CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210713 Raadsbrief Ontwerpbestemmingsplan Schouwse Valleien - Bijlagen toelichting Bijlage 8 Voortoets

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken18.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden. Directie Natuur & Biodiversiteit | DN&B/2018-000 | Aanwezige waarden (ontwerp-wijziging) Provincie Zeeland, 2017. Document PAS-analyse Herstelmaatregelen voor Kop van Schouwen. D.d. 15-12-2017. Provincie Zeeland, 2018. Omgevingsverordening Zeeland 2018. Vastgesteld op 21 september 2018.

Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

44002091.201908450845.201908.00

Bijlage

1

Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

Berekening stikstofdepositie

1

44002091.201908450845.201908.00

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening referentiesituatie en aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 1/15

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

De Schouwse Valleien

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

-

RuoyLqusxm9R

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

07 juni 2021, 15:24

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

850,98 kg/j

327,20 kg/j

-523,78 kg/j

NH3

96,59 kg/j

1,12 kg/j

-95,46 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Verschilberekening aanlegfase totaal

Resultaten

referentiesituatie aanlegfase

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 2/15

Resultaten

Locatie referentiesituatie

Emissie referentiesituatie

Resultaten

Bron Sector

referentiesituatie aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

15,39 kg/j

230,58 kg/j

Bron 1 Wonen en Werken | Recreatie

81,20 kg/j

620,40 kg/j

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 3/15

Resultaten

Locatie aanlegfase

Emissie aanlegfase

Resultaten

Bron Sector

referentiesituatie aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

6,28 kg/j

Bron 1 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

320,92 kg/j

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 4/15

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Manteling van Walcheren

0,01

0,00

0,00

Grevelingen

0,01

0,00

0,00

Voordelta

0,01

0,00

0,00

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,01

0,00

0,00

Oosterschelde

0,01

0,00

0,00

Voornes Duin

0,01

0,00

0,00

Kop van Schouwen

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie aanlegfase

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 5/15

Resultaten

Resultaten per habitattype

Manteling van Walcheren Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

0,00

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

0,00

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 6/15

Resultaten

Grevelingen Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

0,00

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,00

0,00

H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)

0,01

0,00

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Voordelta Habitattype

ZGH2110 Embryonale duinen

Resultaten

referentiesituatie aanlegfase

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

0,00

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 7/15

Resultaten

Duinen Goeree & Kwade Hoek Habitattype

H2160 Duindoornstruwelen

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

0,00

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

0,00

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

0,00

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

0,00

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

0,00

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

0,00

referentiesituatie aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 8/15

Resultaten

Oosterschelde Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

0,00

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

0,00

-0,04

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,00

0,00

-

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

0,00

-

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie aanlegfase

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 9/15

Resultaten

Voornes Duin Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

0,00

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

0,00

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

0,00

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

0,01

0,00

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

0,00

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

0,00

referentiesituatie aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 10/15

Resultaten

Kop van Schouwen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,02

0,00

- 0,01

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,02

0,00

- 0,01

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,02

0,00

- 0,02

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

0,02

0,00

- 0,02

H6410 Blauwgraslanden

0,02

0,00

- 0,02

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,03

0,00

- 0,02

H9999:116 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).

0,03

0,00

- 0,03

H2150 Duinheiden met struikhei

0,05

0,01

- 0,04

referentiesituatie aanlegfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

-0,02

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 11/15

Resultaten

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie aanlegfase

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 12/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 39743, 411557 230,58 kg/j 15,39 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

referentiesituatie

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1.686,0 / etmaal NOx NH3

229,64 kg/j 15,37 kg/j

187,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Resultaten

referentiesituatie aanlegfase

Bron 1 39337, 411533 5,0 m 13,1 ha 2,5 m 0,000 MW Continue emissie 620,40 kg/j 81,20 kg/j

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 13/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 39743, 411557 6,28 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

aanlegfase

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

10.000,0 / jaar NOx NH3

3,73 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

510,0 / jaar NOx NH3

2,55 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

STAGE IV, 130 <= Mobiele werktuigen kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

Resultaten

referentiesituatie aanlegfase

Bron 1 39337, 411533 320,92 kg/j < 1 kg/j

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

100.100

0

0,0 NOx NH3

320,92 kg/j < 1 kg/j

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 14/15

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

referentiesituatie aanlegfase

RuoyLqusxm9R (07 juni 2021) pagina 15/15

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening referentiesituatie en gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 1/15

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

De Schouwse Valleien

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

-

RVE3Fig1oYh3

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

07 juni 2021, 15:17

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

850,98 kg/j

147,76 kg/j

-703,22 kg/j

NH3

96,59 kg/j

9,88 kg/j

-86,71 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Verschilberekening gebruiksfase totaal

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 2/15

Resultaten

Locatie referentiesituatie

Emissie referentiesituatie

Resultaten

Bron Sector

referentiesituatie gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

15,39 kg/j

230,58 kg/j

Bron 1 Wonen en Werken | Recreatie

81,20 kg/j

620,40 kg/j

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 3/15

Resultaten

Locatie gebruiksfase

Emissie gebruiksfase

Bron Sector

Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

9,88 kg/j

147,76 kg/j

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 4/15

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Grevelingen

0,01

0,00

- 0,01

Duinen Goeree & Kwade Hoek

0,01

0,00

- 0,01

Voornes Duin

0,01

0,00

- 0,01

Manteling van Walcheren

0,01

0,00

- 0,01

Oosterschelde

0,01

0,00

- 0,01

Voordelta

0,01

0,00

- 0,01

Kop van Schouwen

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie gebruiksfase

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 5/15

Resultaten

Resultaten per habitattype

Grevelingen Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

- 0,01

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)

0,01

0,00

- 0,01

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie gebruiksfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 6/15

Resultaten

Duinen Goeree & Kwade Hoek Habitattype

H2160 Duindoornstruwelen

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie gebruiksfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 7/15

Resultaten

Voornes Duin Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2180Ao Duinbossen (droog), overig

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2190Ae Vochtige duinvalleien (open water), (matig) eutrofe vormen

0,01

0,00

- 0,01

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie gebruiksfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 8/15

Resultaten

Manteling van Walcheren Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

- 0,01

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,00

- 0,01

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Oosterschelde Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

- 0,01

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

- 0,01

-0,04

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,00

- 0,01

-

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

- 0,01

-

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie gebruiksfase

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 9/15

Resultaten

Voordelta Habitattype

ZGH2110 Embryonale duinen

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

0,01

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

- 0,01

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 10/15

Resultaten

Kop van Schouwen Habitattype

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H2120 Witte duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

- 0,01

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

- 0,01

-0,02

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

-0,02

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

- 0,01

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

- 0,01

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

- 0,01

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

- 0,01

Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,02

0,00

- 0,02

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,02

0,00

- 0,02

H2190A Vochtige duinvalleien (open water)

0,02

0,00

- 0,02

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,02

0,00

- 0,02

H6410 Blauwgraslanden

0,02

0,00

- 0,02

H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,03

0,00

- 0,03

H9999:116 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).

0,03

0,00

- 0,03

H2150 Duinheiden met struikhei

0,05

0,01

- 0,04

referentiesituatie gebruiksfase

-

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 11/15

Resultaten

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie gebruiksfase

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 12/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 39743, 411557 230,58 kg/j 15,39 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

referentiesituatie

NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1.686,0 / etmaal NOx NH3

229,64 kg/j 15,37 kg/j

187,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx NH3

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

Bron 1 39337, 411533 5,0 m 13,1 ha 2,5 m 0,000 MW Continue emissie 620,40 kg/j 81,20 kg/j

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 13/15

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

gebruiksfase

NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

referentiesituatie gebruiksfase

Bron 1 39743, 411557 147,76 kg/j 9,88 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1.083,0 / etmaal NOx NH3

147,51 kg/j 9,88 kg/j

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 14/15

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

RVE3Fig1oYh3 (07 juni 2021) pagina 15/15

Bijlage

2

Rho Adviseurs B.V. vestiging Middelburg

De Schouwse Valleien Burgh-Haamstede, Deelrapport hydrologie, Arcadis

1

44002091.201908450845.201908.00

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGHHAAMSTEDE DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGHDeelrapport hydrologie HAAMSTEDE Deelrapport hydrologie 26 FEBRUARI 2020 26 FEBRUARI 2020

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Contactpersoon JOHAN BOLEIJ Specialist Hydrologie

M +31 6 3104 8683 E johan.boleij@arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

2

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

5

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doel

5

1.3

Leeswijzer

6

BELEID

7

2.1

Europees en Nationaal beleid

7

2.1.1

Kaderrichtlijn Water

7

2.1.2

Nationaal Bestuursakkoord Water

7

2.1.3

Waterwet

7

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

8

2.2.1

Omgevingsplan Zeeland 2012-2018

8

2.2.2

Waterbeheerplan waterschap Scheldestromen 2016-2021

8

2.2.3

Keur en legger waterschap Scheldestromen

8

2.2.4

Beleidsnota grondwater waterschap Scheldestromen

8

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODIEK

9

3.1

Toetsingskader

9

3.2

Onderzoeksmethodiek

10

HUIDIGE SITUATIE

11

4.1

Algemeen

11

4.2

Maaiveld

11

4.3

Bodemopbouw

12

4.4

Grondwater

14

4.5

Oppervlaktewater

17

4.6

Vuilwaterstromen

19

EFFECTBESCHRIJVING

20

5.1

Algemeen

20

5.2

Grondwater

21

5.3

Oppervlaktewater

22 3

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

5.4

6

Vuilwaterstromen

CONCLUSIE

22

24

4

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het project De Schouwse Valleien heeft betrekking op de herstructurering van de bestaande terreinen van Duinrand West en Duinrand Oost aan de Hogeweg in Burgh-Haamstede. Op dit moment zijn er op de twee vakantieparken in totaal 473 eenheden, bestaande uit recreatiewoningen, permanente en niet permanente standplaatsen. Ter vervanging van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen wordt een hoogwaardig recreatiewoningencomplex gerealiseerd, met een aantal centrale voorzieningen. In de toekomstige situatie worden 100 kampeerhuizen en 147 recreatiewoningen gerealiseerd. De inrichting van De Schouwse Valleien wordt totaal vernieuwd. Er wordt een glooiend duinlandschap gecreëerd, met (vochtige) duinvalleien. Om de nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan worden gewijzigd op basis waarvan te zijner tijd de benodigde vergunningen verleend kunnen worden. Onderliggend rapport dient ter onderbouwing van zowel de vormvrije m.e.r.-beoordeling als ter onderbouwing van zowel het wijzigingsplan voor Duinrand West als het nieuwe bestemmingsplan voor Duinrand Oost (gezamenlijk vormen zij het project De Schouwse Valleien). Dit deelrapport richt zich op de aspecten hydrologie. De aspecten die zijn onderzocht in dit kader hebben betrekking op de invloed van het plan op grondwaterstanden, hemelwaterafvoer en waterkwaliteit.

Figuur 1 Ligging plangebied.

1.2

Doel

Het doel van het onderzoek is de hydrologische effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen te bepalen. Om deze effecten te bepalen zijn enkele subdoelen gedefinieerd: • • • • •

Beleidskader schetsen met geldende wet- en regelgeving met betrekking tot water. Beschrijven huidig functioneren van het grond- en oppervlaktewatersysteem. Beschrijving ontwerp ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot water. Beschrijven effecten van het ontwerp op de hydrologie. Advies optimalisatie van het ontwerp met betrekking tot water. 5

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

1.3

Leeswijzer

In dit rapport Water wordt ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In hoofdstuk 2 is het relevante beleid van rijksoverheid, provincie en waterschap samengevat. In hoofdstuk 3 is het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 4 zijn de huidige situatie van de waterhuishouding en bodemopbouw beschreven. In hoofdstuk 5 is het effect van de ontwikkeling, daarbij is per thema ingegaan op de veranderingen en risico’s. De conclusie is beschreven in hoofdstuk 6.

6

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

2

BELEID

2.1

Europees en Nationaal beleid

2.1.1

Kaderrichtlijn Water

Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering waarbij voor Nederland de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems van belang zijn. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie in 2015 in een ‘goede chemische toestand’ en een 'goede ecologische toestand' moet verkeren. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens ‘een hoger doel’ niet anders kan (notitie Gevolgen van de KRW voor fysieke projecten in en om het water, ministerie van Verkeer en Waterstaat, maart 2006). Het beheersgebied van waterschap Scheldestromen maakt onderdeel uit van het stroomgebied van de Schelde. Voor de Schelde is in nauwe samenwerking met de andere waterbeheerders in het stroomgebied een stroomgebiedbeheersplan (SGBP) voor het Nederlandse deel van de Schelde opgesteld. Doel van het plan is een verdere verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater en de ecologische toestand in het stroomgebied van de Schelde.

2.1.2

Nationaal Bestuursakkoord Water

Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: • • •

Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt).

2.1.3

Waterwet

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland zijn vervangen door deze Waterwet en de zes verschillende vergunningen zijn opgegaan in één vergunning. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijk doel is het klimaatbestendig maken van de ruimtelijke inrichting en wateroverlast zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Wet Milieubeheer (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het gezag van de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de rijkswateren). Een Watervergunning is nodig voor: • • • •

Werken in, aan en in de nabijheid van oppervlaktewater (bijvoorbeeld leggen van kabels, verlagen maaiveld). Het onttrekken/(weer) lozen van grondwater tijdens bouwwerkzaamheden. Het lozen van regenwater van verhard dak- en terreinoppervlak direct of via een retentie/infiltratievoorziening in oppervlaktewater. Werkzaamheden in of nabij waterkeringen.

7

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsplan Zeeland 2012-2018

Provinciale Staten van Zeeland hebben op 28 september 2012 het Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 vastgesteld, op 11 maart 2016 is een herziene versie vastgesteld. De planherziening heeft betrekking op de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en is een verplichte tussentijdse uitwerking van het huidige provinciale omgevingsplan 2012-2019. Het omgevingsplan is het provinciaal beleidsplan voor ruimte, milieu, water en natuur. De provincie heeft verschillende doelen gesteld op gebied van oppervlaktewater, grondwater en natuurgebieden. Als doel is gesteld een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en waterbodems na te streven. Daarbij moet een peilbeheer zijn afgestemd op bestaande en toekomstige functies waarbij een aanvaardbaar risico op wateroverlast wordt geaccepteerd. De bescherming, het beheer en de ontwikkeling van typische Zeeuwse natuurwaarden wordt nagestreefd, waarmee wordt bijgedragen aan biodiversiteit en omgevingskwaliteit. Het grondwater is van goede kwantitatieve en kwalitatieve toestand waarbij de instandhouding van het zoetwatervoorkomen een belangrijk aspect is. De gevolgen van klimaatverandering op het grondwater moeten worden opgevangen.

2.2.2

Waterbeheerplan waterschap Scheldestromen 2016-2021

Het waterbeheerplan of waterbeheerprogramma is het centrale beleidsplan van een waterschap. De planperiode van de op dit moment geldende waterbeheerplannen loopt van 2016 tot en met 2021. In het Waterbeheerplan waterschap Scheldestromen 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen kort en bondig beschreven. Het Waterbeheerplan staat niet op zichzelf, maar houdt rekening met het nationale Waterplan, Stroomgebiedsbeheerplan, Deltaprogramma, Natura 2000 en het Omgevingsplan Zeeland. De visie van het waterschap is als volgt geformuleerd: “De watersystemen en afvalwaterketen worden doelmatig beheerd en zijn robuust en toekomstbestendig inricht”. Daarbij is als doel gesteld dat het watersysteem en de afvalwaterketen in 2027 op orde zijn voor nu en voor de klimaatomstandigheden die worden verwacht in 2050.

2.2.3

Keur en legger waterschap Scheldestromen

Een deel van het beleid van het waterschap ligt vast in de Keur. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit beken en andere wateren. Ook kent de Keur gebods- en verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of om watergangen, dijken en lijnvormige elementen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om water of dijken, heeft met de Keur te maken. De legger maakt duidelijk wat u waar van het waterschap Scheldestromen mag verwachten. Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hét instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten.

2.2.4

Beleidsnota grondwater waterschap Scheldestromen

Met het van kracht worden van de Waterwet heeft waterschap Scheldestromen een taak gekregen in het kwantitatief, operationeel grondwaterbeheer. De overname van deze beheertaak van de provincie in 2009 was beleidsneutraal. Met deze nota wordt het eigen beleid van het waterschap formeel vastgesteld. Dat gebeurt binnen de kaders van het strategisch grondwaterbeleid van de provincie Zeeland en de waterbeheerplannen 2010-2015 van het waterschap. Binnen het beheersgebied van het waterschap liggen kwetsbare gebieden. In en rond (300 meter buffer) kwetsbare gebieden gelden strengere regels vanwege de gevoeligheid van hydrologische ingrepen zoals het graven of dempen van water. Voor het onttrekken van grondwater binnen kwetsbare gebieden is altijd een vergunning nodig, uitgezonderd kleine tijdelijke onttrekkingen (<100 m3/uur en maximaal 1000 m3/maand, korter dan 6 maanden). Er worden alleen vergunningen verleend indien natuurfuncties niet blijvend worden geschaad. In kwetsbare gebieden zijn nieuwe permanente onttrekkingen in principe niet toegestaan. Het waterschap toetst de waterhuishouding van project- of bouwplannen in relatie tot het grondwater. Doel is het voorkomen van verdroging/vernatting, aan- of afvoerproblemen, zettingen, dijkstabiliteit en verslechtering waterkwaliteit.

Daarbij geldt dat er in principe geen verandering mag optreden in a) De oorspronkelijke grondwaterstanden en -stromen in de omgeving en b) de situatie van kwel/wegzijging en daarmee samenhangend het zoet-zout grensvlak. 8

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

3

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODIEK

In dit hoofdstuk worden het toetsingskader en de onderzoeksmethodiek toegelicht.

3.1

Toetsingskader

In Tabel 1 is het beoordelingskader weergeven voor de verschillende onderdelen die beoordeeld worden binnen dit onderwerp. De genoemde onderdelen zijn beoordeeld op verschillende aspecten en zijn erop gericht te toetsen of de ruimtelijke ontwikkeling een positief, neutraal of negatief effect heeft. Tabel 1 Beoordelingskader voor water.

Onderdeel

Aspect

Wijze van beoordelen

Ontwateringsdiepte

Wateroverlast/vochtschade

Kwalitatief

Verdroging

Verlaging grondwaterstanden Aantasting belangrijke bodemlagen

Kwalitatief

Wateroverlast en -tekort

Verandering verhouding verhard, onverhard en aandeel water Inrichting afwatering hemelwater

Kwalitatief

Materiaalgebruik, aantal eenheden en verkeersstromen

Kwalitatief

Waterkwaliteit

De effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de hydrologie wordt kwalitatief beoordeeld. Hierbij wordt onderzocht wat de ontwikkeling voor invloed heeft op de grondwaterstanden en of deze de beoogde doelen dienen. Daarnaast is beoordeeld welke invloed de ontwikkeling heeft op problematiek rond wateroverlast en watertekorten. De waterkwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater wordt beoordeeld door middel van een beschouwing op materiaalgebruik.

9

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

3.2

Onderzoeksmethodiek

Met een bureaustudie en veldonderzoek naar de geohydrologische situatie in en rond het plangebied is de actuele situatie in beeld gebracht. De inrichting van het terrein is beoordeeld op het hydrologisch effect op de grondwaterstanden, waterkwaliteit en waterberging. Deze hydrologische verandering wordt voor de verschillende onderdelen vertaald naar een score (Tabel 2). Tabel 2 Beoordelingstabel

Ontwateringsdiepte

Verdroging

Wateroverlast / tekort

Waterkwaliteit

++

Ten opzichte van de referentiesituatie:

neemt de ontwateringsdiepte ruim voldoende toe

neemt de grondwaterstand sterk toe

neemt het verhard oppervlak af en neemt waterberging toe

neemt het aantal eenheden, verkeersstromen af en wordt duurzaam materiaal gebruikt

+

Ten opzichte van de referentiesituatie:

neemt de ontwateringsdiepte toe

neemt de grondwaterstand beperkt toe

neemt het verhard oppervlak af of neemt waterberging toe

neemt het aantal eenheden en verkeersstromen af

0

Ten opzichte van de referentiesituatie:

blijft de ontwateringsdiepte gelijk

blijft de grondwaterstand gelijk

blijft het verhard oppervlak en waterbergingssituatie gelijk

blijft het materiaal, aantal eenheden en verkeersstromen gelijk

-

Ten opzichte van de referentiesituatie:

neemt de neemt de ontwateringsdiepte grondwaterstand af (risico op schade) beperkt af

neemt het verhard oppervlak toe of waterberging neemt af

neemt het aantal eenheden en verkeersstromen toe

Ten opzichte van de referentiesituatie:

neemt de ontwateringsdiepte sterk af (schade zeker)

neemt het verhard oppervlak toe of ruimte voor waterberging neemt af

neemt het aantal eenheden en verkeersstromen toe en verslechtering door materiaalgebruik

Score Omschrijving

--

neemt de grondwaterstand sterk af

10

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

4

HUIDIGE SITUATIE

4.1

Algemeen

Het plangebied ligt bij Westenschouwen in Burgh-Haamstede binnen de gemeente Schouwen-Duivenland. Dit is een gemeente gelegen in de provincie Zeeland. Het watersysteem en afvalwatersysteem wordt door waterschap Scheldestromen beheerd. De huidige functie van het plangebied betreft verblijfsrecreatie.

¯

Legenda Plangebied duiker greppel waterloop 0,5 - 3 m waterloop 3 - 6 m waterloop waterdeel met riet meer, plas, ven, vijver zee droogvallend

0

250

500

1,000 Meters Esri Nederland, Kadaster

Figuur 2 Locatie plangebied.

4.2

Maaiveld

Het maaiveld in het plangebied ligt op een gemiddelde hoogte van circa NAP +4.75 m. Wel is er een sterk verhang van het duingebied van noord tot zuid aanwezig die berekend is op circa 7,5 m/km. Aan de duinrand ligt het maaiveld rond NAP +6,0 m en aan de wegzijde op NAP +3,5 m.

11

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Figuur 3 Hoogteverloop van het maaiveld op basis van het AHN3.

4.3

Bodemopbouw

Op basis van de bodemkaart van Nederland (Stiboka) valt de bodem binnen het plangebied onder de beekeerdgrond, leemarm en zwak lemig fijn zand. Direct ten noorden van het plangebied ligt een duingebied met duinvaaggronden, kalkhoudende vaaggronden en vlakvaaggronden, leemarm/zwak lemig fijn zandig. Ten zuidoosten liggen kalkarme poldervaaggronden bestaande uit zavel. Het plangebied ligt aan de rand van een duingebied. Holocene afzettingen zijn vanaf maaiveld tot NAP -30 m te vinden. Hiervan zijn de bovenste 2 meter afzettingen van de Formatie van Naaldwijk – Laagpakket Walcheren, bestaande uit zand en klei. Daaronder ligt een dunne veenlaag van de Formatie van Nieuwkoop. Van 3 tot 26 meter onder maaiveld zijn afzettingen onderdeel van de Formatie van Naaldwijk – Laagpakket Wormer. Deze laag bestaat uit klei en zandig klei. Dit pakket wordt aan de onderkant begrensd door de Eem Formatie bestaande uit fijn zand. De eerste scheidende laag wordt gevormd door de kleiafzettingen van de Formatie van Maassluis op 40 tot 50 meter diepte. In het aangrenzend duingebied bestaan de afzettingen uit matig fijn tot grof zand/grind. Deze beschrijving is gebaseerd op beschikbare boringen en ondergrondmodellen van TNO (Geotop, REGIS-II en DGM). Hiervan zijn verticale doorsnedes gegeven in Figuur 4 en Figuur 5.

Op basis van lokale boorgegevens B42D0724, B42D0739, B42D0743, B42D0039, B42D0447 en van de drie projectpeilbuizen is af te leiden dat de bodem tot ca. NAP +1 m zandig is. Hieronder ligt een 1 à 2 meter dikke klei/veen laag. Deze laag zorgt voor weerstand tussen het freatisch grondwater en diepere grondwater. Indien deze laag wordt verstoord kan de wegzijging naar het watervoerend pakket toenemen en kan de freatische grondwaterstand verlagen. Er bestaan risico’s op verstoring van de laag aan de zuidrand van het plangebied, daar ligt het maaiveld op NAP + 3,5 m. Op ongeveer 2,5 tot 4,5 m ligt de leemlaag daar onder maaiveld. Graafwerkzaamheden tot 2,5 m onder maaiveld, ofwel tot NAP +1,0 m, kunnen zonder probleem worden uitgevoerd. Voor diepere ontgravingen moet, indien de leemlaag wordt aangegraven, worden gezorgd voor herstel van de bodemlaag of moet de verstoring worden gedicht, zodat de grondwatersituatie behouden blijft.

12

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Plangebied

Plangebied

Figuur 4 Verticale doorsnede meest waarschijnlijke lithologie (GeoTOP). a) antropogeen; v) veen; k) klei; kz) kleiig zand; zf) zeer fijn zand; zm; matig fijn zand; zg) grof zand; g) grind; she) schelpen

13

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Figuur 5 Verticale doorsnede geologische afzettingen (DGM). HL) Holoceen; BX) Formatie van Boxtel; EE) Eem Formatie; PZWA) Formatie van Peize en Waalre; MS) Formatie van Maassluis; OO) Formatie van Oosterhout; BR) Formatie van Breda.

4.4

Grondwater

Grondwatersysteem Zeeland is onderverdeeld in verschillende typen grondwaterlichamen. Zo valt een polder hier doorgaans binnen het lichaam ‘zout grondwater in ondiepe zandlagen’ en een duingebied binnen het lichaam ‘zoet grondwaterlichaam in dekzand’. Het plangebied ligt op de grens tussen twee typen KRWgrondwaterlichamen. In het duingebied ligt een zoet grondwaterlichaam in het dekzand. Richting het westen is er sprake van zout grondwater in ondiepe zandlagen. Binnen het duingebied wordt zoetwater gewonnen voor drinkwaterdoeleinden. In de omgeving van het plangebied is sprake van grondwater kwetsbare gebieden en verdrogingsbestrijding. Dit is weergegeven in Figuur 6. Het duingebied is een NNN/Natura 2000-gebied dat kwetsbaar is voor veranderingen in het grondwatersysteem.

Figuur 6 Grondwater kwetsbare gebieden en verdrogingsbestrijding (bron: Omgevingsplan Zeeland – herziene versie 2016). Rood omcirkelt de omgeving van het plangebied. 14

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Het grondwatersysteem bestaat uit een holoceen watervoerende dekzandlaag waarin zich een zoetwaterlens bevindt. Onder deze holocene laag ligt het eerste watervoerend pakket gevormd door de Eem Formatie. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderkant begrenst door een kleilaag van de Formatie van Maassluis. Het tweede watervoerend pakket wordt gevormd door zandige afzettingen van de Formatie van Maassluis en Formatie van Oosterhout. In het tweede watervoerend pakket ligt het grensvlak tussen zoet, brak en zout water. In het duingebied ligt de overgang van zoet naar zout water tussen NAP -60 en -100 m. Het grondwater in de dekzandlaag wordt gevoed door neerslag en stroomt in de richting van de omliggende laag gelegen polders en de Noordzee. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt in de richting van de polders. Grondwaterstanden en stijghoogten Uit de bodemkaart van Nederland blijkt dat in het plangebied de grondwatertrap III* aanwezig is1. Direct ten noorden van het gebied is dat grondwatertrap III. In het duingebied ten noordwesten van het plangebied is de grondwatertrap VII/VII*. Zuidoostelijk van het plangebied is sprake van een grondwatertrap VI. Tabel 3 verklaring grondwatertrappen

I

II

III

IV

V

VI

VII

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG)

-

< 40 cm beneden maaiveld

> 40 cm beneden maaiveld

< 40 cm beneden maaiveld

40-80 cm beneden maaiveld

>80 cm beneden maaiveld

gemiddeld < 50 cm laagste beneden grondwaterstand maaiveld GLG

50-80 cm beneden maaiveld

80-120 cm beneden maaiveld

80-120 cm beneden maaiveld

> 120 cm beneden maaiveld

>120 cm beneden maaiveld

>120 cm beneden maaiveld

B42D0511 B42D0498 Om de grondwaterstanden B42D0530 nader B42D0510 B42D0517 B42D0509 B42D0508 B42D0507 in beeld te brengen B42D0516 zijn nabijgelegen peilbuisgegevens opgevraagd in de BRO-database DINOLoket (www.dinoloket.nl) en zijn aanvullende peilbuizen B42D0043 het plangebied. geplaatst binnen De locatie van peilbuizen rond de planlocatie is in Figuur 7 weergegeven.

B42D0521 B42D0041

B42G0201

B42D0416 B42D0045

B42D0044

B42D0038 B42D0503

B42D0039 pb01

pb02 pb03

B42D0502 B42D0548

0

500 m

Figuur 7 Locatie TNO/DINOLoket-peilbuizen en project-peilbuizen.

Op basis van ligging, meetfrequentie en meetperiode is de grondwaterdynamiek op enkele locaties in beeld gebracht, zie Figuur 8 en Figuur 9. TNO-peilbuizen met toevoeging *_1 zijn freatische grondwaterstanden, met toevoeging *_2 zijn diepere stijghoogten watervoerend pakket. De grondwaterstand ten noorden van het plangebied ligt rond de NAP +6 tot +7 m. De peilbuismetingen in en rond het plangebied laten een sterk verhang zien van NAP + 6.52 m bij de duinrand tot NAP + 3.33 m aan de Hogeweg. Er is een duidelijk stijghoogte verhang zichtbaar van noord naar zuid in de richting van de waterlopen. De stijghoogte in het watervoerend pakket ligt tussen NAP en NAP +2 m, er is daarmee sprake van wegzijging.

1 Het gemiddelde verloop van de grondwaterstand wordt gekarakteriseerd door een indeling in grondwatertrappen. Grondwatertrappen

(Gt) I, II, III en IV worden gekarakteriseerd door relatief geringe fluctuaties (verschil hoge en lage grondwaterstand is klein) en hoge grondwaterstanden in de winter (ondiep). 15

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Gemeten grondwaterstanden binnen het plangebied bevestigen de grondwaterdynamiek beschreven in de grondwatertrappenkaart: grondwatertrap III*. De GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) ligt rond de 30 cm-mv t.h.v. peilbuis pb01 en pb02, de GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand) ligt rond 60 tot 100 cmmv. Ter hoogte van pb03 komen de karakteristieken overeen met grondwatertrap IV en ligt de grondwaterstand iets dieper ten opzichte van maaiveld. In onderstaande Figuur 10 is een lengteprofiel weergegeven met daarin het maaiveld en geïnterpoleerde grondwaterstanden. Uit deze gegevens zijn de volgende bevindingen gedaan: • • • •

Het hoogteverloop in het plangebied betreft ca. 2,5 meter. De freatische lijn in het plangebied betreft ca. 3 meter. In duingebied en plangebied is sprake van wegzijging naar diepere watervoerende lagen. De wintergrondwaterstanden zijn ondiep <50 cm-mv.

Figuur 8 Grafiek met grondwaterstanden en stijghoogten binnen en in de directe omgeving van het plangebied.

Figuur 9 Grondwaterstanden ten opzichte van maaiveld binnen het plangebied.

16

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Figuur 10 Verhanglijn hoogteverloop/maaiveld, Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG), Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG).

4.5

Oppervlaktewater

Oppervlaktewater Het oppervlaktewatersysteem is weergegeven in onderstaande Figuur 11. Het water in het gebied watert af in de richting van “De Haaymanweg” met een oppervlaktewaterpeil van NAP +2,55 m. Van daar stroomt het onder deze weg door in oostelijke richting. Via het gemaal bij Den Osse wordt het water het Grevelingenmeer ingepompt. Binnen het plangebied ligt geen oppervlaktewater.

¯ Legenda Plangebied Duiker (Zeeuws Vlaanderen) Duiker Stuw Gemaal Keersluis primair leggerwater secundair leggerwater tertiair leggerwater Overig water Zone ligt vanaf de insteek tot op 7 meter

0

50

100

200 Meters Esri Nederland, Kadaster

Figuur 11 Weergave van primaire, secundaire en tertiaire leggerwatergangen, stromingsrichting van het oppervlaktewater en kunstwerken in de omgeving van het plangebied.

17

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Afvoerend verhard oppervlak Het verhard oppervlak in de huidige situatie wordt onderverdeeld in een bebouwing en wegen. Van de wegen binnen het plangebied is het bestaande oppervlak bekend. Het oppervlak bebouwing is een onbekende. Om toch een indicatie te krijgen van het oppervlak is op basis van de luchtfoto 2016 het oppervlak bebouwing geschat. Voor het gebied is de schatting gemaakt dat 50% van het perceeloppervlak verhard is. Het hemelwater watert in de huidige situatie af richting het gemengd rioolstelsel.

Esri Nederland, Beeldmateriaal.nl

Figuur 12 Luchtfoto 2016 in het plangebied. Tabel 4 Overzicht van afvoerend verhard oppervlak (m2) en percentage totaal oppervlak (%)

Gebied

Wegen/

Daken/ bebouwing

Totaal verhard

Totaal oppervlak

12950 m2

16935 m2

29885 m2

46819 m2

28 %

36 %

64 %

100 %

48400 m2

27442 m2

75842 m2

103283 m2

47 %

27 %

73 %

100 %

61350 m2

44376 m2

105726 m2

150102 m2

41 %

30 %

70 %

100 %

parkeerplaatsen Duinrand Oost

Duinrand West

Totaal/

18

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

4.6

Vuilwaterstromen

Het vuilwater op het terrein komt in de huidige situatie via een verzamelpunt op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel uit. Het aantal eenheden is daarom relevant voor de hoeveelheid vuilwater. Daarnaast is het aantal parkeerplaatsen relevant op de waterkwaliteit. De auto’s die over de parkeerplaatsen en wegen rijden brengen het risico met zich mee dat afstromend hemelwater vervuild wordt met PAKs. Het afstromend hemelwater, dat infiltreert in de bodem, kan daarmee het grondwater licht verontreinigen. In de huidige situatie watert een deel van het hemelwater af op de berm en infiltreert het water. Een deel van het afstromend hemelwater watert af op het rioolstelsel. Tabel 5 Overzicht van vuilwaterstromen

Gebied

Huishoudelijk afvalwater [eenheden]

Parkeerplaatsen en wegen [m2]

Duinrand West

322

12.950

Duinrand Oost

151

48.400

Totaal

473

61.350

19

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

5

EFFECTBESCHRIJVING

5.1

Algemeen

In het project ‘De Schouwse Valleien’ worden er 147 luxe vakantiewoningen en 100 kampeerhuisjes gerealiseerd. De inrichting van De Schouwse Valleien wordt totaal vernieuwd. Er wordt een glooiend duinlandschap gecreëerd, met (vochtige) duinvalleien. Uitgangspunten in het ontwerp zijn: • • • • • • • •

Gesloten grondbalans. Ontgraven grond wordt gebruikt voor creëren terreinglooiing met hoogte van ongeveer 30 cm boven huidig maaiveld. Wadi’s in de vorm van vochtige duinvalleien in het landschap (geen waterpartijen). Grondwater aan maaiveld in de winter (geen afvoer). Hemelwater stroomt af naar centrale laagtes (extra infiltratie). Laagtes met overstortdrempel wanneer de berging vol is. Centrale weg fungeert deels voor afwatering. Recreatiewoningen gelegen op maaiveld (geen verdiepte ligging vanwege hoge grondwaterstanden).

In het ontwerp is 30% verhard oppervlak in de vorm van gebouwen, wegen en parkeerplaatsen, en 70% aan groene ruimte opgenomen. In de huidige situatie is het totaal aan verhard oppervlak 70% en onverhard 30%. Het aandeel verhard oppervlak vermindert ten opzichte van de huidige situatie met meer dan de helft waarvoor groenvoorzieningen terugkomen. Omdat het aandeel verhard oppervlak afneemt zijn geen compenserende waterbergingsmaatregelen noodzakelijk. Tabel 6 Overzicht van verandering oppervlaktes (m2 en %)

Gebied

Fase 1

Fase 2

Totaal

Wegen/ parkeerplaatsen

Bebouwing

Totaal verhard

Onverhard

-4436 m2

-11311 m2

-15747 m2

+15747 m2

-9 %

-24 %

-34 %

+34 %

-30927 m2

-16137 m2

-47064 m2

+47064 m2

-30 %

-16 %

-46 %

+46 %

-35363 m2

-27447 m2

-62810 m2

+62810 m2

-24 %

-18 %

-42 %

+42 %

Hemelwater wordt in de plannen afgewaterd naar de vochtige duinvalleien. Om geen verdroging te veroorzaken worden de laagtes met voldoende hoogteverschillen aangelegd zodat natuurlijke drempels ontstaan. Zo wordt voorkomen dat (grond)water in reguliere situaties (geen intensieve neerslagsituatie) kan afstromen. Daarmee wordt een potentieel verdrogend effect voorkomen. Drempels zorgen ervoor dat water wordt vastgehouden in compartimenten. Wanneer bij piekneerslag de compartimenten vol zijn, stroomt het water over de drempels oppervlakkig af naar andere compartimenten. Hierdoor ontstaat een soort duinbeekeffect. Vanuit deze laagtes is een overloop naar het grijswater riool of leggerwaterloop voorzien. De ontgravingsdiepte van de laagtes zijn gebaseerd op de gemeten Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) op het terrein zoals weergegeven in onderstaande figuur. Op basis van deze niveaus is er jaarrond sprake van vochtige duinvalleien en treedt het volgende op: • •

In de winter natte laagten met een waterdiepte van 40-80 cm. In de zomer natte laagten met grondwater op maaiveld of net eronder 10 cm+mv tot 10 cm-mv.

Variatie in het terrein realiseren door enkele laagtes minder diep te vergraven waarbij het grondwater minder lang gedurende het jaar aan maaiveld staat: • •

In de winter natte laagten met maximale waterdiepte wintersituatie 20-30 cm. In de zomer droog en vochtige duinvalleien (ontgravingdiepte 20 cm onder GHG). 20

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

De werkzaamheden worden uitgevoerd zonder te bemalen of anderzijds water af te voeren. Ontgravingen worden in de zomer uitgevoerd of worden in den natte uitgevoerd.

Figuur 13 Maximale ontgravingsdiepte op basis van gemeten grondwaterstanden.

5.2

Grondwater

Door de afname van verhard oppervlak neemt de grondwateraanvulling toe wat een positief effect heeft op de zoetwatervoorraad, verdrogingsbestrijding en (grondwaterafhankelijke) natuur. De kwaliteit van het infiltrerend water is een belangrijke randvoorwaarde en aandachtspunt. Daarom is in het plan opgenomen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC te gebruiken. Daarnaast leidt het beperken van verkeersbelasting tot een verbetering van de kwaliteit van het afstromend hemelwater via paden en wegen. Door de aanleg van vochtige duinvalleien op het terrein zal het grondwater in de winter tot in de zomer in de laagtes boven maaiveld uittreden. Het terrein wordt zo ingericht dat het grondwater stagneert en niet wordt afgevoerd. Afvoer vanuit de laagtes mag alleen optreden wanneer bij piekbuien de berging is gevuld. Daarvoor zijn overstortdrempels voorzien die ca. 20 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) worden aangelegd. Bij het graven tot maximaal NAP +1,0 m, ofwel ca. 2,5 m-mv, is er geen risico tot vergraving van grondlagen die van belang zijn voor de hydrologie. Als een weerstand biedende leem-, veen- of kleilaag vergraven wordt, kan dit de infiltratie naar diepere zandlagen bevorderen. Dit heeft verdroging tot gevolg. Bij het eventueel vergraven van een leem-, veen- of kleilaag dient de weerstand biedende functie hersteld te worden.

Op basis van het huidige plan is een ontgraving dieper dan NAP +1 m niet voorzien en treedt aantasting van weerstand biedende lagen dan ook niet op. Uit de peilbuismetingen op het terrein is gebleken dat de grondwaterstanden in de winter tot dicht aan maaiveld komen (20 tot 40 cm-mv). De ontwerprichtlijn voor kruipruimteloze gebouwen betreft minimaal 50 cm-mv ter preventie van grondwateroverlast, ofwel op 50 cm minus kruipruimte of onderkant vloer. Dit betekent dat in de huidige situatie de ontwerprichtlijn niet gehaald kan worden en de woningen (verhoogd) op maaiveld moeten worden aangelegd. 21

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

In de uitvoeringsfase wordt er zorg gedragen dat er geen effect op de grondwaterstanden plaats vindt. Dit wordt bereikt door de werkzaamheden zonder bemaling in de droge zomer uit te voeren of in den natte te werken waarbij geen water wordt afgevoerd. De effecten met betrekking tot verdroging worden positief (+) beoordeeld omdat het aandeel verhard oppervlak sterk afneemt wat tot een verhoging van de grondwateraanvulling leidt. Omdat de recreatiewoningen verhoogd worden aangelegd is er geen nadelig effect op de grondwaterstanden en is de beoordeling positief (+). Uitvoering vindt plaats zonder het verlagen van de grondwaterstand waardoor geen negatief effect op treedt in de omgeving (0).

5.3

Oppervlaktewater

Oppervlaktewater Door de realisatie van laagtes op het terrein ontstaat er extra bergend vermogen voor het opvangen van hemelwater bij intensieve neerslag. Het opvangen en vasthouden van dit water zorgt voor een afname van de piekbelasting op het regionale watersysteem van waterschap Scheldestromen. Hiermee wordt bijgedragen aan het verminderen van inundatierisico’s in het gebied en treedt geen verdroging op door het ontwerp/plan. Wanneer de berging vol zit treedt een overstort in werking waarbij het water op de leggerwaterlopen afwatert. Afvoer van hemelwater naar de rioolwaterzuivering wordt hiermee verminderd (positief effect). Afvoerend verhard oppervlak In de huidige situatie wordt hemelwater vanaf verhard oppervlak naar watergangen en riolering afgevoerd. Neerslag dat op verhard oppervlak valt wordt hierdoor versneld afgevoerd. Door toenemende verstedelijking en verharding van gebieden zal de piekafvoer van watergangen toenemen. In combinatie met klimaatverandering, waarbij steeds heftigere buien optreden, zorgt dit voor een grotere belasting van het watersysteem en riolering. Klimaatverandering zorgt ook voor een toename aan (extreme) droge periodes met waterschaarste en verdroging tot gevolg. Het voorkomen van deze nadelige gevolgen is een wateropgave voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Iedereen is verplicht om neerslag eerst vast te houden en te bergen, voordat tot afvoeren overgegaan wordt. Om de belasting van het watersysteem te verminderen wordt er bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dus naar gestreefd om zoveel mogelijk aan deze verplichting te voldoen. Het vakantiepark wordt zo ingericht dat de belasting op het watersysteem beperkt blijft en verdroging zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Enkele maatregelen die hieraan bijdragen zijn: • • •

Neerslag van gebouwen richting groenvoorzieningen leiden en/of op daken te bergen (bijvoorbeeld dak begroeiing). Parkeerplaatsen met half-verharding uit te voeren. In groenvoorzieningen langs wegen en in de buurt van gebouwen laagtes realiseren in de vorm van vochtige duinvalleien waar het water vastgehouden wordt en kan infiltreren.

Ten aanzien van het materiaalgebruik wordt aanbevolen dat geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC gebruikt mogen worden. Hierdoor wordt voorkomen dat het hemelwater (onnodig) verontreinigd raakt. In de toekomstige situatie neemt het totaal aan verhard oppervlak met ca. 42% af. Dit betekent dat de belasting op het regionale watersysteem van waterschap Scheldestromen ook afneemt. Een positieve ontwikkeling die voldoet aan de verplichting van de wateropgave en bijdraagt aan het verminderen van de genoemde risico’s. Op het thema wateroverlast/tekort scoort het plan door een afname van verhard oppervlak en waterbergingsoppervlak positief (++).

5.4

Vuilwaterstromen

In de toekomstige situatie is voor het hemelwater dat op de daken van woningen valt voorzien dat dit richting de laagtes wordt afgevoerd. Het hemelwater dat op wegen en parkeerplaatsen valt wordt, via half-verharding en zijdelingse afstroming, geïnfiltreerd in de bodem. 22

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Doordat het aantal wooneenheden en verkeersbewegingen afneemt zal de waterkwaliteit van afstromend hemelwater verbeteren en worden geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit verwacht. Huishoudelijk afvalwater moet gescheiden van het hemelwater afgevoerd worden naar de RWZI. In de huidige situatie wordt vuilwater van ca. 473 wooneenheden naar de RWZI afgevoerd, in de nieuwe situatie neemt dat af naar 243 eenheden. De belasting op het riool en de RWZI neemt daarmee af. Het plan scoort op waterkwaliteit positief (+). Tabel 7 Overzicht van veranderingen vuilwaterstromen

Gebied

Verandering huishoudelijk afvalwater [eenheden]

Verandering parkeerplaatsen en wegen [m2]

De Schouwse Valleien Oost

-4436

De Schouwse Valleien West

-30955

Totaal

-330

-35391

23

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

6

CONCLUSIE

De planontwikkeling heeft in zijn huidige vorm een positieve bijdrage op de hydrologie van het gebied en is in lijn met het vigerende beleid (zie hoofdstuk 2). Op basis van het toetsingskader toegelicht in Tabel 2 is het plan beschreven en getoetst in hoofdstuk 5. Per onderdeel van het toetsingskader is op hoofdlijnen de beoordeling samengevat: •

Wateroverlast en tekort (++): −

•

Droogte (+); −

•

Afname van verhard oppervlak en toename van groen en waterberging levert een bijdrage aan het verminderen van risico’s op wateroverlast en droogte. o Gevallen neerslag door dak begroeiing vasthouden en restant infiltreren; o Water vasthouden, bergen en infiltreren in het te creëren duinlandschap door middel van drempels tussen de compartimenten. Bij piekneerslag stroomt water over de drempels naar andere compartimenten van hoog naar laag waardoor een duinbeek effect ontstaat; o Zoveel mogelijk wegen en in elk geval parkeerplaatsen worden in half verharding toegepast. Bij de groenvoorzieningen zal het water dan worden vastgehouden middels greppels of wadi’s. Naar aanleiding van het voorliggend onderzoek is geconcludeerd dat er een licht positief effect zal optreden op aangrenzende natuurgebieden en zoetwatervoorraad. o Vochtige duinvalleien in het landschap hebben geen watervoerende functie, grondwaterstanden blijven gelijk. o Toename van infiltratie van hemelwater. o De ontgravingsdiepte wordt beperkt tot maximaal 2,5 m onder maaiveld zodat belangrijke weerstand biedende lagen (leem, klei veen) niet worden vergraven. o Geen negatieve omgevingseffecten in de uitvoeringsfase door de werkzaamheden zonder bemaling uit te voeren in droge periode of te werken in den natte.

Ontwateringsdiepte (+): −

•

Verandering aan bebouwing en maaiveld hebben geen nadelige gevolgen op de grondwaterstanden, waterberging en waterkwaliteit. o Door de optredende wintergrondwaterstanden binnen 50 cm van maaiveld kunnen de vakantiewoningen niet verdiept worden aangelegd. Om aan de aangenomen ontwateringsnorm van 50 cm beneden onderkant vloer te voldoen, zal op sommige locaties het maaiveld worden opgehoogd. o Om dezelfde duinbeleving te creëren rondom de woningen, bij het (verhoogd) bouwen van de woningen op maaiveld, worden maaiveldverhogingen aangebracht rondom de woningen. Waterkwaliteit (+): − − −

Afname van verkeersintensiteit én het gebruik van uitlogende materialen zorgt voor verbetering van waterkwaliteit afstromend water. Afname van het aantal eenheden op het terrein verlaagt de belasting op de RWZI; In totaliteit nemen de vuilwaterstromen in volume af én verbeteren in kwaliteit.

24

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

COLOFON DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE DEELRAPPORT HYDROLOGIE

AUTEUR Johan Boleij PROJECTNUMMER C05055.000220 ONZE REFERENTIE 084063689 E DATUM 26 februari 2020 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

VRIJGEGEVEN DOOR

Robbert van Montfoort Specialist Geohydrologie

Paul Karman Environmental Consultant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10405932/1