CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210316 Raadsbrief ontwerpbpl Hoogenboomlaan 42 Renesse - Julianahoeve bijlage 1 toelichting bpl

Gemeenteraad 25 maart 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken22.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35

NatuurNetwerk Nederland Gebieden die deel uitmaken van het NNN worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en c. de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.

GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Deze lijst is in de provincie Zeeland ongeveer vergelijkbaar met de “Tabel 1-soorten”, dus de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er overigens geen beleidsruimte en blijft de bescherming onveranderd.

4.9.2 Toetsing Toetsing gebiedsbescherming Het park wordt omgeven door het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De randbeplanting aan de oostzijde van het Park Zeemeeuw vormt onderdeel van het Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van uitbreiding in oppervlakte, dus ook geen kans op het verminderen van het areaal natuurgebied. Het gebied wordt niet gedraineerd en dus er is geen invloed op de grondwaterspiegel en kwelstromen. Vanaf het park is er geen vrij toegang in het natuurgebied, kans op verstoring/betreding is dan ook uitgesloten.

36

Figuur 4.1. Natura 2000-gebied Kop van Schouwen

Figuur 4.2 Inzoom begrenzing Natura 2000-gebied

37

Toetsing soortbescherming Het terrein is al vele decennia verblijfsrecreatief in gebruik. Door het relatief intensieve beheer komen er geen beschermde soorten voor. Broedvogels zijn natuurlijk wel aanwezig. Zo broed er al jaren een scholekster op het toiletgebouw bij de campers. Externe werking Door de minimale verlichting is er geen kans op het verstoring van natuurwaarden in het aangrenzende natuurgebied. Tevens zorgt de afschermde landschappelijke inpassing met een 2 meter hoge wal voor een afscherming beweging en licht. Het aantal standplaatsen neemt op park Zeemeeuw sterk af. Daarmee wordt het aantal recreanten ook minder en is de kans op ongewenst gedrag geringer dan in de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal de kans op verstoring worden verkleind. Conclusie Het aspect ecologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

38

Hoofdstuk 5 5.1

Financiële aspecten

Grondexploitatie en kostenverhaal

In de Wet ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal door de gemeente opgenomen. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (anterieure overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). Er is sprake van kostenverhaal (artikelen 6.2.3. tot en met 6.2.5. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) als een bouwplan zoals aangegeven in artikel 6.2.1 Bro wordt mogelijk gemaakt. Volgens dit laatste artikel gaat het om a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.

De voorgenomen ontwikkelingen (zie paragraaf 2.3) zijn niet aan te merken als een dergelijk bouwplan. Dat betekent dat kostenverhaal niet aan de orde is. Voor de planologische procedure worden leges in rekening gebracht

5.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voorliggende ontwikkeling wordt geheel bekostigd door camping Julianahoeve, waaronder ook eventuele planschadeclaims. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn er ten aanzien van de uitvoering geen financieel - economische risico's aan het initiatief verbonden. De gemeente is van mening dat de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd.

39

40

Hoofdstuk 6 Resultaten overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Resultaten overleg

In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de volgende instanties (de wettelijke vooroverlegpartners):  Provincie Zeeland;  Waterschap Scheldestromen;  Veiligheidsregio Zeeland;  De leidingbeheerders in het gebied. De reacties van deze instanties worden beoordeeld en voor zover dat nodig is, zal het bestemmingsplan of deze toelichting daarop worden aangepast. De resultaten worden verwerkt in een antwoordnota die in de bijlagen wordt opgenomen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan worden verschillende fasen doorlopen. Voor een belangrijk deel zijn deze fasen wettelijk vastgelegd. De fase van een voorontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende inspraakprocedure is niet vast voorgeschreven. Gezien de beperkte gevolgen voor de omgeving van de camping wordt hiervoor niet gekozen. Wel zullen direct belanghebbenden worden uitgenodigd om kennis te nemen van het plan. De resultaten van deze informatieronde worden opgenomen in deze paragraaf.

6.3

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikelen 3.8, lid 1, en 3.30 Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.

41

42

JULIANAHOEVE HOOGENBOOMLAAN Bijlagen toelichting bestemmingsplan, ontwerp

44

Bijlage 1 Inrichtingsplan Zeemeeuw

45

46

Bijlage 1 Inrichtingsplan, beplaintngsplan en verlichting park Zeemeeuw In deze bijlage wordt de inrichting van het chalet gedeelte van Park Zeemeeuw beschreven. Het verlichtingsplan en beplantingsplan worden hierin meegenomen.

Inrichtingsplan Op park Zeemeeuw was tot voor kort plaats voor 139 seizoenplaatsen. Deze plaatsen hadden een oppervlakte van circa 100 m2. En deel van de seizoenplaatsen is omgevormd tot luxe kampeerplaatsen en het achterste gedeelte is in de periode november 2018 tot april 2019 omgevormd tot een chaletpark. Voor het plaatsen van 24 chalets waren 64 seizoenplaatsen nodig. De nieuwe plaatsen hebben een totaal oppervlakte van 4.900 m2 hetgeen circa 200 m2 per plaats betekent. De 24 plaatsen zijn landschappelijk ingepast: wij hebben de kleurstelling en materialen van de chalets alsmede de beplanting in het aangrenzende Natura 2000 gebied zoveel als mogelijk is doorgetrokken in het park. Door deze omvorming was ook het probleem van (te) kleine seizoenplaatsen opgelost. Op 4 locaties hebben wij gekozen voor het plaatsen van een “Zeelodge”. Deze lodges hebben een oppervlakte van minder dan 55 m2 en een inhoud van ruim 200 m3; de hoogte van de lodges is minder dan 5.50 meter. De chalets zijn landschappelijk ingepast c.q. de in het Natuurgebied aanwezig beplanting is doorgetrokken op het terrein van de chalets. Park Zeemeeuw heeft 24 chalets bestaande uit vier typen. Het is aangelegd in een duinlandschap en het parkeren vindt niet bij het chalet plaats maar centraal langs de weg.

Verlichtingsplan Per chalet komt er een lichtpunt De Woodle XL 150. Dit en circa 1 meter hoge armatuur voor orientatieverlichting met bovenop de paal een klein zonnepaneel. De lamp schijnt naar beneden, zodat de verlichting niet storend werkt.

Woodle Bollard XL 150

Verlichtingsplan (rode stip is de lamp)

Beplantingsplan De beplanting is afgestemd op planten die in het duinlandschap thuishoren: helm met enige heesters. In de beplantingslijst wordt een overzicht gegeven van de gebruikte heesters.

Over de 5 meter brede randbeplanting (met wal) heeft op 23 januari 2020 overleg ter plaatse met de heer J. Beijersbergen van Stichting Duinbehoud plaats gehad. Er zijn suggesties gedaan voor aanpassingen aan de aanwezige beplanting. Deze worden in het plantseizoen uitgevoerd.

Beplantingsplan (schematisch)

beeld van de beplanting

Bijlage 2 Randbeplanting camping Julianahoeve inrichting en beheer

47

48

Bijlage 2 Randbeplanting camping Julianahoeve inrichting en beheer

Beplanting De randbeplanting bij camping Julianahoeve heeft een breedte van 5 meter met een twee meter hoge wal. De wal wordt voorzien van helm en struweel. De struiken worden in twee rijen aangeplant op een onderlinge afstand van 1 meter (driehoekverband). Het zijn soorten die in het gebied thuis horen (zie lijst).

Beheer Doel van de beplanting is een zo natuurlijk mogelijk beeld. Bomen en struiken worden dan ook niet gesnoeid. Wel wordt gekeken of ze het eerste jaar aanslaan, zo niet dan wordt er ingeboed.

[lege A4 t.b.v. dubbelzijdig afdrukken]

Bijlage 3 Aanmeldformulier watertoets

49

50

Aanmeldformulier watertoets De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier (vervang onze cursieve toelichtingen in de rechter kolom door uw invullingen). Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Gegevens initiatiefnemer (particulier/bedrijf)

Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plan naam: Waar is het plan gelegen:

Kop van Schouwen camping Julianahoeve

Hoogenboomlaan te Renesse WTAOOL551

Formulier ingevuld door (werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

B. Lap Rho advieseurs Segeersingel 6 4337 LG Middelburg Ben.lap@rho.nl 0118-689050 18 augustus 2020

2

Beknopte planomschrijving De volgende aspecten worden in de herziening van het bestemmingsplan geregeld:      

jaarrond openstelling van het gehele recreatiepark; legalisatie van vier kampeerhuisjes op Zeemeeuw en de overige afwijkende stacaravans die formeel een kampeerhuisje zijn (L-type en dubbele caravans); realisatie van verblijfsrecreatie op Zeemeeuw, zowel het gedeelte met chalets als het toeristische gedeelte; het blijkt dat bij de eerste herziening Kop van Schouwen dit terrein gedeelte niet is meegenomen; het mogelijk maken van prive-sanitair op alle toeristische standplaatsen; landschappelijke inpassing bestaande uit een standaardbreedte van 5 meter met wal, uitgezonderd het gedeelte Park Kievit; daar wordt de huidige situatie vastgelegd (maatwerk); propaantanks aan de westzijde krijgen een afzonderlijke aanduiding.

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

De noordelijke rand van de camping grens aan een beschermingszone A, deze valt samen met de landschappelijke inpassing van het park, die bestaat uit beplanting met een breedte van 5 meter en een 2 meter hoge wal

3

Er vindt ten opzicht van het vorige bestemmingsplan geen wijziging plaats in de mogelijkheden voor bouwen of verharden. De te hoge chalets hebben een oppervlakte van 50 m2 dan dat is gelijk aan de maximale oppervlakte van een stacaravan. Er is derhalve geen overzicht gemaakt van de huidige situatie en de situaite na realisatie Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

 

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater

huidige situatie

na realisatie

dakoppervlak

nvy

nvt

1

dichte bodemverharding

Nvt

Nvt

2

doorlatende bodemverharding

Nvt

Nvt

3

wateroppervlak

nvt

Nvt

4

Ad 3: Indien doorlatende verharding (NB niet bedoeld: natuurlijke bodem!) een rol speelt zal deze apart worden beoordeeld. Overall: geef aan hoe compensatie wordt voorgesteld voor het netto effect van deze veranderingen.

Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Regenwater van chalets wordt in de bodem geïnfiltreerd mbv grindkoffers.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

De huidige situatie blijft gehandhaafd.

4

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Er wordt niet gewerkt met uitloogbare materialen. Dus de grondwaterkwaliteit wordt niet aangetast.

Er wordt niet gewerkt met uitloogbare materialen. Dus de oppervlaktewaterkwaliteit wordt niet aangetast.

De huidige situatie blijft behouden. De duinbeek is ingerasterd t.b.v. de veiligheid

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

De bodem is niet zettingsgevoelig.

Op de erfgrens staat een hek, dus gasten kunnen niet zomaar het natuurgebied in lopen.

Er vinden geen wijzigingen plaats in de zone langs de beek. Het onderhoud kan op reguliere wijze worden uitgevoerd.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Er zijn geen wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Tot slot

Het nieuwe privé-sanitair zal worden aangevoerd met lichte vrachtwagens Nee, het aantal eenheden neemt af. In de winterperiode zal er wel meer verkeer zijn dan nu, maar dat is in de rustige periode Via de Hoogenboomlaan.Er vindt geen wijziging van de ontsluiting plaats Parkeren is op eigen terrein Bestaande weg/nieuw pad/nieuwe oversteekplaats. Nee de Luieweg is niet in beheer bij het Waterschap

5

Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.

[lege A4 t.b.v. dubbelzijdig afdrukken]

JULIANAHOEVE HOOGENBOOMLAAN Regels bestemmingsplan, ontwerp

52

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Julianahoeve Hoogenboomlaan van de gemeente Schouwen-Duiveland. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1676.00311Bph309643-ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen) 1.3 aan- of uitbouw een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de woning. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.7 achtererf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens. 1.8 achtergevel het meest achterwaarts gelegen deel van een gebouw. 1.9 achtergevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtererf bij een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen.

1.10 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond. 1.11 archeologische deskundige de provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau. 1.12 archeologische waarde de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak.

53

1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 bebouwingspercentage een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.15 bed & breakfast een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten. 1.16 bedrijfsmatig gebruik van de woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behouden aanbouw of bijgebouw voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid in tegenstelling tot een aan-huis-gebonden-beroep gericht op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldings- of vergunningsplicht op grond van het Inrichtingen- en of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt. 1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van ) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, of waarvan het hoofdinkomen afkomstig is van een bedrijf waarvan de bedrijfsactiviteiten gelet op de bestemming van de grond ter plaatse structureel worden uitgeoefend.

1.18 beheersplan een plan dat gericht is op het beheer, het onderhoud, instandhouding en herstel dan wel versterking van de gewenste landschaps- en/of natuurwaarden in een gebied. 1.19 beroepsmatig gebruik van de woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behorende aanbouw of bijgebouw voor een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende aan- of bijgebouw met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.20 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.22 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.23 bijgebouw een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

54

1.24 bordes (sta) caravan verhoogd platform met afdak en maximaal 2 wanden voor de ingang van een (sta)caravan bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.25 bordes gebouw verhoogd platform voor de ingang van een gebouw bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.28 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.30 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.31 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleinere etenswaren.

1.32 cafetaria/snackbar een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van ter plaatse bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak-alcoholische dranken voor consumptie elders dan ter plaatse en niet-alcoholische dranken voor directe consumptie en consumptie elders dan ter plaatse. 1.33 centrale bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van recreatiewoningen, kampeerterreinen en kampeermiddelen, gericht op het bieden van (permanent wisselende) recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden. 1.34 centraal sanitair een sanitaire unit (voorzien van douche, toilet en wastafel) voor gebruik door meerdere huurders van een standplaatsen, waarbij de unit voor een ieder toegankelijk is. 1.35 dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten.

55

1.36 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.37 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen waaronder zijn begrepen reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, bankfilialen schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en seksinrichting. 1.38 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.39 extensieve dagrecreatie kleinschalige extensieve recreatieve activiteiten gericht op de beleving van de Kop van Schouwen, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, kanoën, vissen, zwemmen en natuurobservatie.

1.40 gastenverblijf een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw welke ten dienste staat van een woning en welke uitsluitend gebruikt wordt om logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42 gevellijn denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen, dan wel de aangeduide lijn. 1.43 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.44 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereidde en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties. 1.45 hotel een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht), maaltijden en dranken ter plaatse en zaalverhuur voor congressen. 1.46 kampeerhuisje een op een standplaats gelegen eenvoudig gebouw met een oppervlakte van maximaal 75 m² en een hoogte van maximaal 5,5 m, mits sprake is van een beperkte inhoud tot 250 m³, bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

56

1.47 kampeermiddel tenten, tentwagen, kampeerhuisjes of -lodges, caravans, campers, (sta)caravans of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.48 kampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en/of kampeerhuisjes ten behoeve van recreatief nachtverblijf, waaronder begrepen dienstgebouwen en andere voorzieningen ten dienste van het kamperen. 1.49 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen Voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport en spel (waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten) zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.50 landschapsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige landschapswaarden. 1.51 logeergebouw een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband. 1.52 LPG Liquefied petroleum gas, een mengsel van propaan (C3H8) en butaan (C4H10).

1.53 NEN Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.54 netto-standplaatsgrootte De effectieve, vrije standplaatsruimte per kampeerplaats, gemeten zonder beplantingen, wegen, (schouw)paden, sport- en spelvoorzieningen en parkeergelegenheid. 1.55 natuurbeschermingsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige natuurwaarden. 1.56 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut. 1.57 openbare weg voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten. 1.58 ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 15% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt. 1.59 ondersteunende detailhandel gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht op de verkoop van goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit.

57

1.60 ondersteunende horeca gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht is op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit. Deze consumptieve gelegenheid richt zich op het verstrekken van eetwaren voor directe consumptie ter plaatse met daarnaast het afzonderlijk verstrekken van dranken voor directe consumptie ter plaatse. Horecagelegenheden bij sportkantines en clubhuizen vallen hier niet onder. 1.61 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en optioneel een wand. 1.62 passend in het straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving. 1.63 niet-permanente standplaats een standplaats bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomer- en/of winterseizoen. nader te onderscheiden in: a. één kampeermiddel met maximaal twee bijzettentjes van maximaal 8 m2 of b. maximaal drie tentjes van maximaal 8 m2. 1.64 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b.

bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afwerkte bouwterrein, ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.65 pension een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met een maximum van 25 slaapplaatsen, met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten. In de kamers bevinden zich geen volwaardige keukens. 1.66 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 1.67 permanente standplaats een standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal 8 m2, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.68 privé-sanitair een sanitaire eenheid (voorzien van douche, toilet en wastafel) slechts voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de eenheid gedurende het gehele jaar op een standplaats aanwezig is. 1.69 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

58

1.70 recreatief nachtverblijf recreatie, niet zijnde permanente bewoning, in ruimten die zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, kampeerhuisje, logeergebouw, pension of kampeermiddel, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.71 recreatiewoning een gebouw, geen woonkeet en geen (sta)caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bestemd is voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.72 restaurant een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. 1.73 ruimtelijke kwaliteitswinst ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en/of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van de cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 1.74 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.75 seksbioscoop/-theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven.

1.76 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop/-theater, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.77 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.78 stacaravan een kampeermiddel uit één niet-samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoerd kan worden met een maximale oppervlakte van 55m2 en maximaal 5 m hoog, gemeten vanaf het afgewerkt bouwterrein. 1.79 straatprostitutie prostitutie op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig. 1.80 standplaats het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in één of meerdere kampeermiddelen of een kampeerhuisje, waarbij de standplaatsen voor kampeermiddelen nader zijn te onderscheiden in permanente standplaats en niet-permanente standplaats:

59

1.81 trekkershut een eenvoudig gebouw bestaande uit één ruimte, zonder verdieping met een oppervlakte van maximaal 20 m2 en een bouwhoogte van 3,5 m. 1.82 verblijfsrecreatie recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, logeergebouw, pension, kampeermiddel of kampeerhuisje, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.83 voorgevel van een hoofdgebouw het meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. 1.84 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.85 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw. 1.86 webwinkel detailhandel zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden ter plaatse. 1.87 winterkamperen het gebruik van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf in de periode van 16 november tot 1 maart. 1.88 winterseizoen de jaarlijkse periode van 16 november tot 1 maart van enig jaar. 1.89 winterstalling het stallen van kampeermiddelen in de open lucht op een aparte plaats op het kampeerterrein, zodanig dat daarin geen recreatief nachtverblijf kan plaatsvinden, in het winterseizoen. 1.90 woning een hoofdgebouw dat dient voor de huisvestiging van één afzonderlijk huishouden.

1.91 zijerf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het hoofdgebouw gelegen grens van het erf. 1.92 zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of achtergevel is. 1.93 zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.94 zomerseizoen de jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november van enig jaar.

60

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 bouwhoogte van een antenne-installatie: a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.6 brutovloeroppervlakte: de brutovloeroppervlakte volgens NEN 2580. 2.7 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 de vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

61

62

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen - Landschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor: a. het behoud en/of herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de ontwikkeling van potentiële natuurlijke en landschappelijke waarden; b. landschappelijke afscherming van recreatieterreinen door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten en voor geluidwerende voorzieningen, een grondwal inbegrepen; en tevens voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg': een vulpunt van een opslagtank van LPG; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals water, taluds, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 2. gebouwen voor nutsvoorzieningen; b. de bouwhoogte van bouwwerken bedraagt ten hoogste: 1. van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m; 2. van openbare nutsvoorzieningen: 3,5 m. c. de oppervlakte van gebouwen voor nutsvoorzieningen bedraagt ten hoogste 15 m2; 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, standplaats voor kampeermiddelen.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting en afschermende voorzieningen; b. het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen zoals een grondwal; c. het aanbrengen van verharde wegen en/of paden en andere oppervlakteverhardingen. 3.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen, waaronder in ieder geval verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer; c. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

63

3.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien is gebleken dat de in lid 3.4.1 genoemde werken of werkzaamheden direct, hetzij indirect geen aantoonbaar onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische waarden alsmede de landschappelijke inpassing tot gevolg hebben, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

64

Artikel 4

Natuur

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; en tevens voor: b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschappelijke afscherming' voor landschappelijke afscherming van recreatieterrein Julianahoeve door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten, daaronder begrepen een grondwal; c. ontsluitingspaden, calamiteitenontsluitingen alsmede voorzieningen ten behoeve van hulpdiensten; d. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets, en wandel- en ruiterpaden en voorzieningen; e. water, beplanting, taluds, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen, educatieve voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1 bedoelde bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, voeren vaartuigen.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen.

4.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;

65

b. reeds krachtens een verleende omgevingsvergunning in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. reeds mogen worden uitgevoerd in het kader van de Natuurbeschermingswet; e. passen binnen het beheersplan Kop van Schouwen; f. worden uitgevoerd in verband met een natuurontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. 4.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit. 4.4.4 Adviesverplichting Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de natuurbeschermingsdeskundige omtrent de vraag of aan de voorwaarde als bedoeld in 4.4.3 wordt voldaan.

66

Artikel 5

Recreatie - Kampeerterrein

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie in kampeermiddelen en gebouwen die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; en tevens voor: b. c. d. e.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': een recreatiewoning; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logeergebouw': een logeergebouw; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer': dienstverlening, zwembaden en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein; f. ondersteunende horeca ten behoeve van het recreatiebedrijf in de categorie 1a dan wel 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, tot een vloeroppervlakte van 350 m2 (exclusief terras), met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - maximum oppervlakte horeca 1' het vloeroppervlak ten hoogste 1.415 m2 mag bedragen; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - personeelsverblijf': een verblijf voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel met een maximum van 14 slaapplaatsen; h. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': het behoud van cultuurhistorische waarde; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - duinbeken': het behoud, versterken en ontwikkelen van aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden als gevolg van een duinbeek; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, 1.

zoals groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, sanitaire voorzieningen, nutsvoorzieningen parkeervoorzieningen en (ontsluitings)wegen, spel-, sport- en speelvoorzieningen en landschappelijke inpassing; 2. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, voorzieningen voor beheer en onderhoud en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, zoals verblijven voor de tijdelijke huisvesting van het op het bedrijf werkzaam zijnde recreatie personeel en seizoenwerkers. 3. ondersteunende detailhandel ten behoeve van het recreatiebedrijf tot een vloeroppervlakte van ten hoogste 150 m2. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Toelaatbare bebouwing a. Op deze gronden mogen worden gebouwd: 1. gebouwen; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen dienen in het bouwvlak te worden opgericht, met dien verstande dat: 1. gebouwen voor centraal sanitair ook buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht; 2. recreatiewoningen tevens buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht, mits deze worden gebouwd op de gronden met de aanduiding 'recreatiewoning'; 3. gebouwen die op een standplaats dienen te worden opgericht, zoals kampeerhuisjes, trekkershutten en bijgebouwen bij kampeermiddelen buiten het bouwvlak mogen worden opgericht;

67

4. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer bedraagt ten hoogste 3% van de oppervlakte van de gronden met de bestemmingen Groen Landschappelijk en Recreatie - Kampeerterrein, voor zover deze bij het betreffende recreatiebedrijf horen; c. op elke permanente standplaats mogen worden gebouwd: ten hoogste 1 vrijstaand bijgebouw en 1 bordes (sta) caravan. d. op elke niet-permanente standplaats is ten hoogste één privé-sanitair toegestaan, waarbij privésanitair van ten hoogste 4 verschillende standplaatsen aaneen mag worden gebouwd of worden gecombineerd in één gebouw; e. op een permanente standplaats is ten hoogste één van de volgende gebouwen toegestaan: een kampeerhuisje, stacaravan of trekkershut. 5.2.2 Gebouwen en overkappingen a. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer bedraagt ten hoogste 3% van de oppervlakte van de gronden met de bestemmingen Recreatie - Kampeerterrein en Groen Landschappelijk, voor zover deze bij het betreffende recreatiebedrijf horen'; b. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedragen ten hoogste de navolgende maten: Inhoud (m3) Goothoogte Bouwhoogte (m) Oppervlakte (m2) (m) gebouw binnen het bouwvlak zie aanduiding: zie aanduiding: 'maximum maximum goothoogte goothoogte (m). (m).

maximum maximum bouwhoogte bouwhoogte (m) (m) tenzij in rij 2 t/m 15 tenzij in rij 2 t/m uit deze tabel 15 uit deze anders is bepaald tabel anders is bepaald 15 accenthoogten ten behoeve van 20 een glijbaan bij een zwembad binnen het bouwvlak gebouwen voor centraal sanitair 4 250 kampeerhuisje (inclusief bordes 75 algemeen: 5,5 ter gebouw) plaatse van de specifieke bouwaanduiding h: 3,5 recreatiewoning (inclusief aan- 75 algemeen: 5,5 en uitbouwen, aangebouwde ter plaatse van de bijgebouwen en overkappingen) specifieke bouwaanduiding h: 3,5 stacaravan (inclusief bordes (sta) 55 algemeen: 5 caravan) ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding h: 3,5 kampeerlodge (inclusief bordes) 30 130 algemeen: 5 ter plaatse van de Gebouw

1

2

3 4

5

6

7

68

8 9 10 11

12 13 14 15

c. d. e. f. g. h.

trekkershut bijgebouw per permanente standplaats bedrijfswoning inclusief aangebouwde bijgebouwen privé-sanitair - per niet-permanente standplaats - gecombineerd in één gebouw vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning vrijstaande bijgebouwen bij recreatiewoning kinderspeelhuisjes en huisdierenverblijven overige gebouwen ten behoeve van het onderhoud en beheer buiten het bouwvlak

specifieke bouwaanduiding h: 3,5 3,5 3,5

20 9 200

750

6

10 3,5

6 24 totaal 40 13

3,5

7,5 3,5 4

4 8 gezamenlijk e oppervlakte: 40 het aantal kampeerhuisjes mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kampeerhuisjes'; het aantal trekkershutten mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal trekkershutten'; het aantal recreatiewoningen mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen'; de afstand tussen een bijgebouw en de grens van een standplaats bedraagt ten minste 1 m; in afwijking van het gestelde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' de inhoud van het gebouw ten hoogste 1.200 m3 zijn; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de navolgende maten:

bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwhoogte (m) 1. bordes gebouw op een permanente standplaats de goothoogte van het op de standplaats bij een kampeerhuisje aanwezige kampeerhuisje 2. bordes (sta) caravan op een permanente de hoogte van op de standplaats aanwezige standplaats bij een stacaravan stacaravan 3. licht- en vlaggenmasten 8m 4. speelvoorzieningen 3m 5. erf- en terreinafscheidingen op gronden die zijn 1 m gekeerd naar de openbare weg en die liggen buiten een bouwvlak 6. erf- en terreinafscheidingen elders 2m 7. zend- en ontvangstinstallatie 45 m 8. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2m

69

5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels: a. het aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het aangegeven aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0'; b. het aantal permanente standplaatsen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0'; c. het aantal standplaatsen voor winterkamperen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal winterkamperen' is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal maximaal 0'; d. er dient sprake te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie, e. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van personen is het toegestaan extra standplaatsen te realiseren, onder de voorwaarden dat: 1. bij minder dan 100 niet-permanente standplaatsen 1 extra niet-permanente standplaats is toegestaan voor personeel; 2. tussen de 100 en 250 niet-permanente standplaatsen 2 extra niet-permanente standplaatsen zijn toegestaan voor personeel; 3. bij meer dan 250 niet-permanente standplaatsen 3 extra niet-permanente standplaatsen zijn toegestaan voor personeel; f.

de netto-standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt ten minste150 m², met dien verstande dat de grootte ten minste 4 maal de oppervlakte van een kampeerhuisje bedraagt; g. de netto-standplaatsgrootte voor een niet-permanente standplaats bedraagt ten minste 100 m²; h. op een permanente standplaats mogen gedurende het gehele jaar ten hoogste worden geplaatst: 1. één kampeermiddel, en; 2. twee bijzettentjes van elk ten hoogste 8 m2 of; i. op een niet-permanente standplaats mogen kampeermiddelen worden geplaatst met inachtneming van het volgende: 1. plaatsing is uitsluitend toegestaan gedurende het zomerseizoen, tenzij onder 2 anders is bepaald; 2. per terrein zijn ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen winterkamperen' toegestaan; j. per kampeerterrein mogen ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal winterstalling' aangegeven aantal kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, voor winterstalling worden gebruikt, voor zover: 1. de gestalde kampeermiddelen op één plek worden geclusterd op het terrein; 2. plaatsing zodanig geschiedt dat recreatief nachtverblijf in de kampeermiddelen op dat moment niet mogelijk is; 3.

het kampeerterrein rondom is voorzien van een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van 10 m of van ten minste 5 m en een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; k. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk; l. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn bedoeld ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen. m. Het gebruik van standplaatsen voor verblijfsrecreatie is slechts toegestaan indien landschappelijke afscherming van de camping als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 en artikel 4 lid 4.1 onder b is aangelegd en in stand gehouden. 5.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

70

a. recreatief nachtverblijf in bijgebouwen; b. detailhandel, met uitzondering van ondersteunende detailhandel, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; c. een hotel, d. horeca, met uitzondering van ondersteunende horeca, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; e. het gebruiken of te laten gebruiken van gronden en / of bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie; f. het gebruik van niet-permanente standplaatsen in het winterseizoen als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats; g. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van de gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' h. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw bij een bedrijfswoning als gastenverblijf'; i. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte. 5.3.3 Niet strijdig gebruik In het geval van een bedrijfswoning is het beroepsmatig gebruik van de woning of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bij deze woning behorende bijgebouwen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, aan- of uitbouwen en bijgebouwen wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; c. er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein dan wel in de directe omgeving; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van de CROW publicatie nr. 381 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" of aan de normen uit daaropvolgende uitgaven; d. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; e. niet toegestaan is: 1. horeca; 2. een seksinrichting; 3. buitenopslag van goederen; 4. verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel. 5.4

Afwijken van de gebruiksregels

5.4.1 Gastenverblijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3.1 onder h voor het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf, met dien verstande dat: a. omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor percelen waarop een (bedrijfs)woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is; b. de aanvrager eigenaar en/of bewoner is van het bouwperceel; c. het hoofdgebouw op het bouwperceel permanent wordt bewoond; d. per bouwperceel ten hoogste 1 aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf is toegestaan; e. het gastenverblijf uitsluitend voor niet-permanente bewoning wordt gebruikt; f. het gastenverblijf uitsluitend niet-commercieel wordt gebruikt;

71

g. de algemene Bouwregels voor een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw in acht worden genomen, met dien verstande dat de afstand van het bijgebouw tot de grens van een bouwperceel ten minste 1 m moet bedragen; h. de omgevingsvergunning niet tot gevolg heeft dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad; i. er aangetoond wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het betreffende bijgebouw (veiligheid, milieuhinder); j. op eigen terrein voorzien wordt in parkeerruimte voor minimaal één auto. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de in lid 5.1 onder i bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen. 5.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer; c. reeds krachtens een verleende omgevingsvergunning in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 5.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9892988/1