CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Bijlagen toelichting Bijlage 2 Explosieven onderzoek

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken17.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Relevantie en herleidbaarheid: moest een grote afstand overbrugd worden bij een eventuele beschieting. De afstand van Kortgene naar het onderzoeksgebied beslaat om en nabij 15 kilometer. Luchtfoto-interpretatie wijst uit of bij eventuele beschietingen van de Prinses Irene brigade ook delen van het onderzoeksgebied getroffen werden.

Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Van 12.00 tot 12.30 uur is er artillerievuur op Westenschouwen. Eerder om 10.30 en 11.30 uur werd Westenschouwen beschoten door jagers.44

-

De literatuur en de archiefstukken vermelden twee verschillende indicaties. De eerste indicatie beschrijft een aanval om 10.30 en 11.30 uur met boordwapens op Duitse stellingen nabij Westenschouwen. Met behulp van de luchtfotoanalyse is geconstateerd dat er Duitse stellingen aanwezig waren bij de kust (als onderdeel van de Atlantikwall). Geen van deze stellingen bevonden zich binnen het onderzoeksgebied. Derhalve zal deze indicatie niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek.

Ham, G., Zeeland 1940-1945, deel 2 (Zwolle, 1990), 516. Nierstrasz, V.E., Geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" (Den Haag, 1959), 62. 41 Nierstrasz, Geschiedenis, 19. 43 De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 249. 44 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 39 40

Pagina 25 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Datum:

18-03-1945

Literatuur:

De Meester & Stoutjesdijk Vliegtuigen van No. 317 Squadron vielen Duitse posities (strongpoints) bij Westenschouwen aan. Acht Spitfires voeren tussen 14.40 en 18.27 uur aanvallen uit op Duitse versterkingen nabij Westenschouwen (kaartpositie QD2249). Daarbij worden acht 500 lbs en dertien 250 lbs bommen afgeworpen. Een huis en een weggedeelte wordt getroffen.45 Tussen 15.10 en 15.30 uur voeren acht jachtbommenwerpers aanvallen uit op Duitse posities bij Westenschouwen. Daarbij worden ook explosieven afgeworpen. De schade is beperkt

Nationale archieven:

Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Om 15.10 uur wierpen acht jachtbommenwerpers bommen op Westenschouwen. De aanval duurde tot 15.30 uur. Er werden twee schuren en huizen beschadigd.47

Internationale archieven:

Relevantie en herleidbaarheid:

National Archives Volgens Britse vluchtrapportages: `8x500 and 13x250 on strongpoints at D.2249. 1 D/H on house and 2 on road.´48

De tweede indicatie beschrijft in de literatuur en in de archiefstukken een artilleriebeschieting van 12.00 tot 12.30 op Westenschouwen. Geen specifieke locatie wordt benoemd in het bronnenmateriaal. Op de luchtfotoanalyse zijn waarschijnlijk geen kraters van artillerie zichtbaar binnen het onderzoeksgebied. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal is het derhalve niet mogelijk om explosieven te herleiden tot het onderzoeksgebied. Deze indicatie zal dus niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek. Het literatuur- en archiefonderzoek beschrijft een bombardement op 18 maart 1945 tussen 15.10 en 15.30 uur. Het betreft acht Spitfires van Squadron 317 welke Duitse 'strongpoints' bij Westenschouwen aanvielen. Kaartpositie D.2249 wordt in meerdere bronnen beschreven. Dit coördinaat dekt een klein (zuidelijk) deel van het onderzoeksgebied en een groot deel van de buffer af. De bronnen vermelden dat de acht vliegtuigen acht 500-ponders en dertien 250-ponders afwerpen. Dit zou kunnen betekenen dat elk vliegtuig beschikte over één 500-ponder en twee 250-ponders. Hiervan uitgaande zou dit betekenen dat het onbekend is of de resterende drie 250-ponders ook zijn afgeworpen boven de Duitse posities bij Westenschouwen.

De Meester & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 252. Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 48 The National Archives, 2 Tactical Air Force, AIR 37-718, sheet 2780. 45 47

Historisch vooronderzoek

Pagina 26 van 55

Datum:

Literatuur:

Nationale archieven:

Internationale archieven:

(twee schuren en meerdere woningen worden beschadigd).46

Datum:

Sortienummer:

18-03-1945

R4/2003

Relevantie en herleidbaarheid: De internationale archiefstukken (en de literatuur) vermelden één zogenoemde 'direct hit' op een huis en 2 op de weg. Een specifieke locatie van deze treffers wordt niet beschreven. Met behulp van de luchtfotoanalyse is getracht om inzicht te krijgen waar de afwerpmunitie is neergekomen. Op de navolgende pagina zal deze analyse beschreven worden.

Fotonummers: 3050, 3119, 4053, 4055

Schaal: 1:10.800

Beschrijving: Naar aanleiding van bovenstaande indicaties is de luchtfotoanalyse uitgevoerd. Tijdens het analyseren van de foto's op 18 maart 1945 zijn waarschijnlijk verschillende oorlogshandelingen zichtbaar. Allereerst zijn er inslagkraters van geschutmunitie zichtbaar binnen en ten zuiden van de buffer. Deze inslagkraters zijn een resultaat van de verschillende artillerieaanvallen, welke zijn uitgevoerd in de periode van 6 januari 1945 tot de datum van deze sortie. Op fotonummer 3119 is duidelijk te zien dat de kuststrook, bezaaid met loopgraven en militaire objecten (zoals bunkers), met artilleriegranaten bestookt is. Daarnaast is een Duitse loopgraaf zichtbaar binnen de buffer. Tot slot zijn er kraters zichtbaar van afwerpmunitie van het bombardement op 18 maart 1945. Zes grotere inslagen zijn zichtbaar binnen en buiten de buffer van het onderzoeksgebied. Dertien kleinere kraters van afwerpmunitie zijn eveneens gevonden binnen en buiten de buffer. Eén krater lijkt een blindganger te zijn. Naast deze 'blindganger' zijn twee kleinere afwerpmunitie kraters zichtbaar. Wanneer aangenomen wordt dat elk

46

De Meester & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 253.

Pagina 27 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Datum:

07-05-1945

49 50

Literatuur:

Bollen en Vroemen Begin november 1944 kreeg het Britse Ie Corps de opdracht Schouwen-Duiveland te bevrijden. Echter, de Britse leiding was van mening dat de operatie te riskant was (de vrees bestond namelijk dat Duitse troepen vanaf dit eiland acties tegen het scheepvaartverkeer op de Westerschelde zouden ondernemen).49 Pas na de Duitse capitulatie op 5 mei 1945 besloten de geallieerden een landing op Schouwen-Duiveland te ondernemen om de aanwezige Duitse soldaten tot overgave te dwingen. 50 Schouwen-Duiveland werd bevrijd door commando´s die uit Noord-Beveland kwamen, over de Oosterschelde. Andere commando´s landden destijds op een

Nationale archieven:

-

Internationale archieven:

-

Relevantie en herleidbaarheid: vliegtuig over één 500-ponder en twee 250-ponder beschikte, is het mogelijk dat deze blindganger een 500-ponder betreft. De laatste 500-ponder, welke volgens de bronnen is neergekomen bij Westenschouwen, is niet gevonden binnen het onderzoeksgebied of de buffer. Binnen het onderzoeksgebied zijn dus geen kraters van afwerpmunitie of andere oorlogshandelingen zichtbaar. Derhalve zullen bovenstaande indicaties, betreffende artilleriebeschietingen en het bombardement van 18 maart 1945, niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek. Schouwen-Duiveland werd bevrijd door commando´s die vanuit Noord-Beveland kwamen. Het eiland moest tot 07-051945 wachten tot de bevrijding. Er ontstonden geen grondgevechten.

Klep, C. & Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s-Gravenhage, 1995), 238. Bollen, H. & Vroemen, P., Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 –voorjaar ’46 (Arnhem, 1994), 55.

Historisch vooronderzoek

Pagina 28 van 55

Datum:

Literatuur:

Nationale archieven:

Internationale archieven:

Relevantie en herleidbaarheid:

dijk bij Zierikzee.51 De commando´s vertrokken vanuit Colijnsplaat op Noord-Beveland.52 Het waren commando´s behorende tot het 47 Royal Marine Commando. Naast de Engelse commando’s nemen ook enkele Nederlandse commando’s van het 14e Regiment Infanterie deel aan de missie. De ´Royal Artillery´ heeft kanonnen opgesteld bij Colijnsplaat om Duitse tegenstand neer te slaan. Er ontstaan geen grondgevechten en er wordt geen tegenstand geboden.53 Tabel 5: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties welke verwijzen naar het onderzoeksgebied.

Visser, T. & Visser, A., Zeeland in de oorlog 1940-1945 (Middelburg, 1985), 95. Uil, H., De bevrijding van Schouwen-Duiveland in 1945. <https://www.wereldregio.nl/nieuws/column/34906/de-bevrijding-van-schouwen-duiveland-in-1945 => [Geraadpleegd op: 16-7-2020]. 53 Vereniging Musea Schouwen-Duiveland (VMSD), Brochure de Bevrijding van Schouwen-Duiveland (Schouwen-Duiveland, 2020), 3, 47 Royal Marine Commando. <https://www.47commando.org.uk/pa51 52

ges/Schouwen_to_VE.html => [Geraadpleegd op: 12-8-2020].

Pagina 29 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

5 Conclusie Op basis van het indicatie- en contra-indicatieonderzoek zal een gemotiveerde conclusie getrokken worden of het onderzoeksgebied VERDACHT of ONVERDACHT verklaard zal worden. Indien (een deel van) het onderzoeksgebied verdacht is, dan zal getracht worden om hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, aantallen, type ontstekingsinrichtingen (van afwerpmunitie) en de verschijningsvorm van de mogelijk aanwezige CE te achterhalen. Op basis van het feitenmateriaal kan vastgesteld worden dat vooral de kuststrook met artillerie is beschoten. Luchtfoto’s tonen aan dat in de omgeving van het onderzoeksgebied sprake is geweest van beschietingen, er zijn immers kraters van geschutgranaten te interpreteren. Deze kraters zijn echter niet te zien binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast is het onbekend welke troepen op de omgeving rondom het onderzoeksgebied schoten. Wellicht ging het om troepen van de Prinses Irene Brigade, aangezien zij gestationeerd werden op Noord-Beveland en tevens met geschut Duitse troepen op Schouwen-Duiveland wilde irriteren/storen. Het is echter onduidelijk waarop precies troepen van de Prinses Irene Brigade schoten en tot wanneer eventuele beschietingen plaatsvonden. Een extra punt van aandacht is de afstand tussen de batterij van de Prinses Irene Brigade op Noord-Beveland en het onderzoeksgebied op Schouwen-Duiveland.

Deze afstand bedraagt om en nabij de 15 kilometer. De precieze locatie van de batterij bij Kortgene is niet bekend, maar aangezien 25ponders – waarmee de Prinses Irene Brigade was uitgerust – een maximaal bereik hadden van 12 kilometer is het de vraag of zij überhaupt het onderzoeksgebied konden bereiken. Al met al geven de feitelijk herleidbare indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek als de luchtfoto-interpretatie volgens Bodac geen beargumenteerde reden om het gebied op het aantreffen van explosieven af te bakenen. Naar aanleiding van de geraadpleegde bronnen is het onderzoeksgebied ONVERDACHT verklaard op het tot aantreffen van Conventionele Explosieven (zie bijlage 1 voor de indicatiekaart en de CE-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied).

5.1

Advies

Het onderzoeksgebied kwalificeren wij op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als onverdacht op de aanwezigheid van CE. Het is raadzaam voor aanvang van de voorgenomen werkzaamheden een protocol op te stellen met betrekking tot de handelwijze bij het incidenteel aantreffen van CE uit de Tweede Wereldoorlog. Bodac heeft reeds een Protocol Toevalstreffer voor u opgezet (te vinden in bijlage 3). Mocht u toch een verdacht lijkend object tegenkomen dan raden wij u aan om de werkzaamheden onmiddellijk te stoppen en de politie te bellen. Vervolgens raden wij u aan om contact op te nemen met Bodac om te controleren of een mogelijke opschaling van het onderzoeksgebied noodzakelijk is.

Historisch vooronderzoek

Pagina 28 van 55

6 Leemten in kennis Het is uiteraard altijd mogelijk dat bepaalde oorlogshandelingen niet zijn beschreven, gearchiveerd of in de tijd verloren zijn gegaan, waardoor deze in het heden niet als feitenmateriaal terug te vinden zijn. ✓ Niet alle gebeurtenissen konden tot een exacte locatie worden herleid; ✓ Het is onbekend waar sommige artilleriegranaten vanaf januari 1945 in Westenschouwen terechtkwamen. De indicaties uit de literatuur zijn te globaal om exacte locaties aan te geven. Waarschijnlijk beschoot de geallieerde artillerie, en in het bijzonder de Prinses Irene Brigade, Duits geschut en bunkeropstellingen die aan de kust ten zuiden van het onderzoeksgebied aanwezig waren. Luchtfoto’s ondersteunen dat idee: er zijn verschillende inslagkraters in het door loopgraven gekenmerkte duingebied en wat dieper in het achterland, ook enkele binnen de buffer, te zien; ✓ Het is onbekend welke geallieerde troepen vanaf januari 1945 op Westenschouwen schoten. Mogelijk ging het om troepen van de Prinses Irene Brigade die met 25 ponder geschut op de omgeving van Westenschouwen schoten; ✓ Foto’s van NCAP konden niet geanalyseerd worden i.v.m. coronamaatregelen (het opvragen was niet mogelijk); ✓ De luchtfoto´s met sortienummer R4/1498 (3057, 3058) zijn niet erg duidelijk.

Er is veel fotoruis op de beelden te zien, hetgeen een nauwkeurige interpretatie bemoeilijkt; ✓ De ligplaatsen van gemelde en geruimde CE konden niet allemaal achterhaald worden; ✓ Niet alle boven Nederland uitgevoerde bombardementen zijn nauwkeurig geregistreerd; ✓ Luchtfoto’s geven een momentopname weer van een situatie die op een eerder of later tijdstip geheel anders zou kunnen zijn.

Pagina 29 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Bijlage 1. Inventarisatiekaart en CE-bodembelastingkaart

Historisch vooronderzoek

Pagina 30 van 55

3 9 .5 0 0

4 0 .0 0 0

4 1 1 .5 0 0

4 1 1 .5 0 0

4 1 2 .0 0 0

3 9 .0 0 0

4 1 2 .0 0 0

3 8 .5 0 0

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs 3 8 .5 0 0

3 9 .0 0 0

L e g e n d a O n d e rz o e k s g e b ie d B u ffe r E sriN e d e rla n d , C o m m u n ityM a p s C o n trib u to rs

! (i Blindganger

3 9 .5 0 0

0

K ra te r L in ie s R u im in gm e tlo c a tieo ps tra a tn iv e a u

4 1 1 .0 0 0

4 1 1 .0 0 0

! (i 4 0 .0 0 0

4 0 0m

D e z ek a a rtm a a k to n d e rd e e lu itv a nd era p p o rta g ee nm a gn ie tlo sd a a rv a nw o rd e ng e ïn te rp re te e rd . O p d ra c h tg e v e r:F io rin v e s tB .V .

F o rm a a t:A 3

P ro je c t:H 0 0 2 0

C o ö rd in a te n s te ls e l:R D

T e k e n in g :In v e n ta ris a tie k a a rt

T e k .:R .K ru tz e n

D a tu m :2 7 -0 8 -2 0 2 0 B e s ta n d s n a a m :2 0 0 8 2 7 _ H 0 0 2 0 _ IV K _ 0 1

A c c .:R .(R o y )M a a s

S c h a a l:1 :5 .0 0 0

3 9 .5 0 0

4 0 .0 0 0

4 1 1 .5 0 0

E sriN e d e rla n d ,C o m m u n ityM a pC o n trib u to rs 3 8 .5 0 0

3 9 .0 0 0

L e g e n d a O n d e rz o e k s g e b ie d O n v e rd a c h t

3 9 .5 0 0

0

4 0 .0 0 0

4 0 0m

D e z ek a a rtm a a k to n d e rd e e lu itv a nd era p p o rta g ee nm a gn ie tlo sd a a rv a nw o rd e ng e ïn te rp re te e rd . O p d ra c h tg e v e r:F io rin v e s tB .V .

F o rm a a t:A 3

P ro je c t:H 0 0 2 0

C o ö rd in a te n s te ls e l:R D

T e k e n in g :B o d e m b e la s tin g k a a rt

T e k .:R .K ru tz e n

D a tu m :2 7 -0 8 -2 0 2 0 B e s ta n d s n a a m :2 0 0 8 2 7 _ H 0 0 2 0 _ B B K _ 0 1

E sriN e d e rla n d , C o m m u n ityM a p s C o n trib u to rs

4 1 1 .0 0 0

4 1 1 .0 0 0

4 1 1 .5 0 0

4 1 2 .0 0 0

3 9 .0 0 0

4 1 2 .0 0 0

3 8 .5 0 0

A c c .:R .(R o y )M a a s

S c h a a l:1 :5 .0 0 0

Bijlage 2. Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven

Pagina 33 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Bijlage 3. Protocol Toevalstreffer CE Een toevalsvondst houdt in dat er een CE wordt aangetroffen op een locatie en/of tijdstip dat niet in de risicobeoordeling is voorzien. Een toevalsvondst kan plaatsvinden in gebieden die als ‘’onverdacht’’ zijn aangemerkt, maar ook binnen gebieden die als ‘’verdacht’’ zijn aangemerkt maar waar op dat moment geen geplande grondroerende en/of opsporingswerkzaamheden plaatsvinden.

Stappenplan bij aantreffen ‘’vermoedelijk’’ CE ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

Het mogelijke CE nooit beroeren, weggooien, schoonkloppen of schoonvegen; Voorkomen dat het mogelijke CE wordt beroerd of verplaatst; Zet de vindplaats/locatie af en markeer deze. Informeer de omgeving/derden; Ter plaatse evt. werkzaamheden staken en projectleiding informeren; Informeer de politie (evt. via projectleiding) via (0)900 8844; De politie stuurt waarschijnlijk een explosievenverkenner om de situatie en het mogelijke CE te beoordelen De politie geeft de melding door aan de EOD en zal de urgentie voor eventuele ruiming van het CE bepalen De ruimploeg van de EOD komt vervolgens om het CE onschadelijk te maken/te vernietigen; Indien dit noodzakelijk wordt geacht zal het gebied afgebakend worden als zijnde ‘’verdacht’’ gebied. Indien het geen CE is kunnen de reguliere werkzaamheden hervat worden.

Als een CE onschadelijk moet worden gemaakt waarbij risico kan ontstaan voor de openbare orde en veiligheid, informeert de politie de burgemeester en de Ambtenaar openbare Orde en Veiligheid (AOV). Indien voor de ruiming van een CE een (woon)gebied moet worden ontruimd, dan zal de burgemeester in combinatie met de veiligheidsregio en de EOD de benodigde maatregelen treffen. Enkele voorbeelden van CE die veelvuldig in de Nederlandse bodem worden aangetroffen zijn hieronder weergegeven.

Klein kaliber munitie (KKM) (7,92x57 mm Duits) Artilleriegranaat (10,5 cm Duits)

Handgranaat Mills (no. 36 Brits)

Geweergranaat(Gewehrsprenggranate 30 Duits) Anti-tankmijnen (Tellermine 42 Duits)

Vliegtuigbom (500 lbs)

Historisch vooronderzoek

Pagina 34 van 55

Bijlage 4. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen In het WSCS-OCE staat beschreven welke bronnen geraadpleegd moeten worden voor de voltooiing van een correct vooronderzoek. De organisatie dient ten minste de in de onderstaande tabel weergegeven verplichte bronnen te raadplegen. Aanvullende bronnen worden in ieder geval geraadpleegd indien sprake is van de onder de toelichting op de aanvullende bronnen beschreven situatie. Naar aanleiding van het Procescertificaat heeft Bodac eveneens een tabel toegevoegd met verplichte en aanvullende bronnen. In de rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet geraadpleegd is. Bronnen conform WSCS-OCE Literatuur Gemeentelijke en provinciaal archief

Raadplegen Verplicht Aanvullend ✓ ✓

Geraadpleegd ✓ ✓

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH)

✓

✓

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

✓

✓

Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD)

✓

✓

Luchtfotocollectie Bibliotheek Wageningen Universiteit

✓

✓

Luchtfotocollectie Topografische Dienst te Zwolle

✓

✓

Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives

✓

✓

The National Archives te Londen

✓

✓

Bundesarchiv-Militararchiv te Freiburg

✓

✓

National Archives te College Park (VS)

✓

Getuigen

✓

Nationaal Archief te Den Haag

N.v.t.

✓

Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk

N.v.t.

✓

Raadplegen Verplicht Aanvullend ✓

Geraadpleegd

Bronnen conform Procescertificaat Literatuur

✓

Gemeentelijke en provinciaal archief

✓

✓

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

✓

✓

Nationaal Archief te Den Haag

✓

✓

Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk

✓

✓

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)

✓

✓

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

✓

✓

Krantenberichten

✓

✓

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575

✓

✓

The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door Royal Air Force

✓

✓

Bundesarchiv-Militararchiv te Freiburg

✓

✓

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 409 The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen The National Archives and Record Administration (NARA II) te College Park (VS) Getuigen

Pagina 35 van 55

✓ ✓ ✓ ✓

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

✓

✓

Toelichting verplichte bronnen WSCS-OCE Het inventariseren van bronnenmateriaal dient op een eenduidige wijze te worden gedocumenteerd, zodanig dat gebruikte bronnen te herleiden zijn door een derde partij. Met betrekking tot het vooronderzoek zijn een aantal verplichte bronnen beschreven in de WSCS-OCE.

Literatuur Aan de start van het bronnenonderzoek wordt op basis van literatuuronderzoek een lijst opgesteld met oorlogshandelingen die relevant zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied (indicaties). Deze lijst bevat tevens een verwijzing naar de datums waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden.

Gemeentelijk en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijke en provinciaal archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE dient in het gemeentelijke en provinciaal archief voorts te worden gezocht naar gegevens over relevante naoorlogse ontwikkelingen (contra-indicaties), tenzij andere bronnen hierover reeds voldoende informatie hebben opgeleverd. Indien deze gegevens niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie Bij het raadplegen van het archief van de Explosieven Opruimings Dienst Defensie dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden geraadpleegd. Indien in de daabase met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s/UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden geraadpleegd.

Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit en Topografische Dienst De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de datum waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Daaruit worden de bruikbare luchtfoto’s geselecteerd. Bij de selectie van luchtfoto’s dient rekening te worden gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de aanwezigheid van militaire werken. De interpretatie van luchtfoto’s dient te geschieden door een deskundige met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945. De organisatie dient de beschikbare luchtfoto’s te rapporteren en daarin tevens de selectie te motiveren. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE, dient de organisatie de luchtfoto’s en/of satellietbeelden te verzamelen met dekking van het onderzoeksgebied uit de naoorlogse periode. De organisatie vergelijkt de luchtfoto’s/satellietbeelden met luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945, met als doel te inventariseren welke naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden waarbij grond is geroerd of verzet. De organisatie dient de selectie van luchtfoto’s/satellietbeelden te motiveren in het rapport.

Toelichting aanvullende bronnen WSCS-OCE Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie De organisatie raadpleegt de literatuurcollectie van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie indien onvoldoende informatie aanwezig is om een totaalbeeld te vormen van oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie De collectie ‘Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945)’ met collectienummer 575 van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Historisch vooronderzoek

Pagina 36 van 55

De collectie ‘gevechtsverslagen en rapporten mei 1940’ met collectienummer 409 dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in de periode mei 1940.

The National Archives Londen/Bundesarchiv-Militararchiv/The National Archives Washington DC Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden indien uit raadpleging van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden, waarbij mogelijk CE in het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen, maar er onvoldoende informatie aanwezig is in de Nederlandse archieven en op de geraadpleegde luchtfoto’s over: ✓ De aard van de oorlogshandeling; ✓ Het aantal en de soort CE dat tijdens de oorlogshandeling is ingezet; ✓ De inslaglocaties van CE. De organisatie dient de keuze voor het te raadplegen archief of archieven te motiveren in het rapport op basis van het reeds verzamelde bronnenmateriaal.

Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives Indien de verplichte luchtfotoarchieven onvoldoende resultaat opleveren, wordt aanvullend de Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives geraadpleegd. Op de inventarisatie en de selectie van luchtfoto’s is hetgeen bepaald onder verplichte bronnen van toepassing.

Getuigenverklaringen In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord indien mogelijk. Dit wordt gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord, dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuide en/of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. De getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport.

Toelichting verplichte bronnen Procescertificaat Literatuur Voor het onderzoeksgebied dienen relevante literatuurbronnen te worden geraadpleegd, zowel standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen. Daarbij gelden met betrekking tot het onderzoek naar gebeurtenissen in de periode mei 1940 als verplicht te raadplegen standaardwerken in ieder geval: ✓ Nierstrasz e.a. (Ministerie van Oorlog, Hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog (diverse delen, ’s-Gravenhage). ✓ Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (twee delen, ’s-Gravenhage, 1970).

Gemeentearchief en provinciaal archief Bij het raadplegen van het gemeentelijke archief dienen ten minste de stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en de oorlogsschaderapporten te worden geraadpleegd. Indien deze stukken niet aanwezig zijn, dient dit te worden vermeld in de rapportage. Bij het onderzoek in het provinciaal archief wordt in elk geval onderzoek verricht in de relevante archieven van het Militair Gezag. Verder worden in het provinciaal archief, indien beschikbaar, ook stukken van de luchtbeschermingsdienst, stukken over aangetroffen/geruimde CE en oorlogsschaderapporten geraadpleegd. Indien er indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE dient in het gemeentelijke en provinciale archief voorts te worden gezocht naar gegevens over relevante naoorlogse ontwikkelingen (contra-indicaties). Indien deze gegevens niet aanwezig zijn, dient dit eveneens te worden vermeld in de rapportage.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD raadpleegt de organisatie ten minste de Collectie Departement van Justitie (toegangsnummer 216k), waarin zich processen-verbaal bevinden met betrekking tot bomafwerpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeutenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. Daarnaast dient de Collectie Generalkommis-

Pagina 37 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

sariat für das Sicherwesen – Hörere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) ingezien te worden. Dit archief biedt namelijk een relatief compleet overzicht van bomafwerpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen op Nederlands grondgebied in de periode september 1940- april 1941.

Nationaal Archief te Den Haag De organisatie dient de collectie Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen (toegangsnummer 2.04.53.15) te raadplegen waarin de berichten van gemeenten aan de Rijkinspectie Luchtbeschermingsdienst te Den Haag in de periode 1940-1943 zijn ontsloten.

Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie Defensie te Rijswijk De organisatie raadpleegt de collectie van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) waarin de ruimingen in de periode 1945-1947 zijn ontsloten.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) De collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH dient geraadpleegd te worden om te helpen vaststellen of er indicaties zijn dat er Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied aanwezig waren tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Explosieven Opruimings Dienst Defensie (EODD) Bij het raadplegen van het archief van de EOD dient als eerste de database met meldingen van aangetroffen CE en de collectie mijnenveldkaarten te worden ingezien. Indien in de database met meldingen van aangetroffen CE indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie MORA’s of UO’s te worden geraadpleegd. Indien in de collectie mijnenveldkaarten indicaties voor de aanwezigheid van CE worden aangetroffen, dient de collectie mijnenveld ruimrapporten te worden ingezien.

The National Archives te Londen De organisatie dient aan te tonen dat in The National Archives te Londen een relevante onderzoeksinspanning is geleverd aangaande het verzamelen van informatie over door de Royal Air Force uitgevoerde luchtaanvallen in het onderzoeksgebied of de directe omgeving. Hierbij dient de periode 10 mei 1940 tot 8 mei 1945 in ogenschouw te worden genomen en dient het onderzoek te worden verricht in relevante stukken van ten minsten de volgende vier onderdelen van de RAF: ✓ Bomber Command RAF ✓ Coastal Command RAF ✓ Fighter Command RAF/Air Defence Great Britain ✓ Second Tactical Air Force

Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg In het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg wordt ten minste de collectie Lageberichte van de Luftwaffenführungsstab Ic geraadpleegd, die meldingen bevat over bomafworpen op Nederlands grondgebied in de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.

Luchtfotocollecties Wageningen UR, Kadaster en RCAHMS (NCAP)

De organisatie dient beschikbare luchtfoto’s betreffende de data waarop oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden te inventariseren. Deze inventarisatie dient te geschieden in ten minste de volgende luchtfotocollecties: ✓ Collectie JARIC en ACIU berustend bij Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland/National Collection of Aerial Photography te Edinburgh ✓ Wageningen UR te Wageningen ✓ Kadaster te Zwolle Uit de geïnventariseerde luchtopnamen worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd. Een uitgebreide uitleg over de selectie van luchtfoto’s zal in paragraaf 4.6 beschreven staan.

Krantenberichten

Ten behoeve van het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenopruiming over de periode 1940-1972 wordt in ieder geval gezocht naar krantenberichten via de online zoekmachine Delpher, en via de

Historisch vooronderzoek

Pagina 38 van 55

verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (Nationaal Archief met toegang 2.04.110).

Kadaster

Ten behoeve van het contra-indicatieonderzoek dient de organisatie in ieder geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster te raadplegen met als doel het inventariseren van naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen.

Toelichting aanvullende bronnen Procescertificaat Nederlands Instituut voor Militair Historie (NIMH)

De collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 van het NIMH dient ten minste te worden geraadpleegd indien uit het indicatieonderzoek van de verplichte bronnen blijkt dat er indicaties zijn dat grondgevechten en/of artilleriebeschietingen hebben plaatsgevonden ten tijde van mei 1940.

The National Archives te Londen

The National Archives geldt als een aanvullende bron met betrekking tot onderzoek naar geallieerde artilleriebeschietingen in de periode vanaf september 1944. Wanneer uit overige bronnen indicaties zijn gebleken dat het onderzoeksgebied in deze periode is getroffen door geallieerde artilleriebeschietingen, dienen de War Diaries van de relevante geallieerde eenheden te worden geraadpleegd om detailinformatie aangaan deze beschietingen te verzamelen.

The National Archives and Record Administration (NARA II) te College Park (VS)

Er dient aanvullend bronnenonderzoek plaats te vinden in het NARA wanneer er duidelijke indicaties zijn dat het onderzoeksgebied is getroffen door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Force. Het onderzoek bevat daarbij in elk geval raadpleging van de collectie Mission Reports (World War II Combat Operations Reports 1941-1946, Record Group 18, MLR Number NM6 7A).

Getuigenverklaringen

In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord indien mogelijk. Dit wordt gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord, dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuide en/of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. De getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport.

Pagina 39 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Bijlage 5. Overzicht geraadpleegde archiefstukken Nationale archieven Nationaal Archief te Den Haag Het Nationaal Archief (NA) te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het NA naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied. 2.04.53.15 Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Inventarisnr.: Beschrijving: 19-47 Ingekomen en minuten van uitgegane brieven en aan diverse overheidsinstellingen, 1940-1941 41 Commissaris der Koningin in de provincie Zeeland 69-79

Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941 77 Zeeland

Tabel 6: Geraadpleegde archiefstukken uit het Nationaal Archief. 2.04.110 Archief Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie Binnenlandse Zaken, 1945-1974 Inventarisnr.: Beschrijving: 20 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, zonder datum 21 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1945-1947 22 Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1957-1959 47 Bewaken van munitiedumps, 1947 68 Dumpen van munitie in zee 1960-1971 74 Ruimen van explosieven in de kuststrook 1970 Tabel 7: Algemene archiefstukken betreffende de vondst van explosieven. 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) Inventarisnr.: Beschrijving: 1563 Rapporten betreffende bom- en granaatinslagen en de organisatie van Luchtbeschermingsdiensten in gemeenten in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg Tabel 8: Berichtgeving van het nationaal Militair Gezag. 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) Inventarisnr.: Beschrijving: 2065 Verdedigingsstelsels Noord-Brabant o.a. Bommelerwaard 2067 Verdedigingsstelsels Noord-Brabant o.a. Bergen op Zoom 2081 Verdedigingsstelsels Noord-Brabant o.a. Huijbergen 2250 (Schijn)vliegvelden o.a. Woensdrecht Tabel 9: Berichtgeving van het Ministerie van Oorlog.

2.13.210 Inventaris van het archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie-Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814-) 1867-1942 Inventarisnr.: Beschrijving: 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940 25 Ingekomen en minuten van uitgaande stukken inzake aanvragen tot het ruimen van onontplofte (water)mijnen en personeelsaangelegenheden, 1940-1941

Historisch vooronderzoek

Pagina 40 van 55

26

Ingekomen en minuten van uitgaande stukken inzake aanvragen tot het ruimen van onontplofte (water)mijnen en personeelsaangelegenheden, 1940-1941

Tabel 10: Berichtgeving van het Ministerie van Oorlog.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site www.archieven.nl naar mogelijk significante documenten. 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken Inventarisnr.: Beschrijving: 386 Datum: januari-februari 1944; Schaal/code/blz.: GB/5851/44; Omschrijving: Berichten AKB tot en met AKZ betreffende: Vliegveld Souburg op Walcheren, vliegveld Hoogerheyde, jachtvliegtuigen op Waalhaven en luchtafweeropstellingen aan de Waalhaven te Rotterdam. Vestingen te Arnhem en Baarn en garnizoen te Gouda (met schets). Tankgracht van Stampersgat naar Roosendaal en de uitvoering van tankgrachten in zandgrond rond Breda. Gerucht evacuatie Walcheren en Zuid-Beveland en evacuatie van Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden.

Voedselvoorraden in Den Haag, inundatie van de Zuidpolder, voorbereiding vernieling Waalbrug te Nijmegen, mijnen in Zeeuwse wateren, blokschepen bij Dordrecht, prikkeldraadversperring te Rotterdam, hout voor defensiewerken, olieboringen te Schoonebeek bij Coevorden, militairen in de trein tussen Oldebroek-Zwolle-Wezep, particuliere lijnen bunker Ockenburg (Den Haag)(met twee bijlagen), aanleg telefoonkabel van Breda naar Eindhoven, Ortskommandant te Zierikzee, en gerucht aantal manschappen Schouwen en Duiveland Tabel 11: Archiefstukken betreffende verdedigingswerken op nationaal niveau.

Nederlands Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidenstudies (NIOD) Het Nederlands Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidenstudies te Amsterdam is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site www.archieven.nl naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied. 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS-und Polizeiführer Nord-West) Inventarisnr.: Beschrijving: 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941, 1 band 1332 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 19401943, 1 band 1759 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943, 1 omslag Tabel 12: Berichtgeving richting de Generalkommissariat.

216k Departement van Justitie Inventarisnr.: Beschrijving: 150 Circulaires inzake de beschadiging van Duitse verkeersborden, het dansverbod en de melding van bominslagen en andere oorlogshandelingen, 25 september - 24 december 1940, 1 omslag 180 Hoofdinspectie LBD: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944, 1 omslag 181-185 Hoofdinspectie LBD: Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ont-ploffingen in verschillende gemeenten, 5 omslagen

Pagina 41 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

186

181 Aalsmeer-Apeldoorn 182 Arcen-Arnhem 183 Baarn-Burgh 184 Capelle a/d IJssel-Dwingeloo 185 Echt-Zwolle Hoofdinspectie LBD: Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen., 1 omslag

Tabel 13: Archiefstukken van de hoofdinspectie luchtbeschermingsdienst

Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Het gemeentearchief Schouwen-Duiveland is bezocht om relevante archiefstukken van de voormalige gemeente Burgh en Haamstede in te zien. Archiefstukken van Haamstede zijn ingezien omdat er relevante archiefstukken aanwezig zijn die betrekking hebben op Westenschouwen. Westenschouwen was tot 1816 een zelfstandige gemeente, in dat jaar ging het over naar de gemeente Burgh. 5004.1 Gemeente Burgh 1602-1943, 1602-1943 (1960) Inventarisnr.: Beschrijving: 537 Stukken betreffende de door het Duitse leger gevorderde roerende- en onroerende goederen en de schadeloosstelling hiervoor, 1940 – 1942. 500 Registers en lijsten van de huisnummering, (1880), 1890, 1904 en 1930. Oorlogsschade 1946-1956. Erfpacht en verkoop grond 1952-1954. Verpachtingen 1952-1957. Pacht588 en rentevergoeding van "de kure" 1953. Bijdrage verpleegkosten 1953-1957. Beleggingen 1954 5004.2 Gemeente Burgh 1944-1960, (1842) 1944-1960 (1966) 55 Oorlogsschade, 1946 - 1957 72 Gegevens en dergelijke met betrekking tot gemeente, 1944 - 1958 90 Oorlogsschade. Herbouw, 1947 - 1959 130 Straatnaamgeving, 1958 - 1960 131 Indeling grondgebied.

Gemeentelijke herindeling, 1949 - 1960 133 Brandbestrijding gemeenschappelijke regeling; reglementen en verordeningen; brandrapporten; jaarverslagen en personeelsgegevens, 1900 - 1960 5009.1 Gemeente Haamstede 1579-1941, 1579-1941 (1961) Inventarisnr.: Beschrijving: 684-688 Stukken betreffende de luchtbeschermingsdienst, 1936 - 1942 689-691 Registers van de rapporten van de luchtbeschermingsdienst, 1941 - 1942 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964) Inventarisnr.: Beschrijving: 29 (-1.782) Rapporten luchtbeschermingsdienst, 1942 - 1945. 31 (-1.712) Lijst van verwoeste of door de Duitse Wehrmacht afgebroken gebouwen, 1945 -. 32 (-1.776.1) Lijsten van graven van militairen en civiele oorlogsslachtoffers. Verstrekken van inlichtingen, 1941 - 1955. 34 (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 53 (-1.777.811.22) Wederopbouwplan, ca. 1946-1948. 61 (-1.753.7) Inlevering, vernietiging enz. van wapenen en munitie, ca. 1940-1949. 152 (-1.712) Openbare werken, puinruimen, 1951 - 1955. 186 (-1.778.532) Wederopbouw. Oorlogsschade, schadegevallen T t/m Z. Woningen en bedrijfsgebouwen, 1943 - 1957. 212 (-1.778.532) Wederopbouw. Oorlogsschade, schadegevallen A t/m F. Woningen en bedrijfsgebouwen, 1943 - 1958. 214 (-1.778.532) Wederopbouw. Oorlogsschade, schadegevallen L t/m P. Woningen en bedrijfsgebouwen, 1945 - 1958.

Historisch vooronderzoek

Pagina 42 van 55

218

(-1.778.532) Wederopbouw. Oorlogsschade, schadegevallen Pr t/m Straijer. Woningen en bedrijfsgebouwen, 1947 - 1958. (-2.07.351.53) Oorlogsschade gemeente-eigendommen. (CAR), 1942 - 1959. (-1.778.532) Wederopbouw. Oorlogsschade, schadegevallen G t/m K. Woningen en bedrijfsgebouwen, 1946 - 1959. (-1.784) Brandrapporten, 1942 - 1960. (-1.712.4) Slopen en opruimen bunkers, 1958 - 1962.

249 250 288 360

Tabel 14: Geraadpleegde archiefstukken uit het Gemeentearchief van Schouwen-Duiveland.

Zeeuws Archief Naast het gemeentearchief is het provinciale Zeeuws Archief te Middelburg geraadpleegd. In het bezochte archief zijn archiefstukken van het Militair Gezag (MG) geraadpleegd. 280 Militair Gezag in Zeeland Inventarisnr.: Beschrijving: 4283 Code I A A 13: Noord-Beveland, West Zeeuws-Vlaanderen, Oost Zeeuws-Vlaanderen, SchouwenDuiveland en Tholen, alfabetisch per onderdeel, 1945 4294.9 Code IV C: Rapporten, [1944-1945]. 1 omslag 4295.2 Code IV O: Diversen, [1944-1945]. 1 omslag 4300.1 Code IX D: Herstellen van oorlogsschade aan gebouwen en instellingen, [1944-1945]. Code IX F: Bom- en mijnenopruiming, [1944-1945]. 4300.3 4300.5 4906

Code IX G 2: Rapporten kapitein Kersten, [1944-1945]. Stukken betreffende mijnopruiming, 1944-1946.

280 Militair Gezag in Zeeland Archief van het Districts Militair Commissariaat voor Schouwen-Duiveland (DMC Zierikzee), 1 mei 1945 1 september 1945 Inventarisnr.: Beschrijving: 4385.4 Map 20, code 29: Mijnenopruiming, [1944-1945]. 1 omslag 4385-4385 Map 21-22 code 30: Diverse aangelegenheden, 1945 mei 18-dec. 18. 2 omslagen 4386-4386 Map 28, code 35: Met Chef Staf Militair Gezag (ingedeeld naar sectie), [1944-1945] Ingekomen en doorslagen van uitgaande stukken, met agenda, 1945. 1 pak 4929 Zeeuws Archief 280 Militair Gezag in Zeeland 3.1.4. Districts Militair Commissarissen voor Schouwen-Duiveland Inventarisnr.: Beschrijving: 3.1.4. Kapitein ir C.B. Roest, 1945 mei 1 - 1945 sep. 1 Tabel 15: Geraadpleegde archiefstukken uit het Zeeuws Archief.

Semi-statische archiefdiensten Ministerie van Defensie Het Semi-statische archiefdiensten Ministerie van Defensie te Den Haag is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Doosnr.: Doos 43 Doos 44 Doos 45 Doos 46 Doos 47 Doos 48

Beschrijving: Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 43 A t/m B Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 44 B t/m E Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 45 E t/m G Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 46 G t/m H Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 47 H t/m K Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 48 K t/m L

Pagina 43 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Doos 49 Doos 50 Doos 51 Doos 52 Doos 53 Doos 54 Doos 55

Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 49 M t/m N Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 50 N t/m O Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 51 P t/m S Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 52 S t/m U Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 54 W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z

Tabel 16: Ruimingsgegevens per gemeente.

Internationale archieven Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg Het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het BAMA naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied. RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab Inventarisnr.: Beschrijving: 205 Nr. 248 – nr. 258, 10 mei 1940 – 21 mei 1940 206 Nr. 259 – nr. 264, 22 mei 1940 – 26 mei 1940 207 Nr. 265 – nr. 270, 26 mei 1940 – 2 juni 1940 208 Nr. 271 – nr. 276, 3 juni 1940 – 8 juni 1940 209 Nr. 277 – nr. 282, 9 juni 1940 – 14 juni 1940 210 Nr. 283 – nr. 290, 15 juni 1940 – 22 juni 1940 211 Nr. 292 – nr. 298, 23 juni 1940 – 30 juni 1940 212 Nr. 305 – nr. 317, 6 juni 1940 – 19 juli 1940 213 Nr. 319 – nr. 330, 20 juli 1940 – 1 augustus 1940 214 Nr. 375 – nr. 382, 15 september 1940 – 22 september 1940 215 Nr. 383 – nr. 391, 23 september 1940 – 1 oktober 1940 216 Nr. 393 – nr. 403, 3 oktober 1940 – 13 oktober 1940 217 Nr. 404 – nr. 414, 14 oktober 1940 – 24 oktober 1940 218 Nr. 415 – nr. 425, 25 oktober 1940 – 4 november 1940 219 Nr. 426 – nr.

434, 5 november 1940 – 13 november 1940 220 Nr. 435 – nr. 440, 14 november 1940 – 19 november 1940 221 Nr. 441 – nr. 447, 20 november 1940 – 26 november 1940 222 Nr. 448 – nr. 454, 27 november 1940 – 3 december 1940 223 Nr. 455 – nr. 463, 4 december 1940 – 12 december 1940 224 Nr. 464 – nr. 471, 13 december 1940 – 21 december 1940 225 Nr. 472 – nr. 479, 22 december 1940 – 31 december 1940 226 Nr. 480 – nr. 488, 1 januari 1941 – 9 januari 1941 227 Nr. 489 – nr. 497, 10 januari 1941 – 18 januari 1941 228 Nr. 498 – nr. 510, 19 januari 1941 – 31 januari 1941 229 Nr. 511 – nr. 519, 1 februari 1941 – 9 februari 1941 230 Nr. 520 – nr. 528, 10 februari 1941 – 18 februari 1941 231 Nr. 529 – nr. 538, 19 februari 1941 – 28 februari 1941 232 Nr. 539 – nr. 546, 1 maart 1941 – 8 maart 1941 233 Nr. 547 – nr. 554, 9 maart 1941 – 16 maart 1941 234 Nr. 555 – nr. 559, 17 maart 1941 – 21 maart 1941 235 Nr. 560 – nr. 562, 22 maart 1941 – 24 maart 1941 236 Nr. 563 – nr. 569, 25 maart 1941 – 31 maart 1941 237 Nr. 570 – nr. 575, 1 april 1941 – 6 april 1941 238 Nr. 577 – nr. 583, 8 april 1941 – 14 april 1941 239 Nr. 584 – nr. 591, 15 april 1941 – 22 april 1941

Historisch vooronderzoek

Pagina 44 van 55

240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 251 252 253 254 255 256 257 258 259 260 261 262 263 264 265 266 267 268 269

Nr. 592 – nr. 599, 23 april 1941 – 30 april 1941 Nr. 600 – nr. 605, 1 mei 1941 – 6 mei 1941 Nr. 606 – nr. 613, 7 mei 1941 – 14 mei 1941 Nr. 614 – nr. 625, 15 mei 1941 – 26 mei 1941 Nr. 626 – nr. 637, 27 mei 1941 – 7 juni 1941 Nr. 638 – nr. 645, 8 juni 1941 – 15 juni 1941 Nr. 646 – nr. 655, 16 juni 1941 – 25 juni 1941 Nr. 656 – nr. 660, 26 juni 1941 – 30 juni 1941 Nr. 661 – nr. 666, 1 juli 1941 – 6 juli 1941 Nr. 667 – nr. 672, 7 juli 1941 – 12 juli 1941 Nr. 673 – nr. 678, 13 juli 1941 – 18 juli 1941 Nr. 679 – nr. 684, 19 juli 1941 – 24 juli 1941 Nr. 685 – nr. 691, 25 juli 1941 – 31 juli 1941 Nr. 692 – nr. 700, 1 augustus 1941 – 9 augustus 1941 Nr. 701 – nr. 707, 10 augustus 1941 – 16 augustus 1941 Nr. 708 – nr. 713, 17 augustus 1941 – 22 augustus 1941 Nr. 714 – nr. 719, 23 augustus 1941 – 28 augustus 1941 Nr. 720 – nr. 725, 29 augustus 1941 – 3 september 1941 Nr. 726 – nr. 730, 4 september 1941 – 8 september 1941 Nr. 731 – nr. 736, 9 september 1941 – 14 september 1941 Nr. 737 – nr. 742, 15 september 1941 – 20 september 1941 Nr. 743 – nr. 748, 21 september 1941 – 26 september 1941 Nr. 749 – nr. 754, 27 september 1941 – 2 oktober 1941 Nr. 755 – nr. 760, 3 oktober 1941 – 9 oktober 1941 Nr. 761 – nr. 765, 10 oktober 1941 – 14 oktober 1941 Nr. 766 – nr. 769, 15 oktober 1941 – 18 oktober 1941 Nr. 770 – nr. 774, 19 oktober 1941 – 23 oktober 1941 Nr. 775 – nr.

778, 24 oktober 1941 – 28 oktober 1941 Nr. 779 – nr. 785, 28 oktober 1941 – 3 november 1941 Nr. 786 – nr. 791, 4 november 1941 – 9 november 1941

RM7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine Inventarisnr.: Beschrijving: 344 1-14 augustus 1940 345 15-23 augustus 1940 346 24-31 augustus 1940 347 1-8 september 1940 348 9-21 september 1940 349 22-30 september 1940 350 1-10 oktober 1940 351 11-20 oktober 1940 352 21-31 oktober 1940 353 1-10 november 1940 Tabel 17: Geraadpleegde Lageberichte uit het Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg.

The National Archives te Londen The National Archives te Londen is door Bodac voor dit vooronderzoek niet fysiek bezocht. Bodac heeft gebruik gemaakt van haar persoonlijke database met eerder gemaakte foto’s om de documenten te controleren op relevante indicaties. Voor het indicatieonderzoek heeft een controle plaatsgevonden op de site van het BAMA naar mogelijk significante documenten. Er zijn geen aanvullende relevante archiefstukken op de site gevonden voor het onderzoeksgebied.

Pagina 45 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Inventarisnr.: Beschrijving: 714 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: July-August 1944 715 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.-Oct.1944 716 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.-Dec. 1944 717 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.-Feb. 1945 718 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: March-May 1945 Tabel 18: Dagelijkse berichtgeving van de Second Tactical Air Force.

The National Archives and Records Administration te Washington De National Archives and Records Administration te Washington is door Bodac voor dit Vooronderzoek niet fysiek bezocht. Voor dit indicatieonderzoek is geen gebruik gemaakt van archieven van het NARA aangezien er geen relevante Amerikaanse lucht- of landtroepen betrokken zijn geweest bij oorlogshandelingen binnen of rondom het onderzoeksgebied. Library and Archives Canada te Ottowa De Library and Archives te Ottowa is door Bodac voor dit Vooronderzoek niet fysiek bezocht. Voor dit indicatieonderzoek is geen gebruik gemaakt van archieven van het LAC aangezien er geen relevante Canadese luchtof landtroepen betrokken zijn geweest bij oorlogshandelingen binnen of rondom het onderzoeksgebied.

Historisch vooronderzoek

Pagina 46 van 55

Bijlage 6. Uitgangspunten horizontale afbakening

Pagina 47 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Historisch vooronderzoek

Pagina 48 van 55

Bijlage 7. Hoofdgroepen van Conventionele Explosieven In totaal worden er zestien hoofdgroepen CE onderscheiden. Hieronder zijn de meest voorkomende soorten benoemd welke regelmatig voorkomen tijdens een historisch vooronderzoek.

Klein kaliber munitie (KKM) Klein Kaliber munitie is een verzamelnaam voor alle munitie van handvuurwapens zoals revolvers, pistolen, geweren, hulzen en slaghoedjes. Het kaliber moet kleiner zijn dan twintig millimeter.

Klein Kaliber Munitie (KKM), kaliber .303

Een Luger P08 met een kaliber van 9 millimeter

Geschutmunitie Munitie voor zogenoemde vuurmonden, ook wel schietbuis, met een kaliber van twintig millimeter of groter. Geschutmunitie is een verzamelnaam voor brisantgranaten, mortiergranaten, terugstootloze vuurmonden en kanonnen of houwitsers.

Duitse brisantgranaat van 10,5 cm

Geallieerde mortiergranaat van 3 inch

Pagina 49 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Handgranaten Een lichaam al of niet voorzien van springstof en voorzien van een ontsteker bedoeld om met de hand te werpen. Een handgranaat bestaat bijvoorbeeld uit een lichaam, meestal vuistgrootte, vaak voorzien van een beugel en veiligheidspin, dat al of niet is gevuld met een spring-, chemische-, pyrotechnische- of kruitlading. Een handgranaat is voorzien van een ontsteker met het doel te detoneren, brand te stichten of een rookgordijn te leggen. De uitkomst is afhankelijk van de soort handgranaat en haar vulling.

Britse Mills No. 36 handgranaat

Amerikaanse MKII handgranaat

Duitse Stielhandgranate 24

Geweergranaten Dit zijn granaten welke bedoeld zijn om met behulp van een geweer te verschieten. Vaak zijn deze geweergranaten betrekkelijk klein en voorzien van een staartstuk. De opbouw en gevechtslading van zo een geweergranaat is in het algemeen te vergelijken met de opbouw van die van handgranaten, echter is het bereik groter.

Duitse geweergranaten

Het verschieten van een geweergranaat

Historisch vooronderzoek

Pagina 50 van 55

Munitie voor granaatwerpers Dit soort Conventioneel Explosief wordt middels een speciaal wapensysteem verschoten, gelanceerd of weggeslingerd. In tegenstelling tot geweergranaten, heeft dit soort munitie het bovengenoemde wapensysteem nodig om verschoten of gelanceerd te worden. Daarnaast is de desbetreffende munitie groter dan voorgaande hoofdsoorten.

Britse PIAT

Duitse Panzerfaust

Raketten (munitie voor raketwerpers) Deze munitieartikelen worden na afvuring tijdens de vlucht voortgestuwd door een raketmotor. Raketten zijn te herkennen aan een gelijknamige motor met daarin een venturi (uitstroomopening). Na de lancering was dit soort munitie niet langer bestuurbaar.

Amerikaanse bazooka

Duitse Panzerschreck

Afwerpmunitie Dit soort munitieartikelen zijn bedoelt om van een vliegtuig te worden losgelaten, uitgestoten of geworpen. Afwerpmunitie komen voor in allerlei vormen maten. De meeste bommen hebben een cilindrisch of sigaarvormig lichaam, waarbij brisantbommen een springstoflading bevatten en fosforbommen juist een chemische of pyrotechnische lading bevatten. Daarnaast kon de afgeworpen munitie op verschillende momenten tot uitwerking komen, namelijk in de lucht, bij inslag (direct of na vooringestelde tijd) of na het indringen van de (water)bodem. Met behulp van een verscheidenheid aan ontstekingsmechanismen kon een beoogde uitwerking verkregen worden. De meest voorkomende zijn de direct werkende of de (lange) vertraging ontstekers.

Pagina 51 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

Opslag 500lbs bommen

In de grond aangetroffen 500lbs bom in Cadzand

Onderwatermunitie Conventionele Explosieven bedoeld om onder water te gebruiken. Hieronder vallen onder andere drijvende mijnen, grondmijnen, toerpedo’s, dieptebommen en invloedsmijnen.

Een Duitse U-Boot Abwehrmine

Mijnen(velden) Een mijn is een hoeveelheid springstof, al dan niet in een omhulsel, voorzien van een ontsteker, in of op een terrein of gebied aangebracht om te hinderen, schade toe te brengen of buiten gevecht te stellen en dat door het te treffen doel wordt geactiveerd. Er zijn vaak twee soort landmijnen te onderscheiden, een antipersoneel (AP) mijn en een antitank (AT) mijn. AP mijnen konden zo groot zijn als een schoenpoetsdoosje, terwijl AT mijnen zo groot konden zijn als een wiel. Mijnen uit de Tweede Wereldoorlog waren vaak voorzien van een drukontsteker.

Duitse anti-tank mijnen: Tellermine 42

Historisch vooronderzoek

Duitse anti-tank mijn: Riegelmine 43

Pagina 52 van 55

Pagina 53 van 55

Hogeweg te Burgh-Haamstede

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10042548/1