20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Bijlagen toelichting Bijlage 3 Archeologie inventariserend veldonderzoek
Tekst van het document
Deze bodem is op zijn beurt overstoven door duinzand waarin in enkele boringen nog wel een dun humeus (vegetatie)laagje werd vastgesteld maar overwegend overgaat in de huidige bodem of maaiveld. De huidige bodem kenmerkt zich door een donkerbruine humeuze bovenlaag (gemiddeld circa 30 tot 50 cm dik, Ah‐horizont). In sommige boringen reikt dit pakket tot maximaal 70 cm diep en wordt de bovenlaag gevolgd door een (donker)grijze minder humeuze laag. Deze werd enkele keren voorzichtig beschreven als AE of E horizont omdat er (beperkte) uitlogingsverschijnselen (grijswitte zandkorrels) in opgemerkt werden, waarbij het niet uit te sluiten is dat het eerder ingewaaid duinzand betreft. Goed ontwikkelde podzolbodems werden echter geenszins waargenomen, hoogstens wat inspoeling van humus in de top van de moederbodem. In enkele boringen werd aan de basis van de Ah‐horizont of net daaronder enkele dunne sterk humeuze of zelfs venige bandjes waargenomen die wijzen op slechte verteerde plantenresten wellicht te wijten aan een hoge grondwaterstand. Die hoge (fluctuerende) grondwaterstand blijkt ook uit de roestvlekken en soms ijzerconcreties (gley verschijnselen) die in meerdere boringen (verspreid door het plangebied) werden waargenomen. Een interpretatie als beekeerdgrond ligt voor de hand.
De dikte van de hierboven beschreven A horizont dient genuanceerd: hierbij werd de onderzijde ten opzichte van het huidige maaiveld aangehouden, waar soms een strooisellaag of opgebrachte grond (bijv. dunne laag bouwzand) aanwezig is. In de meeste boringen is de bovenzijde van dit pakket ook doorwerkt/doorworteld/verstoord, zij het dat de verstoring beperkt is gebleven tot de bovenzijde. Met uitzondering van die delen van het plangebied waar wegen/paden, kabels/leidingen en gebouwen staan lijkt de bodem overal vrij intact aanwezig. De antropogene invloed op het bodemprofiel wordt in het volgende hoofdstuk besproken.
3.4
Archeologie
Oude getijdenlandschap – Laagpakket van Wormer Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor vindplaatsen aangetroffen in of samenhangend met de oude getijdenafzettingen. Veenlandschap – Hollandveen Laagpakket Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor vindplaatsen aangetroffen in of samenhangend met het veenlandschap. Jonge getijdenlandschap – Laagpakket van Walcheren Tijdens het verkennend booronderzoek zijn in geen van de boringen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor vindplaatsen aangetroffen in of samenhangend met de oude getijdenafzettingen.
29
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Oude Duinen ‐ Laagpakket van Schoorl In geen enkele van de boringen werden (op een dieper niveau) archeologische indicatoren aangetroffen of aanwijzingen voor betreding, bewerking of antropogene beïnvloeding van de duinbodems waargenomen. Antropogene invloed werd wel waargenomen in het bovenste deel van het profiel, c.q. de huidige bodem. In eerste instantie dienen daarbij de verstoringen te worden vermeld die het gevolg zijn van de recente inrichting van het recreatieterrein, denk daarbij bij aan minimale invloed door de aanleg van verhardingen en het aanplanten tuintjes. Iets meer impact hebben de aanleg van de vele geasfalteerde paden en kabels en leidingen doorheen het park gehad. Uit de boringen die naast dergelijke paden zijn gezet kan ingeschat worden dat deze tot een verstoring van maximaal 50 tot 60 cm‐mv hebben geleid gezien de puinbrokjes en kiezelstenen die tot deze diepte zijn aangetroffen. In tweede instantie dienen enkele boringen te worden vermeld die een dieper verstoord profiel vertonen. In enkele boringen in de nabijheid van de bestaande nutsgebouwen werd een dikker verstoord (deels opgebracht) pakket aan getroffen, bijv. in boring 31 waar tot 80 cm‐mv grind, puin en (kolen)sintel werd waargenomen.
Minder eenduidig en direct te interpreteren zijn enkele boringen waar donker(bruin/grijs) gekleurd zand tot grotere diepte voorkomt en die in sommige gevallen een verstoorde of ietwat verrommelde indruk geven. Vaak komen daarin ook (boom)wortels en/of plantenresten voor: Boring 29: 3 cm sterk siltige klei afgedekt door 80 cm donkergrijsbruin zand met wortels en verstoorde indruk: sloot? Boring 35: 65‐75 cm donker zand met wortels Boring 41: donkergrijs zand met bruine humeuze brokken tot 110 cm‐mv, verstoorde indruk: sloot of boomkuil? Boring 72: tot 90 cm donker humeus zand Boring 82: tot 75 cm donker humeus zand Boring 93: klei 90 cm heterogeen en eronder veen Boring 97: heterogeen tot 65 veel planten, sloot? Verder werd donkere humeuze bovengrond in enkele boringen tot iets minder grote diepte aangetroffen, al dan niet verstoord: Boring 62: tot 65 cm Boring 63‐66: tot 60 cm In boringen 30, 35, 36, 44, 47, 48, 54, 57 en 59 werden aan de onderzijde van de A horizont dan weer sterk humeuze laagjes aangetroffen, in het geval van boring 47 zelfs veen. Diverse van de genoemde boringen liggen ook op één lijn en komen, voor in de buurt van (bredere)greppels die op de topografische kaart van 1950 worden afgebeeld.
Hoewel deze kaart niet geschikt is voor projectie en interpretatie op perceelsniveau geeft deze wel een goede indruk van het grondgebruik en een potentiële verklaring voor de vastgestelde ‘verstoringen’ (zie figuur 11). Bovengenoemde fenomenen kunnen wellicht gerelateerd worden aan het historisch bekende gebruik van het gebied. In bovenstaande hoofdstukken is reeds gewezen op het natte karakter van de vastgestelde sedimenten. Totdat het gebied in de tweede helft van de twintigste eeuw geleidelijk aan tot recreatieterrein werd omgevormd was het in gebruik als elzenmeet. Elzenmeten zijn kleine percelen die vlakker liggen dan de duinpolders vanwaar het water door de elzenmeet naar de lager gelegen polder stroomde. Aan weerszijden van dergelijk perceel werden greppels gegraven met aan geplante elzen in het talud. Afhankelijk van de vochtigheid varieerde de afstand tussen de greppels, hoe vochtiger, hoe meer greppels. De els werd doelbewust aangeplant omdat deze bestand is tegen een variërende waterstand, snelle aangroeit en het goede brandstof vormt. Regelmatig werden de elzen gekapt/gezaagd en om de waterafvoer te verzekeren was het nodig om de greppels regelmatig uit te baggeren. De tussenliggende akkertjes omgeploegd.
Op die manier werden de meetjes hoger en boller door het herhaald opwerpen van bagger uit de greppels die omgeploegd werden op de tussenliggende akkertjes of weilanden.12
12
Beekman 2007
30
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Een oud (afgedekt) cultuurdek werd niet waargenomen, noch andere elementen die de aanwezigheid van vindplaatsen laten vermoeden. Alle aangetroffen indicatoren betreffen (sub)recent baksteenpuin en grind die aan de inrichting van het park kunnen worden gerelateerd. Vermeldenswaardig zijn wel de volgende vondsten: In boring 45 werd op 30 cm‐mv in de A‐horizont een fragment Paffrath aardewerk (vnr. 3) aangetroffen dat kan gedateerd worden in de 11de tot 12de eeuw In boring 24 werd onder de verstoorde toplaag (van 60 cm dik) op een diepte tussen 60 en 90 cm‐mv 4 fragmenten roodbakkend geglazuurd aardewerk (vnr. 2) verzameld uit een donkerbruine zwak humeuze horizont die als cultuurlaag werd beschreven door zijn doorwerkte voorkomen en de aanwezigheid van houtskool en aardewerk. Het is niet uit te sluiten dat het een spoor betreft. In boring 37 werd een cultuurlaag beschreven met daarin een randfragment van een roodbakkend geglazuurde kom uit de 18de eeuw (vnr. 1). Deze is direct onder de opgebrachte laag boomschors aangetroffen en betreft wellicht het voormalige landbouwdek (20 tot 50 cm‐mv). We beschouwen deze vondst niet als indicatief voor de aanwezigheid van een mogelijke vindplaats maar wel als restant van het landgebruik.
Het is hoogst twijfelachtig of de aangetroffen archeologische vondsten het gevolg zijn van landgebruik (bemesting), een occasionele dump of echt indicatief zijn voor de (mogelijke) aanwezigheid van een vindplaats. Het ontbreken van cultuurlagen en/of doorwerkte bodems laat vermoeden dat het eerder zwerfmateriaal betreft, zeker wat betreft boring 37. Het vondstmateriaal in boring 24, dicht bij de Hogeweg, zou echter indicatief kunnen zijn voor een vindplaats. Daarnaast dient opgemerkt dat vlak bij boring 24 in Archis3 melding wordt gemaakt van vondstlocatie 1104238: resten van houten vlechtwerk en een steiger. Het betreft echter een administratieve melding die gezien de afgeronde coördinaten (beide afgerond op honderdtallen) en de aard van structuur (steiger) mogelijk ergens anders moet gezocht worden. Het hoeft echter niet te verbazen dat, indien er bebouwing aanwezig is, deze met name kan worden verwacht langs de weg die reeds sinds de middeleeuwen de kernen van Burgh met Westenschouwen verbindt. Getuige daarvan de 19de eeuwse schuur die nu nog bij de ingang van parkgedeelte oost staat en behoort tot een boerenerf dat ook reeds op de kaart van Hattinga (midden 18de eeuw) wordt afgebeeld. De eigenlijke boerderijwoning bevond zich, in ieder geval in de 19de eeuw, wellicht onder huisnummer 88.
Figuur 11 Plangebied op de Topografische Kaart (1950). Bron: Esri Nederland Kadaster: Gemeentekaart. Schaal 1:4.000.
31
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
4
Conclusie en Advies
4.1
Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde booronderzoek kunnen de onderstaande onderzoeksvragen beantwoord worden. Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? En meer specifiek: o
Zijn er binnen het plangebied daadwerkelijk Oude Duinen aanwezig?
o
In welke mate is het plangebied afgedekt is met Jong Duinzand (verloop van het pakket)?
o
Op welke diepte bevindt zich de grens tussen het Jonge en het Oude Duinzand?
o
Zijn er in het Jonge Duinzand paleosols of begraven horizonten aanwezig? Zo ja, op welke diepte?
o
Wat is de horizontale en verticale verspreiding van het Laagpakket van Walcheren en het Hollandveen Laagpakket? In welke mate zijn deze intact?
o
Op welke diepte bevindt het Laagpakket van Wormer zich en hoe kunnen deze gekarakteriseerd worden?
Aan de basis van de boorprofielen werd wadzand aangetroffen, afgedekt met een dunne laag verlandingsklei. De bovenzijde van deze afzettingen die lithostratigrafisch worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer komt vrij consistent voor tussen 1,60 en 1,88 m‐NAP (5,05 tot 8,20 m‐mv). Deze afzettingen zijn aan de zuidelijke rand van het plangebied iets hoger gelegen met waarden tussen 1,50 en 1,35 m‐NAP. Door de verminderde mariene invloed is een zoetwateromgeving ontstaan waar zich bosveen en later rietveen heeft ontwikkeld. Dit veen wordt lithostratigrafisch benoemd als Hollandveen Laagpakket. De oorspronkelijke dikte is door veraarding van de top en de zeer grote compactie onder het gewicht van het dikke afdekkende pakket niet te achterhalen. Het veen is nu aangetroffen tussen grofweg 1,10 en 1,44 m‐NAP (5,25 en 7,80 m‐mv), waarbij enkel aan de zuidelijke rand het veen iets hoger voorkomt rond circa 0,90 m‐NAP (4,50 m‐mv). Het veen wordt vervolgens binnen het gehele plangebied (niet erosief) afgedekt door een overstromingsklei met een zwak humeuze riet‐doorgroeide top. Deze estuariene context wordt lithostratigrafisch gerekend tot het Laagpakket van Walcheren. In de oude nomenclatuur moet gedacht worden aan Duinkerke I of ouder. De top werd vastgesteld tussen 0,00 en 0,65 m‐NAP (3,60 tot 6,80m‐mv).
Ook het dunne veenlaagje dat zich in sommige delen van het plangebied hierop heeft ontwikkeld kan tot het Hollandveen Laagpakket worden gerekend. Dit wordt vervolgens afgedekt door een metersdik pakket eolische zanden met dunne venige inschakelingen en kalkgyttja laagjes. Naar boven toe gaan de veen/gyttja laagjes stratigrafisch over in bodems, afgesloten met de huidige bodem. Deze eolische zanden kunnen gerekend worden tot de Oude Duinen (Laagpakket van Schoorl) en hebben een dikte van 3,60 tot 6,80 meter. Jonge duinzanden werden in het plangebied niet vastgesteld, wel wordt duidelijk dat in de opgewaaide zanden diverse begraven horizonten voorkomen, echter steeds beperkt in dikte en gevormd in natte omstandigheden. Begraven antropogeen doorwerkte bodems werden niet vastgesteld, en kunnen door het ontbreken van vondsten niet gedateerd worden. Aanvullend: Welke geologische processen spelen een rol bij de vorming van de onderscheiden gesteentelagen? Voor de mariene afzettingen (geulzand, dunne kleiige toplaag) onder de dikke veenlaag zijn de vorming en opvulling van grote estuaria verantwoordelijk. In de top van deze mariene afzettingen zijn er aanwijzingen voor nabijheid van een golfgedomineerd kust profiel (m.n. schelpen van de soort Spisula subtruncata).
Voor de vorming van het Hollandveen is een rustige, geheel verzoette (bosveen) en van de zee afgeschermde positie van het onderzoeksgebied nodig geweest. Voor de bodemvorming in de top van het veen en de daarop volgende afzetting van de estuariene klei‐met‐veenschollen is het opbreken van de kustlijn nodig, overigens nog steeds in een beschutte positie. Daarna veroorzaakt de wind een pulsgewijze afzetting van duinzand, welk zand van de strandwal afkomstig
32
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
is, die ten noorden en noordwesten van het onderzoeksgebied lag. Gesuggereerd wordt dat het afwaaien van de grote hoeveelheid zand vanaf de strandwal gevolg kan zijn geweest van de intensieve bewoning welke gedurende de Late Bronstijd begonnen is en die heeft voortgeduurd tot in de Late IJzertijd. Deze bewoning kan een dermate grote druk uitgeoefend hebben op het duinsysteem dat telkens weer zandpulsen van de strandwal af werden geblazen. De omgeving waarin deze zandpulsen terecht kwam, was nat door a) kalkrijk kwelwater uit een zich door afwaaiing van zand verbredende strandwal ‐vandaar de vorming van dunne veen‐ en gyttjalaagjes‐ en b) stuwwater door de aanwezigheid van een toenemend compacte en ondoorlatende klei‐ en veenlaag in de ondiepe ondergrond. Dat is geen goed vestigingsmilieu voor bewoning, wat de afwezigheid van archeologica in de waargenomen duinsequentie verklaart. Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? Nergens werden diepreikende verstoringen van de bodem vastgesteld. De huidige bodem is lokaal verstoord door de bestaande inrichting van de camping maar nergens heeft dit diepreikende invloed op het bodemprofiel gehad (mogelijk met uitzondering van de nu bestaande hoofdgebouwen).
Daar waar beperkt diepere verstoringen aanwezig zijn is dit te wijten aan lokale fenomenen zoals kabels en leidingen of geasfalteerde paden maar nergens zal dat in die mate zijn dat eventueel aanwezige vindplaatsen ernstig zijn verstoord. Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Er werden binnen het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen vastgesteld in, of op het Laagpakket van Wormer, het Hollandveen Laagpakket of het Laagpakket van Walcheren. Dat betekent echter niet per definitie dat er geen vindplaatsen kunnen worden verwacht (zie beantwoording onderstaande vraag). Voor het de Oude Duinen (Laagpakket van Schoorl) geldt dat er geen duidelijke aanwijzingen in de zin van cultuurlagen, antropogeen doorwerkte bodems of grondsporen zijn aangetroffen. In drie boringen werden archeologische indicatoren aangetroffen, deze kunnen echter niet zonder meer als archeologische vindplaats worden benoemd. Het aardewerkfragment is boring 37 (20 tot 50 cm‐mv) is vermoedelijk gerelateerd aan het landgebruik maar niet indicatief voor de aanwezigheid van een vindplaats. Het aardewerk in boring 24 (60 en 90 cm‐mv) kan mogelijk worden gerelateerd aan boerderijen/bewoning (uit de 16de eeuw) langs de Hogeweg.
Dit is aan de hand van het booronderzoek echter niet met zekerheid te bevestigen of uit te sluiten. Daarvoor is nader onderzoek noodzakelijk. Ook van het fragment Paffrath aardewerk in boring 45 (30 cm‐mv) blijft het hoogst twijfelachtig of deze mogelijk indicatief is voor een vindplaats. Op basis van de bodemomstandigheden lijkt het onwaarschijnlijk dat dit te relateren is aan bewoning, een directe relatie met het historisch bodemgebruik is echter ook niet duidelijk waardoor deze puntvondst toch weerhouden wordt en nadere aandacht verdiend. Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? Het uitgevoerde booronderzoek laat toe het theoretische verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek bij te stellen en te verfijnen. De afzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer zijn gevormd in een groot estuarium en weerspiegelen een opgevuld geulsysteem. De onmiddellijke nabijheid van een kustlijn kan uit de fauna in de top van deze afzettingen afgeleid worden. Een interpretatie als strandvlakte is niet onwaarschijnlijk. Gezien de aard van de afzettingen wordt de kans op het voorkomen van bewoning niet groot geacht.
Deze bewoning dient eerder te worden gezocht op het strandwallencomplex, waarvan Haamstede‐Brabers hemelsbreed enkele kilometer ten oosten van het plangebied, de oudste en meest bekende exponent is. Deze strandwallen vormden vanwege hun uitgesproken hogere ligging uitstekende en aantrekkelijke vestigingsplaatsen. De genoemde strandwal bij Brabers waarop huisplaatsen uit het Laat Neolithicum werden aangetroffen komt bijvoorbeeld voor op 1 m‐NAP. Dit strandwallencomplex breidde zich geleidelijk aan in westelijke richting uit. Binnen het plangebied werden echter geen strandwallen onderscheiden. Dit betekent echter niet dat het per definitie uitgesloten is dat zich binnen het plangebied archeologische resten kunnen bevinden. Het is voor de hand liggend dat het dan eerder om off‐site fenomenen en landgebruik gaat, eerder dan om bewoning. Aangezien dit niveau nog slecht gekend is en niet het
33
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
gehele plangebied door boringen is onderzocht wordt de kans op het voorkomen van vindplaatsen uit het (Laat)‐ Neolithicum vooralsnog laag tot middelhoog geacht. De top van het Laagpakket van Wormer is vastgesteld tussen 1,35 m en 1,88 m‐NAP. Het veenmoeras, dat slechts tot ontwikkeling kon komen in een verzoette omgeving achter een duin‐ of standwallencomplex, dus afgeschermd van mariene invloed, zal in eerste instantie geen aantrekkelijke vestigingsplaats hebben gevormd. De directe nabijheid van droge duinen en strandwallen vormden meer geschikte vestigingslocaties. De top van dit veen, dat lithostratigrafisch gerekend kan worden tot het Hollandveen Laagpakket, is echter grotendeels veraard aanwezig. Deze bodemvorming wijst erop dat het veen op een bepaald moment goed ontwaterd is geweest en in theorie geschikt voor bewoning. In welke mate dat het geval is geweest blijft echter gissen. Aannemelijk is dat de nog steeds prominent in het landschap aanwezige strandwallen en de ten westen van het plangebied ontwikkelende Oude Duinen (waar aardewerk uit de Bronstijd is gevonden) de voorkeur genoten als vestigingsplaats in de Bronstijd. Dat neemt niet weg dat het achterliggende moerassige gebied aantrekkelijk kan zijn geweest voor het winnen van grondstoffen of het verzamelen van voedsel.
De kans op het voorkomen van vindplaatsen uit de Bronstijd (en mogelijk IJzertijd?) wordt vooralsnog laag tot middelhoog geacht. De top van het Hollandveen is vastgesteld tussen 0,90 m en 1,44 m‐NAP. De ontwatering van het veenlandschap heeft een directe relatie met het doorbreken van de strandgordel en een hernieuwde mariene activiteit achter de strandwalgordel. Het veenlandschap komt in toenemende mate onder invloed van de zee en er worden kleiige sedimenten van het Laagpakket van Walcheren afgezet. Deze klei moet zijn afgezet in een vrij rustige slufterachtige omgeving: estuarien gebied dus maar niet al te ver van de monding. Hoewel het opnieuw aannemelijk is dat bewoning zich concentreert op de strandwallen en in het duingebied (denk aan de vele IJzertijd vondsten in de Meeuwenduinen en de Romeinse vindplaats op de eerder genoemde strandwal bij Brabers) biedt dit gebied zeker mogelijkheden. Op Walcheren zijn, ietwat anders van karakter maar toch in enigszins vergelijkbare context, in dergelijk gebied zowel IJzertijd als Romeinse vindplaatsen vastgesteld. Romeinse vindplaatsen (denk aan de Roompot) waren zeker ten westen van het plangebied ter hoogte van de toenmalige kustlijn aanwezig. Het achterland zal, indien geen bewoning aanwezig is wel opportuniteiten tot ontginning en exploitatie hebben geboden.
Uit de Romeinse periode weten we bovendien dat infrastructurele en waterbouwkundige ingrepen werden uitgevoerd die dit ook mogelijk maakten/hielden. De verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd en (mogelijk de Romeinse tijd?) (activiteitenzones en off‐site fenomenen) wordt daarom laag tot middelhoog geacht. De top van het Laagpakket van Walcheren werd vastgesteld tussen 0,00 en 0,65 m‐NAP. Merk op dat voor bovenstaande niveaus de verwachting laag tot middelhoog wordt geacht. Dit is ingegeven door een aantal argumenten: ten eerste is de verwachting op resten van bewoning wat beperkter door de aanwezigheid van meer daartoe geschikte landschappelijke eenheden. Dat neemt niet weg dat het omringende land kan zijn geëxploiteerd en (voor de latere perioden) ook dusdanig ingericht dat het geschikt was voor (semi‐)permanente activiteiten. Ten tweede is de (archeologische) kennis van dit gebied, mede vanwege de grote diepteligging, beperkt en dus ten dele gebaseerd op aannames en het ontbreken van uitgebreid archeologisch onderzoek op deze niveaus. Tot slot dient opgemerkt dat er ervoor is gekozen om slechts een beperkt aantal boringen tot in deze niveaus door te zetten, voldoende om een goed beeld te krijgen van de vormingsgeschiedenis van het gebied maar onvoldoende om met zekerheid archeologische vindplaatsen uit te sluiten.
Booronderzoek is daartoe, mede gezien de aard van de verwachte fenomenen, ook niet per definitie de meest geschikte methode. Hierbij dient nog de volgende kanttekening te worden gemaakt: de ouderdom van de diverse laagpakketten (zowel de basis als de top) is gebaseerd op beredeneerde inschattingen en staan dus geenszins vast. Natuurwetenschappelijke dateringen zijn nodig om dat met zekerheid te bepalen. Toegenomen bewoning en exploitatie van het duingebied maakt dat onder eolische activiteit zand van de strandwalgordel wordt afgeblazen. Op die manier wordt aan de duinzoom een metersdik zandpakket afgezet. Tussen deze aanwas door komt het tot veengroei, lichte bodemvorming of gyttja neerslag in zoetwaterplassen. Het mag duidelijk zijn dat het een overwegend nat landschap betreft en dat dit wellicht veroorzaakt werd door de aandrang van water uit de hoge Oude Duinen op de strandwal ten westen van het plangebied. Dat maakt het gebied minder geschikt of in ieder geval onaantrekkelijk voor bewoning, zeker gezien de voor bewoning aantrekkelijke hoger gelegen gebieden in de directe omgeving. In geen enkele van de mechanische noch handmatig uitgevoegde boringen werden sporen van antropogeen beïnvloede bodems waargenomen. Mede gezien bovenstaande
34
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
opmerking omtrent de datering van de diverse lagen kunnen in het zandpakket, dat binnen het plangebied onmiskenbaar als Oude Duinen (behorende tot het Laagpakket van Schoorl) kan worden benoemd, in theorie vindplaatsen uit de IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd voorkomen. De kans daartoe wordt, gezien de natte bodemomstandigheden, echter laag geacht. Uit voorliggend onderzoek blijkt duidelijk dat geen Jong Duin binnen het plangebied aanwezig is. Het plangebied grenst aan de Binnenduinrand maar in geen van de boringen werden (post)middeleeuwse overstuivingen waargenomen, zoals dat bijvoorbeeld ten westen van het plangebied wel het geval is. Dit impliceert ook dat de licht humeuze bovengrond aan het huidige maaiveld (waar niet opgehoogd) ook het loopoppervlak vanaf de (Vroege?) Middeleeuwen was. Voor dit niveau geldt in principe hetzelfde: de boorresultaten wijzen op (iets minder maar nog steeds) natte omstandigheden waardoor bewoning noord(west)elijker in de duinen of iets zuidelijker op de rand van de duinzoom met het poldergebied (zie Burgh) moet worden gezocht. Het ontbreken van antropogeen beïnvloede bodems of archeologische indicatoren lijkt dit te bevestigen. Het bodemgebruik (elzenmeet) in de Nieuwe Tijd, of toch tenminste in de 19de en 20ste eeuw, onderstreept dit.
De verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd wordt binnen het grootste deel van het plangebied dan ook laag geacht. In afwijking daarvan zijn drie locaties van belang: in boring 45 werd een fragment Paffrath aardewerk aangetroffen in de humeuze bovengrond. Hoewel het uiterst betwistbaar is dat deze indicatief is voor een vindplaats wordt de zone hieromheen vooralsnog een middelhoge verwachting toebedeeld (Zone A). Verder dient boring 24 (Zone B) en het gebied rondom boring 70 genoemd (Zone C). Deze zijn langs de Hogeweg gelegen wat sinds de Middeleeuwen de verbindingsweg was tussen de dorpskernen van Burgh en Westenschouwen. Cartografische referenties tonen aan de bestaande 19de eeuwse schuur aan de oostelijke ingang van het park wellicht teruggaat tot een boerenerf uit minimaal de 18de eeuw. De boerderij die op de Kadastrale Minuutkaart wordt afgebeeld kent immers op de kaart van Hattinga uit het midden van de 18de eeuw reeds een voorganger. Merk hierbij op dat de eigenlijke woning (in ieder geval het 19de eeuwse) zich wellicht buiten het plangebied bevindt (ter hoogte van huisnummer 88). Het valt niet uit te sluiten dat de bewoning langs de Hogeweg veel verder teruggaat, zoals zou kunnen worden verondersteld uit het 16de eeuws aardewerk dat in boring 24 werd verzameld, ter hoogte van de westelijke ingang van het park.
Ook voor deze gebieden wordt vooralsnog een hoge verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd aangehouden. Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? De verwachting op het voorkomen van vindplaatsen in het Laagpakket van Wormer, het Hollandveen Laagpakket en het Laagpakket van Walcheren is voor elk van deze niveaus laag tot middelhoog. Deze komen echter pas vanaf 0,00 m +NAP (of dieper) voor en worden niet bedreigd door de voorgenomen ingrepen. De nu bekende maximale verstoringsdiepte bedraagt maximaal 3,83 m +NAP. De verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd in het Laagpakket van Schoorl wordt laag geacht. Voor de bovenzijde van dit Laagpakket geldt in principe dezelfde lage verwachting op het voorkomen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd met uitzondering van drie locaties waarvoor middelhoge en een hoge verwachting geldt. De verwachte archeologische vindplaatsen uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd kunnen allemaal direct onder de verstoorde bovenlaag worden aangetroffen, circa 0,30 tot 0,60 cm‐mv. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het nieuw op te stellen bestemmingplan. Voor het oostelijke deel van het park bestaan nog geen concrete inrichtingsplannen.
De boringen in de zone met de hoge verwachting konden ook niet worden doorgezet. Algemeen kan worden gesteld dat indien de graafwerkzaamheden in zone C dieper reiken dan de verstoorde bovenlaag de mogelijk aanwezige vindplaatsen worden bedreigd. Vooralsnog wordt hierbij uitgegaan van een vrijstellingsgrens van 0,50 m‐mv, de wettelijke vastgelegde dieptevrijstelling in de gemeente Schouwen‐Duiveland. Projectie van de inrichtingsplannen van het westelijke parkgedeelte over de archeologische verwachting leert dat de mogelijk aanwezige vindplaatsen in Zone B mogelijk worden bedreigd door de aanleg van de nieuwe inkompartij met een nieuw gebouw, parkeervakken en weg. De exacte verstoringsdiepte van deze ingrepen is nog niet bekend. Hiervoor geldt dat indien dieper wordt verstoord dan 0,50 m‐mv mogelijk aanwezige vindplaatsen worden bedreigd. Mogelijk aanwezige vindplaatsen in Zone A worden bedreigd indien graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,30 m‐mv. De voorgenomen aanleg van het wegcunet, de duinwadi’s en beken overschrijden deze grens.
35
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd? Deze vraag wordt in het volgende hoofdstuk 4.2 beantwoord
4.2
Advies
In bovenstaande hoofdstukken wordt het archeologisch potentieel binnen het plangebied duidelijk geïllustreerd. Daaruit blijkt dat zowel voor het Laagpakket van Wormer, het Hollandveen Laagpakket als voor het Laagpakket van Walcheren binnen het volledige plangebied nog een verwachting bestaat op het voorkomen van vindplaatsen (Zone D). Eventueel aanwezige vindplaatsen kunnen voorkomen vanaf 0,00 m+ NAP (of dieper). Om die reden wordt geadviseerd in het op te stellen bestemmingsplan een dubbelbestemming waarde archeologie op te nemen binnen het volledige plangebied en daarbij de vigerende oppervlaktevrijstellingsgrens van 2.500 vierkante meter uit het gemeentelijke archeologiebeleid op te nemen. De dieptevrijstellingsgrens kan bijgesteld worden van 0,50 m‐mv tot 0,00 m +NAP (3,60 tot 6,80 m‐mv). Voor het grootste deel van het plangebied geldt voor de dagzomende Oude Duinen, behorende tot het Laagpakket van Schoorl, een lage verwachting. Een planologische bescherming is hier dus niet aan de orde. Voor kleinere delen van het plangebied geldt voor dit niveau echter wel dat kort onder het maaiveld archeologische waarden uit de Middeleeuwen en/of de Nieuwe Tijd aanwezig kunnen zijn.
Voor deze gebieden wordt geadviseerd een dubbelbestemming waarde archeologie op te nemen en daarbij de door de gemeente gehanteerde wettelijke vastgelegde dieptevrijstellingsgrens van 0,50 m‐mv te handhaven. Het advies wordt geïllustreerd op de kaart in bijlage 5. Indien binnen deze gebieden (grootschalige) graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan de vermelde dieptevrijstellingsgrens wordt archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Conform de AMZ‐cyclus (Archeologische Monumenten Zorg cyclus) dient het vervolgonderzoek te bestaan uit een karterend en/of waarderend inventariserend veldonderzoek. Gezien de aard van de verwachte vindplaatsen (middelgrote tot grote vindplaatsen met grondsporen, wellicht zonder vondstenlaag) is het uitvoeren van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (karterende en waarderende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode. Tijdens een dergelijke gravend onderzoek kan de daadwerkelijke aan‐ of afwezigheid van vindplaatsen, en de behoudenswaardigheid daarvan, vastgesteld worden. Op basis daarvan kan de bevoegde overheid een selectiebesluit nemen: vrijgeven, behoud in situ of opgraven.
Let wel: het handhaven van de oppervlaktevrijstellingsgrens (2.500 vierkante meter) in het nieuwe bestemmingsplan betekent niet dat, indien bijvoorbeeld slechts 1.000 vierkante meter, wordt verstoord binnen de weerhouden zones archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk zou zijn. Immers wordt op basis van voorliggend onderzoek aangetoond dat mogelijk vindplaatsen aanwezig zijn. Bij potentiële verstoring daarvan dient archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Bij minimale ingrepen die geen relevante aantasting van de mogelijke archeologische waarden tot gevolg hebben kan daarvan beredeneerd worden afgeweken, een en ander ter beoordeling van de adviseur archeologie van de bevoegde overheid. Tot slot dient het volgende opgemerkt. Het is niet uit te sluiten dat voor die delen waar geen vervolgonderzoek is aanbevolen desondanks toch relevante archeologische vindplaatsen in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet (2016). Om ervoor te zorgen dat aan deze wettelijke plicht wordt voldaan bij het eventueel aantreffen van sporen en/of vondsten tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, wordt verzocht om navolgende tekst in het uitvoeringsbestek op te nemen:
36
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Archeologie Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf‐ en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.
Voorliggend rapport moet ter beoordeling worden voorgelegd aan de bevoegde overheid.
37
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Lijst met figuren Figuur 1 Plangebied op de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Jan Willem van Aalst, www.imergis.nl. ........ 9 Figuur 2 Deelgebieden op de Topografische Kaart. Bron: ESRI Nederland, Jan Willem van Aalst, www.imergis.nl. .. 11 Figuur 3 Projectgebied op een luchtfoto (2017). Bron: ESRI Nederland, Beeldmateriaal.nl. ...................................... 13 Figuur 4 Inrichtingsplan. Bron: Rho. ......................................................................................................................... 14 Figuur 5 Hoogteligging duinen en valleien. Bron: Rho. ............................................................................................. 15 Figuur 6 Aanlegdiepte vijvers in m+NAP. Bron: Rho................................................................................................. 15 Figuur 7 Impressie boormethode en omgeving. Links: boorstelling, boven: uitpersen staalname in gootje, linksonder: beschrijven stalen in gootjes, rechtsonder: dichten boorgaten................................................................. 21 Figuur 8 Boorpuntenkaart op de topografische kaart. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors. ............................................................................................................................................................
22 Figuur 9 Geïnterpreteerd dwarsprofiel boring 1 t/m 9. Laagnummers verwijzen naar beschrijvingen in tabel 1. ....... 27 Figuur 10 Geïnterpreteerd dwarsprofiel boring 10 t/m 20. Laagnummers verwijzen naar beschrijvingen in tabel 1. . 28 Figuur 11 Plangebied op de Topografische Kaart (1950). Bron: Esri Nederland Kadaster: Gemeentekaart. Schaal 1:4.000....................................................................................................................................................................... 31
38
ARTEFACT RAPPORT 582
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Bronnen Literatuur Beekman, F. 2007. De kop van Schouwen onder het zand. Duizend jaar duinvorming en duingebruik op een Zeeuws eiland. Matrijs, Utrecht Boer, G.H. de, 2008. Gemeente Schouwen‐Duiveland; een archeologische waarden‐ en verwachtingskaart voor het buitengebied, (RAAP‐Rapport 1453) Amsterdam. Delporte, F.M.J., 2018 (in concept). Burgh‐Haamstede Recreatieterreinen Hogeweg. Artefact rapport 338, Zaamslag. Mulder, E.F.J. de, e.a. (red.), 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters‐Noordhoff, Groningen. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017‐ 2020. Middelburg. Provinciaal Blad van Zeeland, nr. 8080, 2019. Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 10 december 2019, kenmerk 19434306, houdende vaststelling regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Provincie Zeeland, 2017: Wie wat bewaart, die heeft wat. Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017‐ 2020. Middelburg. Rho Adviseurs voor Leefruimte, februari 2020. Inrichtingsplan Recreatiepark De Schouwse Valleien, Burgh‐ Haamstede. Rummelen, F.F.F.E. van, 1967. Geologische Kaart van Nederland 1: 50.000, Blad Schouwen Duiveland. Rijks Geologische Dienst (RGD) Haarlem. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans, 2011/2018. Atlas van Nederland in het Holoceen.
Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam. Vos, P.C. and R.M. van Heeringen, 1997. Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland (SW Netherlands), in: Fischer, M.M., Holocene evolutions of Zeeland (SW Netherlands), Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegapaste Geowetenschappen TNO, 59, 5‐109. SIKB, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1. Weerts, H.J.T. & F.S Busschers, 2003. Formatie van Nieuwkoop. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond. NITG‐TNO, Utrecht. Weerts, H.J.T., 2003. Formatie van Naaldwijk. In: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, NITG‐TNO, Utrecht.
Websites Geoloket Provincie Zeeland: geraadpleegd op https://intgwbp.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuurhistorie
39
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 1
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Verklarende woordenlijst en afkortingen
Afkortingen ‐ mv
beneden maaiveld
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
n. Chr.
na Christus
NAP
Nieuw Amsterdams Peil
v. Chr.
voor Christus
BP
Before present
Woordenlijst Antropogeen
door menselijk handelen
ARCHIS
het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Dit bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen, daterend van de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd
Erosie
verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door wind, ijs en stromend water
Geul
rivier‐ of kreekbedding
Holoceen
geologisch tijdvak, vroeger Alluvium genoemd, binnen het Quartair, van ongeveer 10.000 jaar geleden tot nu, met daarin o.a. het Mesolithicum, Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd, de Romeinse Tijd en de historische tijd
In situ
bewaard gebleven op de oorspronkelijke plaats. Dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten
Moernering
veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof (turf)
OM‐nummer
het landelijk registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek, uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem
Sediment
afzetting gevormd door bezinksel of neerslag
Site
een plaats waar in het verleden menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden
Vindplaats
een ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt (monument, type monument, aard archeologische waarde, archeologische indicatie)
Vondst
alle soorten mobilia: roerende of roerend geraakte onderdelen van onroerende goederen afkomstig van archeologisch veldwerk of uit bestaande collecties
40
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 2
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Tijdstabel
Tijdtabel Holoceen. Bron: Deeben J., E. Drenth, MF. Van Oorsouw en L. Verhart; 2005.
41
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 3
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Boorpuntenkaart
39050
39100
39150
39200
39250
39300
39350
411800
39000
39400
10
100
!
!
!
!
11
39450
99
411750
!
93
95
411700
!
!
13
D
!
94
!
92
D
411650
!
87
411600 411550 411500
!
!
2
!
411450
!
411400
67 !
!
4
!
58
!
52
51 !
50
!
48
!
35
!
!
40
79 D
7
D
78
18
!
73
!
D
74
75
19 !
20 !
72
71 D
31
!
29
!
30
!
24
28
!
!
!
33
!
8
!
!
!
!
34
6 !
39
36
!
!
49
!
42
!
37
44
43
5
76
17
!
!
41
!
53
!
!
!
120
81
84 80
!
77
60
!
70 #
38
!
45
!
!
46
¥
85 !
!
47
!
!
60
3
!
57
!
D
!
55
54
!
!
61
!
59
!
!
66
!
64
62
!
65
!
411350
1
!
63
411300
86
!
56
39650
90
16
82
!
!
!
!
68 #
89
88
15
83 #
69 #
32
26
!
27 9
22
25
!
!
!
411250
91
!
14
!
!
39600
0
12
!
39550
97
!
98
!
!
96
39500
21
Boringen
!
23
!
!
D !
D #
mechanisch - diep
mechanisch - niet uitgevoerd handmatig - ondiep
handmatig - niet uitgevoerd
ondiep gestuit - niet doorgezet Deelgebied Oost
Deelgebied West
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 4
Boring
Vondst 37 24 45
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Determinatietabel vondsten
Aantal 1 2 3
1 4 1
Gewicht_gr Conserveringsgraad Materiaaltype_specifiek Artefacttype ABR_Code 17 Goed Roodbakkend Aardewerk Kom ROODKOM 33 Goed Roodbakkend Aardewerk ROOD 1 Goed Paffrath PAFFRATH
Beginperiode NTM NTV MELA
Eindperiode NTM NTV MELA
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 5
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Advieskaart
ARTEFACT RAPPORT 582
Bijlage 6
BURGH‐HAAMSTEDE HOGEWEG 88‐98A
Boorstaten
Rapportage Archeologisch Booronderzoek
Project: Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A 2020ART99 Plaats: Burgh-Haamstede Gemeente: Gemeente Schouwen-Duiveland Opdrachtgever:
Fiorinvest B.V.
OM-nummer: 4889529100 Bepaling Locatie: RTK-GNSS (GPS & GLONASS) Bepaling Maaiveldhoogte: RTK-GNSS (GPS & GLONASS)
Verklaring boorschema Zand Klei Veen Bijmengsel 2 Bijmengsel 1 Grondsoort
Silt Humus Grind
Boring: 1
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39171,99
Y: 411540,52
Z: 5,83
Lithologie: Ondergrens:
Zand Sterk humeus Matig fijn Zwart-Grijs 10 -mv NAP: 5,73
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Licht Bruin 20 -mv NAP: 5,63
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Grijs-Bruin Kalkloos 90 -mv NAP: 4,93
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Bruin Kalkloos Doorworteling Gelaagd met donkere humeuze lagen, fijne doorworteling 118 -mv NAP: 4,65
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos 150 -mv NAP: 4,33
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Veen, zwak zandig Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Veel wortels Doorworteling Ingewaaid duinzand 155 -mv NAP: 4,28
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos 175 -mv NAP: 4,08
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin Kalkloos Doorworteling 178 -mv NAP: 4,05
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin-Grijs Kalkloos Geleidelijk naar grijs 280 -mv NAP: 3,03
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Bruin Kalkloos Weinig wortels Doorworteling Zwak venig 283 -mv NAP: 3,00
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkrijk Zwak doorworteld 410 -mv NAP: 1,73
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin Kalkloos 415 -mv NAP: 1,68
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Zand Grijs Kalkrijk Doorworteling 595 -mv NAP: -0,12
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Bruin-Grijs Kalkrijk Spoor riet Gruis van schelpen Doorworteling 625 -mv NAP: -0,42
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Donker Bruin Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld, brokkelig, klei doordrongen 690 -mv NAP: -1,07
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Grijs Kalkarm Weinig riet Doorworteling Onderin zwak humeus, siltig gelaagd en gerijpt brokkelig 705 -mv NAP: -1,22
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Donker Bruin Weinig riet Doorworteling Sterk brokkelig 710 -mv NAP: -1,27
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens:
Veen, mineraalarm Compact Donker Bruin Rietveen Matig amorf Weinig riet Doorworteling Zaden 745 -mv NAP: -1,62
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Veen, mineraalarm Donker Bruin Bosveen 760 -mv NAP: -1,77
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Klei, sterk zandig Licht Bruin-Grijs Kalkloos Weinig hout Doorworteling 773 -mv NAP: -1,90
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Licht Grijs Kalkrijk Schelpdelen. Naar onder toe blauwgrijs. 840 -mv NAP: -2,57
Boortype: Sonic drill
Ondergrens: Lithologie: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Boring: 2
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39168,18
Y: 411504,08
Z: 5,42
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin-Grijs 40 -mv NAP: 5,02
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos 65 -mv NAP: 4,77
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Bruin Kalkloos Weinig roestvlekken Gley verschijnselen 90 -mv NAP: 4,52
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Bruin Kalkloos Ijzerconcreties Naar onder toe grijzer 130 -mv NAP: 4,12
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig humeus Matig fijn Bruin Kalkloos Recent hout 135 -mv NAP: 4,07
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Naar onder grijs, op 155 en 170 detrituslaagje zonder herkenbare plantenresten 282 -mv NAP: 2,60 Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Zand Matig humeus Matig fijn Licht Bruin Kalkarm Doorworteling Fijne plantenresten 290 -mv NAP: 2,52
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie:
Boortype: Sonic drill
Zand Matig fijn Grijs Kalkrijk Gruis van schelpen Top 10 cm ontkalkt en doorworteld, op 425 en 428 dunne kalkgyttjalaagjes 435 -mv NAP: 1,07 Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig humeus Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Gyttja Weinig wortels Doorworteling Zoetwaterslakjes, gyttjalaagje 437 -mv NAP: 1,05
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkrijk Op 517 dunne geelbruin gyttjalaagje 580 -mv NAP: -0,38
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Klei, zwak siltig Zwak humeus Bruin Kalkarm Weinig riet Doorworteling Fijn doorworteld, met duinzand in top 600 -mv NAP: -0,58
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Grijs Kalkarm Weinig riet Doorworteling Onderin siltig gelaagd en gerijpt brokkelig 675 -mv NAP: -1,33
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Donker Bruin Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld, brokkelig, klei doordrongen 690 -mv NAP: -1,48
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Compact Donker Bruin Rietveen Matig amorf Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld en platliggend 730 -mv NAP: -1,88
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Licht Bruin-Grijs Kalkloos Weinig riet Doorworteling Sterk zandig gelaagd 745 -mv NAP: -2,03
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Zand Grijs Kalkrijk Veel hout Complete schelpen Doorworteling Top sterk houtdoorworteld halve meter. Kokkels. Naar onder toe blauwgrijs. 840 -mv NAP: -2,98 Boortype: Sonic drill
Boring: 3
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39188,35
Y: 411468,90
Z: 5,09
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Geel-Grijs Opgebrachte grond Bouwzand 15 -mv NAP: 4,94
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin-Grijs Beton op 50, kleibrokken 70 -mv NAP: 4,39
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Naar onder grijs, goed gesorteerd duinzand, 190 -mv NAP: 3,19
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig humeus Matig fijn Donker Bruin Kalkloos Veel plantenresten Vegetatielaag Humeus gelaagd zand, platliggende plantenrest 191 -mv NAP: 3,18
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Onderin zwak kalkhoudend 327 -mv NAP: 1,82
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Klei, zwak siltig Matig fijn Geel-Bruin Kalkarm Gyttja gyttja laagje. 330 -mv NAP: 1,79 Aard ondergr.: Scherp
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Veen, mineraalarm Zwart-Bruin Kalkloos Sterk amorf 332 -mv NAP: 1,77
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkrijk Top 10 cm ontkalkt 433 -mv NAP: 0,76
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Veen, zwak zandig Matig fijn Bruin Veel wortels Doorworteling 435 -mv NAP: 0,74
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkrijk Op 468 en 480 dunne geelbruine moslaagjes, bladfragment 515 -mv NAP: -0,06
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Klei, zwak siltig Zwak humeus Bruin Kalkarm Spoor plantenresten Doorworteling Fijn doorworteld, met duinzand in top 520 -mv NAP: -0,11
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Grijs Kalkrijk Veel riet Doorworteling Onderin siltig gelaagd en gerijpt brokkelig 630 -mv NAP: -1,21
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Donker Bruin Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld, brokkelig, klei doordrongen 645 -mv NAP: -1,36
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Veen, zwak kleiig Compact Donker Bruin Rietveen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld en platliggend, onderin 10cm platgedrukte takken (bosveen) 680 -mv NAP: -1,71 Boortype: Sonic drill Klei, zwak siltig Licht Grijs-Grijs Weinig riet Doorworteling Naar onder zandig 690 -mv NAP: -1,81
Boortype: Sonic drill
Zand Blauw-Grijs Kalkrijk Veel riet Complete schelpen Doorworteling Kokkels, platte slijkgaper 800 -mv NAP: -2,91
Boortype: Sonic drill
Boring: 4
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39211,81
Y: 411445,42
Z: 4,78
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin-Grijs 30 -mv NAP: 4,48
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Bodem: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin Weinig roestvlekken 50 -mv NAP: 4,28
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Naar onder grijs, goed gesorteerd duinzand, onderin laagjes plantaardig detritus 170 -mv NAP: 3,08 Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig humeus Matig fijn Donker Bruin Kalkloos Veel plantenresten Vegetatielaag Humeus gelkagd zand, platliggende plantenrest 175 -mv NAP: 3,03
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Onderin zwak kalkhoudend 300 -mv NAP: 1,78
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Zand Donker Bruin Kalkloos Veel plantenresten zwak venig, liggende plantrest 303 -mv NAP: 1,75
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Gruis van schelpen Naar onder licht kalkhoudend, humusbandjes onderin 390 -mv NAP: 0,88
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkarm Gyttja Heel dun gyttja laagje. 470 -mv NAP: 0,08 Aard ondergr.:
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Klei, zwak siltig Licht Bruin-Geel Gyttja Gyttja, worteltjes 472 -mv NAP: 0,06
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkarm Gelaagd dunne humeuze horizontjes, 505 -mv NAP: -0,27 Aard ondergr.:
Lithologie:
Klei, zwak siltig Zwak humeus Bruin Kalkarm Spoor riet Doorworteling met riet doorworteld, met duinzand 513 -mv NAP: -0,35
Boortype: Sonic drill
Veen, mineraalarm Donker Bruin Veel riet Doorworteling met riet doorworteld, met duinzand 518 -mv NAP: -0,40
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Veel riet Doorworteling Onderin siltig gelaagd 615 -mv NAP: -1,37 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Zwart Sterk amorf en veraard veen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld, brokkelig, klei doordrongen 625 -mv NAP: -1,47
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Compact Donker Bruin Rietveen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld en platliggend, onderin 5cm platgedrukt hout 660 -mv NAP: -1,82
Boortype: Sonic drill
Zand Blauw-Grijs Kalkrijk Spoor riet Gruis van schelpen Doorworteld met boomwortels 840 -mv NAP: -3,62
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens: Lithologie:
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Scherp
Boortype: Sonic drill
Scherp
Boortype: Sonic drill
Boring: 5
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39239,59
Y: 411420,72
Z: 4,40
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin 50 -mv NAP: 3,90
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Naar onder grijs, goed gesorteerd duinzand 205 -mv NAP: 2,35
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Donker Bruin Kalkloos Weinig plantenresten Vegetatielaag Sterk venig 208 -mv NAP: 2,32
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos 180-250, goed gesorteerd, onderin 15 cm dunne humuslaagjes, veel platliggende plantenresten 270 -mv NAP: 1,70 Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Donker Bruin Kalkloos Top is zwak venig 285 -mv NAP: 1,55
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Gruis van schelpen Naar onder licht kalkhoudend, humusbandjes onderin 390 -mv NAP: 0,50
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens:
Veen, zwak zandig Donker Bruin Kalkloos Veel plantenresten Doorworteling Fijne plantenresten, riet 391 -mv NAP: 0,49
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkarm Fijne humuslagen onderin 455 -mv NAP: -0,15 Aard ondergr.:
Lithologie:
Klei, zwak siltig Zwak humeus Bruin Kalkarm Veel riet Doorworteling sterk venig, met riet doorworteld 462 -mv NAP: -0,22
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Bruin Veel riet Doorworteling Sterk venig, zeer veel riet 467 -mv NAP: -0,27
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Veel riet Doorworteling Kalk ++ 500 -mv NAP: -0,60 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Sterk humeus Licht Bruin Kalkrijk Veel riet Doorworteling Kalk ++ 508 -mv NAP: -0,68 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Licht Grijs Kalkrijk Weinig riet Doorworteling Kalk ++ 550 -mv NAP: -1,10 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Zwart Sterk amorf en veraard veen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld, brokkelig 560 -mv NAP: -1,20
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Compact Donker Bruin Rietveen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld en platliggend, onderin houtresten 603 -mv NAP: -1,63
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Blauw-Grijs Kalkloos Weinig riet Enkele dunne zandlagen Doorworteld met riet en boomwortels 615 -mv NAP: -1,75 Aard ondergr.:
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens: Lithologie:
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Scherp
Scherp
Zand Blauw-Grijs Kalkrijk Spoor riet Gruis van schelpen Top ontkalkt, Doorworteld met riet en boomwortels 640 -mv NAP: -2,00
Boortype: Sonic drill
Boortype: Sonic drill
Boring: 6
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39251,31
Y: 411394,35
Z: 4,30
Lithologie: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Bruin 60 -mv NAP: 3,70
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Bodem: Ondergrens:
Zand Matig fijn Licht Bruin Veel roestvlekken 75 -mv NAP: 3,55
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Rood-Bruin Ijzerconcreties Roestbruin 80 -mv NAP: 3,50
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs-Bruin Kalkloos Naar onder grijs, goed gesorteerd duinzand 220 -mv NAP: 2,10
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Donker Bruin Kalkloos Veel plantenresten Doorworteling Vegetatielaag Sterk venig, vochtig 223 -mv NAP: 2,07
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkarm 180-250, goed gesorteerd, op 300 brok hout 315 -mv NAP: 1,15
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Veen, zwak zandig Donker Bruin Zwarte-gevlekt Kalkloos Veel wortels Doorworteling Loading 340 -mv NAP: 0,90
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Naar onder licht kalkhoudend 395 -mv NAP: 0,35
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Veen, zwak zandig Donker Bruin Zwarte-gevlekt Kalkloos Veel wortels Doorworteling Fijne plantenresten 397 -mv NAP: 0,33
Boortype: Sonic drill
Zand Matig fijn Grijs Kalkarm Spoor riet Doorworteling 417 -mv NAP: 0,13
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Bruin Kalkarm Veel riet Doorworteling sterk venig, met riet doorworteld 430 -mv NAP: -0,00
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Bruin Veel riet Doorworteling zowel plat riet als rietdoorworteld, 460 -mv NAP: -0,30
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Licht Bruin-Grijs Kalkrijk Weinig riet Doorworteling zowel plat riet als rietdoorworteld, onderin siltlaahjes 555 -mv NAP: -1,25 Aard ondergr.: Geleidelijk
Boortype: Sonic drill
Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens: Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Artefact! Advies en onderzoek in erfgoed
Veen, zwak kleiig Compact Donker Bruin Rietveen Weinig riet Doorworteling Rietdoorworteld en platliggend, geleidelijk verdronken, onderste 10 cm houtresten 610 -mv NAP: -1,80 Boortype: Sonic drill Klei, zwak siltig Blauw-Grijs Kalkloos Weinig riet Veel dunne siltlagen Doorworteld met riet en boomwortels 620 -mv NAP: -1,90 Aard ondergr.: Zand Blauw-Grijs Kalkrijk Spoor riet Complete wadplaatschelpen Top ontkalkt 640 -mv NAP: -2,10
Scherp
Boortype: Sonic drill
Boortype: Sonic drill
Boring: 7
Project:
Datum: 24-9-2020 Maaiveld: Grasland
Beschrijver: Bert van der Valk
Burgh-Haamstede Hogeweg 88-98A X: 39268,16
Y: 411379,92
Z: 4,03
Lithologie: Bodem: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Grijs-Bruin Kalkloos Veel roestvlekken 35 -mv NAP: 3,68
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Bodem: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Donker Grijs Kalkloos Veel roestvlekken 65 -mv NAP: 3,38
Boortype: Edelman 12
Lithologie: Bodem: Ondergrens:
Zand Matig fijn Geel-Grijs Kalkloos Weinig roestvlekken 118 -mv NAP: 2,85
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Archeologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Zwak humeus Matig fijn Licht Bruin Kalkloos Enkel vegetatie Fijne plant en wortelrest 120 -mv NAP: 2,83
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Licht Bruin-Grijs Kalkloos Geleidelijk aan grijzer, goed gesorteerd, vergroving naar onder toe, 250-350 150 -mv NAP: 2,53 Boortype: Sonic drill
Lithologie: Bodem: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Volledig gereduceerd GW vanaf 160 230 -mv NAP: 1,73
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Veen, sterk zandig Bruin Weinig wortels 232 -mv NAP: 1,71
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Onderin humeuze bandjes 345 -mv NAP: 0,58
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Ondergrens:
Veen, zwak zandig Bruin Weinig wortels 350 -mv NAP: 0,53
Boortype: Sonic drill
Lithologie: Opmerking: Ondergrens:
Zand Matig fijn Grijs Kalkloos Goed gesorteerd, top lichtbruin, onderin kalkrijk 420 -mv NAP: -0,17
Boortype: Sonic drill
Lithologie:
Veen, zwak kleiig Bruin Rietveen Spoor wortels Doorworteling 430 -mv NAP: -0,27
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Zwak humeus Grijs Rietveen Spoor wortels Doorworteling 440 -mv NAP: -0,37
Boortype: Sonic drill
Klei, zwak siltig Grijs Kalkarm Weinig riet Doorworteling Naar onder toe steeds siltiger, bruist onderin, 505 -mv NAP: -1,02
Boortype: Sonic drill
Veen, zwak kleiig Compact Grijs-Bruin Weinig riet 525 -mv NAP: -1,22
Boortype: Sonic drill