20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Duinrand Oost Bijlage 10 concept Toelichting en regels
Tekst van het document
Duinrand Oost
Schouwen-Duiveland
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1676.PMBPDuinrandOost-0001
19 maart 2021
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
opdrachtleider:
C.A. Louws
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
9
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Huidige situatie
11
2.3
Programma
12
2.4
Ruimtelijke opzet
13
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Rijksbeleid
15
3.3
Provinciaal beleid
16
3.4
Gemeentelijk beleid
17
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
22
4.1
Inleiding
22
4.2
Bodemkwaliteit
23
4.3
Niet gesprongen explosieven
23
4.4
Archeologie
24
4.5
Cultuurhistorie
25
4.6
Waterhuishouding
27
4.7
Verkeersaspecten
27
4.8
Wegverkeerslawaai
28
4.9
Milieuhinder en bedrijven
29
4.10
Luchtkwaliteit
30
4.11
Externe veiligheid
32
4.12
Ecologie
34
4.13
Kabels en leidingen
36
4.14
Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie
37
4.15
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
37
Hoofdstuk 5
Financiële uitvoerbaarheid
39
Hoofdstuk 6
Juridische uitvoerbaarheid
40
Rho adviseurs voor leefruimte
3
6.1
Wettelijk kader
40
6.2
Opzet van de bestemmingsregeling
40
6.3
Toelichting op de gehanteerde bestemmingen
41
6.4
Toelichting op de algemene regels
41
6.5
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen
42
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
44
7.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
44
7.2
Zienswijzen
44
7.3
Beroep
44
Bijlagen toelichting
46
Bijlage 1
Laddertoets
48
Bijlage 2
Explosieven onderzoek
50
Bijlage 3
Archeologie inventariserend veldonderzoek
52
Bijlage 4
Watertoets
54
Bijlage 5
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
56
Bijlage 6
Industrielawaai, 8 december 2020
58
Bijlage 7
Wegverkeerslawaai, 8 december 2020
60
Bijlage 8
AERIUS verschilberekening gebruiksfase
62
Bijlage 9
AERIUS verschilberekening aanlegfase
64
Regels
66
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
67
Artikel 1
Begrippen
67
Artikel 2
Wijze van meten
72
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
73
Artikel 3
Groen - Landschappelijk
73
Artikel 4
Recreatie - Recreatiewoning
75
Hoofdstuk 3
Algemene regels
80
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
80
Artikel 6
Algemene bouwregels
81
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
82
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
83
Artikel 9
Overige regels
85
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
86
Rho adviseurs voor leefruimte
4
Artikel 10
Overgangsregels
86
Artikel 11
Slotregel
87
Bijlagen bij regels
88
Bijlage 1
90
Rho adviseurs voor leefruimte
Staat van Horeca-activiteiten
5
Toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
6
Rho adviseurs voor leefruimte
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Initiatiefnemer is voornemens twee vakantieparken aan de Hogeweg te Burgh-Haamstede te herstructureren. Het voornemen betreft de herstucturering van de bestaande terreinen van Duinrand Recreatie tot vakantiepark 'De Schouwse Valleien'. Dit betreft de totale transformatie tot één modern en toekomstgericht vakantiepark. Duinrand Recreatie (en straks De Schouwse Valleien) bestaat uit een oostelijk en een westelijk deel, namelijk de vakantieparken Duinrand Oost (Hogeweg 88-90) en Duinrand West (Hogeweg 96A). Voor het westelijk deel is reeds een wijzigingsplan voor het mogelijk maken van kampeerhuisjes op dat deel vastgesteld. De overige ontwikkelingen op het westelijk deel zijn mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling op Duinrand Oost is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, wordt voor het oostelijke deel dit bestemmingsplan opgesteld. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan is de gehele ontwikkeling van De Schouwse Valleien planologisch toegestaan.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied omvat het gehele terrein van het huidige vakantiepark Duinrand Oost aan de Hogeweg 88-90, onderdeel van Duinrand recreatie, exclusief 15 percelen van particuliere eigenaren. Het totale plangebied is circa 5 ha groot. Het plangebied is gelegen ten westen van Burgh-Haamstede, in een verblijfsrecreatief gebied met enkele woonclusters, nabij het duingebied van Kop van Schouwen. Ten westen van het plangebied ligt vakantiepark Wielewaal met recreatiewoningen en standplaatsen. Daar weer ten westen van ligt Duinrand West. Vakantiepark Wielewaal vormt een scheiding tussen Duinrand Oost en Duinrand West. Aan de oostzijde van Duinrand Oost en aan de overzijde van de Hogeweg, ten zuiden van het plangebied, liggen recreatiewoningen. Aan de Hogeweg zelf liggen verspreid enkele burgerwoningen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Aan de noord en westzijde van het plangebied liggen 15 particuliere percelen met recreatiewoningen die zijn ontsloten via Duinrand Oost. Deze percelen maken geen onderdeel uit Duinrand Oost en vallen dan ook buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer. Figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Rho adviseurs voor leefruimte
8
Figuur 1.1
Ligging plangebied in omgeving (bron: basisviewer.rho)
Figuur 1.2
Begrenzing plangebied (bron: basisviewer.rho)
Rho adviseurs voor leefruimte
9
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het oostelijke deel van De Schouwse Valleien geldt het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen', inclusief de 1e herziening vastgesteld op 22 mei 2019. De herziening ziet op een aantal verbeterpunten (met name in de regels) van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen'. Daarnaast geldt het 'parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland', vastgesteld op 27 september 2018. Dit bestemmingsplan bevat parkeerregels, als toetsingskader voor de omgevingsvergunning bouwen. Voor het oostelijk deel van De Schouwse Valleien geldt de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein' met de functieaanduiding 'recreatiewoning'. Daarnaast gelden de maatvoeringsaanduidingen 'maximum aantal standplaatsen, 145', 'maximum aantal recreatiewoningen, 25' en 'maximum aantal permanente standplaatsen, 125'. Ook geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie – 6'. Naast de beoogde verbeteringen heeft het bestemmingsplan '1e herziening Kop van Schouwen' consequenties voor het plangebied gehad. Het maximum aantal toegestane recreatiewoningen is voor de gehele bestemming namelijk naar beneden bijgesteld van 77 naar 25 ten opzichte van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen'. Omdat 15 recreatiewoningen buiten het plangebied vallen, zijn op basis van het bestemmingsplan '1e herziening Kop van Schouwen' 10 recreatiewoningen en 145 standplaatsen (waarvan 125 permanent) toegestaan.
In de zuidwesthoek is een bouwvlak opgenomen met de functieaanduiding 'bedrijfswoning' en de maatvoeringsaanduidingen 'maximum goothoogte 4 m' en 'maximum bouwhoogte, 8 m'. Daarnaast is een aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logeergebouw' opgenomen', zonder nadere maatvoering. In figuur 1.4 is de verbeelding van het bestemmingsplan '1e herziening Kop van Schouwen' opgenomen voor het oostelijk deel van De Schouwse Valleien.
Figuur 1.4 Bestemmingsplan '1e herziening Kop van Schouwen'(Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
10
De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' bestemde gronden zijn bestemd voor recreatie in kampeermiddelen en gebouwen welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Het maximaal aantal aangeduide (permanente) standplaatsen en recreatiewoningen mag niet worden overschreden. Ter plaatse van het bouwvlak is een bedrijfswoning toegestaan. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie logeergebouw' is een logeergebouw toegestaan. De beoogde herontwikkeling van het oostelijke deel van De Schouwse Valleien past nagenoeg geheel binnen de rechtstreeks geldende regels van het geldende bestemmingsplan. De 77 recreatiewoningen zijn echter niet (meer) allemaal rechtstreeks toegestaan.
1.4
Leeswijzer
De toelichting op het bestemmingsplan heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan sectorale wetgeving en aspecten. In hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt ingegaan op de financiële, juridische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Rho adviseurs voor leefruimte
11
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de huidige en beoogde situatie van het plangebied beschreven. De beoogde situatie wordt uitgesplitst in het programma en de ruimtelijke opzet van de inrichting, groen en water en verkeer en parkeren.
2.2
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit de gehele locatie van Duinrand Oost exclusief 15 percelen van particuliere eigenaren. Daarnaast maakt de Hogeweg 98 onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Het plangebied is in gebruik als kampeerterrein. Nabij de entree is een historische schuur gelegen, die in gebruik is als logeergebouw, zie figuur 2.2. Het terrein heeft een gesloten karakter en is volledig inricht met aan elkaar grenzende standplaatsen. De standplaatsen voor recreatieverblijven zijn gelegen aan parallel lopende noord-zuid georiënteerde paden. In de huidige situatie (peildatum november 2019) zijn binnen het plangebied 102 standplaatsen, 48 recreatiewoningen en 1 logeergebouw aanwezig. Deze verblijfseenheden hebben respectievelijk 4, 8 en 24 slaapplaatsen per verblijfseenheid. Het huidige aantal slaapplaatsen bedraagt 816. Daarnaast wordt op elke standplaats geparkeerd en is nabij de entree een klein parkeerterrein aanwezig.
Figuur 2.2 Huidig zicht op de entree gezien vanaf de Hogeweg (bron: streetview.google, september 2018)
Rho adviseurs voor leefruimte
12
2.3
Programma
Totale ontwikkeling De twee bestaande vakantieparken Duinrand Oost en Duinrand West worden heringericht en getransformeerd tot vakantiepark De Schouwse Valleien. Het aantal eenheden en het bebouwde oppervlak neemt af ten opzichte van de bestaande situatie. Het nieuwe vakantiepark zal bestaan uit maximaal 247 vakantieverblijven (100 kampeerhuizen en 147 recreatiewoningen), met een aantal voorzieningen op het westelijke deel: receptie met kantoor, winkels, horeca, indoor speeltuin en zwembad/wellness. De oppervlaktes van het park en de voorzieningen nemen niet toe. In tabel 2.1 is het huidige planologisch toegestane gebruik en het feitelijke gebruik afgezet tegen de planologisch gewenste situatie voor het oostelijke deel. Ontwikkeling oostelijk deel Schouwse Valleien In het vakantiepark worden 77 recreatiewoningen en 1 logeerhuis zonder centrale voorzieningen gerealiseerd. De recreatiewoningen zijn van een gevarieerde omvang en hebben een divers aantal slaapplaatsen. De verdeling van recreatiewoningen is opgenomen in tabel 2.2 Toekomstig aantal slaapplaatsen. Tabel 2.1 Uitgangspunten herontwikkeling De Schouwse Valleien, oostelijk deel Huidig planologisch Huidig feitelijk Gewenst planologisch Permantente standplaatsen 145 102 0 tijdelijke standplaatsen 20 0 0 Recreatiewoningen 10 48 77 Bedrijfswoning 1 1 0 Logeerhuis 1 1 1 Aanvullende voorzieningen n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bebouwd oppervlak 5.950 m2 (13%) vakantieverblijven Tabel 2.2 Toekomstige aantal slaapplaatsen Aantal verblijfseenheden Recreatiewoning (4 slaapplaatsen) 21 Recreatiewoning (6 slaapplaatsen) 30 Recreatiewoning (8 slaapplaatsen) 26 Logeerhuis (24 slaapplaatsen) 1 78
Totaal aantal slaapplaatsen 84 180 208 24 496 slaapplaatsen
Binnen het plangebied zijn momenteel 155 permanente eenheden (10 recreatiewoningen en 145 permanente standplaatsen), 20 tijdelijke eenheden (tijdelijke standplaatsen) en 1 logeerhuis planologisch toegestaan, zie tabel 2.1 en paragraaf 1.3. In paragraaf 2.2 is omschreven dat in de huidige situatie 150 permanente eenheden en 1 logeerhuis in gebruik zijn, met in totaal 816 slaapplaatsen. Met het planvoornemen neemt het aantal recreatiewoningen met 29 toe ten opzichte van de 48 aanwezige recreatiewoningen. De huidige (tijdelijke en permanente) standplaatsen komen echter te vervallen. In de toekomstige situatie is sprake van een afname van het aantal eenheden en het aantal bedden.
Rho adviseurs voor leefruimte
13
2.4
Ruimtelijke opzet
2.4.1 Ruimtelijke opzet Het karakter van het park wordt in belangrijke mate bepaald door de ligging grenzend aan natuurgebied Kop van Schouwen. Het gehele park wordt ingebed in een glooiend duinlandschap dat volledig aansluit op de omgeving. De kwaliteit van het terrein wordt daarmee aanzienlijk verbeterd, het gesloten en private karakter van de huidige bebouwing wordt compleet herzien waarbij openheid, ruimtelijk en natuurlijk de sleutelwoorden worden. De materialisatie van de bebouwing zal aansluiten bij dit natuurlijke en luxe karakter. Het stijlvolle karakter van de bebouwing wordt ondersteund door een kwalitatief hoogwaardig inrichtingsniveau van de recreatiewoningen en het logeergebouw. Hierbij moet gedacht worden aan een luxe keuken en sanitair, kwaliteitsmeubels, duurzame installaties en een hoog uitrustingsniveau van de recreatiewoningen. Ook zal dit buiten worden doorgezet in een luxe terras, buitenkeuken en zonnebedden. De recreatiewoningen hebben een oppervlakte van maximaal 70 m2, met elk een bijgebouwtje van maximaal 6 m2. Deze recreatiewoningen hebben een goot- en bouwhoogte van maximaal 5,5 m. De kampeerhuisjes worden geplaatst op percelen met een eigen buitenruimte. De uitgeefbare ruimte tussen de huisjes wordt landschappelijk ingericht. Voor elke recreatie woning zijn voldoende parkeerplaatsen voorzien, zie paragraaf 2.4.3.
Het totaal bebouwd oppervlakte aan verblijfseenheden bedraagt 5.950 m2.
Rho adviseurs voor leefruimte
14
Figuur 2.3 globale opzet inrichting terrein 2.4.2 Groen en water Het terrein wordt volledig natuurlijk ingericht. De recreatiewoningen worden gerealiseerd in een aan te leggen natuurlijk duinlandschap. Afwatering van hemelwater vindt plaats op de lagere delen tussen de duinen. Het duinlandschap bestaat uit streekeigen begroeiing. Aan de zijde van de Hogeweg en langs paden op het terrein worden bomen aangeplant. De meeste noordelijke recreatiewoningen worden volledig omgeven door groen. In aansluiting met het noordelijk gelegen natuurgebied wordt dit deel als bos aangelegd. Hierdoor ontstaat een zachte overgang van duinlandschap naar het natuurgebied. 2.4.3 Verkeer en parkeren Het recreatieterrein wordt ontsloten via de Hogeweg. De entree is gelegen nabij de huidige Zeeuwse schuur. Middels een dubbele lus over het terrein zijn de recreatiewoningen bereikbaar. Ook de 15 particuliere percelen buiten het plangebied zijn bereikbaar via de nieuw te realiseren infrastructuur. Op de lus geldt éénrichtingsverkeer. Voor de bereikbaarheid van het logeergebouw en de particuliere percelen geldt voor die delen wel tweerichtingsverkeer. Parkeren vindt plaats nabij de entree en aan de ontsluitingslussen. De 15 percelen buiten het plangebied parkeren op eigen terrein.
Rho adviseurs voor leefruimte
15
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder is per 1 juli 2017 aangepast waarmee de ladderbenadering is losgelaten. Wel dient nog te worden aangetoond dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is.
Toetsing Deze ontwikkeling maakt de realisatie van 77 recreatiewoningen mogelijk ter vervanging van de planologische toegestane 10 recreatiewoningen en maximaal 145 standplaatsen (waarvan 125 permanent) voor caravans. Gelet op het feit dat sprake is van een afname van het totaal aantal verblijfseenheden en het feit dat de functie gelijk blijft, zou geen sprake zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat sprake is van permanente aanwezigheid van de recreatiewoningen, in plaats van mobiele kampeermiddelen, is echter alsnog sprake van een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder. Voor de herontwikkeling van Duinrand Oost is een ladderonderbouwing uitgevoerd waarin de behoefte van de ontwikkeling wordt onderbouwd, zie bijlage 1. Uit de ladderonderbouwing blijkt dat met de ontwikkeling op Duinrand Oost wordt ingespeeld op: De toenemende vraag naar recreatiewoningen op huisjesparken; De sterke en toenemende vraag vanuit het buitenland in bijzonder Duitsland; De toenemende vraag naar kwalitatief aantrekkelijke recreatiewoningen. Door in te spelen op een duidelijke behoefte aan huurrecreatiewoningen in het kader van de Ladder
Rho adviseurs voor leefruimte
16
voor duurzame verstedelijking is met de ontwikkeling op De Schouwse Valleien sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie De realisatie van 77 recreatiewoningen, past binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, zoals uitbreiding van eenheden en/of oppervlakte van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, moeten voldoen aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de Kustvisie. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan. Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt in het Omgevingsplan ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Bestaande verblijfsrecreatiebedrijven worden gestimuleerd te investeren tot het maken van een kwaliteitsslag. Hiervoor is het aanjaagprogramma innovatie opgezet. Toetsing Met dit bestemmingsplan is geen sprake van een uitbreiding van oppervlakte, maar van afname van eenheden. Toetsing aan het ontwikkelkader is dan ook niet noodzakelijk. De transformatie van vakantiepark Duinrand Oost vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en planologisch toegestane maximale eenheden van het bedrijf.
De oppervlakte van het vakantiepark wordt niet uitgebreid en het totaal aantal planologisch toegestane eenheden (permanente standplaatsen en recreatiewoningen) wordt verlaagd van 158 naar 77. Daarnaast worden 20 niet permanente standplaatsen wegbestemd en blijft de aanwezigheid van 1 logeerhuis behouden. Er worden kwalitatief hoogwaardige accommodaties op het vakantiepark gerealiseerd. De transformatie speelt in op de behoefte aan luxe accommodaties voor verblijfsrecreatie. Bovendien wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energiezuinigheid en hiervoor worden diverse maatregelen getroffen bij de inrichting van het terrein en de bouw van de recreatiewoningen. Conclusie De ontwikkeling waarop dit bestemmingsplan ziet, past binnen de uitgangspunten van het Omgevingsplan 3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Omgevingverordening Zeeland 2018 vastgesteld. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 is een middel om het beleid uit de Omgevingsvisie juridisch door te laten werken.
Rho adviseurs voor leefruimte
17
In de omgevingsverordening zijn regels onder andere opgenomen voor de nieuwvestiging en uitbreiding (in oppervlakte en eenheden) van bestaande verblijfsrecreatieterreinen. Deze regels zetten onder meer in op behoud en versterking van aanwezige landschappen, landschapselementen en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Daarnaast zijn regels opgenomen met betrekking tot centrale bedrijfsmatige exploitatie en een verbod op permanent wonen. Verzekerd dient te worden dat standplaatsen of bouwwerken die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf worden verhuurd in de vorm van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Daarnaast dient duurzaam beheer en onderhoud van het terrein te worden geborgd. Deze regels gelden ook voor herzieningen van bestaande verblijfsrecreatieterreinen, ook wanneer voor deze onderwerpen reeds regels zijn opgenomen. Toetsing Aangezien het huidige terrein van Duinrand Oost niet wordt uitgebreid en het aantal eenheden afneemt, past het plan binnen de voorwaarden voor uitbreiding en nieuwvestiging van terreinen uit de Omgevingsverordening. De functie van het recreatieterrein blijft nagenoeg gelijk. De regels van het bestemmingsplan Kop van Schouwen vormen de basis voor de regeling van dit bestemmingsplan. In deze regels is bepaald dat permanente bewoning niet is toegestaan.
Tevens is in deze regels bepaald dat sprake dient te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Duurzaam beheer en onderhoud van het terrein is gewaarborgd middels onder meer een centrale bedrijfsmatige exploitatie, een beheerplan voor de instandhouding van de landschappelijke inpassing en het gegeven dat de ondergrond van het park in handen blijft van één partij. Conclusie Dit bestemmingsplan voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Strategische Visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderhavige plan zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Strategische doelen: werken De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd. Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantieeiland. Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland.
Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties. De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen.
Rho adviseurs voor leefruimte
18
Toetsing en conclusie De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, de realisatie van 77 recreatiewoningen en een logeerhuis waarbij een kwaliteitsverbetering in het verblijfsrecreatieve aanbod wordt gerealiseerd, sluit aan op deze strategische doelen. 3.4.2 Agenda Toerisme 2018-2026 De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 25 oktober 2018 de ‘Agenda Toerisme 2018-2026' vastgesteld, inclusief bijbehorend uitvoeringsprogramma en regelgeving. De Agenda Toerisme 20182026 geeft de ambities voor Schouwen-Duiveland als toeristisch recreatieve bestemming voor de toekomst weer. De agenda bevat strategische keuzes voor de toekomst, doelstellingen en uitvoeringsthema’s aan de hand waarvan per thema beleidskeuzes worden gemaakt. De uitvoeringsthema’s van de Agenda Toerisme zijn: 1. Uitgekiende marketing van onze ‘Groen Blauwe Oase’. 2. Meer Beleving: ‘Schouwen-Duiveland als podium voor de beste natuurbeleving op de grens van land en water’. 3. Het hele eiland gastvrij en meer jaarrond bezoekers. 4. Voortdurend vernieuwen. 5. Het mooiste strand als blijvende trekker. 6. Zorgeloos de unieke plekken op het eiland vinden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied is met name het thema ‘Voortdurend vernieuwen’ van belang. Het voortdurend vernieuwen van de Groen Blauwe Oase in de toekomst.
In de Groen Blauwe Oase Schouwen-Duiveland wordt ingezet op het behouden en versterken van belangrijke omgevingskwaliteiten voor de gasten en het stimuleren van meer bijzondere en gedifferentieerde vormen van verblijfsrecreatie in een natuurlijke omgeving. Kwaliteit is leidend. In brede zin geldt terughoudendheid met nieuwvestiging van verblijfsrecreatie. Maatwerk is het sleutelwoord. Innovatie en kwaliteitsverbetering wordt gestimuleerd, evenals de energietransitie en circulaire ontwikkelingen. Om de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen te behouden is er terughoudendheid met tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. In het thema 'Voortdurend vernieuwen' wordt uitgegaan van het belang van meebewegen met de markt en permanent investeren in vernieuwing en kwaliteit. Één van de keuzes daarbij is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven toe te staan. De gemeente stelt een Adviesteam Toerisme in dat toeristisch-recreatieve plannen op kwaliteit beoordeelt. Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt) op recreatieterreinen, moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passend in omvang, maar mogen ook gericht zijn op inwoners en gasten anders dan van het recreatieterrein.
Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaats vindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A t/m D van het ontwikkelkader 'Verblijfsrecreatief gebied', inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie: A. Ruimtelijke kwaliteit: 1. Kwaliteitsverbetering vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf 2. Onder voorwaarden is een beperkte uitbreiding van oppervlakte mogelijk: het nieuw uit te breiden terrein maakt integraal onderdeel uit van een nieuw landschap; de dichtheid en omvang van de bebouwing is passend in het betreffende landschap; beheer en onderhoud van het landschap is geborgd; er is sprake van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op de totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en
Rho adviseurs voor leefruimte
19
bergingen bij eenheden); de openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap. B. Economische haalbaarheid C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept D. Sociaal maatschappelijke bijdrage Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen) en leefbaarheid (voor zover van toepassing) worden geborgd. Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van het uitgangspunt om te komen tot Zeeuwse kustkwaliteit (bijvoorbeeld hoger percentage invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie).
Randbeplanting vindt plaats op basis van een integraal omgevingskwaliteitsplan (soorten, diversiteit, streekeigen). Dit integrale omgevingskwaliteitsplan wordt planologisch en/of privaatrechtelijk vastgelegd. De eerder geldende standaardeisen blijven van toepassing voor bestaande situaties. Randbeplanting of landschapsontwikkeling moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Toetsing en conclusie De ontwikkeling in het plangebied sluit aan bij (de beleidskeuzes uit) de Agenda Toerisme. Er is geen sprake van nieuwvestiging, maar van kwaliteitsverbetering binnen het bestaande oppervlakte en eenheden van Duinrand Oost. Het aantal verblijfseenheden en het totaal oppervlakte van die verblijfseenheden neemt af waardoor meer ruimte voor groen en water ontstaat. Het totaal oppervlakte aan verblijfseenheden inclusief bijgebouwen bedraagt 5.950 m2. Dit betreft 13% van 4,5ha en sluit aan bij de gestelde norm van 13%. Door gedeeltelijke functiewijzing van stacaravanplaatsen naar recreatiewoningen, in een stijlvol karakteristieke bebouwing te combineren met een hoogwaardig inrichtingsniveau ontstaat een kwalitatief hoogwaardig recreatieterrein. De inrichting van de (streekeigen)beplanting is opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan, zie bijlage PM.
Het beleid van de gemeente ten aanzien van de landschappelijke inpassing vraagt om een minimaal 10 meter brede afschermende beplanting of 5 meter met een wal van 2 meter hoog. In het inrichtingsplan zijn de bestaande vijf meter brede groenstroken met wal van 2 meter hoog opgenomen. Deze groentroken hebben in het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen een afzonderlijke groenbestemming (Groen - Landschappelijk en deels Groen). Daarmee wordt voor het overgrote deel van de plangrens - voor zover niet grenzend aan andere verblijfsrecreatieterreinen - voorzien in een landschappelijke inpassing conform het gemeentelijk beleid. Dat geldt ook langs de Hogeweg, de enige rand waar het terrein grenst aan het openbaar gebied. Langs de perceelsgrens van woningen, gelegen aan de Hogeweg, wordt een 2 meter hoge aarden wal toegevoegd. De bestemmingen Groen en Groen Landschappelijk worden opgenomen in dit bestemmingsplan. Langs de overige randen grenst het plangebied aan andere recreatieve terreinen en wordt de landschappelijke inpassing ingevuld door het collectieve duinlandschap binnen het plangebied. Daarbij bestaat er geen verschil is tussen de randzone en het overige deel van het park; er is sprake van een doorlopende landschappelijke inrichting.
Wat betreft de plangrens met het achterliggende natuurgebied van de Kop van Schouwen is het verder van belang dat de zichtbaarheid van het park vanuit het duingebied volledig is afgeschermd door een dicht eikenbos. Het duinlandschap op het park gaat hier dus over in een duinbos in het natuurgebied. Er is daarmee sprake van een adequate landschappelijke inpassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20
Figuur 3.1 bestemming randen plangebied (Groen - Lanschappelijk en Groen) Daarnaast wordt door het nemen van diverse duurzaamheidsmaatregelen ingespeeld op de energietransitie. De ontwikkeling maakt alleen het aantal verblijfsrecreatieve eenheden mogelijk dat na herinrichting bedrijfsmatig zal worden geëxploiteerd. Gecombineerd met een hotelservice zorgt de wijze van exploitatie voor een onderscheidend concept. De economische haalbaarheid is nader omschreven in hoofdstuk 5. De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Agenda Toerisme. 3.4.3 Nota Kamperen 2013 Op 30 juni 2011 heeft de raad de (gewijzigde) Nota Kamperen vastgesteld. Het lange termijn doel van de Nota luidt: 'Schouwen-Duiveland heeft in 2018 kwalitatief hoogwaardige, innoverende en gezonde kampeerbedrijven, waar gasten zoveel mogelijk jaarrond veilig en vraaggericht in een gedifferentieerd kwaliteitsproduct kunnen recreëren'. Om deze doelstelling in de praktijk gestalte te geven, wordt exploitanten van kampeerterreinen meer ruimte geboden om hun terrein naar eigen inzicht in te richten. In dit kader is exploitanten de mogelijkheid geboden om initiatieven in te dienen om één of meer wijzigingen door te voeren op hun terrein. De uitgangspunten uit deze nota zijn overgenomen in de Nota Kamperen 2013. Voor recreatiewoningen zijn specifieke uitgangspunten opgenomen. Daarnaast zijn o.a.
uitgangspunten opgenomen specifiek voor landschappelijke inpassing, centrale bedrijfsmatige exploitatie en de wijziging van een bestemming in recreatiewoningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
21
Toetsing en conclusie De uitgangspunten zijn overeenkomstig de regels van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' voor het de bouw en het gebruik van recreatiewoningen. De bepalingen zijn in dit bestemmingsplan overgenomen. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de Nota Kamperen. 3.4.4 Kengetallen parkeren en verkeer In de raadsvergadering van de gemeente Schouwen-Duiveland is op 4 juni 2020 de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee onderdeel gemaakt van het parkeerbeleid van de gemeente. De kengetallen voor parkeren en verkeer uit de Agenda Toerisme komen daarmee te vervallen. De verdeling van recreatieve subeenheden is uitgebreider dan op basis van de CROW. Voor recreatiewoningen zijn specifieke kengetallen opgenomen. Voor recreatieverblijven zoals recreatiewoningen wordt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen gehanteerd. De verkeersgeneratie wordt gekoppeld aan het aantal parkeerplaatsen en betreft 2,2 per parkeerplaats. Toetsing en conclusie Met de realisatie van 496 slaapplaatsen, zie paragraaf 2.3, zijn 166 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op het terrein wordt voorzien in deze parkeerbehoefte. De toekomstige verkeersgeneratie betreft een afname van de huidige verkeersgeneratie. In paragraaf 4.7 is het aspect parkeren en verkeer nader uitgewerkt.
Daarmee past de ontwikkeling binnen de uitgangspunten van de in juni 2020 vastgestelde memo kengetallen parkeren en verkeer.
Rho adviseurs voor leefruimte
22
Hoofdstuk 4
4.1
Omgevingsaspecten
Inleiding
Ten behoeve van de vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de gehele ontwikkeling van De Schouwse Valleien zijn door Arcadis onderzoeken uitgevoerd voor de aspecten Verkeer en parkeren, industrielawaai, wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en geohydrologie. Daarnaast is een Natuurtoets inclusief stikstofberekeningen voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase uitgevoerd. In de door Arcadis opgesteld onderzoeksrapporten Verkeer en parkeren, Akoestisch onderzoek Industrielawaai en Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai) is uitgegaan van de destijds door de gemeente Schouwen-Duiveland gehanteerde normering voor het aantal parkeerplaatsen en het aantal verkeersbewegingen per verblijfsrecreatieve eenheid. Na het opstellen van de Arcadisrapporten in februari 2020 zijn de gemeentelijke kengetallen voor parkeren en verkeersgeneratie gewijzigd. Het gaat daarbij om een verlaging van het kengetal voor de verkeersgeneratie naar van 4 naar 2,2 verkeersbewegingen per parkeerplaats, waarbij per 3 bedden één parkeerplaats moet worden gerealiseerd. Als de verkeersgeneratie van Duinrand Oost met de nieuwe gemeentelijke kengetallen zou zijn berekend, zou zowel voor de bestaande situatie als voor de nieuwe situatie sprake zijn van substantieel minder verkeer (grofweg een halvering).
Dat betekent dat de onderzoeken van Arcadis een overschatting geven van de verkeersintensiteiten en de geluidbelasting op de omgeving als gevolg van het verkeer van en naar de parken, zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie. In dat licht kunnen de uitkomsten van de onderzoeken verkeer en parkeren, wegverkeerslawaai en industrielawaai door Arcadis worden gezien als een worstcasebenadering. Dat laat onverlet dat de conclusie uit de onderzoeken van Arcadis dat in de toekomstige situatie per saldo een verbetering optreedt van de geluidsbelasting in de omgeving, als gevolg van de afname van de verkeersstromen, onverkort van kracht blijft. Die verbetering is op basis van de nieuwe gemeentelijke kengetallen groter dan op basis van de door Arcadis gebruikte kengetallen. Gelet op het voorgaande zijn de conclusies van de door Arcadis uitgevoerde akoestische onderzoeken wegverkeers- en industrielawaai (dat de aspecten verkeer en parkeren, industrielawaai en wegverkeerslawaai zich niet verzetten tegen de beoogde ontwikkeling) onverkort actueel.
Rho adviseurs voor leefruimte
23
4.2
Bodemkwaliteit
Beleid en normstelling Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Het feitelijke gebruik als verblijfrecreatieterrein verandert niet. Middels dit bestemmingsplan vindt enkel een omzetting plaats van stacaravanplaatsen en recreatiewoningen in standplaatsen voor uitsluitend recreatiewoningen. Onderzoek naar de kwaliteit van de bodem is dan ook niet noodzakelijk. Voorafgaand aan de herinrichting dient de kwaliteit van de bodem echter wel te worden vastgesteld en dient de aanwezigheid van asbest uitgesloten te worden.
Nader bodemonderzoek is dan ook noodzakelijk voor de aanvraag omgevingsvergunning. Dit onderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan de aanvraag aanleg- en bouwvergunning. Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.3
Niet gesprongen explosieven
Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Onderzoek Op basis van het Bodemvenster (bron: provincie Zeeland) ligt de beoogde ontwikkeling in een gebied waar niet-gesprongen explosieven kunnen voorkomen. De gemeente Schouwen-Duiveland beschikt over een inventarisatie van niet-gesprongen explosieven, op basis van historisch onderzoek, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten. Op grond van deze informatie is een onderzoek naar niet-gesprongen explosieven noodzakelijk. Dit onderzoek is medio 2020 uitgevoerd, zie bijlage 2. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op het voorkomen van conventionele niet gesprongen explosieven. Bij graafwerkzaamheden dient men alert te zijn en het in bijlage 3 van dat onderzoek opgenomen protocol te hanteren. Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de uitvoer van de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
24
4.4
Archeologie
Beleid en normstelling In artikelen 38, 39 en 40 uit de Monumentenwet is bepaald dat het archeologisch erfgoed beschermd dient te worden middels het bestemmingsplan. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden. Hieronder vallen zowel reeds bekende archeologisch waardevolle gebieden als gebieden waarvoor een (verhoogde) archeologische verwachting geldt. Deze waarden krijgen een archeologische (mede)bestemming, die wordt vermeld in de toelichting van het bestemmingsplan, wordt begrensd in de verbeelding (plankaart) en wordt voorzien van regels die gekoppeld zijn aan een vergunningstelsel. In artikel 41a van de Monumentenwet is bepaald dat artikelen 39, 40 en 41, eerste lid, niet van toepassing zijn op plangebieden met een oppervlakte kleiner dan 100 m². Bij projecten die deze oppervlakte overschrijden dient het archeologisch belang altijd te worden meegewogen in de belangenafweging. Gemeenten kunnen van deze grens afwijken, mits de redenen hiervoor goed onderbouwd kunnen worden. Archeologiebeleid Op basis van de huidige wetgeving zijn de gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch bodemarchief.
Omdat ruimtelijke ingrepen gevolgen kunnen hebben voor dit bodemarchief, moeten gemeenten bij de besluitvorming archeologie als volwaardige factor meenemen in de belangenafweging. Om dit op een verantwoorde en transparante wijze te kunnen doen is gemeentelijk archeologiebeleid wenselijk. De gemeente beschikt over een vastgestelde beleidsplan archeologie. Onderzoek Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6'. Indien tijdens werkzaamheden bodemingrepen plaatsvinden groter dan 2.500 m 2 en dieper dan 50 cm, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Vanwege de herstructurering van het terrein worden deze maatvoeringen op delen van het plangebied overschreden. Door Artefact is archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de gehele ontwikkeling van de Schouwse Valleien, zie bijlage 3. Hieruit blijkt dat vanwege de beperkte bodemingreep in de diepte op het grootste deel van het terrein geen nader onderzoek in de vorm van proefsleuven noodzakelijk is. Voor het deel nabij de entree is proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd PM. Voor het overige deel blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' behouden.
Rho adviseurs voor leefruimte
25
Figuur 4.1 Uitsnede advieskaart (bron: Artefact, inventariserend veldonderzoek) Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid. Conclusie Het aspect archeologie vormt voor het overgrote deel van het plangebied geen belemmering. Voor het deel aan de zijde van de Hogeweg wordt vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd.
4.5
Cultuurhistorie
Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
26
Onderzoek Op de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland, zie figuur 4.4.1, is te zien dat de schuur is aangemerkt als historische boerderij en dat het plangebied is gelegen in de zone van de Lintbebouwing Burgh-Haamstede. In de nabije omgeving van het plangebied zijn verder een aantal historische objecten (boerderijen) zijn gelegen. Het beleid van de provincie Zeeland is erop gericht dat deze karakteristieke bebouwing en het karakteristiek bebouwingslint behouden blijven, omdat ze een belangrijk onderdeel vormen van de Zeeuwse geschiedenis en daarmee de identiteit van Zeeland. De beoogde functiewijziging vormt geen belemmering voor cultuurhistorische waarden, omdat de wijziging op het vakantiepark zelf plaatsvindt en geen invloed heeft op de nabij gelegen cultuurhistorische objecten. De relatie met zijn omgeving is vanwege de ligging tussen vakantieparken reeds verstoord. Daarnaast is de schuur reeds verbouwd tot vakantieappartementen. De status als boerderij is dan ook vervallen. Het eindoordeel van de schuur is door de provincie beoordeeld als waarde C. De Zeeuwse schuur binnen het plangebied wordt vervangen. Het nieuwe logeergebouw wordt in een Zeeuwse bouwstijl herbouwd.
Figuur 4.4.1
Fragment cultuurhistorische waardenkaart (bron: Provincie Zeeland)
Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
27
4.6
Waterhuishouding
Toetsingskader Het is wettelijk verplicht een watertoets uit te voeren. Dit is een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel het voorkomen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die negatieve effecten hebben op het duurzame waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Scheldestromen en het beheersgebied van Rijkswaterstaat. Onderzoek Om na te gaan of het voorliggend plan in strijd is met duurzaam waterbeheer en voldoet aan de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen, is gebruik gemaakt van het aanmeldformulier Watertoets van het waterschap. Daarin is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de criteria uit de Zeeuwse Handreiking Watertoets. Het aanmeldformulier is opgenomen in bijlage 4. Uit toetsing aan de criteria blijkt dat het aspect water geen belemmering vormt voor de beoogde functiewijziging. Ten opzichte van de huidige situatie betekenen de nieuwe recreatiewoningen een verbetering voor de waterhuishouding. Door het verminderen van het totaal aantal verblijfseenheden zal het totaal aan verhardingen ook afnemen. Ten aanzien van de totale transformatie wordt het terrein als een glooiend landschap ingericht, zie bijlage PM. Het hemelwater kan op de lagere delen worden afgewaterd.
Deze ontwikkeling zorgt in de toekomst voor een verbetering van de waterhuishouding ter plaatse. Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.7
Verkeersaspecten
Toetsingskader In het kader van het ruimtelijk plan dat nieuwe activiteiten mogelijk maakt, dient te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Onderzoek Op basis van de memo kengetallen parkeren en verkeer bedraagt de parkeerbehoefte 1 per 3 slaapplaatsen. Het aantal verkeersbewegingen bedraagt 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen is afhankelijk van het aantal slaapplaatsen. Het totaal aantal slaapplaatsen bedraagt 496 zie paragraaf 2.3. De parkeerbehoefte bedraagt op basis van 1 per 3 slaapplaatsen (496/3) = 166 parkeerplaatsen. Wat betreft parkeren kan geconcludeerd worden dat het terrein voldoende omvang heeft voor de opvang van de eigen parkeerbehoefte van 166 plaatsen voor 78 verblijfseenheden. Nabij elke recreatiewoning wordt 1 tot 2 parkeerplaatsen gerealiseerd aan de ontsluitingslus. De overige parkeerplaatsen worden gerealiseerd op de centrale parkeerplaats nabij de entree. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. De verkeersgeneratie in de toekomstige situatie bedraagt 166 * 2,2 = 364 mvt/etmaal.
Rho adviseurs voor leefruimte
28
In de huidige situatie (november 2019) zijn 816 slaapplaatsen aanwezig, zie paragraaf 2.2. De huidige parkeerbehoefte bedraagt zodoende (816/3) = 272 parkeerplaatsen. De totale verkeersgeneratie van het huidige gebruik van het plangebied bedraagt (272*2,2) = 599 mvt/etmaal. In de toekomstige situatie is sprake van een afname van 599 - 364 = 235 mvt/etmaal. Gezien sprake is van een afname van de verkeersgeneratie heeft de ontwikkeling geen nadelige gevolgen ten opzichte van de huidige situatie. Verkeersafwikkeling Het recreatieterrein wordt ontsloten via de Hogeweg. De entree is gelegen nabij de huidige Zeeuwse schuur. Middels een lus over het terrein zijn de recreatiewoningen bereikbaar. Ook de 15 particuliere percelen buiten het plangebied zijn bereikbaar bij de nieuw te realiseren lus. Hogeweg 98 is via een eigen toerit direct ontsloten aan de Hogeweg. De locatie is voor gasten direct bereikbaar via het westelijke deel van de Schouwse Valleien. De afname van de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling zorgt voor een verbetering van de verkeerssitutatie op de Hogeweg en omliggende wegen.De ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgden voor de verkeersafwikkeling over Hogeweg. Conclusie Ten aanzien van de verkeersaspecten zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.8
Wegverkeerslawaai
Beleid en normstelling Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen.
De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB.
Rho adviseurs voor leefruimte
29
Onderzoek Door Arcadis is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie bijlage 7. De gehanteerde verkeersaantallen in dit onderzoek zijn inmiddels naar beneden bijgesteld. Hierdoor is sprake van een worst-case scenario. De opgenomen conclusies blijven echter van toepassing, zie paragraaf 4.1. Het bestaande vakantiepark blijft gehandhaafd en zal volledig gebruikt worden voor recreatiewoningen, zonder algemene voorzieningen zoals receptie, horeca of zwembad. Het aantal geluidgevoelige functies neemt af en er is geen sprake van herbouw van gevoelige functies dichter naar de weg toe. De meest nabij de weg gelegen recreatiewoningen zijn gelegen op ruim 40 meter van de Hogeweg. Er zijn geen recreatiewoningen gelegen binnen of op de 48 dB(A) geluidzone van de Hogeweg. Direct rond het vakantiepark is een aantal geluidgevoelige functies gelegen. De afname van het aantal eenheden en daarmee het aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen heeft een positief effect op nabij gelegen (recreatie)woningen. Ook het aantal verkeersbewegingen op het park zelf neemt af. Het toepassen van eenrichtingsverkeer op het park draagt bij aan een verbetering van de akoestische situatie. Uit de mer-beoodeling blijkt bovendien dat de nieuwe akoestische situatie geen nadelige gevolgen heeft ten opzichte van huidige situatie.
Geconcludeerd kan worden dat de beoogde functiewijziging niet zal leiden tot een onaanvaardbaar akoestisch klimaat ter plaatse van het plangebied en zal leiden tot een verbetering van het akoestisch klimaat op omliggende (recreatie)woningen. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Milieuhinder en bedrijven
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd ter plaatse van de woningen; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de eventueel in de omgeving aanwezige bedrijven/inrichtingen. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Voor de beoordeling is het van belang om te weten of het gebied getypeerd kan worden als een rustige woonwijk of een gemengd gebied. Een gemengd gebied wordt als volgt getypeerd: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven". Onderzoek In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen agrarische of andere bedrijven gelegen.
Onderlinge toetsing tussen recreatieve verblijven is niet noodzakelijk. Zodoende is geen sprake van een belemmering vanuit de omgeving. Omgekeerd heeft de recreatieve functie geen negatieve invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van woningen in de omgeving. Overigens maakt het voor de ontwikkelingsmogelijkheden van woningen in
Rho adviseurs voor leefruimte
30
de omgeving niet uit of sprake is van een stacaravans of van kampeerhuisjes. In beide situaties dient onder dezelfde voorwaarden rekening te worden gehouden met een woning van derden in de omgeving. Een recreatieterrein valt volgens de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' binnen milieucategorie 3.1. Het plangebied is gelegen in een gebied dat bestaat uit recreatieterreinen en woningen en valt zodoende aan te merken als 'rustige woonwijk'. De indicatieve richtafstand tussen de beoogde ontwikkeling en de woningen bedraagt 30 meter. Het aspect geluid is hierbij maatgevend. De afstand tussen de gevel van enkele woningen en de recreatieve bestemming is minder dan 30 meter. Binnen de zone van 30 meter van gevels van woningen staan enkele recreatieve verblijfseenheden. De woningen Hogeweg 82, 84 en 86 zijn in de huidige situatie op respectievelijk 18m, 18m en 25m van de huidige permanente stallingsplaatsen van caravans gelegen. De gevel van Hogeweg 92 ligt op circa 13m van het huidige logeergebouw. De afstand tussen de gevel van een woning en de recreatieve bestemming is minder dan 30 meter. Binnen de zone van 30 meter van gevels worden recreatiewoningen gerealiseerd. De nieuwe recreatiewoningen komen echter op een ruimere afstand van de grens van de recreatieve bestemming te staan dan in de huidige situatie het geval is.
Binnen de zone van 30 meter van gevels van woningen worden tevens minder verblijfseenheden gerealiseerd dan in de huidige situatie aanwezig zijn. Bovendien worden met dit bestemmingsplan in totaal ook minder verblijfseenheden mogelijk gemaakt. In de nieuwe situatie ligt de meest nabij gelegen recreatiewoning op circa 20 m van de gevel van een woning. Binnen deze 20m is een strook van minimaal 5 meter landschappelijke inrichting opgenomen, bestaande uit een aarden wal van 2 meter hoog. Deze wal heeft een afschermende functie en zorgt voor een verbetering van de akoestische situatie. Hoewel niet wordt voldaan aan de richtafstanden is toch sprake van een goede ruimtelijke ordening. Met het vergroten van de afstand en de realisatie van een afschermende aarden wal treedt een verbetering op ten opzichte van de bestaande akoestische situatie. Door Arcadis is een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd, zie bijlage 6. De gehanteerde verkeersaantallen in dit onderzoek zijn inmiddels naar beneden bijgesteld. Hierdoor is sprake van een worst-case scenario. De opgenomen conclusies blijven echter van toepassing, zie paragraaf 4.1. Middels het akoestisch onderzoek is aangetoond dat de afname van het aantal verkeersbewegingen op het terrein zorgt voor een verbetering van de akoestische situatie op omliggende geluidgevoelige functie.
Het omzetten van de verblijfsplaatsen op het vakantiepark naar recreatiewoningen heeft een positief effect op de omgeving. Conclusie Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er worden geen bedrijven beperkt in hun bedrijfsvoering.
4.10
Luchtkwaliteit
Beleid en normstelling De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden beoordeeld op basis van de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk), de AMvB 'Niet in betekenende mate' (het Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM. Er dient, ook na realisatie van het planvoornemen, sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet voldaan worden aan de geldende grenswaarden en luchtkwaliteitseisen.
Rho adviseurs voor leefruimte
31
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1. weergegeven. Tabel 4.1. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van ) stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³
NIBM In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg. Onderzoek Aangezien sprake is van een afname van het aantal eenheden en het aantal verkeersbewegingen is de ontwikkeling aan te merken als 'Niet in betekende mate' en zal een afname plaatsvinden van concentraties luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nslmonitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de N57; Kraaiensteinweg/ Cauersweg , ten oosten van het plangebied.