CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Bijlagen toelichting Bijlage 5 Aanmeldnotitie vormvrije m e r-beoordeling

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Schouwen-Duiveland De Schouwse Valleien Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

De Schouwse Valleien Schouwen-Duiveland Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

identificatie

planstatus

projectnummer:

datum:

20190976

17-07-2020

projectleider:

opdrachtgever:

C.A. Louws

Fiorinvest B.V.

auteur(s):

S.E.H. Lie

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1. 1.2. 1.3.

3 3 4

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1. 2.2.

Plaats van het project Kenmerken van het project

5 8

Kenmerken van de milieueffecten

11

3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.

11 11 12 13 13 14 14 15 15

Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen

Conclusie

Bijlagen Bijlage 1 – Deelrapport verkeer en parkeren Bijlage 2 – Deelrapport geluid – industrielawaai Bijlage 3 – Deelrapport geluid – wegverkeerslawaai Bijlage 4 – Deelrapport luchtkwaliteit Bijlage 5 – Deelrapport hydrologie Bijlage 6 – Natuurtoets

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

17 18 18 19 20 21 22 23

20190976

3

1. Inleiding

1.1.

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens twee vakantieparken aan de Hogeweg te Burgh-Haamstede te herstructureren. Het project ‘De Schouwse Valleien’ heeft betrekking op de herstructurering van de bestaande terreinen van Duinrand West en Duinrand Oost aan de Hogeweg in Burgh-Haamstede. Ter vervanging van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen wordt een hoogwaardig recreatiewoningencomplex gerealiseerd, met een aantal centrale voorzieningen. In de toekomstige situatie worden 100 kampeerhuisjes en 147 recreatiewoningen gerealiseerd. De inrichting van De Schouwse Valleien wordt totaal vernieuwd. Er wordt onder andere een glooiend duinlandschap gecreëerd, met (vochtige) duinvalleien. Hiervoor moet circa 9.000 m3 afgegraven worden. De ontwikkeling van het westelijke deel past geheel binnen het geldende bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’, op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes na. Door middel van een wijzigingsplan worden deze kampeerhuisjes op Duinrand West mogelijk gemaakt. Voor de herstructurering van Duinrand Oost zal een bestemmingsplan worden opgesteld. Hier geldt dat de ontwikkeling grotendeels past binnen het geldende bestemmingsplan, op het aantal recreatiewoningen na. De milieueffecten van de totale ontwikkeling zullen in deze aanmeldnotitie worden beoordeeld.

In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D.10 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 25 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling betreft circa 13,1 hectare en blijft daarmee onder de drempelwaarde. Het afgraven van de grond maakt onderdeel uit van D16.1 uit het Besluit milieueffectrapportage. Hierin is opgenomen dat de ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D16.2, milieu-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van meer dan 12,5 hectare. De ontgrondingen zullen niet plaatsvinden op het gehele plangebied, maar hebben betrekking op een oppervlakte van circa 12,3 hectare. ter plaatse van de centrumvoorzieningen vinden geen ontgrondingswerkzaamheden plaats. Hiermee blijven de ontgronden onder de drempelwaarde en kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2.

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

In een m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190976

Inleiding

4

betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten:  de plaats van het project;  de omvang van het project;  de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. De aanmeldnotitie wordt als bijlage bij zowel het wijzigingsplan voor het westelijk deel van De Schouwse Valleien als bij het bestemmingsplan voor het oostelijk deel van De Schouwse Valleien opgenomen.

1.3.

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie:  beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;  licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe;  geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het uitgangspuntendocument van de ontwikkeling, de uitgevoerde onderzoeken en het conceptwijzigingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

5

2. Plaats en kenmerken van het project

2.1.

Plaats van het project

Het plangebied is gelegen ten westen van Burgh-Haamstede, in een verblijfsrecreatief gebied met enkele woonclusters, nabij het bos en de duinen. Het plangebied bestaat uit twee recreatieterreinen met daar tussen een vakantiepark met recreatiewoningen en standplaatsen. Ten oosten van het plangebied liggen recreatiewoningen. Aan de Hogeweg, ten zuiden van het plangebied, liggen woningen, recreatiewoningen en een klein kampeerterrein met chalets. Ten westen van het plangebied wordt naast verblijf in recreatiewoningen ook permanent gewoond. Ook aan de Hogeweg, ten zuidoosten van het plangebied liggen woonbestemmingen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Het plangebied is in gebruik als kampeerterrein. Hier zijn momenteel (november 2019) 473 verblijfseenheden aanwezig. Op West zijn nog 274 stacaravanplaatsen in gebruik en zijn nog 48 recreatiewoningen aanwezig. Op Oost zijn er 102 stacaravanplaatsen in gebruik en eveneens 48 recreatiewoningen aanwezig. Verder is hier nog 1 logeerhuis aanwezig. Nabij de entree op West zijn algemene voorzieningen gelegen zoals de receptie, een multifunctionele ruimte en ondersteunende horeca. In totaal bedraagt de oppervlakte van die bebouwing circa 1.500 m 2. Op het terrein staat tevens een zendmast voor telecommunicatie (GSM-antennemast).

In totaal zijn circa 800 parkeerplaatsen op het terrein aanwezig. Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer inclusief de directe omgeving.

Figuur 2.1 Ligging plangebied in directe omgeving (bron: Google Earth)

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20190976

Plaats en kenmerken van het project

6

Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Het plangebied voor Oost en West kent in het bestemmingsplan ‘1e herziening Kop van Schouwen’ (vastgesteld op 22-05-2019) een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 6’. Deze bestemming is voor het behoud en bescherming van de archeologisch waarden van de gronden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er werkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm zijn. Het plangebied is niet gelegen in kwetsbaar en/of gebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ grenst aan het plangebied (figuur 2.2). Dit is ook meteen het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Zeeland (figuur 2.3). Het plangebied is niet gelegen binnen stiltegebieden of waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.4).

Figuur 2.2 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS Calculator)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Plaats en kenmerken van het project

7

Figuur 2.3 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van Natuurnetwerk Zeeland (Bron: Provincie Zeeland)

Figuur 2.4 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Provincie Zeeland)

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Plaats en kenmerken van het project

2.2.

8

Kenmerken van het project

De twee bestaande vakantieparken Duinrand Oost en Duinrand West worden getransformeerd naar één recreatiecomplex. Dit vakantiepark zal bestaan uit maximaal 247 vakantie eenheden, met een aantal voorzieningen: ondergeschikte dienstverlening, receptie met kantoor, winkels, horeca, indoor speeltuin en zwembad/wellness. De oppervlakte van het park en de voorzieningen neemt niet toe. In tabel 2.1 is het huidige planologisch toegestane gebruik en het feitelijke gebruik afgezet tegen de planologisch gewenste situatie voor De Schouwse Valleien. Figuur 2.5 geeft de voorgenomen globale inrichting van De Schouwse Valleien weer. De gehele opbouw van het park, alsmede de recreatiewoningen en kampeerhuisjes zelf, hebben een uniek karakter. Het karakter van het park wordt in belangrijke mate bepaald door de ligging grenzend aan het natuurgebied Kop van Schouwen. Het gehele park wordt ingebed in een glooiend duinlandschap, met (vochtige) duinvalleien, dat volledig aansluit op de omgeving. Dit zal gerealiseerd worden aan de hand van circa 9.000 m3 afgegraven grond die van de planlocatie zelf komt. Dit betekent dat er sprake is van een gesloten grondbalans. Hiermee wordt de natuur letterlijk in het park doorgezet, wat het unieke karakter onderstreept en een luxe uitstraling geeft.

De kwaliteit van beide terreinen wordt daarmee aanzienlijk verbeterd, het gesloten en private karakter van de huidige bebouwing wordt compleet herzien waarbij openheid, ruimtelijk en natuurlijk de sleutelwoorden worden. In de nieuwe situatie is het park jaarrond geopend. Tabel 2.1 Uitgangspunten herontwikkeling De Schouwse Valleien Huidig Huidig feitelijk planologisch Permanente en niet permanente 569 376 standplaatsen Recreatiewoningen 94 96 Logeerhuis Totaal aantal eenheden Bedrijfswoning Aanvullende voorzieningen

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

Gewenst planologisch 100 kampeerhuisjes, max. 51m² + bijgebouw van max. 6m² 146, max. 70m² + bijgebouw van max. 6m² 1 247 Maximaal 1

1 1 644 473 1 1 5.900m² 1.500m² In de vorm van In de vorm van Receptie en horeca: ca. 450m² dienstverlening, dienstverlening, Dienstverlening: ca. 300m² receptie, horeca, receptie, horeca, Zwembad: ca. 600m² zendmast, zendmast, multifunctionele multifunctionele ruimte. ruimte.

20190976

Plaats en kenmerken van het project

9

Figuur 2.5 Globale inrichting van het nieuwe park De Schouwse Valleien. Links Duinrand West en rechts Duinrand Oost (bron: Masterplan, november 2019) Ontwikkeling De Schouwse Valleien Op De Schouwse Valleien zijn 100 kampeerhuisjes en 146 recreatiewoningen beoogd op evenzoveel standplaatsen. Daarnaast blijft het bestaande logeerhuis aanwezig. De kampeerhuisjes hebben een oppervlakte maximaal 51 m2, met elk een bijgebouwtje van maximaal 6 m2. Deze huisjes hebben een goot- en bouwhoogte van maximaal 5,5 m. De recreatiewoningen hebben een maximum oppervlakte van 70 m2 met elk een bijgebouwtje van 6 m2. De kampeerhuisjes zijn bedoeld voor het verblijf van 4 personen per huisje. In de recreatiewoningen kunnen 4 tot 8 personen verblijven. Het logeerhuis is geschikt voor 24 personen. Ontsluiting Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar verkeer en parkeren uitgevoerd voor beide parken, zie bijlage 1. Hierin wordt onder andere de wijze van ontsluiting omschreven. De vakantieparken zijn voor gemotoriseerd verkeer direct ontsloten op de Hogeweg, een erftoegangsweg. De belangrijkste route richting het hoofdwegennet loopt via de gebiedsontsluitingsweg Kraaijensteinweg in oostelijke richting naar de N57. De Haaymanweg en Lageweg zijn eveneens erftoegangswegen. De Haaymanweg ligt tussen de Lageweg en de Kraaijensteinweg en kan ook gebruikt worden richting de N57.

Deze ontsluitingsroutes zullen ook gebruikt worden voor de ontgrondingswerkzaamheden. Parkeren Parkeren gebeurt in de huidige situatie volledig op het terrein zelf. Bij de toegangspunten zijn centrale parkeerplaatsen voor auto’s beschikbaar welke te benaderen zijn zonder de slagbomen te passeren. Naast deze parkeerplekken op de centrale parkeerplaats is het mogelijk om te parkeren bij de recreatiewoningen en standplaatsen op het vakantiepark zelf. In principe heeft elk huisje/caravan daarmee een eigen parkeervoorziening. Voor bezoekers is beperkt parkeergelegenheid beschikbaar. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Plaats en kenmerken van het project

10

Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Duinrand West en Duinrand Oost worden gefaseerd ontwikkeld tot één recreatiepark. Deze ontwikkelingen zijn daarom in deze aanmeldnotitie gezamenlijk beoordeeld. Voor zover bekend zijn er verder geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatieve effecten verwacht kunnen worden.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

11

3. Kenmerken van de milieueffecten

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is onder andere gebaseerd op de informatie uit de onderzoeken van Arcadis en de Natuurtoets die voor de beoogde ontwikkeling zijn opgesteld.

3.1.

Verkeer

Uit het onderzoek van Arcadis naar de verkeerssituatie (bijlage 1) blijkt dat de bereikbaarheid voor het gemotoriseerde verkeer zal toenemen doordat er minder voertuigen van en naar de vakantieparken rijden. Daarnaast is er ook sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen. Er zijn ruim minder, maar grotere, eenheden gepland waardoor per saldo het aantal verkeersbewegingen afneemt. Dit zorgt voor een afname van de verkeersintensiteit op de wegen in het invloedgebied. De wegen die direct grenzen aan de vakantieparken laten een afname zien van maximaal 53%, de invloed op de overige wegvakken is kleiner. In het onderzoek van Arcadis zijn het aantal motorvoertuigbewegingen op basis van kentallen in de notitie ‘Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’ bepaald. Hierin is een afname te zien, als gevolg van een afname van het aantal eenheden. Op basis van de, na het onderzoek van Arcadis op 4 juni 2020 vastgestelde, memo ‘kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme’ is tevens sprake van een afname van de verkeersgeneratie. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt berekend op basis van het aantal parkeerplaatsen, dat in relatie staat met het aantal slaapplaatsen. Het aantal benodigde parkeerplaatsen bedraagt 532. Voor de kampeerhuisjes geldt (100*4 slaapplaatsen)/3 = 134 parkeerplaatsen.

Voor de recreatiewoningen geldt (146*8 slaapplaatsen)/3 = 390 parkeerplaatsen en voor het logeerhuis geldt (1*24 slaapplaatsen)/3 = 8 parkeerplaatsen. Op basis van 532 parkeerplaatsen bedraagt de verkeersgeneratie van en naar de parken maximaal 1.171 mvt per etmaal. Volgens de memo ‘kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme’ bedraagt de huidige verkeersgeneratie 2.296 mvt/etmaal (op basis van de huidige 473 eenheden). Vanwege de afname van het aantal eenheden is sprake van een afname van circa 50% van het totaal aantal motorvoertuigbewegingen in 2030. Dit betekent dat er vanuit het aspect verkeer geen negatieve milieueffecten te verwachten zijn. Met de afname in de verkeersbewegingen en verkeersgeneratie is er sprake van een positief effect.

3.2.

Geluid

Industrielawaai Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd, dit is te vinden in bijlage 2. Uit de vergelijking van de geluidbelasting in de referentiesituatie en de plansituatie blijkt dat voor veel

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

12

woningen de geluidbelasting in de plansituatie zal afnemen. Deze afname bedraagt voor woningen die meer dan 50 dB(A) geluidbelasting ervaren in totaal 52%. Voor een aantal woningen blijft er sprake van overschrijdingen van de etmaalwaarde. Het bevoegd gezag beschikt over beoordelingsruimte en kan aansluiting zoeken bij de in de jurisprudentie van de Afdeling aanvaarde methode Miedema. Deze methode behelst een kwalitatieve beoordeling van de optredende geluidbelasting. Vanuit deze methode kan gemotiveerd worden dat de huidige akoestische situatie niet verslechter wordt. De etmaalwaarde in de huidige akoestische situatie ter plaatse van de woningen aan de Hogeweg 92, 96 en 98 bedraagt meer dan 50 dB(A). Momenteel valt de akoestische situatie voor de Hogeweg 98 binnen de klasse ‘matig’. In de nieuwe situatie valt geluidsbelasting voor de woningen Hogeweg 92, 96 en 98 binnen de klasse ‘goed’ tot ‘redelijk’. Bij twee van de drie genoemde woningen is de geluidsbelasting in de bestaande situatie slechter dan in de toekomstige situatie. Uitgaande van de etmaalwaarde van het Lar, LT bij de woning aan de Hogeweg 92 is er vanwege een verslechtering van 1 dB(A) ten opzichte van de huidige situatie geen sprake van een relevante verslechtering. Uitgaande van de LAmax is er alleen bij de woning aan de Hogeweg 98 sprake van een (beperkte) verslechtering van de nu al slechte situatie.

Omdat er geen wezenlijke verdere verslechtering optreedt van de milieukwaliteitsmaat, omdat de omgevingskwaliteit van de oude en de nieuwe geluidbelasting verschuift van slechtere klassen naar betere klassen, mag de geluidbelasting in de nieuwe situatie volgens de methode Miedema als aanvaardbaar worden beschouwd. Mitigerende maatregelen zijn niet nodig. Wegverkeerslawaai Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, dat is te vinden in bijlage 3. Uit de vergelijking van de geluidbelasting vanwege wegverkeer in de referentiesituatie, en de toekomstige situatie blijkt dat het aantal (ernstig) geluidgehinderden gelijk blijft. Tussen deze situaties treden geen veranderingen op. Voor de geprojecteerde kampeerhuisjes en recreatiewoningen wordt voldaan aan 48 dB (voorkeursgrenswaarde) vanwege wegverkeerslawaai. Ontgrondingswerkzaamheden Tijdens de ontgronding kan sprake zijn van hinder als gevolg van de beoogde werkzaamheden. Graafmachines en een (toename van) vrachtverkeer naar het projectgebied kunnen voor geluidhinder zorgen. Echter, de verkeersgeneratie is beperkt, de werkzaamheden zijn van tijdelijke aard en de werkzaamheden maken deel uit van de gehele ontwikkeling van de locatie. Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.

Vanuit het aspect geluid zijn er geen significante negatieve effecten te verwachten.

3.3.

Luchtkwaliteit

Door Arcadis is in februari 2020 het aspect luchtkwaliteit onderzocht, zie bijlage 4. Hieruit blijkt dat er vrijwel geen verschillen optreden tussen de referentiesituatie en de plansituatie. Omdat de verschillen vele malen kleiner zijn dan de NIBM-grenswaarde van 1,2 µg/m³, geldt dat de plansituatie aan te merken is als 'Niet in betekenende mate'. Voor zeer fijn stof (PM2.5), zijn geen verschillen zichtbaar tussen de plansituatie en de autonome ontwikkelingssituatie. Voor PM2.5 geldt het besluit NIBM echter niet. Nadere bestudering van de berekeningsresultaten wijst uit dat de maximaal berekende concentratie in zowel de referentiesituatie als plansituatie niet hoger is dan 10,7 μg/m3. Hiermee voldoet ook de jaargemiddelde concentratie PM2.5 ruim aan de grenswaarde van 25 μg/m3. De transformatie van de vakantieparken, heeft dan ook geen invloed om de fijnstofconcentraties in het studiegebied. Vanuit het aspect luchtkwaliteit worden er geen negatieve effecten verwacht.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

3.4.

13

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

Externe veiligheid In de huidige en in de toekomstige situatie is sprake van twee vakantieparken. Het aantal eenheden op de vakantieparken zal in de toekomstige situatie flink afnemen (tot 169). Binnen het plangebied liggen twee propaantanks met elk een risicocontour van 15 meter. Met de herinrichting komen deze propaantanks te vervallen. Op ruimere afstand zijn ook propaantanks aanwezig op andere vakantieparken. De risicocontouren van deze propaantanks reiken niet tot het plangebied. Daarnaast wordt er een zwembad gerealiseerd. Dit valt niet onder het besluit Bevi en er zijn geen wettelijke grensen richtwaarden waaraan getoetst moet worden. Omdat er bij het zwembad chloorbleekloog wordt opgeslagen, is de Leidraad Risicoregister Gevaarlijke Stoffen van toepassing. Voor de chlooropslag van het zwembad geldt een PR 10-6-contour van 0 m. Er is geen sprake van een invloedsgebied van het groepsrisico. Uit de provinciale risicokaart blijkt verder dat er in de nabije omgeving van het plangebied geen andere risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Daarnaast vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen dat van invloed is op de risicosituatie in het plangebied. De N57 maakt onderdeel uit van het basisnet en heeft een groepsrisicocontour van 355 meter, maar ligt op ruim 650 meter van het plangebied.

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Verder zijn, overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen gelegen met een externe werking op het plangebied. Verder worden binnen of in de nabije omgeving van het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd over het water, het spoor of door buisleidingen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten. Risico’s op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak met circa 42% afnemen. De parkeerplaatsen zullen bestaan uit doorlatende verharding. Ook zullen er laagtes op het terrein gerealiseerd worden, wat de mogelijkheden voor waterberging vergroot bij intensieve neerslag. Wanneer de berging vol zit, treedt een overstort in werking waarbij het water op de leggerwaterlopen afwatert. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook af.

3.5.

Bodem en water

Bodem Het feitelijke gebruik als verblijfrecreatieterrein verandert niet. Middels de transformatie van De Schouwse Valleien vindt enkel een wijziging van de inrichting van het terrein en een wijziging in aantallen en type verblijfeenheden plaats. Met de functiewijzigingen zelf vinden geen bodemingrepen plaats. Voor de herinrichting van het terrein vinden wel bodemingrepen plaats en zal een glooiend duinlandschap met vochtige duinvalleen gecreëerd worden. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake zal zijn van een gesloten grondbalans. Voorafgaand aan de herinrichting dient de kwaliteit van de bodem te worden vastgesteld en dient de aanwezigheid van asbest uitgesloten te worden. Daarbij dient een aantal deellocaties separaat te worden onderzocht. Aanvullend bodemonderzoek is noodzakelijk voor de aanvraag omgevingsvergunning. Omdat voor de ontgrondingen sprake is van een gesloten grondbalans, is onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk. Op basis van het Bodemvenster ligt de beoogde ontwikkeling in een gebied waar niet-gesprongen explosieven kunnen voorkomen. De gemeente Schouwen-Duiveland beschikt over een inventarisatie van

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

14

niet-gesprongen explosieven, op basis van historisch onderzoek, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten. Op grond van deze informatie is gezien de voorgenomen bodemingrepen ten aanzien van de herinrichting van het terrein een onderzoek naar niet-gesprongen explosieven noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd als het terrein leeg is (vrij van bebouwing en caravans) en voor de grondwerkzaamheden ten behoeve van de herinrichting van het terrein plaatsvinden. Water Door Arcadis is in februari 2020 een hydrologisch onderzoek opgesteld waarin de ontgrondingen zijn meegenomen, zie bijlage 5. Ten opzichte van de huidige situatie zal het aantal recreatieve verblijfseenheden afnemen. Dit betekent dat er een afname in verharding zal plaatsvinden waardoor de waterhuishouding verbeterd zal worden. Daarnaast ligt het plangebied niet in de beschermingszones van een waterkering. Een klein deel van de beschermingszone van een watergang valt binnen het plangebied. Deze watergang is gelegen aan de Hogeweg. Het plangebied wordt middels een aarden wal met haag van deze watergang gescheiden. Binnen de beschermingszone kan en worden geen bebouwing/kampeerhuisjes gerealiseerd. Ten aanzien van de totale transformatie worden vochtige duinvalleien in het landschap gerealiseerd. Dit zorgt in de toekomst voor een verbetering van de waterhuishouding ter plaatse.

De graafwerkzaamheden hiervan zullen niet dieper dan 2,5 meter onder maaiveld plaatsvinden, waardoor de grondwatersituatie behouden blijft. Verder worden ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Omdat er daarnaast sprake is van een afname van de verkeersintensiteit, is er op het gebied van waterkwaliteit een positief effect beoogd. Dit geldt ook voor de ontwateringsdiepte, droogte, wateroverlast en tekort. Vooral bij laatstgenoemde is een positief effect te verwachten door de afname van verhard oppervlak en toename van groen.

3.6.

Ecologie

Gebiedsbescherming en soortenbescherming Het plangebied bevindt zich naast Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Omdat de verandering van gebruik een vermindering van eenheden betreft, heeft deze functiewijziging geen negatieve ecologische effecten binnen de grenzen van het vakantiepark zelf. Vanwege de ligging van het plangebied naast Natura 2000-gebied, zijn de effecten op dit Natura 2000-gebied niet uit te sluiten. Voor de totale transformatie van de vakantieparken inclusief de ontgrondingen is een natuurtoets uitgevoerd, zie bijlage 6. Hieruit blijkt dat met de transformatie zowel tijdens de aanlegfase als in de gebruiksfase, significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Door de afname van het aantal bezoekers en het gebruik van duurzamere/schonere energiebronnen is sprake van een afname van de stikstofdepositie. Dit heeft, ondanks dat het park permanent gebruikt gaat worden, een gunstig effect op de kwaliteit van de betreffende habitats. Uit de natuurtoets blijkt tevens dat negatieve effecten op beschermde soorten met de wijziging niet worden verwacht en dat de Wet natuurbescherming tijdens de aanlegfase de ontwikkeling niet in de weg staat. Hierbij dienen de mitigerende maatregelen als genoemd in de natuurtoets in acht te worden genomen. In de gebruiksfase geldt dat geen verbodsbepalingen worden overtreden.

Door de ruimere opzet van het nieuwe park wordt door de natuurvriendelijke inrichting en beheer de ecologische kwaliteit van het gebied zelfs verbeterd ten opzichte van de referentiesituatie.

3.7.

Cultuurhistorie en archeologie

Cultuurhistorie Op de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart, zie figuur 3.1, is te zien dat er in de nabije omgeving een aantal historische boerderijen en objecten zijn gelegen en dat het plangebied is gelegen in de zone van de Lintbebouwing Burgh-Haamstede. Het beleid van de provincie Zeeland is erop gericht dat

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

15

deze karakteristieke bebouwing en het karakteristiek bebouwingslint behouden blijven, omdat ze een belangrijk onderdeel vormen van de Zeeuwse geschiedenis en daarmee de identiteit van Zeeland. De wijziging van de beoogde realisatie zal op de vakantieparken zelf plaatsvinden en heeft geen invloed op de nabij gelegen cultuurhistorisch objecten. Hiermee worden negatieve milieuaspecten wat betreft cultuurhistorie uitgesloten.

Figuur 3.1 Fragment cultuurhistorische waardenkaart (bron: Provincie Zeeland) Archeologie Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 geldt voor het plangebied een dubbelbestemming voor archeologie. Indien ten tijde van de werkzaamheden bodemingrepen plaatsvinden groter dan 2.500 m 2 en dieper dan 50 cm, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Vanwege de herstructurering van het terrein worden deze maatvoeringen overschreden. Dit onderzoek kan worden uitgevoerd als het terrein leeg is (vrij van bebouwing en caravans).

3.8.

Aanlegwerkzaamheden

Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. De aanlegwerkzaamheden zijn daarnaast ook in enkele onderzoeken meegenomen en beoordeeld. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.9.

Mitigerende maatregelen

Mitigerende maatregelen ten behoeve van het aspect water Bij de groenvoorzieningen zal het water worden vastgehouden middels het creëren van vochtige duinvalleien. Op sommige locaties zal het maaiveld worden verhoogd zodat aan de aangenomen ontwateringsnorm van 50 cm beneden onderkant vloer kan worden voldaan. Bij zoveel mogelijk wegen en in elk geval de parkeerplaatsen wordt halfverharding toegepast.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Kenmerken van de milieueffecten

16

Mitigerende maatregelen vleermuizen ter voorkoming van overtreding artikel 3.5 vierde lid Met betrekking tot de verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis in boomholten of ter plaatse van bomen met loszittend schors, binnen het plangebied, worden de volgende maatregelen genomen, welke passen binnen het plan: Behoud van bomen met verblijfplaatsen zodat geen sprake is van verlies. Het is waarschijnlijk goed mogelijk om deze bomen te behouden binnen het huidige ontwerp. Aanvullende maatregelen zijn niet vereist. Wanneer blijkt dat het toch niet mogelijk is om de bomen met paarverblijfplaatsen te behouden, is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen. Om effecten te voorkomen zullen dan maatregelen worden genomen als: Werken buiten de kwetsbare paarperiode van de ruige dwergvleermuis, deze loopt van half augustus tot en met september. (Ver)planten van grote bomen waarin op (korte) termijn weer verblijfplaatsen kunnen ontstaan. Aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen (vleermuiskasten) in overleg met een deskundig ecoloog. Realiseren van deze alternatieven minimaal één maand voor de start van de werkzaamheden en in de actieve periode van de soort (april tot en met oktober), om de dieren te laten wennen aan de voorzieningen. Deze maatregelen worden genomen aan de randen van het plangebied.

Mitigerende maatregelen algemene broedvogels ter voorkoming van overtreding artikel 3.1 eerste en tweede lid Uitvoeren werkzaamheden buiten het broedseizoen. Er wordt geen standaardbroedperiode in het kader van de Wnb gehanteerd, maar de broedperiode loopt grofweg van 15 maart tot 15 juli. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan deze periode verschuiven. Een deskundig ecoloog zal beoordelen wanneer werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken: geschikte broedlocaties worden voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt en gehouden, om vestiging van broedvogels te voorkomen. Mitigerende maatregelen rugstreeppad ter voorkoming van overtreding artikel 3.5 eerste en vierde lid Er worden maatregelen getroffen om kolonisatie van de locatie door de soort te voorkomen (bron: Kennisdocument rugstreeppad, BIJ12, 2017): Afschermen terrein met amfibieënschermen om inloop rugstreeppadden vanuit het duingebied te voorkomen. Voorkomen aanwezigheid van stagnerend water in de periode april tot en met juli af om te voorkomen dat rugstreeppadden dit gebruiken als voortplantingshabitat. Indien stagnerend water ontstaat wordt dit gedempt of afgedekt.

Aanvullende maatregelen in het kader van de zorgplicht (ten behoeve van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën) ter voorkoming van overtreding artikel 3.10: Werkzaamheden worden uitgevoerd in één richting, in de richting waarin soorten kunnen vluchten.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Conclusie

17

4. Conclusie

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied grenst aan Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Om te beoordelen of er negatieve effecten zijn als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen en leiden in sommige gevallen tot een verbetering. Wanneer de mitigerende maatregelen in acht worden genomen, is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure zodoende niet noodzakelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

Bijlagen

18

Bijlagen

Bijlage 1 – Deelrapport verkeer en parkeren

Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam

20190976

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGHDE SCHOUWSE VALLEIEN BURGHHAAMSTEDE HAAMSTEDE Deelrapport verkeer en parkeren Deelrapport verkeer en parkeren 26 FEBRUARI 2020

26 FEBRUARI 2020

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Contactpersoon ILSE OUDE VRIELINK Adviseur

T 06 2706 1179 E ilse.oudevrielink@arcadis.com

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland

2 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

4

2

BELEIDSKADER

5

3

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODIEK

8

3.1

Toetsingskader

8

3.2

Onderzoeksmethodiek

8

4

HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELINGEN

11

4.1

Huidige situatie

11

4.2

Autonome ontwikkeling

17

5

PLAN SITUATIE

20

6

CONCLUSIES EN WAARDERING EFFECTEN

24

6.1

Tijdelijke effecten

24

6.2

Aanvullende maatregelen

24

6.3

Samenvatting en waardering effecten

24

COLOFON

26

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

3 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

1

INLEIDING

Het project De Schouwse Valleien heeft betrekking op de herstructurering van de bestaande terreinen van Duinrand West en Duinrand Oost aan de Hogeweg in Burgh-Haamstede. Op dit moment zijn er op de twee vakantieparken in totaal 473 eenheden, bestaande uit recreatiewoningen, permanente en niet permanente standplaatsen. Ter vervanging van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen wordt een hoogwaardig recreatiewoningencomplex gerealiseerd, met een aantal centrale voorzieningen. In de toekomstige situatie worden 100 kampeerhuizen en 147 recreatiewoningen gerealiseerd. De inrichting van De Schouwse Valleien wordt totaal vernieuwd. Er wordt een glooiend duinlandschap gecreëerd, met (vochtige) duinvalleien. Om de nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, moet het geldende bestemmingsplan worden gewijzigd op basis waarvan te zijner tijd de benodigde vergunningen verleend kunnen worden. Onderliggend rapport dient ter onderbouwing van zowel de vormvrije m.e.r.-beoordeling als ter onderbouwing van zowel het wijzigingsplan voor Duinrand West als het nieuwe bestemmingsplan voor Duinrand Oost (gezamenlijk vormen zij het project De Schouwse Valleien1). Dit deelrapport richt zich op de aspecten verkeer en parkeren. Het aspect verkeer behandelt de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van De Schouwse Valleien voor wat betreft het aantal voertuigverplaatsingen.

Er wordt hierbij rekening gehouden met de effecten op wegvakken en kruispunten. De bereikbaarheid van het autoverkeer wordt kwantitatief beoordeeld. Ook wordt er gekeken naar het parkeren voor gemotoriseerd verkeer. Daarnaast wordt kwalitatief ingegaan op het openbaar vervoer, fietsen en verkeersveiligheid. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van verkeerstellingen uit 2017, NDW-data uit 2016 en 20172 en kentallen voor verkeersgeneratie zoals vastgelegd in de notitie ‘Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’ van de gemeente Schouwen-Duiveland. De uitgangspunten, aanpak en resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

Leeswijzer In dit deelrapport zijn de volgende onderdelen opgenomen: Hoofdstuk 2 Beleidskader Hoofdstuk 3 Toetsingskader en onderzoeksmethodiek Hoofdstuk 4 Huidige situatie en autonome ontwikkelingen Hoofdstuk 5 Plansituatie Hoofdstuk 6 Conclusies en waardering van effecten

1

Het project De Schouwse Valleien bestaat uit een westelijk en oostelijk deel. De Schouwse Valleien West correspondeert met het huidige Duinrand West, evenzo correspondeert De Schouwse Valleien Oost met het huidige Duinrand Oost. 2 NDW: Nationale Databank Wegverkeersgegevens Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

4 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

2

BELEIDSKADER

Allereerst is er een inventarisatie gemaakt van de beleidsdocumenten op nationaal, regionaal en lokaal niveau om een beeld te krijgen van de beleidsdoelen en -wensen. Een overzicht van de relevante beleidsstukken en een korte omschrijving van hun relevantie is hieronder opgenomen. Tabel 1 Overzicht beleidsstukken op landelijk, provinciaal en lokaal niveau.

Beleid of regelgeving

Inhoud en relevantie

Nationaal beleidskader

EuroRAP N57-N59 Serooskerke (Schouwen) – ministerie van I&M

Vanuit de doelstellingen van het ministerie van I&M moeten alle rijkswegen voor 2020 minimaal 3 sterren scoren volgends de RPS, waarbij er in Zeeland, in de huidige situatie, vijf wegen niet aan deze eis voldoen. Er is 11,5 miljoen euro uitgetrokken voor een drietal locaties waarop onder andere de kruisingen worden aangepakt, waaronder de N57 Daleboutsweg/Kraaijensteinweg. Hierin is een selectie gemaakt van een drietal voorkeursoplossingen. In de SVIR is het Nederlandse verkeers- en vervoerbeleid beschreven en zijn plannen en projecten op het gebied van ruimte, infrastructuur en milieu opgenomen.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (ministerie van I&M, 2012)

Een van de doelen benoemd in de SVIR is het benutten van het natuurlijk landelijk gebied en natuur, waarbij kwaliteit belangrijker wordt dan kwantiteit. Met name voor landelijke gebieden met een afnemende bevolking is het belangrijk om de onderscheidende kwaliteit van de natuur te koesteren.

In het MIRT wordt jaarlijks een overzicht opgenomen van alle ruimtelijke projecten en programma’s waar de Rijksoverheid samen met provincies en gemeentes aan werkt. Doelstelling voor de provincie Zeeland is het in standhouden en verbeteren van een prettig Meerjarenprogramma woon- en leefmilieu voor bewoners en bezoekers, welke grote ecologische waarden en Infrastructuur, Ruimte en kansrijke economische potenties met zich meebrengt. Dit geldt enerzijds op en in het water Transport (MIRT) (diep vaarwater, binnenvaartroutes, aquacultuur), anderzijds op het land (ontwikkelruimte, (ministerie van I&, 2017) energieopwekking, toeristische aantrekkingskracht). De centrale ambitie is om de economische potenties van de provincie Zeeland verder te laten groeien binnen een veilige, gezonde en veerkrachtige Delta, met behoud van het aangename woon- en leefklimaat.

Regionaal beleidskader Het Omgevingsplan geeft de provinciale visie op de provincie Zeeland en de provinciale belangen waar een (groot) belang aan wordt gehecht. Daarnaast is bij de vaststelling van het Omgevingsplan besloten een select aantal provinciale belangen (onderdelen uit het Omgevingsplan Zeeland Omgevingsplan) te regelen in de Verordening Ruimte. 2018, vastgesteld door De provincie Zeeland zet in op een sterke economie, een goed woon- en werkklimaat en Provinciale Staten op 21 kwaliteit van water en landelijk gebied. De provincie maakt toekomstgerichte september 2019 verblijfsrecreatieve ontwikkelingen mogelijk op locaties die economisch en landschappelijk wenselijk en goed bereikbaar zijn. Revitalisering vormt de belangrijkste opgave voor het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in de kustzone.

Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (PVVP) 2017

Het PVVP beschrijft de visie van de gemeente op het gebied van bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Het streven voor verkeersveiligheid is om te gaan naar nul (vermijdbare) ernstige verkeersslachtoffers. De ambitie op het gebied van de bereikbaarheid is het faciliteren van de gestelde functies voor wonen, werken en recreëren, waarbij ingezet wordt op betrouwbaarheid. Op het gebied van leefbaarheid liggen de prioriteiten voor het realiseren van parkeerconcentraties aan de rand van bestemmingen (centra en kustzone). Daarnaast is de visie gericht op het stimuleren van alternatieve vervoersmiddelen (in plaats van de auto) voor korte verplaatsingen.

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

5 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Beleid of regelgeving

Inhoud en relevantie

Mobiliteitsvisie Zeeland 2028

De Zeeuwse Mobiliteitsvisie tot 2028 geeft de ambities weer voor het toekomstige verkeeren vervoerbeleid in de provincie Zeeland. De komende jaren ligt de nadruk op betrouwbaarheid, snelheid en verkeersveiligheid. Daar komen andere behoeften van mensen en bedrijven bij. Zo is er in (woon-) werkverkeer een maximale flexibiliteit in mobiliteit nodig. Deze uitgangspunten vormden de basis voor de vervolgstappen om het mobiliteitsbeleid te concretiseren, welke bereikt wordt door het opstellen van een meerjarige programma uitwerking, die flexibiliteit biedt. Dit wordt onder andere bereikt door het Mobiliteitsplan Zeeland.

Beleidsplan Openbaar vervoer Zeeland 20152025

Het beleidsplan openbaar vervoer is een visie van de provincie Zeeland. De visie van de provincie voor het openbaar vervoer voor de periode 2015-2025 is erop gericht om het bestaande kernnet met versterkingen tijdens spitsuren in stand te houden. Daarnaast wil men het openbaar vervoer aantrekkelijker maken in de recreatiegebieden door innovatieve concepten en arrangementen te combineren met overige toeristische activiteiten.

De Nota Leefbaarheid beschouwt een visie voor een aantal onderwerpen, waaronder onder Nota Leefbaarheid 2014- andere wonen en bereikbaarheid. Er wordt gezocht naar een goede balans tussen 2018 kwantitatieve en kwalitatieve match van vraag en aanbod van wonen en de relatie met bereikbaarheid. Lokaal beleidskader

Strategische visie ‘Tij van de toekomst’ 20112040

In deze strategische visie is een toekomstbeeld opgenomen van Schouwen-Duiveland in 2040. Het wonen op Schouwen-Duiveland kan dan worden gezien als wonen op een vakantie-eiland. Om de kwaliteiten van het eiland succesvol te behouden, worden nieuwe ontwikkelingen met zorg voor het landschap ontworpen. Eén van de strategische doelen omvat het wonen. Het uitgangspunt is dat het prettig wonen is en dat de woningen op de wensen en behoeften van de bewoners zijn afgestemd. Deze wensen en behoeften verschillen natuurlijk van persoon tot persoon en het is dan ook belangrijk dat ‘maatwerk’ wordt geleverd. De gemeente heeft beoogd hieraan invulling te geven door de wensen en behoeften onder te verdelen in verschillende woonsferen. Voor Burgh-Haamstede is deze woonsfeer beoordeeld als ‘dorpswonen’. Dit is nader gedefinieerd als ‘wonen in de rust en intimiteit van het dorp en de plek waar mensen elkaar kennen’. De leefbaarheid en sociale samenhang is groot.

1e Herziening Kop van Schouwen

Met de herziening van het bestemmingsplan “Kop van Schouwen” wil de gemeente Schouwen-Duiveland bereiken dat het bestemmingsplan vervolg geeft aan de uitspraak van de Raad van State en is uit onderzoek gebleken dat het wenselijk is het bestemmingsplan (de regels) op een aantal punten te verbeteren.

IVVP SchouwenDuiveland 2017

Het Integraal Verkeers- en Vervoer Plan (IVVP) is een beleidsdocument vanuit de gemeente Schouwen- Duiveland waarin de ambities uit de strategische visie ‘Tij van de toekomst’ 2011-2040 geconcretiseerd worden wat betreft verkeer. Hierin worden voor sommige onderdelen (wegencategorisering, fiets, openbaar vervoer, vrachtverkeer, landbouwverkeer, toegankelijkheid, voorzieningen en kustgebied) enerzijds concrete acties en maatregelen beschreven en anderzijds ook aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.

Structuurvisie Schouwen-Duiveland

De gemeentelijke structuurvisie maakt onderscheid tussen een aantal gebieden, één hiervan is de Kop van Schouwen waaronder ook Burgh-Haamstede valt. Door de waardevolle kwaliteiten ter plaatse ten aanzien van wonen en natuur, zijn de woningbouwmogelijkheden beperkt. Deze mogelijkheden worden bepaald door de woningbehoefte die ontstaat als gevolg van natuurlijke bevolkingsgroei.

Agenda Toerisme 2018 – 2026 gemeente Schouwen-Duivenland

De Agenda Toerisme 2018-2026 geeft de ambities voor Schouwen-Duiveland als toeristisch recreatieve bestemming voor de toekomst weer. De agenda bevat strategische keuzes voor de toekomst, doelstellingen en uitvoeringsthema’s waarmee per thema beleidskeuzes worden gemaakt. Ook bevat de Agenda Toerisme gegevens en kentallen die in de

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

6 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Beleid of regelgeving

Inhoud en relevantie gemeente bij nieuwe ontwikkelingen in acht genomen moeten worden met betrekking tot verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. De Agenda Toerisme bevat kentallen welke afwijkend zijn ten opzichte van de CROW-normen.

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

7 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

3

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODIEK

In dit hoofdstuk worden het toetsingskader en de onderzoeksmethodiek toegelicht.

3.1

Toetsingskader

Hieronder is het beoordelingskader weergeven voor de verschillende aspecten die beoordeeld worden binnen dit onderwerp. Tabel 2 Beoordelingskader voor aspect verkeer.

Aspect

Verkeer

Criterium

Beschreven

Gemotoriseerd verkeer - bereikbaarheid

Kwantitatief

Gemotoriseerd verkeer - parkeren

Kwalitatief

Openbaar vervoer

Kwalitatief

Fiets (langzaam verkeer)

Kwalitatief

Verkeersveiligheid

Kwalitatief

De effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op het gemotoriseerde vervoer wordt op een kwantitatieve manier beoordeeld door gebruik te maken van intensiteit gegevens van wegvakken. Daarnaast wordt er ook een kwantitatieve beoordeling gemaakt van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. De overige aspecten zijn: openbaar vervoer, fietsen (langzaam verkeer) en verkeersveiligheid. De effecten van de voorgenomen ontwikkelingen hierop worden op een kwalitatieve manier beoordeeld, waarbij de situatie in 2019 als referentiepunt wordt aangenomen. Een gedetailleerdere beschrijving van de beoordeling wordt besproken in de onderstaande paragrafen.

3.2

Onderzoeksmethodiek

Gemotoriseerd verkeer bereikbaarheid (kwantitatieve beoordeling) De verkeerssituatie wordt beoordeeld aan de hand van intensiteitsgegevens van de wegvakken. Hiervoor zijn tijdens de week van Hemelvaart in 2017 op verschillende wegvakken (zie Figuur 2) verkeerstellingen uitgevoerd en zijn intensiteitsgegevens uit het NDW toegepast. De huidige situatie, de autonome toekomstsituatie en de plansituatie worden beschreven. Hierbij wordt per wegtype, op basis van de wegcategorisering, bepaald of de capaciteit van de weg toereikend is voor de optredende capaciteit. Voor dit onderzoeksgebied zijn twee wegtypen relevant: de gebiedsontsluitingswegen (GOW) en de erftoegangswegen (ETW). De capaciteit van de weg is afhankelijk van het profiel en het gebruik. Voor een ETW binnen de bebouwde kom met gemengd verkeer (fietsers op de rijbaan) is de capaciteit meer geënt op de veiligheid en geldt een intensiteit van 2.000-5.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal als maximaal3. Een GOW met vrijliggende fietspaden heeft een veel grotere capaciteit die vooral in de spitsen van belang is. Een rijstrook heeft een capaciteit van 1.400-1.600 mvt per uur. Wanneer er vanuit gegaan wordt dat circa 10% van het verkeer per etmaal in de spits rijdt, kan worden afgeleid dat een goed ingerichte GOW een capaciteit heeft van minimaal 14.000 mvt per etmaal.

Naast een reflectie van de intensiteiten aan het type weg wordt de bereikbaarheid van het gemotoriseerde verkeer beoordeeld volgens onderstaande klasse-indeling. Een klein verschil in de intensiteit leidt nog niet tot een groot verschil in de bereikbaarheid. Wanneer de verkeersintensiteit niet meer dan 5% verandert, scoort het plan neutraal (“0”). Grotere toenames van verkeer leidt tot een afname van de bereikbaarheid (“-” of “--”). Een afname van de verkeersintensiteit leidt tot een toename van de bereikbaarheid (“+” of “++”).

3 Ontwerpwijzer fietsverkeer, CROW Kennisbank .

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

8 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Tabel 3 Beoordelingstabel - gemotoriseerd verkeer bereikbaarheid.

Score

Omschrijving

++

Ten opzichte van de referentiesituatie neemt de verkeersintensiteit met meer dan 15% af

+

Ten opzichte van de referentiesituatie neemt de verkeersintensiteit tussen de 5% - 15% af

0

Ten opzichte van de referentiesituatie blijft de verkeersintensiteit gelijk (verschil tussen -5% en +5%)

-

Ten opzichte van de referentiesituatie neemt de verkeersintensiteit tussen de 5% - 15% toe

--

Ten opzichte van de referentiesituatie neemt de verkeersintensiteit met meer dan 15% toe

Gemotoriseerd verkeer parkeren (kwalitatieve beoordeling) De beoordeling van de parkeervoorziening heeft betrekking op de mogelijke parkeerproblematiek buiten de parken dat al dan niet veroorzaakt wordt door het parkeerbeleid op de parken. Wanneer al het parkeren op eigen terrein wordt gefaciliteerd en de parkeerdruk in de omgeving daarmee niet vergroot, is de score neutraal (“0”). Wanneer het plan extra parkeerplaatsen aanbrengt en daarmee de parkeerdruk buiten de parken verlicht, is de score positief (“+”). Omgekeerd geldt dat als het plan zorgt voor een grotere parkeerdruk in de omgeving, omdat er minder parkeerplaatsen aangebracht worden dan dat er parkeervraag is, scoort het plan negatief (“-“). Tabel 4 Beoordelingstabel - gemotoriseerd verkeer parkeren.

Score

Omschrijving

+

Ten opzichte van de referentiesituatie lost het plan een parkeerprobleem buiten de parken op

0

Ten opzichte van de referentiesituatie blijft de parkeersituatie gelijk

-

Ten opzichte van de referentiesituatie leidt het plan tot een parkeerprobleem buiten de parken

Openbaar vervoer, fietsen en verkeersveiligheid (kwalitatieve beoordeling) De deelaspecten openbaar vervoer, fietsen en verkeersveiligheid zijn kwalitatief beschouwd. Hierbij is rekening gehouden of het project al dan niet bijdraagt aan een verbetering of een verslechtering van de huidige referentiesituatie in 2019. Wanneer in de plansituatie een verbetering van respectievelijk het openbaar vervoer, fietsen en verkeersveiligheid optreed ten opzichte van de referentiesituatie, wordt deze als positief (“+”) beoordeeld. Wanneer er geen positief of geen negatief effect is, wordt een score neutraal (“0”) toegekend. Wanneer er een negatief effect is ten opzichte van de referentiesituatie, is de score negatief (“-“). Tabel 5 Beoordelingstabel - kwalitatieve beoordeling.

Score

Omschrijving

+

Positief effect ten opzichte van de referentiesituatie

0

Geen positief en geen negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

-

Negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

9 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

De kwalitatieve beoordeling voor het openbaar vervoer en fietsen wordt gedaan op basis van visies en geplande projecten uit de beleidsstukken op regionaal en lokaal niveau. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan verkeersveiligheid. Het aspect verkeersveiligheid is van toepassing voor het gemotoriseerde verkeer en langzaam verkeer. Voor langzaam verkeer wordt gekeken naar de oversteekbaarheid (de wachttijd tot een voldoende hiaat gevonden wordt voor een veilige oversteek).

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

10 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

4

HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELINGEN

In dit hoofdstuk worden de referentiesituatie en de autonome ontwikkeling beschreven. De referentiesituatie betreft de huidige situatie. De autonome ontwikkeling betreft het toekomstjaar 2030 zonder de beoogde plannen bij de vakantieparken Duinrand Oost en West.

4.1

Huidige situatie

In de huidige opzet bestaat het plangebied uit twee vakantieparken, te weten Duinrand Oost en Duinrand West. Dit betreffen afzonderlijke parken die door middel van begroeiing (heggen) of hekken van elkaar gescheiden zijn voor langzaam en gemotoriseerd verkeer. Gezamenlijk zijn er op de twee parken in november 2019 4734 eenheden aanwezig, bestaande uit recreatiewoningen en permanente standplaatsen. De ligging van de vakantieparken is weergegeven in de figuur hieronder (gearceerd met geel). Het tussenliggende vakantiepark Wielewaal valt buiten de voorgenomen ontwikkelingen. De twee vakantieparken zijn voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar via twee toegangspunten (zie de rode pijlen). Duinrand West heeft één toegangsweg en Duinrand Oost heeft eveneens één toegangsweg. De parken zijn het gehele jaar toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Burgh Haamstede

A. Hogeweg

N5 7

B. Hogeweg C. Hogeweg D. Kraaijensteinweg

C

N5 7

B

Strand Westenschouwen

A

D N5 7

Figuur 1 Ligging van de vakantieparken t.o.v. het wegennetwerk.

Gemotoriseerd verkeer Bereikbaarheid De vakantieparken zijn direct ontsloten op de Hogeweg, een erftoegangsweg (ETW). De belangrijkste route richting het hoofdwegennet loopt via de gebiedsontsluitingsweg (GOW) Kraaijensteinweg in oostelijke richting naar de N57. Het kruispunt van de Hogeweg met de Kraaijensteinweg is een ruim voorrangskruispunt met een grote verwerkingscapaciteit. Vanaf dit kruispunt is via de Lageweg ook de N57

4

Uitgangspunt bij dit aantal eenheden is het document waarin Leasure2Be reactie geeft op de opmerkingen van de gemeente (document 1759807_Opmerkingen Arcadis 20191110) Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

11 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

te bereiken. Deze route kan als sluiproute naar de N57 gebruikt worden, maar is erg smal en daardoor minder aantrekkelijk. De Haaymanweg en Lageweg zijn eveneens erftoegangswegen (ETW). De Haaymanweg ligt tussen de Lageweg en de Kraaijensteinweg en kan ook gebruikt worden richting de N57. Als uitgangspunt is aangenomen dat de helft van het verkeer van en naar de vakantieparken afgewikkeld wordt via deze weg vanwege de korte afstand richting de vakantieparken, ondanks het smalle profiel van deze weg. Dagjesverkeer van en naar de kern van Burgh-Haamstede kan de Hogeweg afrijden. De Kraaijensteinweg in westelijke richting leidt naar het strand van Westenschouwen. In Figuur 2 is van een aantal van de bovengenoemde wegen ter illustratie het profiel opgenomen. Hierin is duidelijk te zien dat De Haaymanweg een veel smaller profiel heeft dan de Hogeweg of de Kraaijensteinweg.

N57

C

B

N57

A

D

N57

Figuur 2 Tellocaties van de wegvakken en de inrichting van de omliggende wegen.

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

12 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

In Tabel 6 zijn de intensiteitsgegevens in motorvoertuigen (mvt) per etmaal opgenomen voor vier wegvakken (A t/m D) in het gebied gedurende de meetperiode in de week van Hemelvaart van 2017. Dit is een zeer zonnige (vakantie)week geweest, waardoor er vanuit gegaan kan worden dat, vanwege de grote recreatieve locatie, dit de bovengrens van verkeersdrukte is. In een reguliere week zal het rustiger zijn, er wordt uitgegaan van 80% van de drukte in de meetperiode. Tabel 6 Intensiteiten per etmaal in verschillende periodes.

Locatie

Wegvak

Type weg

Capaciteit

Etmaalintensiteit

mvt/etmaal

2017 telling Hemelvaart

2017 regulier (80%)

2019 regulier

A

Hogeweg

ETW5 30 km/uur BiBeKo6

2000 - 5000

1370

1100

820

B

Hogeweg

ETW 30 km/uur BiBeKo

2000 – 5000

1590

1270

980

C

Hogeweg

ETW 30 km/uur BiBeKo

2000 – 5000

2920

2340

2250

D

Kraaijensteinweg

GOW7 50 km/uur BiBeKo

> 14.000

2210

1770

1730

De referentieperiode betreft het jaar 2019. Algemeen genomen zal door autonome groei van het verkeer de intensiteit in 2019 hoger liggen dan in 2017. Er wordt uitgegaan van een autonome groei van 0,5% van het verkeer per jaar. Echter zijn er in 2019 19% minder eenheden8 in de vakantieparken dan tijdens de meetperiode in de week van Hemelvaart van 2017 (zie Tabel 7). Hierdoor neemt het aantal verkeersbewegingen gerelateerd aan de vakantieparken af, en daarmee samenhangend ook de intensiteit op de wegvakken. Slechts een deel van het gemeten verkeer in de telperiode is gerelateerd aan de vakantieparken Duinrand Oost en Duinrand West (zie oranje lijn in Figuur 4). Een ander deel is gerelateerd aan overige herkomsten en bestemmingen in de omgeving (zie grijze lijn in Figuur 4). Door de ontwikkelingen op de beide vakantieparken zal alleen het verkeer gerelateerd aan de vakantieparken (oranje) veranderen. Het overige verkeer (grijs) blijft gelijk aan de autonome situatie.

5

Erftoegangsweg Binnen bebouwde kom 7 Gebiedsontsluitingsweg 8 In de meetperiode in 2017 waren er 587 eenheden, in de referentie situatie in 2019 zijn er 473 eenheden. Dit is een afname van 19%. Zie ook Tabel 7. 6

Onze referentie: 084063211 D - Datum: 26 februari 2020

13 van 26

DE SCHOUWSE VALLEIEN BURGH-HAAMSTEDE

Figuur 3 Een deel van het verkeer bij de telpunten is gerelateerd aan de vakantieparken, een ander deel aan overige bestemmingen (schematisch).

Op basis van kentallen9 vastgesteld door de gemeente Schouwen-Duiveland in de notitie ‘Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’ is berekend hoeveel verkeersbewegingen tijdens de telperiode in 2017 gerelateerd zijn aan de vakantieparken (oranje lijn). In Tabel 10 zijn onder andere de aantallen woningen in de bestaande situatie op het moment van de tellingen in 2017 weergegeven. Er waren toen permanente staanplaatsen, niet-permanente staanplaatsen en recreatiewoningen. De in totaal 587 eenheden 10 in beide parken zorgen volgens kentallen in de Agenda Toerisme voor 3552 verkeersbewegingen per etmaal (304x5,2 + 167x5,2 + 20x5,2 + 48x10,4 + 48x10,4 = 3552). Het verschil tussen de gecorrigeerde tellingen en verkeersgeneratie door de vakantieparken is de intensiteit naar overige bestemmingen (grijze lijn). Dit aantal wordt later gebruikt om de verkeersintensiteit bij de telpunten in 2019 en de plansituatie te bepalen. In 2019 is het aantal eenheden afgenomen tot 47311. Dit is een afname van 19% ten opzichte van het aantal eenheden tijdens de intensiteitsmeetperiode in 2017. Op basis van het aantal eenheden per type en de kentallen voor verkeersgeneratie in de Agenda Toerisme, is bepaald dat er 2985 motorvoertuigbewegingen per etmaal zijn (274x5,2 + 102x5,2 + 48x10,4 + 48x10,4 = 2985). Tabel 7 Aantal eenheden in bestaande en plansituatie en de verkeersgeneratie.

Type eenheid

Verkeersgeneratie per eenheid

Permanente staanplaats

5,2

Niet-permanente staanplaats

5,2

Recreatiewoning 4p.

5,2

Recreatiewoning 6p.

7,8 (5,2 per 4p.)

Recreatiewoning 8p.

10,4 (5,2 per 4p.)

Recreatiewoning 10p.

13,0 (5,2 per 4p.)

Recreatiewoning 12p.

15,6 (5,2 per 4p.)

Logeergebouw 24p.

31,2 (5,2 per 4p)

Totaal eenheden

Telperiode 2017

Park west

Park oost

Park west

Park oost

304

167

274

102

48

48

20

48

48

1 352

Beide parken Verkeersgeneratie

235

587 2080

Beide parken

Referentie situatie 2019

151

473 (-19%) 1472

3552

322

1924

1061

2985 (-16%)

Deze afname van het aantal eenheden in combinatie met de autonome groei resulteert in de etmaalintensiteiten per wegvak voor de referentiesituatie in 2019 zoals weergegeven in de rechterkolom van

Met betrekking tot de kentallen in de door de gemeente Schouwen-Duiveland vastgestelde de notitie ‘Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’ dient te worden opgemerkt dat deze afwijken van landelijk representatieve kentallen zoals opgenomen in de CROWrichtlijnen. De Agenda Toerisme gaat uit van een hogere verkeersgeneratie per eenheid. Gezien niet bekend is hoe deze cijfers tot stand zijn gekomen wordt geen inschatting van de correctheid en toepasbaarheid van deze kentallen voor deze specifieke locatie gegeven. 10 Uitgangspunt bij deze aantallen eenheden zijn het uitgangspuntendocument Herontwikkeling Duinrand d.d. 29-3-2019 en het document waarin RHO-adviseurs voor leefruimte het aantal eenheden en de verkeergeneratie beschrijft (document berekening omvang parkeerplaatsen en verkeersgeneratie tbv Arcadisrapportage definitief) 11 Uitgangspunt bij dit aantal eenheden is het document waarin RHO-adviseurs voor leefruimte het aantal eenheden en de verkeergeneratie beschrijft (document berekening omvang parkeerplaatsen en verkeersgeneratie tbv Arcadisrapportage definitief) 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10042565/1