20210420 voorontwerp bpl Duinrand Oost Bijlagen toelichting Bijlage 2 Explosieven onderzoek
Tekst van het document
Historisch vooronderzoek Hogeweg te Burgh-Haamstede
Pagina I van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Projectinformatie: Opdrachtgever:
Fiorinvest B.V.
Projectlocatie:
Hogeweg te Burgh Haamstede
Projectnummer:
H0020
Documentcode:
200827_H0020_VOB_01
Versie:
Versie 1
Datum:
27-08-2020 Naam:
Steller:
Dhr. R. (Ruben) Krutzen MA Mevr. A.E.F. (Anne) Backelandt MA
Geaccordeerd door:
Dhr. R. (Roy) Maas
Paraaf:
Distributielijst: Fiorinvest B.V. Bodac B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
Historisch vooronderzoek
Pagina II van 55
Voorwoord In de huidige bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid Conventionele Explosieven (CE) uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. Minder dan een ton kilo aan explosieven, welke niet tot ontploffing zijn gekomen of gebracht, liggen mogelijk nog in de grond. De aanwezigheid van dit achtergebleven oorlogstuig kan (grote) uitwerkingsgevolgen teweegbrengen, zoals luchtdruk en scherfwerking, welke een gevaar vormen voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten. Ons team van gespecialiseerde en gepassioneerde medewerkers kan voor u onderzoeken of een projectgebied verdacht is op CE en zo ja, welke munitieartikelen nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Een secure afweging in horizontale en verticale afbakening zal gemaakt worden om het uiteindelijke verdachte onderzoeksgebied te definiëren. De vervolgstappen binnen het opsporingsproces faciliteren wij eveneens voor u. Het detecteren, benaderen en veiligstellen van gevaarlijke explosieve munitie wordt uitgevoerd door onze gedisciplineerde werknemers. Het voornaamste doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een CE alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen de meest geschikte maatregelen voor uw toekomstige werkzaamheden om deze risico’s in te perken.
Onze bekwaamheid om te innoveren binnen de ontwikkeling van het opsporingsproces brengt ons dagelijks op een hoger niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Dagelijks passen wij onze grensverleggende methodiek toe met een team van 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken. Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België en Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren. Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk…
BODAC
Pagina III van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Inhoudsopgave 1 2 2.1 2.2 2.3 2.4
3
Samenvatting
5
Inleiding
6
Vooronderzoek in het WSCS-OCE Doelstelling Onderzoeksmethode Kwalificatie van het onderzoeksteam
6 6 7 7
Projectscope 3.1
4
8
Onderzoeksgebied
8
Indicatieonderzoek
10
4.1 Eerder uitgevoerd onderzoek 4.2 Stafkaart Kadaster 4.3 Literatuur 4.4 Nationale Archieven 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) 4.5 Internationale archieven 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg 4.5.2 The National Archives te Londen 4.6 Analyse luchtfoto’s 4.6.1 Methodiek 4.6.2 Selectie beeldmateriaal 4.7 Overzichtstabel met indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfoto analyse
5 5.1
6
10 10 12 13 13 13 14 14 14 15 17 17 17 19 19 19 21
Conclusie
28
Advies
28
Leemten in kennis
29
Bijlage 1.
Inventarisatiekaart en CE-bodembelastingkaart
30
Bijlage 2.
Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven
33
Bijlage 3.
Protocol Toevalstreffer CE
34
Bijlage 4.
Toelichting verplichte en aanvullende bronnen
35
Bijlage 5.
Overzicht geraadpleegde archiefstukken
40
Bijlage 6.
Uitgangspunten horizontale afbakening
47
Bijlage 7.
Hoofdgroepen van Conventionele Explosieven
49
Historisch vooronderzoek
Pagina IV van 55
1 Samenvatting In opdracht van Fiorinvest B.V. heeft Bodac een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Conventionele Explosieven (CE) uitgevoerd ter plaatse van de Hogeweg nabij Duinrand Recreatie te Burgh-Haamstede met kenmerk H0020.1 Is het projectgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor een verhoogd risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van CE rondom het onderzoekgebied, waaronder kraters van geschutmunitie en bomkraters die zich binnen de buffer bevinden. Er hebben vanaf januari 1945 verschillende geallieerde artilleriebeschietingen in de buurt van Westenschouwen plaatsgevonden. Het is niet duidelijk welke geallieerde troepen vuurden, waar de artilleriegranaten precies vandaan kwamen en waar ze overal precies terechtkwamen, maar waarschijnlijk werden vooral Duitse bunkers en geschut aan de kust ten zuiden van het onderzoeksgebied beschoten. Duits antiluchtdoelgeschut met een kaliber van 2 cm dat nabij de bunkers opgesteld stond schoot in 1945 op geallieerde vliegtuigen. Omdat er geen feitelijke indicaties zijn gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied sprake is van munitie of grondgevechten, is het gebied gekwalificeerd als onverdacht.
Zie hiervoor de CE-Bodembelastingkaart in Bijlage 1.
1
Beschreven in de offerte 181122_C18388_OB_01, met de titel explosievenonderzoek Hogeweg te Burgh-Haamstede.
Pagina 5 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
2 Inleiding In de Tweede Wereldoorlog alleen al is er naar schatting twaalf duizend ton aan explosieven door vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien procent van deze afgeworpen explosieven om diverse redenen niet zijn gesprongen. Tevens zijn grote hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel niet of slechts gedeeltelijk is afgegaan. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ en ongesprongen explosieven in de bodem voor. Bodac BV maakt gebruik van academisch geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de Conventionele Explosieven te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.
2.1
Vooronderzoek in het WSCS-OCE
Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van CE tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst in (uit)werking komen van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van CE resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden. Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem).2 Tijdens het ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase), waaronder mogelijke CE in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van CE, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde uiteindelijk in de certificatieplicht in het Arbobesluit.
Het vooronderzoek naar mogelijk aanwezige CE dient dus conform de vigerende wet- en regelgeving te worden uitgevoerd volgens de eisen uit Paragraaf 6.5 en Bijlage 3 van het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) zoals opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden.3 Op dit moment is echter een wijziging van de huidige wet- en regelgeving in procedure. Stichting Veilig Omgaan met Explosieven Stoffen (VOMES) vermeld een vervanging van het WSCSOCE in het Certificatie Schema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO).4 Daarmede zal niet alleen de benaming van Conventionele Explosieven veranderen in Ontplofbare Oorlogsresten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft eveneens het besluit genomen om de eisen van het vooronderzoek te schrappen in de toekomstige wet- en regelgeving. Het Centraal College van Deskundige OCE (CCvD-OCE) heeft uitgesproken het onverminderd van belang te vinden dat er een certificatienorm beschikbaar blijft met daarin de eisen voor het Vooronderzoek CE en de Risicoanalyse CE. Een vrijwillig (concept) certificatieschema is opgesteld, te noemen Procescertificaat Vooronderzoek CE en Risicoanalyse.5 Bodac zal aan de hand van de gestelde eisen uit voorgenoemd schema, naast de benodigde punten in het WSCS-OCE, de huidige bureaustudie opstellen.
2.2
Doelstelling
Het vooronderzoek CE heeft als doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aanwezig zijn van CE, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. De bureaustudie bestaat dan ook uit het inventariseren als beoordelen/analyseren van bronnenmateriaal. De gevonden geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties zullen beoordeeld worden op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd vastgesteld worden of er mogelijk sprake is van een CE verdacht gebied, zo ja dan zal de
2
Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) is een verplicht procescertificaat voor het opsporen van CE. Het toepassingsgebied van het Schema is verdeeld in twee deelgebieden: A (Opsporing inclusief vooronderzoek) en B (Civieltechnisch ondersteuning). 4 ‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, <https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-opsporen-ontplofbare-oorlogsresten/> [geraadpleegd op 14 april 2020]. De voormalige Stichting Certificering Vuurwerk & Explosieven (SCVE) heeft zijn naam gewijzigd in Stichting VOMES. 5 Centraal College van Deskundige OCE, ‘Certificatieschema voor het Procescertificaat Vooronderzoek CE en Risicoanalyse’ ontwerpversie oktober 2017. 3
Historisch vooronderzoek
Pagina 6 van 55
(sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke CE beschreven worden.6 Vervolgens formuleert deze bureaustudie de horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Het eindresultaat zal een rapportage en een bijbehorende CE-Bodembelastingkaart zijn (Bijlage 1).7
2.3
Onderzoeksmethode
Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het WSCS-OCE, alsook de conceptversie Procescertificaat Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE. Uit laatstgenoemde document zullen aanvullende gegevens onttrokken worden. Voor het realiseren van een conclusie is het bronnenmateriaal essentieel. De organisatie verzameld indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot luchtfoto’s wordt in Paragraaf 4.3 uitgelegd. Inzake het bronnenmateriaal zullen verscheidene uitgangspunten geëvalueerd worden. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het WSCS-OCE en het Procescertificaat, staan in Bijlage 4 van deze rapportage. Naar aanleiding van Bijlage 3 van het WSCS-OCE en Bijlage 2 van het Procescertificaat zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke aanwezigheid van CE, echter hier mag gemotiveerd vanaf geweken worden. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit bovengenoemd bronnenmateriaal dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied.
Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, dienen de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen. Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden.8 Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van de desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden informatie overeenkomt met dezelfde CE-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van indicaties en contra-indicaties zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van CE. Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op CE wordt geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer de organisatie een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie VERDACHT gekoppeld.
Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm, ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke CE is noodzakelijk. Daarnaast hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een op CE verdachte locatie. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro verwerkt, waarbij Bodac gebruik maakt van de Rijksdriehoeksmeting (RD) als coördinatensysteem. De rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te houden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik gemaakt worden van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven.9 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het contra-indicatieonderzoek. De uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.
2.4
Kwalificatie van het onderzoeksteam
Het vooronderzoek en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historisch onderzoeker de heer R. (Ruben) Krutzen (MA) en historica mevrouw A. (Anne) Backelandt (MA).10 In samenspraak met en onder verantwoording van de heer R. (Roy) Maas, projectleider Bodac B.V.
6
De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van CE. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden. 7 WSCS-OCE, Artikel 6.5 Proceseisen vooronderzoek <https://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2020-01-17#BijlageXII> [geraadpleegd op 14 april 2020]. 8 WSCS-OCE, 6.5.2. Beoordelen en evalueren van bronnenmateriaal <https://wetten.overheid.nl/BWBR0008587/2020-01-17#BijlageXII> [geraadpleegd op 15 april 2020] en Centraal College van Deskundige OCE, ‘Certificatieschema voor het Procescertificaat Vooronderzoek CE en Risicoanalyse’ ontwerpversie oktober 2017, pagina 20 en 21. 9 Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015. 10 Mevrouw A.E.F. Backelandt (MA) bezit de expertise Luchtfoto-interpretatie.
Pagina 7 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
3 Projectscope Ter plaatse van Duinrand Recreatie (Duinrand West en Oost) nabij de Hogeweg 96A te Burgh-Haamstede zijn grondroerende werkzaamheden gepland, namelijk de volledige herstructurering van een campingterrein waarbij onder andere een ´duinbeek´ wordt gegraven (de ontgravingen gaan tot maximaal 1 meter beneden het huidige maaiveld). Het terrein wordt tevens opgehoogd waardoor duinruggen ontstaan.11 Om een inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft Fiorinvest B.V. aan Bodac opdracht verleend tot het uitvoeren van een Historisch Vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van CE. Deze rapportage is door Bodac uitgevoerd conform het huidig vigerende WSCS-OCE en eisen van het toekomstige Procescertificaat. Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Bodac opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H0020’ betiteld als ‘Hogeweg te Burgh Haamstede’ krijgen.12
3.1
Onderzoeksgebied
Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van CE in het onderzoeksgebied is door Bodac een buffer geformuleerd met een straal van 250 meter. Binnen deze straal worden alle voor het indicatieonderzoek relevante gebeurtenissen meegenomen in deze rapportage. Het onderzoeksgebied in de omgeving van Westenschouwen (voormalige gemeente Burgh) valt onder de gemeente Schouwen-Duiveland in de provincie Zeeland. Het onderzoeksgebied is gelegen op het terrein van camping Duinrand. Camping Duinrand is in 1963 opgericht waarbij het terrein oorspronkelijk dienstdeed als een fruitteeltbedrijf. Door de verdroging van de boomgaarden moest men begin jaren zestig noodgedwongen overschakelen op de recreatie. Halverwege de jaren zeventig schakelde de camping over op vaste jaarplaatsen waar mensen alleen nog met een stacaravan of in een huisje op Duinrand konden verblijven. Eind jaren tachtig werd begonnen met kwaliteitsverbetering waarbij o.a. drie kleine plaatsen werden opgedeeld tot twee grote en het bedrijf met tweeëndertig vaste jaarplaatsen werd uitgebreid.
In de jaren negentig tot en met de winter van 2015/2016 werden er veel verbeteringen aangebracht waaronder de vernieuwing van technische installaties, de constructie van een kantoor- en winkelgebouw, de uitbereiding van 205 plaatsen, de overschakeling van een seizoenbedrijf naar een recreatiepark, de aanleg van een nieuwe bedrijfsloods, een vaste gasaansluiting, elektra en kabelaansluitingen, aansluiting op internet en de aansluiting van alle recreatieobjecten op het vaste gasnetwerk.13 Op het campingterrein worden recreatiewoningen en een waterpartij gerealiseerd. Voor deze rapportage is de gemeente Schouwen-Duiveland relevant. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht.
11
E-mail correspondentie senior projectleider Risto Louwens, 03-07-2020. Beschreven in de offerte 181122_C18388_OB_01, met de titel explosievenonderzoek Hogeweg te Burgh-Haamstede. 13 Duinrand Recreatie, Chaletpark, Geschiedenis. <https://www.duinrandrecreatie.nl/nl/chaletpark/geschiedenis => [Geraadpleegd op: 26-08-2020]. 12
Historisch vooronderzoek
Pagina 8 van 55
Figuur 1: Het onderzoeksgebied en de buffer geprojecteerd op de huidige topografie van Burgh-Haamstede.
Pagina 9 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
4 Indicatieonderzoek Het indicatieonderzoek zal op basis van bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens bronnen geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden betreffende eerder uitgevoerde vooronderzoeken.
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
Conform het WSCS-OCE en het Procescertificaat dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van CE, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke wijze deze informatie is betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is o.a. navraag gedaan bij de gemeente Schouwen-Duiveland en Rijkswaterstaat. Er zijn geen rapportages die betrekking hebben op het onderzoeksgebied. Tevens is de VEO bommenkaart nagekeken op relevante rapportages.
4.2
Stafkaart Kadaster
Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie.14 Daarmee kunnen verdwenen toponiemen uit het huidige straatbeeld toch achterhaald worden en gebruikt worden in het bronnenonderzoek. Op het kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals: ✓ Westenschouwen; ✓ Burgh en Westland. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Burgh. Het archief van Burgh is gelegen in het gemeentearchief van Schouwen-Duiveland. Derhalve dient het gemeentearchief van Schouwen-Duiveland geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van Zeeland (Zeeuws Archief te Middelburg).
14
Kadaster, Stafkaart (Zierikzee), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 7 S.E.; en Kadaster Stafkaart (Brouwershaven), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 7 N.E.
Historisch vooronderzoek
Pagina 10 van 55
Figuur 2: Het onderzoeksgebied en de buffer geprojecteerd op een topografische kaart uit 1944.
Pagina 11 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
4.3
Literatuur
Voor het onderzoeksgebied zijn de onderstaande relevante literatuurbronnen geraadpleegd, zowel standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen. In deze literatuur kunnen indicaties gevonden worden welke herleidbaar zijn naar het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in paragraaf 4.7 zal de relevantie en herleidbaarheid verder onderzocht worden. Auteur:
Titel:
Plaats en datum:
Amersfoort, H. en P. Kamphuis Bijlsma, L.
Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied
Den Haag, 2005
Brochure de Bevrijding van Schouwen-Duiveland
Blankenstein, E. van Boiten, T.E.W.
Defensie-en oorlogsschade in kaart gebracht 1939-1945 The Nachtjagd War Diaries: an operational history of the German night fighter force in the West, volumes 1 and 2 Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 –voorjaar ’46 Zeeland 1940-1945, deel 1 Inventarisatie uit diverse bronnen van in de meidagen van 1940 tijdens of door de strijd in Nederland neergeschoten, vernielde of door vuur beschadigde Duitse vliegtuigen, weergegeven per provincie of gebied Mighty Eighth War Diary
Schouwen-Duiveland, 2020 Zeist, 2006 Walton on Thames, 2008
Bollen, H. en P. Vroemen Bree, L.W. de Brongers, E.H.
Crouchman, A. en V. Maslen De Meester, W. en Stoutjesdijk, K. De Meester, W. en Stoutjesdijk, K. Eversteijn, T.
Arnhem, 1994 Middelburg, 1979 Z.p., 2008
Londen 1981
De Luchtoorlog boven Zeeland – Schouwen-Duiveland deel 2a 1939- september 1942 De Luchtoorlog boven Zeeland – Schouwen-Duiveland deel 2b oktober 1942-1945 Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen Vwapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 Verzet! Schouwen Duiveland in de frontlinie Vliegvelden in oorlogstijd. Nederlandse vliegvelden tijdens bezetting en bevrijding 1940-1945 Zeeland 1940-1945, deel 2 De Atlantikwall op Schouwen-Duiveland. Planning en realisatie 1940-1945
Middelharnis, 2018
Jong, L. de
Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945
Den Haag, 1969-1991
Kamerling, C.D. en F.M.J. Stuvel Klep, C. en B. Schoenmaker Korthals-Altes, A. Molenaar, F.J. Nierstrasz, V.E.
De strijd in Zeeland
Den Haag, 1954
De bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 De luchtverdediging in de meidagen 1940, 2 delen Geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" De RAF tijdens de slag om de Schelde. September-november 1944 Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen gedurende opbouw en strijd 1942-1944 Bulletin Air War 1939-1945
’s-Gravenhage, 1995
Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Den Haag, 2008
Fey, G.M. Grimm, P., E. van Loo en R. de Winter Ham, G. van der Heijkoop, P.C. en J. Rijpsma
Prince, C. Sakkers, H. en H. Houterman Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO) Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 (SGLO)
Historisch vooronderzoek
Middelharnis, 2018 Z.p. 2011
Zierikzee, 1983 Amsterdam, 2009 Zwolle, 1990 Middelburg, 2010
Amsterdam, 1984 Den Haag, 1970 Den Haag, 1959 Krabbendijke, 2011 Rijswijk, 2000 Deventer, 2003-2016
Pagina 12 van 55
Auteur:
Titel:
Plaats en datum:
Zwanenburg, G.J. Visser, T. en A. Visser
En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog Zeeland in de oorlog 1940-1945
Den Haag, 1990 Middelburg, 1985
Tabel 1: Overzicht met geraadpleegde websites.
Website: www.bunkersite.com www.delpher.nl www.dotkadata.nl
www.duinrandrecreatie.nl/nl/chaletpark/geschiedenis www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/ www.library.wur.nl www.nationalarchives.gov.uk www.ncap.org.uk www.oorlogsbronnen.nl www.oorlogzeeland.nl/index.php/zeeland-noord/schouwen-duiveland www.royalartilleryunitsnetherlands1944-1945.com www.studiegroepluchtoorlog.nl/verliesregister www.topotijdreis.nl www.vergeltungswaffen.nl www.waroverholland.nl/index.php?page=schouwen-duivenland www.zeeuwsbodemvenster.nl www.47commando.org.uk Tabel 2: Overzicht met geraadpleegde websites.
4.4
Nationale Archieven
Ten behoeve van het indicatieonderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde CE en oorlogsschaderapporten. Waar aanwezig zijn deze relevante indicaties in het bronnenonderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 5. 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief In het gemeentearchief te Zierikzee zijn archiefstukken geraadpleegd, te weten stukken uit 5004.1 Gemeente Burgh 1602-1943, 1602-1943 (1960), 5004.2 Gemeente Burgh 1944-1960, (1842) 1944-1960 (1966), 5009.1 Gemeente Haamstede 1579-1941, 1579-1941 (1961) en 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964). In het Zeeuws Archief te Middelburg zijn provinciale documenten geraadpleegd, waaronder stukken uit 280 Militair Gezag in Zeeland Archief van het Districts Militair Commissariaat voor SchouwenDuiveland (DMC Zierikzee), 1 mei 1945 - 1 september 1945. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijkse bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat dus opvullen.
Het orgaan hield zich bezig met het herstel van het land en handhaving van de veiligheid. Onderwerpen als luchtbeschermingsdienst, herstellen van oorlogsschade en explosievenopruiming vielen hier ook onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het indicatieonderzoek. 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder
Pagina 13 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
controle van de bezetter. Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst. Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst onderzocht, te weten
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 19451974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan ook in de civiele sector. Het Korps Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd zij eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten.15 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EOD). Met het raadplegen van dit archief tracht Bodac inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen 1946 en 1971. Detailinformatie uit de periode waarin het Korps Hulpverleningsdienst actief was is vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze informatie tegenwoordig nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd. Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het Militair Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien. Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie. Daarnaast is 2.13.210 Inventaris
van het archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie-Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814-) 1867-1942 ingezien.
Tot slot is 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd, waaronder het opbouwen van het ministerie van Defensie (later Oorlog). Het hield zich bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. Voor het onderzoek is de collectie 409 Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 niet geraadpleegd aangezien er geen indicaties zijn dat er grondgevechten plaatsvonden in het onderzoeksgebied in mei 1940. 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidenstudies te Amsterdam zijn meerdere archieven onderzocht, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer NordWest).
Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehoren apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-organisatie in Nederland. Het archief betreft dus documentatie van deze organisatie. Vervolgens is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbeschermng zelf, bevinden zich hieronder namelijk ook rapporten, correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten. In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige indicatieonderzoek is gezocht op vermeldingen van de voormalige gemeente Burgh.
15
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.
Historisch vooronderzoek
Pagina 14 van 55
4.4.6
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD)
Ten behoeve van het indicatie- en contra-indicatieonderzoek is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen CE van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen. Pas vanaf deze periode zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde CE bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EOD of het SIB. Over de periode 2010-2020 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EOD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van Westenschouwen, Burgh, Burgh-Haamstede, Haamstede en Schouwen-Duiveland. Bodac heeft een overzicht van de EOD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom het onderzoeksgebied. Hierbij maakt Bodac gebruik van een buffer van 250 meter, welke overigens voor elke gevonden indicatie gebruikt wordt om de relevantie te bepalen.
Deze meldingen ondersteunen het indicatieonderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of in de buurt van het te onderzoeken gebied hebben plaats gevonden. Zowel in de database als op de ruimrapporten zelf zijn de locatieomschrijvingen meestal vrij summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden ingetekend op de inventarisatiekaart in bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Bodac onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straatnaamniveau. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief dient te worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet is te achterhalen uit de stukken. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de aangetroffen/geruimde CE in het onderzoeksgebied en de buffer in de periode 1971-heden die zijn aangetroffen in het archief van de EOD. UO nr.:
Datum:
Object:
Locatie:
19730083
17-1-1973
1 x Granaat 10 cm, 1 x Granaat 7,6 cm
19730142
25-1-1973
1 x 7,6 cm granaat, adriaan van de Weideweg
19800582
27-6-1980
1 x art. gr. HE 105 mm
19810087
16-1-1981
1x Brisantgranaat 10 cm verschoten
19840971
5-4-1984
1 ongevaarlijk voorwerp (kabel)
19981966
01-10-1998
1 x ongevaarlijk voorwerp
19890394
15-02-1989
1 x Handgranaat, 48 x ontstekers, 2 x 40 mm pantserspring, 1 x 30 mm Granaat
19981738
28-8-1998
1 x 3,7 inch Bg
19991403
3-8-1999
1 x Bgr 10,5 cm
Adr.v.d. Weideweg, Burgh-Haamstede, gevonden bij bestratingswerkzaamheden Ard.v.d. Weideweg te Haamstede, Burgh-Haamstede Adriaan v/d Weidenweg, BurghHaamstede Westenschouwe duinrand, BurghHaamstede Hogeweg 80, in tuin nabij woning, Burgh Haamstede Westerschouwen, stormvloedkering, Schouwen-Duiveland Manege Lisiduna Hogeweg 57, Burgh Haamstede Adriaan v.d. Vijdeweg, Burgh-Haamstede Kraaiensteinweg, Strand, paal 14-
Pagina 15 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
20140779
11-4-2014
Brisantgranaat; 4 cm met restant ontsteker (niet verschoten)
4054 Burgh-Haamstede Adriaan vd Weijde weg, Burgh-Haamstede
Tabel 3: Overzicht van munitieruimingen.
Alleen UO-nummer 19840971 (ongevaarlijk voorwerp, kabel) aan de Hogeweg 80 en OU-nummer 19730083 (1 x Granaat 10 cm, 1 x Granaat 7,6 cm) liggen binnen de buffer. Het ontbreekt aan munitievondsten die binnen het onderzoeksgebied werden gevonden. Veel munitieruimingen aan de Adriaan van de Weijdeweg zijn niet specifiek: het ontbreekt aan een huisnummer of locatieverwijzing. Daarom kunnen ze niet herleid worden tot een locatie. De Kraaiensteinweg loopt door de buffer, maar de specifieke locatie is niet bekend. Naast het overzicht van de UO’s heeft Bodac eveneens het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakte beide strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het soort (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en aantal mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor verdediging en vertraging van de opmars van troepen. In de jaren direct na 1945 zijde Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle gelegde mijnen konden worden teruggevonden. Sindsdien zijn op of nabij de locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen aangetroffen, doordat de ‘’geruimde’’ mijnen destijds niet waren afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt.
De EOD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Bodac heeft navraag gedaan of er voor het onderzoeksgebied mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Uit de door de EOD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen mijnenvelden in het onderzoeksgebied waren geregistreerd.
Historisch vooronderzoek
Pagina 16 van 55
4.5
Internationale archieven
Bodac beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform WSCS-OCE en Procescertificaat, voor dit indicatieonderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau en The National Archives (TNA) te Londen. 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg Ten behoeve van het indicatieonderzoek heeft Bodac onderzoek gedaan in het Militärarchiv, welke ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS, Krijgsmarine en Wehrmacht zijn beperkt overgebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd.16 Derhalve blijven maar enkele archieven over welke een aanvulling bieden voor het indicatieonderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab. Deze dagelijkse rapporten gaven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941. 4.5.2 The National Archives te Londen In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie.
Allereerst beschikt Bodac over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Airforce (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het luchtruim van Nederland. Daarnaast zijn er Operation Record Books (ORB’s) onderzocht van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast luchttroepen beschikt TNA eveneens over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse eenheden ten tijde van de bevrijding van Nederland. Uit de archiefstukken van de AIR- en WO-collecties kunnen gegevens gevonden worden omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte CE. Aangezien geallieerde troepen pas Schouwen-Duiveland na de bevrijdingsdata bevrijden en er naar weten toen geen oorlogshandelingen zijn uitgevoerd, heeft Bodac besloten de WO-collecties van de aanwezige troepen niet te raadplegen. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van een specifiek coördinatensysteem genaamd Nord de Guerre. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van vier cijfers. Wanneer er gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter.
Geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem staat aangegeven, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het indicatieonderzoek te achterhalen. Voor het indicatieonderzoek is de navolgende geallieerde stafkaart gebruikt: ✓ Stafkaart Kadaster (Zierikzee), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 7 S.E; ✓ Stafkaart Kadaster (Brouwershaven), Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS 1), First Edition, sheet 7. N.E. De volgende kaartvierkanten dekken het onderzoeksgebied af en zijn dus gebruikt tijdens het doornemen van de bronnen uit The National Archives: ✓ QD2149; ✓ QD2249; ✓ QD2150; ✓ QD2250.
16
Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zur-Benutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 6 mei 2020]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’
Pagina 17 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Figuur 3: De stafkaart zoals gebruikt door de geallieerden met daarop de kaartvierkanten volgens het Nord-de-Guerre-coördinatenstelstel waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.
Historisch vooronderzoek
Pagina 18 van 55
4.6
Analyse luchtfoto’s
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerde troepen gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ’tragets’ e.d. te vinden. Het doel van een luchtfoto interpretatie in het vooronderzoek dient als visuele (aanvullende) bron. Met behulp van luchtopnamen is vaak vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsing of stellingen (militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. 4.6.1 Methodiek Conform het WSCS-OCE en het Procescertificaat worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie neemt Bodac rekening met: ✓ Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; ✓ Dekking; ✓ Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; ✓ Kwaliteit fotobeeld; ✓ Schaal. Luchtfoto’s zullen, naar aanleiding van de data van oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto interpretatie zal Bodac letten op de verschillende type luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde ’verticals’.17 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd worden.
Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te passen. Door middel van het georeferentiesysteem ArcGIS kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden.18 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de luchtfoto interpretatie. Een luchtfoto blijft een snapshot van de situatie van het onderzoeksgebied ten tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerkingen, groei van planten of water hinderlijk zijn tijdens de luchtfoto analyse. Ook herstelwerkzaamheden of camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen. Tijdens de luchtfoto interpretatie maakt Bodac een classificatie van objecten welke relevant kunnen zijn voor het indicatieonderzoek. Twee termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen. Het begrip ’Waarschijnlijk’ zal ingezet worden wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ’Mogelijk’ gebruikt worden.
Indien een object met de betrouwbaarheid ’mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Bodac ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen.19 4.6.2 Selectie beeldmateriaal Voor dit indicatieonderzoek heeft Bodac een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete collectie beheren van relevante luchtfoto’s die gemaakt zijn door zowel de Britse als Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties, Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEO-informatie (KAD) te Zwolle. De luchtopnamen uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site www.dotkadata.nl. Naast de Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Bodac heeft ook de luchtfotocollecties van The National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh geraadpleegd. Luchtfoto´s van NCAP konden niet gekocht worden in verband met Corona-maatregelen. In de tabel op de navolgende pagina wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en geanalyseerde luchtfoto’s. In paragraaf 4.7 worden de resultaten van de luchtfotoanalyse gepresenteerd in de indicatietabel.
Tevens zijn de waargenomen indicaties met behulp van kaartmateriaal in beeld gebracht en inzichtelijk gemaakt (paragraaf 4.7.1).
17
De kwaliteit van de luchtfoto analyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s. Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentiepunten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit indicatieonderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter. 19 Het object met betrouwbaarheid ’Mogelijk’ zal door Bodac geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden. 18
Pagina 19 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Datum: 24-08-1943
Sortie nr.: E/59
Schaal: 1:10.800
Foto nr.: 4004
Kwaliteit: Goed
25-12-1944
R4/1498
1:10.800
3057, 3058
Matig
18-03-1945
R4/2003
1:10.800
3050, 3119, 4053, 4055
Goed
Totaal:
Motivatie: Datum vóór de bevrijding Datum vóór de bevrijding, vóór artilleriebeschietingen vanaf januari 1945 Datum vóór de bevrijding, gedurende artilleriebeschietingen
Archief: Wageningen
Aantal: 1
Wageningen
2
Wageningen
4
7
Tabel 4: Overzicht van geraadpleegde luchtfoto´s.
Historisch vooronderzoek
Pagina 20 van 55
4.7
Overzichtstabel met indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfoto analyse
In deze paragraaf wordt een overzicht in tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het indicatieonderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk gebleken de exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van het historisch overzicht en/of relevantie wel opgenomen in overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer rondom het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd het onderzoeksgebied. Datum:
Literatuur:
Nationale archieven:
Internationale archieven:
Relevantie en herleidbaarheid:
26-10-1940
De Meester & Stoutjesdijk In de nacht van 25 op 26 oktober 1940 voerden 94 bommenwerpers van Bomber Command missies uit naar olieraffinaderijen en havendoelen in Duitsland. Het vliegveld van Haamstede wordt getroffen (uitwijkdoel). De luchtbeschermingsdienst van Haamstede rapporteert dat omstreeks 07.15 uur twee brisantbommen en elf brandbommen vallen in de omgeving van Westenschouwen waarbij geringe schade aan fruitbomen wordt toegebracht.20 Er vielen ook nog 17 brisantbommen en 50 brandbommen bij Haamstede en Westenschouwen die tussen een vuurtoren en een kustbatterij terechtkwamen (deels in het water).21
NIOD Op 26-10-1940 sloegen om 05.15 uur in Westenschouwen drie bommen in. Die bommen explodeerden niet.22
-
De literatuur noemt een bombardementen in de nacht van 25 op 26 oktober. De doelwitten waren olieraffinaderijen en havendoelen in Duitsland. Het uitwijkdoel was het vliegveld van Haamstede, waarbij rond 07.15 uur twee brisantbommen en elf brandbommen vielen in de omgeving van Westenschouwen. De locatie waar deze bommen neerkwamen is onbekend, enkel dat fruitbomen zijn beschadigd. Op andere locaties kwamen eveneens 17 brisantbommen en 50 brandbommen neer bij Haamstede en Westenschouwen. De afwerplocatie van deze bommen lag tussen de vuurtoren en de kustbatterij, waarbij de munitie deels in het water terecht kwam. Aangezien de vuurtoren ver buiten het onderzoeksgebied ligt is het aannemelijk dat deze 17 brisantbommen en 50 brandbommen niet binnen het onderzoeksgebied zijn neergekomen. In nationale archieven is deze indicatie, het bombardement van 25 op 26 oktober, eveneens beschreven. De locatie van de afgeworpen bommen is in deze bron niet vermeld. Het is niet duidelijk of deze afwerpmunitie behoort tot de neergekomen bommen welke in de litera-
De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2A 1939-september 1942 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 162. Meester & Stoutjesdijk., De luchtoorlog, 162. 22 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS-und Polizeiführer Nord-West), inv.nr. 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941. 20 21
Pagina 21 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Datum:
24
Nationale archieven:
Internationale archieven:
13-11-1940
De Meester & Stoutjesdijk De luchtbeschermingsdienst van Haamstede meldt dat omstreeks 21.00 uur zowel brisant- als brandbommen te Westenschouwen exploderen (tussen Steur en Van de Zande).23
-
-
15-02-1941
Eversteijn Op deze datum vond om 07.40 uur een bombardement van Whitley bommenwerpers plaats met 2/500 lbs -, 4/250 lbs en 120/44 lbs bommen op Schouwen-Duiveland. Westenschouwen werd getroffen.24 -
-
-
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Omstreeks 24.30 uur werd op een perceel bouwland gelegen nabij de Adriaan van der Heijden weg uit een vliegtuig een groot aantal brandbommen uitgeworpen. Die bommen richtten geen schade aan.
-
16-02-1941
23
Literatuur:
Relevantie en herleidbaarheid: tuur worden genoemd of dat dit een ander vliegtuig (van de 94 bommenwerpers) betreft. Aangezien het literatuur- en archiefonderzoek beperkte locatieverwijzingen beschrijft, is deze indicatie niet herleidbaar tot het onderzoeksgebied. Derhalve zal dit bombardement niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek. De indicatie vermeldt het afwerpen van meerdere brisant- en brandbommen. De locatie wordt beschreven als 'te Westenschouwen tussen Steur en Van de Zande'. Aangezien in de gemeentelijke archieven geen gegevens aanwezig waren over adresgegevens in combinatie met familienamen is het onbekend waar de aanval plaatsvond. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal zijn de afgeworpen brisant- en brandbommen derhalve niet te herleiden tot het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied ligt in Westenschouwen. Echter, het is niet duidelijk waar de bommen precies vielen. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal zijn de afgeworpen vliegtuigbommen derhalve niet te herleiden tot het onderzoeksgebied. Een deel van de Adriaan van der Weijde weg ligt binnen de buffer van het onderzoeksgebied (mogelijk gaat het hier om een typefout wat betreft de naam van de weg). Een ander, groter deel van de weg lag buiten de buffer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was op de plek waar nu de genoemde weg loopt een afrastering
De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2A 1939-september 1942 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 167. Eversteijn, T. Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V- wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei. 1940 – 5 mei 1945 (z.p., 2011), 580.
Historisch vooronderzoek
Pagina 22 van 55
Datum:
02-03-1941
01-09-1941
Literatuur:
Eversteijn Op deze datum vond een bombardement op 01.00 uur plaats op Schouwen-Duiveland. Westenschouwen werd getroffen.26 De Meester & Stoutjesdijk Om 01.25 uur wierp een vliegtuig bommen af boven Westenschouwen (waarschijnlijk een Havoc van No. 23 Squadron).27
Datum:
Sortienummer:
24-08-1943
E/59
20-12-1943
Eversteijn Een bombardement zorgde ervoor dat de Hogeweg getroffen werd.29 De bommen waren ge-
Nationale archieven: Van de bommen werden er 39 stuks teruggevonden. De bommen waren diep in de grond gedrongen. Iets later dan het genoemde tijdstip vielen uit een vliegtuig enkele bommen die in de duinen terechtkwamen. De zes bommen zouden ten zuiden van een pompstation van een waterleiding in de duinen zijn gevallen. Een van de bommen zou niet zijn ontploft.25 -
Internationale archieven:
Relevantie en herleidbaarheid: door de duinen. Het is echter onbekend waar de brandbommen precies terechtkwamen en waar het perceel lag. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal zijn de afgeworpen vliegtuigbommen derhalve niet te herleiden tot het onderzoeksgebied.
-
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Om 01.25 uur gooit een vliegtuig bommen uit boven Westenschouwen. Het vliegtuig stort zelf brandend in zee.28
-
Fotonummers: 4004
Schaal: 1:10.800
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, NIOD Archiefstukken bevestigen dat rond 19.25 uur (niet 19.35) een deel van de Hogeweg door bommen getroffen werd.32 Er
-
Het is niet duidelijk waar de bommen precies vielen. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal zijn de afgeworpen vliegtuigbommen derhalve niet te herleiden tot het onderzoeksgebied. Dezelfde indicatie, het afwerpen van bommen boven Westenschouwen, wordt genoemd in de literatuur en het gemeentearchief. Beide bronnen vermelden dezelfde tijd en locatie. De afwerplocatie is niet specifiek benoemd, enkel de plaatsnaam staat beschreven. Derhalve is deze aanval niet te herleiden tot het onderzoeksgebied en zal niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek. Beschrijving: Op deze luchtopname zijn geen sporen van munitie of gevechtshandelingen binnen het onderzoeksgebied te zien. De in de literatuur en archiefstukken genoemde locaties liggen buiten het onderzoeksgebied op een afstand van plusminus 810 meter.35 Derhalve is deze aanval
25
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2A 1939-september 1942 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 187. 27 Meester & Stoutjesdijk., De luchtoorlog, 220. 28 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 29 Eversteijn, T. Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V- wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei. 1940 – 5 mei 1945 (z.p., 2011), 1900. 32 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 35 De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 73. 26
Pagina 23 van 55
Hogeweg te Burgh-Haamstede
Datum:
Literatuur:
Nationale archieven: zou sprake zijn van zeven zware explosies.33 De beschadigde panden bevonden zich aan de Hogeweg (Hoogeweg) 290a, 292a, 293, 294, 295, 296, 301a, 311a, 318, 319 en 320.34
Datum:
richt tegen het buiten gebruik gestelde vliegtuig Haamstede, maar zes brisantbommen komen neer aan de Hogeweg waar elf huizen worden vernietigd. De gebeurtenis vond plaats rond 19.35 uur.30 Woningen kregen schade aan daken en ramen.31 Sortienummer:
25-12-1944
R4/1498
29-12-1944
06-01-1945
Internationale archieven:
Relevantie en herleidbaarheid: niet te herleiden tot het onderzoeksgebied en zal de aanval niet meegenomen worden in het vervolg van het onderzoek.
Fotonummers: 3057, 3058
Schaal: 1:10.800
De Meester & Stoutjesdijk Om 12.45 uur vindt een aanval van vier geallieerde jagers plaats op Westenschouwen en Burghsluis. Om 15.40 uur vallen bommen in de omgeving van Westenschouwen.36
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Om 12.45 uur vallen vier jagers in duikvlucht Westenschouwen en Burghsluis aan. Om 15.40 uur vielen bommen in de omgeving van Westenschouwen.37
-
De Meester & Stoutjesdijk Op deze datum worden van 11.00 tot 12.00 uur Duitse stellingen bij Westenschouwen door geallieerde artillerie onder vuur genomen.38 Vanaf januari 1945 tot en met 1 mei 1945 zouden de
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland Archiefstukken bevestigen dat Westenschouwen tussen januari en april 1945 door geallieerd artillerievuur vanuit zuidelijke richting bestookt werd.42
-
Beschrijving: Op de foto´s zijn geen sporen van munitie of gevechtshandelingen binnen het onderzoeksgebied te zien. Het is onbekend welke doelen aangevallen werden. Waarschijnlijk ging het om Duitse posities nabij de kust (kustbatterijen en Flak). Het is niet bekend waar de bommen precies vielen. Met behulp van het geraadpleegde feitenmateriaal zijn de afgeworpen vliegtuigbommen derhalve niet te herleiden tot het onderzoeksgebied. Het is onbekend waar de artilleriegranaten die vanaf januari tot en met mei 1945 op Westenschouwen afgevuurd werden precies vandaan kwamen en terechtkwamen. Mogelijk schoten troepen van de Prinses Irene Brigade op Westenschouwen. Aangezien de batterij van de Prinses Irene Brigade stelling nam bij Kortgene
De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 74. Meester & Stoutjesdijk, De luchtoorlog, 73-74. 33 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), 216k Departement van Justitie, inv. nr. 183, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 34 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 31. (-1.712) Lijst van verwoeste of door de Duitse Wehrmacht afgebroken gebouwen, 1945 -. 36 De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 204. 37 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 38 De Meester, W. & Stoutjesdijk, K., De luchtoorlog boven Zeeland. Deel 2B oktober 1942-1945 Schouwen-Duiveland (Middelharnis, 2018), 269. 42 Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, 5009.2 Gemeente Haamstede 1942-1960, (1853) 1942-1960 (1964), inv.nr. 34. (-1.782) Bescherming tegen luchtaanvallen. Diverse stukken, 1942 - 1946. 30 31
Historisch vooronderzoek
Pagina 24 van 55
Datum:
Literatuur:
Nationale archieven:
Internationale archieven:
geallieerde beschietingen voortduren.39
11-02-1945
Nierstrasz Wat betreft de troepen die de beschietingen uitvoerden: mogelijk ging het om eenheden van de Prinses Irene Brigade waarvan een batterij artillerie op 2 december 1944 een stelling op NoordBeveland betrok en Duitse troepen op Schouwen-Duiveland beschoot.40 De batterij artillerie van de Prinses Irene Brigade was uitgerust met 6 stukken geschut (25 ponders). De batterij trad veelvuldig gescheiden in twee 3 stukken-batterijen op en stond opgesteld in de nabijheid van Kortgene.41 De Meester & Stoutjesdijk Twee Spitfires van Fighter Command voeren tot tweemaal aanvallen met boordwapens uit op Duitse stellingen nabij Westenschouwen. Van 12.00 tot 12.30 uur wordt Westenschouwen door geallieerde artillerie onder vuur genomen.43