20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Duinrand Oost Bijlage 10 concept Toelichting en regels
Tekst van het document
4.6.3 Gemeenschappelijk parkeren Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door aan de voor Recreatie - Recreatiewoning aangewezen gronden de aanduiding 'parkeerterrein' toe te voegen om een parkeerterrein voor meerdere kampeerterreinen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie voor de deelnemende bedrijven; b. de voorzieningen hebben een ruimtelijke relatie met de deelnemende bedrijven; c. de lichtuittstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overlegd; d. wijziging wordt slechts toegepast als voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter; e. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd. 4.6.4 Afwegingskader De wijziging als bedoeld in 4.6.1, 4.6.2 en 4.6.3 kan slechts worden toegepast, mits: a. dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld; b.
dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; c. met een onderzoek is aangetoond dat de aanwezige ecologische en natuurwaarden niet onevenredig worden geschaad; d. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder; e. voorafgaand aan de ontwikkeling in een vroegtijdig stadium overleg zal worden gevoerd met het waterschap.
Rho adviseurs voor leefruimte
80
Hoofdstuk 3
Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
81
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Bestaande afstanden en maten 6.1.1 Maximale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.1.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de wet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.1.3 Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 6.1.1 dan wel lid 6.1.2 uitsluitend van toepassing, indien het geschiedt op dezelfde plaats.
6.2 Parkeren en laad- en losruimte Een omgevingsvergunning voor het bouwen of verbouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien ten behoeve van de betreffende functie voldoende parkeergelegenheid voor auto's worden gerealiseerd en indien in de aanvraag is aangetoond dat voldoende ruimte aanwezig is voor het laden of lossen van goederen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van de CROW publicatie nr. 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". 6.3 Ruimte tussen bouwwerken De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: a. vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; b. niet toegankelijk zijn. 6.4 Afwijkingsbevoegdheid Parkeren en Ruimte tussen bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 6.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren leidt of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laadof losruimte wordt voorzien; b.
lid 6.3 indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
Rho adviseurs voor leefruimte
82
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels in dit plan voor: a. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3 meter zal bedragen; Deze regel is van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze niet leiden tot wijziging van bestemmingen; b. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter.
Rho adviseurs voor leefruimte
83
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
8.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artkel 3.6 Wro, het plan wijzigen ten behoeve van: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,50 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3 meter zal bedragen; Deze regel is van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 5 meter toelaatbaar.
8.2 Wonen Het bevoegd gezag is bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de woningen met de aanduiding 'bedrijfswoning' alsmede recreatiewoningen met de aanduiding 'recreatiewoning' binnen de bestemming Recreatie Verblijfsrecreatie te wijzigen naar de bestemming Wonen, met dien verstande dat: a. de oppervlak van de bestemming niet wordt vergroot; b. de milieuplanologische haalbaarheid is aangetoond. 8.3 Recreatiewoningen Het bevoegd gezag is bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de grenzen van de bestemmingen 'Recreatie - Recreatiewoning', Verkeer' en 'Groen' te verleggen ten behoeve van de herstructurering van het terrein, met dien verstande dat: a. wijziging wordt slechts toegepast als zorggedragen wordt voor ruimtelijke kwaliteitswinst of er is sprake van ruimtelijke kwaliteitwinst; b. het aantal recreatiewoningen niet worden vermeerderd; c. de regels van de artikelen 8, 16 en 20 onverminderd van toepassing blijven; d. wijziging wordt slechts toegepast als voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 meter; e. wijziging vindt slechts plaats als: f.
voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; g. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd. 8.4 Afwegingskader De wijziging als bedoeld in 8.1 en 8.3 kan slechts worden toegepast, mits: a. dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld; b. dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; c. met een onderzoek is aangetoond dat de aanwezige ecologische en natuurwaarden niet onevenredig worden geschaad; d. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder;
Rho adviseurs voor leefruimte
84
e.
voorafgaand aan de ontwikkeling in een vroegtijdig stadium overleg zal worden gevoerd met het waterschap.
Rho adviseurs voor leefruimte
85
Artikel 9
Overige regels
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
86
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.1, sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid 10.1, sub a met maximum 10%. c. Lid 10.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het lid 10.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het lid 10.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 10.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
87
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Duinrand Oost.
Rho adviseurs voor leefruimte
88
Bijlagen bij regels
Rho adviseurs voor leefruimte
89
Rho adviseurs voor leefruimte
90
Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten
Rho adviseurs voor leefruimte