschap ten zuidoosten van Zierikzee en is

van Zierikzee en is ingebracht door deelnemers aan de

locatiealternatief is ingeklemd tussen de Straalweg in het

Deze locatie is ingebracht door deelnemers aan de

ingebracht door deelnemers aan de omgevingsdialoog.

omgevingsdialoog. De locatie ligt aan de Groene Dijk in het

westen, het Groene Weegje en de Gouwepoort in het

omgevingsdialoog en grenst aan de oost- en zuidzijde

De locatie wordt begrensd door de Gouweveerseweg aan

oosten en de N59 in het noorden. Het locatiealternatief ligt

Noorden en de Ruigendijkweg in het oosten. Ten noord-

aan de provinciale weg N256. Daarmee wordt de locatie

de noordoostzijde en de Groenedijk aan de zuidoostzijde.

op circa 150 meter van de dichtstbijzijnde agrarische

westen ligt een agrarische inrichting en ten zuidoosten ligt

aan de oostzijde gescheiden van een primaire waterkering

In noordoostelijke richting ligt het NNN-gebied het Diepe

woning. Ten westen van de locatie ligt de Gouweveerseweg

het Natura 2000-gebied Oosterschelde op ongeveer

van de Oosterschelde. De locatie ligt direct naast Natura

Gat en in zuidwestelijke richting bevindt zich het Natura

met daaraan een camping. De locatie ligt in het groene

400 meter afstand. Het locatiealternatief ligt op circa

2000-gebied Oosterschelde en dichtbij NNN-gebieden.

2000-gebied Oosterschelde. Het locatiealternatief ligt op

aansluitgebied van Enduris, wat betekent dat vanuit deze

40 meter van (bedrijfsmatige) woonbebouwing van Zierikzee.

De westgrens van de zoeklocatie ligt langs een waterweg

circa 70 meter van de dichtstbijzijnde agrarische woning.

locatie het gehele eiland op de nieuwe 20 kV-infrastructuur

De locatie ligt in het groene aansluitgebied van Enduris, wat

(sloot) op de plek waar voorheen de Meeldijk lag. Het

Ten zuidwesten van de locatie staan drie windturbines

aangesloten kan worden.

betekent dat vanuit deze locatie het gehele eiland op de

locatiealternatief ligt op circa 400 meter van de dichtst­

aan de Gouweveerseweg. De locatie ligt in het groene

nieuwe 20 kV-infrastructuur aangesloten kan worden.

bijzijnde agrarische woning. De locatie ligt in het groene

aansluitgebied van Enduris, wat betekent dat vanuit deze

aansluitgebied van Enduris, wat betekent dat vanuit deze

locatie het gehele eiland op de nieuwe 20 kV-infrastructuur

locatie het gehele eiland op de nieuwe 20 kV-infrastructuur

aangesloten kan worden.

aangesloten kan worden.

82

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Locatiealternatief SD-5 (voorheen: M1)

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Locatiealternatief SD-6 (voorheen: O1)

83

2.4 Toelichting tracéalternatieven Deze paragraaf geeft een toelichting op de totstandkoming van de tracéalternatieven tussen de stationslocaties op Bergen op Zoom en Schouwen-Duiveland.

2.4.1 Voorstudie

Het tracé loopt door tot aan Oosterland. De belangrijkste aandachtspunten die naar voren worden gebracht zijn de

In de voorstudie is enkel een indicatief tracé bepaald tussen

doorkruisingen van twee grote waterwegen en hun primaire

West-Brabant en Schouwen-Duiveland om inzicht te krijgen

waterkeringen. Daarnaast is het Zijpe een Natura 2000-

Kieweg

Maatje Harings Jobsweg

in de belangrijkste planologische aandachtspunten. Dit tracé

gebied en aangewezen als aardkundig waardevol gebied.

Locatiealternatief SD-5 in zoekgebied midden ligt in

Locatiealternatief SD-6 in zoekgebied oost ligt aan de

loopt van het zoekgebied Bergen op Zoom richting het

Realisatie van een dergelijk tracé wordt ondanks deze

het open polderlandschap ten noorden van de N59.

noordwestkant van Oosterland. De locatie is ingeklemd

noorden en kruist het Schelde-Rijnkanaal ter hoogte van

aandachtspunten in de voor­studie niet als onhaalbaar

De locatie wordt begrensd door de Kieweg in het zuiden

tussen rijksweg N59 in het zuiden, de Maatje Harings

Sint Philipsland. Via Sint-Philipsland bereikt het tracé

beoordeeld. Figuur 2.12 laat het indicatie tracé uit de

en de Oudepolderdijk in het westen. Het locatiealternatief

Jobsweg in het oosten en de Platte Capelledijk in het

Schouwen-Duiveland met een doorkruising van het Zijpe.

voorstudie zien.

ligt op circa 350 meter van de dichtstbijzijnde agrarische

westen. Aan de overzijde van de Maatje Harings Jobsweg

woning. De locatie ligt in het groene aansluitgebied van

ligt het bestaande 50 kV-station van Enduris. Het locatie­

Enduris, wat betekent dat vanuit deze locatie het gehele

alternatief sluit aan bij agrarische bedrijvigheid van

eiland op de nieuwe 20 kV-infrastructuur aangesloten

Oosterland en ligt op circa 40 meter van dichtstbijzijnde

kan worden.

(agrarische) woningen. De locatie bevindt zich in het rode aansluitgebied van Enduris, wat betekent dat vanuit deze locatie slechts een klein deel van het eiland op de nieuwe 20 kV-infrastructuur aangesloten kan worden.

Figuur 2.12 | Voorstudie tracéalternatief

Figuur 5-1 Indicatieve route tussen West-Brabant – Schouwen-Duiveland met belemmeringen

5.2

Beoordelingskader stap 3

84

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2.4.2 Tracéalternatieven

2.4.2.1 Tracéalternatieven

Om tot kansrijke tracéalternatieven te komen hanteert

Op basis van de traceringsuitgangspunten zijn vier

TenneT traceringsuitgangspunten. Deze tracerings­

tracéalternatieven ontwikkeld die de locatiealternatieven bij

uitgangspunten zijn vastgesteld op basis van geldende

Bergen op Zoom verbinden met de locatiealternatieven op

wet- en regelgeving, aanvullend beleid van TenneT en

Schouwen-Duiveland. Zie figuur 2.13 (en figuur 2.1) voor

projectspecifieke (ontwerp)eisen. Voor de tracéalternatieven

het overzicht van tracéalternatieven. De totstandkoming

gelden de volgende traceringsuitgangspunten:

en tracering van de bovengrondse verbinding van de

1.

ontwerp is technisch haalbaar en uitvoerbaar;

bestaande 380 kV-lijn naar de locatiealternatieven bij Bergen

2.

benodigde kabelcorridorbreedte is 50 meter (algemene

op Zoom is hierbij buiten beschouwing gelaten. Deze werkt

aanlegstrook, inclusief werkstrook);

TenneT verder uit na keuze voor een locatiealternatief en

tracé is zo kort mogelijk, maar maximaal

wordt behandeld en onderzocht in een aparte procedure.

3.

85

Zijpe

Mastgat

Oosterschelde

30 kilometer; 4. 5. 6.

7.

vermijd zoveel mogelijk steden, dorpen en woningen

Afwijkend van de voorstudie zijn ook zuidelijke

(ten minste 25 meter van woonbebouwing);

tracéalternatieven beschouwd. Deze alternatieven lopen via

vermijd zoveel mogelijk locaties met een extern

Tholen en steken tussen Stavenisse en Sint Annaland het

veiligheidsrisico, zoals windturbines en BRZO-bedrijven;

Mastgat over naar Schouwen-Duiveland, middels een 2,7

vermijd zoveel mogelijk effecten op milieuaspecten,

kilometer lange horizontaal gestuurde boring (ook wel HDD:

zoals archeologie, cultuurhistorie, natuur en water­

Horizontal Directional Drilling genoemd, zie paragraaf 5.4).

keringen;

Deze optie is onderzocht vanwege de beperkingen in de

vermijd zoveel mogelijk ondergrondse infrastructuur

lengte van het kabeltracé vanuit zowel TenneT (30 kilometer)

(kabels, pijpleidingen, rioolwaterleidingen en drink­

als Enduris (20 kilometer).

waterleidingen);

Figuur 2.13 | Overzicht tracéalternatieven en tracévarianten, inclusief belemmeringen.

ondergrondse verbindingen en bovengrondse

Het tracéalternatief over Sint Philipsland is ondanks het

hoogspanningslijnen mogen parallel lopen en kruisen;

gelimiteerde aansluitbereik vanuit Enduris gehandhaafd in

rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen

deze studie omdat de definitieve technische haalbaarheid

Tracéalternatief Noord-Midden

Tracéalternatief Zuid-Midden

(zoveel mogelijk) haaks kruisen;

van de HDD-boring onder het Mastgat pas later bekend

Tracéalternatief Noord-Midden (NM) kruist vanaf zoekgebied

Tracéalternatief Zuid-Midden (ZM) kruist, net als

10. onderlinge beïnvloeding met buisleidingen, spoorlijnen,

werd. Een boring van deze lengte is complex, maar

noord bij Bergen op Zoom vrijwel direct het Schelde-

tracéalternatief NM, vanaf zoekgebied noord bij Bergen op

kabels en dergelijke zoveel mogelijk voorkomen.

technisch haalbaar gebleken (zie ook paragraaf 5.4).

Rijnkanaal naar Tholen (provincie Zeeland). Het industrie­

Zoom vrijwel direct het Schelde-Rijnkanaal naar Tholen

8. 9.

gebied van Tholen wordt aan de noordzijde gepasseerd.

(provincie Zeeland). Het industriegebied van Tholen wordt

Daarnaast is zoveel mogelijk rekening gehouden met het

Tracéalternatief Noord-Noord

Bij Oud-Vossemeer wordt afgebogen van de Oud

aan de noordzijde gepasseerd. Bij Oud-Vossemeer wordt

volgen van perceelsgrenzen. Dit zodat de tracéalternatieven

Tracéalternatief Noord-Noord (NN) loopt vanaf zoekgebied

Vossemeersedijk en Molendijk om bebouwing te ontwijken.

afgebogen van de Oud Vossemeersedijk en Molendijk om

zo min mogelijk dwars over percelen lopen. Het volgen van

noord bij Bergen op Zoom langs de oostzijde van het

perceelsgrenzen verkleint de omgevingshinder voor

Schelde-Rijnkanaal langs Nieuw-Vossemeer richting het

Vervolgens wordt de Krabbenkreekweg richting het noorden

tracéalternatief af naar het westen. Hier loopt het

perceeleigenaren en heeft de voorkeur van TenneT.

noorden. Ter hoogte van de Zeelandweg West (N257) kruist

gevolgd om daarna de Krabbenkreek te kruisen en ten

tracéalternatief tussen de weilanden aan de Bram

Omdat zoveel mogelijk perceelsgrenzen worden gevolgd,

deze het Schelde-Rijnkanaal en passeert de bebouwing

westen van Sint Philipsland uit te komen. Tot slot bundelt

Groenewegeweg door in noordelijke richting. Daarna

kent het tracéalternatief een aantal haakse bochten. Voor

rond Sint Philipsland aan de noordzijde. Vervolgens bundelt

het tracéalternatief met de rijksweg in noordwestelijke

worden achtereenvolgens de Kleine Dijk, de Muiterijweg en

het gehele kabeltracé geldt dat het, na keuze van een

het tracéalternatief met de Rijksweg in noordwestelijke

richting De Sluis. Vanaf De Sluis wordt het Zijpe gekruist

de Lange Kruisweg gevolgd. In noordwestelijke richting

voorkeursalternatief, verder geoptimaliseerd wordt op het

richting De Sluis. Vanaf De Sluis wordt het Zijpe gekruist

naar Schouwen-Duiveland.

loopt het tracéalternatief door weilanden naar de rand van

nog meer volgen van perceelsgrenzen.

naar Schouwen-Duiveland.

bebouwing te ontwijken. Vanaf de Broekseweg buigt dit

het Mastgat. Deze wordt gekruist om uit te komen op Schouwen-Duiveland.

86

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

Tracéalternatief Zuid-Zuid Tracéalternatief Zuid-Zuid (ZZ) kruist vanaf zoekgebied zuid bij Bergen op Zoom direct het Schel-Rijnkanaal naar Tholen.

2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader

2.4.2.3 Tracévarianten in zoekgebied Schouwen-Duiveland

Tholen wordt aan de zuidzijde gepasseerd waarna het tracéalternatief tussen de weilanden door in de richting van

Binnen het zoekgebied Schouwen-Duiveland zijn

Poortvliet loopt. Het tracéalternatief gaat tussen Poortvliet

tracévarianten ontwikkeld om de locatiealternatieven aan te

en Oud Kerkhof door en bundelt vervolgens een stuk met

sluiten op de tracéalternatieven. Deze tracévarianten zijn

de Lange Weg en de Bram Groenewegeweg.

volgens dezelfde traceringsuitgangspunten ontwikkeld zoals

Daarna worden achtereenvolgens de Kleine Dijk, de

beschreven onder de tracéalternatieven. De tracévarianten

Muiterijweg en de Lange Kruisweg gevolgd.

verschillen in lengte door de verschillen in afstand tussen de

87

2.5 Beoordelingskader De locatie- en tracéalternatieven worden in hoofdstuk 3, 4 en 5 per thema integraal beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader in tabel 2.3. De beoordelingen zijn toegekend aan de hand van de beoordelingsschaal zoals weergegeven in tabel 2.2.

locatiealternatieven en de tracéalternatieven. Figuur 2.13 en In noordwestelijke richting loopt het tracéalternatief door weilanden naar de rand van het Mastgat. Deze wordt gekruist om uit te komen op Schouwen-Duiveland.

2.4.2.2 Tracévarianten in zoekgebied Bergen op Zoom

2.1 laten de tracévarianten zien.

Score

Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel

0

De belemmering heeft geen of nauwelijks effect ten aanzien van het thema

-

De belemmering heeft een effect ten aanzien van het thema, dit effect is mogelijk oplosbaar door mitigerende maatregelen of verlegging van het alternatief

Tabel 2.2 | Beoordelingsschaal

Niet-beschouwde thema’s

In dit kader zijn geen effecten beschouwd die enkel

Binnen het zoekgebied Bergen op Zoom zijn tracévarianten

Deze locatie- en haalbaarheidsstudie kent een ander

optreden tijdens de aanlegfase, omdat deze niet leiden tot

ontwikkeld om de locatiealternatieven aan te sluiten op de

detailniveau dan een uitgebreide milieustudie, zoals een

onderscheidende effecten tussen de alternatieven.

tracéalternatieven. Deze tracévarianten zijn volgens dezelfde

milieueffectrapport (MER). In voorliggende studie is een

Bovendien wordt de benodigde informatie (zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10572207/1